CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitieplan vastgesteld juli 2020

Gemeenteraad 26 mei 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Wijziging van de Regeling Regio Twente in de Gemeenschappelijke Regeling Gezondheid en het aangaan van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatieschap Twente19.282 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door de daling van 15% is de huidige formatie in grote lijnen gelijk aan de formatie werkzaam voor de Gezondheids-Gemeenschappelijke regeling. Het restant verschil tussen de voor GGD/OZJT/VTT werkzame formatie (48 fte) en de totale formatie (55 fte) kan via mobiliteitstrajecten en via natuurlijk verloop naar de gewenste grootte aangepast worden. Hiervoor kan een tijdspad worden afgesproken van bijvoorbeeld 2 jaar (vanaf 2021) waarbinnen dit doel bereikt moet worden. 20

In het kader van goed werkgeverschap zal er geen sprake zijn van boventalligheid en/of gedwongen ontslagen. De ondernemingsraad is akkoord met deze vorm. Hoewel dit door het dagelijks bestuur als realistisch wordt gezien, brengt dit wel een financieel risico met zich mee op het moment dat deze formatie niet door mobiliteit of natuurlijk verloop aangepast kan worden. Bestuurlijke keuzes Bepalen hoe wordt omgegaan met het domein bedrijfsvoering in de transitie. Voorgesteld besluit De ondersteuning door bedrijfsvoering eveneens handhaven in de aangepaste gemeenschappelijke regeling GGD / OZJT / VTT en de personele omvang daarvan via natuurlijk verloop aan te passen totdat die aansluit op de nieuwe situatie.

21

6. Kennispunt Twente Eerdere besluitvorming en uitgangspunten veranderopdracht Kennispunt Twente is een coalition of the willing. We hebben hier echter een apart hoofdstuk aan gewijd omdat door het algemeen bestuur in de aanloop naar 25 september vraagtekens zijn gezet bij de positionering van Kennispunt Twente bij één van de betrokken gemeenten i.v.m. enerzijds de sterke binding met het sociaal domein en sociaal economische structuurversterking. En anderzijds i.v.m. de mogelijk negatieve juridische consequenties (aanbesteding technisch) voor overige gemeenten bij organisatie door één gemeente. Ook is de regionale positie van belang in verbinding met de landelijke kennisinstellingen. Daarom is gevraagd aan de deelnemende gemeenten in het bestuurlijk overleg, samen met Regio Twente en Kennispunt Twente, om te onderzoeken wat de meest passende en gedragen positionering en wijze van organiseren van Kennispunt Twente is. Uitwerking Kennispunt Twente is een coalition of the willing van Enschede, Almelo, Hengelo en Regio Twente en als gast ondergebracht bij Regio Twente. De focus in de werkzaamheden ligt op sociaal domein en welzijn, economie en arbeidsmarkt, bestuur, bedrijfsvoering en participatie.

Voor de meest passende en gedragen positionering en wijze van organiseren van Kennispunt zijn (na afvallen van de mogelijkheid van positionering binnen de 3O organisatie) de volgende mogelijkheden onderzocht: ➢ Gast in de Gemeenschappelijke Regeling met GGD/OZJT/VTT ➢ Eigen Gemeenschappelijke Regeling van de deelnemende partijen ➢ Coöperatie - een variant waarbij ook private partijen deel kunnen nemen aan de rechtspersoon ➢ Onderbrengen bij één van de deelnemende gemeenten: Centrumgemeente Regeling Andere varianten (b.v. verdergaande verzelfstandiging) acht het bestuur van Kennispunt niet wenselijk. Er is door het bestuur van Kennispunt Twente een uitgebreide studie gedaan naar allerlei varianten als landingsplaats. Te denken valt aan Kennispunt als gast in de Gemeenschappelijke regeling GGD/OZJT/VTT een eigen Gemeenschappelijke regeling, coöperatie en via een centrumgemeente construct. Aspecten zoals aan- en inbesteding, bestuurlijke transparantie, fiscale afwegingen en financiën zijn daarbij meegewogen.

Onafhankelijkheid Landelijke & EU positie Inbesteding Wendbaarheid ICT flexibiliteit Kosten bedrijfsvoering Bestuurlijke eenvoud Implementatie eenvoud Kosten transitie

Gast in GR GGD/VTT/OZJT + + + + + + +/+ +

Eigen GR + + + + +/+ -

Eigen coöperatie +/+/+ + +/+ -

Centrumgemeente Regeling +/+/+ +/? + +/-

Het bestuur van Kennispunt heeft alles afwegende gekozen de adviseren om Kennispunt te positioneren als gast in de Gemeenschappelijke regeling GGD/VTT/OZJT. Belangrijke afweging daarbij was dat inbesteding bij Kennispunt zonder problemen mogelijk blijft, dat het efficiënt is en frictiekosten niet aan de orde zijn.

22

Deze positionering past het best bij de huidige situatie en garandeert zo eenvoudig mogelijke continuering van de huidige werkzaamheden tegen zo veel mogelijk vergelijkbare financiële condities voor de deelnemende gemeenten. Een belangrijk punt van aandacht daarbij is het borgen van onafhankelijkheid van Kennispunt. Dit is een groot goed en moet goed geborgd zijn. Daarom is het advies om de sturings- en verantwoordingsstructuur (opnieuw) helder uit te werken en expliciet te maken. Onder andere de verbanden tussen de Kennispunt Twente en de bedrijfsvoering van de Gemeenschappelijke regeling GGD/VTT/OZJT moeten transparant zijn en vastgelegd worden. Daarnaast dient de onafhankelijkheid van Kennispunt Twente in een apart statuut te worden vastgelegd, om helderheid te schetsen en misstanden te voorkomen.

De Twentse gemeenten en in hun verlengde OZJT zijn erbij gebaat op zo eenvoudig en voordelig mogelijke wijze opdrachten te kunnen verlenen aan Kennispunt Twente. Met Kennispunt Twente als gast binnen de Gemeenschappelijke regeling GGD/VTT/OZJT is dit niet alleen mogelijk voor de gemeenten die deelnemer zijn in Kennispunt Twente, maar voor alle Twentse gemeenten en voor regionale partners. Kennispunt wordt materieel gezien al gebruikt door alle gemeenten, bijvoorbeeld bij de monitoring van het sociaal domein en de arbeidsmarkt. Dat gegeven biedt aanknopingspunten voor een oplossingsrichting, waarbij Kennispunt “iets van ons allen” zou kunnen worden als te behartigen belang van Regio Twente. Daarmee zouden ook alle gemeenten in het algemeen bestuur bestuurlijke zeggenschap krijgen. Het advies is om Kennispunt opdracht te geven om uit te zoeken hoe 14 gemeenten zouden kunnen deelnemen en welke varianten hieruit volgen, te beginnen bij het in kaart brengen van de werkzaamheden die Kennispunt nu al voor de 14 gemeenten samen, en voor de individuele niet deelnemende gemeenten uitvoert. Een harde voorwaarde daarbij is dat er, net zoals nu al voor de deelnemende gemeenten geldt, geen sprake mag zijn van gedwongen winkelnering van gemeenten bij Kennispunt.

Bestuurlijke keuze Het bepalen waar Kennispunt Twente gepositioneerd wordt, is aan de Almelo, Hengelo, Enschede en Regio Twente als eigenaren. Dit is niet aan het algemeen bestuur omdat de huidige Gemeenschappelijke regeling al de mogelijkheid biedt dat Regio Twente fungeert als gastheerorganisatie. De Gemeenschappelijke regeling hoeft niet te worden gewijzigd om dit gastheerschap mogelijk te maken. Wijziging (en dus unanimiteit) zou alleen nodig zijn indien de gemeenten die mogelijkheid in de Gemeenschappelijke regeling zouden laten vervallen. Óf het gastheerschap wordt aangeboden is vervolgens ter beslissing van het (nieuwe) dagelijks bestuur van de vernieuwde Gemeenschappelijke regeling. Ook hiervoor is geen unanimiteit tussen de colleges vereist. Mocht ervoor worden gekozen om op termijn de onderzoekstaak als basistaak op te nemen in de vernieuwde Gemeenschappelijke regeling, dan is hier wel unanimiteit voor vereist. Het algemeen bestuur kan wel een standpunt innemen over waar men, als mede eigenaar van Kennispunt Twente, vindt dat het gepositioneerd zou moeten worden. Daarbij is het van belang dat de verbinding met de andere taakvelden waaraan Kennispunt diensten verleent en de onafhankelijke positie van Kennispunt goed geborgd worden. Tenslotte kan het algemeen bestuur vragen te onderzoeken of en onder welke condities Kennispunt Twente van 14 gemeenten zou kunnen zijn.

Voorgesteld besluit 1. Het standpunt innemen dat de aangepaste Gemeenschappelijke regeling van GGD, OZJT en VTT zou moeten fungeren als gastheerorganisatie voor Kennispunt Twente, waarbij de onafhankelijkheid van Kennispunt ten opzichte van deze Gemeenschappelijke regeling goed is geborgd. 2. Kennispunt Twente verzoeken om in 2020 uit te werken onder welke voorwaarden Kennispunt van alle 14 gemeenten zou kunnen zijn. 23

7. Recreatieve voorzieningen Eerdere besluitvorming en uitgangspunten veranderopdracht In de veranderopdracht is besloten voor Recreatieve Voorzieningen (RV) en het beleidsterrein Vrijetijdseconomie (VTE) met de betrokkenen samen, de best passende en gedragen, positionering en wijze van organiseren van Vrijetijdseconomie en RV te bepalen. Uitwerking RV exploiteert en beheert in het belang van alle 14 Twente gemeenten de gezamenlijke Twentse recreatieparken Hulsbeek, Rutbeek en Lageveld. Daarnaast ontwikkelt en onderhoudt de afdeling recreatieve routes en fietspaden in Twente. Deze uitvoerende activiteiten passen niet bij de 3Osamenwerking die strategisch van aard is. Voor de toekomstige positionering is het van belang rekening te houden met omvang en kwetsbaarheid van RV, de positie hiervan binnen een nieuwe (gast)organisatie, kwaliteit van levering diensten en uitstraling naar derden. Daarnaast zijn van belang de samenwerkingsmogelijkheden, beleidsmatige capaciteit, bestuurlijke verantwoording, meerjaren financiering, afstemming beleid/mogelijkheden voor het binnenhalen van subsidies en juridische aspecten. De werkzaamheden van RV en VTE zijn grotendeels gescheiden. Wat betreft de parken zijn er nauwelijks raakvlakken. Het (uitvoerings-)beleid hoe om te gaan met de parken is een verantwoordelijkheid van RV.

Parken hebben primair een functie voor de eigen inwoners en in die zin is het belang voor het toerisme ook relatief. Twente Marketing promoot de kwaliteit van de routes, omdat de routes en de fietspaden een belangrijk criterium zijn voor toeristen om naar Twente te komen. Op uitvoeringsniveau dient hier te worden samengewerkt en beleid, promotie en uitvoering op elkaar worden afgestemd. Op dit moment vindt dit vrij natuurlijk plaats, omdat beiden binnen Regio Twente zijn georganiseerden samen komen in een bestuurlijk overleg (PHO VTE). Deze verbinding valt weg als VTE en RV niet in dezelfde organisatie worden geplaatst. De samenwerking moet wel anders worden georganiseerd. Na onderzoek blijven er voor de positionering van RV drie opties over: centrumgemeenteconstructie en oprichting van een Gemeenschappelijke regeling met een bedrijfsvoeringsorganisatie (dat is een lichte Gemeenschappelijke regeling, ook wel een bedrijfsvoeringsGemeenschappelijke regeling). RV zou ook achter kunnen blijven in de aangepaste Gemeenschappelijke regeling. De betrokkenheid en zeggenschap van gemeenten blijven in stand en de borging van het publieke karakter van de voorzieningen is op deze wijze ook het sterkst. Onderhoud en beheer van fietspaden en routes zijn overheidstaken en kosten geld. Ook bij de recreatieparken zijn de verdienmogelijkheden beperkt.

De parken zijn immers openbaar toegankelijk en laagdrempelig. De frictiekosten zijn aanzienlijk lager dan bij een stichting, coöperatie of BV/NV. In deze rechtsvormen zullen alle gronden van de parken moeten worden overgedragen naar de nieuwe entiteit en hierover zal 6% (vanaf 2021 7%) overdrachtsbelasting over de marktwaarde moeten worden betaald. Daarbovenop komen nog notariskosten en kadastrale kosten, die overigens ook ontstaan bij overstappen naar een nieuwe Gemeenschappelijke regeling of een gemeente. Afgezien van de overdrachtsbelasting lijken een BV of NV in ieder geval niet gewenst. De werkzaamheden van RV zijn nu eenmaal niet kostendekkend en er is geen winst. Bij een BV of NV is beperkte zeggenschap voor gemeenten. Dit laatste geldt ook voor een stichting. Hier is de zeggenschap voor gemeenten meer op afstand. Ook een coöperatie lijkt niet de juiste vorm. Deze is met name bedoeld om de stoffelijke belangen van de deelnemers te dienen en is niet bedoeld voor exploitatie van gronden.

24

De drie opties, centrumgemeente, oprichting van een lichte bedrijfsvoerings-Gemeenschappelijke regeling of achterblijven in de aangepaste Gemeenschappelijke regeling, zijn afgezet tegen het doel van de veranderopdracht. Bij alle opties kan de bestuurlijke governance zo slank en transparant mogelijk worden georganiseerd. Elke vorm kent voor- en nadelen. De belangrijkste zijn: 1. Een volledig zelfstandige positie maakt RV met slechts 15,9 fte organisatorisch erg kwetsbaar. Plaatsing bij een grotere organisatie is daarom een voordeel. Dit pleit voor een centrumgemeente en plaatsing bij de aangepaste Gemeenschappelijke regeling, niet voor de bedrijfsvoerings-Gemeenschappelijke regeling. 2. Bedrijfsvoering (PIOFJACH-taken) dienen bij een zelfstandige Gemeenschappelijke regeling grotendeels te worden ingekocht. Bij de centrumgemeente en de aangepaste Gemeenschappelijke regeling voor GGD, OZJT en VTT is bedrijfsvoering binnen deze organisaties beschikbaar. Bij de keuze voor de centrumgemeente heeft dit wel tot gevolg dat overhead bij de aangepaste Gemeenschappelijke regeling achterblijft, waarvoor een oplossing moet worden gevonden. Op basis van de huidige toerekening naar de diverse taken gaat het voor RV om een bedrag van ca. € 500.000, waarvan zo’n € 400.000 aan personeelskosten (6 fte verdeeld over verschillende expertises).

Een optie is dat de aangepaste Gemeenschappelijke regeling al dan niet tijdelijk de (relatief geringe) ondersteuning blijft verlenen op gebied van bedrijfsvoering, of een deel van de capaciteit meeneemt. 3. Plaatsing bij een centrumgemeente biedt extra samenwerkingskansen op het taakveld beheer openbare ruimte (BOR), verkleint de kwetsbaarheid en kan de kwaliteit verhogen. Bij de andere opties zijn geen interne samenwerking op inhoud mogelijk. 4. Bij positionering van RV binnen de aangepaste Gemeenschappelijke regeling is er geen juridische wijziging. Bij de overige opties dienen regelingen/overeenkomsten te worden opgesteld. Er zijn ook geen transitie- of frictiekosten bij positionering van RV binnen de aangepaste Gemeenschappelijke regeling. Bij een eigen bedrijfsvoeringsGemeenschappelijke regeling of plaatsing bij een centrumgemeente zijn er waarschijnlijk wel frictiekosten. Dit vergt uitwerking. 5. Bij een centrumgemeente zal het eigendom van en de regie over de drie recreatieparken overgaan naar de nieuwe centrumgemeente. Dit vergt vooraf goede afspraken. Ook de gemeenten, waarin een park is gelegen, dienen hier mee in te stemmen. Bij deze centrumgemeente constructie moet er vanzelfsprekend wel een gemeente zijn die deze rol op zich wil nemen. 6.

Als de centrumgemeente een van de parkeigenaren is, moet deze op commerciële wijze evenementen binnenhalen en eveneens de benodigde vergunningen verlenen. Dat is richting een organisator van een evenement een lastige positie met dubbele petten. Dit kan het hoofd geboden worden, door Recreatieve Voorzieningen onder te brengen bij een andere gemeente dan één van de parkgemeenten. De uiteindelijke keuze hoe RV te organiseren is lastig, omdat er meerdere mogelijkheden zijn, waar voor (zie boven) elk wel goede argumenten zijn. Bij alle juridische vormen, moet enige vorm van bestuurlijk overleg worden georganiseerd. Passend bij de uitgangspunten van de veranderopdracht (focus, eenvoud en transparantie) is dan om de samenwerking te organiseren via een nieuw op te zetten eenvoudige gemeenschappelijke regeling (bedrijfsvoerings-Gemeenschappelijke regeling). Maar dit leidt tot een relatief kleine zelfstandige Gemeenschappelijke regeling voor circa 16 fte. Dat past weer niet bij het uitgangspunt klein en flexibel. Er kan binnen de kaders van de veranderopdracht ook gekozen worden voor een centrumgemeente constructie. Dit biedt samenwerkingsmogelijkheden en efficiency-voordelen, maar is ook ingewikkeld vanwege eigenaarschap van parken en routenetwerken in andere gemeenten.

Een aantal gemeenten wil eveneens onderzocht hebben wat de mogelijkheid is om het eigendom aan de gemeenten over te dragen waar de parken ingelegen is, waarbij de 14 gemeenten wel samen verantwoordelijkheid nemen voor het bezit en de medewerkers. Deze optie is nog onvoldoende onderzocht. De optie om RV te laten in de huidige 25

Gemeenschappelijke regeling brengt de minste transitiekosten met zich mee. Daarnaast kun je er voor pleiten dat onze recreatieve routes en parken wel degelijk bij kunnen dragen aan een gezondere levensstijl voor alle Twentenaren. De conclusie is dat op dit moment geen gedeeld standpunt ingenomen wordt. Daarom is het voorstel om een bestuurlijke werkgroep in te richten om nader te onderzoeken wat de meest geschikte rechtsvorm is, waarbij recht wordt gedaan aan de wens om met 14 gemeenten samen te blijven werken, in een organisatie waarmee recht wordt gedaan aan de beperkte organisatie omvang van recreatieve voorzieningen en waarmee de uitvoering van de taken in de toekomst net zo goed of zelfs beter kan plaats vinden. Bestuurlijke keuze Er zijn meerdere goede opties om Recreatieve Voorzieningen te organiseren. Gemeenten zitten hier nog steeds verschillend in, maar de wens is wel om hierin met de 14 gemeenten gezamenlijk op te trekken. Enerzijds is de wens om het goed te regelen, met focus en eenvoud en tegen zo laag mogelijke kosten. De besluitvorming voor de positionering van Recreatieve voorzieningen moet geen struikelblok zijn voor de transitie. Anderzijds moet recht worden gedaan aan de toch beperkte omvang (in fte’s en budget) van recreatieve voorzieningen.

Indien een nieuwe Gemeenschappelijke regeling wordt opgericht, of het te behartigen belang uit de huidige gemeenschappelijke regeling wordt gehaald, is unanimiteit van de 14 colleges vereist. Voorgesteld besluit 1. Voor de toekomstige positionering van Recreatieve Voorzieningen: A. een bestuurlijke werkgroep op te richten vanuit het algemeen bestuur, met daarin in ieder geval de bestuurders uit de 3 parkgemeenten; B. De werkgroep te vragen advies uit te brengen over de meest geschikte rechtsvorm; C. De werkgroep te vragen uiterlijk 1 oktober een advies te geven aan het algemeen bestuur. 2. Indien de werkgroep geen eensluidend advies kan geven, te besluiten Recreatieve voorzieningen te voegen bij de Gemeenschappelijke regeling GGD/OZJT/VTT en dus te laten in de huidige gemeenschappelijke regeling.

26

8. Coalitions of the willing Uitgangspunten veranderopdracht In de veranderopdracht is besloten om overige onderdelen waarvoor Regio Twente nu het gastheerschap vervult, door de deelnemende gemeenten zelf te laten organiseren. Dit betreft, naast het al hiervoor besproken Kennispunt Twente en Samen14, Milieu Duurzaamheid Afval (MDA), Twentse Kracht, IT-Platform en Netwerkstad Twente. In het kader van MDA is de positionering van de Regionale Energie Strategie een aandachtspunt. De RES is een coalitie met een ander karakter, waardoor verwarring kan ontstaan. Het is een verplichte samenwerking tussen o.a. de gemeenten, provincie en waterschappen en moet dus worden georganiseerd. Maar het is geen te behartigen belang van Regio Twente. Regio Twente is ook in dit geval gastheer, waarbij de platformen van MDA worden gebruikt voor ambtelijke en bestuurlijke afstemming. Uitwerking Coalitions of the willing zijn vrijwillige samenwerkingen van 2 of meer gemeenten (kan ook zijn 14) en eventuele andere organisaties die gefaciliteerd worden door Regio Twente. Omdat het om vrijwillige samenwerkingen gaat, is het niet de bevoegdheid van het algemeen bestuur om te beslissen over de wijze waarop de coalities worden georganiseerd. Vanwege de ontvlechting en in enkele gevallen de betrokkenheid van Regio Twente als deelnemer, wordt het algemeen bestuur hier wel over geïnformeerd.

Daarnaast kunnen er financiële consequenties zijn voor Regio Twente vanwege de overheadbijdrage van een coalition of the willing aan Regio Twente. Regio Twente levert als gastheer organisatie bedrijfsvoerings-dienstverlening (PIOFJACH) aan de coalitions of the willing. De totale financiële omvang van de dienstverlening bedraagt € 666.000 op jaarbasis. De coalities die de meeste dienstverlening afnemen zijn Kennispunt Twente en de Agenda voor Twente. Indien coalities elders worden ondergebracht en geen dienstverlening meer wordt ingekocht bij de opvolger van Regio Twente ontstaat een begrotingsgat, omdat we vanwege de relatief kleine dienstverbanden die gekoppeld zijn aan de coalities, niet alle bedrijfsvoeringscapaciteit mee kunnen geven aan de coalities. Dit betekent dat die overcapaciteit bij Regio Twente blijft zitten. Hierop wordt op dit moment overigens al wel geanticipeerd door het niet verder invullen van vacatures in de overhead functie (zie hoofdstuk 11 voor een verdere toelichting). Coalition of the Willing Agenda voor Twente Kennispunt Twente Twentse Kracht / Trainees IT-Platform Milieu, Duurzaamheid en Afval (MDA) Netwerkstad Twente Totaal

Overhead bijdrage 2020 (in €) 269.000 201.000 95.000 66.000 20.000 15.000 666.000

Het nadelige effect op de begroting kan gedeeltelijk gedempt worden door het gastheerschap voor de bedrijfsvoerings-dienstverlening te blijven organiseren voor de uitgevlochten onderdelen vanuit de achterblijvende Gemeenschappelijke regeling. Dit gaat echter wel ten koste van het uitgangspunt dat bedrijfsvoering ondersteuning in principe mee moet gaan met de betreffende uit Regio Twente geplaatste onderdelen. Op dit moment zijn deze coalities als gast ondergebracht bij Regio Twente, met daarbij de rol van Regio Twente nu en het voorstel voor de toekomstige organisatie.

27

Coalitie

Rol Regio Twente

Netwerkstad Twente Milieu Duurzaamheid Afval

Twentse Kracht

Gastheer Gastheer op basis bestuursopdracht Verplichte samenwerking, maar het is geen te behartigen belang van Regio Twente. Regio Twente is gastheer, waarbij de platformen van MDA worden gebruikt voor ambtelijke en bestuurlijke afstemming. Gastheer en deelnemer

IT-Platform

Gastheer en deelnemer

Samen 14

Gastheer in relatie tot OZJT

Agenda voor Twente 20182022 Kennispunt Twente

Gastheer als uitvoerder van de agenda Gastheer en deelnemer

RES

Voorstel toekomstige organisatie Eén van de 5 deelnemers Koppelen aan voorzitterschap (nu Twenterand) Gastheerschap van deze samenwerking te laten bepalen door de 14 gemeenten en de andere deelnemers aan de samenwerking via het PHO MDA

Keuze maken uit 4 gemeenten die belangstelling hebben: Twenterand, Oldenzaal en Enschede Keuze maken uit Hengelo en Enschede Zie paragraaf 5.3 als gast bij GGD / OZJT / VTT Bij 3O samenwerking Zie hoofdstuk 6: als gast bij GGD, OZJT/VTT

Bestuurlijke keuze Het is geen bevoegdheid van het algemeen bestuur om te beslissen over de wijze waarop de coalities worden georganiseerd, maar vanwege de ontvlechting en in enkele gevallen de betrokkenheid van Regio Twente als deelnemer, moet het algemeen bestuur hier wel over worden geïnformeerd. Daarnaast heeft de ontvlechting van de coalities effecten op de kosten voor bedrijfsvoering, omdat de bedrijfsvoering elders wordt georganiseerd en niet alle bedrijfsvoeringscapaciteit mee kan gaan naar de nieuwe situatie, vanwege de kleine dienstverbanden per coalitie. Voorgesteld besluit 1. Het in hoofdstuk 8 opgenomen voorstel voor de toekomstige situatie en de mogelijke financiële consequenties voor kennisgeving aannemen. 2. Inspannen om, samen met de nieuwe gastgemeenten, goede afspraken te maken over de bijbehorende PIOFJACH capaciteit , waardoor de ontvlechtingskosten voor Regio Twente zo laag mogelijk blijven.

28

9. Bestuurlijke vereenvoudiging Eerdere besluitvorming en uitgangspunten veranderopdracht Een belangrijke gewenste uitkomst van de veranderopdracht is regionale samenwerking die concreet simpeler is met aantoonbaar minder tafels. Het aantal overlegvormen moet worden teruggedrongen, om zo via vereenvoudiging tot versterking van de samenwerking te komen. Hierbij moeten ook allerlei aanpalende stuurgroepen betrokken worden. Het uiteindelijke resultaat is afhankelijk van de met dit transitieplan te maken keuzes. Uitwerking De belangrijkste reden van de transitie van Regio Twente, zoals geadviseerd door de Kring van Gemeentesecretarissen, is het versterken van de regionale samenwerking door focus en eenvoud. Nu is er nog sprake van een geïntegreerde gemeenschappelijke regeling met 5 basistaken en die de mogelijkheid biedt om vrijwillige samenwerking van twee of meer gemeenten en andere organisaties als een coalition of the willing bij Regio Twente onder te brengen. Dit heeft geleid tot een complexe bestuurlijke inrichting, waarbij niet meer duidelijk is wie waar over gaat en er onderwerpen zijn die voor diverse overleggen worden geagendeerd.

De inhoudelijke focus moet ook bestuurlijke vereenvoudiging als resultaat opleveren en daarmee het terugbrengen van het aantal bestuurlijke overleggen. Deze paragraaf beoogt inzicht te verschaffen in hoeverre de bestuurlijke vereenvoudiging wordt bereikt. Huidige en beoogde/voorgestelde bestuurlijke overleggen: Onderdeel Algemeen

Huidig Algemeen bestuur Dagelijks bestuur

Karakter overleg Bestuursorgaan Regio Twente Bestuursorgaan Regio Twente

Voorstel Wordt bestuursorgaan GR GGD/OZJT/VTT Wordt bestuursorgaan GR GGD/OZJT/VTT

29

Onderdeel

Huidig Auditcommissie

Karakter overleg Adviesorgaan vanuit het PB middelen t.b.v. het algemeen bestuur

Voorstel Auditfunctie blijven behouden

Sociaal economische structuurversterking

Bestuurscommissie Agenda van Twente

Bestuursorgaan Regio Twente

Vervalt

Sturingscommissie Agenda voor Twente Stuurgroep Regio Deal

Ingesteld door BC AvT

Vervalt

Ingesteld met instemmen van portefeuillehoudersoverleg Economische Zaken Adviesorgaan Regio Twente t.b.v. DB Adviesorgaan Regio Twente t.b.v. DB

Vervalt

Nu advies orgaan Regio Twente en overlegorgaan arbeidsmarktregio Twente met Enschede als primus inter pares . Mogelijk ook op thema’s adviesorgaan voor Twente Board Overlegorgaan van de 3O’s Nu adviesorgaan Regio Twente t.b.v. DB.

Er wordt geen wijziging verwacht (is aan de arbeidsmarktregio om e.e.a. te bepalen).

Portefeuillehouders overleg Economische Portefeuillehouders overleg Vrijetijdseconomie Sociaal economische structuurversterking en Recreatieve Voorzieningen Portefeuillehouders overleg Arbeidsmarkt

Twente Board Portefeuilleberaad belangenbehartiging

Gezondheid en Zorg

Bestuursorgaan van de 3O’s Mogelijk adviesorgaan voor Twente Board en/of colleges B&W of overgenomen door bestuurlijk overleg SES. Bestuurlijk (afstemmings)overleg voor overheidssamen-werking op gebied van SES, waar o.a. de input vanuit de overheid wordt geleverd voor de Twente Board

Niet bestaand

Nieuw afstemmingoverleg t.b.v. colleges B&W

Bestuurscommissie Publieke Gezondheid Bestuurscommissie OZJT

Bestuursorgaan Regio Twente Bestuursorgaan Regio Twente Coalition of the willing t.b.v. 14 colleges B&W

Vervalt (wordt Algemeen bestuur GR GGD/OZJT/VTT). Vervalt (wordt Algemeen bestuur GR GGD/OZJT/VTT). Wordt gehandhaafd (kan vergadertechnisch gekoppeld worden aan Algemeen bestuur GR GGD/OZJT/VTT)

Op basis bestuursovereenkomst besluitvormend overleg

Er wordt geen wijziging verwacht (is aan de deelnemers)

Bestuurlijk Overleg Samen 14 (nu gekoppeld aan BC OZJT)

Kennispunt Twente

Functie wordt overgenomen door nieuw afstemmingsoverleg SES Wordt nieuwe algemeen bestuur voor recreatieve voorzieningen. Voor gemeentelijke afstemming op VTE kan het gemeentelijke 3O afstemmingsoverleg worden benut of dit algemeen bestuur voor RV.

Bestuurdersoverleg Kennispunt Twente

30

Onderdeel Coalitions of the willing

Overig

Huidig Portefeuillehouders overleg Milieu Duurzaamheid Afval

Karakter overleg Afstemmingsoverleg t.b.v. 14 colleges B&W

Bestuurlijk overleg Netwerkstad

Afstemmingsoverleg t.b.v. 5 colleges B&W

Stuurgroep Business in Twente Portefeuillehouders overleg Mobiliteit

Afstemmingsoverleg t.b.v. 14 colleges B&W Adviesorgaan van GS en afstemmingsoverleg t.b.v. 14 colleges B&W

Voorstel Er wordt geen wijziging verwacht (is aan de betrokken colleges B&W om e.e.a. te bepalen of dit overleg gehandhaafd wordt Er wordt geen wijziging verwacht (Is aan de 5vcolleges van B&W, en de provincie voor zover het BO OA NT betreft) Vervalt Er wordt geen wijziging verwacht (is aan GS en colleges B&W om e.e.a. te bepalen; Wat betreft overleggen tussen de 14 gemeenten, betrekken bij bestuurlijk overleg in kader SES)

Het integrale hoofdlijnenbesluit over de veranderopdracht, zoals in dit transitieplan verwoord, zorgt voor minder bestuurlijke overleggen. Wanneer de hiervoor vermelde voorstellen worden overgenomen kan er een aanzienlijke vermindering in het aantal bestuurlijke overleggen worden gerealiseerd. Van de huidige 21 overleggen blijven er, afhankelijk van de keuzes die worden gemaakt, 12 over en komt er 1 bij. Het is lastig om te kwantificeren, hoeveel dit in euro’s oplevert. Want de afname leidt niet alleen binnen de regionale samenwerking tot bestuurlijke vereenvoudiging. Ook bij de gemeenten zelf zal dit leiden tot meer efficiency door minder ambtelijke en bestuurlijke inspanningen rondom de regionale bestuurlijke overleggen. Een kanttekening is dat door de ontvlechting, meer afstemming nodig zal zijn tussen de verschillende onderdelen. Mogelijk dat ook voor de coalities die straks bij een gemeente landen, toch behoefte is aan (bestuurlijk) overleg tussen de deelnemers. Voor een aanpassing van de GR, is instemming van alle deelnemers (colleges) nodig. De nieuwe bestuurlijke inrichting zal in de Gemeenschappelijke regeling worden beschreven. Zo zal er geen sprake meer zijn van bestuurscommissies die door het algemeen bestuur worden ingesteld, vooral de toelichting bij de bestuurlijke inrichting moet worden aangepast.

Voor de 3O samenwerking wordt een bestuurlijk overleg ingericht op basis van een bestuursovereenkomst met alle 14 gemeenten. Voorgesteld besluit Instemmen met het terugbrengen van het aantal bestuurlijke overleggen als vermeld in paragraaf 9.1.

31

10. Rol van colleges en raden Eerdere besluitvorming en uitgangspunten veranderopdracht Het algemeen bestuur heeft aandacht gevraagd voor de rollen van het college en de raad, alsmede de democratische legitimiteit. Men wil inzicht in wat de rol is van de colleges en de raden in de nieuwe vorm van gemeentelijke samenwerking en de 3O samenwerking en hoe de democratische legitimiteit wordt geborgd. Er moet ook ingegaan worden op de verschillende scenario’s betreffende de stemverhoudingen tussen gemeenten. Tenslotte is aandacht gevraagd voor de positionering van de Twenteraad.

10.1 Rol van raden en borging democratische legitimiteit in de 3O samenwerking In de veranderopdracht is opgenomen dat de toekomstige samenwerking in Twente voor sociaaleconomische structuurversterking aangestuurd moet vanuit worden de 3O’s. Het algemeen bestuur heeft gevraagd om duidelijk te zijn over de rol die er dan is voor de colleges en de raden en aandacht te hebben voor democratische legitimiteit. Sociaal economische structuurversterking gaat om vrijwillige samenwerking. Deze is niet gebaseerd op wetgeving en er is geen sprake van overdracht van gemeentelijke taken aan de 3Osamenwerking. De colleges zijn aan zet. De colleges blijven in positie doordat de Twentse gemeenten worden vertegenwoordigd in het 3O-bestuur door afgevaardigden op collegeniveau. In het bestuur hebben 13 Twentse gemeenten samen 3 zetels, waarop zij roulerend plaats nemen. Gemeente Enschede heeft een kwaliteitszetel. Voor afstemming tussen de 14 gemeenten, wordt 4-6 keer per jaar een bestuurlijk overleg georganiseerd (zie paragraaf 4.1). De raden hebben een belangrijke rol bij planvorming en het beschikbaar stellen van financiële middelen, zoals in 2017 bij de Agenda voor Twente. Deze rol blijft belangrijk en de betrokkenheid van de raden wordt in de 3O samenwerking zeker niet minder. Maar de context verandert wel .

In de nieuwe samenwerking bepaalt de overheid namelijk niet meer alleen, maar samen met ondernemers en onderwijs, het gevoerde beleid. Het is geen te behartigen belang meer van de gemeenschappelijke regeling en niet meer alleen een overheidsaangelegenheid. In de 3O-samenwerking zal de overheid samen met de andere O’s het goede doen voor de inwoners van Twente. Alle vertegenwoordigers van onze inwoners hebben daarbij een belangrijke rol, waaronder de gemeenteraden, maar ook de vertegenwoordigers van onderwijs en ondernemers. Voor het voor het slagen van de 3O samenwerking, is het van doorslaggevend belang dat gemeenten vertrouwen leggen bij het 3O-bestuur en dat er sprake is van rolzuiverheid. Het is aan het 3O samenwerking om de inhoudelijke agenda te bepalen. Kaderstelling gebeurt vooral via de overheidsvertegenwoordiging in de 3O samenwerking. Ook in de nieuwe samenwerking is het van groot belang dat de raden via de actieve en passieve informatieplicht van het college in positie blijven. Bij de totstandkoming van de 3O plannen moeten de raden in het proces meegenomen worden, zodat zij voldoende geïnformeerd zijn en in positie zijn om te besluiten of ze aan het uiteindelijke 3O plan budgetten willen toekennen.

Hier zal het bestuurlijk overleg tussen de 14 gemeenten een belangrijke schakel in zijn, waarbij goede afstemming en terugkoppeling van het door het 3O bestuur gevoerde beleid noodzakelijk is. Daarbij zou ook het presidium van de Twenteraad een rol kunnen spelen. Ook kan de 3O organisatie zelf een actieve rol hebben in het verstrekken van informatie aan de achterbannen, inclusief de raden. Bijvoorbeeld door het verzorgen van een jaarlijkse toelichting op jaarplan en evaluatie in de individuele raden of aan de Twenteraad. 32

Wat ook echt anders is bij een 3O samenwerking, is de borging van democratische legitimiteit. Deze is anders geborgd, maar zeker niet minder. Door een open bestuursstijl en door beleid en uitvoering samen op te pakken met belangrijke externe stakeholders vanuit onderwijs en ondernemers, vergroot je de legitimiteit van de totstandkoming van de resultaten. Het is goed om te weten dat in de regio Eindhoven, waar Brainport is gevestigd, men enkele jaren voor ligt op Twente m.b.t. de inrichting van de dit soort 3O samenwerkingen. Daar heeft men enige tijd moeten zoeken naar passend evenwicht voor alle betrokkenen en heeft men voor gekozen om de Gemeenschappelijke Regeling MRE (Metropoolregio Eindhoven) te handhaven voor overleg tussen de deelnemende gemeenten op gebied van sociaal economische structuurversterking. Op basis van de praktische uitwerking is gekeken naar Brainport Eindhoven, omdat de rol van colleges en raden daarin wel vergelijkbaar zijn. Daaraan is toegevoegd, de betrokkenheid van de achterbannen aan de voorkant, bij het ophalen van informatie voor de kaders van een meerjarenplan. Op basis daarvan is onderstaande werkwijze geformuleerd: 1. Het 3O-bestuur neemt het initiatief tot een (nieuw) meerjarenplan door de contouren/kaders, uitganspunten en randvoorwaarden te formuleren; 2.

De delegaties in het 3O-bestuur halen op basis van deze kaders input op bij hun achterbannen. In het geval van de overheidsdelegatie, doen de colleges dit - via het bestuurlijke overleg van de 14 gemeenten op het gebied van SES - bij hun gemeenteraden; 3. Het 3O-bestuur maakt een meerjarenplan en vraagt voor de uitvoering in de planperiode investeringsmiddelen van de gemeenten (t/m 2022 gelden Agenda voor Twente 2018-2022 en Regio Deal). 4. Op basis van (bespreking van) dit meerjarenplan stellen de gemeenteraden de benodigde meerjareninvestering beschikbaar voor de werkorganisatie en investeringen; 5. Het meerjarenplan wordt uitgewerkt in jaarplannen. 6. De jaarplannen en verslagen worden ter kennisname gedeeld met de colleges. De directeur 3Oorganisatie bezoekt jaarlijks alle raden (of enkele gezamenlijk) voor terugblik op vorige jaar en schetsen contouren voor komende jaar; 7. Raadsleden van een gemeente worden uitgenodigd bij bedrijfsbezoeken aan bedrijven in hun gemeente. Ten slotte hebben de raden ook een belangrijke rol bij het oprichten van en deelnemen in een juridische entiteit (artikel 160 Gemeentewet). Het besluit tot oprichten of deelneming in stichtingen etc. wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

Bestuurlijke keuze: Door het besluit van 11 december 2019 is de keuze al gemaakt voor 3O samenwerking. In de 3Osamenwerking zullen de gemeenten samen met de andere O’s het goede doen voor de inwoners van Twente. De vertegenwoordigers van onze inwoners vanuit de overheid moeten ook in de nieuwe samenwerking een dusdanige positie krijgen, dat zij hun rol goed kunnen uitvoeren. Ook de vertegenwoordigers van onderwijs en ondernemers moeten een goede positie krijgen. In dit transitieplan gaat het vooral om het vorm geven van de rol voor de colleges en de raden en aandacht voor democratische legitimiteit. Voorgesteld besluit: Betrekken van colleges en raden bij de 3O samenwerking volgens de in paragraaf 10.1 genoemde werkwijze.

33

10.2 Rol colleges en raden in de andere onderdelen van regionale samenwerking Naast de rol van het college in de 3O samenwerking (zie paragraaf 4.1 en 10.1) heeft het college vanzelfsprekend in alle vormen van collegesamenwerking de wettelijke actieve informatie- en verantwoordingsplicht op grond van de Gemeentewet. Verder heeft de raad de wettelijke rollen op grond van de Wgr. De Gemeenschappelijke regeling van Regio Twente kent nu enkele vrijwillig opgenomen bepalingen over de rol van de raden: • Zienswijzeprocedure voorafgaand aan vaststellen vierjaarlijks werkprogramma (dat het karakter heeft van een beleidsprogramma) door het algemeen bestuur; • Aan eind van elke zittingsperiode evaluatie van de Gemeenschappelijke regeling door het algemeen bestuur, gehoord de raad; Deze bepalingen kunnen in de aangepaste Gemeenschappelijke regeling van GGD, OZJT en VTT gehandhaafd blijven. Voor deze samenwerking verandert er dan voor de rol van de raden niets. Voor de coalitons of the willing verandert feitelijk ook niets, omdat ook hier de actieve informatie- en verantwoordingsplicht op grond van de Gemeentewet blijft gelden, ongeacht de plaats waar de samenwerking is georganiseerd. Het vorm geven van de rol van de raad bij Recreatieve Voorzieningen is afhankelijk van de keuze voor de juridische vorm.

Men kan er sowieso voor kiezen om af te zien van de zienswijzeprocedure bij het beleidsprogramma omdat dit voor een uitvoeringsorganisatie eigenlijk niet aan de orde is. Tegen de achtergrond van dit transitieplan, speelt een aanstaand wetsvoorstel voor wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het doel van deze wijziging is het versterken van de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen. Het gaat om het versterken van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen (verruiming zienswijzen, introductie gezamenlijke raadscommissie, verruiming mogelijkheden raadsleden in bestuur van een collegeregeling, verplichte afspraken over participatie, actieve informatieplicht, introductie vergoeding voor lidmaatschap regionale commissies). Het gaat ook om aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden (introductie gemeenschappelijk enquêterecht, verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers richting bestuur gemeenschappelijke regeling). Ten slotte gaat het om het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling (afspraken over evaluatie, aanscherping afspraken uittreding, betere aansluiting begrotingscyclus gemeenschappelijke regeling op gemeentelijke cyclus). Het is op moment van schrijven van dit transitieplan echter te vroeg om hier op te anticiperen.

De verwachting is dat deze wijziging niet al per 1/1/2021 in werking treedt. Er is nog geen formeel wetsvoorstel dat bij de Tweede Kamer is ingediend. Ná de inwerkingtreding hebben Gemeenschappelijke regelingen nog een jaar de tijd om hun gemeenschappelijke regeling aan te passen. Veel aanpassingen zijn optioneel, dus de uitwerking daarvan zal een separaat traject vragen, waarbij eveneens de raden worden betrokken. Daarom is gekozen om deze aanstaande wetswijziging nog niet in dit transitieplan mee te nemen. Bestuurlijke keuze Bepalen welke rol de colleges en raden krijgen in de vernieuwde samenwerking. Voorgesteld besluit 1. Voor de aangepaste GR/GGD/VTT/OZJT, naast de wettelijke rol, de raden via een zienswijzeprocedure betrekken bij het werkprogramma en de evaluatie (beiden vierjaarlijks). 2. Bij Recreatieve Voorzieningen, de wettelijke rol van de raad niet verder uitbreiden en hiervoor aan te sluiten bij de rol van de raden in de aangepaste GR GGD/VTT/OZJT.

34

10.3 Twenteraad De Twenteraad bestaat sinds de aanpassing van de gemeenschappelijke regeling Regio Twente, eind 2015. De Twenteraad is ontstaan uit de wens om meer vorm en inhoud te geven aan de betrokkenheid van de gemeenteraden bij Regio Twente, na het verdwijnen van de “gemengde” regeling, waarbij ook raadsleden in het algemeen bestuur zaten. De positie van de Twenteraad is echter niet verankerd in de Gemeenschappelijke regeling van Regio Twente, omdat over de positie van de raden en de voorgestelde werkwijze van de Twenteraad op dat moment nog te veel verschillen van opvatting tussen de gemeenten bestonden. Ondanks de niet-formele positie, is de Twenteraad wel van de grond gekomen en zijn de afgelopen jaren een aantal succesvolle bijeenkomsten georganiseerd. Het ging daarbij overigens niet alleen over thema’s die Regio Twente betreffen. Vanuit Regio Twente zijn de werkzaamheden voor de Twenteraad, presidium en griffiers gefaciliteerd. Voor het organiseren van de Twenteraden hebben de gezamenlijke gemeenten € 20.000,- per jaar beschikbaar. Dit budget wordt beheerd bij Regio Twente. In de afgelopen jaren hebben de bijeenkomsten van de Twenteraad voor vele betrokkenen hun waarde bewezen. De continuering hiervan is daarom aan te bevelen.

De Twenteraad kan ook in de toekomst als platform een bijdrage leveren in het verkleinen van de afstand tussen regionale samenwerking en lokaal bestuur. Het collectieve element van de Twenteraad heeft daarin een extra waarde, boven op de verhoudingen tussen de individuele colleges en hun gemeenteraden. De mate waarin gemeenten actief gebruik maken van, en participeren in, een Twenteraad kan en mag natuurlijk variëren. Afhankelijk van de ‘couleur locale’ is dit aan iedere gemeente afzonderlijk. De Twenteraad vervangt uiteraard ook niet het fundament van de klassieke verhoudingen tussen het college en de lokale gemeenteraad. De Twenteraad is er in beginsel voor alle verbonden partijen van de 14 gemeenten. Omdat Regio Twente wordt omgevormd tot een Gemeenschappelijke regeling die zich beperkt tot GGD, OZJT en VTT, is het in het kader van focus en eenvoud niet logisch om de Twenteraden vanuit de aangepaste Gemeenschappelijke regeling te faciliteren. Daarnaast is er vanuit de aangepaste Gemeenschappelijke regeling geen algemene personele capaciteit om de Twenteraad, het overleg van het presidium en de griffiers te faciliteren. Dit pleit voor facilitering vanuit de gemeenten zelf, inclusief overheveling van het daarvoor beschikbaar gestelde budget. De griffiers en het Twenteraad presidium zouden hierover meer concrete afspraken kunnen maken.

Om de belasting evenwichtig te verdelen, zou gedacht kunnen worden aan clustering (zoals we vaker doen in Twente) in groepjes gemeenten, die bij toerbeurt de organisatie van een Twenteraad vormgeven. Op die manier kunnen we de gevoelde afstand van gemeenteraden tot bijvoorbeeld de sociaaleconomische samenwerking in het 3O-bestuur verkleinen. De Twenteraad kan nadrukkelijk, net als nu, ook andere thema’s bij de kop pakken en deze lichter of zwaarder agenderen, afhankelijk van de couleur locale van het organiserende cluster. Bestuurlijke keuzes De Twenteraad is niet verankerd in de Gemeenschappelijke regeling van Regio Twente. Daarom kan het algemeen bestuur hier geen besluit over nemen. Het algemeen bestuur kan wel een standspunt innemen over het belang van de Twenteraad in de regionale samenwerking en een suggestie doen voor de toekomstige positionering van de Twenteraad. Voorgesteld besluit Het presidium van de Twenteraad te adviseren de Twenteraadbijeenkomsten te handhaven t.b.v. alle regionale samenwerkingsvormen tussen de gemeenten en te adviseren de bijeenkomsten daarvan te laten faciliteren door clusters van gemeenten, via door de griffiers te maken afspraken. 35

10.4 Stemverhouding In de veranderopdracht is besloten dat in de uitwerking verschillende scenario’s moeten worden onderzocht over de stemverhoudingen tussen gemeenten. Op 25 september 2019 is besloten om bij de inrichting van de overheidssamenwerking uit te gaan van een bestuurlijk orgaan waarin alle 14 gemeenten zijn vertegenwoordigd. In dat overleg vindt besluitvorming plaats op basis van meerderheid van stemmen (1 gemeente, 1 stem) en bij financiële besluiten een gewogen meerderheid (inwoneraantal). Ook is unanimiteit vereist over het toevoegen van taken/onderdelen aan de samenwerking. In het kader van de transformatie van Regio Twente die per 1 januari 2016 is doorgevoerd is er een discussie geweest over de stemverhouding bij besluitvorming in het algemeen bestuur. Dit heeft erin geresulteerd dat voor besluiten over de begroting(swijzigingen), jaarrekening en investeringen die gefinancierd worden met een gemeentelijke bijdrage het inwoneraantal van de gemeente per 1 januari van het betreffende jaar als stemverhouding geldt. Voor overige besluiten geldt nu dat elk algemeen bestuur-lid 1 stem heeft. Het besturingsmodel voor de 3O-samenwerking kenmerkt zich doordat op basis van gelijkwaardigheid door de partners gestuurd wordt en besluitvorming plaatsvindt (zie algemeen bestuur-voorstel 11 december 2019). In de Twente Board past dus niet het hanteren van een stemverhouding.

Het is aan de Twente Board om te bepalen hoe men met de stemverhouding omgaat. Voor de overheidssamenwerking op gebied van sociaal economische structuurversterking, via de bestuursovereenkomst, is het van groot belang dat de gemeenten samen blijven optrekken. Uit eerdere ervaringen met de Agenda voor Twente, volgt de uitdrukkelijke wens van een aantal gemeenten om unaniem te besluiten over initiatieven waarvoor additioneel geld nodig is, zoals een opvolger van de Regio Deal. Men wil dan niet dat hier met een meerderheid over besloten kan worden. Als een meerderheid de samenwerking wel wil, dan mag dat de 3O samenwerking niet belasten. Dit punt moet in de bestuursovereenkomst nader worden uitgewerkt, conform de hierboven genoemde kaders. De Gemeenschappelijke regeling van GGD, OZJT en VTT is vooral een uitvoeringsorganisatie. Voor deze Gemeenschappelijke regeling is het logisch de huidige stemverhoudingen aan te blijven houden. Echter is de wens van een aantal gemeenten om in het kader van het democratisch gehalte ook het inwoneraantal te laten meewegen in reguliere besluitvorming.

Dit leidt tot het volgende voorstel: voor besluiten over de begroting(swijzigingen), jaarrekening en investeringen die gefinancierd worden met een gemeentelijke bijdrage, geldt het inwoneraantal van de gemeente per 1 januari van het betreffende jaar als stemverhouding (en geen meerderheid van stemmen). Daarnaast geldt dat bij reguliere besluiten, dat niet alleen met een meerderheid van gemeenten besloten kan worden, maar dat daar altijd ook een meerderheid van inwoners van Twente vereist is. Indien Recreatieve voorzieningen in deze Gemeenschappelijke regeling blijft, zal ook deze stemverhouding voor hen gelden. Als zij een andere rechtsvorm kiezen, wordt voorgesteld om voor de stemverhoudingen dezelfde afspraken te hanteren als binnen de Gemeenschappelijke regeling. Deze aanpassing vraagt uiteindelijk om een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling en dus een unaniem standpunt van de colleges met toestemming van de raden. Bestuurlijke keuze Bepalen welke stemverhoudingen moet worden gehanteerd bij de nieuwe vormen van regionale samenwerking.

36

Voorgesteld besluit 1. Voor de GR GGD/VTT/OZJT het inwoneraantal blijven hanteren voor de vaststelling van begroting(swijzigingen) en jaarrekening en voor de reguliere besluiten het zo te regelen dat niet alleen met een meerderheid van gemeenten besloten kan worden, maar dat daar altijd ook een meerderheid van inwoners van Twente bij vereist is. 2. Voor de stemverhouding bij Recreatieve Voorzieningen, aansluiting zoeken bij de stemverhoudingen van de GR GGD/VTT/OZJT. 3. Voor de overheidssamenwerking over sociaal economische structuurversterking in de bestuursovereenkomst opnemen dat unanimiteit is vereist voor het beschikbaar stellen van additioneel geld.

37

11 Financiële hoofdlijnen van het transitieplan Eerdere besluiten en uitgangspunten veranderopdracht In de veranderopdracht staat dat gezorgd moet worden voor indicatoren voor efficiëntie en effectiviteit, zodat de verbeteringen en voordelen kwantitatief zichtbaar worden. Er is geen sprake van een kwantitatieve financiële taakstelling, maar het resultaat van de transitie moet zijn dat dit structureel efficiënter en effectiever moet zijn en daarmee goedkoper op de langere termijn dan in de huidige situatie. Dekking van de frictiekosten/veranderkapitaal vindt plaats uit het te behalen voordeel.

11.1 Algemeen financieel kader Belangrijk om te realiseren is dat uitvlechten niet per definitie leidt tot financiële voordelen. In de afgelopen jaren zijn bij Regio Twente vele vormen van (vrijwillige) regionale samenwerking gestart, vanwege de te realiseren schaalvoordelen. Met de ontvlechting, wordt een deel van deze schaalvoordelen teniet gedaan en moet het efficiëntievoordeel ergens anders worden gevonden, op plekken waar de ontvlochten onderdelen georganiseerd gaan worden. Voordelen kunnen pas ontstaan door besluiten over taakstellingen of het afschalen van taken. De huidige programmabegroting 2021 wordt als vertrekpunt genomen waardoor er ook voor de transitiefase een duidelijk financieel kader is. De begroting van 2021 is identiek aan die van 2020, met uitzondering van indexering van de salarissen en prijzen in 2021. De huidige kosten uit de programmabegroting 2021 worden daarom als vertrekpunt genomen. Dat wil zeggen dat de bedragen die voor de verschillende onderdelen in de programmabegroting zijn opgenomen, leidend zijn. Het resultaat van de transitie moet zijn dat het op termijn structureel efficiënter en effectiever en daarmee goedkoper moet zijn dan de huidige situatie.

Voordelen op basis van taakstellingen of besluiten omtrent taken worden uitgewerkt in de fase van de implementatie, als de bestuurlijke keuzes met betrekking tot het gevraagde dienstenniveau/ambitieniveau van het basistakenpakket en door een verdere optimalisering van de inrichting van de uit te vlechten organisaties definitief zijn.

11.2 Uitwerking Hieronder treft u een weergave van de huidige begrote financiële omvang per 2021 (IST-situatie) van de uitwerkingen van het hoofdlijnen besluit. In de hieronder weergegeven kosten is rekening gehouden met de eigen overhead van een taakveld/programma. De centrale PIOFJACH-overhead treft u aan in het programma Bestuur & Ondersteuning. Eén Gemeenschappelijke regeling voor GGD, OZJT en VTT In de huidige programmabegroting 2021 zijn de begrotingen van GGD, OZJT en VTT separaat inzichtelijk. Op basis van gelijke kosten als in de begroting van 2021 is de begroting van de Gezondheids-GR als volgt: Domein

Lasten

Baten

Gem. bijdrage

GGD Twente

€

24.394.625

€

5.516.434

€

18.878.191

OZJT/Samen14

€

43.780.152

€

42.594.974

€

1.185.178

Veilig Thuis Twente Totaal Gezondheids-GR

€

4.899.517

€

1.779.932

€

3.119.585

€

73.074.295

€ 49.891.341

€ 23.182.954

Het behoud van de eigen positie en herkenbaarheid van zowel GGD Twente als OZJT en VTT is vorm gegeven door eigen separate begrotingen met lasten, baten en gemeentelijke bijdrage. In lastenomvang is de “Gezondheids-GR” ca. 80% van de huidige begroting van Regio Twente. Naast de inhoudelijke overwegingen die u heeft kunnen lezen in hoofdstuk 5.2 zijn er ook financiële overwegingen om Samen14 bij OZJT te organiseren. Door het ontvlechten van Samen14 zullen er frictiekosten ontstaan en bovendien wordt het niet goedkoper door Samen14 elders te organiseren. Bij Samen14 is het voor de transparantie van groot belang dat er op financieel vlak een duidelijk 38

onderscheid wordt gemaakt in Samen14-onderwerpen en OZJT-onderwerpen. In de huidige werkwijze gebeurt dit al door middel van jaarplannen en kwartaaloverzichten. De jaarplannen maken transparant, zowel op inhoudelijk gebied als op financieel gebied, wat OZJT-onderwerpen zijn en welke onderwerpen bij Samen14 horen. Met de jaarplannen wordt gewerkt sinds 2019. Ieder kwartaal worden middels kwartaaloverzichten de jaarplannen ambtelijk en bestuurlijk verantwoord. Bestuur & Ondersteuning (Bedrijfsvoering) Dit programma kent de volgende financiële omvang in de begroting van 2021: Domein

Lasten

Bestuur en Ondersteuning Bedrijfsvoering Huisvesting Twentehuis en catering Treasury, bestuur en overige baten en lasten Totaal Bestuur en ondersteuning

Baten

Gem. bijdrage

€ € €

5.390.844 1.788.101 983.552

€ € €

139.239 303.019 98.272

€ € €

5.251.605 1.485.082 885.280

€

8.162.497

€

540.529

€

7.621.967

In lastenomvang is dit programma ca 9% van de huidige begroting van Regio Twente. Vanuit dit programma worden centraal aan alle programma’s de PIOFJACH-diensten geleverd. Binnen het programma Bestuur en Ondersteuning is het onderdeel Bedrijfsvoering qua personeel en kosten veruit het grootst. Bedrijfsvoering In hoofdstuk 5.4 heeft u kennis kunnen nemen van het voorstel om de ondersteuning door Bedrijfsvoering eveneens te handhaven in de aangepaste GR GGD/OZJT/VTT en de personele omvang daarvan via natuurlijk verloop aan te laten sluiten op de nieuwe situatie. Op basis van de uitgevoerde inventarisatie in oktober 2019 blijkt dat het overgrote deel (75%) van het huidige domein Bedrijfsvoering werkzaam is voor GGD/OZJT/VTT. Dit is ca. 48 fte op een totale formatie van 66 fte op peildatum oktober 2019. GGD

OZJT

VTT

38,62 fte

2,63 fte 48 fte (75%)

6,54 fte

Recreatieve Voorzieningen 3,58 fte 5%

Soc. Eco. Sterk. Twente 6,99 fte 10%

Coalitions

Totaal

7,65 fte 10%

66,00 100%

In de tussentijd is de formatie fors naar beneden bijgesteld. Dit mede in verband met de financiële tekorten waarbij vacatures niet worden ingevuld. In de begroting 2021 is de formatie bijgesteld naar 55 fte. Dit is een daling van ruim 15% ten opzichte van de situatie in oktober 2019. Door de daling van 15% is de huidige formatie in grote lijnen gelijk aan de formatie werkzaam voor de Gezondheids-GR. Het restant verschil tussen de voor GGD/OZJT/VTT werkzame formatie (48 fte) en de totale formatie (55 fte) kan via mobiliteitstrajecten en via natuurlijk verloop naar de gewenste grootte aangepast worden. Hiervoor kan een tijdspad worden afgesproken van bijvoorbeeld 2 jaar (vanaf 2021) waarbinnen dit doel bereikt moet worden. In het kader van goed werkgeverschap zal er geen sprake zijn van boventalligheid en/of gedwongen ontslagen. De ondernemingsraad is akkoord met deze vorm. Hoewel dit door het dagelijks bestuur als realistisch wordt gezien, brengt dit wel een financieel risico met zich mee op het moment dat deze formatie niet door mobiliteit of natuurlijk verloop aangepast kan worden. 3O Samenwerking Met de veranderopdracht is besloten dat de samenwerking op gebied van sociaal economische structuurversterking net name plaatsvindt in 3O verband.

Dit betekent dat vanuit de begroting 2021 van Regio Twente het programma Sociaal Economisch structuur versterking onderdeel wordt van de 39

3O samenwerking. Op basis van gelijke kosten als in de begroting van 2021 is de begroting van dit programma: Domein Sociaal Economisch Sterk Twente Belangenbehartiging Totaal Sociaal Economisch Sterk Twente

Lasten

Baten

Gem. bijdrage

€ €

1.933.661 447.868

€ €

116.912 42.681

€ €

1.816.750 405.187

€

2.381.529

€

159.593

€

2.221.937

In lastenomvang is dit programma ca 3% van de huidige begroting van Regio Twente. Zoals in hoofdstuk 9 benoemd, zal het transitieplan resulteren in het terugbrengen van het aantal bestuurlijke overleggen van 21 naar 13 (12 bestaande plus 1 nieuwe) overleggen. Dit resulteert in een formatieve besparing bij Regio Twente van enkele fte’s, die vooral gerealiseerd wordt in het domein sociaal economisch sterk Twente. Hierdoor wordt voordeel behaald. Er wordt ook voordeel verwacht uit efficiënter kunnen werken door activiteiten samen te voegen met activiteiten van de andere O’s. Dit resulteert in een lagere gemeentelijke bijdrage. (€ 300.000, circa 15%). Dit wordt geconcretiseerd in de implementatiefase en meegenomen in het onderzoek van de Twente Board naar de meest effectieve en kwalitatief goede basisinfrastructuur en werkorganisatie, waarbij dit bedrag wellicht nog kan stijgen. Afname van het aantal bestuurlijke overleggen leidt overigens tot een nog veel grotere besparing bij de gemeenten zelf. Daarnaast verwachten we dat door het nieuwe 3O besturingsmodel, op termijn meer overleggen (stuurgroepen, klankbordgroepen, etc.) waarin de gemeenten nu bestuurlijk participeren, op kunnen gaan in de 3O samenwerking. Op financieel gebied wordt de 3O samenwerking aangevuld met de € 3,50 per inwoner voor de basisinfrastructuur, totaal ca. € 1,8 mln.

en de € 4 per inwoner voor projectbijdragen aan de Agenda voor Twente / Regio Deal, totaal ca. € 2,5 mln. De verwachting is dat efficiencyvoordelen te behalen zijn door meer samenwerking, harmonisatie en integratie van de basisinfrastructuur en de nieuwe werkorganisatie van de 3O’s. Er is een kwalitatief onderzoek nodig naar de basisinfrastructuur, uitgevoerd in opdracht van de Twente Board, op basis waarvan de gemeenten kwantitatief het noodzakelijke budget kunnen bepalen. De verwachting is dat het huidige bedrag lager kan, vanwege efficiency voordelen. Daarnaast zijn door het algemeen bestuur incidenteel vrijvallende middelen van de Agenda van Twente bestemd voor de 3O samenwerking/Regio Deal Twente van in totaal € 1,1 mln. Recreatieve Voorzieningen In de begroting 2021 zijn de onderstaande kosten opgenomen: Domein Recreatieve Voorzieningen Totaal Recreatieve voorzieningen

Lasten

Baten

Gem. bijdrage

€

2.563.696

€

919.332

€

1.644.364

€

2.563.696

€

919.332

€

1.644.364

In lastenomvang in dit programma ca 3% van de huidige begroting van Regio Twente. De begroting is ook voor dit onderdeel uitgangspunt, bij de nog nader te bepalen juridische vorm. Coalitions of the Willing In de begroting 2021 kennen de Coaltions of the Willing de volgende omvang: Domein Coalitions of the Willing Netwerkstad Twente Kennispunt Twente Toezicht en kwaliteit (OZJT) Mobiliteitslab (OZJT) Agenda voor Twente Milieu, Duurzaamheid en Afval IT-platform Twentse Kracht Totaal Coalition of the Willing

Lasten

Baten

Gem. bijdrage

€ € € € € € € €

150.000 1.946.584 96.875 132.500 3.899.453 90.000 793.169 988.404

€ € € € € € € €

150.000 1.946.584 96.875 132.500 3.899.453 90.000 793.169 988.404

-

€

8.096.984

€

8.096.984

-

40

In lastenomvang is dit programma ca 9% van de huidige begroting van Regio Twente. U heeft in hoofdstuk 8 kennis kunnen nemen dat de coalitions voor € 666.000 bijdragen aan de overhead van Regio Twente. Dit zijn ook de maximale uitvlechtingskosten indien de coalitions elders worden gepositioneerd en ook elders PIOFJACH-diensten afnemen. Het begrotingstekort dat ontstaat indien de coalitions de PIOFJACH-diensten elders gaan afnemen zal gedeeltelijk gedempt kunnen worden door Kennispunt Twente bij de Gezondheids-GR te organiseren en vanuit het gastheerschap de bedrijfsvoerings-dienstverlening te blijven organiseren. Voor de andere coalities moet in goed overleg met de nieuwe gastheren, de gemeenten, uitgezocht worden hoe de uitvlechtingskosten bij Regio Twente zo laag mogelijk blijven.

11.3 Uitvlechtingsbezuinigingen Zoals u hierboven heeft kunnen lezen levert Regio Twente vanuit het programma Bestuur & Ondersteuning centraal de PIOFJACH-dienstverlening aan alle activiteiten binnen de begroting van Regio Twente. Gezamenlijk wordt dienstverlening geleverd aan zowel de basistaken als de coalitions waardoor schaalvoordelen ontstaan. Hierdoor zijn met name aan de relatief kleinere organisatieeenheden, zoals Recreatieve Voorzieningen en de coalitions. in de praktijk kleine dienstverbanden gekoppeld vanuit de ondersteuning (0,10 fte – 0,30 fte). Ondanks dat het principe mens-volgt-werk van toepassing is, zal de uitvlechting als consequentie hebben dat de overhead (deels) achterblijft waardoor er structurele frictiekosten/uitvlechtingskosten ontstaan die bij de aangepaste Gemeenschappelijke regeling achterblijven. Dit is een financieel risico voor de aangepaste Gemeenschappelijke regeling. Dit effect wordt deels gedempt, door een aantal (grotere) PIOFJACH dienstverbanden mee te nemen in de 3O organisatie en de overige uit te vlechten onderdelen voor zover mogelijk, conform de uitgangspunten van het transitieplan. Daarnaast kunnen er incidentele frictiekosten ontstaan doordat eigendommen en contracten overgedragen moeten worden naar (een) nieuwe entiteit(en).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10005023/1