CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitieplan vastgesteld juli 2020

Gemeenteraad 26 mei 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Wijziging van de Regeling Regio Twente in de Gemeenschappelijke Regeling Gezondheid en het aangaan van de Bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatieschap Twente19.282 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transitieplan hoofdlijnenbesluit Versterking regionale samenwerking door focus en eenvoud

Versie 11 juni 2020 Tbv besluitvorming in algemeen bestuur op 1 juli 2020

1

Inhoud 1.

Inleiding ....................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ........................................................................................................................................ 3

2.

Uitgangspunten veranderopdracht .............................................................................................. 4 2.1 Samenvatting uitgangspunten veranderopdracht ...................................................................... 4 2.2 Aandachtspunten bij dit besluit op hoofdlijnen .......................................................................... 5 2.3

3.

Huidige organisatie.............................................................................................................. 5

3O samenwerking ....................................................................................................................... 7 3.1 Juridische entiteit voor de 3O samenwerking ............................................................................ 7 3.2 Werkorganisatie en basisinfrastructuur ..................................................................................... 9

4. Sociaaleconomische structuurversterking: de overheidssamenwerking ....................................... 13 4.1 Afstemming tussen de 14 gemeenten ..................................................................................... 13 4.2 Positionering huidige taken sociaal economische structuurversterking .................................. 14 5.

GGD, OZJT en VTT .................................................................................................................. 16 5.1 Eén Gemeenschappelijke regeling voor GGD, OZJT en VTT ................................................. 16 5.2 Positie Samen 14 ..................................................................................................................... 18 5.3 Verbinding GGD met veiligheidsdomein .................................................................................. 19 5.4 Bedrijfsvoering ......................................................................................................................... 20

6.

Kennispunt Twente ................................................................................................................... 22

7.

Recreatieve voorzieningen ........................................................................................................ 24

8.

Coalitions of the willing .............................................................................................................. 27

9.

Bestuurlijke vereenvoudiging .................................................................................................... 29

10. Rol van colleges en raden ........................................................................................................... 32 10.1 Rol van raden en borging democratische legitimiteit in de 3O samenwerking ...................... 32 10.2 Rol colleges en raden in de andere onderdelen van regionale samenwerking ..................... 34 10.3 Twenteraad ............................................................................................................................ 35 10.4 Stemverhouding ..................................................................................................................... 36 11 Financiële hoofdlijnen van het transitieplan ................................................................................. 38 11.1 Algemeen financieel kader .................................................................................................... 38 11.2 Uitwerking .............................................................................................................................. 38 11.3 Uitvlechtingsbezuinigingen .................................................................................................... 41 11.4 Financiële tekorten door drietal ontwikkelingen .....................................................................

41 11.5 Treffen van een reorganisatievoorziening ............................................................................. 41 12.

Cultuur....................................................................................................................................... 43

13.

Beslispunten ............................................................................................................................. 44

14

Vervolg bestuurlijk proces ......................................................................................................... 46

2

1. Inleiding Op 25 september 2019 is de veranderopdracht door het algemeen bestuur vastgesteld. De veranderopdracht bestaat uit het advies van de Kring van Gemeentesecretarissen ‘Versterking door focus en eenvoud’, het addendum daarop en de brief van het dagelijks bestuur van 12 september 2019. Deze documenten zijn aangevuld met conclusies van de bespreking van de diverse onderdelen van de veranderopdracht in het algemeen bestuur. Als eerste uitwerking heeft het algemeen bestuur op 11 december 2019 ingestemd met het 3O besturingsmodel voor sociaaleconomische structuurversterking. Op 15 januari 2020 zijn aan het algemeen bestuur in een informele bijeenkomst de hoofdlijnen geschetst van het besluit dat door het algemeen bestuur genomen zou kunnen worden over de uitwerking van deze veranderopdracht. Eerst zou het dagelijks bestuur een werkconferentie organiseren op 17 april 2020 om alle stakeholders vanuit de gemeenten de mogelijkheid te geven zich te verdiepen in alle onderdelen van de transitie en om meegenomen te worden in de beslispunten die het algemeen bestuur voorgelegd krijgt. Vanwege het coronavirus kan de werkconferentie niet doorgaan. Ten behoeve van de werkconferentie waren, vanuit de verschillende taakvelden van Regio Twente, inhoudelijke notities gemaakt met daarin informatie en mogelijke scenario’s voor de toekomst.

Elke notitie had betrekking op een van de uitgangspunten van de veranderopdracht en gaat over een of meer bestuurlijke vraagstukken. Deze notities zijn samengevat en tot een geheel gemaakt in dit transitieplan. Het transitieplan is behandeld in de 14 colleges en voorzien van reacties. Deze zijn op 13 mei beeldvormend besproken door het algemeen bestuur. Het gesprek was constructief en inhoudelijk verdiepend, maar zowel op basis van de reacties die door de individuele gemeenten zijn ingediend, als uit de bespreking door het algemeen bestuur op 13 mei bleek dat het plan zoals het er lag nog niet voldoende vertrouwen gaf om op 1 juli 2020 een integraal besluit over te nemen. Daarom zijn vanuit het algemeen bestuur bestuurlijke werkgroepen aan de slag gegaan om uit te zoeken wat nodig was om tot een breed gedragen voorstel te kunnen komen op de verschillende onderwerpen. De reacties van de colleges, de bespreking in het algemeen bestuur op 13 mei en de output van de bestuurlijke werkgroepen zijn verwerkt in dit definitieve transitieplan.

Leeswijzer In dit transitieplan leest u eerst de algemene uitgangspunten van de veranderopdracht (hoofdstuk 2). Daarna zijn per te ontvlechten onderdeel van Regio Twente, de uitgangspunten en de bestuurlijke vraagstukken benoemd en leest u een korte (deel)uitwerking hiervan, gevolgd door het voorstel aan het algemeen bestuur (hoofdstukken 3 t/m 8). Vervolgens komen enkele thema’s aan de orde waarvoor om een nadere uitwerking is gevraagd (hoofdstukken 9 t/m 12). Tot slot staat in hoofdstuk 13 t.b.v. de besluitvorming door het algemeen bestuur een samenvatting van de voorstellen en in hoofdstuk 14 het vervolg van het bestuurlijke proces.

3

2. Uitgangspunten veranderopdracht Omdat in verschillende vergaderingen van het algemeen bestuur richtinggevende uitspraken zijn gedaan en besluiten zijn genomen en er niet één overkoepelend document is over de veranderopdracht, worden de uitgangspunten nog eens samengevat.

2.1 Samenvatting uitgangspunten veranderopdracht Deze samenvatting is gebaseerd op het advies van de Kring van Gemeentesecretarissen, waar de basis ligt van de veranderopdracht en dus ook dit transitieplan. De veranderopdracht is besluitvormend besproken in het algemeen bestuur van 25 september 2019. Ook bij de besluitvorming in het algemeen bestuur van 11 december 2019 over het 3O-besturingsmodel en de besprekingen van de veranderopdracht door het algemeen bestuur op 15 januari en 6 maart 2020 zijn richtinggevende uit spraken gedaan. De gemeentesecretarissen hebben in hun rapport de reden waarom deze veranderopdracht nodig is, beschreven. Het gaat om “het gedeelde gevoel van urgentie als het gaat om het versterken van de regionale samenwerking. We doen het op veel vlakken goed, er liggen veel kansen voor versterking van onze regio, maar om die kansen te verzilveren moet de samenwerking nog beter. En het moet ook nú, want bijvoorbeeld bij de Regio Deal, hangt het succes af van snelle concrete actie in de uitvoering. Het mooie is dat wij allen zien dat het ook beter kán; door twee knelpunten op te lossen die tot nu toe verhinderen dat we de volgende stap kunnen zetten.” Het eerste knelpunt is de gevoelde bestuurlijke drukte, overlap in bijvoorbeeld de sociaaleconomische ontwikkeling van Twente agenda’s en dubbelingen in gremia die over hetzelfde iets te zeggen hebben.

Kortom, een soort spaghetti, die een gebrek aan gevoelde transparantie veroorzaakt en die daardoor de daadkracht van de samenwerking belemmert. Het andere knelpunt, of misschien wel hetzelfde maar dan van buiten naar binnen bekeken, is dat de samenleving, de buitenwereld, van ons eist dat we als overheden slagkracht organiseren, samen met ondernemers en onderwijs- en onderzoeksinstellingen, maar ook, nu door de coronacrisis nog eens onderstreept, in een compacte en herkenbare organisatie voor gezondheid. Als dat niet gebeurt, missen we kansen en maken we onze ambities met Twente niet waar. We gaan de samenwerking dus versterken door deze knelpunten aan te pakken. Algemene uitgangspunten van de veranderopdracht wat betreft de vormgeving van de regionale samenwerking zijn: ➢ Focus op inhoudelijke thema’s. ➢ Klein, simpel en flexibel. ➢ Duidelijk en transparant. ➢ Eigenaarschap/leiderschap. Gewenste verbeteringen/kaders voor uiteindelijke resultaat zijn: 1. Focus op zeer beperkt aantal inhoudelijke thema’s. Dat maakt de samenwerking eenvoudig en transparant, zowel inhoudelijk als qua middelen (financieel, personeel, enz.). 2. Zorg voor indicatoren voor efficiëntie en effectiviteit, zodat de verbeteringen en voordelen kwantitatief zichtbaar worden. Er is geen sprake van een kwantitatieve financiële taakstelling.

Resultaat transitie moet zijn dat dit structureel efficiënter en effectiever moet zijn en daarmee goedkoper op de langere termijn dan in de huidige situatie. 3. Het leiderschap en eigenaarschap wordt concreet gemaakt conform hoofdstuk 5 (programmatisch werken) van het advies en de bijbehorende beslispunten 11 t/m 13. 4. Maak regionale samenwerking concreet simpeler met aantoonbaar minder tafels. 4

5. Dekking van de frictiekosten/veranderkapitaal vindt plaats uit het te behalen voordeel. Van de zijde van het dagelijks bestuur wordt aangegeven dat er geen garantie wordt gegeven dat er niets bij de gemeenten in rekening wordt gebracht. 6. Efficiency en effectiviteit zullen leidend zijn bij het maken van de implementatieplannen. Of dit leidt tot feitelijke incidentele of structurele financiële voordelen hangt af van bestuurlijk keuzes. In dit transitieplan wordt per thema aangegeven wat er al besloten is en welke bestuurlijke uitwerkingsvragen in het addendum van de Kring van Gemeentesecretarissen en door het algemeen bestuur zijn benoemd.

2.2 Aandachtspunten bij dit besluit op hoofdlijnen Het algemeen bestuur kan dit transitieplan in theorie vaststellen met meerderheid van stemmen, omdat dit een besluit op hoofdlijnen is en nog geen concreet voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling (ook wel: GR). Het is belangrijk om te beseffen dat een groot deel van de beslissingen uiteindelijk wel unanimiteit vragen van de 14 colleges. De belangrijkste reden daarvoor is dat onze Regeling Regio Twente alleen kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van het college van alle deelnemers (artikel 34, lid 1). Als een Gemeenschappelijke regeling alleen collegetaken bevat (zoals bij Regio Twente nu het geval is) dan gaat het college de regeling aan. In dat geval moeten de raden toestemming geven. De raad kan dat alleen weigeren als de regeling in strijd is met het algemeen belang. Per punt waarover een besluit wordt gevraagd, wordt toegelicht of unanimiteit is vereist. Een tweede aandachtspunt is de onderlinge afhankelijkheid van de beslispunten. Het algemeen bestuur heeft meerdere keren de wens uitgesproken om een integraal besluit te willen nemen over de hoofdlijnen van de veranderopdracht: de Gemeenschappelijke regeling voor gezondheid, de 3O samenwerking, Recreatieve voorzieningen en de coalitions of the willing.

Sommige onderdelen in het transitieplan zijn dusdanig aan elkaar verbonden, dat een amendering of het nemen van geen besluit op een van de onderdelen van het plan, ervoor kan zorgen dat het plan op andere onderdelen ook weer aangepast moet worden. Daarom vragen wij u om het transitieplan als geheel vast te stellen. Na dit besluit op hoofdlijnen, kunnen de onderdelen wel los van elkaar worden uitgewerkt en kan de 3O samenwerking los van de organisatie voor gezondheid verder vormgegeven worden. Een derde aandachtspunt is de mate van gedetailleerdheid van de uitwerking. Bij dit besluit op hoofdlijnen gaat het om het “richten”. Bij de uitwerking per onderdeel na 1 juli, gaat het om het “inrichten”. Door de wederzijdse afhankelijkheid van een aantal punten, maar zeker ook door de complexiteit van de materie, is het onmogelijk om in dit stadium onderdelen tot in detail uit te werken. Het is onmogelijk om in dit stadium alle details van bijvoorbeeld een gewijzigde Gemeenschappelijke regeling op tafel te hebben of de details van de statuten van de nieuwe 3O organisatie. Daarbij zou dit heel veel extra werk opleveren, waarvan naderhand zal blijken dat een groot deel van de werkzaamheden voor niets is geweest, omdat voor een ander scenario wordt gekozen.

2.3 Huidige organisatie in de onderstaande tabellen leest u de huidige omvang in medewerkers, fte en euro’s van de organisatie Regio Twente. Er onder leest u een overzicht van de coalities. Tenslotte een organogram op hoofdlijnen van de huidige organisatie van Regio Twente. Dit transitieplan ziet op de ontvlechting van Regio Twente, waardoor het onderdeel “leefomgeving” en “coalitions of the willing: met uitzondeling van Kennispunt en Samen14, uit de Gemeenschappelijke regeling gaan.

5

Programma

Aantal medewerkers 31-12-2019

Bezetting in fte 31-12-2019

Bezetting in % van totaal

Gemeentelijke bijdrage 2021 (in €)

Gezondheid

370

261,7

58%

18.878.000

VTT

57

51,2

11%

3.120.000

OZJT

10

8,9

2%

1.185.000

Sociaal Economisch Sterk Twente

14

12,5

3%

1.817.000

Belangenbehartiging

1

1,0

0%

405.000

Recreatieve Voorzieningen

17

15,0

3%

1.644.000

Bestuur & Ondersteuning

74

61,1

14%

7.622.000

Coalition of the Willing (medewerkers indienst bij Regio Twente)

42

39,6

9%

Totaal

585

451,1

-

100%

34.671.000

Bezetting in % van totaal

Begrotingsomvang 2021 (in €)

Aantal medewerkers 31-12-2019

Bezetting in fte 31-12-2019

Agenda voor Twente

1

1,0

2%

IT-Platform

2

2,0

5%

793.000

Kennispunt Twente Twentse Kracht / Traineeship Twentse Overheid

23

21,9

54%

1.947.000

15

14,0

35%

988.000

Netwerkstad Twente (medewerker niet in dienst bij Regio Twente)

1

0,6

1%

150.000

Coalition of the Willing

3.899.000

Milieu, Duurzaamheid en Afval

1

0,7

2%

90.000

Totaal

43

40,2

100%

7.867.000

6

3. 3O samenwerking Eerdere besluitvorming en uitgangpunten veranderopdracht In juli 2019 is door de kring van gemeentesecretarissen advies uitgebracht over verandering van Regio Twente met als titel Versterking door Focus en Eenvoud. Op 25 september 2019 heeft het bestuur in het kader van versterking van de regionale samenwerking de veranderopdracht vastgesteld. Hierin is opgenomen de toekomstige samenwerking in Twente voor sociaaleconomische structuurversterking met aansturing vanuit de 3O’s. Twente is een belangrijke motor van de Nederlandse kenniseconomie. De kracht zit in samenwerking van overheid, onderwijs en ondernemers in Twente. Want alleen als we elkaars kennis en kunde optimaal inzetten en benutten, kunnen we gezamenlijk successen gaan boeken voor Twente. Daarom is het nodig om een nieuwe, effectievere organisatiestructuur in te richten voor de 3O samenwerking, gericht op strategische agendering, slagkracht, signalering/monitoring, branding en lobby, en borging op kwaliteit en effectiviteit van de samenwerkingsstructuur en -agenda. Waarbij samenwerking op het regionale niveau plaatsvindt vanuit een gezamenlijke integrale visie en strategie.

Op 11 december 2019 is besloten tot het inrichten van een besturingsmodel voor de uitvoering van de Regio Deal en huidige Agenda voor Twente en voor de aansturing van bestaande en nieuwe initiatieven van de sociaaleconomische structuurversterking. De bestuurlijke vraagstukken hierbij zijn: ➢ Welke juridische entiteit is het meest geschikt voor de 3O samenwerking? ➢ Hoe ziet de uitvoeringsorganisatie eruit en welke taken zijn hier belegd? Welke taken zijn niet belegd, die nu wel worden uitgevoerd door Regio Twente in het kader van sociaaleconomische structuurversterking? ➢ Hoe ziet gaat de basisinfrastructuur er uitzien, hoe wordt dit bekostigd en wat is een evenwichtige bijdrage van de andere O’s? Hoe de samenwerking tussen (alleen) de gemeenten rondom sociaaleconomische structuurversterking vormgegeven wordt, komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.

3.1 Juridische entiteit voor de 3O samenwerking De keuze welke rechtsvorm of juridische entiteit het meest passend is voor de 3O-samenwerking, maakt de overheid samen met de andere O’s. De wens is om gelijkwaardige samenwerking te organiseren tussen overheid, ondernemers en onderwijs. Voor de gemeenten is het van belang om af te wegen welke rechtsvorm vanuit het perspectief van de overheid het meest passend is. Bij het zoeken naar de meest geschikte rechtsvorm voor de gewenste 3O-samenwerking kunnen we een splitsing maken tussen (1) besturen en (2) uitvoering. Er zijn een aantal rechtsvormen dat zich leent als rechtsvorm om te besturen. De stichting, coöperatie en Gemeenschappelijke regeling met private partijen zijn hier uitgewerkt. Een stichting is gericht op het verwezenlijken van een bepaald doel. Een coöperatie is een commerciële samenwerkingsvorm en heeft het karakter van een vereniging, met als doel door overeenkomsten te voorzien in de stoffelijke belangen van de leden. De band met de leden staat daarbij centraal. Een andere mogelijkheid die is afgewogen, is een Gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 93 van de Wgr.

Een voordeel van deze rechtsvorm is dat je hierin naast een dagelijks bestuur (de Twente Board) een algemeen bestuur kunt organiseren waarin de achterbannen van alle O’s gezamenlijk plaats nemen, hetgeen de democratische legitimiteit ten goede kan komen. 7

Deze vorm heeft echter ook een aantal nadelen met namen voor de andere O’s, omdat een Gemeenschappelijke regeling vooral is bedoeld voor samenwerking van bestuursorganen. Zo kunnen private rechtspersonen op grond van artikel 93 Wgr niet zomaar deelnemen aan een Gemeenschappelijke regeling. Zij moeten op grond van de eigen statuten daartoe toe bevoegd zijn. Ook moet voor het toetreden tot een Gemeenschappelijke regeling door een private rechtspersoon, bij Koninklijk Besluit machtiging te zijn verleend. Daarmee is de drempel hoog en is het minder aantrekkelijk voor de andere O’s. Deze rechtsvorm leent zich ook minder goed voor de hybride samenstelling van deelnemers die met de 3O organisatie wordt beoogd. Dit is niet alleen weinig aansprekend voor een publiek-private samenwerking en de daarbij behorende dynamiek, maar een extra Gemeenschappelijke regeling ligt ook niet in lijn met de belangrijkste uitgangspunten van de veranderopdracht. Tenslotte is een openbaar lichaam als bedoeld in de Wgr een openbaar lichaam dat valt onder het publiekrecht. Met name de ondernemers binnen de samenwerking kunnen de publiekrechtelijke wetgeving die verbonden is aan een Gemeenschappelijke regeling als een beknellend keurslijf ervaren. Vanzelfsprekend is transparant werken essentieel omdat er veel publieke gelden bij betrokken zijn.

Transparant werken via een stichting of coöperatie kan eveneens op goede wijze geregeld worden door in de statuten elementen van ‘good governance’ op te nemen. Een stichting en coöperatie zijn beiden geschikt om de 3O-samenwerking transparant vorm te geven. In de statuten van beide rechtsvormen is veel ruimte voor maatwerk. Daarin kun je ook afspraken maken over de wijze waarop de 3O organisatie transparantie verschaft en de resultaten voor inwoners zichtbaar maakt. Je kunt bij beiden, los van de rechtsvorm, de afstemming tussen de gemeenten organiseren (zie bestuursovereenkomst tussen gemeenten in hoofdstuk 4.1). En bij beide vormen heb je de mogelijkheid om een werkorganisatie ‘onder’ te hangen. Ook bij beide vormen kun je kiezen voor een toezichthoudend orgaan. Het grootste verschil tussen de stichting en coöperatie zit in het feit dat bij een coöperatie de ledenraad het hoogste besluitvormende orgaan is en bij een stichting is dat het bestuur. Een coöperatie heeft daarmee enerzijds een extra bestuurslaag met risico op meer bestuurlijke drukte. Anderzijds geeft de coöperatie een in de rechtsvorm ingebouwde mogelijkheid tot participatie van de achterbannen van alle O’s. In een stichting is maar 1 bestuurslaag, daarmee kan het bestuur sneller schakelen.

Dit heeft ook minder risico op bestuurlijke drukte en past het best bij de uitgangspunten van de veranderopdracht, onder andere om de regionale samenwerking concreet simpeler te maken met aantoonbaar minder tafels. De meeste geformaliseerde economische boards in Nederland hebben de stichting als juridische vorm. Hiermee is dus al de nodige praktijkervaring opgedaan. Een coöperatie heeft meer een commercieel karakter dan een stichting. De coöperatie kan wel een ideële doelstelling hebben, maar bij ontbinding komt het vermogen toe aan de leden en niet zoals bij een stichting, aan het ideële doel. Van een coöperatie moeten de gemeenten lid worden. Een stichting kan in principe door iedereen opgericht worden. Dat hoeft niet met alle 14 gemeenten. Maar vanwege het belang van de 14 gemeenten richting de stichting, gaan we hier uit van ofwel oprichting of “deelname” door alle 14 gemeente in een later stadium, waardoor artikel 160 van de gemeentewet van toepassing is en de moeten instemmen raden wensen en bedenkingen kunnen indienen. Om het bestuur zo licht mogelijk te organiseren en niet te belasten met uitvoerende taken, is het goed om de werkorganisatie los van het bestuur te organiseren. We noemen de werkorganisatie verder Twente Board Development (TBD). Hiermee creëer je een eenvoudige en op de inhoud gerichte bestuurs- en uitvoeringsstructuur.

Het bestuur heeft dan de vrijheid om zich te focussen op de strategische zaken. In de Twentse situatie ligt een Besloten Vennootschap voor de hand omdat er maar één aandeelhouder is, namelijk de stichting of coöperatie. Bij het inrichten van een BV is veel ruimte voor ‘maatwerk’ als het gaat om invloed en zeggenschap. Het besloten karakter van een B.V. maakt dat aandelen niet vrij overdraagbaar zijn en er controle is over wie deelneemt. Dit element moet nog nader worden uitgewerkt, na het hoofdlijnenbesluit. En daar is ruimte voor, omdat eerst de rechtsvorm voor het besturen moet worden opgericht. 8

Bestuurlijke keuze: De keuze voor de rechtsvorm, wordt samen met de andere partners in de Twente Board gemaakt. Het algemeen bestuur kan wel een voorkeur uitspreken voor een stichting, een coöperatie of een Gemeenschappelijke regeling in combinatie met een aparte werkorganisatie voor besturen en uitvoeren van de 3O samenwerking. Voorgesteld besluit: Het bij de Twente Board uitspreken van de voorkeur voor een stichting als juridische entiteit en de Twente Board toestemming geven voor het oprichten van een juridische entiteit voor Twente Board Development.

3.2 Werkorganisatie en basisinfrastructuur Hoe gaat de werkorganisatie en de basisinfrastructuur eruit zien en hoe wordt dit bekostigd. Wat is een evenwichtige bijdrage van de andere O’s? Het algemeen bestuur heeft sociaaleconomische structuurversterking in eerste instantie geduid met de onderdelen Regio Deal Twente, Agenda voor Twente, arbeidsmarkt, mobiliteit/bereikbaarheid en belangenbehartiging/lobby. Op 11 december 2019 heeft het algemeen bestuur al besloten een besturingsmodel in te richten voor de uitvoering van de Regio Deal en de huidige Agenda voor Twente die ook geldt ook voor de bestaande en nieuwe initiatieven van de sociaaleconomische structuurversterking. Om inzicht te geven in de werkorganisatie van de nieuwe situatie, geven we eerst uitleg over de huidige situatie, waarna de nieuwe situatie wordt geschetst. Voor de duidelijkheid spreken we dus van de werkorganisatie, zijnde medewerkers van de Gemeenschappelijke regeling Regio Twente en van de basisinfrastructuur, zijnde organisaties die primair bedoeld zijn om het ecosysteem, de actielijnen en projecten te ondersteunen. Hoe ziet de werkorganisatie eruit en welke taken zijn hier belegd? Welke taken zijn niet belegd, die nu wel worden uitgevoerd door Regio Twente in het kader van sociaaleconomische structuurversterking? Hoe ziet gaat de basisinfrastructuur er uitzien en hoe wordt dit bekostigd.

Wat is een evenwichtige bijdrage van de andere O’s? Huidige situatie uitvoering Nu wordt door alle gemeenten via de begroting van Regio Twente, bijgedragen aan een werkorganisatie voor de sociaal economische structuurversterking. Deze taken worden nu bij Regio Twente uitgevoerd door het Team economie.

Daarnaast wordt door alle gemeenten bijgedragen aan de Agenda voor Twente. Dit zijn programma en projectgelden, waarvan een deel ingebracht is in de Regiodeal. 9

Door 12 van de 14 gemeenten wordt daarnaast nog een vaste bijdrage geleverd voor financiering van de zogenaamde basisinfrastructuur. 2 gemeenten dragen op projectbasis bij aan de basisinfrastructuur, indien die projecten ook betrekking hebben op hun gemeente. De basis infrastructuur bestaat nu uit een aantal organisaties die direct en met vaste bedragen (subsidie) worden gefinancierd. Dit zijn: ➢ Novel-T ➢ Pioneering ➢ Stichting Twentebranding ➢ Techniekpact Twente Daarnaast zijn organisaties in de basisinfrastructuur, die nu geen vaste bijdrage ontvangen: ➢ Expat Center East Netherlands / WTC ➢ Internationale School ➢ Werkplein Twente ➢ Business in Twente ➢ Oost NL Nieuwe situatie Onder aansturing van de Twente Board wordt een nieuwe werkorganisatie ingericht, samen met de basisinfrastructuur, genaamd Twente Board Development. De bemensing komt in eerste instantie van Team Economie van Regio Twente. Ook de gemeenten en andere O’s leveren een bijdrage. De beoogde taken van Twente Board Development zijn als volgt: 1.

2. 3.

4.

Faciliteren van het 3O bestuur en de werkorganisatie ➢ Beheer van financiering projecten en programma’s, financieel advies en administratie ➢ Communicatie en Branding ➢ Monitoring ontwikkelingen Twente ➢ Voortgang en evaluatie prestaties werkorganisatie ➢ Strategisch advies / borging integraliteit ➢ Secretariaat overleggen bestuur ➢ Juridisch advies Uitvoering strategische 3O lobby agenda Uitvoering geven aan de strategische agenda’s met de daaruit voortkomende activiteiten en projecten. ➢ Verbinding met of incorporeert de huidige basisinfrastructuur ➢ Taken per actielijn en overstijgende en verbindende taken ➢ Opbouwen en onderhouden relevant netwerk ➢ Kennis delen en onderhouden ➢ Organiseert achterbanbijeenkomsten op inhoud vanuit de actielijnen ➢ Programma-management - sturen op actielijnen. ➢ Accounthouderschap - voor projecten en specifieke onderwerpen / thema’s binnen de actielijn. Bewaken van lopende projecten Regio Deal en Agenda voor Twente en vormgeven nieuwe investeringsagenda (inclusief oude AvT)

De concrete invulling van welke taken er in 3O verband worden uitgevoerd, is afhankelijk van het in 3O verband duiden van de gezamenlijke opdracht. De bovenstaande geeft inzicht in de taken (op hoofdlijnen) van de werkorganisatie, in lijn met het Twents plan en het besluit van 11 december 2019. De toeristische sector draagt bij aan een vitale high tech regio door middel van meer bezoekers, bestedingen en banen. Daarom is VTE meegenomen als onderdeel van vestigingsklimaat. Het ligt in de rede om de subsidieverlening en de aanverwante werkzaamheden dan ook 3O te organiseren. Dit onderdeel zal na het hoofdlijnenbesluit verder moeten uitgewerkt. De basisinfrastructuur is in kader van de Agenda voor Twente primair bedoeld om het ecosysteem, de actielijnen en projecten te ondersteunen. 10

De focus ligt nu op Talent, Innovatie & Ondernemerschap en Profilering. De focus hoort daarbij te liggen op taken en functies, en vooral wat de opgave is waar we samen aan werken en niet zozeer op de organisaties zelf. De taken en functies van de basisinfrastructuur moeten erop zijn gericht om de sociaal economische structuur van Twente te versterken. Denk daarbij aan: ➢ Het gestructureerd aanpakken van het opleiden, werven en vasthouden van hoger opgeleide technici (vanaf MBO 3/4 tot WO-opgeleid) ➢ Het aantrekken van nieuwe bedrijven (acquisitie) ➢ Het in de praktijk verbeteren van de ontsluiting tussen MBO onderwijs en het bedrijfsleven. ➢ Het creëren van een klimaat dat ondernemers actief ondersteunt en helpt te groeien door innovatie. Ze verbindt hightech innovaties ondernemerschap met alle benodigde kennis, talent, kapitaal, infrastructuur en netwerken (ook wel ecosysteem genoemd). Zowel voor starters als groeiers. ➢ Het versterken van de samenwerking van de O’s gericht op de regionale arbeidsmarkt. ➢ Het stimuleren van een internationaal vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven. ➢ Inzet op branding en marketing van Twente, aan de hand van een krachtige positionering en profilering. Bekendheid en imago vergroten binnen en buiten Twente. ➢ Inzet op monitoring en communicatie gedurende de looptijd van de Agenda.

Hoe nu verder om te gaan met de basisinfrastructuur? Naar de aard van het werk en de omvang en exclusiviteit van het werk lijkt het voor de hand te liggen om Twente Branding en Techniekpact te integreren in de werkorganisatie Twente Board Development. Twente Branding is gericht op het bouwen en onderhouden een sterk en vooral herkenbaar, economisch profiel van Twente; en op externe profilering en communicatie over projecten en programma’s. Techniekpact voert een human capital agenda uit die is gericht op ontwikkelen en aantrekken van talentvolle werknemers. Voor Pioneering en Novel-T zijn meerdere opties in beeld, die de komende tijd verder moeten worden uitgewerkt. Van continueren van de huidige manier van samenwerken en financieren door 14 gemeenten, tot verdere inhoudelijke en bestuurlijke samenwerking en harmonisatie. Het dagelijks bestuur wil dat de basisinfrastructuur en de werkorganisatie zo efficiënt mogelijk wordt georganiseerd, zonder dubbelingen. Ook naar de overige onderdelen van de huidige basisinfrastructuur moeten hierbij betrokken worden. Het is de wens dat aan de basisinfrastructuur wordt bijgedragen door alle 14 gemeenten op eenzelfde en eenduidige wijze. In de nieuwe situatie moet zakelijker gestuurd worden, met duidelijke resultaatafspraken projecten financieren en vooral het bedwingen van het onbedwingbare.

Dat wil zeggen geen nieuwe taken zonder commitment van alle gemeenten.. De Twente Board moet beoordelen welke onderdelen van de huidige basisinfrastructuur in de toekomst expliciet ondersteund moeten worden. Daarvoor is onderzoek nodig om te bepalen welke basisinfrastructuur nodig is om het benodigde ecosysteem, de actielijnen en projecten optimaal te ondersteunen, zo efficiënt mogelijk en met maximale kwaliteit. Verschillende rollen O’s en hun bijdragen Alle O’s hebben een eigen primaire rol in de samenwerking. De primaire rol van de overheid is subsidiering ten behoeve van het stimuleren economie, bevorderen innovatie en ondernemerschap, verbindingen leggen en aanjagen van de samenwerking, vestigingsklimaat, arbeidsmarktbeleid en regelgeving. De ondernemers hebben als primaire rol, het ontwikkelen van producten en diensten en het vermarkten ervan om uiteindelijk werkgelegenheid te creëren. Tenslotte heeft het onderwijs als primaire rol om de benodigde kennis te ontwikkelen en over te dragen. De bijdrage van de overheid heeft een aanjagende en investering ontlokkende functie. Die bijdrage is zeker niet vrijblijvend en er staan verplichtingen tegenover ten aan zien van het resultaat en cofinanciering en rapportage hierover. De Agenda voor Twente is zo’n investeringsagenda om projecten te financieren.

Dit geld is vervolgens grotendeels als cofinanciering gekoppeld aan projecten in de Regio Deal Twente. 11

Deze deal is er voor de regionale opgave om de brede welvaart, leefbaarheid en economische kracht te bevorderen; de regionale opgave heeft een meervoudig karakter en vergt een integrale aanpak op de voor Twente relevante thema’s. Alle overheden leggen daarvoor samen 60 miljoen in. Dit gaat naar verwachting 90 miljoen aan investeringen van de andere O’s ontlokken. Zo is de waarde van de regiodeal op 150 miljoen in te schatten. De andere O’s zorgen dus voor de multiplier. De bijdrage van het onderwijs en bedrijfsleven is geen directe financiële bijdrage vooraf, maar bestaat veelal uit inbreng van mensen, middelen en faciliteiten in projecten en private vastgoedinvesteringen. De realisatie van de bijdrage van zowel overheid, onderwijspartners als bedrijfsleven wordt gemonitord tijdens de uitvoering van de projecten over de periode 2020 - 2023.” De financiële gelijkwaardigheid van de samenwerking komt daar, in de concrete uitvoering, tot uiting. Er is langjarig commitment nodig om dit van de grond te krijgen. Bestuurlijke keuze Invulling geven aan welke taken van de 14 gemeenten op gebied van sociaal economische structuurversterking zouden kunnen worden uitgevoerd door Twente Board. Vertrouwen geven aan de nieuwe organisatie van de basisinfrastructuur en een principiële keuze maken over welke kosten de overheid langjarig draagt in de 3O samenwerking.

Als een juridische entiteit wordt opgericht voor sociaaleconomische structuurversterking, ligt het in de rede om dit niet meer als te behartigen belang bij Regio Twente te beleggen en de gemeenschappelijke regeling op dat punt te wijzigen. Hiervoor is unanimiteit vereist conform artikel 34 van de Regeling Regio Twente. Voorgesteld besluit: 1. Instemmen met het uitgangspunt dat in de 3O samenwerking alle O’s vanuit hun eigen rol een evenwichtige bijdrage leveren aan de concrete uitvoering. De overheid is voorwaardenscheppend en financiert de werkorganisatie. De andere O’s dragen in de werkorganisatie op andere wijze bij. 2. De verwachting en wens uitspreken naar de Twente Board dat de basisinfrastructuur en de werkorganisatie in de toekomst efficiënter en effectiever kunnen worden georganiseerd; 3. De Twente Board vragen om uiterlijk 15 oktober 2020 een onderzoek te hebben afgerond, naar een zo efficiënt mogelijke en kwalitatief goede basisinfrastructuur en werkorganisatie die het ecosysteem, de actielijnen en projecten optimaal ondersteunen en dat op draagvlak van 14 gemeenten kan rekenen.

12

4. Sociaaleconomische structuurversterking: de overheidssamenwerking Eerdere besluitvorming en uitgangpunten veranderopdracht Met de veranderopdracht is besloten dat de samenwerking op gebied van sociaal economische structuurversterking met name plaats vindt in 3O verband, maar dat de 14 gemeenten ook nog een eigenstandige rol hebben. Op 25 september 2019 is besloten om bij de inrichting van de overheidssamenwerking uit te gaan van een bestuurlijk orgaan waarin alle 14 gemeenten zijn vertegenwoordigd.

4.1 Afstemming tussen de 14 gemeenten Zoals verwoord in het advies van de gemeentesecretarissen, zal de toekomstige samenwerking op gebied van sociaal economische structuurversterking, grotendeels plaats vinden via een 3O-bestuur. Maar de gemeenten hebben ook een eigenstandige rol. Op 11 december heeft het algemeen bestuur besloten dat de Twente gemeenten leden hebben in de Twente Board, roulerend afgevaardigd vanuit Twentse gemeenten. Gemeente Enschede heeft een kwaliteitszetel met stemrecht, vanuit de positie die deze gemeente heeft in Twente en daarbuiten, zowel regionaal, landelijk als internationaal. De Provincie Overijssel is een belangrijke partner op het gebied van sociaal economische structuurversterking en heeft daarom een kwaliteitszetel met adviesrecht. De 14 gemeenten willen hun inhoudelijke inbreng in het bestuur kunnen voorbereiden, afstemmen en terugkoppelen van het door het 3O bestuur gevoerde beleid. Daarnaast moeten de gemeenten die roulerend plaats hebben in het bestuur, collegeleden in het bestuur kunnen benoemen. In de 3O samenwerkingsvorm hebben 3 collegeleden roulerend zitting in het bestuur.

Er is naar verwachting 4-6 keer per jaar overleg nodig over de financiële inbreng van de gemeenten, het mandaat van de colleges die de gemeenteleden in het bestuur hebben, de terugkoppeling van het door het bestuur gevoerde beleid, het bespreken van kaderstellende nota’s, de eventuele inbreng van nieuwe beleidsvelden die een relatie hebben met sociaaleconomische structuurversterking en tot slot de wijze waarop de gemeenteraden worden geïnformeerd over de 3O samenwerking. Ook kunnen de 14 gemeenten dit platform gebruiken om andere onderwerpen op het terrein van sociaal economische ontwikkeling (die vooral gemeenten aangaan) te bespreken. Hiervoor is een logische landingsplaats nodig. Hierbij liggen 3 opties voor de hand: een Gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam, een Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk orgaan en een Bestuursovereenkomst. Een overlegorgaan zonder juridische status ligt niet voor de hand, omdat de gemeenten onderling toch een aantal belangrijke zaken zullen willen vastleggen op gebied van inhoud, financiën en zeggenschap. In principe voldoen alle 3 opties aan de eisen. Een Gemeenschappelijke regeling gemeenschappelijk orgaan en een Bestuursovereenkomst bieden niet direct de mogelijkheid om financiële middelen onder te brengen (zoals nu de inwonerbijdrage aan Regio Twente). Dit kan bij een Gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam wel.

Dit is op te lossen, doordat elke gemeente via een subsidiebeschikking (gezamenlijk vast te stellen model) de gemeentelijke bijdrage beschikbaar stelt aan de 3O-organisatie of dat de gemeenten het bedrag overmaken aan een nader aan te wijzen gemeente die vervolgens het totale bedrag via een subsidiebeschikking aan het 3O-bestuur verstrekt. Het bestuurlijk overleg moet volgens de uitgangspunten van de veranderopdracht ambtelijk worden ondersteund vanuit deelnemende gemeenten, gesteund door de regionale werkorganisatie van het 3O orgaan. Dit is bij alle drie opties vrij praktisch te regelen. In het kader van focus en eenvoud zijn zowel een Gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam en (in iets mindere mate) een Gemeenschappelijke regeling Gemeenschappelijk orgaan een zwaar middel. Deze opties bieden veel meer mogelijkheden dan feitelijk voor dit doel nodig zijn. 13

Dat past niet in de algemene uitgangspunten van de veranderopdracht om het klein, flexibel en eenvoudig te houden. Een bestuursovereenkomst is de meest lichte en eenvoudige vorm om afstemming tussen de 14 gemeenten te organiseren. Door een alternatief te bieden voor de financiële bijdrage van de gemeenten, voldoet deze vorm voor de gewenste afstemming tussen de 14 gemeenten. De samenwerking op gebied van sociaal economische structuurversterking “oud naar nieuw” ziet er als volgt uit:

Bestuurlijke keuze Kiezen tussen een (lichte) Gemeenschappelijke regeling en een Bestuursovereenkomst voor het organiseren van de afstemming tussen de 14 gemeenten met betrekking tot de 3O organisatie. Door deze samenwerking niet meer in de bestaande Gemeenschappelijke regeling te handhaven, ligt het voor de huidige Gemeenschappelijke regeling op dit punt aan te passen en eruit te halen(zie ook hoofdstuk 3.2) . Dit vraagt om een unaniem besluit van de colleges, met toestemming van de raden. Voorgesteld besluit Het organiseren van de afstemming binnen de gemeentegeleding via een Bestuursovereenkomst tussen de 14 gemeenten.

4.2 Positionering huidige taken sociaal economische structuurversterking Met de veranderopdracht is besloten dat de samenwerking op gebied van sociaal economische structuurversterking met name plaats vindt in 3O verband. De 14 gemeenten hebben ook een eigenstandige rol, maar er is geen rol meer voor het huidige Regio Twente. Dat betekent dat alle taken op terrein van sociaal economische structuurversterking, die niet meegaan naar de 3O organisatie, ofwel door de gemeenten moeten worden opgepakt, ofwel niet meer worden uitgevoerd. Om een beeld te geven, zijn in onderstaande tabel de taken benoemd, met daarbij een voorstel voor de mogelijke positie.

14

Niet 3O: taken alleen voor gemeenten, of niet passend is binnen de uitvoeringslijnen Faciliteren en bevorderen alle vormen van samenwerking / afstemming / overleggen tussen gemeenten. (AO en PHO’s / BC’s Arbeidsmarkt, EZ, AvT, mobiliteit, belangenbehartiging, VTE, MDA, EZ dagen etc.) Omgevingsagenda Oost Nederland Coalitie milieu duurzaamheid en afval (afvalsamenwerking en netwerk milieu) Wettelijke taken arbeidsmarktregio Twente (incl. arbeidsmarktmonitor) Hier moet de discussie nog worden gevoerd over taakverdeling arbeidsmarktregio (met Enschede als primus inter pares) en 3O samenwerking. Deelnemen in en advisering aan Euregio commissies Beheer financiën Verkeer en Vervoersbudget Twente Lobbydossiers gemeenten: zorg, sociaal domein, arbeidsmarkt en RES Uitvoeringsprogramma VTE Twente Coördinatie op inzet Eurocities RES

Mogelijke positie Verdwijnt

Gemeente Gemeente Gemeente Enschede

Gemeente Gemeente GR GGD/OZJT/VTT en gemeente Gemeente Gemeente Gemeente i.c.m. Waterschap en Provincie

Er is over de positionering van deze taken nog geen bestuurlijke keuze te maken, omdat dit erg afhangt van de strategische focus van de Twente Board (zie ook hoofdstuk 3.2). Dit geldt ook voor vrijetijdseconomie en op welke wijze dit onderdeel uit zal maken van de 3O organisatie. Dit overzicht is bedoeld om het algemeen bestuur kennis te laten nemen van welke taken op gebied van sociaal economische structuurversterking waarschijnlijk op andere wijze moeten worden georganiseerd of verdwijnen.

15

5. GGD, OZJT en VTT Eerdere besluitvorming en uitgangspunten veranderopdracht In de veranderopdracht is besloten dat voor de onderdelen GGD, OZJT en VTT, waarbij sprake is van verplichte samenwerking, een Gemeenschappelijke regeling wordt opgericht wordt. Elk van de 3 delen moet wel een eigen positie/herkenbaarheid behouden. De positie van Samen14 is onlosmakelijk verbonden met OZJT. Voor wat betreft de uitwerking moet uitgezocht worden: 1. Hoe de verbinding van de GGD met OZJT en VTT met het veiligheidsdomein kan worden gelegd; 2. Is het vanzelfsprekend dat OZJT en VTT meegaan in de Gemeenschappelijke regeling van GGD; 3. De positie van Samen14. Voorts wordt op basis van eerdere besluitvorming als uitgangspunt gehanteerd: 4. Dat bedrijfsvoering in principe meegaat met de inhoudelijke onderdelen waarvoor ondersteuning wordt verleend. Er moet zorgvuldig worden omgegaan met de medewerkers vanuit goed werkgeverschap.

5.1 Eén Gemeenschappelijke regeling voor GGD, OZJT en VTT Uit de veranderopdracht volgt de opdracht dat er één Gemeenschappelijke regeling komt voor GGD, OZJT en VTT, waarbij elk van de drie delen een eigen positie en herkenbaarheid behoudt. Nader onderzoek moest uitwijzen of dit vanzelfsprekend is. Inhoudelijk is een belangrijk argument voor deze bundeling dat uitvoering en ontwikkeling binnen het sociaal domein de transformatie van Regio Twente ondersteunt. Vanwege de deels verplichte samenwerking op een aantal taken en relatie met activiteiten die binnen GGD worden uitgevoerd, adviseren de secretarissen om OZJT samen te brengen met GGD. Ook de werkzaamheden van VTT liggen op het snijvlak met activiteiten GGD. Voor al deze onderdelen is regionale samenwerking in toenemende mate in wetgeving verplichtend opgenomen. In het kader van de veranderopdracht is aan een extern bureau gevraagd om een performance audit uit te voeren met betrekking tot de GGD Twente. In deze audit komt onder andere aan de orde wat de wettelijke en niet-wettelijke taken zijn van de GGD en hoe de GGD presteert in vergelijking tot branchegenoten. De uitkomsten van de audit zijn samengevat: dat GGD Twente efficiënt en (kosten)effectief binnen de gestelde financiële kaders opereert. De resultaten van de audit worden meegenomen in de implementatiefase van de veranderopdracht.

Het volledige rapport (Public Profit, dd. 5 februari 2020) is besproken in de Bestuurscommissie Publieke gezondheid en is hier te vinden en op extranet bij de stukken van de BC PG van 4 maart 2020. Het advies van de secretarissen om de GGD, VTT en OZJT te bundelen in één Gemeenschappelijke regeling sluit aan bij de huidige situatie waarin deze onderdelen ook in één Gemeenschappelijke regeling zijn ondergebracht. Aansluitend op de door de secretarissen genoemde inhoudelijke argumenten voor de bundeling kan worden opgemerkt dat de overheid meer opgavegericht moet werken. Daarom is bundeling van vitale onderdelen die synergie opleveren en toegevoegde waarde kunnen bieden voor de gemeenten een logische zet in de opgaven waarvoor zij staan. Dit pleit er voor dat de kracht en expertise van GGD, OZJT en VTT vanuit inhoudelijke toegevoegde waarde voor de gemeenten gebundeld blijven binnen één Gemeenschappelijke regeling. Naast goede uitvoering van belangrijke wettelijke, bovenlokale taken biedt de bundeling onder één dak gestroomlijnde aansturing waardoor meer in samenhang kan worden geprioriteerd en beperkte middelen gerichter ingezet kunnen worden. Bepalen van de omvang van het takenpakket gebeurt in overleg met alle gemeenten, waarbij het duidelijk is wat de (financiële) kaders zijn op moment van besluitvorming.

Daarnaast kunnen, zoals nu al in toenemende mate gebeurt, in gezamenlijkheid fondsen en subsidies worden geworven. 16

Een ander belangrijk effect van de bundeling is robuust opdrachtgeverschap. Hierdoor is Twente een sterke opdrachtgever voor aanbieders en kan het een goede partner zijn om de noodzakelijke transformatie in beweging te krijgen. De ervaring wijst uit dat we landelijk een goede positie hebben. Voorts past één Gemeenschappelijke regeling voor GGD, OZJT en VTT in de visie die de ministers van VWS en Rechtsbescherming in hun kamerbrief van 20 maart 2020 hebben verwoord m.b.t. de jeugdzorg. Zij kondigen daarin een verplichte regionale samenwerking aan middels de 42 bestaande jeugdhulpregio’s waarvan de 14 Twentse gemeenten er een vormen. In de brief schrijven de ministers dat wanneer er geen sprake is van congruentie met andere regio-indelingen dit de integrale aanpak binnen het sociaal domein belemmert. Met allerlei betrokken partijen wordt nagegaan wat voor de langere termijn de meest passende regionale samenwerking is voor de verschillende opgaven in het sociaal domein. Het behoud van de eigen positie en herkenbaarheid kan vorm gegeven worden door, net als nu, de kosten en baten van elk onderdeel in aparte begrotingsprogramma’s op te nemen, met duidelijke financiële kaders. Op termijn kan dan ook ingestoken worden op een begroting die meer gericht is op maatschappelijke effecten, in plaats van input en activiteiten.

Richting de burger kunnen de huidige ’merknamen’ GGD Twente, Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT) en Veilig Thuis Twente (VTT) worden gehandhaafd. Zoals hierna wordt aangegeven kan er in het dagelijks bestuur met portefeuillehouders worden gewerkt en kunnen de 2 bestuurscommissies verdwijnen. De bestuurlijke aansturing voor GGD, OZJT en VTT gebeurt nu via 2 aparte bestuurscommissies (enerzijds voor GGD en anderzijds voor OZJT en VTT). Het afgelopen jaar is een proces ingezet dat deze commissies vanwege de inhoudelijke aspecten steeds meer gezamenlijk opereren. Er is een sterke overlap in bestuurders: 12 van de 14 zitten in beide commissies. Het in één Gemeenschappelijke regeling blijven opereren, met daarin een vereenvoudigde bestuurlijke aansturing, past ook in het uitgangspunt van de transitie om te komen tot focus en eenvoud. Het nieuwe algemeen bestuur kan dan in de plaats komen van de 2 bestuurscommissies en het nieuwe dagelijks bestuur kan zodanig worden samengesteld dat elk onderdeel daarin een bestuurlijk aanspreekpunt (portefeuillehouder) heeft. Voor de gemeenten is het voordeel dat er maar 1 verbonden partij is, in plaats van 2 of 3. De aangepaste Gemeenschappelijke regeling zou ook één ambtelijk voorportaal kunnen hebben dat integraal adviseert aan het algemeen bestuur van de aangepaste regeling.

In het kader van de transitie wordt niet uitgegaan van een helemaal nieuw op te richten Gemeenschappelijke regeling, maar het omvormen van de bestaande Gemeenschappelijke regeling van Regio Twente in de Gemeenschappelijke regeling voor GGD, OZJT en VTT. Inhoudelijk komt dit op hetzelfde neer als het oprichten van een nieuwe Gemeenschappelijke regeling, maar qua transitiemanagement heeft het omvormen grote voordelen. Deze procedure is in 2015 ook gevolgd bij de transitie die toen plaatsvond van Wgr-plus naar Wgr. Hierdoor behoeft Regio Twente niet te worden geliquideerd en er geen nieuwe Gemeenschappelijke regeling te worden opgericht. Voordelen zijn: • Geen liquidatieplan en verevening nodig voor Gemeenschappelijke regeling Regio Twente; • Geen wijzigingen voor personeel GGD, OZJT en VTT. De aansluiting bij de CAO voor gemeenschappelijke regelingen blijft gehandhaafd en er behoeven geen nieuwe arbeidsovereenkomsten te worden gesloten. Met vakbonden behoeft er dus geen overdrachtsprotocol te worden afgesloten. • Huidige contracten met derden blijven. Met contractspartners behoeft geen contractovername te worden geregeld. Dit is bijvoorbeeld van belang voor licenties op ICT-gebied. Dat geldt dus ook voor de 300+ contracten met aanbieders. 17

• • •

Huidige verordeningen blijven van kracht. Alleen in sommige gevallen aanpassing of intrekking. Minder handelingen m.b.t. registratie in het Handelsregister Huidige bankrekeningen kunnen worden gehandhaafd.

Bestuurlijke keuze Vorm geven van de bestuurlijke en inhoudelijke samenwerking tussen GGD, OZJT en VTT door de huidige Gemeenschappelijke regeling om te vormen of door een nieuwe Gemeenschappelijke regeling te maken. De herkenbaarheid van de drie onderdelen waarborgen op bovenstaande beschreven werkwijze, of via het vormen van afzonderlijke bestuurscommissies. Voorgesteld besluit 1. De onderdelen GGD, VTT en OZJT te handhaven in de bestaande gemeenschappelijke regeling, door het aanpassen van de huidige Regeling Regio Twente; 2. De herkenbaarheid van de drie onderdelen te waarborgen door intern gebruik te maken van afzonderlijke begrotingsonderdelen en afzonderlijke portefeuillehouders in het dagelijks bestuur en extern door de bestaande merknamen te blijven hanteren.

5.2 Positie Samen 14 Een van de uitgangspunten van de veranderopdracht is om de vrijwillige samenwerking van 14 gemeenten of minder niet een Gemeenschappelijke regeling te organiseren, maar door de gemeenten zelf. Echter, in het advies van de Kring van Gemeentesecretarissen staat daarentegen dat de positie van de vrijwillige samenwerking Samen14 onlosmakelijk verbonden is met OZJT en dat dit een onderwerp is van verdere uitwerking. Daarmee ontstaat een dilemma: kiezen voor het principiële uitgangspunt om vrijwillige samenwerking door de deelnemende gemeenten te laten organiseren buiten de Gemeenschappelijke regeling, of de keuze voor de onlosmakelijkheid vanuit de inhoud van GGD, VTT en Samen14 Bij de oprichting van OZJT zijn door de gemeenten zeer bewuste keuzes gemaakt over de vorm, positionering en inrichting. Onder verantwoordelijkheid van de bestuurscommissie OZJT verzorgt OZJT inkoop en contractmanagement voor verplichte regionale taken op het gebied van jeugdhulp. Onder de noemer van Samen14 faciliteert OZJT de colleges van B&W bij contractmanagement en contractbeheer voor alle overige, niet verplichte inkoop t.b.v. Wmo en jeugdhulp. OZJT werkt met een jaarplan. Gemeenten bepalen met elkaar welke opdrachten zij willen laten uitvoeren door OZJT. De hiervoor vermelde verplichte en niet verplichte taken liggen in elkaars verlengde.

OZJT vormt een organisatie naast en met het informele samenwerkingsverband Samen14. Hiermee kan OZJT een flexibel instrument blijven. OZJT en Samen14 zijn één beweging en met elkaar verbonden. Als deze uit elkaar gehaald worden, kan OZJT niet meer de taken uitvoeren op de wijze waarop dat nu gebeurt. Inhoudelijk zijn OZJT en Samen14 erg aan elkaar verbonden, terwijl de aard van de samenwerking een andere is. OZJT is verplichte samenwerking; Samen14 is vrijwillige samenwerking, het liefst met z’n 14-en, maar dat hoeft niet altijd. Daar kan in de governance rekening mee gehouden worden, zonder de inhoudelijke verbinding te verbreken. Samen14 is een netwerk waarin de gemeenten afstemmen over allerhande onderwerpen, ook OZJT-onderwerpen. Samen14 zou als gast binnen de Gemeenschappelijke regeling kunnen fungeren, waardoor de inhoudelijke verbinding blijft, terwijl Samen14 qua besluitvorming geen onderdeel is van de Gemeenschappelijke regeling. Besluitvorming over inhoudelijke Samen14-zaken blijft aan de colleges van B&W van de afzonderlijke gemeenten. Hierover is soms onduidelijkheid. Samen14 mag ook af en toe samen 6, 8 of 10 zijn.

18

Dit vraagt om een cultuur waarbij gemeenten samenwerken vanuit inhoud waar dat noodzakelijk of wenselijk is. Tegelijkertijd moet er ook ruimte zijn voor flexibiliteit vanuit de inhoud. De couleur locale is er en mag er ook zijn. Juist door de verschillen ontstaat ook ruimte om te leren van elkaar met als resultante de waardering voor elkaar. Het is daarbij van groot belang om vooraf heldere afspraken te maken over de doelen, bijbehorende activiteiten, resultaten en informatievoorziening. De randvoorwaarden voor toetreden, uittreden, frictiekosten en belasting op of uitzetting van bedrijfsvoering moeten expliciet duidelijk zijn. Daarbij moet ook steeds transparant en helder worden gemaakt in jaarplannen en kwartaaloverzichten, wanneer het om Samen14 onderwerpen gaat (en niet OZJT). Dit vraagt meer van de ambtelijke organisatie om een en ander goed te administreren. Dit vraagt aanpassing van de gemeenschappelijke regeling, omdat een goede juridische borging noodzakelijk is. Bestuurlijke keuze Bepalen van de beste positionering van Samen14, bij OZJT of los daarvan. Voorgesteld besluit 1. De aangepaste Gemeenschappelijke regeling van GGD, OZTJ en VTT laten fungeren als gastheerorganisatie voor Samen14; 2. Samen14 en OZJT duidelijk administratief scheiden, zodat steeds transparant is wanneer het om OZJT gaat en wanneer het om Samen14 gaat.

Ook randvoorwaarden voor toetreden en uittreden, frictiekosten en belasting op of uitzetting van bedrijfsvoering moeten steeds expliciet duidelijk zijn.

5.3 Verbinding GGD met veiligheidsdomein Hoewel het geen opdracht is vanuit de veranderopdracht, is wel diverse keren gevraagd om uit te zoeken of en hoe de GGD en de VRT met elkaar verbonden zijn en of dit verbetering behoeft. Daar wordt in deze paragraaf nader op ingegaan. Voor het verbinden van de GGD met het veiligheidsdomein (VRT), zijn twee mogelijkheden. Er kan één organisatie worden gemaakt van deze onderdelen of men kan de huidige bestaande structuren bij VRT en GGD (nog beter) benutten. Er is wettelijke verbinding tussen GGD en veiligheidsregio. Zo moet het rechtsgebied van de GGD overeen komen met die van de veiligheidsregio en op ambtelijk niveau is er een verbinding via de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR). Wettelijk valt de GHOR onder de veiligheidsregio en de directeur Publieke Gezondheid (DPG) is zowel directeur van de GGD als van de GHOR. De DPG wordt benoemd door het algemeen bestuur van de GGD in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio. De DPG is binnen de VRT belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening en maakt deel uit van de veiligheidsdirectie. Ook op andere terreinen wordt er samen gewerkt tussen GGD en VRT (zoals evenementenbeleid, Integrale Veiligheidszorg (IVZ)-platform).

Via de GHOR, die onder leiding staat van de directeur Publieke Gezondheid, is een formele verbinding tussen de GGD en de VRT. Daarnaast is een netwerk waarin de diverse domeinen, waaronder GGD en VRT, met elkaar samenwerken. Deze netwerksamenwerking functioneert in de Twentse praktijk tot volle tevredenheid van de veiligheidsdirectie van GGD en VRT. Dit blijkt ook uit de samenwerking in de huidige corona-crisis. In de praktijk in Nederland komt de combinatie GGD / Veiligheidsregio voor. De bestuurlijke aansturing is wettelijk gezien anders. Bij de veiligheidsregio vormen burgemeesters het bestuur en bij de GGD zijn dat vertegenwoordigers van het college. Zowel GGD Twente als de VRT zijn grote organisaties.

19

Bij de GGD Twente werken momenteel zo’n 380 medewerkers in het primaire proces en daarnaast is zo’n 80% van de 75 medewerkers van bedrijfsvoering werkzaam voor de GGD. De VRT telt zo’n 300 medewerkers en 700 vrijwilligers. Eén begroting betekent minder eenvoud en transparantie qua inhoud en middelen (financieel en personeel). Ook is er minder sprake van eenvoud en focus, omdat slechts een deel van de taken overlapt. Eén organisatie van GGD en VRT past niet in de algemene uitgangspunten en gewenste verbeteringen voor het uiteindelijke resultaat. Zo is er geen sprake van focus en eenvoud. Ook zijn er wettelijke belemmeringen en is de bestuurlijke aansturing verschillend hetgeen extra (hulp)structuren vraagt. Er is nu een goede verbinding via de GHOR en het netwerk van samenwerking van de diverse domeinen. De veiligheidsdirectie vindt dat de verbinding van de GGD met het veiligheidsdomein via de huidige structuren goed is geborgd. Ten slotte worden de in paragraaf 5.1 genoemde voordelen van een regeling van GGD met VTT en OZJT teniet gedaan door een samenvoeging van alleen de GGD en VRT. Bestuurlijke keuze Kiezen of de GGD en het veiligheidsdomein het best verbonden kunnen blijven door intensieve samenwerking (zoals nu) of door samenvoeging. Voorgesteld besluit Uit blijven gaan van de verbinding van de GGD met het veiligheidsdomein op basis van de huidige structuren.

5.4 Bedrijfsvoering Het overgrote deel van het huidige domein bedrijfsvoering van Regio Twente verleent ondersteuning aan GGD, OZJT en VTT. Op basis van de uitgevoerde inventarisatie in oktober 2019 blijkt dat het overgrote deel (75%) van het huidige domein Bedrijfsvoering werkzaam is voor GGD/OZJT/VTT. Dit is ca. 48 fte op een totale formatie van 66 fte op peildatum oktober 2019. GGD

OZJT

VTT

38,62 fte

2,63 fte 48 fte (75%)

6,54 fte

Recreatieve Voorzieningen 3,58 fte 5%

Soc. Eco. Sterk. Twente 6,99 fte 10%

Coalitions

Totaal

7,65 fte 10%

66,00 100%

Het is voor het functioneren van deze taakvelden van groot belang dat deze ondersteuning gehandhaafd blijft. Bovendien geldt hier het principe ‘mens volgt werk’. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke ondersteuning vanuit bedrijfsvoering geboden gaat worden aan de diverse te ontvlechten onderdelen. Gaan de nieuwe gastheren dat zelf doen? Of gaan er medewerkers van Regio Twente mee? Deze aspecten kunnen na het nemen van het hoofdlijnenbesluit verder worden uitgewerkt. Door bedrijfsvoering te handhaven in deze aangepaste Gemeenschappelijke regeling, kun je door natuurlijk verloop de organisatie aanpassen aan de gewenste grootte en houd je daarmee de frictiekosten het laagst. Bedrijfsvoering zal binnen de nieuwe organisatie in ieder geval geen zelfstandige directie meer hebben. Vanaf september 2019 is geanticipeerd op de aanstaande wijzigingen vanwege de veranderopdracht. in de aangepaste Gemeenschappelijke regeling GGD/OZJT/VTT en de personele omvang daarvan via natuurlijk verloop aan te laten sluiten op de nieuwe situatie. In de tussentijd is de formatie fors naar beneden bijgesteld. Dit mede in verband met de financiële tekorten waarbij vacatures niet worden ingevuld. In de begroting 2021 is de formatie bijgesteld naar 55 fte. Dit is een daling van ruim 15% ten opzichte van de situatie in oktober 2019.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10005023/1