CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen partiële herziening aansluiting N315-N768

Gemeenteraad 30 november 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening aansluiting N315 – N768’30.734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening aansluiting N315 - N768 Toelichting NL.IMRO.0158BP1200-0002 Provincie Overijssel 19 augustus 2022

Project

Opdrachtgever

Document

Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening aansluiting N315 - N768 Provincie Overijssel Drs. ing. A. Zandvoort Toelichting NL.IMRO.0158BP1200-0002 Definitief 02 19 augustus 2022 129037/22-011.921

129037 Ir. J.K. Muntinga Drs. M.J. Schilt

M.J. Ruiter MSc Ir. J.K. Muntinga Ir. J.K. Muntinga

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging van het plangebied

7

1.3

Planologische inpassing

8

1.4

Planstudie naar inrichtingsvarianten

10

1.5

Leeswijzer

10

2

PLANBESCHRIJVING

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Planbeschrijving

11

3

BELEIDSKADER

13

3.1

Rijksbeleid

13

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4

13 14 15 15

3.2

3.3

3.4

Omgevingswet Nationale omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ladder voor duurzame verstedelijking

Provinciaal beleid

15

3.2.1 3.2.2

15 18

Omgevingsvisie Overijssel Omgevingsverordening Overijssel

Gemeentelijk beleid

18

3.3.1

18

Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente

Overige gerelateerde visies

19

3.4.1 3.4.2

19 19

Visie Westpoort landgoed Het Lankheet Visie Duurzaam Veilig Wegverkeer 2018 - 2030

4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

21

4.1

Verkeer

21

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2

Geluid

Toetsingskader Resultaten Conclusie

22 22 23 24

4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3

4.4

4.5

25

4.3.1 4.3.2 4.3.3

26 26 27

4.8

4.9

4.10

4.11

4.12

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Externe veiligheid

27

4.4.1 4.4.2 4.4.3

28 29 30

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Natuur

30 Toetsingskader Resultaten Conclusie

Water 4.6.1 4.6.2 4.6.3

4.7

24 24 25

Luchtkwaliteit

4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6

Toetsingskader Resultaten Conclusie

30 32 38 39

Toetsingskader Resultaten Conclusie

39 39 40

(Water)bodem

40

4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4

40 40 41 42

Toetsingskader Resultaten Conclusie bodemonderzoek Conclusie bodem i.r.t. dit bestemmingsplan

Niet-gesprongen explosieven

42

4.8.1 4.8.2 4.8.3

42 43 43

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Archeologie

43

4.9.1 4.9.2 4.9.3

43 43 44

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Landschap

44

4.10.1 4.10.2 4.10.3

44 44 49

Toetsingskader Resultaten Conclusie

Duurzaamheid

50

4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.11.4

50 50 51 52

Energieverbruik Circulaire economie en materialen CO2-emissie Conclusie

Kabels en leidingen

52

4.12.1 4.12.2 4.12.3

53 53 54

Wettelijke grondslag Resultaten Conclusie

4.13

M.e.r.-beoordeling

54

4.13.1 4.13.2 4.13.3

54 55 55

Wettelijke grondslag Resultaten vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie

5

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

56

5.1

Algemeen

56

5.1.1 5.1.2 5.1.3

56 56 57

Wat is een bestemmingsplan? Over bestemmen en aanduiden Hoofdstukopbouw van de regels

5.2

Dit bestemmingsplan

57

5.3

Toelichting op de regels

57

5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

57 58 58 59

Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels

6

UITVOERBAARHEID

60

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

60

6.2

Economische uitvoerbaarheid

60

6.2.1 6.2.2

60 61

Financiering en grondverwerving Beheer en onderhoud

6.3

Handhaafbaarheid

61

7

PROCEDURE

62

7.1

Voorontwerpfase

62

7.1.1

62

Bestuurlijk vooroverleg

7.2

Ontwerpfase

62

7.3

Vaststellingsfase

62

Laatste pagina

62

Bijlage(n)

Aantal pagina's

I

Plan in Hoofdlijnen

715

II

Geluidsonderzoek

20

III

Quickscan natuur

23

IV

AERIUS-berekeningen

14

V

Watertoets

34

VI

Bodemonderzoek

258

VII

Niet-gesprongen explosieven

37

VIII

Archeologisch onderzoek

21

IX

Landschappelijke inpassing

11

1 INLEIDING 1.1

Aanleiding

In 2018 werd de nieuwe N18 tussen Enschede en Groenlo geopend voor verkeer. De oude N18, die is omgenummerd tot de N768, wordt afgewaardeerd. De provincie Overijssel wordt in 2022 de nieuwe wegbeheerder van een gedeelte van de N768 (de Eibergsestraat) in Haaksbergen (aangegeven met de rood onderbroken lijn op afbeelding 1.1). Door grote wijzigingen van verkeersstromen in de regio en omdat de bestaande verkeersregelinstallatie op de kruising van de N315 en de N768 aan het einde van zijn levensduur is, is deze kruising aan onderhoud toe. De provincie Overijssel heeft onderzoek laten doen naar een toekomstbestendige en passende herinrichting van het kruispunt en heeft daarom het voornemen om de kruising om te vormen tot een rotonde. De herinrichting van het kruispunt naar een rotonde is gedaan op basis van een integrale afweging van 3 varianten op alle relevante aspecten. De uitgangspunten hierbij zijn: - een toekomstbestendige en verkeersveilige inrichting van het kruispunt; - de ruimtelijke inpassing draagt bij aan bredere gebiedsdoelen; - de Assinkweg wordt rechtstreeks op het kruispunt aangesloten voor een goede ontsluiting van het landgoed; - het Danspaleis wordt herontwikkeld en wordt ontsloten op het kruispunt.

1.2

Ligging van het plangebied

Het kruispunt dat omgevormd wordt tot een rotonde betreft de aansluiting van de N315 (Needseweg) op de N768 (Eibergsestraat) en ligt tussen Haaksbergen en Eibergen.

Afbeelding 1.1 Ligging plangebied

7 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

1.3

Planologische inpassing

Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: 1 buitengebied Haaksbergen, deels onherroepelijk in werking (vastgesteld 2 juli 2013, uitspraak RvS 22 april 2015); 2 buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 (vastgesteld (1 november 2017); 3 buitengebied Haaksbergen, partiële herziening N18, onherroepelijk (vastgesteld 21 februari 2018); 4 buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1 (vastgesteld 12 juli 2021). Omdat de plannen elkaar deels overlappen en ook dezelfde bestemmingen bevatten wordt getoetst aan de meest recent geldende bestemming. In de toetsing wordt dan ook aangegeven aan welke bestemmingsregels van welk bestemmingsplan is getoetst. Tabel 1.1 weergeeft de geldende bestemmingen op en rondom de kruising N315 - N768, en afbeelding 1.2 toont de over elkaar heen gelegde bestemmingsplankaarten.

Tabel 1.1 Bestemmingen plangebied Bestemming

Uit bestemmingsplan

enkelbestemming Verkeer - 2 (ter plaatse van de N768)

Buitengebied Haaksbergen

enkelbestemming Verkeer (ter plaatse van de N315)

buitengebied Haaksbergen, partiële herziening N18

enkelbestemming Horeca

buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1

enkelbestemming Agrarisch met waarden - Landschap

buitengebied Haaksbergen

enkelbestemming Bos

buitengebied Haaksbergen

dubbelbestemming waarde - Hoge archeologische

buitengebied Haaksbergen, partiële herziening

verwachting

veegplan 1

dubbelbestemming Leiding

buitengebied Haaksbergen en Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1

gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone

alle vigerende bestemmingsplannen

gebiedsaanduiding reconstructiewetzone -

buitengebied Haaksbergen

extensiveringsgebied

8 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

Afbeelding 1.2 Bestemmingsplankaarten met ontwerp rotonde

De twee verkeersbestemmingen, ‘Verkeer’ en ‘Verkeer - 2’, zijn beide onder andere bestemd voor ‘wegen’ (…) waarbij gestreefd wordt naar een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer (artikel 6 en artikel 24 van bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening N18 respectievelijk bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen). Het aanpassen van de kruising naar een rotonde is binnen deze regels toegestaan. De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor horeca(bedrijven), in dit geval specifiek voor een discotheek (artikel 7 Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening verzamelplan 1). Het gebruik van een deel van deze gronden voor de aanleg van de rotonde is op dit moment strijdig met de regels van het bestemmingsplan. De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn onder ander bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, het weiden van vee en het verbouwen van gewassen en het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden (artikel 8 bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen). Het gebruik van een deel van deze gronden voor de aanleg van de rotonde is op dit moment strijdig met de regels van het bestemmingsplan.

Ook de specifieke regels die van toepassing zijn door de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’, te weten 8.4 Afwijken van de bouwregels en 8.8 Wijzigingsbevoegdheid, bieden geen uitkomst. De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor bos, bosbouw, aanplant en houtoogst, het behoud, de bescherming en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en/of landschappelijke waarde en (…) infrastructurele voorzieningen, zoals deze bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan en op een legale wijze tot stand zijn gekomen en het behoud van de aanwezige zandwegen (artikel 12 bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen). De Assinkweg wordt iets naar het zuiden verlegd met het oog op de verkeersveiligheid en een goede aansluiting op de rotonde. Het aanleggen van nieuwe wegen is niet toegestaan binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Het gebruik van de gronden voor het verleggen van de Assinkweg op dit moment strijdig met de regels van het bestemmingsplan. De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden (artikel 35 Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1).

Voor werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,4 meter geldt een

9 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

vergunningsplicht (omgevingsvergunning uitvoeren van werken). Het plangebied is circa 4.000 m2 groot. Op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de verwachtingswaarde kan worden bijgesteld naar ‘laag’ en dat er geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk is. Conform artikel 35.2.c 1 van het bestemmingsplan vervalt de voorgenoemde vergunningsplicht als de werkzaamheden plaatsvinden in of op gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden. De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de in de strook gelegen leidingen (artikel 32 bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen). Deze leidingenstrook blijft behouden en krijgt in de nieuwe situatie dezelfde planologische bescherming. Ter plaatse van de gebiedsaanduidingen ' luchtvaartverkeerzone' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - tevens zijn bestemd voor de bescherming van de laagvliegroute van defensie. Het bestemmingsplan voorziet niet in hoge gebouwen of andere hoge zaken en staat daarmee de laagvliegroute niet in de weg.

Conclusie Vanuit de geldende bestemmingsplannen is het op de gronden die bestemd zijn voor 'Horeca' en 'Agrarisch met waarden - Landschap' (+ gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’) niet toegestaan om een rotonde aan te leggen en de gronden die bestemd zijn voor ‘Bos’ zijn niet bedoeld voor het aanleggen van wegen (verleggen Assinkweg). Deze planologische strijdigheid dient te worden opgelost. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4

Planstudie naar inrichtingsvarianten

In 2020/2021 is een planstudie (Ontwerpplan in Hoofdlijnen) uitgevoerd naar drie herinrichtingsvarianten voor het kruispunt N315 - N768. De drie varianten die in de planstudie onderzocht zijn, betreffen: - variant 0 (ook wel referentievariant): handhaven bestaande kruispunt en vervangen bestaande verkeersregelinstallatie en asfaltdeklagen; - variant 0+: het huidige drietaks kruispunt met verkeerslichten wordt uitgebreid met een vierde tak, de Assinkweg; - variant 1: het kruispunt wordt omgebouwd naar een enkelstrooks rotonde, waarbij de Assinkweg en de in-/uitrit van het Danspaleis als afzonderlijke takken rechtstreeks op de rotonde worden aangesloten. De verkeersregelinstallatie komt te vervallen. De varianten zijn beoordeeld op de aspecten verkeer, ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid, natuur, leefbaarheid en overige aspecten zoals geohydrologie, bodemkwaliteit, kabels en leidingen en grondverwerving. Op basis van deze beoordeling, volgt dat variant 1 (rotonde) de voorkeur geniet. Het geheel is vastgelegd in het Ontwerpplan in hoofdlijnen Aansluiting N315/N768. Het Ontwerpplan in Hoofdlijnen is op 8 juni 2021 door Gedeputeerde Staten van Overijssel (GS) vastgesteld en heeft nadien ter inzage gelegen van 14 juni tot en met 26 juli 2021.

Er zijn geen zienswijzen binnengekomen (zie ook paragraaf 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid) en daarom is het Plan in Hoofdlijnen op 1 februari 2022 (bijlage I) ongewijzigd vastgesteld door GS.

1.5

Leeswijzer

De toelichting bij voorliggend bestemmingsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Na dit eerste inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader beschreven dat van toepassing is op de planlocatie. Hoofdstuk 4 onderbouwt de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 worden de planregels nader toegelicht. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 en 7 de uitvoerbaarheid respectievelijk de bestemmingsplanprocedure beschreven.

10 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

2 PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Allereerst wordt ingegaan op de huidige situatie en vervolgens wordt ingegaan op de planbeschrijving.

2.1

Huidige situatie

Het kruispunt betreft de aansluiting van de N315 (Needseweg) op de N768 (Eibergsestraat) en ligt tussen Haaksbergen en Eibergen. Aan de noordzijde van de N315 ligt een tweerichtingenfietspad. De N768 heeft aan beide zijden van de weg een éénrichtingsfietspad. Fietsers en voetgangers kunnen aan de noord- en westzijde het kruispunt met verkeerslichten oversteken. Dichtbij het kruispunt liggen twee bushaltes langs de N315. De inrit van het Danspaleis takt rechtstreeks aan op de N315. De Assinkweg (zandweg) takt ten noorden van de kruising rechtstreeks aan op de N768.

Afbeelding 2.1 Inrichting van het kruispunt met links de N315 en het Danspaleis

2.2

Planbeschrijving

In de nieuwe situatie wordt het bestaande drietaks kruispunt omgebouwd naar een enkelstrooks rotonde. De Assinkweg en de in-/uitrit van het Danspaleis worden ook onderdeel van de nieuwe kruising en worden rechtstreeks op de rotonde aangesloten. De huidige verkeersregelinstallatie is door de aanleg van de rotonde niet meer nodig en komt te vervallen. Afbeelding 2.2 weergeeft het ontwerp van de rotonde.

11 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

Afbeelding 2.2 Ontwerp rotonde

12 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleid, voor zover dat op dit plan betrekking heeft, toegelicht. Aangegeven wordt wat de relatie is tussen het plan en het beleid. Daarnaast wordt getoetst of het plan in overeenstemming is met het geldende beleid.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Omgevingswet

Naar verwachting treedt de Omgevingswet (Ow) op of 1 januari 2023 in werking. De Omgevingswet betreft een wet die een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt, door tientallen op dit moment vigerende wetten en honderden regels te bundelen in één nieuwe wet. De wet betekent een aanzienlijke inhoudelijke reductie van regels op het terrein van water, lucht, bodem, natuur, infrastructuur, gebouwen en cultureel erfgoed. Het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet (IOw) en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt de verhouding tussen nieuwe en bestaande regelgeving. Paragraaf 11.2 van de IOw bevat het overgangsrecht voor de kerninstrumenten van de Ow: de Omgevingsvisie, programma’s, het omgevingsplan, de omgevingsverordening en waterschapsverordening, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning, het projectbesluit en instructieregels. De uitwerking van het overgangsrecht kan overigens nog wijzigen in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel voor de Invoeringswet Omgevingswet. Dit bestemmingsplan in relatie tot de Omgevingswet Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, gaat dit bestemmingsplan op in het omgevingsplan van de gemeente. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft namelijk iedere gemeente van rechtswege één omgevingsplan (artikel 22.1 Ow).

Het overgangsrecht, beschreven in de Invoeringswet Omgevingswet (IOw), regelt dat de gemeente vanaf de inwerkingtreding in ieder geval een omgevingsplan heeft dat gevuld is met (1) de regels die van rijksniveau naar gemeenteniveau gaan en (2) de bestaande ruimtelijke plannen en een aantal verordeningen (artikel 1.1, onderdeel JI IOw). Deze 2 onderdelen vormen samen het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Bestaande ruimtelijke plannen en verordeningen worden dus onderdeel van het omgevingsplan. Het gaat om de volgende plannen en verordeningen: - bestemmingsplannen (Wet ruimtelijke ordening, Crisis- en herstelwet); - wijzigingsplannen (Wet ruimtelijke ordening); - uitwerkingsplannen (Wet ruimtelijke ordening); - beheersverordeningen (Wet ruimtelijke ordening); - inpassingsplannen (Wet ruimtelijke ordening, Crisis- en herstelwet); - exploitatieplannen (Wet ruimtelijke ordening); - voorbereidingsbesluiten inclusief tracébesluiten die als voorbereidingsbesluit gelden (Wet ruimtelijke ordening); - archeologieverordeningen (Monumentenwet 1988); - geurverordening (Wet geurhinder en veehouderij); - verordeningen afvoer regen- en grondwater (Wet milieubeheer).

13 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

Procedure Het oude recht is van toepassing op procedures die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gestart. Op dit bestemmingsplan is derhalve de Omgevingswet nog niet van toepassing, omdat de officiële procedure van dit bestemmingsplan is gestart voor 1 oktober 2022. Ook is het overgangsrecht nu zo ingestoken dat alles wat in bestemmingsplannen, beheersverordeningen en omgevingsvergunningen is geregeld in feite gewoon geldig blijft na 1 oktober 2022 als onderdeel van het omgevingsplan. Daarbij dient opgemerkt te worden dat deze ‘oude situatie’ vanaf 1 oktober 2022 wordt bevroren. Het is na 1 oktober 2022 bijvoorbeeld niet meer mogelijk om het bestemmingsplan te wijzigen, ook niet op ondergeschikte punten. Daarvoor zal voor de gehele locatie een nieuw omgevingsplan moeten worden vastgesteld waarin het 'oude' bestemmingsplan in zijn geheel zal worden vervangen (artikel 2.26 Ow). Hiervoor hoeft niet het hele omgevingsplan al te zijn opgesteld, het kan ook een deelvaststelling zijn van het omgevingsplan.

3.1.2

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Daarnaast beschrijft de NOVI nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in 4 prioriteiten: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2 een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3 sterke en gezonde steden en regio’s; 4 een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI beschrijft 21 nationale belangen. Het waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem en het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit zijn de twee belangen die relevant zijn voor dit bestemmingsplan: - waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem: zonder een goed functionerend mobiliteitssysteem komen onze economie en onze samenleving letterlijk tot stilstand.

Het economische en sociale belang is gediend bij een goede bereikbaarheid op alle schaalniveaus. Het in samenhang functioneren van het totale systeem van wegen, spoorwegen, vaarwegen, infrastructuur voor lopen en fietsen, multimodale knooppunten en stations, havens en luchthavens, ook op de lange termijn, is een nationaal belang. Het verkeer en het vervoer van personen en goederen moeten veilig en betaalbaar zijn, betrouwbare, acceptabele reistijden en reisalternatieven bieden en zo min mogelijk negatieve effecten op de omgeving veroorzaken; - realiseren van een goede omgevingskwaliteit: een goede omgevingskwaliteit is onderdeel van de centrale doelstelling van de Omgevingswet en als zodanig van nationaal belang. Dit gaat om het belang van cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarnaast ook om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving, de effecten die de omgeving heeft op mensen, en om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantsoorten. De in de NOVI gehanteerde term leefomgevingskwaliteit omvat zowel de ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit van de fysieke leefomgeving. Onder ruimtelijke kwaliteit komen de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde samen.

Milieukwaliteit heeft betrekking op waarden die wij toekennen aan een gezonde en veilige woon-, werk- en leefomgeving. Relatie met dit bestemmingsplan Met de voorgenomen ontwikkeling wordt invulling gegeven aan bovengenoemde nationale belangen ‘waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem’ en ‘het realiseren van een goede omgevingskwaliteit’. De nieuwe rotonde draagt bij aan een goede bereikbaarheid en verbeterde

14 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

verkeersveiligheid op de kruising van de N315 - N768. Daarnaast is bij de aanleg van de nieuwe rotonde aandacht voor de landschappelijke inpassing ervan wat bijdraagt aan een goede omgevingskwaliteit. Conclusie De nieuwe rotonde draagt bij aan twee nationale belangen uit het NOVI, namelijk ‘waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem’ en ‘het realiseren van een goede omgevingskwaliteit’ en is daarom in overeenstemming met de NOVI.

3.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken uit de NOVI ten aanzien van de daarin genoemde nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan de versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Relatie met dit bestemmingsplan De aanleg van de rotonde raakt geen Rijksbelangen zoals deze zijn genoemd in het Barro. Conclusie De nieuwe rotonde staat het Barro niet in de weg.

3.1.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Deze regeling staat beschreven in artikel 3.1.6 Bro. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt via een bestemmingsplan, uitwerkings- of wijzigingsplan, of een omgevingsvergunning. Zo bevat een dergelijk plan een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het plan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Mede aan de hand van jurisprudentie is duidelijk welke ontwikkelingen al dan niet worden aangemerkt als (nieuwe) stedelijke ontwikkeling.

Resultaten Voorliggend bestemmingsplan omvat de realisatie van weginfrastructuur. Infrastructuur wordt niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd. De laddertoets hoeft niet te worden uitgevoerd. Conclusie Een laddertoets is niet aan de orde.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving wordt omschreven in de Omgevingsvisie Overijssel (hierna: Omgevingsvisie). In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van

15 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

de fysieke leefomgeving van de provincie. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Zij geven aan wat volgens hen de ambities en doelstellingen van provinciaal belang zijn en hoe zij Gedeputeerde Staten opdragen deze te realiseren. De Omgevingsvisie van de provincie schetst de visie van de provincie op de ruimte in Overijssel, hoe ze hier vorm aan willen geven en hoe de provincie zich daar de komende jaren voor inzet. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing. Soms is deze sturing normstellend, maar meestal is de sturing richtinggevend of inspirerend. Op afbeelding 3.1 wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.

Afbeelding 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

In het uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door provinciale generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven geven richting aan waar wat ontwikkeld kan worden en de gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief ingepast kan worden. Hieronder worden deze ‘of’, ‘waar’ en ‘hoe’ beschreven en wordt het initiatief van dit bestemmingsplan hieraan getoetst. Provinciale generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Deze generieke beleidskeuzes zijn ingedeeld in vijf thema's, te weten: integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. - Integraliteit: de eis van integraliteit houdt in dat alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn, zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen.

· Deze toelichting van het bestemmingsplan laat zien dat er sprake is van een transparante en evenwichtige afweging tussen alle relevante ecologische, economische en sociaal-culturele belangen en dat het initiatief bijdraagt bij aan een duurzame ontwikkeling.

16 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

-

-

-

-

Toekomstbestendigheid: de eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn, houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. · De rotonde voorziet in de behoefte van de huidige generatie en staat het voorzien in de behoefte in de behoeften van toekomstige generaties niet in de weg. Concentratiebeleid: het concentratiebeleid van de provincie Overijssel houdt in dat stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de stedelijke netwerken Twente. · Niet relevant voor dit bestemmingsplan. Bovenregionale afstemming: de verplichting tot (boven)regionale afstemming is erop gericht om gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid te laten nemen voor de regionale programmering van woningbouw, werklocaties en stedelijke voorzieningen. · Niet relevant voor dit bestemmingsplan. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik: de eis van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is erop gericht om onnodig nieuw ruimtebeslag – zowel ondergronds als bovengronds – te voorkomen. · Verschillende (belangen)afwegingen hebben gemaakt dat de rotonde als voorkeursalternatief naar voren is gekomen.

De rotonde heeft ten opzichte van de huidige kruising een groter ruimtebeslag, echter is dit beperkt tot strikt noodzakelijk en daarmee is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Onder de Groene Omgeving vallen drie ontwikkelingsperspectieven: - de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); - agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; - wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het plangebied ligt in een gebied met ontwikkelperspectief wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het ontwikkelingsperspectief wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. De rotonde sluit niet alleen de N315 en de N768 op een veilige manier op elkaar aan, maar houdt ook rekening me de toekomstige ontwikkeling van de discotheek Danspaleis en een veilige aansluiting van landgoed Lankheet. De rotonde is in overeenstemming met het ontwikkelperspectief. Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1 natuurlijke laag; 2 laag van het agrarisch cultuurlandschap; 3 stedelijke laag; 4 laag van de beleving. Relatie met dit bestemmingsplan Met voorliggend bestemmingsplan de huidige kruising met verkeerslichten naar een rotonde omgebouwd. Het bestemmingsplan biedt geen bouwmogelijkheden, anders dan ten behoeve van de rotonde. De regels van het vigerende bestemmingsplan zijn zoveel mogelijk overgenomen. De enige wijzigingen hebben betrekking op het gebruik van de gronden die van ‘agrarisch’ en ‘horeca’ in de bestemming ‘verkeer’ worden

17 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

omgezet. Deze wijziging is dusdanig beperkt en de landschappelijke inpassing van de rotonde zorgt ervoor dat het voorliggende plan geen (negatieve) invloed heeft op de gebiedskenmerken. Conclusie De nieuwe rotonde is in overeenstemming met de provinciale generieke beleidskeuzes (of) en met de ontwikkelingsperspectieven (waar). Daarnaast heeft het plan geen (negatieve) invloed op de gebiedskenmerken. Voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Voor voorliggend bestemmingsplan is het artikel over toekomstbestendigheid (artikel 2.1.4 Omgevingsverordening Overijssel) van toepassing. In dit artikel staat dat in de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn, aannemelijk wordt gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: - de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; - duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; - ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben.

Relatie met dit bestemmingsplan Een veilige, betrouwbare (tijdsduur) en vlotte (keten)reis van personen en goederen van en naar stedelijke netwerken binnen en buiten Overijssel is een provinciaal belang. De rotonde draagt bij aan dit provinciale belang. Met het ontwerp van de kruising is duurzaamheid/ toekomstbestendigheid (energieverbruik, circulaire economie en materialen, en CO2-emissies) één van de beoordelingsaspecten geweest. Mede hierdoor is de rotonde als het voorkeursalternatief naar voren gekomen. Conclusie De nieuwe rotonde voldoet aan de gestelde eisen in artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening en is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente

De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1 verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied; 2 een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt; 3 stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied; 4 versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur;

18 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

5 6 7 8 9

benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap; versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie; verbreden van het aanbod aan woonmilieus; op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau; verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.

Elk initiatief dat bij de gemeente wordt ingediend moet een bijdrage leveren aan de gemeentelijke ambities. Dat hoeft niet te betekenen dat een plan aan álle ambities moet voldoen. Voor dit bestemmingsplan is ambitie 6: ‘het versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie’ het meest relevant. Relatie met dit bestemmingsplan De gemeente Haaksbergen beschouwd infrastructuur als een integraal onderdeel van dorp en landschap. In ambitie 6 staat beschreven dat de infrastructuur en openbare ruimte robuust en eenvoudig moeten zijn. Het herinrichten van de kruising N315 - N768 tot een rotonde is een robuuste én eenvoudige oplossing. Een rotonde heeft ten opzichte van een kruising met verkeerslichten weinig kans op falen of bezwijken van de meest kritieke onderdelen en verbruikt daarnaast geen energie in de gebruiksfase. Conclusie De aanleg van de nieuwe rotonde draagt bij aan de gemeentelijke ambities en is daarom in overeenstemming met de gemeentelijke structuurvisie.

3.4

Overige gerelateerde visies

3.4.1

Visie Westpoort landgoed Het Lankheet

In opdracht van landgoed Het Lankheet, het waterschap Rijn en IJssel en de provincie Overijssel is door adviesbureau Eelerwoude een visie ontwikkeld voor de herinrichting van de Buurserbeek tussen de Oostendorper watermolen en de nieuwe N18. Onderdeel van de visie is ook de eerste impressie van Paridon x de Groot landschapsarchitecten voor de westkant van Het Lankheet, de zogenaamde ‘Westpoort’, op dit moment een minder goed ontwikkeld deel van het landgoed. De definitieve uitwerking van de Westpoort kan van deze impressie afwijken. De kern van het landgoed, een bijzonder waterpark met een uitgebreid systeem van kleine kanaaltjes, waterwerken en vloeivelden, ligt verderop. Directe aanleiding voor de verkenning van de Westpoort is de aanpak van de Buurserbeek, de waterloop die het watersysteem van het landgoed voedt. De ‘nieuwe Buurserbeek’ wordt ecologisch en recreatief ontwikkeld. Zo komen er nieuwe wandel-, fiets-, vaar- en ruiterroutes, kan straks in het schone beekwater gezwommen worden en zal de ‘Buurser Pot’ (kleine zeilboot) over de beek varen met zelfbedienbare sluisjes als bijzondere attractie. Relatie met dit bestemmingsplan Met de aanleg van de nieuwe Twenteroute (de N18) is dit gebied veel beter bereikbaar is geworden: de westkant van het landgoed ligt nu prominent aan het hoofdverkeersnetwerk.

De ontwikkeling van de Buurserbeek en N18 bieden een momentum om de westkant van het landgoed als nieuwe entree naar Het Lankheet, en de daarachter gelegen natuurgebieden, op te pakken. De rechtstreekse aansluiting op de nieuwe rotonde past in deze ambitie. Conclusie De aanleg van de nieuwe rotonde draagt bij aan de ambitie om de westkant van het landgoed als nieuwe entree naar Het Lankheet en de daarachter gelegen natuurgebieden, op te pakken. Het is daarom in overeenstemming met de Visie Westpoort landgoed Het Lankheet.

3.4.2

Visie Duurzaam Veilig Wegverkeer 2018 - 2030

De visie Duurzaam Veilig Wegverkeer 2018 - 2030 (hierna: visie Duurzaam Veilig) van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid is een door vele verkeersveiligheidsprofessionals gedeeld

19 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

beeld van de optimale aanpak om de verkeersveiligheid in Nederland te verbeteren. Een duurzaam veilig wegverkeer voorkomt doden, ernstig verkeersgewonden en blijvend letsel door onderliggende risico’s van het gehele verkeerssysteem systematisch terug te dringen. Centraal staat daarbij ‘de menselijke maat’: door uit te gaan van behoeften, competenties, beperkingen en kwetsbaarheid van mensen kan het verkeerssysteem op een realistische wijze maximaal veilig worden uitgewerkt. In 1992 is de visie Duurzaam Veilig landelijk geïntroduceerd en in 2018 voor het laatst geactualiseerd. Alle wegen in Nederland zijn volgens de principes van Duurzaam Veilig gecategoriseerd. De provincie Overijssel hanteert de Duurzaam Veilig principes bij het beheren, onderhouden en reconstrueren van haar wegen. Voor het ontwerpen worden de wegontwerprichtlijnen van het CROW gevolgd. Relatie met dit bestemmingsplan De N768 en de N315 zijn in de provinciale omgevingsvisie beoogd als een gebiedsontsluitingsweg. Conform de visie Duurzaam Veilig worden twee gebiedsontsluitingswegen aangesloten door middel van een gelijkvloerse kruising. De gelijkvloerse kruising wordt bij voorkeur geregeld via een rotonde en wanneer een rotonde niet toepasbaar is (als gevolg van een te grote verkeersbelasting), is het alternatief de aanleg van een kruispunt met verkeerslichten.

In het geval van de N315 - N768 is een rotonde toepasbaar en heeft daarmee conform het beleid de voorkeur. Conclusie Conform de visie Duurzaam Veilig beleid worden twee gebiedsontsluitingswegen met een gelijkvloerse kruising, bij voorkeur een rotonde, op elkaar aangesloten. De aanleg van de nieuwe rotonde van dit bestemmingsplan voorziet hierin en is daarom in overeenstemming met de visie Duurzaam Veilig.

20 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN In het kader van gemeentelijke besluitvorming dient bij een bestemmingsplan door middel van een integrale ruimtelijke benadering nadrukkelijk rekening te worden gehouden met de consequenties van het plan voor de omgeving en omwonenden. Het bevoegd gezag is namelijk verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is van toepassing voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door middel van de bespreking van diverse omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen, en hiermee wordt de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond.

4.1

Verkeer

Met de voorgenomen ontwikkeling treden wijzigingen op in het verkeerspatroon. In dit kader is de verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid, functioneren openbaar vervoer en oversteekbaarheid fietsers beoordeeld. In deze paragraaf worden de resultaten beschreven. Op afbeelding 4.1 wordt het ontwerp van de rotonde weergeven.

Afbeelding 4.1 Ontwerp rotonde

21 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

4.1.1

Toetsingskader

Voor de verkeersafwikkeling op de nieuwe rotonde is met de Meerstrooksrotondeverkenner een capaciteitsberekening uitgevoerd. Als input voor de berekeningen zijn verkeersmodelcijfers voor het jaar 2033 (10 jaar na aanleg van de rotonde) uit het RVM Twente gebruikt. Het aspect verkeersveiligheid, functioneren openbaar vervoer en oversteekbaarheid fietsers is kwalitatief beoordeeld.

4.1.2

Resultaten

Verkeersafwikkeling Gebruiksfase De nieuwe rotonde is een enkelstrooks rotonde waarbij de Assinkweg en de inrit van het Danspaleis rechtstreeks op deze rotonde worden aangesloten (zie afbeelding 4.1). Voor deze variant is met de Meerstrooksrotondeverkenner een capaciteitsberekening uitgevoerd. In de ochtendspits van 2033 bedraagt de maximale verzadigingsgraad 0,46 (noordelijke tak) en in de avondspits van 2033 heeft de westelijke tak met 0,56 de hoogste verzadigingsgraad. Met deze enkelstrooks rotonde kan het verkeer in de ochtend- en avondspits dus goed worden afgewikkeld. De robuustheid van de rotonde is ook onderzocht. Er kan na 2033 nog 39 % extra verkeer afgewikkeld worden voordat de maximum verzadigingsgraad van 0,8 wordt bereikt. De verkeersafwikkeling wordt als zeer positief beoordeeld. Aanlegfase Tijdens de aanlegfase van de rotonde zal er tijdelijk hinder zijn voor het verkeer. Omdat de rotonde op een iets andere plek komt dan de huidige kruising, kan de rotonde grotendeels ‘buiten het verkeer’ worden aangelegd. Een tijdelijke weg zal ervoor zorgen dat de kruising bereikbaar blijft, echter zullen de werken niet geheel zonder overlast voor het verkeer plaatsvinden.

Verkeersveiligheid Gemotoriseerd verkeer De Assinkweg en de in- en uitrit van het Danspaleis zijn in de huidige situatie niet rechtstreeks op het kruispunt aangesloten waardoor het twee risicovolle aansluitingen zijn vlak na het kruispuntvlak. In de nieuwe situatie worden de Assinkweg en het Danspaleis rechtstreeks aangesloten op de rotonde, waardoor er een vijftaks-rotonde ontstaat. Hiermee zijn de twee risicovolle aansluitingen ‘geëlimineerd’, wat een positief effect heeft op de verkeersveiligheid. Een minpunt van deze aansluitvorm met feitelijk vijf takken is dat de aansluitende wegen niet in een onderlinge hoek van 90 graden liggen. De verkeersveiligheid weegt hier echter zwaarder. Een rotonde ligt ook in lijn met het wegbeeld op de N315, waar tevens rotondes liggen bij de aansluitingen op de N18. Voor de weggebruikers sluit een rotonde dan ook goed aan bij het verwachtingspatroon. Bij een rotonde liggen de snelheden over het algemeen lager dan bij kruispunten met verkeerslichten (huidige situatie). Elke weggebruiker moet immers afremmen voor de rotonde. Daarnaast is het aantal conflictpunten lager dan bij een kruispunt met verkeerslichten, waardoor de kans op ongevallen ook lager is. Door de lagere snelheid van het verkeer is de ernst van een eventueel ongeval ook over het algemeen minder groot.

Langzaam verkeer Voor (brom)fietsers en voetgangers worden bij de nieuwe rotonde veilige oversteken gecreëerd met voldoende opstelruimte en brede middengeleiders om in twee etappes over te kunnen steken. Voor het

22 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

langzaam verkeer vermindert hierdoor de wachttijd (ten opzichte van verkeerslichten), hetgeen bij zal dragen aan de verkeersveiligheid (geen roodlichtnegatie meer). Functioneren openbaar vervoer Bij de aanleg van de rotonde blijven de bushaltes op de N315 gehandhaafd en is er ook een mogelijkheid om haltes te creëren op de zuidelijke tak. Door de extra haltes kan er een overstaplocatie worden gecreëerd waarbij reizigers eenvoudig van de ene naar de andere buslijn kunnen overstappen. De rotonde biedt bovendien flexibiliteit in de routing van lijnbussen. Bussen kunnen bij de rotonde keren, waardoor ook de mogelijkheid ontstaat om een buslijn tot het overstappunt te laten rijden en vanaf daar weer terug te laten rijden. De korte busbaan die op de N315 in de huidige situatie aanwezig is, komt met de rotonde te vervallen. De enkelstrooks rotonde biedt echter voldoende capaciteit, waardoor bussen over het algemeen vlot door kunnen rijden. Het criterium functioneren van het openbaar vervoer wordt als positief beoordeeld, omdat er meer flexibiliteit (andere routes en keermogelijkheid) ontstaat voor het openbaar vervoer. Oversteekbaarheid fietsers De fietsoversteken bij de rotonde liggen op de drie aantakkende provinciale wegen ‘uit de voorrang’ (zie afbeelding 4.1), zoals gebruikelijk bij een rotonde buiten de bebouwde kom.

Ter plaatse van de inrit naar het Danspaleis en de Assinkweg ligt het fietspad wél in de voorrang, omdat het hierbij om parallel aan de hoofdrijbaan liggende fietspaden gaat. Voor het fietsverkeer ontstaat dus enig oponthoud als er conflicterend verkeer op de drie aantakkende provinciale wegen is. De middengeleiders in deze takken zijn echter dusdanig breed, dat fietsers in twee etappes kunnen oversteken. Dit heeft een gunstig effect op de gemiddelde wachttijd. De snelheid van het gemotoriseerde verkeer is ter plaatse van deze oversteken laag, omdat het autoverkeer afremt voor de rotonde. Hierdoor is het voor fietsers eenvoudiger om over te steken (minder groot hiaat nodig) wat gunstig is voor de verkeersveiligheid. De fietsoversteek bij de Assinkweg ligt op enige afstand van de rotonde en is uitgevoerd op een drempel, waarbij fietsers dus in de voorrang zitten. Het aspect oversteekbaarheid wordt positief beoordeeld voor de rotonde. De gemiddelde wachttijden voor een kruispunt met verkeerslichten of een rotonde waarbij fietsers uit de voorrang zitten, zullen weliswaar vergelijkbaar zijn, maar in deze variant kan het fietsverkeer van zuid naar noord ongehinderd de Assinkweg oversteken.

4.1.3

Conclusie

De nieuwe rotonde is beoordeeld op de aspecten verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid, functioneren openbaar vervoer en oversteekbaarheid voor fietsers. Hieruit blijkt dat vanuit verkeerskundig perspectief er geen bezwaren zijn voor de aanleg van de nieuwe rotonde. Hieronder wordt per aspect kort de conclusie weergeven: - verkeersafwikkeling: uit berekeningen blijkt dat de rotonde zowel tijdens de ochtend- als de avondspits niet de maximale verzadigingsgraad bereikt en ook in de toekomst nog 39 % extra verkeer aankan voordat de maximum verzadigingsgraad van 0,8 wordt bereikt. De verkeersafwikkeling in de gebruiksfase wordt als zeer positief beoordeeld. Tijdens de aanlegfase zal er enig overlast zijn voor het verkeer dit is echter tijdelijk; - verkeersveiligheid: de rotonde scoort sterk positief op verkeersveiligheid. Ten opzichte van de huidige situatie scoort de rotonde beter vanwege de rechtstreekse aansluiting van de Assinkweg en het Danspaleis op de rotonde en de kleinere hoeveelheid conflictpunten en lagere snelheden van het gemotoriseerd verkeer. Hierdoor is de kans op ernstige ongevallen op een rotonde lager dan bij een kruispunt met verkeerslichten (huidige situatie); - openbaar vervoer: het criterium functioneren van het openbaar vervoer wordt als positief beoordeeld, omdat de rotonde voldoende capaciteit biedt zodat bussen vlot door kunnen rijden.

Daarnaast ontstaat er meer flexibiliteit voor het openbaar vervoer door de rotonde, welke een keermogelijkheid biedt waardoor in de toekomst andere routes ook mogelijk zijn; - oversteekbaarheid voor fietsers: het aspect oversteekbaarheid wordt positief beoordeeld voor de rotonde. De gemiddelde wachttijden voor een kruispunt met verkeerslichten of een rotonde waarbij

23 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

fietsers uit de voorrang zitten, zullen weliswaar vergelijkbaar zijn, maar in deze variant kan het fietsverkeer van zuid naar noord ongehinderd de Assinkweg oversteken.

4.2

Geluid

Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient het aspect geluid beoordeeld te worden. Bij het aspect geluid gaat het om het ruimtelijk mogelijk maken van geluidsbron (zoals wijzigingen aan een weg, spoorweg of industrie) enerzijds, en aan bestemmingen die een zekere mate van rust nodig hebben (zoals woningen, scholen en ziekenhuizen) anderzijds. Ruimtelijke plannen moeten voldoen aan de wet- en regelgeving die is opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer (Wm) en onderliggende besluiten en regelingen.

4.2.1

Toetsingskader

De Wet geluidhinder is van toepassing bij de aanleg en/of wijziging van de volgende geluidsbronnen: - gezoneerde bedrijventerreinen; - spoorwegen (geen hoofdspoorwegen); - wegen (hoofdwegen én 30 km wegen of woonerven). De Wet geluidhinder geeft voor nieuw aan te leggen wegen en reconstructies van bestaande wegen afzonderlijke toetsingskaders en grenswaarden. Uitgangspunt is de geluidszone langs een weg. De breedte van de geluidszone hangt af van de aard van de weg. De Wet geluidhinder spreekt van een reconstructie als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan: 1 het betreft een fysieke wijziging aan de weg; 2 door deze wijziging neemt de geluidsbelasting toe met 2 dB of meer.

4.2.2

Resultaten

Hieronder worden kort de resultaten beschreven van het geluidsonderzoek (zie ook bijlage II). Reconstructietoets N768 en N315 Uit geluidsberekeningen blijkt dat de toename ten gevolge van de wijziging van Eibergsestraat (N768) op omliggende geluidgevoelige bestemmingen maximaal 0,88 dB bedraagt. Er is dus geen sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Aangezien er geen sprake is van reconstructie is nader onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen niet noodzakelijk. Uit geluidsberekeningen blijkt dat de toename ten gevolge van de wijziging van N315 op omliggende geluidgevoelige bestemmingen maximaal 1,07 dB bedraagt. Er is dus geen sprake van reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Aangezien er geen sprake is van reconstructie is nader onderzoek naar geluidsreducerende maatregelen niet noodzakelijk. Hieronder in tabel 4.1 de geluidsbelastingen na het aanleggen van de rotonde.

Tabel 4.1 Verkeersgeluidbelasting in dB Geluidgevoelig object

Verkeersgeluidbelasting in dB N768 (Eibergsestraat)

N315 (Needseweg)

Eibergsestraat 207

63

42

Eibergsestraat 256

49 (+1)

38

24 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

Geluidgevoelig object Eibergsestraat 260

Verkeersgeluidbelasting in dB 56

50 (+1)

De blauw gemarkeerde waarden zijn boven de voorkeursgrenswaarde gelegen. Omdat voor de betreffende woningen tot op heden geen hogere grenswaarde is vastgesteld dient dit alsnog plaats te vinden op grond van het uitgevoerde onderzoek. Inpassing Assinkweg De afstand tussen de 48 dB contour vanaf de wegas bedraagt minder dan 20 meter. Binnen deze afstand zijn geen geluidgevoelige objecten gelegen. De meest nabijgelegen woning bevindt zich op een afstand van ruim 100 meter. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de aanleg van deze weg niet leidt tot bezwaren in het kader van de Wet geluidhinder. Advies Omgevingsdienst Twente (Z2022-ODT-005373) Omgevingsdienst Twente heeft het geluidsonderzoek beoordeeld en geadviseerd om de procedure voort te zetten waarbij ten aanzien van de overwegingen met betrekking tot geluid kan worden verwezen naar de conclusies van dit onderzoek.

4.2.3

Conclusie

Van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder is geen sprake voor zowel de N315 als de N768. Voor een drietal woningen betekent de toegenomen geluidsbelasting een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Voor deze woningen is nog niet eerder een hogere waarde verleend, en dat dient op grond van dit onderzoek alsnog gedaan te worden. De inpassing van de Assinkweg leidt niet tot overschrijding van de voorkeursgrenswaarde binnen de Wet geluidhinder. Verder onderzoek hoeft niet te worden uitgevoerd. Vanuit het aspect geluid zijn er geen bezwaren voor de aanleg van de nieuwe rotonde.

4.3

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. Op grond van artikel 5.16 Wm stelt de gemeenteraad alleen een bestemmingsplan vast wanneer aannemelijk is gemaakt dat: - het bestemmingsplan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of; - de luchtkwaliteit als gevolg van het vergunde plan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of; - het bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of; - de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.

25 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

4.3.1

Toetsingskader

Titel 5.2 van de Wet milieubeheer geeft aan wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is. Het bevoegde bestuursorgaan moet dan aannemelijk maken, dat het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: - een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen; - een project draagt alleen ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; - een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; - er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. De Wet milieubeheer (Wm) geeft grenswaarden voor de concentraties van onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient getoetst te worden of de ontwikkeling ervoor zorgt dat grenswaarden worden overschreden. Deze grenswaarden liggen voor zowel NO2 als PM10 op een jaargemiddelde van 40 microgram/m3. Om te kunnen beoordelen of de grenswaarden gesteld in de Wm worden overschreden, moeten de achtergrondconcentraties (wat zijn de concentraties zonder de ontwikkeling) en de verwachte bijdrage van het project (hoeveel komt er qua concentraties bij) worden onderzocht.

4.3.2

Resultaten

Huidige situatie luchtkwaliteit De concentraties van NO2 en fijnstof (PM10 en PM2,5) zijn in de Nederlandse situatie het meest kritisch ten opzichte van de normen. In tabel 4.2 zijn de grenswaarden voor deze stoffen samengevat. Aan de grenswaarden van de overige stoffen uit titel 5.2 van Wet milieubeheer wordt ruim voldaan.

Tabel 4.2 Grenswaarden NO2, PM10 en PM2,5 uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer Grenswaarde (μg/m3)

Stof

Criterium

NO2

jaargemiddelde concentratie

40

PM10

jaargemiddelde concentratie

40

etmaalgemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden)

50

jaargemiddelde concentratie

25

PM2,5

Om een inschatting te maken van de huidige luchtkwaliteit rondom de aansluiting van de N315 op de N768 wordt gebruik gemaakt van de rekenresultaten van de NSL-monitoringsstool1. In deze tool worden door het RIVM op een hoge resolutie concentraties van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) voor ongeveer 300.000 rekenpunten in Nederland berekend. Deze concentraties worden berekend aan de hand van globale GCN-achtergrondkaarten, op basis van brongegevens voor binnen- en buitenland, en door lokale overheden aangeleverde gedetailleerde (verkeers)gegevens. Tabel 4.3 geeft een overzicht van de jaarlijks gemiddelde NO2, PM10 en PM2,5 concentraties en aantal normoverschrijdingsdagen (PM10) in 2018, voor het dichtstbijzijnde rekenpunt (687658) nabij de aansluiting van de N768 op de N315. De jaarlijkse gemiddelde concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 liggen allemaal ver onder de wettelijke normen (zie paragraaf 6.7.3 voor een uitgebreidere beschrijving van de huidige

1

https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/.

26 | 62

Witteveen+Bos | 129037/22-011.921 | Definitief 02

wetgeving). Daarmee geldt dat voor de huidige situatie geen sprake is van (dreigende) overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen.

Tabel 4.3 Gemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in 2018 voor rekenpunt 687658 zoals berekend door het RIVM Criterium

NO2

jaargemiddelde concentratie

15,8

PM10

jaargemiddelde concentratie

18,2

aantal normoverschrijdingen PM2,5

Normoverschrijdingen

Grenswaarde (μg/m3)

Stof

6,4

jaargemiddelde concentratie

11,0

Nieuwe situatie luchtkwaliteit Om aan te tonen dat een project niet in betekenende mate bijdraagt, kan de NIBM-tool worden gebruikt. In deze tool wordt onder worst case (stedelijke) omstandigheden getoetst of het project als NIBM kan worden aangemerkt. De input voor de tool is de hoeveelheid extra verkeer en het aandeel vrachtverkeer hierin als gevolg van de realisatie van het project. De huidige kruising met verkeerslichten wordt omgebouwd naar een enkelstrooks rotonde. De Assinkweg als ontsluitingsweg voor landgoed Het Lankheet wordt aangesloten op de rotonde. Als worst case wordt de extra verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van het landgoed opgeteld bij het wegvak met de maximale verkeerstoename als gevolg van het realiseren van de rotonde (verkeersaantrekkende werking rotonde). De totale maximale toename van verkeer in deze variant ten opzichte van de huidige situatie komt hiermee op 411 motorvoertuigen/dag, waarvan 4,0 % middelzwaar- en zwaar vrachtverkeer is. Met behulp van de NIBM-tool is berekend wat de concentratietoename van stikstofdioxide en fijnstof is als gevolg van de toename van verkeer ten opzichte van de huidige situatie (autonome ontwikkeling) voor het eerste rekenjaar na realisatie van variant 1 (rekenjaar 2024).

Uit de NIBM-tool blijkt dat concentratietoename van het extra verkeer minder dan de NIBM jaargemiddelde grenswaarde van 1,2 μg/m3 bedraagt, namelijk 0,31 μg/m3. In latere rekenjaren neemt de concentratiebijdrage van het verkeer verder af. De realisatie van de rotonde draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

4.3.3

Conclusie

Door het invullen van de NBIM-tool (versie 6 april 2021) is gebleken dat aanleg van de rotonde en de bijkomende verkeersgeneratie niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet nodig. Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen bezwaren voor de aanleg van de nieuwe rotonde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12003519/1