TOE Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ong. en Goorsestraat 243
Tekst van het document
30
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld voor andere dan agrarische activiteiten, en het benutten daarvan voor landelijke woonmilieus, voor zover dit in harmonie met de kwaliteiten van het buitengebied gebeurt. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie 2030 Haaksbergen, Groenste dorp van Twente Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van een compensatiewoning op basis van het rood voor rood beleid van de gemeente Haaksbergen. De ontwikkelingen zorgen voor een versterking van de ruimtelijke kwaliteit, doordat landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied wordt gesloopt en compensatiekavel landschappelijk wordt ingepast. Daarnaast blijft het aannemersbedrijf behouden wat aansluit bij de gemeentelijke ambitie om te komen tot een gezonde plattelandseconomie. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de structuurvisie. 4.3.2
Rood voor Rood beleid 2015
4.3.2.1 Algemeen Op 23 september 2015 heeft de gemeenteraad van Haaksbergen het Rood voor Rood beleid 2015 vastgesteld. Dit beleid heeft als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Haaksbergen. Dit wordt met name bereikt door het slopen van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied. Als compensatie kan onder voorwaarden een nieuwe woning in het buitengebied worden gerealiseerd. De slooplocatie, alsmede de locatie van de nieuwe woning worden landschappelijk ingepast. 4.3.2.2 Beleidskader • • • •
Bij de sloop van minimaal 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een Rood voor Rood woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden gerealiseerd. Bij de sloop van minimaal 1.500 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een woning van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd. Bij de sloop van minimaal 2.500 m² landschapsontsierende bebouwing kan maximaal één extra woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden verkregen. Bij de sloop van minimaal 3.000 m² kunnen maximaal twee woningen van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd.
4.3.2.3 Voorwaarden Sloop a. b.
c. d. e. f.
g.
De te slopen vierkante meters zijn afkomstig uit de gemeente Haaksbergen. Alle bebouwing op het erf, met uitzondering van de (bedrijfs)woning of karakteristieke, beeldbepalende en cultuurhistorische bebouwing, maar inclusief alle verhardingen, sleufsilo’s en dergelijke dienen gesloopt te worden. De te slopen bebouwing dient met vergunning te zijn opgericht. Er kunnen meerdere locaties worden gecombineerd. De minimaal te slopen oppervlakte op één locatie is 300 m². Op de slooplocatie blijft maximaal 150 m² aan bijgebouwen gehandhaafd. Uitzondering hierop is wanneer er karakteristieke, beeldbepalende of cultuurhistorische bebouwing aanwezig is. De locatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor dient een erfinrichtingsplan aangeleverd te worden dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. Eerdere verplichtingen tot sloop of erfinrichting kunnen niet in de regeling worden toegepast.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
31
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld Bouwlocatie a. b.
c. d. e.
f. g.
De toegekende kavel van maximaal 1.000 m² wordt op de slooplocatie of direct aangrenzende gronden gerealiseerd. Wanneer het vanuit ruimtelijk- of milieuoogpunt niet mogelijk is om op de slooplocatie terug te bouwen kan er worden gezocht naar een locatie in twee daartoe aangewezen gebieden, te weten de Wissinkbrink en de Veldmaat, tussen de huidige kern en de Noordsingel. Er wordt voldaan aan het beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen. Hiervoor wordt een schetsplan van de woning, ter beoordeling, aangeleverd voordat de procedure wordt opgestart. Omliggende bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. De bouwlocatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor wordt een erfinrichtingsplan aangeleverd dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. In plaats van een woning kan er onder dezelfde voorwaarden een bedrijfsmatige activiteit worden gerealiseerd. Dit kan alleen wanneer het passend is binnen het vigerende beleid. In het LOG blijft een ‘’nee tenzij’’ principe gelden waarbij de nieuwe woning nu en in de toekomst geen belemmering mag zijn voor bestaande of nieuwe bedrijven.
Overig • • •
De (agrarische) bedrijfsvoering dient volledig beëindigd te worden of beëindigd te zijn en alle omgevingsvergunningen ten behoeve van milieu of bouw worden ingetrokken. De landschappelijke inrichting met bijbehorend beheer wordt voor 10 jaar vastgelegd. Dit wordt geborgd in de te sluiten anterieure overeenkomst, alsmede het bestemmingsplan. Gemengde bedrijven in het extensiveringsgebied of verwevingsgebied, waarbij de intensieve veehouderijtak wordt beëindigd, kunnen voor dat onderdeel Rood voor Rood toepassen. De bouwmogelijkheden ten aanzien van het agrarische bedrijf worden zodanig ingeperkt dat de grondgebonden veehouderijtak behouden kan blijven maar in de toekomst niet kan uitbreiden.
4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Rood voor Rood 2015 Op het plandeel aan de Goorsestraat wordt een totale oppervlakte van circa 1.369 m² gesloopt. Op basis hiervan kan een compensatiewoning met een inhoudsmaat van 750 m³ en een bijgebouw van 150 m² worden gerealiseerd. Hierna wordt puntsgewijs getoetst aan voor de slooplocatie en bouwlocatie. Sloop a. b. c. d. e. f. g.
De te slopen vierkante meters zijn afkomstig van de Goorsestraat 243-245 in het buitengebied van de gemeente Haaksbergen; Alle agrarische bebouwing op het perceel aan de Goorsestraat 243-245 zal worden gesloopt. De bebouwing die behouden blijft wordt gebruikt ten behoeve van het aannemersbedrijf; De te slopen voormalige agrarische bebouwing is opgericht met geldige bouwvergunningen; Er wordt voldaan aan de sloopnorm door 1.369 m2 te slopen aan de Goorsestraat; Op de slooplocatie blijft enkel bebouwing gehandhaafd ten dienste van het aannemersbedrijf; Voor de slooplocatie aan de Goorsestraat 243-245 is door Eelerwoude een erfinrichtingstekening opgesteld; Er zijn geen eerdere verplichtingen tot sloop of erfinrichting die in de regeling worden toegepast.
Bouwlocatie a. b.
De kavel aan de Kalkovenweg heeft een oppervlakte van 1.000 m2; Aan de Goorsestraat 243 zijn er vanuit milieuoogpunt twee belemmeringen om een nieuwe woning te realiseren op de slooplocatie. Ten eerste kan een nieuwe woning niet worden gebouwd op de plek van de te slopen stallen aangezien de woning op die manier achter de huidige bebouwing wordt BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
32
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld
c.
d. e.
f. g.
gerealiseerd. Dat is vanuit ruimtelijk oogpunt niet gewenst en dit betekent dat de woning in de rooilijn van de huidige woningen moet worden gerealiseerd. Deze huidige woningen liggen binnen de geluidscontouren van de Goorsestraat. Vanuit de Wet Geluidhinder is de norm voor een aanvaardbaar woon en leefklimaat vastgesteld op 48 dB. De norm kan worden verruimt tot 51 dB. De geluidscontouren ter plaatse van de aanwezige woningen zijn dusdanig hoog dat een aanvaardbaar woon en leefklimaat ter plaatse van de compensatiewoning niet gegarandeerd kan worden. Naast de geluidscontour van de weg is de milieucontour van het te handhaven aannemersbedrijf een probleem voor de realisatie van een nieuwe woning op het erf. De richtafstand die wordt aangehouden in de VNG brochure ‘’Bedrijven en milieuzonering’’ is 50 meter voor het aspect geluid. Dit betekent dat ook voor deze milieucontour geldt dat een woning op de locatie niet op een ruimtelijk aanvaardbare manier kan worden ingepast. Wanneer een woning niet kan worden gerealiseerd op de slooplocatie kan worden gezocht in de twee aangewezen gebieden Veldmaat en Wissinkbrink. De laatste jaren zijn er veel woningen gerealiseerd aan de Geukerdijk en aan de andere wegen in dat gebied. Met de realisatie van betreffende woningen is het voor dat gebied bijna niet meer mogelijk om een geschikte kavel te vinden.
Voor de Wissinkbrink geldt in principe hetzelfde. De gronden in dat gebied zijn voor het grootste deel nog in agrarisch gebruik en door de aanleg van de nieuwe N18, alsmede de maatregelen die worden getroffen rondom de Natura 2000 gebieden wordt agrarische grond in de gemeente Haaksbergen steeds schaarser. Wanneer in de zoekgebieden geen gronden voorhanden zijn kan middels de maatwerkparagraaf worden gezocht naar een locatie nabij een bebouwingsconcentratie. Aan de Kalkovenweg liggen een aantal geclusterde woningen die als zodanig kunnen worden aangemerkt. Dit betekent dat de Rood voor Rood woning kan worden gerealiseerd op de beoogde kavel aan de Kalkovenweg ongenummerd. De compensatiekavel aan de Kalkovenweg is landschappelijk ingepast middels een erfinrichtingstekening. De erfinrichtingstekening is opgesteld door Eelerwoude waarbij rekening is gehouden met de kenmerkende landschappelijke kwaliteiten van de es; Omliggende bedrijven worden niet belemmerd, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van deze toelichting. De compensatiekavel aan de Kalkovenweg is landschappelijk ingepast middels een erfinrichtingstekening.
De erfinrichtingstekening is opgesteld door Eelerwoude waarbij rekening is gehouden met de kenmerkende landschappelijke kwaliteiten van de es; Er worden geen bedrijfsmatige activiteiten opgericht aan de Kalkovenweg; Het plandeel aan de Kalkovenweg is niet gelegen in het landbouwontwikkelingsgebied.
Op de slooplocatie aan de Goorsestraat 243 wordt 369 m² extra gesloopt. De initiatiefnemer is voornemens om een deel van deze sloopmeters in te zetten ten behoeve van de realisatie van 100 m² extra bijgebouw. Dit is in lijn met andere ontwikkelingen in het buitengebied waar grotere bijgebouwen worden toegestaan wanneer extra bebouwing wordt gesloopt. Normaalgesproken wordt de norm van 1 op 2 gehanteerd. In onderliggende casus wordt 369 m² extra gesloopt en slechts 100 m² extra gerealiseerd. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met het gemeentelijke rood voor rood beleid. 4.3.3
Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente
4.3.3.1 Algemeen De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben een gezamenlijk landschapsontwikkelingsplan laten opstellen (vastgesteld mei 2005). Het landschapsontwikkelingsplan biedt een samenhangende visie op landschapskwaliteit en bouwstenen en inrichtingsprincipes voor landschapsontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
33
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld 4.3.3.2 Landschapsontwikkelingsvisie In de landschapsontwikkelingsvisie is het toekomstbeeld geschetst en de ontwikkeling per legenda-eenheid aangegeven. Hoofddoel van de visie is het onderscheid en de diversiteit tussen de landschapseenheden te vergroten en de samenhang te verbeteren met gerichte investeringen voor de toekomst. In afbeelding 4.5 is een uitsnede van de kaart behorende bij de landschapsontwikkelingsvisie weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode ster aangegeven.
Afbeelding 4.5 Uitsnede kaart landschapsontwikkelingsvisie (Bron: gemeente Haaksbergen)
Voor de ontwikkeling van het landschap zijn in het landschapsontwikkelingsplan vier thema´s benoemd. Uit de bovenstaande uitsnede van de bij de landschapsontwikkelingsvisie behorende kaart blijkt dat het plandeel aan de Kalkovenweg binnen het thema ‘Behoud en ontwikkeling’ met aanduiding ‘gaaf essenlandschap’ ligt en het plandeel Goorsestraat binnen het thema ‘Zorg voor agrarisch werklandschap’ met aanduiding ‘veldontginningslandschap’ ligt. 4.3.3.3 ‘Behoud en ontwikkeling’ – ‘Gaaf essenlandschap’ Daar waar de oorspronkelijke landschapstypen in grote eenheden nog gaaf en goed herkenbaar zijn wordt gesproken van waardevolle ensembles. Deze vormen de kerngebieden voor natuur en het cultuurhistorische Twentse Landschap. De kwaliteit van de ensembles is hoog maar staat onder druk door veranderingen in de landbouw, verdroging, niet-agrarische bestemmingen en nieuwe recreatievoorzieningen. Het oude essenlandschap met de bolle essen die op de flanken van de stuwwal voorkomen dient eveneens open te blijven, bij voorkeur als bouwland. Wegen over de essen blijven onbeplant, de randen met de bebouwing kunnen worden versterkt met houtwal, laan- en erfbeplanting. Nieuwbouw is ongewenst in de esdorpen maar kan eventueel in de veldontginningen worden overwogen binnen het landschapspatroon.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
34
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld 4.3.3.4 Zorg voor agrarisch werklandschap’ – ‘half open dekzandlandschap’ Ten behoeve van de landbouwfunctie en de landschapsstructuur wordt in het agrarisch werklandschap (naast de beekzones uit het watersysteem) ingezet op ontwikkeling van erf- en wegbeplanting en behoud van de bestaande landschapselementen. Het veldontginningslandschap komt in grote eenheden voor op het plateau en de stuwwal waar voor behoud en versterking van het landschapspatroon wordt gepleit. Dit betekent behoud van de open verkaveling van het uitgestrekte veld met zichtbare ontginningsgrenzen. Ieder ontgonnen veld kent een eigen schaal en patroon van beplanting en bebouwing. In het dekzandlandschap komen kleinere velden voor waar restanten van bos, ven en hei te behouden landschapselementen zijn zoals bij de Benteler Heide en het Markveldensche Veld De wegbeplanting beperkt zich tot de ontginningsbasis en -grens of langs een zandpad en bestaat bij voorkeur uit berken incidenteel afgewisseld met grove den. De erfbeplanting is vrij besloten rondom een strak en regelmatig opgezet erf. Het voorhuis is gericht op de doorgaande weg en de opstallen staan compact en geordend op de huiskavel.
De beplanting beperkt zich tot de singels langs de randen, fruit- en kleinere 4.3.3.5 Toetsing van het initiatief aan het Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente Voorafgaand aan de uitwerking van de landschappelijke inpassing is een zorgvuldige analyse van het landschap en de beleidsuitgangspunten uitgevoerd. Een van de belangrijkste landschapsmaatregelen is het zichtbaar maken van de karakteristieke es. De es is in de huidige situatie slecht zichtbaar door gebiedsvreemde beplanting. Voor een verdere beschrijving van de landschapsmaatregelen wordt verwezen naar de erfinrichtingstekening, zoals dat is opgenomen in bijlage 1 en 2 en hoofdstuk 3. Gesteld wordt dat het initiatief met bijbehorende landschapsmaatregelen past binnen het Landschapsontwikkelingsplan. 4.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
35
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage. Opgemerkt wordt dat de planologische wijziging van de bedrijfswoning (Goorsestraat 245) naar reguliere woning en de agrarische bestemming naar bedrijfsbestemming enkel daar waar noodzakelijk wordt aangehaald. De bedrijfswoningen genieten ten opzichte van reguliere woningen namelijk een gelijksoortige bescherming, waardoor deze functiewijziging vanuit milieukundig oogpunt minder onderbouwing behoeft.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. In de Wet geluidhinder worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van nog niet geprojecteerde geluidsgevoelige gebouwen die liggen binnen de geluidszone van een weg. 5.1.2
Situatie plangebied
De geplande compensatiewoning aan de Kalkovenweg wordt op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten weg- en railsverkeerslawaai en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Industrielawaai Het plandeel aan de Kalkovenweg ligt niet binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein. Daarom wordt niet nader op het aspect industrielawaai ingegaan. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van het plandeel is gelegen. 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai In het kader van wegverkeerslawaai is door Alcedo een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hierna worden de resultaten beschreven. In bijlage 3 van deze toelichting is de gehele rapportage opgenomen. In het akoestisch onderzoek worden de geluidsbelastingen gepresenteerd ten gevolge van het wegverkeerslawaai afkomstig van de Buurserstraat, de Kalkovenweg, de Zoomweg en de Leemdijk. In de voorliggende situatie wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB conform de Wet geluidhinder voldaan. Onderzoek naar maatregelen en een hogere waardeprocedure is daarom niet van toepassing.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
36
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld Het wegverkeer op de omliggende wegen vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 5.1.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Wet geluidhinder.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Door onderzoeksbureau Kruse Milieu BV is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de te realiseren compensatiewoning. De resultaten van het verkennend onderzoek worden hierna beschreven. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4 van deze toelichting. 5.2.2
Onderzoeksresultaten
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: • • •
de bovengrond (BG) is niet verontreinigd; de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; het grondwater (PB 1) is niet verontreinigd.
De hypothese "onverdachte locatie" kan worden aangenomen. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond. In de (meng)monsters van zowel de bovengrond als de ondergrond en in het grondwater worden de achtergrondwaarden of de streefwaarden niet overschreden: er zijn geen verontreinigingen geconstateerd. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien er geen verontreinigingen zijn vastgesteld. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). 5.2.3
Conclusie
Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek wordt nader onderzoek niet nodig geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt wordt de bodem geschikt geacht voor het toekomstige gebruik.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
37
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld •
Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval wordt één compensatiewoning gerealiseerd. In paragraaf 5.3.1.1 is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat het project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Overigens wordt opgemerkt dat het beëindigen van de varkenshouderij een positief effect heeft op de luchtkwaliteit rondom het plandeel Goorsestraat. 5.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
38
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; het Activiteitenbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie in en rondom het plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Uit de inventarisatie blijkt dat het plandeel Kalkovenweg: • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; • niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; • niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving wat betreft externe veiligheid.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
39
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De plandelen liggen in het buitengebied, waar geen sprake is van een matige of sterke functiemenging. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype “rustige woonwijk”. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
40
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Plandeel Kalkovenweg De functie wonen betreft geen milieubelastende activiteit. Er is dan ook geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Plandeel Goorsestraat 243 Het plandeel aan de Goorsestraat 243 krijgt door middel van voorliggend bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijf’ waarbinnen het exploiteren van een aannemersbedrijf mogelijk is. Een aannemersbedrijf kan op basis VNG-publicatie worden aangemerkt als ‘Aannemersbedrijf met werkplaats: b.o. < 1.000 m2’. Een dergelijk bedrijf is aan te merken als een milieucategorie 2 bedrijf. De grootste richtafstanden voor een dergelijk bedrijf bedraagt 30 meter voor het aspect geluid. De afstand tussen het bedrijfsperceel en het naast gelegen woonperceel aan de Goorsestraat 245 bedraagt circa 23 meter. Hiermee wordt niet voldaan aan de richtafstand. Allereerst wordt opgemerkt dat bij bedrijven tot en met categorie 2 sprake is van activiteiten met geen of weinig milieubelasting op de omgeving. Vaak zijn dergelijke bedrijven dan ook in de nabijheid van woningen te exploiteren.
In dit geval vinden de werkzaamheden vooral inpandig plaats en gaat het hoofdzakelijk om de opslag van bouwmaterialen. Dergelijke bedrijfsactiviteiten hebben geen relevante invloed op de betreffende woning. Daarnaast bedraagt de afstand nog steeds 23 meter en zal de milieusituatie met name worden bepaald door de geluidsbelasting van de Goorsestraat. Het aannemersbedrijf brengt dan ook geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de her te bestemmen woning aan de Goorsestraat 245 met zich mee. Plandeel Goorsestraat 245 De functie wonen betreft geen milieubelastende activiteit. Er is dan ook geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Ten aanzien van de veehouderij wordt opgemerkt dat de grootste richtafstand bij veehouderijen veelal geldt voor het aspect geur. Bij veehouderijen zijn echter niet de adviesafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend zijn. Hier wordt in paragraaf 4.6 nader op ingegaan. In onderstaande tabel zijn voor wat betreft de agrarische bedrijven uitsluitend aan de overige richtafstanden getoetst.
Plandeel Kalkovenweg In de nabije omgeving van het plandeel aan de Kalkovenweg zijn enkel woonpercelen aanwezig. Op de hoek van de Zoomweg en Buursestraat is een begraafplaats aanwezig waarvoor een richtafstand van 10 meter moet worden aangehouden. De compensatiewoning wordt op een afstand van circa 55 meter gerealiseerd. Hiermee wordt ruimschoots aan de richtafstand voldaan. Ten zuiden van de compensatiewoning liggen op een afstand van 430 (Kalkdijk 2) en 450 (Welmerweg 1a) meter twee agrarische bedrijven. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstand (max. 50 meter, m.u.v. geur). Omgekeerd worden de agrarische bedrijven niet in de bedrijfsvoering belemmerd, temeer er woningen van derden op kortere afstand zijn gelegen en hiermee maatgevend zijn. Plandeel Goorsestraat 243
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
41
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In voorliggend geval worden er op dit perceel geen milieugevoelige functies toegevoegd.
Plandeel Goorsestraat 245 In de omgeving van het plandeel aan de Goorsestraat zijn diverse agrarische bedrijven aanwezig/planologisch toegestaan. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden (geur buiten beschouwing gelaten) en de afstand van de functies tot het plangebied weergegeven. Functie
Categorie
Stof
Geluid
Gevaar
Grootste afstand
Afstand tot plangebied
Goorsestraat 249, Intensieve veehouderij Harmoleweg 4: Intensieve veehouderij Goorsestraat 154: Intensieve veehouderij
4.1
30 meter 30 meter 30 meter
50 meter 50 meter 50 meter
0 meter 0 meter 0 meter
50 meter 50 meter 50 meter
260 meter
Goorsestraat 243: 2 10 30 10 Aannemersbedrijf meter meter meter Tabel 1 Milieubelastende activiteiten nabij Veldsteeg 2
30 meter
23 meter
4.1 4.1
107 meter 151 meter
Zoals blijkt uit de tabel, wordt in voorliggend geval aan alle richtafstanden voldaan, met uitzondering van het aannemersbedrijf welke bij externe werking reeds onderbouwd is. Gezien de afstand tot omliggende milieubelastende functies mag er van uit worden gegaan dat ter plaatse van de woning sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat ter plaatse zal, ten opzichte van de huidige situatie verbeteren aangezien het agrarisch bedrijf wordt wegbestemd. Omgekeerd levert deze ontwikkeling geen belemmering op voor de betreffende agrarische bedrijven. Dit aangezien in dit geval woningen van derden op kortere afstand zijn gelegen en hiermee maatgevend zijn. 5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.6
Geur
5.6.1
Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
42
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
De Wgv bevat een regeling (art. 3, lid 2) voor voormalige bedrijfswoningen in het kader van bestemmingswijziging. Het tweede lid van artikel 3 luidt: In afwijking van het eerste lid bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij; • •
in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en; in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij;
ten minste 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen. De Wgv bevat een regeling (art. 14, lid 2 en 3) voor compensatiewoningen in het kader van Rood voor Rood. Het tweede lid van artikel 14 luidt: Voor de toepassing van de artikelen 3, 4 en 6 bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een woning die op of na 19 maart 2000 is gebouwd: • • •
op een kavel die op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij; in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en; in samenhang met de sloop van de bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van de veehouderij;
ten minste 100 meter indien de woning binnen de bebouwde kom is gelegen en ten minste 50 meter indien de woning buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.2
Situatie plangebied
Op basis van de Wgv dient tussen een geurgevoelig object en een veehouderij in het buitengebied een afstand van 50 meter te worden aangehouden. Dit geldt in voorliggend geval ook ten opzichte van intensieve veehouderijen, gelet op het bepaalde in artikel 3 en artikel 14 Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt op circa 107 meter van de voormalige agrarische bedrijfswoning (Goorsestraat 243 - 245). Op basis van artikel 3 lid, 2 van de Wgv dient tussen een geurgevoelig object en een veehouderij in het buitengebied een afstand van 50 meter te worden aangehouden. Er wordt ruim aan deze afstand voldaan. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf ligt op circa 430 meter van de compensatiewoning aan de Kalkovenweg. Op basis van artikel 14 lid, 2 en 3 van de Wgv dient tussen een geurgevoelig object en een veehouderij in het buitengebied een afstand van 50 meter te worden aangehouden. Er wordt ruim aan deze afstand voldaan. Gezien de afstand tot aan de dichtstbijzijnde veehouderij is het te verwachten dat in het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden de agrarische bedrijven niet in de bedrijfsvoering belemmerd, temeer er woningen van derden op kortere afstand zijn gelegen en hiermee maatgevend zijn. 5.6.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het gewenste plan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
43
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld
5.7
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.1
Gebiedsbescherming
5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 en ECLI:NL:RVS:2019:1604) besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. De locaties aan de Kalkovenweg en Goorsestraat liggen niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied. Het plandeel aan de Kalkovenweg ligt op circa 300 meter van het Natura 2000-gebied ‘Buurserzand & Haaksbergerveen’. Het plandeel aan de Goorsestraat ligt op circa 6 km van het Natura 2000-gebied ‘Buurserzand en Haaksbergerveen’. Om de gevolgen van de gewenste ontwikkeling wat betreft stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in kaart te brengen is een Aeriusberekening door Eelerwoude uitgevoerd. Deze is in bijlage 5 bij deze toelichting bijgevoegd.
In de komende alinea worden de belangrijkste conclusies uiteengezet. De sloop van de opstallen aan de Goorsestraat 243 heeft een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar tot gevolg. De bouw van de woning aan de Kalkovenweg heeft een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar tot gevolg. Dit betreft 0,05 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Buursezand & Haaksbergerveen. Deze stikstofdepositie heeft, aangezien deze boven de 0,00 mol/ha/jaar bedraagt, een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Buursezand & Haaksbergerveen. Het gebruik van de nieuwe woningen aan de Kalkovenweg heeft een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar tot gevolg. BIJ12 – de uitvoeringsorganisatie van de twaalf provincies - stelt dat projecten met alléén kleine tijdelijke depositie in de aanlegfase kleiner dan of gelijk aan 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar in beginsel niet vergunningplichtig is voor het aspect stikstof. De Raad van State heeft tevens op 13 mei 2020 een dergelijke uitspraak1 gedaan, waaruit blijkt dat de tijdelijke depositie van stikstof niet leidt tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het betreffende Natura 2000-gebied.
Doordat de stikstofdepositie, veroorzaakt door de aanleg van de woning, maximaal 0,05 mol/ha/jaar bedraagt én binnen een periode van maximaal 2 jaar wordt uitgevoerd is een vergunning Wet natuurbescherming, onderdeel stikstof, niet aan de orde. Voor de gebruiksfase geldt dat de stikstofdepositie uitkomt op 0,00 mol/ha/jaar. Hiermee is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel stikstof, niet aan de orde.
1
Zie uitspraak 13 mei 2020: ECLI:NL:RVS:2020:1230 BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
44
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld 5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet binnen het concreet begrensde NNN. De dichtstbijzijnde gronden van het NNN liggen op circa 2,7 kilometer meter van het plandeel Goorsestraat en circa 95 meter van het plandeel Kalkovenweg. Gezien de afstand tot het NNN en de aard en omvang van de ontwikkeling wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. 5.7.2
Soortenbescherming
5.7.2.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Om de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van beschermde soorten in kaart te brengen is een QuickScan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Het bijbehorende onderzoeksrapport is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. 5.7.2.2 Onderzoeksresultaten Beschermde soorten De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft diverse algemene muizensoorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Met de volgende soorten en/of soortgroepen waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt dient rekening te worden gehouden. Vleermuizen Men dient de sloopwerkzaamheden uitsluitend overdag uit te voeren, buiten de nachtelijke activiteit van vleermuizen. Bouwverlichting dient daarnaast in de nachtelijke uren te worden uitgeschakeld.
Broedvogels Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, of nesten van vogels wegnemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen 2 uit te voeren. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten
2
In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
45
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied. 5.7.3
Conclusie
Mits bezette vogelnesten beschermd worden, dan leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot wettelijke consequenties in het kader soortenbescherming. Om te voorkomen dat bezette vogelnesten beschadigd of verstoord worden, dient de bebouwing buiten het voortplantingsseizoen gesloopt te worden.
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied In de gemeente Haaksbergen geldt voor bodemingrepen, ongeacht de archeologische verwachting, een ondergrens voor archeologisch onderzoek van 2.500 m 2. Deze ondergrens wordt in voorliggend geval niet overschreden. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is dan ook niet nodig. 5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Goorsestraat 243-245 Er bevinden zich in en rondom het plandeel Goorsestraat geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Daarnaast is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de ontwikkeling aan het plandeel Goorsestraat. Kalkovenweg ongenummerd Er bevinden zich in en rondom het plandeel Kalkovenweg geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Het plandeel kent echter wel een hoge cultuurhistorische waarde. Het plandeel ligt op de flank van een oude es. Deze es is nog deels zichtbaar in het huidige landschap. Echter door de aanwezigheid van beplanting en bebouwing is het zicht op de open es niet meer aanwezig.
Door middel van het ruimtelijke kwaliteitsplan wordt het cultuurhistorische landschap zoveel als mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
46
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld Op de locatie van het plandeel Kalkovenweg is tijdens de Tweede Wereldoorlog op 27 oktober 1944 een grote razzia gehouden. Honderden mannen uit de omgeving werden op deze weilanden bij elkaar gebracht om in Duitsland tewerk gesteld te worden. Een artikel met de titel “Zo’n vol weiland vergeet je nooit” vertelt het aangrijpende verhaal van twee kinderen die destijds op de boerderij Eep woonden en het zagen gebeuren. In de volksmond wordt het weiland sindsdien de Slavenweide genoemd. Een informatiebord langs het fietspad aan de Buurserstraat geeft informatie over deze gebeurtenis en maakt deel uit van diverse wandel- en fietsroutes. Het informatiebord met een deel van de geschiedenis van het plandeel blijft behouden. Dit informatiebord vormt een belangrijk onderdeel van diverse wandel- en fietsroutes. Geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde ter plaatse van het plandeel Kalkovenweg. 5.8.3
Conclusie
Archeologisch onderzoek is niet benodigd. Het aspect cultuurhistorie vormt, door het ontbreken van cultuurhistorische waarden in het plangebied, eveneens geen belemmering.
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan.
Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2
Situatie plangebied
5.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 300 meter afstand van het plandeel Kalkovenweg. Doordat de stikstofdepositie, veroorzaakt door de aanleg van de woning, maximaal 0,05 mol/ha/jaar bedraagt
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
47
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld én binnen een periode van maximaal 2 jaar wordt uitgevoerd is een vergunning Wet natuurbescherming, onderdeel stikstof, niet aan de orde. Voor de gebruiksfase geldt dat de stikstofdepositie uitkomt op 0,00 mol/ha/jaar. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van het voornemen dan ook niet noodzakelijk. Derhalve is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voorliggend bestemmingsplan wordt aangemerkt als een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projecten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden.
Het ruimtebeslag van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling ligt ruim beneden de drempelwaarde. Voorliggend bestemmingsplan is dan ook niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' geduid. Een stedelijk ontwikkelingsproject wordt als volgt omschreven: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook «dorpen» hieronder vallen. Wat «stedelijke ontwikkeling» inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn. Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” In voorliggend geval is er sprake van de sloop van een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing, het stoppen van een varkenshouderij en het realiseren van één woning in een bestaand bebouwingscluster nabij de kern Haaksbergen. De voorgenomen ontwikkeling kan dan ook gelet op de concrete omstandigheden niet worden aangeduid als stedelijke ontwikkeling.
Daarnaast blijkt uit Hoofdstuk 5 en Hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.procedure noodzakelijk maken. Het Besluit m.e.r. is dan ook niet van toepassing. Het opstellen van een aanmeldnotitie m.e.r. is dan ook niet benodigd. 5.9.3
Conclusie
Voorliggend betemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen belangrijk nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
48
Bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245” Vastgesteld
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2