Ruimtelijke motivering Brem 5 te Haaksbergen definitief (17-11-2021)
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering
Brem 5, Haaksbergen
November 2021
Status: definitief
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
Ruimtelijke motivering Omgevingsvergunning Brem 5, Haaksbergen
Plannaam:
Brem 5, Haaksbergen
Plantype:
Ruimtelijke motivering ten behoeve van een omgevingsvergunning
Datum:
November 2021
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING PROJECTGEBIED ............................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE ................................................... 7 2.1 2.2 2.3 2.4
HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED EN OMGEVING............................................................................................... 7 DE GEWENSTE SITUATIE................................................................................................................................. 7 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 10 AFWIJKINGEN............................................................................................................................................ 11
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 21
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 23 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.9
GELUID .................................................................................................................................................... 23 BODEM.................................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 25 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 26 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 27 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 32 WATER .................................................................................................................................................... 33
HOOFDSTUK 5 BELANGENAFWEGING EN EINDCONCLUSIE .......................................... 36 BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9
............................................................................................... 38 PARKEER- EN VERKEERSNOTITIE ............................................................................................................ 38 BEZONNINGSSTUDIE 1-LAAGSE BEBOUWING ........................................................................................... 38 BEZONNINGSSTUDIE 2-LAAGSE BEBOUWING ........................................................................................... 38 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ..................................................................................... 38 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................................................ 38 AERIUS BEREKENING ........................................................................................................................ 38 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ............................................................................................................. 38 ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VELDONDERZOEK ...................................................................................... 38 WATERTOETSRESULTAAT .................................................................................................................... 38
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Op het perceel Brem 5 te Haaksbergen (hierna projectgebied) is initiatiefnemer voornemens een nieuwbouw pand te bouwen ten behoeve van de opvang van zorgbehoevenden met psychiatrische problemen in een beschermde omgeving. Voor deze doelgroep is een dringende behoefte aan een dergelijke voorziening. De omgeving bestaat uit 24 uur per dag 7 dagen per de week (24/7) zorgverlening in een volledig begeleide en beschermde woon/zorgomgeving. Geconstateerd is dat het beoogde gebruik passend is binnen de geldende maatschappelijke bestemming, maar dat het bouwplan niet geheel in overeenstemming is met de bouwregels. De maximale bouwhoogte wordt overschreden door het realiseren van een tweede bouwlaag. Daarnaast vallen de entreepartij en bijbehorende bouwwerken gedeeltelijk buiten het bouwvlak. De gewenste ontwikkeling kan door middel van een buitenplanse afwijking op basis van artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 2o Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in combinatie met bijlage II, artikel 4, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) planologisch mogelijk worden gemaakt. Het gaat hierbij om de zogenaamde kruimelgevallen die in Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn opgenomen.
In artikel 2.12, eerste lid, Wabo staat dat de toestemming tot afwijken van het bestemmingsplan in per AMvB aangewezen gevallen (art 2.12, lid 1 onderdeel a onder 2 Wabo) niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Hieraan moet getoetst worden bij verlening van een dergelijke omgevingsvergunning. Er mogen geen belemmeringen zijn vanuit de milieuregelgeving. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het bevoegd gezag zorgvuldig de belangen afwegen. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet in deze belangenafweging en toont aan dat het gebruik in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt in het noorden van Haaksbergen in de wijk Hassinkbrink. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven in Haaksbergen (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning).
Afbeelding 1.1
Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
1.3
Huidig planologisch regime
1.3.1
Algemeen
Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Haaksbergen Dorp, Eibergsestraat West, Eibergsestraat Oost, Buurserstraat, De Pas en Hassinkbrink’ van de gemeente Haaksbergen. Dit bestemmingsplan is op 2 juli 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan. Hierin is het projectgebied met de rode contour aangegeven.
Afbeelding 1.2
1.3.2
Uitsnede geldende bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemming
Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Haaksbergen Dorp, Eibergsestraat West, Eibergsestraat Oost, Buurserstraat, De Pas en Hassinkbrink’ zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’ met bijbehorende ‘Bouwvlak’ en maatvoeringsaanduiding ‘maximum hoogte: 4 m’. Tevens geldt er een dubbelbestemming ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’. Maatschappelijk De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen met de daarbij behorende hondenuitlaatplaatsen, parkeervoorzieningen, gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, erven en water en huishoudkundige voorzieningen. Op de voor 'Maatschappelijk' bestemde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat deze uitsluitend binnen het ‘bouwvlak’ mogen
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte van de gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum hoogte’ aangegeven hoogte bedraagt. In het projectgebied is dit 4 meter. Ook voor bijbehorende bouwwerken geldt dat deze uitsluitend in het bouwvlak zijn toegestaan. Waarde – Hoge archeologische verwachting De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. Op deze gronden mogen werkzaamheden zoals onder andere het graven, het leggen van funderingen, het afgraven, en het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage niet worden uitgevoerd over een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,4 meter zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. De omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die plaatsvinden op of in gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden. 1.3.3
Strijdigheid
In voorliggend geval is sprake van een woonzorgvoorziening voor zorgbehoevenden met een psychiatrische problemen. Het betreft zowel 24/7 zorg als begeleid wonen, waarbij de cliënten een zorgindicatie hebben en sprake is van gemeenschappelijke ruimten. Dit gebruik is in overeenstemming met de geldende maatschappelijke bestemming. De bouwhoogte van het gebouw met twee verdiepingen past (circa 6,5 meter) niet binnen de maximale toegestane bouwhoogte (4 meter) die geldt voor het projectgebied. Daarnaast zijn de entreepartij en bijbehorende bouwwerken (overkapping en fietsenstalling) gedeeltelijk buiten het bouwvlak gesitueerd, wat niet toegestaan is. De beoogde ontwikkeling kan door middel van een buitenplanse afwijking op basis van artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 2o Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in combinatie met bijlage II, artikel 4, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) mogelijk worden gemaakt. Artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 20 Wabo i.c.m. Artikel 4, lid 1 Bijlage II Bor. Artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 20 Wabo 1.
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: a.
indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening: 1°. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking, 2°. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of 3°. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat;
Artikel 4, lid 1 Bijlage II Bor Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking: 1.
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering b.
de oppervlakte niet meer dan 150 m²;
In de Bor wordt onder een ‘bijbehorend bouwwerk’ het volgende verstaan: Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak Toepassing van artikel 4, lid 1 In voorliggend geval wordt gebruik gemaakt van lid 1 om de bouwhoogte van 4 meter naar circa 6,5 meter te verhogen alsmede de entreepartij en bijbehorende bouwwerken (overkapping en fietsenstalling) buiten het bouwvlak te mogen realiseren. Bij het afwijken van het bestemmingsplan middels artikel 4, lid 1 van bijlage II van het Bor gelden enkel voorwaarden indien het voornemen buiten de bebouwde kom is gelegen. Voorliggend initiatief vindt plaats binnen de bebouwde kom, waardoor de opgenomen voorwaarden aangaande afmetingen en oppervlakten niet gelden. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld aan de afwijkingsmogelijkheid.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige en gewenste situatie van het projectgebied gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen beknopt beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieuaspecten en water kort de revue. In Hoofdstuk 5 is de belangenafweging met eindconclusie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 2 2.1
DE HUIDIGE EN GEWENSTE SITUATIE
Huidige situatie projectgebied en omgeving
De locatie ligt in de wijk Hassinkbrink in het noorden van Haaksbergen. Ten noorden, westen en zuiden van het projectgebied bevinden zich woningen. Ten oosten van het projectgebied bevindt zich Brem 3, een maatschappelijke voorziening. In de huidige situatie is de locatie onbebouwd. In de afbeelding 2.1 wordt via een luchtfoto de situatie in beeld gebracht.
Afbeelding 2.1
2.2
Luchtfoto ligging projectgebied en de directe omgeving (Bron: Provincie Overijssel)
De gewenste situatie
Voornemen en zorgaanbod In het projectgebied zal een woonzorgvoorziening worden gecreëerd voor twintig bewoners die een zorgvraag hebben binnen de psychiatrie. In de regio zijn veel zorgbehoevenden met een psychiatrische beperking en/of stoornis die niet in staat zijn om zelfstandig of thuis te wonen. Deze personen, in de leeftijdscategorie van 18 tot 80 jaar, hebben zorg en begeleiding nodig op een plek waar zij kunnen wonen en oefenen met hun verantwoordelijkheden. Initiatiefnemer biedt een locatie aan waar deze doelgroep de juiste zorg kan ontvangen en begeleid kan wonen, waarbij wordt opgemerkt dat geen huisvesting wordt geboden aan personen met een contra-indicatie. Beschermd wonen is de naam van de zorg die geboden wordt op deze locatie. Er wordt 24/7 zorg geboden inclusief een 24-uurs aanwezigheid van een zorgprofessional. Naast een bezetting van in totaal ongeveer 8-9 fte professionals is er op deze locatie een slaapwacht aanwezig. Overdag en in de avonduren zijn er te allen tijde minimaal twee zorgprofessionals in dienst. In de nacht is er 1 zorgprofessional aanwezig. Er is dus geen sprake van zorg op afroep, maar van permanente aanwezigheid. Waarbij wordt opgemerkt dat niet alle bewoners permanente zorg/begeleiding nodig hebben en dan ook sommige activiteiten (bijv. boodschappen doen, bezoeken familie) zelfstandig kunnen uitvoeren. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering Bewoners worden intensief ondersteund in de dagelijkse activiteiten. Er wordt gezorgd voor een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en een zinvolle dagbesteding. Iedere bewoner heeft een zorgvraag en een indicatie passend bij het aangeboden zorgaanbod. Een bewoner verblijft vrijblijvend op basis van een zorgindicatie die hij zelf heeft aangevraagd bij de gemeente of bij het zorgkantoor. Wanneer hij/zij ervoor kiest om te gaan wonen in de woonvoorziening accepteert hij/zij dat wonen en zorg bij elkaar horen. Het is dan ook niet mogelijk om een appartement te huren en tegelijkertijd geen zorg te accepteren. De zorgpartij werkt samen met de bewoner aan herstel en het komt veelvuldig voor dat mensen na een tijd zorg/begeleiding te hebben ontvangen weer zelfstandig verder kunnen. In dat geval maken zij een vervolgstap en huren zij van de woningbouwcorporatie een appartement en wordt door de zorgaanbieder nog enige tijd ambulante begeleiding gegeven. Voor hen is beschermd wonen voor bepaalde tijd geweest. Voor het andere deel van de bewoners geldt dat zij langduriger danwel permanente zorg/begeleiding nodig hebben. Er vindt op deze locatie geen behandeling plaats. Een klinische opname of wonen op een gesloten afdeling valt niet onder beschermd wonen en hier is op deze locatie dus ook geen sprake van.
Het gebruik van het gebouw voor die hiervoor genoemde doeleinden is reeds in overeenstemming met de geldende maatschappelijke bestemming. De afwijking heeft dan ook slechts betrekking op het bouwen. Hierna wordt ingegaan op het gebouw. Het gebouw Het beoogde gebouw bestaat uit twee verdiepingen met een maximale bouwhoogte van circa 6,5 meter, waarbij de tweede bouwlaag deels terugliggend is. Er wordt een woonzorgvoorziening met 20 eenheden gerealiseerd met bijbehorende gemeenschappelijke ruimten (algemene ruimte met keuken, kantoorruimten en een slaapwachtruimte). Het gebouw kent een oppervlakte (footprint) van circa 637 m². In onderstaande afbeeldingen wordt via een situatietekening, plattegronden, gevelaanzichten en impressies een beeld gegeven van het pand.
Afbeelding 2.2
Situatietekening Brem 5 te Haaksbergen (Bron: L&O Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
Afbeelding 2.3
Plattegrond Brem 5 te Haaksbergen (Bron: L&O Architecten)
Afbeelding 2.4
Gevelaanzichten Brem 5 te Haaksbergen (Bron: L&O Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
Afbeelding 2.5
Impressie Brem 5 te Haaksbergen (Bron: L&O Architecten)
Afbeelding 2.6
Impressie Brem 5 te Haaksbergen vanuit het zuiden (Bron: L&O Architecten)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Toekomstbestendig parkeren' opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Hierbij wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde aangehouden.
2.3.2
Onderzoeksresultaten
In voorliggend geval is er een verkeerskundige effecten van het plan beoordeeld, waarbij tevens een parkeerdrukonderzoek is uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze motivering. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de omgeving van de nieuwe woonzorgvoorziening 30 openbare parkeerplaatsen liggen. Hiervan worden er maximaal 12 gebruikt, waardoor er op alle momenten minimaal 18 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Uit de parkeerbehoeftebepaling van de woonzorgvoorziening blijkt dat de parkeerbehoefte hiervoor maximaal 14 voertuigen bedraagt. Dit betekent dat er op alle momenten, bij een gelijkblijvende parkeercapaciteit, meer dan voldoende parkeerplaatsen op openbaar terrein voorhanden zijn om te voorzien in de parkeer-behoefte van de nieuwe woon-zorgvoorziening. Hierbij houden wij nog geen rekening met het feit dat op de piekmomenten in de avondperiode ook de parkeerplaatsen van de maatschappelijke voorzieningen beschikbaar zijn, hoewel deze formeel dus niet openbaar zijn. In de praktijk blijkt dat deze nu ook al als zodanig worden gebruikt. Wordt dit gebruik in de toekomstige situatie niet meer toegestaan, dan zullen er vier voertuigen extra in het openbare gebied worden geparkeerd.
In dat geval is er dus precies voldoende ruimte om alle voertuigen in de avondperiode te herbergen, maar kan er op een beperkt aantal momenten wel sprake van (nagenoeg) 100% bezetting. Een dergelijke bezetting leidt ertoe dat de realisatie van enkele extra parkeerplaatsen in het openbare gebied wenselijk is. Maar dit leidt er wel toe dat er extra capaciteit (verharding) in het openbare gebied wordt gerealiseerd, terwijl er 17 parkeerplaatsen, weliswaar formeel op eigen terrein maar met een openbaar karakter, onbenut blijven. Het verdient dan ook aanbeveling de beschikbare parkeercapaciteit bij de maatschappelijke voorziening en de openbare parkeerplaatsen optimaal te gebruiken. Ten aanzien van de hoeveelheid verkeer die de nieuwe ontwikkeling genereert kan worden geconcludeerd dat het gaat om een beperkt aantal voertuigbewegingen. In het slechtste scenario gaat het hier nog steeds om (veel) om minder dan 100 motor-voertuigbewegingen per dag. Het is evident dat deze aantallen niet leiden tot problemen met betrekking tot de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. De aspecten parkeren en verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
2.4
Afwijkingen
Zoals beschreven in paragraaf 2.2 is het beoogde gebruik reeds in overeenstemming met de maatschappelijke bestemming. De afwijkingen hebben uitsluitend betrekking op het onderdeel bouwen. De afwijkingen bestaan uit: • • •
het overschrijden van de maximale bouwhoogte (4 meter) door het toevoegen van een tweede bouwlaag. De maximale bouwhoogte wordt hiermee met maximaal 2,5 meter overschreden; het toestaan van een entreepartij buiten het bouwvlak (zie impressie afbeelding 2.4); het toestaan van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak. Het gaat om de overkappingen en een fietsenstalling aan de achterzijde van het hoofdgebouw, waarbij wordt opgemerkt dat de fietsenstalling uit één bouwlaag zal bestaan (plat afgedekt).
Het vorenstaande kan door middel van een buitenplanse afwijking op basis van artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 2o Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in combinatie met bijlage II, artikel 4, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) mogelijk worden gemaakt.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering In voorliggend geval is een vergelijking gemaakt tussen het bestaand planologisch kader (max. 1 bouwlaag, 10 eenheden) en voorliggend bouwplan (max. 2 bouwlagen, 20 eenheden) ten aanzien van relevante milieu- en omgevingsaspecten. Stedenbouwkundig beeld In afbeelding 2.7 zijn twee impressies opgenomen, te weten een beeld met 1-laagse bebouwing (boven) en een beeld met 2-laagse bebouwing (onder).
Afbeelding 2.7
Vergelijking bestaand planologisch kader (boven) en het beoogde bouwplan (onder) (Bron: L&O Architecten)
Het gebouw krijgt een maximale bouwhoogte van 6,5 meter. Hiermee is het gebouw in de beoogde situatie lager dan omliggende woningen en sluit het qua bouwhoogte beter aan bij de naastgelegen maatschappelijke voorziening. Daarnaast is de tweede bouwlaag terugliggend waardoor de massa minder fors oogt. Het bouwplan wordt dan ook stedenbouwkundig aanvaardbaar geacht binnen de omgeving. Het plan is mondeling akkoord bevonden door de stadsbouwmeester. In het kader van het vooroverleg zal het plan formeel ter goedkeuring worden voorgelegd aan de stadsbouwmeester.
Bezonning Ten behoeve van het voornemen is door L&O Architecten bezonningsstudies uitgevoerd. Het onderzoek richt zich op de zon- en schaduweffecten op de directe omgeving als gevolg van de beoogde ontwikkeling. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering In bijlage 2 en 3 bij deze motivering zijn de bezonningsstudies opgenomen uitgaande van respectievelijk één en twee bouwlagen (bouwplan). In de bezonningsstudies zijn beelden op datum 21 maart, 21 juni en 21 september en op de tijdstippen: 9.00; 12.00; 15.00 en 18.00 uur opgenomen. Dit conform de normen van TNO bezonningsstudie. De toevoeging van een tweede laag zorgt uitsluitend in de ochtend (09.00) voor beperkt meer schaduw (enkele meters). Van schaduwwerking van het bouwplan op (de gevels van) omliggende woningen is in beide gevallen geen sprake. Het betreft uitsluitend de voortuin van enkele woningen die kortdurend meer in de schaduw zal staan. Uit een vergelijking van de beelden wordt dan ook geconcludeerd dat het bouwplan niet leidt tot een onaanvaardbare toename van schaduwwerking op omliggende woningen.
Parkeren en verkeer Zoals beschreven in subparagraaf 2.3.2 brengt het beoogde bouwplan een parkeerbehoefte van 14 parkeerplaatsen met zich mee. Indien uitgegaan zou worden van 1-laagse bebouwing met 10 eenheden zal er sprake zijn van een halvering van de parkeerbehoefte. Uit het parkeerdrukonderzoek (bijlage 1) blijkt dat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein en in de openbare ruimte aanwezig zijn om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Wat betreft verkeer brengt het toevoegen van een tweede bouwlaag circa een verdubbeling van het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het totaal aantal verkeersbewegingen in de beoogde situatie zal echter beperkt zijn, 1 voertuigbeweging per 7 minuten in het drukste uur. Het omliggende wegennet kan het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van het bouwplan veilig en eenvoudig verwerken. Tot wordt gewezen op de planologische mogelijkheden die de maatschappelijke bestemming biedt, namelijk een onderwijsinstelling. Een dergelijke functie kent een veelvoud aan verkeersbewegingen ten opzichte van het beoogde gebruik.
Milieuzonering In paragraaf 4.5 wordt het voornemen getoetst aan het aspect milieuzonering. Ten gevolge van de afwijkingen, met name hoogte, komt de bebouwing niet dichter op omliggende woningen te staan. Daarnaast brengt het toevoegen van een tweede bouwlaag niet met zich mee dat er andere danwel grootschalige voorzieningen (bijv. grootschalige keukens) noodzakelijk zijn. In beide gevallen zal dan ook slechts sprake zijn van woon- en leefgeluiden, waarbij – mede gelet op de onderlinge afstand tussen de maatschappelijke voorziening en de omliggende woningen (minimaal 21 meter) – geen sprake zal zijn van een onevenredige milieubelasting op de omgeving. Ook in dit geval wordt gewezen op de planologische mogelijkheden die de maatschappelijke bestemming biedt, namelijk een onderwijsinstelling. Een dergelijke functie, bijvoorbeeld een basisschool of kinderdagverblijf met buitenspeelterreinen, heeft aanmerkelijk meer impact op de omgeving dan voorliggend plan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering 3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze definitie. Op voorliggende ontwikkeling is onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m² er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. In voorliggend geval wordt circa 637 m² aan bebouwing gerealiseerd in het projectgebied. Op basis van het geldende bestemmingsplan kent projectgebied reeds een bouwvlak en bouwmogelijkheden. Voorliggend plan valt binnen het geldende bouwvlak, waarbij uitsluitend de bouwhoogte wordt verhoogd. Vanuit planologisch oogpunt legt het plan dan ook geen ruimtebeslag van meer dan 500 m². Overigens wordt opgemerkt dat desondanks de behoefte dient te worden onderbouwd.
Indien gekeken wordt naar de huidige plekken beschermd wonen in Haaksbergen, wordt geconstateerd dat er binnen Haaksbergen geen volwaardige woonvoorziening voor beschermd wonen meer is. De plekken die er zijn bevinden zich bij ‘sector vreemde’ aanbieders, zoals verpleeghuizen en bij aanbieders uit de VG-sector. Voor het merendeel van die plekken geldt dan ook dat als een cliënt vertrekt/overlijdt dat er op deze plek niet opnieuw iemand komt met een beschermd wonen advies. Dat maakt dus dat het voor inwoners vanuit Haaksbergen het bijna niet mogelijk is om in Haaksbergen te blijven wonen als er beschermd wonen nodig is. Voor de lange termijn is afgesproken dat, uitgaande van solidariteit en vanuit de gedachte van de commissie Toekomst Beschermd wonen, gestreefd wordt om de beschermd wonen plekken evenredig(er) te verdelen over de Cimot-gemeenten. Hieruit komt naar voren dat de gemeente Haaksbergen 6% van de cliëntenlijst, inclusief wachtlijst en overbruggingszorg zou moeten huisvesten. Als op dit moment uitgegaan wordt van de huidige cliëntenlijst (december 2020), inclusief wachtlijst (circa 120 cliënten binnen Cimot) en overbruggingszorg, dan staat Haaksbergen op minder dan 2%. Uitgaande van een evenredige spreiding van 6% dan zou Haaksbergen circa 21 beschermd wonen cliënten moeten huisvesten.
Met voorliggend plan wordt hier invulling aan gegeven door het bouwen van een volwaardige voorziening voor beschermd wonen. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering Geconcludeerd wordt dat er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling en geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro. Het nader toetsen van het initiatief aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei zijn de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten de Actualisatie 2018/2019 gewijzigd vastgesteld. 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • Duurzaamheid; • Ruimtelijke kwaliteit. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
16
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Afbeelding 3.1
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
17
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 3.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel).
Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden.
Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Toetsing van voorliggend initiatief aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes is met name ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’ (artikel 2.1.3) van belang. Artikel 2.1.3 lid 1: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie;
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
18
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering •
dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval gaat het om de bouw van een woonzorgvoorziening en het aanleggen van parkeervoorzieningen. De locatie is gelegen in Haaksbergen binnen het bestaand stedelijk gebied. Ook is de locatie reeds voorzien van een bestemming ten behoeve van stedelijke functies. Van nieuw ruimtebeslag op de groene omgeving is geenszins sprake. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. 3.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied ligt in Haaksbergen behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de omgevingsvisie opgenomen, waarbij het projectgebied rood omlijnd is.
Afbeelding 3.2
Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)
‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Het projectgebied ligt binnen de bebouwde kom van Haaksbergen en betreft een perceel met reeds een maatschappelijke bestemming. In de omgeving van het projectgebied liggen voornamelijk woningen en reeds een bestaand maatschappelijk pand.
Het realiseren van een woonzorgvoorziening met bijbehorende parkeervoorzieningen past binnen de ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving, temeer een maatschappelijke voorziening reeds voorzien is met het opnemen van een maatschappelijke bestemming . Van BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
19
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering een belemmering van omliggende functies is geen sprake. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4, waar nader wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Tot slot zal het gebouw energieneutraal gebouwd worden. Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe – Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De ‘Natuurlijke laag’ en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen niet meer voorkomen in het projectgebied, omdat het in een bestaand bebouwd gebied ligt. Daarnaast wordt de ‘Laag van de beleving’ buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het projectgebied van toepassing zijn. De ‘Stedelijke laag’ In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe.
Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motors van Overijssel. Ook hier is sprake van een rijk palet: dorpen met centrumfuncties, landstadjes, steden en stedelijke netwerken. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het projectgebied is volgens de stedelijke laag gelegen in het gebiedstype ‘woonwijken 1955-nu’ en in het ‘informele trage netwerk’. In afbeelding 3.3 is dit weergegeven, met een rode lijn om het projectgebied.
Afbeelding 3.3
Uitsnede van de stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
‘Woonwijken 1955 – nu’ De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
20
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” Het voorgenomen initiatief ligt niet nabij doorgaande zandwegen en wandel- en fietsroutes en zal daarom het netwerk niet aantasten. De woonzorgvoorziening zal zorgvuldig worden ingepast binnen het bestaande bebouwingskarakter ter plaatse. De uitbreiding omvat grotendeels twee bouwlagen met een bouwhoogte passend bij de omliggende bebouwing. Geconcludeerd wordt dat de invulling van de locatie in overeenstemming is met de gebiedskenmerken van de 'Stedelijke laag'. 3.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
Op gemeentelijk niveau is met name de gemeentelijke structuurvisie en de Woonvisie van belang. Hierna wordt beknopt op deze beleidsdocumenten ingegaan. 3.3.1
Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente
3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.
In voorliggend geval is met name de achtste ambitie van belang. Ambitie 8:
Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau.
In de wijken moet het bestaande aanbod voor de dagelijkse voorzieningen (winkels, zorg, onderwijs, sport, cultuur en maatschappelijke instellingen) zoveel mogelijk behouden blijven, zodat de wijken voor alle doelgroepen aantrekkelijk zijn (ouderen, jongeren, 1/2-persoonshuishoudens en gezinnen), en levensbestendige woningen mogelijk zijn. Haaksbergen wil inzetten op het behoud van de voorzieningen (zwembad, theater, bibliotheek) en mogelijke versterking, zoals zorgvoorzieningen (het Wiedenbroek, Saalmerink). Een en ander hangt ook sterk af van de insteek dat mensen zo lang mogelijk thuis moeten blijven
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
21
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering wonen, met de zorg die daarvoor nodig is. Haaksbergen wil dit realiseren door middel van de woonservicezones. 3.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ Met de voorgenomen bouw van de woonzorgvoorzieningen voor zorgbehoevenden binnen de wijk Hassinkbrink wordt het aanbod voor dagelijkse voorzieningen behouden. Haaksbergen kan zo een plek bieden aan een zorgbehoevende doelgroep die hierdoor zoveel mogelijk binnen de eigen regio kan worden opgevangen. Ook levert het voornemen de gemeente Haaksbergen werkgelegenheid op. Geconcludeerd wordt dat het project bijdraagt aan het realiseren van de gemeentelijke ambitie. 3.3.2
Woonvisie ‘Keuzes voor de toekomst, een woonvisie van nu naar 2020’
3.3.2.1 Algemeen De woonvisie ‘Keuzes voor de toekomst, een woonvisie van nu naar 2020’ is in 2013 vastgesteld. De crisis zorgde voor een stagnatie in de woningbouwproductie en de verkoop van woningen. Daarnaast zorgen demografische ontwikkelingen voor een andere kijk op de woningmarkt. In Haaksbergen gaat de vergrijzing de komende jaren een steeds grotere rol spelen. Tegelijkertijd willen de gemeente ook voor de jongere huishoudens een aantrekkelijke woongemeente blijven. Dit was een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van deze woonvisie. 3.3.2.2 Woonzorg-voorzieningen Het aantal zorgvragers gaat tot 2020 behoorlijk toenemen. De wens om te verhuizen naar een zorggeschikte woning is ook aanwezig. Van de te bouwen woningen in de komende jaren zal dus een aanzienlijk deel een zorggeschikte woning moeten worden. Het aantal zorgwoningen ligt op 10%. Dit is overigens niet specifiek zorg voor ouderen, maar ook voor lichamelijk gehandicapten of mensen uit de geestelijke gezondheidszorg. Voor deze laatste categorie wordt meestal in clustervorm gebouwd. De woon- en zorgfunctie is een functie die gelieerd is aan het binnenstedelijk gebied en niet in eerste instantie aan het buitengebied. Daarnaast geldt ook voor deze doelgroep dat de gemeente hiervoor voldoende aanbod wil bieden, zodat zij niet gedwongen hoeven te verhuizen naar andere gemeenten.
Zorgbehoevenden moeten zoveel mogelijk in en om Haaksbergen zorg verleend krijgen. Men wil het liefst zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen, ook al is daarvoor een aanpassing noodzakelijk. Is dit niet mogelijk, dan is het voor de leefkwaliteit van de mensen het beste om in de nabijheid van hun woonomgeving te blijven wonen. 3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Met het voorgenomen initiatief wordt er enerzijds gebouwd om aan het aantal zorgwoningen te voldoen binnen de gemeente en hiermee de wachtlijsten van de doelgroep te verminderen. Anderzijds kunnen zorgbehoevenden binnen de eigen regio worden opgevangen in hun oorspronkelijke/bestaande woonomgeving. Hiermee voldoet het initiatief aan de Woonvisie van de gemeente Haaksbergen. 3.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de in deze paragraaf behandelde beleidsdocumenten en de daarin opgenomen uitgangspunten.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
22
Ruimtelijke motivering, Brem 5 Haaksbergen Ruimtelijke motivering
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 20 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de Ruimtelijke motivering ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bij het beoordelen van milieu- en omgevingsaspecten wordt ingegaan op de volgende thema’s: geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, bezonning en water. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid dan ook beknopt beschreven.
4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 4.1.2
Situatie projectgebied
De locatie ligt in een woonwijk met wegen waar een 30km/uur regime geldt. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden er geen wettelijke geluidszones voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat de geluidsbelasting van wegen op de gevel van een geluidsgevoelig object hoger is dan 48 dB, dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. In voorliggend geval is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze motivering. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op de Noordsingel ten hoogste 29 dB bedraagt. De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Brem, Hondsdraf, Jeneverbes, en Akelei bedraagt ten hoogste respectievelijk 43 dB, 42 dB, 31 dB en 23 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt voor alle 30 km/uur wegen afzonderlijk aan de voorkeursgrenswaarde (richtwaarde) van 48 dB voor geluidsgezoneerde wegen voldaan. Op basis van deze resultaten wordt gesteld dat ten aanzien van het aspect wegverkeerslawaai realisatie van nieuwe zorgwoningen zonder meer mogelijk is.
Tot slot ligt de locatie niet in de nabijheid van een spoorlijn of gezoneerd bedrijventerrein, waardoor nader onderzoek naar railverkeerslawaai en industrielawaai eveneens niet aan de orde is. 4.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering in het kader van voorliggende ontwikkeling.