CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

RO bijlage ong. ruimtelijke onderbouwing leidingentrace (toegevoegd 01-11-2023)

Gemeenteraad 15 november 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen15.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nobian Salt BV Nobian Mining Department

Ruimtelijke onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen September 20, 2023 E.J. Westerink Referentie: NH-20230920

1

Inhoud 1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging projectgebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Aanvraag omgevingsvergunning 1.5 Afstemming met andere procedures 1.6 Milieueffectrapport 1.7 Leeswijzer

4 4 5 6 10 10 10 11

2

Projectbeschrijving 2.1 Huidige situatie en ruimtegebruik 2.1.1 Tracékeuze 2.1.2 Transportleidingtracé 2.1.3 Distributieleidingtracé 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Uitvoeringsaspecten

12 12 12 12 13 13 14

3

Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening 3.2.4 Structuurvisie ondergrond 3.3 Provinciaal beleid Overijssel 3.3.1 Omgevingsvisie Overijssel 3.3.2 Omgevingsverordening Overijssel 3.3.3 Toetsing aan provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie 2030; Haaksbergen, groenste dorp van Twente 3.4.2 Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen en Hof van Twente 3.4.3 Coalitieprogramma’s 2018-2022 en 2022-2026 3.4.4 Raadsafspraken Haaksbergen 2022 2026 3.4.5 Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen’ 3.5 Conclusie

18 18 18 18 19 20 20 21 21 22 23 31 31 32 33 34 35 35

4

Waardentoets 4.1 Inleiding 4.2 Natuurwaarden 4.3 Archeologische- en cultuurhistorische waarden 4.4 Water 4.5 Conclusie

36 36 36 39 43 43

5

Milieuaspecten 5.1 Inleiding 5.2 Archeologie 5.3 Bodem 5.4 Geluid en trillingen 5.5 Woon- en leefmilieu 5.6 Luchtkwaliteit 5.7 Licht 5.8 Externe veiligheid

44 44 44 44 45 45 46 46 47

2

5.9 6

3

Conclusie

Uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding 6.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.4 Economische uitvoerbaarheid 6.5 Conclusie

48 49 49 49 49 49 50

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Nobian Salt B.V. (hierna Nobian) is voornemens om in het gebied ten noorden van Haaksbergen in totaal 8 nieuwe zoutwinningslocaties voor zout te realiseren. De beoogde zoutwinningslocaties liggen binnen het winningsvergunningsgebied Isidorushoeve (zie figuur 1). In 2012 heeft de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de winningsvergunning voor het winnen van zout verleend, welke op 8 juni 2012 in werking is getreden. De vergunning is verleend voor een gebied met een oppervlakte van circa 24 vierkante kilometer en geldt voor een periode van 40 jaar. Vervolgens heeft de Minister van Economische Zaken in 2014 ingestemd met het winningsplan Haaksbergen. Het winningsplan wordt geactualiseerd, rekening houdend met de laatste mijnbouwkundige inzichten en technieken. Het zout wordt gewonnen door middel van oplosmijnbouw. Per zoutwinningslocatie wordt één zoutput geboord, via deze put wordt water in de ondergrondse zoutlaag geïnjecteerd, waardoor het zout oplost. Ten behoeve van de aanvoer van water en afvoer van pekel worden de zoutwinningslocaties onderling verbonden met distributieleidingen. Deze leidingen staan tevens in verbinding met het te realiseren pompstation Stepelerveld op het industrieterrein Stepelerveld.

Vanaf dit pompstation wordt het oploswater, aangevoerd vanaf de zoutfabriek te Hengelo, gedistribueerd naar de zoutwinningslocaties en wordt de pekel getransporteerd naar de zoutfabriek. Ten behoeve van het transport van en naar de zoutfabriek te Hengelo worden transportleidingen aangelegd. De transportleidingen zijn geprojecteerd vanaf het pompstation Stepelerveld in noordelijke richting en worden aangesloten op de bestaande hoofdtransportleidingen nabij het bestaande pompstation Ganzebos West bij Beckum.

Figuur 1

4

Ligging winningsgebied Sint Isidorushoeve met beoogde zoutwinningslocaties en aan te leggen leidingentracés.

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

De aanleg van distributieleidingen en transportleidingen binnen het grondgebied van de gemeente Haaksbergen is (bij recht) niet mogelijk binnen de kaders van de vigerende bestemmingsplannen (zie paragraaf 1.3). Daarom wordt voor de aanleg van de leidingen een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo. In overleg met de gemeente Haaksbergen en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is besloten deze aanvraag bij het Ministerie in te dienen. De aanvraag gaat daartoe vergezeld van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Deze ruimtelijke onderbouwing gaat specifiek in op de transport- en distributieleidingen. Voor de aanleg van de zoutwinningslocaties en het bedrijven van de zoutwinning wordt verwezen naar de Ruimtelijke Onderbouwing die hiervoor is opgesteld, zie bijlage 1b met referentie NH20230908 Ruimtelijke onderbouwing Zoutwinningsproject Haaksbergen. 1.2 Ligging projectgebied De aan te leggen leidingtracés binnen de gemeente Haaksbergen hebben een totale lengte van circa 5 kilometer. De voorkeurtracés voor de transportleidingen en distributieleidingen zijn weergegeven in figuur 2.

Figuur 2 kaart met voorkeurtracés voor het distributieleidingtracé (gelegen binnen contour met onderbroken lijn) en het transportleidingtracé (gelegen binnen de gestippelde contour

5

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Transportleidingtracé Voor de toevoer van het benodigde water om het zout op te lossen en voor de afvoer van de pekel naar de zoutfabriek te Hengelo is het nodig om drie ondergrondse transportleidingen aan te leggen. Deze drie leidingen worden gelegd in één tracé. Het tracé van de nieuw aan te leggen transportleidingen is gelegen tussen het te realiseren pompstation op het industrieterrein Stepelerveld ten noorden van Haaksbergen en het bestaande pompstation Ganzebos-West nabij Beckum in de gemeente Hengelo (zie figuur 1). Het transportleidingtracé, voor zover gelegen in de gemeente Haaksbergen, heeft een lengte van circa 2 kilometer en een breedte van circa 5-7 meter. Distributieleidingtracé De te realiseren zoutwinningslocaties worden onderling verbonden met distributieleidingen. De aanvraag voor het distributieleidingdeel betreft uitsluitend het tracé dat benodigd is voor het verbinden van de zoutwinningslocaties H-01, H-02, H-03, H-04, H-05, H-07, H-08 en H-09 met het pompstation Stepelerveld. Voor de toevoer van het benodigde water om het zout op te lossen en voor de afvoer van de pekel is het nodig om vier ondergrondse distributieleidingen aan te leggen tussen de te realiseren zoutwinningslocaties en het te realiseren pompstation op het industrieterrein Stepelerveld.

Het aan te leggen distributieleidingtracé heeft een lengte van circa 2,5 kilometer en een breedte van circa 6-8 meter. In zowel het transportleidingtracé als in het distributieleidingtracé worden tevens ondergrondse kabels gelegd ten behoeve van communicatie en stroomvoorziening van de zoutwinningslocaties. 1.3 Vigerende bestemmingsplannen Ter plaatse van de beoogde leidingtracés zijn de volgende bestemmingsplannen en beheersverordening van kracht:  Bestemmingsplan "Buitengebied", deels onherroepelijk in werking op 22-04-2015;  Buitengebied Haaksbergen, partiele herziening veegplan 1, vastgesteld op 01-11-2017;  Voorbereidingsbesluit Stepelerveld, vastgesteld op 27-06-20121;  Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1, vastgesteld op 16-12-2015;  Buitengebied Haaksbergen, partiele herziening N18, vastgesteld op 21-02-2018;

De beoogde leidingtracés lopen voor het grootste deel door gronden met agrarisch bestemmingen. Bestemmingsplan "Buitengebied" Het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen', is vastgesteld door de raad op 2 juli 2013 en sinds 22 april 2015 (deels) onherroepelijk. Het plangebied kent binnen dit bestemmingsplan (zie figuur 3) de volgende bestemmingen en aanduidingen:  enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschap, met deels de functieaanduiding

landschapswaarden;  enkelbestemming: Verkeer-2;  enkelbestemming: Water;  dubbelbestemming: Leiding met de aanduiding hartlijn leiding – hoogspanning;  dubbelbestemming: Leiding met de aanduiding hartlijn leiding – gas;  gebiedsaanduiding: Luchtvaartverkeerzone (voor een deel van het gebied);  gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – verwervingsgebied;  gebiedsaanduiding: wro-zone – wijzigingsgebied.

1

Ter plaatsen van de gronden waarop het voorbereidingsbesluit Stepelerveld van toepassing is, maar nog geen nieuw bestemmingsplan is vastgesteld zijn de planregels uit het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld op 29 november 2000) nog van toepassing.

6

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Figuur 3

uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Agrarisch met waarden - Landschap De gronden met de bestemming Agrarisch met waarden - Landschap zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, niet zijnde de opslag van veevervoer en agrarische producten, het weiden van vee en het verbouwen van gewassen anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf, het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijk waarde van de grond, infrastructurele voorzieningen, waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen en ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' het behoud en de bescherming van de landschappelijke waarde zoals deze tot uitdrukking kom in het reliëf (essen en steilranden). Verkeer-2 De gronden met de bestemming Verkeer-2 zijn bestemd voor wegen, parkeervoorzieningen en geluidwerende voorzieningen. Water De gronden met de bestemming Water zijn onder andere bestemd voor beken, watergangen, waterpartijen met bijbehorende oevers, taluds, kaden en onderhoudspaden, instandhouding en ontwikkeling van ecologische waarden dan wel de instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende landschaps- en natuurwaarden. Leiding De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de in

7

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

de strook gelegen leiding met de daarbij behorende leidingzone en veiligheidszone. Het distributieleidingtracé kruist driemaal gronden met de dubbelbestemming Leiding. Tussen de zoutwinningslocaties H-03 en H-04 en nabij de zoutwinningslocatie H-07 wordt een hoogspanningskabel gekruist. In paragraaf 2.3 is aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. Wijzigingsbevoegdheid zoutwinningslocatie In het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen' is onder artikel 39.8 Wro-zone – wijzigingsgebied een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.

Figuur 4

ligging van de 'wro-zone - wijzigingsgebied' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wro-zone – wijzigingsgebied' kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen en de bestemming wijzigen ten behoeve van een zoutwinningslocatie, met dien verstande dat:       

er worden niet meer dan 60 boorhuisjes gerealiseerd; de bouwhoogte van een boorhuisje bedraagt niet meer dan 5,00 m; de oppervlakte van één boorhuisje bedraagt niet meer dan 30 m2; de gezamenlijke oppervlakte van de boorhuisjes bedraagt niet meer dan 1.500 m2; er wordt één pompstation gerealiseerd; het aanleggen van leidingen, glasvezelkabels en stroomkabels is toegestaan; het boren van winningsputten is toegestaan.

Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 Het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1', is vastgesteld door de raad op 1 november 2017 en gewijzigd n.a.v. een gerechtelijke uitspraak op 1 mei 2019. Dit bestemmingsplan kent de volgende relevante (dubbel)bestemmingen:    

8

enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap’, met deels de gebiedsaanduiding ‘milieuzone’. dubbelbestemming: Waarde – Lage archeologische verwachting; dubbelbestemming: Waarde – Middelmatige archeologische verwachting; dubbelbestemming: Waarde – Hoge archeologische verwachting.

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap Het noordelijk deel van het transportleidingtracé heeft, ter plaatse van de gronden die grenzen aan de gemeente Hengelo, de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap’. Een deel van deze gronden heeft tevens de gebiedsaanduiding ‘milieuzone’ en dienen ter bescherming van de vochtgebonden natuurlijke waarden van de aanliggende bos- en natuurbestemmingen in de gemeente Hengelo. De gronden met de bestemming Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, niet zijnde de opslag van veevervoer en agrarische producten, het weiden van vee en het verbouwen van gewassen anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf, het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijk en/of natuurwetenschappelijke waarde van de grond, infrastructurele voorzieningen, waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen en de instandhouding van landschapselementen. Archeologische verwachtingswaarden De gronden met een archeologische verwachtingswaarde zijn, mede bestemd voor de bescherming van de aanwezig archeologische waarden. De gronden ter plaatse van de beoogde leidingtracés kennen archeologische verwachtingswaarden, variërend van laag tot hoog.

Deze gronden hebben afhankelijk van de verwachtingswaarde de dubbelbestemming ‘Waarde – Lage archeologische verwachting’, ‘Waarde – Middelmatige archeologische verwachting’ of ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’. Ter plaatse van een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt dat er zonder omgevingsvergunning geen werkzaamheden uitgevoerd mogen worden die dieper gaan dan 40 centimeter onder maaiveld en die een maximale oppervlakte bestrijken van 2.500 m2. Bij een lage archeologische verwachting is deze oppervlakte 100.000 m2. Ten behoeve van de aanleg van de leidingtracés zal er dieper in de grond worden geroerd dan 40 centimeter. Om aan te tonen dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordering wordt voorafgaand aan de aanleg van de leidingtracés een archeologisch onderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.3 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing is het aspect archeologie nader uitgewerkt. Voorbereidingsbesluit Stepelerveld Ter plaatsen van de gronden waarop het voorbereidingsbesluit Stepelerveld van toepassing is, maar nog geen nieuw bestemmingsplan is vastgesteld zijn de planregels uit het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld op 29 november 2000) nog van toepassing.

Ten zuiden van de N18, ter plaatse van de gronden waarop het Voorbereidingsbesluit Stepelerveld van toepassing is, hebben de gronden ter plaatse van het leidingtracé de bestemming ‘Agrarisch cultuurgebied’. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke waarde, verkeersdoeleinden, waterhuishouding en extensieve recreatie. Bedrijventerrein Stepelerveld fase 1 Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Stepelerveld fase 1’, is vastgesteld door de raad op 16 december 2015. Het projectgebied kent binnen dit bestemmingsplan de volgende bestemming:

9

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Bedrijventerrein De gronden met de bestemming Bedrijventerrein zijn bestemd voor de uitoefening van bedrijf tot en met categorie 3.2 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ en bedrijf tot en met categorie 4.1 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.1’. Gemengd De gronden met de bestemming Gemengd zijn bestemd voor groen, verkeer en water. Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Stepelerveld fase 1’ verstaat onder een strijdig gebruik niet het laten aanleggen leidingen ten behoeve van de transport van water en pekel ten behoeve van zoutwinning. Het aanleggen van de leidingtracés is mogelijk binnen de gronden waarop het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Stepelerveld fase 1’ van toepassing is. Buitengebied Haaksbergen, partiele herziening N18 Het beoogde leidingtracé kruist de N18. De gronden hebben hier de bestemming ‘Verkeer’ en zijn bestemd voor wegen, straten, paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en uitingen van beeldende kunst. 1.4 Aanvraag omgevingsvergunning Voornoemde bestemmingsplannen en beheersverordening staan, met uitzondering van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Stepelerveld fase 1’, de aanleg van het distributietracé en transportleidingtracé niet toe.

Ter plaatse van de gronden die deel uitmaken van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1’ is de aanleg van de leidingen bij recht mogelijk. Om de aanleg van het totale distributieleiding- en transportleidingtracé mogelijk te maken wordt bij het bevoegd gezag een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo. 1.5 Afstemming met andere procedures Naast onderhavige procedure voor aanleg van het distributietracé en het gedeelte van het transportleidingtracé binnen de gemeente Haaksbergen is ook een procedure voor de aanleg van het gedeelte van het leidingtracé in de gemeente Hengelo doorlopen. Met het besluit van 15 november 2021 (kenmerk O-2021-0486-6321097) heeft de gemeente Hengelo ingestemd met de aanleg van het transportleidingtracé binnen haar grondgebied. Daarnaast worden bij de beheerders van de te kruisen watergangen en wegen de benodigde vergunningen aangevraagd en meldingen gedaan om de aanleg van de leidingtracés mogelijk te maken. Deze procedure hangt samen met de op 18 juni 2021 aangevraagde, en later diverse malen aangevulde, vergunning bij de Minister van Economische zaken en Klimaat voor de realisatie en in gebruik neming van de 8 zoutwinningslocaties en het pompstations Stepelerveld (kenmerk OLO 6567615 en zaaknummer V-17174).

1.6 Milieueffectrapport Ten behoeve van het totale voornemen ‘Zoutwinning Haaksbergen’ is door Nobian een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het MER geeft een beschrijving en beoordeling van de milieueffecten van de voorgenomen activiteit en vormt hiermee een (centraal)

10

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

document bij de aanvragen voor de benodigde vergunningen. Het MER is separaat bij de aanvraag gevoegd. 1.7

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt een beknopte omschrijving van de huidige situatie in het plangebied en komen de diverse functies daarbinnen aan de orde. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 een doorkijk gegeven naar de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 worden de relevante beleidskaders op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau benoemd . Het voornemen – de realisatie van de leidingtracés – wordt getoetst aan de randvoorwaarden die hieruit volgen. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het projectgebied aanwezig zijn en of deze worden aangetast door het voornemen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten zoals ecologie, cultuurhistorie en archeologie. Tenslotte komt in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid (economisch en maatschappelijk) aan bod.

11

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

2 Projectbeschrijving 2.1 Huidige situatie en ruimtegebruik De aan te leggen distributieleidingen en transportleidingen maken onderdeel uit van het project Zoutwinning Haaksbergen. Het projectgebied van deze ruimtelijke onderbouwing beperkt zich tot het distributieleidingtracé en het deel van het transportleidingtracé voor zover gelegen binnen het grondgebied van de gemeente Haaksbergen. 2.1.1 Tracékeuze De bepaling van de ligging van de leidingtracés heeft plaatsgevonden op basis van een aantal ruimtelijke uitgangspunten. Vanuit kostenoogpunt en ruimtebeslag is het algemene uitgangspunt geweest om, waar mogelijk, een kort tracé met lange rechte leiding-secties toe te passen bij de bepaling van nieuwe transportleidingen. Toekomstige ontwikkelgebieden, natuurgebieden en archeologisch waardevolle gebieden zijn zoveel als mogelijk vermeden. Bij de keuze van de leidingtracés is aangesloten bij de bestaande verkavelingsstructuren en landschapselementen door de richting ervan waar mogelijk te volgen Hierdoor heeft de aanleg van de leidingen geen gevolgen voor het landschapspatroon. Daarnaast is getracht om bestaande infrastructuur (wegen, watergangen en ondergrondse leidingen) zo veel als mogelijk te vermijden. Voor het kruisen van verkeers- en (grotere) waterwegen worden de leidingen aangelegd met behulp van een gestuurde boring of een persing.

Door het toepassen van een gestuurde boring of een persing kan deze infrastructuur ongestoord en veilig in gebruik blijven. 2.1.2 Transportleidingtracé In het noorden kruist het tracé vanaf Haaksbergen de grens met de gemeente Hengelo in de buurt van de Deelweg/Kolleweg. Vervolgens vervolgt het tracé een lijn in zuidelijke richting tot aan het te realiseren pompstation Stepelerveld op het Industrieterrein Stepelerveld te Haaksbergen. Het tracé loopt door een agrarisch landschap met een open karakter en verspreid enkele houtwallen en opgaande beplanting. Er worden kleine watergangen en meerdere wegen gekruist, waaronder de Eppenzolderweg. In figuur 5 is een impressie van het landschap weergegeven.

Locatie van het te realiseren pompstation op het industrieterrein Stepelerveld

12

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Eppenzolderweg

Open landschap ter hoogte van de Deelweg

Figuur 5

Open landschap gezien vanaf de Veldsnijderweg in noordwestelijke richting, richting de gemeentegrens met Hengelo

Impressies van het projectgebied (bron: Cyclomedia Streetsmart en Nobian, opnames 2020 en 2023)

2.1.3 Distributieleidingtracé Het distributieleidingtracé begint op het Industrieterrein Stepelerveld vanaf het beoogde pompstation Stepelerveld. Hier zal een deel van het distributietracé in noordelijke richting lopen naar de zoutwinningslocaties H-01 en H-02. Het beoogde grondgebruik is hier industrieterrein, momenteel zijn de gronden in gebruik als grasland. Vervolgens loopt een deel van het distributieleidingtracé vanaf het beoogde pompstation in westelijke richting. Het tracé loopt hier door een agrarisch landschap met een open karakter en verspreid enkele houtwallen en opgaande beplanting. Het tracé kruist een aantal wegen, waaronder de Hengelosestraat en de Eppenzolder en een aantal kleine watergangen. 2.2 Toekomstige situatie In de verschillende leidingtracés komen meerdere leidingen te liggen. Daarnaast worden in de tracés tevens ondergrondse kabels gelegd ten behoeve van communicatie en stroomvoorziening van de zoutwinningslocaties. Transportleidingtracé Zoals aangegeven komen in het transportleidingtracé drie gietijzeren transportleidingen te liggen met elk een inwendige diameter van 700 mm. De eerste leiding betreft een toevoerleiding voor de transport van het oploswater naar de zoutwinningslocaties. Dit water betreft zoet water, mengsel van oppervlaktewater uit het Twente-Rijn-kanaal en condensaatwater afkomstig van de zoutfabriek te Hengelo.

Via één afvoerleiding wordt water met daarin het opgeloste zout als pekel via het pompstation Stepelerveld verpompt naar de bestaande zoutfabriek te Hengelo, waar de pekel wordt verwerkt. De derde (nieuwe) leiding betreft de naverzadigingsleiding. Via deze leiding wordt nietverzadigde ruwe pekel tussen de verschillende cavernes (zoutputten) getransporteerd. Aan het begin van de winning uit een caverne, produceert de caverne eerst ‘niet aan zout verzadigde ruwe pekel’. Deze onderverzadigde pekel uit een nieuwe caverne wordt ter naverzadiging naar een al volledig ontwikkelde caverne gevoerd. In de eerste fase van de zoutwinning uit het Haaksbergen veld wordt het onverzadigde pekel uit de nieuwe putten ter naverzadiging geleid naar de bestaande putten in het Ganzebos veld. Nadat in het

13

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Haaksbergen veld voldoende putten ontwikkeld zijn, dan vindt de naverzadiging in het Haaksbergen veld zelf plaats. Naverzadiging van pekel is noodzakelijk, om de fabriek te voeden met volledig verzadigde pekel. Dit in het belang van een efficiënte kristallisatie. Deze derde leiding heeft in feite een dubbelfunctie; in eerste instantie wordt de leiding voor onverzadigde pekel gebruikt, daarna wordt deze ingezet als reserveleiding. Hierdoor is het mogelijk om leidingen uit bedrijf te kunnen nemen, voor bijvoorbeeld inspectie. Distributieleidingtracé In het tracé komen vier gietijzeren transportleidingen te liggen met elk een inwendige diameter van 500 mm. Via één toevoerleiding wordt vanaf het pompstation Stepelerveld oploswater, naar de zoutputten op de zoutwinningslocaties getransporteerd. De tweede leiding betreft de naverzadigingsleiding. Via deze leiding wordt niet-verzadigde ruwe pekel tussen de verschillende cavernes (zoutputten) getransporteerd. Aan het begin van de winning uit een caverne, produceert de caverne eerst ‘niet aan zout verzadigde ruwe pekel’. De derde leiding betreft de verzadigde pekelleiding. Via deze leiding wordt verzadigde pekel getransporteerd naar het pompstation Stepelerveld. Vanaf waar het pekel wordt getransporteerd via ondergrondse transportleidingen via het bestaande pompstation Ganzebos-West naar de zoutfabriek te Hengelo.

De vierde leiding betreft een reserveleiding. Hierdoor is het mogelijk om een leiding in het tracé uit bedrijf te kunnen nemen, voor bijvoorbeeld inspectie. 2.3 Uitvoeringsaspecten In de leidingtracés worden gietijzeren transportleidingen gelegd. De leidingen zijn aan de binnenzijde voorzien van een lining van cement en aan de buitenzijde van een coating. De realisatie van de leidingentracés zal grotendeels gebeuren worden door middel van een open ontgraving en deels met behulp van een gestuurde boring of persing. Hieronder wordt per wijze van aanleg een korte omschrijving gegeven van de bijbehorende werkzaamheden. Aanleg door middel van open ontgraving Transportleidingtracé Voor het aanleggen van de leidingen zal er een sleuf moeten worden gegraven. De sleuf heeft een minimale diepte van 2,0 meter. De breedte van de sleuf varieert tussen (onderkant buizen) circa 3 meter en circa 6 meter (maaiveldniveau). Bij deze open ontgravingen wordt een strook met een breedte van circa 25 meter als werkruimte gehanteerd. Figuur 6 geeft een indruk van dwarsdoorsnede van de leidingsleuf en het werkgebied.

14

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Figuur 6

Doorsnede leidingsleuf en werkgebied ten behoeve van aanleg transportleidingtracé

Distributieleidingtracé Voor het aanleggen van de leidingen zal er een sleuf moeten worden gegraven. De sleuf heeft een minimale diepte van 1,7 meter. De breedte van de sleuf varieert tussen (onderkant buizen) circa 4 meter en circa 7 meter (maaiveldniveau). Bij deze open ontgravingen wordt een strook met een breedte van circa 30 meter als werkruimte gehanteerd. Figuur 7 geeft een indruk van dwarsdoorsnede van de leidingsleuf en het werkgebied.

Figuur 7

Doorsnede leidingsleuf en werkgebied ten behoeve van aanleg distributieleidingtracé

Algemeen Voor het aanleggen van de leidingen door middel van ingraven wordt eerst de teelaarde binnen de werkstrook ontgraven en in depot gezet, gescheiden van de later te ontgraven ondergrond(en). Aansluitend worden drainages aangebracht ten behoeve van de noodzakelijke bemaling. Vervolgens wordt een rijbaan aangelegd. De rijbaan wordt gemaakt van gebiedseigen grond afkomstig uit de sleuf (zogenaamde B-grond) en bedekt

15

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

met rijplaten. De bestaande begroeiing wordt, daar waar mogelijk en toegestaan, bij het gereed maken van de werkstrook verwijderd. Daarna worden de losse leidingdelen in het tracé gebracht. Aansluitend wordt de sleuf dieper gegraven, waarbij de uitkomende grond, zogenaamde C-grond, in depot wordt gezet. Vervolgens worden de leidingdelen met behulp van een kraan op de juiste plek gelegd en middels mof-verbindingen met elkaar verbonden. De kabels worden op een geschikt moment op de beoogde positie in de sleuf gelegd. Vervolgens wordt, in omgekeerde volgorde van ontgraving, de in depot gezette ondergrond en teelaarde teruggeplaatst, de ontwatering hersteld en het tracé afgewerkt. Het tijdelijk opzij zetten van de teelaarde leidt niet tot toename van kwel en infiltratie. Kruisingen met kleinere watergangen worden uitgevoerd middels open ontgraving en geeft een beperkte en kortstondige obstructie in de watergang. Voor deze werkzaamheden wordt een vergunning aangevraagd bij Waterschap Vechtstromen. De uitkomende grond wordt na aanleg van de leidingen weer terug gebracht in het oorspronkelijke bodemprofiel. Hierdoor wordt de oorspronkelijke bodemopbouw en maaiveldhoogte weer hersteld. Tot slot wordt de begroeiing ]hersteld. Als gevolg van de te hanteren werkwijze blijft de aanwezige verkavelingsstructuur intact.

Aanleggen door middel van gestuurde boring of persing Daar waar het leidingtracé belangrijke wegen en grotere waterlopen kruist en op plaatsen met te weinig ruimte worden de leidingen geïnstalleerd met behulp van een boortechniek of een persing. Voor het uitvoeren van de boringen worden zogenoemde pers- en ontvangstkuipen gemaakt. Dit betreffen werkputten in open ontgraving. De boringen vinden op voldoende diepte plaats waarmee directe werkzaamheden aan watergangen en wegen worden voorkomen. Hiermee blijven tevens de bestaande landschappelijke elementen, natuur- en archeologische waarden behouden. Bij deze techniek zijn alleen pers- en ontvangstkuipen en bemalingen nodig voor a) het uitvoeren van de boringen en b) het verbinden van de geboorde leidingen met de leidingdelen die in open ontgraving worden geïnstalleerd. In het werk zijn zogenaamde ‘raketboringen’ en ‘avegaarboringen’ voorzien. In beide gevallen wordt een mantelbuis aangebracht waarin de nieuwe transportleidingen worden geschoven. Bij persingen wordt een mantelbuis door de grond gedrukt waarna de leiding door de mantelbuis wordt getrokken Bemaling De leidingsleuf en boorkuipen worden indien nodig bemalen zodat in den droge gewerkt kan worden. Voor het project is een bemalingsadvies opgesteld waarin de te nemen bemalingsmaatregelen zijn uitgewerkt.

Op voorhand zijn er geen belemmeringen of risico’s geïdentificeerd voor de bemaling. Voor het onttrekken en lozen van grondwater in het kader van de bemaling worden respectievelijk een vergunning en een ontheffing aangevraagd bij waterschap Vechtstromen. Kruising hoogspanningskabels en gasleiding Zoals hiervoor aangegeven kruist het distributieleidingtracé tussen de zoutwinningslocaties H-03 en H-04 en nabij zoutwinningslocatie H-07 ondergrondse hoogspanningskabels. Deze kabels zijn eigendom van en in beheer bij TenneT.

16

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Met de leidingbeheerder wordt de wijze van kruisen afgestemd. De werkzaamheden ter plaatse van de kruisingen starten niet eerder dan dat hiervoor formele toestemming van de leidingbeheerder is verkregen.

17

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaalen gemeentelijk beleid. Uit het beleid volgen randvoorwaarden die worden getoetst aan het voorgenomen plan. 3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken. Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld.

Het Rijk benoemt 13 nationale belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is. De desbetreffende belangen zijn vertaald in wetgeving of beleidsregels. De ruimtelijke besluitvorming over het project dient met deze belangen en de daaraan verbonden wet-, regelgeving en beleid rekening te houden. Onderstaand worden de relevante nationale belangen voor de ontwikkeling van zoutwinningslocaties van zout nabij Haaksbergen weergegeven en wordt aangeduid op welke wijze zij bij de besluitvorming zijn meegenomen: Nationaal belang 4: het efficiënt gebruiken van de ondergrond. Vanwege onder meer de beperkte ruimte in de ondergrond, de betekenis van de ondergrond voor het economisch functioneren van Nederland en afstemming op activiteiten in de bovengrond, is efficiënt gebruik van de ondergrond van nationaal belang. Voortzetting van de winning van zout uit de ondergrond is van belang voor de werkgelegenheid in Twente. Dit gebruik leidt niet tot een beperking voor toekomstige gebruiksmogelijkheden zoals geothermie. Nationaal belang 8: het verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. Om toekomstige kosten en maatschappelijke schade te voorkomen, moeten bij ruimtelijkeen infrastructurele werken de milieueffecten worden afgewogen.

De afweging ten aanzien van het in gebruik nemen van de ondergrondse transportleidingen is onderbouwd in hoofdstuk 5.

18

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Nationaal belang 10: ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Internationaal zijn afspraken gemaakt over cultureel- of natuurlijk werelderfgoed. Daarnaast behoren ook de beschermde stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en aangewezen wederopbouwgebieden tot een nationaal belang. Bij de keuze van de leidingtracés zijn deze belangen meegewogen, hetgeen in paragraaf 4.3 van deze ruimtelijke onderbouwing is toegelicht. Nationaal belang 11: ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en faunasoorten. In internationaal verband heeft Nederland zich met het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) gecommitteerd aan afspraken over soorten (flora en fauna) en leefgebieden van soorten (habitats). Hiertoe zijn ter uitvoering van dit beleid Natura 2000-gebieden aangewezen. Daarnaast is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van nationaal belang, bestaande uit beschermde natuurgebieden alsmede robuuste verbindingszones tussen die gebieden. De provincies werken de NNN in hun ruimtelijke plannen uit. Voor ingrepen in zowel Natura 2000-gebieden als in het NNN is elk een verschillend afwegingskader van toepassing. In paragraaf 4.2 wordt inzicht gegeven in de afwegingen die voor het in productie nemen van de zoutwinningslocaties zijn gemaakt.

Nationaal belang 13: een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit vindt voor de ontwikkeling van de zoutwinningslocaties en de realisatie van de leidingtracés plaats in de vorm van meerdere omgevingsvergunningen. Voorliggend plan sluit aan bij de doelstellingen van de SVIR. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken:      

project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie; erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, waterveiligheid en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op het voorliggende plan.

19

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Voorliggend projectgebied ligt niet binnen beschermde natuurgebieden (Natura 2000gebieden). Het transportleidingtracé kruist ter plaatse van de Deelweg een houtwal die deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In hoofdstuk paragraaf 3.3.3 wordt hier nader op ingegaan. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moeten worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Het realiseren van de leidingtracés is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Dit plan heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Barro en de Bro. 3.2.4 Structuurvisie ondergrond Op 11 juni 2018 is de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) vastgesteld.

De Structuurvisie Ondergrond is een rijksstructuurvisie in de zin van artikel 2.3 van de Wet op de ruimtelijke ordening, waarin het Rijk de hoofdlijnen van het strategische nationale ruimtelijke beleid vastlegt. Het beleid in deze structuurvisie bindt alleen het Rijk. De ondergrond is van groot maatschappelijk belang. Het winnen en benutten van delfstoffen zoals aardgas en aardolie draagt bij aan de energievoorziening en heeft onze welvaart verhoogd. Grondwater is de belangrijkste bron voor de drinkwatervoorziening. De bodem is een onmisbare productiefactor voor de voedselvoorziening en belangrijk voor natuur en landschap. De bodem is tevens een bewaarplaats voor resten van vroegere menselijke bewoning, die inzicht kunnen geven in onze cultuurhistorie. Bovendien vormt de ondergrond de basis voor de fundering van infrastructuur en bebouwing. De ruimte in de diepe ondergrond lijkt eindeloos en conflicten tussen de verschillende vormen van gebruik doen zich tot op heden nauwelijks voor. Maar als er naar de ambities voor de energievoorziening en drinkwatervoorziening op de langere termijn wordt gekeken, dan is het wenselijk om een visie te ontwikkelen op het gebruik van de ondergrond, om 'botsingen' in de toekomst te voorkomen. Daarbij gaat het niet alleen om het 'verdelen' van de fysieke ruimte in de diepe ondergrond.

Voor alle mijnbouwactiviteiten zijn bovengrondse installaties nodig en buisleidingen die ook de ondiepe bovengrond beroeren en grondwaterlagen passeren. Zoutwinning valt onder de Mijnbouwwet als één van de activiteiten in de diepe ondergrond en kan in potentie concurreren met andere ondergrondfuncties. Het winnen van zout uit eigen bodem wordt niet van nationaal belang geacht. Om die reden zijn er dan ook geen ruimtelijke uitspraken over zoutwinning opgenomen in de Structuurvisie Ondergrond.

20

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

3.3

Provinciaal beleid Overijssel

3.3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening die Provinciale Staten van Overijssel op 1 juli 2009 hebben vastgesteld en geactualiseerd bij besluit van 3 juli 2013. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken kleur' en de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. De hoofdambitie van de visie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. In het beleid van de provincie staan daarom de zorg voor ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid centraal. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door vooral in te zetten op het beschermen van bestaande kwaliteiten en deze te verbinden met nieuwe ontwikkelingen.

Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving staat voorop, in combinatie met een goed vestigingsklimaat, een goede woonomgeving en een fraai buitengebied. De essentiële gebiedskenmerken zijn daarbij het uitgangspunt. Om deze ambities waar te kunnen maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. De filosofie van dit model is dat de provincie samen met partners een gezamenlijke visie of doel deelt en dat vervolgens elke partij in de eigen verantwoordelijkheidssfeer in actie komt. Het uitvoeringsmodel heeft drie niveaus: generieke beleidskeuzes, ontwikkelperspectieven en gebiedskenmerken. Aan de hand van deze niveaus wordt duidelijk of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en of er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe de ontwikkeling uitgevoerd kan worden. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken). In figuur 8 is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht.

De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

21

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Figuur 8

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie (bron: Provincie Overijssel)

Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Een voorbeeld van een generieke beleidskeuze is dat gemeenten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen moeten afstemmen met hun buurgemeenten, om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat. Een ander voorbeeld is de 'SER-ladder', die inhoudt dat eerst bestaande bebouwing en herstructureringsmogelijkheden worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Ontwikkelingsperspectieven Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Gebiedskenmerken Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisure-laag). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken. 3.3.2 Omgevingsverordening Overijssel De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening,

22

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden. 3.3.3

Toetsing aan provinciaal beleid

Generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.5, 2.7.3 en 2.20.2 en titel 2.13 uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen (en wijzigingsplannen) voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval worden ondergrondse leidingen ten behoeve zoutwinning gerealiseerd met name op agrarische gronden. Als gevolg van de aanleg is sprake van extra ruimtebeslag, echter de functies van de gronden wijzigen niet als gevolg van de aanwezigheid van de leidingtracés. De winning van zout kan echter niet binnen bestaand stedelijk gebied uitgevoerd worden. De aanleg van zoutwinningslocaties en benodigde leidingtracés in bestaand stedelijk gebied is niet mogelijk. Dit is bij uitstek een functie die in het buitengebied hoort. Er is dan ook in voldoende mate rekening gehouden met het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Bij de keuze van de leidingtracés wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande verkavelings-structuren en landschapselementen door de richting ervan waar mogelijk te volgen. Op basis hiervan wordt het landschap niet onevenredig geschaad.

Artikel 2.7.3 Beschermingsregime Natuur Netwerk Nederland Hierna wordt het van toepassing zijnde lid nader toegelicht: Lid 4: Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als NNN (voorheen EHS) wijzen geen bestemmingen aan of stellen geen regels die activiteiten mogelijk maken die leiden tot een

23

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden.

Figuur 9

Ligging van het Natuurnetwerk Nederland ten opzichte van de distributieleidingen (gelegen binnen contour met onderbroken lijn) en transportleidingen (gelegen binnen de gestippelde contour) (bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.7.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Uit bovenstaande figuur volgt dat binnen het projectgebied binnen de gemeente Haaksbergen weinig gronden deel uitmaken van het NNN. Binnen de gemeente Haaksbergen wordt het NNN éénmaal gekruist, dit betreft de kruising van het transportleidingtracé met de Deelweg. Deze locatie is globaal aangeduid met de blauwe pijl in bovenstaande figuur. De houtwal naast de Deelweg maakt deel uit van het NNN. Om significante aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden het NNN te voorkomen wordt de Deelweg en naastgelegen houtwal middels een gestuurde boring of persing gekruist. Hiermee is tevens geen sprake van mindering van oppervlakte van het NNNgebied of van de samenhang tussen de gebieden.

Artikel 2.20.2 Zoutwinning In artikel 2.20.2 van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel is met betrekking tot zoutwinning het volgende opgenomen: “Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe zoutwinningslocaties indien de zoutwinning kan worden ingepast in de structuur van landbouw, natuur en landschap conform de gebiedskenmerken.” Toetsing van het initiatief aan artikel 2.20.0 van de Omgevingsverordening Overijssel De te realiseren zoutwinningslocaties worden landschappelijk ingepast (zie het MER en de document NH 20230908 Ruimtelijke onderbouwing Zoutwinningsproject Haaksbergen) en de leidingtracés sluiten waar mogelijk aan bij de aanwezige landschapsstructuren. Bij de landschappelijke inpassing worden het type landschap en de voorwaarden vanuit het landschap als leidraad en basis gebruikt. In de structuurvisie van de gemeente Haaksbergen en het landschapsontwikkelingsplan zijn de gebiedskenmerken nader uitgewerkt voor de gemeente Haaksbergen. Bij de keuze van de leidingtracés wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande verkavelingsstructuren en landschapselementen door de richting ervan waar mogelijk te

24

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

volgen. Op basis hiervan wordt het landschap niet onevenredig geschaad. Titel 2.13 Drinkwaterbeschermingsgebieden In de Omgevingsverordening zijn gebieden aangewezen voor de bescherming van het drinkwater (waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boring vrije zones en intrekgebieden). In artikel 2.13.6 is bijvoorbeeld het volgende bepaald: In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3 en onverlet het bepaalde in artikel 2.13.4 en artikel 2.13.5, kunnen nieuwe grote of grootschalige risicovolle functies in grondwaterbeschermingsgebieden en nieuwe grootschalige risicovolle functies in intrekgebieden alleen worden toegestaan als dit noodzakelijk is vanuit een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor redelijke alternatieven ontbreken en mits voldaan wordt aan het stap vooruit-principe.

Figuur 10:

Ligging van het grondwaterbeschermings- en intrekgebieden ten opzichte van de distributieleidingen (gelegen binnen contour met onderbroken lijn) en transportleidingen (gelegen binnen de gestippelde contour) (bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan Titel 2.13 van de Omgevingsverordening Overijssel De zoutwinningslocaties en dus ook de te realiseren leidingtracés liggen op grote afstand van de aangewezen gebieden. De aanleg en de in gebruik name van de leidingtracés zal dan ook geen effect hebben op de bescherming van drinkwaterwinning. Ontwikkelingsperspectieven Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.

25

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden de algemene ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap, sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel en continu en beleefbaar watersysteem.

Figuur 11 Ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ ten opzichte van de distributieleidingen (gelegen binnen contour met onderbroken lijn) en transportleidingen (gelegen binnen de gestippelde contour) (bron: Provincie Overijssel)

Onderhavig voornemen voorziet het aanleggen van ondergrondse leidingtracés ten behoeve van zoutwinning in het buitengebied van Haaksbergen. Binnen dit ontwikkelperspectief is ruimte voor bedrijvigheid. Doordat de zoutcavernes en de leidingtracés zich op vaste plekken onder de grond bevinden wordt in samenspraak met de omgeving tot een goede oplossing gekomen om zo de eventuele overlast te beperken. Zie hiervoor tevens het separaat bijgevoegde milieueffectenrapport en de Ruimtelijke Onderbouwing van de zoutwinningslocaties. Gebiedskenmerken In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Het beleid voor deze gebiedskenmerken is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de provinciale verordening. Hierin is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. Wanneer in het beleid normerende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze normerende uitspraken. Wanneer in het beleid richtinggevende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover

26

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze richtinggevende uitspraken. De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de lust- en leisure laag. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het plangebied voor de zoutwinningslocaties en gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatieproces. Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast. Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan voorkomen en ervoor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden.

Het projectgebied valt binnen de dekzandvlakte en ruggen en de beekdalen en natte laagtes.

Figuur 12 Natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen (bruine kleur) en beekdalen en natte laagtes (lichtblauwe kleur) ten opzichte van de distributieleidingen (gelegen binnen contour met onderbroken lijn) en transportleidingen (gelegen binnen de gestippelde contour) (bron: Provincie Overijssel)

De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd.

27

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en leefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekking)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong nat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling, het realiseren van leidingtracés ten behoeve van zoutwinning, heeft een beperkte impact op het landschap in Overijssel. Er worden geen eigenschappen van de natuurlijke laag, zoals het verschil tussen hoog en laag en de continuïteit van het watersysteem aangetast. Daarnaast wordt bij de keuze van de leidingtracés zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande verkavelings-structuren en landschapselementen door de richting ervan waar mogelijk te volgen. Hierdoor past de ontwikkeling binnen de ambities in de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het erom dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen. Daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan. Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling van deze gebieden. Binnen de regionale landschappen is er vaak op korte afstand sprake van verschillen: de es, de flank en het beekdal.

Het projectgebied valt binnen het jong heide- en broekontginningslandschap en het oude hoevelandschap (zie figuur 13).

28

Ruimtelijke Onderbouwing Leidingtracés Haaksbergen

Figuur 13:

Laag van het agrarisch cultuurlandschap met jonge heide- en broekontginningslandschap (lichtgeel) en oude hoevenlandschap (groen) ten opzichte van de distributieleidingen (gelegen binnen contour met onderbroken lijn) en transportleidingen (gelegen binnen de gestippelde contour) (bron: Provincie Overijssel)

Jong heide- en broekontginningslandschap De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Daarnaast zijn vanaf 1750 vanuit de landgoederen en buitens ook veel van de voormalige heidegronden voor de jacht en houtproductie bebost. Dit heeft geresulteerd in grote en kleinere landbouwontginning landschappen en in landschappen van grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13423020/1