CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

RO bijlage 4. Milieu-effectrapportage 1 september 2023 (MER)

Gemeenteraad 15 november 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen33.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

77

Projectgerelateerd

Effecten op beschermde soorten in Aanlegfase  Effecten op beschermde zoogdieren in aanlegfase: Verblijfplaatsen in te kappen beplanting kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn in de te kappen beplanting geen geschikte holtes of loszittende schors vastgesteld welke door boombewonende vleermuizen als verblijfplaats gebruikt kunnen worden. Geschikte verblijfplaatsen in bomen buiten de invloedssfeer blijven behouden. Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Door de werkzaamheden neemt de kwaliteit van het gebied als foerageergebied voor vleermuizen licht af. Dit wordt met name veroorzaakt door de kap van beplanting langs verschillende delen van het onderzoeksgebied. Dit heeft geen impact op de functionele leefomgeving, omdat de betreffende stukken slechts een zeer klein deel onderdeel uitmaken van het totale areaal aan geschikt foerageergebied. Bovendien neemt de randlengte aan beplanting die doorgaans door vleermuizen wordt gebruikt om te foerageren niet af. Om negatieve effecten op foerageergebied dat buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden ligt te beperken, zijn een aantal maatregelen noodzakelijk. Ten aanzien van vliegroutes worden negatieve effecten uitgesloten. Indien aanwezig, blijven deze behouden.

Op locaties waar de beplanting wordt gekapt zijn geen onderbroken structuren aanwezig of er wordt zodanig gekapt dat de randlengte aan bos niet verder afneemt waardoor er gaten van > 50 meter ontstaan. De effecten van werkzaamheden gedurende de aanleg kunnen worden beperkt door deze uit te voeren buiten de kwetsbare voortplantingsperiode voor vleermuizen, welke duurt van april – juli en werkzaamheden overdag uit te voeren. Daarnaast dient geen extra verlichting te worden geplaatst. Met het treffen van deze maatregelen zijn de effecten als neutraal (0) beoordeeld. Het boren van de winningslocaties zal ook ’s nachts plaatsvinden. De geluidsemissie bij de bron is onbekend, maar zal in de ordegrootte liggen van circa 100 dB(A). Hoewel vleermuizen niet bijzonder gevoelig zijn voor geluidsverstoring, kan de hoge geluidsemissie direct rond de winningslocaties leiden tot verstoring van vleermuizen. De winningslocaties liggen echter in open gebied met relatief weinig bosschages en singels, en is daardoor waarschijnlijk slechts van beperkt belang voor vleermuizen. Het effect van geluidsverstoring op vleermuizen wordt als neutraal (0) beoordeeld.  Effect op overige beschermde zoogdieren in aanlegfase: De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime “andere soorten”.

Voor soorten als egel, eekhoorn, steenmarter en mogelijk boommarter en das geldt dat ter hoogte van de werkzaamheden geen verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied zijn vastgesteld. Doordat de ontwikkeling voor het overgrote deel op bestaande landbouwgronden wordt gerealiseerd die intensief worden bewerkt, leidt dit niet tot een afname van de geschiktheid als foerageergebied voor de betreffende soorten. Het effect wordt als neutraal (0) beoordeeld. Het boren van de winningslocaties zal zowel overdag als ’s nachts plaatsvinden, wat tot geluidsverstoring van zoogdieren kan leiden. Vanwege het open terrein bij de winningslocaties kunnen soorten als boommarter en eekhoorn hier worden uitgesloten. De overige soorten (steenmarter, muizen enz.) zijn flexibeler en minder gevoelig voor geluidsverstoring. Het is niet aannemelijk dat deze soorten negatieve effecten zullen ondervinden van de tijdelijke booractiviteiten. Het effect van de aanlegwerkzaamheden op overige zoogdieren wordt als neutraal (0) beoordeeld.  Effect op broedvogels in aanlegfase: Omdat alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten niet mogen worden gestoord (tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding) moeten verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd worden.

De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op vogels met een 1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

78

Projectgerelateerd

jaarrond beschermde functionele leefomgeving kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. De werkzaamheden leiden tot de kap van enige beplanting. Deze maakt echter voor een zeer klein deel uit van de leefomgeving van de betreffende soorten waardoor een significant deel blijft behouden en de functie niet (tijdelijk) verloren gaat. Bovendien worden nieuwe bomen aangeplant waardoor geen sprake is van areaalafname van de leefomgeving. Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd. Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Buizerd, sperwer, kerkuil, steenuil, havik, boomvalk, wespendief en ransuil behoren tot deze bescherming. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn ter hoogte van de werkzaamheden niet vastgesteld. In de te kappen beplanting is geen potentiële nestgelegenheid vastgesteld. Het werkterrein waarbinnen de open ontgraving plaatsvindt maakt slechts voor een klein deel onderdeel uit van het territorium van deze soorten waardoor de huidige functie niet (tijdelijk) verloren gaat. Negatieve effecten op essentieel foerageergebied zijn derhalve ook uit te sluiten. Het effect wordt als neutraal (0) beoordeeld.

 Effect op reptielen in de aanlegfase: Op basis van de aanwezige biotoop kunnen beschermde reptielen worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen zijn dan ook niet aan de orde omdat het projectgebied (bestaande uit intensieve graslanden en eenvormig bos) en de directe omgeving ongeschikt is als leefgebied voor de soort. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor reptielen niet aan de orde. Het effect wordt als neutraal (0) beoordeeld.  Effect op amfibieën in de aanlegfase: De ingreep heeft naar verwachting geen impact op amfibieën. De heikikker komt naar verwachting in de nabijheid van het projectgebied voor, maar buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op de functionele leefomgeving van de heikikker alsmede op individuen van deze soort kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. In de nabijheid van het ven waarin de kikkers voorkomen worden de graafwerkzaamheden uitgevoerd in intensief beheerde agrarische percelen dat ongeschikt leefgebied vormt voor de soort. Het effect wordt als neutraal (0) beoordeeld.  Effect op vissen in de aanlegfase: Negatieve effecten op beschermde vissoorten zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Tijdens de werkzaamheden wordt de Bolscherbeek gekruist door het gebruik van een zinker.

Door het plaatsen van de zinker wordt de morfologische werking van de beek niet aangetast: het water kan blijven stromen. Mogelijk treedt wel enige verstoring op als gevolg van trillingen die worden veroorzaakt door de gestuurde boring. De effecten worden echter verwaarloosbaar geacht. Het effect wordt als neutraal (0) beoordeeld.  Effect op ongewervelden in de aanlegfase: In het projectgebied zijn geen beschermde ongewervelden aanwezig. Er is geen sprake van negatieve effecten op beschermde ongewervelden. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor ongewervelden niet aan de orde. Het effect wordt als neutraal (0) beoordeeld. Effecten op beschermde soorten tijdens Productiefase Het gebruik van de winningsputten en de leidingen heeft geen bovengrondse effecten op de natuur. Tijdens de productiefase zijn negatieve effecten op beschermde soorten uit te sluiten. Effecten op Natura 2000 1. Aanlegfase Er zullen geen leidingen of zoutwinningslocaties worden aangelegd in de directe nabijheid van het Buurserzand & Haaksbergerveen. Verstoringsfactoren als geluid of aanwezigheid van mensen zullen daardoor de gebieden niet bereiken. Vanwege de grote afstand kunnen negatieve effecten door aanlegwerkzaamheden op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten, met uitzondering van stikstofdepositie. 2.

Productiefase Het Buurserzand & Haaksbergerveen valt ruim buiten de berekende bodemdalingcontouren en daarom wordt er geen bodemdaling verwacht in de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen kunnen worden uitgesloten.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

79

Projectgerelateerd

In een zogenaamde Voortoets39 is nagegaan of de kans op significant negatieve effecten met zekerheid is uit te sluiten en zo niet, welke storingsfactoren nopen tot het uitvoeren van een Passende beoordeling. Gezien de activiteiten en de aard van de werkzaamheden kunnen de volgende verstoringsfactoren van toepassing zijn:  Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht,  Vernatting door bodemdaling,  Verdroging door tijdelijke grondwaterstanddaling,  Verontreiniging (Verandering in grond- en oppervlaktewaterkwaliteit),  Ruimtebeslag (oppervlakteverlies) door vergraving,  Verstoring door geluid-, trilling- en lichthinder,  Optische verstoring,  Verstoring door mechanische effecten. Geconcludeerd wordt dat gezien de afstand tussen het projectgebied en de effectafstanden van de meeste storingsfactoren een negatief effect ervan in de aanleg- of in de productiefase is uit te sluiten. Wel kan er sprake zijn van vermesting en verzuring door stikstofdepositie. De Natura 2000-gebieden in de ruimere omgeving van het projectgebied zijn stikstofgevoelig en in de huidige situatie is sprake van een (deels) overbelaste situatie. Dat wil zeggen dat de huidige depositie boven de KDW (kritische depositie waarde) ligt. Stikstofdepositie kan daarom voor veel habitattypen een bedreiging vormen voor de kwaliteit.

Met het oog op het vrijkomen van stikstofoxiden (NOx en NH3) is een met de Aerius rekentool de stikstofdepositie bepaald. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Op grond van deze aanpassing is tijdelijk sprake geweest van een vrijstelling in de bouwfase (partiële werktuigvrijstelling). Hierop volgde in november 2022 de tussenuitspraak van de Raad van State waarin zij concludeerde dat deze vrijstelling niet rechtsgeldig is. Met de einduitspraak in juli 2023 kwam er duidelijkheid t.a.v. de kaders voor de effectbeoordeling. Op basis van een project specifieke effectbeoordeling waaraan een AERIUS berekening ten grondslag ligt, kan de significantie van de depositie worden vastgesteld. Indien de depositie kleiner is dan 0,00 mol/ha/jaar is op voorhand enige significantie uit te sluiten. Bij hogere deposities dient de effectbeoordeling dat aan te tonen. Uit de AERIUS berekeningen met de nieuwste versie (2022.2) volgt dat in de aanlegfase zonder verdere maatregelen sprake is van een depositie boven 0,00 mol/ha/jaar. Het zwaarst belaste Natura2000 gebied is Buursezand & Haakbergerveen met een depositie van ten hoogste 0,1 mol/ha/jaar in het jaar van aanleg. Om die reden wordt een Ecologische Effectbeoordeling uitgevoerd. Naar verwachting zal deze laten zien dat geen sprake is van significant negatieve effecten.

Zo nodig zal een WNB-vergunning worden aangevraagd. De beoordeling van stikstofdepositie op Natura2000 gebieden tijdens de gebruiksfase heeft zich toegespitst op een situatie waarbij alle putten in hetzelfde jaar een groot onderhoudsprogramma doorlopen. Dit is een worst case benadering. Er wordt vanuit gegaan dat vanaf 2026 alle 8 putten in gebruik zijn inclusief het gehele distributienet (pompgebouw en transportleidingen). Onderzocht is of onderhoud aan alle boorlocaties in één kalenderjaar leidt tot een bijdrage. Deze situatie zal in de praktijk niet voorkomen omdat de productie niet stilgelegd zal worden. Uit de berekening, uitgevoerd met AERIUS Calculator (versie 2022.2), blijkt dat er in de gebruiksfase geen toename aan stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/jr in omliggende Natura2000-gebieden wordt berekend. Voor de gebruiksfase zijn negatieve gevolgen uitgesloten en een ecologische beoordeling is daarom niet aan de orde.

39

Lit 1: Antea, Voortoets Wnb, zoutwinning Haaksbergen, 24 augustus 2021.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

80

Projectgerelateerd

Met deze uitkomst zijn er geen significante gevolgen van stikstofdepositie voor Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat - gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden - de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Het effect is neutraal. Om bovengenoemde redenen is door LNV geoordeeld dat geen Wnb vergunning nodig is. Een passende beoordeling is niet uitgevoerd. Ten aanzien van Duits Natura2000 gebied blijkt het volgende. De hoogst berekende stikstofdepositie in de aanlegfase aan de grens (nog juist op Nederlands gebied) bedraagt 0,1 mol/ha/jr. Duitsland hanteert een drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jaar. Als een Nederlands project een stikstofdepositie veroorzaakt die lager of gelijk is aan deze drempelwaarde, is er geen bezwaar tegen het verlenen van toestemming voor die activiteit. Dat is met de berekende deposities uitgesloten.

7.5.13

Effectbeoordeling (van toepassing op de Aanlegfase en Productiefase)

De resultaten leiden tot de volgende effectscores voor het thema ‘Natuur’. Tabel 7-9: Effectbeoordeling natuur. Criterium Beschermd NNN gebied: beïnvloeding door ruimtebeslag, vergraving, verstoring, verdroging Beïnvloeding beschermde flora door ruimtebeslag, vergraving, verdroging Beïnvloeding beschermde fauna door ruimtebeslag, verstoring, verdroging Beïnvloeding Natura2000 gebied door verstoring Beïnvloeding Natura2000 gebied door stikstofdepositie

Uitvoering boringen

Zoutwinningslocaties Distributieleidingen

Transportleidingentracé

Tijdelijk

0

0/-

Permanent

0

0

Tijdelijk

0

0

Permanent

0

0

Duur effect

Tijdelijk

0

0

0

Permanent

0

0

0

Tijdelijk

0

0

0

Permanent

0

0

0

Tijdelijk

0

0

0

Permanent 0 0 0 Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

7.5.14

Mitigerende en/of compenserende maatregelen

Eventuele negatieve effecten op beschermde soorten kunnen worden geminimaliseerd door het treffen van mitigerende (verzachtende) maatregelen. Wanneer maatregelen ter voorkoming van effecten mogelijk zijn, worden overtredingen van verbodsbepalingen voorkomen. Wanneer dit niet mogelijk is, is de aanvraag van een ontheffing noodzakelijk. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen, moet het mogelijk zijn mitigerende dan wel compenserende maatregelen te nemen. Effecten dienen dus voorkomen te worden. In het onderzoeksgebied komen een aantal beschermde soorten voor. Het gaat hierbij onder meer om vleermuizen, broedvogels, vogels met jaarrond beschermde rust- en verblijfplaatsen en grondgebonden zoogdieren. Essentiële functies als verblijfplaatsen van deze soorten zijn ter hoogte van de werkzaamheden niet vastgesteld. Om negatieve effecten op de functionele leefomgeving van de voorkomende soorten te beperken, is het noodzakelijk de opgaande beplanting buiten de broedperiode te verwijderen de periode loopt globaal van half maart tot half juli. Om de impact van de kap van opgaande beplanting tot een minimum te beperken wordt geadviseerd deze in de periode november – februari te verwijderen. Om negatieve effecten op nachtactieve soorten te beperken is het daarnaast noodzakelijk de werkzaamheden overdag uit te voeren.

De optimale periode voor het uitvoeren van de graafwerkzaamheden ligt tussen begin september en februari. Gedurende deze periode wordt verstoring 1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

81

Projectgerelateerd

van omringende terreinen tot een minimum beperkt, terwijl in de te ontgraven gebieden de natuurwaarden minimaal zijn. Graafwerkzaamheden binnen het broedseizoen zijn ook mogelijk, mits de voorbereidende werkzaamheden (kappen van beplanting en het verwijderen van bijvoorbeeld ruigte in een houtwal) buiten de broedperiode worden uitgevoerd. Bij het afdiepen van de nieuwe zoutboringen dienen strobalen te worden geplaatst zodat lichtverstoring tot een minimum wordt beperkt. Indien de werkzaamheden onder deze voorwaarden worden uitgevoerd, is nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Voorafgaand aan de werkzaamheden worden objecten (bijvoorbeeld linten) geplaatst/aangebracht en werkzaamheden behorend tot de opstartfase uitgevoerd om ervoor te zorgen dat zich geen broedvogels vestigen op of nabij het tracé. Daarnaast vormt ecologische begeleiding onderdeel van de werkzaamheden. Bij de met het project samenhangende werkzaamheden die in het broedseizoen plaatsvinden vormt de mogelijke aanwezigheid van broedvogels een wezenlijk onderdeel van de begeleiding. Voorafgaand aan deze werkzaamheden worden dan ook regelmatig inspecties uitgevoerd naar broedende vogels. Wanneer ergens broedende (weide)vogels worden aangetroffen worden de werkzaamheden op betreffende locatie uitgesteld tot na de broedtijd.

7.7 7.5.15

Cultuurhistorie en archeologie Methodiek

Voor cultuurhistorie en archeologie wordt de aanleg van zoutwinningslocaties, het tracé van de transportleidingen en distributieleidingen getoetst. Ten aanzien van cultuurhistorie is een bureaustudie uitgevoerd die de basis vormt voor de effectbeoordeling. Het betreft een cultuurhistorisch en landschappelijk bureauonderzoek, waarmee informatie over bekende of verwachte cultuurhistorische, landschappelijke en aardkundige waarden binnen het studiegebied is verkregen. De informatie wordt gebruikt om de huidige situatie in kaart te brengen om zodoende mogelijke verstorende activiteiten op de cultuurhistorische, landschappelijke en aardkundige waarden te kunnen signaleren. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van het Landschapsontwikkelingsplan HaaksbergenHof van Twente. Voor archeologie is aan de hand van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaarten40 (gemeente Haaksbergen en Hengelo) inzichtelijk gemaakt wat de archeologische verwachting is ter plaatse van het winningsgebied, de distributieleidingen en ter plaatse van het tracé van de transportleiding. De archeologische verwachtingskaart geeft een nauwkeurig beeld van de verwachtingssituatie. In vervolg op deze bureaustudie is een geomorfologisch, bodemkundig en archeologisch veldonderzoek uitgevoerd.

De aanbevelingen van het onderzoek41 zijn in februari en mei 2021 voorgelegd aan de regionale archeoloog42 (optredend voor de gemeenten), waarop een vervolgonderzoek heeft plaatsgehad. Ten aanzien van toetsing wordt opgemerkt dat de aantasting van bekende waarden zwaarder weegt dan de aantasting van verwachte waarden. Het zwaarst wegen aantastingen van beschermde waarden en terreinen waar een streven naar behoud geldt (zogenaamde AMK-terreinen43).

7.5.16

Referentiesituatie

Cultuurhistorie

40

Archeologische waarden- en verwachtingenkaart, RAAP-rapporten 1954 en 1897. Lit 2 en 3: ADC Rapport 5182, Transportleidingen en zoutwinningslocaties, 18 april 2021. 42 De regionaal archeoloog heeft ingestemd met de gevolgde aanpak. 43 AMK = Archeologische MonumentenKaart 41

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

82

Projectgerelateerd

Landschappelijk wordt het studiegebied ingedeeld bij de middelhoge zandgronden. De zandgronden zijn van nature voedselarm. In de laatste ijstijd kende Nederland een toendraklimaat en had de wind vrij spel. Zand uit drooggevallen beddingen werd op luwe plekken als golvende dekens of losse welvingen afgezet. We spreken over dekzand. In het studiegebied is sprake van zwakke welvingen. De algehele gradiënt loopt af in westelijke tot noodwestelijke richting. Het hoogteverschil tussen de oost- en westzijde van het studiegebied bedraagt ruim 10 meter. Het studiegebied is zowel gelegen op het Oost-Nederlands plateau als in het dekzandgebied. Het OostNederlands plateau is een licht glooiende hoogte die is ontstaan in de ijstijd. De ondergrond bestaat uit ondoorlatende lagen van keileem en grondmorene. Het plateau vormt de bovenloop en het brongebied van vele beeklopen die noordwestwaarts afstromen. De landschapsstructuur van het plateau wordt bepaald door de afwisseling van grote eenheden natuurgebieden en landbouw. Accenten in dit patroon zijn oude essen en kampen langs de smalle linten van beken, de landgoederen Twickel en Lankheet.

Het landschap van het plateau heeft de volgende kenmerken:  Ensembles van grote eenheden natuur en cultuurhistorie; bos, heide, veen, landgoederen, kampen en essen;  Grote eenheden landbouw: oude veldontginningen met kleinschalige blokverkaveling en jonge veldontginningen met grootschalige blokverkaveling;  Smalle beken;  Radiale wegen/lanen. Het dekzandgebied is het lager gelegen vrij vlakke gebied tussen het plateau en de stuwwal bij Markelo. Het wordt doorsneden met beken die min of meer parallel in noordwestelijke richting afstromen, richting de Regge in het verzamelgebied. Langs de beken liggen buurtschappen met natte hooilanden (maten), oude kampontginningen en plaatselijk ook grotere essen. Daartussen liggen kleinschalige veldontginningen met restanten heide en bos. Door het intensieve landbouwkundige gebruik en ruilverkavelingen zijn delen van het oorspronkelijk gevarieerde en kleinschalige landschap nauwelijks meer herkenbaar. Dit gebied wordt thans gekenmerkt als agrarisch werklandschap: een half open landbouwgebied. De linten van beken en wegen zorgen nog enigszins voor oriëntatie en ordening. Hier komen relicten voor zoals oud bouwland, houtwallen, singels, bosjes en erfbeplanting. De samenhang tussen de landschapselementen is er beperkt.

Het landschap van het dekzandgebied heeft de volgende kenmerken:  Waardevolle ensembles van oude kampenlandschappen, heide, bos en landgoederen;  Half open landbouwgebied met verspreide landschapselementen; oud bouwland, singels, solitaire bomen, heiderestanten en bosjes;  Beken met maten en singels;  Wegenpatroon parallel aan en haaks op de beken. De mens heeft nadrukkelijk zijn stempel op het huidige landschap gedrukt. De omvang van de percelen, perceelscheidingen in de vorm van ondiepe greppels en jonge aanplant en het - in een deel van het gebied - ontbreken van bosschages geven aan dat kleinschaligheid plaats heeft gemaakt voor rationeel agrarisch landgebruik. In het studiegebied zijn geen kenmerkende aardkundige waarden waarneembaar of aangetroffen. Het gebied maakt geen deel uit van een cultuurhistorisch waardevol landschap. Cultuurhistorisch waardevolle patronen en/of structuren zijn niet geïdentificeerd. Volgens de bodemkaart komen hier een afwisseling van veldpodzolgronden, beekeerdgronden en hoge zwarte enkeerdgronden voor. Archeologie De kans is aanwezig dat in de bodem (veel) archeologische vondsten aanwezig zijn. Rond 800 na Christus was er al een nederzetting aanwezig op de plaats waar het huidige Haaksbergen ligt. “Van oudsher werden de hoger gelegen gebieden bewoond en gebruikt” (bron 2, blz. 26).

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

83

Projectgerelateerd

Het studiegebied kent archeologisch gezien een afwisseling van zowel lage, middelmatige als hoge archeologische verwachtingswaarden. Aan de oostzijde van het winningsgebied bevinden zich voornamelijk dekzandwelvingen, dekzandvlakten en dekzandlaagten. De dekzandwelvingen hebben een middelmatige archeologische verwachtingswaarde, de dekzandvlakten en dekzandlaagten hebben lage archeologische verwachtingswaarde. Het westelijk deel van het winningsgebied wordt voornamelijk gekenmerkt door beekdal (overstromings)vlakten die een lage archeologische verwachtingswaarde kennen (behalve water gerelateerde objecten, dan hoog) afgewisseld met grote oppervlakten dekzandkoppen- en ruggen af en toe in combinatie met plaggendek. Dit zijn gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Door het aanwezige plaggendek zijn de archeologische resten mogelijk goed geconserveerd. Voor het overgrote deel van de gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt dat archeologische resten goed zijn geconserveerd. Voor het leidingentracé geldt dat het is gelegen in gebieden met zowel een lage, middelhoge als hoge archeologische verwachtingswaarde. Er zijn geen terreinen aanwezig van hoge archeologische waarden; dat betekent geen aanwezigheid van archeologische monumenten. Op met name de hogere delen van het projectgebied zijn (deels) intacte podzolbodems aanwezig.

Dat neemt niet weg dat de natuurlijke (intacte) bodemopbouw voor een deel in het gebied is verstoord. Er verstoringen tot maximaal 2,1 m-mv. aangetroffen. De aanwezigheid van archeologische objecten staat een ontwikkeling in principe niet in de weg. Indien uit archeologisch onderzoek (bureauonderzoek en veldonderzoek) blijkt dat daadwerkelijk archeologische vondsten aanwezig zijn, is ‘behoud in situ’ een belemmering voor ontwikkeling. Een optie is de vondsten opgraven en documenteren volgens een archeologisch Programma van Eisen (dat is goedgekeurd door het bevoegd gezag). De vondsten worden dan naar depots afgevoerd.

7.5.17

Effectbeschrijving (van toepassing op de Aanlegfase)

In het studiegebied zijn geen GEA-objecten (aardkundige waarden) of aardkundig waardevolle gebieden aanwezig. Op de gedetailleerde waardenkaart van de provincie Overijssel (1999) zijn geen elementen in het studiegebied aangegeven. Als gevolg van de ingreep treedt er geen effect op. Cultuurhistorisch waardevolle gebieden: Het studiegebied ligt niet in een nationaal landschap. Als gevolg van de ingreep treden er geen noemenswaardige langdurige effecten op. Er zijn wel tijdelijke effecten (tot de abandonneringsfase), namelijk de aanwezigheid van de zoutwinningslocaties. Gedurende de productiefase staat her en der in het landschap zouthuisjes bij een zoutwinningslocatie. De zouthuisjes zijn inmiddels - bij de bestaande winning - een geaccepteerd en omarmd kenmerk zijn gaan vormen van het Twents landschap. Het studiegebied maakt geen deel uit van een beschermd landschap. Als gevolg van de ingreep treedt geen noemenswaardig effect op cultuurhistorisch waardevolle gebieden op. Het effect voor de zoutwinningslocaties, distributieleidingen en het transportleidingentracé is neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie. Cultuurhistorisch waardevolle structuren, patronen en elementen: Er zijn geen waardevolle structuren, patronen en elementen die beïnvloed worden door de ingreep.

Binnen het studiegebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle structuren, patronen en elementen aanwezig. Het leidingtracé doorsnijdt landschappelijke lijnelementen en structuren. Dit is alleen tijdens de aanleg waarneembaar. Als gevolg van de ingreep treden geen noemenswaardige effecten op. Het effect voor de zoutwinningslocaties, distributieleidingen en het transportleidingentracé is neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie. Archeologische monumenten: Er zijn geen bekende archeologische waarden c.q. archeologische monumenten. Het effect voor de zoutwinningslocaties, distributieleidingen en het transportleidingentracé is neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

84

Projectgerelateerd

Archeologisch waardevol en zeer waardevol gebied en bodemtypen: Er is een kans op het aantreffen van archeologische waarden onder een plaggendek bij zwarte enkeerdgronden. In aansluiting op het uitgevoerde onderzoek zijn proefsleuven gegraven (transportleidingentracé, enkele zoutwinningslocaties en deel van distributieleidingentracé). Ter plaatse van zoutwinningslocaties 1 tot en met 5 en 8 zijn geen archeologische resten (of indicatoren) aangetroffen. Bij de zoutwinningslocaties 7 en 9 lijkt een relatief intact plaggendek aanwezig te zijn, waar archeologische resten kunnen voorkomen, die door middel van proefsleuven nader worden onderzocht. Ter plaatse van de ligging van het distributieleidingentracé H01 tot en met H05 en bij het volledige transportleidingentracé zijn geen archeologische resten aangetroffen. De ligging van het distributieleidingentracé tussen H-07 en H-09 staat nog niet definitief vast. Er moet daar nog archeologisch onderzoek uitgevoerd worden. Met de aangegeven aanpak is het effect neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie.

7.5.18

Effectbeoordeling (van toepassing op de Aanlegfase)

De resultaten leiden tot de volgende effectscores voor het thema ‘Cultuurhistorie en archeologie’: Tabel 7-10: Effectbeoordeling cultuurhistorie en archeologie Transportleidingentracé

Criterium

Duur effect

8Zoutwinningslocaties

Cultuurhistorisch waardevolle gebieden

Permanent

0

0

Cultuurhistorisch waardevolle structuren, patronen en elementen

Permanent

0

0

Archeologische monumenten

Permanent

0

0

Archeologisch waardevol en zeer waardevol gebied, bodemtypen

Permanent

0

0

Distributieleidingen

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

7.5.19

Mitigerende en compenserende maatregelen

Gelet op de effectscore zijn er geen aanvullende mitigerende maatregelen nodig.

7.8 7.5.20

Ruimte en omgeving Methodiek

Voor het thema ‘Ruimte en omgeving’ vindt toetsing plaats voor activiteiten op het maaiveld: landbouw, wonen, werken en recreëren. Getoetst worden de aanwezigheid van de zoutwinningslocaties en het tracé van de transportleidingen.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

85

Projectgerelateerd

7.5.21

Referentiesituatie De landbouw in het gebied kenmerkt zich door grond- gebonden veehouderijbedrijven. Daarbinnen zijn de melkveebedrijven sterk vertegenwoordigd. Het landschap wordt dan ook gedomineerd door graslanden. De intensieve veehouderij (pluimvee, varkens en kalveren) is vrijwel afwezig in het projectgebied. Het areaal akkerbouw is relatief beperkt. Het belangrijkste akkerbouwproduct is (voeder) mais, gevolgd door graan en aardappelen. Daarnaast zijn er enkele paardenhouderijen.

Figuur 7-18: Paardenwei in het projectgebied

Niet duidelijk is of dit een bedrijfsmatige activiteit betreft of een particuliere aangelegenheid is. Het aandeel agrarische bedrijven dat landbouw combineert met recreatie is relatief gering. Elders in Twente is dat nadrukkelijk wel het geval. De percelen aan de oostzijde van het projectgebied zijn relatief grootschalig. Meer naar het westen worden de percelen kleiner, waarbij er tussen de percelen (relatief) meer bosschages aanwezig zijn. Het projectgebied met de geplande zoutwinningslocaties is aangewezen als verwevingsgebied. De bestaande landbouw kan hier gehandhaafd blijven, nieuwvestiging is beperkt mogelijk. De landbouw zal zich verweven met andere functies zoals wonen en recreatie. Een deel van het tracé van de transportleidingen is aangewezen als (landbouw)extensiveringsgebied, dat beperkingen oplegt aan agrarische (bedrijfs-)uitbreidingen. Voor de Sint Isidorushoeve is uitbreiding van het woongebied voorzien aan de oostzijde (Figuur 7-19) bij bestemmingsplan van 25 november 2015 (onherroepelijk). Hier is reeds een deel van gerealiseerd.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

86

Projectgerelateerd

Figuur 7-19: Uitbreiding bij Sint Isidorushoeve (binnen rode lijn)

In Haaksbergen is uitbreiding gerealiseerd van het bedrijventerrein Stepelerveld aan de noordzijde van het bestaande terrein. Het bestemmingsplan voor een deel van de uitbreiding, fase 1 (Figuur 7-20), is onherroepelijk. Zoals aangegeven komt op dit bedrijventerrein het pompgebouw voor de zoutwinning.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

87

Projectgerelateerd

Figuur 7-20: Uitsnede kaart bestemmingsplan bedrijventerrein Stepelerveld (fase 1).

Voor dagrecreatie en verblijfsrecreatie worden er geen ontwikkelingen verwacht. De landschappelijke kwaliteiten zijn beschreven in het landschapsontwikkelingsplan (2005). Dat plan zet in op het behoud en versterken van landschappelijke patronen en landschapselementen. In het gebied met de geplande zoutwinningslocaties zijn geen waardevolle elementen of ensembles aangegeven.

7.5.22

Effectbeschrijving (van toepassing op Aanlegfase en Productiefase)

Permanent ruimtebeslag op landbouwgebieden De booractiviteiten en het aanbrengen van de ondergrondse leidingen vindt voor het grootste deel plaats op dan wel langs landbouwpercelen. Dit is tijdens de aanlegfase en het beslag op de landbouwgrond is tijdelijk. Na afloop van de aanlegwerkzaamheden start de productiefase. In deze fase zijn de zoutwinningslocaties met zouthuisjes een zichtbaar kenmerk van de zoutwinning. Een zoutwinningslocatie (verharding met daarop de zouthuisjes) neemt een oppervlakte in van circa 2.400 m2. Gedurende de productiefase zijn de zouthuizen permanent aanwezig. Na afloop van de productiefase worden - tijdens de abandonneringsfase – de zoutwinningslocaties opgeruimd. Zouthuisjes, verharding en leidingwerk worden verwijderd. Er is dan geen infrastructuur van de zoutwinning meer aanwezig. De zoutwinningslocaties worden niet allemaal tegelijkertijd opgeruimd. Als de productie uit een put is gestaakt kan die zoutwinningslocatie worden verwijderd, terwijl een andere zoutwinningslocatie nog in bedrijf is. De uitvoering van de maatregelen scoort licht negatief (0/-) ten opzichte van de referentiesituatie. Het betreft een permanent effect tot aan de abandonneringsfase. Na de abandonneringsfase is een neutraal effect (0).

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

88

Projectgerelateerd

Vergraving van landbouwgebieden De booractiviteiten en het aanbrengen van de ondergrondse leidingen vindt voor het grootste deel plaats op dan wel langs landbouwpercelen. Dit is tijdens de aanlegfase. Op de boorplaats en bij het leggen van leidingen wordt de grond tijdelijk vergraven. In de productiefase is er geen sprake van vergraving. In de abandonneringsfase worden zoutwinningslocaties en leidingen door graven verwijderd. Op het bedrijventerrein Stepelerveld (noordwest Haaksbergen) komt het pompgebouw dat zorg draagt voor het verpompen van water naar de winningsputten en pekel naar de fabriek in Hengelo. Het pompgebouw verbindt transportleidingen en distributieleidingen. De uitvoering van de maatregelen scoort licht negatief (0/-) voor het transportleidingentracé ten opzichte van de referentiesituatie. De aanwezigheid van zoutwinningslocaties en de distributieleidingen scoort licht negatief (0/-) ten opzichte van de referentie. Dit betreft tijdelijke effecten. Er zijn geen permanente effecten (neutraal, 0). Ruimtebeslag op woongebieden Er zijn geen nadelige gevolgen van de zoutwinning op de omliggende en/of te realiseren bebouwing in de omgeving te verwachten. De booractiviteiten en de aanleg van leidingen nemen geen woongebied in. Dat is ook niet het geval tijdens de productiefase. Het effect van de maatregelen scoort neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie.

Ruimtebeslag op werkgebieden Er zijn geen nadelige gevolgen van de zoutwinning op de omliggende en/of aan te leggen bedrijventerreinen in de omgeving te verwachten. De booractiviteiten en de aanleg van leidingen nemen geen werkgebied in. Dat is ook niet het geval tijdens de productiefase. Als gezegd, het pompgebouw krijgt een plek op het bedrijventerrein Stepelerveld. Het effect van de maatregelen scoort neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie. Ruimtebeslag op recreatieve functies In de referentiesituatie zijn beperkte recreatieve functies toebedeeld aan het projectgebied. De huidige recreatieve functie, zoals de bestaande fietsroutes, wordt gehandhaafd. Er worden daarom geen recreatieve functies aangetast. Het effect van de maatregelen scoort neutraal (0) ten opzichte van de referentiesituatie.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

89

Projectgerelateerd

7.5.23

Effectbeoordeling (van toepassing op de Aanlegfase en Productiefase)

De resultaten leiden tot de volgende effectscores voor het thema ‘Gebruik en omgeving’: Tabel 7-11: Effectbeoordeling gebruik en omgeving Transportleidingentracé

Criterium

Duur effect

Ruimtebeslag op landbouwgebieden

Permanent

0

0/-

Tijdelijk

0/-

0/-

Permanent

0

0

Ruimtebeslag op woongebied

Tijdelijk en permanent

0

0

Ruimtebeslag op werkgebied

Tijdelijk en permanent

0

0

Ruimtebeslag op recreatieve functies

Tijdelijk en permanent

0

0

Vergraving van landbouwgebied

Distributieleidingen

Aanwezigheid zoutwinningslocaties

Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief

7.5.24

Mitigerende en compenserende maatregelen

Er zijn geen extra mitigerende en/of compenserende maatregelen aan de orde.

7.9

Luchtkwaliteit

Referentiesituatie In de referentiesituatie is lokaal verkeer aanwezig en is er landbouwverkeer. Met uitzondering van bedrijventerrein Stepelerveld bevinden zich binnen het projectgebied uitsluitend agrarische bedrijven. Het gebied wordt doorsneden door de provinciale weg N18 waarover een relatief grote verkeersstroom gaat. Effectbeschrijving In de aanlegfase worden generatoren ingezet bij het uitvoeren van diepboringen, zijn er graafmachines en dieselpompen bij de aanleg van boorlocaties en leidingen en zijn extra verkeersbewegingen aan de orde. Dit leidt tot emissies van stikstofoxiden (NOx) en fijn stof (PM10) naar de lucht. Deze emissies zijn tijdelijk. Gelet op de korte duur van de activiteiten en de beperkte omvang zijn de emissies beperkt (Tabel 7-12). In de productiefase zijn emissies het gevolg van dagelijkse verkeersbewegingen naar de zoutwinningslocaties. Bij het groot onderhoud dat eens in de circa twee jaar per zoutwinningslocatie wordt uitgevoerd, wordt - uitzondering van verkeer - alleen elektrisch aangedreven materieel aangewend. Gelet op de aard en duur van de activiteiten zijn de emissies zeer beperkt.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

90

Projectgerelateerd

Tabel 7-12: Emissies naar de lucht

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2024

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer

25,0%

NO2 in μg/m3

0,15

PM10 in μg/m3

0,03

Maximale bijdrage extra verkeer

80

3

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Effectbeoordeling De extra activiteiten ten opzichte van de referentiesituatie dragen in niet betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. De effecten zijn neutraal ten opzichte van de referentiesituatie.

7.10 Milieuhinder 7.5.25

Methodiek

Woningen en fauna in en rond het projectgebied kunnen als gevolg van de voorgenomen activiteit te maken krijgen met een toename in de geluidbelasting (inclusief trillingen) en licht. Ten opzichte van de referentiesituatie is extra emissie van geluid en licht aan de orde tijdens de aanlegfase en (in de toekomst) de abandonneringsfase. Geluidsgevoelige bestemmingen zijn woningen. Het effect op fauna is beschreven in paragraaf 7.6. Er bestaat een Gemeentelijk Geluidsbeleid voor evenementen dat scherpere eisen stelt dan het voor mobiele mijnbouwinstallaties van toepassing zijnde BARMM, echter het BARMM is het toetsingskader voor het beoordelen van het geluid van mobiele boorinstallaties. Bij het uitvoeren van de (boor)werkzaamheden mogen de in Tabel 7-13 aangegeven geluidsniveaus binnen de aangegeven dagdelen niet worden overschreden. Het boren en gebruiksklaar maken van een put duurt circa één maand, waarbinnen er ongeveer drie weken continu (24/7) wordt geboord. Het BARMM schrijft voor dat als er een geluidsgevoelig gebouw aanwezig is binnen 300 meter van de boorinstallatie, het geluid continu geregistreerd moet worden. In zo’n geval moet voorafgaand aan de boring een akoestisch onderzoek uitmaken of en hoe aan de grenzen in Tabel 7-13 kan worden voldaan. Zo’n onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.

Een vergelijkbaar onderzoek is uitgevoerd voor de geluidsemissie van het pompgebouw, waarbij is getoetst aan het Activiteitenbesluit (Tabel 7-13).44

44

Lit 25 en 26: Worley, geluid boringen en geluid pompstation.

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

91

Projectgerelateerd

Tabel 7-13: Grenzen geluidniveaus Regeling

Geluidsniveau

BARMM

Activiteitenbesluit

07:00–19:00 uur

19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

LAr,LT, op een afstand van 300 meter vanaf de mobiele installatie

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

LAr,LT in geluidsgevoelige gebouwen op een afstand van 300 meter of minder vanaf de mobiele installatie

40 dB (A)

35 dB(A)

30 dB(A)

LAmax op een afstand van 300 meter vanaf de mobiele installatie

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAr,LT, op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB (A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAr,LT: het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, LAmax: het maximaal geluidsniveau.

7.5.26

Referentiesituatie

Er zijn geen gegevens over aantallen voertuigen die gebruik maken van de wegen in het projectgebied. De relatief nieuwe N18 begrenst het gebied waar leidingen en zoutwinningslocaties zijn geprojecteerd. De weg is niet voorzien van geluidsschermen. In het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen noch in een geluidnota zijn kaders aangegeven voor geluid. In het gebied zijn geen aanwijsbare geluidsbronnen. Voor zover er een besluit is genomen, leidt de komst van extra woningen en bedrijven naar verwachting niet of nauwelijks tot een toename van het achtergrondgeluid en verkeer in het projectgebied. In de referentiesituatie wordt uitgegaan van een etmaalwaarde van maximaal 45 dB(A). In de referentiesituatie is er sprake van openbare verlichting langs wegen en verlichting rondom woonhuizen. Door het vlakke open landschap reikt een lichtbron relatief ver. In de referentiesituatie is geen rekening gehouden met spoortracé de Noordtak omdat daarover nog veel onzekerheid bestaat en er geen besluit over is genomen.

7.5.27

Effectbeschrijving

Aanlegfase geluid: De aanleg- en abandonneringsfase genereert extra vervoersbewegingen. Het betreft aan- en afvoer van bouwmaterieel (eenmalige aan- en afvoer en tussentijdse verplaatsingen binnen het projectgebied) en - in de aanlegfase - dagelijks vervoer van personeel gedurende de periode van boren. Het boren en gebruiksklaar maken van een winningsput en de aanleg van leidingen zijn tijdelijke werkzaamheden en duren naar verwachting circa 7 maanden. In 2011 zijn bij het uitvoeren van de proefboring de voorschriften uit het BARMM aangehouden en ervaringen opgedaan met de effecten op de omgeving. Hoewel voldaan werd aan die voorschriften, zijn extra geluidwerende maatregelen of andere maatregelen genomen om bezwaren van omwonenden weg te nemen. Nobian staat ten aanzien van de productieboringen een vergelijkbare aanpak voor. Op twee boorlocaties worden extra geluid reducerende maatregelen getroffen, omdat grenswaarden worden overschreden. Bij het aanleggen van de transport- en distributieleidingen zal geluidsproductie ontstaan door de aanwezige machines. Het (tijdelijke) effect is negatief (-) ten opzichte van de referentiesituatie, en licht negatief (0/-) voor de aanleg van de leidingen. Productiefase geluid: Tijdens de representatie bedrijfssituatie (RBS) ten tijde van de zoutwinning vinden er nagenoeg geen activiteiten plaats die geluid veroorzaken.

Tijdens de RBS is alleen geluid ten gevolge van

1 september 2023

MER HAAKSBERGEN

BH5570 MER Haaksbergen 20230901

92

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13362049/1