CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

RO bijlage 3a voortoets wnb zoutwinning Haaksbergen

Gemeenteraad 15 november 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen zoutwinning Haaksbergen22.092 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

3.2

Hydrologische effecten De hydrologische effecten die te verwachten zijn ten gevolge van de bodemdaling zijn de volgende: 1. Effect op de grondwaterstand; 2. Effect op de afvoeren van de beken; 3. Effect op het peil en het verhang van de Bolscher beek, Ad.1 Met het model worden effecten berekend op de GHG, GVG en GHG, die gebruikt worden voor de berekening van de afgeleide effecten op de landbouw en de bebouwing. De verandering van de GHG en de GLG ten opzichte van de referentiesituatie worden per situatie (na 20 jaar en na 50 jaar) gepresenteerd en beschreven. Ad. 2 Het model berekent de verandering van de drainage naar het oppervlaktewater. Het feit dat de drainage in een bepaald gebied vermindert of toe neemt heeft invloed op de afvoer van de beken. De verandering van de drainage wordt per situatie weergegeven voor de verschillende afwateringseenheden die het Waterschap hanteert. Er is voor gekozen om het effect zichtbaar te maken voor de voorjaarssituatie wanneer de basisafvoer het grootst is. Ad. 3 Hoewel ook in gemiddelde afvoersituaties er enige verandering van het verhang is te verwachten, speelt dit aspect met name een rol bij hoogwatersituaties. De stuwen zijn dan waar nodig en waar mogelijk gestreken. Een vergroting van het verhang leidt tot wat lagere peilen en een verkleining van het verhang leidt tot hogere peilen.

Dit is van belang omdat langs de Bolscher beek bij hoogwater op enkele locaties in een smalle zone langs de beek overstroming (inundatie) plaats vindt.

Notitie Definitief rapport

9W5639.01/R0001/500914/DenB - 11 -

15 augustus 2013

Bij een hoger peil zal de frequentie van de inundatie wat toenemen en bij een lager peil zal de frequentie afnemen. Voor beide situaties (na 20 jaar en 50 jaar) wordt aangegeven waar dit aspect een rol speelt.

3.3

Effecten op landbouw, natuur en bebouwing Landbouw Een verandering van de grondwaterstand kan leiden tot een toename of afname van de landbouwopbrengst. De gebruikelijke methode om de verandering van de landbouwopbrengst te bepalen is het waternoodinstrumentarium (lit.). Op basis van de GHG en de GLG wordt een natschade en een droogteschade berekend, zowel voor de referentiesituatie als voor de situatie na 20 jaar en na 50 jaar. Er worden verschilkaarten gepresenteerd en beschreven. De verschillen worden alleen getoond waar de verandering van de GLG of de GHG groter is dan 0,05 meter. In waternood is de landgebruikskaart LGN5 toegepast en het door het waterschap aangeleverde AHN, beide op een raster van 25 bij 25 meter. Om gebruik te kunnen maken van dit detailniveau zijn de berekende GXG (ten opzichte van NAP) geïnterpoleerd van het modelraster naar het 25 bij 25 raster. Natuur In het aandachtsgebied komen geen beschermde natuurgebieden voor. Bij de effectbeschrijving wordt geen aandacht aan de natuur besteed. Bebouwing Het waterschap hanteert voor locaties met bebouwing dat de GHG niet hoger mag komen dan 0,8 meter onder maaiveld. Bij de situatie na 20 jaar en na 50 jaar wordt een kaart gepresenteerd met de zones waar in de huidige situatie de GHG hoger is dan 0,8 meter ten opzichte van maaiveld en waar dat verandert na 20 jaar of na 50 jaar.

Beide zones worden alleen zichtbaar gemaakt waar de verandering van de GHG groter is dan 0,05 meter. Als er sprake is van een verlaging van de grondwaterstand in de zomer is er mogelijk een risico op zetting van gebouwen. Een mogelijk risico wordt voor beide situaties beschreven. Een hoger beekpeil tijdens hoogwater kan leiden tot wateroverlast bij bebouwing. Dit is onderzocht met het oppervlaktewatermodel voor de situatie na 50 jaar.

9W5639.01/R0001/500914/DenB 15 augustus 2013

Notitie - 12 -

Definitief rapport

4

BEREKENDE EFFECTEN BODEMDALING

4.1

Hydrologische effecten na 20 jaar Effect op de grondwaterstand In het centrale deel van het gebied, waar de berekende bodemdaling maximaal circa 18 cm is, wordt de GHG maximaal circa 6 cm hoger (natter) berekend. Ook de GLG wordt natter berekend. Het berekende effect op de GLG is iets groter dan het effect op de GHG, namelijk ca.10 cm. Berekende verandering GHG [m] Situatie na 20 jaar

Figuur 4.1: Berekende effect op de GHG

Berekende verandering GLG [m] Situatie na 20 jaar

Figuur 4.2 Berekende effect op de GLG

Notitie Definitief rapport

9W5639.01/R0001/500914/DenB - 13 -

15 augustus 2013

De vernatting treedt op, omdat door de diepere ligging van het maaiveld en de waterlopen meer water via het grondwater uit de omgeving zal toestromen en minder grondwater zal afstromen. Het feit dat het effect op de GHG kleiner is dan op de GLG komt doordat ’s winters meer waterlopen draineren die het effect op de grondwaterstand verkleinen. Effect op de afvoer van de beken Het oppervlaktewatersysteem zal door de vernatting meer water afvoeren dan in de referentiesituatie. De toename en afname van de drainage is per afwateringseenheid gegeven in figuur 4.3. In het zuidelijk deel van de Bolscher beek neemt de drainage in het voorjaar volgens de berekening toe met 55 m3/dag. In de zone rond het gebied waar vernatting wordt berekend neemt de drainage wat af. Toe- en afname drainage per afwateringseenheid [m3/d] Situatie na 20 jaar

Figuur 4.3: Verandering drainage afwateringseenheden

Effect op het peil en het verhang in de Bolscher beek De afvoer van waterlopen is gericht van het zuidoosten naar het noordwesten. In het stroomafwaarts gelegen deel van de bodemdalingszone zal het verhang afnemen met gemiddeld 0,18 meter over een traject circa 1200 meter, circa 0,015%. In deze zone neemt de frequentie van inundatie mogelijk op een aantal locaties in een smalle zone langs de beek toe. Het effect op het peil van de beek tijdens hoogwater is alleen voor de situatie na 50 jaar bepaald, zie paragraaf 4.3. Aangezien geen extra overlast tijdens hoogwater voor de bebouwing wordt verwacht na 50 jaar zal dat zeker niet het geval zijn na 20 jaar.

9W5639.01/R0001/500914/DenB 15 augustus 2013

Notitie - 14 -

Definitief rapport

4.2

Effect op landbouw en bebouwing na 20 jaar Landbouw In het gebied waar de bodemdaling optreedt wordt in een aantal rekencellen (25 bij 25) een toename van 5% a 10% natschade verwacht. Vermindering van droogteschade wordt niet berekend omdat de GLG al in de uitgangssituatie veel te laag is. In figuur 4.6 is de verandering van de totaalschade volgens Waternood weergegeven.

Figuur 4.4: Berekende verandering natschade

Figuur 4.5: Berekende verandering droogteschade

Notitie Definitief rapport

9W5639.01/R0001/500914/DenB - 15 -

15 augustus 2013

Figuur 4.6: Berekende verandering totaalschade

Effect op bebouwing De bebouwing is in figuur 4.7 in rood weergegeven. Er wordt ter plaatse van de bebouwing nergens een GHG hoger dan 0,8 meter berekend in het gebied waar de GHG meer dan 0,05 meter veranderd. Er is geen effect op de bebouwing te verwachten wat betreft wateroverlast ten gevolge van de GHG.

Figuur 4.7: Zones waar GHG kleiner is dan 0,8 meter

In een zone buiten het gebied waar vernatting wordt berekend ten gevolge van de bodemdaling wordt een geringe verlaging van de grondwaterstand berekend, kleiner dan 1 cm. Aangezien geen verlaging van enige betekenis wordt berekend, is er geen risico op zetting van bebouwing. Toename van overlast ten gevolge van meer inundatie is alleen voor de situatie na 50 jaar bepaald.

9W5639.01/R0001/500914/DenB 15 augustus 2013

Notitie - 16 -

Definitief rapport

4.3

Hydrologische effecten na 50 jaar Effect op de grondwaterstand In het centrale deel van het gebied, waar de berekende bodemdaling maximaal circa 43 cm is, wordt de GHG maximaal circa 15 cm hoger (natter) berekend. Ook de GLG wordt natter berekend. Het berekende effect op de GLG is iets groter dan het effect op de GHG, namelijk ca.25 cm. Berekende verandering GLG [m] Situatie na 50 jaar

Figuur 4.8: Berekende effect op de GHG

Berekende verandering GLG [m] Situatie na 50 jaar

Figuur 4.9: Berekende effect op de GLG

De vernatting treedt op, omdat door de diepere ligging meer water uit de omgeving zal toestromen en minder water zal afstromen.

Notitie Definitief rapport

9W5639.01/R0001/500914/DenB - 17 -

15 augustus 2013

Effect op de afvoer van de beken Het oppervlaktewatersysteem zal door de vernatting meer water afvoeren dan in de referentiesituatie. De toename en afname van de drainage is per afwateringseenheid gegeven in figuur 4.10. In het zuidelijk deel van de Bolscher beek neemt de drainage in het voorjaar volgens de berekening toe met 145 m3/dag. In de zone rond het gebied waar vernatting wordt berekend neemt de drainage in een aantal afwateringseenheden af. Toe- en afname drainage per afwateringseenheid [m3/d] Situatie na 50 jaar

Figuur 4.10: Verandering drainage afwateringseenheden.

Effect op het peil en het verhang in de Bolscher beek. De afvoer van waterlopen is gericht van het zuidoosten naar het noordwesten. In het stroomafwaarts gelegen deel van de bodemdalingszone zal het verhang afnemen met gemiddeld 0,45 meter over een traject van 1500 meter, circa 0,03%. In deze zone neemt de frequentie van inundatie mogelijk toe op een aantal locaties in een smalle zone langs de beek. Figuur 4.11 geeft het effect op het beekpeil weer ten gevolge van de bodemdaling na 50 jaar in een T100 situatie (een situatie die eens in de 100 jaar optreedt) ten opzichte van de situatie na herinrichting van de beek. Een relatieve stijging van het peil is aangegeven met een blauwe band op de waterlopen. Bij de groene trajecten daalt het waterpeil meer dan de bodem. De berekende stijging van het peil bedraagt maximaal circa 0,15 meter in de zone met de grootste bodemdaling. Net zuidelijk van de rode pijl in figuur 4.11 is de berekende stijging tussen de 0,05 en 0,1 meter. Ten noorden van de rode pijl is de stijging kleiner dan 0,05 meter.

9W5639.01/R0001/500914/DenB 15 augustus 2013

Notitie - 18 -

Definitief rapport

Figuur 4.11. Berekende effect op het beekpeil tgv bodemdaling na 50 jaar.

4.4

Effect op landbouw en bebouwing na 50 jaar Landbouw In het gebied waar de bodemdaling optreedt wordt op een aantal percelen een toename van 5% a 15% schade verwacht. In het westelijk deel wordt een vermindering van droogteschade berekend van 5% a 10%. De door Waternood berekende verandering van de totaalschade laat een vergelijkbaar beeld zien.

Figuur 4.12: Berekende verandering natschade

Notitie Definitief rapport

9W5639.01/R0001/500914/DenB - 19 -

15 augustus 2013

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13362042/1