RO bijlage 3a voortoets wnb zoutwinning Haaksbergen
Tekst van het document
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen
projectnummer 0460482.100 definitief revisie 13 24 augustus 2021
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen
projectnummer 0460482.100 definitief revisie 13 24 augustus 2021
Auteurs L. de Jong D. Ter Heide
Opdrachtgever Nouryon Salt B.V. Boortorenweg 27 7554 RS Hengelo
Gecontroleerd: C. Schellingen
datum 24 augustus 2021
beschrijving definitief
vrijgave E. Matla
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Afstemming met Wet natuurbescherming Doel Voortoets Leeswijzer
1 1 2 2
2
Wettelijk kader
3
2.1 2.2 2.3
Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming Wet stikstofreductie en natuurverbetering
3 3 4
3
Toelichting project
6
4
Afbakening storingsfactoren
8
5
Stikstofdepositieberekening Gebruiksfase
11
5.1 5.2 5.3
Uitgangspunten berekening Resultaten Cumulatie
11 12 13
6
Conclusies
14
7
Bronnen
15
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Aanlegfase met onderhoud Berekening emissie mobiele werktuigen Rekengegevens Leidingen Gegevens Nouryon aggregaat AERIUS-berekening 2029 Hydrologische effecten door bodemdaling Zoutwinning Haaksbergen
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Nouryon Salt B.V. (hierna Nouryon) is voornemens om nieuwe zoutcavernes te ontwikkelen voor hun zoutproductie in Hengelo. Het geproduceerde zout vindt haar toepassing in de voedingsmiddelen- en veeteeltindustrie of dient als grondstof voor de productie van andere basischemicaliën. Om deze zoutcavernes te ontwikkelen zullen er (voorbereidende) werkzaamheden plaatsvinden. Het gaat hier om de aanleg van leidingnetten, een pompstation, zoutwinningslocaties, de boringen en het onderhoud van de installaties nadien. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het project leidt tot een aantasting van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000gebieden. Het dichtstbijzijnde gelegen (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied is “Buurserzand & Haaksbergerveen” op circa 3 kilometer afstand. Andere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. De ligging van de leidingnetten en de werkzaamheden ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden is gegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1: Ligging werkzaamheden Nouryon. (bron: AERIUS Calculator 2020).
1.2
Afstemming met Wet natuurbescherming De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, ten aanzien van plannen en projecten die mogelijke effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van de gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelen die in de Natura 2000-gebieden van kracht zijn. De Wnb maakt daarbij
Blad 1 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
onderscheid in enerzijds plannen en anderzijds projecten. Bij de aanleg, het onderhoud en de exploitatie van de zoutwinningslocaties gaat het om een project. De locaties liggen op relatief grote afstand van Natura 2000-gebieden. De Wnb kent echter externe werking. Dat wil zeggen dat niet alleen moet worden gelet op activiteiten binnen een Natura 2000gebied, maar ook op activiteiten die buiten de grenzen van Natura 2000-gebied worden uitgevoerd en een mogelijk effect hebben op Natura 2000-gebieden. Voor activiteiten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Het is verplicht om projecten te beoordelen op de gevolgen voor deze instandhoudingsdoelstellingen. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken.
1.3
Doel Voortoets Voorliggend rapport heeft tot doel om te onderzoeken of als gevolg van het project Zoutwinning Haaksbergen bij voorbaat significante gevolgen uitgesloten kunnen worden. Dat is het geval als op grond van objectieve gegevens met zekerheid valt uit te sluiten dat het project negatieve gevolgen heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. Zo neen, zal geconcludeerd moeten worden dat een passende beoordeling uitgevoerd dient te worden. Uiteindelijke doel van de Wnb-toetsing gebiedsbescherming is om na te gaan of de zekerheid kan worden verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van Natura 2000gebieden niet zal aantasten. Met de inwerking treding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering geldt er een partiële bouwvrijstelling voor wat betreft stikstofdepositie voor de aanlegfase en de verwijderfase (zie art 2.9a Wnb en art 2.5 Beluit nb). Dat betekent dat in de voorliggende Voortoets alleen de gebruiksfase wordt getoetst voor wat betreft het stikstofeffect. Resumerend: het doel van deze Voortoets is het beantwoorden van de volgende hoofdvraag: “Is de kans op een significant gevolg op Natura 2000-gebieden door de geplande werkzaamheden op voorhand uit te sluiten?”
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader weergegeven. In hoofdstuk 3 worden de werkzaamheden nader toegelicht. In hoofdstuk 4 is afbakening van mogelijke storingsfactoren uitgevoerd waaruit blijkt dat een stikstofberekening nodig is. Vervolgens is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De uitgangspunten en resultaten van de stikstofberekeningen zijn opgenomen in hoofdstuk 5. Uit de AERIUS-berekening – als bijlage opgenomen - blijkt er geen toename in stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden optreedt. In hoofdstuk 6 is de conclusie opgenomen.
Blad 2 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
2
Wettelijk kader
2.1
Vogel- en Habitatrichtlijn Twee Europese richtlijnen, de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG), voorzien in de bescherming van belangrijke Europese natuurwaarden. De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. In dat kader zijn speciale gebieden aangewezen die beschermd moeten worden. Deze zogenaamde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden vormen samen het Natura 2000-netwerk. De afzonderlijke gebieden worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren en voorkomen dat er storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa.
2.2
Wet natuurbescherming Aanwijzing en beheer van Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in de nationale Wet natuurbescherming (verder Wnb) overgenomen, in het onderdeel gebiedsbescherming. In hoofdstuk 2 van de Wnb is de bescherming van gebieden geregeld. De Wnb maakt het mogelijk gebieden aan te wijzen als beschermde natuurgebieden, waaronder Natura 2000-gebieden. Deze gebieden worden aangewezen ter uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De essentie van het beschermingsregime voor de Natura 2000-gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudings-doelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp-)aanwijzingsbesluiten1 voor de betreffende gebieden. Daarbij gaat het in ieder geval om instandhoudingsdoelen ten aanzien van de leefgebieden van vogels, voor zover nodig ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en/of ten aanzien van habitats en habitats van soorten, voor zover nodig ter uitvoering van de Habitatrichtlijn.
De provincie (Gedeputeerde Staten) zijn verplicht zorg te dragen voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen voor de in de provincie gelegen Natura 2000-gebieden en moeten ook -indien daar aanleiding voor bestaat- passende maatregelen nemen om verslechtering van de kwaliteit van Natura 2000-gebieden te voorkomen. Voor de Natura 2000-gebieden in de Rijkswateren, waaronder de Waddenzee, is Rijkswaterstaat verantwoordelijk. Voor ieder Natura 2000-gebied wordt een beheerplan opgesteld, dat elke zes jaar wordt geactualiseerd. In dit plan zijn de instandhoudingsdoelen nader uitgewerkt, zijn maatregelen
1
Momenteel zijn op twee na alle gebieden definitief aangewezen, alleen het Krammer-Volkerak en het Zoommeer in Zeeland zijn nog niet definitief aangewezen. Voor deze 2 Natura 2000-gebieden is er nog geen definitief aanwijzingsbesluit.
Blad 3 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
beschreven die nodig zijn om deze doelen te realiseren en zijn kaders voor vergunningverlening voor menselijke activiteiten binnen de Natura 2000-gebieden aangegeven. Bescherming van Natura 2000-gebieden bij ruimtelijke plannen en projecten De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, ten aanzien van plannen en projecten die mogelijke effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van de gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelen die in de Natura 2000-gebieden van kracht zijn. De Wnb maakt daarbij onderscheid in enerzijds plannen en anderzijds projecten. Het voornemen betreft een project. Een project dat -afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten- significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan alleen een vergunning worden verleend indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (art. 2.8 lid 3 Wnb). Bij het toetsen aan de instandhoudingsdoelen dient rekening te worden houden met “externe werking”. Dat wil zeggen dat niet alleen moet worden gelet op activiteiten binnen een Natura 2000-gebied, maar ook op activiteiten die buiten de grenzen van het betreffende Natura 2000gebied worden uitgevoerd en een mogelijk effect hebben op Natura 2000-gebieden. Het toetsingskader van de Wnb, onderdeel gebiedsbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1.
Er is zeker geen kans op significante gevolgen: geen vergunningplicht; 2. Er is een kans op significante gevolgen: passende beoordeling dient aan te tonen dat significante gevolgen uit te sluiten zijn voor een vergunbaar project; (eventueel met ADCtoets = Alternatieventoets + Dwingende redenen van groot openbaar belang + Compensatie als in de passende beoordeling na het nemen van mitigerende maatregelen significant negatieve effecten nog steeds niet uit te sluiten zijn). AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2020)2. Van elk te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000gebieden. Indien noodzakelijk kan op buitenlandse Natura-2000 gebieden handmatig een rekenpunt worden neergelegd. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000gebieden wordt berekend ter plaatse van stikstofgevoelige habitats.
2.3
Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet voorziet in de verplichting om een programma van maatregelen op te stellen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren, is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. 2
Artikel 2.1 lid 1 Regeling natuurbescherming.
Blad 4 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Deze wet regelt ook een aanpassing van het Besluit natuurbescherming, waardoor nu een partiële vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten (zie art 2.9a Wnb en art 2.5 Beluit nb). Het partiële slaat hier op het feit dat de vrijstelling alleen geldt voor stikstofdepositie en niet voor de overige storingsfactoren. Er hoeven ten behoeve van een natuurvergunningaanvraag (gebiedsbescherming) voor een project dus geen berekeningen en daarbij behorende beoordeling van de stikstofdepositie voor de realisatiefase meer plaats te vinden. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd.
Blad 5 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
3
Toelichting project Bij het project worden 12 zoutwinningslocaties aangelegd. Per zoutwinningslocatie wordt één zoutput geboord. De zoutputten worden aangesloten op een distributieleidingnet om oploswater aan te voeren en de ontstane zoutoplossing (pekel) af te voeren. Het distributieleidingnet is aangesloten op een nieuw te bouwen pompstation. Dit pompstation is vervolgens aangesloten op een transportleidingnet waarlangs oploswater wordt aangevoerd en pekel wordt afgevoerd richting het bestaande leidingsysteem in de buurt van Beckum. De globale ligging van de zoutputten en leidingnetten is te zien in figuur 3.1.
Figuur 3.1: Globale ligging boringen H-01 t/m H-12 en leidingnetten.
Gezien de omvang van de voorgenomen werkzaamheden kiest Nouryon voor een fasering van de werkzaamheden. De fasering van de werkzaamheden is als volgt: 2021 (aanlegfase, hiervoor wordt beroep gedaan op de vrijstelling)
Blad 6 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
o Begin aanleg transportleidingen o Begin aanleg distributieleidingen (tot en met H-07) o Begin aanleg pompstation o Aanleg zoutwinningslocatie H-01 o Begin aanleggen zoutwinningslocaties H-02 t/m H-04 2022 (grotendeels aanlegfase, hiervoor wordt beroep gedaan op de vrijstelling) o Afronden transportleiding o Afronden distributieleidingen o Afronden pompstation o Afronden zoutwinningslocaties H-02 t/m H-04 o Aanleggen zoutwinningslocaties H-05 t/m H-07 o Boringen H-01 t/m H-07 o Gebruiksfase: Start ingebruikname H-01 t/m H-07 2023 o Gebruikfase: Onderhoud aan zoutputten H-01 tot en met H-05 (geen bouw) 2024-2028 o Aanlegfase (hiervoor wordt beroep gedaan op de vrijstelling): In de periode 2024-2028 worden jaarlijks één boring en zoutwinningslocatie aangelegd (H-08 t/m H-012) o Gebruiksfase: In de periode 2024-2028 wordt onderhoud gepleegd aan boringen in een bepaald regime (geen bouw)
Nadat de eerste 7 putten zijn aangelegd, wordt in 2022 gestart met productie. Na de ingebruikname zal er na enige tijd onderhoud plaats moeten vinden aan de zoutputten; de workover (vandaar ook onderhoud in 2023). In 2028 wordt de laatste van de 12 putten geboord en in gebruik genomen. Vanaf 2028 zijn dus alle 12 putten in gebruik evenals het gehele distributienet. Het pompstation en transportleidingnet zijn reeds vanaf 2022 in gebruik. Omwille van de grilligheid van het onderhoudspatroon is ervoor gekozen te onderzoeken of alle boringen onderhouden in één kalenderjaar leidt tot een bijdrage. Omdat de productie niet in het geding moet komen, zal dit in de praktijk niet plaatsvinden. Dit is daarom te beschouwen als een worstcase scenario. Voor de aanlegfase wordt een beroep gedaan op de vrijstelling. Deze fase wordt om deze reden niet doorgerekend. Omwille van een volledig beeld van de activiteiten, is de aanlegfase wel nader beschreven. Als de cavernes hun beoogde omvang hebben bereikt en er geen verdere zoutwinning meer mogelijk is uit de betreffende caverne zal de productie van pekel uit deze caverne worden gestopt. De productieverbuizing wordt verwijderd, dit is vergelijkbaar met onderhoudsactiviteiten. Vervolgens zal de caverne enige jaren de gelegenheid krijgen om te stabiliseren. Er vinden dan geen werkzaamheden plaats.
Na afloop van deze stabilisatiefase zal worden overgegaan tot afsluiten van de caverne. Daarbij worden enkele cementpluggen geplaatst in de put zodat de caverne volledig is ingesloten. De geringe bodemdaling zoals die tijdens winning optreedt zal nog verder afnemen. De infrastructuur (well-pad locatie, distributieleidingen en boorhuisje) zullen worden verwijderd. Dit is typisch tussen de 10 en 15 jaar na start van de winning. De hoofdinfrastructuur, i.c. de transportleidingen en het pompstation, zullen pas worden verwijderd als de winningslocatie Haaksbergen volledig is uitgeproduceerd en wordt verlaten. Naar verwachting zal dat pas in de 2de helft van deze eeuw aan de orde zijn. Gezien dat deze werkzaamheden ver in de toekomst liggen, en grote onzekerheden betreft qua inzet van wat voor materieel, is ervoor gekozen om deze niet op te nemen in de beoordeling.
Blad 7 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
4
Afbakening storingsfactoren In dit hoofdstuk wordt nagegaan of de kans op significant negatieve effecten met zekerheid uit te sluiten is en zo niet (zoals verwoord in de doelstelling van de voortoets in paragraaf 1.3), welke storingsfactoren nopen tot het uitvoeren van een Passende beoordeling. De verschillende fasen van het project (aanlegfase, waarin de putten, leidingen en het pompstation worden aangelegd en de operationele fase, waarin de zgn. workovers plaatsvinden en waarin de diverse putten in bedrijf zijn) kunnen mogelijk effecten hebben op Natura 2000gebieden. De afbakening van de mogelijke storingsfactoren is gebaseerd op de Natura 2000effectenindicator (op basis van de activiteit ‘industrie’) van het ministerie van LNV (Broekmeyer, 2006) en op basis van expert-judgement. Ten gevolge van het projectvoornemen kunnen de volgende storingsfactoren (plaatselijk) van toepassing zijn: Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht Vernatting door bodemdaling; Verdroging door tijdelijke grondwaterstanddaling; Verontreiniging (Verandering in grond- en oppervlaktewaterkwaliteit); Ruimtebeslag (oppervlakteverlies) door vergraving; Verstoring door geluid-, trilling- en lichthinder; Optische verstoring; Verstoring door mechanische effecten. Een aantal storingsfactoren zijn niet aan de orde.
Negatieve effecten als gevolg van de volgende storingsfactoren zijn uit te sluiten gezien de aard van de werkzaamheden: Bewuste verandering soortensamenstelling; Verandering dynamiek substraat; Verandering in populatiedynamiek; Verandering overstromingsfrequentie; Verandering stroomsnelheid; Verzilting; Verzoeting. Het optreden van directe effecten (oppervlakteverlies, versnippering of door mechanische effecten door bijvoorbeeld betreding) is uit te sluiten omdat deze vrijwel zonder uitzondering het gevolg zijn van fysieke ingrepen binnen of nabij de grenzen van een Natura 2000-gebied, waarvan geen sprake zal zijn. Er is geen sprake van een aantasting of afname van beschikbaar oppervlak leefgebied voor soorten en/of habitattypen binnen Natura 2000-gebieden omdat geen enkel Natura 2000-gebied door de voorgenomen activiteit wordt doorsneden of aangetast. Een negatief effect als gevolg van oppervlakteverlies, versnippering of mechanische effecten zijn uit te sluiten. De effectafstanden van de storingsfactoren die betrekking hebben op de diverse vormen van verstoring, verdroging of verontreiniging/veranderingen van waterkwaliteit treden lokaal op of hebben een beperkt invloedsgebied variërend van enkele 10-tallen meters tot maximaal 1,5 km van de projectlocatie (Arcadis, 2014). De Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van de projectlocatie.
In Tabel 4.1 zijn de afstanden vanaf het projectgebied (gerekend vanaf het projectgebied) tot Natura 2000-gebieden opgenomen.
Blad 8 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Tabel 4.1: Afstand van projectgebied (ligging zoutboringen) tot Natura 2000-gebieden in de ruime omgeving.
Natura 2000-gebied
Globale afstand tot projectgebied (km)
Aamsveen
13,4
Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek
25,0
Bergvennen & Brecklenkampse Veld
33,5
Buurserzand & Haaksbergerveen
3,2
Dinkelland
18,3
Landgoederen Oldenzaal
19,1
Lemselermaten
19,8
Lonnekermeer
12,3
Springendal & Dal van de Mosbeek
27,5
Witte Veen
8,6
Gezien de afstand tussen het projectgebied en de effectafstanden van de meeste storingsfactoren is een negatief effect ervan in de aanleg- of in de operationele fase uit te sluiten. Vernatting als gevolg van bodemdaling kan (ook) op grotere afstand optreden en sommige instandhoudingsdoelen in de genoemde N2000-gebieden zijn gevoelig voor deze storingsfactor. Ook kan er sprake zijn van vermesting en verzuring door stikstofdepositie. Als gevolg van de inzet van materieel tijdens de aanleg- en operationele fase zal er sprake zijn van uitstoot van stikstofoxide (NOx) en ammoniak (NH3) en kan er verzuring en vermesting optreden in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het invloedsgebied van stikstofdepositie is groot. De genoemde Natura 2000-gebieden in de ruimere omgeving van het projectgebied zijn stikstofgevoelig en in de huidige situatie is sprake van een (deels) overbelaste situatie. Dat wil zeggen dat de huidige depositie boven de KDW (kritische depositie waarde) ligt. Stikstofdepositie kan daarom voor veel habitats een bedreiging vormen voor de kwaliteit. Tabel 4.2 geeft een overzicht van de onderzochte storingsfactoren, hun mogelijk effect en de mate waarin zij van invloed zijn op Natura-2000 gebieden rondom het projectgebied.
Blad 9 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Tabel 4.2: Afbakening relevante storingsfactoren.
Storingsfactor niet relevant in het kader van gebiedsbescherming Natura 2000
Storingsfactor treedt mogelijk op ter plaatse van projectgebied, effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. De effectafstand van de storingsfactor reikt niet tot een Natura 2000-gebied.
Storingsfactor waarvoor berekening/onderzoek noodzakelijk is
•
• • • • • • • •
•
• • • • • •
Bewuste verandering soortensamenstelling; Verandering dynamiek substraat; Verandering in populatiedynamiek; Verandering overstromingsfrequentie; Verandering stroomsnelheid; Verzilting Verzoeting
•
Oppervlakteverlies; Versnippering; Verdroging; Verontreiniging; Verstoring door geluid; Verstoring door licht; Optische verstoring; Verstoring door mechanische effecten; Verstoring door trilling.
•
Verzuring en vermesting door N-depositie uit de lucht (zie bijlage 2 tot en met 5) Vernatting (zie bijlage 6).
Concluderend; de verstoringsafstand voor de meeste relevante storingsfactoren (met uitzondering van vernatting en stikstofdepositie) is kleiner dan de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied (circa drie kilometer). Negatieve effecten door deze storingsfactoren kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Voor wat betreft vernatting als gevolg van bodemdaling is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd (toegevoegd in bijlage 6). Uit dat onderzoek blijkt dat vernatting door bodemdaling lokaal is en het invloedsgebied van het project voor wat betreft vernatting niet overlapt met enig Natura 2000-gebied. Daarom zijn negatieve effecten door vernatting met zekerheid uit te sluiten. Alleen voor de effecten van stikstofdepositie (in het bijzonder vermesting en verzuring door stikstofdepositie via de lucht) is een AERIUS-berekening nodig om het projecteffect door stikstofdepositie te kunnen beschrijven en beoordelen. In hoofdstuk 5 is de stikstofdepositieberekening toegelicht.
Blad 10 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
5
Stikstofdepositieberekening Gebruiksfase In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en de resultaten van de stikstofberekening gegeven voor het doorrekenen van de gebruiksfase. Om de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000gebieden te berekenen wordt gebruik gemaakt van AERIUS Calculator (versie 2020). Omwille van de vrijstelling voor de realisatiefase zijn de rekenjaren 2021 tot 2028 buiten beschouwing gelaten. De veronderstelling is, omdat 2029 worst case is ingestoken, dat eventueel eerdere rekenjaren, mogelijkerwijs met minder emissies door minder onderhoud, niet zal leiden tot meer depositie ten opzichte van 2029. De eerdere rekenjaren zijn nog wel beschreven in bijlage 1 omwille van uitvoerige projectbeschrijving, maar niet doorgerekend met AERIUS Calculator.
5.1
Uitgangspunten berekening De aangelegde zoutputten zullen periodiek worden onderhouden om de zoutwinning en veiligheid te garanderen. Doordat de onderhoudsintervallen nogal grillig kunnen verlopen is ervoor gekozen om onderhoud aan alle 12 zoutputten te modelleren in 1 jaar qua. Omdat de zoutwinning zo continue en stabiel mogelijk moet verlopen zal dit in de praktijk niet voorkomen, en is dit als worstcase situatie te beschouwen. Periodiek wordt de ontwikkeling van de cavernevorm en omvang vastgesteld door middel van een sonarmeting. Deze meting wordt op locatie uitgevoerd. Het meten vindt plaats met een auto waaruit de meetsonde wordt afgelaten in de caverne. Daarnaast wordt periodiek de caverne bezocht om dekenvloeistof in te brengen of te verwijderen. Het inbrengen gebeurt met een elektrische pomp die elektrisch wordt aangedreven. Behoudens (de-)mobilisatie zijn dit volledig geëlektrificeerde handelingen die geen emissie veroorzaken tijdens de handelingen. Voor onderhoud beperkt de inzet van materieel zich tot: Workover-rig (elektrisch aangedreven via de lokale elektriciteitsaansluiting) Vrachtwagens (wegverkeer), een tractor en klein materieel Tijdens de workover is de workover-mast volledig elektrisch aangedreven. De stikstofemissie wordt daarom slechts veroorzaakt door verkeers- en laad/los-activiteiten.
Nouryon heeft aandacht besteed aan het zo laag mogelijk houden van haar uitstoot. Zo zijn verschillende type aggregaten die bij het boren worden kunnen worden ingezet, onderzocht. De onderzochte aggregaten zijn: een diesel aangedreven aggregaat zonder emissiereducerende technieken, een aggregaat op LNG, een aggregaat die voldoet aan de stage IV-normen, en een aggregaat waarbij de uitstoot is gemeten en is vastgelegd in een meetrapport. Hieruit bleek dat het aggregaat met het meetrapport de laagste uitstoot had. Nouryon heeft deze dan ook geselecteerd en bijbehorende specificaties zijn in onderhavig rapport gehanteerd als uitgangspunten. Voor wat betreft ammoniakuitstoot is aangehouden dat deze 1,5 keer zoveel ammoniak uitstoot als de hoogste emissiefactor die in AERIUS voor enig werktuig wordt gehanteerd. In bijlage 4 is de informatie over het Nouryon-aggregaat met AdBlue opgenomen, onder het kopje NOx, Reingas is de emissie gegeven dat vrijkomt in de lucht na de zuivering met AdBlue (gemiddeld ca 0,2 g NOx/kWh). Tevens wordt een tractor ingezet tijdens de workover. De emissie hiervan is te vinden in bijlage 2. Er is geen aggregaat meer meegenomen voor mastwerkzaamheden tijdens de workover, omdat
Blad 11 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
deze werkzaamheden met de aanwezige stroom van de zoutwinningslocaties kunnen worden uitgevoerd. Wegverkeer Ten behoeve van het periodieke onderhoud zullen voertuigen zich van en naar de boorlocaties begeven. Dit verkeer is verdeeld over 2 lijnbronnen. In de navolgende tabel zijn de uitgangspunten voor het wegverkeer gegeven. Tabel 5.1: Uitgangspunten wegverkeer. Bron
Voertuigtype
[-]
[-]
Bewegingen [#/jaar]
Licht verkeer
200
Zwaar verkeer
540
Licht verkeer
200
Zwaar verkeer
540
Licht verkeer
200
Zwaar verkeer
540
Onderhoudsverkeer 1
Onderhoudsverkeer 2
Onderhoudsverkeer 3
Het wegverkeer is gemodelleerd middels een lijnbron naar de betreffende locaties. Hiertoe is de sector buitenwegen gehanteerd. Het wegverkeer is meegenomen tot daar waar het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hier is geen stagnatiefactor gehanteerd.
5.2
Resultaten Vooraleerst is vastgesteld dat de aanlegfase over meerdere jaren is verdeeld. Nadat de eerste 7 putten zijn aangelegd, wordt in 2022 gestart met productie. Na de ingebruikname zal er na enige tijd onderhoud plaats moeten vinden aan de zoutputten; de workover (vandaar ook onderhoud in 2023). In 2028 wordt de laatste van de 12 putten geboord en in gebruik genomen. Vanaf 2028 zijn dus alle 12 putten in gebruik evenals het gehele distributienet. Het pompstation en transportleidingnet zijn reeds vanaf 2022 in gebruik. In 2029 vindt alleen nog periodiek onderhoud plaats aan de boringen. Hiertoe is als worst case aangehouden dat in dat jaar aan alle zoutputten onderhoud plaatsvindt, om zo effecten in de gebruiksfase volledig te kunnen constateren dan wel uit te sluiten. Uit de berekening, uitgevoerd met AERIUS Calculator (versie 2020) (zie bijlage 5), blijkt dat er in de gebruiksfase geen toename aan stikstofdepositie boven 0,00 mol/ha/jr in omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend. Voor de gebruiksfase zijn negatieve gevolgen uitgesloten en een ecologische beoordeling is daarom niet aan de orde Uitspraak ViA15 Recentelijk is een uitspraak geweest van de Raad van State, beter bekend als de “ViA15 uitspraak”, de gevolgen voor deze uitspraak zijn dat de Raad van State enkele vraagtekens heeft gezet bij het
Blad 12 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
rekenmodel van AERIUS aangaande het wegverkeer, en tot waar dit moet worden meegenomen. In het kader van dit onderzoek is deze uitspraak ook tegen het licht gehouden. Al het wegverkeer ligt binnen 5 kilometer van een stikstofgevoelig habitat in Natura 2000-gebied en dan is er geen noodzaak om rekening te houden met deze uitspraak. Gelet op de afstand van overige Natura 2000-gebieden kan ervan uitgegaan worden dat windrichting geen effect heeft van wegverkeer op die afstand. Het netto-effect wordt reeds op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Buurserzand & Haaksbergerveen wordt doorberekend, het gebied dat maatgevend zal omdat daar – indien aan de orde - de hoogste effecten worden verwacht.
5.3
Cumulatie Gezien de resultaten beschreven in paragraaf 5.2 kan worden geconcludeerd dat het projecteffect op zichzelf en daardoor ook in combinatie met andere plannen/projecten nimmer tot (significante) gevolgen kan leiden. Een cumulatieonderzoek is niet aan de orde.
Blad 13 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
6
Conclusies Nouryon Salt B.V. is voornemens zoutwinningslocaties te realiseren met een bijbehorend leidingnet en een pompstation. De projectlocatie is gelegen ten noordwesten van de bebouwde kom van Haaksbergen (gemeente Haaksbergen, provincie Overijssel). Het betreft 12 zoutwinningslocaties over een tracé van circa 3 km en een bijbehorend transportleiding- en distributienet. Uit de beoordeling van de mogelijke storingsfactoren in relatie tot de instandhoudingsdoelen van de omliggende Natura 2000-gebieden komt naar voren dat (significante) negatieve effecten van de meeste storingsfactoren kunnen worden uitgesloten. Slechts “vernatting” en “verzuring/vermesting door stikstofdepositie” blijven over als relevante storingsfactoren. Om de mogelijke effecten van vernatting en stikstofdepositie in beeld te brengen is respectievelijk gebruik gemaakt van een geo-hydrologisch onderzoek naar vernatting door bodemdaling en is een AERIUSberekening uitgevoerd Uit het geohydrologisch onderzoek blijkt dat vernatting door bodemdaling lokaal is en het invloedsgebied van het project voor wat betreft vernatting niet overlapt met enig Natura 2000gebied. Daarom zijn negatieve effecten door vernatting met zekerheid uit te sluiten.
Met de inwerking treding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering geldt er een partiële bouwvrijstelling voor wat betreft stikstofdepositie in de aanlegfase en de verwijderfase (zie art 2.9a Wnb en art 2.5 Beluit nb). Dat betekent dat in de voorliggende Voortoets alleen de gebruiksfase is doorgerekend met AERIUS Calculator (versie 2020). Uit deze AERIUS-berekening komt naar voren dat er in de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie door het project. Voor de gebruiksfase zijn negatieve gevolgen uitgesloten en een ecologische beoordeling en cumulatieonderzoek zijn daarom niet aan de orde Hiermee kan uit deze voortoets worden geconcludeerd dat - gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden - de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Een passende beoordeling of Wnb-vergunningsaanvraag zijn niet nodig.
Blad 14 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
7
Bronnen Arcadis, 2014. Effectafstanden natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. In opdracht van de Provincie Gelderland. Broekmeyer, M.E.A. (redactie), 2006. Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 1375.
Website RAVON Website Vlinderstichting Website Effectenindicator
Blad 15 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Bijlagen
Blad 16 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Bijlage 1: Aanlegfase met onderhoud Aanvang werkzaamheden (2021) In november 2021 wordt gestart met de werkzaamheden. De werkzaamheden in 2021 omvatten het aanvangen van de aanleg van het distributienet, het transportnet, het bijbehorende pompgebouw en de aanvang van de aanleg van de eerste 5 zoutwinningslocaties en 1 boring. Op basis van de planning is de emissie van de werkzaamheden verdeeld over de maanden in 2021 en 2022. Hiertoe is de volgende verdeling aangehouden: 2/3e van de werkzaamheden vinden plaats in 2021 voor het pompgebouw; 4/7e van de werkzaamheden vinden plaats in 2021 voor het distributieleidingnet en het transportnet; De zoutwinningslocatie van H-03 wordt volledig gerealiseerd in 2021; De zoutwinningslocatie en boring van H-04 wordt volledig gerealiseerd in 2021; Bij de zoutwinningslocatie van H-01, H-02 en H-05 vinden respectievelijk 1/2e, 1/4e en 3/4e van de werkzaamheden plaats in 2021. De werkzaamheden van het pompgebouw en de zoutwinningslocaties zijn berekend op basis van de emissiekentallen van AERIUS voor werktuigen en op basis van draaiuren. Deze totalen zijn te vinden in bijlage 2. De emissies die hieruit volgen zijn omgerekend om eventuele overlap tussen de kalenderjaren te berekenen, zoals eerder beschreven.
Deze werktuigen zijn middels een puntbron gemodelleerd op de locaties van de beoogde zoutwinningslocaties, met de sector Mobiele werktuigen, subsector Delfstoffenwinning. De standaard bronkenmerken van AERIUS zijn aangehouden. De gegevens omtrent de werkzaamheden ter hoogte van de tracés zijn mede door de aannemer aangeleverd. In samenspraak met de aannemer is gekeken naar stikstof reducerende maatregelen. Voor het rekenjaar 2021 is 4/7e van deze emissie gemodelleerd op de locatie van de tracés. De ingevulde emissie in AERIUS Calculator voor het rekenjaar 2021 is 571,81 kg NOx en 0,61 kg NH3. Deze emissie is met 5% reductie van het gebruik van HVO-Diesel. De totale emissie van de tracés is te vinden in bijlage 3. De emissies die optreden tijdens het boren zijn ook opgenomen in bijlage 2. Deze zijn op dezelfde plek gemodelleerd als waar de zoutwinningslocaties zijn aangelegd, met uitzondering van het aggregaat welke toegepast gaat worden. Van de gebruikte aggregaten is een emissiecijfer bekend en is de benodigde hoeveelheid brandstof ingeschat door een partij die gespecialiseerd is in boringen. Om tot een uitstoot te komen, is op basis van het brandstofverbruik de emissie NOx en NH3 bepaald. Hiertoe is aangenomen dat 1 liter diesel circa 3 kWh nuttige energie bevat3.
Dit aggregaat is uitgerust met een nageschakelde luchtzuiveringstechniek op basis van Adblue en resulteert in een beperkte NOx uitstoot. Op basis van emissiemetingen is dit 0,2 g/kWh0,2 g/kWh (bijlage 4). Omdat van de ammoniakuitstoot geen emissiegegevens bekend zijn, is veiligheidshalve uitgegaan van een emissie van 0,0057 g/kWh. Dit is circa 1.5 keer zo hoog als de hoogste emissiefactor voor werktuigen in AERIUS. Op basis van een dieselverbruik van 40.000 liter per boring (40.000 liter * 3 kWh/liter) is het gevraagde vermogen 120.000 kWh. Dit resulteert in een
3
Nuttige energie; hoeveelheid gewenste arbeid die uit de brandstof wordt gehaald. Totale energie-inhoud van diesel is ca. 10 kWh/liter
Blad 17 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
uitstoot van 24,0 kg NOx en 0,7 kg NH3 per boring. De emissies die optreden tijdens het boren zijn weergeven in Bijlage 2. De werktuigen zijn gemodelleerd als lijnbron per tracé. Hierbij is de tracélijn gevolgd als locatie. De werktuigen zijn gemodelleerd onder de sector Mobiele werktuigen subsector Bouw en industrie. De standaard bronkenmerken van AERIUS zijn aangehouden. Wegverkeer Ten behoeve van de werkzaamheden zullen voertuigen zich van en naar de verschillende werklocaties begeven voor personeel en materiaal/materieel. In de navolgende tabel zijn de uitgangspunten voor het wegverkeer gegeven. De verkeersaantallen zijn op dezelfde wijze verdeeld als de emissies van werktuigen, zoals eerder beschreven op basis van de werkverdeling. Tabel B 0.1: Uitgangspunten wegverkeer. Bron
Voertuigtype
Bewegingen
[-]
[-]
[#/jaar]
Licht verkeer
4.115
Zwaar verkeer
172
Licht verkeer
5.486
Zwaar verkeer
172
Licht verkeer
6.080
Middelzwaar verkeer
2.827
Zwaar verkeer
854
Licht verkeer
1.050
Middelzwaar verkeer
630
Zwaar verkeer
210
Licht verkeer
3.410
Middelzwaar verkeer
1.680
Zwaar verkeer
831
Licht verkeer
1.050
Middelzwaar verkeer
630
Zwaar verkeer
210
Verkeer richting transportnet
Weg naar distributienet
Verkeer naar bouwlocatie pompstation
Verkeer naar H-01 en H-02 (aanleg zoutwinningslocatie)
Verkeer naar H-03 en H-04 (aanleg zoutwinningslocatie en boring H-04)
Verkeer naar H-05
Het wegverkeer is gemodelleerd middels een lijnbron naar de betreffende locaties. Hiertoe is de sector buitenwegen gehanteerd. Er is geen stagnatiefactor gehanteerd.
Blad 18 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Boringen en afronden werkzaamheden (2022) In 2022 worden de werkzaamheden aan de eerste 7 zoutwinningslocaties, boringen, distributieen transportnet en het pompgebouw afgerond. Hiertoe is de volgende verdeling aangehouden: 1/3e van de werkzaamheden vinden plaats in 2022 voor het pompgebouw; 3/7e van de werkzaamheden vinden plaats in 2022 voor het distributieleidingnet en het transportnet; Bij de zoutwinningslocatie van H-01, H-02 en H-05 vinden respectievelijk 1/2e, 3/4e en 1/4e van de werkzaamheden plaats in 2022; Zoutwinningslocaties H-05, H-06 en H-07 worden volledig gerealiseerd in 2022; In 2022 wordt op locaties H-01 tot en met H-03 en H-05 tot en met H-07 geboord. De werkzaamheden van het pompgebouw en de zoutwinningslocaties zijn berekend op basis van de emissiekentallen van AERIUS voor werktuigen op basis van draaiuren. Deze totalen zijn te vinden in bijlage 2. Hiertoe zijn de emissies omgerekend om eventuele overlap tussen de kalenderjaren te berekenen, zoals eerder beschreven. Deze werktuigen zijn middels een puntbron gemodelleerd op de locaties van de beoogde zoutwinningslocaties, met de sector Mobiele werktuigen, subsector Delfstoffenwinning. De standaard bronkenmerken van AERIUS zijn aangehouden. De werkzaamheden ter hoogte van de tracés is in een andere hoedanigheid beschikbaar. De aannemer heeft deze gegevens voor een belangrijk deel aangeleverd.
Voor het rekenjaar 2022 is 3/7e van deze emissie gemodelleerd op de locatie van de tracés. De ingevulde emissie in AERIUS Calculator voor het rekenjaar 2022 is 428,86 kg NOx en 0,46 kg NH3. Deze emissie is met 5% reductie van het gebruik van HVO-Diesel. De totale emissie van de tracés is te vinden in bijlage 3 Deze werktuigen zijn gemodelleerd als lijnbronnen per tracé. Hierbij is de tracélijn gevolgd als locatie. De werktuigen zijn gemodelleerd onder de sector Mobiele werktuigen subsector Bouw en industrie. De standaard bronkenmerken van AERIUS zijn aangehouden. De emissies die optreden tijdens het boren zijn ook opgenomen in bijlage 2. Deze zijn op dezelfde plek gemodelleerd als waar de zoutwinningslocaties zijn aangelegd. Met uitzondering van het aggregaat welke toegepast gaat worden. Van de gebruikte aggregaten is een emissiecijfer bekend en is de benodigde hoeveelheid brandstof ingeschat door een partij die gespecialiseerd is in boringen. Om tot een uitstoot te komen is op basis van het brandstofverbruik de emissie NOx en NH3 bepaald. Hiertoe is aangenomen dat 1 liter diesel circa 3 kWh nuttige energie bevat4. Dit aggregaat is uitgerust met een nageschakelde luchtzuiveringstechniek op basis van Adblue en resulteert in een beperkte NOx uitstoot. Op basis van emissiemetingen is dit 0,2 g/kWh0,2 g/kWh (bijlage 4).
Omdat van de ammoniakuitstoot geen emissiegegevens bekend zijn is veiligheidshalve uitgegaan van een emissie van 0,0057 g/kWh wat ca 1.5 zo hoog is als de hoogste emissiefactor voor werktuigen in AERIUS. Op basis van een dieselverbruik van 40.000 liter per boring (40.000 liter * 3 kWh/liter) is het gevraagde vermogen 120.000 kWh. Dit resulteert in een uitstoot van 24 kg NOx en 0,7 kg NH3 per boring. Voor boring H-06 en H-07 wordt dit gereduceerd met 35% door gebruik van stroom op locatie tot een emissie van 15,6 kg NOx en 0,5 kg NH3. Wegverkeer Ten behoeve van de werkzaamheden zullen voertuigen zich van en naar de verschillende werklocaties begeven voor personeel, materiaal/materieel. In de navolgende tabel zijn de uitgangspunten voor het wegverkeer gegeven. De verkeersaantallen zijn op dezelfde wijze verdeeld als de emissies van werktuigen, zoals eerder beschreven op basis van de werkverdeling. 4
Nuttige energie; hoeveelheid gewenste arbeid die uit de brandstof wordt gehaald. Totale energie-inhoud van diesel is ca. 10 kWh/liter
Blad 19 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Tabel B0.2: Uitgangspunten wegverkeer. Bron
Voertuigtype
Bewegingen
[-]
[-]
[#/jaar]
Licht verkeer
3.086
Zwaar verkeer
129
Licht verkeer
4.115
Zwaar verkeer
129
Licht verkeer
3.040
Middelzwaar verkeer
1.414
Zwaar verkeer
427
Licht verkeer
2.970
Middelzwaar verkeer
1.050
Zwaar verkeer
892
Licht verkeer
610
Zwaar verkeer
271
Licht verkeer
960
Middelzwaar verkeer
210
Zwaar verkeer
341
Licht verkeer
4.020
Middelzwaar verkeer
1.680
Zwaar verkeer
1.102
Verkeer richting transportnet
Weg naar distributienet
Verkeer naar bouwlocatie pompstation
Verkeer naar H-01 en H-02 (aanleg zoutwinningslocatie+ boring)
Verkeer naar H-03 en H-04 (boring H-03)
Verkeer naar H-05 (zoutwinningslocatie + boring)
Verkeer naar H-06 en H-07 (zoutwinningslocatie + boring
Het wegverkeer is gemodelleerd middels een lijnbron naar de betreffende locaties. Hiertoe is de sector buitenwegen gehanteerd. Het wegverkeer is meegenomen tot daar waar het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hier is geen stagnatiefactor gehanteerd. Onderhoud aan zoutput H-01 tot en met H-05 (2023) De aangelegde zoutputten zullen periodiek worden onderhouden om de zoutwinning en de veiligheid te garanderen. Dit wordt ook wel een workover genoemd. In 2023 zal aan zoutput H-01 tot en met H-05 onderhoud plaatsvinden.
Blad 20 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Periodiek wordt de ontwikkeling van de cavernevorm en omvang vastgesteld door middel van een sonarmeting. Deze meting wordt op locatie uitgevoerd. Het meten vindt plaats met een auto waaruit de meetsonde wordt afgelaten in de caverne. Daarnaast wordt periodiek de caverne bezocht om dekenvloeistof in te brengen of te verwijderen. Het inbrengen gebeurt met een elektrische pomp die elektrisch wordt aangedreven. Behoudens (de-)mobilisatie zijn dit volledig geëlektrificeerde handelingen die geen emissie veroorzaken tijdens de handelingen. Tevens wordt een tractor ingezet tijdens de workover. De emissie die hieruit volgt is te vinden in bijlage 2. Er is geen aggregaat meer meegenomen voor mastwerkzaamheden tijdens de workover, deze werkzaamheden met de aanwezige stroom van de zoutwinningslocaties kunnen worden uitgevoerd. Wegverkeer Ten behoeve van het periodieke onderhoud zullen voertuigen zich van en naar de boorlocaties begeven. Dit verkeer is verdeeld over 2 lijnbronnen. In de navolgende tabel zijn de uitgangspunten voor het wegverkeer gegeven. Tabel B0.3: Uitgangspunten wegverkeer. Bron
Voertuigtype
[-]
[-]
Bewegingen [#/jaar]
Licht verkeer
200
Zwaar verkeer
540
Licht verkeer
200
Zwaar verkeer
540
Onderhoudsverkeer 1
Onderhoudsverkeer 2
Het wegverkeer is gemodelleerd middels een lijnbron naar de betreffende locaties. Hiertoe is de sector buitenwegen gehanteerd. Het wegverkeer is meegenomen tot daar waar het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hier is geen stagnatiefactor gehanteerd. Aanleg H-08 en onderhoud H-06 en H-07 (2024) In 2024 zal zoutput H-08 worden aangelegd samen met de bijbehorende infrastructuur. Ook zal er onderhoud worden gepleegd aan zoutputten H-06 en H-07. De emissies die optreden tijdens het boren en het aanleggen van de zoutwinningslocaties zijn opgenomen in bijlage 2. Deze zijn op dezelfde plek gemodelleerd als waar de zoutwinningslocaties zijn aangelegd, met uitzondering van het aggregaat dat toegepast gaat worden. Van deze aggregaten is een emissiecijfer bekend en is de benodigde hoeveelheid brandstof ingeschat door een partij die gespecialiseerd is in boringen. Om tot een uitstoot te komen is op basis van het brandstofverbruik de emissie NOx en NH3 bepaald. Hiertoe is aangenomen dat 1 liter diesel circa 3 kWh nuttige energie bevat5. Dit aggregaat is uitgerust met een nageschakelde luchtzuiveringstechniek op basis van Adblue en resulteert in een beperkte NOx uitstoot. Op basis van emissiemetingen is dit 0,2 g/kWh0,2 g/kWh (bijlage 4). Omdat 5
Nuttige energie; hoeveelheid gewenste arbeid die uit de brandstof wordt gehaald. Totale energie-inhoud van diesel is ca. 10 kWh/liter
Blad 21 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
van de ammoniakuitstoot geen emissiegegevens bekend zijn is veiligheidshalve uitgegaan van een emissie van 0,0057 g/kWh wat ca 1.5 zo hoog is als de hoogste emissiefactor voor werktuigen in AERIUS. Op basis van een dieselverbruik van 40.000 liter per boring (40.000 liter * 3 kWh/liter) is het gevraagde vermogen 120.000 kWh. Dit resulteert in een uitstoot van 24 kg NOx en 0,7 kg NH3 per boring. Voor de boring van H-08 wordt dit gereduceerd met 35% door gebruik van stroom op locatie tot een emissie van 15,6 kg NOx en 0,5 kg NH3. De aanleg van de distributieleiding H-08 is gegeven in tabel B0.4. Tabel B0.4: invoergegevens werktuigen distributienet. Werktuig
Stage klasse
Literverbruik
Stationaire uren
Cilinderinhoud
[-]
[-]
[liter/jaar]
[uren/jaar]
[liter]
Autokraan 50 ton
Stage IV 300-560 kW
119
4
16,75
Graafmachines
Stage IV 130-300 kW
1.078
26
7,5
Tractor met Dumper
Stage IV 75 – 130 kW
298
6
5
Vulpomp/Testpomp
Stage IV 56 – 75 kW
111
4
2,8
Vrachtwagens
Kipper Euro-VI
118
4
16,75
Klein materieel
Stage IIIa 18-37 kW
114
14
0,9
Bemalingspomp
Stage IV 56-75 kW
97
29
2,9
Deze werktuigen zijn gemiddeld middels een lijnbron ter hoogte van het tracé hiertoe zijn de standaard bronkenmerken van werktuigen sector bouw en industrie aangehouden. Periodiek wordt de ontwikkeling van de cavernevorm en omvang vastgesteld door middel van een sonarmeting. Deze meting wordt op locatie uitgevoerd. Het meten vindt plaats met een auto waaruit de meetsonde wordt afgelaten in de caverne. Daarnaast wordt periodiek de caverne bezocht om dekenvloeistof in te brengen of te verwijderen. Het inbrengen gebeurt met een elektrische pomp die elektrisch wordt aangedreven. Behoudens (de-)mobilisatie zijn dit volledig geëlektrificeerde handelingen die geen emissie veroorzaken tijdens de handelingen. Tevens wordt een tractor ingezet tijdens de workover. De emissie hiervan is te vinden in bijlage 2. Gezien de mastwerkzaamheden tijdens de workover met de aanwezige stroom van de zoutwinningslocaties kan, is geen aggregaat meer hiervoor meegenomen. Wegverkeer Ten behoeve van het periodieke onderhoud, de boringen en het tracé zullen voertuigen zich van en naar de boorlocaties begeven. Dit verkeer is verdeeld over 2 lijnbronnen. In tabel 6.5 zijn de uitgangspunten voor het wegverkeer gegeven.
Blad 22 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Tabel B0.5: Uitgangspunten wegverkeer. Bron
Voertuigtype
[-]
[-]
[#/jaar]
Licht verkeer
2.010
Middelzwaar verkeer
840
Zwaar verkeer
551
Licht verkeer
720
Zwaar verkeer
30
Licht verkeer
200
Zwaar verkeer
540
Verkeer naar H-08 (zoutwinningslocatie + boring)
Bewegingen
Verkeer naar transporttracé
Onderhoudsverkeer 2
Het wegverkeer is gemodelleerd middels een lijnbron naar de betreffende locaties. Hiertoe is de sector buitenwegen gehanteerd. Het wegverkeer is meegenomen tot daar waar het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hier is geen stagnatiefactor gehanteerd. Aanleg H-09 en onderhoud aan H-01 tot en met H-05 (2025) In 2025 zal zoutput H-09 en het leidingnet van H-08 tot en met H-09 worden aangelegd. Tevens zal onderhoud worden gepleegd aan H-01 tot en met H-05. De emissies die optreden tijdens het boren en het aanleggen van de zoutwinningslocaties zijn ook opgenomen in bijlage 2. Deze zijn op dezelfde plek gemodelleerd als waar de zoutwinningslocaties zijn aangelegd. Met uitzondering van het aggregaat dat toegepast gaat worden. Van deze aggregaten is een emissiecijfer bekend en is de benodigde hoeveelheid brandstof ingeschat door een partij die gespecialiseerd is in boringen. Om tot een uitstoot te komen is op basis van het brandstofverbruik de emissie NOx en NH3 bepaald. Hiertoe is aangenomen dat 1 liter diesel circa 3 kWh nuttige energie bevat6. Dit aggregaat is uitgerust met een nageschakelde luchtzuiveringstechniek op basis van Adblue en resulteert in een beperkte NOx uitstoot. Op basis van emissiemetingen is dit 0,2 g/kWh0,2 g/kWh (bijlage 4).
Omdat van de ammoniakuitstoot geen emissiegegevens bekend zijn is veiligheidshalve uitgegaan van een emissie van 0,0057 g/kWh wat ca 1.5 zo hoog is als de hoogste emissiefactor voor werktuigen in AERIUS. Op basis van een dieselverbruik van 40.000 liter per boring (40.000 liter * 3 kWh/liter) is het gevraagde vermogen 120.000 kWh. Dit resulteert in een uitstoot van 24 kg NOx en 0,7 kg NH3 per boring. Voor boring van H-09 wordt dit gereduceerd met 35% door gebruik van stroom op locatie tot een emissie van 15,6 kg NOx en 0,5 kg NH3. De inzet van de werktuigen voor het aanleggen van de distributieleiding is weergegeven in tabel B0.6.
6
Nuttige energie; hoeveelheid gewenste arbeid die uit de brandstof wordt gehaald. Totale energie-inhoud van diesel is ca. 10 kWh/liter
Blad 23 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Tabel B0.6: invoergegevens werktuigen distributienet. Werktuig
Stage klasse
Literverbruik
Stationaire uren
Cilinderinhoud
[-]
[-]
[liter/jaar]
[uren/jaar]
[liter]
Autokraan 50 ton
Stage IV 300-560 kW
108
4
16,75
Graafmachines
Stage IV 130-300 kW
976
23
7,5
Tractor met Dumper
Stage IV 75 – 130 kW
267
6
5
Vulpomp/Testpomp
Stage IV 56 – 75 kW
100
3
2,8
Vrachtwagens
Kipper Euro-VI
106
4
16,75
Klein materieel
Stage IIIa 18-37 kW
103
12
0,9
Bemalingspomp
Stage IV 56-75 kW
88
27
2,9
Deze werktuigen zijn gemiddeld middels een lijnbron ter hoogte van het tracé hiertoe zijn de standaard bronkenmerken van werktuigen sector bouw en industrie aangehouden. Periodiek wordt de ontwikkeling van de cavernevorm en omvang vastgesteld door middel van een sonarmeting. Deze meting wordt op locatie uitgevoerd. Het meten vindt plaats met een auto waaruit de meetsonde wordt afgelaten in de caverne. Daarnaast wordt periodiek de caverne bezocht om dekenvloeistof in te brengen of te verwijderen. Het inbrengen gebeurt met een elektrische pomp die elektrisch wordt aangedreven. Behoudens (de-)mobilisatie zijn dit volledig geëlektrificeerde handelingen die geen emissie veroorzaken tijdens de handelingen. Tevens wordt een tractor ingezet tijdens de workover. De emissie hiervan is te vinden in bijlage 2. Er is geen aggregaat meer meegenomen voor mastwerkzaamheden tijdens de workover, omdat deze werkzaamheden met de aanwezige stroom van de zoutwinningslocaties kunnen worden uitgevoerd. Wegverkeer Ten behoeve van het periodieke onderhoud, de boringen en het tracé zullen voertuigen zich van en naar de boorlocaties begeven. Dit verkeer is verdeeld over 2 lijnbronnen. In tabel B0.7 zijn de uitgangspunten voor het wegverkeer gegeven.
Blad 24 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Tabel B0.7: Uitgangspunten wegverkeer. Bron
Voertuigtype
[-]
[-]
[#/jaar]
Licht verkeer
2.010
Middelzwaar verkeer
840
Zwaar verkeer
551
Licht verkeer
1440
Zwaar verkeer
60
Licht verkeer
200
Zwaar verkeer
540
Verkeer naar H-09 (zoutwinningslocatie + boring)
Bewegingen
Verkeer naar transporttracé
Onderhoudsverkeer 1
Het wegverkeer is gemodelleerd middels een lijnbron naar de betreffende locaties. Hiertoe is de sector buitenwegen gehanteerd. Het wegverkeer is meegenomen tot daar waar het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hier is geen stagnatiefactor gehanteerd. Aanleg H-10 en onderhoud aan H-01, H-03, H-04, H-06, H-07 en H-08 (2026) In 2026 zal zoutput H-10 en het leidingnet van H-09 tot en met H-10 worden aangelegd. Tevens zal onderhoud worden gepleegd aan H-01, H-03, H-04, H-06, H-07 en H-08. De emissies die optreden tijdens het boren en het aanleggen van de zoutwinningslocaties zijn ook opgenomen in bijlage 2. Deze zijn op dezelfde plek gemodelleerd als waar de zoutwinningslocaties zijn aangelegd. Met uitzondering van het aggregaat dat toegepast gaat worden. Van deze aggregaten is een emissiecijfer bekend en is de benodigde hoeveelheid brandstof ingeschat door een partij die gespecialiseerd is in boringen. Om tot een uitstoot te komen is op basis van het brandstofverbruik de emissie NOx en NH3 bepaald. Hiertoe is aangenomen dat 1 liter diesel circa 3 kWh nuttige energie bevat7. Dit aggregaat is uitgerust met een nageschakelde luchtzuiveringstechniek op basis van Adblue en resulteert in een beperkte NOx uitstoot. Op basis van emissiemetingen is dit 0,2 g/kWh0,2 g/kWh (bijlage 4).
Omdat van de ammoniakuitstoot geen emissiegegevens bekend zijn is veiligheidshalve uitgegaan van een emissie van 0,0057 g/kWh wat ca 1.5 zo hoog is als de hoogste emissiefactor voor werktuigen in AERIUS. Op basis van een dieselverbruik van 40.000 liter per boring (40.000 liter * 3 kWh/liter) is het gevraagde vermogen 120.000 kWh. Dit resulteert in een uitstoot van 24 kg NOx en 0,7 kg NH3 per boring. Voor boring van H-10 wordt dit gereduceerd met 35% door gebruik van stroom op locatie tot een emissie van 15,6 kg NOx en 0,5 kg NH3. De inzet van de werktuigen voor het aanleggen van de distributieleiding is weergegeven in tabel B0.8.
7
Nuttige energie; hoeveelheid gewenste arbeid die uit de brandstof wordt gehaald. Totale energie-inhoud van diesel is ca. 10 kWh/liter
Blad 25 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Tabel B0.8: invoergegevens werktuigen distributienet. Werktuig
Stage klasse
Literverbruik
Stationaire uren
Cilinderinhoud
[-]
[-]
[liter/jaar]
[uren/jaar]
[liter]
Autokraan 50 ton
Stage IV 300-560 kW
149
5
16,75
Graafmachines
Stage IV 130-300 kW
1.177
29
7,5
Tractor met Dumper
Stage IV 75 – 130 kW
267
6
5
Vulpomp/Testpomp
Stage IV 56 – 75 kW
139
5
2,8
Vrachtwagens
Kipper Euro-VI
146
5
16,75
Klein materieel
Stage IIIa 18-37 kW
133
16
0,9
Bemalingspomp
Stage IV 56-75 kW
113
34
2,9
HDD rig
Stage IV 300-560 kW
180
3
23.5
Deze werktuigen zijn gemiddeld middels een lijnbron ter hoogte van het tracé hiertoe zijn de standaard bronkenmerken van werktuigen sector bouw en industrie aangehouden. Periodiek wordt de ontwikkeling van de cavernevorm en omvang vastgesteld door middel van een sonarmeting. Deze meting wordt op locatie uitgevoerd. Het meten vindt plaats met een auto waaruit de meetsonde wordt afgelaten in de caverne. Daarnaast wordt periodiek de caverne bezocht om dekenvloeistof in te brengen of te verwijderen. Het inbrengen gebeurt met een elektrische pomp die elektrisch wordt aangedreven. Behoudens (de-)mobilisatie zijn dit volledig geëlektrificeerde handelingen die geen emissie veroorzaken tijdens de handelingen. Tevens wordt een tractor ingezet tijdens de workover. De emissie die hieruit volgt is te vinden in bijlage 2. Er is geen aggregaat meer meegenomen voor mastwerkzaamheden tijdens de workover, omdat deze werkzaamheden met de aanwezige stroom van de zoutwinningslocaties kunnen worden uitgevoerd. Wegverkeer Ten behoeve van het periodieke onderhoud, de boringen en het tracé zullen voertuigen zich van en naar de boorlocaties begeven. Dit verkeer is verdeeld over 2 lijnbronnen. In de tabel B0.9 zijn de uitgangspunten voor het wegverkeer gegeven.
Blad 26 van 36
Voortoets Wnb Zoutwinning Haaksbergen projectnummer 0460482.100 24 augustus 2021 revisie 13 Nouryon Salt B.V.
Tabel B0.9: Uitgangspunten wegverkeer. Bron
Voertuigtype
[-]
[-]
[#/jaar]
Licht verkeer
2.010
Middelzwaar verkeer
840
Zwaar verkeer
551
Licht verkeer
1440
Zwaar verkeer
60
Licht verkeer
200
Zwaar verkeer
540
Verkeer naar H-10 (zoutwinningslocatie + boring)
Bewegingen
Verkeer naar transporttracé
Onderhoudsverkeer 1
Het wegverkeer is gemodelleerd middels een lijnbron naar de betreffende locaties. Hiertoe is de sector buitenwegen gehanteerd. Het wegverkeer is meegenomen tot daar waar het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hier is geen stagnatiefactor gehanteerd. Aanleg H-11 en onderhoud aan H-02, H-04 tot en met H-09 (2027) In 2027 zal zoutput H-11 en het leidingnet van H-09 tot en met H-10 worden aangelegd. Tevens zal onderhoud worden gepleegd aan H-02, H-04 tot en met H-09. De emissies die optreden tijdens het boren en het aanleggen van de zoutwinningslocaties zijn ook opgenomen in bijlage 2. Deze zijn op dezelfde plek gemodelleerd als waar de zoutwinningslocaties zijn aangelegd. Met uitzondering van het aggregaat dat toegepast gaat worden. Van deze aggregaten is een emissiecijfer bekend en is de benodigde hoeveelheid brandstof ingeschat door een partij die gespecialiseerd is in boringen. Om tot een uitstoot te komen is op basis van het brandstofverbruik de emissie NOx en NH3 bepaald. Hiertoe is aangenomen dat 1 liter diesel circa 3 kWh nuttige energie bevat8. Dit aggregaat is uitgerust met een nageschakelde luchtzuiveringstechniek op basis van Adblue en resulteert in een beperkte NOx uitstoot. Op basis van emissiemetingen is dit 0,2 g/kWh0,2 g/kWh (bijlage 4).
Omdat van de ammoniakuitstoot geen emissiegegevens bekend zijn is veiligheidshalve uitgegaan van een emissie van 0,0057 g/kWh wat ca 1.5 zo hoog is als de hoogste emissiefactor voor werktuigen in AERIUS. Op basis van een dieselverbruik van 40.000 liter per boring (40.000 liter * 3 kWh/liter) is het gevraagde vermogen 120.000 kWh. Dit resulteert in een uitstoot van 24 kg NOx en 0,7 kg NH3 per boring. Voor boring van H-11 wordt dit gereduceerd met 35% door gebruik van stroom op locatie tot een emissie van 15,6 kg NOx en 0,5 kg NH3. De inzet van de werktuigen voor het aanleggen van de distributieleiding is weergegeven in tabel B0.10.