CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2029 Vastgesteld

Gemeenteraad 5 november 2025, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-202939.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Naam indicator

Eenheid

Cliënten met een maatwerk voorziening Wmo

Aantal per 10.000 inwoners

2024

680

669

*

Kinderen in uitkeringsgezin

%

2023

4%

3%

*

Lopende re-integratie voorzieningen

Aantal per 10.000 inwoners (15-74 jarigen) % van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking

2024

109,6

156,6

*

2024

73,1%

73,8%

*

2023

773,2

708,1

*

Werkloze jongeren

Aantal per 1.000 inwoners van 15-64 jaar 16 t/m 22-jarigen

2023

1%

1%

*

Personen met een bijstandsuitkering

Aantal per 10.000 inwoners

2024

184,8

176

*

Jongeren met een delict voor de rechter

% 12 t/m 21 jarigen

2021

1%

1%

*

Jongeren met Jeugdhulp

% van alle jongeren tot 18 jaar

2024

10,7%

13,1%

*

Jongeren met jeugdbescherming

% van alle jongeren tot 18 jaar

2024

0,7%

0,9%

*

Jongeren met jeugdreclassering

% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar

2024

0,3%

0,4%

*

Netto arbeidsparticipatie

Banen

Jaartal Stand Gemiddelde Gestelde norm actuele Haaksbergen van de referentie cijfers gemeenten

Programmabegroting 2026

44

* Voor de indicatoren geldt dat de raad de norm, die wordt nagestreefd, nog niet heeft vastgesteld. Aan het thema normering van prestatie-indicatoren wordt binnen het programma “Haaksbergen Ster(ker) in ontwikkeling” aandacht geschonken.

Wat kost het? Begrote baten en lasten Prog. Omschrijving programma 6 6

Sociaal domein Sociaal domein Totaal programma Sociaal domein * incl. eerste bestuursrapportage 2025

Baten / Lasten Baten Lasten

Werkelijk 2024 12.539 34.595 -22.056

Begroot 2025 * 10.262 38.275 -28.013

Begroot 2026 10.262 38.449 -28.187

Begroot 2027 11.103 38.127 -27.025

bedragen x € 1.000 Begroot Begroot 2028 2029 8.700 8.700 35.132 35.073 -26.432 -26.373

Programmabegroting 2026

45

7. Volksgezondheid en milieu Inleiding Binnen dit programma valt de inzameling van afval. Ook het aanleggen en onderhouden van riolering en watersystemen en de bijbehorende rioolheffing vallen onder dit programma. Daarnaast vallen de werkzaamheden rondom milieubeheer, begraafplaatsen en volksgezondheid ook onder dit programma. Het programma Volksgezondheid richt zich op het bevorderen van een gezonde leefstijl, het voorkomen van ziekte en beschermen van de gezondheid van de inwoners van Haaksbergen. Dit doen we in samenwerking met de Twentse gemeenten en GGD. We werken vanuit een regionale visie ‘Gezonde Generaties in Twente’ 2024-2027. Daarbinnen zetten we in op vier thema’s (mentale gezondheid, leefstijl, beschermen en vaccineren, leefomgeving) met aandacht voor de overkoepelende uitgangspunten en wisselende aanpak in de leeftijdsgroepen. Vanaf 1 januari 2026 wordt de uitvoering van suïcidepreventie een wettelijke taak onder de Wet publieke gezondheid (Wpg). Op dit moment verkennen we regionaal hoe we deze taak gezamenlijk goed kunnen uitvoeren. Ook deze ontwikkeling vertalen we naar een passende, effectieve lokale invulling in nauwe samenwerking met onze partners in Haaksbergen. Waar doen we het voor? We streven naar een gezonde Haaksbergse generatie in 2040 en stimuleren een actieve leefstijl.

Dit doen we door inwoners toegang te bieden tot preventieve voorzieningen en te werken aan een gezonde leefomgeving. Volksgezondheid Wat willen we bereiken? 7.1 Een duurzame samenleving waarin de inwoners van Haaksbergen beschermd worden tegen gezondheidsrisico’s, gestimuleerd worden tot een gezonde leefstijl en ondersteund worden in hun fysieke, mentale en sociale welzijn. Wat gaan we ervoor doen in 2026? 7.1.1 We blijven uitvoering geven aan de thema’s die onder het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) vallen met als doel een gezonde generatie in 2040. Dit doen we door invulling te geven aan het Regioplan (Twentse Koers) en het lokale plan van aanpak SPUK/GALA. Alles in nauwe samenwerking met zowel regionale als lokale partners. Onder deze inzet vallen de verplichte ketenaanpakken: Kind naar Gezonder Gewicht, Kansrijke Start, Valpreventie en Welzijn op Recept. Voor een goede uitvoering van deze aanpakken werken we intensief samen met de Eerstelijnszorg Haaksbergen, de huisartsengroep Haaksbergen en Wijkracht. 7.1.2 Vanaf 2026 passen we bij alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten standaard een gezondheidstoets toe. Hierbij wordt gekeken naar aspecten als toegankelijkheid van beweegruimte, voldoende groen, schaduwplekken en veilige speelvoorzieningen. Zo bouwen we aan een omgeving die gezondheid stimuleert.

De GGD vervult binnen de Jeugdgezondheidszorg (Jgz) een centrale rol in preventie en gezondheidsbevordering. In 2026 ligt de nadruk op het verder uitrollen en versterken van de prenatale huisbezoeken aan aanstaande ouders in kwetsbare situaties. 7.1.3 In 2026 onderzoeken we de mogelijkheden om het JOGG-programma (gezonde jeugd, gezonde toekomst) ook na 2026 voort te kunnen zetten.

Programmabegroting 2026

46

7.1.4

In samenwerking met de GGD worden er uitvoeringsplannen uitgewerkt op de thema’s ‘mentale gezondheid’, ‘leefstijl’, ‘beschermen en vaccineren’ en ‘leefomgeving’ onder de visie ‘Gezonde Generaties in Twente’. Binnen deze uitvoeringsplannen onderscheiden we vanuit de levensloopbenadering drie levensfasen: - Gezond opgroeien: het verminderen van zorgvragen en de daarmee samenhangende zorgconsumptie op latere leeftijd, start met het bevorderen van gezond gedrag bij kinderen en adolescenten. We sluiten aan bij daar waar jeugdigen opgroeien: het gezin, de school, de wijk, sport en cultuur. - Gezond meedoen: “Meedoen” staat voor die levensfase waarin men actief is in de samenleving. Gevolgen van leefstijl van volwassenen uiten zich in de mate van gezondheidsvraagstukken op latere leeftijd. - Gezond oud zijn: Het accent verschuift naar het ondersteunen van het aanpassingsvermogen. Demedicalisering en normalisering is hierbij onze inzet. 7.1.6 In 2026 is er een regionaal beleidskader suïcidepreventie ontwikkeld, met een vertaling naar een lokaal beleidskader, met duidelijke ambities, preventieve maatregelen en afspraken over samenwerking en uitvoering. 7.1.7 In 2026 start de uitvoering van het regionale transformatieplan Mentaal Gezond Twente Riolering en Water Wat willen we bereiken? 7.2 Een duurzaam en toekomstbestendig beheer van water- en rioleringssystemen.

Wat gaan we ervoor doen in 2026? 7.2.1 Voorbereiden en aanbesteden verbeterde software voor het risico-gestuurd beheer. 7.2.2 Uitvoering vervangen riolering Parallelweg Haaksbergen. 7.2.3 Uitvoering vervangen riolering Zwartewaterland. 7.2.4 Voorbereiding vervanging riolering Goorsestraat tussen de Benninkrotonde en S. Frankenhuisrotonde. 7.2.5 Uitvoering maatregelen tegen wateroverlast Benninkstraat en Veldmaat bomenbuurt (Berk). 7.2.6 Voorbereiding vervanging riolering in de Hibbertsstraat en Sterkestraat. 7.2.7 Voorbereiding vervanging riolering Industriestraat en omstreken. 7.2.8 Voorbereiden en aanbesteden Grondwatermeetnet in TWN verband. Na aanbesteding van het grondwatermeetnet zullen we dit begin 2026 implementeren. Dat is inclusief een openbare portal, zodat inwoners zelf de grondwaterstanden kunnen raadplegen Afval Wat willen we bereiken? 7.3 Onze doelstelling is om de komende jaren de hoeveelheid restafval te verminderen en meer recycling van grondstoffen te bereiken. De lange termijn ambitie is een circulaire economie in 2050. Wat gaan we ervoor doen in 2026? 7.3.1 Uitvoering geven aan de plannen uit de grondstoffenvisie 2025-2030, inclusief onderliggende afvalstoffenverordening en beleid. 7.3.2 Inzet op vermindering restafval en verhoging scheidingspecentage van grondstoffen, in lijn met het landelijke en regionale afvalbeleid.

7.3.3 Inzet op afvalpreventie door (meer) bewustwording te creëren onder onze inwoners. 7.3.4 Uitwerken van afspraken uit de nieuwe ketenovereenkomst PMD met Verpact. Milieubeheer Wat willen we bereiken? 7.4 We werken aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving, zodat iedereen in Haaksbergen prettig kan wonen, werken en leven.

Programmabegroting 2026

47

Wat gaan we ervoor doen in 2026? 7.4.1 De Omgevingsdienst boekt goede voortgang om te voldoen aan de robuustheidcriteria. Er is opgeschaald in opleidingsbudget en in de meest recente voortgangsrapportage vanuit het Rijk staat dat wordt verwacht dat in 2026 wordt voldaan aan de robuustheidscriteria. 7.4.2 Risico- en branchegericht werken toepassen op de frequentie van periodieke controles om zo de capaciteit van toezicht efficiënter te benutten. 7.4.3 Het projectplan Energie & Duurzaamheid loopt op schema. Vanuit dit project worden energie- en duurzaamheidscontrole’s uitgevoerd en wordt advies gegeven rondom circulaire economie. 7.4.4 Wij geven uitvoering aan de wettelijke bodemtaken. Daarnaast werken wij samen met het Projectbureau bodemasbestsanering aan het saneren van asbest in de bodem. 7.4.5 We gaan geleidelijk naar een meer natuurvriendelijke vorm van beheer en onderhoud. Dierenoverlast/ongediertebestrijding Wat willen we bereiken? 7.5 Overlast van dieren zo veel als mogelijk beperken. Wat gaan we ervoor doen in 2026? 7.5.1 Bij de strijd tegen de eikenprocessierups stoppen we met het gebruik van preventieve bestrijdingsmiddelen. In plaats daarvan zetten we nu volledig in op het beheersen van de plaag door de natuurlijke vijanden van de rups te ondersteunen.

7.5.2 In de bebouwde kom creëren we daarom meer leefgebieden voor de natuurlijke vijanden van de rups, zoals sluipwespen en kool- en pimpelmezen. We gaan geleidelijk aan naar een andere manier van beheer en onderhoud (minder maaien van bermen en gazons) en het inzaaien van bloemenmengsels. 7.5.3 Voldoende hondenvoorzieningen, die goed onderhouden worden. Begraafplaatsen Wat willen we bereiken? 7.6 Conform het vastgestelde Beleidskader Toekomstbestendige Begraafplaatsen realiseren van meer inkomsten en een betere kostendekking op de begraafplaatsen. Wat gaan we ervoor doen in 2026? 7.6.1 Het bieden van meer keuzemogelijkheden voor begraven en asbestemming, waardoor onze begraafplaatsen aantrekkelijker worden. 7.6.2 Een efficiënte en toekomstbestendige exploitatie van de begraafplaatsen. 7.6.3 Duurzaam en natuurvriendelijk beheer van de begraafplaatsen en steeds meer omvorming naar herdenkingsparken. 7.6.4 Goede zorg voor onze oorlogsgraven. 7.6.5 Promoten van onze nieuwe ontwikkelingen op de Hooge Weide en het natuurbegraven door rondleidingen, een folder en een actuele website. 7.6.6 Uitvoeren van investeringen op onze begraafplaatsen, zoals de vergroting van het areaal van de natuurbegraafplaats en asbestemmingen in het bos. 7.6.7 Realisatie van een ceremonieplek op het natuurgedeelte. 7.6.8 Vergroenen van de reguliere grafvelden op het Waarveld.

7.8.9 Achterhalen van nabestaanden/rechthebbenden van het katholieke deel op onze oude begraafplaats en plannen maken voor ontwikkeling van dit deel van de Hooge Weide.

Programmabegroting 2026

48

Verbonden partijen Gemeenschappelijke Regeling Gezondheid (Openbaar Lichaam SamenTwente) Per 8 juli 2021 is de Gemeenschappelijke Regeling Gezondheid ingegaan. SamenTwente behartigt de belangen op het gebied van Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente, Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning, onder de naam Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT) en Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, onder de naam Veilig Thuis Twente (VTT). Twente Milieu Sinds 2018 is Twente Milieu een partner van de gemeente Haaksbergen voor taken in de openbare ruimte. Twente Milieu is onder andere actief op het gebied van groen, (water)wegen, riolering, afval, evenementen en recreatieve voorzieningen. Samen met de gemeenten Almelo, Berkelland, Borne, Enschede, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal en Wierden is Haaksbergen 100% aandeelhouder. Twente Milieu realiseert een aanzienlijk deel van de afgesproken ombuigingen. Openbaar Lichaam Crematoria Twente/Crematoria Twente-Oost Nederland BV Gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam gevestigd te Enschede. In standhouden en exploiteren van crematoria in Enschede, Almelo, Borne en Oldenzaal. Twence Holding B.V. Twence blijft inzetten op de transitie tot een grondstoffen- en energiebedrijf.

Daarvoor worden de bestaande installaties optimaal gebruikt en verbeterd, worden er meer grondstoffen uit afval, reststromen en biomassa gewonnen en wordt er meer duurzame energie uit hernieuwbare energiebronnen opgewekt. Haaksbergen is aandeelhouder van Twence. Door Twence opgewekte duurzame energie telt, naar rato van ons aandelenbezit, mee voor de energiedoelstellingen van Haaksbergen. Omgevingsdienst Twente (ODT) De Omgevingsdienst Twente geeft uitvoering aan de verplichte basistaken op grond van de artikelen 5.4, eerste lid en 5.5 van de Wabo en Omgevingswet. Het betreft in hoofdzaak de activiteiten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden dient voldaan te worden aan vastgestelde normen (de kwaliteitscriteria 3.0.). Prestatie-indicatoren Naam indicator

Eenheid

Hoeveelheid fijn restafval kg fijn restafval per per inwoner in 2030, Afvalinwoner loos Twente

Jaartal Stand Gemiddelde Gestelde Type norm actuele Haaksbergen van de referentie cijfers gemeenten 2023

128 kg

106 kg

50 kg in 2030

*

% afvalscheiding * Afvalscheidingspercentage op het gebied van 75% in in 2023 op het gebied van 63% 77% afval en 2023 afval en grondstoffen grondstoffen * Voor de indicatoren geldt dat de raad de norm, die wordt nagestreefd, nog niet heeft vastgesteld. Aan het thema normering van prestatie-indicatoren wordt binnen het programma “Haaksbergen Ster(ker) in ontwikkeling” aandacht geschonken.

Programmabegroting 2026

49

Wat kost het? Begrote baten en lasten Prog. Omschrijving programma 7 7

Volksgezondheid en milieu Volksgezondheid en milieu Totaal programma Volksgezondheid en milieu * incl. eerste bestuursrapportage 2025

Baten / Lasten Baten Lasten

Werkelijk 2024 7.876 8.814

Begroot 2025 * 7.959 9.101

Begroot 2026 8.089 9.370

Begroot 2027 8.034 9.312

-938

-1.141

-1.281

-1.278

bedragen x € 1.000 Begroot Begroot 2028 2029 8.034 8.034 9.309 9.308 -1.275

-1.274

Programmabegroting 2026

50

8. Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Inleiding Binnen dit programma valt ruimtelijke ontwikkeling binnen de kernen en het buitengebied, het beleid voor woningbouw en duurzaamheid. Waar doen we het voor? We werken aan een gezonde, duurzame en veilige fysieke leefomgeving met passende en betaalbare huisvesting voor alle inwoners. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Wat willen we bereiken? 8.1 Een verdere implementatie van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. 8.2 Voldoende woningen bouwen waar nu en in de toekomst behoefte aan is. 8.3 Een aantrekkelijk woonaanbod dat flexibel is en past bij de verschillende doelgroepen. 8.4 Een inclusieve samenleving, waarin ieder individu passend bij zijn woonsituatie woonruimte kan vinden. Hierbij is nadrukkelijk aandacht voor samenwerking met onze maatschappelijke partners en de integratie van nieuwkomers in de diverse buurten. 8.5 Een aantrekkelijke (woon)omgeving. 8.6 Een vitaal platteland behouden en waar mogelijk versterken. 8.7 Behoud en herstel van het streekeigen landschap en biodiversiteit. 8.8 Ondersteunen van onze agrariërs in de transitie van het landelijk gebied. Wat gaan we ervoor doen in 2026? 8.1.1 Wij gaan verder met het opstellen van een Omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente Haaksbergen. Dit Omgevingsplan moet 1 januari 2032 gereed zijn.

8.1.2 De Omgevingsvisie, die we in 2025 afronden, werken we uit in programma’s, waarmee we gestructureerd aan realisatie van doelstellingen in de visie kunnen werken. 8.2.1 Nadat begin 2026 het Masterplan uitbreidingslocaties is vastgesteld, starten we met de uitwerking van het masterplan in het Omgevingsplan. Bij de uitbreidingslocaties maken we gebruik van actief grondbeleid. 8.2.2 De benodigde planologische procedures doorlopen/verlenen van de benodigde vergunningen voor de (grotere) inbreidingslocaties om woningbouw mogelijk te maken, zoals hoek Hengelosestraat/Albert Cuyplaan (garage Hartgerink), Van Brakelstraat 1, Bartokstraat 19-21, Holthuizerstraat 12 en het TTH terrein. Voor de woningbouwlocaties Bartokstraat 19-21 en Holthuizerstraat 12 selecteren wij een ontwikkelaar. Met de geselecteerde ontwikkelaar maken wij afspraken over de woningbouwontwikkeling. 8.2.3 Verdere planvorming en de benodigde planologische procedures doorlopen voor nieuwe woningbouwlocaties in Buurse en St. Isidorushoeve. 8.2.4 Op basis van de Woondeal Twente sturen wij op een mix van woningtypen bij nieuwe woningbouwontwikkelingen (30-40-30 regeling). 8.2.5 Wij geven uitvoering aan de acties, zoals opgenomen in de Nota grondbeleid, die in 2025 wordt vastgesteld, zoals het opstellen van een Nota kostenverhaal. 8.3.1 We onderzoeken (nieuwe) locaties voor tijdelijke woningbouw.

8.4.1 We stellen het verplichte volkshuisvestingsprogramma en de bijbehorende huisvestingsverordening op. In dit kader zullen wij ook het woonbehoefteonderzoek actualiseren. 8.4.2 Uitvoering geven aan de bestaande prestatieafspraken met Domijn en de huurdersvereniging. 8.5.1 Wij maken afspraken over een goede ruimtelijke inpassing van initiatieven op inbreidingslocaties en in het buitengebied. 8.6.1 Wij faciliteren particuliere initiatieven in het buitengebied van Haaksbergen. Programmabegroting 2026

51

8.6.2 8.6.3 8.6.4 8.7.1 8.7.2 8.7.3 8.8.1 8.8.2

We stimuleren en faciliteren het gebiedsproces Buurse. We zetten in op gebiedsgericht werken met als pilot/start Buurse. We werken aan het Omgevingsprogramma Toekomstgericht Buitengebied, waarin ook het wonen in het buitengebied wordt opgenomen. Voor participatie in het landschap en biodiversiteit haken we aan bij provinciale mogelijkheden voor maatschappelijke groene initiatieven. Daarnaast stimuleren en faciliteren we boer- en inwonerinitiatieven op het gebied van verduurzaming landbouw, landschap en biodiversiteit. We zetten communicatie in om onze inwoners te informeren en betrekken bij verduurzaming van de landbouw, landschap en biodiversiteit. We organiseren themabijeenkomsten om de transitie van het landelijk gebied te stimuleren en te faciliteren. We stellen ervencoaches beschikbaar voor ondersteuning op het boerenerf.

Duurzaamheid Wat willen we bereiken? 8.9 We voeren een effectief duurzaamheidsbeleid uit dat aansluit bij het Klimaatakkoord. 8.10 We dragen bij aan de energietransitie in Haaksbergen. 8.11 Wij geven het goede voorbeeld met de verduurzaming van ons eigen vastgoed. 8.12 Wij ondersteunen maatschappelijke organisaties bij verduurzaming. Wat gaan we ervoor doen in 2026? 8.9.1 We stellen een uitvoeringprogramma op in navolging van het programma Duurzaamheid. 8.9.2 We gaan regionaal samenwerken om de productie van groen gas mogelijk te maken. 8.9.3 We faciliteren de komst van windmolens om aan de Regionale afspraken te voldoen met voldoende oog voor de belangen van onze inwoners. 8.9.4 We sluiten aan bij Regionale overleggen met betrekking tot de energietransitie. 8.10.1 We stellen een warmteprogramma op onder de Omgevingswet. 8.10.2 We starten met de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. 8.10.3 We gaan het budget van het nationaal isolatieprogramma inzetten om particuliere woningen (verder) te verduurzamen. 8.10.4 We ondersteunen de ondernemers in Haaksbergen bij het opzetten van een Smart Energy Hub. 8.10.5 We zetten communicatie in om onze bewoners meer bewust te maken van de noodzaak tot verduurzaming. 8.10.6 We faciliteren energiecoaches die particulieren informatie geven over verduurzaming van hun woning.

8.11.1 We brengen de consequenties voor netcongestie in beeld en werken samen met Enexis aan de verzwaring en verbetering van het elektriciteitsnet. 8.11.2 We gaan met Twence vanaf 1 januari 2026 een contract afsluiten voor de zelflevering van groene en bij voorkeur lokaal geproduceerde duurzame energie. 8.12.1 We maken inzichtelijk welke uitdagingen stichtingen, verenigingen en andere maatschappelijke organisaties hebben om hun vastgoed te verduurzamen. Vergunningverlening Wat willen we bereiken? 8.13 Goede vergunningverlening op basis van de in 2024 in werking getreden Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging (Wkb). Wat gaan we ervoor doen in 2026? 8.13.1 We besteden aandacht aan een goede dienstverlening en advisering op het gebied van vergunningverlening als gevolg van de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging.

Programmabegroting 2026

52

Verbonden partijen Omgevingsdienst Twente (ODT) De Omgevingsdienst Twente geeft uitvoering aan de verplichte basistaken op grond van de artikelen 5.4, eerste lid en 5.5 van de Wabo en Omgevingswet. Het betreft in hoofdzaak de activiteiten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden dient voldaan te worden aan vastgestelde normen (de kwaliteitscriteria 3.0.). Prestatie-indicatoren Naam indicator

Eenheid

Jaartal actuele cijfers

Stand Gemiddelde Haaksbergen van de referentie gemeenten

Gestelde norm

Nieuw gebouwde woningen

2024

2,6

8,6

5

Demografische druk

Aantal per 1.000 woningen Percentage

2025

84,7

82

81

Hernieuwbare elektriciteit

Percentage

2022

17,1

Geen data

*

Gemiddelde WOZ-waarde

Euro x € 1.000

2025

380

428

**

Gemeentelijke woonlasten eenpersoons huishouden

In Euro’s

2025

1.125

996

Maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden

In Euro’s

2025

1.125

1.091

Maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde

* Voor de indicatoren geldt dat de raad de norm, die wordt nagestreefd, nog niet heeft vastgesteld. Aan het thema normering van prestatie-indicatoren wordt binnen het programma “Haaksbergen Ster(ker) in ontwikkeling” aandacht geschonken. **Hiervoor wordt geen norm vastgesteld.

Wat kost het? Begrote baten en lasten Prog. Omschrijving programma

Baten / Lasten

Werkelijk 2024

Begroot 2025 *

Begroot 2026

Begroot 2027

bedragen x € 1.000 Begroot Begroot 2028 2029

8

Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Baten

2.563

1.505

900

900

900

900

8

Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Lasten

4.801

4.626

3.477

3.859

3.382

3.381

-2.237

-3.120

-2.577

-2.960

-2.482

-2.481

Totaal programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening * incl. eerste bestuursrapportage 2025

Programmabegroting 2026

53

Paragraaf Lokale heffingen De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties voor de inwoners van Haaksbergen. Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen, dekking vindt voor haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen wordt door de gemeenteraad, via de vast te stellen verordening, gedaan. De belastingverordeningen 2026 worden in december 2025 vastgesteld. Tariefsaanpassingen Wij stellen voor de OZB-tarieven voor woningen en niet-woningen in 2026 met 11,95% te verhogen. Dit betreft een extra verhoging van 7,5% bovenop een indexering van 4,45%. De verhoging van het OZB-tarief is gekoppeld aan de gecombineerde BBP index. Het Rijk maakt ook gebruik van deze index bij de berekening van het Gemeentefonds. Daarnaast vindt er, zoals gebruikelijk, nog een correctie plaats in verband met de waardeontwikkelingen. Wij stellen voor de forensenbelasting te verhogen met 14,5% (vanuit de kadernota inclusief indexatie). Voor de overige gemeentelijke belastingtarieven wordt voor 2026 een stijging van het tarief met 6,14% voorgesteld. De tarieven voor de afvalstoffen- en rioolheffing en de overige heffingen zijn kostendekkend.

Voor de afvalstoffenheffing betekent dit dat het tarief in 2026 gemiddeld met 0,1% wordt verlaagd. Het tarief voor de rioolheffing daalt met 6,4%. Per saldo stijgen de woonlasten met 3,2% (zie ook onderdeel d). a. Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten Overzicht opbrengsten gemeentelijke heffingen (*€ 1.000)

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Begroting 2026

Leges reisdocumenten, rijbewijzen, persoonsregistratie en burgelijke stand

397

467

502

Leges omgevings- en kapvergunningen

481

660

660

Begraafrechten

211

153

170

Afvalstoffenheffing

2.451

2.652

2.563

Rioolheffing woningen / niet woningen

4.106

4.292

4.016

OZB eigenaren woningen

4.403

4.578

5.125

OZB eigenaren niet-woningen

2.058

2.061

2.354

OZB gebruikers niet-woningen

1.271

1.273

1.425

Forensenbelasting

88

101

115

Toeristenbelasting

160

122

135

Reclamebelasting

102

90

96

BIZ-heffing bedrijventerreinen

41

45

45

15.769

16.494

17.206

Totaal

b. Beleid ten aanzien van de lokale heffingen Verlaging aanmanings- en incassokosten In het regeerakkoord is opgenomen dat er een recht komt op vergissen. Een enkele fout kan een inwoner niet langer diep in de problemen duwen. Aanmanings- en incassokosten van de overheid gaan fors omlaag.

Programmabegroting 2026

54

Wetsvoorstel versterking waarborgfunctie Awb De Wet versterking waarborgfunctie Awb is een wetsvoorstel dat beoogt de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan te passen. Het doel van deze aanpassing is de overheid te stimuleren besluiten voor inwoners begrijpelijker te maken, zich bij de uitvoering van taken meer in de inwoner te verplaatsen en zich minder formeel op te stellen. Het beoogt een meer empathische en toegankelijke benadering van de inwoner in procedures van besluitvorming en rechtsbescherming. Dit betekent dat we in (WOZ)bezwaar niet alleen de aangedragen bezwaargronden moeten beoordelen, maar altijd alle kenmerken en referenties kenbaar moeten heroverwegen. Daarbij moeten we altijd in overleg met belanghebbende en mede-belanghebbenden, zoals medeeigenaren en (ver)huurders over de afhandeling van het bezwaar. Ook als het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Dit zal meer capaciteit vragen. c. Kostendekkendheid De rioolheffing en de afvalstoffenheffing mogen volgens de gemeentewet maximaal kostendekkend zijn. Ook de diverse leges die worden geheven, mogen maximaal kostendekkend zijn. Op grond van de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Posten worden dus niet afzonderlijk op kostendekkendheid beoordeeld.

De kosten van de overhead worden overeenkomstig BBV regels verdeeld op basis van personeelslasten. Mate van kostendekking Activiteitgroep

(bedragen x € 1.000) lasten Overhead taakvelden

Totale lasten

BTW

Heffingen (Baten)

Overige Baten

Kostendekkend heid

Totaal Baten

Afvalstoffenheffing

2.368

0

395

2.763

2.563

200

2.763

100%

Rioolheffing

3.484

247

440

4.171

4.023

149

4.171

100%

332

31

0

363

170

0

170

47%

6.184

278

835

7.297

6.756

349

7.104

97%

Leges algemene Dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening)

467

389

0

856

502

0

502

59%

Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening)

380

317

0

697

660

0

660

95%

Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening)

83

69

0

152

14

0

14

9%

930

775

0

1.705

1.176

0

1.176

69%

7.114

1.052

835

9.001

7.932

349

8.280

92%

Begraafrechten Subtotaal Heffingen

Subtotaal Leges Totaal

Afvalstoffenheffing De kosten voor de inzameling en verwerking van afvalstoffen worden betaald uit de afvalstoffenheffing. De kosten voor afvalinzameling en inkomsten uit de afvalstoffenheffing zijn gelijkgesteld. Hiermee is de afvalstoffenheffing kostendekkend. Vanuit de egalisatievoorziening afvalstoffen wordt € 200.000 ingezet om het tarief te dempen. Rioolheffing De kosten voor de riolering worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet-woningen. De totale kosten voor riolering en inkomsten uit de rioolheffing zijn gelijkgesteld. Hiermee is de rioolheffing kostendekkend. Vanuit de egalisatievoorziening afvalstoffen wordt € 149.000 ingezet om het tarief te dempen. Programmabegroting 2026

55

Begraafrechten We begroten € 363.000 aan kosten te maken voor de begraafplaatsen en crematoria. Het gaat dan grotendeels om onderhoudskosten en nieuwe investeringen. We verwachten voor een bedrag van € 170.000 aan leges te ontvangen. Hiermee is de kostendekkendheid van de begraafplaatsen en crematoria 47%. Leges De leges zijn ingedeeld in drie hoofdstukken: Hoofdstuk 1: De leges algemene dienstverlening bestaan voornamelijk uit burgerzaken en burgerlijke stand. Veruit het grootste deel van de inkomsten bestaat uit leges voor paspoorten en rijbewijzen. Voor een aantal tarieven binnen hoofdstuk 1 geldt dat deze door het Rijk zijn gemaximeerd: paspoorten, rijbewijzen, kansspelen en wet bescherming persoonsgegevens. Hoofdstuk 2: Hieronder vallen de leges voor omgevingsvergunningen. Hoofdstuk 3: Dit betreft de leges voor evenementenvergunningen, prostitutievergunningen en drank en horecavergunningen. Voor alle drie titels geldt dat de gemaakte kosten hoger zijn dan de ontvangen inkomsten. d. Woonlastenontwikkeling Onder woonlasten verstaan we: OZB, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. In de Nota reserves en voorzieningen is bepaald dat een deel van de egalisatievoorziening afval kan worden ingezet om het tarief te dempen.

De komende jaren zetten we € 200.000 per jaar in om het tarief te dempen. Bij de rioolexploitatie wordt € 149.000 ingezet om het tarief te dempen. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Onderstaand overzicht geeft de hoogte van de woonlasten in Haaksbergen voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in 2024, 2025 en 2026 weer. De uitgangspunten komen overeen met die van Coelo. Er wordt uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een gemiddelde woningwaarde. Woonlastenontwikkeling in Haaksbergen Percentage stijging 2026 tov 2025

Werkelijk 2024

Werkelijk 2025

Onroerende zaakbelasting

496,25

518,33

580,27

12,0%

Rioolheffing

379,32

390,72

365,64

-6,4%

Afvalstoffenheffing

229,32

222,12

221,81

-0,1%

Totale woonlasten

1.104,89

1.131,17

1.167,72

3,2%

994,00

1.051,66

1.116,23

6,1%

11,2%

7,6%

4,6%

Belastingsoort

Landelijk gemiddelde woonlasten ** Percentage boven landelijk gemiddelde

Begroot 2026

(*) Deze belastingdruk is bepaald op basis van de voorlopige tarieven. In december 2025 wordt door de vaststelling van de belastingverordeningen de definitieve belastingdruk bepaald. (**) De stijging van de landelijke gemiddelde woonlasten in 2025 is geschat op 6,14%.

Bij de bepaling van het tarief voor de afvalstoffenheffing gaan we ervan uit dat de grondstoffenvisie Haaksbergen 2026-2030 wordt aangenomen. Deze staat rond november 2025 op de agenda van de raad. Programmabegroting 2026

56

De gemeentelijke woonlasten voor een eigenaar van een woning stijgen in 2026 met 3,2%. Voor een huurder van een woning dalen deze met 4,1%. Wij hanteren de norm dat we met de woonlasten maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde mogen uitkomen. Wij voldoen in 2026 aan deze norm. e. Kwijtscheldingsbeleid Huishoudens met een inkomen op minimumniveau komen in aanmerking voor kwijtschelding van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 100% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaatsvindt. De specifieke voorwaarden voor kwijtscheldingen staan vermeld in de verordening kwijtscheldingen. Voor 2026 is in totaal een bedrag van € 200.000 geraamd aan kwijtscheldingen.

Programmabegroting 2026

57

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen In deze paragraaf wordt beschreven hoe wij omgaan met risico’s en hoe groot het weerstandsvermogen moet zijn om eventuele financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Ook worden wijzigingen in beleid en mutaties in risico’s gerapporteerd. In deze paragraaf zijn vijf kengetallen opgenomen. Dit om beter inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. In 2023 is de nieuwe Nota risicomanagement en weerstandsvermogen opgesteld. Deze paragraaf sluit aan bij de bepalingen die hierin zijn opgenomen. Weerstandcapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen we hebben om onverwacht grote tegenvallers op te kunnen vangen. Het betreft buffers in het eigen vermogen of in de exploitatie, die zonder gevolgen voor uitvoering van het beleid, ingezet kunnen worden om onverwachte kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de huidige woonlasten en de lasten bij 20% boven het landelijke gemiddelde. De onbenutte belastingcapaciteit is berekend op € 1.305.000. De bestemmingsreserves worden in de berekening van de ratio weerstandsvermogen niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Voor de volledigheid wordt de ratio ook berekend inclusief de bestemmingsreserves.

De verwachte ontwikkeling weerstandsratio 2026 tot en met 2029

(bedragen * € 1.000)

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Algemene reserve (31-12) incl. begrote jaarresultaat

11.571

11.724

11.668

11.917

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

11.571

11.724

11.668

11.917

Onvoorzien

0

0

0

0

Onbenutte belastingcapaciteit OZB (structureel)

1.305

1.305

1.305

1.305

Totaal structurele weerstandscapaciteit

1.305

1.305

1.305

1.305

Totaal inc. + str. weerstandscapaciteit

12.876

13.029

12.973

13.222

Benodigde weerstandscapaciteit

5.222

5.222

5.222

5.222

2,5

2,5

2,5

2,5

12.040

12.154

12.568

12.982

4,8

4,8

4,9

5,0

Ratio Bestemmingsreserves Ratio incl. bestemmingsreserves

Stille reserves Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden meegenomen in de weerstandscapaciteit als deze binnen een jaar te gelde gemaakt kunnen worden. Het gebruiken van stille reserves heeft consequenties en moet als laatste redmiddel worden gezien. Binnen de gemeente Haaksbergen is momenteel geen activa die aan deze criteria voldoet en er worden daarom geen stille reserves toegevoegd aan de weerstandscapaciteit. Wel zullen wij voor het inzicht de stille reserves van relevante omvang, die niet binnen een jaar te gelde gemaakt kunnen worden, opnemen in deze paragraaf. Bij de panden is de geschatte verkoopwaarde gelijkgesteld aan de WOZ-waarde.

Programmabegroting 2026

58

Omvang stille reserves Aandelen Panden Kunstvoorwerpen Totaal

( bedragen in €) Geschatte verkoopwaarde 8.313.000 20.223.000 250.000 28.786.000

Boekwaarde 645.000 6.383.000 0 7.028.000

Stille reserve 7.668.000 13.840.000 250.000 21.758.000

Risico’s In de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 is de ondergrens voor de risico’s vastgelegd. Deze ondergrens is bepaald op 0,25% van de algemene uitkering. Dit percentage wordt ook door veel andere gemeenten gehanteerd. De ondergrens komt hiermee uit op afgerond € 130.000. Een onverwacht nadeel tot € 130.000 wordt in beginsel binnen het programma opgelost. Bij de Begroting 2026 zijn alle risico’s opnieuw beoordeeld. Voor de inschaling van de kans dat een risico optreedt, wordt de volgende indeling gebruikt: Klasse 1 2 3 4 5

Kans van optreden Kleiner dan eenmaal per 10 jaar Tussen de eenmaal per 5 jaar en eenmaal per 10 jaar Tussen de eenmaal per 2 jaar en eenmaal per 5 jaar Tussen de eenmaal per 1 jaar en eenmaal per 2 jaar Groter dan eenmaal per jaar

Risico 10% 30% 50% 70% 90%

Indien de kans van optreden 90% is, wordt het risico opgenomen in de exploitatie. Per risico maken we vervolgens een inschatting van het meest waarschijnlijke financiële effect als het risico zich voordoet. De risico’s worden volgens de onderstaande indeling verdeeld in 5 klassen: Klasse 1 2 3 4 5

Financiële gevolgen Kleiner dan €130.000 (wordt niet meegenomen) Tussen de €130.000 en €250.000 Tussen de €250.000 en €500.000 Tussen de €500.000 en €1.000.000 Groter dan €1.000.000

Vervolgens worden met behulp van een risicoscore, de risico’s gerangschikt en wordt inzichtelijk welke risico’s het meest belangrijk zijn om te worden beheerst. Deze risicoscore wordt bepaald door de klassen van kans en gevolg te vermenigvuldigen volgens onderstaande formule, waarbij de maximale score 25 is (5 x 5). Risicoscore = inschaling kans x inschaling financieel gevolg Risico’s ontwikkelen zich vaak in de tijd. Daarom wordt periodiek, via de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en jaarrekening, in beeld gebracht hoe de risico’s zich ontwikkelen.

Programmabegroting 2026

59

Overzicht risico’s

(bedragen in € x 1.000)

Omschrijving risico

Kans Benodigd Kans FinanFinancieel Risico van weerstands- Inc/Str. van cieel gevolg score optreden vermogen optreden gevolg

0. Bestuur en ondersteuning Cyberaanval

4.900

10%

490

Inc.

1

5

5

Stijgende rente

400

30%

120

Str.

2

3

6

5. Sport, cultuur en recreatie Bewegingsonderwijs het Pallet

250

50%

125

Inc.

3

3

9

Zwembad de Wilder

400

50%

200

Inc.

3

3

9

300

50%

150

Str.

3

3

9

900

50%

450

Str.

3

4

12

575

70%

403

Str.

4

4

16

500

30%

150

Inc.

2

4

8

6. Sociaal domein Vertragend effect BUIG inkomsten Aantallen Wmo en jeugdhulptrajecten Onzekerheden Sociaal Domein 8. RO en wonen Milieuverontreiniging Vastgestelde grondexploitaties

852

50%

426

Inc.

3

4

12

Niet vastgestelde grondexploitaties

2.940

10%

294

Inc.

1

5

5

Kleinschalige opvanglocaties

2.860

15%

429

Inc.

2

5

8

500

30%

150

Inc.

2

4

8

Juridische claims

1.000

50%

500

Inc.

3

5

15

Verbonden partijen

1.000

50%

500

Str.

3

5

15

Garantstellingen

609

10%

61

Inc.

1

4

4

Wachtgeldverplichtingen

333

30%

100

Inc.

2

3

6

Hogere kosten aanbestedingen

250

70%

175

Str.

4

3

12

Schommelingen in de conjunctuur

1.000

50%

500

Inc.

2

5

10

Diverse programma’s Calamiteiten

Benodigd weerstandsvermogen

5.222

Het benodigde weerstandsvermogen is berekend op € 5.222.000. Mocht bijvoorbeeld het risico van een cyberaanval zich voordoen, dan is het gevolg € 4.900.000, terwijl we voor dit risico maar 10% van dit bedrag aan benodigd weerstandsvermogen hebben opgenomen. De buffers zouden dan bij een ratio van 1 grotendeels dienen te worden ingezet. Om deze reden wordt met een ratio van 2 gerekend. Dat wil zeggen dat de buffers minimaal tweemaal zo hoog dienen te zijn dan het benodigde weerstandsvermogen. Om deze reden beklemmen we een deel van de algemene reserve. Dit deel kan dus niet voor andere doeleinden worden ingezet. In onderstaande tabel is weergegeven welk deel van de algemene reserve dient te worden beklemd bij een streefratio van 2 en een minimale ratio van 1,4. Te beklemmen algemene reserve Omschrijving

(bedragen in € x 1.000) 2026

2027

2028

2029

Totaal aan risico's

5.222

5.222

5.222

5.222

Benodigde weerstandscap. bij streefratio 2 (2 x risico's)

10.445

10.445

10.445

10.445

Onvoorzien + onbenutte belastingcapaciteit

1.305

1.305

1.305

1.305

Te beklemmen algemene reserve (bij streefratio 2)

9.140

9.140

9.140

9.140

Te beklemmen algemene reserve (bij min. ratio 1,4)

6.006

6.006

6.006

6.006

Programmabegroting 2026

60

We streven binnen de gemeente Haaksbergen een ratio van boven de 2 na. Om te voorkomen dat de reserves regelmatig moeten worden aangevuld door fluctuaties in de beschikbare weerstandscapaciteit, hanteren we een ondergrens van 1,4. Bij een ratio van 1,4 bedraagt de weerstandscapaciteit 140% van de omvang van de ingeschatte risico’s. Indien de ratio onder de 1,4 komt, wordt een voorstel aan de raad gedaan over de wijze waarop de ratio weer op het gewenst niveau van boven de 2 wordt gebracht. Verdeling vrij besteedbare en beklemde algemene reserve bij ratio 2 (bedragen in € x 1.000) Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Te beklemmen algemene reserve

9.140

9.140

9.140

9.140

Vrij besteedbare algemene reserve

2.431

2.584

2.528

2.777

Totale Algemene reserve (31-12)

11.571

11.724

11.668

11.917

Verdeling vrij besteedbare en beklemde algemene reserve bij ratio 1,4 (bedragen in € x 1.000) Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Te beklemmen algemene reserve

6.006

6.006

6.006

6.006

Vrij besteedbare algemene reserve

5.565

5.718

5.662

5.911

Totale Algemene reserve (31-12)

11.571

11.724

11.668

11.917

Uitval applicaties in verband met een cyberaanval (€ 490.000) De voortschrijdende digitalisering van de samenleving gaat gepaard met een toename in de omvang en complexiteit van cybercriminaliteit. Risico’s zoals malware, phishing, ransomware en DDoS-aanvallen kunnen leiden tot ernstige verstoringen in de dienstverlening en de bereikbaarheid van systemen voor medewerkers en inwoners. Internationaal onderzoek uit 2025 toont aan dat het aantal cyberaanvallen wereldwijd met ruim 30% is gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. De gemiddelde financiële schade per incident bedraagt inmiddels circa € 4.880.000, inclusief kosten voor herstel, juridische gevolgen, reputatieschade en operationele verstoring. Ter illustratie: bij de hack op de gemeente Hof van Twente in 2020 bedroeg de schade circa € 4.000.000. Op basis van deze actuele inzichten en eerdere ervaringen hanteren we een financieel gevolg van € 4.900.000 bij een cyberincident van enige omvang. Dit onderstreept het belang van structurele investeringen in digitale weerbaarheid, niet alleen voor herstel, maar ook voor (forensisch) onderzoek en de inzet van gespecialiseerde partijen. Door de uitplaatsing van IT naar Hengelo in 2022 zijn onze systemen beter beveiligd, maar het risico op cybercrime kan nooit volledig worden uitgesloten. De kans van optreden wordt daarom ingeschat op 10%.

Stijgende rente (€ 120.000) Voor nieuw af te sluiten langlopende leningen in de komende jaren rekenen we met een te betalen rentepercentage van 4%. Het is mogelijk dat het rentepercentage voor onderhandse leningen in de komende jaren fors gaat stijgen. Indien deze rente meerdere jaren op 6% zou staan, zou dat € 400.000 aan extra rentekosten kunnen betekenen. De kans van optreden wordt ingeschat op 30%. Bewegingsonderwijs Het Palet (€ 125.000) De kosten voor bouw en inrichting van de ruimte voor bewegingsonderwijs in de nieuwbouw van Het Palet zijn hoger uitgevallen dan begroot. Als verklaring hiervoor geldt dat tussen het moment van opstellen van de hiervoor gemaakte begroting en het moment van feitelijke inkoop de marktprijzen zijn gestegen. Dit leidt tot een nadeel van (maximaal) € 250.000. Sinds 1 januari 2019 kunnen gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de btw die hen in rekening wordt gebracht voor investeringen en exploitatiekosten in sport veelal niet meer in Programmabegroting 2026

61

aftrek brengen. Om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren, kunnen gemeenten sinds die datum gebruikmaken van de regeling Specifieke uitkering stimulering sport. De gemeente Haaksbergen heeft een beroep gedaan op deze regeling en daarop inmiddels een positieve beschikking ontvangen; bij voorschot is € 78.000 uitgekeerd. Mogelijk kan het toekende bedrag worden verruimd tot € 250.000. Hierover bestaat evenwel momenteel nog geen zekerheid. Indien vanuit de SPUK aanvullende middelen worden verkregen, kunnen die worden ingezet om het nadeel van de gestegen marktprijzen op te vangen. We schatten de kans van slagen op 50%. Zwembad De Wilder (€ 200.000) In de Begroting 2024-2027 heeft de raad besloten zwembad De Wilder gedurende twee jaar na afloop van het huidige contract in stand te houden. Op 29 mei 2024 heeft de raad ingestemd met het verhogen van de subsidie aan Optisport voor de periode 2025-2027 en ingestemd met de zogenaamde openboek variant, waarbij de winsten en verliezen voor rekening van de gemeente komen. Dit besluit brengt echter een aantal financiële onzekerheden met zich mee: 1. Optisport heeft tot en met 2027 wel onderhoudskosten begroot. Het is echter onzeker of dit voldoende is, omdat het onderhoud in de voorgaande jaren gericht is geweest op instandhouding van het zwembad tot 1 mei 2025.

Welk eventueel aanvullend onderhoud nodig is, wordt in afstemming met Optisport besproken. 2. De mogelijkheid bestaat dat de bezoekersaantallen nog verder teruglopen als er geen duidelijkheid is over wat er met het zwembad gaat gebeuren voor de langere toekomst. Dit betekent dan lagere inkomsten. Gezien bovenstaande wordt een bedrag van € 400.000 als risico opgenomen voor de periode 2025-2027. De kans van optreden is 50%. Vertragend effect BUIG inkomsten (€ 150.000) De hoogte van het Inkomensdeel (BUIG) is van veel factoren afhankelijk. Hierdoor dragen gemeenten een financieel risico met betrekking tot de resultaten op het onderdeel bijstand. Het aantal bijstandscliënten is in 2025 verder gestegen. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren blijft stijgen. De systematiek achter de rijksbijdrage heeft een vertragend effect, dit maakt dat achteraf een tekort mogelijk is en dat nemen we mee als risico. Wanneer de gemeente in de pas loopt met de landelijke trends is het risico kleiner, de kans van optreden van dit risico schatten wij op 50%. Aantallen Wmo-ondersteuningstrajecten en Jeugdhulptrajecten onzeker (€ 450.000) De gemeente is verantwoordelijk voor alle vormen van Wmo en Jeugdhulp. Wij monitoren de instroom in Wmo en Jeugdhulp en het gebruik van individuele vormen nauwlettend (zowel zorg in natura (ZIN) als persoonsgebonden budget (PGB)).

Wij zijn steeds beter in staat een schatting te maken van het zorggebruik. Voor Wmo en jeugd zijn we in de Begroting 2026 uitgegaan van de geconstateerde ontwikkeling in het werkelijk aantal cliënten en de gerealiseerde kosten over 2023, 2024 en over het eerste halfjaar van 2025. Sinds 1 januari 2025 werken we, voor zowel Wmo als Jeugdhulp, op basis van de nieuwe inkoop. De financiële impact van de inkoop is, vooral voor Jeugdhulp (vanwege het grote aantal veranderingen ten opzichte van de vorige inkoop), lastig in te schatten. Hoewel er een prognose is gemaakt, wordt niet eerder dan in de loop van 2025 duidelijk wat de werkelijke financiële impact van de inkoop is. Bovendien is 2025 een overgangsjaar, waarbij voorzieningen uit de vorige inkoop en voorzieningen uit de inkoop 2025 naast elkaar lopen. Er is daarom een risico dat de kosten hoger uitvallen dan begroot. Daarnaast bestaat er een risico dat het zorglandschap niet compleet is. Als dat het geval is, wordt de inkoop in 2025 weer open gezet. Dat betekent echter wel dat mogelijk (tijdelijk) niet voor alle cliënten de juiste Jeugdhulp of Programmabegroting 2026

62

ondersteuning kan worden ingezet. Er zal dan andere, mogelijk duurdere, Jeugdhulp en ondersteuning moeten worden ingezet. Ook hierdoor kunnen de kosten hoger uitvallen dan begroot. Onzekerheden Sociaal Domein (€ 403.000) Sinds de decentralisaties in 2015 plaatsvonden, is het niet rustig geweest in het Sociaal Domein. Na de transitie, waarbij de gemeenten met (te) weinig middelen een organisatie dienden op te bouwen voor nieuwe en andere taken dan zij gewend waren te hebben, volgde de transformatie waarbij de gemeenten een grote urgentie voelden om zaken anders, beter en goedkoper uit te voeren. De transformatie is nog steeds gaande. Als stelselverantwoordelijke bemoeit het Rijk zich hier echter steeds nadrukkelijker mee, bijvoorbeeld via de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, maar ook via de door het Rijk geïnitieerde ombouw van grote verblijfsvoorzieningen naar veel kleinschaligere verblijfsvoorzieningen. Bij de Wmo werd de bemoeienis van het Rijk onder meer zichtbaar door de invoering en inmiddels weer voorgenomen afschaffing van het abonnementstarief. De (financiële) gevolgen hiervan voor onze gemeente zijn niet bekend en vormen een risico.

De laatste paar jaren zien we verder dat vooral de grote gespecialiseerde (systeem)aanbieders, vooral op het gebied van Jeugdhulp, steeds meer moeite hebben financieel rond te komen en tegelijkertijd in toenemende mate (grote) problemen hebben om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Gemeenten zien deze problemen en willen de aanbieders (financieel) tegemoetkomen, maar hebben te maken met dezelfde problemen. De zorg voor onze (jeugdige) inwoners moet echter doorgaan. Dit kan betekenen dat gemeenten, om de zorg overeind te houden, aanbieders extra moeten ondersteunen. Onduidelijk is of gemeenten hiervoor door het Rijk gecompenseerd worden. We nemen een risico op van € 403.000 (70% van € 575.000). Milieuverontreiniging (€ 150.000) De gemeente loopt een financieel risico bij verspreiding van gevaarlijke stoffen op gemeentelijk grondgebied, waarbij enige spoed noodzakelijk is. Voorbeelden zijn: het vrijkomen van asbest bij brand en grondverontreiniging bij het dumpen van drugsafval. Het risico op het dumpen van drugsafval en de bijbehorende saneringskosten is groter geworden. Vastgestelde grondexploitaties (€ 426.000) Een nadere onderbouwing van dit bedrag is opgenomen in de paragraaf grondbeleid. Nog niet vastgestelde grondexploitaties (€ 294.000) Haaksbergen is bezig met de ontwikkeling van bouwen aan de randen.

Hiervoor heeft de gemeenteraad een krediet van €3.500.000 beschikbaar gesteld om gronden te kunnen kopen. Op dit moment is voor bouwen aan de randen nog geen grondexploitatie geopend. Dat kan pas op een later moment (als er zicht is op realisatie). Als er niks ontwikkeld wordt op deze locaties en we deze gronden ook niet kunnen inzetten als ruilgrond voor andere locaties, kunnen we deze gronden in het slechtste scenario weer verkopen voor agrarische waarde (€ 8/m2). Dit levert een totale opbrengst op van € 560.000. We hebben dan dus een verlies van € 2.940.000. De kans van optreden is 10%. Kleinschalige opvanglocaties (€ 429.000) Op 14 april 2024 heeft de raad besloten een krediet ter beschikking te stellen van € 3.000.000 voor het realiseren van kleinschalige opvanglocaties. In het betreffende raadsbesluit is aangegeven dat de bestemmingsreserve ontheemden wordt aangewend als risicodekking om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. In het raadsbesluit van 5 juli 2023 (jaarstukken 2022) is aangegeven dat de betreffende bestemmingsreserve per 31-12-2024 komt te vervallen ten gunste van de algemene reserve. Nu er geen bestemmingsreserve meer is om risico’s betreffende kleinschalige opvang mee op te kunnen vangen, is dit risico in de risicoparagraaf toegevoegd.

Programmabegroting 2026

63

Het risico is dat wij rekening houden met inkomsten voor het opvangen van ontheemden ter dekking van de kosten en deze door een besluit van het Rijk ineens wegvallen (op dit moment gegarandeerd tot het voorjaar 2027). Bepaalde kosten zoals kapitaallasten en verwijderingskosten hebben we dan nog wel, anderzijds hebben de opvanglocaties nog wel een waarde en kunnen deze verkocht worden. Bovendien zijn de locaties ook voor andere doelgroepen geschikt, waarbij we huur in rekening kunnen brengen of aanspraak kunnen maken op nieuwe regelingen (bijv. voor statushouders). Calamiteiten (€ 150.000) Diverse risico’s ten aanzien van onder andere ongevallen, natuurrampen, storm- en elektriciteitsschade, storingen en ziektes waarvoor wij niet zijn verzekerd. Juridische claims (€ 500.000) Wij worden in sommige kwesties gedagvaard tot schadeloosstelling. Als de schadeloosstelling door de rechter toegekend wordt, komt een deel hiervan voor onze rekening. Niet alles valt onder de dekking van onze aansprakelijkheidspolis. Daarom nemen wij een bedrag op als risico. Op dit moment zijn er geen juridische claims met de omvang zoals die nu is opgenomen, maar in de bedrijfsuitvoering van een gemeente is het niet uit te sluiten dat er juridische claims worden ingediend.

Daarbij is het niet altijd mogelijk hangende een procedure inhoudelijk en financieel op een individuele zaak in te gaan in de paragraaf risicobeheersing of in andere openbare documenten. Mocht er in de toekomst een grote schadeclaim ontstaan, zullen wij de raad uiteraard informeren binnen de mogelijkheden die er op dat moment zijn (rekening houdend met privacygevoelige informatie en de rechtspositie van de gemeente). Verbonden partijen (€ 500.000) Betreft het risico van alle verbonden partijen tezamen. In de paragraaf Verbonden partijen wordt hierover meer informatie gegeven. Garantstellingen (€ 61.000) De gemeente heeft garanties afgegeven op leningen, die zijn aangetrokken door instellingen met een maatschappelijk nut zoals sportverenigingen. Er zijn een aantal zekerheden door de instellingen afgegeven, toch blijft er een financieel risico bestaan. Bij sportverenigingen wordt vaak een garantstelling in samenwerking met het Waarborgfonds Sport (WFS) afgegeven. In het hierna opgenomen overzicht staan alle leningen vermeld waar de gemeente (deels) garant voor staat. Bij alle genoemde instellingen worden jaarlijks de jaarrekeningen beoordeeld. Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat er bij één van de afgegeven garanties grote risico’s worden gelopen. Staat van gegarandeerde geldleningen (bedragen afgerond in euro’s) Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8

Naam van de geldnemer St. gem. huis St. Isidorushoeve St. Accommodatie Buurse Haaksbergse schutterij Stichting APH (HSC) SV Bon Boys HHC Haackey Museum Buurtspoorweg Tennis & Padel Veldmaat Totaal aan garantstellingen

Restant Door gemeente leningen gewaarborgd Toelichting 13.000 13.000 Via BNG 61.000 61.000 Via BNG 50.000 25.000 50% met WFS 108.000 108.000 Via BNG 128.000 64.000 50% met WFS 189.000 95.000 50% met WFS 350.000 175.000 Via BNG 135.000 67.500 50% met WFS 1.034.000 608.500

Programmabegroting 2026

64

Wachtgeldverplichting (€ 100.000) Een huidige wethouder kan uitvallen of zijn functie beëindigen, waarbij hij recht houdt op wachtgeld. Ervan uitgaande dat er geen verplichtingen ontstaan bij alle drie de wethouders, maar bij één, nemen we € 100.000 op als risico. Hogere kosten aanbestedingen (€ 175.000) Door marktwerking en wisselende vraag en aanbod is op voorhand niet in alle gevallen goed in te schatten wat de kosten bij aanbestedingen worden. Hierdoor ontstaat het risico dat kosten hoger uitvallen dan vooraf is ingeschat. Bij kredieten gaat het dan om hogere structurele kapitaallasten. Bij de dienstverlening gaat het om hogere structurele bijdragen. Schommelingen in de conjunctuur (€ 500.000) Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden. Ratio weerstandsvermogen In 2026 hebben wij een beschikbare weerstandscapaciteit van € 12.876.000. De ratio voor 2026 (excl. bestemmingsreserves) komt daarmee uit op 2,5. Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigd weerstandsvermogen

=

12.876

=

2,5

5.222

Bij non-profit organisaties wordt vaak de volgende waarderingstabel gebruikt voor classificatie van het weerstandsvermogen: Waarderingscijfer A B C

Ratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E F

0,6 – 0,8 < 0,6

Onvoldoende Ruim onvoldoende

Ons weerstandsvermogen wordt als ‘uitstekend’ geclassificeerd. Indien we de bestemmingsreserves meenemen in de berekening van de ratio, komen we uit op een ratio van 4,8. Kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, in aanvulling op de ratio weerstandsvermogen, een verplichte set van vijf financiële kengetallen wordt opgenomen. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio’s moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio’s en ontwikkeling ervan in de tijd.

Programmabegroting 2026

65

Overzicht kengetallen Realisatie 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Netto schuldquote

25%

56%

42%

38%

36%

40%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

21%

51%

37%

34%

33%

37%

Solvabiliteitsratio

31%

25%

26%

27%

28%

27%

Kengetal grondexploitatie

0%

1%

0%

0%

0%

0%

Kengetal structurele exploitatieruimte

2,0%

3,0%

1,9%

1,7%

0,0%

0,3%

Kengetal lokale lasten

111%

108%

105%

105%

105%

105%

Kengetallen

Algeheel oordeel Kengetal 1. Netto schuldquote 2. Solvabiliteit 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Lokale lasten

oordeel voldoende voldoende voldoende voldoende voldoende

ontwikkeling blijft voldoende blijft voldoende blijft voldoende blijft voldoende blijft voldoende

Als we de ratio weerstandsvermogen en de bovenstaande kengetallen in samenhang beschouwen, constateren we dat alle ratio’s in 2026 voldoende zijn. Ook na 2026 blijven de ratio’s bij de huidige stand van zaken voldoende, alleen de ratio ‘structurele exploitatieruimte’ wordt matig in 2028. Netto schuldquote De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten. De VNG hanteert een norm van 100%. Dus wanneer de totale schuld lager is dan de jaaromzet, wordt dit als voldoende bestempeld. Tussen 100% en 130% is matig en een percentage boven de 130% is onvoldoende. Onze netto schuldquote is met 42% voldoende. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Van de langlopende leningen is voor een bedrag van ongeveer € 3.300.000 doorgeleend. Het betreft voornamelijk hypotheekleningen aan eigen personeel en doorgeleende gelden aan de Stichting Groot Scholtenhagen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen komt uit op 37% en is volgens de gestelde norm voldoende. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Dit geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder we zijn.

Onze norm is een solvabiliteit van minimaal 20%. Dit wordt ook door de VNG geadviseerd. Een solvabiliteit kleiner dan 20% is onvoldoende, boven de 25% is voldoende. Onze solvabiliteit komt in 2026 uit op 26% en is daarmee voldoende. Kengetal grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet

Programmabegroting 2026

66

worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal grondexploitatie komt uit op 0%. De norm is een ratio van maximaal 25%. Onze ratio is dus voldoende. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal ‘structurele exploitatieruimte’ geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Wij hanteren de norm van 0,5% van het begrotingstotaal. Dit percentage sluit aan bij de norm die wordt gehanteerd voor artikel 12-gemeenten. Indien de structurele exploitatieruimte ligt tussen de 0% en 0,5% van het begrotingstotaal, wordt dit bestempeld als matig. Een ratio kleiner dan 0% is onvoldoende. Onze structurele exploitatieruimte komt in 2026 uit op 1,9% en is daarmee voldoende. Lokale lasten De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Wij hanteren de norm van maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde.

Wij komen voor de totale woonlasten in 2026 uit op 4,6% boven het landelijk gemiddelde (voldoende). In de paragraaf lokale heffingen staat verdere informatie over dit onderwerp.

Programmabegroting 2026

67

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen Kapitaalgoederen zijn door de gemeente aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. In deze paragraaf zijn de volgende kapitaalgoederen opgenomen: - openbare verlichting: verlichtingsarmaturen, lichtmasten, elektrische installatie en netwerken - wegen: alle verharding, inclusief bruggen, viaducten en dergelijke civieltechnische constructies - begraafplaatsen: onderhoud van twee begraafplaatsen - openbaar groen: plantsoenen, bomen, bossen en natuurterreinen - riolering: riolen, putten, drukriolen, etc. - water: vijvers, duikers, brandkranen, sloten en wadi’s - speelvoorzieningen: speelplekken, trapvelden en basketbalvelden - gebouwen: in eigendom van de gemeente zoals theater, gemeentehuis, sporthallen en gymzaal - buitenkunstwerken: kunstobjecten in eigendom van de gemeente. Achterstanden in het onderhoud kunnen, naast kapitaalvernietiging (waardoor onvermijdelijk herstel op een later moment duurder wordt), in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren. In onderstaande tabellen is te zien welke (beleids)kaders voor de diverse kapitaalgoederen zijn vastgesteld en welke kosten geraamd zijn voor onderhoud van het betreffende kapitaalgoed.

Overzicht beleidsplannen voor begrotingsjaar 2026

Soort kapitaalgoed Openbare verlichting Wegen

Beleidskader Vastgesteld Beleidsplan Openbare Verlichting 2017-2026 2016 Beleidsplan Wegbeheer* 2021 Beleidskaders toekomstbestendige Begraafplaatsen 2021 begraafplaatsen Groen Groenvisie* 2012 Riolering Water en Rioleringsprogramma 2025-2030 2024 Speelvoorzieningen Haaksbergen is nog lang niet uitgespeeld 2024 Gebouwen Vastgoedbeleid* 2010 Buitenkunstwerken Kunstbeleid 2018 * Tijdens het schrijven van deze begroting, is nieuw beleid in voorbereiding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16044608/2