Onderzoeksrapport Samenwerking Werk & Inkomen Borne, Hengelo en Haaksbergen 'de balans opgemaakt’
Tekst van het document
De financiële consequenties van de business case (zie onderstaande tabel) zijn destijds al verwerkt in respectievelijk de eerste bestuursrapportage 2016 (voor de jaarschijf 2016) en de kadernota (voor de jaarschijven 2017 t/m 2020). Beschreven wordt dat het nadeel voor 2016 van € 217.500 omslaat in een voordeel van € 200.000 vanaf 2019 en dat een gedetailleerde uitwerking zal plaatsvinden bij de begroting 2017.
Financiële consequenties bedragen x € 1.000,--
Omschrijving Programma sociaal domein Frictiekosten GR Hengelo Borne per 1-10-2016
2016
2017
2018
2019
-55 -163
27
84
100
33
66
100
60
150
200
Programma algemene dekkingsmiddelen Taakstelling desintegratiekosten Saldo
-218
Tabel 6: Financiële consequenties na deelname in de GR
Vergeleken met de prognose uit de businesscase realiseert de uitvoeringsorganisatie voor de deelnemende gemeenten Borne en Hengelo in 2015 een overschot op het BUIG-budget (kort gezegd het budget waaruit de uitkeringen worden betaald). Dit wordt mede toegeschreven aan het afnemen van risico’s voor de bedrijfsvoering door schaalvergroting en professionalisering.
10
Raadsvoorstel ‘Toestemming voor treffen Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo’, raadsvergadering d.d. 6 juli 2016
24
In dezelfde periode 2015, voor het aangaan van de samenwerking, lukte het Haaksbergen zelf niet om een overschot te realiseren op het BUIG budget. De veronderstelling in de businesscase is dat aansluiting van Haaksbergen bij de uitvoeringsorganisatie ervoor kan zorgen dat het tekort voor Haaksbergen op termijn wordt omgebogen, waardoor Haaksbergen dan extra voordeel heeft bij de samenwerking. Uit de onderstaande grafiek blijkt dat het tekort op het BUIG budget in 2017 aanmerkelijk verkleind is.
% Tekort BUIG budget 25% 25%
22% 17%
20% 15%
11% 7%
10%
4%
5%
3%
0% 2e 3e 4e 1e 2e 3e 4e kwartaal kwartaal kwartaal kwartaal kwartaal kwartaal kwartaal 2016 2016 2016 2017 2017 2017 2017
Grafiek 1: Tekort op het BUIG budget (bron: uitvoeringsorganisatie)
Door verschuivingen binnen het macrobudget op Rijksniveau is het niet eenvoudig om vergelijkingen tussen de verschillende jaren te maken. Om toch een beeld te schetsen van de ontwikkeling van het BUIG budget, heeft de rekenkamercommissie de meest actuele prognose (eerste bestuursrapportage 2021) als input gebruikt. Daaruit blijkt dat er naar verwachting een overschot is op het BUIG -budget.
Prognose BUIG-budget 2021 bedragen x € 1.000,--
Omschrijving Uitgaven Bijstand en Ioa Loonkostensubsidies Bbz Ontvangsten Terugvorderingen bijstand en Ioa Aflossingen Bbz Saldo Inkomsten BUIG-budget Overschot
2021 4.477 514 90 -80 5.001 5.197 196
Tabel 7: Prognose BUIG-budget 2021
25
Of het ombuigen van een (fors) nadeel naar een voordeel alleen komt door een andere manier van werken kunnen wij niet beoordelen, maar aannemelijk is dat dit er zeker aan bijgedragen heeft. Geconcludeerd mag worden dat het doel om uit te kunnen met het BUIGbudget in 2021 is gerealiseerd.
3.3.3 Ad 3. Uitvoeringskosten als gevolg van schaalvergroting binnen de GR vi. Zijn de uitvoeringskosten (in de zin van personele kosten) gedaald? Toetsing van uitvoeringskosten: • Is er voldoende personeel beschikbaar in de GR voor de werkzaamheden voor Haaksbergen of wordt hiervoor extra ingehuurd. En worden er (afhankelijk van het antwoord) extra kosten in rekening gebracht aan Haaksbergen voor de inzet van personeel? Over de uitvoeringskosten is in de diverse planning & control producten maar summier wat terug te lezen. Door het lagere aantal bijstandsgerechtigden zijn de uitvoeringskosten ook lager. De afname van het aantal uitkeringsgerechtigden heeft ervoor gezorgd dat de uitvoeringskosten in 2017 structureel met € 268.000,-- verlaagd zijn. Het effect is ook dat het tekort op het BUIG-budget is teruggelopen van 17% eind 2016 naar 2% eind 2017. vii. Zijn de frictiekosten terugverdiend? Er is rekening gehouden met frictiekosten. Frictiekosten zijn de kosten die ontstaan/ doorlopen door aansluiting bij de uitvoeringsorganisatie. In de businesscase11 gaat het om: - Medewerkers die in Haaksbergen achterblijven die werden ingezet op taken voor de Participatiewet en na de aansluiting bij de uitvoeringsorganisatie geen werk meer hadden.
Deze kosten waren voor de gemeente Haaksbergen zeer gering, omdat de uitvoeringsorganisatie alle medewerkers overnam die voor meer dan 70% van hun tijd op het taakveld werkzaam waren. Voor de andere medewerkers zijn andere werkzaamheden gevonden waarvoor niet-ingevulde vacatureruimte bestond of waarvoor externen werden ingezet. - Kosten die het gevolg waren van contracten met externe leveranciers die doorliepen en niet voortijdig beëindigd konden worden (circa € 34.000,-). - Kosten die voortkwamen uit het sociaal plan. Deze bedroegen: o € 23.000,- ter compensatie van de extra reiskosten voor een periode van vier jaar o Maximaal € 35.000,- eenmalig ter compensatie van vakantiedagen. o € 7.000,- jaarlijks ter compensatie van afwijkende loonschalen. In totaal bedragen de eenmalige frictiekosten € 92.000,- volgens de businesscase12.. In het raadsvoorstel van 6 juli 201613 staat de onderstaande tabel en worden de frictiekosten geschat op € 55.000,--. We hebben niet kunnen achterhalen waar dat verschil in zit. Zoals eerder aangegeven zijn de uitvoeringskosten in 2017 structureel met € 268.000,-verlaagd. In de berekening in het raadsvoorstel is uitgegaan van € 190.000,-- lagere uitvoeringskosten. De taakstelling voor de desintegratiekosten (zie tabel 6 op pagina 24) is 11
Businesscase Toetreden Sociale Zaken Haaksbergen bij GR Borne-Hengelo; 24 mei 2016 Businesscase Toetreden Sociale Zaken Haaksbergen bij GR Borne-Hengelo; 24 mei 2016 13 Toestemming voor treffen Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo 12
26
opgenomen in de totale personele taakstelling. De totale taakstelling op het ambtelijke apparaat bedroeg oorspronkelijk € 2,1 mln. Met de overgang van Sociale Zaken naar Hengelo is een extra bezuiniging opgevoerd van € 100.000,-- die hier bovenop kwam. De totale taakstelling bedroeg hierdoor € 2,2 miljoen. In de jaarrekening 2019 lezen we dat alle taakstellingen zijn ingevuld. Daarmee dus ook de taakstelling voor de desintegratiekosten.
3.3.4 Ad 4. Meerwaarde van het samenwerkingsverband voor de medewerkers viii. Hebben alle medewerkers vanuit Haaksbergen hun baan kunnen behouden? Medewerkers die tot dan toe voor gemeente Haaksbergen in de uitvoering van de Participatiewet werkzaam waren geweest, zouden bij de toetreding van Haaksbergen tot de GR overgaan naar het samenwerkingsverband en daarmee in dienst komen van gemeente Hengelo. Op papier is dit een sobere mededeling, maar al in 3.1.1. is beschreven dat deze transitie op medewerkers van beide organisaties onverwacht veel impact heeft gehad. Doordat de uitvoering in Haaksbergen niet op orde bleek was er van de zijde van de GR veruit meer inzet en begeleiding nodig voordat de transitie van de betreffende dossiers van Haaksbergen naar de GR kon plaatsvinden. Maar de medewerkers uit Haaksbergen bleken de sfeer waarin zij hun werk gedurende de laatste maanden voor de transitie moesten verrichten als dusdanig onveilig te hebben ervaren, dat ook in menselijk opzicht naderhand nog veel coaching nodig bleek. Op bovengenoemde context wordt bij de beantwoording van de deelvragen hieronder niet verder ingegaan. Deelvragen ix en x zijn maar gedeeltelijk te beantwoorden, omdat het moeilijk is de situatie na het aangaan van het samenwerkingsverband te vergelijken met de situatie van vóór de samenwerking.
De formatie die officieel betrokken was bij de uitvoering van de taken van Sociale Zaken vóór de samenwerking (10,7 fte) wijkt af van de formatie die feitelijk mee over is gegaan (6,63 fte). Daarvoor is de belangrijkste verklaring dat de toenmalig externe medewerkers niet mee over zijn gegaan naar de Uitvoeringsorganisatie in Hengelo. Het overgaan van personeel is vormgegeven vanuit het uitgangspunt ‘Mens volgt werk’. Als een medewerker 70% of meer van zijn tijd besteedde aan taken die werden overgedragen aan de Uitvoeringsorganisatie, dan ging de medewerker mee over en werd hij/ zij direct geplaatst in de functie die zo goed mogelijk aansloot bij de ‘oude’ functie. In de huidige praktijk, zo blijkt uit de interviews, worden bovenop het vaste personeelsbestand van de uitvoeringsorganisatie ongeveer vijf klantmanagers ingehuurd in het kader van een ‘flexibele schil’. Reden hiervoor is dat de hoeveelheid klanten kan fluctueren, waarmee ook het aantal benodigde klantmanagers fluctueert. Daarmee kan bij minder klanten ook minder formatie worden ingezet. Samenvattend bestond de formatie die in Haaksbergen officieel betrokken was bij de uitvoering van de taken van Sociale Zaken vóór de samenwerking uit 10,7 fte. De formatie die feitelijk mee over is gegaan bedraagt 6,63 fte. De toenmalig externe medewerkers zijn niet mee over gegaan naar de Uitvoeringsorganisatie.
Alle vaste medewerkers vanuit Haaksbergen hebben bij het aangaan van het samenwerkingsverband hun baan behouden, maar de externe medewerkers niet. Maar er wordt door de GR wel regelmatig “flexibel” (dus extern) extra ingehuurd.
27
ix. Zijn de loopbaanperspectieven van de medewerkers uit Hengelo binnen het samenwerkingsverband inderdaad verbeterd? Het raadsvoorstel ‘Toestemming voor treffen Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo’ d.d. 6 juli 2016 beschrijft dat de toetreding het carrièreperspectief verbetert voor de betrokken medewerkers. Zo zouden er geen boventalligen zijn (iedereen houdt werk) en op individueel niveau zou per medewerker naar de optimale functie worden gezocht. Ook werd beschreven dat de grotere gemeente Hengelo meer vacatures en meer mogelijkheden zou hebben. Het Sociaal Plan dat met het GR is gesloten maakt onderdeel uit van de businesscase. Daarmee zouden de rechten van de betrokken medewerkers gewaarborgd zijn. Uit de interviews blijkt dat de ontwikkeling van de medewerkers uit Haaksbergen goed lijkt geborgd in de uitvoeringsorganisatie; er wordt veel waarde aan gehecht. Er wordt veel geïnvesteerd in trainingen en cursussen, ten gunste van het kennisniveau. Alle medewerkers van de uitvoeringsorganisatie kunnen gebruik maken van het reguliere opleidingsaanbod van Hengelo. Daarnaast zijn er specifieke scholingsdagen, voorlichtingen en trainingen. Er wordt door de medewerkers van de uitvoeringsorganisatie goed gebruik van gemaakt.
Medewerkers kunnen zich specifiek richten op thema’s of op bepaalde doelgroepen om hun inhoudelijke kennis daarover te verdiepen. Zo wordt door een medewerker aangegeven dat er ruimte is om mee te denken en jezelf te ontwikkelen en dat de overstap naar de GR heeft gezorgd voor een groei als persoon en als professional. De kritische noot daarbij is dat deze ruimte nooit gevoeld is als medewerker van de gemeente Haaksbergen. De uitvoeringsorganisatie is, zoals zij zelf aangeeft, uitgesproken trots op de positieve ontwikkeling van diverse oud-medewerkers uit Haaksbergen. Het carrièreperspectief van de betrokken medewerkers is na het aangaan van het samenwerkingsverband in principe verbeterd. Medewerkers geven aan ruimte te hebben gekregen voor ontwikkeling en extra specialistische taken. Er wordt ruimte gevoeld om verder te groeien in het vakgebied en wellicht in de toekomst daarbuiten. Een medewerker geeft aan gesitueerd te zijn op een functie met een lagere salarisschaal, maar daar geen moeite mee te hebben. Over het personeelsbeleid in algemene zin laat de concernmanager organisatie/ directeur Werk en Inkomen Borne, Haaksbergen, Hengelo ten slotte weten: “In het bestuurlijk overleg wordt jaarlijks, in september, de begroting voor het volgende jaar vastgesteld. Dat gebeurt op basis van een vast personeelsbestand. Daarbij wordt uitgegaan van vaste formatie.
Uiteindelijk mondt dat uit in een kostprijs per uitkeringsgerechtigde. Het is aan de Uitvoeringsorganisatie, in dit geval centrumgemeente Hengelo, hoe zij haar personeelsbeleid vorm geeft. Eventuele extra kosten van inhuur worden niet doorberekend. Het is overigens wel het geval dat gewerkt wordt met uitzendkrachten. Dat is een bewuste keuze die ook met het bestuur is gedeeld. We doen dit om, bij een dalend bestand, ook in personeel snel en zorgvuldig te kunnen afschalen. Dit om de kosten zo laag mogelijk te houden.”. De beschreven werkwijze en uitvoering van bedrijfsvoering en personeelsbeleid is niet ongebruikelijk. Er lijken duidelijke, bewuste keuzes te worden gemaakt, waarbij het personele aspect niet uit het oog wordt verloren.
28
3.4 Interne Evaluatie van het samenwerkingsverband In 2019 is een interne evaluatie14 naar de samenwerking tussen de gemeenten Borne, Haaksbergen en Hengelo opgeleverd. De evaluatie schetst een beeld aan de hand van interviews met de drie wethouders die deelnemen aan het bestuurlijk overleg, de accountmanagers, de sectormanager van de gemeente Hengelo (tevens manager van de uitvoeringsorganisatie) en een aantal ambtenaren van de drie gemeenten. Uit deze interne evaluatie komen enkele voor Haaksbergen interessante aspecten naar voren. Zo blijkt dat de samenwerking in grote lijnen naar tevredenheid loopt en dat de doelstellingen grotendeels gehaald zijn op het gebied van het verminderen van kwetsbaarheid, het verhogen van kwaliteit, het verlagen van administratieve lasten en het verlagen van de uitvoeringskosten. Deze doelstellingen zijn echter vooraf niet meetbaar geformuleerd, en de wijze waarop ze behaald zouden zijn wordt in de evaluatie ook niet gekwantificeerd, het is voornamelijk een kwalitatieve evaluatie op basis van interviews. Uit de evaluatie blijkt ook dat er vanuit Haaksbergen behoefte is aan een kleine pool klantmanagers die voor Haaksbergen werkt en die dan ook vaker in Haaksbergen aanwezig is. Uit de interviews komt naar voren dat er weliswaar een pool is van klantmanagers die gericht de aanvragen van Haaksbergen afhandelen in Haaksbergen bij de Noaberpoort.
Echter is de praktijk ook dat alle klantmanagers klanten in de caseload kunnen hebben die in Haaksbergen woonachtig zijn. Ook de wethouder ziet graag dat er (veel) medewerkers in Haaksbergen aanwezig zijn. Zijn wens is een vaste pool van medewerkers voor Haaksbergen, maar dat blijkt in de praktijk voor de uitvoeringsorganisatie lastig te zijn, zeker qua efficiënt werken. Verder wordt aandacht gevraagd voor de telefonische bereikbaarheid van de klantmanagers en tot slot zou er meer aandacht moeten komen voor de communicatie naar de drie gemeenten. Betere afspraken en vaker aan tafel rond bijvoorbeeld de P&C-cyclus is van groot belang. Nu wordt er nog teveel langs elkaar heen gewerkt. Over de kwaliteit van de uitvoering is de gemeente tevreden, de doelstellingen zijn gehaald. Dat geldt ook voor het opheffen van de kwetsbaarheid. In de interne evaluatie worden ook een aantal verbeteracties voor de uitvoeringsorganisatie aanbevolen, waaronder een ‘benen op tafel’-bijeenkomst, kennismakingsbijeenkomsten zodat mensen uit de verschillende organisaties elkaar beter leren kennen, en meer gerichte aandacht voor de overlegstructuur, de bevoegdheden e.d. binnen de uitvoeringsorganisatie. Een concreet resultaat van de evaluatie is het opknippen van de functie van directeur. In eerste instantie was de directeur Werk en Inkomen van gemeente Hengelo ook de concernmanager van de GR.
Daardoor werkte deze leidinggevende zowel voor Hengelo als voor de uitvoeringsorganisatie. Dat gaf verwarring. De huidige functie in de uitvoeringsorganisatie richt zich nog alleen op de uitvoeringsorganisatie zelf. De rol voor Hengelo is door een ander overgenomen. Uit de interviews wordt duidelijk dat daarmee de rolverdeling duidelijk is en dat dat in de praktijk beter werkt.
14
Evaluatie samenwerking Sociale Zaken Samenwerken maakt sterker; Borne, Haaksbergen, Hengelo; Aan tafel…………!; februari/ maart 2019
29
3.5 Samenvatting en conclusies deelvraag 2 Werd de verwachte meerwaarde van de samenwerking van Haaksbergen met Borne en Hengelo ten aanzien van kwaliteit en continuïteit gerealiseerd? Door het ontbreken van veel cruciale gegevens kan deze vraag maar ten dele beantwoord worden: Ad Kwaliteit van de afhandeling van aanvragen - binnen de gemeenschappelijke regeling zijn de doorlooptijden van de aanvragen korter geworden, maar er is geen vergelijk mogelijk met de situatie van de periode voor het samenwerkingsverband. - Het aantal gegrond verklaarde bezwaren is wel minder geworden. - Binnen de gemeenschappelijke regeling is het aantal uitkeringsgerechtigden dat is uitgestroomd afgenomen, maar hoger dan geprognotiseerd. Ad Uitkeringslasten op budget BUIG - Het aantal uitkeringsgerechtigden is wel verminderd. - De omvang van het tekort van het BUIG budget is wel lager geworden. Ad Uitvoeringskosten als gevolg van schaalvergroting binnen de GR: - De uitvoeringskosten (in de zin van personele kosten) zouden wel gedaald moeten zijn, omdat minder klanten zouden moeten leiden tot minder uitvoeringskosten. We beschikken echter niet over gegevens om dit te onderbouwen. - De frictiekosten zijn taakstellend opgelegd en uit de beschikbare gegevens blijkt dat deze taakstelling gerealiseerd is. Ad personeelsbeleid: - Alle vaste medewerkers vanuit Haaksbergen hebben hun baan kunnen behouden.
- De loopbaanperspectieven van de medewerkers uit Hengelo zijn voor de meeste medewerkers binnen het samenwerkingsverband zijn verbeterd. Uit een interne evaluatie uit 2019 blijkt dat de samenwerking in grote lijnen naar tevredenheid loopt en dat de doelstellingen grotendeels gehaald zijn op het gebied van het verminderen van kwetsbaarheid, het verhogen van kwaliteit, het verlagen van administratieve lasten en het verlagen van de uitvoeringskosten, maar dit wordt niet gekwantificeerd. Met de gegevens die beschikbaar zijn komt de rekenkamercommissie tot vergelijkbare conclusies ten aanzien van de samenwerking met de uitvoeringsorganisatie. Financieel lijkt de samenwerking gunstig uit te pakken voor de gemeente Haaksbergen. Ondanks de tevredenheid over de samenwerking benoemt Haaksbergen in die interne evaluatie ook het gevoel dat enkele zaken bij het aangaan van het samenwerkingsverband niet altijd goed doordacht zijn en dat er geen “grip” is.
3.6 Rechtmatigheid van het overdragen van gegevens Het ontbreken van door de rekenkamercommissie opgevraagde (management)informatie over de periode 2012 – 2015 maakt dat dit onderzoek niet goed uitgevoerd kon worden. Het proces van aanlevering van de informatie en het uiteindelijk ontbreken van essentiële informatie maakt duidelijk dat het op deze manier niet voldoende mogelijk is om als gemeente de gewenste regie te voeren. 30
Dat wierp voor de rekenkamercommissie de vraag op of er en hoe dan vooraf voldoende is nagedacht over de uitwisseling van informatie tussen de gemeente Haaksbergen en de uitvoeringsorganisatie van de gemeenschappelijke Sociale Dienst. Uit de businesscase blijkt dat vooraf wel degelijk uitgebreid is stil gestaan bij de gevolgen van de overdracht voor de informatievoorziening en de automatisering. Alle software die de gemeente Haaksbergen gebruikt om het werk te kunnen uitvoeren werd al technisch en functioneel beheerd door de gemeente Hengelo. Ook de actuele cliënteninformatie stond dus al tot de beschikking van de uitvoeringsorganisatie. Daarmee stond praktisch gezien niets een soepele overgang naar de Uitvoeringsorganisatie in de weg. Dat suggereert dat de gemeenschappelijke Sociale Dienst op enig moment wel volledig toegang moet hebben gehad tot de oorspronkelijke gegevens van Haaksbergen, al was het alleen maar om de gegevens uit Haaksbergen in het systeem van de Sociale Dienst over te kunnen zetten. Toch bleek die oorspronkelijke informatie in een niet zoveel later stadium niet meer beschikbaar. Een verklaring voor deze discrepantie zou kunnen zijn dat de door de rekenkamercommissie opgevraagde informatie geen directe cliëntinformatie betrof, maar management-informatie.
Daar tegen spreekt weer dat het juist management-informatie was waarvan voor het opstellen van de businesscase voor de onderlinge samenwerking gebruik gemaakt moest worden. Voor bijzondere gevallen was het dus kennelijk toch wel mogelijk om nog enige tijd terug te vallen op digitale informatie uit het oude systeem en om daaruit management informatie te genereren. Het is niet bekend hoe lang dat nog mogelijk was in verband met het verouderen en niet meer updaten van het systeem in Haaksbergen. Vanuit het oogpunt van informatieveiligheid en kostenreductie valt het uiteindelijk ontoegankelijk raken van specifieke digitaalvastgelegde informatie waarschijnlijk wel te billijken. Maar vanuit het oogpunt van rechtmatigheid en controleerbaarheid niet. Bovendien zou het in deze specifieke omstandigheden voor de hand gelegen hebben dan in ieder geval de meest recente gegevens van het oude systeem in Haaksbergen “ouderwets” in hard-copy te borgen. De documenten en dossiers die in Hengelo worden gevormd, worden overigens door de uitvoeringsorganisatie op de gebruikelijke manier gedigitaliseerd in het informatiesysteem.
31
4 Bevindingen deelvraag 3, rol gemeenteraad De derde en laatste deelvraag luidt : Op welke wijze is en wordt de raad in de gelegenheid gesteld om zijn kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van dit samenwerkingsverband te vervullen? De beantwoording van deze deelvraag bestaat uit twee delen. Het eerste deel behandelt het voortraject en de besluitvorming bij het toetreden van Haaksbergen tot het samenwerkingsverband. Het tweede deel betreft het proces van informeren van de raad hierover, zodat deze haar controlerende rol kan vervullen.
4.1 Voortraject en besluitvorming ten aanzien van het samenwerkingsverband. In het voortraject is onderzocht of de juiste procedures werden doorlopen en de raad daarin haar rol heeft kunnen nemen. De voormalig portefeuillehouder geeft aan dat het besluit om deel te nemen aan de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo in zekere zin al in maart 2014 genomen werd door het college van destijds (bestaande uit VVD, CDA met gedoogsteun van GGH). Overwegingen van dat college waren, volgens de voormalig portefeuillehouder, kwetsbaarheid van de uitvoering en de kwaliteit van de medewerkers. Dit deel van de besluitvorming valt echter buiten de scope van het onderzoek dat zich richt op de meerwaarde van de samenwerking nadat die al tot stand gekomen was. In maart 2015, in de aanloop naar het besluit om definitief toestemming te verlenen voor het aangaan van de gemeenschappelijke regeling, bleek de ernst van de problematiek in de uitvoering. Het college werd door de accountant geconfronteerd met dusdanige onjuistheden in de uitvoering van onder andere de Participatiewet, dat goedkeuring van de jaarrekening 2014 door de accountant gevaar liep. Dat was ook het moment waarop duidelijk werd dat de uitvoering van de Participatiewet niet op deze wijze van Haaksbergen kon overgaan naar het samenwerkingsverband in Hengelo.
De raad werd hierbij betrokken met het raadsvoorstel dat werd voorgelegd in juli 2015. Dat betrof het raadsvoorstel om een principebesluit te nemen over de aansluiting bij de Gemeenschappelijke Regeling Hengelo-Borne. Gezien de complexiteit van het traject om aan te sluiten bij de gemeenschappelijke regeling, informeerde het college de raad actief en werd de raad vooraf om een principebesluit gevraagd. Met dit voorstel kon de raad gebruik maken van haar kaderstellende rol. Het voorstel bevat de beleidsmatige, organisatorische, personele en financiële uitgangspunten. De risicoparagraaf beschreef enkele risico’s, die zich voornamelijk richtten op de gevolgen voor het voorgestelde proces. Er werd minder uitgebreid ingegaan op de risico’s die de gemeente Haaksbergen met het aangaan van de samenwerking liep, zoals de betaalbaarheid, kwaliteit van de uitvoering etc. De planning leek vrij kort en ambitieus. Het raadsvoorstel werd behandeld in juli 2015 en het voornemen was om al in het najaar van datzelfde jaar een uitgewerkte businesscase voor te leggen én om in die periode ook het onderhandelingsproces te laten plaatsvinden. Het raadsvoorstel van juli 2015 zelf, evenals de bijbehorende bijlage, kan worden getypeerd als een evenwichtig, gebalanceerd voorstel, waarmee de raad in staat werd gesteld haar (kaderstellende) rol actief op te pakken.
Het onderwerp werd meerdere keren in diverse 32
gremia besproken. In de raadsvergadering werden nog wat aanscherpende opmerkingen gemaakt en vragen gesteld en daarna werd het stuk met unanieme stemmen aangenomen. Ook het raadsvoorstel van juli 2016, waarin de raad gevraagd werd om het college toestemming te verlenen voor het aangaan van de Gemeenschappelijke regeling, bevatte veel argumenten en risico’s op basis waarvan de raad een zorgvuldige keuze kon maken. De bijbehorende businesscase ging, voor zover mogelijk, dieper in op de taken, afspraken en uitgangspunten. Ook hier gold dat de raad goed in de gelegenheid werd gesteld om haar rol in te vullen. Het raadsvoorstel werd besproken in de commissievergadering. Daarbij werden door iedere politieke partij vragen gesteld en werd verduidelijking gegeven door de portefeuillehouder. Ook in de kadernota was al gesproken over de voorgenomen deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Dat was voldoende reden om tijdens de raadsvergadering het voorstel unaniem als hamerstuk ‘af te tikken’. Desondanks bestond er bij raadsleden het gevoel dat de communicatie tussen college en de diverse fracties niet optimaal verliep, ook over meer onderwerpen dan alleen het samenwerkingsverband, en dat er onder hoge tijdsdruk moest worden gehandeld. De aanloop naar het aangaan van het samenwerkingsverband werd door raadsleden als een turbulente periode ervaren.
4.2 De controlerende rol van de raad Dit onderzoek houdt zich bezig met de controlerende rol van de raad in de periode na de start van het samenwerkingsverband in juli 2016. Hoe wordt de raad geïnformeerd? En welke rol pakt de raad zelf op? De huidige portefeuillehouder laat weten dat er een gedegen uitvoering van de Participatiewet plaatsvindt . Beschikbare kwartaalresultaten worden opgenomen in het dashboard sociaal domein, waarin ook de Participatiewet is opgenomen. Dit dashboard bestaat sinds 2020 en wordt aangeboden aan de raad. Het dashboard van het eerste kwartaal 2021 blijkt niet in de commissie te zijn behandeld vanwege tijdgebrek, maar ook naderhand heeft de raad het dashboard niet meer behandeld. Ook zijn er geen vragen over gesteld. Verder is de informatievoorziening aan de gemeenteraad vormgegeven via de gebruikelijke Planning & Control cyclus. Er worden momenteel door het college geen informatieve raadsbrieven/ memo’s gedeeld met de raad. Bijzonderheden worden bij de mededelingen gemeld. Vanuit de raad lijkt ook weinig actief gevraagd te worden naar informatie over de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo.
De voormalige portefeuillehouder laat weten dat de raad geïnformeerd werd middels het versturen van raadsinformatie-brieven en dat daarnaast de gemeenteraad mondeling door de portefeuillehouder werd geïnformeerd als er gesprekken hadden plaatsgevonden op bestuurlijk niveau. Er was sprake van actieve informatievoorziening aan de raad, zowel mondeling als schriftelijk. Vanuit de raad wordt aangegeven dat het gevoel bestaat dat de raad ‘op afstand’ staat. De gemeenschappelijke regeling komt voorbij op de gebruikelijke momenten, zoals bij de jaarlijkse begroting, de kadernota, de jaarrapportage en bij ‘incidenten en bijzonderheden’. Het gevoel van afstand wordt versterkt doordat op deze momenten de informatie over de gemeenschappelijke regeling vooral over de grote lijnen gaat. Men mist meetbare doelstellingen en betreurt het ontvangen van informatie ‘achteraf’, als er niets meer valt 33
(bij) te sturen. Anderzijds wordt daar door de raad ook niet actief en volhardend op geanticipeerd.
4.3 Samenvatting en conclusies deelvraag 3 In de aanloop naar het toetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo is de raad uitvoerig door het college in de besluitvorming daarover meegenomen en heeft zij de ruimte gekregen haar kaderstellende rol te pakken. Maar sindsdien lijken het functioneren van het samenwerkingsverband en de tussentijdse resultaten ervan niet veel actieve aandacht van de raad te hebben genoten. De raad wordt regelmatig door het college geïnformeerd, maar in een frequentie en op een wijze die niet tot meer specifieke aandacht van de raad voor deze gemeenschappelijke regeling heeft geleid. Daarmee geeft de raad maar summier inhoud aan haar controlerende rol ten aanzien van dit samenwerkingsverband. Pas nu er sprake van is dat Haaksbergen meer uitvoeringstaken bij gemeente Hengelo zou willen neerleggen en de kosten en knelpunten daarvan regelmatig gespreksonderwerp zijn, ook in de pers, is er weer meer actieve aandacht van de raad voor het samenwerkingsverband.
34
5 Conclusies en aanbevelingen De Centrale onderzoeksvraag van dit onderzoek was: Heeft de samenwerking met Borne en Hengelo (15-07-2016) in de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo de verwachte meerwaarde ten aanzien van kwaliteit en continuïteit opgeleverd? De conclusies zijn als volgt:
5.1
Conclusies Deelvraag 1 “Hoe is de organisatie vormgegeven waarin de gezamenlijke sociale dienst Borne – Hengelo – Haaksbergen werkt en de taken in het kader van de Participatiewet voor Haaksbergen uitvoert?”
De ‘Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo’ (GR) verricht werkzaamheden voor Haaksbergen voor de volledige uitvoering van klantcontacten en de daaruit vloeiende (proces)handelingen en verwerking van gegevens ten behoeve van de uitvoering van de regelgeving sociale zekerheid. Dit is verder uitgewerkt in het ‘Mandaatbesluit samenwerking sociale zaken Haaksbergen en Hengelo’. In de ‘dienstverleningsovereenkomst Haaksbergen en Hengelo’ die hoort bij de Gemeenschappelijke Regeling zijn de actuele afspraken vastgelegd ten aanzien van het delen van managementinformatie door Hengelo aan Haaksbergen, en ten aanzien van de overeengekomen verplichtingen en kwaliteitswaarborgen. Aan de voorwaarden in de dienstverleningsovereenkomst wordt voldaan: - Er zijn accounthouders aangewezen; - De accounthouders voeren minimaal eens per kwartaal overleg; - Er wordt eens per kwartaal managementinformatie aangeleverd; - Deze managementinformatie bevat de overeengekomen informatie op het gevraagde detailniveau; - Haaksbergen lijkt uit de aangeleverde managementinformatie te kunnen afleiden of de regeling effectief en/of efficiënt wordt uitgevoerd.
- Er is periodiek overleg tussen de portefeuillehouders; - In dit periodiek overleg worden de aangeleverde managementinformatie, de uitvoeringsorganisatie, prognoses, noodzakelijk investeringsmaatregelen en de stand van zaken van de bezwaarschriften en klachten besproken. Het probleem rondom het accounthouderschap voor de GR Sociale Zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo, waardoor in eerste instantie een goede sturing op de samenwerking ontbrak, is inmiddels opgelost door een tweede accounthouder aan te stellen.
5.2
Conclusies Deelvraag 2
35
“Op welke wijze verschillen de resultaten van de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo in de periode 2016-2019 van die van de uitvoeringsorganisatie van Haaksbergen in de periode 2012 – 2015?” Bij het beantwoorden van deelvraag 2 moet allereerst geconstateerd worden dat er voorafgaande aan het aangaan van het samenwerkingsverband door Haaksbergen geen meetbare doelstellingen voor de samenwerking werden geformuleerd. Als doelstellingen werden genoemd: - Het verkleinen van de kwetsbaarheid voor taken in het kader van de Participatiewet; - Kostenbesparing i.v.m. het stijgende tekort op het uitkeringsbudget; - Continuïteit. Deze doelstellingen werden niet nader gekwantificeerd. Als beoogde voordelen werden genoemd: - Verbetering van de kwaliteit van de afhandeling van aanvragen, waaronder kortere doorlooptijden; - Snellere besluiten op een aanvraag, waardoor aanvragers sneller hun geld krijgen en sneller naar werk begeleid worden; - Op termijn daling van het aantal uitkeringsgerechtigden en daardoor daling van de uitkeringslasten; - De frictiekosten zouden worden terugverdiend; - Lagere uitvoeringskosten. Ook deze voordelen werden niet nader gekwantificeerd.
Maar hoewel er vooraf geen meetbare doelstellingen voor en/of voordelen van het samenwerkingsverband werden geformuleerd, hadden er desondanks wel kwantitatieve uitspraken over de resultaten ervan gedaan kunnen worden, mits de daartoe benodigde gegevens beschikbaar zouden zijn geweest. Maar dat was niet het geval: er bleken echter geen congruente datasets te zijn met behulp waarvan bepaalde meetbare resultaten van de samenwerking in beeld zouden kunnen worden gebracht. De benodigde gegevens van Haaksbergen uit de periode 2012-2015 bleken niet (meer) beschikbaar. Door het ontbreken van veel cruciale gegevens kan deelvraag 2 dus maar ten dele beantwoord worden, de conclusies ten aanzien van de verschillen in de resultaten van beide uitvoeringsorganisaties (Haaksbergen en de GR) zijn aanzienlijk minder robuust dan wenselijk zou zijn. Op basis van de beschikbare gegevens kan wel over de verwachte meerwaarde van de samenwerking van Haaksbergen met Borne en Hengelo ten aanzien van kwaliteit en continuïteit het volgende worden geconcludeerd. Ad Kwaliteit van de afhandeling van aanvragen gemeten naar: - binnen de gemeenschappelijke regeling zijn de doorlooptijden van de aanvragen korter geworden, maar er is geen vergelijk mogelijk met de situatie van de periode voor het samenwerkingsverband. - Het aantal gegrond verklaarde bezwaren is wel minder geworden.
- Binnen de gemeenschappelijke regeling is het aantal uitkeringsgerechtigden dat is uitgestroomd afgenomen, maar hoger dan geprognotiseerd. Ad Uitkeringslasten op budget BUIG, gemeten naar 36
-
Het aantal uitkeringsgerechtigden is wel verminderd. De omvang van het tekort van het BUIG budget is wel lager geworden.
Ad Uitvoeringskosten als gevolg van schaalvergroting binnen de GR: - De uitvoeringskosten (in de zin van personele kosten) zouden wel gedaald moeten zijn, omdat minder klanten zouden moeten leiden tot minder uitvoeringskosten. We beschikken echter niet over gegevens om dit te onderbouwen. - De frictiekosten zijn taakstellend opgelegd en uit de beschikbare gegevens blijkt dat deze taakstelling gerealiseerd is. Ad personeelsbeleid: - Alle vaste medewerkers vanuit Haaksbergen hebben hun baan behouden. - De loopbaanperspectieven van de medewerkers uit Hengelo zijn voor de meeste medewerkers binnen het samenwerkingsverband verbeterd. Uit een interne evaluatie uit 2019 blijkt dat de samenwerking in grote lijnen naar tevredenheid van alle partijen verloopt en dat de doelstellingen grotendeels gehaald zijn op het gebied van het verminderen van kwetsbaarheid, het verhogen van kwaliteit, het verlagen van administratieve lasten en het verlagen van de uitvoeringskosten, maar dit wordt niet gekwantificeerd. Met de gegevens die beschikbaar zijn komt de rekenkamercommissie tot vergelijkbare conclusies ten aanzien van de samenwerking met de uitvoeringsorganisatie. Financieel lijkt de samenwerking gunstig uit te pakken voor de gemeente Haaksbergen.
Ondanks de tevredenheid over de samenwerking benoemt Haaksbergen in die interne evaluatie ook het gevoel dat enkele zaken bij het aangaan van het samenwerkingsverband niet altijd goed doordacht zijn en dat er geen “grip” is.
5.3
Conclusies Deelvraag 3 ” Op welke wijze is en wordt de raad in de gelegenheid gesteld om zijn kaderstellende en controlerende rol ten aanzien van dit samenwerkingsverband te vervullen?”
In de aanloop naar het toetreden tot de Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo is de raad uitvoerig door het college in de besluitvorming daarover meegenomen en heeft zij de ruimte gekregen haar kader stellende rol te pakken. Maar sindsdien lijken het functioneren van het samenwerkingsverband en de tussentijdse resultaten ervan niet veel actieve aandacht van de raad te hebben genoten. De raad wordt regelmatig door het college geïnformeerd, maar in een frequentie en op een wijze die niet tot meer specifieke aandacht van de raad voor deze gemeenschappelijke regeling heeft geleid. Daarmee geeft de raad maar summier inhoud aan haar controlerende rol ten aanzien van dit samenwerkingsverband. Pas nu er sprake van is dat Haaksbergen meer uitvoeringstaken bij gemeente Hengelo zou willen neerleggen en de kosten en knelpunten daarvan regelmatig gespreksonderwerp zijn, ook in de pers, is er weer meer actieve aandacht van de raad voor het samenwerkingsverband.
5.4
Eindconclusie 37
De samenvattende conclusie moet zijn dat de centrale onderzoeksvraag voor het belangrijkste deel onbeantwoord moet blijven: door het ontbreken van cruciale gegevens is het vergelijken van de periode vóór en de periode ná de samenwerking, en daarmee het toetsen van de vooraf gestelde doelen en verwachte meerwaarde, niet mogelijk. Voor zover er toch nog conclusies getrokken kunnen worden is dat via een minder robuuste en indirecte vorm van dataverzameling en- vergelijking. Die aanpak leidt tot de voorzichtige, want niet met harde cijfers te onderbouwen, conclusie dat de oorspronkelijke doelstellingen voor het toetreden tot de GR gehaald zijn en de verwachte voordelen zich inderdaad hebben voorgedaan.
Tegelijkertijd is tijdens het onderzoek gebleken dat de basis-veronderstelling die aan het onderzoek ten grondslag lag, namelijk dat Haaksbergen bij het aangaan van het samenwerkingsverband met Hengelo en Borne over alle handelingsruimte beschikte om wel of niet tot toetreding te besluiten, en het samenwerkingsverband dan ook weer zou kunnen verlaten wanneer de doelstellingen niet of onvoldoende gehaald zouden zijn, onjuist was. Ten tijde van het aangaan van het samenwerkingsverband was er in de uitvoeringsorganisatie van de Participatiewet in Haaksbergen sprake van dusdanig grote knelpunten dat niet-toetreden tot de GR geen optie meer was. En er is consensus onder de betrokkenen dat het verlaten van de GR voor Haaksbergen ook niet meer mogelijk is. Het is ondoenlijk (en onverantwoord) de uitvoering van de Participatiewet weer in eigen beheer te nemen: de daartoe benodigde menskracht en expertise ontbreken vrijwel volledig in Haaksbergen. Dat betekent dat het toetreden tot de “Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo” een goede beslissing is gebleken. Wel geldt voor deze GR wat op meer gemeenschappelijke regelingen van toepassing lijkt: of en hoe er door de gemeente Haaksbergen gestuurd wordt op de uitvoering.
Wie zit er aan het stuur en zit de raad niet teveel op de achterbank? Tenslotte: Het is zorgelijk dat de gegevens die door Haaksbergen aan de gemeenschappelijke Sociale Dienst werden overgedragen binnen een verhoudingsgewijs korte periode al niet meer voor onderzoek en/of evaluaties beschikbaar waren. Of de opgevraagde gegevens nog bruikbaar zouden zijn geweest laat zich niet achterhalen: gemeente Hengelo heeft in overleg met gemeente Haaksbergen besloten geen poging te doen om uit de betreffende bestanden de gevraagde gegevens te destilleren, omdat de overgezette bestanden daartoe“ onvoldoende betrouwbaar” zouden zijn. De rekenkamercommissie had er de voorkeur aan gegeven dat zelf te constateren. Het dunkt de rekenkamercommissie dat het niet meer toegankelijk zijn van gegevens, al korte tijd nadat de uitvoeringstaken van Haaksbergen aan de GR overgedragen waren, noch voor onderzoek noch voor audits, controles en/of evaluaties, niet rechtmatig is. Daar waar burgers hun gegevens nog minimaal 5 jaar aan de fiscus moeten kunnen aanleveren, en bedrijven minimaal 10 jaar, daar waar zorginstellingen soms zelfs na 25 jaar medische gegevens nog voor onderzoek beschikbaar moeten kunnen stellen, mag ook van gemeenten verwacht worden dat hun (digitale) gegevens langduriger geborgd worden.
38
5.5 Algemene Aanbevelingen De bovengenoemde conclusies voeren tot een aantal aanbevelingen, waarvan de meeste tot de categorie “Open Deur” behoren: 1. Formuleer alvorens vergelijkbare samenwerkingsverbanden als de gemeenschappelijke Sociale Dienst Hengelo – Borne – Haaksbergen aan te gaan meetbare en evalueerbare doelstellingen. Voeg waar mogelijk en noodzakelijk prestatie-indicatoren toe. 2. Borg het behoud en de toegankelijkheid van de gegevens die door gemeenschappelijke regelingen of (nieuwe) samenwerkingsverbanden worden overgenomen.
5.6 Inhoudelijke aanbevelingen 1. Blijf structureel zorgen voor voldoende capaciteit om het accounthouderschap bij de gemeenschappelijke Sociale Dienst in te vullen en houdt daar ook rekening mee bij vergelijkbare of nieuw aan te gane samenwerkingsverbanden. Om als gemeente voldoende te kunnen sturen op de gemeenschappelijke regeling, om goed regie te voeren en er voor te zorgen dat je in control bent, is het van groot belang is dat er voldoende capaciteit is om het accounthouderschap adequaat in te vullen. Indien noodzakelijk dient deze capaciteit uitgebreid te worden. 2. Evalueer jaarlijks de onderlinge samenwerking tussen de medewerkers bezwaar en beroep van de gemeente Hengelo en de secretarissen van de commissie Bezwaarschriften van de gemeente Haaksbergen, juist omdat dit rechtsreeks raakt aan de dienstverlening aan de inwoners van Haaksbergen. 3. Maak bij het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden gebruik van de aanbevelingen uit de interne evaluatie van 2019, waaronder een ‘benen op tafel’bijeenkomst, kennismakingsbijeenkomsten zodat mensen uit de verschillende organisaties elkaar beter leren kennen, en meer gerichte aandacht voor de overlegstructuur, de bevoegdheden e.d. binnen de uitvoeringsorganisatie. 4. Benut als gemeenteraad de informatie die door het college wordt verstrekt en raadpleeg ook het zogenaamde dashboard sociaal domein regelmatig. 5.
Initieer proactief gesprekken tussen raad en portefeuillehouder over de informatievoorziening met betrekking tot deze (en ook andere) gemeenschappelijke regeling(en). De jaarlijkse QuickScan Gemeenschappelijke Regelingen kan daarvoor een leidraad vormen. Daarmee wordt recht gedaan aan de gemeenschappelijke regeling zelf, de rol van de raad en (het werk van) de portefeuillehouder. 6. Doe nader onderzoek naar de huidige uitvoeringskosten van de “Gemeenschappelijke Regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo”.
39
6 Bestuurlijk wederhoor
40
41
42
7 Nawoord rekenkamercommissie De rekenkamercommissie gaat graag kort in op de bestuurlijke reactie. Wij danken het college voor haar bestuurlijke reactie en wij stellen vast dat het college zich herkent in de onderdelen van ons rapport. Wij lezen hierin dat het rapport handvatten biedt aan het college om de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling te continueren en te verbeteren. Tevens laat het college weten diverse zaken op te pakken, dan wel al te hebben opgepakt, met de uitvoeringsorganisatie of andere organisaties. De rekenkamercommissie ziet uit naar de behandeling van het rapport in de commissie samenleving en bestuur en/ of de gemeenteraadsvergadering. Tot slot willen wij alle betrokken medewerkers van de ambtelijke organisatie en van de uitvoeringsorganisatie bedanken voor de medewerking aan het rekenkameronderzoek.
43
8 Lijst van geraadpleegde literatuur ✓ Persbericht gemeente Haaksbergen, gepubliceerd 2-6-2016 https://www.haaksbergen.nl/Overig/Nieuwsarchief/Nieuwsarchief-2016/Socialedienst.html ✓ https://haaksbergenactueel.nl/sociale-dienst-haaksbergen-samen-hengelo-en-borne12618 ✓ https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/Werk-en-inkomen ✓ https://www.noaberpoort.nl/Bijstand.html ✓ https://www.divosa.nl/divosa-benchmark-werk-inkomen-jaarrapportage-2018 ✓ https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/participatiewet ✓ https://www.divosa.nl/onderwerpen/intergemeentelijkesamenwerking#:~:text=De%20meeste%20gemeenten%20werken%20officieel,overheid% 2C%20steeds%20meer%20regionaal%20samen ✓ https://www.movisie.nl/artikel/drie-decentralisaties-sociale-domein ✓ Raadsvoorstel ‘Principebesluit aansluiting Gemeenschappelijke Regeling Hengelo-Borne’, raadsvergadering d.d. 8 juli 2015 ✓ Raadsvoorstel ‘Toestemming voor treffen Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo’, raadsvergadering d.d.
6 juli 2016 ✓ Businesscase Toetreden Sociale Zaken Haaksbergen bij GR Borne-Hengelo; 24 mei 2016 ✓ Evaluatie samenwerking Sociale Zaken Samenwerken maakt sterker; Borne, Haaksbergen, Hengelo; Aan tafel…………!; Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo, februari/ maart 2019 ✓ Concept raadsbrief behorende bij Evaluatie samenwerking Sociale Zaken Samenwerken maakt sterker; Borne, Haaksbergen, Hengelo; Aan tafel…………!; februari/ maart 2019 ✓ Brondocument excel; Gegevens Uitvoeringsorganisatie 2016-2020 ✓ Jaarverslagen bezwaarschriftencommissie Haaksbergen 2012, 2013, 2014 en 2015 ✓ Interview met raadsleden gemeenteraad Haaksbergen ✓ Schriftelijke interviews met oud-medewerkers van Haaksbergen die nu in dienst zijn bij de gemeenschappelijke regeling ✓ Interviews met de huidige en voormalige portefeuillehouder ✓ Interviews met de accounthouders van zowel gemeente Haaksbergen, als gemeente Hengelo 44