Nota van zienswijzen IT West en Geluidzonering anoniem
Tekst van het document
b.
c. d.
e.
f. g.
h.
Reclamant is als lid van de klankbordgroep teleurgesteld in het plan dat nu voorligt. Door reclamant wordt aangegeven dat zij zich beter kon vinden in een eerder conceptplan dat destijds is besproken. Een conceptplan (21 november 2017) waarin de motie van 29 januari 2014 was verwerkt. Reclamant kan zich niet vinden dat aan bedrijven is gevraagd om uitbreidingswensen kenbaar te maken. Met de wensen van reclamant zoals ook in haar inspraakreactie is weergegeven, en als bijlage aan haar zienswijze is toegevoegd, is helemaal niets gedaan. Met het vorengenoemde conceptplan werd het industrieterrein op slot gezet (geen extra bebouwingsmogelijkheden en grote bedrijven moeten zich maar elders vestigen). Er is verwondering over de bedrijven die op grond van het nu geldende bestemmingsplan al niet passen ten aanzien van de indeling in milieucategorie nu weer uitbreidingsplannen hebben. Door reclamant wordt gewezen naar een tekstpassage in de plantoelichting (figuur 9 van bijlage 1) waaruit volgens haar zou blijken dat leden van de klankbordgroep toestemming zouden hebben gegeven op de uitbreidingsplannen die door de betreffende bedrijven destijds in de klankbordgroep zijn gepresenteerd. Tevens wordt verwezen naar een passage uit een verslag dat eruit is gehaald en wordt door reclamant gevraagd waarom deze passage eruit is gelaten.
Het betreft de volgende passage die uit het verslag is gelaten “als omwonenden zitten wij hier niet namens een achterban, daar hebben wij geen contact mee”. Door reclamant wordt gesteld dat zij nog geen antwoorden heeft ontvangen op haar eerder ingediende zienswijze van december 2020 waarin zij onder andere haar verbazing uitspreekt dat de verzachtende rand niet geldt voor de burgerwoningen aan de Industriestraat / Twijnerstraat / Kruislandstraat / Ten Vaarwerkstraat. Deze woningen staan juist het dichtst op de bedrijven. En voor de woning Industriestraat 78 is een uitzondering gemaakt, afgevraagd wordt waarom. Er is gevraagd om meer 3D modellen te maken en als zo’n 3D model gemaakt zou worden vanuit de woning aan de Industriestraat 78 dan zal blijken dat het ruimtelijk niet aanvaardbaar is. Door reclamant wordt de werking van de geluidzonering niet gesnapt en vreest dat er meer geluidoverlast zal ontstaan. Reclamant heeft een brief bijgevoegd die is geschreven na een commissievergadering van 11 september 2019 en toegestuurd op 24 september 2019 en is als bijlage aan de zienswijze toegevoegd. Door reclamant wordt in die brief haar angst geschetst en waarom reclamant vindt dat uitbreiding van het industrieterrein midden in een woonwijk moet worden voorkomen (o.a. schrik dat Haaksbergse bedrijven in handen komen van buitenlandse investeerders).
Voorts wijst reclamant erop dat het bedrijf Plus Retail op termijn leeg komt te staan. Dit bedrijf ligt in het middengebied met milieucategorie 4.1 en zij heeft de vreest dat daarvoor zware industrie terugkomt. De zware industrie moet zich maar op bedrijventerrein Stepelo vestigen en met een soort van rood-voor-rood regeling tot een oplossing komen voor dit industrieterrein.
17
Nota van zienswijzen Beoordeling Ad a. Door reclamant wordt terecht opgemerkt dat in de klankbordgroep meerdere concepten van het bestemmingsplan dan wel werkdocumenten zijn besproken. Wij beseffen ons dat reclamant een andere voorkeur heeft dan het uiteindelijke plan dat nu voorligt. De voorkeur van reclamant gaat uit naar een concept waarin allerlei milieuregels waren opgenomen voor specifiek het afvalsorteerbedrijf, het betroffen regels die doorgaans en bij uitstek thuishoren in een ‘omgevingsvergunning, activiteit milieu’ voor het specifieke bedrijf en niet in een bestemmingsplan. Omdat wij dergelijke milieuregels ook niet in het bestemmingsplan opnemen voor andere bedrijven vinden wij het niet juist om dat dan wel te doen voor specifiek dit bedrijf. Dat reclamant teleurgesteld is vinden wij begrijpelijk, maar dit neemt niet weg dat vanuit de gemeente altijd duidelijk is uitgesproken dat wij bestaande planologische en verworven rechten respecteren. Zoals ook in de beantwoording op de inspraakreactie van reclamant is aangegeven hebben is deze helderheid direct gegeven om te voorkomen dat er verkeerde verwachtingen worden gewekt. Ad b. Het bestemmingsplan voorziet hoofdzakelijk in een gebied dat een bedrijfsmatige functie vervult en alleen al om die reden is het niet vreemd om vooraf te inventariseren of bedrijven specifieke uitbreidingswensen hebben.
Zoals wij richting reclamant in de beantwoording op haar inspraakrectie hebben toegelicht is het voor industrieterreinen kenmerkend dat er sprake is van een grote dynamiek, bedrijven die voortdurend bezig zijn zich aan te passen aan de veranderende economische omstandigheden. Ook hebben wij aangegeven dat het vanuit jurisprudentie verplicht is om concrete bouwplannen in een lopende planprocedure te betrekken en dan ook de afweging te maken of deze planologisch wel of niet kunnen worden ingepast. Wij zijn op de hoogte van de wensen van reclamant om het industrieterrein op slot te zetten door geen verruiming van bouwmogelijkheden toe te staan en de wens om grote bedrijven elders te vestigen. Het is echter aan bedrijven om te bepalen waar zij zich willen vestigen en de feitelijke situatie is al dat op dit industrieterrein een aantal grote bedrijven zijn gevestigd. Wij vinden het belangrijk dat sprake is van een goed vestigingsklimaat voor bedrijven in Haaksbergen. Het behoud van bedrijvigheid en daarmee behoud van werkgelegenheid is in belangrijke mate ook bepalend voor de leefbaarheid van een dorp als Haaksbergen. Wij zijn van mening dat vanuit een goede ruimtelijke ordening is gewerkt aan een bestemmingsplan waarin zo goed mogelijk een afweging is gemaakt van de verschillende belangen die er spelen. Ad c.
Allereerst verwijzen wij naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder c. Het is mogelijk om van richtafstanden af te wijken als gemotiveerd kan worden dat een bedrijf minder hinder veroorzaakt en daarmee is te vergelijken met een lagere milieucategorie dan waarin het bedrijf is ingedeeld. Ad d. De betreffende passage is terug te vinden op pagina 5 van de plantoelichting. Daarin staat beschreven dat uitbreidingsplannen zijn toegelicht in een avond met leden van de klankbordgroep. En dat daarna de plannen zijn beoordeeld of daaraan medewerking kan worden verleend. Wij begrijpen dat deze tekst gelezen kan worden in die zin dat de klankbordgroep met de uitbreidingsplannen heeft ingestemd. Dit is niet het geval, de avond met de klankbordgroep was informatief. Wij willen dit in de plantoelichting verhelderen. Wat betreft de verslaglegging van vergaderingen van de klankbordgroep is het aan de leden geweest om te bepalen wat wel en niet in het verslag thuishoort. Ook reclamant heeft als lid diezelfde invloed gehad. Ad e. Wij weten niet wat reclamant bedoeld met haar eerdere zienswijze van december 2020, maar vermoeden dat wordt bedoeld de inspraakreactie van reclamant dat op 23 december 2019 bij ons is
18
Nota van zienswijzen binnengekomen. De inspraakreactie van reclamant is beantwoord en daarin is ook ingegaan op de onderdelen die door reclamant worden benoemd. Door reclamant wordt aangegeven dat de verzachtende rand ook zou moeten gelden voor meer gedeelten op het industrieterrein. Met dit bestemmingsplan is ervoor gekozen om de zuidelijke strook als verzachtende rand aan te wijzen en deze rand van het industrieterrein een gemengde bestemming te geven. In dit bestemmingsplan is niet dat deel van het industrieterrein meegenomen dat bijvoorbeeld direct tegenover de Twijnerstraat ligt. De reden hiervan is dat dit gedeelte van het industrieterrein en de daaraan grenzende woningen in een ander bestemmingsplan is geregeld. Met betrekking tot de situatie van de woning aan de Industriestraat 78 waar reclamant naar vraagt wordt verwezen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 7, onder b. De 3D simulatie zijn destijds bedoeld geweest om de ruimtelijke effecten van een concreet bouwplan te presenteren. Door reclamant wordt gevraagd om deze simulaties vanaf meerdere posities te maken en als deze wordt gemaakt vanaf de positie van nummer 78 dan zou blijken dat het niet meer ruimtelijk aanvaardbaar is. Wij zijn het niet eens met deze stelling van reclamant.
Door reclamant wordt eraan voorbijgegaan dat het industrieterrein al grotendeels met gebouwen is ingevuld en dat er sprake is van geldende planologische rechten die nog niet volledig zijn ingevuld maar die wij wel blijven respecteren. Voor de volledigheid verwijzen wij naar de beoordeling van zienswijze van reclamant 5, onder a, waarin is toegelicht de keuze om de bestaande bouwhoogtes aan de randen van het industrieterrein te handhaven en die in het middengebied te verhogen. Ad f. De geluidzonering is een manier om de totale geluidsproductie van het industrieterrein beheersbaar te houden. Het geeft enerzijds zekerheid aan bedrijven om geluid te kunnen produceren en anderzijds geeft het de zekerheid aan omwonenden dat er niet meer geluid geproduceerd mag worden dan de geluidzonering toestaat. Er is ook nu al sprake van een in werking zijnde geluidzonering en met de nieuwe geluidzonering wordt deze geactualiseerd en juridisch verankerd. Met de geactualiseerde geluidzonering is het niet mogelijk dat er meer geluid geproduceerd kan worden ten opzichte van de huidige in werking zijnde situatie. Het uitgangspunt is dat enerzijds bestaande planologische en verworven rechten worden gerespecteerd en dat er anderzijds er geen sprake mag zijn van toenemende (geluid)hinder. Ad g.
Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een geactualiseerde planologische regeling van een bestaand industrieterrein. Enerzijds is het uitgangspunt dat bestaande planologische en verworven rechten worden gerespecteerd en anderzijds is het uitgangspunt dat er geen sprake mag zijn van toenemende milieuhinder naar de omgeving. Wij zijn het niet eens met reclamant dat sprake is van een industrieterrein midden in een woonwijk, maar wel van een industrieterrein dat grenst aan of in de nabijheid van woningen is gelegen. Deze beide functies van wonen enerzijds en werken anderzijds gaan niet altijd evengoed samen. Om deze reden worden zoneringen toegepast waarin milieucategorieën van bedrijven zijn gereguleerd. Hoe verder vanaf de woningen des te hoger de milieucategorie mag zijn. Dit neemt niet weg dat feitelijk sprake is van een industrieterrein dat zich niet laat verplaatsen. De opgave is en blijft daarom om beide functies zo goed mogelijk naast elkaar te laten functioneren. Dit vraagt om een actuele planologische regeling voor het industrieterrein met eveneens een geactualiseerde geluidzonering rondom het industrieterrein. Met voorliggend bestemmingsplan wordt ingezet op een verzachting van de randen van het industrieterrein. Wij zijn ons ervan bewust dat de voorgestelde verzachting niet door alle omwonenden als voldoende wordt beschouwd.
Het blijft belangrijk om met elkaar, omwonenden en ondernemers, hierover in gesprek te blijven. En in het geval dat hinder wordt ervaren of dat sprake is van een klacht dat dit ook bij het bedrijf of bij de parkmanager van het industrieterrein kenbaar wordt gemaakt. In dat geval kan worden beoordeeld of normen worden overschreden waarna – bij overschrijding – corrigerend / handhavend opgetreden kan worden. Het bestemmingsplan is wat dat betreft slechts een juridisch plan. Dit juridische plan maakt geen onderscheid in buitenlandse investeerders die geld willen verdienen, dit
19
Nota van zienswijzen plan regelt wel waaraan iedereen zich dient te houden en geldt dus ook voor buitenlandse investeerders. Ad h. Het kan zijn dat een ander bedrijf zich wil vestigen op een bestaande bedrijfslocatie die vrijkomt. In dat geval dient dat bedrijf te voldoen aan de regels van het geldende bestemmingsplan. Er is geen wettelijk instrument om een bedrijf tegen te houden wanneer aan het bestemmingsplan wordt voldaan. Het is aan het bedrijf om te bepalen waar zij zich willen vestiging en om aan wet- en regelgeving te voldoen. De door reclamant aangehaalde “soort van rood-voor-rood” regeling voldoet niet aan het uitgangspunt dat bestaande planologische rechten worden gerespecteerd. Voor de volledigheid willen wij opmerken dat er in de gemeente Haaksbergen slechts een zeer beperkt aanbod is van bestaande leegstaande bedrijfspanden en ditzelfde geldt ook voor de voorraad aan uitgeefbare bedrijfskavels. Het is maar de vraag of de gemeente op dit moment een specifiek bedrijf nog een bedrijfskavel op het nieuwe bedrijventerrein kan aanbieden. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding de plantoelichting te verhelderen ten aanzien van de uitbreidingsplannen die in de klankbordgroep zijn gepresenteerd. Deze avond is uitsluitend informatief geweest. Deze verheldering is verwerkt in paragraaf 2.2 van de toelichting.
De aanpassing leidt op dit onderdeel niet tot een gewijzigde vaststelling omdat de plantoelichting juridisch niet bindend is. 7. Reclamant De zienswijze is gedateerd op 20 juli 2021 en geregistreerd op 21 juli 2021. Het betreft een pro forma zienswijze waarin wordt gevraagd de termijn te verlengen. De termijn voor het aanvullen van de zienswijze is verlengd tot en met 24 augustus 2021. De aangevulde zienswijze is gedateerd op 20 augustus 2021 en geregistreerd op 24 augustus 2021 Samenvatting a.
b.
c.
d.
e.
f.
Opmerking vooraf. Er wordt van de gemeente verwacht dat voor planvorming met de belangen van omwonenden en die van reclamant rekening wordt gehouden zodat er geen juridische procedures noodzakelijk zijn. Goede ruimtelijke ordening. De uitgangspunten die worden gehanteerd met betrekking tot de gemengde strook worden door reclamant positief beschouwd, maar wordt onvoldoende toegepast vanwege de ligging van de woning van reclamant. Ook aan de overzijde van de woning van reclamant zou deze gemengde bestemming moeten worden verwerkt. Door reclamant wordt hiertoe een aanpassingsvoorstel gedaan en is als bijlage aan de zienswijze toegevoegd. Goede ruimtelijke ordening. Daarnaast wil reclamant dat de bouwhoogte wordt teruggebracht naar 7 meter zoals dat ooit was. In het huidige geldende bestemmingsplan is de bouwhoogte verhoogd van 7 naar 12 meter en nu wordt deze in het middengebied verhoogd naar 15 meter. Er wordt door reclamant gesteld dat er ten aanzien van bouwhoogte voor zijn situatie geen belangenafweging heeft plaatsgehad zoals dat wel is gedaan in de gemengde bestemming waar de bouwhoogte op 9 meter blijft gehandhaafd. Tot slot is er aan deze kant van het industrieterrein niet voorzien in een groene buffer zoals dat wel aan de noordzijde is gedaan. Goed woon- en leefklimaat. Reclamant is van mening dat gelet op het voorgaande een goed woon- en leefklimaat niet is gewaarborgd.
Voor de andere woningen is wel voorzien in een goede overgang van industrieterrein naar wonen. De milieucategorieën. Het bedrijf aan de Industriestraat 3 vertoont de meeste gelijkenis met SBIcode 372C, afvalscheidingsinstallatie met milieuhindercategorie 4.2. Dit betekent een afstand van 300 meter terwijl de woning van reclamant op een afstand van 78 meter ligt. Verwezen wordt naar de uitspraak van 13 juni 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:CA3625) waarin is overwogen dat een afvalsorteerbedrijf als categorie 4 is aan te merken. Ook wordt afgevraagd waarom er geen rekening wordt gehouden met de motie die in 2014 door de gemeenteraad is aangenomen. Participatie. Reclamant stelt dat er niets is gedaan met input die vanuit de klakbordgroep is ingebracht en dat niets is gedaan met de vele vragen die in de klankbordgroep zijn gesteld. Er
20
Nota van zienswijzen
g.
wordt nogmaals gevraagd om de uitgangspunten voor de gemengde bestemming ook tegenover de woning van reclamant toe te passen. Er is wel rekening gehouden met de wensen vanuit de bedrijven, zoals uitbreidingsplannen. De vragen tijdens de inspraakavond van 23 mei 2017 zijn niet beantwoord. Geluid. De geluidzonering is volgens reclamant niet gebaseerd op actuele gegevens en daarom kan een goed woon- en leefklimaat niet worden gewaarborgd. Er zijn inmiddels aan twee bedrijven nieuwe vergunningen verleend. De aanmeldnotitie MER klopt niet omdat aan de Industriestraat 20 een bedrijf in milieucategorie 5.2 is gevestigd. Het wordt in twijfel getrokken dat een MER niet nodig zou zijn.
Beoordeling Ad a. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder a. Ad b. Wij beseffen ons dat reclamant de sterker wens heeft dat de gemengde strook ook gedeeltelijk tegenover de woning van reclamant wordt gelegd. Wij hebben als antwoord op de ingediende inspraakreactie van reclamant laten weten dat wij vinden dat er een logische indeling van het industrieterrein blijft bestaan en dat het een heldere en duidelijke visie is voor verzachting van de rand. Deze logische indeling van het industrieterrein bestaat uit de zuidelijke rand die de gemengde bestemming heeft en het middengebied van het industrieterrein tegenover de woning van reclamant. De bouwhoogtes in het middengebied zijn verhoogd naar 15 meter omdat dit deel van het industrieterrein op een ruime afstand is gelegen van de woningen die liggen aan de randen van het industrieterrein. Omdat wij beseffen dat dit niet opgaat voor de situatie van reclamant hebben wij gemeend hierop een uitzondering te maken door dat deel van het middengebied tegenover de woning van reclamant niet te verhogen naar 15 meter. De huidige maximaal toegestane bouwhoogte van 12 meter blijft hier gehandhaafd. Wij blijven uitgaan van het uitgangspunt om uitsluitend aan de zuidelijke grens van het bedrijventerrein de gemende bestemming toe te passen.
Overige gronden in het middengebied blijven in stand om bedrijven niet nog meer de hinderen. Mede doordat het bestemmingsplan heeft geborgd dat ook ten aanzien van de woning van reclamant wordt voldaan aan de richtafstanden is het toepassen van een gemengde niet noodzakelijk om een goed woon- en leefklimaat na te streven. In de onderstaande illustratie zijn deze richtafstanden verduidelijkt.
21
Nota van zienswijzen De bovenstaande illustratie laat ter verduidelijking zien dat de richtafstanden behorende bij de milieucategorieën die op de verbeelding zijn terug te vinden ten opzichte van de woning van reclamant in overeenstemming is met de van toepassing zijnde regelgeving. Ad c. Het uitgangspunt van dit bestemmingsplan is dat bestaande planologische en verworven rechten worden gerespecteerd. Dit betekent ook dat de bouwhoogtes zoals die op grond van het nu geldende bestemmingsplan van toepassing zijn worden gehandhaafd en dus niet naar beneden toe worden bijgesteld. Dat betekent dat percelen direct aan de overzijde van de woning van reclamant dat de op basis van het huidige bestemmingsplan geldende bouwhoogte van 12 meter in het nieuwe bestemmingsplan gehandhaafd blijft. Van een bouwhoogte van 7 meter is geen sprake in het huidige bestemmingsplan. Voor het middengebied zijn wij van mening dat deze bouwhoogtes naar 15 meter kunnen worden verhoogd, met uitzondering van dat deel van het middengebied dat tegenover de woning van reclamant ligt. Wij zijn het dan ook niet met reclamant eens dat er geen belangenafweging heeft plaatsgehad. Er is wel degelijk gekeken naar woning van reclamant in relatie tot bouwhoogtes van het industrieterrein en dat is ook op de verbeelding van het bestemmingsplan als zodanig terug te vinden.
Wat betreft de groene buffer zoals die aan de noordzijde is opgenomen merken wij op dat er aan de zijde van het industrieterrein waar reclamant woont fysiek niet de ruimte aanwezig is om een dergelijke groene buffer te realiseren. Dit is aan de noordzijde wel het geval en om te waarborgen dat deze groene buffer ook naar de toekomst toe blijft bestaan is deze buffer opgenomen binnen de begrenzing van voorliggend bestemmingsplan. Ad d. Wij verwijzen naar de beoordeling van hetgeen onder b en c van deze zienswijze is toegelicht. Wij zijn van mening dat daarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ad e. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 5, onder b, waarin wordt toegelicht dat voor het afvalsorteerbedrijf een volwaardige afweging heeft plaatsgevonden van de milieueffecten op de omgeving. De vergunning die daaraan ten grondslag ligt is onherroepelijk geworden nadat ook door de bestuursrechter hierover uitspraak is gedaan. Verder verwijzen wij naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder c, waarin wordt uitgelegd dat gemotiveerd van richtafstanden kan worden afgeweken. Ad f. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder e, met betrekking tot hetgeen door reclamant wordt gesteld met betrekking tot participatie.
Wat betreft het overnemen van de uitgangspunten van de gemengde bestemming tegenover de woning van reclamant wordt verwezen naar de beoordeling onder b van deze zienwijze. Met betrekking tot de inventarisatie die heeft plaatsgehad ten aanzien van de uitbreidingswensen van bedrijven wordt verwezen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 6, onder b. Ad g. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 2, onder d (actualiteit en volledigheid van geluidsonderzoek) en onder h (volledigheid aanmeldnotitie en al dan niet noodzaak van het uitvoeren van milieueffectrapportage). Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
22
Nota van zienswijzen 8. Reclamant 8 De zienswijze is gedateerd op 18 juli 2021 en geregistreerd op 20 juli 2021. De zienswijze is per email binnengekomen en niet voorzien van een handtekening en adresgegevens ontbreken. Samenvatting Reclamant dient deze zienswijze in omdat zij recentelijk de onbebouwde kavel hebben aangekocht en specifieke wensen hebben die zien op een verbeterde situering van de onbebouwde kavel en dit graag verwerkt zien in het bestemmingsplan: • het handhaven en beschermen van een zeer fraaie boom met kroonprojectie binnen het bestaande onbebouwde bouwvlak en daarom wenselijk het bouwvlak iets te verschuiven; • het aanpassen van de vorm van het bouwvlak naar 25 bij 16 meter in plaats van 20 bij 20 meter, de lange zijde van 25 meter wordt evenwijdig aan de Eibergsestraat gesitueerd. Een bijlage van de gewenste situering is aan de zienswijze toegevoegd. Beoordeling Wij verwijzen allereerst naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 2, onder a. Door reclamant is het betreffende perceel grond met opstallen aangekocht, maar vooralsnog niet in eigendom overgedragen.
Wij zijn van mening dat aan de verplaatsing van het bouwblok medewerking kan worden verleend wanneer enerzijds sprake is van een verbeterde planologische-ruimtelijke situatie en anderzijds voldaan wordt aan de oorspronkelijke afspraak die met reclamant 2 is gemaakt met betrekking tot de sloop van de bestaande woning die thans onder het overgangsrecht van het geldende bestemmingsplan als woning in gebruik is. Gelet op de omstandigheid dat in de huidige geldende planologische situatie sprake is van een bouwblok van 20 bij 20 meter waarbinnen feitelijk twee woningen kunnen worden opgericht zijn wij van mening dat aan de te verplaatsen bouwblok een maximum moet worden verbonden van twee woningen die ter plaatse gerealiseerd mogen worden. Het nieuwe bouwblok mag aan de voorzijde breder zijn dan de huidige 20 meter zodat aan reclamant in de uitwerking van de bouwplannen meer flexibiliteit wordt geboden (twee vrijstaande woningen of geschakelde woningen, logische situering van bijgebouwen, en dergelijke). Daarnaast zien wij het als een verbetering dat het bouwblok op een grotere afstand van het industrieterrein wordt gerealiseerd. De wens van reclamant om de fraaie boom te handhaven is begrijpelijk. Wat betreft de bebouwingsmogelijkheden wordt aangesloten op de planregeling zoals in voorliggend bestemmingsplan is opgenomen ten aanzien van woningen en daarbij behorende bijgebouwen.
Wat betreft de bestaande woning geldt dat deze moet worden gesloopt nadat tenminste één woning in het bouwblok is gerealiseerd. Indien de wens bestaat om een bestaand bijgebouw te handhaven dan mag dat, maar deze vierkante meters tellen uiteraard dan wel mee in het totale aantal toegestane vierkante meters aan bijgebouw. Met een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan wordt ervoor gezorgd dat de bestaande woning ook daadwerkelijk wordt gesloopt. In het geval er niet wordt gesloopt dan is sprake van strijd met het bestemmingsplan in die zin dat de nieuwe woning(en) niet als zodanig mogen worden gebruikt. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het plan aan te passen. Met deze aanpassing komen wij tegemoet aan het verzoek van reclamant om het bouwblok te verplaatsen.
23
Nota van zienswijzen B. OVERZICHT AMBTSHALVE WIJZIGINGEN 9. Verzoek om wijziging aan het perceel Eibergsestraat 200 Het verzoek heeft betrekking op de aanwezige hoefsmederij die aan de Eibergsestraat 200 is gevestigd en waarvoor ook vergunningen zijn afgegeven. Er is in feite sprake van een reparatie van het nu geldende bestemmingsplan. Destijds was het moment om de functie van hoefsmederij positief te bestemmen, maar dit heeft toen niet plaatsgevonden. Met de ambtshalve wijziging wordt de functie van hoefsmederij alsnog positief bestemd. De bestaande oppervlakte die in gebruik is als smederij worden in voorliggend bestemmingsplan met een aanduiding op de verbeelding vastgelegd en eveneens gekoppeld aan de planregels. Er wordt geen mogelijkheid geboden voor uitbreiding van deze activiteiten. Deze wijziging is voor verzoeker ook van belang omdat er een duidelijk onderscheid wordt gemaakt in de oppervlakte aan gebouwen ten dienste van de hoefsmederij en de oppervlakte aan bijgebouwen ten dienste van de woonbestemming. De functie van hoefsmederij wordt met een aanduiding planologisch vastgelegd omdat wonen de voornaamste functie is. In het verzoek wordt gevraagd om het daarentegen onder de gemengde bestemming onder te brengen.
24