CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen IT West en Geluidzonering anoniem

Gemeenteraad 22 december 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van de bestemmingsplannen “Industrie-West” en “Geluidzonering Industrie-West”12.953 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen Ontwerp van de bestemmingsplannen “Industrie-West” en “Geluidzonering Industrie-West”

Overzicht ambtshalve wijzigingen

Nota van zienswijzen INLEIDING De ontwerpversies van de bestemmingsplannen “Industrie-West” en “Geluidzonering Industrie-West” inclusief de bijbehorende bijlagen hebben met ingang van vrijdag 11 juni 2021 tot en met donderdag 22 juli 2021 voor een periode van zes weken voor iedereen ter inzage gelegen bij de receptie van het gemeentehuis. Het plangebied van het ontwerp bestemmingsplan “Industrie-West” heeft betrekking op de bestaande bedrijventerreinen ’t Varck (oost, west en ‘t Varck) en Brammelo die zijn gelegen ten zuidwesten van de kern Haaksbergen. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Eibergsestraat en aan de noordzijde is de bestaande groenvoorziening aan het plangebied toegevoegd. Het ontwerp bestemmingsplan is opgesteld omdat het huidige bestemmingsplan is verouderd en nodig geactualiseerd moest worden. Tegelijkertijd met vorengenoemd bestemmingsplan heeft ook het ontwerp bestemmingsplan “Geluidzonering Industrie-West” ter inzage gelegen. Dit plan voorziet eveneens in een geactualiseerde regeling ten aanzien van de geluidzone rondom het bedrijventerrein. A. ZIENSWIJZEN Tijdens de termijn van de terinzagelegging bestond voor eenieder de gelegenheid een zienswijze in te dienen. Er zijn 8 zienswijzen op het plan ingediend: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. Deze nota bevat een samenvatting van de ingediende zienswijzen.

De zienswijzen zijn voorzien van een inhoudelijke beoordeling en een conclusie. B. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Er is een wijziging aangebracht naar aanleiding van een verzoek dat is ingediend en waarvan wij van mening zijn dat deze met voorliggend bestemmingsplan “Industrie-West” kan worden meegenomen, het betreft: 9.

1

Nota van zienswijzen A. ZIENSWIJZEN 1. Reclamant 1 De zienswijze is gedateerd op 20 juli 2021 en geregistreerd op 21 juli 2021. Het betreft een pro forma zienswijze waarin wordt gevraagd de termijn te verlengen. De termijn voor het aanvullen van de zienswijze is verlengd tot en met 24 augustus 2021. De aangevulde zienswijze is gedateerd op 20 augustus 2021 en geregistreerd op 24 augustus 2021. Samenvatting a.

b.

c.

d.

e.

f.

Opmerking vooraf. Er wordt van de gemeente verwacht dat voor planvorming met de belangen van omwonenden en die van reclamant rekening wordt gehouden zodat er geen juridische procedures noodzakelijk zijn. Burgerwoning. De uitspraak van 20 mei 2009 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is volgens reclamant niet volledig verwerkt. Omdat het perceel van reclamant op grond van deze uitspraak een woonbestemming moet krijgen betekent het ook dat de woning onder de geluidzonering moet worden gebracht en daarmee niet langer onderdeel is van het industrieterrein. Er zal sprake zijn van een vergissing en in een eerdere zienswijzenota van 13 maart 2017 zou die ook zijn toegezegd. Bovendien laat kaartmateriaal behorende bij de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening zien dat het perceel geen onderdeel uitmaakt van het industrieterrein. Milieucategorieën. Er wordt door reclamant gewezen op: • Bedrijven die in de nabijheid van de woning van reclamant liggen. Deze bedrijven zijn allen ingedeeld in een milieucategorie met daarbij behorende richtafstanden die niet in overeenstemming is met de feitelijke afstand ten opzichte van de woning van reclamant.

De richtafstanden van de brochure van de VNG dienen te worden gehanteerd, dus rondom de woning van reclamant tot 100 meter alleen nog maar categorie 1 en 2 bedrijven, vanaf 100 meter mogen categorie 3 bedrijven zich vestigen en vanaf 200 meter zijn categorie 4 toegestaan. Reclamant wijst op twee specifieke locaties die volgens de gemengde bestemming een maximum mogen hebben van milieucategorie 2, maar dit feitelijk niet zijn: het betreft Eibergsestraat 220 en Industriestraat 40. • Afgevraagd wordt op welke wijze de rekening wordt gehouden met toekomstige uitbreidingsplannen van bedrijven. Dit om te voorkomen dat er in de toekomst vergunningen worden verleend in afwijking met het bestemmingsplan, rechtszekerheid wordt verlangd. • De mogelijkheid voor een parkeerterrein met een kleine horecagelegenheid binnen de gemengde bestemming zal zorgen voor overlast en daarom wordt gevraagd deze mogelijkheid er weer uit het plan te halen. Goed woon- en leefklimaat. Een goed woon- en leefklimaat is niet gewaarborgd omdat niet wordt voldaan aan richtafstanden en de omstandigheid dat de woning niet onder de geluidzonering is gebracht. Daarbovenop wil reclamant dat de maximale bouwhoogte van 9 meter wordt teruggebracht in verband met verzachting van overgang tussen wonen en werken. Participatie.

De participatie is onvoldoende geweest en met vragen en input van omwonenden in de klankbordgroep is niets gedaan. Bovendien was de klankbordgroep geen vertegenwoordiging van individuele belangen van reclamant. Geluid. De geluidzonering is volgens reclamant niet gebaseerd op actuele gegevens en daarom kan een goed woon- en leefklimaat niet worden gewaarborgd. Er zijn inmiddels aan twee bedrijven nieuwe vergunningen verleend. De aanmeldnotitie MER klopt niet omdat aan de Industriestraat 20 een bedrijf in milieucategorie 5.2 is gevestigd. Het wordt in twijfel getrokken dat een MER niet nodig zou zijn.

2

Nota van zienswijzen Beoordeling Ad a. De gemeente Haaksbergen heeft een nauwkeurig proces doorlopen en daarbij omwonenden en andere belanghebbenden op meerdere momenten in het proces betrokken. Voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan heeft een participatietraject plaatsgevonden, de gemeente heeft besloten om gebruik te maken van de extra – niet juridisch verplichte - ter inzage ronde in de vorm van het voorontwerp bestemmingsplan en daarna heeft het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Er hebben meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden en de ter visie legging van de bestemmingsplannen zijn gepubliceerd in de plaatselijke kranten, in de Staatscourant, op de gemeentelijke website en hebben fysiek op het gemeentehuis gelegen zodat één ieder het bestemmingsplan inclusief bijbehorende stukken hebben kunnen inzien (dit proces is in de Nota van inspraak en onder ad. E uitgebreid beschreven). Aanvullend is met de belangen van reclamant rekening gehouden door onder andere de uitspraak van 20 mei 2009 in voorliggend bestemmingsplan te verwerken. In het bestemmingsplan heeft daarnaast een zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden tussen de belangen van reclamant enerzijds en de belangen van bestaande bedrijven op het bedrijventerrein anderzijds.

Voorgaande neemt niet weg dat het een eigen afweging blijft van belanghebbenden en reclamant in het bijzonder om al dan niet een juridische procedure aan te spannen. Ad b. Wij hebben reclamant toegelicht, zie de beantwoording op de inspraakreactie van reclamant, dat de uitspraak van 20 mei 2009 als uitgangspunt in voorliggend ontwerpplan is overgenomen. De uitspraak is juridisch vertaald naar dit bestemmingsplan door het perceel van reclamant te bestemmen tot een burgerwoning. Daarmee heeft reclamant het recht zijn woning te bewonen zonder dat sprake is van een bedrijfsmatige activiteit. De uitspraak had geen betrekking op het gezoneerde industrieterrein. De zienswijzennota van 13 maart 2017 waar reclamant naar verwijst heeft betrekking op de ter inzage legging van een bestemmingsplan met als doel een geluidsverkaveling van het industrieterrein te creëren (gebaseerd op een zonebeheersplan).Dit bestemmingsplan, en het creëren van een geluidsverkaveling van het industrieterrein, is echter niet doorgezet. In het voorliggende nieuwe bestemmingsplan Industrie-West wordt niet voorzien in een industrieterrein dat op het aspect geluid is verkaveld, maar betreft een actualisering van bestemmingsplan Industrie - West 2003 waarin bestaande rechten worden gerespecteerd.

Het vorenstaande neemt niet weg dat wij inzien dat in de betreffende zienswijzennota uit 2017 is toegelicht dat het perceel van reclamant onder de geluidzonering wordt gebracht wanneer het perceel een volwaardige woonbestemming krijgt. Wij hebben om die reden de akoestische situatie rondom het perceel van reclamant alsnog, en specifiek voor de situatie van reclamant, opnieuw in beschouwing genomen. In deze beschouwing zijn echter ook de belangen van bestaande bedrijven op het bedrijventerrein meegewogen. Zoals reeds verwoord in de Nota van inspraak vinden wij het belangrijk dat de oorspronkelijke situatie voor ons leidend is. In de oorspronkelijke situatie maakte het perceel van reclamant onderdeel uit van het bedrijventerrein en had het eveneens een bedrijfsbestemming met de mogelijkheid van een bedrijfswoning, die thans als burgerwoning in gebruik is en als zodanig moet worden bestemd. De stedenbouwkundige structuur, de ruimtelijke opbouw en de functionele samenstelling van de directe omgeving is bovendien volledig te kenmerken als ‘bedrijventerrein’. De abrupte grens aan de zuidzijde van het perceel vormt in deze beschouwing een heldere (en ook de oorspronkelijke) harde grens tussen het bedrijventerrein en het gebied dat wel onder de geluidzonering valt.

Het beleid- en regelgeving in respectievelijk de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening heeft tot doel functionele ontwikkelingen binnen de als bedrijventerreinen aangewezen gronden te reguleren. Het al dan niet treffen van regulerende geluidsmaatregelen vormt geen onderdeel van dit beleid en regelgeving.

3

Nota van zienswijzen Gelet op het vorenstaande en omdat de woning aan de Eibergsestraat 218 al sinds vaststelling van de geluidszone in 1990 een ‘woning gelegen op een geluidgezoneerd industrieterrein’ betreft, wordt deze woning niet onder het geluidregime van de geluidzonering gebracht. Ad c. Het uitgangspunt van dit bestemmingsplan is dat bestaande planologische en verworven rechten worden gerespecteerd. Dit betekent dus ook dat de planologische rechten zoals in het nu geldende bestemmingsplan zijn vastgelegd met betrekking tot de toegestane milieuhindercategorie ook worden gerespecteerd. Daarnaast is ook het uitgangspunt van dit bestemmingsplan om de milieucategorieën niet te verruimen. Overigens wordt door reclamant richtlijnen genoemd met afstanden die niet recht doen aan de huidige planologische systematiek. Door reclamant wordt voorbijgegaan aan een meer verfijnde indeling van milieucategorieën naar bijvoorbeeld 3.1 en 3.2 bedrijven (in plaats van enkel de grootste afstand te benoemen van een 3.2 bedrijf). De gebruiksbepalingen van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de VNG-richtlijnen en in de planregeling tot uitdrukking gebracht door de categorieën van milieuhinder te benoemen die op delen van het industrieterrein van toepassing zijn.

Deze systematiek is ook op de verbeelding van het bestemmingsplan terug te vinden met betrekking tot de bedrijfsgronden die de bestemming “bedrijventerrein” hebben. Voor de bedrijfsgronden met de bestemming “Gemengd” is deze systematiek wel losgelaten omdat hier wordt ingezet op een verzachting met de maximaal mogelijke milieucategorie 2. Deze gemengde bestemming heeft in het geldende bestemmingsplan nog een “reguliere” bedrijfsbestemming en op gedeelten binnen deze strook zijn binnen deze nu nog geldende bestemming bedrijven in milieucategorie 3 toegestaan. De bedrijfsgronden die direct aan het perceel van reclamant liggen zijn daarvan een voorbeeld. Het uitgangspunt dat bestaande planologische rechten worden gerespecteerd gaat dus niet volledig op voor dat deel van het bedrijventerrein dat een gemengde bestemming heeft gekregen, maar juist om die reden hebben wij wel de bestaande bedrijvigheid die nu in een hogere milieucategorie dan 2 zit met een aanduiding op de verbeelding weergegeven. Dit omdat wij de bestaande verworven rechten respecteren. Aanvullend op het vorenstaande hechten wij er waarde aan om een toelichting te geven op de wijze waarop met de VNG-richtlijnen in de praktijk wordt omgegaan en ook als zodanig mag worden toegepast. De afstanden die worden genoemd zijn gebaseerd op ‘standaard’ bedrijfscategorieën en betreffen nadrukkelijk “richtafstanden”.

De bedrijfscategorieën zijn niet bedoeld om op een dogmatische wijze in de praktijk toe te passen omdat de veelzijdigheid aan bedrijvigheid eindeloos is en die niet kan worden vervat in bedrijfscategorieën. De milieucategorieën met de bijbehorende richtafstanden zijn gebaseerd op de (milieu)effecten van activiteiten die op een bedrijfsperceel plaatsvinden. Dit neemt niet weg dat een indeling van bedrijvigheid naar milieucategorie en daaraan gekoppeld afstanden een goed handvat biedt voor beleidsadvisering in de praktijk. Het afwijken van afstanden dan wel van de milieucategorie is mogelijk wanneer kan worden gemotiveerd dat een bedrijf vanwege de specifieke bedrijfsactiviteiten is te vergelijken met een bepaalde milieucategorie dan dat het bedrijf grofmazig op grond van de VNG-richtlijn is ingedeeld of wanneer (milieu)effecten van feitelijke activiteiten in de praktijk kleiner uitvallen. Voorts is het zo dat wat een bedrijf aan hinder mag veroorzaken niet gedetailleerd in het bestemmingsplan wordt geregeld. Het bedrijf moet rechtstreeks voldoen aan de regels uit het Activiteitenbesluit milieubeheer of moet voldoen aan de voorschriften die in de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu zijn opgenomen. In een omgevingsvergunning worden voorschriften opgenomen met betrekking tot het treffen van maatregelen gericht om juist de hinder zo veel mogelijk te beperken.

Het beperken van hinder kan door maatregelen te treffen die voldoen aan de best beschikbare technieken die op dat moment op de markt te vinden zijn. Er worden twee situaties aangehaald, de Eibergsestraat 220 en de Industriestraat 40, die met de bedrijfspercelen direct grenzen aan het perceel van reclamant. Deze beide bedrijfspercelen krijgen een gemengde bestemming en de bestaande bedrijvigheid is met een aanduiding op de verbeelding

4

Nota van zienswijzen positief bestemd. Zoals hiervoor is toegelicht is op grond van het nu geldende bestemmingsplan gedeeltelijk op deze bedrijfspercelen een hogere milieucategorie dan 2 toegestaan. De wijze waarop met toekomstige uitbreidingsplannen wordt omgegaan is door deze te toetsen aan de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van het bestemmingsplan. Met de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu of een melding Activiteitenbesluit is het milieu deel geborgd. De mogelijkheid van een parkeerterrein met kleinschalige horeca maakt onderdeel uit van de bedrijfsbestemming en wordt alleen toegestaan wanneer aan de voorwaarden is voldaan. Het is niet bij recht mogelijk. Ad d. Aangezien de woning aan de Eibergsestraat 218 al sinds vaststelling van de geluidszone in 1990 een ‘woning gelegen op een geluidgezoneerd industrieterrein’ betreft, wordt deze woning niet aangemerkt als een ‘geluidgevoelig object’, zoals reclamant aangeeft. Wat betreft geluid hoeft een goed woon- en leefklimaat bij deze woning hierdoor niet gewaarborgd te worden. De woning wordt derhalve niet onder het beschermingsregiem van de geluidzonering gebracht. Wat betreft de bouwhoogten wordt verwezen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 5, onder a. Ad e.

Wat betreft het participatietraject dat ten grondslag ligt aan voorliggend bestemmingsplan het volgende: − Wij zijn gestart met een informatiebijeenkomst voor omwonenden waarbij vanuit de gemeente alle inhoudelijke deskundigen aanwezig waren om vragen te beantwoorden. Wij hebben deze brede vertegenwoordiging vanuit de gemeente nodig gevonden om zodoende uiteenlopende vragen van omwonenden direct tijdens die bijeenkomst te beantwoorden. Het gaat om zeer uiteenlopende onderwerpen op het gebied van milieu, verkeer, ruimtelijke ontwikkeling, gezondheid, veiligheid, toezicht en handhaving. Deze bijeenkomst is druk bezocht en ook reclamant was aanwezig. − Er zijn vervolgens drie werksessies georganiseerd: een sessie met alleen omwonenden, een sessie met alleen ondernemers en een gezamenlijke sessie met omwonenden en ondernemers waarin een toelichting is gegeven op de opgave die er ligt om te komen tot een verzachting van de randen van het industrieterrein. Een complexe opgave die er ligt omdat sprake is van een bestaande bebouwde situatie met verkregen juridische planologische en vergunde rechten die de gemeente wenst te respecteren. − De gemeente heeft ondernemers en omwonenden gevraagd om in een klankbordgroep mee te denken. Een klankbordgroep bestaande uit deelnemers die met de gemeente meedenkt.

De deelnemers daaraan hebben nadrukkelijk niet als vertegenwoordig opgetreden namens een bepaalde groep. De samenstelling van de klankbordgroep was in evenwicht omdat de vertegenwoordiging vanuit de omwonenden gelijk was aan de vertegenwoordiging vanuit de ondernemers. De vraag om aan de klankbordgroep deel te nemen betrof een open uitnodiging en ook reclamant had daarin zitting kunnen nemen. − De veronderstelling was dat er onbekendheid is rondom de thema’s veiligheid en gezondheid en dan met name als het gaat om die aspecten die zich moeilijk laten vertalen naar een bestemmingsplan. Om die reden is een afzonderlijke bijeenkomst bij de brandweerkazerne georganiseerd zodat belangstellenden zich hebben kunnen laten informeren. De directe aanleiding om deze bijeenkomst te organiseren kwam voort uit de suggestie die door een deelnemer aan de klankbordgroep werd gedaan. − De wens vanuit de klankbordgroep was dat in de plantoelichting van het nieuwe bestemmingsplan in één overzicht duidelijk moet zijn wat nu precies de wijzigingen zijn ten opzichte van het nu geldende bestemmingsplan. Dit overzicht is in hoofdstuk 3 van de plantoelichting terug te vinden waarin ook wijzigingen staan die vanuit de klankbordgroep tot stand zijn gekomen. Dit overzicht is opgenomen zodat voor iedereen op een eenvoudige manier inzichtelijk is wat de veranderingen zijn.

5

Nota van zienswijzen Tot slot wordt opgemerkt dat vanuit de gemeente altijd is uitgesproken dat de bereidheid bestaat om eventuele vragen die bij reclamant en anderen bestaan alsnog te beantwoorden. Wij veronderstellen dat reclamant bekend is met diegene binnen de gemeente bij wie reclamant terecht kan. Ad f. Het klopt dat er na uitvoering van het akoestisch onderzoek voor de zoneherziening nieuwe vergunningen afgegeven zijn. In het onderzoek voor de zoneherziening is naast de vergunde situatie van dat moment ook geluidsruimte gereserveerd voor mogelijke uitbreidingen van de bedrijven (zie paragraaf 2.3.2 van het akoestisch onderzoek). Voor het verlenen van een vergunning met nieuwe geluidsvoorschriften wordt getoetst of de wijziging inpasbaar is binnen de geluidsruimte die in het akoestisch onderzoek 20011007.R07.V03 van 11 februari 2019 is vastgesteld. Dit is bij de verleende vergunningen het geval, er is dus op dit moment niet meer geluid vergund dan waar de bedrijven in zijn totaliteit recht op hebben. Het nieuwe bestemmingsplan staat niet meer geluid toe dan het vigerende bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen ten aanzien van de contouren van de geluidzonering. Dit vergt een aanpassing van beide bestemmingsplannen. 2. Reclamant 2 De zienswijze is gedateerd op 20 juli 2021 en geregistreerd op 21 juli 2021.

Het betreft een pro forma zienswijze waarin wordt gevraagd de termijn te verlengen. De termijn voor het aanvullen van de zienswijze is verlengd tot en met 24 augustus 2021. De aangevulde zienswijze is gedateerd op 23 augustus 2021 en geregistreerd op 24 augustus 2021. Samenvatting a.

b. c. d.

Reclamant gaat ervanuit dat plannen over nieuwbouw op zijn perceel worden geëerbiedigd. Er wordt gewezen op het plan van reclamant om woningen op te richten in het bestaande onbebouwde bouwvlak en waarbij de bestaande woning naast dit bouwvlak wordt gesloopt. Er is bankgarantie afgegeven als waarborg dat de bestaande woning daadwerkelijk wordt gesloopt. Verzocht wordt om bevestiging door de gemeente. Het besluit is onvoldoende gemotiveerd omdat de akoestische rapportage die in het kader van de geluidzonering is opgesteld uitsluitend betrekking zou hebben op de 50 dB(A)-contour. Het ontwerpbesluit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening omdat de geluidsnormen niet worden gewaarborgd omdat de akoestische rapportage gebrekkig is. Het ontwerpbesluit is onzorgvuldig voorbereid omdat de akoestische rapportage hieraan niet ten grondslag kan worden gelegd vanwege: 1. Er is sprake van onduidelijke uitgangspunten: • Het is niet duidelijk of het akoestisch onderzoek is gebaseerd op huidig planologisch regime of het regime na vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan “Industrie-West”. Het is niet duidelijk wat met figuur 6 wordt bedoeld uit de akoestische rapportage (is dit de geluidsruimte vóór of na vaststelling van het bestemmingsplan). • Het onderzoek is niet uitgebreid genoeg, het zegt niets over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de verschillende bestemmingen.

De uitgangspunten zijn onduidelijk, geeft het de feitelijke situatie weer of zijn de planologische mogelijkheden het uitgangspunt. 2. Er is sprake van onjuiste uitgangspunten: • Het onderzoek is niet actueel, omdat er twee bedrijven weer over een recentere vergunning beschikken. • Op pagina 7 van het akoestisch rapport is een figuur opgenomen met de geluidsruimte daarin weergegeven. In de zuidelijke strook van het industrieterrein is voor een groot deel een reservering opgenomen van 59 dB(A). Echter, in dit deel van het terrein zijn maatwerkbedrijven gevestigd waar een andere milieucategorie is toegestaan. Dit betekent dat de geluidsruimte niet op ieder perceel in die zuidelijke strook gelijk kan zijn. 3. Er is geen rekening gehouden met weerkaatsing van gebouwen:

6

Nota van zienswijzen • Er is geen rekening gehouden met de megafoonwerking van de hoge gebouwen in het midden van het industrieterrein die geluid uitstralen over de andere bedrijfsgebouwen die lager zijn. • Het nieuw vergunde hoge bedrijfsgebouw van de TKF zal geluid weerkaatsen van de andere bedrijven. Dit heeft gevolgen voor de totale geluidsproductie van het industrieterrein met gevolgen op de geluidsbelasting op de woning van reclamant. • Aan de zuidzijde van het industrieterrein kunnen bedrijfsgebouwen van 10 meter worden gerealiseerd. Deze gebouwen vormen als het ware een geluidswal waartegen geluid weerkaatst afkomstig van evenementen op het Scholtenhagen en weggeluid vanaf de Eibergsestraat. Reclamant is van mening dat dit aspect ook als onderdeel van dit bestemmingsplan moet worden meegewogen. e. Een groot aantal bestemmingen is niet passend bij de feitelijke/toekomstige situatie. Er wordt gesteld dat geen sprake is van een conserverend plan omdat/vanwege: 1. wijzigingen op het terrein van het bedrijf Industriestraat 3; 2. de puinbreker die milieucategorie 5.1 toebedeeld moet krijgen; 3. bedrijf aan de Industriestraat 46b is een categorie 3.2 bedrijf en daarmee in verzwaring; 4. bedrijf aan de Industriestraat 74a is een categorie 4.1 bedrijf en daarmee een verzwaring; 5.

bedrijf aan de Industriestraat 76 krijgt in het nieuwe plan categorie 3.1 en is daarmee een verzwaring; 6. het bedrijf aan de Eibergsestraat 220 krijgt in het nieuwe plan categorie 3.2 voor het gehele perceel en is daarmee een verzwaring; 7. de uitbreidingsplannen van twee bedrijven zijn niet meegenomen. f. Er wordt gewezen op bedrijf aan de Industriestraat 3 dat is aan te merken als afvalscheidingsinstallatie en daarmee categorie 4.2 is. In de toelichting is niets terug te lezen waarom dit bedrijf is toegestaan met deze categorie-indeling. Er zijn geen onderzoeken bijgevoegd. Door reclamant wordt terecht aangehaald dat voor dit bedrijf in 2018 vergunning is verleend. g. Door reclamant wordt gesteld dat de puinbreker categorie 5.2 meer passend is en dit aan te passen op de verbeelding en in het akoestisch onderzoek. Een puinbreker met een verwerkingscapaciteit van maximaal 100.000 ton/jaar is nog aan te merken als categorie 4.2. h. De aanmeldnotitie vormvrije MER beoordeling is onvolledig. Er wordt gesteld dat het industrieterrein geen bedrijven bevat met een milieucategorie hoger dan 3.2, dit is dus onjuist. Ook wordt gesteld dat er geen milieugevoelige functies mogelijk worden gemaakt en dat er eerder sprake is van verzachting van type bedrijvigheid. Reclamant beweerd dat ook dit onjuist is. i. Het aspect geur is niet onderzocht.

Reclamant vindt dit onbegrijpelijk en is van mening dat uitvoerig geuronderzoek moet worden uitgevoerd. Ook de schoorstenen die er zouden moeten komen zijn nog steeds niet gerealiseerd. j. Het aspect externe veiligheid is onvoldoende onderzocht. Er wordt gewezen op een aantal aanwezige bedrijven op het industrieterrein, zoals kunststofverwerkende bedrijven en het afvalsorteerbedrijf. Indien brand ontstaat leidt dit tot enorme veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor omwonenden. In de plantoelichting hierover geen afweging terug te vinden. k. Door reclamant wordt beweerd dat er geen participatie heeft plaatsgehad met omwonenden. Het bestaan van een klankbordgroep met een beperkte samenstelling wil nog niet zeggen dat omwonenden zijn geconsulteerd. l. Er wordt gesteld dat het akoestisch onderzoek ontbreekt. Hierdoor is reclamant niet goed geïnformeerd en kan reclamant niet goed op het ontwerpplan reageren. Er wordt in de inspraaknotitie hier wel naar verwezen, maar blijkbaar is dit het akoestische onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van het ontwerpplan “Geluidzonering, Industrie-West”. m.

Reclamant erkend dat er wel akoestisch onderzoek is uitgevoerd met betrekking tot het ontwerpplan “Geluidzonering, Industrie-West” maar in het geval dat het bestemmingsplan “Industrie-West” wel wordt vastgesteld en het bestemmingsplan “Geluidzonering Industrie-West” niet dan is formeel niet onderzocht of voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. n. Er wordt gevraagd om andere locaties te zoeken waar het nadeel van omwonenden zo klein mogelijk is en er geen of minder sprake is van planschade.

7

Nota van zienswijzen Beoordeling Ad a. Het is ons bekend dat bij de totstandkoming van het nu nog geldende bestemmingsplan met reclamant afspraken zijn gemaakt waarbij het bouwblok is verplaatst en de bestaande woning wordt afgebroken zodra het bouwblok met nieuwbouw wordt ingevuld. Door reclamant is een bankgarantie afgegeven als waarborg dat de bestaande woning dan ook daadwerkelijk wordt afgebroken. Het bestaande bouwblok van 20 bij 20 meter biedt de mogelijkheid om daarbinnen twee woningen te realiseren. Het realiseren van twee woningen binnen dit bouwblok is weliswaar feitelijk mogelijk te maken, maar de precieze situering van het bouwblok maakt dat er geen sprake is van een ideale situatie. Wij merken op dat reclamant in de afgelopen jaren meerdere plannen heeft gepresenteerd, maar geen van die plannen zijn concreet geworden. Het is daarom moeilijk vast te stellen wat nu het eigenlijke nieuwbouwplan van reclamant is. Wij hebben geconstateerd dat reclamant zijn perceel grond met woning in de verkoop heeft en met verwijzing naar zienswijze van reclamant 8 trekken wij de conclusie dat tussen deze beide partijen sprake is van een (voorlopige) koopovereenkomst. Door reclamant 8 is gevraagd het bestaande bouwblok anders te situeren zodat op een meer ideale manier de twee woningen kunnen worden gerealiseerd.

Wij zijn bereid hieraan mee te werken en hebben daarom het plan hierop aangepast. De omstandigheid dat sprake is van een nog niet daadwerkelijk gerealiseerd overdracht van eigendom, waarbij thans het plan van de toekomstige eigenaren al wel in voorliggend bestemmingsplan is verwerkt, heeft ons aanleiding gegeven om van reclamant een bevestiging te vragen waaruit blijkt dat reclamant heeft ingestemd met het plan van de toekomstige eigenaren op gronden die thans nog in zijn eigendom zijn. Wat betreft de beantwoording van het verzoek het bouwblok te verplaatsen wordt verwezen naar de beoordeling van zienswijze 8. Ad b. Zoals aangegeven in paragraaf 2.2 vormt niet alleen de 50 dB(A)-contour het toetsingskader, maar ook de maximaal toelaatbare grenswaarden bij de geluidsgevoelige bestemmingen. In bijlage 1 zijn de geldende maximale hogere waarden opgenomen. Voor de woning gelegen aan de Eibergsestraat 182-184 betreft dit beoordelingspunt ‘w-054’ en bedraagt de geldende hogere waarde 55 dB(A) (55 dB(A) voor de dag-, 50 dB(A) voor de avond- en 45 dB(A) voor de nachtperiode). In paragraaf 3.2 wordt aangegeven dat rekening houdend met de vergunde situatie én reserveringen voor toekomstige uitbreidingen bij de woningen voldaan wordt aan deze hogere waarden. Hierbij wordt verwezen naar bijlage 4.

Uit deze bijlage blijkt dat de geluidsbelasting bij de woning aan de Eibergsestraat 182-184 54 dB(A) bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de vigerende hogere waarde van 55 dB(A). Bij de aanpassing van de geluidszone zijn de wettelijke mogelijkheden voor de bedrijven gerespecteerd, maar vindt geen mogelijkheid tot verruiming ter plaatse van de woningen in de geluidszone plaats. Hierdoor is ruimtelijk gezien geen sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Dit betekent echter niet dat in de toekomst geen toename van geluid bij de woningen mogelijk is. De bestaande geluidsruimte wordt momenteel nog niet volledig opgebruikt, waardoor de bedrijven in de toekomst praktisch gezien nog wel meer geluid kunnen gaan produceren. Dit is echter in de bestaande geluidszonering ook al het geval en valt binnen de geldende normeringen die hiervoor gelden. Ad c. Zie beantwoording ad B. In het akoestisch onderzoek is rekening gehouden met de bestaande rechten ter plaatse van de woningen gelegen in de geluidszone. Ad d. 1. Het betreft een gewijzigde geluidzonering ten opzichte van de nu nog in werking zijnde geluidzonering. De gewijzigde geluidzonering maakt het niet mogelijk dat bedrijven meer geluid mogen produceren dan op grond van de huidige geluidzonering is toegestaan. Het geluid

8

Nota van zienswijzen afkomstig van evenementen mag niet worden meegenomen in de geluidzonering rondom het industrieterrein. In het onderzoek is rekening gehouden met het vergunde recht van bedrijven opgehoogd met reserves. Deze reserves zijn opgenomen in figuur 6 van het rapport en komen dus bovenop het vergunde recht. De reden om reserves in het zonebeheermodel op te nemen is bedoeld dat de totale geluidsproductie enigszins evenwichtig over het industrieterrein wordt verdeeld (c.q. bijvoorbeeld ter voorkoming dat tijdelijk leegstaande bedrijfspercelen niet meer als zodanig gebruikt kunnen worden omdat de totale beschikbare geluidsruimte door een ander bedrijf volledig is opgeslokt). In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van wat binnen de huidige geluidszonering mogelijk is. Hierbij zijn de woningen gelegen in de geluidszone maatgevend. Hierbij is uitgegaan van de op 19 november 2018 vergunde situatie van de aanwezige bedrijven. Vervolgens is de beschikbare geluidsruimte volgens de vigerende zonering aangevuld met de reserveringen zoals weergegeven in figuur 6. Op basis van de hiermee verkregen 50 dB(A)-contour is de vigerende geluidszone verkleind, waardoor er minder woningen in de geluidszone liggen. Bij de bestaande woningen blijft de beschikbare geluidsruimte voor de bedrijven gelijk, hier verandert niets aan. 2.

Het klopt dat er na uitvoering van het akoestisch onderzoek voor de zoneherziening nieuwe vergunningen afgegeven zijn. In het onderzoek voor de zoneherziening is naast de vergunde situatie van dat moment ook geluidsruimte gereserveerd voor mogelijke uitbreidingen van de bedrijven (zie paragraaf 2.3.2 van het akoestisch onderzoek). Voor het verlenen van een vergunning met nieuwe geluidsvoorschriften wordt getoetst of de wijziging inpasbaar is binnen de geluidsruimte die in het akoestisch onderzoek 20011007.R07.V03 van 11 februari 2019 is vastgesteld. Dit is bij de verleende vergunningen het geval, er is dus op dit moment niet meer geluid vergund dan waar de bedrijven in zijn totaliteit recht op hebben. Figuur 6 op pagina 7 geeft weer hoeveel geluid er extra, bovenop het reeds vergunde recht, uitgegeven kan worden. Dit heeft niet direct verband met de op het perceel toegestane milieucategorie. Het kan zijn dat er op bepaalde kavels al relatief veel geluid vergund is, dan blijft er minder reservering over. 3. Bij de aanvraag van een nieuwe vergunning van een bedrijf wordt getoetst of alle bedrijven gezamenlijk nog voldoen aan 50 dB(A) op de geluidszone én de vastgestelde hogere waarden. Als bij deze nieuwe vergunning ook nieuwe, hogere panden toegestaan worden, wordt hiermee in de toetsing rekening gehouden.

Bij de toetsing wordt het effect van gebouwen op en rondom het industrieterrein meegenomen. Het aantal evenementen dat mag worden georganiseerd is beperkt om overlast naar de omgeving beperkt te houden. Dit neemt niet weg dat een evenement niet zonder geluidsproductie is te organiseren. Alle regels en beleid met betrekking tot evenementen staan in de Algemene plaatselijke verordening (APV) en de APV-regeling opgenomen. Op dit moment zijn wij bezig een paraplubestemmingsplan Evenementen op te stellen. De verwachting is dat de gemeenteraad in het eerste kwartaal 2021 het plan vaststelt. Wat betreft de reflectie van geluid van evenementen als gevolg van de bedrijfsgebouwen in de zuidelijke rand merken wij op dat het voorontwerpplan niet ziet op het planologisch verhogen van de bouwhoogtes aan de randen van het industrieterrein. De nu geldende bouwhoogtes worden gerespecteerd, alleen in het middengebied van het industrieterrein worden de bouwhoogtes verruimd. Voor de woningen gelegen aan de Eibergsestraat is de geluidsbelasting afkomstig van het industrieterrein het hoogst op de noordgevel van de woning. De geluidsbelasting zijn daarom op de noordgevel bepaald. Het geluid afkomstig van evenementen op het Scholtenhagen en weggeluid vanaf de Eibergsestraat is bij deze woningen juist maatgevend op de zuidgevel. Het is

9

Nota van zienswijzen niet aannemelijk dat deze geluiden op de zuidgevel hoger zullen zijn als gevolg van reflecties tegen panden die ten noorden van de woningen gelegen zijn. Ad e. Allereerst wordt verwezen naar de beoordeling van zienswijze van reclamant 1, onder c. Daarin wordt toegelicht dat voorliggend bestemmingsplan aansluit op het nu nog geldende bestemmingsplan en dat er geen sprake is van een verzwaring van milieucategorieën. Tevens is het uitgangpunt dat bestaande planologische en verworven rechten worden gerespecteerd (deze vergunde bedrijven met bestaande rechten worden in het kader van dit bestemmingsplan niet wegbestemd), waarbij wel de beleidskeuze is gemaakt om de zuidelijke strook een gemengde bestemming te geven waar naar de toekomst toe alleen nog bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan. Echter, ook in deze strook worden bestaande bedrijven met een hogere milieucategorie gerespecteerd. Andere bedrijven die in de huidige situatie nog niet tot milieucategorieën hoger dan 2 behoren, wordt deze mogelijkheid ontnomen. Tevens willen wij verwijzen naar de beoordeling van zienswijze van reclamant 1, onder c, omdat ook wordt toegelicht op welke wijze de VNG-richtlijnen worden toegepast.

Aanvullend wordt door reclamant een aantal specifieke bedrijven genoemd op grond waarvan reclamant van mening is dat er geen sprake is van een conserverend bestemmingsplan, zoals: • Het bedrijf aan de Industriestraat 3 en de wijzigingen die daar plaatsvinden. Wij verwijzen naar de beoordeling van zienswijze van reclamant 5, onder b, voor nadere toelichting. • De aanduiding van puinbreker. De puinbreker is op een specifieke plek op de verbeelding voorzien van een aanduiding. Deze aanduiding is ook al in het nu geldende bestemmingsplan opgenomen en betreft een verworven planologisch en vergund recht. • Het bedrijf aan de Industriestraat 46b. Het bedrijf is overeenkomstig de toepassing van de VNGrichtlijnen te vergelijken met een 3.1 een daarmee in overeenstemming met het nu geldende bestemmingsplan. • Het bedrijf aan de Industriestraat 74a. Het betreft een schietinrichting en is eerder al planologisch vastgelegd geregeld. De bedrijfsactiviteiten vinden inpandig plaats in een bedrijfsgebouw dat hierop goed is toegerust. Het bedrijf is in overeenstemming met het bestemmingsplan dat voor dit bedrijf is opgesteld. • Het bedrijf aan de Industriestraat 76. Het betreffende bedrijfsperceel heeft op de verbeelding een aanduiding gekregen. Het betreffende bedrijf is daar geruime tijd gevestigd en veroorzaak zover ons bekend geen hinder.

Wij zijn niet van mening dat met het opnemen van een aanduiding sprake is van een verzwaring. • Het bedrijf aan de Eibergsestraat 220. Wij verwijzen naar de beoordeling van zienswijze van reclamant 1, onder c. • De uitbreidingsplannen die niet zijn meegenomen. Het is ons niet duidelijk welke uitbreidingsplannen reclamant bedoeld. Alle bedrijven betreffen bestaande vergunde bedrijven die worden gerespecteerd. Aanvullend op het bovenstaande merken wij op dat in het geval een bedrijf zich niet houdt aan de voorschriften die van toepassing op het betreffende inderdaad sprake kan zijn van ongeoorloofde hinder. Wij vinden dit onaanvaardbaar en in dergelijke gevallen zal dan ook met toezicht en zo nodig met handhaving de situatie moeten worden hersteld. Voorafgaand aan de inzet van toezicht en handhaving vinden wij het normaal dat bij hinder die optreedt eerst het bedrijf daarop wordt aangesproken. Dit kan ook door bijvoorbeeld de parkmanager die op het industrieterrein actief is te benaderen. Ad f. Wij verwijzen naar de beoordeling van zienswijze van reclamant 5, onder b. Ad g. Verwezen wordt naar hetgeen onder e van deze zienswijze is beschreven.

10

Nota van zienswijzen Ad h. Wij zijn niet van mening dat de aan het bestemmingsplan toegevoegde aanmeldnotitie vormvrije MER beoordeling onvolledig is. Door reclamant wordt gewezen op een onjuistheid die in de aanmeldnotitie stond. Echter, wij hebben de aanmeldnotitie op actualiteit en volledigheid laten beoordelen. Wij verwijzen daarom naar de “oplegnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, d.d. 19 mei 2021” die als bijlage aan het bestemmingsplan is toegevoegd. Ad i. Door reclamant wordt het aspect geur aangehaald en gewezen op de omstandigheid dat de schoorstenen nog niet zijn aangebracht. Daarmee doelt reclamant op het afvalsorteerbedrijf. Wij verwijzen daarom allereerst naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 5, onder b. Wat betreft het realiseren van de schoorstenen weten wij dat het bedrijf de voorbereidingen treft om de schoorstenen aan te brengen. Ad j. Het aspect externe veiligheid is volgens reclamant niet onderzocht. De plantoelichting beschrijft evenwel duidelijk welke risicovolle bedrijven op het industrieterrein zijn gevestigd (en dan met name het LPG vulpunt aan de Westsingel), er wordt ingegaan op de ligging van buisleidingen en transportroutes gevaarlijke stoffen.

Omdat met voorliggend bestemmingsplan geen extra planologische ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt ten opzichte van het nu geldende bestemmingsplan veranderd de situatie ten aanzien van externe veiligheid niet. Bovendien wordt met dit bestemmingsplan het niet mogelijk gemaakt dat er nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen die als zogenaamde “Bevi-inrichting” worden aangemerkt. Ad k. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder e. Ad l. De beide bestemmingsplannen “Industrie-West” en “Geluidzonering Industrie-West” zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Deze beide plannen zijn vanwege die onlosmakelijke samenhang dan ook tegelijkertijd in procedure gebracht. Wij hebben er daarom ook voor gekozen om één publicatie van de terinzagelegging te plaatsen waarin beide bestemmingsplannen worden benoemd en niet twee afzonderlijke publicaties te plaatsen. Het akoestische onderzoek dat is uitgevoerd is als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan “Geluidzonering Industrie-West”. Wij zijn dan ook van mening dat reclamant volledig is geïnformeerd en uit de zienswijzen van reclamant maken wij ook op dat reclamant hier kennis van heeft genomen. Voor de volledigheid wordt het akoestisch onderzoek behorend bij het bestemmingsplan ‘Geluidzonering Industrie-West’ ook toegevoegd aan het bestemmingsplan “Industrie-West”. Ad m.

Allereerst wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder l van deze zienswijze is beschreven. In het geval dat alleen het bestemmingsplan “Industrie-West” wordt vastgesteld dan is het formeel nog altijd zo dat de bestaande geluidzonering in werking is op grond waarvan beoordeeld kan worden of de totale geluidsproductie van het industrieterrein binnen die contouren vallen. Een aanvaardbaar woonen leefklimaat is en blijft daarmee gewaarborgd. Ad n. Met betrekking tot het vraagstuk om andere locaties te zoeken voor bedrijvigheid wordt verwezen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 6, onder h. Conclusie De zienswijze geeft voor het overgrote deel geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Voor de volledigheid wordt echter het akoestisch onderzoek behorend bij het bestemmingsplan ‘Geluidzonering Industrie-West’ ook als bijlage toegevoegd aan het bestemmingsplan “IndustrieWest”.

11

Nota van zienswijzen 3. Reclamant 3 De zienswijze is gedateerd op 12 juli 2021 en geregistreerd op 20 juli 2021. Samenvatting a.

b. c.

d.

e.

De zienswijze is een aanvulling op de eerder ingediende inspraakreactie. In de inspraakreactie is de noodzaak besproken om het hoogspanningsstation uit te breiden. Met deze zienswijze wordt door reclamant gereageerd vanuit het team van het bedrijf dat zich bezighoudt met ruimtelijke plannen. Er wordt gevraagd om reclamant als vooroverlegpartner voortaan op te nemen. Er wordt gevraagd om de ondergrondse hoogspanningskabels op de verbeelding op te nemen en in de regels hiervoor een bepaling op te nemen. Er ontbreekt op de verbeelding nog het tracé van de 110 kV hoogspanningsleiding die van Hengelo naar Haaksbergen loopt. Reclamant vraagt om deze alsnog op te nemen met een belemmerende strook van 11 meter (dat wil zeggen 5,5 meter aan weerszijden vanuit het hart gerekend). Een schets is aan de zienswijze toegevoegd. Reclamant vraagt om de verbodsbepaling onder artikel 14.4.1 uit te breiden door toevoeging van verbod zonneparken op te richten en het verbod op het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen. Een voorbeeld bepaling is aan zienswijze toegevoegd. Een tekstvoorstel voor de planregels wordt gedaan die ziet op zowel de bovengrondse- als de ondergrondse leidingen.

Beoordeling Ad a. Wij sturen ruimtelijke plannen in het kader van het vooroverleg toe naar de daarvoor aangewezen wettelijke instanties zoals de provincie en het waterschap. De belangen van de provincie en die van het waterschap hebben regelmatig doorwerking in de vele ruimtelijke plannen die in procedure worden gebracht. Dit is niet dan wel sterk in mindere mate het geval als het gaat om de belangen van reclamant als netbeheerder. Het is de verantwoordelijkheid van reclamant, mede om die reden wordt er gepubliceerd in het Gemeenteblad (voorheen Staatscourant), alert te zijn op ruimtelijke plannen die voorbijkomen met daarin ook een belang voor reclamant. Dit neemt niet weg dat wij reclamant vroegtijdig willen informeren over de diverse ruimtelijke plannen die binnen deze gemeente in procedure worden gebracht (bijvoorbeeld door het verstrekken van een overzicht). Ad b. Wij zijn het met reclamant eens dat ook de ondergrondse hoogspanningskabels een plek horen te krijgen op de verbeelding en daarmee samenhangend ook in de regels van het bestemmingsplan. De door TenneT aangereikte ligging van de leiding inclusief belemmeringenstrook en de gewenste regels binnen deze dubbelbestemming is opgenomen in het bestemmingsplan. Ad c. Wij zijn het eens met reclamant om het ontbrekende tracé alsnog op de verbeelding een plek te geven, zoals wij dat ook hiervoor onder b hebben verwoord.

Wij nemen de belemmerende strook van 11 meter op in het bestemmingsplan zoals door reclamant is voorgesteld. Ad d. Wij zijn bereid om de verbodsbepaling uit te breiden in overeenstemming met het voorbeeld van een bepaling dat door reclamant is aangereikt. Ook wij vinden het belangrijk dat het netwerk optimaal wordt beschermd. Ad e. Het tekstvoorstel van reclamant voor de planregels dat zowel ingaat op de bovengrondse- als op de ondergrondse leidingen ziet op een adequate en verbeterde planologische regeling. Wij nemen om die reden het tekstvoorstel over.

12

Nota van zienswijzen

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het plan aan te passen overeenkomstig de door reclamant aangedragen suggesties die een aanpassing tot gevolg hebben van de verbeelding en van de planregeling. 4. Reclamant 4 De zienswijze is gedateerd op 20 juli 2021 en geregistreerd op 21 juli 2021. Het betreft een pro forma zienswijze waarin wordt gevraagd de termijn te verlengen. De termijn voor het aanvullen van de zienswijze is verlengd tot en met 24 augustus 2021. De aangevulde zienswijze is niet gedateerd en wel geregistreerd op 16 augustus 2021. De zienswijze is niet voorzien van een handtekening. Samenvatting a.

b.

c.

d. e.

f.

g. h. i. j.

Reclamant suggereert dat aan grote bedrijven met dit bestemmingsplan de vrije hand wordt gegeven en in principe kunnen doen wat ze willen. Het bestemmingsplan zou duidelijk moeten maken wat nu precies wel en wat niet mag. En dit zou in goed overleg met bewoners en bedrijven tot stand worden gebracht. Het gaat ten koste van kleinere bedrijven en omwonenden. Door reclamant wordt geopperd om maar direct de milieucategorie op te trekken naar 4.2 in plaats van 4.1, maar dit kan en mag waarschijnlijk toch niet. Er zijn dan in ieder geval geen afwijkingen meer nodig voor dat “soort” bedrijven. Reclamant stelt dat in principe ook al niet kan worden voldaan aan de vestiging van categorie 4.1 bedrijven vanwege de afstand van 100 meter die gehanteerd moet worden tussen bedrijven en (bedrijfs)woningen. En voor milieucategorie 4.2 geldt een afstand van 300 meter. De definitie van afvalsorteerbedrijf is volgens reclamant alleen maar opgenomen om het bedrijf toe te staan, terwijl dit bedrijf niet kan voldoen aan milieucategorie 4.1. Voorts vervolgt reclamant zijn zienswijze dat het afvalverwerkingsbedrijf er helemaal niet kan en mag zitten en dat de ellende 20 jaar geleden is begonnen. De situatie nu is trillingen van zijn opstallen, schreeuwende meeuwen in de nacht, vol gevreten dode ratten.

De bewering wordt gedaan dat met dit plan niet de kans wordt gepakt om dit soort bedrijven eens goed vast te leggen. Reclamant vervolgt zijn zienswijze over verklaring van geen bedenkingen die door de gemeenteraad is afgegeven. Dat zonder enige kennis van zaken en nadat een “bedrijfsbezoek” heeft plaatsgehad. Reclamant benoemd dat er gemiddeld elk jaar een brand is en dat nu alweer wordt gewerkt aan een nieuw bedrijfspand van 23 meter hoog vooruitlopend op het bestemmingsplan. De definitie van afvalsorteerbedrijf zoals in het bestemmingsplan is opgenomen is veel te ruim en geeft bepaalde narcistische ondernemers weer voldoende mogelijkheden. Reclamant wil helderheid, het is milieucategorie 4.1 en neem geen afwijkingen op in het bestemmingsplan. En past een bedrijf niet in die milieucategorie dan maar verhuizen. Door reclamant wordt de suggestie gedaan dat wanneer dit kleine voor wonen en werken bedoelde industrieterrein moet veranderen naar zware en overlast veroorzakende bedrijven om dan een ander bedrijventerrein te ontwikkelen dat wel voor wonen en werken is bedoeld.

Beoordeling Ad a. Het bestemmingsplan geeft aan wat de juridische-planologische mogelijkheden zijn waaraan eenieder zich dient te houden. De stelling dat aan grote bedrijven de vrije hand wordt gegeven en in principe kunnen doen wat zij willen is onjuist. Het nieuwe bestemmingsplan bevat niet meer ontwikkelingsmogelijkheden dan het nu nog geldende bestemmingsplan (en op de zuidelijke strook binnen de bestemming ‘Gemengd’ juist minder ontwikkelingsmogelijkheden). Bedrijven met ontwikkelingsplannen moeten passen binnen het bestemmingsplan, zowel wat betreft het gebruik van de bedrijfsgronden als voor de mogelijkheden om de gronden te bebouwen. Dit geldt zowel voor bedrijven die reeds zijn gevestigd als voor toekomstige bedrijven die zich op dit industrieterrein willen

13

Nota van zienswijzen vestigen. Daarnaast is veelal sprake van een meldingsplicht op grond van het Activiteitenbesluit of is een omgevingsvergunning nodig voor de activiteit milieu vanwege de bedrijfsmatige activiteiten die het bedrijf ontplooid. Bedrijven zijn dus gebonden aan strikte voorwaarden en procedures die met het nieuwe bestemmingsplan niet worden verruimd. Wat betreft het participatietraject dat is doorlopen wordt verwezen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder e. Ad b. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder c. Het uitgangspunt is dat er geen verzwaring plaatsvindt van milieucategorieën ten opzichte van het nu nog geldende bestemmingsplan. Ad c. Wij verwijzen naar de beoordeling van de zienswijze van reclamant 1, onder c. Daarnaast wordt door middel van de op de verbeelding opgenomen zoneringen - waarin bedrijven met de betreffende milieucategorieën zijn geregeld - voldaan aan de bijbehorende richtafstand tot aan woningen buiten het bedrijventerrein. Ad d. Allereerst wordt verwezen naar de beoordeling van reclamant 2, onder f. De definitie van afvalsorteerbedrijf is opgenomen te verduidelijking van de bedrijfsmatige activiteiten die ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding plaatsvinden en reeds zijn vergund door middel van een separate zelfstandige juridisch-planologische en milieukundige procedure.

Dit bestemmingsplan staat los van die procedure en bevat geen mogelijkheden voor gegrond bezwaar ten aanzien van deze reeds vergunde situatie. Ad e. Allereerst wordt verwezen naar de beoordeling van reclamant 2, onder f. Wat betreft de trillingen die door reclamant wordt aangehaald is ons bekend dat de Omgevingsdienst Twente (ODT) onderzoek heeft verricht. Op grond van dat onderzoek kunnen wij niet concluderen dat de bewering van reclamant wat betreft de veronderstelde oorzaak van de trillingen terecht is. Deze beoordeling betreft echter een traject separaat aan dit bestemmingsplan. Ad f. Wordt ter kennisname aangenomen. De reeds verleende omgevingsvergunning betrof een separaat besluit, onafhankelijk van de juridisch-planologische procedure van voorliggend bestemmingsplan. Ad g. De zorg van reclamant met betrekking tot de branden kunnen wij goed begrijpen. Wij zijn ons bewust van het risico dat bij een activiteit waarbij afval wordt ingezameld en wordt gesorteerd vorming van een brand kan ontstaan. Het bedrijf is daarop uitgerust door onder andere sprinklerinstallatie om te voorkomen dat zich een calamiteit voordoet. Dit neemt niet weg dat wij met reclamant van mening zijn dat het voorkomen van brandvorming prioriteit behoort te hebben.

Wat betreft de uitbreidingsplannen is het aan het bedrijf te bepalen wanneer het moment daar is om daarmee aan de slag te gaan en om te voldoende aan geldende wet- en regelgeving. Ad h. Verwezen wordt naar hetgeen onder d van deze zienswijze is beschreven met betrekking tot de definitie die voor het afvalsorteerbedrijf is opgenomen. Ad i. Verwezen wordt naar hetgeen onder a, b en c van deze zienswijze is beschreven. Daarop aanvullend wordt opgemerkt dat het bestemmingsplannen een afwijkingsmogelijkheid bevat om van de richtafstanden af te wijken wanneer is aangetoond dat de feitelijke effectafstanden van de feitelijk toe te passen activiteiten gelijkwaardig zijn aan de richtafstand. Er wordt dus niet afgeweken van de

14

Nota van zienswijzen (richt)afstand, maar van het bedrijfstype. Wij hebben begrip voor het standpunt van reclamant maar wij zijn daarentegen van mening dat binnen de huidige wet- en regelgeving die van toepassing zijn dergelijke afwijkingsmogelijkheden acceptabel zijn. Ad i. Er is ongetwijfeld behoefte aan bedrijfslocaties waar de mogelijkheid wordt geboden om ook bij het eigen bedrijf te kunnen wonen. Wij spreken dan in termen van een “bedrijfswoning” die opgericht mag worden behorende bij een bedrijfsmatige activiteit die op datzelfde bedrijfsperceel plaatsvindt. Een bedrijfswoning heeft niet diezelfde bescherming als een reguliere burgerwoning. De bedrijfswoning maakt per slot van rekening onderdeel uit van het gebied dat is bedoeld voor allerlei voorkomende bedrijfsmatige activiteiten. Wij ervaren dat er problemen gaan ontstaan wanneer een bedrijfswoning los wordt verkocht van de aanwezige bedrijfshallen of dat de bedrijfsmatige activiteit ophoudt te bestaan en dat het wonen wordt voortgezet. Het bewonen van een bedrijfswoning zonder dat sprake is van een bedrijfsmatige activiteit is daarom ook in strijd met het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het plan aan te passen. 5. Reclamant 5 De zienswijze is gedateerd op 21 juli 2021 en geregistreerd op 21 juli 2021. Het betreft een pro forma zienswijze waarin wordt gevraagd de termijn te verlengen.

De termijn voor het aanvullen van de zienswijze is verlengd tot en met 24 augustus 2021. De aangevulde zienswijze is gedateerd op 20 augustus 2021 en geregistreerd op 24 augustus 2021. Samenvatting a.

b.

c.

Reclamant woont in de zachte rand. Reclamant is van mening dat het verhogen van de bouwhoogten niet bijdraagt aan het waarborgen van het woon- en leefklimaat. Tevens is de noodzaak van het verhogen van de bouwhoogten onvoldoende onderbouwd. Door reclamant wordt aangenomen dat de gemeente inzet op uniformiteit ten aanzien van de maximale bouwhoogte van 15 meter. Daarbovenop komt nog de afwijkingsmogelijkheid van 10% om nog eens 1,5 meter hoger te kunnen bouwen. Het plan had meer uit moeten gaan van de mogelijkheden maatwerk te bieden door middel van het opnemen van afwijkingsmogelijkheden. Er wordt gesteld dat met de herinrichting van de bedrijfsactiviteiten aan de Industriestraat 3-5 niet wordt voldaan aan de richtafstanden. Het gedeelte van het bedrijfsperceel tegenover de bedrijfswoning van reclamant heeft een milieucategorie 3.1 met een afstand van 50 meter en daarom kan het bedrijfsperceel niet anders worden ingericht. Met de activiteiten die hier nu worden ontplooid is er sprake van een verslechtering van de woon- en werksituatie van reclamant. De bedrijfsvoering, betreft bedrijf in diervoeders, verslechtert door de afvalsorteeractiviteiten die aan de overzijde, in de buitenlucht, plaatsvinden en als gevolg daarvan ongedierte met zich meebrengt. De herinrichting dan wel uitbreiding voldoet niet aan een goede ruimtelijke ordening.

Er is sprake van een onjuiste belangenafweging omdat reclamant van mening is dat de herinrichting van het bedrijfsperceel, met betrekking tot dat deel van het bedrijfsperceel dat aan de zuidzijde gelegen, direct ligt aan de zachte rand. Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de belangen van reclamant ten aanzien van het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. Er dient door de gemeente daarom een andere keuze te worden gemaakt bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

15

Nota van zienswijzen Beoordeling Ad a. Reclamant is op het industrieterrein met zijn bedrijf gevestigd en mag in een bedrijfswoning bij zijn bedrijf wonen. Het betreffende perceel maakt inderdaad onderdeel uit van de gemengde bestemming die ertoe moet bijdragen dat een verzachting gaat ontstaan ten opzichte van de burgerwoningen die in de nabijheid van het industrieterrein zijn gelegen. Wij maken het alleen voor het middengebied van het industrieterrein mogelijk om een bedrijfsgebouw van 15 meter op te richten. Reclamant is met zijn bedrijf gevestigd tegenover het middengebied. Daar waar reclamant in de gemengde bestemming met zijn bedrijf is gevestigd blijven de nu al geldende bouwhoogtes gehandhaafd. Wij zijn van mening dat op deze manier ten aanzien van bouwhoogtes sprake is van een logische en uniforme plansystematiek, namelijk door handhaving van de bestaande bouwhoogtes aan de randen en verhogen van de bouwhoogtes in het middengebied van het industrieterrein. Voor het gedeelte van het middengebied waar de nu geldende bouwhoogte van 12 meter blijft gehandhaafd. Het betreft het gedeelte globaal gelegen op de hoek Industriestraat en Kruislandstraat en is schuin gelegen tegenover de bedrijfswoning van reclamant. De reden om hier de bouwhoogtes niet te verhogen naar 15 meter heeft te maken met de tegenovergelegen burgerwoning.

Wij zijn van mening dat op deze wijze geen sprake is van een verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de burgerwoning. Bovendien worden de gebruiksmogelijkheden in het middengebied niet verruimd door bijvoorbeeld hogere milieucategorieën toe te staan. De 10%-regeling waar reclamant naar verwijst is een algemene afwijkingsmogelijkheid waar wij gebruik van kunnen maken en biedt inderdaad mogelijkheden om meer maatwerk te bieden c.q. het betreft een planregeling waarmee enige flexibiliteit in het bestemmingsplan wordt ingebouwd uitsluitend voor bouwactiviteiten die tot doel hebben om verduurzaming en de stedenbouwkundige/architectonische (en daarmee het woon- en leefklimaat) te verbeteren. Ter verduidelijking wordt in de regels beter onderscheid gemaakt tussen de gebieden waar tot maximaal 12 meter mag worden gebouwd en in welke gebieden tot maximaal 15 meter mag worden gebouwd. Ad b. Het is aan het bedrijf om het bedrijfsperceel opnieuw in te richten. De herinrichting van het bedrijfsperceel dient te voldoen aan het bestemmingsplan. Het klopt dat een deel van deze bedrijfsgronden, de gronden tegenover de bedrijfswoning van reclamant, onder milieucategorie 3.1 vallen (conformerend aan de ter plaatse opgenomen zonering die milieucategorie 3.1 mogelijk maakt).

Dit betekent inderdaad dat deze gronden door het bedrijf alleen gebruikt kunnen worden voor die bedrijfsonderdelen die hieraan kunnen voldoen. Het is ons niet gebleken dat de plannen van het bedrijf hieraan niet voldoen. Bovendien gelden de richtafstanden niet voor bedrijfswoningen waarin reclamant zelf woont. Wat betreft de uitbreidingsplannen waar reclamant naar refereert die betrekking hebben op de afvalsorteeractiviteiten van het bedrijf merken wij het volgende op. De bestaande afvalsorteeractiviteiten die plaatsvinden zijn door de provincie reeds vergund en daarin is gemotiveerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De daarmee samenhangende milieueffecten zijn als onderdeel van die omgevingsvergunning uitgebreid afgewogen. Inmiddels is de omgevingsvergunning enige tijd geleden al onherroepelijk in werking getreden. Met de voorgenomen uitbreiding van de bedrijfshal worden de afvalsorteeractiviteiten niet verruimd. De uitbreiding heeft enkel betrekking op het bouwen dan wel vergroten van een bedrijfshal zodat het sorteerproces op een verbeterde manier kan worden georganiseerd. Er is nadrukkelijk geen sprake van bijvoorbeeld uitbreiding van capaciteit (dus niet meer afval sorteren dan is vergund) of verbreding van afvalstromen (dus geen andere afvalstromen dan is vergund).

Indien dit wel het geval zou zijn geweest dan dient het bedrijf hier opnieuw een aanvraag omgevingsvergunning voor in te dienen met betrekking tot het onderdeel milieu. De provincie is in dat geval het bevoegde gezag en zal dan opnieuw moeten beoordelen of de aanvraag voldoet aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gelet op het vorenstaande zijn wij het dan ook niet eens met reclamant dat de herinrichting dan wel uitbreiding niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

16

Nota van zienswijzen

Ad c. Wij verwijzen naar hetgeen onder a en b van deze zienswijze is toegelicht. Wij zijn dan ook van mening dat met dit bestemmingsplan het woon- en leefklimaat voor reclamant niet verslechterd. Conclusie De zienswijze geeft grotendeels geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. De zienswijze geeft wel aanleiding om de regels ten aanzien van maximum bouwhoogten te wijzigen om de leesbaarheid te vergroten. De bouwhoogten worden echter niet gewijzigd. 6. Reclamant 6 De zienswijze is gedateerd op 21 juli 2021 en geregistreerd op 22 juli 2021. De zienswijze is niet voorzien van een handtekening. Samenvatting a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10841212/1