Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Jaarstukken 2025
Verbonden partij
Vorm/ zeggenschap
Openbaar belang/doel (incl. eventuele veranderingen)
bedrag wordt geïndexeerd. Met dit bedrag wordt mede in de kosten van de Twenteboard Development (personeel, huisvesting, materieel etc.) voorzien. In het MJP zijn voor de jaren daarna middelen gereserveerd. De afspraak is verder dat gemeenten zich ten opzichte van elkaar verbinden, om zich in te spannen de besluiten die over de financiële inbreng worden gemaakt na te komen.
+ Rekening 2024
Begroting 2025
Rekening 2025
1.540
1.586
1.590
Recreatieschap Twente
93
215
215
Veiligheidsregio Twente
1.848
1.966
1.924
Stadsbank Oost Nederland
197
165
167
Gemeentelijk Belasting Kantoor (GBT)
658
736
736
Openbaar Lichaam Crematoria Twente
0
0
0
Euregio
7
7
7
Twnece Holding BV
0
0
0
Twente Milieu NV
3.679
3.313
3.288
Bank Nederlandse Gemeenten
0
0
0
Enexis NV
0
0
0
Stichting Groot Scholtenhagen
342
357
352
Stichting WSW
1.963
2.024
2.033
Omgevingsdienst Twente
878
860
744
ICT Hengelo
1.863
1.718
1.658
GR samenw. Hengelo, Borne en H'bergen
1.594
1.676
1.770
Totaal:
14.662
14.623
14.484
Naam verbonden partij Samen Twente
-90Jaarstukken 2025
Paragraaf Grondbeleid Algemeen De basis voor het gemeentelijk grondbeleid is vastgelegd in de “Nota grondbeleid 2025”. Deze is op 17 oktober 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten is opgenomen welke gegevens in de paragraaf grondbeleid moeten worden vermeld. Daarnaast heeft de rekenkamercommissie in het rapport “Bezint eer ge begint” over het grondbeleid van de gemeente Haaksbergen een aantal aanbevelingen gedaan om de informatiewaarde te verbeteren. Deze aanbevelingen zijn, voor zover mogelijk, in de paragraaf grondbeleid opgenomen. Tussenactualisatie grondexploitaties voor jaarrekening 2025 De regels van de BBV verplichten de gemeente jaarlijks de grondexploitaties te actualiseren. Bij deze actualisaties worden nieuwe ontwikkelingen verwerkt die gevolgen kunnen hebben voor de planning, het programma en het verwachte resultaat. Ook wordt aandacht geschonken aan de risico’s en eventuele voorzieningen, die daarvoor moeten worden getroffen. Voor de jaarrekening 2025 hebben wij de grondexploitaties tussentijds geactualiseerd. De grondexploitaties zijn jaaroverschrijdend en over de looptijd van de grondexploitaties leiden de daarin geboekte en nog te realiseren kosten en opbrengsten tot een bepaald verwacht eindresultaat.
Overzicht complexen Per 1 januari 2026 telt het grondbedrijf vier actuele complexen: - Marktplan (centrumontwikkeling; looptijd tot en met 2030); - Brem 5 (woningbouw; looptijd tot en met 2026); - Buurse De Noor Oost (woningbouw; looptijd tot en met 2029) - Stepelerveld fase II (bedrijventerrein; looptijd tot en met 2035) In boekjaar 2025 is de grondexploitatie Wissinkbrink afgesloten. In 2025 is de laatste kavel verkocht. In de jaarrekening van 2024 is reeds een winst genomen van € 635.897 en onderdeel van het resultaat van het boekjaar. Bij de afsluiting van de grondexploitatie is het resterende resultaat op eindwaarde van € 489.016 aan het resultaat van het boekjaar 2025 toegevoegd. Aanvullend zijn voor het woonrijp maken in 2026 nog kosten voorzien; hiervoor zal een uitvoeringskrediet worden aangevraagd van naar verwachting € 152.000. Stand van zaken projecten Marktplan Op 28 november 2024 is het bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiële herziening Marktplan” vastgesteld voor de ontwikkeling van het zogenoemde ‘gat in de Markt’, inclusief het terrein van de Bron en de omliggende openbare ruimte. Tegen dit besluit zijn acht beroepen ingesteld. De grondexploitatie Marktplan is exclusief de ontwikkeling van De Bron. In 2024 is met de ontwikkelaars een koop- en realisatieovereenkomst opgesteld. Op basis van deze overeenkomst is ook de grondexploitatie opgesteld.
Verdere afronding van deze ontwikkeling is afhankelijk van de beroepsprocedure bij de Raad van State tegen het bestemmingsplan. Brem 5 In 2025 is een ontwikkelaar geselecteerd om deze locatie te ontwikkelen. Er is een koopovereenkomst opgesteld met deze ontwikkelaar. De eigendomsoverdracht van de gronden vindt plaats nadat de omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden. Deze wordt -91Jaarstukken 2025
in het voorjaar van 2026 verwacht. Na de eigendomsoverdracht zal de ontwikkelaar starten met de bouwwerkzaamheden voor de realisatie van de vijf woningen en het inrichten van de openbare ruimte (wadi). Na de eigendomsoverdracht kan de grondexploitatie worden afgesloten. Buurse De Noor Oost De grondexploitatie is op 10 juli 2024 vastgesteld, gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan is beroep ingesteld bij de Raad van State. Na afronding van de beroepsprocedure bij de Raad van State tegen het bestemmingsplan starten we met de voorbereidingen om deze locatie bouwrijp te maken en de gronden te verkopen. Stepelerveld, fase II Op 1 oktober 2025 is deze grondexploitatie door de gemeenteraad vastgesteld. Op dit moment wordt er gewerkt aan de planuitwerking. Parameters Per 1 januari 2026 zijn de grondexploitaties geactualiseerd. Voor de fasering is rekening gehouden met de volgende parameters. De rente is vastgesteld door de afdeling Financiën en de parameters zijn gebaseerd op de Metafoor Outlook 2026. Parameters Kostenstijging GWW Kostenstijging plankosten Opbrengstenstijging woningbouw Opbrengstenstijging bedrijventerrein
2026 3,50% 4,50% 3,50% 3,00%
2027 3,00% 3,00% 2,00% 3,00%
2028 2029 e.v. 3,00% 2,00% 3,00% 2,00% 2,00% 2,00% 3,00% 2,00%
Rente Disconteringsvoet
1,18% 2,00%
1,18% 2,00%
1,18% 2,00%
1,18% 2,00%
Eindwaarde zonder winstneming Door het afsluiten van de grondexploitatie Wissinkbrink, heeft de gemeente per 1-1-2026 nog vier actieve grondexploitaties. Onderstaande tabel geeft allereerst aan wat de eindwaarde van de grondexploitaties zijn. Deze saldi zijn opgesteld exclusief de (volgens het BBV verplichte) eventuele winstneming van 2025, maar inclusief eerder gerealiseerde winstnemingen. Het onderstaande overzicht toont het geraamde planresultaat bij de afsluiting van de grondexploitatie. Dit resultaat is contant gemaakt per 1 januari 2026; de eindwaarde is volgens BBV-regelgeving berekend tegen een discontovoet van 2%. Exploitatieresultaat Marktplan Brem 5 Buurse de Noor Oost Stepelerveld fase II Totaal
€ € € € €
EW NCW -2.622.771 € -2.375.524 -50.091 € -49.109 12.139 € 11.215 1.281.847 € 1.051.561 -1.378.876 € -1.361.858
Afsluiting 2030 2026 2029 2035
Tussentijdse winstneming Het BBV schrijft voor dat winst moet worden genomen, wanneer daar voldoende zekerheid over bestaat. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Volgens het realisatiebeginsel dient in de situatie dat voldoende zekerheid is over de winst, de winst te worden genomen. Hierbij dient de Percentage Of Completion methode (POC-methode) te worden gevolgd.
-92Jaarstukken 2025
Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: - Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én - De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én - Een (gedeelte van de) kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie genomen). Op dit moment worden voor twee grondexploitaties positieve resultaten geprognosticeerd: Buurse De Noor Oost en Stepelerveld fase II. Voor beide grondexploitaties bedraagt de winstneming echter € 0, omdat nog niet aan alle hierboven genoemde voorwaarden is voldaan (er heeft namelijk nog geen grondverkoop plaatsgevonden). Exploitatieresultaat Marktplan Brem 5 Buurse De Noor Oost Stepelerveld fase II Totaal
Winstneming -
€ € € € €
Voorzieningen Volgens de richtlijnen van het BBV moet een voorziening worden getroffen voor grondexploitaties die een voorgecalculeerd tekort laten zien (voorziening ter hoogte van het voorgecalculeerd tekort). Op basis van de jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie wordt de hoogte van de voorziening herijkt. Op dit moment hebben twee grondexploitaties een voorzien tekort: Marktplan en Brem 5. De voorzieningen zijn gebaseerd op de eindwaarde van deze grondexploitaties. Samen leiden deze tekorten per 1 januari 2026 tot een verliesvoorziening van € 2.672.862. Voor de grondexploitatie Stepelerveld is de verwachting dat in een later stadium een verliesvoorziening moet worden gevormd. In deze fase van de grondexploitatie kan de verliesvoorziening conform BBV voorschriften nog niet worden gevormd, omdat toekomstige kosten in deze fase nog onvoldoende zeker zijn. Verliesvoorziening Marktplan Brem 5 Stepelerveld fase II Totaal
€ €
Per 31-12-2025 -2.622.771 -50.091
€
-2.672.862
In de jaarrekening van 2024 was een verliesvoorziening van € 2.606.889 opgenomen. De verliesvoorziening voor 2025 betekent een toename van € 65.973. Meerjarenperspectief Het exploitatieresultaat op eindwaarde heeft de volgende uitwerking uitgezet in de tijd: Afsluiting grondexploitaties Marktplan Brem 5 Buurse de Noor Oost Stepelerveld fase II Totaal Inzet verliesvoorziening Resultaat na inzet voorziening
2026
2027
2028
2029 €
€
2030 -2.622.771
2035
-50.091 € 12.139
€ -50.091 € 50.091 € -
€ € € -
€ € -
€ 12.139 € € 12.139
€ -2.622.771 € 2.622.771 € -
€ 1.281.847 € 1.281.847 € -1.281.847 € -
Weerstandsvermogen De IFLO-norm is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken opgesteld om de weerstandscapaciteit te bepalen. De IFLO-norm relateert de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit aan de boekwaarden van de grondexploitaties (10%), de nog te maken kosten (10%) en de opgenomen voorziening. De verwachtingswaarde is 50% omdat niet alle -93Jaarstukken 2025
risico’s zich gelijktijdig voor zullen doen. De weerstandscapaciteit per grondexploitatie is als volgt geraamd: Boekwaarde 31-12-2025 Marktplan € 2.739.197 Brem 5 € 459.369 Buurse de Noor Oost € 9.986 Stepelerveld fase II € 4.722 Totaal € 3.213.275 Grondexploitatie
Verwachtte Totaal voor Voorzieningen kosten risico € 1.036.802 € -2.622.771 € 1.153.228 € 15.000 € -50.091 € 424.278 € 296.562 0 € 306.549 € 12.489.354 € € 12.494.076 € 13.837.718 € -2.672.862 € 14.378.131
Risico obv IFLO norm (10% totaal) € 115.323 € 42.428 € 30.655 € 1.249.408 € 1.437.813
50% IFLOnorm € 57.661 € 21.214 € 15.327 € 624.704 € 718.907
Gelet op de onzekerheden in de grondexploitatie van Marktplan, zoals met name de langlopende juridische procedures, wordt dit risico te laag berekend met deze systematiek. Afhankelijk van de voortgang van de juridische procedures kan dit flink extra kosten met zich meebrengen, ook kan het zijn dat wij de koopprijs later ontvangen. Daarom is het risico verhoogd met € 325.000 tot een totaal van € 1.043.907.
-94Jaarstukken 2025
Paragraaf Openbaarheid Inleiding en wettelijke context De Wet open overheid (Woo) heeft als doel het vergroten van transparantie en toegankelijkheid van overheidsinformatie. De wet stelt zowel plicht tot passieve openbaarmaking (informatie op verzoek), als plicht tot actieve openbaarmaking (informatie uit eigen beweging beschikbaar stellen). Voor gemeente Haaksbergen betekent dit dat zij zowel organisatorisch als technisch, processen moeten inrichten die voldoen aan de Woo-artikelen, landelijke implementatieplanning en uitgestelde tranches. Daarnaast verwacht de wet dat gemeenten investeren in informatiehuishouding, archivering, digitale toegankelijkheid en vindbaarheid van bestuursinformatie. Bestuurlijke reflectie, jaar 2025 2025 was voor de gemeente Haaksbergen een jaar van verder professionaliseren, structuurverbetering en verduurzaming van de interne organisatie rondom de Woo. Waar de uitvoering van de Woo in eerdere jaren gekenmerkt werd door externe ondersteuning, is eind 2025 de overgang gemaakt naar meer interne stabiliteit. Door de aanstelling van een tweede medewerker en het opbouwen van specialistische kennis, is een robuustere basis gelegd voor het zorgvuldig uitvoeren van Woo-verzoeken. In 2025 is de doorlooptijd van Woo-verzoeken verbeterd en is de kwaliteit van anonimisering en motivering versterkt.
Dit zorgt voor betere dienstverlening aan inwoners en bedrijven en minder risico op juridische bezwaren. Actieve openbaarmaking vraagt grote organisatorische inzet. In 2025 is vooral geïnvesteerd in voorbereidingen: informatiecategorieën zijn in kaart gebracht, interne processen zijn opgezet, en tranche 1 is volledig operationeel. 2025 stond ook in het teken van bewustwording binnen de organisatie. Management en teams zijn beter betrokken bij verplichtingen uit de Woo en er zijn presentaties voor nieuwe medewerkers rondom de Woo. Terugblik 2025: Wat is gedaan en wat is bereikt Aanstelling van een tweede medewerker Woo (specialist anonimisering en dossieropbouw). Verbetering van de werkverdeling tussen coördinatie, inhoudelijke afhandeling en juridische toetsing. Professionalisering van anonimisering (door de nieuwe medewerker). Volledige implementatie van tranche 1 (alle onderdelen actief). Doorontwikkeling van de Woo-pagina: betere structuur, toegankelijkheid, en archiefrichting. (ook in 2026 is dit nog een punt om aan te werken) Inventarisatie van alle informatiecategorieën voor tranche 2. Start met interne presentaties/cursussen om afdelingen voor te bereiden op toekomstige plichten. Aanscherping van werkwijze voor periodieke updates van actieve openbaarmaking.
Conclusie 2025 was een jaar waarin de gemeente Haaksbergen grote stappen heeft gezet in de professionalisering van de uitvoering van de Woo. Met een sterkere interne organisatie, betere processen en toekomstgerichte aanpak voor actieve openbaarmaking, ligt er een solide fundament om in 2026 verder te groeien naar een structurele en duurzame uitvoering van de Woo.
-95Jaarstukken 2025
Paragraaf Taakstellingen en Reserveringen Taakstellingen De Programmabegroting 2025 bevat nog geen financiële vertaling van taakstellingen. De structurele opgave als gevolg van de Rijkskorting werkt pas vanaf 2026 door in het Gemeentefonds. Daarom is de begroting beleidsneutraal opgesteld en fungeert deze als basisjaar. De in 2024 vastgestelde ombuigingsstrategie is hierin wel opgenomen, maar nog niet uitgewerkt in taakstellende budgetten. Conform deze strategie zijn in 2025 vooral voorbereidende stappen gezet om toekomstige ombuigingen vanaf 2026 mogelijk te maken. In de uitvoering is binnen het sociaal domein in 2025 al wel een aantal maatregelen genomen, die vooruitlopend bijdragen aan de toekomstige taakstellingen. Het gaat hierbij onder meer om aanscherpingen in het beleid voor leerlingenvervoer, professionalisering regievoering Jeugdhulp en aanpassing van werkwijzen met betrekking tot indicatiestelling maatwerkvoorzieningen en dagbesteding Wmo. In 2025 waren er nog geen aanvullende structurele Rijksmiddelen beschikbaar voor gemeenten. De aangekondigde financiële verruiming was toen te weinig concreet om in de begroting te verwerken, zoals ook landelijk werd gesignaleerd dat de Rijksbegroting 2025 gemeenten nog onvoldoende financieel perspectief bood.
Daarom bleven de centrale stelposten voor loon- en prijsontwikkelingen en gereserveerde middelen noodzakelijk als buffer, om toekomstige financiële opgaven en taakstellingen op een beheerste wijze op te vangen Reserveringen In de Programmabegroting 2025 zijn verschillende reserveringen opgenomen, waarmee rekening wordt gehouden bij de uitvoering en financiële verantwoording over het begrotingsjaar. In deze paragraaf wordt gerapporteerd over de aard en toepassing van deze reserveringen binnen het verantwoordingsjaar 2025. 1. Stelpost loon- en prijsontwikkeling meerjarig perspectief In de begroting wordt gewerkt met lopende prijzen. Dat betekent dat wordt uitgegaan van toekomstige prijsstijgingen, zowel aan de batenkant (zoals de algemene uitkering) als aan de lastenkant. Om jaarschijven consistent en vergelijkbaar te houden, worden lasten op budgetniveau geraamd op prijspeil 2025. Voor de jaren 2026-2028 is een centrale stelpost loon- en prijsontwikkeling meerjarig perspectief opgenomen. Vanuit deze stelpost worden toekomstige indexaties gedekt. Vanaf Programmabegroting 2025 is de stelpost direct gekoppeld aan de verwachte indexatie van baten (zoals accres en eigen baten). Wanneer bijvoorbeeld het accres voor een toekomstig jaar wordt bijgesteld, wordt de stelpost in gelijke mate aangepast.
Bij het opstellen van elke nieuwe begroting valt de eerste jaarschijf van deze stelpost vrij ter dekking van de in die begroting toegepaste indexaties. De hoogte van de stelpost na de in de begroting opgenomen mutaties, is weergegeven in de financiële kaders van de begroting. 2. Stelpost prijsstijgingen 2025 Net als in de Programmabegroting 2024-2027 is in 2025 opnieuw een stelpost prijsstijgingen werkbudgetten opgenomen. Deze stelpost heeft als doel prijsstijgingen in 2025 op te vangen, die bij het opstellen van de begroting nog niet bekend of verwerkt waren. Bedrag stelpost: € 226.000
-96Jaarstukken 2025
Grondslag: ruim € 7.000.000 aan prijsgevoelige budgetten die niet afzonderlijk zijn geïndexeerd, in combinatie met de gehanteerde gecombineerde index uit het hoofdstuk ‘Financiële uitgangspunten’. Bij de Eerste bestuursrapportage 2025 wordt deze stelpost ingezet voor het dekken van inmiddels bekende prijsstijgingen. Een eventueel resterend bedrag valt vrij. 3. Stelpost vervangingsinvesteringen/prijsstijging investeringskredieten In de Programmabegroting 2025 zijn investeringskredieten voor dat jaar geautoriseerd en is een doorkijk gegeven naar de jaren 2026-2028. De kapitaallasten van deze investeringen zijn in de begroting verwerkt. De komende jaren vallen ook kapitaallasten vrij van investeringen, waarvan de vervanging nog niet in het meerjarenperspectief is opgenomen. Dit kan bijvoorbeeld voor komen omdat vervanging nog niet noodzakelijk is, ondanks dat kapitaallasten vrijvallen. Op het moment dat vervanging wel aan de orde is, moeten de benodigde kapitaallasten beschikbaar zijn. Hiervoor is een stelpost vervangingsinvesteringen/prijsstijging investeringskredieten opgenomen. Deze stelpost kan ook worden benut voor het dekken van indexaties van investeringskredieten. De raad blijft bevoegd om kredieten te verhogen, inclusief eventuele indexaties.
De eerste jaarschijf van deze stelpost wordt, uiterlijk bij de eerste bestuursrapportage van het betreffende jaar, verdeeld of vrijgelaten.
-97Jaarstukken 2025
Jaarrekening
-98Jaarstukken 2025
Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening (bedragen x € 1.000) Primitieve begroting
PROGRAMMA
LASTEN basis
1. Exploitatie
2. Overhead 3. VPB 5. Alg. dekkingsm.
Totaal saldo baten en lasten 5. Reserves Totaal gerealiseerde resultaat
0 Bestuur en Ondersteuning 1 Veiligheid 2 Verkeer, vervoer en waterstaat 3 Economie 4 Onderwijs 5 Sport, cultuur en recreatie 6 Sociaal domein 7 Volksgezondheid en milieu 8 Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Totaal Overhead Vennootschapsbelasting Programma 0 - lokale heffingen Programma 0 - algemene uitkering Programma 0 - dividend Programma 3 - lokale heffingen Reserves
3.566 2.862 4.322 1.064 3.106 5.541 38.149 9.083 4.316 72.008 11.807 23 0 0 0 0 83.838 3.948 87.786
BATEN basis
Begroting na wijziging
SALDO basis
803
0 151 206 733 852 11.481 7.955 1.499 23.681 21
0 7.911 51.079 359 223 83.273 4.729 88.002
-2.763 -2.862 -4.170 -858 -2.372 -4.689 -26.668 -1.127 -2.817 -48.327 -11.787 -23 7.911 51.079 359 223 -565 -781 217
LASTEN totaal
3.594 2.764 4.316 1.107 2.727 6.335 37.650 8.663 4.282 71.437 11.948 92 0 0 0 0 83.477 9.095 92.573
BATEN totaal
941 0 157 243 461 1.473 11.017 7.670 1.447 23.409 164 0 7.971 54.034 426 248 86.251 9.841 96.092
Realisatie begrotingsjaar na wijzigingen
SALDO totaal
-2.653 -2.764 -4.159 -864 -2.266 -4.862 -26.633 -993 -2.835 -48.028 -11.785 -92 7.971 54.034 426 248 2.774 -745 3.519
LASTEN werkelijk
BATEN werkelijk
4.210 2.754 4.330 1.034 2.668 6.253 37.745 8.890 4.394 72.279 12.463 109 0 0 0 0 84.851 9.656 94.508
SALDO werkelijk
1.059 0 254 182 522 1.656 11.485 8.008 2.083 25.249 442
0 8.042 54.939 423 255 89.349 10.340 99.689
-3.151 -2.754 -4.077 -853 -2.146 -4.597 -26.260 -882 -2.311 -47.030 -12.022 -109 8.042 54.939 423 255 4.497 -684 5.181
Verschil
begroot na wijz./ werkelijk
-498 9 82 11 120 265 374 111 524 998 -237 -18 70 905 -3 7 1.723 61 1.662