CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2024 definitief versie 16

Gemeenteraad 2 juli 2025, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken 202436.136 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Dit omgevingsplan moet uiterlijk 1 januari 2032 gereed zijn. • Wij hebben de ontwerp omgevingsvisie opgesteld. In dit kader hebben wij een participatietraject doorlopen. Het participatieplan hiervoor hebben wij vastgesteld. • Wij hebben het beleidskader betaalbare woningen vastgesteld. In dit beleidskader beschrijven we wat wij verstaan onder betaalbare koopwoningen. • We hebben de Verordening Starterslening gemeente Haaksbergen vastgesteld, waarmee starters op de woningmarkt de mogelijkheid krijgen om maximaal € 30.000 euro te extra te lenen voor de aankoop van hun eerste woning. • We hebben het meldpunt goed verhuurdersschap ingericht. Bij dit meldpunt kunnen huurders terecht met vragen of klachten over het gedrag van hun verhuurder. • Bij de ontwikkeling van nieuwe woningbouwplannen sturen wij op een mix van woningbouwtypes, waarbij wij ook rekening houden met aandachtsgroepen in de breedste zin van het woord. • Het bestemmingsplannen voor het Zwarteland (45 woningen) en de Blankenborg (11 woningen) zijn vastgesteld. • Het bestemmingsplan voor het Marktplan voor de ontwikkeling van het ‘gat in de Markt’ en ‘de Bron’ zijn vastgesteld. Deze ontwikkeling bestaat uit realisatie van supermarktruimte aan de Markt, 67 appartementen, parkeren en een parkachtige inrichting. • De planvorming voor de leegkomende schoollocatie Holthuizen hebben wij opgestart.

• De gebiedsvisie voor de locatie voormalige basisschool De Weert en naastgelegen winkelcluster is gewijzigd voor wat betreft de aanpassing van het woonprogramma door de toepassing van de 30-40-30 regeling uit de Regionale Woondeal Twente.

Jaarstukken 2024

51

•

•

• • • • • • • •

• •

• •

Voor de ontwikkeling van woningbouw in Buurse hebben we het bestemmingsplan vastgesteld voor de realisatie van vijf woningen op het trapveldje nabij de Noor. Ook hebben we, samen met de ontwikkelaar, de plannen voor de woningbouwlocatie ten noorden van de Noor verder uitgewerkt. Over woningbouw in Buurse hebben we structureel overleg met de werkgroep Wonen Buurse. Wij hebben het “Addendum: Locatieonderzoek wonen en werken bij de structuurvisie 2030: Haaksbergen, groenste dorp van Twente” vastgesteld. Hierin worden landschappelijk gezien de voorkeurslocaties voor wonen en industrie opgenomen aan de randen van de kernen van Haaksbergen, Buurse en St. Isidorushoeve. Hierbij is tevens de woonbehoefte geactualiseerd en is een financiële en milieu-planologische haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Op de voorkeurslocaties aan de randen hebben wij een voorkeursrecht gevestigd om speculatie met grond tegen te gaan en regie te kunnen voeren over ontwikkelingen op deze locaties. Met een aantal eigenaren van voorkeurslocaties zijn wij in gesprek. Wij hebben 4 van de 5 woningbouwkavels in de Wissinkbrink verkocht. De laatste sociale huurwoningen aan ’t Kempke zijn opgeleverd alsmede een appartementencomplex aan de Zeedijk. Wij hebben afstemming met Domijn en de huurdersvereniging over de uitvoering van de prestatieafspraken.

We hebben verschillende initiatieven in het landelijk gebied (zoals Rood voor Rood ontwikkelingen) en in het stedelijk gebied (zoals herontwikkeling Bartokstraat en mogelijke woningbouw in St. Isidorushoeve) gefaciliteerd. Wij maken afspraken over een goede ruimtelijke inpassing van initiatieven op inbreidingslocaties en in het buitengebied. We zijn bezig geweest met het opstellen van een visie op verblijfsrecreatie en beleidskader voor solitaire recreatiewoningen. We hebben samen met de gemeenten in Zuid Oost Twente gewerkt aan de voortzetting van de samenwerking in Zuidoost Twente nu de PPLG is weggevallen. Ook zetten we het koploperproject Haaksbergen Oost (voorheen Buurse) voort welke binnen de PPLG reeds is opgestart. Er is een motie aangenomen waarbij we enerzijds nazorg verlenen en anderzijds kritisch het gebiedsproces Haaksbergerveen volgen. De regionale spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied van ZuidwestTwente hebben wij vastgesteld. Dit is het beleidskader voor Rood voor Rood ontwikkelingen, Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB), landgoederen en uitbreiding van agrarische- of niet agrarische bedrijven. We stellen ervencoaches beschikbaar voor ondersteuning op het boerenerf. We ondersteunen groene maatschappelijke initiatieven en transitie van de landbouw, door projecten zoals 1001 ha kruidenrijk grasland en boomdeeldagen te organiseren.

Duurzaamheid Wat willen we bereiken? • Succesvol duurzaamheidsbeleid dat aansluit bij de afspraken uit het Klimaatakkoord. • Uitvoering geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. • Wij geven het goede voorbeeld met de verduurzaming van ons eigen vastgoed. • Wij ondersteunen maatschappelijke organisaties bij de verduurzaming. Wat hebben we hiervoor gedaan? • Wij zijn gestart met het opstellen van de ontwerp duurzaamheidsvisie. Voor het participatietraject hebben wij het participatieplan vastgesteld. De planning was om de visie aan het eind van 2024 vastgesteld te hebben door de raad. Echter hebben we meer tijd nodig gehad om een gedegen en intern afgestemde visie op te stellen. • We hebben het windbeleid vastgesteld. • We zijn betrokken bij de voorbereiding van het windpark Oude Buurserdijk.

Jaarstukken 2024

52

• • •

• • • • •

• •

We hebben een medewerker aangetrokken voor het verduurzamen van ons eigen (gemeentelijk maatschappelijk) vastgoed. Er zijn scans en technische onderzoeken uitgevoerd om de staat van het maatschappelijk vastgoed in kaart te brengen en de verduurzamingsmaatregelen in kaart te brengen, maar ook financieel te specificeren. Op basis van deze inzichten is er een nieuw beheerplan en nieuw beleidsplan voor gemeentelijk maatschappelijk vastgoed opgesteld waarin we de verduurzamingsmaatregelen meegenomen hebben. Deze worden eerste kwartaal van 2025 op route gebracht. We hebben een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar de warmteleiding vanuit Twence. Door dit onderzoek is een grootschalig warmtenet vanuit Twence voorlopig on hold gezet. De investering is dusdanig dat het financieel geen aantrekkelijke optie is. We hebben een vervolg gegeven aan zon op dak, in totaal hebben we zo’n twintig ondernemers gefaciliteerd. Drie ondernemers daarvan hebben op twee locaties zonnepanelen aangebracht. We hebben een witgoedregeling opgestart voor energiebesparing bij huishoudens met lage inkomens en weinig besteedbaar inkomen (minima). We zijn gestart met de gemeentelijke compensatie opgave voor natuurvriendelijk isoleren. Zo zijn er in de kernen van Haaksbergen, Sint Isodorus Hoeve en Buurse vleermuiskasten opgehangen. We zijn gestart met het opstellen van beleid voor groen gas.

Daarbij laten we onderzoek uitvoeren naar de potentie van groen gas hubs. Dit levert ons een kansenkaart op voor groen gas. We onderzoeken de mogelijkheden voor een pilotproject om woningen te verwarmen met groen gas. We zijn begonnen met het opstellen van een warmteprogramma. De basis hiervoor is een bronnenstrategie en een herijking van de warmtetransitievisie 1.0. Er hebben zich bewoners bij ons gemeld voor een alternatief voor aardgas, in de vorm van een mini warmtenet. Wij faciliteren dit project.

Vergunningverlening Wat willen we bereiken? • Een soepele overgang van de vergunningverlening op basis van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) naar die op basis van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) als beide wetten per 1 januari 2024 in werking treden. Wat hebben we hiervoor gedaan? • De afgelopen jaren hebben we ons voorbereid op de invoering van Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging, onder andere door de aanschaf van nieuwe software, waardoor we sinds 1 januari 2024 volgens de nieuwe wetten kunnen werken. Hierbij hebben we aandacht gehad voor een goede dienstverlening. Verbonden partijen Omgevingsdienst Twente De Omgevingsdienst Twente geeft uitvoering aan de verplichte basistaken van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het betreft in hoofdzaak activiteiten op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving milieu. Bij de uitvoering van deze werkzaamheden dient voldaan te worden aan vastgestelde normen (de kwaliteitscriteria 2.2.).

Jaarstukken 2024

53

Prestatie-indicatoren Naam indicator

Eenheid

Stand Haaksbergen 2024

Nieuw gebouwde woningen

Aantal per 1.000 woningen Percentage

Demografische druk

Hernieuwbare Percentage elektriciteit Gemiddelde WOZ Euro waarde Gemeentelijke In Euro’s woonlasten eenpersoons huishouden Gemeentelijke In Euro’s woonlasten meerpersoonshuishouden ** Hiervoor wordt geen norm vastgesteld

Gestelde norm

6,9

Gemiddelde van de referentie gemeenten 7,5

84,7

81,1

81,0

16,9

Geen data

**

368.000

408.000

**

1095

947

1095

1037

5,0

Maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde Maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde

Wat heeft het gekost? bedragen x €1.000 Nr.

Omschrijving taakveld

Lasten Begroot

Werkelijk

1.822 26

Baten

Totaal saldo

Saldo

Begroot

Werkelijk

1.757

64

261

194

-67

-3

256

-230

15

897

882

652

Saldo

8.1

Ruimtelijke ordening

8.2

Grondexploitatie

8.3

Wonen en bouwen

2.554

2.787

-233

1.200

1.472

272

39

Totaal programma 8

4.402

4.801

-399

1.476

2.563

1.088

689

De afwijkingen op baten en lasten per taakveld (> € 15.000) worden toegelicht binnen het hoofdstuk ‘Verklaring verschillen begroot en werkelijk’ in de jaarstukken.

Jaarstukken 2024

54

Paragraaf Lokale heffingen De paragraaf Lokale Heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties voor de inwoners van Haaksbergen. Lokale heffingen hebben tot doel dat de gemeente door het verwerven van eigen middelen dekking vindt voor haar uitgaven in het kader van de uitvoering van de gemeentelijke taken. De invoering, wijziging of intrekking van lokale heffingen wordt door de gemeenteraad, via de vast te stellen verordening, gedaan. De belastingverordeningen 2024 werden in de raadsvergadering van 20 december 2023 vastgesteld. Tariefsaanpassingen De OZB-tarieven zijn in 2024 reëel verhoogd met 5,9% voor woningen en niet-woningen en daarnaast zoals gebruikelijk nog gecorrigeerd in verband met de waardeontwikkelingen. Voor de overige gemeentelijke belastingtarieven 2024 zijn we uitgegaan van een inflatiecorrectie van 3,9%. De tarieven voor de afvalstoffen- en rioolheffing en de overige heffingen zijn kostendekkend. Voor de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten betekent dit dat het tarief in 2024 gemiddeld met 6,2% werd verhoogd en het tarief voor de rioolheffing met 8,9% werd verhoogd. a. Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten (bedragen *€ 1.000)

Overzicht opbrengsten gemeentelijke heffingen Belastingsoort Leges reisdocumenten, rijbewijzen en burgelijke stand Leges omgevingsvergunning en kapvergunningen Begraafrechten

Werkelijk 2023

Verschil Werkelijk werkelijk 2024 t.o.v. begroot*

Begroot 2024 na wijziging

182

357

397

40

694

520

481

-39

175

185

211

26

Afvalstoffenheffing

2.302

2.486

2.451

-35

Rioolheffing woningen/niet woningen

3.771

4.150

4.106

-44

OZB eigenaren woningen

4.117

4.399

4.403

4

OZB eigenaren niet-woningen

1.902

2.055

2.058

3

OZB gebruikers niet-woningen

1.163

1.269

1.271

2

Forensenbelasting

88

90

88

-2

Toeristenbelasting

104

167

160

-7

BIZ-heffing

92

90

102

12

Reclamebelasting

42

45

41

-4

14.632

15.813

15.769

-44

Totaal

* De verschillen worden bij de afzonderlijke producten verklaart.

b. beleid ten aanzien van de lokale heffingen Hervorming lokaal belastinggebied In het coalitieakkoord van het huidige kabinet is het volgende opgenomen: “Om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Daarbij worden ook alternatieven voor de OZB en MRB (minder Rijksbemoeienis) in de beschouwing betrokken.” Er is nog geen zicht op hoe en wanneer dit gaat worden ingevuld. Jaarstukken 2024

55

Groene heffingskorting De minister gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden en of een (verplichte) groene heffingskorting daar mogelijk aan bijdraagt. De groene heffingskorting kan worden vormgegeven door een vermindering van de verschuldigde belasting nadat het verschuldigde belastingbedrag (bijvoorbeeld voor ozb) is berekend. No cure – no pay bij de uitvoering van de Wet WOZ wordt aangepakt Gemeenten moeten een vergoeding betalen als via no cure – no pay bureaus (NCNP-bureaus) de WOZ -waarde van woningen en bedrijven wordt aangepast. Dat kan gebeuren wanneer NCNP-bureaus namens burgers een bezwaarschrift indienen bij de gemeente of door een beroep bij de rechter. Dat levert die bureaus zo veel geld op dat er sprake is van een verdienmodel. Burgers profiteren daar niet van. Terwijl de regeling is bedoeld als kostenvergoeding voor burgers. Inmiddels heeft het Rijk besloten om de vergoeding voor WOZ-bezwaarzaken te verlagen tot 12,5% van de oorspronkelijke vergoeding. Vanwege de verlaagde vergoeding is de verwachting dat er minder NCNP-bureaus namens burgers een bezwaarschrift indienen.

Tweejaarlijkse herwaardering De gemeenten Katwijk en Gouda hebben in 2024 een motie ingediend bij de VNG om in nauwe samenspraak met de uitvoering, vertegenwoordigd door de LVLB (Landelijke Verenigingen voor Lokale Belastingen), en in afstemming met de betrokken ministeries een onderzoek te starten naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse herwaardering waarbij ook betrokken wordt wat de gevolgen zijn voor andere belastingen of instrumenten waarvoor de WOZ-waarde wordt benut. Op de ledenvergadering van de VNG is de motie met ruim 90% aangenomen. In samenspraak met de LVLB laat de VNG het onderzoek uitvoeren door het Erasmus Studiecentrum voor Lokale overheden (ESBL). Als een van de onderdelen van het onderzoek worden middels een enquête de gevolgen geïnventariseerd voor gemeenten en belastinguitvoeringsorganisaties. Er is inmiddels een enquête uitgezet. c. kostendekkendheid In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de kostendekkendheid van heffingen. De rioolheffing en de afvalstoffenheffing mogen volgens de wet maximaal kostendekkend zijn. Op grond van de Gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn. Niet elke post zal dus afzonderlijk op zijn kostendekkendheid worden beoordeeld.

De leges zijn ingedeeld in drie titels: • titel 1, algemene dienstverlening; • titel 2, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning; • titel 3, dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn. Titel 1: De leges algemene dienstverlening bestaan voornamelijk uit burgerzaken en de burgerlijke stand. Veruit het grootste deel van de inkomsten bestaat uit leges voor paspoorten en rijbewijzen. Voor een aantal tarieven binnen titel 1 geldt dat deze door het Rijk zijn gemaximeerd: paspoorten, rijbewijzen, kansspelen en wet bescherming persoonsgegevens. Titel 2: Hieronder vallen de leges voor de omgevingsvergunningen. Titel 3: Dit betreft de leges voor Evenementenvergunningen, Prostitutievergunningen en de Drank en Horecavergunningen.

Jaarstukken 2024

56

(bedragen x € 1.000)

Mate van kostendekking Activiteitgroep

lasten taakvelden

Overhead

Toevoeging/ Totale onttrekking lasten voorziening

BTW

Heffingen (Baten)

Overige Baten

Totaal Baten

Kostendekkendheid

Afvalstoffenheffing raming

2.097

0

389

0

2.486

2.486

0

2.486

100%

Afvalstoffenheffing werkelijk

2.180

0

390

47

2.617

2.451

166

2.617

100%

Rioolheffing raming

3.298

240

612

0

4.150

4.150

0

4.150

100%

Rioolheffing werkelijk

3.190

240

602

74

4.106

4.106

0

4.106

100%

Begraafrechten raming

197

27

0

0

224

185

0

185

83%

Begraafrechten werkelijk

319

27

0

0

346

211

0

211

61%

Leges algemene dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening) raming

445

380

0

0

825

204

0

204

25%

Leges algemene dienstverlening (Leges Titel 1 Legesverordening) werkelijk

538

380

0

0

918

397

0

397

43%

Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening) raming

412

306

0

0

718

660

0

660

92%

Leges dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/vergunningen (Leges Titel 2 Legesverordening) werkelijk

412

306

0

0

718

481

0

481

67%

Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening) raming

72

61

0

0

133

7

0

7

5%

Leges dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn (leges Titel 3 Legesverordening) werkelijk

72

61

0

0

133

10

0

10

8%

Totaal raming

6.521

1.014

1.001

0

8.536

7.692

0

7.692

90%

Totaal werkelijk

6.711

1.014

992

121

8.838

7.656

166

7.822

89%

d. Woonlastenontwikkeling Onder woonlasten verstaan we: onroerende zaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Het zijn belastingen en tarieven waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Men vergelijkt daarin per gemeente de woonlasten van een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde. Onderstaand overzicht geeft de hoogte van de woonlasten in Haaksbergen voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden in 2022, 2023 en 2024 weer. De uitgangspunten komen overeen met die van Coelo. Er wordt uitgegaan van een meerpersoonshuishouden met een gemiddelde woningwaarde. Woonlastenontwikkeling in Haaksbergen Werkelijk 2022

Werkelijk 2023

Werkelijk 2024

Percentage stijging 2024 t.o.v. 2023

Onroerende zaakbelasting

461,67

468,60

496,25

5,9%

Rioolheffing

334,08

348,24

379,32

8,9%

Afvalstoffenheffing

224,84

215,88

229,32

6,2%

Totale woonlasten

1.020,59

1.032,72

1.104,89

7,0%

904,00

944,00

994,00

5,3%

12,9%

9,4%

11,2%

Belastingsoort

Landelijk gemiddelde woonlasten Percentage boven landelijk gemiddelde

Jaarstukken 2024

57

Uit de tabel blijkt dat de woonlasten in Haaksbergen boven het landelijke gemiddelde liggen. De gemeentelijke woonlasten voor een eigenaar van een woning zijn in 2024 gestegen met 7,0%. Voor een huurder van een woning zijn de woonlasten in 2024 met 7,9% gestegen, omdat deze geen onroerendezaakbelasting betaalt. Rangorde Twentse gemeenten naar hoogte van woonlasten meerpersoonshuishoudens Gemeente

Woonlasten 2023 Woonlasten 2024

stijging in % t.o.v. 2023

Rijssen-Holten

€ 708

€ 675

-4,7%

Oldenzaal

€ 892

€ 945

5,9%

Tubbergen

€ 807

€ 954

18,2%

Dinkelland

€ 890

€ 957

7,5%

Wierden

€ 915

€ 968

5,8%

Hengelo

€ 928

€ 972

4,7%

Twenterand

€ 981

€ 977

-0,4%

Hellendoorn

€ 937

€ 989

5,5%

Enschede

€ 966

€ 1.013

4,9%

Almelo

€ 1.011

€ 1.041

3,0%

Borne

€ 967

€ 1.050

8,6%

Hof van Twente

€ 1.003

€ 1.055

5,2%

Haaksbergen

€ 1.033

€ 1.105

7,0%

Losser

€ 1.059

€ 1.114

5,2%

Overijssel

€ 896

€ 934

4,2%

Nederland

€ 944

€ 994

5,3%

e. Kwijtscheldingsbeleid Huishoudens met een inkomen op minimumniveau komen in aanmerking voor kwijtschelding van de onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 100% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaatsvindt. De specifieke voorwaarden voor kwijtscheldingen staan vermeld in de verordening kwijtscheldingen. Afhankelijk van de inkomens- en vermogenstoets worden de woonlasten voor deze categorie geheel of gedeeltelijk kwijtgescholden. In 2024 is in totaal voor een bedrag van € 203.000 verleend aan kwijtscheldingen (begroot € 200.000). De kwijtscheldingen worden niet verdisconteerd in de tarieven van het rioolrecht en de afvalstoffenheffing, maar ze vallen in de exploitatie onder het product minima.

Jaarstukken 2024

58

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen In deze paragraaf wordt beschreven hoe wij omgaan met risico’s en hoe groot het weerstandsvermogen moet zijn om eventuele financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Ook worden wijzigingen in beleid en mutaties in risico’s gerapporteerd. In deze paragraaf zijn vijf kengetallen opgenomen. Dit om de raad beter inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. In 2023 is de nieuwe nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 opgesteld. Deze paragraaf sluit aan met de bepalingen die hierin zijn vermeld. Weerstandcapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen we hebben om onverwacht grote tegenvallers op te kunnen vangen. Het betreft buffers in het eigen vermogen of in de exploitatie, die zonder gevolgen voor uitvoering van het beleid, ingezet kunnen worden om onverwachte kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de huidige woonlasten en de lasten bij 20% boven het landelijke gemiddelde. De onbenutte belastingcapaciteit is berekend op € 615.000. De bestemmingsreserves worden in de berekening van de ratio weerstandsvermogen niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Voor de volledigheid wordt de ratio ook berekend inclusief de bestemmingsreserves.

De beschikbare weerstandsratio ultimo 2024 (bedragen x €1.000) Omschrijving

2023

2024

Algemene reserve (31-12) incl. begrote jaarresultaat

19.700

24.497

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

19.700 24.497

Onvoorzien

40

40

Onbenutte belastingcapaciteit (structureel)

696

615

736

655

Totaal structurele weerstandscapaciteit Totaal inc. + str. weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio Bestemmingsreserves Ratio incl. bestemmingsreserves

20.436 25.152 3.884

5.068

5,3

5,0

13

13

5,3

5,0

Stille reserves Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden meegenomen in de weerstandscapaciteit als deze binnen een jaar te gelde gemaakt kunnen worden. Het gebruiken van stille reserves heeft consequenties en moet als laatste redmiddel worden gezien. Binnen de gemeente Haaksbergen is momenteel geen activa die aan deze criteria voldoet en er wordt nu dus geen stille reserve toegevoegd aan de weerstandscapaciteit. Wel zullen wij voor het inzicht de stille reserves van relevante omvang die niet binnen een jaar te gelde gemaakt kunnen worden, opnemen in deze paragraaf. De stille reserves worden om de vijf jaar geactualiseerd.

Jaarstukken 2024

59

( bedragen in €)

Omvang stille reserves

Aandelen Panden Kunstvoorwerpen Totaal

Geschatte verkoopwaarde 8.313.000 20.223.000 250.000 28.786.000

Boekwaarde

Stille reserve

645.000 6.383.000 0 7.028.000

7.668.000 13.840.000 250.000 21.758.000

Risico’s In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 is de ondergrens voor de risico’s vastgelegd. Deze ondergrens is bepaald op 0,25% van de algemene uitkering. Dit percentage wordt ook door veel andere gemeenten gehanteerd. De ondergrens komt hiermee uit op afgerond € 100.000. Een onverwacht nadeel tot € 100.000 wordt in beginsel binnen het programma of de post onvoorzien opgelost. Bij de jaarrekening 2024 zijn alle risico’s opnieuw beoordeeld. Voor de inschaling van de kans dat een risico optreedt wordt de volgende indeling gebruikt: Klasse 1 2 3 4 5

Kans van optreden Kleiner dan eenmaal per 10 jaar Tussen de eenmaal per 5 jaar en eenmaal per 10 jaar Tussen de eenmaal per 2 jaar en eenmaal per 5 jaar Tussen de eenmaal per 1 jaar en eenmaal per 2 jaar Groter dan eenmaal per jaar

Risico 10% 30% 50% 70% 90%

Indien de kans van optreden 90% is, wordt het risico opgenomen in de exploitatie. Per risico maken we vervolgens een inschatting van het meest waarschijnlijke financiële effect als het risico zich voordoet. De risico bedragen worden volgens de onderstaande indeling verdeeld in 5 klassen: Klasse 1 2 3 4 5

Financiële gevolgen Kleiner dan €100.000 (wordt niet meegenomen) Tussen de €100.000 en €200.000 Tussen de €200.000 en €350.000 Tussen de €350.000 en €500.000 Groter dan €500.000

Vervolgens wordt met behulp van een risicoscore, de risico’s gerangschikt en wordt inzichtelijk welke risico’s het meest belangrijk zijn om te worden beheerst. Deze risicoscore wordt bepaald door de klassen van kans en gevolg te vermenigvuldigen volgens onderstaande formule, waarbij de maximale score 25 is (5 x 5). Risicoscore = inschaling kans x inschaling financieel gevolg Risico’s ontwikkelen zich vaak in de tijd. Daarom wordt er periodiek via de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting en jaarrekening in beeld gebracht hoe de risico’s zich ontwikkelen.

Jaarstukken 2024

60

Overzicht risico’s Omschrijving risico

(Bedragen in € x 1.000) Financieel gevolg

0. Bestuur en ondersteuning Cyberaanval

Kans van optreden

Benodigd weerstandsvermogen

Financieel gevolg

Kans van optreden

Inc/Str.

Risico score

4.000

10%

400

Str.

1

5

5

Stijgende rente

400

30%

120

Str.

2

4

8

6. Sport, cultuur en recreatie Zwembad de Wilder

400

50%

200

Inc.

3

4

12

6. Sociaal domein Vertragend effect BUIG inkomsten

300

50%

150

Str.

3

3

9

Aantallen Wmo en jeugdhulptrajecten

900

50%

450

Str.

3

5

15

Onzekerheden Sociaal Domein

575

70%

403

Str.

4

5

20

8. Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Milieuverontreiniging

500

30%

150

Inc.

2

4

8

Vastgestelde grondexploitaties

845

50%

423

Inc.

3

4

12

Niet vastgestelde grondexploitaties

2.940

10%

294

Inc.

1

5

5

Kleinschalige opvanglocaties

2.860

15%

429

Inc.

1,5

5

8

Ontsluitingsweg Kolenbranderweg

100

70%

70

Inc.

5

2

10

Diverse programma’s Calamiteiten

500

30%

150

Inc.

2

4

8

Juridische claims

1.000

50%

500

Inc.

3

5

15

Verbonden partijen

1.000

50%

500

Str.

3

5

15

Garantstellingen

547

10%

55

Inc.

1

5

5

Wachtgeldverplichtingen

333

30%

100

Inc.

2

3

6

Hogere kosten aanbestedingen

250

70%

175

Str.

4

3

12

Schommelingen in de conjunctuur

1.000

50%

500

Inc.

3

5

15

Benodigd weerstandsvermogen

5.068

Het benodigd weerstandsvermogen is berekend op € 5.068.000. Mocht bijvoorbeeld het risico van een cyberaanval zich voordoen, dan is het gevolg € 4.000.000 terwijl we voor dit risico maar 10% van dit bedrag aan benodigd weerstandsvermogen hebben opgenomen. De buffers zouden dan bij een ratio van 1 grotendeels dienen te worden ingezet. Om deze reden wordt met een ratio van 2 gerekend. Dat wil zeggen dat de buffers minimaal tweemaal zo hoog dienen te zijn dan het benodigd weerstandsvermogen. Om deze reden beklemmen we een deel van de algemene reserve. Dit deel kan dus niet voor andere doeleinden worden ingezet. In onderstaande tabel is weergegeven welk deel van de algemene reserve dient te worden beklemd bij een streefratio van 2 en een minimale ratio van 1,4. Te beklemmen algemene reserve Omschrijving

2023

2024

Totaal aan risico's

3.884

5.068

Benodigde weerstandscap. bij streefratio 2 (2 x risico's)

7.769

10.135

736

655

Onvoorzien + onbenutte belastingcapaciteit Te beklemmen algemene reserve (bij streefratio 2)

7.033

9.480

Te beklemmen algemene reserve (bij min. ratio 1,4)

4.702

6.440

We streven binnen gemeente Haaksbergen een ratio van boven de 2 na. Om te voorkomen dat de reserves regelmatig moeten worden aangevuld door fluctuaties in de beschikbare weerstandscapaciteit, hanteren we een ondergrens 1,4. Bij een ratio van 1,4 bedraagt de weerstandscapaciteit 140% van de omvang van de ingeschatte risico’s. Indien de ratio onder de 1,4 komt, wordt een voorstel aan de raad gedaan over de wijze waarop de ratio weer op het gewenst niveau van boven de 2 wordt gebracht.

Jaarstukken 2024

61

Verdeling vrij besteedbare en beklemde algemene reserve bij ratio 2 Omschrijving

2023

2024

Te beklemmen algemene reserve

7.033

9.480

Vrij besteedbare algemene reserve

12.667

15.017

Totale Algemene reserve (31-12)

19.700

24.497

Verdeling vrij besteedbare en beklemde algemene reserve bij ratio 1,4 Omschrijving Te beklemmen algemene reserve Vrij besteedbare algemene reserve Totale Algemene reserve (31-12)

2023 4.702 14.998 19.700

2024 6.440 18.057 24.497

Uitval applicaties in verband met Cyberaanval (€ 400.000) Met de digitalisering van de samenleving neemt cybercrime een steeds grotere vlucht. Voorbeelden hiervan zijn het verspreiden van virussen en malware, maar ook bijvoorbeeld DDoS-aanvallen, waarbij systemen slecht of helemaal niet meer bereikbaar zijn voor medewerkers of klanten. Uit internationaal onderzoek onder 550 organisaties kwam eerder dit jaar naar voren dat in 2022 83% van de organisaties wereldwijd hiermee te maken heeft gehad. De kosten bedroegen gemiddeld zo’n 4.2 miljoen euro. Dat is vergelijkbaar met de schade die de gemeente Hof van Twente heeft geleden bij de hack in 2020, namelijk circa 4 miljoen euro. Op basis van dit internationale onderzoek en de financiële ervaring bij de gemeente Hof van Twente voeren we een financieel gevolg van 4 miljoen op. Een cybercrime-incident van enige omvang brengt direct hoge schade met zich mee. Deels om schade te herstellen (waarvoor dure specialisten nodig zijn), maar zeker ook vanwege de (forensische) onderzoeken die moeten worden uitgevoerd om vast te stellen wat er is gebeurd en om uit te sluiten dat de aanval voortduurt. Met het uitplaatsen van IT naar Hengelo (in 2022) zijn onze systemen beter beveiligd. De kans van optreden wordt ingeschat op 10%. Het risico op cybercrime laat zich nooit voor 100% uitsluiten.

Stijgende rente (€ 120.000) Voor nieuw af te sluiten langlopende leningen in de komende jaren rekenen we met een te betalen rentepercentage van 4%. Het is mogelijk dat het rentepercentage voor onderhandse leningen in de komende jaren fors gaat stijgen. Indien deze rente meerdere jaren op 6% zou staan, zou dat € 400.000 aan extra rentekosten kunnen betekenen. De kans van optreden wordt ingeschat op 30%. Zwembad de Wilder (€ 200.000) In de Begroting 2024-2027 heeft de raad besloten zwembad De Wilder gedurende twee jaar na afloop van het huidige contract, in stand te houden. Op 29 mei 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met het verhogen van de subsidie aan Optisport voor de periode 2025-2027 en ingestemd met de zogenaamde openboek variant, waarbij de winsten en verliezen voor rekening van de gemeente komen. Dit besluit brengt echter een aantal financiële onzekerheden met zich mee: 1. Optisport heeft tot en met 2027 wel onderhoudskosten begroot. Het is echter onzeker of dit voldoende is omdat het onderhoud in de voorgaande jaren gericht is geweest op instandhouding van het zwembad tot 1 mei 2025. Welk eventueel aanvullend onderhoud nodig is wordt in afstemming met Optisport besproken. 2. De fluctuerende energieprijzen hebben de afgelopen jaren geleid tot flink hogere energiekosten.

Deze kosten zijn de afgelopen twee jaar via een speciale Spuk MEOZ gecompenseerd voor een bedrag van € 300.671,-.. Voor de komende jaren is er geen compensatieregeling, dit kan leiden tot een jaarlijks risico van ongeveer € 150.000,-. 3. De mogelijkheid bestaat dat de bezoekersaantallen nog verder kunnen gaan teruglopen als er geen duidelijkheid is over wat er met het zwembad gaat gebeuren voor de langere toekomst. Dit betekent dan lagere inkomsten. Gezien bovenstaande wordt een bedrag van € 400.000 als risico opgenomen voor de periode 2025-2027. De kans van optreden is 50%.

Jaarstukken 2024

62

Vertragend effect BUIG inkomsten (€ 150.000) De hoogte van het Inkomensdeel (BUIG) is van veel factoren afhankelijk. Hierdoor dragen gemeenten een financieel risico met betrekking tot de resultaten op het onderdeel bijstand. Het aantal bijstandscliënten is in 2024 verder gestegen, de verwachting is dat dit aantal de komende jaren blijft stijgen. De systematiek achter de rijksbijdrage heeft een vertragend effect, dit maakt dat achteraf een tekort mogelijk is en dat nemen we mee als risico. Wanneer de gemeente in de pas loopt met de landelijke trends is het risico kleiner, de kans van optreden van dit risico schatten wij op 50%. Aantallen Wmo-ondersteuningstrajecten en Jeugdhulptrajecten onzeker (€ 450.000) De gemeente is verantwoordelijk voor alle vormen van Wmo en Jeugdhulp. Wij monitoren de instroom in Wmo en Jeugdhulp en het gebruik van individuele vormen nauwlettend (zowel zorg in natura (ZIN) als persoonsgebonden budget (PGB)). Wij zijn steeds beter in staat een schatting te maken van het zorggebruik. Voor Wmo en jeugd zijn we in de begroting 2025 uitgegaan van de geconstateerde ontwikkeling in het werkelijk aantal cliënten en de gerealiseerde kosten over 2022, 2023 en over het eerste halfjaar van 2024. Per 1 januari 2025 gaan we, voor zowel Wmo als jeugdhulp, werken op basis van de nieuwe inkoop.

De financiële impact van de inkoop is, vooral voor jeugdhulp (vanwege het grote aantal veranderingen ten opzichte van de vorige inkoop), lastig in te schatten. Hoewel er een prognose is gemaakt wordt niet eerder dan in de loop van 2025 duidelijk wat de werkelijke financiële impact van de inkoop is. Er is daarom een risico dat de kosten hoger uitvallen dan begroot. Daarnaast bestaat er een risico dat het zorglandschap niet compleet is. Als dat het geval is wordt de inkoop in 2025 weer open gezet. Dat betekent echter wel dat mogelijk (tijdelijk) niet voor alle cliënten de juiste jeugdhulp of ondersteuning kan worden ingezet. Er zal dan andere, mogelijk duurdere, jeugdhulp en ondersteuning moeten worden ingezet. Ook hierdoor kunnen de kosten hoger uitvallen dan begroot. Onzekerheden Sociaal Domein (€ 403.000) Sinds de decentralisaties in 2015 plaatsvonden is het niet rustig geweest in het Sociaal Domein. Na de transitie, waarbij de gemeenten met (te) weinig middelen een organisatie dienden op te bouwen voor nieuwe en andere taken dan zij gewend waren te hebben, volgde de transformatie waarbij de gemeenten een grote urgentie voelden om zaken anders, beter en goedkoper, uit te voeren. De transformatie is nog steeds gaande.

Als stelselverantwoordelijke bemoeit het Rijk zich hier echter steeds nadrukkelijker mee, bijvoorbeeld via de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, maar ook via de door het rijk geïnitieerde ombouw van grote verblijfsvoorzieningen naar veel kleinschaligere verblijfsvoorzieningen. Bij de Wmo werd de bemoeienis van het rijk onder meer zichtbaar door de invoering en inmiddels weer voorgenomen afschaffing van het abonnementstarief. De (financiële) gevolgen hiervan voor onze gemeente zijn niet bekend en vormen een risico. De laatste paar jaar zien we verder dat, vooral de grote gespecialiseerde, (systeem)aanbieders, vooral op het gebied van jeugdhulp, steeds meer moeite hebben om financieel rond te komen en tegelijkertijd in toenemende mate (grote) problemen hebben om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Gemeenten zien deze problemen en willen de aanbieders (financieel) tegemoetkomen maar hebben te maken met dezelfde problemen. De zorg voor onze (jeugdige) inwoners moet echter doorgaan. Dit kan betekenen dat gemeenten, om de zorg overeind te houden, aanbieders extra moeten ondersteunen. Onduidelijk is of gemeenten hiervoor door het rijk gecompenseerd worden. We nemen een risico op van € 403.000 (70% van € 575.000).

Milieu verontreiniging (€ 150.000) De gemeente loopt een financieel risico bij verspreiding van gevaarlijke stoffen op gemeentelijk grondgebied waarbij enige spoed noodzakelijk is. Voorbeelden zijn: het vrijkomen van asbest bij brand en grondverontreiniging bij het dumpen van drugsafval. Het risico op het dumpen van drugsafval en de bijbehorende saneringskosten is groter geworden. Vastgestelde grondexploitaties (€ 423.000) Voor de vastgestelde grondexploitaties wordt een risico opgenomen van € 845.000. De kans van optreden is 50%. Een nadere onderbouwing van dit bedrag is opgenomen in de paragraaf grondbeleid. Nog niet vastgestelde grondexploitaties (€ 294.000) Haaksbergen is bezig met de ontwikkeling van bouwen aan de randen. Hiervoor heeft de gemeenteraad een krediet van 3,5 miljoen euro beschikbaar gesteld om gronden te kunnen kopen. Op dit moment is voor bouwen aan de randen nog geen grondexploitatie geopend. Dat kan op pas op een later moment (als er zicht is op realisatie).

Jaarstukken 2024

63

Als er niks ontwikkeld wordt op deze locaties en we deze grond ook niet kunnen inzetten als ruilgrond voor andere locaties, dan kunnen we deze grond in het slechtste scenario weer verkopen voor agrarische waarde (€ 8/m2). Dit levert een totale opbrengst op van € 560.000. We hebben dan dus een verlies van € 2.940.000. De kans van optreden is 10%. Kleinschalige opvanglocaties (€ 429.000) Op 14 april 2024 heeft de raad besloten een krediet ter beschikking te stellen van € 3.000.000 voor het realiseren van kleinschalige opvanglocaties. In het betreffende raadsvoorstel is aangegeven dat de bestemmingsreserve ontheemden wordt aangewend als risicodekking om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. In het raadsbesluit van 5 juli 2023 (jaarstukken 2022) is aangegeven dat de betreffende bestemmingsreserve per 31-12-2024 komt te vervallen ten gunste van de algemene reserve. Nu er geen bestemmingsreserve meer is om risico’s betreffende kleinschalige opvang mee op te kunnen vangen, is dit risico in de risicoparagraaf toegevoegd. Het risico is dat wij rekening houden met inkomsten voor het opvangen van de ontheemden ter dekking van de kosten en deze door een besluit van het Rijk ineens wegvallen. Bepaalde kosten zoals kapitaallasten en verwijderingskosten hebben we dan nog wel, anderzijds hebben de opvanglocaties nog wel een waarde en kunnen deze verkocht worden.

Bovendien zijn de locaties ook voor andere doelgroepen bestemd waarbij we huur in rekening kunnen brengen. Ontsluitingsweg Kolenbranderweg (€ 70.000) De gemeente is ingevolge een koopovereenkomst een bedrag van € 100.000 verschuldigd indien het niet binnen een termijn van 5 jaren na ondertekening een ontsluitingsweg naar de Kolenbranderweg realiseert. Dat heeft tot gevolg dat de gemeente op 26 oktober 2025 een bedrag van € 100.000,- is verschuldigd, indien de ontsluitingsweg niet is gerealiseerd. Calamiteiten (€ 150.000) Diverse risico’s ten aanzien van o.a. ongevallen, natuurrampen, storm- en elektriciteitsschade, storingen en ziektes waarvoor wij niet zijn verzekerd. Juridische claims (€ 500.000) Wij worden in sommige kwesties gedagvaard tot schadeloosstelling. Als de schadeloosstelling door de rechter toegekend wordt, komt een deel hiervan voor onze rekening. Niet alles valt onder de dekking van onze aansprakelijkheidspolis. Daarom nemen wij een bedrag als risico op. Op dit moment zijn er geen juridische claims met de omvang zoals die nu is opgenomen, maar in de bedrijfsuitvoering van een gemeente is het niet uit te sluiten dat er juridische claims worden ingediend. Daarbij is het niet altijd mogelijk om hangende een procedure inhoudelijk en financieel op een individuele zaak in te gaan in de paragraaf risicobeheersing of in andere openbare documenten.

Mocht er in de toekomst een grote schadeclaim ontstaan, dan zullen wij de raad uiteraard informeren binnen de mogelijkheden die er op dat moment zijn (rekening houdend met privacygevoelige informatie en de rechtspositie van de gemeente). Verbonden partijen (€ 500.000) Betreft het risico van alle verbonden partijen tezamen. In de paragraaf Verbonden partijen wordt hierover meer informatie gegeven. Garantstellingen (€ 55.000) De gemeente Haaksbergen heeft garanties afgegeven op leningen die zijn aangetrokken door instellingen met een maatschappelijk nut zoals sportverenigingen. Er zijn een aantal zekerheden door de instellingen afgegeven, toch blijft er een financieel risico bestaan. Bij sportverenigingen wordt er vaak in samenwerking met het Waarborgfonds Sport (WFS) een garantstelling afgegeven. In het hierna opgenomen overzicht staan alle leningen vermeld waar de gemeente (deels) garant voor staat. Bij alle genoemde instellingen worden jaarlijks de jaarrekeningen beoordeeld. Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat er bij één van de afgegeven garanties grote risico’s worden gelopen.

Jaarstukken 2024

64

Staat van gegarandeerde geldleningen (bedragen afgerond in euro’s)

Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8

Naam van de geldnemer St. gem. huis St. Isidorushoeve St. Accommodatie Buurse Haaksbergse schutterij Stichting APH (HSC) SV Bon Boys HHC Haackey Museum Buurtspoorweg Tennis & Padel Veldmaat Totaal aan garantstellingen

Restant leningen

Door gemeente gewaarborgd Toelichting 0 0 Via BNG 47.000 47.000 Via BNG 45.000 23.000 50% met WFS 99.000 99.000 Via BNG 114.000 57.000 50% met WFS 157.000 78.000 50% met WFS 350.000 175.000 Via BNG 135.000 67.500 50% met WFS 947.000 546.500

Wachtgeldverplichting (€ 100.000) Een huidige wethouder kan uitvallen of zijn functie beëindigen waarbij hij recht houdt op wachtgeld. Ervan uitgaande dat er geen verplichtingen ontstaan bij alle drie de wethouders, maar bij één, nemen we € 100.000 op als risico. Hogere kosten aanbestedingen (€ 175.000) Door marktwerking en wisselende vraag en aanbod is op voorhand niet in alle gevallen goed in te schatten wat de kosten bij aanbestedingen zullen gaan worden. Hierdoor ontstaat het risico dat kosten hoger uitvallen dan vooraf is ingeschat. Bij kredieten gaat het dan om hogere structurele kapitaallasten. Bij de dienstverlening gaat het om hogere structurele bijdragen. Schommelingen in de conjunctuur (€ 500.000) Als gevolg van schommelingen in de conjunctuur kunnen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant onvoorziene nadelige incidentele effecten optreden. Ratio weerstandsvermogen In 2024 hebben wij een beschikbare weerstandscapaciteit van € 25.152.000. De ratio voor 2024 (excl. bestemmingsreserves) komt daarmee uit op 5,0.

Ratio weerstandsvermogen

=

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigd weerstandsvermogen

=

25.152

=

5,0

5.068

Bij non-profit organisaties wordt vaak de volgende waarderingstabel gebruikt voor classificatie van het weerstandsvermogen: Waarderingscijfer A B C

Ratio > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E F

0,6 – 0,8 < 0,6

Onvoldoende Ruim onvoldoende

Ons weerstandsvermogen wordt als ‘uitstekend’ geclassificeerd. Indien we de bestemmingsreserves meenemen in de berekening van de ratio, komen we ook uit op een ratio van 5,0. Kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - in aanvulling op de ratio weerstandsvermogen - een verplichte set van vijf financiële kengetallen wordt opgenomen. De

Jaarstukken 2024

65

kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio’s moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio’s en ontwikkeling ervan in de tijd. Overzicht kengetallen Kengetallen

Realisatie Begroot Realisatie Oordeel 2023 2024 2024

Netto schuldquote

28%

60%

25%

Voldoende

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

23%

55%

21%

Voldoende

Solvabiliteitsratio

28%

22,0%

31%

Voldoende

Kengetal grondexploitatie

1%

1,0%

0%

Voldoende

Kengetal structurele exploitatieruimte

5%

3,1%

2%

Voldoende

Kengetal lokale lasten

109%

109%

111%

Algeheel oordeel Kengetal 1. Netto schuldquote 2. Solvabiliteit 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Lokale lasten

oordeel voldoende voldoende voldoende voldoende matig

Matig

ontwikkeling blijft voldoende blijft voldoende blijft voldoende blijft voldoende wordt voldoende in 2025

Als we de ratio weerstandsvermogen en de bovenstaande kengetallen in samenhang beschouwen, dan constateren we dat 4 van de vijf ratio’s ‘voldoende’ zijn. Tevens is het weerstandsvermogen ‘uitstekend’. Het algehele oordeel is ‘voldoende’. Netto schuldquote De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten. De VNG hanteert een norm van 100%. Dus wanneer de totale schuld lager is dan de jaaromzet, wordt dit als voldoende bestempeld. Tussen 100% en 130% is matig en een percentage boven de 130% is onvoldoende. Onze netto schuldquote is met 25% voldoende. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Van de langlopende leningen is voor een bedrag van ongeveer € 3,6 miljoen doorgeleend. Het betreft voornamelijk hypotheekleningen aan eigen personeel en doorgeleende gelden aan de Stichting Groot Scholtenhagen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen komt uit op 21% en is volgens de gestelde norm voldoende. Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Dit geeft inzicht in de mate waarin onze gemeente in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder we zijn.

Jaarstukken 2024

66

Onze norm is een solvabiliteit van minimaal 20%. Dit wordt ook door de VNG geadviseerd. Een solvabiliteit kleiner dan 20% is onvoldoende, boven de 25% is voldoende. Onze solvabiliteit komt in 2024 uit op 31% en is daarmee voldoende. Kengetal grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Het kengetal grondexploitatie komt uit op 0%. De norm is een ratio van maximaal 25%. Onze ratio is dus voldoende. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om de structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Wij hanteren de norm van 0,5% van het begrotingstotaal. Dit percentage sluit aan bij de norm die wordt gehanteerd voor artikel 12-gemeenten. Indien de structurele exploitatieruimte ligt tussen de 0% en 0,5% van het begrotingstotaal, wordt dit bestempeld als matig. Een ratio kleiner dan 0% is onvoldoende. Onze structurele exploitatieruimte komt in 2024 uit op 2% en is daarmee voldoende.

Lokale lasten De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in onze gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Wij hanteren de norm van maximaal 10% boven het landelijk gemiddelde. Wij komen voor de totale woonlasten in 2024 uit op 11,2% boven het landelijk gemiddelde (matig). In de paragraaf lokale heffingen vindt u verdere informatie over dit onderwerp.

Jaarstukken 2024

67

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn door de gemeente aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. In deze paragraaf zijn de volgende kapitaalgoederen opgenomen: • • • • • • • •

Openbare verlichting: straatverlichting, inclusief sfeerverlichting en dergelijke Wegen: alle verharding, inclusief bruggen en dergelijke Begraafplaatsen: onderhoud van twee begraafplaatsen Openbaar groen: plantsoenen, bomen, bossen en natuurterreinen Riolering: riolen, drukriolen en gemalen Water: vijvers, duikers, brandkranen, sloten en wadi’s Speelvoorzieningen: speelplekken, trapvelden en basketbalvelden Gebouwen: in eigendom van de gemeente: theater, gemeentehuis, sporthallen en gymzaal

Achterstanden in het onderhoud kunnen, naast kapitaalvernietiging, in het ergste geval leiden tot onveilige situaties. Het is daarom zinvol op het gebied van het onderhoud van kapitaalgoederen effectief beleid te voeren. In de tabel is te zien welke (beleids)kaders voor de diverse kapitaalgoederen zijn vastgesteld. Overzicht beleidsplannen Soort kapitaalgoed Openbare verlichting Wegen Begraafplaatsen Groen Riolering Water Speelvoorzieningen Gebouwen Buitenkunstwerken

Beleidskader Beleidsplan Openbare Verlichting 2017-2026 Beleidsplan Wegbeheer Toekomstbestendige begraafplaatsen Groenvisie Water en Rioleringsprogramma 2025-2030 idem Haaksbergen speelt verder Vastgoedbeleid Kunstbeleid

Vastgesteld 2016 2021 2021 2012 2024 2024 2009 2010 2018

Looptijd t/m 2026 2025 2031 2022 2030 2030 2022 2021

Bij het beheer van de openbare ruimte maakt de gemeente gebruik van het geautomatiseerd beheersysteem GBI (Geïntegreerd Beheer Informatiesysteem). De onderhoudswerkzaamheden van de verschillende disciplines worden in de uitvoering integraal afgestemd. In 2024 is verder gewerkt aan het op orde brengen van de gegevens en het aansluiten op de basisregistratie, zodat we beschikken over een goede basis voor nieuwe onderhoudsbestekken. Wegen Het reguliere jaarlijkse onderhoud is conform planning uitgevoerd: • De onderhoudswerkzaamheden zijn volgens het reguliere (asfalt)onderhoudsbestek uitgevoerd. • Uitvoeren kleinere reparaties, zoals voegvullen, conserveren asfalt met behulp van slijtlagen, gietasfalt en plaatselijk asfaltherstel. Dit is uitgevoerd om de kwaliteit van het wegennet op een voldoende niveau te houden. Hiermee zijn kapitaalsvernietiging en mogelijke veiligheidsrisico’s beperkt gebleven. • Ook zijn de geplande herstraat-werkzaamheden uitgevoerd.

Jaarstukken 2024

68

•

Wegmarkeringen zijn hersteld waar nodig.

Openbare verlichting In 2024 zijn de storingen, onderhoud en schades aan de openbare verlichting uitgevoerd door onze aannemer conform het onderhoudsbestek. Vanwege de stijgende energieprijzen, het behalen van klimaatdoelen en de uitfasering van lichtbronnen, was er extra budget beschikbaar gesteld voor de vervanging van de openbare verlichting ten opzichte van voorgaande jaren. Er is verder gegaan met het verduurzamen van de openbare verlichting. Begraafplaatsen Het reguliere onderhoud op beide begraafplaatsen, alsmede de wettelijke taken voor begraven zijn ondergebracht bij TwenteMilieu. Openbaar Groen In samenwerking met bewoners (via de wijkraden en groene organisaties) wordt er gewerkt aan het opstellen van een geactualiseerde groenvisie. Alle uitvoerende onderhoudswerkzaamheden aan het gemeentelijke groen waren ondergebracht bij Twente Milieu. Uiteraard onder regie van de gemeente. Grote arealen groen met natuurlijke uitstraling zijn bij droge zomers prima op het laagste niveau te onderhouden, zonder verlies van kwaliteit. Bij kleine groenvakken leidt het tot kwaliteitsverlies en uiteindelijk hogere kosten. Dit gegeven wordt meegenomen in de nieuwe groenvisie. Ook in 2024 was er aandacht voor het bevorderen van de biodiversiteit.

De grotere gazons binnen de bebouwde kom, die niet officieel als trapveld of hondenlosloopgebied zijn aangewezen, worden nog maar twee keer per jaar gemaaid, waarbij het maaisel werd afgevoerd. Door verschraling zullen er de komende jaren meer bloemen gaan komen. Deze maaibeurten bleken in 2024 voldoende. Diverse bermen en plantsoenen zijn ingezaaid met duurzame en bijenvriendelijke bloemmengsels. Ook zijn er in het najaar op meerdere locaties bloembollen geplant. In 2024 hebben er ook enkele groenrenovaties plaatsgevonden. Met de vervanging van bomen, die soms ook vanuit veiligheid moeten plaatsmaken, gaan we de komende jaren verder. Om bomenkap te voorkomen zijn de voorbereidingen voor de benodigde maatregelen bij de bomen op de markt gestart. Bomenbeheer Op tijd onderhoud plegen voorkomt extra kosten. Uitgangspunt is verder dat gezonde bomen niet zonder meer worden geveld, want elke boom levert bijvoorbeeld een bijdrage in het tegengaan van hittestress. In 2024 zijn diverse afgestorven bomen vervangen. Riolering & water Regulier onderhoud aan de riolering en de watergangen is uitgevoerd. Afvalwater is ingezameld en afgevoerd. Onderdeel van de werkzaamheden waren o.a. -

Het reguliere onderhoud aan de riolering en de watergangen. Werkzaamheden aan de Meidoorn ivm hevige wateroverlast zijn uitgevoerd. We hebben met afvaardingen van Domijn gesproken over wat men belangrijk vindt bij de onderwerpen wateroverlast, droogte en hittestress. Het nieuwe WRP is opgeleverd en vastgesteld door de raad. We hebben een grote inspectieronde van het stelsel gemaakt voor een goede inschatting van de toekomstige onderhoudsbehoefte van het systeem. De werkzaamheden voor de nieuwe afwatering voor het Kempke zijn afgerond.

Jaarstukken 2024

69

-

In Twents verband hebben we nauw overleg gehad over blijvende beschikbaarheid van drinkwater in de regio. Dit is een terugkerend thema geworden.

Financiële aspecten De onderhoudskosten van de kapitaalgoederen staan in onderstaande tabel weergegeven.

Kapitaalgoed Onderhoud kapitaallast Openbare verlichting 181 70 Wegen 1.881 1.135 Begraafplaatsen 319 11 Openbaar groen 1.434 21 Riolering & water 2.117 549 Speelvoorzieningen 33 19 Gebouwen 472 409 Buitenkunstwerken 15 0

Jaarstukken 2024

Totaal 251 3.016 330 1.455 2.666 52 881 15

70

Paragraaf Financiering Inleiding In deze paragraaf worden de kansen en risico’s rond financiering in beeld gebracht. Er wordt gebruik gemaakt van de kaders die in de financiële verordening staan, gebaseerd op de Wet Fido (Financiering decentrale overheden). Ontwikkeling leningenportefeuille De afgelopen jaren hebben we flink afgelost op onze leningenportefeuille. Ook in 2024 is dit het geval. In 2024 is het totaal aan langlopende leningen afgenomen van 31,7 mln. naar 26,8 mln.; een afname van 4,9 mln. In 2024 zijn een aantal geplande investeringen uitgesteld, waardoor we minder hoefden te lenen dan verwacht. Overzicht leningenportefeuille Lening Oorspronkelijk nr. bedrag

Naam bank

Opmerkingen

Soort lening looptijd

rente restantbedrag % per 31-12-2023

rente

restantbedrag per 31-12-2024

aflossing

188

6.000.000

BNG

fixe

2026

4,21%

6.000.000

252.600

0

6.000.000

189

26.882.363

BNG

L

2036

4,80%

11.649.024

537.603

896.079

10.752.945

305

5.000.000

BNG

fixe

2028

1,22%

5.000.000

60.750

0

5.000.000

306

5.000.000

BNG

fixe

2029

0,62%

5.000.000

30.950

0

5.000.000

307

4.000.000

BNG

fixe

2024

-0,16%

4.000.000

-3.647

4.000.000

0

31.649.024

878.256

4.896.079

26.752.945

82.900

4.376

4.600

78.300

82.900

4.376

4.600

78.300

31.731.924

882.632

4.900.679

26.831.245

Total rubriek a: geldleningen 174

260.000

BNG

Scholtenhagen

Totaal rubriek b: doorgesluisde geldleningen Totaal alle geldleningen

L

2041

5,55%

We hebben voor een bedrag van ongeveer € 3,6 mln. aan leningen verstrekt. Het betreffen voornamelijk hypotheekleningen aan eigen personeel (3,4 mln.) Effecten gestegen rente De afgelopen tijd is de rente op de kapitaalmarkt fors gestegen. In 2023 was deze nog negatief, inmiddels fluctueert dit percentage tussen de 3,5 en 4%. We ontvangen op het saldo bij de schatkistrekening dus een mooie vergoeding. Per 31 december 2024 bedraagt het saldo op de schatkistrekening € 13,7 mln. Aangezien we voorlopig geen nieuwe langlopende leningen nodig hebben, heeft de stijging van de rente voor Haaksbergen een positief effect. In de Eindejaarsrapportage hebben we aangegeven dat we in totaal € 517.000 aan renteinkomsten ramen. Uiteindelijk is dit uitgekomen op € 560.000. De renteontwikkeling is sterk afhankelijk van het beleid van de Europese Centrale Bank, en de algehele economische situatie. De ontvangen rente op de schatkistrekening heeft een forse impact op het omslagpercentage. Het omslagpercentage is de gemiddelde rente die Haaksbergen dient te betalen -/- de ontvangen rente en die vervolgens wordt doorbelast aan alle investeringen. Omslagpercentage Om inzicht te hebben in de renteberekening en de bepaling van het omslagpercentage is onderstaand renteschema opgenomen. Dit schema wordt door alle gemeenten gebruikt.

Jaarstukken 2024

71

Renteschema (bedragen * € 1.000) a

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

883

b

De externe rentebaten

-545

Totaal door te rekenen externe rente c

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

338 -15 0

Per saldo

-15

Saldo door te rekenen externe rente

323

d1

Rente over eigen vermogen

0

d2

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0

Per saldo

0

De aan taakvelden toe te rekenen rente

323

e

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente

314

f

Renteresultaat op het taakveld treasury

-9

Als we de ‘aan taakvelden toe te rekenen rente’ uit bovenstaand overzicht delen door het totaal aan investeringen per 1 januari 2024 dan komen we uit op een omslagpercentage van 0,68%. € 323.000 ----------------- x 100% = 0,68% € 47.809.000 In de begroting is gerekend met een omslagpercentage van 0,66%. Het werkelijke omslagpercentage mag volgens de BBV regels maximaal 25% afwijken van het begrote omslagpercentage. Hier voldoen we aan, aangezien de afwijking 3% bedraagt. Kasgeldlimiet Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven, wordt er zogenaamd kort geld (kasgeldleningen) aangetrokken. Dit zijn geldleningen met een looptijd korter dan één jaar. De hoofdlijn van de financieringsstrategie van Haaksbergen is dat maximaal kortlopend wordt gefinancierd binnen de grenzen van de Wet Fido. Met behulp van liquiditeitsprognoses monitoren we of we binnen de kasgeldlimiet blijven. De kasgeldlimiet mag twee achtereenvolgende kwartalen worden overschreden. In het daaropvolgende kwartaal moet de gemeente weer binnen de limiet uitkomen. Dit betekent dat dan kortlopende leningen moeten worden omgezet naar langlopende leningen. In de Wet Fido is bepaald dat de gemeente gemiddeld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal van de lasten aan kortlopende schulden mag hebben.

Dit komt voor 2024 neer op een kasgeldlimiet van € 6.294.000. We hebben in 2024 geen gebruik hoeven te maken van kasgeldleningen. In 2024 zijn we binnen de grenzen van de kasgeldlimiet gebleven. Renterisiconorm Vanuit de Wet Fido moeten we rapporteren over de renterisiconorm. Deze norm geeft een kader voor de spreiding van de looptijden in de leningenportefeuille. Volgens de renterisiconorm mag in elk jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal van de lasten geherfinancierd worden. Op die manier worden de renterisico’s op de vaste schulden over de jaren gespreid. Uit onderstaand overzicht blijkt dat wij in 2024 binnen de renterisiconorm zijn gebleven.

Jaarstukken 2024

72

Renterisiconorm

(bedragen x € 1.000)

Berekening renterisiconorm

2024

1. Begrotingstotaal

74.052

2. Vastgesteld percentage

20%

3. Renterisiconorm (1 x 2)

14.810

4. Herfinanciering bestaande leningen

0

5. Ruimte onder renterisiconorm (3.-4.)

14.810

Schatkistbankieren Gemeenten zijn via het schatkistbankieren verplicht liquiditeitsoverschotten bij het Rijk te stallen. De drempel voor het schatkistbankieren is 2% van het begrotingstotaal. Dit komt voor ons in 2024 neer op € 1.481.000. Onze huisbankier roomt voor ons dagelijks automatisch het rekeningsaldo boven de € 400.000 af naar de schatkistrekening. Op deze wijze voldoen we gemiddeld altijd aan de norm, ook bij eenmalige grote fluctuaties als er bijvoorbeeld op een dag na de afroming een grote ontvangst of uitgave plaatsvindt. Risicobeheer Onder financiële risico’s worden rente-, krediet-, liquiditeiten- en koersrisico’s verstaan. Een belangrijke eis uit de Wet Fido is dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat het beheer prudent (verstandig) dient te zijn. Om de risico’s te beperken, hanteren we de volgende uitgangspunten: • Wij bezitten aandelenpakketten uitsluitend in het kader van de publieke taak. • Er wordt zeer terughoudend omgegaan met het verstrekken van leningen. Er is een lening verstrekt aan de Stichting Groot Scholtenhagen. • Sinds 2009 is het verstrekken van hypotheekleningen aan gemeentepersoneel niet meer toegestaan. De portefeuille met personeelshypotheken wordt daardoor steeds kleiner. • Met garanties wordt terughoudend omgegaan.

Alleen instellingen met een maatschappelijk nut kunnen in aanmerking komen voor een garantstelling. Vaak zijn dit sportverenigingen die een grote investering doen in een sportveld of gebouw. De risico’s die hieruit voortvloeien, zijn opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. • Wij nemen een achtervangpositie in bij het Wsw voor verstrekte leningen aan corporaties. De risico’s hiervan zijn geschat op nihil, aangezien er momenteel geen aanwijzingen zijn dat het Wsw niet aan haar garantieverplichtingen kan voldoen. • Wij maken geen gebruik van derivaten. Aandelen van de gemeente Haaksbergen Haaksbergen heeft van een aantal nutsbedrijven aandelen in bezit. Deze zijn uit hoofde van de publieke taak aangetrokken. De aandelen zijn tegen de aankoopprijs gewaardeerd, in overeenstemming met de BBV. Aankoopwaarde en de geschatte marktwaarde van onze aandelen (bedragen in euro’s)

Kapitaalgoed Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Geschatte marktwaarde 31-12-2024 81.585 1.900.000

Aankoopwaarde

Twence Holding BV

0

4.600.000

Openbaar Lichaam Crematoria Twente

0

300.000

2.684

650.000

Twente Milieu NV

561.343

561.000

Totaal

645.612

8.011.000

Enexis NV

Jaarstukken 2024

73

Paragraaf Bedrijfsvoering

Personeel In 2024 hebben we binnen het programma “Haaksbergen Sterk(er) in Ontwikkeling” belangrijke stappen gezet om een aantrekkelijke werkgever te zijn voor zowel huidige als toekomstige medewerkers. Ondanks de krappe arbeidsmarkt en de uitdagingen die dit met zich meebrengt, blijven we ons inzetten voor een prettige en gezonde werkomgeving, een positieve werksfeer en hoge betrokkenheid. Onze inspanningen hebben geleid tot een lerende organisatie met continuïteit in beleid en personeel. We hebben geïnvesteerd in onze medewerkers, wat zijn vruchten heeft afgeworpen. Echter we zijn er nog niet en blijven we werken aan verdere verbeteringen. Krappe arbeidsmarkt Wij hebben al enige jaren te maken met een krappe arbeidsmarkt. Dit heeft ertoe geleid dat wij ook in 2024 bepaalde functies niet ingevuld kregen en genoodzaakt waren hierop in te huren. Arbeidsmarktbeleid Wij ontwikkelen passend arbeidsmarktbeleid om de uitdagingen van de arbeidsmarktkrapte het hoofd te bieden. We zoeken hierbij actieve samenwerking met regionale samenwerkingspartners om de zichtbaarheid van de gemeente Haaksbergen op de (regionale) arbeidsmarkt te vergroten. Sinds een half jaar is er een recruitersnetwerk van gemeenten opgezet om kennis te delen en samen op te trekken in activiteiten zoals banenmarkten. Een werkgroep is samengesteld om tot een concreet arbeidsmarktbeleid te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15716105/1