CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Haaksbergen, bestemmingsplan Brem 1 en 5

Gemeenteraad 12 september 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan “Haaksbergen-Dorp, partiële herziening Brem 1 en 5”28.584 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Haaksbergen, Brem

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Haaksbergen, Brem bestemmingsplan NL.IMRO.0158.BP20196-0002 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

23AF023

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Haaksbergen, Brem

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

5 5 5 7 8 8

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 9

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

11 11 12 20

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Geluid 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Water 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie en Cultuurhistorie 4.10 Verkeer / parkeren

26 26 27 29 30 31 32 34 36 37 38

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels

41 41 41

Hoofdstuk 6

44

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen

45 45 45

Bijlage bij toelichting

47

Bijlage 1

Stedenbouwkundige inpassing

48

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

56

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek

111

Bijlage 4

Actualisatie bodemonderzoek

145

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

150

Bijlage 6

Watertoets

193

Bijlage 7

Quickscan natuurwaardenonderzoek

199

Bijlage 8

Stikstofberekening

232

Bijlage 9

Archeologisch onderzoek

271

Bijlage 10

Verkeerskundige effecten

297

Bijlage 11

Zienswijzennota

308

Regels

317

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

2

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regls Begrippen Wijze van meten

318 318 324

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Groen Maatschappelijk Verkeer - Openbaar erf Wonen - Woonhuizen Waarde - Hoge archeologische verwachting

325 325 326 328 329 332

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

333 333 334 335 336 337

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

338 338 339

Bijjlage regels

341

Bijlage 1

342

Geluidscherm

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

3

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In de raadsvergadering van 29 maart 2023 is in de gemeenteraad door de meerderheid een amendement aangenomen met de volgende uitgangspunten: 9 woningen (van ongeveer 200 m² per kavel). Maximaal 5 op het perceel Brem 5 en maximaal 4 op het perceel Brem 1. Bestemming wordt wonen. Bestemming Brem 3 wordt niet gewijzigd. Parkeren op eigen terrein. Maximaal 1 bouwlaag. Voor 11 mei 2023 moet er een ontwerp bestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Op basis van deze voorwaarden is een ontwerpbestemmingsplan uitgewerkt waarin dit amendement is uitgewerkt. In de tussentijd is er overleg gevoerd met de eigenaren van het perceel en dat heeft geleid tot behoud van de maatschappelijke bestemming voor perceel Brem 1 voor uitbreiding van de bestaande maatschappelijke voorzieningen van Brem 3. Voor het perceel Brem 5 is een plan ontwikkeld voor de bouw van vijf patiowoningen. Echter past dit bouwplan niet binnen de bestemming 'Maatschappelijk' dat het (gehele) perceel volgens het geldende bestemmingsplan 'Haaksbergen Dorp, Eibergsestraat West, Eibergsestraat Oost, Buurserstraat, De Pas en Hassinkbrink' heeft. Daarnaast wordt de locatie Brem 1 meegenomen waarbij de maatschappelijke bestemming blijft vanwege de mogelijkheid om de aanwezige fysiopraktijk en kinderopvang uit te kunnen, waarbij de mogelijkheid voor nachtverblijf wordt uitgesloten, omdat deze niet nodig is.

Voor het realiseren van deze plannen, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan zal worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Ligging Het plangebied bestaat uit de percelen aan de Brem 1 en en Brem 5 in Haaksbergen aan de Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Haaksbergen aan de noordzijde van de kern in de wijk Hassinkbrink. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Haaksbergen , sectie O, perceelsnummers 2469. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven (rode stip).

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

5

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOKviewer) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (geel omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop de beide percelen aan de Brem te zien zijn. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

6

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: PDOKviewer)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor de Brem in Haaksbergen geldt het bestemmingsplan 'Haaksbergen Dorp, Eibergsestraat West, Eibergsestraat Oost, Buurserstraat, De Pas en Hassinkbrink'. Dit bestemmingplan is door de gemeenteraad op 2 juli 2013 vastgesteld. Tevens geldt voor de percelen "Paraplubestemmingsplan terrassen Haaksbergen" (vastgesteld 27-10-2021). Tevens is voor het een voorbereidingsbesluit genomen op 11 mei 2022. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Haaksbergen Dorp, Eibergsestraat West, Eibergsestraat Oost, Buurserstraat, De Pas en Hassinkbrink ' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Maatschappelijk' toegekend met een bouwvlak en de dubbelbestemming 'Waarde-Hoge archeologische verwachting'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor: - maatschappelijke voorzieningen met daarbij behorende: - hondenuitlaatplaatsen - parkeervoorzieningen - gebouwen - bouwwerken, geen gebouwen zijnde - erven - water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de voor 'Maatschappelijk' bestemde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat deze uitsluitend binnen het 'bouwvlak' mogen worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte van de gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum hoogte' aangegeven hoogte bedraagt. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat deze uitsluitend binnen het 'bouwvlak' mogen worden gebouwd, waarbij de bouwhoogte van de gebouwen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum hoogte' aangegeven hoogte bedraagt. Binnen dit bouwvlak is een maximum bouwhoogte van 4 meter is toegestaan.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

7

Waarde - Hoge archeologische verwachting De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. Op deze gronden mogen werkzaamheden zoals onder andere het graven, het leggen van funderingen, het afgraven, en het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage niet worden uitgevoerd over een oppervlakte groter dan 100 m² en dieper dan 0,4 meter zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de archeologische waarden door werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. De omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die plaatsvinden op of in gronden waarvan op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat zich ter plekke geen archeologische waarden bevinden. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om 5 woningen te realiseren. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Daarnaast bestaat de behoefte voor uitbreiding van de bestaande maatschappelijke functies uit te breiden, waarbij de mogelijkheid voor nachtverblijf niet noodzakelijk is en wordt uitgesloten.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het onderhavige bestemmingsplan 'Haaksbergen, Brem' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0158.BP20196-0002); Bijlagen bij de toelichting; Regels;

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

8

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

De locatie ligt in de wijk Hassinkbrink in het noorden van de kern Haaksbergen. Het plangebied wordt omgeven door woningen. Tussen beide projectgebieden (Brem 1 en Brem 5) bevindt zich Brem 3, waar onder andere een kinderdagverblijf, ergotherapeut en een fysiotherapiepraktijk zijn gevestigd. In de huidige situatie is de locatie onbebouwd. In de figuur 2.1 wordt via een luchtfoto de situatie in beeld gebracht.

Figuur 2.1: Huidige situatie (bron: provincie Overijssel)

2.2

Toekomstige situatie

Voor het plangebied heeft Het Oversticht een stedenbouwkundige inpassing opgesteld naar aanleiding van het amendement van de gemeenteraad (d.d. 29 maart 2023), zie Stedenbouwkundige inpassing. Nu de maatschappelijke bestemming voor Brem 1 behouden blijft, blijft de stedenbouwkundige inpassing voor vijf patiowoningen voor perceel Brem 5 van kracht. De stedenbouwkundige inpassing gaat uit van 9 woningen. Nu Brem 1 een maatschappelijke bestemming behoudt blijft de stedenbouwkundige verkenning alleen van kracht voor perceel Brem 5. Op basis van de stedenbouwkundige verkenning wordt daar van 5 wooneenheden op het westelijke perceel Brem 5 uitgegaan. Dit perceel heeft een oppervlakte van circa 920 m2. De woningen zullen worden uitgevoerd als patiowoningen en worden gebouwd in maximaal één bouwlaag. Aan de overzijde van de straten bevinden zich eveneens woningen. Zie ook figuur 2.2 waarin een situatieschets van de toekomstige situatie is weergegeven.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

9

Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: gemeente Haaksbergen)

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

10

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generatie. Toets De voorgenomen ontwikkeling past binnen sterke en gezonde steden en regio's. Het voorliggende plan biedt de mogelijkheid om het woon- en leefklimaat te verbeteren. Daarnaast biedt de woningbouw de ruimte om te voorzien in de landelijke behoefte aan woningen. Het plan raakt verder geen nationale belangen en past daarmee binnen de prioriteiten vna de NOVI. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

11

aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Haaksbergen en voorziet in de woningbouw van 5 nieuwe woningen. In de jurisprudentie zijn diverse uitspraken gedaan over wanneer een ontwikkeling als nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gezien, en dus de Ladder van toepassing is, en wanneer niet. Voor woningbouwontwikkeling is uitgesproken dat het realiseren van11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Het ontwikkelen van een plan met 12 woningen wordt wel gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Echter is ook bepaald dat wanneer de Ladder niet van toepassing is, er gemotiveerd zal moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Dit plan valt met het realiseren van 5 woningen onder de grens van een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor woningbouw.

In de toelichting wordt ingegaan op het feit dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat het plan uitvoerbaar is. Daaruit volgt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

12

Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

13

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van de ontwikkeling aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien de concrete ontwikkeling wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. In Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toets In deze situatie worden er 5 woningen gerealiseerd. De woningen worden gerealiseerd in de bebouwde kom, in de wijk Hassinkbrink. De gronden hebben een maatschappelijke bestemming met de mogelijkheid voor bebouwing, maar zijn nu nog onbebouwd.

Gezien de locatie van het plangebied is er sprake van concentratie van bebouwing en het realiseren van een stedelijke ontwikkeling (woningbouw) voor de lokale behoefte. artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt:

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

14

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toets In voorliggende situatie wordt binnen bestaand bebouwd gebied 5 nieuwe woningen gerealiseerd. De grond heeft een maatschappelijke bestemming (met bouwvlak). Er wordt geen nieuw beslag gelegd op de groene omgeving. Er is dus sprake van het herbestemmen van deze gronden, waarbij woningbouw een passende functie in de omgeving is.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen (lid 1 en 4) Lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Lid 4 De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming Toets Voor de toetsing van de behoefte wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid. Het gemeentelijk beleid is in overeenstemming met de geldende woonafspraken zoals die zijn gesloten met de provincie. In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op het gemeentelijk beleid, waaronder de woonvisie en woonbehoefteonderzoek.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

15

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is aangepijld (bron: provincie Overijssel) Het kenmerk 'woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is van toepassing. Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Van belang is de stedelijke ontwikkeling af te stemmen op de kernmerken van het watersysteem. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie. De plannen voor het realiseren van 5 woningen doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor de omgeving. In de omgeving zijn meer woningen aanwezig. In hoofstuk 4 wordt nader ingegaan op de omgevingsaspecten. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

16

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De dekzandgronden kenmerken zich door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms dichtbij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als er ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beide zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toets Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Haaksbergen, in de wijk Hassinkbrink. Op deze bebouwde locatie zijn de kenmerken van de dekzandgronden niet meer zichtbaar. Deze zijn evenmin zichtbaar in de directe omgeving. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de kenmerken van dit gebiedskenmerk.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Oude hoevenlandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

17

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Een van de kenmerken van het oude hoevenlandschap is dat het een landschap betreft met verspreide erven. Dit landschap werd ontwikkeld nadat de complexen met grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting. Toets Het plangebied ligt in de bebouwde kom in een woonwijk, waar de kenmerkende structuren van dit hoevenlandschap niet (meer) zichtbaar zijn. De voorgenomen planontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de kernmerken van het landschap.

Stedelijke laag In de stedelijke laag heeft het plangebied het gebiedskenmerk "Woonwijken 1955-nu". In figuur 3.5 is een fragment van de kaart van de stedelijke laag opgenomen.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

18

Figuur 3.5: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningen) zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken. Er is sprake van tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse wijken, dan voegt de nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel, maar is als ondredeel daarvan wel herkenbaar. Toets De 5 woningen op de nog onbebouwde gronden sluiten stedenbouwkundig aan op de directe omgeving. De woningen worden gerealiseerd aan de westzijde van het multifunctionele gebouw dat bestaat uit twee bouwlagen zonder kap. Voor de nieuwe woningen is één bouwlaag voorzien, eveneens zonder kap. De hoogte van de bebouwing komt daarmee overeen met de bouwhoogte die in het geldende bestemmingsplan was voorzien en is passend in de omgeving. De woningen aan de andere zijde van de straat bestaan uit twee bouwlagen met een kap. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan openbaar groen en het woonperceel van een vrijstaande woning. De planontwikkeling doet geen afbreuk aan de kenmerken van dit gebiedskenmerk.

De 'Laag van de beleving' heeft binnen het plangebied geen specfieke kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

19

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente

Inleiding De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de 'Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente' gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema's infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. 2. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. 3. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. 4. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. 5. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. 6. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. 7. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. 8. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. 9. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem. Ambitie 7 Verbreden van het aanbod aan woonmilieus Bij voorliggend plan is ambitie 7 'Verbreden van het aanbod woonmilieus' van belang.

Haaksbergen is een geliefd dorp, met het hoge voorzieningenniveau, de nabijheid van grote(re) steden als Hengelo en Enschede, en het mooie buitengebied, zorgen voor een aantrekkelijk woonklimaat voor jong en oud. Echter, door 'vergrijzing' en 'ontgroening' keren veel jongeren na hun studie niet meer terug naar Haaksbergen, terwijl het aandeel oudere bewoners naar verhouding toeneemt. Haaksbergen wil graag haar jongere inwoners behouden en/of haar voormalige inwoners laten terugkeren. Het is daarom een belangrijke opgave om het woningaanbod aantrekkelijk en gevarieerd te houden en daarnaast de voorzieningen en werkgelegenheid te bieden waarnaar de mensen op zoek zijn. Toets In figuur 3.6 is een fragment van de kaart van de Structuurvisie 2030 opgenomen en de planlocatie aangegeven (rode cirkel).

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

20

Figuur 3.6: Fragment uit kaart Structuurvisie 2030 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het gaat in voorliggend geval om een locatie die ligt in bestaand bebouwd gebied, en daarom wordt gezien als inbreidingslocatie. De realisatie van voorgenomen ontwikkeling sluit uitstekend aan bij de ambitie om voor iedereen passende woonvoorzieningen aan te kunnen bieden, terwijl het buitengebied gespaard blijft (inbreiding voor uitbreiding). De geplande woningen zijn geschikt voor met name ouderen, en zal bovendien zal de doorstroming op gang komen door realisatie van deze woning. Toename van bevolking zal ook ten gunste komen aan de lokale economie en in stand houden van het voorzieningenniveau, andere ambities die genoemd worden in de Structuurvisie. De maatschappelijke bestemming (Brem 1) biedt ruimte voor uitgebreiding van de bestaande maatschappelijke voorzieningen. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het op piel houden van het voorzieningenniveau, sluit aan op de bestaande voorziening, waarmee deze geconcentreerd blijven. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit op de 'Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente' 3.3.2

Woonvisie

Algemeen Op 5 juli 2023 heeft de gemeenteraad de nieuwe woonvisie voor Haaksbergen vastgesteld: "Goed wonen in Haaksbergen". De Woonvisie is opgesteld voor de periode 2023-2028 met een doorkijk naar de periode tot 2032. Het uitgevoerde woonbehoefteonderzoek van begin 2021 heeft belangrijke input geleverd voor (delen van) de Woonvisie. Het is een visie waar op hoofdlijnen puntig is geformuleerd waar Haaksbergen naartoe wil de komende jaren, maar niet tot achter de komma. De gemeente wil namelijk per situatie ruimte bieden aan creativiteit van de inwoners en ruimte maken voor goede initiatieven in nieuwbouw. De belangrijkste uitgangspunten voor de Woonvisie zijn: De ontwikkeling van de bevolking: als gemeente groeien we op korte en middellange termijn door; De veranderende samenstelling van de bevolking van Haaksbergen: we vergrijzen en ontgroenen. De kenmerken van de huidige woningmarkt: hoge woningprijzen en beperkt aanbod, voor zowel

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

21

starter als oudere. We realiseren ons ook dat verreweg het leeuwendeel van de woningen er over 10, 20 en 30 jaar nog steeds staat en dat alle woningeigenaren staan voor een goede en duurzame kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; In de nieuwbouwprogrammering vinden we het belangrijk dat deze zo goed mogelijk aansluit bij de toekomstige woonbehoefte van alle inwoners. Uit de verwachte huishoudensontwikkeling komt naar voren dat ondanks de vergrijzing, het aantal huishoudens in Haaksbergen groeit, dit wordt met name veroorzaakt door migratie. De huishoudensgroei wordt met name verwacht in oudere huishoudens. Het aantal alleenstaanden en stellen van 65 jaar en ouder kent een verwachte groei van 15% in de periode 2020-2030. In onderstaande tabel is de verwachte groei te zien.

Huishoudensontwikkeling gemeente Haaksbergen 2020-2030 (bron: Primos, bewerkt Stec-groep) In de afgelopen jaren zijn er relatief weinig woningen gebouwd in de gemeente en is er op provinciaal niveau sprake van woningtekort. De primos-progonose houdt geen rekening met inlopen tekorten, mogelijk is de werkelijke woningbehoefte iets groter dan de prognose. Gemeentelijke woonambitie De ambitie van de gemeente Haaksbergen is groter dan de lange termijnbehoefte op basis van de Primos prognose (2020) en het plus scenario. Dit komt mede voort uit de grote landelijke ambitie (in de Nationale woon- en bouwagenda is een lange termijndoel van 900.000 woningen tot 2030 opgenomen) en de afspraken die de provincie Overijssel vervolgens heeft gemaakt met het Rijk en de regiogemeenten in het kader van de Woondeal Twente. In de Woondeal Twente, welke op 21 december door partijen is ondertekend, is afgesproken dat elke regionale gemeente, dus ook de gemeente Haaksbergen, een bijdrage levert aan de regionale woningbouwopgave van 14.100 woningen. Het aantal woningen per regiogemeente wordt “fair share” verdeeld. Hierbij is wel de kanttekening gemaakt dat de bijdrage moet passen bij de lokale opgave en het karakter van de gemeente. De gemeente streeft er naar om met de nieuwbouw aan te sluiten op de marktbehoefte en doorstroming mogelijk te maken/op gang te brengen.

Complementair bouwen voor de juiste doelgroen op de juiste locaties draagt bij aan gezonde mix in de voorraad en bevolking. Het aantal huishoudens stijgt sneller dan het aantal inwoners. De trend van steeds meer kleine huishoudens hang smaen met stijging van aantal eenpersoonshuishoudens. Het gaat om oudere alleenstaanden en singels in alle andere leeftijdscategorieën. Er is een streven naar woningen voor ouderen. Toets Voorgenomen ontwikkeling gaat uit van het realiseren van vijf vrijstaande, grondgebonden woningen. De woningen worden duurzaam gebouwd (BENG) en voorziet in een behoefte. Er is nog voldoende onbenutte plancapaciteit beschikbaar om dit woningbouwplan mogelijk te maken. De (resterende) woningbehoefte over de periode 2015-2025 komt voor Haaksbergen neer op de realisatie van ruim 400 woningen. Deze ontwikkeling past hier nog ruimschoots binnen. Door deze ontwikkeling wordt op kwantitatief en kwalitatief vlak in wonen voorzien om

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

22

huisvestigingsmogelijkheden te blijven bieden aan de groeiende bevolking en wordt zodoende de wooncarrière van de inwoners van Haaksbergen gestimuleerd. Door voorgenomen ontwikkeling ontstaat er een passende woonlocatie voor uiteenlopende doelgroepen waarbij tevens de doorstroming wordt bevorderd omdat een andere woning vrijkomt voor starters. Tenslotte wordt met deze ontwikkeling voldaan aan de wens om inbreidingslocaties de voorkeur te geven boven uitbreidingslocaties. Aangezien het hier gaat om toevoeging van één extra woning zijn de regionale Twentse afspraken en de Ladder Duurzame Verstedelijking niet van toepassing. De ontwikkeling is in overeenstemming met de Woonvisie 'Keuzes voor de toekomst - Woonvisie van nu naar 2020'. 3.3.3

Notitie inbreidingslocaties 2025

Algemeen Om tot de periode 2025 een beeld te hebben van aanstaande ontwikkelingen met betrekking tot inbreidingslocaties, heeft de gemeente Haaksbergen de 'Notitie inbreidingslocaties' opgesteld (2017). Deze notitie heeft als doel om de komende jaren een leidraad te vormen voor binnenstedelijke herontwikkelingen. Deze notitie kent geen gedetailleerde beschrijvingen van individuele locaties. Hierdoor is er een zeker mate van flexibiliteit ontstaan, wat de bruikbaarheid ten goede komt. Locaties in ontwikkeling of uitvoering In de notitie is een paragraaf opgenomen waarin de locaties zijn opgenomen waarop reeds gebouwd wordt of waarvan vrij zeker is dat deze voor 2020 in uitvoering worden genomen. Daarnaast zijn er locaties aangewezen die mogelijk in de toekomst (na 2020) geschikt kunnen zijn voor herontwikkeling. Randvoorwaarden voor inbreidingslocaties Op basis van de analyse van vraag, aanbod en toekomstige capaciteit kan geconcludeerd worden dat er vooralsnog voldoende ruimte is voor de herontwikkeling van andere inbreidingslocaties die nog niet in de notitie staan beschreven. Daar worden dan wel enkele randvoorwaarden aan gekoppeld: Indien een locatie reeds in eigendom is van de gemeente dan wil de gemeente de herontwikkeling zelf oppakken, mits dat realistisch en haalbaar is.

Daarbij geldt het uitgangspunt dat er welstandsvrij gebouwd kan worden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit niet te doen. Zodra een dergelijke locatie zich aandient, wordt aan de raad gevraagd om de kaders voor die specifieke locatie aan te geven; De herontwikkeling van de inbreidingslocatie moet een bijdrage leveren aan minimaal 1 en liefst meerdere van de ambities uit de structuurvisie; De herontwikkeling van de inbreidingslocatie moet zo veel mogelijk een bijdrage leveren aan de versterking van het woonmilieu; De herontwikkeling van de inbreidingslocatie moet in kwalitatieve zin een verrijking zijn van het woonprogramma; De omvang van de herontwikkeling moet passend zijn binnen het grotere geheel (zowel qua omvang alsook qua fasering in relatie tot de woningprogrammering). Toets Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Haaksbergen in de wijk Hassinkbrink. De locatie wordt omringd door woningbouw en maatschappelijke functies. De beide percelen hebben in het geldende bestemmingsplan een maatschappelijke bestemming, waar bebouwing is toegestaan. Het betreft hier een herontwikkeling van deze (nog onbebouwde) locatie voor woningbouw. Het gaat om 5 woningen die gezien die door hun maximale toegestane hoogte en plattegrond, geschikt zijn voor ouderen en zal daarmee bijdragen aan de doorstroming binnen de woningmarkt.

De woningen leveren een bijdrage aan zowel het woningbouwprogramma als aan een geschikt woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen. Zoals blijkt uit het voorgaand, is het plan passend binnen de Structuurvisie 2030. Door de herontwikkeling van het plangebied wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van het woonmilieu en qua woningtypen een verrijking geleverd aan het woonprogramma van Haaksbergen. De 'Notitie inbreidingslocaties 2025' verzet zich niet tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

23

3.3.4

Welstandsnota

Algemeen De Welstandsnota van de gemeente Haaksbergen is vastgesteld in 2014 en beschrijft het kader en de ambitie voor de beoordeling van bouwplannen in relatie ook tot de omgeving en met het oog op toekomstige ontwikkeling. In de welstandsnota wordt een aantal deelgebieden onderscheiden. Toets Het plangebied is gelegen in het deelgebied 'Woongebieden' (zie figuur 3.7, rood omcirkeld).

Figuur 3.7: Fragment kaart Haaksbergen uit Welstandsnota (bron: Haaksbergen.nl) Dit deelgebied bestaat in hoofdzaak uit reeds gerealiseerde bebouwing. Het welstandsbeleid is dan ook niet direct gericht op nieuwe ontwikkelingen die binnen dit deelgebied plaatsvinden. Voor nieuwe ontwikkelingen die echt afwijken van de bestaande context zijn de gebiedscriteria dan ook niet bruikbaar. In die situaties moet er gebruik worden gemaakt van andere toetsingskaders zoals een beeldkwaliteitsplan. Criteria woongebieden Stedenbouwkundige aspecten 1. Het kleinschalige en afwisselende bebouwingsbeeld van individueel herkenbare panden moet in stand worden gehouden. Gebouwen hebben daarom een eigen vormgeving en onderscheiden zich van de aanwezige bebouwing in de gevelwand, tenzij er sprake is van; -> woningblokken die één stedenbouwkundig geheel vormen, waaronder ook seriematige (repeterende) bebouwing. In die situaties moet de samenhang van elk blok worden gewaarborgd. Toevoeging zijn ondergeschikt aan de hoofdstructuur van het blok. 2. Nieuwbouw mag in een eigentijdse bouwstijl plaatsvinden, mits er qua maatvoering, schaal en massa wordt aangesloten op de directe omgeving. 3. Als de stedenbouwkundige opzet hiertoe aanleiding geeft dan is de oriëntatie (dakrichting) van deze opzet richtinggevend. Massa en vorm 4. Hoofdgebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm.

Bijbehorende bouwwerken zijn ondergeschikt vormgegeven. 5. Hoofdgebouwen worden afgedekt met een kap, tenzij een plat dak op basis van het bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt. 6. Nieuwbouw sluit qua maatvoering, schaal en massa aan op de directe omgeving.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

24

7. Wijzigingen en/of uitbreidingen sluiten in maat, schaal en vormgeving aan op het bestaande gebouw. 8. Dakopbouwen mogen uitsluitend worden gerealiseerd in het achterdakvlak en hebben een sterk ondergeschikte omvang, waarbij de dakhelling is afgestemd op de dakhelling van het dakvlak waarin deze wordt geplaatst. Gevels 9. Gevels die goed zichbaar zijn vanaf de openbare ruimte worden ópen' en representatief vormgegeven; 10. Bij wijzigingen en/of uitbreidingen worden de bestaande bouwstijl, gevelopbouw en ritmiek gerespecteerd; Materiaal, kleurgebruik en detaillering 11. Bij wijzigingen en/of uitbreidingen worden materiaal-, kleurgebruik en detaillering afgestemd op het bestaande gebouw. 12. Bij nieuwbouw is het kleurgebruik in de omgeving het uitgangspunt en wordt een traditionele materialisering toegepast; baksteen, keramische pannen, deuren en kozijnen in hout (of op hout gelijkend materiaal) met diepe neggen. 13. Er worden rustige (onverzadigde) kleuren toegepast. Sterk met de omgeving contrasterende kleuren zijn niet toegestaan. Toets Het ontwerp van de bebouwing zal bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ter toetsing aan de stadsbouwmeester worden voorgelegd. Hierbij wordt het ontwerp getoetst aan de criteria zoals opgenomen in de gemeentelijke welstandsnota.

In voorliggend geval wordt beoogd om qua vormgeving en architectuur aan te sluiten op de omliggende bebouwing. Geconcludeerd kan worden dat deze planontwikkeling voldoet aan het gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

25

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw van 9 patiowoningen mogelijk gemaakt op een locatie waarvoor nu een maatschappelijke bestemming geldt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is.

Voor de bouw van woningen kan worden aangesloten bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. Gelet op een uitspraak van de Raad van State van 11 maart 2020 (CLI:NL:RVS:2020:729) oordeelt de Afdeling dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.

In deze uitspraak verwijst de Afdeling naar andere uitspraken waaruit volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. In deze uitspraak oordeelt de Afdeling dat er weliswaar is sprake van een geringe toename van de bebouwingsmogelijkheden en weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van 12 woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 15 januari 2020,

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

26

ECLI:NL:RVS:2020:100). Nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, behoefde er geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Gelet op voorgaande uitspraken kan worden geconcludeerd dat er bij dit plan voor het realiseren van 5 woningen, geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, gezien het feit dat bebouwing in dezelfde omvang (of meer) reeds mogelijk is en het een functiewijziging naar een woonfunctie betreft. Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

4.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets In de voorliggende situatie is er sprake van het omgevingstype 'rustige woonwijk en wordt uitgegaan van de bijbehorende afstanden. Zoals hiervoor reeds genoemd, dient bij de realisatie van nieuwe bestemmingen gekeken te

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

27

worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In deze situatie voorziet het bestemmingsplan in het realiseren van 5 woningen op een locatie dat een maatschappelijke bestemming heeft. De hierbij behorende functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving, waardoor er geen sprake is van eht aantasten van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Een woonfunctie betekent doorgaans minder effecten/gevolgen voor de omgeving dan een maatschappelijke functie. Daarmee betekenen de nieuwe woningen een verbetering voor de omliggende woningen. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het bestaande plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en omgekeerd, of de bestaande functies worden belemmerd in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden door de planontwikkeling.

Nabij het plangebied bevinden zich overwegend woningen en tussen de beide percelen van het plangebied bevindt zich een multifunctioneel centrum. In dit centrum Hassinkbrink zijn gevestigd: een fysiotherapiepraktijk, een huisartsenpraktijk, praktijk voor orthomoleculaire geneeskunde en een kinderopvang. Dit centrum heeft een maatschappelijke bestemming en staat maatschappelijke voorzieningen toe. In figuur 4.2 is een tabel opgenomen met de aanwezige bedrijven, de bijbehorende richtafstanden en de daadwerkelijke afstanden.

Figuur 4.2: Afstanden bedrijven - woningen (bron: Ad Fontem) De afstand tussen de woningen en de grens van de maatschappelijke bestemming van de hierboven genoemde bedrijven behalen niet de richtafstanden uit de VNG-brochure. Met name de afstand tussen de kinderopvang en de woningen van minimaal 3 meter is niet voldoende ten opzichte van de kinderopvang, waarbij geluid de bepalende factor is. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de akoestische situatie in beeld te brengen, door Munsterhuis Geluidsadvies (d.d. 14 juni 2023, projectnummer 23.132), zie Bijlage 3 Akoestisch onderzoek. Dit onderzoek was uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van 9 patiowoningen, 5 woningen op perceel Brem 5 en 4 woningen op Brem 1, waarbij de geluidsbelasing van de bestaande bedrijfsactiviteiten op de gevels van de beoogde woningen werd beoordeeld. Voorliggend bestemmingsplan betreft het plan voor 5 woningen op Brem 5, waarbij de bestaande maatschappelijke bestemming op Brem 1 blijft behouden. Het onderzoek gaat uit van de bestaande bedrijfsactiviteiten op Brem 3 en is voor dit bestemmingsplan de uitgangssituatie. De berekende waardes voor Brem 5 blijven daarmee representatief. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai 1999.

In het akoestisch onderzoek zijn de geluidniveaus berekend in de representatieve bedrijfssituatie voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau ter plaatse van de meest nabij gelegen woningen van derden. In het kader van goede

bestemmingsplan Haaksbergen, Brem NL.IMRO.0158.BP20196-0002

28

ruimtelijke ordening is hierbij het stemgeluid van (buitenspelende) kinderen in beschouwing genomen. Naast het stemgeluid is tevens het rijden van personenauto's opgenomen in het onderzoek. In dit onderzoek is aansluiting gezocht bij het door de gemeente Haaksbergen opgestelde Nota Industrielawaai (maart 2005). Het geluidbeleid gaat niet in op maximale geluidniveaus. Voor het maximale geluidniveau is aansluiting gezocht bij het Activiteitenbesluit. Op voorhand is bekend dat, wanneer er geen afscherming aanwezig zou zijn, alle grens- en richtwaarden worden overschreden. De geluidbelasting op de toekomstige gevels bedragen tot 62 dB(A). In het model is derhalve rekening gehouden met de aanwezigheid van een scherm bij de erfgrens. Gedacht is aan een type scherm van kokos (greenwall, zie bijlage 2 van de rapportage) met een hoogte van 2,25 meter aan de westzijde. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat ter plaatse van de woningen van derden het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau maximaal 50 dB(A) in de dagperiode bedraagt. De normen uit het activiteitenbesluit en de grenswaarden uit het VNG stappenplan worden niet overschreden. Er is hiermee voldaan aan de voorschriften behorende bij stap 2 uit de VNG-handreiking. De richtwaarden van de gemeente van 45 dB(A) worden overschreden.

Wil men aan deze richtwaarden gaan voldoen zullen aanzienlijk hoge lange geluidschermen toegepast moeten worden. Dit betreffen aanzienlijke extra investeringen. Een goede afweging zal hier gemaakt moeten worden of dergelijke extra maatregelen en de behaalde geluidreductie opwegen tegen de extra kosten. Deze extra maatregelen staan niet in verhouding tot het beoogde plan. Mede gezien het feit dat met een geluidscherm van 2,25 m wordt voldaan aan het VNG-stappenplan en het Activiteitenbesluit, kan worden gesteld dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het realiseren van het geluidscherm is als voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen.

4.3

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Kruse Milieu BV heeft voor het plangebied een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 uitgevoerd om de milieuhygiënische kwaliteit van het terrein te onderzoeken (d.d. 16 november 2020, projectcode 20068810), zie Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek.

Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, is de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. In totaal zijn er 10 boringen verricht en 2 inspectiegaten gegraven, waarvan 3 boringen zijn verdiept en één boring is doorgezet tot 4.0 meter diepte, ten behoeve van het plaatsen van peilbuis 1. Conclusies en aanbevelingen In het grondwater zijn enkele lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4 van het rapport. In de bovengrond (BG I en BG II) en in de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Uit het analyseresultaat blijkt dat de fijne fractie van het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13056656/1