CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Fusieschool Holthuizen - Dr. Ariëns, Haaksbergen Toelichting

Gemeenteraad 25 januari 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Haaksbergen, Fusieschool Holthuizen, dr. Ariëns’18.223 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Fusieschool Holthuizen - Dr. Ariëns, Haaksbergen

bestemmingsplan Fusieschool Holthuizen - Dr. Ariëns, Haaksbergen

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Fusieschool Holthuizen - Dr. Ariëns, Haaksbergen

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

Bestemmingsplan

Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen

Juni 2022

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen”

Gemeente Haaksbergen Postbus 102 7480 AC HAAKSBERGEN

Plannaam: Plantype: IMRO-idn:

Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen Bestemmingsplan NL.IMRO.0158. BP1195-0001

Status: Datum: Auteur:

Ontwerp Juni 2022 BJZ.nu

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 4 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 7 2.1 2.2

RUIMTELIJKE STRUCTUUR HAAKSBERGEN .......................................................................................................... 7 PLANGEBIED ............................................................................................................................................... 7

HOOFDSTUK 3 3.1 3.2

PLANBESCHRIJVING ........................................................................ 9

DE ONTWIKKELING ....................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 23

HOOFDSTUK 5 PLANOLOGISCHE EN MILIEUTECHNISCHE UITVOERBAARHEID .................... 27 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

BODEM.................................................................................................................................................... 27 GELUID .................................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37 ADVIES GGD-TWENTE BIJ FUSIESCHOOL HOLTHUIZEN – DR. ARIËNS, HAAKSBERGEN ............... FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD.

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 39 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 40

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING............................... 42 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 42 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 42 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 45 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 46 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 46 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 47

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 48 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 48 AKOESTISCH ONDERZOEK BASISSCHOOL .................................................................................................. 49 STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 50 QUICKSCAN FLORA & FAUNA ................................................................................................................ 51 AANVULLEND ONDERZOEK VLEERMUIZEN ................................................................................................ 52

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 53 AANMELDNOTITIE M.E.R.-BEOORDELING ................................................................................................ 54 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 55

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de fusering van de twee basisscholen Holthuizen en Dr. Ariëns in Haaksbergen. Door deze fusering zal op de locatie van de Dr. Ariens-school (aan de Adriaen Brouwerstraat 4 in Haaksbergen) een nieuw schoolgebouw gerealiseerd worden, waar de leerlingen van beide scholen ondergebracht zullen worden. De aanwezige schoolbebouwing op deze locatie is verouderd en voldoet niet meer aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen en wensen en is eveneens niet van voldoende omvang voor alle leerlingen (na de samenvoeging van de scholen). Het voornemen is om alle aanwezige bebouwing te slopen en overtollige (erf)verharding te saneren, om ter plaatse een nieuwe basisschool, kinderopvang en gymvoorziening te realiseren. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan “Haaksbergen Dorp, Boerenmaat, de Veldmaat, de Els, ’t Wolferink, Zienesch en de Greune”. Een bestemmingsplanherziening is dan ook noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om de ontwikkeling mogelijk te maken, waarbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bevindt zich ingeklemd tussen de Frans Halsstraat, Adriaen Brouwerstraat, de Albert Cuyplaan en de Gerard Terborghstraat in de kern Haaksbergen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haaksbergen en de directe omgeving globaal en indicatief weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Haaksbergen en de directe omgeving (Bron: ArcGIS)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0158. BP1195-0001) en een renvooi; regels.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

1.4

Huidig planologisch regime

Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het geldend bestemmingsplan “Haaksbergen Dorp, Boerenmaat, de Veldmaat, de Els, ’t Wolferink, Zienesch en de Greune” van de gemeente Haaksbergen. Tevens gelden de paraplubestemmingsplannen ‘evenementen Haaksbergen’ en ‘terrassen Haaksbergen’. Deze paraplubestemmingsplannen schrijven regels voor ten aanzien van respectievelijk evenementen en terrassen, maar zijn voor wat betreft de duiding van het planologisch regime minder van belang. Hierna wordt daarom uitsluitend ingegaan op het bestemmingsplan “Haaksbergen Dorp, Boerenmaat, de Veldmaat, de Els, ’t Wolferink, Zienesch en de Greune”. 1.4.1

Algemeen

Het “Haaksbergen Dorp, Boerenmaat, de Veldmaat, de Els, ’t Wolferink, Zienesch en de Greune” is op 25 maart 2015 door de gemeenteraad van Haaksbergen vastgesteld. Afbeelding 1.2 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan. Hierin is het plangebied globaal weergegeven met de rode contour. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.2 Uitsnede bestemmingsplan “Haaksbergen Dorp, Boerenmaat, de Veldmaat, de Els, ’t Wolferink, Zienesch en de Greune” (Bron: Ruimtelijke plannen)

1.4.2

Bestemmingen en aanduidingen

In onderstaande opsomming is aangegeven welke (dubbel)bestemming en aanduidingen gelden binnen het plangebied. Hierbij is per bestemming aangegeven welke aanduidingen binnen de bestemming zijn opgenomen: •

•

Maatschappelijk; o Bouwvlak; o Bouwaanduiding: plat dak; o Maximum bouwhoogte (m); Waarde – Hoge archeologische verwachting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp 1.4.3

Strijdigheid

Hierna worden de individuele bestemming kort toegelicht. ‘Maatschappelijk’ De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke doeleinden zoals een school, al dan niet in combinatie met verzorgd wonen. Dit met de daarbij behorende hondenuitlaatplaatsen en parkeervoorzieningen, gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, erven en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. In de bouwregels is bepaald dat gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Daarnaast mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' de gooten bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan de aangegeven hoogte. 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' De voor 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. Strijdigheid van het voornemen Het voornemen ziet toe op een algehele herontwikkeling van het plangebied. De te realiseren nieuwe bebouwing is geprojecteerd buiten (de bouwvlakken van) de reeds geldende maatschappelijke bestemming en daarmee in strijd met het bestemmingsplan. De nieuwe bebouwing wordt geprojecteerd buiten de bestaande bouwvlakken maar krijgt middels dit plan in de toekomst een kleinere voetprint dan de bestaande bebouwing.

De nieuwe bebouwing krijgt tenslotte een grotere bouwhoogte, om zo te voldoen aan de laatste bouweisen. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan “Haaksbergen Dorp, Boerenmaat, de Veldmaat, de Els, ’t Wolferink, Zienesch en de Greune” vereist. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. In voorliggende plantoelichting wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie binnen het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de ontwikkeling en gewenste situatie. Hoofdstuk 4 gaat in op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op het aspect water. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de juridische aspecten en planverantwoording en hoofdstuk 8 gaat in op de uitvoerbaarheid van het initiatief. Tot slot wordt in hoofdstuk 9 ingegaan op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE

Ruimtelijke structuur Haaksbergen

Haaksbergen is vanuit het historische centrum voornamelijk ontwikkeld in noordwestelijke richting. In eerste instantie heeft de aanleg van de spoorlijn het dorp naar de spoorlijn toe laten groeien. Veel later zijn de rijksweg N18, en de landschappelijke waarden ten zuiden van het dorp een belemmering gaan vormen voor ontwikkeling in zuidelijke richting. Dit heeft geleid tot de huidige situatie waarin sprake is van een excentrische opbouw van het dorp ten opzichte van het centrum. Het gevolg daarvan is dat relatief grote verkeersbewegingen gemaakt moeten worden vanuit de woonbuurten naar het centrum. Bijna alle winkelvoorzieningen zijn geconcentreerd in het centrum. De nieuwere delen van Haaksbergen vormen herkenbare deelgebieden met een waarneembare begrenzing. Het gebied rondom het centrum, grofweg tussen de spoorlijn en de N18, is veel diffuser. De dorpse bebouwing van het oorspronkelijke Haaksbergen is - vooral in de omgeving van het spoor vermengd geraakt met grootschalige industriële bebouwing. Hierdoor ontstaat een vervreemding van de dorpse karakteristiek. Dit heeft vooral invloed op de beleving van het dorp, omdat deze elementen tussen de nieuwere wijken en het centrum in liggen. Onderhavig plangebied is gelegen op korte afstand en ten noordwesten van het centrum van Haaksbergen.

2.2

Plangebied

2.2.1 Algemeen Het plangebied bevindt zich ingeklemd tussen de Frans Halsstraat, Adriaen Brouwerstraat, de Albert Cuyplaan en de Gerard Terborghstraat in de kern Haaksbergen. Het plangebied wordt aan alle zijdes begrensd door de infrastructuur van bovengenoemde wegen. Eveneens is er binnen het 'vierkant' van de genoemde straten water aanwezig. Op grotere afstand (aan de andere zijde van de infrastructuur) zijn woonpercelen en groen gesitueerd. De ruimtelijke en functionele structuur van de directe omgeving bestaat voornamelijk uit woonpercelen, watergangen, infrastructurele ontsluitingswegen van de omliggende woonbuurten, maatschappelijke functies en centrumfuncties. Binnen het plangebied is bestaande bebouwing aanwezig behorend bij de basisschool Dr. Ariens. Het gaat om verouderde bebouwing. Daarnaast zijn de gronden rondom de bebouwing veelal verhard en/of ingericht als school-/speelplein. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie ter plaatse van het plangebied door middel van een luchtfoto weergegeven. Het plangebied is met de rode contour indicatief aangegeven. In afbeelding 2.2 zijn straatbeelden, gezien vanaf de vier straathoeken van bovengenoemde wegen, weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

Afbeelding 2.1

Luchtfoto bestaande situatie plangebied (Bron: PDOK)

Afbeelding 2.2

Straatbeeld vanaf de vier straathoeken (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de ontwikkeling zelf ingegaan.

3.1

De ontwikkeling

Concreet Concreet bestaat het voornemen uit het slopen van de bestaande aanwezige bebouwing om plaats te maken voor een nieuwe basisschool, kinder(dag)opvang en gymvoorziening, die voldoet aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen en wensen. In het nieuwe schoolgebouw worden 310 leerlingen gehuisvest. Naast de nieuwe basisschool wordt er in het gebouw tevens een kinderopvang en een nieuwe gymvoorziening gerealiseerd, de oppervlakte van de gymvoorziening is maximaal 450 m2. De exacte locatie van de gymvoorziening is momenteel nog niet bekend, daarom is op de plankaart van dit bestemmingsplan middels een aanduiding een ‘zoek-landingslocatie’ opgenomen voor deze gymvoorziening. Binnen deze aanduiding dient de gymvoorziening te worden gerealiseerd, waarbij deze eveneens aan de regels zoals binnen het bestemmingsplan opgenomen dient te voldoen. Daarom wordt benadrukt dat binnen dit bestemmingsplan geen besluit wordt genomen over de exacte situering, dit zal geschieden tijdens de nadere planuitwerking, daarom is de mogelijkheid tot een gymvoorziening flexibel bestemd middels concrete regels en een aanduiding op de plankaart. Samengevat komen de volgende voorzieningen binnen de nieuwe bebouwing: • • • •

een basisschool met plaats voor circa 310 leerlingen (gemiddeld 39 per leerjaar); een kinderdagopvang (KDO) voor kinderen van 0-4 jaar met in totaal 48 kindplaatsen; een buitenschoolse opvang (BSO) met 40 kindplaatsen; een gym(sport)zaal voor de basisschool en eventueel voor sportverenigingen.

Op de hoek van Adriaen Brouwersstraat-Frans Halsstraat wordt een parkeerterrein met 22 parkeervakken en een Kiss & ride-straat aangelegd. Daarnaast zijn er aan de Adriaen Brouwerstraat 33 parkeervakken gelegen. Tevens wordt er rondom het schoolgebouw een school-/speelplein aangelegd. In afbeelding 3.1 is een impressie-situatietekening opgenomen van de beoogde situatie. Opgemerkt wordt dat dit een eerste schetsopzet betreft van de stedenbouwkundige beoogde situatie en dat aan de hand hiervan de plannen nader uitgewerkt worden. Benadrukt wordt dat dit nog niet de beoogde eindsituatie betreft. Gedurende de komende tijd wordt het bouwplan nader uitgewerkt, het zal echter te allen tijde voldoen aan de regels zoals opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan.

Afbeelding 3.1

Impressie toekomstige situatie projectgebied (bron: Gemeente Haaksbergen februari 2021)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp Historie en achtergrond De keuze om van beide scholen één fusieschool te maken is reeds gemaakt (en ingezet) in het verleden. In 2013 hebben de gemeente Haaksbergen en de Stichting Keender een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar de mogelijkheden van de herschikking van de basisscholen Holthuizen en dr. Ariens. Hierbij zijn de verkenningen gericht op het mogelijk maken van een nieuw schoolgebouw, waarbij tevens invulling wordt gegeven aan het terrein waarop de school wordt gerealiseerd, de openbare ruimte rondom het terrein, parkeergelegenheid, breng- en haal mogelijkheden voor leerlingen, waterberging, verkeersstromen voor zowel snel- als langzaam verkeer en overige zaken die betrekking hebben op de ruimte rondom de school. Gezien de datering van het haalbaarheidsonderzoek (2013) is er in 2019 en 2020 een geactualiseerd locatieonderzoek uitgevoerd, als coproductie tussen Stichting Keender en de gemeente. Tijdens de stuurgroep Cluster 1 op 15 januari 2020 is het concept locatie-onderzoek akkoord bevonden. Het locatie-onderzoek is definitief gemaakt op 16 januari 2020 en de conclusie luidt dat de locatie Dr. Ariens als meest geschikte locatie naar voren komt. Als belangrijkste voorwaarde hierbij geldt dat gymvoorziening ‘de Zienesch’ en wijkgebouw Adriaen Brouwerstraat 10 worden gesloopt.

Onlangs zijn de twee scholen gestart met het fusieproces waarbij de leerlingen van de Dr. Ariens vanaf komend schooljaar overgaan naar de locatie Holthuizen. Deze vorm van samenwonen is een voorbereiding voor de verhuizing naar het nieuwe schoolgebouw op de locatie Dr. Ariens. De nieuw te bouwen school binnen de locatie van het plangebied zal naar verwachting vanaf augustus 2023 in gebruik worden genomen. Locatie plangebied De locatie waar de nieuwe school uiteindelijk wordt gerealiseerd betreft het plangebied en ligt in de wijk ‘De Zienesch’ en wordt begrensd door in het zuiden de Albert Cuyplaan, het noorden de Frans Halsstraat en in het westen en oosten respectievelijk de Adriaen Brouwerstraat en de Gerard Terborghstraat. Deze locatie kenmerkt zich als een waardevolle groene zone met aan één zijde water, midden in een woongebied gelegen. Het perceel biedt meer dan voldoende ruimte voor een functioneel goed ontwerp. Gegeven het feit dat hier thans de (voormalige) Dr. Ariënsschool gevestigd is, is het de verwachting dat de leerlingen van de (nieuwe) fusieschool uit hetzelfde voedingsgebied komen. Verkeersaspecten Er zijn geen knelpunten bekend voor wat betreft bereikbaarheid. De Dr. Ariëns heeft diverse omliggende wegen, waarvan de Albert Cuyplaan een drukke weg is. Grote ongevalslocaties zijn er niet in Haaksbergen en de minst veilige plekken liggen niet bij de scholen.

Omgeving Het voorzieningen gebied rondom deze locatie bestaat (grotendeels) uit woonvoorzieningen. Een basisschool met kinderopvang past door zijn aard en stedenbouwkundige wensbeeld goed binnen dit voorzieningen gebied. De massa van het planvoornemen heeft wel invloed op de stedenbouwkundige uitstraling in dit (voornamelijk) woongebied, echter kan gesteld worden dat ten aanzien van de beeldkwaliteit er sprake is van een impuls, omdat een nieuw (architectonisch) gebouw een betere c.q. mooiere uitstraling heeft voor de omgeving dan de bestaande huisvesting. In afbeelding 3.1 is een impressie gegeven van de stedenbouwkundige opzet van de toekomstige situatie, hierbij is het de intentie om het plangebied groen in te richten, waarbij in de groene zones ruimte wordt geboden voor (het behoud van) bomen in het gebied. Daarnaast worden er een aantal parkeermogelijkheden gerealiseerd en groen ingericht. Op deze manier vindt het parkeren geconcentreerd plaats en worden de auto’s (deels) uit het zicht ontnomen. In afbeeldingen 3.2 is een impressie/visualisatie van de nieuwbouw weergegeven. Opgemerkt wordt dat dit impressiebeelden betreft, waarbij eveneens de overige gronden in het plangebied, zoals het speelplein en overige voorzieningen, nog nader ingevuld dienen te worden. Dit zal geschieden tijdens de verdere uitwerking van de plannen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

Afbeelding 3.2

Impressie nieuwe bebouwing (Bron: Gemeente Haaksbergen)

3.2

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. 3.3.2

Uitgangspunten

Qua functie, verstedelijkingsgraad, stedelijke zone, parkeernorm en verkeersgeneratie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • •

Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Functies: 'basisonderwijs' en 'kinderdagverblijf' (voor de kinderdagopvang en de BSO).

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is in overleg met de gemeente Haaksbergen van de parkeerbehoefte en verkeersstromen gegaan zoals vermeld in het akoestische onderzoek van Alcedo, opgenomen in bijlage 2. 3.3.3

Parkeerbehoefte

Uitgaande van de uitgangspunten genoemd in paragraaf 3.3.2, ontstaat er qua parkeerbehoefte het volgende beeld:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp Functie Basisonderwijs

Betreft •

Parkeernorm

Parkeernorm totaal afgerond 10

0,75 per lokaal (exc. K+R) Kinderdagverblijf 1,4 per 100 m² 5 • 300 m² bvo (circa 88 bvo (exc. K+R) kinderen) Op basis van het vorenstaande is er sprake van een parkeerbehoefte van 15 parkeerplaatsen in totaal, exclusief plaatsen voor halen en brengen. 13 klaslokalen

De Kiss and ride In het geval van voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van 310 leerlingen en 88 kinderen voor de buitenschoolse opvang en kinderdagopvang. Van de circa 310 leerlingen zitten er naar verwachting 78 in groep 1 en 2, 39 in groep 3 en 195 in groep 4 t/m 8. Op basis van het akoestische onderzoek van Alcedo wordt aangenomen dat het volgende aantal kinderen met de auto wordt gebracht en gehaald: • • • •

45% van de kinderen van groep 1 t/m 3: 53 kinderen, totaal 106 auto’s (halen én brengen); 25% van de kinderen van groep 4 t/m 8: 49 kinderen, totaal 98 auto’s (halen én brengen); 65% van de kinderen van de kinderdagopvang: 31 kinderen, totaal 62 auto’s (halen én brengen); In totaal levert dit 266 auto’s per dag voor het halen en brengen van kinderen.

Op basis van het vorenstaande is er voor wat betreft het parkeren voor het halen en brengen sprake van een parkeerbehoefte van (398 kinderen*0,45*0,25*0,65 =) afgerond 30 parkeerplaatsen. In het kader van voorgenomen ontwikkeling wordt voor wat betreft de K+R rekening gehouden met voorgenoemde parkeerbehoefte van 30. Op de hoek van Adriaen Brouwersstraat-Frans Halsstraat wordt een parkeerterrein met 22 parkeervakken en een Kiss & ride-straat aangelegd. Daarnaast zijn er aan de Adriaen Brouwerstraat 33 parkeervakken gelegen. Het parkeren ten behoeve van de basisschool en buitenschoolse opvang en kinderdagopvang wordt hiermee (15 + 30 = 45 parkeerplaatsen inclusief halen en brengen) opgevangen op eigen terrein zoals is weergegeven in afbeelding 3.1. Dit betreffen echter impressiebeelden, de precieze invulling van de parkeervoorzieningen en de ‘kiss en ride’-strook wordt gedurende verdere planuitwerking nader ingevuld. Hiervoor wordt overigens benadrukt dat hier sprake is van 'dubbelgebruik'. Overdag zullen deze parkeerplaatsen geheel worden gebruikt ten behoeve van de schoollocatie. 's Avonds en in de weekenden is het gebruik van deze parkeerplaatsen voor de schoollocatie minimaal en zijn de parkeerplaatsen 'vrij'.

Gymvoorziening/gymvoorziening Van de (inviduele) bezoekers van de gymvoorziening (van bijvoorbeeld losstaande sportverenigingen of losse huurders) worden 35 auto’s in de dagperiode (na schooltijd tot en met 19:00 uur) verwacht en 35 in de avondperiode (na 19:00 uur). Daarom kan gesteld worden dat er voldoende parkeerplaatsen hiervoor beschikbaar zijn. Hiervoor kunnen de parkeerplaatsen van de school worden gebruikt, aangezien deze plaatsen overdag tijdens schooltijden gebruikt worden, en daarom hier sprake is van 'dubbelgebruik'. 's Avonds en in de weekenden is het gebruik van deze parkeerplaatsen voor de schoollocatie namelijk minimaal en zijn de parkeerplaatsen 'vrij' te gebruiken voor ondermeer de gymzaal-bezoekers. Totaal In totaal wordt in het plangebied voorzien in 55 parkeerplaatsen. Met dit aantal parkeerplaatsen wordt voldaan aan de parkeernorm en de daadwerkelijke parkeerbehoefte van het plan voornemen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘parkeren’ geen belemmering vormt voor dit plan. 3.3.4

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Uitgaande van de uitgangspunten genoemd in paragraaf 3.3.2, ontstaat er qua verkeersgeneratie het volgende beeld. Ten aanzien van de basisschool en de buitenschoolsopvang en kinderdagopvang wordt opgemerkt dat er in de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie (publicatie 381, december 2018)' van het CROW geen verkeerscijfers zijn opgenomen. In dit geval worden er dan ook worst-case aannames gedaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp Op de hoek Adriaen Brouwersstraat-Frans Halsstraat wordt een parkeerterrein met 22 parkeervakken en een Kiss & Ride-strook gerealiseerd. Aan de Adriaen Brouwerstraat zijn 33 parkeervakken gelegen. Op basis van het akoestische onderzoek van Alcedo wordt het volgende aantal kinderen wordt met de auto gebracht en gehaald: • 45% van de kinderen van groep 1 t/m 3: 53 kinderen, totaal 106 auto’s (halen én brengen); • 25% van de kinderen van groep 4 t/m 8: 49 kinderen, totaal 98 auto’s (halen én brengen); • 65% van de kinderen van de kinderdagopvang: 31 kinderen, totaal 62 auto’s (halen én brengen); • In totaal levert dit 266 verkeersbewegingen per dag voor het halen en brengen van kinderen. Het totale aantal aanwezige personeelsleden per dag wordt, op basis van de kinderaantallen, geschat op 26. Aangenomen wordt dat circa 13 personeelsleden met de auto komen. Van de bezoekers van de gymvoorziening komt naar verwachting 50% met de auto. Aangenomen is dat er 35 auto’s in de dagperiode (tot 19:00 uur) kunnen komen en 35 in de avondperiode (na 19:00 uur). De auto’s kunnen uit verschillende richtingen komen. Aangenomen is dat iedere auto gemiddeld één keer rond de school rijdt.

Hierbij is aangenomen dat de ouders die komen om kinderen te brengen of halen voor 75% via de Kiss & Ride-strook op het parkeerterrein rijden. Voor de personeelsleden en bezoekers van de gymvoorziening is, op basis van het aantal verkeersvakken, aangenomen dat 40% op het parkeerterrein parkeert en de overige 60% op de losstaande parkeervakken, zie afbeelding 3.1. Gelet op het vorenstaande is er op een maatgevende dag sprake van afgerond maximaal (266+26+140=) 432 verkeersbewegingen per dag. Opgemerkt dient te worden dat er in het kader van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van het herbouwen van een bestaande schoollocatie. Planologisch gezien beperkt de toename van de verkeersgeneratie zich tot een minimale toename aan verkeersbewegingen per weekdag etmaal. De (direct) omliggende wegen zijn van voldoende capaciteit om de verkeersbewegingen in de nieuwe situatie veilig en vlot te kunnen verwerken. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘verkeer’ geen belemmering vormt voor dit plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het beleid vanuit het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;

3.

Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties.

4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Voor wat betreft het de te realiseren basisschool met buitenschoolse opvang wordt opgemerkt dat het hierbij gaat om vervanging van een reeds bestaande school (en het samenvoegen van de twee scholen Dr. Ariens en Holthuizen). Het gaat hierbij om een locatie binnen bestaand stedelijk gebied. In feite gaat het om het behouden van bestaande functies die worden ondergebracht in nieuwe bebouwing die eveneens voldoet aan de hedendaagse (duurzaamheids)eisen en wensen. Feitelijk gezien betreft voorliggend planvoornemen daarmee een herstructureringslocatie. Wanneer de footprint van de bestaande locatie wordt afgezet tegen nieuwe footprint van de beoogde situatie, kan per saldo worden geconcludeerd dat er geen sprake is van enige uitbreiding van bebouwing groter dan 500 m². Derhalve is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.

Gelet op het vorenstaande is ook ten aanzien van de basisschool met buitenschoolse (kinderdag) opvang de ladder voor duurzame verstedelijking niet verder van toepassing. 4.1.3

Conclusie toets aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. 2. 3.

Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken.

Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt.

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt opgemerkt dat sprake is van een binnenstedelijke woningbouwontwikkeling. Hierdoor zijn met name artikel 2.1.3 en artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader ingegaan op de genoemde artikelen. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan de “Generieke beleidskeuzes” Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik De ontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die voldoet aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Voor wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2. Zoals hierna zal blijken uit het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief en het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de “Stedelijke laag” , ligt het plangebied in bestaand bebouwd gebied. Met de invulling van het plangebied vindt geen extra ruimtebeslag op de groene omgeving plaats. Het plangebied wordt daarentegen juist een stuk groener ingericht. In verband hiermee is het project in overeenstemming met artikel 2.1.3. uit de Omgevingsverordening Overijssel.

4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen, waarin het plangebied indicatief met de rode omlijning is aangegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

Afbeelding 4.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” In dit geval wordt met de herontwikkeling een stedenbouwkundig verantwoord en functioneel passende ontwikkeling gerealiseerd, in een gebied met overwegend een woonfunctie. Een basisschool en kinder(dag)opvang zijn uitstekend passende functies.

De ontwikkeling vormt geen belemmering voor overige functies in de omgeving (zie ook hoofdstuk 5 van deze toelichting). De te realiseren bebouwing gaat zich naar aard en omvang voegen binnen het bestaande straatbeeld. Hierbij wordt opgemerkt dat het straatbeeld ter plaatse van het plangebied als gevolg van het voornemen als geheel wordt vernieuwd. Er is hierbij rekening gehouden met de eigenschappen en uitstraling van de bebouwing in de directe omgeving. Het voornemen resulteert daarnaast in een verduurzaming. De oude bebouwing wordt vervangen door duurzame nieuwe bebouwing welke voldoet aan de huidige bouweisen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven aangezien deze (oorspronkelijke) waarden niet meer voorkomen in het plangebied en redelijkerwijs ook niet meer te herstellen zijn. Daarnaast kan de ‘Laag van beleving’ buiten beschouwing worden gelaten, aangezien deze waarden binnen het plangebied niet voorkomen. De laag van de beleving vormt daarom geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 1.

De “Stedelijke laag“

Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Stedelijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘Woonwijken 1955 - nu’. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Stedelijke laag” opgenomen. Het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 4.3

Uitsnede gebiedskenmerkenkaart “Stedelijke laag” (Bron: Provincie Overijssel)

‘Woonwijken 1955 - nu’ Deze woonwijken zijn uitbreidingswijken op basis van een gezamenlijk plan en grotere bouwstromen. Functies zoals wonen, werken, voorzieningencentra zijn uiteengelegd en wijken kennen eenheidsbuurten. Hier en daar zijn, voornamelijk aan de randen, gebieden die hiervan afwijken. In deze wijken bevinden zich duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Daarbij is vooral aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk. Soms zijn herkenbare relicten van het oude cultuurlandschap (zoals boerderijen of beplantingsstructuren) opgenomen. De bouwperiode is te zien aan de stedenbouwkundige structuur en architectuur. Er ligt een rangorde in kwaliteit(sbeleid) en stigmatisering op de loer, de kwaliteit van de woningen voldoet vaak niet aan de kwaliteitseisen en er is een gebrek aan onderhoud van de openbare ruimte. Herstructurering is hier een belangrijke opgave. Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ Het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling is zowel vanuit functioneel als stedenbouwkundig oogpunt passend in de omgeving. Voorliggende ontwikkeling sluit goed aan bij deze bestaande bebouwingsstructuur. Op deze wijze gaat de nieuwe bebouwing goed op in het huidige straatbeeld. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit op de kenmerken en uitgangspunten van de ‘Stedelijke laag’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente

4.3.1.1 Inleiding De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.

In voorliggend geval is met name ambitie 8 van belang. Op deze ambitie zal in de volgende subparagraaf nader worden ingegaan. 4.3.1.2 Ambitie 8 Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Haaksbergen is een geliefd dorp. Veel mensen melden in de bewonersenquête (2010) dat ze met veel plezier in Haaksbergen wonen. De kwaliteiten die Haaksbergen heeft met het hoge voorzieningenniveau, de nabijheid van grote(re) steden als Hengelo en Enschede, en het mooie buitengebied, zorgen voor een aantrekkelijk woonklimaat voor jong en oud. Een belangrijk onderdeel van de ambitie is dat leegstand moet worden voorkomen. In de wijken moet het bestaande aanbod voor de dagelijkse voorzieningen (winkels, zorg, onderwijs, sport, cultuur en maatschappelijke instellingen) zoveel mogelijk behouden blijven, zodat de wijken voor alle doelgroepen aantrekkelijk zijn (ouderen, jongeren, 1/2-persoonshuishoudens en gezinnen), en levensbestendige woningen mogelijk zijn. De schoollocaties hebben geografisch gezien een goede spreiding, waardoor het aantrekkelijke locaties zijn om de diverse voorzieningen te clusteren. Scholen kunnen ook een maatschappelijk functie gaan vervullen, door ze open te stellen voor wijkraden en andere organisaties (BSO, oefenruimte harmonie, etc.), op de momenten dat er geen leerlingen zijn.

Op de schoollocaties komt daarnaast ruimte vrij door het samenvoegen van enkele basisscholen. Deze ruimte kan ook aangewend worden voor voorzieningen of juist om de mix aan woningen in de wijk te verbeteren. De opgave die hiermee samenhangt, is dat mensen zoveel mogelijk in hun woonomgeving moeten kunnen blijven wonen, ook als ze zorgbehoevend worden. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de ambitie om leegstand te voorkomen. Met het voornemen worden namelijk twee bestaande basisscholen samengevoegd, de bebouwing gesloopt en vervangen door nieuwe bebouwing die voldoen aan de hedendaagse wensen en eisen die aan dit soort voorzieningen worden gesteld. Concreet bestaat het voornemen uit het slopen van de bestaande aanwezige bebouwing om plaats te maken voor een nieuwe basisschool, kinder(dag)opvang en gymvoorziening, die voldoet aan de hedendaagse BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Fusieschool Holthuizen – Dr. Ariëns, Haaksbergen” Ontwerp (duurzaamheids)eisen en wensen. In het nieuwe schoolgebouw worden 310 leerlingen gehuisvest. Naast de nieuwe basisschool wordt er in het gebouw tevens een kinderopvang en een nieuwe gymvoorziening gerealiseerd, de oppervlakte van de gymvoorziening is maximaal 450 m2. Samengevat komen de volgende voorzieningen binnen de nieuwe bebouwing: • • • •

een basisschool met plaats voor circa 310 leerlingen (gemiddeld 39 per leerjaar); een kinderdagopvang (KDO) voor kinderen van 0-4 jaar met in totaal 48 kindplaatsen; een buitenschoolse opvang (BSO) met 40 kindplaatsen; een gym(sport)zaal voor de basisschool en eventueel voor sportverenigingen.

Geconcludeerd kan worden dat het schoolgebouw met voorzieningen ook een maatschappelijk functie gaat vervullen, door deze open te stellen voor andere organisaties (zoals de BSO, de gymvoorziening voor zowel de school als voor andere bezoekers en organisaties, etc.), op de momenten dat er geen leerlingen zijn. Op de overblijvende schoollocatie Holthuizen komt daarnaast ruimte vrij door deze samenvoeging. Deze ruimte kan dan ook weer aangewend worden voor voorzieningen of juist om de mix aan woningen in de wijk te verbeteren. Geconcludeerd wordt dat de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ geen belemmering vormt voor het voorgenomen initiatief. 4.3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12236005/1