CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

EDOP-#6082727-v1-Provinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte Veen Toelichting

commissie Ruimte 13 januari 2021, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Voorstel om geen zienswijze in te dienen ten aanzien van ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Witteveen25.418 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Status: Identificatienummer:

06-11-2020 ontwerp NL.IMRO.9923.ipWitteveen-on01

Het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Provinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte Veen is opgesteld door:

en:

In samenwerking met:

Samen economisch sterker, met de kracht van de natuur Overijssel telt 24 natuurgebieden die zo bijzonder zijn, dat ze zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-programma stelt ons in staat om samen te werken aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur. Dat is geen luxe, maar pure noodzaak. Provincie, andere overheden en natuur- en belangenorganisaties hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het leefgebied van zeldzame dieren en planten te verbeteren, voor nu en in de toekomst. Met maatwerk maken we de natuur veerkrachtig en weerbaar tegen invloeden van buiten, zoals verdroging en de uitstoot van stikstof. Waar nodig wordt de bestemming en/of het gebruik gewijzigd en planologisch vastgelegd in een ruimtelijk plan. De maatregelen kunnen effect hebben op de gronden in de directe omgeving van de Natura 2000-gebieden. Samen met de grondeigenaren zorgen we voor een passende oplossing voor hun toekomst.

Meer informatie over Provinciale Inpassingsplannen Natura 2000? Kijk ook op: www.overijssel.nl/natura2000Of neem contact op via: natura2000pip@overijssel.nl onder vermelding van het betreffende Natura 2000-gebied.

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Wettelijke context Provinciale Ontwikkelopgave Natura 2000 Gebiedsproces van het plangebied Leeswijzer

5 6 8 9 10 11

Hoofdstuk 2

Beleidskader algemeen

12

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

Inleiding Europese wetgeving en beleid Nationale wetgeving en beleid Duits beleid Provinciaal beleid Waterschapsbeleid Gemeentelijk beleid

12 12 13 17 18 21 22

Hoofdstuk 3

Gebied en planbeschrijving

25

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Inleiding Ontstaan en huidige situatie van het plangebied Huidige planologische situatie Gebiedsopgave Omschrijving inrichtingsplan

25 25 26 27 29

Hoofdstuk 4

Overige ruimtelijke beleidsaspecten

34

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Inleiding Milieu Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Explosieven

34 34 47 51 54 59

Hoofdstuk 5

Juridische planopzet

61

5.1 5.2 5.3

Algemene juridische opzet Standaarden en opbouw Toelichting op de bestemmingen en regels

61 61 63

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

66

6.1 6.2 6.3 6.4

Juridische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Monitoring, toezicht en handhaving

66 67 68 69

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

3

Toelichting

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 4

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Overijssel is prachtig om te wonen, werken en recreëren. De komende jaren werkt het programma Ontwikkelopgave Natura 2000 van de provincie Overijssel samen met de partners van 'Samen werkt beter' aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur en realiseren we nieuwe kansen voor de economie. De natuur heeft te lijden onder effecten van industrie, verkeer en landbouw, terwijl nieuwe economische ontwikkelingen worden beperkt om de natuur niet verder te belasten. Bewoners, belangenorganisaties en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het leefgebied van dieren en planten te verbeteren, voor nu en in de toekomst. Met maatwerk maken we de natuur veerkrachtig en weerbaar tegen invloeden van buiten, waardoor weer nieuwe economische kansen ontstaan. Waar nodig wordt de bestemming en/of het gebruik gewijzigd en planologisch vastgelegd in een ruimtelijk plan. De maatregelen kunnen effect hebben op de gronden in de directe omgeving van de Natura 2000-gebieden. Samen met de grondeigenaren zorgen we voor een passende oplossing voor hun toekomst. Kortom, samen zetten we ons in om de economie en ecologie te versterken en nieuwe kansen te creëren door samenwerking en vernieuwing.

Voor de 24 Natura 2000-gebieden worden de benodigde beschermings- en uitbreidingsmaatregelen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden verder uitgewerkt. De benodigde maatregelen passen veelal niet binnen de geldende bestemmingsplannen, hierdoor is er een nieuw ruimtelijk plan noodzakelijk. Om deze reden is dit inpassingsplan opgesteld. Dit inpassingsplan richt zich op het Natura 2000-gebied "Witte Veen". In figuur 1.1. zijn alle Natura 2000-gebieden binnen de provincie Overijssel weergegeven. Het Natura 2000-gebied "Witte Veen" is omcirkeld.

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

5

Figuu r 1.1. De 24 Overijsselse Natura 2000-gebieden, het gebied "Witte Veen" is rood omcirkeld. (Bron: Provincie Overijssel)

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het Natura 2000-gebied "Witte Veen" ligt op het grondgebied van de gemeente Haaksbergen. Het "Witte Veen" heeft een oppervlakte van ongeveer 290 ha en ligt tussen Buurse en de Duitse grens. Samen met het Duitse "Witte Venn" vormt het een eenheid. Het is een vrij klein en ondiep voormalig hoogveen (komveen) dat vooral van belang is vanwege een hoogveenrestant met vochtige heide en enkele vennen. Een groot deel van het gebied is in de vorige eeuw ontgonnen. In het niet-ontgonnen deel bevindt zich veel bos.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 6

Figuur 1.2. Natura 2000-gebied “Witte Veen” (Bron: http://www.synbiosys.alterra.nl ) Het Natura 2000-gebied "Witte Veen" vormt samen met het Duitse Witte Venn en onder andere het "Buurserzand - Haaksbergerveen" en het Aamsveen en een keten van hoogvenen op de Nederlands-Duitse grens. Het zijn restanten 'woeste grond' die als fragmenten verspreid in het jonge heide- en broekontginningslandschap liggen. Over het algemeen zijn het de minst aantrekkelijke gronden en deze waren lastig te ontginnen. De drie gebieden behoren tot het natte zandlandschap, dat voorkomt op de hogere zandgronden. Het is een landschap met veel gradiënten (overgangen) en de waterhuishouding heeft een belangrijke ruimtelijk structurerende werking. De gradiënten komen vooral voor op de overgang van ruggen naar laagten, waar de afvoer van water wordt geremd. Omdat de gebieden "Buurserzand - Haaksbergerveen" en "Witte Veen" bij elkaar in de buurt liggen, veelal dezelfde organisaties betrokken zijn en een aantal grondeigenaren bij beide Natura 2000-gebieden gronden hebben liggen, is het gebiedsproces gezamenlijk vorm gegeven. Er worden voor het "Buurserzand - Haaksbergerveen" en het "Witte Veen" wel twee aparte inpassingsplannen gemaakt.

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

7

Figuur 1.3 Uitwerkingsgebied "Witte Veen" (Bron: Atlas van Overijssel)

1.3

Wettelijke context

De biodiversiteit in Europa gaat al jaren snel achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en daarom krijgt natuurbescherming vorm in Europees verband door middel van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Naar aanleiding hiervan zijn er Natura 2000-gebieden aangewezen. In Nederland zijn dit er 160, waarvan er 24 in Overijssel liggen. De Natura 2000-gebieden liggen in de provincie Overijssel binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN bestaat uit een samenhangend netwerk van gebieden met natuurwaarden. Realisatie en bescherming van het NNN is belangrijk voor het behoud, de bescherming en de ontwikkeling van de biodiversiteit, oftewel de rijkdom aan plant- en diersoorten. Het NNN is ook van betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving, voor een goed vestigingsklimaat voor wonen en werken en voor de regionale economie in Overijssel. De Europese Vogel- en habitatrichtlijnen zijn in Nederland vertaald in de Wet natuurbescherming die per 1 januari 2017 in werking is getreden. Op basis van de wet moeten het Rijk en/of de provincies voor alle Natura 2000-gebieden een beheerplan vaststellen. In deze beheerplannen wordt ingegaan op de huidige situatie van de gebieden en de beoogde instandhoudingsdoelstellingen (generieke en gebiedspecifieke).

De instandhoudingsdoelstellingen zijn door het Rijk vastgesteld in zogenaamde aanwijzingsbesluiten. In de beheerplannen zijn maatregelen opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen. Deze maatregelen moeten (voor een groot deel) binnen zes jaar na vaststelling van het beheerplan worden uitgevoerd. Per 1 juli 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in werking getreden. Stikstof is schadelijk voor de natuur. Ten behoeve van het PAS zijn PAS-gebiedsanalyses vastgesteld voor Natura 2000-gebieden met stikstof gevoelige habitattypen en (leefgebieden van) soorten. In deze gebiedsanalyses wordt ingegaan op de huidige situatie van de gebieden en de beoogde instandhoudingsdoelstellingen in relatie tot stikstof. Realisatie van de PAS-maatregelen in en nabij de Natura 2000-gebieden draagt bij aan een goede balans tussen enerzijds behoud en herstel van natuurlijke kwaliteiten en anderzijds de economische ontwikkeling in de omgeving van deze Natura 2000-gebieden.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 8

De uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 heeft een streep gezet door de vergunningverlening-systematiek gebaseerd op het PAS. Geoordeeld is dat de zogenaamde ‘hypotheek op de toekomst’ (de vergunningen verlenen voordat de natuurherstelmaatregelen zijn uitgevoerd en de stikstofdepositie naar beneden is gebracht) niet is toegestaan. De Raad van State oordeelt dat de natuurgebieden eerst hersteld moeten worden. De uitspraak van de Raad van State benadrukt het belang van de uitvoering van de natuurherstelmaatregelen. Zoals eerder aangegeven staan de natuurherstelmaatregelen beschreven in de beheerplannen. De PAS-maatregelen uit de PAS-gebiedsanalyses zijn in deze beheerplannen opgenomen. Het beheerplan vormt hiermee het kader van de natuurherstelmaatregelen. Door de uitspraak van de Raad van State zijn dus de PAS-maatregelen niet komen te vervallen. Uitvoering hiervan is nog steeds noodzakelijk.

1.4

Provinciale Ontwikkelopgave Natura 2000

Voor 2011 was het Rijk verantwoordelijk voor het beschermen en realiseren van de EHS (nu NNN). Als gevolg van het bestuursakkoord Decentralisatie Natuurbeheer zijn de provincies hiervoor verantwoordelijk. De maatregelen uit de beheerplannen moeten binnen zes jaar na vaststelling van het beheerplan zijn gerealiseerd. Daarnaast staat de provincie aan de lat voor de verdere realisatie van het NNN. Dit betekent dat er een aanzienlijke opgave voor natuurbescherming en -ontwikkeling ligt voor de provincie Overijssel. Om deze reden heeft de provincie het programma 'Ontwikkelopgave Natura 2000' opgestart.

1.4.1 Typen maatregelen

Binnen de Ontwikkelopgave Natura 2000 wordt onderscheid gemaakt tussen dwingende en vrijwillige maatregelen. Vrijwillige maatregelen zien op de verdere realisatie van het NNN (zogenaamde verbetervoorstellen). Dwingende maatregelen zijn maatregelen die uitgevoerd moeten worden in het kader van de beheerplannen. De beoogde maatregelen zijn opgedeeld in interne en externe maatregelen. Interne maatregelen worden binnen de bestaande natuurgebieden uitgevoerd en zijn met name gericht op herstel van de habitattypen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om plaggen, de herinrichting van beken of het verhogen van het waterpeil. Daarnaast is het noodzakelijk om maatregelen te nemen op de naastgelegen (landbouw)gronden in de uitwerkingsgebieden. Binnen de provincie Overijssel gaat het om ongeveer 4.200 hectare, verspreid over de verschillende Natura 2000-gebieden. Deze externe maatregelen zijn veelal gericht op vernatting van de omliggende gronden van het Natura 2000-gebied, het beperken van de bemestingseffecten of een combinatie ervan. Samen Werkt Beter en de gebiedsprocessen Op 29 mei 2013 hebben vijftien Overijsselse organisaties het akkoord 'Samen werkt beter' ondertekend. Deze organisaties zetten zich gezamenlijk in om de economie en ecologie de komende tijd te versterken en nieuwe kansen te creëren door samenwerking en vernieuwing.

Het samenwerkingsverband bestaat uit: Landschap Overijssel, LTO Noord, Natuur en Milieu Overijssel, Natuurlijk Platteland Oost, Natuurmonumenten, Overijssels Particulier Grondbezit, Provincie Overijssel, REC RON, Staatsbosbeheer, VNG Overijssel, VNO NC W Midden, Waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Rijn en IJssel en Waterschap Vechtstromen. Per Natura 2000-gebied is een gebiedsproces opgestart voor de realisatie van de benodigde externe maatregelen in de uitwerkingsgebieden. Deze gebiedsprocessen worden (per gebied) door één van de 'Samen werkt beter'-partners getrokken. Tijdens het gebiedsproces zijn alle benodigde maatregelen verder onderbouwd en geconcretiseerd en afgestemd met de grondeigenaren en andere belanghebbenden in het gebied. Waar mogelijk zijn ook verbetervoorstellen voor het NNN meegenomen (zin verwijderen indien niet van toepassing). De uitkomsten zijn verwerkt in een inrichtingsplan. De inrichtingsplannen voor beide deelgebieden zijn juridisch-planologisch vertaald in dit inpassingsplan. De terreinbeherende organisaties (Staatsbosbeheer, Landschap Overijssel, Natuurmonumenten)

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

9

hebben de interne maatregelen verder uitgewerkt, eveneens in afstemming met de grondeigenaren en andere belanghebbenden in het gebied. Deze maatregelen zijn uitgewerkt in vergunningaanvragen. Voor "Witte Veen" is een inrichtingsplan opgesteld door Natuurmonumenten waar interne maatregelen zijn opgenomen (zie Bijlage 2). Voor de realisatie van deze maatregelen zijn enkele bestemmingswijzigingen nodig. Deze wijzigingen zijn verwerkt in dit inpassingsplan. Fasering gebiedsproces Om grip te krijgen op de ontwikkeling en uitvoering is het gebiedsproces opgedeeld in vier fasen, namelijk: verkenning, planvorming, realisatie en beheer. 1. De verkenningsfase is inmiddels voor nagenoeg alle van de gebieden afgerond. In deze fase zijn verkenningen opgesteld. Hierin zijn de eisen, wensen, problemen en mogelijke oplossingen, betrokken partijen en draagvlak in beeld gebracht. 2. In de planvormingsfase worden de beoogde maatregelen verder uitgewerkt en geconcretiseerd in een inrichtingsplan en een ruimtelijk plan (een bestemmingsplan of een provinciaal inpassingsplan). 3. In de realisatiefase worden de beschreven activiteiten en maatregelen uit het inrichtingsplan en ruimtelijk plan gerealiseerd. Hiervoor moeten diverse procedures worden doorlopen, zoals de vaststelling van het benodigde ruimtelijke plan en het verkrijgen van diverse vergunningen.

Tevens valt de uitvoering van de maatregelen binnen deze fase. 4. In de beheerfase worden bij inrichtingsprojecten voor natuur de ingerichte gronden doorgeleverd aan beheerders. In deze fase is in het kader van de Ontwikkelopgave Natura 2000 de monitoring van de natuurkwaliteit van belang. Indien nodig wordt, naar aanleiding van de monitoring, de PAS-gebiedsanalyses en/of beheerplannen aangepast of worden er aanvullende inrichtingsmaatregelen vastgesteld.

1.5

Gebiedsproces van het plangebied

Per gebied wordt een eigen gebiedsproces gevolgd. Bij het gebiedsproces voor het "Witte Veen en Buurserzand - Haaksbergerveen" zijn de volgende partners betrokken:

Figuur 1.4. Partners gebiedsproces deelgebied Buurserzand-Haaksbergerveen en Witte Veen Tijdens de planuitwerking zijn de maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan uitgewerkt in een inrichtingsplan voor het Natura 2000-gebied. De maatregelen voor het herstellen en versterken van de natuur bestaan vooral uit het bestrijden van ontwatering rondom het plangebied. Het merendeel van de habitattypen in het Witte Veen zijn afhankelijk van langdurige natte omstandigheden en worden in de huidige situatie in meer of mindere mate met verdroging geconfronteerd. De maatregelen kunnen gevolgen hebben voor de bestemming van gronden en/of het gebruik ervan. Het kan zijn dat de functie of het gebruik van de grond wijzigt door bijvoorbeeld vernatting of het stoppen/beperken van bemesting. In die gevallen wordt de bestemming of het gebruik gewijzigd en in het ruimtelijk plan vastgelegd. Percelen waar geen maatregelen getroffen worden of waar na uitvoering van de maatregelen de functie landbouw gehandhaafd kan blijven worden uit het NNN gehaald. Het ruimtelijk plan is dan ook een juridisch planologisch voortvloeisel uit dit gebiedsproces.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 10

Provincie Overijssel en de gemeente Haaksbergen hebben na overleg besloten om als ruimtelijk instrument een inpassingsplan in te zetten. Het voorontwerp-inpassingsplan zal ter visie worden gelegd, zodat een ieder (o.a. belanghebbenden, burgers, burgemeester en wethouders van de betreffende gemeenten en de wettelijke overlegpartners), kennis kan nemen van de plannen en een reactie kunnen geven.

1.6

Leeswijzer

In deze inleiding is de aanleiding, de opgave en het totstandkomingsproces van dit inpassingsplan beschreven. In hoofdstuk 2 is het belangrijkste beleidskader beschreven. Hierin wordt ingegaan op met name de aspecten ecologie en water, omdat deze het meest van toepassing zijn voor de Ontwikkelopgave Natura 2000 en op dit plan. In hoofdstuk 3 is het plan beschreven: wat is de huidige (planologische) situatie, wat is de opgave voor het gebied en hoe is dit uitgewerkt in het inrichtingsplan? In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de overige beleids- en onderzoeksaspecten. Hierin wordt dit inpassingsplan getoetst aan de aspecten milieu (m.e.r., bodemkwaliteit, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, Wet ammoniak en veehouderij en overige aspecten), water, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en explosieven. In hoofdstuk 5 is de juridische planopzet beschreven van dit inpassingsplan, waarin de opbouw en de inhoud van de artikelen van de regels zijn opgenomen. Tot slot wordt er in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan, gelet op de aspecten 'juridisch', 'maatschappelijk', 'financieel' en 'monitoring, toezicht en handhaving'.

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

11

Hoofdstuk 2

2.1

Beleidskader algemeen

Inleiding

In het kader van de Ontwikkelopgave Natura 2000 is veel wetgeving en beleid van toepassing. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wetgeving en het beleid op het gebied van natuur en water, omdat deze aspecten de meeste invloed hebben op de opgave. Voor overige wetgeving en beleid op het gebied van milieu (MER, bodemkwaliteit, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit en overige aspecten), archeologie en cultuurhistorie en explosieven wordt verwezen naar hoofdstuk 4. In dat hoofdstuk worden ook de onderzoeksresultaten beschreven.

2.2

Europese wetgeving en beleid

2.2.1 Vogel- en Habitatrichtlijnen en Natura 2000

De Vogelrichtlijn heeft tot doel alle wilde vogels en hun belangrijkste habitats in de hele EU te beschermen. De richtlijn verplicht de lidstaten bovendien tot de bescherming van gebieden die uitermate belangrijk zijn voor alle trekvogelsoorten en meer dan 190 bijzonder bedreigde soorten. Hierbij moet speciale aandacht worden besteed aan waterrijke gebieden van internationaal belang (Wetlands). De Habitatrichtlijn is vergelijkbaar met de Vogelrichtlijn maar heeft betrekking op een veel groter aantal zeldzame, bedreigde of inheemse soorten, inclusief meer dan duizend dieren- en plantensoorten. Naast de bescherming van specifieke flora en fauna hebben de Vogel- en Habitatrichtlijn eveneens als doel om de leefgebieden van deze soorten te behouden, te herstellen of uit te breiden. Dit wordt beoogd door de aanwijzing van beschermde gebieden, die samen het Europees ecologisch netwerk van beschermde natuurgebieden vormen: Natura 2000. Binnen dit Europees netwerk komen natuurgebieden voor waarin belangrijke flora en fauna aanwezig zijn, gezien vanuit een Europees perspectief. Met de aanwijzing van Natura 2000-gebieden kunnen flora en fauna duurzaam beschermd worden (www.natura2000.nl).

Binnen de Ontwikkelopgave Natura 2000 van de provincie Overijssel gaat het om 24 Natura 2000-gebieden.Alle Nederlandse Natura 2000-gebieden moeten bijdragen aan het behoud en indien van toepassing het herstel van: 1. de ecologische samenhang van Natura 2000 binnen Nederland en de Europese Unie; 2. de biologische diversiteit en de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn; 3. de natuurlijke kenmerken van het gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; 4. de op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 12

2.2.2 Kaderrichtlijn Water

Naast internationale afspraken over natuur is ook het Europese beleid voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater van belang voor de Ontwikkelopgave Natura 2000. Deze afspraken zijn vastgesteld in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Sinds eind 2000 zorgt de KRW voor een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater. Om dit te bereiken moeten de landen van de Europese Unie een groot aantal maatregelen nemen. Enerzijds om de kwaliteit van de 'eigen' wateren op peil te brengen, anderzijds om ervoor te zorgen dat andere landen geen last meer hebben van de verontreinigingen die hun buurlanden veroorzaken. De KRW beschermt alle grote wateren: rivieren, meren, kustwateren en grondwateren. Een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater draagt bij aan het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden, waaronder die in de provincie Overijssel. Naast een goede kwaliteit wordt met de KRW ook verdroging tegengegaan. Verdroging kan in natuurgebieden de kwaliteit aantasten en bodemdaling, bijvoorbeeld in veengebieden, veroorzaken.

2.2.3 Conclusie

De doelstellingen die met het voorliggende inpassingsplan moeten worden gehaald, geven invulling aan het hier van toepassing zijnde Europees beleid.

2.3

Nationale wetgeving en beleid

2.3.1 Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2017 in werking getreden. In deze wet zijn de oude Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet opgenomen. De wet voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. In de wet worden 945 soorten actief beschermd (planten en dieren). Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, is verboden. Het gaat dan bijvoorbeeld om het plukken van bepaalde planten en het verstoren, verjagen of doden van dieren. In bepaalde situaties mag dit wel, maar daarvoor is dan een ontheffing of vrijstelling nodig. De Flora- en faunawet gaat daarmee uit van het 'nee, tenzij' principe. Ten behoeve van gebiedsbescherming geldt dat voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor beschermde natuur een vergunning nodig is. De wet vormt de wettelijke basis voor de aanwijzing van alle Natura 2000-gebieden en het opstellen van Natura 2000-beheerplannen. Het Natura 2000-gebied "Witte Veen" is op 28 mei 2013 door de staatssecretaris van het Ministerie van Economische Zaken aangewezen als Natura 2000-gebied. In het voorjaar van 2018 is voor een aantal Natura 2000-gebieden, waaronder "Witte Veen", een ontwerpwijzigingsbesluit genomen.

Het betreft een correctie op de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten en heeft betrekking op 15 Natura 2000-gebieden in Overijssel. Voor het Natura 2000-gebied ‘Witte Veen’ zijn de volgende habitattypen toegevoegd: H5130 Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland H6410 Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae) H7120 Aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

13

H7150 Slenken in veengronden met vegetatie behorend tot het Rhynchosporion H91E0 *Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae) In de aan te passen gebiedsanalyses en beheerplannen worden eventuele extra maatregelen beschreven die verwacht worden als gevolg van de toe te voegen natuurwaarden. De voorlopige inschatting is dat het alleen gaat om beheermaatregelen die uitgevoerd moeten worden ter plaatse van de natuurwaarden. De wijziging van het aanwijzingsbesluit brengt (vooralsnog) geen planologische maatregelen met zich mee. Bossen worden in de Wet natuurbescherming beschermd, met name de oppervlakte. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan moet dit op een andere locatie plaats vinden (compensatie). Dit geldt ook bij het rooien en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Voor bos dat gekapt wordt ten behoeve van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden geldt geen herplantplicht. Wel kan er een meldingsplicht gelden of een kapvergunning nodig zijn voor de kap van bomen.

2.3.2 Programma Aanpak Stikstof

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is op 1 juli 2015 in werking getreden. Het PAS bestaat uit twee pijlers die samen zorgen voor het realiseren van de Natura 2000-doelen en ruimte creëert voor economische ontwikkelingen. De eerste pijler betreft de maatregelen om de stikstofemissie te verminderen zodat de stikstofdepositie daalt. Dit is voornamelijk een verantwoordelijkheid van het Rijk. De tweede pijler richt zich op maatregelen die natuurgebieden minder gevoelig maken voor de uitstoot van stikstof. Dat gebeurt door de kwaliteit en omvang van de natuurgebieden actief te verbeteren. Deze maatregelen worden vooral door provincies uitgewerkt. De provincie Overijssel heeft de uitwerking en realisatie van de maatregelen ondergebracht in de Ontwikkelopgave Natura 2000. Een deel van de stikstofdepositie die door het nemen van maatregelen zou worden gecreëerd kon volgens het PAS op voorhand worden gebruikt voor het verlenen van Omgevings- en Wnb-vergunningen voor ontwikkelingen. Het Europees Hof heeft op verzoek van de Raad van State op 19 januari 2019 een prejudicieel advies over het PAS uitgebracht waarin gesteld werd dat dit niet mocht. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State naar aanleiding daarvan een uitspraak gedaan over het PAS. Deze uitspraak laat het doel van de twee pijlers ongemoeid. Daar is dit PIP op gericht.

Het vergeven van ontwikkelruimte voordat onomstotelijk vaststaat dat de natuurmaatregelen gerealiseerd worden én tot positief effect zouden leiden is door de uitspraak onmogelijk geworden.

2.3.3 Beheerplannen Natura 2000

De Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn in Nederland vertaald in de Wet natuurbescherming. Op basis van deze wet moeten het Rijk en/of de provincies voor alle Natura 2000-gebieden een beheerplan vaststellen. In deze beheerplannen wordt ingegaan op de huidige situatie van de gebieden en de beoogde instandhoudingsdoelstellingen. De PAS-gebiedsanalyses zijn opgenomen in de beheerplannen. Naast de stikstofgerelateerde PAS-maatregelen zijn er ook andere maatregelen die genomen moeten worden voor de realisatie van de instandhoudingdoelstellingen. Deze maatregelen zijn ook opgenomen in de beheerplannen en moeten binnen zes jaar na vaststelling van de beheerplannen uitgevoerd zijn. Het beheerplan voor het Natura 2000-gebied "Witte Veen" is in werking getreden op 29 maart 2016 (zie bijlage 2). De maatregelen voor het onderhavige gebied moeten dus voor dus voor 29 maart 2022 gerealiseerd zijn.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 14

2.3.4 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost-Nederland lopen.

Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (nu NNN), inclusief de Natura 2000-gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'-regime. Nieuwe plannen, projecten of handelingen zijn niet toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten ('nee'). Hiervan kan alleen worden afgeweken als er geen reële alternatieven zijn én er sprake is van redenen van groot openbaar belang ('tenzij'). De effecten van een ingreep moeten worden gecompenseerd. Het beheer van het watersysteem is gericht op het meebewegen met natuurlijke processen waar het kan en het bieden van weerstand waar het moet. Daarnaast nemen het Rijk en de waterschappen fysieke maatregelen die de waterkwaliteit en -kwantiteit moeten beschermen en verbeteren.

Om toekomstige kosten en maatschappelijke schade te voorkomen moeten bij ruimtelijke ontwikkelingen de watereffecten worden meegewogen.

2.3.5 Waterwet

De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast zijn het Waterbesluit en de Waterregeling van toepassing. Hierin worden o.a. de begrenzing en de toedeling van oppervlaktewaterlichamen beschreven, de procedurele en inhoudelijke aspecten van/voor: het Nationale Waterplan; het beheerplan voor de Rijkswateren; het Regionaal Waterplan; de implementatie van de Kaderrichtlijn Water; de implementatie van de Richtlijn overstromingsrisico's. Andere aspecten die de Waterwet regelt zijn: vergunningplicht en algemene regels voor het gebruik van rijkswaterstaatswerken, het onttrekken van grondwater, voor het lozen of onttrekken van water aan oppervlaktewater, de wijze waarop een aanvraag om een watervergunning moet worden gedaan, e.d. Het Nationaal Waterplan wordt op basis van de Waterwet eens per 6 jaar opgesteld. Dit plan geeft

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

15

op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water en vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen.

2.3.6 Deltaprogramma

Klimaatverandering heeft op langere termijn gevolgen voor veiligheid en droogte. Daarom is het Deltaprogramma in het leven geroepen: een nationaal programma waarin Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten samenwerken. De juridische grondslag voor het Deltaprogramma is de Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening. De doelen van het Deltaprogramma zijn tweeledig: enerzijds bescherming tegen overstromingen en anderzijds zorgen voor voldoende zoet water. De zomers worden warmer en droger. Het gevolg is dat er soms te weinig zoet water zal zijn. Dat merken dan vooral landbouw, industrie en natuur. Het Deltaprogramma bevat afspraken over de waterbeschikbaarheid van zoet water. Ook zijn het hoofdkeuzen gemaakt voor de aanpak en de richting aan de maatregelen die Nederland hiervoor inzet op de korte en op de lange termijn, de Deltabeslissingen.

Voor Overijssel zijn 5 Deltabeslissingen van belang: Waterveiligheid: nieuwe aanpak voor de bescherming van mensen en economie tegen overstromingen; Zoetwaterstrategie: nieuwe aanpak voor het beperken van watertekorten en het optimaal benutten van zoetwater voor economie en nutsfuncties; IJsselmeergebied: structurerende keuzen voor waterveiligheid en zoetwater in het IJsselmeergebied; Rijn-Maasdelta; structurerende keuzen voor waterveiligheid in de Rijn-Maasdelta; Ruimtelijke Adaptatie: nieuwe en gerichte aanpak voor waterrobuuste en klimaatbestendige (her)ontwikkeling in bebouwd gebied.

2.3.7 Omgevingswet

De nieuwe Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht. De wet zal straks onder andere 26 bestaande wetten op het gebied van onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur bundelen. Doelen van de Omgevingswet zijn: de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar afstemmen; duurzame projecten (zoals windmolenparken) stimuleren; gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte geven om hun omgevingsbeleid af te stemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen. De maatschappelijke doelen van deze wet, zoals deze thans zijn beschreven, zijn gericht op een duurzame ontwikkeling en het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en; doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. Het principe bij het beoordelen van initiatieven is 'ja mits' in plaats van 'nee tenzij'. Naar verwachting treedt de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving in 2021 in werking, maar zowel de inhoud als het tijdspad daarvan zijn (nog) onzeker.

Tijdens het proces van de Ontwikkelopgave Natura 2000 wordt de komst van de Omgevingswet in de gaten gehouden, en waar en wanneer nodig aangesloten op deze wet.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 16

2.3.8 Conclusie

De Ontwikkelopgave Natura 2000 van de provincie Overijssel draagt bij aan de bescherming, het herstel en de versterking van het NNN, waaronder de Natura 2000-gebieden. De benodigde maatregelen voor dit herstel en versterking zijn voor het Natura 2000-projectgebied ‘Witte Veen’ verwerkt in een inrichtingsplan (zie bijlage 1 van de regels). Hierin zijn o.a. de maatregelen uit de beheerplannen opgenomen en nader geconcretiseerd. Met de uitvoering van de maatregelen worden de doelstellingen van de nationale wetgeving en beleid op het gebied van natuur en water gesteund. Het onderhavige inpassingsplan biedt hiervoor de planologisch/juridische basis. Naast dit inpassingsplan zullen ook de eventueel benodigde vergunningen en ontheffingen aangevraagd worden en/of meldingen worden gedaan.

2.4

Duits beleid

2.4.1 Regionaal plan Münsterland

Het plangebied grenst direct aan de Nederlands-Duitse grens. Aan de andere kant van de grens ligt de Duitse regio Münsterland. De regio heeft in 2013 het Regionaal plan Münsterland vastgesteld. Hierna zijn nog enkele wijzigingen doorgevoerd. De laatste versie is van 9 april 2019. In het regionaal plan worden de ruimtelijke en structurele ontwikkelingen in de regio gedefinieerd. Het plan vormt een kader met randvoorwaarden voor ontwikkelingen in het buitengebied van de regio en de stad Münster. Op onderstaande afbeelding is weergegeven wat de functie van de gebieden direct grenzend aan Witte Veen is. Het betreft voornamelijk bosgebieden, natuurbeschermingsgebieden en gebieden ter bescherming van landschap. Deze gebieden zijn door middel van bepalingen in het regionaal plan beschermd. Van belang is bijvoorbeeld dat de structuren in de gebieden niet worden aangetast door ontwikkelingen, dat er in het geval van bosgebieden sprake moet zijn van ecologisch verantwoorde en duurzame bosbouw en dat ruimtelijke ontwikkelingen altijd rekening moeten houden met voorkomende soorten en biotopen.

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

17

Figuur 2.1: uitsnede grafische weergave van Regionaal Plan Münsterland

2.4.2 Conclusie

Met het opstellen van dit inpassingsplan is rekening gehouden met het regionale Duitse beleid. De maatregelen die door dit plan mogelijk worden gemaakt zijn niet conflicterend met de bepalingen in het regionaal plan van Münsterland.

2.5

Provinciaal beleid

2.5.1 Omgevingsvisie en –verordening Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is een structuurvisie en presenteert het provinciaal belang en beleid in de fysieke leefomgeving. Hierin staan de ambities en doelstellingen voor de lange termijn. Tevens is beschreven op welke wijze de provincie Overijssel haar rol in de ruimtelijke ordening vervult. Om de Omgevingsvisie uit te kunnen voeren, hebben Provinciale Staten op 12 april 2017 behalve de Omgevingsvisie ook een Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsverordening bevat o.a. regels voor gemeentelijke ruimtelijke plannen, grondwaterbescherming, bodemsanering en ontgrondingen, kwantitatief en kwalitatief waterbeheer en verkeer (provinciale wegen en scheepvaartwegen). Natuurbeleid De provinciale ambitie voor natuur is als volgt omschreven: "Inzet is het ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit als ruggengraat van Overijssel. Het NNN zien we daarin als een integrale opgave: het gaat niet alleen om het bevorderen van de biodiversiteit, maar ook om het bevorderen van de ruimtelijke continuïteit en de toegankelijkheid en beleving van de natuur. Om

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 18

natuurlijke processen weer vrij spel te geven, streven we naar grote aaneengesloten en verbonden gebieden. Integratie van de natuuropgave in een bredere gebiedsopgave biedt de mogelijkheid om de natuur een duidelijk gezicht te geven. De kwaliteit van de randen van de natuurgebieden, de uitstraling van de natuurgebieden én het besef van massa en robuustheid van de natuurgebieden kunnen hierdoor worden vergroot. Aan de randen van de natuur kunnen recreatieaccommodaties, toeristische voorzieningen, bijzondere woonvormen en streekgebonden landbouwproducten voortbouwen op deze kwaliteiten. Nabijgelegen dorpen en steden willen we als 'poorten' naar de natuur ontwikkelen en zo veel beter verbinden met de natuurgebieden 'om de hoek'." Het provinciaal belang is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden. Dat houdt een gezonde en aantrekkelijke natuur voor mensen, dieren en planten in, een natuur die beleefd en gebruikt kan worden, kan profiteren van (economische) ontwikkelingen en rijk is aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden.

Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan (het 'nee, tenzij'-principe). In de Uitwerkingsgebieden Ontwikkelopgave Natura 2000 neemt de provincie (herstel)maatregelen om de juiste terreincondities voor de gestelde Natura 2000-doelen te realiseren. Als bij de uitwerking van de doelen en de benodigde maatregelen blijkt dat deze alleen kunnen worden gerealiseerd door de bestemming van gebieden te veranderen, dan zullen de gebieden een passende bestemming krijgen en hiervoor ingericht worden. De overige hectares blijven agrarisch en worden uit het NNN gehaald wanneer duidelijk is dat ook na het nemen van maatregelen ten behoeve van nabijgelegen Natura 2000-gebieden landbouwkundig gebruik mogelijk is. De omvang en het tempo waarin deze bestemmingswijziging en inrichting plaats vinden zijn bepaald in de beheerplannen Natura 2000. Om de maatregelen tijdig te realiseren, worden de beschikbare instrumenten maximaal ingezet.

In de Omgevingsverordening wordt voor het NNN het volgende beschermingsregime beschreven: "Bestaande NNN-gebieden moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden; Nog te realiseren NNN-gebieden die nog niet zijn aangekocht en/of afgewaardeerd moeten een bestemming krijgen die mede gericht is op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de actuele natuurwaarden van deze gebieden; Nog te realiseren NNN-gebieden die al wel zijn aangekocht en/of afgewaardeerd en ook beschikbaar zijn moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden." Waterbeleid In de Omgevingsvisie staat de ambitie voor het regionaal waterbeheer als volgt omschreven: "Watersystemen met een goede ecologische en chemische kwaliteit, die voor de lange termijn klimaatbestendig en veilig zijn." Het waterbeheer in Overijssel is gericht op een goede bewoonbaarheid en bewerkbaarheid van het land door het bieden van bescherming tegen overstroming, wateroverlast en (perioden van) droogte én het in stand houden of creëren van optimale watercondities voor functies zoals landbouw, wonen, natuur en scheepvaart. Daarbij zijn wel grenzen aan wat mogelijk is.

Door de klimaatverandering is het nodig om breder naar waterbeheer te kijken dan tot nu toe gebruikelijk. Er zijn op meerdere terreinen maatregelen noodzakelijk. Alleen dan is een toekomstbestendig beheer van alle oppervlaktewateren en het grondwater (de watersystemen) mogelijk. Bij de inrichting en het beheer van de watersystemen houdt de provincie Overijssel rekening met de gevolgen van klimaatverandering op lange termijn (veiligheid, wateroverlast, hittestress en droogte). De komende jaren werkt de provincie samen met waterbeheerders, Rijk, gemeenten, maatschappelijke organisaties en private partijen om de deltabeslissingen te implementeren. Bij de uitvoering van 'waterwerken' benut de provincie Overijssel kansen om de ruimtelijke

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

19

kwaliteit te versterken. De (her)inrichting wordt ook als een ontwerpopgave beschouwd en de provincie investeert in vormgeving en inpassing in het landschap. Belangrijk daarbij is het verhogen van de zichtbaarheid en de beleefbaarheid van het watersysteem. Ook is dit een kans om te zoeken naar combinaties met andere (water)opgaven, zoals het verbeteren van de zoetwatervoorziening. De KRW schept basisvoorwaarden voor ecologisch goed functionerende watersystemen en vraagt speciale aandacht voor gebieden met een beschermde status. In Overijssel zijn dit onder andere de Natura 2000-gebieden. Hier geldt de KRW-basisverplichting om achteruitgang te voorkomen. In aparte beheerplannen worden door de provincie voor deze gebieden de doelen en de daarvoor benodigde maatregelen uitgewerkt. De provincie Overijssel verwerkt samen met de waterschappen in Overijssel de KRW in beleid voor de wateren in beheer bij de waterschappen en provincie. De Omgevingsverordening Overijssel geeft regels voor het omgaan met water. Het gaat om regels en bepalingen voor zowel het kwantitatief en kwalitatief omgaan met water. Ook zijn bepalingen opgenomen die toezien op de veiligheid, deze kunnen ingezet worden om bescherming te bieden tegen overstroming en wateroverlast.

In de verordening worden onder andere de volgende punten genoemd: "Voor de ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat bestemmingsplannen voorzien in een aanduiding voor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor de drinkwatervoorziening; Door klimaatverandering neemt de kans op overstroming en wateroverlast toe. Daarom zijn primaire watergebieden en waterbergingsgebieden aangewezen als gebieden waarin water in extreme situaties kan worden vastgehouden om te voorkomen dat waterafvoersystemen overbelast raken en er wateroverlast optreedt op plekken waar dit meerschade toebrengt. Hier mag worden gebouwd mits hierdoor het waterbergend vermogen niet wordt aangetast. Daarbij geldt voorts wel dat nieuwe Daarbij geldt wel dat nieuwe kapitaalintensieve functies zoveel mogelijk worden geweerd in verband met schadekosten."

2.5.2 Natuurbeheerplan Overijssel

In het Natuurbeheerplan zijn gebieden aanwezen waar natuur- en landschapsbeheer met subsidies uit het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) wordt gestimuleerd. Het gaat hierbij om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, agrarische natuur, landschapselementen en de Natura 2000-gebieden. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden. Ook zijn in het Natuurbeheerplan de KRW-doelen opgenomen. Daarnaast is aangegeven welke kosten de provincie financiert voor de ontwikkeling en het beheer van natuur door middel van subsidies. Gedeputeerde Staten hebben op 24 april 2018 het Natuurbeheerplan 2019 vastgesteld. De basis voor het Natuurbeheerplan vormt de Index Natuur en Landschap. Deze index is een landelijke uniforme en sterk gestandaardiseerde "natuurtaal" waarin de Nederlandse natuur- en landschapselementen zijn vastgelegd. De belangrijkste doelen voor natuur en landschap in het "Witte Veen" zijn:

2.5.3 Conclusie

Met het opstellen van dit inpassingsplan voor het gebied rondom het "Witte Veen" wordt invulling gegeven aan de provinciale verantwoordelijkheid ten aanzien van het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen. In het plan is rekening gehouden met o.a. het ruimtelijke provinciale beleid. De te treffen maatregelen zoals concreet weergegeven in het inrichtingsplan (zie bijlage 1 bij de regels) zijn in overeenstemming met dat beleid.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 20

2.6

Waterschapsbeleid

2.6.1 Stroomgebiedbeheerplan

Met de invoering van de KRW is Nederland verdeeld in zeven deelstroomgebieden (Maas, Schelde, Eems, Rijn-Noord, Rijn-Midden, Rijn-Oost, Rijn-West). De provincie Overijssel ligt geheel in het deelstroomgebied Rijn-Oost. Per stroomgebied is er een stroomgebiedbeheerplan vastgesteld. Een stroomgebiedbeheerplan bevat de kaders en voornemens voor het waterbeleid. Het stroomgebiedbeheerplan voor de periode 2016-2021, waarbinnen ook het Natura 2000-gebied "Witte Veen" is gelegen, is op 7 oktober 2015 door de volgende Waterschappen vastgesteld: Waterschap Vechtstromen, Waterschap Drents Overijsselse Delta en Waterschap Rijn en IJssel. De maatregelen voor gunstige watercondities in Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in de factsheets van het meest relevante KRW-waterlichaam en in het maatregelprogramma bij de stroomgebiedbeheerplannen. Een stroomgebiedbeheerplan wijkt qua systematiek, begrenzing en juridische verankering af van het Natura 2000-beheerplan. Indien er voor het Natura 2000-gebied strengere waterkwaliteitsvereisten gelden dan in het stroomgebiedbeheerplan is opgenomen, dan gaan de Natura 2000-eisen voor. Een belangrijk onderdeel van de Natura 2000-eisen is hydrologisch herstel rond de Natura 2000-gebieden, omdat daarmee de gevoeligheid van die natuur voor stikstofdepositie kleiner wordt.

In het stroomgebiedbeheerplan is aangegeven dat het Waterschap voor de maatregelen in het kader van Natura 2000 het spoor volgt van de Natura 2000-beheerplannen.

2.6.2 Waterbeheerplan

Waterschappen hebben speciale taken voor water, namelijk het zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, het zorgen voor een functionerend regionaal watersysteem en het zuiveren van afvalwater. In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap op welke wijze hier invulling aan wordt gegeven en komen in hoofdlijnen de hiervoor benodigde maatregelen aan de orde. De toenmalige waterschappen Vechtstromen, Reest en Wieden, Groot Salland en Rijn en IJssel hebben gezamenlijk het Waterbeheerplan 2016-2021 opgesteld. Hierin staat dat de waterschappen voor de Natura 2000-gebieden de GGOR-maatregelen bepalen, als onderdeel van het door de provincies geregisseerde gebiedsproces. GGOR staat voor Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime. GGOR-maatregelen zijn hydrologische maatregelen op inrichtingsniveau, die zich richten op de inrichting van de waterhuishouding in een gebied. Hierbij worden uiteraard de omliggende landbouwgebieden nauw betrokken, want voor een optimale landbouw zijn goede watercondities nodig. Tevens is aandacht besteed aan de verdroging van natuurgebieden. In de afgelopen periode hebben de waterschappen voor de Natura 2000-gebieden de GGOR-maatregelen bepaald t.b.v. het opstellen van de inrichtingsplannen.

De uitvoering van deze maatregelen vindt de komende jaren plaats, onder de voorwaarden dat: het provinciale beheerplan voor het betreffende gebied definitief is vastgesteld; er geen obstakels zijn in de grondverwerving en ruimtelijke procedures; er afspraken zijn tussen provincie en het waterschap over de financiering van de maatregelen.

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

21

2.6.3 Keur

Waterschappen stellen een Keur vast. Dit is een verordening met regels voor waterkeringen, watergangen en waterstaatswerken. Voor (bouw)werkzaamheden in de nabijheid van een oppervlaktewater of een dijk is een keurvergunning of keurontheffing van het waterschap nodig. Het waterschap onderzoekt hoe en wat de nadelige gevolgen zijn voor het water of voor de dijken. Zijn de gevolgen acceptabel, dan wordt onder strikte voorwaarden een vergunning of ontheffing afgegeven. Voor sommige werkzaamheden zijn algemene regels beschikbaar. Als aan deze regels wordt voldaan, is er geen vergunning of ontheffing nodig, waarbij de werkzaamheden wel bij het waterschap moeten worden gemeld. In het gebied waar de waterbeheerder de (bestaande) natuurdoelen ondersteunt ligt de verantwoordelijkheid van het watersysteem bij het waterschap en is vastgelegd in de Keur. Het betreft hier de watersystemen van de Buurserbeek en de Hegebeek. De Buurserbeek valt onder het waterschap Rijn en IJssel, de Hegebeek onder het waterschap Vechtstromen. Beide beken met hun aantakkingen die op de legger zijn opgenomen vallen onder de werking van de Keur.

Figuur 2.2: leggers van Vechtstromen (links) en Rijn en IJssel (rechts), rood omlijnd is het Natura 2000-gebied (Bron: websites waterschappen)

2.6.4 Conclusie

Met het opstellen van dit inpassingsplan is rekening gehouden met het waterschapsbeleid.

2.7

Gemeentelijk beleid

In het gemeentelijk ruimtelijk beleid zijn met name structuurvisies, beheersverordeningen en bestemmingsplannen belangrijke instrumenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het in lijn brengen van hun bestemmingsplannen en structuurvisies met de Natuurbeschermingswet en de Natura 2000-beheerplannen. Het Natura 2000-gebied "Witte Veen" ligt op het grondgebied van de gemeente Haaksbergen.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 22

2.7.1 Gemeente Haaksbergen

Structuurvisie De structuurvisie is op 5 maart 2014 vastgesteld en is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 met een doorkijk naar 2030. De visie geeft in hoofdlijnen aan hoe de gemeente omgaat met de thema's infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. De details per thema zitten in de onderliggende sectorale beleidsnota's. In het plan staan negen concrete ambities. Voor de Ontwikkelopgave Natura 2000 zijn er twee relevant: Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Haaksbergen wil de NNN-natuurgebieden koesteren. Uitbreiding van bedrijfsmatige (agrarische) activiteiten is rondom deze gebieden niet aan de orde. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem. Bij de ontwikkeling van Haaksbergen zijn in de afgelopen decennia veel kenmerken van het oorspronkelijke landschap verdwenen. Het reliëf werd vaak geëgaliseerd en beken werden omgevormd tot rechte sloten en singels, of het water werd ondergronds afgevoerd in rioolbuizen. Door de klimaatverandering worden de pieken in de neerslag groter, en wordt het vasthouden en bergen van water belangrijker, voordat het kan worden afgevoerd. Dat betekent dat het watersysteem van Haaksbergen moet worden aangepast aan de eisen van de tijd.

Landschapsontwikkelingsplan De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben gezamenlijk een landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. Het is een samenhangende visie op de kwaliteit van het landschap en geeft de bouwstenen en inrichtingsprincipes aan voor de ontwikkeling van het landschap. Het LOP geeft antwoord op de vraag hoe de landschappelijke kwaliteiten belevingswaarde, cultuurhistorie, natuur en recreatieve waarde - gewaarborgd kunnen worden en hoe het ruimtelijk beleid en ontwikkelingen voor een vitaal platteland kunnen bijdragen aan de positieve ontwikkeling van het landschap. In het LOP worden vier thema's voor de ontwikkeling van het landschap genoemd: behoud en versterking van waardevolle ensembles; landschappelijke versterking van het watersysteem; zorg voor het agrarisch werklandschap; inpassen van kernen en routes. In het plan staan maatregelen genoemd waarmee de opgave actief kan worden opgepakt en welke ontwikkelingen waar relevant kunnen worden ingepast. Integrale gebiedsuitwerking landelijk gebied Om de ontwikkeling van het landelijk gebied daadwerkelijk in gang te zetten is een integrale gebiedsuitwerking opgesteld. Het is een uitwerking van het Reconstructieplan op deelgebiedniveau en bevat een analyse van de problematiek in het landelijk gebied en een visie inzake de gewenste oplossingen en maatregelen en een bijbehorend uitvoeringsprogramma.

Het landelijk gebied van Haaksbergen is divers en heeft uiteenlopende kernkwaliteiten. De diversiteit moet worden versterkt. In het westelijk deel van de gemeente heeft de landbouw het primaat, in het oostelijk deel natuur en recreatie. Aan de oostzijde van de gemeente (onder andere in de omgeving van "Witte Veen") draagt de ontwikkeling van nieuwe landgoederen en nieuwe natuur bij aan de versterking van de daar aanwezige natuurwaarden. In dit gebied worden Natuurnetwerk Nederland en ecologische verbindingszones gerealiseerd.

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

23

2.7.2 Conclusie gemeentelijk beleid

Met het opstellen van dit inpassingsplan voor het "Witte Veen" wordt invulling gegeven aan onder andere het gemeentelijke natuurbeleid. De te treffen maatregelen zoals concreet weergegeven in het inrichtingsplan (zie bijlage 1 bij de regels) zijn in overeenstemming met dat beleid.

P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 24

Hoofdstuk 3 Gebied en planbeschrijving

3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de inhoud van het plan beschreven waarvoor dit inpassingsplan is opgesteld. In eerste instantie wordt ingegaan op het ontstaan en de huidige (planologische) situatie van het plangebied. Vervolgens is op basis van geldende wetgeving en beleid de opgave voor het gebied rondom het "Witte Veen" bepaald. Vervolgens wordt in dit hoofdstuk beschreven hoe deze opgave verder is uitgewerkt en welke maatregelen uitgevoerd moeten worden om de instandhoudingsdoelstellingen van het deelgebied te behalen.

3.2

Ontstaan en huidige situatie van het plangebied

Rondom en in de omgeving van het "Witte Veen" stromen meerdere beken vanaf het Oost-Nederlands plateau en de Oldenzaalse stuwwal richting het noordwesten. Het Oost-Nederlands plateau is een licht glooiende hoogte die is ontstaan in de ijstijd. De ondergrond bestaat uit ondoorlatende lagen van keileem en grondmorene. Het plateau vormt de bovenloop en het brongebied van vele beeklopen die noordwestwaarts afstromen. Langs de beken ontstonden nederzettingen met landbouwgronden; essen en kleinere kampen. Het onland was in gemeenschappelijk gebruik als veld voor het vee en de plaggen. In gebieden waar het water niet kon afstromen zijn ooit uitgestrekte venen gevormd waarvan het "Witte Veen" slechts niet-ontgonnen restanten zijn. De vele beken in de drie gebieden liggen vrijwel parallel aan elkaar tussen de zandruggen. In dit landschap ontstonden gemengde boerenbedrijven met een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Langs de beken lagen hooilanden, weidegronden en werd vlas geteeld. Door kanalisatie van de beken zelf en de mogelijkheid tot peilbeheersing, zijn de beekdalen vaak niet meer als zodanig herkenbaar. Het Natura 2000-gebied "Witte Veen" grenst aan het Duitse Witte Venn. In het gebied ligt oude, tertiaire klei dicht onder het aardoppervlak. Door de stugge, sterk kleiige keileem als grondmorene vindt alleen zijdelingse waterafvoer plaats.

Als gevolg van dit watersysteem is een kleine actieve hoogveenkern ontstaan. Daarnaast is er in het "Witte Veen" een hoogveenbos met vochtige heide. Aan de randen gaat dit over in een kleinschalig complex met droge en vochtige heide met vennen en bossen en graslanden. Het gebied behoort tot het type natte zandlandschap, wordt aangetroffen op de hogere zandgronden De bodem bestaat veelal uit veldpodzolgronden. In het centrum van het hoogveenrestant liggen veengronden. In de natste delen gaat het om vlietveengronden. De bodem bestaat hier uit een waterrijke, gereduceerde, ongerijpte, slappe veenmassa. Het "Witte Veen" ligt op de waterscheiding van de stroomgebieden van de Hegebeek in het noorden en de Buurserbeek in het zuiden. Het noordelijk deel van het "Witte Veen", inclusief de hoogveenkern, het noordelijke grensven en het Duitse deel, wateren af in de richting van de Hegebeek. Gedeeltelijk hoort dit bij de natuurlijke situatie. Plaatselijk is echter sprake van een versterkte oppervlakkige afvoer. Aan de noordzijde van het veen is in 2000 een kade aangelegd die de oppervlakkige afstroming tegengaat. Het zuidelijke bosgebied en het zuidelijke grensven

NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01

25

wateren af op de Buurserbeek. Voor het realiseren van de instandhoudingsdoelen zijn maatregelen in de waterhuishouding onontbeerlijk. Naast de waterhuishouding is de atmosferische stikstofdepositie een belangrijk knelpunt. Te lage grondwaterstanden, vergrassing en opslag van bomen leiden tot een afname van de kwaliteit van de habitattypen. Enkele habitattypen komen in een zeer klein oppervlak voor. Dat maakt deze habitattypen zeer kwetsbaar.

3.3

Huidige planologische situatie

De navolgende beschrijving heeft betrekking op het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Haaksbergen, dat in 2013 is vastgesteld. Deels is goedkeuring onthouden aan het plan, met name aan de gebieden die zijn aangewezen als "uitwerkingsgebied ontwikkelingsopgave Natura 2000". Op 01-11-2017 heeft de gemeente het bestemmingsplan "Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1" vastgesteld, waarin deze gronden de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur en Landschap' hebben gekregen. Dit betreft de witte delen op onderstaande plankaart. Onderstaande afbeelding maakt de relevante bestemmingen voor dit inpassingsplan inzichtelijk.

Figuur 3.1. Bestemmingen Buitengebied Haaksbergen 2000-gebied (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl )

(2013),

rood

omlijnd

is

het Natura

De gronden met hoofdzakelijk agrarisch gebruik, die tevens landschappelijke waarden bezitten, zijn bestemd als 'Agrarisch met waarden - Natuur en Landschap'. Binnen deze bestemming dient het agrarisch gebruik mede afgestemd te worden op het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden. In de regels staat een aanlegvergunningenstelsel om te voorkomen dat de aanwezige natuur- en landschapswaarden op deze gronden onevenredig aangetast worden. Verder bevatten de regels een wijzigingsbevoegdheid voor het college van Burgemeester en wethouders om agrarische gronden om te zetten naar bijvoorbeeld de bestemmingen 'Bos', 'Natuur' en 'Water'. Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden vindt een evenredige belangenafweging plaats, waarbij onder andere gelet wordt op waterhuishoudkundige, archeologische en ecologische aspecten. 'Bos' en 'Natuur' zijn aparte bestemmingen. Bij de bestemming 'Bos' is het huidig gebruik leidend. Deze bestemming is toegekend aan alle bosgebieden in het plangebied met een ondergrens van 0,25 ha. Ook enkele landschapselementen vallen binnen deze bestemming. Het beleid is gericht op het behoud van de landschappelijke en natuurlijke waarden en daarnaast op houtproductie, bosbouw, aanplant, houtoogst en recreatief medegebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9584660/1