EDOP-#6082718-v1-Provinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte Veen Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Datum: Status: Identificatienummer:
06-11-2020 ontwerp NL.IMRO.9923.ipWitteveen-on01
Het Provinciaal Inpassingsplan (PIP) Provinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte Veen is opgesteld door:
en:
In samenwerking met:
Samen economisch sterker, met de kracht van de natuur Overijssel telt 24 natuurgebieden die zo bijzonder zijn, dat ze zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-programma stelt ons in staat om samen te werken aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur. Dat is geen luxe, maar pure noodzaak. Provincie, andere overheden en natuur- en belangenorganisaties hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het leefgebied van zeldzame dieren en planten te verbeteren, voor nu en in de toekomst. Met maatwerk maken we de natuur veerkrachtig en weerbaar tegen invloeden van buiten, zoals verdroging en de uitstoot van stikstof. Waar nodig wordt de bestemming en/of het gebruik gewijzigd en planologisch vastgelegd in een ruimtelijk plan. De maatregelen kunnen effect hebben op de gronden in de directe omgeving van de Natura 2000-gebieden. Samen met de grondeigenaren zorgen we voor een passende oplossing voor hun toekomst.
Meer informatie over Provinciale Inpassingsplannen Natura 2000? Kijk ook op: www.overijssel.nl/natura2000Of neem contact op via: natura2000pip@overijssel.nl onder vermelding van het betreffende Natura 2000-gebied.
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de regels
5
Bijlage 1
Inrichtingsplan
6
Bijlage 2
Inrichtingsplan Witte Veen interne maatregelen Natuurmonumenten
430
NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01
3
P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 4
Bijlagen bij de regels
NL.IMRO .9923.ipWitteveen-on01
5
Bijlage 1
Inrichtingsplan
P IP P rovinciaal inpassingsplan Natura 2000-gebied Witte V een 6
Inrichtingsplan Witte Veen Uitwerkingsgebieden extern in het kader van Natura 2000
Colofon Titel
Inrichtingsplan Witte Veen Uitwerkingsgebieden extern in het kader van Natura 2000
Opdrachtgever
Gemeente Haaksbergen, namens Projectgroep Natura 2000 Haaksbergen
Opgesteld door
Pratensis Einsteinstraat 12a 7601 PR Almelo www.pratensis.nl info@pratensis.nl
Status Versie Datum
Definitief 1.1 2 september 2020
De projectgroep Natura 2000 Haaksbergen heeft op 12 februari 2019 ingestemd met Inrichtingsplan Witte Veen versie 1.0. De bestuurlijke adviesgroep Natura 2000 Haaksbergen heeft op 11 maart 2019 ingestemd met Inrichtingsplan Witte Veen versie 1.0 met inachtneming van het volgende: De gebiedspartijen hebben aangegeven dat een nadere uitwerking nodig was voor maatregel M2, het verondiepen van de Hegebeek. Deze nadere uitwerking is uitgevoerd en verwerkt in dit inrichtingsplan, versie 1.1. De bestuurlijke adviesgroep heeft mandaat gegeven aan de projectgroep om het geactualiseerde inrichtingsplan te behandelen. De projectgroep heeft op 24 juli 2020 ingestemd met Inrichtingsplan Witte Veen versie 1.1.
Disclaimer De uitgewerkte maatregelen in dit inrichtingsplan worden waar nodig in de realisatiefase nader gedetailleerd. Voordat de maatregelen kunnen worden uitgevoerd moet er overeenstemming zijn met de grondeigenaren/ eindbeheerders en moeten de benodigde vergunningen zijn verleend. Dit kan, binnen de kaders van Natura 2000, nog tot (kleine) wijzigingen leiden.
2
Voorwoord Inrichtingsplannen klaar voor de volgende stap richting uitvoering! Met het Witte Veen, Buurserzand en Haaksbergerveen hebben we in Haaksbergen een paar natuurparels in huis waar ruimte is voor bijzondere flora en fauna zoals de jeneverbes en de kamsalamander. Deze prachtige natuurgebieden hebben ook een grote aantrekkingskracht op recreanten, die genieten van de vogels, dieren en bijzondere planten die in het gebied voorkomen. Het is dankzij deze bijzondere, maar ook kwetsbare natuur dat het Witte Veen, Buurserzand en Haaksbergerveen de status Natura 2000-gebied hebben. Iets om trots op te zijn en om te bewaren! Dat gaat natuurlijk niet vanzelf. Hoe we het Witte Veen klaar willen stomen voor de toekomst hebben we weergegeven in dit inrichtingsplan Witte Veen. Ik ben blij dat ik u dit inrichtingsplan kan presenteren. Omdat de drie gebieden zo bijzonder zijn verdienen ze ook bijzondere aandacht. De kwetsbare natuur moet worden beschermd tegen negatieve invloeden, zoals verdroging, stikstof en verzuring. We gaan daarom samen met onze gebiedspartners aan de slag om de gebieden veerkrachtiger te maken tegen de invloeden van buitenaf. Zo behouden we deze gebieden voor de toekomst én kunnen economische ontwikkelingen blijven plaatsvinden. Want dat is belangrijk bij Natura 2000-gebieden: een goede balans tussen natuur en de omliggende economie.
Vanuit onze rol als trekker van dit project hebben wij nadrukkelijk gekeken naar de behoeften en belangen van alle partijen en naar de impact van de maatregelen. In dit inrichtingsplan staat beschreven met welke maatregelen we de komende periode aan de slag gaan. Dit inrichtingsplan is het resultaat van een intensief gebiedsproces in de periode 2015-2020 met de gebiedspartners LTO Noord, Provincie Overijssel, Waterschap Rijn & IJssel, Waterschap Vechtstromen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de gemeente Haaksbergen. We hebben geprobeerd om met oog en respect voor ieders belang en in overleg met alle partijen een plan op te stellen, waar natuur en economie baat bij hebben. We hebben geluisterd, onderzocht, gewikt en gewogen en zijn trots op dit inrichtingsplan dat wij nu aan u kunnen voorleggen. We spreken onze waardering uit voor de grondeigenaren en -gebruikers die lang onzekerheid hebben gehad over de maatregelen en effecten. Nu het inrichtingsplan Witte Veen klaar is wordt de uitvoering van de maatregelen verder voorbereid. Daarbij blijven we in contact met de omgeving om zoveel mogelijk rekening te houden met de belangen van gebruikers van het gebied en omwonenden.
Jan Herman Scholten Wethouder gemeente Haaksbergen Bestuurlijk trekker Gebiedsproces Natura 2000 Ontwikkelopgave Haaksbergen
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................... 5
1.1
Kenschets Witte Veen ....................................................................................... 5
1.2
Natura 2000 ................................................................................................... 7
1.3
Natura 2000-beheerplan Witte Veen ...................................................................... 7
1.4
Status en afbakening inrichtingsplan...................................................................... 8
1.5
Leeswijzer ..................................................................................................... 8
2
Gebiedsopgave ....................................................................................... 9
2.1
Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000-beheerplan ............................................... 9
2.2
Maatregelen Natura 2000-beheerplan .................................................................. 11
2.3
Overige opgaven en/of kansen ........................................................................... 12
3
Werkwijze gebiedsproces .........................................................................13
3.1
Akkoord ‘Samen Werkt Beter’ in Overijssel ............................................................ 13
3.2
Uitkomst Verkenningsfase ................................................................................ 13
3.3
Planvormingsfase ........................................................................................... 13
3.4
Communicatie .............................................................................................. 15
4
Onderzoeken ........................................................................................16
4.1
Ecohydrologische systeemanalyse Witte Veen ......................................................... 16
4.2
Hydrologisch onderzoek randzone Witte Veen ........................................................ 16
4.3
Onderzoek randsloot Natuurdriehoek ................................................................... 17
4.4
Nadere uitwerking Hegebeek ............................................................................. 17
5
Uitwerking maatregelen uitwerkingsgebieden .................................................18
6
Effecten van maatregelen .........................................................................21
6.1
Hydrologische effecten op natuur ....................................................................... 21
6.2
Hydrologische effecten op gronden in de omgeving .................................................. 23
6.3
Hydrologische effecten op bebouwing en infrastructuur ............................................ 24
7
Voorstel toekomstige bestemming ...............................................................26
8
Doorkijk naar realisatiefase.......................................................................28
8.1
Borging en vergunningen .................................................................................. 28
8.2
Uitvoering ................................................................................................... 28
8.3
Schadeafhandeling ......................................................................................... 28
8.4
Monitoring ................................................................................................... 29
9
Bronnen ..............................................................................................30
4
1
Inleiding
Voorliggend inrichtingsplan betreft de maatregelen in de uitwerkingsgebieden rondom het Natura 2000-gebied Witte Veen. Allereerst wordt in dit hoofdstuk een indruk van het Witte Veen gegeven om vervolgens in te gaan op Natura 2000 en de status en afbakening van het plan. Tot slot geeft de leeswijzer de opbouw van dit inrichtingsplan.
1.1
Kenschets Witte Veen
Het Witte Veen is een hoogveen- en heidegebied met vennen. Het Witte Veen vormt samen met het Duitse Witte Venn een aaneengesloten grensoverschrijdend natuurgebied. Het gebied heeft een variëteit aan habitattypen en is volop in ontwikkeling. Veel voormalige landbouwgronden zijn afgegraven en er zijn dammen aangelegd om water vast te houden. In figuur 1.1 is de ligging van de verschillende deelgebieden van het Witte Veen weergegeven (Provincie Overijssel, 2016). Hegebeek De Hegebeek stroomt in het noorden van het Witte Veen (figuur 1.2 midden). In het Bramerveld, liggen enkele oude heidekernen, veel voormalige landbouwgronden en enkele bosjes. Voor de realisatie van een boomkikkerbiotoop is in een slenk de toplaag afgegraven en zijn drie kleine vennetjes ontstaan door de aanleg van dammen. Ook is er een ontwikkeling richting heischraal grasland / schraalgrasland gaande. Hoogveenrestant In het noordoosten, tegen de Duitse grens, ligt een hoogveenrestant, waar in 2007 (damwand)kaden zijn aangelegd om het water langer vast te houden (figuur 1.2 rechts). Ten zuiden van het hoogveenrestant ligt een bosgebied met een combinatie van naald- en loofhout. Op de grens met Duitsland liggen twee vennen in een heidegebied en venige laagten. De slenken bij de Wargerinkweg bestaat uit heide, met een klein hoogveenvennetje en enkele bosjes.
Figuur 1.1
Kaart met toponiemen in en rondom het Witte Veen en de huidige ontwatering.
5
Figuur 1.2
Indruk van het natuurgebied Witte Veen: rug met struikheide en op de voorgrond een zuur ven (links), de Hegebeek (midden) en herstellend hoogveen (rechts).
Heischraal grasland De Natte Weide is voormalig landbouwgebied en door de aanleg van een dam is in het westelijk deel een plas ontstaan. Langs de Witteveenweg ligt de Natuurdriehoek welke in 2003 is afgegraven en waar o.a. droog en vochtig heischraal grasland tot ontwikkeling komen. Boomkikkers In het Markslag in het zuidelijk deel van het gebied is een basisbiotoop voor de boomkikker aangelegd in 1990. De boomkikkers die zich hier aanvankelijk vestigden zijn inmiddels verdwenen. In 2000 is een nieuw basisbiotoop aangelegd en hier is een populatie boomkikkers aanwezig. Aan de zuidzijde van het Witte Veen is veel bos aanwezig. Bij de Buurserbeek ligt een heideterrein en twee vochtige slenken, zie figuur 1.2 links (Bell Hullenaar, 2018). Omgeving Het Witte Veen en het Duitse Witte Venn vormen samen met onder andere het Haaksbergerveen, het Aamsveen, het Gelderse Wooldse Veen (GLD) en het Drentse Bargerveen een keten van hoogvenen op de Nederlands/Duitse grens. De ecologische samenhang met de omringende natuurgebieden is van nationaal en internationaal belang. In het gebied is oude, tertiaire klei dicht onder het aardoppervlak gelegen met daaronder een stugge, sterk kleiige keileem. Hierdoor vindt alleen laterale waterafvoer plaats omdat grondwater nauwelijks infiltreert in de klei en keileem.
Door vervening is het hoogveen grotendeels verdwenen, waarbij in de huidige situatie alleen in het Witte Veen nog een veenpakket aanwezig is (Provincie Overijssel, 2016). Het Witte Veen is bijna 300 ha groot en ligt in het zuidoosten van Twente, in de gemeente Haaksbergen. Natuurmonumenten is eigenaar en beheerder van het Witte Veen. Het noordelijk deel ligt in het beheergebied van Waterschap Vechtstromen en het zuidelijk deel is het beheergebied van Waterschap Rijn en IJssel (figuur 1.3).
6
Figuur 1.3
1.2
Ligging en begrenzing Natura 2000-gebied Witte Veen (groen) met daaromheen het uitwerkingsgebied (geel) en het Duitse Natura 2000-gebied Witte Venn.
Natura 2000
Natura 2000 is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden dat zich richt op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in Europa. Het omvat alle natuurgebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Deze Europese richtlijnen bepalen dat lidstaten bepaalde planten-, diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) moeten beschermen om de biodiversiteit te behouden en om verdere teruggang te voorkomen. Deze richtlijnen zijn per Natura 2000-gebied vertaald in een aanwijzingsbesluit en een Natura 2000-beheerplan. In Nederland zijn ruim 160 gebieden aangemeld als Natura 2000-gebied, waarvan 24 in de provincie Overijssel.
1.3
Natura 2000-beheerplan Witte Veen
Het Witte Veen is in mei 2013 door de staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken aangewezen als Natura 2000-gebied (Ministerie van EZ, 2013). In het Natura 2000-beheerplan voor het Witte Veen (Provincie Overijssel, 2016; vastgesteld op 29 maart 2016) zijn onder meer de instandhoudingsdoelstellingen, bestaande activiteiten en instandhoudingsmaatregelen uitgewerkt. In het Natura 2000-gebied moeten aanwezige habitattypen worden behouden of verder ontwikkeld. Voor bestaande activiteiten geeft het beheerplan duidelijkheid over wat wel of niet vergunningplichtig is. In het maatregelpakket zijn ook maatregelen opgenomen die in het uitwerkingsgebied moeten worden uitgevoerd (gebiedsmaatregelen) ten behoeve van de aanwezige habitats in het gebied. Voor de aanwezige habitatsoorten zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
7
1.4
Status en afbakening inrichtingsplan
Dit inrichtingsplan richt zich op de nadere uitwerking en onderbouwing van de uit te voeren maatregelen uit het Natura 2000-beheerplan Witte Veen in de uitwerkingsgebieden bij het Witte Veen aan Nederlandse zijde. De uitwerkingsgebieden (zie figuur 1.3) zijn gelegen bij de Hegebeek in het noorden van het Witte Veen en aan de westkant bij de Natuurdriehoek. Ten noorden van de Wargerinkweg ligt een perceel in het Natura 2000gebied, welke ook bij het uitwerkingsgebied hoort. Het laatstgenoemde perceel is in eigendom van Natuurmonumenten. De maatregelen die hier nodig zijn worden meegenomen in het interne inrichtingsplan dat door Natuurmonumenten is opgesteld. In het interne inrichtingsplan zijn diverse natuurherstelmaatregelen opgenomen die bijdragen aan het in stand houden van de aangewezen habitattypen. Direct grenzend aan het Witte Veen ligt op Duits grondgebied het Witte Venn, welke gedeeltelijk een Natura 2000-gebied is. De nadere uitwerking door Natuurmonumenten en maatregelen ten behoeve van het Duitse Witte Venn maken geen onderdeel uit van dit inrichtingsplan. De maatregelen voor de Hegebeek op Duits grondgebied worden in overleg door de Duitse partners uitgevoerd in afstemming met het gebiedsproces aan Nederlandse zijde.
Het voorliggende inrichtingsplan heeft instemming van de projectgroep en bestuurlijke adviesgroep Natura 2000 Haaksbergen en vormt de basis voor: • het op te stellen Provinciaal Inpassingsplan (PIP); • het aanvragen van benodigde vergunningen/ontheffingen ten behoeve van de uitvoering; • het uitvoeren van schadetaxaties door rentmeesters van de provincie Overijssel; • de realisatiefase waarin het inrichtingsplan verder in detail wordt uitgewerkt. De informatie in dit inrichtingsplan is afkomstig uit verschillende documenten, waaronder het Natura 2000beheerplan Witte Veen en onderzoeksrapporten die zijn opgesteld gedurende het gebiedsproces. In hoofdstuk 9 Bronnen zijn de documenten waarnaar in dit inrichtingsplan wordt verwezen weergegeven. De in het beheerplan benoemde onderzoek naar kleine grondwateronttrekkingen valt buiten de scope van het gebiedsproces en dit inrichtingsplan. Provincie Overijssel heeft deze onderzoeken in samenhang met andere Natura 2000-gebieden uitgevoerd. Dat geldt ook voor de (monitorings)onderzoeken van de effecten van de maatregelen op typische soorten van de habitattypen. Om de hydrologische effecten van de inrichtingsmaatregelen in de praktijk te toetsen aan de theoretische effectberekeningen, wordt een apart monitoringsplan opgesteld en uitgevoerd (paragraaf 8.4).
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de gebiedsopgave beschreven met de doelen, knelpunten en gebiedsmaatregelen, uit het beheerplan, die betrekking hebben op de uitwerkingsgebieden. De werkwijze van het gebiedsproces in de planvormingsfase is in hoofdstuk 3 beschreven. Diverse onderzoeken zijn uitgevoerd om de maatregelen nader uit te werken. Een beschrijving van de onderzoeken is te lezen in hoofdstuk 4. De onderzoeken vormen de onderbouwing voor de nader uitgewerkte gebiedsmaatregelen in hoofdstuk 5. De verwachte hydrologische effecten van de gebiedsmaatregelen op de habitats, gronden in de omgeving, bebouwing en infrastructuur zijn in hoofdstuk 6 beschreven. Hoofdstuk 7 geeft een voorstel voor de toekomstige bestemming van percelen waar maatregelen worden uitgevoerd en/of effecten worden verwacht. In hoofdstuk 8 is een doorkijk naar de volgende fase beschreven. Tot slot zijn in hoofdstuk 9 de bronnen vermeld.
8
2
Gebiedsopgave
In het Natura 2000-beheerplan Witte Veen zijn voor de aanwezige habitattypen en -soorten instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd. Om deze doelstellingen te behalen zijn aanvullend op de reeds uitgevoerde hydrologische maatregelen aanvullende (hydrologische) maatregelen nodig in het Witte Veen en een aantal uitwerkingsgebieden rondom het Witte Veen. In dit inrichtingsplan zijn de maatregelen in de uitwerkingsgebieden nader uitgewerkt en onderbouwd. Alle maatregelen zijn terug te vinden in het Natura 2000beheerplan Witte Veen (Provincie Overijssel, 2016).
2.1
Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000-beheerplan
Onderstaande tabel 2.1 geeft een overzicht van de aangewezen instandhoudingsdoelstellingen voor het Witte Veen. De opgave betreft behoud- of uitbreidingsdoelstellingen voor de oppervlakte en de kwaliteit van het habitattype en -soort. De habitattypen zijn in figuur 2.1 weergegeven.
Tabel 2.1 Habitattypen H3130 H3160 H4010A H4030
Instandhoudingsdoelstellingen voor het Witte Veen (Provincie Overijssel, 2016). Doel Oppervlakte Zwakgebufferde vennen = Zure vennen = Vochtige heiden (hogere zandgronden) = Droge heiden =
H7110B H91D0
*Actieve hoogvenen (heideveentjes) *Hoogveenbossen
Habitatsoorten H1166 Kamsalamander (verbonden aan H3130) = Behoudsdoelstelling > Uitbreidingsdoelstelling * Prioritair habitattype
Kwaliteit > = > =
> =
> =
=
>
De habitattypen H5130 Jeneverbesstruwelen, H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver), H7120 Herstellende hoogvenen, H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen en H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) worden vermeld op de habitattypenkaart van dit gebied. Deze habitattypen komen niet voor in het aanwijzingsbesluit. Bij het beheer en de uitvoering van de maatregelen moet wel rekening worden gehouden met de aanwezigheid van deze habitattypen. Toevoegingen op het aanwijzingsbesluit zijn de habitattypen H5130 Jeneverbesstruwelen, H6410 Blauwgraslanden, H7120 Herstellende hoogvenen, H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen en H91E0 *Vochtige alluviale bossen. In het Ontwerp-wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden zijn vanwege aanwezige waarden deze habitattypen opgenomen als instandhoudingsdoel (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2018). Naar aanleiding van het Ontwerp-wijzigingsbesluit is, in overleg met provincie Overijssel, rekening gehouden met de toevoeging van het habitattype H91E0 *Vochtige alluviale bossen bij de uitwerking van maatregel M2 (verondiepen Hegebeek; zie tabel 2.2).
9
Figuur 2.1
Habitattypenkaart Witte Veen, waarbij combinaties van habitattypen met arcering zijn aangegeven op de betreffende locatie (Provincie Overijssel, 2016).
10
2.2
Maatregelen Natura 2000-beheerplan
In het Witte Veen zijn vanaf de jaren ‘90 veel maatregelen uitgevoerd ten behoeve van de waterhuishouding. Er zijn damwanden aangelegd om oppervlakkige afstroming tegen te gaan, het waterpeil wordt gefaseerd verhoogd en afvoergreppels en sloten in en rondom het Witte Veen zijn gedempt. Hierdoor is het gebied natter geworden, maar de effecten zijn pas na enkele jaren zichtbaar (Provincie Overijssel, 2016). In het kader van Natura 2000 zijn aanvullende maatregelen nodig voor het herstel van de waterhuishouding. De maatregelen in tabel 2.2 zijn gericht op het verminderen van het drainerende effect van de directe omgeving van het Witte Veen. Op de maatregelenkaart in figuur 2.2 staan de uitwerkingsgebieden voor de maatregelen aan Nederlandse zijde voor de 1e beheerplanperiode. De begrenzing van het in te richten perceel M2 (noordoostelijk van het Witte Veen) is aangepast t.o.v. de kaart uit het beheerplan (2016) omdat het perceel al gedeeltelijk is omgevormd naar natuur. Zie figuur 5.1 voor de huidige begrenzing van het uitwerkingsgebied. Maatregel M1c wordt nader uitgewerkt door Natuurmonumenten. De maatregelen aan Duitse zijde kunnen alleen op basis van vrijwilligheid worden uitgevoerd en staan gepland na de 1e beheerplanperiode. Voor het merendeel van de maatregelen geldt dat er nader onderzoek nodig is in de vorm van een hydro-ecologische systeemanalyse (M22).
Tabel 2.2 Maatregel M1a M1b M1c M2 M22
Instandhoudingsmaatregelen op gebiedsniveau, waarbij M1 en M2 maatregelen zijn gericht op het herstellen van de hydrologie en M22 is een onderzoeksmaatregel (Provincie Overijssel, 2016). Omschrijving Periode Verminderen ontwatering door sloten ten westen begrenzing te verondiepen 1 c.q. dempen. Verminderen ontwatering door sloten ten oosten (dus in Duitsland) te 2-3 verondiepen c.q. dempen. Vermindering ontwatering door dempen sloten westkant. 1 Verondiepen van de Hegebeek en inrichten percelen Jannink. 1 Onderzoek naar nut en noodzaak i.r.t. M1. 1
Figuur 2.2
De maatregelenkaart voor de uitwerkingsgebieden in en rondom het Witte Veen uit het Natura 2000-beheerplan Witte Veen (Provincie Overijssel, 2016).
11
2.3
Overige opgaven en/of kansen
Opgaven en/of kansen die spelen rondom het Witte Veen zijn, voor zover mogelijk en passend, meegenomen in dit inrichtingsplan.
Kaderrichtlijn Water De Hegebeek is onderdeel van de KRW-opgave van waterlichaam Azelerbeek. Bij de uitwerking is rekening gehouden met de KRW-opgave. Voor de Hegebeek zijn de belangrijkste aspecten: Vispasseerbaarheid; Beken tweezijdig in het hout i.v.m. stabiele watertemperatuur en de wortels bieden schuil- en paaigelegenheden voor vissen en macrofauna; Gunstige omstandigheden qua watervoerendheid (waterdiepte bij basisafvoer) en stroomsnelheid (te grote stroomsnelheden bij afvoerpieken zijn ongunstig voor beekfauna).
Gebiedsscan ruimtelijke kwaliteit Er is bij de uitwerking van de verschillende maatregelen rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit zoals verwoord in de Gebiedsscan ruimtelijke kwaliteit (Provincie Overijssel, 2015). De hydrologische maatregelen hebben niet direct invloed op het bestaande landschappelijke beeld van kleinschalige kampontginningen en veldontginningen. Door functieverandering van agrarisch naar natuur passend binnen het ecohydrologisch systeem zal het landschap binnen de uitwerkingsgebieden aan de rand van het Witte Veen het karakter behouden van een afwisselend agrarisch cultuurlandschap.
12
3
Werkwijze gebiedsproces
Het gebiedsproces ‘Gebiedsontwikkeling Natura 2000 Haaksbergen’ omvat de twee Natura 2000-gebieden binnen de gemeente Haaksbergen: Witte Veen en Buurserzand & Haaksbergerveen.
3.1
Akkoord ‘Samen Werkt Beter’ in Overijssel
In mei 2013 is door de gezamenlijke overheden en diverse organisaties in Overijssel het akkoord “Samen werkt Beter” voor een economisch en ecologisch vitale toekomst ondertekend. Er zijn afspraken gemaakt over de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (huidig Natuurnetwerk Nederland (NNN)), waaronder de zones rond de natuurgebieden. Ook is uitgesproken dat ambities en middelen met elkaar in balans moeten zijn. Na het akkoord is een bestuurlijk overleg ingericht dat nader invulling geeft aan de gemaakte afspraken en de gebiedsprocessen rond de Natura 2000-gebieden. In dit kader is in november 2013 de Uitvoeringsagenda Samen Werkt Beter (Partners van het Akkoord Samen werkt beter, 2013) opgesteld. Eén van de speerpunten van de Uitvoeringsagenda is de uitvoering van de zogenaamde ontwikkelopgave Natura 2000 via een gebiedsgerichte aanpak. De ontwikkelopgave wordt uitgevoerd in een gefaseerd gebiedsproces (figuur 3.1). Dit inrichtingsplan is het resultaat van de planvormingsfase.
1 Verkenning Figuur 3.1
3.2
2 Planvorming
3 Realisatie
4 Beheer
Fasering gebiedsprocessen Natura 2000.
Uitkomst Verkenningsfase
In opdracht van Samen Werkt Beter is voor het Witte Veen een verkenningsrapportage opgesteld (Aequator, 2015), welke is vastgesteld op 1 mei 2015. In de verkenningsfase is gesproken met de vertegenwoordigers van de gebiedspartijen. Er is niet gesproken met de grondeigenaren met percelen in het uitwerkingsgebied. In de verkenning lag de nadruk op het in beeld krijgen van de belangen en de opgaven in het gebied en de werkwijze. Inhoudelijke randvoorwaarden zijn de uitvoering van de Natura 2000-opgaven en de Hegebeek inrichten en beheren. De opgaven kunnen middels een aantal afzonderlijke deelprojecten gerealiseerd worden. Deze zijn het uitvoeren van (eco)hydrologisch onderzoek, het uitvoeren van interne maatregelen en het uitvoeren van hydrologische maatregelen bij de Hegebeek en de uitwerkingsgebieden. Kansrijk is het gezamenlijk oppakken van waterschapsopgaven en Natura 2000-opgaven bij de Hegebeek. Aandachtspunt is de samenwerking met de Duitse overheden voor uitvoering van het hydrologisch onderzoek en de maatregelen bij de Hegebeek. Een belangrijk knelpunt voor de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen zijn de gevolgen voor het grondgebruik. Daarom was het advies uit de verkenningsfase om de planvormingsfase te starten met gesprekken met de grondeigenaren.
De gebiedspartijen gaven een aantal procesmatige randvoorwaarden mee voor de planvormingsfase, zoals eenduidige regie, het benutten van lokale gebiedskennis, communicatie over het Natura 2000-beleid en aandacht voor samenhang met Buurserzand & Haaksbergerveen, met name voor de verwerving van grond (Aequator, 2015).
3.3
Planvormingsfase
Als start van de planvormingsfase is een Plan van Aanpak Natura 2000 Haaksbergen (Pratensis, 2016) opgesteld voor de gebiedsontwikkeling van Natura 2000 gebieden Witte Veen en Buurserzand & Haaksbergerveen. De opzet van de organisatie van dit gebiedsproces en de gevolgde stappen worden hieronder uitgelegd. Tijdens de planvormingsfase is in samenwerking met gebiedspartners dit inrichtingsplan opgesteld. De grondeigenaren zijn geïnformeerd via nieuwsflitsen en/of gesprekken.
13
Organisatie
De gemeente Haaksbergen is bestuurlijk trekker van het gebiedsproces. In figuur 3.2 staat het organisatiemodel weergegeven. In de projectorganisatie staat de projectgroep, met vertegenwoordiging van de gebiedspartners, centraal. Daarnaast is een bestuurlijke adviesgroep ingesteld, die waar nodig besluiten neemt. De grondcommissie is ingesteld om alle grondzaken te faciliteren. De dagelijkse gang van zaken is in handen van het kernteam. Daarnaast is een vertrouwenspersoon aangesteld waar grondeigenaren met vragen terecht kunnen. Er zijn drie werkgroepen waarin inhoudelijke zaken worden voorbereid door specialisten van de gebiedspartijen. De werkgroepen geven advies aan de projectgroep. De werkgroep monitoring levert een inhoudelijke bijdrage aan het op te stellen monitoringsplan. Het belangrijkste onderdeel hiervan is een schademeetnet grondwaterstanden en een bijbehorend meetplan. De specialisten van de gebiedspartijen leveren o.a. informatie over bestaande peilbuizen en locaties voor nieuw te plaatsen peilbuizen. In de werkgroep habitatmaatregelen vindt afstemming plaats tussen terreinbeherende organisaties over maatregelen binnen de natuurgebieden (habitatmaatregelen). Naast uitwisseling van informatie vindt afstemming plaats over maatregelen binnen- en buiten de natuurgebieden die elkaar soms raken, waardoor samen moet worden opgetrokken.
Door samenwerking kan efficiënter en effectiever worden gewerkt. De werkgroep gebiedsmaatregelen bestaat uit deskundigen van de betrokken gebiedspartners. De werkgroep vormt een klankbord voor deskundigen die onderzoeken uitvoeren en beoordeelt de (tussentijdse) resultaten. Daarnaast geeft de werkgroep gebiedsmaatregelen advies aan de projectgroep over de uitkomsten van de onderzoeken.
provincie Overijssel
Bestuurlijk trekker: gemeente Haaksbergen
Grondcommissie - grondregisseur provincie - vertrouwenspersoon - projectleider(vz) - procescooödinator(secr) - vertegenwoordiging landbouw /LTO - renmeesters (ad hoc)
Bestuurlijke adviesgroep Gemeente Haaksbergen (vz)
Projectgroep - Staatsbosbeheer - Natuurmonumenten - LTO - Waterschap Vechtstromen - Waterschap Rijn & IJssel - Gemeente Haaksbergen (vz) - Procescoördinator (secr) - Vertrouwenspersoon
WS Vechtstromen WS Rijn&IJssel Staatsbosbeheer Natuurmonumenten LTO
-Provincie Overijssel: gebiedsadviseur
Kernteam
Werkgroep Monitoring
Figuur 3.2
Deskundigenteam
Werkgroep Gebiedsmaatregelen
Werkgroep Habitatmaatregelen
Organisatiemodel Gebiedsproces Natura 2000 Haaksbergen.
14
Inzet deskundigen
Voor het uitvoeren van (voor)onderzoeken en het beoordelen van maatregelen en effecten is onafhankelijke deskundigheid ingezet. Voor het Witte Veen is een systeemanalyse uitgevoerd door Bell Hullenaar (2018). En er is een bodemchemisch onderzoek uitgevoerd (B-ware, 2018). Vervolgens heeft het Deskundigenteam Haaksbergen de maatregelen in het uitwerkingsgebied nader uitgewerkt en bepaald wat de hydrologische, ecologische en landbouwkundige effecten zijn. De deskundigen hebben de resultaten besproken met het kernteam en de werkgroep gebiedsmaatregelen. Voor de nadere uitwerking van maatregel M2, het verondiepen van de Hegebeek, heeft Antea (2020) de hydrologische, ecologische en landbouwkundige effecten bepaald, in afstemming met de betrokken gebiedspartijen.
Stappenplan
In het Natura 2000-beheerplan zijn de maatregelen in algemene bewoording beschreven en op kaart aangegeven. Dit vraagt om een nadere uitwerking en onderbouwing tijdens de planvormingsfase. Het stappenplan in figuur 3.3 geeft weer welke stappen zijn gevolgd om tot een (op perceelsniveau) uitgewerkt en onderbouwd maatregelpakket te komen. Bij stap 6 worden ook effecten op bebouwing en infrastructuur en zo nodig mitigerende maatregelen meegenomen. In de volgende fase worden de maatregelen gerealiseerd.
1 Beheerplan
Figuur 3.3
3.4
2 Maatregelen
3 (Voor) onderzoek
4. Uitwerking maatregelen
5 Hydrol.en ecolog. effecten
6 Landbouwkundige effecten
7 Inrichtings -plan
Aanpak nadere uitwerking Natura 2000 maatregelen tijdens de planvormingsfase.
Communicatie
Agrarische- en particuliere grondeigenaren en bewoners die te maken krijgen met Natura 2000-maatregelen en/of effecten daarvan, zijn gedurende het planvormingsproces geïnformeerd over de voortgang, behaalde resultaten, te nemen maatregelen en verwachte effecten. Via nieuwsflitsen, de website van de gemeente Haaksbergen, informatieavonden, excursies, keukentafelgesprekken met de vertrouwenspersoon, deskundigen en rentmeester/taxateur zijn zij op de hoogte gehouden en konden zij vragen stellen en zorgen uiten. Daarnaast zijn andere belangstellenden zoals belanggemeenschappen, IVN en Natuur en Milieu Haaksbergen geïnformeerd via nieuwsflitsen en gesprekken. Ook hebben de gebiedspartners, zoals LTO en Natuurmonumenten, hun achterban op verschillende momenten geïnformeerd. In de realisatiefase zal de communicatie breder vorm krijgen omdat de maatregelen dan uitgevoerd worden en daarmee zichtbaarder zijn voor een groter publiek.
15
4
Onderzoeken
Naast het beheerplan Witte Veen liggen een aantal onderzoeken ten grondslag aan dit inrichtingsplan. In dit hoofdstuk volgen korte beschrijvingen van de onderzoeken die zijn gebruikt voor de nadere uitwerking en onderbouwing van de maatregelen zoals in hoofdstuk 5 beschreven.
4.1
Ecohydrologische systeemanalyse Witte Veen
In het Natura 2000-beheerplan is maatregel M22 opgenomen om een aanvullende systeemanalyse Witte Veen uit te voeren. Bell Hullenaar heeft in 2004 onderzoek gedaan naar de hydrologie van het hoogveen en heeft in 2018 dit onderzoek uitgebreid voor het gehele Witte Veen (Bell Hullenaar, 2018). De systeemanalyse richtte zich op de samenhang van het hoogveen met zijn omgeving, zowel in Nederland als op Duits grondgebied, en was voornamelijk gericht op de processen in de waterhuishouding. In het onderzoek is de huidige situatie van het gebied uitgebreid beschreven en is veldonderzoek uitgevoerd. Het veldonderzoek bestond uit metingen in het oppervlaktewatersysteem, bodemchemisch onderzoek (uitgevoerd door B-ware, 2018) en ecohydrologische dwarsprofielen die de waterhuishouding op landschapsschaal in beeld brengen. Naar aanleiding van de uitkomsten is een maatregelenplan opgesteld met interne maatregelen ten behoeve van het hoogveen, de randzone van het hoogveen en de beekdalen. Op een aantal plekken overlappen de interne maatregelen met de maatregelen in het uitwerkingsgebied, bijv. de Hegebeek en enclave Jannink (M2). In het onderzoek zijn maatregelen aangegeven die nodig zijn voor systeemherstel of die het systeem versterken. Onderdeel van de systeemanalyse was het beoordelen van de effecten van reeds uitgevoerde herstelmaatregelen in Duitsland.
Ook zijn er aanvullende maatregelen aan Duitse zijde in beeld gebracht. Deze maatregelen zullen met name zorgen voor een verbetering van het hoogveen. Het Duitse ontwateringsstelsel heeft een drainerende werking en heeft een verdrogende invloed op zowel het Duitse als Nederlandse natuurgebied. Uitvoering van deze maatregelen wordt vanaf de tweede beheerplanperiode voorbereid.
4.2
Hydrologisch onderzoek randzone Witte Veen
In dit onderzoek is door hydrologen van het Deskundigenteam Natura 2000 Haaksbergen onderzocht wat de invloedsafstand van ontwateringssloten in de landbouwpercelen op de grondwaterstanden in de randzones van het Witte Veen is (Tauw, 2017). Uit een analytische rekenmethode blijkt dat de invloedsafstand ca. 150 m is bij een watervoerend pakket van veelal minder dan 2 m. Ter plaatse van het aanwezige smeltwaterdal (omgeving van M1a, Natuurdriehoek en Natte Weide) is de invloedsafstand ca. 235 m door een dikker watervoerend pakket (circa 3 á 3,5 m). De ondergrond van het Witte Veen kent een grote variatie in bodemopbouw en een sterk grondwaterverhang. Hierdoor varieert de doorlatendheid en daarmee de invloedsafstand.
M1a
M1a
Figuur 4.1
Het smeltwaterdal aangegeven op de geomorfologische kaart (links) en de kaart die de bovenkant van het keileem aangeeft (rechts; Bell Hullenaar, 2004) met uitwerkingsgebied M1a.
16
4.3
Onderzoek randsloot Natuurdriehoek
Volgens het beheerplan moet de sloot tussen de Natuurdriehoek van het Witte Veen en het landbouwperceel in het uitwerkingsgebied WV3 worden gedempt (M1a). De Natuurdriehoek is een gebied waar – in natuurontwikkelingstermijnen – relatief kortgeleden de hydrologie is aangepast om water van goede samenstelling langer vast te houden. Het gebied wordt gevoed met water vanuit de Natte Weide. Ondanks dat volgens de uitgevoerde systeemanalyse dit water licht verrijkt is (zie paragraaf 4.1), heeft het geresulteerd in de ontwikkeling van bijzondere natuurwaarden die kwalificeren als Natura 2000 habitats. In het onderzoek is de bijdrage van de te dempen sloot aan de Natura 2000 doelen nader bekeken door het Deskundigenteam Natura 2000 Haaksbergen. Na de eerste analyse bleek aanvullende informatie nodig, die in de zomer van 2018 is verzameld (actuele vegetatiekartering en waterkwaliteitsmetingen). De vegetatiekartering (Bremer, 2018) bevestigt dat het gebied nog volop in ontwikkeling is. De aanvullende informatie geeft een beter beeld van de situatie in de natuurdriehoek. Echter, deze informatie is nog niet compleet genoeg om een eenduidige conclusie te trekken ten aanzien van het dempen van de randsloot. Er kan niet onderbouwd worden dat het nodig is om de sloot te dempen, maar ook niet dat hij zonder meer open kan blijven.
De projectgroep Natura 2000 Haaksbergen heeft op advies van de werkgroep gebiedsmaatregelen op 8 januari 2019 besloten om: maatregel M1a niet uit te voeren in de 1e beheerplanperiode en de Natte Weide deze periode niet af te koppelen; de begrenzing van het uitwerkingsgebied de 1e beheerplanperiode te handhaven en met de aanliggende grondeigenaar hierover in gesprek te gaan; monitoring uit te voeren naar de ontwikkeling van de Natuurdriehoek (vegetatiekartering, waterkwaliteit (oppervlakte en grondwater) en grondwaterstanden); in de loop van de 2e beheerplanperiode op basis van de evaluatie van de monitoringsresultaten te besluiten of uitvoering van maatregel M1a nodig is. De verwachting is dat dan voldoende informatie beschikbaar is voor een onderbouwd besluit.
4.4
Nadere uitwerking Hegebeek
In de nadere uitwerking Hegebeek heeft Antea (2020) de waterhuishoudkundige maatregelen in en rond de Hegebeek (M2) bepaald. In de huidige situatie is de Hegebeek uitgesleten door afvoerpieken. De afvoerpieken zijn vergroot doordat het stroomgebied met een factor 3 is vergroot en er steeds vaker piekbuien voorkomen. Daarnaast ligt de Hegebeek op een kleine watervoerende zandlaag. De ingesleten beekbodem verslechtert de groeiomstandigheden van de habitats Vochtige Alluviale bossen (H91E0) en Vochtige heide (H4010A). Verhoging grondwaterstand Het lagere beekpeil leidt tot verdroging. Hierdoor is het nodig om de beekbodem te verhogen tot 50 cm onder maaiveld, gebaseerd op de ecologische vereisten van de habitattypen. De verondieping leidt tot verhoging van de grondwaterstanden rond de beek. Dat heeft een positieve uitwerking op de habitats, maar ook ongewenste effecten voor landbouw, infrastructuur en bebouwing. Inundaties Daarnaast leidt het verhogen van het beekpeil tot extra inundaties. Dat kan leiden tot aanvoer van nutriënten in de beekbegeleidende bossen.
In de rapportage staat daarover: ‘Gezien de slechte kwaliteit van het beekwater is frequente inundatie van het dal met dit voedselrijke water niet wenselijk, maar het risico op achteruitgang door verdroging is groter en derhalve wordt aanbevolen in te zetten op vernattingsmaatregelen.’ Het risico op inundatie met nutriëntenrijk beekwater kan verminderd worden door realisatie van voldoende retentiecapaciteit in Duitsland en door maatregelen te treffen om de nutriënten in het beekwater te verminderen. Het advies is om de waterkwaliteit (nutriënten) te monitoren en bij negatieve effecten op Vochtige Alluviale bossen nadere maatregelen te verkennen. De door Antea onderzochte waterhuishoudkundige maatregelen en de effecten op de habitats en de omgeving zijn opgenomen in de volgende hoofdstukken.
17
5
Uitwerking maatregelen uitwerkingsgebieden
In dit hoofdstuk is de nadere uitwerking van de maatregelen in de uitwerkingsgebieden rondom het Witte Veen beschreven. Uitgangspunt bij de uitwerking van de gebiedsmaatregelen is het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen zoals vastgelegd in het Natura 2000-beheerplan Witte Veen (2016). Daarbij is geprobeerd om schade op aangrenzende percelen waar mogelijk te voorkomen of te verkleinen zonder dat dit ten koste gaat van het effect op de habitats in de natuurgebieden. Er zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd om de maatregelen nader te onderbouwen (hoofdstuk 4). De onderzoeken zijn in samenspraak met de gebiedspartijen in de werkgroep en de projectgroep uitgevoerd. De gebiedsmaatregelen zijn te omschrijven als maatregelen waarvoor fysieke en niet-fysieke ingrepen nodig zijn. Het verondiepen van sloten is bijvoorbeeld een fysieke maatregel. Bij niet-fysieke ingrepen kan gedacht worden aan het handhaven van watergangen op de huidige diepte. Deze niet-fysieke maatregelen zijn opgenomen om de betreffende voorziening te kunnen borgen en hierop actief beheer uit te kunnen voeren. De omkaderde teksten hieronder geven de maatregelen uit het beheerplan weer. De nadere uitwerking en onderbouwing voor de te nemen maatregelen staat daaronder. De nummering in de tekst komt overeen met de maatregelnummers op de inrichtingskaart (figuur 5.1).
M1a Verminderen ontwatering door sloten ten westen begrenzing te verondiepen c.q. dempen. Uit het onderzoek naar de randsloot tussen de Natuurdriehoek van het Witte Veen (zie paragraaf 4.3) is gebleken dat op basis van de beschikbare informatie geen conclusie kan worden getrokken over het uitvoeren van deze maatregel. Besloten is om de sloot in de huidige toestand te handhaven (M1a.1) en de Natte Weide niet af te koppelen totdat meetgegevens zijn verzameld op basis waarvan definitief kan worden geconcludeerd of de sloot gedempt moet worden of open kan blijven.
M2 Verondiepen Hegebeek (2a), deels nog verwerven en inrichten alle percelen Jannink (2b). Deze maatregel betreft de Hegebeek in het noorden van het Witte Veen en enclave Jannink in het noordoosten, grenzend aan Duitsland. M2a Verondiepen Hegebeek Het verondiepen van de Hegebeek (M2a.1) heeft een positief effect op het habitattype H91E0 *Bossen op alluviale grond en in mindere mate voor H4010A Vochtige heide. In de ecohydrologische systeemanalyse (Bell Hullenaar, 2018) is een globaal voorstel gedaan voor de inrichting gebaseerd op systeemherstel. Antea (2020) heeft de maatregelen en effecten op de aanwezige habitats en omgeving nader uitgewerkt in afstemming met de gebiedspartijen. Gebaseerd op de ecologische vereisten van de habitattypen is het nodig om de beekbodem te verhogen tot 50 cm onder maaiveld (M2a.1). Op sommige trajecten betekent dit een beekbodemverhoging tot maximaal 1,5 m. De gekozen methode is building with nature door geleidelijke zandsuppletie. Tijdens een veldbezoek met Natuurmonumenten, Waterschap Vechtstromen en provincie Overijssel gekeken op welke locaties vaste drempels kunnen worden aangebracht en waar zand in de beek kan worden ingebracht (Antea, Veldbezoek uitvoeringsmethode Hegebeek, 23 juni 2020). Op vijf locaties wordt zand aangebracht, verspreid over een periode van 2 tot 3 jaar, tot het doel van de maatregel is gerealiseerd (M2a.2 t/m M2a.6).
Verondieping via zandsuppletie op een aantal locaties heeft, ten opzichte van mechanische verondieping over het gehele beekbodemtracé, het voordeel dat de aanwezige natuurwaarden, zoals beekorganismen, minder aangetast worden tijdens de uitvoering. Op vijf locaties worden vaste drempels aangelegd (M2a.7 t/m M2a.11) en op één locatie wordt de aanwezige knijpvoorziening dichtgezet (M2a.12), zodat deze als drempel fungeert. Op één locatie wordt een bodemval aangebracht om uitspoeling van zand te voorkomen (M2a.13). Aan het eind van het traject is reeds een bodemval aanwezig. De projectgroep Natura 2000 Haaksbergen heeft op 7 juli 2020 ingestemd met de nadere uitwerking.
18
Concreet gaat het in deze fase om de volgende maatregelen (figuur 5.1): • verondiepen van de Hegebeek tot 50 cm onder maaiveld door geleidelijke zandsuppletie (M2a.1); • locaties voor zandsuppletie (M2a.2 t/m M2a.6); • locaties met vaste drempels (M2a.7 t/m M2a.11); • aanwezige knijpvoorziening dichtzetten (M2a.12); • locatie bodemval (M2a.13). Relatie met waterberging Duitsland De herinrichting van de Hegebeek is alleen zinvol als de stroomsnelheden omlaag worden gebracht door voldoende waterretentie in Duitsland. Daarmee wordt voorkomen dat de beek opnieuw uitslijt en drainerend werkt op het natuurgebied. Er is daarom afstemming met de Duitse partners om vooruitlopend op de herinrichting van de beek de waterbergingsopgave te realiseren. In de winter 2019/2020 zijn daarvoor werkzaamheden aan het Rückhaltenbecken uitgevoerd. Er zal monitoring plaatsvinden of de werkelijke wateraanvoer naar de Hegebeek gelijk is aan de verwachte wateraanvoer.
M2b Verwerven en inrichten van percelen Jannink De huidige inrichting van de enclave Jannink heeft een negatief effect op het herstellend hoogveen in het Witte Veen. Uit de ecohydrologische systeemanalyse (Bell Hullenaar, 2018) blijkt dat het sterk laterale waterverlies kan worden weggenomen door het uitvoeren van een aantal herstelmaatregelen. Er treedt, in de huidige situatie, waterverlies op vanuit het hoogveenrestant via de zandlaag onder het veenpakket in noordelijke richting. De herstelmaatregelen leiden tot een afname van de waterstandsdynamiek in het hoogveen. Dat is nodig voor vestiging van bultenvormende veenmossen. Bell Hullenaar (2018) stelt voor om sterk drainerende watergangen te dempen. Ook zijn er mogelijkheden om de oorspronkelijke geomorfologie en natuurlijke waterhuishouding van het gebied te herstellen. Dit kan door het afgraven van de teelaarde laag, ophogen van de bodem met arme grond tot ca. 70 cm boven het huidige maaiveld en herstel van een venachtige situatie in de aanwezige laagte. Hierdoor ontstaat een goede hydrologische buffer voor het hoogveenrestant en kan tevens herstel van de lagg gerealiseerd worden in het betreffende gebied zelf. Op basis van het advies van Bell Hullenaar (2018) heeft de projectgroep Natura 2000 Haaksbergen op 12 februari 2019 gekozen om het voorgestelde pakket aan maatregelen gefaseerd uit te voeren.
Er is gekozen om in de eerste uitvoeringsperiode de watergangen rond het perceel te dempen (M2b.1 en M2b.3). Hiermee wordt naar verwachting de grootste winst behaald voor de habitats. Het afgraven van de bouwvoor en het herstellen van dekzandruggen wordt nog niet uitgevoerd. Aangezien het zeer kostbaar is en een beperktere bijdrage levert aan de Natura 2000 doelen. De effecten van het dempen van de watergangen op de habitats worden gemeten en geëvalueerd. Naar aanleiding daarvan wordt besloten of aanvullende maatregelen nodig zijn. Op 7 juli 2020 heeft de projectgroep ingestemd met een aangepast voorstel voor maatregel M2b, opgesteld door Antea (2020). Aanvullend is dat watergang M2b.2 verondiept wordt tot maximaal 50 cm t.o.v. maaiveld i.p.v. gedempt. De verondiepte watergang geeft de mogelijkheid voor afvoer van overtollig water vanuit het natuurgebied door middel van de aanwezige overstort. De afvoerrichting is naar het noorden, waarbij het verhang is afgestemd op de overstort en de droogleggingsnorm van de bebouwing in de enclave (figuur 6.4 locatie W1). Ter plaatse van de te dempen watergang (M2b.1) wordt het maaiveld opgehoogd tot de hoogte van de aanwezige wal op de grens van het hoogveen en landbouwpercelen waardoor er een geleidelijke overgang van het hoogveengebied naar het landbouwperceel ontstaat. De enclave is verrijkt met fosfaat.
Gezien het lager liggende maaiveld t.o.v. het omliggende natuurgebied en de geleidelijke overgang is de verwachting dat oppervlakkige afvoer van nutriëntenrijk water niet direct het hoogveengebied in kan stromen. Tot slot wordt de watergang bij het erf dat in het perceel ligt verondiept tot 50 cm t.o.v. maaiveld (M2b.4) om voldoende ontwatering van het erf te garanderen. Overige mitigerende maatregelen ten behoeve van bebouwing zijn in hoofdstuk 6 beschreven. Concreet gaat het in deze fase om de volgende maatregelen (figuur 5.1): • dempen drainerende watergang (M2b.1) en aanleg geleidelijke overgang van natuurgebied naar perceel; • verondiepen van drainerende watergang tot maximaal 50 cm t.o.v. maaiveld (M2b.2); • dempen van greppel (M2b.3); • verondiepen watergang tot 50 cm t.o.v. maaiveld aan de westzijde van bebouwing (M2b.4).
19
Figuur 5.1
Inrichtingskaart met nader uitgewerkte maatregelen in de uitwerkingsgebieden rondom het Witte Veen.
20
6
Effecten van maatregelen
In dit hoofdstuk zijn de verwachte hydrologische effecten, na uitvoering van de N2000-maatregelen, op de habitats in het natuurgebied, op (landbouw)percelen om het natuurgebied en op bebouwing en infrastructuur beschreven. Het bepalen van de totale effecten van interne en externe maatregelen op de habitats in relatie tot de instandhoudings- en uitbreidingsopgave (oppervlakte en kwaliteit van de habitats) ligt buiten de scope van het gebiedsproces. De verwachte effecten worden gemonitord (zie paragraaf 8.4).
6.1
Hydrologische effecten op natuur
Het verondiepen van de Hegebeek (M2a) zal met name een positief effect hebben op kwaliteitsverbetering van de bossen op alluviale grond (habitattype H91E0) en potentieel voor uitbreiding van het habitattype. Daarnaast heeft het verondiepen een licht positief effect op het habitattype Vochtige heide (H4010A). Alluviale bossen Uit vernattingsberekeningen (figuur 6.1) blijkt het verondiepen van de Hegebeek een positief effect heeft op het grondwater voor Vochtige Alluviale bossen (H91E0). Het bostype Vogelkers-Essenbos (oostelijk deel H91E0) komt binnen de hydrologische bandbreedte van de landelijke vereisten van de GVG en GLG, respectievelijk gemiddelde voorjaars en laagste grondwaterstand. Voor het bostype Elzenbroekbos RG Gewone braam (westelijk deel H91E0) zijn geen ecologische vereisten gedefinieerd. Het westelijk deel ligt op een hoge flank van het oorspronkelijke dal van de Hegebeek en daar zal successie naar droger Vogelkers-Essenbos optreden. Hierdoor blijft het onzeker of in de toekomstige situatie de achteruitgang van het huidige Elzenbroekbos RG Gewone braam gestopt kan worden (Antea, 2020). Vochtige heide De effecten van de beekverondieping reiken tot een klein deel van de Vochtige heide (H4010A), waarbij de GVG niet gaat voldoen aan de ecologische vereisten, maar wel bijdragen aan het verkleinen van het doelgat van Vochtige heide.
De GLG komt wel ruimer boven de ondergrens van de ecologische vereisten te liggen. De invloed van de beekverondieping is zeer beperkt voor het habitattype Vochtige heide (Antea, 2020). Echter, de maatregel vermindert wel het knelpunt verdroging op deze locatie.
Elzenbroekbos RG Gewone braam
Figuur 6.1
VogelkersEssenbos
Effect van de bodemophoging van de Hegebeek op het grondwater in de omgeving voor de wintersituatie (Q25), habitattypen in roze en met code aangegeven (Antea, 2020).
Potenties Vochtige Alluviale bossen In het dal van de Hegebeek zijn mogelijk potenties aanwezig voor uitbreiding van het habitattype Vochtige Alluviale bossen (H91E0). Ten noorden van het bostype Elzenbroekbos RG Gewone Braam ligt het bostype Elzenzegge-Elzenbroek subassociatie met Framboos in het oorspronkelijke dal van de Hegebeek. De verondieping
21
van de Hegebeek tot 50 cm onder maaiveld levert een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Echter, voor de toekomstige GVG is de vernatting niet toereikend om aan de ecologische vereisten te voldoen voor deze locatie (Antea, 2020). Effecten inundatie op natuur Het verhogen van het beekpeil (M2a) resulteert in extra inundaties in de omgeving van de Hegebeek. De inundatie zoals weergegeven op de kaart betreft echter een worst case. In werkelijkheid zal de inundatie minder zijn. De inundatie is berekend op basis van afvoerstatistiek en neerslagstatistiek. In de meetreeks van de afvoerstatistiek blijkt de extreme neerslaggebeurtenis van augustus 2010 meegenomen. Hierdoor wordt de inundatie overschat in de berekeningen. De jaarlijkse inundatie (T1) is goed in beeld gebracht, maar de onzekerheid van de berekening neemt toe bij herhalingstijden T10 en T00 (Antea, 2020). Gezien de verhoogde nutriëntengehaltes in het beekwater is frequente inundatie van het dal met dit voedselrijke water niet wenselijk, met name voor Vogelkers-Essenbos (oostelijk deel H91E0). Echter, verdroging van het alluviale bos leidt tot achteruitgang en is een urgenter probleem. De keuze van de projectgroep (7 juli 2020) is om de vernattingsmaatregelen uit te voeren en de kwaliteit van het beekwater en de ontwikkeling van het bos goed te volgen.
Als uit de monitoring blijkt dat de waterkwaliteit negatieve effecten heeft op het alluviale bos worden nadere maatregelen verkend (Antea, 2020).
4
Figuur 6.2
Indicatie inundatiebeeld langs de Hegebeek bij verschillende herhalingstijden, uitgaande van de afvoerstatistiek en de neerslagstatistiek. Inundaties bij T1 (donkerblauw) worden als betrouwbaar beschouwd en vind veelal plaats op natuurpercelen. Het lichtblauwe gebied zal naar verwachting inunderen bij een maatgevende bui met een herhalingstijd tussen T10 en T100, dit heeft o.a. gevolgen voor landbouwperceel 4 (Antea, 2020).
Herstellende hoogvenen Inrichting van de enclave Jannink (M2b) vindt primair plaats voor instandhouding / verbetering van de kwaliteit van habitattype H7120 Herstellende hoogvenen in de richting van habitattype H7110 Actieve hoogvenen (Bell Hullenaar, 2018). Het habitattype Herstellende hoogvenen is opgenomen in het Ontwerp-wijzigingsbesluit (zie paragraaf 2.1). Het dempen van de watergang aan de zuidkant van de enclave Jannink heeft een uitstralingseffect van circa 130 meter (Antea, 2020).
22
6.2
Hydrologische effecten op gronden in de omgeving
Om habitats de juiste standplaatsfactoren te bieden wordt de Hegebeek verondiept (M2). Hierdoor wordt effect verwacht op enkele (landbouw)percelen nabij de beek (zie figuur 6.3). Het perceel (3), gelegen tussen de Hegeveldweg en de Hegebeek, zal te maken krijgen met forse natschade en risico op inundatie. Het perceel is daarom niet meer geschikt voor landbouw en zal worden omgezet naar natuur (Antea, 2020). Op perceel 4, buiten het uitwerkingsgebied, worden negatieve effecten verwacht bij het verondiepen van de Hegebeek. Het verondiepen van de Hegebeek heeft gevolgen voor het grondwater bij perceel 4. De verwachting is een toename in natschade, afname van droogteschade, verslechtering van bereikbaarheid en bewerkbaarheid in het voorjaar (drie tot vier weken later) en najaar. Naast effecten door grondwater kan perceel 4 te maken krijgen met inundatie (overstroming door oppervlakte water) vanuit de Hegebeek. Dit geldt met name voor het zuidwestelijke deel van perceel 4 bij een T10 situatie (figuur 6.2). De inundatie is berekend op basis van afvoerstatistiek en neerslagstatistiek. In de meetreeks van de afvoerstatistiek blijkt de extreme neerslaggebeurtenis van augustus 2010 meegenomen. Hierdoor wordt de inundatie overschat in de berekeningen (Antea, 2020). De jaarlijkse inundatie (T1) is goed in beeld gebracht.
Echter, de onzekerheid van de berekening neemt toe bij herhalingstijden T10 en T00. In het rapport van Antea (2020) wordt op perceel 4 een geringe inundatie verwacht (20 cm bij T10 situatie). Het risico op schade door inundatie is klein. In het monitoringsplan uitwerkingsgebied Witte Veen (Pratensis, 2019) is het monitoren van de verwachte effecten opgenomen. Samenvattend, perceel 4 krijgt te maken met negatieve effecten door verhoging van het grondwater en worden de effecten van inundatie gemonitord. Percelen 1 en 2 uit het uitwerkingsgebied ondervinden geen nadelige gevolgen van de vernatting voor de gebruiksmogelijkheden (Antea, 2020). De nader onderzochte percelen 5 en 6 ondervinden op basis van de beschikbare informatie geen nadelige gevolgen van de vernatting voor de gebruiksmogelijkheden (Antea, 2020).
Figuur 6.3
Effecten van de hydrologische maatregelen (M2) voor (landbouw)percelen in het uitwerkingsgebied of nader onderzocht.
23
De percelen in Enclave Jannink worden gekenmerkt door grote verschillen. Het oostelijk gelegen perceel (7) is in regulier agrarisch gebruik en grenst aan de noordzijde aan de Hegebeek. Aan de zuidzijde worden watergangen gedempt/verondiept (M2b). Hier zal forse natschade optreden. De percelen (9 en 7) zullen na uitvoering van de maatregelen voor het grootste deel niet meer geschikt zijn voor landbouwkundig gebruik. Het westelijk gelegen perceel in de enclave Jannink heeft deels al een natuurbestemming (9). Naast de natschade aan de zuidzijde van de percelen is er risico op uit- en afspoeling van nutriënten naar de beek. Verder liggen de percelen omsloten door natuur is het aan te raden om perceel 7 ook te onttrekken aan de landbouw. Het noordelijk deel van het perceel (8) wordt als paardenweide gebruikt en ondervindt weinig tot geen effect van de maatregelen. Door de ligging en het vrij extensieve gebruik is er weinig tot geen risico op uit- of afspoeling van nutriënten. Perceel 8 kan daarom in agrarisch gebruik blijven. Op de overige percelen in het (uitwerkings)gebied worden geen negatieve effecten verwacht. Deze kunnen hun huidige functie behouden. In het vervolgproces worden de exacte beperkingen voor de gebruiksmogelijkheden nader bepaald. Waar nodig worden afspraken gemaakt over de schade die ontstaat als gevolg van de maatregelen.
6.3
Hydrologische effecten op bebouwing en infrastructuur
Waar ongewenste vernattingseffecten op bebouwing en/of infrastructuur optreden door vernattingsmaatregelen bij de Hegebeek (M2) worden mitigerende maatregelen getroffen. Voor woningen geldt een minimale ontwatering van 70 cm onder maaiveld. Er is een nul-situatie opgenomen bij de bebouwing om eventuele onvoorziene schade in de toekomst te kunnen beoordelen. Deze bouwkundige opname wordt uitgevoerd bij een vijftal woningen aan de noordkant van het Witte Veen (figuur 6.4). Het betreft de volgende woningen: • W1 Witteveenweg 10 • W4 Hegeveldweg 4 • W2 Hegeveldweg 14 • W5 Broekheurnerweg 120 • W3 Hegeveldweg 10
Figuur 6.4
Bebouwing en wegen aan de noordkant van het Witte Veen waar mogelijk ongewenste vernattingseffecten kunnen optreden.
24
Effecten op bebouwing Op twee locaties (W1 en W3) worden vernattingseffecten verwacht n.a.v. het verondiepen van de Hegebeek. Dit kan leiden tot schade door bijvoorbeeld optrekkend vocht. Het daadwerkelijk ontstaan van grondwateroverlast hangt mede af van de hoogte van de bebouwing ten opzichte van de hoogte van het erf en de bouwkundige staat. Voor de twee locaties worden zo nodig mitigerende maatregelen uitgevoerd om voldoende drooglegging te creëren. Door de watergang M2b.4 te verondiepen tot 50 cm onder maaiveld blijft afwatering van de locatie W1 mogelijk. De locatie W3 is vlak bij de Hegebeek gelegen. Door de verondieping van de Hegebeek is er kans op inundatie op deze locatie. Hiervoor zal een kade aangelegd worden aan de zuidkant van de bebouwing. De uitwerking van mitigerende maatregelen wordt gedaan in de uitvoeringsfase (Antea 2020).
Effecten op infrastructuur De maatregelen, zoals in hoofdstuk 5 beschreven, leiden enkel in het noorden van het Witte Veen tot een risico voor de infrastructuur. Antea (2020) heeft de effecten op de Hegeveldweg en de Witteveenweg onderzocht. De Hegeveldweg ligt ten noorden van de Hegebeek. Langs de geasfalteerde weg is voor een groot deel ontwatering aanwezig. Deze greppels en sloten moeten goed onderhouden worden om grondwateroverlast te voorkomen. Volgens de inundatieberekeningen is er een kans op inundatie van een klein deel van de Hegeveldweg (180 m). Echter, de berekeningen zijn voor de T10 situatie overschat (zie paragraaf 6.2, perceel 4). Door de overschatting komt inundatie waarschijnlijk minder vaak voor dan eens in de tien jaar. De projectgroep heeft op 7 juli 2020 ingestemd met het voorstel om de Hegeveldweg niet op te hogen met 20 cm. Met de toevoeging dat in afstemming met de wegbeheerder (gemeente Haaksbergen) de situatie gemonitord wordt. Dit wordt opgenomen in het monitoringsplan uitwerkingsgebied Witte Veen (Pratensis, 2019). De Witteveenweg ligt aan de oostzijde van het gebied. De vernatting door het verondiepen van de Hegebeek (M2a) heeft geen effect de Witteveenweg. Het verondiepen van de aanwezige watergang (M2b.4) tussen locatie W1 en de Hegebeek voorkomt overlast aan de geasfalteerde weg.