DB bijlage 6. Ruimtelijke onderbouwing Zoutwinningsproject Haaksbergen
Tekst van het document
51
Zoutwinningsproject Haaksbergen
gevolge van de bodemdalingskom zouden kunnen zijn. Bij de huidige zoutwinningslocaties bedraagt de scheefstand over 100 meter enkele millimeters na een periode van tientallen jaren. Anders gezegd, het ene doel van een voetbalveld zou na een periode van pakweg een halve eeuw enkele millimeters lager staan dan het doel aan de andere van het veld. Het optreden van bodemdaling heeft mogelijk gevolgen voor bebouwing, wegen en ondergrondse leidingen in het gebied (functies aan het maaiveld) en voor het functioneren van het oppervlaktewater- en grondwatersysteem. Het onderzoeksgebied is gelegen op het (lichtglooiende) Oost-Nederlandse Plateau. Het landschap loopt van zuidoost naar noordwest iets af. Dit is ook terug te zien in de verschillende type landschappen die aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied. De bodem ten noordwesten van Haaksbergen kan door de zoutwinning iets dalen. Op de onderstaande afbeeldingen is de verwachte daling (afbeelding 20) en worst case daling ten behoeve van effectanalyse (afbeelding 21), op basis van door Nobian ontwikkelde modellen, weergegeven.
Afbeelding 20: Verwachte bodemdaling als gevolg van de ontwikkeling van 8 cavernes uit het aangevraagde winningsplan in centimeters 50 jaar na start productie - de daling in het midden bedraagt 12 cm (bron: Nobian)
52
Zoutwinningsproject Haaksbergen
Afbeelding 21: Worst case scenario bodemdaling indien meer (12) en grotere (2,3 miljoen m3 gemiddeld) worden ontwikkeld, in centimeters na 50 jaar. Dit scenario is gemodelleerd om effecten onder extreme aannames in beeld te brengen. De daling in het midden bedraagt in dat geval maximaal 34 cm (bron: Nobian)
Het scenario volgens afbeelding 21 is gebruikt om effecten te simuleren onder extreem ongunstige omstandigheden. Het scenario als zodanig zal niet optreden omdat eerder wordt gestopt met winnen (caverne volume wordt niet gemiddeld 2,3 maar 1 miljoen m3 maximaal) en er minder cavernes worden ontwikkeld, 8 i.p.v. 12. Afbeelding 20 geeft een conservatieve prognose van de bodem daling in 50 jaar zoals die wordt verwacht indien het voorgenomen project met 8 cavernes wordt uitgevoerd. De verwachte bodemdaling is gemodelleerd door KBB. Er zijn verschillende scenario's ontwikkeld. De verwachte bodemdaling onder conservatieve condities (figuur 20) is een scenario gebaseerd op conservatieve aannames over bodemeigenschappen en geeft de verwachte mate van bodemdaling weer. Omdat er nog geen ervaring is met zoutwinning in het Haaksbergen zoutkussen, is het moeilijk de bodemdaling exact te voorspellen. Om die reden heeft Nobian KBB gevraagd om naast dit ook een Worst Case scenario door te rekenen. Het Worst Case scenario (figuur 21) is gebaseerd op conservatieve aannames in combinatie met meer en grotere cavernes. De afstand van het diepste punt naar de rand van de kom bedraagt circa twee kilometer. De effecten op de omgeving zijn ook in het worst case scenario beperkt en leiden niet tot problemen met de waterhuishouding of schade aan infrastructuur of huizen.
Het uitvoeren van de diepboringen zelf leidt niet tot bodembeweging in het gebied. De bodembeweging tijdens de productiefase als gevolg van de zoutwinning is beschreven in voorgenoemd winningsplan. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken, en de praktijk van zoutwinning in Twente, bestaat voldoende zekerheid dat de bodemdaling ten gevolge van de
53
Zoutwinningsproject Haaksbergen
zoutwinningsactiviteiten geen schade of andere negatieve effecten zal veroorzaken op de omgeving en daarom geen belemmering kan vormen voor de zoutwinningsactiviteiten. Nobian zal op basis van het winningsplan en de toezeggingen van Nobian verschillende metingen uitvoeren om de bodemdaling te monitoren. De metingen die Nobian uitvoert gedurende elk stadium van het project, zijn veel uitgebreider dan wettelijk gezien vereist. Deze metingen worden gedaan ten behoeve van tijdige kennisopbouw over de ondergrond en het garanderen van een veilige ontwikkeling en afsluiting van de cavernes. 5.4. Geluid Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Ook is geluid van invloed op het welbevinden van mensen. Hierdoor komt het aspect geluid in veel verschillende wetten (met elk hun eigen reikwijdte) voor. Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai.
Artikel 76 Wgh verplicht ertoe om bij ruimtelijke ontwikkelingen die betrekking hebben op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Tevens is voor de voorgenomen ontwikkeling tijdens de boorwerkzaamheden het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm) van toepassing. Bij het uitvoeren van diepboringen en workovers is het belangrijk voldoende aandacht te besteden aan het onderwerp geluid. Lawaai bij het boren en bij de workovers kan hinder veroorzaken naar omwonenden. In het verleden is er al veel ervaring opgedaan om het geluid te beperken. Zo zijn er enkele jaren geleden geluidreducerende maatregelen genomen aan de boorinstallaties, waardoor de lawaaiproductie bij het boren is teruggedrongen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De duur van het uitvoeren van de diepboring beslaat een periode van ongeveer een maand. De werkzaamheden vinden continue plaats. De geluidsemissie gedurende de productiefase is nihil. Alle locaties liggen op ten minste 100 meter van de dichtstbijzijnde woning. Tijdens de boorwerkzaamheden en de workovers voor onderhoud- en reparatiewerkzaamheden worden maatregelen getroffen waarmee wordt voldaan aan de geluideisen die het AmvB-Barmm stelt bij het gebruik van mobiele boorinstallaties.
In de operationele fase worden geen nadelige effecten verwacht. Bij de winning van zout vindt een zeer beperkte geluidsproductie plaats. In opdracht van Nobian heeft Worley een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de boorfase en de operationele fase. Het akoestisch onderzoek is als bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Hieronder staan de belangrijkste conclusies uit deze rapportage. Zie voor de rekenresultaten en een nadere toelichting op het onderdeel geluid de separate bijlage.
54
Zoutwinningsproject Haaksbergen
Boorfase (workover) Per zoutwinningslocatie zijn met een geluidmodel geluidberekeningen uitgevoerd voor de boringen met ingehuurde apparatuur die boringen mogelijk moeten maken. Uit de door Worley uitgevoerde analyse van de emissiecontouren blijkt dat bij alle beoogde zoutwinningslocaties voor zoutboringen in de standaard opstelling wordt voldaan aan de grenswaarden van de AmvB-Barmm op de dichtstbijzijnde woningen. Ter plaatse van de zoutwinningslocaties H-02 wordt door het treffen van maatregelen (plaatsen van een tijdelijke geluidsscherm) eveneens aan de grenswaarde voldaan. Straat nr
Put
Put
Put
Put
Put
Put
Put
Put
H-01 H-02 H-03 H-04 H-05 H-07 H-08 H-09
Straat nr
Put
Put
Put
Put
Put
Put
Put
Put
H-01 H-02 H-03 H-04 H-05 H-07 H-08 H-09
Eppenzolder 25
38
38
49
48
58
48
48
40
Eppenzolder 25
36
37
44
44
52
45
44
38
Eppenzolder 27
37
37
49
47
57
48
48
41
Eppenzolder 27
35
37
43
44
51
45
44
38
Eppenzolder 27
37
37
49
47
58
47
48
41
Eppenzolder 27
35
37
43
44
51
45
44
38
Eppenzolder 33
39
39
51
46
59
43
45
40
Eppenzolder 33
37
38
47
43
54
39
40
35
Eppenzolder 39
37
36
46
44
52
46
50
43
Eppenzolder 39
34
36
41
41
47
43
45
39
Eppenzolder 39
36
36
46
44
52
47
51
43
Eppenzolder 39
34
36
41
41
47
43
45
39
Hassinkbrinkweg 23
32
32
40
40
43
49
54
51
Hassinkbrinkweg 23
30
30
34
35
35
45
52
48
Hengelosestraat 57
48
60
51
50
42
37
38
34
Hengelosestraat 57
47
57
46
47
42
36
33
30
Oorweg 12
47
50
59
45
47
39
39
35
Oorweg 12
45
47
56
45
45
36
34
31
Oorweg 8
47
50
58
46
47
38
39
35
Oorweg
8
46
49
54
45
45
36
34
30
Wissinkbrinkweg 69
44
52
53
57
45
39
40
34
Wissinkbrinkweg 69
42
48
46
54
44
37
34
32
Afbeelding 22: Berekende Worst Case geluidimmissie (etmaalwaarde in dB(A)) bij zoutboringen (links) en bij uitvoeren van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden (rechts) op relevante woningen (bron: Worley)
De bovenstaande berekeningen zijn uitgevoerd onder aanname van zeer conservatieve condities, dat wil zeggen met een verouderde mast en met gebruik van dieselgeneratoren. Nobian zal in haar aanbesteding eisen stellen aan de geluidsemissie van de mast en hoofdzakelijk gebruik maken van haar eigen elektriciteitsvoorziening en zo weinig tot geen generatoren nodig hebben tijdens het boren en zeker niet tijdens de onderhoudswerkzaamheden. Op deze wijze wordt tijdens het uitvoeren van reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op alle locaties voldaan aan de grenswaarde van 60 dB(A) etmaalwaarde. Zoals aangegeven zal de feitelijke geluidsimmissie op de woningen lager zijn als gevolg van de nieuwere techniek en uitvoeringsvorm.
55
Zoutwinningsproject Haaksbergen
Afbeelding 23: Geluidscontouren nieuwe zoutboringen (worst case)
Operationele fase Tijdens de operationele fase van de zoutwinning wordt voldaan aan de grenswaarden die gelden voor een rustige landelijke omgeving van maximaal 30 à 35 dB(A) in de nachtperiode zoals opgenomen in de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening. Tijdens de workover voor reparatie- en onderhoudswerkzaamheden wordt voldaan de vigerende eisen in de AmvB-Barmm (zie tevens hierboven). Zie bijgevoegde rapportage voor de rekenresultaten tijdens de operationele fase. Het aspect ‘geluid’ vormt, mede door het treffen van maatregelen tijdens de werkzaamheden, geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.5. Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit -NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen.
Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Voor een woningbouwlocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat (met de bijbehorende verkeersbewegingen). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van 8 zoutwinningslocaties in het buitengebied van Haaksbergen. Het voorliggende plan draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de luchtverontreiniging, doordat de voorgenomen ontwikkeling kleinschaliger is, dan 1500 woningen. Voorliggend bestemmingsplan is qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger als de bouw van
56
Zoutwinningsproject Haaksbergen
1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. Het onderdeel ‘stikstofdepositie’ wordt behandeld in paragraaf 5.10 5.6. Externe veiligheid Het beleidsveld externe veiligheid is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij onder andere: productie, opslag, verlading en gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Vanaf 1 januari 2010 zijn er strikte risicogrenzen die in milieuvergunningen en bestemmingsplannen moeten worden vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Dit gaat concreet om bedrijven die risicovol zijn, vervoer van gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Externe veiligheid kan op twee manieren ingedeeld worden: Transportrisico behandelt de externe veiligheid langs transportassen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zoals spoorlijnen, buisleidingen en snelwegen. Risico bij inrichtingen gaat over externe veiligheid rond bedrijven waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, bijvoorbeeld tankstations met LPG-verkoop.
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) verplicht gemeenten om afstand te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. Er wordt gewerkt met een plaatsgebonden risicocontour (PR) en een groepsgebonden risico (GR): In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen, kleinere kantoren) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsgebonden risico (GR). Het groepsgebonden risico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm, maar is een zogenaamde oriënterende waarde.
Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is vanaf 1 januari 2011 het toetsingskader bij planontwikkeling in de nabijheid van hogedrukaardgasleidingen en overige leidingen met gevaarlijke stoffen. De afweging van de externe veiligheidssituatie van buisleidingen heeft grondslag in de Wet Milieubeheer (Wm) en in de Wro. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om in beeld te brengen of er in het onderzoeksgebied of in de nabijheid daarvan risicobronnen aanwezig zijn, is de provinciale risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat aan de westkant van het onderzoeksgebied een gasleiding van
57
Zoutwinningsproject Haaksbergen
Gasunie loopt. Tevens loopt er door het onderzoeksgebied een hoogspanningsleiding. Deze hoogspanningsleiding is ook als dubbelbestemming opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen'. Met de realisatie van de zoutwinningslocaties en de aanleg van de leidingen ten behoeve van de zoutwinning zal rekening gehouden worden met de bestaande kabels en leidingen die door het onderzoeksgebied lopen, hiermee vormt externe veiligheid geen gevolgen voor de voorgenomen ontwikkeling. Afstemming hierover met de netbeheerders heeft plaatsgevonden.
Afbeelding 24: Risicokaart met onderzoeksgebied (wit) (bron: Risicokaart provincie Overijssel)
5.7. Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Bij de toetsing aan de richtafstanden gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie
58
Zoutwinningsproject Haaksbergen
die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het betreft hier een zoutwinningsbedrijf. Op grond van de bedrijfsactiviteiten geldt volgens VNG-uitgave een richtafstand van 100 meter. SB 08
Omschrijving Zoutwinningsbedrijven
G 5
S 1
G 1
G 3
C 3
Vanaf de boorlocaties ten opzichte van omliggende bestaande woningen wordt voldaan aan de richtafstanden (de dichtstbijzijnde woningen zijn op minimaal 100 meter afstand). Het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen komt hierdoor niet in het geding. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op voldoende afstand van omliggende woningen. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen is daarom niet in het geding. Bovendien vindt geen emissie plaats van geur of stof en is geluidsproductie nagenoeg afwezig. 5.8. M.e.r. beoordeling In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) is vastgelegd wanneer voor welke activiteiten een verplichting geldt tot het maken van een (project-)MER (onderdeel C) en is aangegeven in welke situaties voor welke activiteiten een m.e.r.beoordelingsplicht geldt (onderdeel D). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Nobian volgt voor deze ontwikkeling de MER-procedure, die beoordeeld wordt door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het MER-beoordelingsbesluit van het ministerie zal onderdeel uitmaken van de beoordeling van de omgevingsvergunning milieu voor het realiseren van de zoutboringen en voor het in productie nemen van de zoutwinningslocaties. 5.9. Kabels en leidingen Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Aan de westkant van het onderzoeksgebied loopt een gasleiding van Gasunie (zie risicokaart paragraaf 5.6). Tevens loopt er door het onderzoeksgebied een hoogspanningsleiding. Deze hoogspanningsleiding is ook als dubbelbestemming opgenomen in het Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen. Met de realisatie van de zoutwinningslocaties en de aanleg van de transportleidingen ten behoeve van de zoutwinning zal rekening worden gehouden met de bestaande kabels en leidingen die door het onderzoeksgebied lopen. Ten behoeve van de zoutwinning worden tevens leidingen aangelegd. Nadat het boorgat is gemaakt wordt deze aangesloten op het water- en pekelleidingnet. Voor het aanleggen van de leidingen wordt een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden aangevraagd. Het voorliggende plan is op het onderdeel kabels en leidingen uitvoerbaar.
59
Zoutwinningsproject Haaksbergen
5.10. Stikstof Om de stikstofdepositie in Natura2000 gebieden in beeld te brengen is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. De stikstofberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de AERIUS-calculator (versie 2022-2). In de berekeningen zijn naast de activiteiten die plaatsvinden tijdens de reguliere gebruiksfase tevens alle benodigde activiteiten (aanleg zoutwinningslocaties, ombouw van het bedrijfsgebouw tot pompstation en leidingtracés) om de zoutwinning mogelijk te maken meegenomen, de zogenaamde aanlegfase. De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlagen opgenomen in de Voortoets (zie separate bijlage). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat tijdens de gebruiksfase de stikstofdepositie ter plaatse van Natura2000 gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N per hectare per jaar. Tijdens de aanlegfase is er sprake van een tijdelijke geringe toename in stikstofdepositie op een aantal Natura2000 gebieden. Buurserzand & Haaksbergerveen is het zwaarst belaste gebied met een maximale projectbijdrage van 0,1 mol N/ha/jr in het uitvoeringsjaar) en maximaal 0,00 mol N/ha/jr in opvolgende jaren. Andere gebieden kennen projectbijdragen van 0,04 mol/ha/jr of lager in 2023 en lager dan 0,00 mol/ha/jr voor de opvolgende jaren. Dergelijke kleine tijdelijke deposities van tijdelijke bronnen leiden niet tot significant negatieve effecten.
Nobian laat nog een toets uitvoeren om te bevestigen dat geen significante effecten te verwachten zijn. Ter validatie laat Nobian nog een Voortoets uitvoeren om deze conclusie te bevestigen. Een passende beoordeling of een aanvraag van een vergunning in kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. 5.11. Gezondheid en veiligheid voor de bewoners Voor de leefbaarheid van de bewoners is het zoutwinningsgebied is van belang dat zoutwinning op een veilige en verantwoorde wijze plaatsvindt. Dit geldt zowel voor de inrichtingsfase, de productiefase als voor de nazorgfase. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit de onderzoeken die ten behoeve van de vergunning op grond van de Mijnbouwwet zijn opgesteld blijkt dat een veilige en gezonde leefomgeving, zowel tijdens de aanleg- als de exploitatie en nazorgfase, voldoende kan worden verzekerd. RoyalHaskoning heeft in het rapport van 8 augustus 2022 de veiligheid tijdens de boorfase en tijdens de zoutproductiefase is uitvoerig onderzocht en goed bevonden (zie hierover ook de vergunningaanvraag). 5.12. Conclusie In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen met zich meebrengt.
60
Zoutwinningsproject Haaksbergen
6. Uitvoerbaarheid 6.1. Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid wordt beschreven. 6.2. Ruimtelijke uitvoerbaarheid In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Er wordt geconstateerd dat er geen waarden aangetast worden in het onderzoeksgebied en in de directe omgeving. Verder zijn er geen milieukundige belemmeringen geconstateerd (zie hoofdstuk 5). Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar. 6.3. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het gemeentebestuur van Haaksbergen streeft naar draagvlak bij belanghebbenden en maatschappelijke organisaties voor ruimtelijke besluiten. Daarom hecht het gemeentebestuur belang aan de dialoog over de voorgenomen ontwikkeling. Bovendien wil het gemeentebestuur sturen in de totstandkoming van de zoutwinning. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening, zal het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (bevoegd gezag) relevante maatschappelijke organisaties (overlegpartners) – die fysieke of beleidsmatige belangen hebben in het onderzoeksgebied – in de gelegenheid stellen om te reageren op de voorgenomen ontwikkeling.
Ter bevordering van het draagvlak zal Nobian monitoring van bodembeweging door middel van tiltmeting toepassen, een micro-seismisch meetnet installeren en periodiek bodemdalingsmetingen uitvoeren in de vorm van jaarlijkse satelietmetingen en 5-jaarlijkse waterpassing. De resultaten van al deze metingen zullen worden gedeeld en besproken met omwonenden. Daarnaast zal aan omwonenden in het effectgebied een bouwkundige nul-meting (schouw) worden aangeboden. Bouwkundige schade als gevolg van de mijnbouwactiviteiten van Nobian zullen worden beoordeeld door de Commissie Mijnbouwschade waarbij het bewijsvermoeden zal gelden. Ter financiële zekerstelling zal Nobian een Monitoring en Garantiefonds oprichten, bestuurd door een onafhankelijk bestuur, en door Nobian voorzien van financiële middelen. Dit fonds kan worden aangesproken indien Nobian in gebreke zou blijven bij het vergoeden van schade aan eigendommen van omwonenden. Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.
61
Zoutwinningsproject Haaksbergen
6.4. Economische uitvoerbaarheid Met de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten, waarin onder andere het verhalen van eventuele planschade wordt geregeld. De vaststelling van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. De kosten die gemoeid zijn met de aanleg van de zoutwinningslocaties en ondergrondse transportleidingen komen geheel ten laste van Nobian. Deze kosten komen derhalve niet ten laste van de gemeente Haaksbergen. Planschade Met het voorliggende omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan wordt afgeweken van de planologische kaders. Deze afwijking zou tot gevolg kunnen hebben dat iemand in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt. In een dergelijk geval zou deze persoon de gemeente kunnen verzoeken om een tegemoetkoming in deze schade (afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening). Om eventuele planschade als gevolg van de beoogde ontwikkeling voor rekening van Nobian te laten komen zal hiertoe een planschadeovereenkomst worden afgesloten tussen het bevoegd gezag en Nobian. Lusten en lasten In lijn met de contouren nota en het eigen beleid van Nobian zal Nobian een overeenkomst sluiten met de gemeente waarin nadere afspraken worden gemaakt over de lusten en lasten voor de omgeving.
Uitgangspunt in deze overeenkomst is dat een deel van de inkomsten die Nobian verkrijgt door winning van het zout ten goede komt aan de omwonenden. Hiertoe zal een Stichting Omgevingsfonds worden opgezet die deze gelden zal beheren. 6.5. Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk, en economisch uitvoerbaarheid is. De voorgenomen ontwikkeling kan dus worden gerealiseerd. Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3a: Bijlage 3b: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:
62
Natuurtoets Eelerwoude Geluidsrapporten Worley Voortoets-2021 ANTEA AERIUS berekening aanlegfase 2022.2 (d.d. augustus 2023) Milieu Effect Rapport d.d. 1 september 2023 Archeologische onderzoeken ADC Actualiserend historisch bodemonderzoek Haaksbergen (Stantec 3-8-2020) NH20230915 Memo Landschappelijke inpassing Haaksbergen
Zoutwinningsproject Haaksbergen