CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptversie 5 juli Energie Strategie Twente 2.0

Gemeenteraad 27 november 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadvoorstel Concept Energiestrategie Twente 2.019.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Inleiding

5

Samenvatting afspraken en leeswijzer

7

1.

Het RES-proces

8

1.1.

RES als samenwerkingsverband

8

1.2.

RES Twente 1.0

8

1.3.

RES 2.0 en gang van zaken

9

1.4.

Energiestrategie Twente 2.0

9

1.5.

Status Energiestrategie Twente 2.0

10

Afspraken Energiestrategie Twente 2.0

11

2.1

Reikwijdte en opgave

11

2.2

Samenwerkingsafspraken

12

2.3

Samenwerking bij uitvoeringsvraagstukken

12

2.

o Warmtetransitie in de gebouwde omgeving o Netcongestie-oplossingen o Lokaal eigendom

12 13 13

Uitvoeringsprogramma 2025-2026

14

3.1

Acties die volgen uit de Energiestrategie Twente 2.0

14

3.2

Acties die volgen uit de RES Twente

15

3.

Bijlage A

19

A1. Voortgang grootschalige opwek hernieuwbare elektriciteit

20

A1.1 Provinciaal wind- en zonbeleid

o Wind o Zon A1.2 Gerealiseerde opwek

20 20 20

20

o Wind o Zon

20 21

A2. Energie-infrastructuur

23

A2.1 Elektriciteit

23

A2.2 Aardgasnet

24

A3. Voortgang warmtetransitie o Stand van zaken lokale warmtetransitie o Samenwerkingsmogelijkheden

25 25 25

A3.1 Ontwikkeling van een Regionaal Warmtenet Twente

26

A3.2 Opwek biogas/groengas

26

A4. Voortgang communicatie en participatie

28

A4.1 Informeren van onze omgeving

28

2

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

o Online communicatiemiddelen o Fysieke bijeenkomsten

28 28

A4.2 Betrekken van onze samenleving

28

o o o o

Meedenktank Inwonersforum Online meedenken Initiatiefgroep

29 29 29 30

A5. Voortgang lokaal eigendom

30

A5.1 Beleidsmatige verankering

31

A5.2 Lokale initiatieven

31

A5.3 Samenwerkingsmogelijkheden

31

A6. De Twentse Energie Agenda A6.1 Voortgang en samenwerkingsverbanden

33 33

Bijlage B

34

Reactienota adviezen Inwonersforum

34

Bijlage C

43

Reactienota adviezen Meedenktank

43

3

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Voorwoord De afgelopen jaren werden de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker. De steeds vaker voorkomende hevige regenbuien en extreme droogte hebben niet alleen een grote impact op onze manier van leven, maar ook op die van onze kinderen en kleinkinderen. Juist voor hen is het belangrijk dat we nu hard blijven werken om onze mooie regio ook in de toekomst leefbaar te houden. In 2021 stelden we de Regionale Energiestrategie Twente 1.0 vast. In onze RES 1.0 formuleerden we onze doelen voor 2030. We stelden als doel in Twente om gezamenlijk minimaal 1,5 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken alsook de koers uit de Regionale Structuur Warmte te realiseren. Sindsdien hebben we in alle gemeentes van onze regio zowel ambtelijk als bestuurlijk hard gewerkt om deze doelen te realiseren. Sinds 2021 is er wereldwijd veel gebeurd, zo ook op het gebied van energie en de energietransitie. Daarom maken we in dit document de balans op en kijken we verder dan het opwekken van elektriciteit door middel van zon en wind. Dit vereist een bredere insteek dan de ambities zoals deze in de RES 1.0 zijn gepresenteerd. Voor ons ligt een forse opgave. De ontwikkeling van decentrale energiesystemen en het realiseren van een afname van de CO2-uitstoot gaat veel van ons vragen. maar biedt ook kansen, bijvoorbeeld voor onze inwoners en ondernemers.

We zijn het in Twente niet altijd eens over de uitvoering van deze opgave, maar blijven samen aan tafel en kijken met dit document gezamenlijk naar de toekomst. Omdat we het belangrijk vinden om elkaar als RES-partners vast te houden, blijven we ons inzetten voor het versterken van de regionale samenwerking. We kunnen onze ambities namelijk alleen realiseren door samen te werken. We zijn er nog niet, maar met deze Energiestrategie Twente 2.0 zetten we een belangrijke stap in de goede richting. Graag blijven we met u in gesprek en werken we samen aan de uitvoering van deze plannen. Namens de Regionale Energiestrategie Twente, Harry Scholten Wethouder Hof van Twente Voorzitter RES-Twente

4

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Inleiding Van RES 2.0 naar Energiestrategie Twente 2.0 Na het vaststellen van de RES 1.0 in juli 2021 is er door de RES-partners in Twente gewerkt aan het opstellen van een RES 2.0. Daarbij zijn veel afspraken uit de RES 1.0 voortvarend opgepakt en omgezet in acties. Er is veel vooruitgang geboekt in de uitwerking van afspraken over Twente als warmteregio, over lokaal eigendom en over de Twentse Energie Agenda. Met betrekking tot de afspraken over wind- en zonne-energie kwam een blijvend verschil van inzicht aan de oppervlakte tussen de RES-partners in Twente, met name over de invulling van de afspraak dat er gestreefd wordt naar een verhouding 60% windenergie en 40% zonne-energie. Dat verschil van inzicht heeft niet geleid tot aanpassing van de afspraken uit de RES 1.0. In juli 2023 heeft de Provincie Overijssel de regie genomen op de invulling van het streven naar 60% windenergie door het vaststellen van nieuw ruimtelijk beleid voor windenergie. In september 2023 werd dit gevolgd door provinciale regie op het ruimtelijk beleid voor zonnevelden, overigens als uitwerking van nieuw landelijk beleid voor zonnevelden.

Over deze ingrepen van de Provincie Overijssel wordt door de RES-partners verschillend gedacht, maar de consequentie is wel glashelder: er kunnen geen besluiten meer worden genomen in de RES 2.0 over wind- en zonne-energie, omdat die besluiten immers al door de Provincie Overijssel zijn genomen. Een belangrijke basis onder de RES 2.0 valt daardoor weg. Als uitvloeisel van deze ontwikkelingen is de vraag aan de orde gekomen of er nog wel een RES 2.0 moet worden opgesteld en ook de vraag of het samenwerken in RES-verband nog nuttig is. De Twentse RES-partners vinden van wel, vanwege de volgende redenen: 

Er staan waardevolle afspraken in de RES 1.0 waar we gezamenlijk invulling aan willen blijven geven: Twente als warmteregio, lokaal eigendom en de Twentse Energie Agenda. Bij deze onderwerpen is het belangrijk om in een volgende fase te verkennen hoe we de samenwerking het beste vorm kunnen geven. Omdat er de afgelopen jaren vraagstukken op de RES-partners zijn afgekomen die een gemeentegrens-overschrijdende blik vereisen en die zo complex zijn dat het nuttig is gezamenlijk capaciteit en expertise te organiseren. Dan gaat het om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en om de netcongestie-problematiek. Ook op deze onderwerpen is het van belang te verkennen hoe we in samenwerking meer slagkracht kunnen ontwikkelen. Omdat de aard van het energievraagstuk anders is dan ten tijde van het opstellen van de RES 1.0. De aanvoer, leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie zijn anders dan enkele jaren geleden- geen vanzelfsprekendheden meer. Dat heeft enerzijds te maken met de sluiting van het gasveld in Groningen en gewijzigde geopolitieke verhoudingen, en anderzijds met de capaciteit van de transport- en distributienetwerken. Er zijn directe gevolgen voor Twentse bedrijven en voor de inwoners van Twente. Het is dan belangrijk om tot nieuwe strategische afspraken te komen die een antwoord vormen op deze nieuwe uitdaging.

Een regionale energiestrategie die niet enkel de focus legt op het opwekken van duurzame energie, maar zich vooral richt op voldoende aanvoer, leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie. We willen daarom in Twente een visie ontwikkelen op het vormgeven van decentrale energiesystemen, met als doel om uiteindelijk minder afhankelijk te

5

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

worden van de aanvoer van energie van elders, van de uitbouw van het transport- en distributienetwerk en van prijsschommelingen op de energiemarkt. De RES 2.0 wordt daarmee een ander document dan we ons in eerste instantie hadden voorgenomen. We richten ons op het verkennen van nieuwe strategische afspraken én van de mogelijkheden om tot gezamenlijke uitvoering van energiebeleid te komen. De RES 2.0 wordt daarmee meer een gezamenlijk uitvoeringsprogramma dan een document dat gericht is op regionale beleidsdoelen. We spreken daarom nu over een Energiestrategie Twente 2.0, waarmee we markeren dat het een ander document is dan de RES 2.0 die we ons eerder hadden voorgenomen. Met het invoeren van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het besluitvormingsproces ook veranderd. Een (uitvoerings)programma wordt door de colleges van Burgemeester en Wethouders van Twentse gemeenten, het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel en het Dagelijks Bestuur van Waterschap Vechtstromen vastgesteld. Het besluitvormingsproces biedt gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van het waterschap de kans vooraf geconsulteerd te worden.

6

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Samenvatting afspraken en leeswijzer     

De grootschalige opwek van elektriciteit uit wind en zon maakt geen onderdeel meer uit van de afspraken die in RES-verband worden gemaakt. Wel monitoren we in RESverband de voortgang van wind- en zonne-energie in Twente. We maken daarom geen RES 2.0, maar een Energiestrategie Twente 2.0. Dat is een programma onder de Omgevingswet en de colleges van B&W, het college van GS en het DB van het waterschap zijn bevoegd om het programma vast te stellen. We willen breder en integraler naar het energievraagstuk in Twente kijken en ons bij het maken van regionale keuzes niet beperken tot alleen windenergie, zonne-energie en (boven)lokale warmtebronnen. We maken daarom in 2025 scenario’s voor het ontwikkelen van decentrale energiesystemen in Twente. We herijken de samenwerkingsafspraken in RES-verband om een gelijkwaardige samenwerking in de toekomst zo goed mogelijk te borgen: o Geen van de RES-partners voert regie op naleving of invulling van afspraken; o We maken geen regionale afspraken over onderwerpen waarop één van de RES-partners of de rijksoverheid regie claimt; o We richten ons niet op het afspreken van nieuwe beleidsdoelen, maar op het gezamenlijk ontwikkelen van energiebeleid en instrumentarium voor uitvoering van energiebeleid. Alle RES-partners dragen bij aan het gezamenlijk ontwikkelen.

o De RES-partners zijn niet op voorhand gebonden aan het resultaat van het gezamenlijk ontwikkelen, maar bepalen voor ieder resultaat afzonderlijk of zij dat overnemen. We onderzoeken hoe we gezamenlijk effectief tot uitvoering van energiebeleid kunnen komen op de thema’s: o Warmtetransitie o Netcongestie-oplossingen o Lokaal eigendom We stellen daarvoor een uitvoeringsprogramma 2025/2026 vast.

In hoofdstuk 1 schetsen we het RES-proces en de doorstart naar een Energiestrategie Twente 2.0. Ook geven we aan welk besluitvormingsproces nodig is om de Energiestrategie Twente 2.0 als programma onder de Omgevingswet vast te stellen. In hoofdstuk 2 gaan we in op de reikwijdte van de Energiestrategie Twente, de herijking van samenwerkingsafspraken en op afspraken over het verkennen van samenwerking bij uitvoering van energiebeleid. Hoofdstuk 3 is het uitvoeringsprogramma van de Energiestrategie Twente 2.0 voor de jaren 2025 en 2026. In bijlage A geven we weer welke stappen er de afgelopen jaren genomen zijn om invulling te geven aan de RES 1.0. Bijlage A is daarmee te beschouwen als een voortgangsrapportage en verantwoording van activiteiten. Bijlage B is een formele reactienota van de RES-partners op de adviezen van het Inwonersforum en bijlage C een reactienota op adviezen van de Meedenktank.

7

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

1. Het RES-proces De Regionale Energie Strategieën zijn opgezet om invulling te geven aan een (beperkt) deel van het Klimaatakkoord. De opgave die volgt uit het Nationaal Programma RES is om in 2030, met 30 RES regio’s gezamenlijk, zorg te dragen voor 35 Terawattuur duurzaam opgewekte elektriciteit uit grootschalige wind- en zonne-energieprojecten op land. Het tweede deel van de opgave is om met een Regionale Structuur Warmte (RSW) bij te dragen aan de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Daar wordt mee bedoeld dat in de RESregio’s wordt onderzocht welke bovenlokale en lokale warmtebronnen beschikbaar zijn en hoe die warmtebronnen kunnen worden benut voor het verwarmen van gebouwen. Naast deze opgaven uit het NP RES, staat het de RES-regio’s uiteraard vrij om andere thema’s uit het energiedomein te betrekken bij het RES-proces, voor zover die passen in het Klimaatakkoord en de periode tot 2030. De uitgangspunten van het RES-proces zijn:  Er is sprake van een gelijkwaardige samenwerking tussen decentrale overheden: provincie, gemeenten en waterschappen;  De RES-partners zijn aan de regionale doelen gebonden door ‘zelfbinding’: de gemeenten, provincies en waterschappen stellen de RES vast als onderdeel van het eigen beleid;  Bij het vaststellen van regionale doelen moet rekening worden gehouden met lokaal draagvlak en de beschikbare energie-infrastructuur.

Netbeheerders en maatschappelijke organisaties zijn daarom partners in het RES-proces;  Iedere twee jaar tot 2030 kunnen afspraken uit de RES 1.0 worden herzien of herijkt als daar goede redenen voor bestaan. Ook kunnen (nieuwe) ruimtelijke kaders worden vastgesteld na de RES 1.0. In dat geval wordt een RES 2.0 of 3.0 gemaakt.

1.1.

RES als samenwerkingsverband

Naast een proces is de RES ook een samenwerkingsverband van decentrale overheden. In Twente werken in de RES 14 gemeenten, de Provincie Overijssel en Waterschap Vechtstromen samen, aangevuld met de netbeheerders Enexis en Cogas/ Coteq. De landelijke netbeheerders (TenneT en Gasunie) en maatschappelijke organisaties zijn wel betrokken, maar staan iets meer op afstand. Het samenwerkingsverband van decentrale overheden dat is gevormd kan ook worden benut voor andere opgaven dan die op dit moment in het NP RES zijn opgenomen. Nu de RES-doelen voor 2030 bepaald zijn, is een mogelijke volgende stap om in gezamenlijkheid uitvoering te geven aan de doelen. Veel RESregio’s doen dat al en ook in Twente is het zinvol om de rol en positie van de RESsamenwerking bij uitvoering van beleid te verkennen.

1.2.

RES Twente 1.0

De RES Twente 1.0 is in juli 2021 door vrijwel alle RES-partners vastgesteld1. In de RES Twente 1.0 zijn de volgende afspraken gemaakt:  Om in Twente 1,5 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken met wind en zon in 2030;  Daarbij te streven naar een energiemix met 60% windenergie en 40% zonneenergie;  Om Twente te positioneren als warmteregio, met als belangrijke stappen: 1

De gemeente Rijssen-Holten heeft de RES Twente 1.0 niet vastgesteld.

8

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

 

1.3.

o Samen te werken bij de ontwikkeling van een regionaal warmtenet Twente; o Samen te werken bij het beschikbaar maken van biogas en groengas; Om minimaal 50% lokaal eigendom van alle duurzame energieprojecten als uitgangspunt te nemen; In de Twentse Energie Agenda samen te werken aan innovatieve ontwikkelingen, kennisopbouw en energie-gerelateerde arbeidsmarktvraagstukken.

RES 2.0 en gang van zaken

De afgelopen periode is gewerkt aan een RES Twente 2.0. Een RES Twente 2.0 was nodig om ruimtelijk invulling te geven aan de afgesproken doelen voor windenergie en zonnevelden in Twente. In de RES 1.0 zijn wel afspraken gemaakt over het volume van duurzame elektriciteitsopwekking in Twente in 2030, maar is niet bepaald op welke locaties en onder welke condities dat mogelijk is. In juli 2023 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel nieuw voorgenomen windbeleid vastgesteld. Dat voorgenomen windbeleid is vervolgens uitgewerkt in het Provinciaal Programma Energiestrategie en in Instructieregels in de Omgevingsverordening Overijssel. Voor zonnevelden heeft het college van GS van Overijssel nieuw voorgenomen beleid vastgesteld in september 2023. Ook het ruimtelijk beleid voor zonnevelden is uitwerkt in Instructieregels die onderdeel uitmaken van de Omgevingsverordening Overijssel. De gang van zaken heeft tot gevolg dat de ruimtelijke kaders voor wind- en zonne-energie in Twente geen onderdeel meer uitmaken van het RES-proces. De ruimtelijke kaders zijn vastgesteld door de Provincie Overijssel en niet op basis van onderlinge afspraken in RESverband. Daarmee vervalt de grondslag voor de RES 2.0 zoals we ons die hadden voorgenomen.

1.4.

Energiestrategie Twente 2.0

Het is nodig een RES 2.0 op te stellen als er ten opzichte van de RES 1.0 nieuwe afspraken worden gemaakt of afspraken worden herijkt. Dat is in Twente aan de orde. Een aantal RES-partners ziet de provinciale regie op windenergie en zonnevelden als een inbreuk op de uitgangspunten van het RES-proces. Dat heeft bij een aantal Twentse RESpartners het vertrouwen in het RES-proces ondermijnd. Er zijn nieuwe samenwerkingsafspraken nodig om in de toekomst constructief samen te werken op klimaaten energiethema’s. Overigens kijken niet alle RES-partners op dezelfde wijze naar de provinciale regie op windenergie en zonnevelden. Een aantal gemeenten heeft goede afspraken kunnen maken binnen de nieuwe ruimtelijke kaders. Daarnaast is het de afgelopen jaren glashelder geworden dat het geen goed idee is om eenzijdig naar elektriciteitsopwekking uit wind en zon te kijken, of eenzijdig naar de mogelijkheden voor bovenlokale warmteprojecten. Alleen al de congestieproblematiek maakt duidelijk dat een bredere, systemische benadering nodig is om als regio tot een effectieve strategie te komen. We zien bij het vraagstuk van netcapaciteit een sterke wisselwerking tussen elektriciteit, warmte en hernieuwbaar gas. We zien dat onbalans in vraag en aanbod

9

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

van energie directe gevolgen heeft voor andere beleidsterreinen: de lokale economische ontwikkeling, het sociaaleconomische domein, de woningbouwopgave, het vestigingsklimaat. We willen strategisch nadenken over oplossingen die impact hebben op het totale energiesysteem in Twente en daar horen nieuwe afspraken bij over de reikwijdte van onze gezamenlijke energiestrategie. De Regionale Energie Strategie is daarnaast in ander vaarwater gekomen. Ook nu de grootschalige opwek van elektriciteit uit wind en zon niet meer in RES-verband wordt bepaald, willen we invulling geven aan de overige ambities uit de RES 1.0. Dan gaat het niet meer om sturen op harde kwantitatieve doelen, maar om het zoeken naar een effectieve krachtenbundeling op de onderwerpen warmtetransitie, energie-infrastructuur, lokaal eigendom, kennisopbouw en innovatie. Ook daar horen nieuwe (samenwerkings)afspraken bij. We spreken daarom vanaf nu niet over de RES 2.0 maar over een Energiestrategie Twente 2.0. Uiteraard werken we binnen het kader van het NP RES, maar we kijken breder dan voorheen naar de opgave die er ligt in Twente voor de energietransitie. We maken afspraken over uitvoering van beleid en leggen elkaar geen beleidsdoelen op. We spreken daarvoor duidelijke uitgangspunten van samenwerking af. De Energiestrategie Twente 2.0 is een doorstart op basis van gewijzigde afspraken.

1.5.

Status Energiestrategie Twente 2.0

We zien de Energiestrategie Twente 2.0 als een programma onder de Omgevingswet. Dat betekent dat de colleges van Burgemeester en Wethouders van de Twentse gemeenten, het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel en het Dagelijks Bestuur van Waterschap Vechtstromen bevoegd zijn om de Energiestrategie Twente 2.0 vast te stellen. In de Omgevingswet is daarbij het advies opgenomen om voorafgaand aan vaststelling de gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap te consulteren. Dat de Energiestrategie Twente 2.0 als programma onder de Omgevingswet wordt vastgesteld betekent op dit moment niet meer en niet minder dan dat de RES-partners de uitgangspunten van het programma onderschrijven én de bereidheid verankeren om in een uitvoeringsprogramma samen te werken. De Energiestrategie Twente 2.0 bevat geen concrete afspraken die vertaald moeten worden naar een Omgevingsplan. Om die reden hoeft geen plan-m.e.r. te worden doorlopen voor de Energiestrategie Twente 2.0 en is het ook niet zinvol dit document ter inzage te leggen. De positie van Waterschap Vechtstromen is onder de Omgevingswet een andere dan die van de Provincie en gemeenten. Nu de Energiestrategie Twente 2.0 echter geen ruimtelijke aspecten heeft die moeten worden opgenomen in een Omgevingsplan heeft dat geen consequenties.

Waterschap Vechtstromen kan de Energiestrategie Twente 2.0 desgewenst vaststellen als interbestuurlijke afspraak. Aan de netbeheerders Enexis en Cogas/ Coteq wordt nadrukkelijk gevraagd zich als partner aan de Energiestrategie Twente 2.0 te verbinden. De netbeheerders maken echter geen onderdeel uit van het formele besluitvormingsproces van decentrale overheden. De directies van Enexis en Cogas/ Coteq zal worden verzocht in te stemmen met de Energiestrategie Twente 2.0.

10

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

2. Afspraken Energiestrategie Twente 2.0 2.1 Reikwijdte en opgave Op dit moment is de uitbouw van de energie-infrastructuur een grote bottleneck in het energietransitie-proces. Het gaat al geruime tijd niet meer om de beschikbaarheid van voldoende hernieuwbare opwekcapaciteit, maar om de vraag hoe we de beschikbare energie op het juiste moment bij energievragers kunnen krijgen tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. Een (sub)regionale afstemming van de vraag en het aanbod van energie, in de vorm van decentrale energiesystemen, kan de druk op de energie-infrastructuur verminderen. De noodzaak om aan decentrale energiesystemen te werken wordt onderbouwd in het Nationaal Plan Energietransitie (NPE). Decentrale energiesystemen zijn in het NPE een belangrijk element voor het bereiken van een CO2-vrije energievoorziening in 2050. Het is nodig om decentrale energiesystemen op (sub)regionale schaal te ontwikkelen, omdat het energiesysteem per definitie gemeentegrenzen overschrijdt. Het gaat er bij decentrale energiesystemen om het energiesysteem, met al haar onderlinge afhankelijkheden, zo in te richten dat er op regionale (of sub-regionale) schaal een zo goed mogelijke balans ontstaat tussen vraag en aanbod van energie. Zo vormen zich als het ware ‘energie-eilanden’ die minder afhankelijk zijn van de aanvoer van energie van elders.

De karakteristieken en mogelijkheden van de regio bepalen daarbij de inrichting van het energiesysteem. Om strategische keuzes te maken worden alle elementen van het energiesysteem in ogenschouw genomen. De ontwikkeling van decentrale energiesystemen maakt ons minder afhankelijk van (het tempo van) uitbouw van de energie-infrastructuur, van de aanvoer van energie van elders en van beleidskeuzes die op nationaal niveau worden gemaakt. We spreken in de Energiestrategie Twente 2.0 daarom af de komende twee jaar scenario’s te ontwikkelen voor de vormgeving van decentrale energiesystemen in Twente. Deze scenario’s laten zien hoe vraag en aanbod van elektriciteit, warmte, hernieuwbaar gas en biobrandstof in Twente optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd, voorzien van een overzicht van de beleidskeuzes die voor realisatie van de scenario’s nodig zijn. We sluiten bij het ontwikkelen van de scenario’s aan bij de pMIEK en de Energievisie die onder verantwoordelijkheid van de Provincie Overijssel in ontwikkeling zijn. Dat betekent concreet dat we -waar mogelijk- op basis van de provinciale Energievisie scenario’s voor Twente uitwerken en dat we ervoor zorgdragen dat er geen tegenstrijdigheden tussen de Energievisie en Twentse scenario’s ontstaan. Deze opgave sluit aan bij de contourennota voor nieuwe interbestuurlijke afspraken over de energietransitie voor de periode 2030-2050.

Daarin staat verwoord dat decentrale overheden in gezamenlijkheid sturing moeten geven aan de vormgeving van het energiesysteem, zoals dat nu in RES-verband gebeurt. De samenhang tussen de Energiestrategie Twente 2.0 en de provinciale Energievisie, evenals de afbakening van verantwoordelijkheden, wordt bepaald door deze nieuwe interbestuurlijke afspraken. De scenario-ontwikkeling, als eerste stap in het ontwikkelen van decentrale energiesystemen, is gereed in januari 2026, zodat we desgewenst concrete beleidskeuzes kunnen maken in een Energiestrategie Twente 3.0.

11

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

2.2 Samenwerkingsafspraken Het is belangrijk om als RES-partners naar elkaar uit te spreken dat de samenwerking in de toekomst ook daadwerkelijk een gelijkwaardige samenwerking is. Dat betekent concreet dat, als de RES-partners in de toekomst gezamenlijk regionale afspraken maken, de afzonderlijke RES-partners ook zelf verantwoordelijk zijn voor naleving en (ruimtelijke) invulling van deze afspraken. We gaan uit van het principe van zelfbinding en daarmee ook van de eigen verantwoordelijkheid van RESpartners voor naleving en invulling van gemaakte afspraken. Regie van één van de RES-partners op naleving en invulling van regionale afspraken is niet aan de orde. We gaan in RES-verband als ‘coalition of the willing’ met elkaar samenwerken, maar niet vrijblijvend. Het samenwerken als ‘coalition of the willing’ betekent concreet dat we elkaar geen beleidsdoelen opleggen, maar gezamenlijk ‘producten’ ontwikkelen. Een product kan bijvoorbeeld een regionale visie zijn, gezamenlijk beleid, een project, beleidsinstrumentarium, een uitvoeringsorganisatie, een communicatiestrategie, een lobby-traject, et cetera. De RES-partners maken uiteindelijk zelf de keuze of ze een gezamenlijk ontwikkeld ‘product’ overnemen, of niet. Het gezamenlijk ontwikkelen betekent niet dat partners ook op voorhand aan het resultaat daarvan gebonden zijn.

Met niet vrijblijvend bedoelen we dat het uitgangspunt is dat alle samenwerkingspartners bijdragen aan het gezamenlijk ontwikkelen door naar vermogen menskracht en middelen in te zetten. De concrete bijdrage van de partners wordt jaarlijks in een jaarplan afgesproken. Vanaf 2025 wordt een jaarplan en begroting voor uitvoering van de Energiestrategie Twente 2.0 vastgesteld in het Opdrachtgeversoverleg. We maken in RES-verband geen regionale (ruimtelijke) invullingsafspraken meer over onderwerpen waar één van de RES-partners, of de Rijksoverheid, op basis van wettelijke bevoegdheden de regie claimt of voornemens is de regie te claimen. (Bij de (ruimtelijke) regierol is er sprake van een keuze om al-dan-niet gebruik te maken van wettelijke bevoegdheden. Als de Provincie of Rijksoverheid op een onderwerp regie claimt, is dat geen onderwerp (meer) waarover op basis van een gelijkwaardige positie regionale afspraken kunnen worden gemaakt.

2.3 Samenwerking bij uitvoeringsvraagstukken Bij een aantal onderwerpen uit de RES 1.0 is het aan de orde om gezamenlijk organisatiekracht en slagkracht te ontwikkelen. Hoe we dat doen, met welke RES-partners en in welke structuur we dat willen gieten is geen uitgemaakte zaak. We willen daarom onderzoeken of de RES-partners kennis en capaciteit kunnen bundelen in Twente, en zo ja, in welke vorm dat kan. Warmtetransitie in de gebouwde omgeving Op dit moment is de benodigde kennis en capaciteit verspreid over de 16 RES-partners en de stakeholders, waarbij de vraag zich opdringt of dat gezamenlijk niet efficiënter te

12

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

organiseren is. Collectieve warmtesystemen vallen deels binnen het domein van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) en deels binnen het domein van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Ook dat is niet efficiënt. De Warmtewet vraagt verder om publieke marktordening en rolneming van publieke partijen, waarbij het mogelijk waardevol is die rolneming in regionaal verband vorm te geven. We willen daarom verkennen of een gezamenlijke organisatie voor de warmtetransitie in Twente tot de mogelijkheden behoort, en zo ja, in welke vorm dat kan. Uiteraard nemen we de initiatieven die verschillende RES-Partners en de Twente Board al genomen hebben mee in deze verkenning. Netcongestie-oplossingen De afgelopen jaren dringt zich ook de vraag op wat (decentrale) overheden zelf kunnen doen om oplossingen te ontwikkelen voor netcongestie, onafhankelijk van de uitbouw van het elektriciteitsnet door de netbeheerders. Het gaat dan vaak om het ontwikkelen van complexe, kostbare en tijdrovende projecten, zoals energy hubs, elektriciteitsopslag, vraagsturing, conversie van elektriciteit. We willen onderzoeken hoe de RES-partners efficiënt kunnen samenwerken bij het ontwikkelen van oplossingen voor netcongestie. Uiteraard nemen we de initiatieven die verschillende RES-partners en de Twente Board al genomen hebben mee in deze verkenning.

Lokaal eigendom De afgelopen jaren is het in RES-verband vooral gegaan over verankering van lokaal eigendom in beleid van (decentrale) overheden. In een volgende fase is het van belang ervoor zorg te dragen dat lokaal eigendom ook daadwerkelijk van de grond komt. Om als ontwikkelaar of mede-ontwikkelaar op te treden moeten bewonersgroepen de beschikking hebben over eigen vermogen, financieringsinstrumentarium, ontwikkelexpertise en -ervaring. Het uitgangspunt daarbij is dat een samenwerkingsverband van lokale energie-initiatieven en (decentrale) overheden de beste garanties biedt dat de benodigde expertise en financiering structureel beschikbaar blijft. We willen verkennen of een dergelijk samenwerkingsverband tot de mogelijkheden behoort, en zo ja, in welke vorm dan. Uiteraard nemen we de initiatieven die verschillende RES-partners, de Lokale Energie Initiatieven-Twente (LEI-T) en Energie Coöperatie Overijssel (ECO) al genomen hebben mee in deze verkenning.

13

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

3. Uitvoeringsprogramma 2025-2026 Het uitvoeringsprogramma heeft betrekking op 2025 en 2026. Daarna wordt het programma geactualiseerd, in combinatie met het opstellen van een Energiestrategie Twente 3.0. In het nieuw gevormde Opdrachtgeversoverleg zijn afspraken gemaakt over een gewijzigde ambtelijke werkstructuur, waarbij werkgroepen verantwoordelijk zijn voor uitvoering van de in het programma opgenomen actiepunten. De trekkers van deze werkgroepen worden bekostigd uit verschillende bronnen. Naast het reguliere RES-budget heeft het rijk extra middelen beschikbaar gesteld om de inzet van gemeenten op het onderwerp energieinfrastructuur te borgen. Voor het versterken van de Regionale Structuur Warmte en het versnellen van de lokale warmtetransitie zijn er daarnaast vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) middelen beschikbaar gesteld voor het inhuren van externe expertise. De organisatie van het Uitvoeringsprogramma, inclusief ambtelijke capaciteit, de aanstelling van (interne en externe) trekkers en de bekostiging daarvan, wordt weergegeven in een jaarplan. Het jaarplan wordt begin 2025 voorgelegd aan het Opdrachtgeversoverleg.

3.1 Acties die volgen uit de Energiestrategie Twente 2.0 Actie 1: Planning: Trekker: Aanpak:

Scenario-ontwikkeling decentrale energiesystemen 1-1-2025 tot 31-1-2026 Inhuur procesbegeleider  Opstellen systeemstudie, op basis van pMIEK Overijssel en Energievisie Overijssel en inventarisatie ontwikkelingen Twente;  Opstellen Twentse scenario’s voor optimale afstemming van vraag en aanbod van energie in de periode 2030-2050.  Overzicht van beleidskeuzes per scenario

Actie 2: Planning: Trekker: Aanpak:

Verkenning organisatie warmtetransitie 1-6-2025 tot 1-10-2026 Onafhankelijk verkenner  Inventariseren wensen en uitgangspunten RES-partners, leidend tot een nota van uitgangspunten  Opstellen overzicht van projecten en voornemens RES-partners  Opstellen overzicht van benodigde expertise, personele capaciteit en budget voor uitvoering warmtetransitie  Werkbezoek goede voorbeelden samenwerking bij warmtetransitie  Opstellen overzicht mogelijke organisatievarianten  Bestuurlijke werksessie  (Eventueel leidend tot) opstellen intentieverklaring

Actie 3: Planning: Trekker: Aanpak:

Verkenning organisatie netcongestie-oplossingen 1-6-2025 tot 1-10-2026 Werkgroep netwerk  Inventariseren projecten en voornemens RES-partners  Advies netbeheerders en programmateam Energyboard voor concrete netcongestie-projecten in Twente

14

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

 Opstellen overzicht van benodigde expertise, personele capaciteit en budget voor uitvoering projecten en voornemens  Opstellen overzicht mogelijke organisatievarianten  Bestuurlijke werksessie  (Eventueel leidend tot) opstellen intentieverklaring Actie 4: Planning: Trekker: Aanpak:

Verkenning organisatie lokaal eigendom 1-1-2025 tot 1-6-2025 Onafhankelijk verkenner  Inventariseren wensen en uitgangspunten ECO en LEI-T  Inventariseren wensen en uitgangspunten RES-partners  Opstellen overzicht van benodigde expertise, personele capaciteit en budget voor ontwikkeling lokaal eigendom bij wind- en zonprojecten in Twente  Opstellen overzicht mogelijke organisatievarianten  Bestuurlijke werksessie  (Eventueel leidend tot) opstellen intentieverklaring

3.2 Acties die volgen uit de RES Twente Twente als warmteregio: Actie 5: Planning: Trekker:

Aanpak:

Actie 6: Planning: Trekker:

Verdiepende verkenning Regionaal Warmtenet (RWT) September 2024 – juni 2026 De coalitie van gemeenten Enschede, Hengelo, Borne en Cogas en Twence, aangevuld met gemeenten die in de toekomst op het RWT kunnen aansluiten. Coördinator RSW zorgt voor de regionale verbinding met de Energiestrategie Twente.  Gemeenten Enschede, Hengelo en Borne stellen een koersdocument op, waarin zij de keuzemogelijkheden voor de regionale ontwikkeling van collectieve warmtevoorzieningen in kaart brengen  Een schetsontwerp opstellen voor de regionale warmte-infrastructuur  Een verkenning hoe publieke marktordening bij het regionaal warmtenet kan worden vormgegeven  Opstellen van een financieringsplan voor het regionale warmtenet, waarbij de RES-partners hun wensen kunnen meegeven voor besluitvorming door een (nog op te richten) regionaal warmtebedrijf  De gemeenten Enschede, Hengelo en Borne maken het mogelijk dat de organisaties die interesse hebben in het oprichten van een regionaal warmtebedrijf voor Twente kunnen aanhaken. De Wet Collectieve Warmte (Wcw) zal hiervoor de basis zijn.

Versnellen realisatie warmtenetten September 2024 – januari 2026 Inhuur expertise (SPUK NPLW)

15

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Aanpak:

Verkennen waar duurzame bronnen ingezet kunnen worden bij Twentse gemeenten die warmtenetten willen inzetten als alternatief voor aardgas. Gemeenten in Twente met plannen voor collectieve warmte-oplossingen verkennen samen de mogelijkheden met de inzet van expertise met kennis van de branche.  Een bronnenstrategie die zowel lokale als bovenlokale warmtebronnen in kaart brengt als basis van de verkenning  Onderzoeken hoe publieke marktordening kan worden vorm gegeven en hoe gemeenten hierin samen kunnen werken.  Een analyse van kansen en obstakels als basis voor het opstellen van een plan van aanpak voor oprichting van een (lokaal/regionaal) warmtebedrijf.

Actie 7: Planning: Trekker: Aanpak:

Versnellen productie biogas en groengas September 2024 – januari 2026 Inhuur coördinator mestvergisting (SPUK NPLW).  Verkennen hoe de landelijke handreiking vergunningverlening voor biogasinstallaties kan worden verankerd in lokaal beleid  Via een plan-MER de meest kansrijke locaties voor centrale mestvergistingsinstallaties in kaart brengen  Verkennen welke overige biomassa-bronnen die lokaal beschikbaar zijn vergist kunnen worden.  Verkennen hoe installaties die nodig zijn om biogas op te werken naar groengas gerealiseerd kunnen worden en van elektriciteit voorzien kunnen worden (i.v.m. netcongestie)  Het vormgeven van een biogas/ groengas coalitie en een intentieovereenkomst opstellen voor samenwerking met gemeenten Dinkelland, Hardenberg, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Tubbergen, Twenterand, Wierden, netbeheerder Cogas en Twence  De coalitie verkent hoe de opgewekte biogas/groengas ingezet kan worden in gemeenten met een lagere bebouwingsdichtheid en relatief groot opwekpotentieel  Bijeenkomsten organiseren en werkbezoeken ‘Best Practices’

Actie 8: Planning: Trekker: Aanpak:

Opstellen bronnenstrategie September 2024 – januari 2026 Coördinator RSW, in samenwerking met werkgroep RSW (NPLW) Om de regionale samenwerking in de warmtetransitie te versterken en de lokale warmtetransitie te versnellen wordt een bronnenstrategie opgesteld. Die moet inzicht geven in:  De huidige en toekomstige lokale en bovenlokale warmtebronnen  De infrastructuur die nodig is om deze bronnen te benutten  De omvang van de gebieden waar de geïnventariseerde warmtebronnen ingezet kunnen worden  De maatschappelijke kosten van collectieve warmtevoorzieningen, afgezet tegen de maatschappelijke kosten van elektrische warmtevoorzieningen (inclusief duurzame elektriciteitsopwekking en de benodigde verzwaring van de elektrische infrastructuur)

16

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

 De aanpassingen die nodig zijn in de woningen om deze bronnen te benutten, waarbij de energetische en economische balans wordt gezocht tussen isoleren en aanpassen van het afgiftesysteem Actie 9: Planning: Trekker: Aanpak:

Kennisopbouw lokale warmtegemeenschappen September 2024 – september 2026 Inhuur coördinator samen met werkgroep Warmtegemeenschappen  Een krachtenveld- en stakeholder-analyse opstellen om in kaart te brengen wat er nodig is om warmtegemeenschappen in Twente op te zetten  Plan van aanpak opstellen om samen met Twentse gemeenten warmtegemeenschappen te stimuleren en faciliteren  Bijeenkomsten organiseren en werkbezoeken ‘Best Practices’.

Netwerk: Actie 10: Planning: Trekker: Aanpak:

Samenwerken netcongestie-oplossingen 1-1-2025 tot 1-10-2026 Werkgroep netwerk  Programmering en prioritering; zowel via de betrokkenheid van de RES in de Energy Board, als bij prioritering in de buurtaanpakken  Het leveren van inbreng in de Energy Board en de werksporen die daaronder vallen  Ontwikkelen van oplossingen voor netcongestie  Anticiperen op de ruimtevraag van netbeheerders  Het managen van het energieverbruik door samen te werken binnen energyhubs

Actie 11: Planning: Trekker: Aanpak:

Ondersteuning zonne-energieprojecten zonder aansluiting Start 1 januari 2025 Coördinator werkgroep Netwerk Delen van kennis en ervaring over lopende projecten, inventariseren kansen bij gemeenten, advisering bij het opzetten van projecten in gemeenten. Het realiseren van zonprojecten is complexer dan voorheen. Dit omdat het -vanwege netcongestie- meestal niet mogelijk is om zelf opgewekte elektriciteit aan het elektriciteitsnet terug te leveren. Opwek in combinatie met eigen gebruik (eventueel in combinatie met opslag) is wel mogelijk en biedt goede kansen voor bedrijven die een extra elektriciteitsvraag hebben. Op aanvraag worden RES-partners geadviseerd over de mogelijkheden zonne-energieprojecten zonder teruglevermogelijkheid te realiseren.

Toelichting:

Actie 12:

Onderzoek noodzaak en wenselijkheid plan van aanpak “netcongestie-aardgasnet”

17

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Toelichting: Planning: Trekker: Aanpak:

Door afname van de vraag naar aardgas en de toename van lokale opwek en invoeding van groengas, bestaat de mogelijkheid dat ook op het aardgasnet congestie gaat ontstaan. Start zomer 2025 Coördinator werkgroep Netwerk We gaan samen met de netwerkbeheerders onderzoeken of, en zo ja wanneer, er gasnetwerk-congestie kan ontstaan en maken zo nodig een plan van aanpak voor het tegengaan hiervan.

Twentse Energie Agenda: Actie 13: Planning: Trekker: Aanpak:

Ontwikkelen learning communities 1-1-2025 tot 31-12-2026 Coördinator werkgroep Twentse Energie Agenda Met het project Power Up (samenwerkingsproject met Saxion, UT, ROC) worden learning communities gevormd voor kennisopbouw rondom innovatieve technieken en processen  Inventariseren kennisbehoefte RES-partners  Afspraken met projectleiding Power Up over de structuur van de learning communities, onderwerpen en wijze waarop kennisopbouw plaatsvindt  Afstemming met werkplaatsen

18

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Bijlage A Voortgang uitvoering RES Twente 1.0

19

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

A1. Voortgang grootschalige opwek hernieuwbare elektriciteit In de RES Twente 1.0 hebben we afgesproken om in 2030 jaarlijks de productie van minimaal 1,5 TWh elektriciteit door windturbines en zonnepanelen mogelijk te maken. Daarbij is ook afgesproken om te streven naar een energiemix waarbij 40% (600 GWh) van de elektriciteit wordt opgewekt met zonnepanelen en 60% (900 GWh) met windturbines. In dit hoofdstuk geven we aan wat de stand van zaken is rond de grootschalige opwek van elektriciteit met wind en zon in Twente. We rapporteren, maar maken in RES-verband geen afspraken over wind- en zonne-energie meer.

A1.1 Provinciaal wind- en zonbeleid Met het vaststellen van het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) en de aangepaste Omgevingsverordening Overijssel, heeft de Provincie Overijssel haar ruimtelijk beleid rond opwek middels zon en wind recentelijk aangepast2. Wind In het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) zijn de provinciale voorkeursgebieden voor windturbines vastgelegd. Evenals de clustereis voor realisatie van windparken buiten deze voorkeursgebieden. Ook is er een verdeling van de opwek middels wind over de gemeenten overeengekomen. In de zogenoemde programmeringsafspraken zijn met gemeenten afspraken gemaakt over de maximale opwek per gemeente en de termijnen waarop gebieden worden opengesteld voor het indienen van initiatieven. Voor gemeenten die geen programmeringsafspraken hebben gemaakt heeft de Provincie een maximum vastgesteld. De programmeringsafspraken worden – indien nodig- elke twee jaar herzien. Zon Met het aangescherpte zonnebeleid focust de Provincie op de realisatie van zonne-installaties in de gebouwde omgeving: op daken en boven parkeerplaatsen bijvoorbeeld. De aanleg van nieuwe, grote zonnevelden op landbouw- of natuurgrond is in principe niet meer mogelijk. Kleine zonnevelden aan de stadsrand of op een agrarisch erf zijn nog wel mogelijk.

Ook langs infrastructuur, - de snelwegen en zogenaamde N-wegen- blijft ruimte voor zonneinstallaties. Principeverzoeken voor zonneveld-initiatieven waarop gemeenten vóór de publicatiedatum van het nieuwe beleid (12 oktober 2023) een positief besluit namen, vallen onder een overgangsregeling. Voorwaarde hierbij is dat deze initiatieven voor 2030 gerealiseerd moeten zijn.

A1.2 Gerealiseerde opwek Wind Op dit moment zijn er nog geen vergunningen voor windturbines verleend. Wel is een aantal reeds eerder ingediende principe verzoeken, voor in totaal 16 – 20 turbines, in behandeling genomen:  Windpark de Lutte  Windpark Oude Buurserdijk  Wind voor Buren 2 Zie omgevingsverordening, vastgesteld op … oktober 2024.

20

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Energiepark Daarle  Windpark Langeveen Later dit jaar worden gebieden opengesteld voor het indienen van nieuwe initiatieven voor windturbines. Dit conform de programmeringsafspraken. Ook de initiatieven die onlangs ingediend zijn, maar nog niet in behandeling genomen, worden hierbij betrokken. Of en wanneer de, via de programmeringsafspraken belegde opwek van maximaal 955 GWh gerealiseerd wordt, is vooral afhankelijk van het aantal initiatieven dat ingediend wordt, of deze vergund kunnen worden en wanneer er een aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is. De RES-partners hebben hier geen, of beperkte, invloed op. Zon In de afgelopen jaren is er een forse toename van de opwek met zonnepanelen geweest. In onderstaande tabel wordt de toename van opwek van zon in GWh weergegeven.

Zon op dak (>15 Mwp)3 Zon op veld Twence Totaal

1-122020 81,2

1-12-2021

1-6-2022

111,2

178,4

1-122023 195,1

55,9 19,4 156,6

103 18,9 233,2

172 18,9 350,4

176,7 18,9 390,8

NB: deze tabel wordt geactualiseerd zodra de monitor is geactualiseerd (naar verwachting in augustus 2024)

Naast de al gerealiseerde opwek is er ook nog voor ongeveer 190 GWh aan zogenaamde pijplijnprojecten. Dit zijn initiatieven die bij gemeenten aangemeld zijn, maar de procedure tot vergunningverlening nog niet hebben doorlopen. Hoeveel van deze pijplijnprojecten na de aanscherping van het provinciale beleid doorgang kunnen vinden, is geen onderdeel meer van de Energiestrategie Twente 2.0.

21

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Een voorbeeld van zo’n pijplijnproject is de ‘duurzaamheidsroute A35’. In dit project werken zes Twentse gemeenten met de Provincie, Enexis en verschillende Rijkspartijen zals Rijkswaterstaat samen om de gronden en taluds langs de N35/A35 en A1 in te zetten voor zonnevelden. Het gaat om gronden van het rijk, de gemeenten en van derden. Er wordt op dit moment gewerkt aan de planologische procedure. Realisatie ervan is voorzien. De duurzaamheidsroute heeft de potentie om elektriciteit op te wekken voor 25.000 – 30.000 huishoudens.

22

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

A2. Energie-infrastructuur De huidige energie-infrastructuur kent drie onderdelen: elektriciteit, aardgas en warmtenetten. In de toekomst komen daar mogelijk transport- en distributienetwerken voor waterstof bij, maar dat is voor Twente op dit moment nog niet aan de orde. Dit hoofdstuk is bedoeld om de stand van zaken met betrekking tot de energie-infrastructuur in Twente aan te geven. Daarnaast gaan we in op de acties die we in RES-verband ondernemen op dit thema. Warmtenetten scharen we onder het onderwerp warmtetransitie. We gaan hier in het volgende hoofdstuk op in.

A2.1 Elektriciteit Nederland heeft te maken met grote congestieproblemen op het elektriciteitsnet. Inmiddels is ook in Twente de beschikbare transportcapaciteit op alle stations vergeven. De kaart van Twente kleurt oranje voor invoeding en oranje/ rood voor afname (zie: https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/). Oranje betekent dat er heel weinig tot geen ruimte is. Rood betekent dat er congestiemanagement is geweest en de conclusie was dat er daadwerkelijk geen ruimte meer is. In beide gevallen betekent het dat er geen ruimte is voor nieuwe (grootverbruiker)aansluitingen voor zowel invoeding van opgewekte elektriciteit als voor afname van elektriciteit. Op dit moment voert TenneT congestiemanagementonderzoeken uit. Het onderzoek voor afname wordt in het najaar 2024 verwacht, dat voor invoeding in het voorjaar van 2025. Tot die tijd is niet bekend of en hoeveel extra capaciteit er door congestiemanagement beschikbaar kan komen. In heel Twente zal er uitbreiding plaatsvinden van het elektriciteitsnet. Zowel op het hoogspanningsnet van TenneT, als op de midden- en laagspanningsnetten die in beheer zijn bij Enexis en Coteq. Nagenoeg alle bestaande hoog- en middenspanningsstations zullen worden uitgebreid. Verder zullen de netbeheerders een aantal nieuwe stations bijbouwen.

Ook op laagspanningsniveau – de infrastructuur in woonwijken - moet er het nodige gebeuren, zoals het verzwaren van kabels en het bijplaatsen van transformatorhuisjes. Hiertoe ontwikkelen de regionale netbeheerders Enexis en Coteq een nieuwe buurtaanpak. Gemeenten worden hier individueel bij betrokken. Het zal zeker nog vele jaren duren voor alle noodzakelijke uitbreidingen gerealiseerd zijn. Het is daarom zaak om als gemeenten, provincie en netbeheerders volop in te zetten op:  Het faciliteren van het versneld realiseren van netverzwaring: het zoeken en beschikbaar stellen van locaties voor het plaatsen van transformatorstations en een efficiënte inrichting van het vergunningtraject.  Het ondersteunen van optimale benutting van de bestaande capaciteit. Dat kan bijvoorbeeld door in te zetten op cable pooling (meerdere gebruikers benutten één aansluiting), opgewekte elektriciteit direct zelf of samen met anderen gebruiken (energiedelen), of door gebruik te maken van mogelijkheden voor opslag en conversie van elektriciteit. Maar ook door bij nieuwbouwplannen (woningbouw, bedrijvenlocaties) rekening te houden met de beperkingen van de energieinfrastructuur.  Slim programmeren en prioriteren: het opstellen van afwegingskaders om te bepalen welke uitbreiding voorrang heeft en eventueel ook welke klant voorrang heeft bij een nieuwe aansluiting.

23

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

Netbeheerders, overheden en andere partijen werken hard aan een toekomstbestendig energiesysteem. Een systeem waarin vraag en aanbod, transport en distributie, opslag en omzettingsvormen van energie op elkaar zijn afgestemd. Op steeds meer plekken ontstaan wachtrijen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen op het elektriciteitsnet. Dit staat duurzaamheids- en groeiambities in de weg. In het Landelijk Actieprogramma Netcongestie is afgesproken om in elke provincie bestuurlijke coördinatie voor netcongestie in te richten. De Energy Board is hiervan de uitwerking. In de Energy Board leggen de landelijke en regionale netbeheerders en overheden, samen met gebruikssectoren, verbinding tussen de verschillende activiteiten die raken aan de verbouwing van het energiesysteem. De doelen van de Energy Board zijn: 1. Het sneller realiseren van benodigde energie-infrastructuur 2. Het slimmer benutten van nieuwe en bestaande energie-infrastructuur 3. Het programmeren en prioriteren van investeringen van het energiesysteem

A2.2 Aardgasnet Nederland heeft een uitgebreide aardgasinfrastructuur, waarmee vooral de gebouwde omgeving wordt voorzien van aardgas voor het verwarmen van gebouwen. Het doel is dat er in 2050 geen aardgas meer gebruikt wordt in de gebouwde omgeving. In de tussenliggende periode zal het aardgasverbruik verminderen door isolatie en de overstap op alternatieven. Tegelijkertijd is er de ambitie om meer biogas c.q. groengas te gaan gebruiken. Dit zal de komende jaren worden bijgemengd met aardgas. De productie van biogas en groengas vindt veelal plaats in relatief kleine vergisters, bijvoorbeeld bij agrariërs of rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het is de vraag of het huidige aardgasnet is ingericht om (zoveel) groengas op te kunnen nemen. De drukverschillen tussen de verschillende delen van het aardgasnet, maar ook de discrepantie tussen aanbod en vraag van groengas kan leiden tot congestieproblemen op het aardgasnet. Om te voorkomen dat er vergelijkbare situaties ontstaan als die we nu op het elektriciteitsnet zien, is een tijdige aanpak nodig.

24

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

A3. Voortgang warmtetransitie Twente heeft de potentie zich te ontwikkelen tot een duurzame warmteregio. Daarvoor is er een Regionale Structuur Warmte (RSW) opgesteld, die is verwerkt als onderdeel van de RES Twente 1.0. Naast de regionale samenwerking, spelen de afzonderlijke gemeenten een belangrijke rol bij het vormgeven van de warmtetransitie. Zo moet iedere gemeente uiterlijk 31 december 2026 een Warmteprogramma hebben opgesteld. Het ambitieniveau van gemeenten in wisselwerking met de Regionale Structuur Warmte is bepalend voor de vraag of Twente zich daadwerkelijk kan ontwikkelen tot warmteregio. Uit de RSW volgt dat een regionaal warmtenet kansrijk is voor het stedelijk gebied, waarbij de restwarmte van afvalverwerker Twence als belangrijkste bron wordt benut. Dit met het potentieel om 100.000 woningequivalenten te verwarmen met restwarmte als alternatief voor aardgas. Op termijn kunnen lokale warmtenetten en andere duurzame warmtebronnen op het regionale warmtenet worden aangesloten. Twente heeft ook veel potentieel om biogas/groengas op te wekken uit mest en biomassa. Voor het buitengebied en voor gebouwen die niet op een andere betaalbare wijze te verwarmen zijn, onderzoeken we de inzet van groengas als alternatief voor aardgas. Stand van zaken lokale warmtetransitie Gemeenten hebben de regie op de warmtetransitie in de gebouwde omgeving.

Daarvoor hebben alle Twentse gemeenten een Transitievisie Warmte of een Warmteprogramma vastgesteld. Gemeenten moeten hun Transitievisie Warmte uiterlijk 31 december 2026 actualiseren en een Warmteprogramma opstellen, passend binnen de kaders van de Omgevingswet. Verschillende gemeenten zijn hier al mee gestart. In het Warmteprogramma is het voorkeursalternatief voor aardgas opgenomen voor de buurten waar gemeenten met een uitvoeringsplan starten vóór het jaar 2035. Samenwerkingsmogelijkheden Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) ondersteunt gemeenten bij het verduurzamen en aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Om de regionale samenwerking in de warmtetransitie te versterken en de lokale warmtetransitie te versnellen is er voor drie jaar een Specifieke Uitkering (SPUK) beschikbaar gesteld. De besteding van deze middelen is gekoppeld aan de Regionale Structuur Warmte en de lokale warmtetransitie in Twente.

Twentse gemeenten werken op basis van deze subsidie samen:  Om de productie van biogas/groengas te versnellen  Om de mogelijkheden van natuur-inclusief isoleren te verkennen  Bij het opzetten van warmtegemeenschappen (om daarmee invulling te geven aan de ambitie van 50% lokaal eigenaarschap bij warmteprojecten)  Bij het opstellen van een bronnenstrategie De Twentse gemeenten stellen een bronnenstrategie op om inzicht te krijgen in de huidige (en toekomstige) lokale en bovenlokale warmtebronnen, de benodigde infrastructuur om die bronnen te benutten en de omvang van het gebied waar de geïnventariseerde warmtebronnen ingezet kunnen worden. De bronnenstrategie onderzoekt daarmee onder andere de potentie van de volgende bronnen:  Biogas en groengas  Geothermie, waaronder ook kleinere geothermiebronnen. De RES Twente verkent de mogelijkheden van deze systemen gecombineerd met kleinschalige warmtenetten.

25

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

  

Industriële restwarmte of andere restwarmtebronnen De mogelijkheden voor aquathermie als bron voor het verwarmen van wijken. In Twente zijn er verschillende aquathermie-initiatieven De mogelijkheid om waterstof in te zetten als alternatief voor aardgas en de potentie van waterstofproductie als warmtebron in Twente

A3.1 Ontwikkeling van een Regionaal Warmtenet Twente Met de RES 1.0 hebben we in Twente de ambitie uitgesproken om samen te werken aan de ontwikkeling van een Regionaal Warmtenet Twente (RWT), in lijn met de nieuwe Wet Collectieve Warmte (Wcw). Er is gekozen om voor de realisatie van het RWT een proces te starten met gemeenten dicht bij de warmtebron. Gemeenten Borne, Hengelo en Enschede hebben, samen met Twence, een intentieovereenkomst gesloten om de haalbaarheid van een regionaal (stedelijk) warmtenet te verkennen. Hiervoor zijn onder meer de potentiële afnemers van een regionaal warmtenet in kaart gebracht. Twence en Cogas hebben parallel een schetsontwerp voor het regionale warmtenet opgesteld. Uit dat ontwerp kan geconcludeerd worden dat het technisch mogelijk is om de installatie-voorzieningen in te passen. De conclusie van deze eerste fase van het haalbaarheidsonderzoek is dat de aanleg en realisatie van een regionaal warmtenet waarschijnlijk technisch en economisch haalbaar is. Om het RWT financieel ook mogelijk te maken en om een betaalbaar aanbod te kunnen doen aan inwoners heeft het ministerie van EZK een investeringssubsidie4 toegekend. Daarnaast is door de Provincie Overijssel € 2,5 miljoen subsidie toegekend aan Twence en Cogas. De subsidies van het Rijk en van de Provincie Overijssel maken het ontwikkelen van de eerste fase van het RWT mogelijk.

Met de toegekende subsidies kan de lokale warmte-infrastructuur worden gerealiseerd om om ruim 2800 woningen in Hengelo van warmte te voorzien. Parallel start verkennen we de regionale hoe de warmte van Twence kan worden ingezet via het RWT. Gemeenten Hengelo, Enschede en Borne stellen een gezamenlijk koersdocument op als volgende stap in het proces, waarmee keuzemogelijkheden in kaart worden gebracht voor de regionale ontwikkeling van collectieve warmtevoorzieningen. Onderdeel van het koersdocument is het schetsen van de leveringszekerheid op middellange en lange termijn. Daarnaast ook een bepaling van de maatschappelijke baten die samenhangen met de positieve impact van een regionaal warmtenet op de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet in Twente.

A3.2 Opwek biogas/groengas Twente heeft als plattelandsregio veel dierlijke meststromen en biomassa die benut kunnen worden voor de productie van biogas of groengas. Biogas/groengas kan naast mestvergisting ook uit andere reststromen geproduceerd worden. Naast mest komen er ook veel landschapsreststromen vrij zoals snoeihout en bermgras die ook ingezet kunnen worden om warmte of gassen te produceren. De potentie daarvan is groot. Er liggen daarom kansen 4 Warmtenetten investeringssubsidie (WIS)

26

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

in Twente om de productie van biogas en groengas te koppelen aan de ambitie om woningen en gebouwen te verwarmen zonder aardgas. Transitie landbouw en versnelling productie biogas/groengas Om de kansen voor mestvergisting in Twente maximaal te benutten en om te zorgen voor versnelling van de opwek van biogas/groengas is het nodig om aansluiting te zoeken bij de transitie in de landbouw. Mestvergisting en -verwaarding (waarde geven aan grondstoffen) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de opgaven om stikstofuitstoot en broeikasgassen in het landelijk gebied te verminderen en de water- en bodemkwaliteit en biodiversiteit te versterken. Dit kan een stimulans bieden aan het vergroten van de productiecapaciteit van biogas en groengas. Om de productie van biogas te versnellen werken Twentse gemeenten samen om de nieuwe handreiking ‘Vergunningverlening voor biogasinstallaties’ te implementeren in lokale beleidskaders. Ze doorlopen een proces om ruimtelijke kaders die het Rijk opstelt, te implementeren in lokale beleidskaders. Ook start er een verkenning naar ontwikkelkansen voor meer installaties voor grootschalige mestverwaarding naast de mestverwaardingsinstallatie in Zenderen.

27

Energiestrategie Twente 2.0, Conceptversie 26 augustus 2024

A4. Voortgang communicatie en participatie De energietransitie heeft invloed op de woon- en leefomgeving van mensen. Ook wordt steeds duidelijker dat het toekomstperspectief van bedrijven samenhangt met de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie. Het is daarom belangrijk dat we heldere informatie verschaffen én, bovenal, inwoners en bedrijven betrekken bij de ontwikkelingen in Twente op energiegebied.

A4.1 Informeren van onze omgeving Een belangrijk uitgangspunt is dat het primair aan de gemeenten is om te communiceren met hun inwoners. De RES Twente faciliteert de gemeenten als gebiedsgerichte en gemeentegrens-overschrijdende communicatieprocessen aan de orde zijn. Daarvoor is er een mix aan communicatiemiddelen beschikbaar, om uiteenlopende doelgroepen te bereiken. De regionale communicatie vanuit de RES Twente is aanvullend en is altijd in afstemming met de gemeenten, de Provincie en het waterschap. Online communicatiemiddelen De regionale communicatie verloopt voornamelijk via de nieuwe website www.energiestrategietwente.nl. De website biedt veel digitale interactiemogelijkheden, die we voornamelijk benutten in een gesloten community voor RES-partners. Daarnaast worden met de nieuwsbrief, nieuwsberichten op de website en via LinkedIn betrokken professionals en geïnteresseerden met enige regelmaat op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen rond de energiestrategie. Ook biedt het RES-team informatie over de Twentse energietransitie incidenteel aan via regionale externe media, zoals kranten. Fysieke bijeenkomsten Er worden veel fysieke bijeenkomsten georganiseerd om ontmoeting en kennisdeling tussen professionals te stimuleren.

Zo creëren we voldoende kans om onderlinge verbindingen tussen betrokkenen van de RES Twente, kennisinstellingen, bedrijfsleven, Lokale Energie Initiatieven en belanghebbenden te vergroten. Daarnaast organiseerde de RES Twente eerder een reeks digitale kennissessies die live of achteraf te bekijken waren. Er bestaat een voornemen om dit wederom op te pakken, zodat betrokkenen snel op de hoogte gebracht kunnen worden over de laatste ontwikkelingen die de energietransitie kunnen versnellen.

A4.2 Betrekken van onze samenleving Regionale beleidsparticipatie en gemeentelijke projectparticipatie-processen vullen elkaar aan: regionale participatie gaat over regionale afwegingen van belangen, die gemeenten moeten helpen bij het maken van beleidskeuzes op lokaal niveau. Gemeentelijke projectparticipatie richt zich op specifieke zoeklocaties en lokale warmteoplossingen. Richting de voorgenomen RES 2.0 zijn er een drietal sporen gevolgd om de belangrijkste groepen te betrekken bij de ontwikkelingen: een Meedenktank van maatschappelijke

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14731164/1