CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

BW348.bijlage bijlage bij aanvraag omgevingsvergunning oorspronkelijke ruimtelijke onderbouwing 22.6.21

Gemeenteraad 26 oktober 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Uitspreken van het voornemen een verklaring van geen bedenkingen te verlenen ten behoeve van het realiseren van 8 zoutwinningslocaties en het onderliggende leidingentracé onder diverse voorwaarden16.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Zoutwinningsproject Haaksbergen

Opdrachtgever: Nouryon Salt B.V. Boortorenweg 20 7554 RS Hengelo

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:

200022 22-6-2021 TR TR MB Definitief 2

© 2020 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.

Inhoudsopgave 1

Inleiding...................................................................................................................................................... 5

1.1

Aanleiding ...............................................................................................................................................5

1.2

Afbakening plan ......................................................................................................................................5

1.3

Ligging plangebied ..................................................................................................................................6

1.4

Huidige planologisch regime ..................................................................................................................8

1.5

Leeswijzer .............................................................................................................................................11

2

Het initiatief ............................................................................................................................................. 12

2.1

Inleiding ................................................................................................................................................12

2.2

Planbeschrijving ....................................................................................................................................12

3

Beleidskader............................................................................................................................................. 18

3.1

Inleiding ................................................................................................................................................18

3.2

Rijksbeleid .............................................................................................................................................18

3.3

Provinciaal beleid Overijssel .................................................................................................................20

3.4

Gemeentelijk beleid..............................................................................................................................28

3.5

Conclusie...............................................................................................................................................32

4

Waardentoets .......................................................................................................................................... 33

4.1

Inleiding ................................................................................................................................................33

4.2

Natuurwaarden ....................................................................................................................................33

4.3

Archeologische en cultuurhistorische waarden ...................................................................................36

4.4

Water ....................................................................................................................................................39

4.5

Conclusie...............................................................................................................................................41

5

Milieuaspecten......................................................................................................................................... 42

5.1

Inleiding ................................................................................................................................................42

5.2

Bodem ..................................................................................................................................................42

5.3

Bodembeweging ...................................................................................................................................43

5.4

Geluid ...................................................................................................................................................45

5.5

Luchtkwaliteit .......................................................................................................................................47

5.6

Externe veiligheid .................................................................................................................................47

5.7

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................................48

5.8

M.e.r.-beoordeling................................................................................................................................49

5.9

Kabels en leidingen ...............................................................................................................................49

5.10

Stikstof ..................................................................................................................................................49

5.11

Conclusie...............................................................................................................................................50

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 3

6

Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................... 51

6.1

Inleiding ................................................................................................................................................51

6.2

Ruimtelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................................51

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................................51

6.4

Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................................................51

6.5

Conclusie...............................................................................................................................................52

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds 1918 is Nouryon Salt B.V. (voorheen AkzoNobel) actief in de regio Twente met het winnen van zout. De zoutwinning is begonnen in Boekelo en vanaf 1933 is het wingebied verplaatst naar de omgeving Hengelo en Enschede. Het huidige wingebied kent alleen nog beperkte en versnipperde mogelijkheden van zoutwinning. De hoeveelheid winbaar zout in deze gebieden is onvoldoende om de zoutproductie op langere termijn veilig te stellen. Voor de continuering van de zoutproductie is het noodzakelijk dat er een nieuw winningsgebied in productiegenomen wordt. Op basis van een proefboring en uitgebreid onderzoek in de regio heeft Nouryon Salt B.V. in 2011 besloten om het gebied ten noorden van Haaksbergen te ontwikkelen voor zoutwinning. Per jaar wint Nouryon Salt B.V. (hierna: Nouryon) in Hengelo circa 2,5 miljoen ton zout door middel van oplosmijnbouw. Dit houdt in dat de in de Twentse ondergrond aanwezige zoutlaag aangeboord wordt door middel van geboorde gaten (boorgaten of putten) in de ondergrond. Via deze putten wordt water in de ondergrondse zoutlaag geïnjecteerd, waardoor het zout oplost. Nouryon is voornemens om in het gebied ten noorden van Haaksbergen in totaal 12 nieuwe zoutwinningslocaties voor zout te realiseren. De beoogde zoutwinningslocaties liggen binnen het winningsvergunningsgebied Isidorushoeve (zie afbeelding 1).

In 2012 heeft de minister van Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de winningsvergunning voor het winnen van zout verleend. Welke op 8 juni 2012 in werking is getreden. De vergunning is verleend voor een gebied met een oppervlakte van circa 24 vierkante kilometer en geldt voor een periode van 40 jaar. Vervolgens heeft de Minister van Economische Zaken in 2014 ingestemd met het winningsplan Haaksbergen. Het winningsplan wordt geactualiseerd rekening houdend met de laatste mijnbouwkundige inzichten en technieken. Van de 12 nieuwe zoutwinningslocaties liggen er 10 (de meest westelijke) in het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen' (2015) en hebben daar de bestemming Agrarisch met waarden - Landschap. In dit bestemmingsplan is wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarin is bepaald dat de bestemming onder voorwaarden gewijzigd kan worden ten behoeve van de zoutwinning. De andere twee locaties liggen in het bestemmingsplan ''Voorbereidingsbesluit Stepelerveld". De voorgenomen ontwikkeling, de realisatie van 12 nieuwe zoutwinningslocaties in Haaksbergen, past niet binnen de huidige bestemming. Voor de realisatie van de 12 zoutwinningslocaties wordt bij het bevoegd gezag (Ministerie Economische Zaken en Klimaat) een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo.

De aanvraag gaat daartoe vergezeld van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

1.2 Afbakening plan Deze ruimtelijke onderbouwing is bedoeld voor het mogelijk maken van in totaal 12 zoutwinningslocaties met de bijbehorende leidingen en toegangswegen in het buitengebied van Gemeente Haaksbergen. Het realiseren van de 12 zoutboringlocaties wordt, gezien de omvang van de werkzaamheden, gefaseerd uitgevoerd. Komende jaren worden de eerste zeven zoutwinningslocaties uitgevoerd, waarna de overige vijf locaties worden gerealiseerd. Het pompstation dat nodig is voor het transport van pekelwater wordt gebouwd op bedrijventerrein Stepelerveld. In het bestemmingsplan Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1 (door de raad vastgesteld op 16 december 2015) is hier al rekening mee gehouden. Het pompstation wordt gesitueerd op gronden die de bestemming Bedrijventerrein hebben. Op deze gronden zijn bedrijven tot en met categorie 3.2 toegestaan, zoals opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Zoutwinningsbedrijven zijn opgenomen in deze Staat van

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 5

Bedrijfsactiviteiten en vallen onder de categorie 3.2. Het pompstation past binnen de regels van deze bestemming. In de voorgenomen ontwikkeling worden 12 zoutwinningslocaties gerealiseerd, toegangswegen en leidingen aangelegd ten behoeve van de uitbreiding van de zoutproductie

1.3 Ligging plangebied De beoogde winningen zullen plaatsvinden in de winningsvergunning Isidorushoeve (afbeelding 1).

Afbeelding 1: winningsgebied Sint Isidorushoeve van Nouryon in Twente (bron: Nouryon) Het gebied waar de zoutwinning plaats vindt is gelegen aan de noordzijde van het dorp Haaksbergen, globaal tussen het bedrijventerrein Stepelerveld en de kern van St. Isidorushoeve.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 6

Afbeelding 2: kaart met geplande zoutwinningslocaties en het leidingentracé (bron: Nouryon) Op afbeelding 2 is te zien waar Nouryon voornemens is de zoutwinningslocaties te realiseren. Het betreft een netwerk van 12 locaties. Per zoutwinningslocatie wordt één boring uitgevoerd naar de aanwezige zoutlaag in de ondergrond.

1.3.1 Locatiekeuze De gewenste locatie van de zoutwinningslocaties is zorgvuldig afgewogen, hierbij is er gekeken naar onder andere de volgende uitgangspunten: • géén Natuur Netwerk Nederland gebieden; • langs bestaande infrastructuur; • afstand ten opzichte van woningen met betrekking tot akoestische waarden; • afstanden in het kader van de Mijnbouwwet. Op basis van de modellering van de zoutvoorkomens en de scan van de ruimtelijke beperkingen is er in 2010 een eerste selectie uitgevoerd, waarbij er uiteindelijk drie interessegebieden zijn overgebleven. In deze drie gebieden is onderzocht: • wat de diepte en de dikte is van de zoutlaag (zoutvolume); • in hoeverre er bovengrondse beperkingen zijn in het gebied voor de zoutwinning; • het ruimtelijk beslag van de zoutwinning; • inpasbaarheid in de omgeving. Op basis van deze criteria ontstond er een voorkeur voor de locatie Haaksbergen (nabij Sint Isidorushoeve). Begin 2011 is een proefboring uitgevoerd, waaruit bleek dat er een zeer geschikt zoutkussen aanwezig is voor de toekomstige zoutwinning. Met dit resultaat is uiteindelijk de keuze gevallen op de locatie Haaksbergen.

Bij het inpassen van de zoutwinningslocaties en leidingen wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met het landschap: zo veel mogelijk in het buitengebied of op bedrijventerreinen, langs perceelsgrenzen, rekening houdend met bestaande verkavelingsstructuur, toegankelijk vanaf bestaande wegen en met voldoende afstand tot de aanwezige woningen in het gebied.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 7

1.4 Huidige planologisch regime Het winningsplan Haaksbergen bestaat uit een netwerk van meerdere locaties. Hiermee liggen de zoutwinningslocaties in meerdere bestemmingsplannen. De locaties zijn gelegen binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen: • buitengebied Haaksbergen, welke sinds 2015 onherroepelijk is; • buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1; • buitengebied Haaksbergen, geldend voor 2015. De twee meest oostelijk gelegen zoutwinningslocaties zijn (deels) gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, zoals deze gold voor 2015. In dit oude bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de realisatie van zoutwinningslocaties. Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen Het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen', is vastgesteld door de raad op 2 juli 2013 en sinds 22 april 2015 (deels) onherroepelijk. Het plangebied kent binnen dit bestemmingsplan de volgende bestemmingen en aanduidingen: • enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Landschap, met deels de functieaanduiding landschapswaarden; • dubbelbestemming: Leiding met de aanduiding hartlijn leiding – hoogspanning; • gebiedsaanduiding: Luchtvaartverkeerzone (voor een deel van het gebied); • gebiedsaanduiding: reconstructiewetzone – verwervingsgebied; • gebiedsaanduiding: wro-zone – wijzigingsgebied.

Afbeelding 3: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 8

Agrarisch met waarden - Landschap De gronden met de bestemming Agrarisch met waarden - Landschap zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, niet zijnde de opslag van veevervoer en agrarische producten, het weiden van vee en het verbouwen van gewassen anders dan in het kader van de uitoefening van een agrarisch bedrijf, het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijk waarde van de grond, infrastructurele voorzieningen, waterhuishouding en waterhuishoudkundig voorzieningen en ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' het behoud en de bescherming van de landschappelijke waarde zoals deze tot uitdrukking kom in het relief (essen en steilranden). De realisatie van zoutwinningslocaties past niet binnen deze bestemming. Leiding De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de in de strook gelegen leidingen en ter plaatse van de 'hartlijn leiding hoofspanning' een hoogspanningsleiding met de daarbij behorende leidingzone en veiligheidszone. Met name zoutwinningslocatie H08 is dicht bij het leidingtracé gelegen. In paragraaf 5.9 ‘Kabels en leidingen' wordt de aanwezigheid van deze hoogspanningsleiding en de effecten van de zoutwinning op het leidingtracé nader toegelicht.

Wijzingsbevoegdheid zoutwinningslocatie In het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen' is onder artikel 39.8 Wro-zone – wijzigingsgebied een wijzigingsbevoegdheid opgenomen.

Afbeelding 4: ligging van de 'wro-zone - wijzigingsgebied' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wro-zone – wijzigingsgebied' kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen en de bestemming wijzigen ten behoeve van een zoutwinningslocatie. Wijziging van de bestemming is mogelijk onder de volgende voorwaarden: • niet meer dan 60 boorhuisjes mogen worden gerealiseerd; • de bouwhoogte van een boorhuisje niet meer dan 5,00 m bedraagt; • de oppervlakte van één boorhuisje niet meer dan 30 m 2 bedraagt; • de gezamenlijke oppervlakte van de boorhuisjes niet meer dan 1.500 m 2 bedraagt; • één pompstation gerealiseerd mag worden; • het aanleggen van leidingen, glasvezelkabels en stroomkabels is toegestaan; • het boren van winningsputten is toegestaan.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 9

Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 Het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1', is vastgesteld door de raad op 1 november 2017 en gewijzigd n.a.v. een gerechtelijke uitspraak op 1 mei 2019. Dit bestemmingsplan kent de volgende relevante dubbelbestemmingen: • dubbelbestemming: Waarde – Lage archeologische verwachting; • dubbelbestemming: Waarde – Middelmatige archeologische verwachting; • dubbelbestemming: Waarde – Hoge archeologische verwachting.

Afbeelding 5: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1. Rode omlijning geeft globaal het plangebied weer (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Archeologische verwachtingswaarden Gronden met een archeologische verwachtingswaarde zijn, mede bestemd voor de aanwezig archeologische waarden. Ter plaatse van 10 van de 12 zoutwinningslocaties gelden verschillende verwachtingswaarden. Ter plaatse van een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt dat er zonder omgevingsvergunning geen werkzaamheden uitgevoerd mogen worden die dieper gaan dan 40 centimeter onder maaiveld en die een maximale oppervlakte bestrijken van 2.500 m2. Bij een lage archeologische verwachting is deze oppervlakte 100.000 m2. Met de voorgenomen ontwikkeling zal er dieper geboord worden dan 40 centimeter. Elke zoutwinningslocaties bestrijkt een totaal oppervlak van circa 4.800 m2, waarvan circa 2.400 m2 verhard zal worden voor onder andere de calamiteitenbassin. Dit betekent dat per locatie naar alle waarschijnlijkheid meer dan 2.500 m2 grond wordt geroerd. Om aan te tonen dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordering wordt voor alle 12 de locaties een archeologisch onderzoek uitgevoerd. In de paragraaf 4.3 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing is het aspect archeologie nader uitgewerkt.

Afbeelding 6: Voorbeeld zoutwinningslocatie (bron: Worley)

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 10

Buitengebied Haaksbergen (plan geldend voor 2015) Twee van de 12 zoutwinningslocaties liggen niet in het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen (2015). Deze locaties liggen in een gebied waarvoor een voorbereidingsbesluit Stepelerveld is genomen in 2012. Op deze locaties is het bestemmingsplan Buitengebied, dat voor het plan uit 2015 gold, van toepassing. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling 10 van de 12 zoutwinningslocaties vallen binnen de wijzigingsbevoegdheid van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen’. Voor de overige twee locaties geldt dat zij buiten dit bestemmingsplan en dus buiten de wijzigingsbevoegdheid vallen. Het voorliggende plan gaat uit van de realisatie van 12 nieuwe zoutwinningslocaties, inclusief leidingwerk in Haaksbergen. Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt bij het bevoegd gezag een omgevingsvergunning aangevraagd, in afwijking van het bestemmingsplan, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3° Wabo. De aanvraag gaat daartoe vergezeld van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing.

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 eerst ingegaan op het plangebied en de ontwikkeling. Dit betreft een gebiedsbeschrijving en een planbeschrijving. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid van de gemeente Haaksbergen. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan de randvoorwaarden die hieruit volgen. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het plangebied aanwezig zijn en of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieuaspecten aan bod. In hoofdstuk 6 wordt tot slot ingegaan op de ruimtelijke, maatschappelijke, en economische uitvoerbaarheid.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 11

2 Het initiatief 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de ligging van het plangebied en de omgeving. Daarnaast wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven.

2.2 Planbeschrijving 2.2.1 Het belang van zoutwinning Het zout in Twente is ruim 200 miljoen jaar geleden afgezet door de verdamping van zeewater. Dit deel van Nederland was tot dan toe binnenzee. Nouryon locatie Hengelo is de voortzetting van de NV Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie (KNZ), die in 1918 in Boekelo begon met de winning van steenzout. Het zoutproductiebedrijf zorgt voor de productie van circa 2,5 miljoen ton zout per jaar. Het zout wordt voornamelijk gebruikt voor de productie van basischemicaliën door een proces dat chemische transformatie heet en elders plaatsvindt. In het zoutverwerkingsbedrijf worden verschillende consumptieve en veterinaire zoutproducten gemaakt. De bekendste zijn de tafelzouten, de wateronthardingstabletten en de likstenen voor vee. Tot slot is wegenzout een bekende toepassing. Naast de zoutwinning is een grote industrie ontstaan voor verwerking van zout in diverse producten. De opgebouwde know-how en ervaring manifesteert zich in de chemische industrie in Hengelo en omstreken. Met het oog op de bestaande en toekomstige marktvraag naar zout heeft Nouryon een prognose gemaakt van haar behoefte aan nieuwe wincapaciteit. Vanaf 2022 ontstaat een gat tussen de zoutbehoefte en de productiecapaciteit van Nouryon. Het boren op nieuwe zoutwinningslocaties is derhalve noodzakelijk.

De zoutwinning brengt economische activiteit met zich mee in de regio. Nouryon werkt bij de aanleg van infrastructuur en bij de aanleg van cavernes zoveel mogelijk met lokale aannemers. Medewerkers van Nouryon komen veelal uit Twente, of vestigen zich hier. Doordat Nouryon over een periode van minstens 50 jaar in dit gebied zout wil winnen, gaat het om een langdurige en belangrijke bijdrage aan de regionale economie. Door de werkzaamheden van Nouryon en alle toeleverende diensten zijn, naast de circa 330 arbeidsplaatsen op de productiesite, veel arbeidsplaatsen in Hengelo en omstreken gerelateerd aan de zoutwinning. Als er geen nieuw winningsgebied ontwikkeld kan worden, zal de fabriek op korte termijn gesloten moeten worden, waarmee veel arbeidsplaatsen verloren zullen gaan.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 12

2.2.2 Het initiatief en zouwinningproces Voor de nieuwe zoutwinning worden naast de zoutwinningslocaties tevens transportleidingen aangelegd. Ook wordt er op het bedrijventerrein Stepelerveld een pompstation gerealiseerd. De zoutwinningslocaties zijn gelegen ten westnoordwesten van Haaksbergen rondom de kern Sint Isidorushoeve en aan weerszijden van de N347. Het plangebied beslaat circa 5 bij 5 kilometer, circa 24 vierkante kilometer. Hier bevindt zich relatief ondiep in de ondergrond een zoutkussen, dat aan de zuidwestelijke zijde begrensd wordt door een breuk(zone). Het zoutkussen ten noordwesten van Haaksbergen biedt wellicht mogelijkheden om op vrij geringe diepte Zechstein zout te winnen aangezien de top van het zout hier op ruim 500 meter diepte lijkt te liggen. De dikte van de laag Zechstein zout bedraagt circa 400 meter. Het zout wordt gewonnen door oplosmijnbouw. Op de zoutwinningslocaties worden putten geboord, waaruit zout in de vorm van pekel wordt gewonnen. Per winningslocatie wordt de zoutlaag in de ondergrond aangeboord, middels een zogenaamde diepboring. Hiervoor wordt tijdelijk op de locatie een mobiele boorinstallatie opgesteld. Na afloop Afbeelding 6: Tijdelijke van het boren wordt de boorinstallatie verwijderd. Daarmee betreft het boorinstallatie diepboring boren van de diepboring een tijdelijke activiteit.

(bron: RED Drilling & Services) Nadat het boorgat op juiste diepte is en er voor de pekelproductie benodigde verbuizing is ingebouwd en gemonteerd, wordt deze aangesloten op het leidingnetwerk. Met behulp van het leidingwerk wordt via het boorgat water in de zoutlaag gepompt, waardoor het zout oplost. Na het afronden van een boring wordt tijdens de productiefase een boorhuisje/zouthuisje geplaatst op een vloerstofdichte vloer. Een zouthuisje heeft een oppervlakte van maximaal 30 m2 per locatie en is maximaal 5 meter hoog. Het zoute water, pekel, wordt naar de fabriek gepompt en onder vacuüm ingedampt tot zogenaamd vacuümzout. Het water wordt hergebruikt om zout op te lossen. Door dit oplossingsproces ontstaan holruimten in de ondergrond, de zogenaamde holruimten of cavernes. De vorm van de caverne wordt vastgelegd door middel van een sonarmeting. Aan de hand van de sonarmeting wordt vastgesteld of de ontwikkeling van de caverne goed verloopt. De gehele ontwikkeling van één caverne duurt circa 5 tot 15 jaar. De caverne blijft altijd gevuld met pekel. Tijdens de productiefase ligt er een dunne laag dekenvloeistof op de pekel in de caverne. Op deze manier kan het uitlogen gestuurd worden. Dit zorgt ervoor dat de bovenkant van de caverne stabiel blijft.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 13

Afbeelding 7: schematische weergave zoutwinning door middel van oplosmijnbouw. Bij het oplossen van zout in de diepe ondergrond door injectie van water ontstaat een caverne. De vorm van deze caverne wordt beheerst door de toepassing van een mijnbouwhulpstof, te weten dekenvloeistof. De dekenvloeistof blijft op de ruwe pekel drijven. De dekenvloeistof mengt zich niet met water of pekel en lost evenmin zout op. Hierdoor wordt het dak van de caverne afgeschermd, wordt oplossing van het steenzout in verticale richting verhinderd en wordt de oplossing van het steenzout in horizontale richting bevorderd. Door het niveau van de dekenvloeistof continu te meten en aan te passen, is de ontwikkeling van de cavernes te sturen. Bij de locatie van de cavernes wordt onder andere rekening gehouden met de afstand tussen de cavernes (zoveel mogelijk in rijen om bodemdaling te minimaliseren), de winning van het dikste zoutpakket en toegankelijkheid vanaf de bovengrond. Tussen de zoutwinningslocaties en de bestaande zoutfabriek van Nouryon in Hengelo worden ondergrondse transportleidingen voor water, pekel en na verzadiging aangelegd. De waterleiding zorgt ervoor dat het water bij het zout in de caverne terechtkomt en de pekelleiding zorgt voor de afvoer van de pekel uit de cavernes. De na verzadiging leiding is noodzakelijk om na verzadiging van de ruwe pekel toe te passen.

Dit betekent dat onderverzadigde pekel uit een nieuwe caverne ter na verzadiging naar een al bestaande caverne wordt gevoerd. Nadat het zout door oplossingsmijnbouw gewonnen is, wordt de ruwe pekel vanuit de zoutwinningslocaties via een ondergronds leidingnetwerk naar de zoutfabriek in Hengelo getransporteerd en verder verwerkt. Tijdens de productiefase zullen ook werkzaamheden verricht worden aan de boorput. Het gaat hierbij om werkzaamheden ter verbetering van de werking tijdens de productiefase. Er worden periodiek (circa één keer per 2 jaar) workovers uitgevoerd met een workovermast. Met deze workovermast wordt de diepte van de verbuizingen in de boring aangepast voor de volgende productiefase. Inrichting zoutwinningslocaties Bij de inrichting van elke winningslocatie wordt tevens rekening gehouden met het landschap. Er komen zouthuisjes die in het landschap passen. Het gaat hierbij overigens niet om de bekende zouthuisjes die in de

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 14

omgeving van Hengelo en Enschede staan. Deze zouthuisjes worden gebruikt bij de zoutwinning van Rötzout. Voor de winning van het dieper gelegen Zechstein zout worden andere huisjes ontworpen. De omvang van het huisje zal naar verwachting iets groter zijn dan de huidige bekende zouthuisjes. Rondom de locatie komt een passende afrastering en verder wordt er een vloeistofkerende vloer rond de boorplaats gerealiseerd en een vloeistofkerende vloer daaromheen. Elke locatie zal landschappelijk ingepast worden, om zo de impact voor omwonenden zo veel mogelijk te beperken. Zie afbeeldingen 8 en 9 voor een referentie van de zoutwinningslocatie. De inpassing van de zoutwinningslocaties in de omgeving wordt afgestemd met externe stakeholders.

Afbeelding 8: voorbeelden van zoutwinningshuisjes (bron: Worley)

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 15

Afbeelding 9: voorbeeld luchtfoto zoutwinningslocatie met landschappelijke inpassing (bron: Nouryon) Het pompstation is gepland op het nieuwe bedrijventerrein Stepelerveld, op relatief korte afstand van de eerste zoutwinningslocaties. Het pompstation pompt water naar de putten in het veld en pompt pekel uit het veld naar de fabriek. Beëindiging winning Naar verwachting zal een put ongeveer 5 tot 15 jaar in productie zijn. Nadat een caverne de maximaal toelaatbare afmetingen heeft bereikt wordt de winning beëindigd. Wanneer de pekel door een retourstroom is verdrongen of wanneer besloten is dat de caverne ook in de toekomst niet voor de berging van een retourstroom gebruikt zal worden, wordt een eindmeting uitgevoerd, waarmee de eindsituatie vastgelegd wordt. Ook wordt de dekenvloeistof zoveel mogelijk uit de caverne en de put verwijderd en worden de productieverbuizingen uitgebouwd. Vervolgens wordt een plug geplaatst, waarmee de put wordt gesuspendeerd. Op een later moment (na studies op basis van voornoemde metingen) wordt de put definitief buitengebruik gesteld. In voorkomende gevallen worden ook de veldleidingen verwijderd; dit is echter tevens afhankelijk van het eventueel voortdurende gebruik van buurcavernes en de lokale leidingeninfrastructuur.

Ten behoeve van het geheel of gedeeltelijk buiten gebruik stellen van het mijnbouwwerk zal binnen de daarvoor geldende termijn een sluitingsplan worden ingediend bij Staatstoezicht op de Mijnen.

2.2.3 Verkeer en parkeren Verkeer Transport tijdens de boring De boorinstallatie met bijbehorend equipment, zoals kantoren, opslagvoorzieningen en technische installaties, wordt met behulp van vrachtwagens aangevoerd. Voor het opbouwen van de boormast zijn gedurende enkele dagen een kraan en heftruck op locatie actief. De opbouw duurt naar verwachting vijf dagen. Tijdens de uitvoering van de (boor)activiteiten voor een put, circa 30 dagen, zijn eveneens transporten (vrachtwagens/tracktors) benodigd voor de aan- en afvoer van materialen en (afval)stoffen. Daarnaast zal om de dag diesel en Adblue worden aangeleverd ten behoeve van de energievoorziening. In de worst-case situatie vinden er ruim 600 transportbewegingen plaats, waarvan een groot deel personenauto's betreffen. Voor het aanvoeren van materieel en materiaal van en naar de locatie zal gebruik worden gemaakt van de openbare weg. Voor de aanvoer van de boorinstallatie met toebehoren vinden naar verwachting circa 25-30 vrachtbewegingen gedurende ongeveer vijf dagen plaats van en naar de locatie, zowel tijdens de opbouw als tijdens het afbreken.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 16

De duur van het uitvoeren van de diepboring, inclusief de aan- en afvoer van de installaties etc, vergt circa 1 maand. De boorwerkzaamheden vinden voornamelijk volcontinue plaats. Dit houdt 24 uur per dag, gedurende zeven dag per week in. De twaalf boringen zullen gefaseerd gerealiseerd worden. Transport in de productiefase Na de aanleg van de boorput wordt de zoutwinningslocatie gedurende de productiefase dagelijks bezocht voor inspectie met een bestelauto. Daarnaast zal er dekenvloeistof worden aangevoerd of afgevoerd door middel een tankauto. Dit transport vindt normaliter plaats op werkdagen tussen 07.00 en 19.00 uur en vinden elk naar verwachting circa 12 keer per jaar plaats. Transport tijdens de workovers Tevens zullen er tussentijds (maximaal één keer per 2 jaar) workovers worden uitgevoerd. Voor de totale workover is het verwacht aantal transportbewegingen ruim 90. Dit is aanzienlijk lager dan bij het uitvoeren van de diepboring. Tijdens de workover vinden er voornamelijk transportbewegingen plaats van trucks, bussen (met aanhanger), graafmachines, tractoren (met aanhangers of containers). Aan het begin van de workover wordt de workovermast aangevoerd welke uiteindelijk na afronding van de werkzaamheden ook weer wordt afgevoerd. Parkeren Het plangebied met de 12 zoutwinningslocaties ligt in de nabijheid van de provinciale wegen N18/N347/N739.

De zoutwinningslocaties zijn goed bereikbaar via de lokale kleinere wegen, zoals de Beckumerweg, de Eppenzolderweg en de Hassinkbrinkweg. Tijdens de boring en het productieproces worden de voertuigen geparkeerd nabij of op de zoutwinningslocaties. Er zal derhalve geen parkeeroverlast plaatsvinden in de omgeving van het plangebied. Zowel tijdens de aanlegfase als tijdens de inspectie- en onderhoudsfase (workover) is de toename van het aantal verkeersbewegingen dusdanig beperkt dat dit geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 17

3 Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Uit het beleid volgen randvoorwaarden die worden getoetst aan het voorgenomen plan.

3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker vooropzet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken. Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld.

Het Rijk benoemt 13 nationale belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is. De desbetreffende belangen zijn vertaald in wetgeving of beleidsregels. De ruimtelijke besluitvorming over het project dient met deze belangen en de daaraan verbonden wet-, regelgeving en beleid rekening te houden. Onderstaand worden de relevante nationale belangen voor de ontwikkeling van zoutwinningslocaties van zout nabij Haaksbergen weergegeven en wordt aangeduid op welke wijze zij bij de besluitvorming zijn meegenomen: Nationaal belang 4: het efficiënt gebruiken van de ondergrond. Vanwege onder meer de beperkte ruimte in de ondergrond, de betekenis van de ondergrond voor het economisch functioneren van Nederland en afstemming op activiteiten in de bovengrond, is efficiënt gebruik van de ondergrond van nationaal belang. Voortzetting van de winning van zout uit de ondergrond is van belang voor de werkgelegenheid in Twente. Dit gebruik leidt niet tot een beperking voor toekomstige gebruiksmogelijkheden zoals geothermie. Nationaal belang 8: het verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. Om toekomstige kosten en maatschappelijke schade te voorkomen, moeten bij ruimtelijke-en infrastructurele werken de milieueffecten worden afgewogen.

De afweging ten aanzien van het in productie nemen van de nieuwe zoutwinningslocaties is onderbouwd in hoofdstuk 5. Nationaal belang 10: ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Internationaal zijn afspraken gemaakt over cultureel- of natuurlijk werelderfgoed. Daarnaast behoren ook de beschermde stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en aangewezen wederopbouwgebieden tot een nationaal belang. Bij de keuze van de zoutwinningslocaties zijn deze belangen meegewogen, hetgeen in hoofdstuk 4.3 van deze ruimtelijke onderbouwing is toegelicht.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 18

Nationaal belang 11: ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en faunasoorten. In internationaal verband heeft Nederland zich met het Biodiversiteitsverdrag en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn (Natura 2000) gecommitteerd aan afspraken over soorten (flora en fauna) en leefgebieden van soorten (habitats). Hiertoe zijn ter uitvoering van dit beleid Natura 2000-gebieden aangewezen. Daarnaast is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van nationaal belang, bestaande uit beschermde natuurgebieden alsmede robuuste verbindingszones tussen die gebieden. De provincies werken de NNN in hun ruimtelijke plannen uit. Voor ingrepen in zowel Natura 2000-gebieden als in het NNN is elk een verschillend afwegingskader van toepassing. In hoofdstuk 4.2 wordt inzicht gegeven in de afwegingen die voor het in productie nemen van de zoutwinningslocaties zijn gemaakt. Nationaal belang 13: een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit vindt voor de ontwikkeling van de zoutwinningslocaties plaats in de vorm van een omgevingsvergunning. Voorliggend plan sluit aan bij de doelstellingen van de SVIR.

3.2.2 Barro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: • project Mainportontwikkeling Rotterdam; • kustfundament; • grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • defensie; • erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, waterveiligheid en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op het voorliggende plan. Voorliggend plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Het realiseren van zoutwinningslocaties is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Dit plan heeft verder geen betrekking op de overige benoemde onderdelen in het Barro en de Bro.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 19

3.2.4 Structuurvisie Ondergrond Op 11 juni 2018 is de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) vastgesteld. De Structuurvisie Ondergrond is een rijksstructuurvisie in de zin van artikel 2.3 van de Wet op de ruimtelijke ordening, waarin het Rijk de hoofdlijnen van het strategische nationale ruimtelijke beleid vastlegt. Het beleid in deze structuurvisie bindt alleen het Rijk. De ondergrond is van groot maatschappelijk belang. Het winnen en benutten van delfstoffen zoals aardgas en aardolie draagt bij aan de energievoorziening en heeft onze welvaart verhoogd. Grondwater is de belangrijkste bron voor de drinkwatervoorziening. De bodem is een onmisbare productiefactor voor de voedselvoorziening en belangrijk voor natuur en landschap. De bodem is tevens een bewaarplaats voor resten van vroegere menselijke bewoning, die inzicht kunnen geven in onze cultuurhistorie. Bovendien vormt de ondergrond de basis voor de fundering van infrastructuur en bebouwing. De ruimte in de diepe ondergrond lijkt eindeloos en conflicten tussen de verschillende vormen van gebruik doen zich tot op heden nauwelijks voor. Maar als er naar de ambities voor de energievoorziening drinkwatervoorziening op de langere termijn wordt gekeken, dan is het wenselijk om een visie te ontwikkelen op het gebruik van de ondergrond, om 'botsingen' in de toekomst te voorkomen.

Daarbij gaat het niet alleen om het 'verdelen' van de fysieke ruimte in de diepe ondergrond. Voor alle mijnbouwactiviteiten zijn bovengrondse installaties nodig en buisleidingen die ook de ondiepe bovengrond beroeren en grondwaterlagen passeren. Zoutwinning valt onder de Mijnbouwwet als één van de activiteiten in de diepe ondergrond en kan in potentie concurreren met andere ondergrondfuncties. Het winnen van zout uit eigen bodem wordt echter niet van nationaal belang geacht. Om die reden zijn er dan ook geen ruimtelijke uitspraken over zoutwinning opgenomen in de Structuurvisie Ondergrond.

3.3 Provinciaal beleid Overijssel 3.3.1 Omgevingvisie overijssel Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening die Provinciale Staten van Overijssel op 1 juli 2009 hebben vastgesteld en geactualiseerd bij besluit van 3 juli 2013. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken kleur' en de Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. De hoofdambitie van de visie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. In het beleid van de provincie staan daarom de zorg voor ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid centraal. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door vooral in te zetten op het beschermen van bestaande kwaliteiten en deze te verbinden met nieuwe ontwikkelingen.

Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving staat voorop, in combinatie met een goed vestigingsklimaat, een goede woonomgeving en een fraai buitengebied. De essentiële gebiedskenmerken zijn daarbij het uitgangspunt. Om deze ambities waar te kunnen maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. De filosofie van dit model is dat de provincie samen met partners een gezamenlijke visie of doel deelt en dat vervolgens elke partij in de eigen verantwoordelijkheidssfeer in actie komt. Het uitvoeringsmodel heeft drie niveaus: generieke beleidskeuzes, ontwikkelperspectieven en gebiedskenmerken. Aan de hand van deze niveaus wordt duidelijk of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en of er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe de ontwikkeling uitgevoerd kan worden.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 20

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities, gebruikt de provincie het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is (generieke beleidskeuzes), waar het past (ontwikkelperspectieven) en hoe het uitgevoerd kan worden (gebiedskenmerken). In onderstaande afbeelding is het uitvoeringsmodel weergegeven. Vervolgens zijn de niveaus toegelicht. De '“vishaak” met de drie niveaus uit de Omgevingsvisie van 2009 is daarbij behouden gebleven. Boven het uitvoeringsmodel (in de paraplu) staan de rode draden en centrale beleidsambities weergegeven.

Afbeelding 10: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie (bron: Provincie Overijssel) Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Een voorbeeld van een generieke beleidskeuze is dat gemeenten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen moeten afstemmen met hun buurgemeenten, om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat. Een ander voorbeeld is de 'SER-ladder', die inhoudt dat eerst bestaande bebouwing en herstructureringsmogelijkheden worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Ontwikkelingsperspectieven Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Gebiedskenmerken Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisure-laag). Voor elke laag gelden specifieke

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 21

kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. In het resterende deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken.

3.3.2 Omgevingsverordening Overijssel De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden.

3.3.3 Toetsing aan provinciaal beleid Generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.3, 2.1.5, 2.7.3 en 2.20.2 en titel 2.13 uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen (en wijzigingsplannen) voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; • dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval worden er 12 zoutwinningslocaties gerealiseerd op agrarische gronden. Als gevolg hiervan is sprake van extra ruimtebeslag door het verharden van de groene omgeving en dan met name de vloeistofkerende vloer rondom het boorhuisje. De winning van zout kan echter niet binnen bestaand stedelijk gebied uitgevoerd worden. De aanleg van zoutwinningslocaties en benodigde leidingtracés in bestaand stedelijk gebied is niet mogelijk. Dit is bij uitstek een functie die in het buitengebied hoort.

Er is dan ook in voldoende mate rekening gehouden met het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De zoutwinningslocaties worden landschappelijk ingepast. In overleg met de bewoners wordt een keuze gemaakt op welke wijze een zoutwinningslocatie wordt ‘aangekleed’ en wordt het ontwerp van het zouthuisje afgestemd. Bij de afstemming is een landschapsarchitect betrokken. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 4.3 uit het separaat bijgevoegde milieueffectenrapport. Hiermee wordt het kleinschalige karakter van het landschap versterkt, dan wel teruggebracht. Hier is dus sprake van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Artikel 2.7.3 Beschermingsregime Natuur Netwerk Nederland Hierna wordt het van toepassing zijnde lid nader toegelicht:

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 22

Lid 4: Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als NNN (voorheen EHS) wijzen geen bestemmingen aan of stellen geen regels die activiteiten mogelijk maken die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden.

Afbeelding 11: Ligging NNN gebieden. Rode cirkel geeft globaal het plangebied weer. (bron: Provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan artikel 2.7.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals blijkt op bovenstaande kaart zijn de NNN-gebieden op ruime afstand van de boorlocaties. De boorlocaties zorgen niet voor een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken of waarden deze gebieden. Ook is er geen sprake van mindering van oppervlakte van het NNN-gebied of van de samenhang tussen de gebieden. Artikel 2.20.2 Zoutwinning In artikel 2.20.2 van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel is met betrekking tot zoutwinning het volgende opgenomen: “Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe zoutwinningslocaties indien de zoutwinning kan worden ingepast in de structuur van landbouw, natuur en landschap conform de gebiedskenmerken.” Toetsing van het initiatief aan artikel 2.20.0 van de Omgevingsverordening Overijssel In het voorliggende plan worden de zoutwinningslocaties landschappelijk ingepast. Het type landschap en de voorwaarden vanuit het landschap worden hier als leidraad en basis gebruikt. In de structuurvisie van de gemeente Haaksbergen en het landschapsontwikkelingsplan zijn de gebiedskenmerken nader uitgewerkt voor de gemeente Haaksbergen.

Bij de inpassing van de zoutwinningslocaties wordt zo veel mogelijk aangesloten bij deze gebiedskenmerken en wordt het kleinschalige landschap versterkt. Verderop in deze paragraaf wordt nader ingegaan op de gebiedskenmerken. Titel 2.13 Drinkwaterbeschermingsgebieden In de Omgevingsverordening zijn gebieden aangewezen voor de bescherming van het drinkwater (waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boring vrije zones en intrekgebieden). In artikel 2.13.6 is bijvoorbeeld het volgende bepaald: In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3 en onverlet het bepaalde in artikel 2.13.4 en artikel 2.13.5, kunnen nieuwe grote of grootschalige risicovolle functies in grondwaterbeschermingsgebieden en nieuwe grootschalige risicovolle functies in intrekgebieden alleen worden toegestaan als dit noodzakelijk is vanuit een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor redelijke alternatieven ontbreken en mits voldaan wordt aan het stap vooruit-principe.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 23

Afbeelding 12: Ligging grondwaterbeschermings- en intrekgebieden. Rode cirkel geeft globaal het plangebied weer. (bron: Provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan Titel 2.13 van de Omgevingsverordening Overijssel De zoutwinningslocaties en het gebied waar bodemdaling verwacht wordt, liggen op grote afstand van de aangewezen gebieden. Zoutwinning zal dan ook geen effect hebben op de bescherming van drinkwaterwinning. Ontwikkelingsperspectieven Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie 'Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Daarnaast gelden de algemene ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap, sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel en continu en beleefbaar watersysteem.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 24

Afbeelding 13: ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Rode cirkel geeft globaal het plangebied weer. (bron: Provincie Overijssel) Voorliggend plan voorziet in het plaatsen van een tiental zouthuisjes in het buitengebied van Haaksbergen. Binnen dit ontwikkelperspectief is ruimte voor bedrijvigheid. Doordat de zoutcavernes zich op vaste plekken onder de grond bevinden wordt in samenspraak met de omgeving tot een goede oplossing gekomen om zo de eventuele overlast te beperken. Zo wordt de bewoners betrokken bij de ‘aankleding’ van de zoutwinningslocaties. Zie hiervoor tevens het separaat bijgevoegde milieueffectenrapport. Gebiedskenmerken In het provinciale beleid zijn voor alle gebieden gebiedskenmerken aangegeven. Het beleid voor deze gebiedskenmerken is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de provinciale verordening. Hierin is bepaald dat inzichtelijk moet worden gemaakt dat voldaan wordt aan dit beleid. Wanneer in het beleid normerende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze normerende uitspraken. Wanneer in het beleid richtinggevende uitspraken worden gedaan, voorziet het bestemmingsplan (voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen) in een bestemmingsplanregeling conform deze richtinggevende uitspraken.

De gebiedskenmerken zijn opgenomen in verschillende lagen; de natuurlijke laag, de agrarische cultuur laag, de stedelijke laag en de lust- en leisure laag. Op basis van deze kenmerken is er ingezoomd op het plangebied voor de zoutwinningslocaties en gekeken welke specifieke kwaliteitsvoorwaarden en opgaven (normerend en richtinggevend) voor ruimtelijke ontwikkelingen van toepassing zijn. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is ontstaan doordat abiotische en biotische processen inwerken op de ondergrond van bodem en geologie. Van oudsher bestaat er een sterke samenhang tussen het natuur- en watersysteem. Vervolgens heeft de natuurlijke laag plek en betekenis gekregen in het menselijke occupatieproces. Lange tijd is de natuurlijke laag sturend geweest voor een groot deel van de ruimtelijke ontwikkelingen. Mensen vestigden zich op de droge plekken en wegen werden aangelegd bij goed doorwaadbare plekken in de beek. Pas de laatste eeuw is deze samenhang door technische mogelijkheden verminderd en zijn de kwaliteiten van de natuurlijke laag aangetast. Het beter afstemmen van de ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag, kan voorkomen en ervoor zorgen dat natuurlijke kwaliteiten weer medebepalend worden. Het plangebied valt binnen de dekzandvlakte en ruggen en de beekdalen en natte laagtes.

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 25

Afbeelding 14: Natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen (bruine kleur) en beekdalen en natte laagtes (lichtblauwe kleur (vlakken)). Rode cirkel geeft globaal het plangebied weer. (bron: Provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekking)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt.

Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling, realiseren van 12 zoutwinningslocaties, heeft een beperkte impact op het landschap in Overijssel. Er worden geen eigenschappen van de natuurlijke laag, zoals het verschil tussen hoog en laag en de continuïteit van het watersysteem aangetast. Daarnaast worden de locaties landschappelijk ingepast, waarbij gebruik wordt gemaakt van natuurlijke soorten. Hierdoor past de ontwikkeling binnen de ambities in de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het erom dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Vanuit de nederzettingen zijn de omliggende gronden ooit ontgonnen. Daardoor is er een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omringende landschap ontstaan.

Afhankelijk van de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing gegroeid. Dit verschil in tijd geeft mede richting aan de ontwikkeling

Zoutwinningsproject Haaksbergen | Eelerwoude | 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11890759/1