CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

BW348.bijlage B1 toelichting bijlage aangepast verzoek vvgb 8.8.22

Gemeenteraad 26 oktober 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Uitspreken van het voornemen een verklaring van geen bedenkingen te verlenen ten behoeve van het realiseren van 8 zoutwinningslocaties en het onderliggende leidingentracé onder diverse voorwaarden15.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 5: Schematische weergave zoutwinning middels oplosmijnbouw.

6.1.4

Ondersteunende systemen

Procescontrole De zoutwinningslocaties zijn onbemand en worden op afstand bestuurd en bewaakt vanuit de bestaande en permanent bezette controlekamer in de zoutfabriek te Hengelo. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de zoutwinningslocaties ook te besturen vanuit het pompstation Stepelerveld.

Monitoring Ter controle van de ontwikkeling van de hoogte van de caverne worden de water- en pekelstromingen en de drukken van dekenvloeistof, water en pekel continu gemonitord. Op basis van de verschildrukken wordt de positie van de dekenvloeistof gecontroleerd. Aanvullend worden ter controle regelmatige Pulse Neutron Density (PND) metingen gedaan. Hierbij wordt met een meetsonde aan een kabel bepaald welke dichtheid de materialen rond de sonde hebben. Het verschil tussen olie en pekel is daarmee zeer nauwkeurig te bepalen (+/- 10 cm).

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

22

Projectgerelateerd

Cameratoezicht Ter plaatse van elke zoutwinningslocatie wordt een closed-circuit television (cctv) systeem geïnstalleerd. Het doel van het systeem is: • herkennen van ongeautoriseerde toegang tot de locatie; • het monitoren van de inrichting en installaties; • het herkennen van personen bij het verlenen van toegang tot de locatie. Het cctv-systeem wordt bediend vanuit de centrale controlekamer te Hengelo.

6.1.5

Inspectie en onderhoud

Een zoutwinningslocatie wordt dagelijks bezocht door een operator, waarbij de inrichting en de specifieke essentiële onderdelen van de installatie gecontroleerd worden. Daarnaast vindt er periodiek (circa 1 keer per 2 jaar) onderhoud aan de put plaats, zogeheten work-overs. Bij deze werkzaamheden worden onder andere sonarmetingen in de cavernes uitgevoerd om de gewenste ontwikkeling te controleren, te simuleren en eventueel te corrigeren. Onderhoud aan de put kan bestaan uit: ◼

productie optimalisatie werkzaamheden zoals omkeren van de flow in de cavernes;

◼

vijfjaarlijkse controlemetingen m.b.v. sonar, of zoveel vaker als op basis van caverneontwikkeling gewenst is;

◼

tussentijdse PND metingen om het niveau van de dekenvloeistof te controleren of aan te passen;

◼

vervangen van gehele of gedeeltelijke productieverbuizingen;

◼

tijdelijk verwijderen van de gehele productieverbuizing uit het boorgat voor metingen of druktesten;

◼

reparaties m.b.v. gereedschappen in geval van beschadigde verbuizing of anderszins noodzakelijk;

◼

algemene reparaties en onderhoud aan de boorgatkoppen, -afsluiters, zoutwinlocaties en infrastructuur;

◼

buiten gebruik stellen (abandonneren) van de put.

Het onderhoud aan de zoutputten wordt uitgevoerd met behulp van boor- en onderhoudsmasten. De frequentie van onderhoud is sterk afhankelijk van de fase waarin de boring zich bevindt (zie ook paragraaf 6.1.3), de ouderdom van de zoutput, de plaats van de zoutput en de beschikbaarheid van installaties en/of externe aannemers. Het beheer en onderhoud van de putten vindt plaats op basis van het Well Integrity Management System (WIMS). De duur van onderhoud aan een put of zoutwinningslocatie varieert van enkele uren tot enkele weken. Alle operationele handelingen, waaronder de bovengenoemde, staan onder toezicht van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Binnen de vergunningsgebieden van Nobian zijn tientallen cavernes in productie. Hieruit volgt dat onderhoud een continu proces is. Voor de planning van onderhoud wordt verwezen naar het Jaarwerkplan zoals dat ieder jaar aan de Inspecteur-generaal der Mijnen wordt aangeboden, op te vragen bij SodM.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

23

Projectgerelateerd

6.1.6

Hulpstoffen

Bij het ontwikkelen van een caverne wordt proceswater gebruikt om het zout op te lossen. Het proceswater bestaat uit een mengsel van condensaat uit de zoutfabriek aangevuld met water uit het Twentekanaal. Het condensaat betreft water dat in de zoutfabriek te Hengelo is afgescheiden uit de pekelstroom, het betreft in wezen oploswater dat weer wordt hergebruikt. Tijdens de zoutproductie bedraagt de hoeveelheid oploswater per caverne maximaal 150 m3/uur. Daarnaast wordt ter controle en sturing van de vorming van de cavernes dekenvloeistof (HVO: hydrotreated vegetable oil) gebruikt. Het gebruik van HVO heeft de instemming van SodM (zie paragraaf 4.7 van het MER). De hoeveelheid dekenvloeistof is afhankelijk van de productiefase en varieert in de tijd (zie paragraaf 6.1.3) en bedraagt normaal gesproken tussen de 100 en 150 m3 per caverne. In bijlage 12 zijn de SDS en de CSR van de dekenvloeistof opgenomen.

6.1.7

Energievoorziening

De benodigde elektriciteit per zoutwinningslocatie wordt geleverd via een aansluiting op een 10 kV kabel vanuit de zoutfabriek te Hengelo. Deze kabel wordt gelegd in de nieuwe leidingtracé ten behoeve van de transport van water en pekel.

6.1.8

Veilige en duurzame zoutwinning

Veiligheid en duurzaamheid staat voorop bij alle activiteiten van Nobian. In het kader van het winningsplan Haakbergen is dit ook op de geplande zoutwinning toegepast. Door toepassing van deze ontwerpfilosofie voldoet de winning van pekel aan de in de Mijnbouwwet geformuleerde criteria voor doelmatige winning en duurzame ontwikkeling van de zoutwinning industrie. Voordat met de productie begonnen wordt, wordt ook de veilige afsluiting van de cavernes onderzocht. Hiermee wordt een bedrijfsvoering gegarandeerd die, zowel op de korte als de lange termijn, maatschappelijk verantwoord is en waarbij het milieu wordt beschermd (voorzorgsprincipe). De potentiële impact van de zoutwinning in Haaksbergen zijn voor alle mogelijke belanghebbenden (“stakeholders”) en voor de gehele lifecycle in beeld gebracht. Waar dat wenselijk is zijn (aanvullende) maatregelen opgenomen om de impact tot een acceptabele risico te reduceren (zie bijlage 19).

6.2

Pompstation

6.2.1

Werking

Het pompstation (zie bijlage 7) bestaat uit een pompgebouw, opslag van dekenvloeistof (met verlaadplaats) en een ontgasser. De inrichting van het pompgebouw is opgenomen als bijlage 13. In het pompgebouw zijn ondergebracht: ◼

entree

◼

sanitaire ruimten (douche, toilet)

◼

kleedruimte

◼

pompkamer, met daarin opgesteld: 

4 pompen tbv van aanvoer proceswater met elk een capaciteit van 450 m3/hr

4 pompen tbv van afvoer pekel met elk een capaciteit van 450 m3/hr

3 pompen tbv van de naverzadiging van de pekeloplossing met elk een capaciteit van 450 m3/hr

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

24

Projectgerelateerd

◼

opslagruimte

◼

kantoor en overlegruimte

◼

controleruimte

◼

technische ruimtes

Van de serie pompen ten behoeve van de aanvoer van proceswater en de afvoer van pekel zijn er per serie slechts drie in gebruik tijdens reguliere bedrijfsvoering. De vierde pomp betreft een back-up voorziening/reservepomp die in geval van storing aan één van de pompen of tijdens onderhoud van één van de pompen kan worden bijgeschakeld. Het pompstation is continu (24/7) in bedrijf. De verwachte draaiuren van de pompen (met uitzondering van de reservepompen) is 8.760 uur per pomp per jaar. Daarnaast wordt binnen het pompstation een mobiele pomp (geplaatst op een trailer) opgesteld met een capaciteit van 50 m3/hr. Deze mobiele pomp kan tijdens onderhoud gebruikt worden op de verschillende zoutwinningslocaties. De opslag van dekenvloeistof en de ontgasser(s) worden uitpandig geplaatst. De ontgasser wordt evenals de opslag van de dekenvloeistof opgesteld binnen een bund. De ontgasser wordt gebruikt om eventuele lucht pockets in de pekel afvoerleidingen te beperken. De opslagtank voor dekenvloeistof (inhoud 400 m3) is van staal (enkelwandig) en voorzien van overvulbeveiliging. Deze opslag voldoet aan PGS 29. Voor de verlading van de dekenvloeistof is binnen het pompstation een vloeistofdichte verlaadplaats aanwezig. Het verladen van de dekenvloeistof gebeurt met behulp van de boordpomp van de truck.

De opslagtank voor de dekenvloeistof wordt vooral gebruikt ten tijde van work-over operaties aan de zoutputten. Voorafgaand aan de work-over operatie wordt de dekenvloeistof uit de betreffende zoutput verwijderd (dit betreft een hoeveelheid van circa 100 tot 150 m3) en tijdelijk binnen het pompstation opgeslagen. Na de work-over operatie wordt de dekenvloeistof weer in de zoutput terug gebracht. Zoals aangegeven wordt de ontwikkeling van cavernes gestuurd met behulp van dekenvloeistof (zie paragraaf 6.1.3). Aan cavernes die in ontwikkeling zijn wordt met enige regelmaat dekenvloeistof toegevoegd of juist aan onttrokken. Deze dekenvloeistof wordt onttrokken uit of opgeslagen in voornoemde opslagtank.

6.2.2

Ondersteunende systemen

Procescontrole Het pompstation is onbemand en wordt op afstand bestuurd en bewaakt vanuit de centrale controlekamer binnen de zoutfabriek te Hengelo. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het pompstation en de producerende putten te besturen vanuit het pompstation.

Klimaat en luchtbehandeling Voor de beheersing van het klimaat in het pompgebouw wordt een HVAC-installatie toegepast. Hiermee is het mogelijk om de warmte, ventilatie en airconditioning van de verschillende ruimtes in het gebouw te regelen.

Inspectie en reiniging van de transportleidingen De leidingen worden gemiddeld eens in de 10 jaar geïnspecteerd. Veelal wordt voorafgaand aan de inspectie de leidingen schoongemaakt, Ten behoeve hiervan worden ten noorden van het pompgebouw in 8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

25

Projectgerelateerd

de bovengrondse delen van de leidingen voorzieningen aangebracht waarop een mobiele lanceer- en ontvangststation kan worden aangesloten. Hiermee is het mogelijk een PIG1 in de leiding te brengen om deze inwendig te inspecteren of te reinigen. De onderhouds- en inspectieprogramma’s voor leidingen worden opgenomen in het Pipeline Integrity Management System (PIMS) van Nobian. Voorafgaand aan het plaatsen van een mobiele lanceer- en ontvangststation wordt het maaiveld afgedekt met een bodembeschermende folie. Na de werkzaamheden worden de tijdelijk geplaatste mobiele lanceer- en ontvangststation en de aangebrachte folie weer verwijderd.

Cameratoezicht Ter plaatse van het pompstation wordt een cctv-systeem geïnstalleerd. Het doel van het systeem is : ◼

herkennen van ongeautoriseerde toegang tot de locatie;

◼

het monitoren van de inrichting en installaties;

het herkennen van personen bij het verlenen van toegang tot de locatie. Het cctv-systeem wordt bediend vanuit de centrale controlekamer te Hengelo. ◼

6.2.3

Hulpstoffen

Onderhoud Ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden worden binnen de inrichting smeermiddelen en hydraulische olie opgeslagen. De opslag hiervan vindt plaats in emballage, welke inpandig geplaatst is boven een vloeistofdichte lekbak. Deze opslagen voldoen aan PGS 15.

Dekenvloeistof Ter plaatse van het pompstation vindt de opslag van dekenvloeistof plaats. Hiervoor staat op het buitenterrein een enkelwandige tank (400 m3) opgesteld binnen een bund. Deze opslag voldoet aan PGS 29.

6.2.4

Energievoorziening

De benodigde elektriciteit voor het pompstation wordt geleverd via een aansluiting op een 10 kV kabel vanuit de zoutfabriek te Hengelo. Deze kabel wordt gelegd in het nieuwe leidingtracé ten behoeve van het transport van water en pekel.

1

Pipeline Inspection Gauge, dit betreft een speciaal voor reiniging en inspectie van leidingen ontworpen attribuut.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

26

Projectgerelateerd

7

Milieuaspecten

Onderhavig hoofdstuk geeft een beschrijving van de te verwachten milieuaspecten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de te verwachten milieuaspecten per zoutwinningslocatie en de te verwachten milieuaspecten voor het pompstation. Waar mogelijk wordt bij de milieueffecten per zoutwinningslocatie eveneens onderscheid gemaakt tussen de tijdelijke effecten als gevolg van de boring naar het zoutvoorkomen en de effecten die optreden tijdens reguliere zoutwinning. Een uitzondering op bovenstaande vormen de milieuaspecten stikstofemissie (paragraaf 7.4) bodembeweging (paragraaf 7.11). Deze zijn beide voor het gehele project in haar totaliteit beschouwd.

7.1

Emissie naar bodem

7.1.1

Zoutwinningslocaties

Nulsituatie Voorafgaand aan de aanleg van de zoutwinningslocaties zal Nobian per locatie een verkennend (nulsituatie) bodemonderzoek laten uitvoeren dat voldoet aan NEN 5740. Zodra het onderzoeksrapport beschikbaar is, zal Nobian dit bij het bevoegd gezag indienen. Na beëindiging van de activiteiten op een zoutwinningslocatie wordt na ontmanteling van de betrokken zoutwinningslocatie een eindsituatie onderzoek uitgevoerd.

Bodemrisicoanalyse Het ontwerp van de zoutwinningslocatie en de bedrijfsvoering zijn erop gericht om bodemverontreiniging te voorkomen. Het ontwerp van de inrichting is getoetst aan de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB). Hieruit volgt dat met de voorgenomen voorzieningen en maatregelen een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd en daarmee invulling is gegeven aan de beste beschikbare technieken voor bodembescherming zoals bedoeld in de NRB2012. De bodemrisicoanalyse (BRA) is opgenomen als bijlage 14.

7.1.2

Pompstation

Nulsituatie Ten behoeve van de aanleg van het pompstation is een verkennend (nulsituatie) bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage 15 bij de aanvraag gevoegd. Uit het onderzoek volgt dat in de bovengrond plaatselijk een licht verhoogde gehalte aan PAK is gemeten en in de ondergrond plaatselijk een licht verhoogde gehalte aan cadmium. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium en nikkel gemeten. De gemeten licht verhoogde waarden vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Hiermee is een toetsingsgrondslag voor de toekomst verkregen.

Bodemrisicoanalyse Het ontwerp van de zoutwinningslocatie en de bedrijfsvoering zijn erop gericht om bodemverontreiniging te voorkomen. Het ontwerp van de inrichting is getoetst aan de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB). Hieruit volgt dat met de voorgenomen voorzieningen en maatregelen een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd en daarmee invulling is gegeven aan de beste beschikbare technieken voor bodembescherming zoals bedoeld in de NRB2012. De bodemrisicoanalyse (BRA) is opgenomen als bijlage 14. 8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

27

Projectgerelateerd

7.2

Emissie naar (oppervlakte)water

7.2.1

Zoutwinningslocaties

Boorfase Op de zoutwinningslocatie zijn goten aangelegd, die directe afstroming van water (schoon en/of vervuild) van de locatie naar bermen of oppervlaktewater voorkomen. Deze goten monden uit in een hemelwaterput met een afsluitbare afvoerleiding naar oppervlaktewater. Op het moment dat de aanvoer van de boorinstallatie begint wordt de afsluiter in de afvoerleiding van de hemelwaterput gesloten. Hiermee wordt voorkomen dat tijdens de opbouw van de boortoren, eventuele onderhoudswerkzaamheden, boorfase en demontage van de boortoren geen lozing van vloeistoffen (inclusief hemelwater) plaatsvindt. Zodra de hemelwaterbak vol is, wordt het water met behulp van een tankwagen afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker. Nabij de boorkelder bevindt zich een calamiteitenbassin. Deze put is vloeistofdicht. Tijdens werkzaamheden op de locatie wordt het water in deze put verzameld. Daarnaast dient deze put tijdens boorwerkzaamheden als calamiteitenopvang van water uit de boorkelder. De boorkelder heeft een overloop naar de calamiteitenbassin. De in deze put verzamelde vloeistoffen worden per tankauto afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker. Huishoudelijk afvalwater dat tijdens de boorwerkzaamheden op de locatie ontstaat wordt verzameld in een bovengrondse tank.

Deze tank wordt met een tankwagen geleegd en het afvalwater wordt afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Na beëindiging van de boor- en testwerkzaamheden op de mijnbouwlocatie en nadat het terrein is schoongemaakt. De afsluiter in de afvoerleiding van de hemelwaterput wordt vervolgens weer geopend en wordt het hemelwater vanaf dat moment weer geloosd op de hemelwaterinfiltratieput.

Operationele fase Tijdens de productiefase stroomt het hemelwater dat valt op de zoutwinningslocatie via de aanwezige gotenstelsel in de hemelwaterput. Deze put bestaat uit drie compartimenten, gescheiden door wanden en onderling verbonden door een gat in de scheidingswand. In de scheidingswand tussen het eerste en het tweede compartiment bevindt het gat zich bovenin de wand. Het eerste compartiment waarin het hemelwater stroomt, fungeert daarmee als bezinkselafscheider. In de scheidingswand tussen het tweede en het derde compartiment bevindt het gat zich onderin de wand. Het tweede compartiment fungeert daarmee als drijflaag-afscheider. Het derde compartiment loost via een afsluitbare leiding op de hemelwaterinfiltratievoorziening. De in de hemelwaterput achterblijvende componenten worden periodiek per tankauto afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker. Onder normale omstandigheden is de afsluiter in de afvoerleiding van de hemelwaterput (het waterslot) geopend en wordt schoon hemelwater geloosd op de hemelwaterinfiltratieput Het via de hemelwaterput te lozen water wordt periodiek bemonsterd en geanalyseerd. De kwaliteit van het te lozen water dient te voldoen aan de normen die hieromtrent gesteld zijn in het Activiteitenbesluit.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

28

Projectgerelateerd

Tijdens de productiefase dient de aanwezige calamiteitenbassin als calamiteitenopvang van water uit de boorkelder en de nabezinktank. De in deze put verzamelde vloeistoffen worden per tankauto afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker. Indien de verzamelde vloeistoffen pekel betreft is het mogelijk om het pekel met behulp van de aanwezige vlotterpomp in de uitgaande pekelleiding te pompen. Eventueel schoon regenwater kan uit deze put worden verpompt naar de hemelwaterput, van waaruit het vervolgens geloosd wordt op de hemelwaterinfiltratieput. Voor het eventueel verpompen van schoon hemelwater vanuit de calamiteitenbassin wordt gebruik gemaakt van de aanwezige vlotterpomp op de zoutwinningslocatie. Tijdens werkzaamheden op een zoutwinningslocatie, waarbij vervuiling kan ontstaan, wordt het waterslot in de hemelwaterput afgesloten. Het opgevangen water in de hemelwaterput en de vuilwaterput wordt vervolgens door een tankauto afgevoerd naar een daartoe geëigende en bevoegde be-/verwerkingsinrichting. Na beëindiging van werkzaamheden en nadat het terrein is schoongemaakt, wordt de afsluiter in de afvoerleiding van de hemelwaterput geopend en wordt het hemelwater van de locatie vanaf dat moment weer geloosd op de hemelwaterinfiltratieput.

7.2.2

Pompstation

Het hemelwater vallend op het pompstation stroomt af naar een wadi, een bufferings- en infiltratievoorziening voor hemelwater, die buiten het hekwerk van de inrichting wordt gerealiseerd. Het hemelwater dat op de verlaadplaats valt stroomt via een oliewaterafscheider eveneens af naar een wadi. Het hemelwater dat valt binnen de bund wordt door middel van een handmatige geschakelde pomp afgevoerd naar een oliewater-afscheider. Na verwijdering van eventuele olie wordt het hemelwater in de bodem geïnfiltreerd. Verontreinigd hemelwater wordt per as afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker. Het verladen van de dekenvloeistof vindt plaats boven een vloeistofdichte verlaadplaats. Eventuele morsverliezen worden opgevangen in een goot en vervolgens opgeruimd.

7.3

Emissies naar de lucht

7.3.1

Zoutwinningslocaties

Boorfase Gedurende de diepboring vinden emissies naar de lucht plaats. Deze emissies zijn tijdelijk. De bronnen zijn verbrandingsmotoren, die onderdeel zijn van de boormast, de spoelingspomp en de aggregaten. Omdat de brandstof diesel betreft, gaat het voornamelijk om emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), ammoniak (NH3) en fijn stof. Daarnaast zijn er emissies van het verkeer dat betrokken is bij de werkzaamheden. Gelet op de korte duur van de activiteiten zijn de emissies beperkt.

Operationele fase Tijdens de productiefase vinden beperkte emissies naar de lucht plaats door het verkeer ten behoeve dagelijkse inspectie van zoutwinningslocaties. Daarnaast vinden er circa 1 keer per 2 jaar emissies workovers plaats waarbij emissies naar de lucht plaatsvinden. Bij een work-over operatie wordt elektrisch gedreven materieel ingezet. De inzet van de work-over mast draagt niet bij aan de emissies naar de lucht. Gelet op de korte duur van de activiteiten zijn de emissies zeer beperkt. 8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

29

Projectgerelateerd

7.3.2

Pompstation

Tijdens de productiefase vinden beperkte emissies naar de lucht plaats door het verkeer ten behoeve van de verlading van het dekenvloeistof. Daarnaast vinden emissies plaats als gevolg van het bezoek van de operators aan het pompstation. Gelet op de korte duur van de activiteiten zijn de emissies zeer beperkt. De opgestelde installaties in het pompstation zijn elektrisch gedreven en dragen niet bij aan de emissies naar de lucht.

7.4

Stikstofdepositie

Om de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in beeld te brengen is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. De stikstofberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van de AERIUS-calculator (versie 2020). De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlagen opgenomen in de Voortoets (zie bijlage 16). Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat in de operationele fase geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering geldt er een partiële bouwvrijstelling voor wat betreft stikstofdepositie in de aanlegfase en de verwijderfase (zie art 2.9a Wet natuurbescherming en art 2.5 Besluit natuurbescherming). Deze wet is gebaseerd op het principe dat al het materieel dat in Nederland beschikbaar is voor aanlegwerkzaamheden, nu ook al wordt gebruikt (op verschillende locaties) en onderdeel uitmaakt van het zogenoemde 'achtergrondniveau'. Een passende beoordeling of een aanvraag van een vergunning in kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.

7.5

Geur en stof

7.5.1

Zoutwinningslocaties

Boorfase Tijdens de werkzaamheden wordt geen geuroverlast verwacht. De gebruikte hulpstoffen (zie paragraaf 5.3.6), alsook het proces geven hiertoe geen aanleiding. Zo nodig kunnen vaste stoffen aan de boorspoeling worden toegevoegd om deze op de juiste specificatie te brengen en te houden, bijvoorbeeld om de boorspoeling de op dat moment vereiste eigenschappen te geven voor het geven van voldoende tegendruk in het boorgat. Om te voorkomen dat hierbij stofoverlast kan ontstaan zijn werkinstructies en procedures opgesteld.

Operationele fase Tijdens de zoutwinning wordt geen geur- en/of stofoverlast verwacht. De gebruikte hulpstoffen alsook het proces geven hiertoe geen aanleiding.

7.5.2

Pompstation

Als gevolg van de activiteiten binnen het pompstation wordt onder normale bedrijfsomstandigheden geen geur- en/of stofoverlast verwacht.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

30

Projectgerelateerd

7.6

Geluid

7.6.1

Zoutwinningslocaties

Boorfase Als gevolg van de boorwerkzaamheden zal er sprake zijn van geluidsproductie. Tijdens het opbouwen en afbreken van de boorinstallatie zal geluid ontstaan door montagewerkzaamheden en door aan- en afvoerbewegingen van materiaal. Tijdens de boring zullen de boorinstallatie en de hulpinstallaties geluid produceren. Naar de geluidsbelasting in de boorfase is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 17 van deze aanvraag. Uit het akoestisch onderzoek volgt dat er zonder mitigerende maatregelen op de beoogde zoutwinningslocaties, met uitzondering van de zoutwinningslocatie H-02, wordt voldaan aan de geluidsgrenswaarden die gesteld zijn in het Barmm. Ter plaatse van de zoutwinningslocatie H-02worden ten tijde van de boring maatregelen getroffen (plaatsen geluidsscherm) om aan voornoemde geluidsgrenswaarden te voldoen.

Operationele fase In voornoemde studie is een doorkijk gegeven naar de geluidsproductie in de representatieve bedrijfssituatie. Tijdens de productie van zout wordt de locatie dagelijks door een operator bezocht met een personenauto en wordt minder dan 12 keer per jaar met een vrachtwagen bezocht (verladen van dekenvloeistof en afvoer van neerslag uit de nabezinktank). Deze activiteiten zijn gezien het incidentele karakter en de beperkte duur akoestisch niet relevant. De vervoersbewegingen van en naar de locaties vallen weg in het overige verkeer. Voornoemde bezoeken aan de locatie vinden zoveel mogelijk plaats op werkdagen tussen 07:00 uur en 19:00 uur. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarden voor een landelijke omgeving, zoals deze zijn aanbevolen in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Daarnaast moet tijdens de zoutwinning de productieverbuizing in elke zoutput gemiddeld om de anderhalve jaar op een andere diepte worden afgehangen. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een work-over mast. De geluidsbelasting tijdens deze werkzaamheden is - worstcase vergelijkbaar met de geluidsbelasting tijdens de boorwerkzaamheden. Om te voldoen aan de geluidsgrenswaarden die gesteld zijn in het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm), worden net als tijdens de boring maatregelen getroffen.

Echter de zoutwinningslocaties worden voorzien van een stroomaansluiting (10 kV). Hiermee is het mogelijk om de work-over mast elektrisch aan te drijven. De inzet van geluidproducerende dieselgeneratoren zijn dan niet meer nodig waarmee de geluidbelasting naar de omgeving tijdens de onderhoudsfase minder zal bedragen dan tijdens de boring. Voorafgaand aan deze werkzaamheden wordt een melding in kader van het Barmm gedaan. Deze melding gaat vergezeld met een geluidprognoserapport.

7.6.2

Pompstation

Naar de geluidsbelasting van het pompstation is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 18 van deze aanvraag.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

31

Projectgerelateerd

Het pompstation wordt gerealiseerd op het bedrijventerrein Stepelerveld. De pompen worden inpandig opgesteld. De geluidimmissie van het pompstation is getoetst aan het kavelbudget uit het geluidverdeelplan van het Industrieterrein Stepelerveld. Hieruit volgt dat ten gevolge van de geprognoticeerde geluidsbronnen de gereserveerde geluidsruimte voor de kavel net overschrijdt. De overschrijding van de gereserveerde geluidruimte bedraagt maximaal 0,4 dB. Ten opzichte van het totaal voor het complete bedrijventerrein gereserveerde geluidsruimte betreft dit een maximale toename van 0,004 dB. Gelet op de minimale overschrijding van de berekende toetsingswaarden en de geringe toename van het geluid van het complete bedrijventerrein Stepelerveld is het de verwachting dat de geluiduitstraling van het pompstation vergunbaar en inpasbaar is binnen het bedrijventerrein.

7.7

Licht

7.7.1

Zoutwinningslocaties

Boorfase De zoutwinningslocaties en de installaties zijn tijdens de boorwerkzaamheden uit veiligheidsoverwegingen verlicht. De verlichting is zodanig opgesteld en ingericht, en de lampen zijn zodanig afgeschermd, dat hinderlijke lichtstraling voor de omgeving zoveel mogelijk wordt beperkt en directe instraling in woningen van derden wordt voorkomen.

Operationele fase Tijdens de reguliere zoutwinning zijn de zoutwinningslocaties niet verlicht. De zouthuisjes zijn inpandig voorzien van verlichting die kan worden ontstoken met behulp van een schakelaar. Op het buitenterrein is eveneens verlichting aanwezig. De locaties worden voorzien van een schemer- en bewegingssensoren waardoor de locaties in de avond en nacht verlicht zijn. De verlichting is noodzakelijk voor een optimale werking van het geïnstalleerde cctv-systeem. Om eventuele hinder voor de omgeving te beperken wordt groene LED verlichting toegepast. Indien ten behoeve van werkzaamheden in de avond of nacht verlichting buiten nodig is dan wordt de verlichting dusdanig opgesteld, dat hinderlijke lichtstraling voor de omgeving zo veel mogelijk wordt voorkomen.

7.7.2

Pompstation

De algemene verlichting in het gebouw wordt ontstoken tijdens het verrichten van werkzaamheden. Deze werkzaamheden gebeuren doorgaans overdag, zodat in de avond en nacht de verlichting in het gebouw nagenoeg uitgeschakeld is. In het gebouw zijn in de avond en nacht de verplichte vluchtrouteaanduiding en noodverlichting bij de uitgangen en enkele oriëntatie-armaturen verlicht. Incidenteel kan de verlichting in het gebouw in de avond en nacht branden bij onvoorziene of uitlopende werkzaamheden. Alle armaturen hebben LED-lichtbronnen met een warm witte lichtkleur. Op het buitenterrein is eveneens verlichting aanwezig. Hier is gekozen voor groene LED verlichting om eventuele lichthinder voor de omgeving te beperken. Het buitenterrein wordt voorzien van een schemeren bewegingssensoren waardoor het pompstation in de avond en nacht verlicht is. De verlichting is noodzakelijk voor een optimale werking van het geïnstalleerde cctv-systeem.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

32

Projectgerelateerd

7.8

Transportbewegingen

7.8.1

Zoutwinningslocaties

Boorfase Het aantal verwachte transportbewegingen tijdens de boorfase per zoutwinningslocatie is beschreven in paragraaf 5.3.3.

Operationele fase Dagelijks wordt een zoutwinningslocatie bezocht door een operator met een personenwagen. Daarnaast is onder normale bedrijfsomstandigheden sprake van aan- en afvoer van dekenvloeistof en afvoer van neerslag uit de nabezinktank. Deze transporten vinden normaliter plaats op werkdagen tussen 07.00 en 19.00 uur en vinden elk naar verwachting circa 12 keer per jaar plaats.

7.8.2

Pompstation

Dagelijks wordt het pompstation bezocht door een operator met een personenwagen. Onder normale bedrijfsomstandigheden is er sprake van verlading van dekenvloeistof. Dit transport vindt normaliter plaats op werkdagen tussen 07.00 en 19.00 uur. De verwachting is dat de transporten van en naar het pompstation opgaan in het regulier verkeer in de omgeving.

7.9

Afvalstoffen

Nobian maakt zo veel mogelijk gebruik van duurzame materialen, waardoor het ontstaan van afval zoveel mogelijk wordt beperkt. Door scheiding aan de bron toe te passen wordt het afval naar soort en mate van verontreiniging verpakt, getransporteerd, behandeld en verwerkt.

7.9.1

Zoutwinningslocaties

Boorfase Er wordt gebruik gemaakt van boorspoeling op waterbasis (zie paragraaf 5.3.2). Per boring wordt naar verwachting in totaal circa 380 m3 boorspoeling gebruikt. De boorspoeling wordt weer teruggevoerd in een bestaande caverne. Het boorgruis dat met de boorspoeling naar de oppervlakte komt, wordt nuttig hergebruikt door het in te brengen in een bestaande uitgeproduceerde caverne. De overige afvalstoffen worden gescheiden in niet-gevaarlijke en gevaarlijke afvalstoffen.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

33

Projectgerelateerd

De niet-gevaarlijke afvalstoffen worden gescheiden bewaard en afgevoerd in de fracties: ◼

oud ijzer;

◼

papier;

◼

hout;

◼

overig afval zoals verpakkingsmaterialen, huisvuil, kantoorafval etc.

De gevaarlijke afvalstoffen worden naar soort gescheiden bewaard en afgevoerd. Indien mogelijk worden afvalstoffen op de locatie hergebruikt. Alle afvalstoffen worden afgevoerd naar erkende verwerkers. Van de tijdens de werkzaamheden vrijkomende afvalstoffen wordt een afvalstoffenadministratie bijgehouden.

Operationele fase In de operationele fase worden de volgende afvalstoffen onderscheiden: ◼

afgewerkte olie;

◼

mogelijk verontreinigd hemelwater;

◼

HVO

◼

overige afvalstoffen.

Afgewerkte olie Afgewerkte olie komt vrij bij onderhoud van de aanwezige installatieonderdelen. Het betreft een hoeveelheid van enkele liters per jaar. De afgewerkte olie wordt opgevangen en direct na de onderhoudswerkzaamheden afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker.

Mogelijk verontreinigd hemelwater Mogelijk verontreinigd hemelwater kan alleen tijdens grootschalig onderhoud of als gevolg van een calamiteit op de zoutwinningslocaties ontstaan. Doordat de afvoer in hemelwaterput naar de hemelwaterinfiltratievoorziening standaard gesloten is blijft het hemelwater in de hemelwaterput. Het hemelwater wordt per tankauto afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker. Aansluitend wordt de hemelwaterput op resterende verontreiniging geïnspecteerd en, indien noodzakelijk, schoongemaakt. Het na reiniging verzamelde afvalwater wordt eveneens per tankauto afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker.

HVO Voor ontwikkeling van de caverne wordt Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) gebruikt. Periodiek wordt olie toe- of afgepompt om de oliespiegel in de caverne te sturen. Deze olie wordt in principe hergebruikt voor het bijregelen van de oliespiegel in andere cavernes of het ontwikkelen van nieuwe cavernes. In het incidentele geval dat olieafval ontstaat zal deze worden afgevoerd via een erkend verwerker.

Overige afvalstoffen Gebruikte poetsdoeken, vervuilde oliefilters en huishoudelijke afvalstoffen worden tijdens onderhoudswerkzaamheden apart ingezameld en na afloop van de werkzaamheden afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

34

Projectgerelateerd

7.9.2

Pompstation

Binnen het pompstation worden de volgende afvalstoffen onderscheiden: ◼

afgewerkte olie;

◼

overige afvalstoffen.

Afgewerkte olie Afgewerkte olie komt vrij bij onderhoud. Het betreft een hoeveelheid van enkele liters per jaar. De afgewerkte olie wordt opgevangen en direct na de onderhoudswerkzaamheden afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker.

Overige afvalstoffen Gebruikte poetsdoeken, vervuilde oliefilters en huishoudelijke afvalstoffen worden tijdens onderhoudswerkzaamheden apart ingezameld en na afloop van de werkzaamheden afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker.

7.10

Energieverbruik

7.10.1 Zoutwinningslocaties Boorfase Het verwachte energieverbruik tijdens de boorfase per zoutwinningslocatie is beschreven in paragraaf 5.3.4.

Operationele fase Het energieverbruik per zoutwinningslocatie bedraagt naar verwachting circa 3 MWh per jaar.

7.10.2 Pompstation Het energieverbruik van het pompstation is afhankelijk van het aantal producerende zoutputten en de wijze van naverzadiging (vindt naverzadiging plaats in Ganzebos-veld of in het Haaksbergen-veld). Het energieverbruik bedraagt het eerste jaar van productie naar verwachting circa 14.000 MWh. Naarmate er meer zoutputten in bedrijf zijn is de verwachting dat het energieverbruik van het pompstation ligt in de range van 22.000 – 30.000 MWh per jaar.

7.11

Bodembeweging

De verwachte bodembeweging tijdens de productiefase als gevolg van de zoutwinning is beschreven in het winningsplan Haaksbergen. Conform de vereisten uit de Mijnbouwwet zijn in het winningsplan de risico’s op het voorkomen van bodembeweging bepaalt. De maximale bodemdaling als gevolg van de zoutwinning van de acht zoutwinningslocaties is onder realistische uitgangspunten berekend op minder dan 13 cm en onder de minst gunstige omstandigheden geprognosticeerd op minder dan 17 cm over vijftig jaar in de diepste punt van de bodemdalingskom. Deze voorziene geleidelijke bodemdaling zal geen schade of andere negatieve effecten veroorzaken aan de omgeving van de zoutwinning.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

35

Projectgerelateerd

Met Waterschap Vechtstromen en Rijkswaterstaat is afgesproken dat er gezamenlijk zal worden gekeken naar de inrichting van het meetnet voor het meten van de bodemdaling, zodat de bodemdaling en de effecten ervan op de waterhuishouding en de belangrijkste infrastructuur goed gemonitord kunnen worden. Uit het winningsplan volgt dat het optreden van voelbare bodemtrillingen als gevolg van de zoutwinning ter plaatse van Haaksbergen onwaarschijnlijk wordt geacht. Niet voelbare microtrillingen zijn wel te verwachten. Conform het winningsplan wordt een seismisch meetnetwerk geïnstalleerd om de niet voelbare trillingen te meten. Schade door bodemtrillingen als gevolg van zoutwinning wordt niet verwacht.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

36

Projectgerelateerd

8

Veiligheid tijdens zoutproductie

De inrichting is ingericht en wordt onderhouden conform de eisen van de Arbo- en de Mijnbouwwet. In dit hoofdstuk worden alle aspecten ten aanzien van veiligheid beschreven.

8.1

Procesveiligheid

De zoutwinningslocaties functioneren onbemand. De installaties worden op afstand gecontroleerd vanaf de zoutfabriek te Hengelo. Onafhankelijk van dit regelsysteem is in het pompstation een lokaal controlesysteem geïnstalleerd voor het bedienen van de pompen wanneer het pompstation is bemand zoals tijdens onderhoud. De (ondergrondse) veiligheidskleppen worden periodiek getest. Ook de kleppen in de X-mas trees worden periodiek gecontroleerd. De onderhouds- en inspectieprogramma’s voor de kleppen worden opgenomen in het Well Integrity Management System (WIMS) van Nobian.

8.2

Noodstroomvoorziening

In geval van stroomuitval wordt gebruik gemaakt van een noodstroomvoorziening. Dit betreft een mobiele generator. Binnen de pompstation plot is ruimte aanwezig voor het op afroep plaatsen van een generator. De mobiele generator maakt geen onderdeel uit van de inrichting. Bij uitval van de elektriciteitslevering ter plaatse van een zoutwinningslocatie wordt via de noodstroomvoorziening (accu’s in het electrical sub station) de zoutproductie gestopt en de installatie in de veilige toestand geschakeld.

8.3

Terreinbeveiliging

De toegang tot de zoutwinningslocaties en het pompgebouw is afgesloten met een hekwerk met een hoogte van 2,20 meter. Het hekwerk is voorzien van vluchtpoorten, die ook als zodanig zijn aangegeven door middel van herkenningsplaatjes. De poorten in het hekwerk kunnen van buitenaf alleen met behulp van een sleutel of met een pas worden geopend. Deze vluchtpoorten kunnen zonder sleutel of pas alleen van binnenuit worden geopend. Het pompstation en de zoutwinningslocaties zijn tevens voorzien van camerabewaking.

8.4

Externe veiligheid

In verband met de externe veiligheid is gekeken welke aspecten van de beoogde wijziging van invloed zijn op de externe veiligheid. In verband met de externe veiligheid is gekeken welke aspecten van de beoogde activiteit van invloed zijn op de externe veiligheid, zoals de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Hierbij is geconcludeerd dat geen onderdelen binnen de inrichting een risico vormen. De leidingen in de leidingtracés transporteren geen gevaarlijke of explosieve stoffen. Middels de leidingen wordt enkel water of pekel (water met daarin opgelost steenzout) getransporteerd. Tijdens de zoutproductie is de kans op aantreffen van olie en/of gas verwaarloosbaar. Eventueel aanwezige olie en/of gas bevinden zich in de bodemlagen boven de bodemlaag waaruit het zout wordt gewonnen (zie MER, paragraaf 3.11). De kans op het aantreffen van olie en/of gas is het grootst bij het 8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

37

Projectgerelateerd

boren van de zoutput. De risico’s voor de omgeving tijdens de boorfase zijn in beeld gebracht middels een kwantitatieve risico analyse (zie paragraaf 5.3.7). Tijdens de zoutproductie bevinden zich binnen de inrichting geen onderdelen die een risico vormen. Een onaanvaardbaar risico is dan ook niet te verwachten.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

38

Projectgerelateerd

9

Organisatorische beheersmaatregelen

9.1

Milieu- en veiligheidszorgsysteem

De aspecten van de milieuzorg binnen Nobian zijn opgenomen in het kwaliteit-, veiligheid-, gezondheiden milieuzorgsystemen, de zogenoemde K-VGM-systemen. Het milieuzorgsysteem bestaat uit een samenhangend geheel van beleidsmatige, organisatorische en administratieve maatregelen op het gebied van milieu. Het milieuzorgsysteem is ISO 14001 gecertificeerd. De organisatiestructuur, alsook de regeling van de feitelijke leiding van de activiteiten binnen de inrichting Haaksbergen, wordt opgenomen in het K-VGM-zorgsysteem van Nobian. Nobian Hengelo beschikt over een gecertificeerd Veiligheids- en Gezondheidsmanagement systeem. Onderdeel van dit systeem zijn de diverse procedures en instructies die in werking treden in geval van een ongewoon voorval. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het Bedrijfsnoodplan (BNP) en de diverse onderliggende handboeken en instructies. Daarnaast beschikt Nobian over een trafic light system (TLS) waarin is vastgelegd hoe te handelen bij afwijkende seismische registraties.

9.2

Taken en verantwoordelijkheden

Een actueel organisatieschema met daarbij een beschrijving van de taken en verantwoordelijkheden ten aangezien van milieutaken is binnen de inrichting beschikbaar.

9.3

Procedures, inspecties en onderhoud

Onderhoud, interne en externe inspecties en keuringen worden gepland, uitgevoerd en geregistreerd met behulp van een onderhoudsprogramma. Deze inspecties en werkzaamheden zullen worden ontleend aan de handboeken welke zijn afgegeven door de leveranciers van de betreffende werktuigen/installaties. De onderhouds- en inspectieprogramma’s voor putten en leidingen worden opgenomen in de onderhoudmanagementsystemen van Nobian: Well Integrity Management System (WIMS) voor putten en Pipeline Integrity Management System (PIMS) voor de leidingen. Voor wijzigingen aan installaties of processen wordt de procedure Management of Change doorlopen. Regelmatige inspectierondes langs de leidingtracés zorgen ervoor dat onregelmatigheden in een vroeg stadium worden opgemerkt. Daarnaast worden de leidingen geregistreerd conform de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken met als doel graafschade te voorkomen.

9.4

Voorlichting

Alle binnen de inrichting werkzame personen worden voorgelicht en geïnstrueerd omtrent het (milieu- en veiligheids)beleid van het bedrijf, de mogelijkheden van het doen van voorstellen voor verbetering van de procesvoering, zorgvuldig werken, zuinig gebruik van grondstoffen en energie. De interne procedures ten aanzien van (externe) veiligheid zijn schriftelijk vastgelegd en worden regelmatig onder de aandacht gebracht.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

39

Projectgerelateerd

9.5

Controle

Vanzelfsprekend is permanent aandacht voor zorgvuldig werken, het naleven van de voorschriften en het opruimen van gemorste stoffen. Hierbij is tevens aandacht voor eventuele lekkages bij de bovengrondse tanks. Interne controle vindt plaats door: ◼

periodieke HSE rondes;

◼

uitvoeren van audit aan de hand van een auditplanning.

Daarnaast vinden periodiek controles plaats door een derde partij. De bevindingen hiervan worden gerapporteerd aan de HSE-coördinator.

9.6

Monitoring / meet- en registratiesysteem

Nobian beschikt over een energy efficiëntieplan waaruit voortdurend initiatieven volgen om het gebruik van energie verder te reduceren. Over het energieverbruik, waterverbruik en afvalproductie wordt jaarlijks gerapporteerd in het milieujaarverslag.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

40

Projectgerelateerd

10

Toekomstige ontwikkelingen

Ten behoeve van de zoutwinning Haaksbergen worden 8 cavernes ontwikkeld. Afhankelijk van de zoutproductie kan het gewenst zijn om binnen het pompstation een ontgasser bij te plaatsen. Hiervoor is binnen de inrichting van het pompstation ruimte gereserveerd. In de omgevingsvisie van de provincie Overijssel wordt de verwachting uitgesproken dat er in de toekomst ruimte nodig is voor buffering van hernieuwbaar gewonnen energie, bijvoorbeeld in de vorm van perslucht of waterstofgas. In Nederland zijn de mogelijkheden voor ondergrondse opslag beperkt. Het Zechstein zoutpakket bij Haaksbergen is mogelijk geschikt voor buffering/opslag van gassen als waterstofgas of perslucht. Voor de inzet van de toekomstige cavernes bij Haaksbergen als buffer voor hernieuwbare energie bestaat geen concreet plan, maar het is een politieke beslissing of in de toekomst de opslagmogelijkheden benut gaan worden. Voorafgaand aan wijzigingen aan de inrichting zullen de hiervoor, door de operator die de opslagactiviteit wil gaan uitvoeren, noodzakelijke vergunningen worden aangevraagd en meldingen worden gedaan op grond van de vigerende wet- en regelgeving.

8 augustus 2022

TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING

BH2756-IB-RP-220808-1638

41

Royal HaskoningDHV is an independent, international engineering and project management consultancy with over 138 years of experience. Our professionals deliver services in the fields of aviation, buildings, energy, industry, infrastructure, maritime, mining, transport, urban and rural development and water. Backed by expertise and experience of 6,000 colleagues across the world, we work for public and private clients in over 140 countries. We understand the local context and deliver appropriate local solutions. We focus on delivering added value for our clients while at the same time addressing the challenges that societies are facing. These include the growing world population and the consequences for towns and cities; the demand for clean drinking water, water security and water safety; pressures on traffic and transport; resource availability and demand for energy and waste issues facing industry. We aim to minimise our impact on the environment by leading by example in our projects, our own business operations and by the role we see in “giving back” to society. By showing leadership in sustainable development and innovation, together with our clients, we are working to become part of the solution to a more sustainable society now and into the future. Our head office is in the Netherlands, other principal offices are in the United Kingdom, South Africa and Indonesia.

We also have established offices in Thailand, India and the Americas; and we have a long standing presence in Africa and the Middle East.

royalhaskoningdhv.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11890754/1