BW348.bijlage B1 toelichting bijlage aangepast verzoek vvgb 8.8.22
Tekst van het document
RAPPORT Zoutwinning Haaksbergen Toelichting installaties en milieueffecten Klant:
Nobian Salt B.V.
Referentie: BH2756-IB-RP-220808-1638 Status:
Definitief/P04
Datum:
8 augustus 2022
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Euvelgunnerweg 25A 9723 CV Groningen Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 53 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Zoutwinning Haaksbergen Ondertitel: Toelichting aanvraag Omgevingsvergunning Referentie: BH2756-IB-RP-220808-1638 Status: P04/Definitief Datum: 8 augustus 2022 Projectnaam: Zoutwinning Haaksbergen Projectnummer: BH2756 Auteur(s): PMo
Opgesteld door: RHDHV Gecontroleerd door: MGi Datum: 8 augustus 2022 Goedgekeurd door: PKl / EJW / MGi Datum: 8 augustus 2022
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
i
Projectgerelateerd
Begrippenlijst Begrip/term
Verklaring
Activiteit
Geheel van handelingen, ingrepen en dergelijke bedoeld ter realisatie van bepaalde doelstellingen of ter oplossing van bepaalde problemen. Een activiteit kan zowel datgene zijn, wat de initiatiefnemer zich voorstelt te doen (voorgenomen activiteit = het voornemen) als een alternatief daarvoor, dat eveneens bedoeld is ter realisatie van deze doelstellingen of ter oplossing van deze problemen.
Bevi
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Bevoegd gezag
Publiekrechtelijke rechtspersoon die bevoegd is een besluit te nemen over de voorgenomen activiteit van de initiatiefnemer.
Bund
Vloeistofkerende met dammen omheinde voorziening voor opvang van morsverliezen met een capaciteit die minstens overeenkomt met het volume van de grootste tank die is geplaatst binnen voorziening.
Casing
Na het boren ingebrachte stalen buizen streng. Deze wordt aan het omliggende gesteente vast gecementeerd. De binnenste gecementeerde buizenstreng heet de Last Cemented Casing (LCC) en loopt door tot in het zout. Binnen deze casing worden productiebuizen gehangen, die afhankelijk van de productie, op wisselende hoogtes afgehangen kunnen worden.
Caverne
Een ondergrondse, met pekel gevulde ruimte ontstaan door het oplossen en afvoeren van pekel.
CCTV
Closed-ciruit television, toezicht met behulp van bewakingscamera’s.
Conductor
Een stalen buis die tot een nader te bepalen diepte wordt ingebracht van waaruit de boring wordt aangezet. Deze buis dient onder meer voor de stabiliteit van het ondiepe boorgat en ter bescherming van het grondwater. Binnen de conductor wordt de eigenlijke boring uitgevoerd.
CSR
Chemical Safety report
Dekenvloeistof
Laagje van (plantaardige, Hydrotreated Vegtable Oil) olie toegepast bij het vormen van een holruimte.
HVAC-installatie
HVAC is een Engelse afkorting die staat voor heating, ventilation en airconditioning. Door middel van een HVAC-installatie kan het klimaat binnen een gebouw geregeld worden.
Hemelwaterinfiltratievoorziening
Ondergronds waterreservoir waarin het hemelwater wat op het verharde deel van de locatie valt tijdelijk wordt vastgehouden. Het hemelwater wordt hierin tijdelijk opgeslagen en vertraagd afgevoerd middels infiltratie in de bodem.
HVO
Hydrotreated Vegetable Oil, deze plantaardige olie is qua eigenschappen en functionaliteit vergelijkbaar aan diesel, maar dan zonder schadelijke componenten voor het milieu.
MER
Milieueffectrapport, waarin van een voorgenomen activiteit de te verwachten gevolgen voor het milieu in hun onderlinge samenhang op systematische en zo objectief mogelijke wijze worden beschreven; het wordt opgesteld ten behoeve van één of meer besluiten die over de betreffende activiteit genomen moeten worden.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
ii
Projectgerelateerd
Begrip/term
Verklaring
Mijnbouwhulpstoffen
Stoffen die worden toegepast bij zoutwinning of tijdens de uitvoering van diepboringen.
Mijnbouwlocatie
Een locatie die krachtens de Mijnbouwwet aangewezen is als mijnbouwwerk waarbinnen zoutwinning en daarmee verband houdende werkzaamheden plaatsvinden.
Natura 2000-gebied
Een beschermd natuurgebied op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992.
Pekel
Pekel is water met opgelost zout.
QRA
Kwantitatieve risico analyse
SDS
Safety Data Sheet, oftewel een veiligheidsinformatieblad. Het betreft een gestructureerd document met informatie over de risico's van een stof of preparaat en met aanbevelingen voor het veilig gebruik ervan.
X-mas tree/Wellhead
Het betreft een verzameling van regelafsluiters en veiligheidsvoorzieningen welke wordt geplaatst op het geboorde gat.
VGM-zorgsysteem
Een management systeem waarin de zorg voor de veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu is vastgelegd.
Zoutwinningslocatie
Een mijnbouwlocatie met de benodigde voorzieningen voor het winnen van zout uit de ondergrond.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
iii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Niet technische samenvatting
1
2
Inleiding
2
2.1
Aanleiding
2
2.2
Vergunningsaanvraag
3
2.3
Milieueffectrapport
3
2.4
Procedure en overige toestemmingen
3
2.5
Leeswijzer
4
3
Locaties
5
3.1
Bestaande situatie
5
3.2
Kadastrale situatie
8
3.3
Gebruiksmogelijkheden aangrenzende gronden
10
4
Aanleg
11
4.1
Zoutwinningslocaties
11
4.2
Pompstation Stepelerveld
12
4.3
Landschappelijke inpassing
12
5
Boorfase
13
5.1
Algemeen
13
5.2
Mobiele installatie
13
5.3
Boorwerkzaamheden
14
5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.3.6 5.3.7
Activiteiten Het boren Transportbewegingen Energie Gebruik van water Opslag van hulpstoffen Veiligheid
14 14 15 16 16 16 17
6
Zoutproductie
18
6.1
Zoutwinningslocaties
18
6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6 6.1.7
Ondergronds deel Bovengronds deel Werking van de inrichting Ondersteunende systemen Inspectie en onderhoud Hulpstoffen Energievoorziening
18 18 19 22 23 24 24
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
iv
Projectgerelateerd
6.1.8
Veilige en duurzame zoutwinning
24
6.2
Pompstation
24
6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4
Werking Ondersteunende systemen Hulpstoffen Energievoorziening
24 25 26 26
7
Milieuaspecten
27
7.1
Emissie naar bodem
27
7.1.1 7.1.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
27 27
7.2
Emissie naar (oppervlakte)water
28
7.2.1 7.2.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
28 29
7.3
Emissies naar de lucht
29
7.3.1 7.3.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
29 30
7.4
Stikstofdepositie
30
7.5
Geur en stof
30
7.5.1 7.5.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
30 30
7.6
Geluid
31
7.6.1 7.6.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
31 31
7.7
Licht
32
7.7.1 7.7.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
32 32
7.8
Transportbewegingen
33
7.8.1 7.8.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
33 33
7.9
Afvalstoffen
33
7.9.1 7.9.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
33 35
7.10
Energieverbruik
35
7.10.1 7.10.2
Zoutwinningslocaties Pompstation
35 35
7.11
Bodembeweging
35
8
Veiligheid tijdens zoutproductie
37
8.1
Procesveiligheid
37
8.2
Noodstroomvoorziening
37
8.3
Terreinbeveiliging
37
8.4
Externe veiligheid
37
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
v
Projectgerelateerd
9
Organisatorische beheersmaatregelen
39
9.1
Milieu- en veiligheidszorgsysteem
39
9.2
Taken en verantwoordelijkheden
39
9.3
Procedures, inspecties en onderhoud
39
9.4
Voorlichting
39
9.5
Controle
40
9.6
Monitoring / meet- en registratiesysteem
40
10
Toekomstige ontwikkelingen
41
Bijlagen, overige (separaat bijgevoegd) 2. Overzichtstekening ligging zoutwinningslocaties, pompstation en leidingtracés 3. Milieueffectrapport (MER) 4. Ruimtelijke onderbouwing 5. Kadastrale situatie leidingtracés 6. Impressie zoutwinningslocatie 7. Inrichting pompstation 8. Impressie pompstation 9. Equipment layout tijdens boren zoutput 10. SDS Adblue 11. Kwantitatieve risico analyse 12. a) SDS dekenvloeistof b) Chemical Safety report dekenvloeistof 13. Inrichting pompgebouw 14. Bodemrisico analyse 15. Nulsituatie bodemonderzoek pompstation 16. Voortoets 17. Akoestisch onderzoek zoutwinningslocaties 18. Akoestisch onderzoek pompstation 19. Risico-analyse Zoutwinveld Haaksbergen
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
vi
Projectgerelateerd
1
Niet technische samenvatting
Nobian Salt B.V. produceert en verkoopt hoogwaardige zoutproducten die worden gewonnen uit de ondergrondse zoutvoorraden in de nabije omgeving van Hengelo en Enschede. Het gewonnen zout wordt verwerkt tot de gewenste eindproducten in de bestaande zoutfabriek te Hengelo. Het zout wordt gewonnen uit een ondergronds zoutpakket door middel van oplosmijnbouw. Om de zoutproductie op termijn te kunnen continueren wenst Nobian het gebied ten noordwesten van Haaksbergen te ontwikkelen ten behoeve van zoutwinning. Deze ontwikkeling betreft de realisatie van 12 zoutwinningslocaties en één pompgebouw. Het pompgebouw wordt gerealiseerd op het bedrijventerrein Stepelerveld in Haaksbergen. Zoutwinning door Nobian in Nederland vindt plaats volgens de methode van oplosmijnbouw: het zout wordt in de ondergrond opgelost met water en als pekel omhoog gepompt. Ten behoeve van de aanvoer van water om het zout op te lossen en de afvoer van het opgeloste zout (pekel) wordt het voornoemde pompstation gerealiseerd. Vanaf dit pompstation wordt het pekel via deels nieuw aan te leggen transportleidingen verpompt naar de zoutfabriek in Hengelo. Hier wordt de pekel binnen de bestaande vergunning verwerkt. De nieuwe transportleidingen worden aangesloten op de bestaande hoofdtransportleidingen nabij het bestaande pompstation Ganzebos West bij Beckum.
Per zoutwinningslocatie wordt één zoutput geboord tot in de zoutlaag in de ondergrond. Voor het boren van de put wordt gebruik gemaakt van een mobiele boorinstallatie. Deze is alleen gedurende de boring op de locatie aanwezig. In de geboorde zoutput worden buizen voor de toevoer van water en de afvoer van het opgeloste zout (pekel) aangebracht. De zoutwinningslocaties zijn onbemand en worden op afstand gecontroleerd. Rondom een zoutwinningslocatie wordt een hekwerk geplaatst en boven de zoutput een zogeheten zouthuisje. Als gevolg van het winnen van het zout ontstaat in de ondergrond per zoutwinningslocatie een holte, een zogeheten caverne. De cavernes worden van onder naar boven gevormd. De vorming van de cavernes vindt gecontroleerd plaats binnen vooraf vastgestelde contouren, in het bijzonder diameter, hoogte en dikte van het zoutdak. Wanneer een caverne de toelaatbare omvang heeft bereikt, wordt de betreffende zoutput/zoutwinningslocatie buiten bedrijf gesteld.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
1
Projectgerelateerd
2
Inleiding
2.1
Aanleiding
Nobian Salt B.V. (hierna: Nobian) produceert en verkoopt hoogwaardige zoutproducten die worden gewonnen uit de ondergrondse zoutvoorraden in de nabije omgeving van Hengelo en Enschede. Het gewonnen zout wordt verwerkt tot de gewenste eindproducten in de bestaande zoutfabriek te Hengelo. Nobian wint sinds 1919 zout in Twente. Zoutwinning is begonnen in Boekelo en vanaf 1933 is het wingebied verplaatst naar de omgeving van Hengelo en Enschede. Het zout wordt gewonnen uit een ondergronds zoutpakket, door middel van oplosmijnbouw. De hoeveelheid winbaar zout is in deze gebieden onvoldoende om de zoutproductie op termijn te kunnen continueren. Naar aanleiding hiervan is een verkenning uitgevoerd naar gebieden in de omgeving van Hengelo die in aanmerking komen voor de voortzetting van zoutwinning. Uit deze verkenning volgde dat een gebied nabij Haaksbergen geschikt is voor zoutwinning. Dit werd vervolgens bevestigd door de resultaten van een proefboring in 2011. Hieruit bleek dat het aanwezige zout in de ondergrond voldoet aan de gewenste kwaliteit. In 2012 is door de Minister van Economische Zaken een winningsvergunning verleend voor dit gebied, Isidorushoeve. Het projectgebied Haaksbergen is gelegen ten westnoordwesten van Haaksbergen, rondom de kern Sint Isidorushoeve (zie Figuur 1).
Het gebied beslaat een oppervlakte van circa 20 km2 en ligt binnen het vergunningengebied Isidorushoeve. In de ondergrond bevindt zich relatief ondiep een zoutpakket, waarvan de top op een diepte van circa 500 meter minus maaiveld (m-mv) ligt. De dikte van het zoutpakket varieert tussen 100 en 500 meter.
Figuur 1: Ligging vergunningengebied Isidorushoeve met de beoogde zoutwinningslocaties en het pompstation.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
2
Projectgerelateerd
Ten behoeve van de winning van het zout is Nobian voornemens 8 cavernes te ontwikkelen, in het bijzonder locaties H-01 t/m H-09 met uitzondering van H-06. De locaties H-06, en H-10 t/m H-12 zijn na overleg met omwonenden uit de aanvraag verwijderd. Deze locaties zijn in figuur 1 aangeduid met een rood kruis. Ook het leidingwerk dat betrekking heeft op specifiek deze zoutwinningslocaties is uit de aanvraag verwijderd en rood gemarkeerd in Figuur 1. Het betreft in het bijzonder de distributieleiding die aansluit vanuit het leidingnetwerk op H-06 en het deel van het netwerk dat onder de N18 door gaat en locaties H-10 t/m H-12 aansluit. Onderhavige aanvraag heeft betrekking op de ontwikkeling van 8 cavernes gelegen ten oosten van Sint Isidorushoeve. Ten behoeve van de ontwikkeling van deze 8 cavernes zal per caverne een zoutwinnings-locatie worden aangelegd. De zoutwinningslocaties zijn tot op grote diepte geboorde putten waaruit het zout in de vorm van pekel omhoog wordt gehaald. De zoutwinningslocaties zijn onderling verbonden met distributieleidingen voor de aanvoer van water en afvoer van pekel. Hiervoor is het eveneens nodig om een pompstation te realiseren. Vanaf het pompstation wordt de pekel via een hoofdtransportleiding naar de bestaande zoutfabriek in Hengelo gepompt.
De ligging van de beoogde zoutwinningslocaties, leidingtracés en het pompstation is aangegeven op de kaart in bijlage 2.
2.2
Vergunningsaanvraag
Nobian vraagt in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning aan voor de volgende activiteiten: ◼
‘handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening’;
◼
‘het aanleggen van een boorgat’;
◼
‘milieu’ en;
◼
‘bouwen’.
De aanvraag betreft de oprichting van één nieuwe inrichting voor het winnen en transporteren van pekel. Deze toelichting heeft betrekking op de onderdelen ‘het aanleggen van een nieuwe boorgat’ en ‘milieu’.
2.3
Milieueffectrapport
Ten behoeve van het besluit op deze Wabo-vergunningsaanvraag is door Nobian een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het MER geeft een beschrijving en beoordeling van de milieueffecten van de voorgenomen activiteit en vormt hiermee een (centraal) onderdeel van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Het MER is als bijlage 3 bij de aanvraag gevoegd. In deze toelichting is de voorgenomen projectomvang beschreven. Voor dit project wordt de vergunning aangevraagd.
2.4
Procedure en overige toestemmingen
Voor het oprichten en in gebruik nemen van de zoutwinningslocaties en het pompstation is op grond van de Wabo een omgevingsvergunning vereist. Voor de beslissing op de vergunningsaanvraag dient de uitgebreide procedure volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te worden gevolgd. De Minister van Economische Zaken en Klimaat is het bevoegd gezag. Het verlenen van toestemming om in afwijking van een bestemmingsplan te handelen is echter een bevoegdheid van de gemeenteraad van
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
3
Projectgerelateerd
de gemeente Haaksbergen. De Minister mag hiervoor pas toestemming verlenen nadat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) heeft afgegeven. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dienen meerdere toestemmingen te worden aangevraagd. Een overzicht van de aan te vragen toestemmingen is opgenomen in het MER, paragraaf 2.6.
2.5
Leeswijzer
De voorgenomen activiteit bestaat uit een aantal fases, namelijk de aanlegfase, de boorfase en de productiefase. In deze toelichting wordt deze volgorde aangehouden bij de beschrijving van de activiteit, hoofdstukken 4 tot en met 6, en de milieueffecten, hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 gaat in op de veiligheid tijdens de zoutproductie en in hoofdstuk 9 beschrijft de organisatorische beheersmaatregelen die Nobian Salt B.V. treft. Het laatste hoofdstuk betreft mogelijke toekomstige ontwikkelingen. In het MER is de voorgenomen activiteit uitgebreid beschreven en wordt ingegaan op de overwegingen die hebben geleid tot de gekozen projectomvang. Om de leesbaarheid te waarborgen en niet in herhaling te vallen van het MER en andere documenten wordt in diverse paragrafen van deze toelichting verwezen naar de betreffende paragrafen in het MER en andere documenten (waaronder de Voortoets).
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
4
Projectgerelateerd
3
Locaties
3.1
Bestaande situatie
Situering De plaats van zoutwinningslocaties en het pompstation is bepaald aan de hand van geologische, topografische en ruimtelijke criteria (de situatie aan maaiveld). De cavernes waaruit het steenzout wordt gewonnen zijn zodanig ten opzichte van elkaar gepositioneerd dat te allen tijde, gedurende de volledige levenscyclus van het caverneveld, een stabiele caverne-structuur gegarandeerd is. De levenscyclus van het caverneveld behelst naast het aanleggen en winnen van zout ook de vereffennings-, afsluiting- en nazorgfase. Het caverneveld ontwerp is bepaald en berekend aan de hand van een gesteente-mechanische ontwerpstudie. De cavernes zijn deels bepalend voor de situering van de zoutwinlocaties. Daarnaast speelden hierbij ook praktische overwegingen zoals toegankelijkheid en impact op het bovengrondse gebruik een rol. De beoogde zoutwinningslocaties zijn gelegen ten westnoordwesten van Haaksbergen, ten oosten van de kern Sint Isidorushoeve (zie Figuur 1). De locaties liggen in landelijk gebied dat een overwegend agrarisch gebruik kent. De omringende percelen van de ‘zoutwinningslocaties kennen eveneens veelal een agrarisch gebruik. Enkele van de locaties uit het veldontwerp zijn na overleg met de omwonenden verwijderd uit de voorgenomen projectomvang. Dit betreft in het bijzonder de locaties H-06, H-10, H-11 en H-12.
Het tracé van de aan te leggen ondergrondse distributieleidingen van de zoutwinningslocaties naar het pompstation “Stepelerveld” is tevens op kaart weergegeven in bijlage 2. De beoogde zoutwinningslocaties en het pompstation Stepelerveld liggen buiten percelen die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en buiten de Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is ‘Buurserzand & Haaksbergerveen’ op een afstand van circa 3 kilometer van de beoogde zoutwinningslocaties.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
5
Projectgerelateerd
Figuur 2: Schematische ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000 en NNN-gebieden (bron provincie Overijssel)
Bestaand gebruik en ruimtelijk kader Zoutwinningslocaties De beoogde 8 zoutwinningslocaties staan op Figuur 1 en in bijlage 2 aangegeven. De locaties zijn gelegen binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen: ◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld door de raad op 2 juli 2013 en gedeeltelijk onherroepelijk op 22 april 2015);
◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 (vastgesteld op 1 november 2017);
◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld op 29 november 2000).
De zoutwinningslocaties H-03 tot en met H-09 zijn gelegen ter plaatse van gronden waar het Bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld door de raad op 2 juli 2013 en gedeeltelijk onherroepelijk op 22 april 2015) en het bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiele herziening veegplan 1 van toepassing zijn. De huidige bestemming van de geplande zoutwinningslocaties is ‘agrarisch met waarden – landschap’ dan wel ‘agrarisch – agrarisch bedrijf’. In het eerstgenoemde plan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om zoutwinning mogelijk te maken via een wijzigingsprocedure in het bestemmingsplan. De beoogde zoutwinningslocaties H-01 en H-02 zijn gelegen ter plaatse van de gronden waarvoor een voorbereidingsbesluit Stepelerveld is genomen in 2012. Hier geldt het ‘oude’ bestemmingsplan Buitengebied. In dit plan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de zoutwinning mogelijk te maken.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
6
Projectgerelateerd
Omwille van integrale besluitvorming heeft Nobian ervoor gekozen om één ruimtelijke procedure te volgen om de zoutwinning op de 8 beoogde locaties mogelijk te maken en een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een zogenaamde ‘buitenplanse’ afwijking aan te vragen, op grond van art. 2.12, lid 1, sub a, 3e punt. Ten behoeve van deze procedure is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld (zie bijlage 4). De ruimtelijke onderbouwing gaat in meer detail in op het bestaand gebruik en de ruimtelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Pompstation Het beoogde pompstation voor het transport van water en pekel wordt gerealiseerd op het bedrijventerrein Stepelerveld te Haaksbergen. In het bestemmingsplan Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1 (vastgesteld door de raad op 16 december 2015) is met de komst van het pompstation al rekening gehouden. Het pompstation wordt gesitueerd op gronden die de bestemming Bedrijventerrein hebben en past binnen de regels van deze bestemming. Feitelijk betreft de realisatie van het pompstation het ombouwen van het bedrijfsgebouw van Nobian naar een pompstation door het plaatsen van de benodigde apparatuur en het maken van (milieutechnische) aanpassingen. Distributieleidingtracé In het distributieleidingtracé komen meerdere procesleidingen (zie paragraaf 6.1.3) te liggen.
Deze leidingen verbinden de zoutwinningslocaties onderling en verbinden de locaties met het te realiseren pompstation Stepelerveld. Het distributieleidingtracé is aangegeven op kaart in bijlage 2. De gronden waarin het distributieleidingtracé is voorzien liggen binnen de begrenzingen van de volgende bestemmingsplannen: ◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld op 2 juli 2013 en gedeeltelijk onherroepelijk op 22 april 2015);
◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 (vastgesteld op 1 november 2017);
◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen, partiële herziening N18 (vastgesteld op 21 februari 2018);
◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld op 29 november 2000);
◼
Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1 (vastgesteld op 16 december 2015).
Deze gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Het leidingtracé kruist een aantal watergangen en wegen. De watergangen zijn bestemd als ‘water’ en de wegen als ‘Verkeer 2’. Daarnaast kruist het leidingtracé een aantal houtwallen, welke bestemd zijn als ‘Bos’. Verder kruist het leidingtracé een perceel met de bestemming ‘Natuur’. Dit perceel is in gebruik als grasland met als toekomstig doel de ontwikkeling van natuur, ecologische en/of landschappelijke waarde (bron: Bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Haaksbergen, vastgesteld door de raad op 2 juli 2013). Het oostelijke deel van het leidingtracé ligt in gronden die deel uitmaken van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1, de betreffende gronden hebben de bestemming ‘Bedrijventerrein’ of ‘Gemengd’. Transportleidingtracé De ligging van het transportleidingtracé is aangegeven op kaart in bijlage 2. Het tracé van de transportleidingen tussen het beoogde pompstation Stepelerveld en het bestaande pompstation Ganzebos West ligt deels in gemeente Haaksbergen en deels in de gemeente Hengelo. In dit tracé komen leidingen te liggen ten behoeve van de aanvoer van water om het zout op te lossen en de afvoer
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
7
Projectgerelateerd
pekel naar de zoutfabriek in Hengelo. De gronden waarin het transportleidingtracé is voorzien liggen binnen de begrenzingen van de volgende bestemmingsplannen: ◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld op 2 juli 2013 en gedeeltelijk onherroepelijk op 22 april 2015);
◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1 (vastgesteld op 1 november 2017);
◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen, partiële herziening N18 (vastgesteld op 21 februari 2018);
◼
Buitengebied van de gemeente Haaksbergen (vastgesteld op 29 november 2000);
◼
Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1 (vastgesteld op 16 december 2015);
◼
Buitengebied van de gemeente Hengelo (vastgesteld op 21 september 2010).
Het eerste deel van het leidingtracé ligt op het bedrijventerrein Stepelerveld en kruist de gronden met de bestemmingen ‘Bedrijventerrein’ of ‘Gemengd’. Het overige deel van het leidingtracé binnen de gemeente Haaksbergen ligt in gronden met een agrarische gebruik. Deze gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ of ‘Agrarisch – agrarisch bedrijf’. Verder kruist het tracé meerdere kleinere watergangen en wegen. Deze gronden hebben eveneens de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ of ‘Gemengd’. Het noordelijk deel van dit leidingtracé is gelegen in de gemeente Hengelo. Ook de gronden in de gemeente Hengelo ter plaatse van het leidingtracé kennen een overwegend agrarisch gebruik (weiland/akkerland) en hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – agrarische functie met landschapswaarden’. De percelen ten zuiden van de Hagmolenbeek hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – agrarische functie met natuur- en landschapswaarden’. Deze laatste percelen hebben de dubbelbestemming ‘Ecologie’ en zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de gronden ten behoeve van de instandhouding en realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (thans aangeduid als Natuurnetwerk Nederland).
Ten zuiden van de Hagmolenbeek kruist het leidingtracé een perceel met de bestemming ‘Natuur’, dit perceel is eveneens bedoeld voor de ontwikkeling en realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur. Het deel van het leidingtracé ten noorden van de Hagmolenbeek en ten zuiden van de Wolfkaterweg heeft de dubbelbestemming ‘Waardevol reliëf’. Daarnaast kruist het leidingtracé gronden met de bestemming ‘Water’ (de Hagmolenbeek) en gronden met de bestemming ‘Verkeer’. De gronden ter plaatse van de beoogde leidingtracés (distributieleiding en transportleiding) kennen een archeologische verwachtingswaarde, variërend van laag tot hoog. Daarnaast kruist het transportleidingtracé gronden met de bestemming ‘Natuur’ en een dubbelbestemming ‘waardevol reliëf. Om de aanleg van de leidingen mogelijk te maken wordt voor het gedeelte van het leidingtracé dat in de gemeenten Haaksbergen en Hengelo geprojecteerd is, afzonderlijke omgevingsvergunningprocedures doorlopen (zie paragraaf 2.6 van het MER).
3.2
Kadastrale situatie
Tabel 3.1 geeft een overzicht van de kadastrale situatie ter plaatse van de beoogde locaties (zoutwinningslocaties en het pompstation) en de leidingtracés. Alle locaties zijn gelegen in de bestuurlijke gemeente Haaksbergen. De leidingtracés liggen voor het overgrote deel eveneens in de bestuurlijke gemeente Haaksbergen. Het noordelijke deel van het transportleidingtracé ligt in de bestuurlijke gemeente Hengelo. 8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
8
Projectgerelateerd
De kadastrale situatie is op kaart weergegeven in de bijlagen 2 (locaties) en 5 (leidingtracés). Locatie
Kadastrale gemeente
Kadastrale aanduiding Sectie
nummers
Zoutwinningslocaties H-01
Haaksbergen
P
1525 (ged)
H-02
Haaksbergen
P
1528 (ged)
H-03
Haaksbergen
O
438 (ged)
H-04
Haaksbergen
O
1245 (ged)
H-05
Haaksbergen
O
1836 (ged)
H-06 (locatie vervalt)
Haaksbergen
O
1836 (ged)
H-07
Haaksbergen
O
554 (ged)
H-08
Haaksbergen
O
2267 (ged) en 566 (ged)
H-09
Haaksbergen
O
2030 (ged)
H-10 (locatie vervalt)
Haaksbergen
O
2124 (ged)
H-11 (locatie vervalt)
Haaksbergen
O
2243 (ged)
H-12 (locatie vervalt)
Haaksbergen
O
2504 (ged)
Haaksbergen
P
1172
Haaksbergen
O
438, 551, 552, 554, 563, 566
Pompstation Pompstation Stepelerveld Leidingtracés Distributietracé
1245, 1246, 1836, 1987, 2030, 2031, 2094, 2134, 2266, , 2274, P
147, 148 1172, 1525, 1527, 1528
Transportleidingtracé
547, 789, 898, 985, Hengelo
G
1345, 1354, 1388, 1391,
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
9
Projectgerelateerd
Locatie
Kadastrale gemeente
Kadastrale aanduiding Sectie
nummers 1403, 1417, 1438, 1442, 1464, 1536, 1546, 1568, 1579, 1622, 1687, 1688 1703, 1704, 1731, 1771
Haaksbergen
O
1297, 2100, 2101
P
17, 26, 35, 40, 41, 94, 147, 148, 834, 848, 1015, 1172, 132 8, 1363, 1500, 1525, 1527, 1528
3.3
Gebruiksmogelijkheden aangrenzende gronden
De omringende percelen kennen een overwegend agrarisch karakter. De zoutwinningslocaties H-01 en H-02 liggen naast het beoogde pompstation op het industrieterrein Stepelerveld. De aanleg van en de uiteindelijke in gebruik name van de zoutwinningslocaties en het pompstation zullen geen effect hebben op de gebruiksmogelijkheden op de aangrenzende gronden.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
10
Projectgerelateerd
4
Aanleg
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de functionele eigenschappen van de voorgenomen activiteiten die middels de omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt.
4.1
Zoutwinningslocaties
Ten behoeve van de aanleg van een zoutwinningslocatie wordt de locatie deels afgegraven. De teelaarde wordt afgegraven en afgevoerd naar een erkende verwerker of ter plaatse in een depot (grondwal) verwerkt in kader van de landschappelijke inpassing (zie paragraaf 4.3). Na het afgraven worden op de locatie een boorkelder, zijnde een in het maaiveld verzonken betonnen bak met een conductor, een hemelwaterbak en een calamiteitenbassin gerealiseerd. Een conductor is een stalen buis van waaruit de boring wordt aangezet. Deze buis dient onder meer voor de stabiliteit van het ondiepe boorgat en ter bescherming van het grondwater (zie ook paragraaf 5.3.2). Vervolgens wordt de locatie voorzien van een terreinverharding en een gesloten hekwerk. De aanleg van een zoutwinningslocatie, inclusief boring, zal circa 4 tot 5 maanden in beslag nemen. Voor de ontsluiting van de locatie wordt een uitrit gerealiseerd op de nabij gelegen openbare weg. De oppervlakte van een zoutwinningslocatie, exclusief toegangsweg, bedraagt circa 4.800 m2 waarvan circa 2.400 m2 wordt voorzien van een gesloten verharding (asfalt en beton). Het overige deel van de locatie wordt voorzien van een halfopen verharding (grasbetontegels). De aanwezige bouwwerken (zoals de boorkelder) ter plaatse van de zoutwinningslocatie zijn voorzien van een vloeistofdichte verharding. De boorkelder sluit aan op de verharding.
Vanuit de kelder wordt de boring uitgevoerd. De activiteiten tijdens een boring zijn nader beschreven in Hoofdstuk 5. Nadat de boring is uitgevoerd wordt op de put een zogeheten wellhead (ook wel ‘X-mas tree’ genoemd) geplaatst. Naast een serie handafsluiters bevat de X-mas tree de aansluitingen voor de benodigde aanen afvoerleidingen (zie paragraaf 6.1.3). Nadat de put op het leidingwerk is aangesloten en de benodigde installatie-onderdelen, zoals een nabezinktank, zijn geplaatst kan de zoutwinning starten. Ter afscherming van de zoutwinput en de X-mas tree wordt hierover een zogenaamd ‘zouthuisje’ geplaatst. Hieronder staat een impressie van een zoutwinningslocatie met zouthuisje. De uitvoering van dit te plaatsen zouthuisje is inmiddels afgestemd met de omwonenden (zie ook paragraaf 4.3).
Figuur 3: Ontwerp van het zouthuisje
Als gevolg van de aanleg van de zoutwinningslocaties is er sprake van een toename aan verharding. Deze toename dient gecompenseerd te worden in de vorm van waterberging om wateroverlast te voorkomen. In overleg met het Waterschap Vechtstromen is ervoor gekozen om de benodigde compensatie te realiseren door naast het verhard oppervlakte van de zoutwinningslocatie een hemelwaterinfiltratievoorziening te maken. Hierin wordt het hemelwater tijdelijk vastgehouden middels een 8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
11
Projectgerelateerd
aquaflowsysteem van waaruit het water vertraagd in de bodem infiltreert (zie ook bijlage 6). De hemelwaterinfiltratievoorziening wordt gerealiseerd nadat de boring is uitgevoerd.
4.2
Pompstation Stepelerveld
Nabij de zoutwinningslocaties (het puttenveld) wordt een pompstation gerealiseerd door ombouw van het bedrijfsgebouw van Nobian. Dit pompstation bestaat uit een gebouw met daarin tevens personeelsfaciliteiten (kleedkamer, werkplekken, vergaderkamer, sanitaire voorzieningen) en een controlekamer, de opslag van dekenvloeistof en ontgasser(s). De inrichting van het pompstation is opgenomen als bijlage 7. Het pompstation is niet permanent bezet, de aanwezige faciliteiten zijn er voor tijdelijk gebruik (zie ook paragraaf 6.2.2). De bouwwerken worden voorzien van minimaal een vloeistofkerende verharding. De uitpandig geplaatste bovengrondse opslagtank voor de opslag van de dekenvloeistof en de ontgasser(s) worden opgesteld binnen een vloeistofkerende bund. De verlaadplaats voor de dekenvloeistof wordt vloeistofdicht.
4.3
Landschappelijke inpassing
Zoutwinningslocaties Bij de ontwikkeling van de zoutwinningslocaties is ernaar gestreefd om de effecten op het landschap zo klein mogelijk te houden en de hinder voor eigenaren en gebruikers zoveel als mogelijk te beperken. Daarnaast worden de locaties landschappelijk ingepast. Op welke wijze hier invulling aan wordt gegeven, wordt per zoutwinningslocatie onder regie van een landschapsarchitect afgestemd met grondeigenaar en de directe omwonenden. Zodra de wijze van landschappelijke inpassing voor een locatie bekend is, dient Nobian een inrichtingstekening van de locatie met daarop aangegeven de landschappelijke inpassing in bij het bevoegd gezag. Een mogelijke voorbeeld van landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 6.
Pompstation Het ontwerp en inrichting van het pompstation is nauw afgestemd met de gemeente Haaksbergen. De plannen zijn op 15 december 2020 besproken met de stadsbouwmeester van Haaksbergen en uit deze bespreking zijn geen wijzigingen voortgekomen. Bijlage 8 geeft een impressie van het pompstation.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
12
Projectgerelateerd
5
Boorfase
5.1
Algemeen
Voor het boren van de 8 zoutputten wordt door Nobian een mobiele boorinstallatie met bijbehorende apparatuur en personeel ingehuurd.
5.2
Mobiele installatie
De mobiele boorinstallatie bestaat uit een mastconstructie met een hoogte variërend van 25 tot 45 meter (afhankelijk van de in te zetten boorinstallatie) met daaraan de aandrijving van de boor (de ‘top drive’) die via de mast omhoog en omlaag kan bewegen. De boorinstallatie wordt tijdelijk op de zoutwinningslocaties opgesteld op een ondergrondse torenfundatie rondom de boorkelder. Aan en rondom de boorinstallatie worden de overige installaties en verblijfsruimtes gemonteerd c.q. geplaatst. Na afloop van het boren worden al deze installaties en verblijfsruimtes weer gedemonteerd en afgevoerd. In bijlage 9 is een impressie opgenomen van de equipment lay-out tijdens het boren. Ten behoeve van het plaatsen van de benodigde installaties en verblijfsruimtes wordt het verhard oppervlakte ter plaatse van de zoutwinningslocatie tijdelijk uitgebreid. Tijdens de boorfase bedraagt het verharde oppervlakte van de zoutwinningslocatie circa 4.800 m2. Na afronding van de boorfase wordt de tijdelijke verharding verwijderd en wordt deze vervangen door grasbetontegels. De boorinstallatie wordt aangedreven door dieselolie gestookte generatoren. Ten aanzien van de emissie van stikstofoxide (NOx) die samenhangt met de inzet van de generatoren, is besloten om deze generatoren in combinatie met ‘selectieve katalytische reductie’ (SCR) scrubbers (‘SCR control units’) in te zetten.
Met behulp van de SCR control units wordt de NOx-emissie van de generatoren met 85 procent verminderd. Bij de generatoren wordt tevens een IBC tank met Adblue geplaatst. Adblue is nodig voor de werking van de SCR control units. Rondom de mobiele boorinstallatie worden onder meer op het maaiveld opgesteld: ◼
generatorsets;
◼
de dieselolie opslagtank(s);
◼
de IBC-tank(s) met Adblue;
◼
het boorvloeistof-tanksysteem;
◼
de boorvloeistofbehandelingsinstallatie;
◼
de boorvloeistofpompen;
◼
diverse hydraulische installaties;
◼
het pijpenrek;
◼
de compressorinstallatie;
◼
diverse afvalcontainers;
◼
hulpmaterialen en reserve-onderdelen op pallets;
◼
de mechanisch-elektrische (onderhouds)werkplaats;
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
13
Projectgerelateerd
◼
het ‘ketenpark’, bestaande uit:
kantoorunits, kleedunits, toiletunits / wasgelegenheid, wasserij-unit, keukenunit;
enkele 1-persoonsslaapverblijven;
1 portiersloge;
1 drinkwaterdistributiestation;
1 rokersruimte.
5.3
Boorwerkzaamheden
5.3.1
Activiteiten
De belangrijkste activiteiten zijn: aanvoeren en opstellen van de boortoren met bijbehorend apparatuur, materiaal en materieel; ◼
aanbrengen van het boorgat (boren en casing aanbrengen);
◼
verrichten van metingen aan het reservoir met behulp van instrumenten;
◼
completeren van de put (installeren van de productieverbuizing);
◼
demonteren en afvoeren van de boortoren met bijbehorend equipment, materiaal en materieel;
◼
afvoeren van afvalstoffen.
De voorgenomen activiteit start nadat de benodigde vergunningen zijn verkregen. De boring, inclusief aan- en afvoer van de installaties etc, vergt circa één maand. De tijdsduur van de activiteiten met de boortoren voor het boren van één put wordt geraamd op 20 dagen. Het boren vindt plaats in een continue rooster (dag en nacht).
5.3.2
Het boren
De boorinstallatie wordt opgesteld rondom de boorkelder, zodanig dat de boor gepositioneerd is boven de boorkelder. De bodem van deze boorkelder is vloeistofdicht verbonden met een conductor. De conductor dient onder meer voor de stabiliteit van het ondiepe boorgat en ter bescherming van het freatische grondwater. Binnen de conductor wordt de eigenlijke boring uitgevoerd. Op de conductor wordt de zogeheten Blow Out Preventor (‘BOP’) of een diverter geplaatst. Met deze set veiligheidsafsluiters kan indien nodig, eventueel op afstand, het boorgat tijdens het boren worden afgesloten indien nodig. De boorwerkzaamheden vinden plaats in een continurooster (24 uur per dag, 7 dagen per week). Het boren vindt plaats met een boorbeitel die aan de onderkant van een serie boorpijpen is bevestigd. De serie boorpijpen wordt rondgedraaid waarbij de beitel het gesteente tot gruis vermaalt. De aandrijving van de boorpijpen bevindt zich in de boortoren, de zogeheten topdrive. De topdrive drijft de buizenserie direct aan. Naarmate de boring vordert, worden telkens nieuwe segmenten aan de serie boorpijpen toegevoegd. Met de vorderende diepte van het gat neemt zodoende de lengte van de serie boorpijpen toe. De boorpijpen worden via een transportsysteem onder de topdrive gebracht en vervolgens aan elkaar geschroefd.
Om te zorgen voor stabiliteit van het boorgat, wordt het gat ‘verbuisd’ door een stalen bekledingsbuis (‘casing’) in het boorgat vast te cementeren. Zo wordt het boorgat gestabiliseerd en afgedicht door een set stalen buizen met een steeds kleinere diameter en worden de grondlagen beschermd tegen mogelijke verontreinigingen. De diepte waar een nieuwe buizenserie wordt aangebracht, hangt onder andere af van
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
14
Projectgerelateerd
de diepte van het gat, de eigenschappen en dikte van de aardlagen en druk van de vloeistoffen in de aardlagen. De reeks bekledingsbuizen wordt met de diepte steeds langer en hun diameter steeds kleiner. Het cement waarmee de casing wordt bevestigd aan de boorgatwand, wordt op de locatie aangemaakt. Nadat de laatste verbuizing is aangebracht, wordt de put afgewerkt en voorzien van productieverbuizing. Tijdens het boren wordt continu via de boorpijpen en de beitel boorspoeling in het boorgat gepompt. De boorspoeling zorgt voor: ◼
het afvoeren van vermalen/ opgeboord gesteente (boorgruis) naar de oppervlakte;
◼
het afpleisteren van de boorgatwand ter minimalisering van boorspoelingverliezen naar de doorboorde formaties om zodoende de stabiliteit van het boorgat te waarborgen;
◼
het koelen van de boorbeitel;
◼
het geven van voldoende tegendruk om te voorkomen dat formatiegas of vloeistoffen in het boorgat stromen;
◼
het verminderen van wrijving tussen boorpijpen en boorgatwand.
De boorspoeling stroomt door de ringvormige ruimte tussen de serie boorpijpen en het gesteente of de ‘casing’, de annulaire ruimte, omhoog onder het meevoeren van boorgruis. Het boorgruis wordt met behulp van schudzeven uit de boorspoeling verwijderd, in bakken opgevangen en daarna voor verwerking elders afgevoerd (zoals het opvullen van uitgeproduceerde zoutcavernes). De boorspoeling wordt weer teruggevoerd in een bestaande caverne. Tijdens het boorproces wordt voortdurend de kwaliteit van de boorspoeling bepaald. Tevens wordt voortdurend bepaald welke eigenschappen de boorspoeling moet hebben in verband met de verwachte aard en type van de te doorboren formaties. Indien nodig worden aan de boorspoeling mijnbouwhulpstoffen toegevoegd om de boorspoeling op de juiste specificatie te brengen en te houden. De boorspoeling wordt op de boorlocatie aangemaakt. Er wordt geboord met boorspoeling op waterbasis waaraan kleine concentraties van verschillende gebruikelijke mijnbouwhulpstoffen worden toegevoegd om de juiste eigenschappen te verkrijgen. De spoeling wordt met zout verzadigd voorafgaand aan het boren in de zoutlaag. Hier wordt ongeveer 270 kg zout per 1.000 liter boorspoeling voor gebruikt. Per boring wordt in totaal naar verwachting circa 380 m3 spoeling gebruikt.
5.3.3
Transportbewegingen
De boorinstallatie met bijbehorend equipment, zoals kantoren, opslagvoorzieningen en technische installaties, wordt met behulp van vrachtwagens aangevoerd. Voor het opbouwen van de boormast zijn gedurende enkele dagen een kraan een heftruck op locatie actief. De opbouw duurt naar verwachting vijf dagen. Gedurende één week vindt het benodigde transport ten behoeve van de opbouw plaats. Tijdens de uitvoering van de (boor)activiteiten voor een put, circa 30 dagen, zijn eveneens transporten (vrachtwagens/tractors) benodigd voor de aan- en afvoer van materialen en (afval)stoffen. Daarnaast zal om de dag diesel en Adblue worden aangeleverd ten behoeve van de energievoorziening. Tijdens het boren wordt er volcontinue en in een tweeploegendienst gewerkt. Transportbewegingen tijdens ploegwissels vinden dagelijks plaats om circa 7.00 en circa 19.00 uur. Voor het aanvoeren van materieel en materiaal van en naar de locatie zal gebruik worden gemaakt van de openbare weg. Voor de aanvoer van de boorinstallatie met toebehoren vinden naar verwachting circa
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
15
Projectgerelateerd
25-30 vrachtbewegingen gedurende ongeveer vijf dagen plaats van en naar de locatie, zowel tijdens de opbouw als tijdens het afbreken.
5.3.4
Energie
Elektrische energie voor de boorinstallatie wordt opgewekt met behulp van diesel-generatoren die voldoen aan de Europese eisen. De generatoren zijn opgesteld in geluid geïsoleerde containers en hebben een rendement van circa 35%. Het aantal en het vermogen van de generatoren hangt af van de boorinstallatie die daadwerkelijk wordt ingezet. Tot elke boorinstallatie behoort een bovengrondse dieselolie-opslag van waaruit de brandstof voor de generatoren wordt betrokken. Hierbij wordt per boorgat circa 40.000 liter dieselolie gebruikt.
5.3.5
Gebruik van water
Water wordt gebruikt voor: ◼
huishoudelijke doeleinden;
◼
het zo nodig toevoegen van extra water aan de boorspoeling;
◼
aanmaken van het cement waarmee de bekledingsbuizen gecementeerd worden;
◼
het schoonspoelen of afspuiten van de apparatuur op de locatie;
◼
het schoonspoelen van de verharding tijdens en na afloop van de werkzaamheden.
Het water benodigd voor bovengenoemde doeleinden, met uitzondering van drinkwater dat gebruikt wordt voor huishoudelijke doeleinden, kan ook betrokken worden uit de opvangbak voor hemelwater (zie ook paragraaf 7.2.1).
5.3.6
Opslag van hulpstoffen
Ten behoeve van het boren van de put zullen de volgende tijdelijke, uitpandige opslagvoorzieningen voor hulp- en grondstoffen worden geplaatst: ◼
opslag van dieselolie in een of meer bovengrondse dubbelwandige tanks. De tank(s) voldoet (voldoen) aan PGS 30;
◼
1.000 liter IBC-tanks met Adblue, ten behoeve van de SCR Control Units. Adblue wordt niet beschouwd als een gevaarlijke stof (zie bijgevoegde SDS in bijlage 10 van de aanvraag).
◼
opslag voor niet gevaarlijke, vaste- grond en hulpstoffen in emballage;
◼
opslag voor niet gevaarlijke, vloeibare en pasteuze grond- en hulpstoffen in emballage. De opslagvoorziening is zodanig uitgevoerd, dat de vloer met de wanden een vloeistofdichte lekbak vormen;
◼
opslagvoorziening die voldoet aan PGS 15 voor grond- en hulpstoffen in emballage die op grond van hun eigenschappen in een dergelijke voorziening opgeslagen moeten worden. Het betreft een uitpandige opslagvoorziening waarin maximaal 10 ton kan worden opgeslagen;
◼
opslag in het bovengrondse boorspoeling-tanksysteem. De samenstelling van het boorspoelingtanksysteem is afhankelijk van de boorinstallatie die zal worden ingezet, In het algemeen bestaat het boorspoeling-tanksysteem uit:
2 zuiger tanks;
1 mixer-tank;
2 behandelingstanks;
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
16
Projectgerelateerd
1 bezinktank;
reserve tanks.
Op de asfaltverharding of in een van de opslagcontainers vindt opslag plaats van de materialen in zakken en big bags. De vaste grondstoffen voor cement en bijbehorende additieven worden op afroep aangevoerd en niet in opslag gehouden.
5.3.7
Veiligheid
De toepassing van de boorvloeistof voorkomt uitstroming van mogelijk shallow gas tijdens het boren. Mocht desondanks tijdens het boren met de boorvloeistof gas naar de oppervlakte komen, dan wordt dit gas via een vooraf opgesteld systeem afgeblazen. Verder zijn op de locatie altijd verzwaringsmiddelen aanwezig om het soortelijk gewicht van de boorvloeistof te kunnen verhogen indien tijdens het boren blijkt dat de formatiedruk hoger is dan vooraf werd berekend. Tevens zijn diverse veiligheidsafsluiters op de put aanwezig ter beheersing van het boorproces. Er is een veiligheidsstudie uitgevoerd die de kansen op het zich voordoen van ongewenste gebeurtenissen in kaart brengt en ook de effecten daarvan meeweegt. De rapportage hiervan (QRA) is als bijlage 11 toegevoegd. In de QRA zijn voor elk van de acht beoogde zoutwinningslocaties de risico’s ten tijde van de boring naar de zoutlaag in beeld gebracht. Uit de QRA volgt dat voor elk van de beoogde boringen wordt voldaan aan de grenswaarde plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten en de richtwaarde plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare objecten (uit het Bevi). Daarnaast ligt voor elk van de beoordeelde locaties het berekende groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico.
De zoutwinningslocaties worden in eerste instantie voorzien van een tijdelijk hekwerk van 2,2 meter hoogte, waarvan de toegangsdeuren naar buiten opendraaien, en bewakingscamera’s. Toegang tot het terrein hebben slechts personen die daartoe bevoegd zijn. Bij de ingang zal tijdens de boorwerkzaamheden een portier de toegang reguleren. Nadat de boring is uitgevoerd en de tijdelijke uitbreiding ten behoeve van de boring is verwijderd wordt de locatie voorzien van een definitief hekwerk, dat 2,0 meter hoog zal zijn, en bewakingscamera’s. Voor de boorwerkzaamheden wordt een specifiek brandbestrijdingsplan opgesteld en vooraf doorgesproken met de lokale brandweercommandant. Dit plan is tijdens de boorwerkzaamheden op de zoutwinningslocaties aanwezig. Voor het aanvoeren van materieel en materiaal tijdens de aanlegwerkzaamheden van de verschillende locaties en de leidingtracés wordt in overleg met de gemeenten Hengelo en Haaksbergen een verkeersveiligheidsplan worden opgesteld waarin de transportroute is aangegeven en waarin afspraken gemaakt zijn over schade, veiligheid en eventueel benodigde verkeersregelaars.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
17
Projectgerelateerd
6
Zoutproductie
6.1
Zoutwinningslocaties
In onderhavige paragraaf worden de werking en de inrichting van de 8 zoutwinningslocaties beschreven. De werking is voor alle zoutwinningslocaties hetzelfde. De daadwerkelijke inrichting van de zoutwinningslocaties kan onderling iets verschillen als gevolg van de ligging van de locaties op het maaiveld, waardoor de aansluiting van de locaties op de openbare weg of de situering van de hemelwaterbak kan verschillen. De te installeren componenten zijn op elke locatie gelijk. Een impressie van de inrichting van een standaard zoutwinningslocatie is weergegeven op tekening in bijlage 6.
6.1.1
Ondergronds deel
Elke put is opgebouwd uit een serie van metalen verbuizingen, waarvan de conductor en de buitenste verbuizing aan de boorgatwand zijn bevestigd met cement (zie paragraaf 5.3.2). Deze verbuizing dient om de stabiliteit van de geboorde gang te waarborgen. De verbuizing zorgt er ook voor dat geen stroming van vloeistoffen optreedt tussen verschillende aardlagen via de ruimte tussen boorgatwand en het boorgat. Er kunnen daardoor geen vloeistoffen vanuit de ene aardlaag in de andere stromen. De buitenste verbuizing (conductor) is extra zwaar uitgevoerd en dient behalve voor de stabiliteit, ook als fundering voor de putafsluiters en ter voorkoming van contact met de bovenste watervoerende lagen. Binnen deze conductor wordt de feitelijke boring uitgevoerd.
6.1.2
Bovengronds deel
De toegang tot de locatie is afgesloten met een hekwerk. Het gehele terrein is verhard. Rondom deze verharding is een gotenstelsel aangelegd waarmee het hemelwater dat valt op het verharde oppervlak wordt afgevoerd naar de, binnen de inrichting gelegen, hemelwaterput. Elke zoutwinput is voorzien van een X-mas tree. Naast een serie handafsluiters bevat de X-mas tree een veiligheidsafsluiter die op elk gewenst moment op afstand hydraulisch kan worden gesloten. Daarnaast bevinden zich op de X-mas tree aansluitingen voor de benodigde aan- en afvoerleidingen (zie 6.1.3). Ter afscherming van de zoutwinputten en de X-mas tree wordt hierover een zouthuisje geplaatst. Ten behoeve van de zoutproductie zullen op het door het hekwerk omgeven deel van de zoutwinningslocatie installaties worden geplaatst. Het betreft de volgende installaties: ◼
een nabezinktank (inhoud 10 m3) met ontluchting;
◼
een electrical sub station, waarin zijn ondergebracht:
bedieningspanelen;
diverse meet- en regelapparatuur;
een transformator;
een noodstroomvoorziening (accu);
een leidingverwarmingssysteem;
◼
bewakingscamera’s;
◼
een vlotter pomp;
◼
bovengronds en ondergronds leiding- en kabelwerk.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
18
Projectgerelateerd
6.1.3
Werking van de inrichting
Algemeen Onderstaand wordt de werking van de inrichting beschreven nadat de zoutput op de leidingen, die liggen in het distributietracé, is aangesloten. In het tracé liggen de volgende procesleidingen: ◼
toevoerleiding voor proceswater;
◼
afvoerleiding voor pekel;
◼
naverzadigingsleiding en reserveleiding.
Via de toevoerleiding wordt het proceswater, ook wel oploswater of mengwater genoemd, naar de zoutputten getransporteerd. Dit water betreft zoet water (mengsel van oppervlaktewater uit het TwenteRijn-kanaal en condensaatwater afkomstig van de zoutfabriek te Hengelo). Het oploswater wordt via de geboorde zoutput onder druk in de ondergrond geïnjecteerd. Het steenzout lost op in het geïnjecteerde water. Via de afvoerleiding wordt water met daarin het opgeloste steenzout als pekel via het pompstation Stepelerveld verpompt naar de bestaande zoutfabriek te Hengelo, waar de pekel wordt verwerkt. De derde procesleiding betreft de naverzadigingsleiding. Via deze leiding wordt niet-verzadigde ruwe pekel tussen de verschillende cavernes (zoutputten) getransporteerd. Aan het begin van de winning uit een caverne, produceert de caverne eerst ‘niet aan zout verzadigde ruwe pekel’. Deze onderverzadigde pekel uit een nieuwe caverne wordt ter naverzadiging naar een al volledig ontwikkelde caverne gevoerd. In de eerste fase van de zoutwinning uit het Haaksbergen veld wordt het onverzadigde pekel uit de nieuwe putten ter naverzadiging geleid naar de bestaande putten in het Ganzebos voorkomen. Nadat in het Haaksbergen voorkomen voldoende putten ontwikkeld zijn, dan vindt de naverzadiging in het Haaksbergen veld zelf plaats.
Naverzadiging van pekel is noodzakelijk, om de fabriek te voeden met volledig verzadigde pekel. De derde procesleiding heeft in feite een dubbelfunctie; in eerste instantie wordt de leiding voor onverzadigde pekel gebruikt, daarna wordt deze ingezet als reserveleiding. Figuur 4 geeft schematisch de onderscheiden stromen weer.
8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
19
Projectgerelateerd
Figuur 4: Schematische weergave van de diverse (water)stromen
De inrichting is continu (24/7) in bedrijf. Tijdens de winningsfase zijn meerdere cavernes gelijktijdig in productie. De verwachte jaarlijkse productie bedraagt circa 8,3 miljoen m3 verzadigde pekel wanneer de cavernes zich in de hoofduitloogfase bevinden. De productie (flow verzadigde pekel) wordt per put continue gemeten aan de wellhead.
Ontwikkeling cavernes De maximaal toelaatbare afmetingen van een caverne (diameter en hoogte), de dikte van het resterende zoutdak boven een caverne en de afmetingen van de pijlers tussen de cavernes zijn bepaald op basis van gesteentemechanisch onderzoek en berekeningen. Uitgangspunten daarbij zijn het beperken van bodemdaling aan het maaiveld en het garanderen van de lange termijn stabiliteit en integriteit van de caverne. Het ontwerp van de cavernes en de gecontroleerde vorming hiervan zijn nader beschreven in het Winningsplan zoutwinning Haaksbergen . Door het oplossen van het zout ontstaat een holle, met pekel gevulde, ruimte (caverne) in de zoutformatie. De ontwikkeling van de caverne wordt gestuurd met behulp van een mijnbouwhulpstof, de zogenaamde dekenvloeistof. Als dekenvloeistof wordt een plantaardige olie (HVO: hydrotreated vegetable oil) gebruikt, die niet mengt met water of pekel en evenmin zout oplost. Hierdoor wordt het dak van de caverne afgeschermd, wordt oplossing van het steenzout in verticale richting verhinderd en wordt de oplossing van het steenzout in horizontale richting bevorderd. De positie (diepte) van de dekenvloeistofspiegel wordt permanent gemeten. Door het gecontroleerd instellen en controleren van deze spiegel is het mogelijk om de ontwikkeling van de caverne te sturen. Tijdens productie worden de drukken en flow (stroming) continue gemeten.
De diepte van de dekenvloeistof wordt continue gemonitord. Daarnaast worden tijdens work-overs (onderhoud van de put) aanvullend sonarmetingen in de cavernes uitgevoerd om de gewenste ontwikkeling per caverne te controleren, te simuleren en eventueel te corrigeren. De Zechstein zoutlaag bij Haaksbergen is niet overal even dik; naar de randen van het concessiegebied toe, wordt de zoutlaag dunner (zie MER, paragraaf 3.3). De cavernes zijn uniform in vorm, diameter, 8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
20
Projectgerelateerd
hoogte en volume. Bij het ontwerp zijn stabiliteit en veiligheid van de individuele caverne en het gehele caverneveld gedurende de volledige levenscyclus van het veld uitgangspunt. Dit betekent dat integriteit ook gegarandeerd is tijdens een eventuele opslagfase, mits opslag binnen ontwerpgrenzen plaatsvindt, en gedurende de afsluiting- respectievelijk nazorgfase. De ontwikkeling van de cavernes vindt plaats in verschillende stappen, te weten: Stap 1 - vorming initiële caverne (de sump) Nadat het boorgat op diepte is, worden een gamma meting en een deviatiemeting over het gehele geboorde traject gemaakt. Nadat de verbuizing erin is afgehangen wordt de buitenste annulus (ruimte tussen de buitenste casing en de grootste productiebuis) gevuld met dekenvloeistof tot het bepaalde dak van de sumpcaverne. Dit zal ongeveer 35 meter boven de bodem zijn. Hierna wordt er proceswater geïnjecteerd en komt onverzadigde pekel naar boven. Met name tijdens deze sumpfase van de zoutwinning komt het regelmatig voor dat met het oppompen van het pekel ook onoplosbare bestanddelen die in het zout aanwezig zijn (zoals zand en kleine steentjes) mee omhoog worden gepompt. Het pekel wordt door een ‘nabezinktank’ geleid. Hierin slaan de onoplosbare bestanddelen uit het pekel neer alvorens het pekel wordt verder getransporteerd voor naverzadiging of voor transport naar de zoutfabriek te Hengelo.
Elke zoutwinningslocatie wordt voorzien van een nabezinktank (10 m3). Deze tank heeft een overloop die afwatert op de calamiteitenopvang. De neerslag uit de nabezinktanks wordt periodiek verwijderd en per as afgevoerd naar een daartoe geschikte en erkende externe verwerker. De sumpfase zal een kegelvormige caverne vormen. Naarmate de caverne in de breedte groeit zal er ook dekenvloeistof toegevoegd worden om het dak in stand te houden. Nadat de caverne het berekende tonnage aan zout geproduceerd heeft zal een er een work-over plaats vinden om de productieverbuizing zo af te hangen dat deze in de hoofduitloogfase verzadigde pekel gaat produceren. Hierbij zal dan ook de dekenvloeistof op een andere hoogte gezet worden. Stap 2 – hoofduitloogfase Nadat de sump is gevormd wordt de aanwezige productieverbuizing in de zoutput op een andere hoogte afgehangen. Deze wordt zo gekozen dat er verzadigde pekel gewonnen wordt. Het dekenvloeistofniveau zal een stuk omhoog bijgesteld worden. Hierdoor vormt zich een dunne cilinder rondom het boorgat die na verloop van tijd steeds breder wordt. De uitloging is dan vooral horizontaal (Figuur 5). Door regelmatig een sonar meting uit te voeren kan de ontwikkeling van de caverne worden gecontroleerd. Met behulp van simulatiesoftware wordt dan de bepaald hoe verder te gaan.
In de laatste fases van de uitloging zal het dak stapsgewijs omhoog bijgesteld worden. Hierdoor wordt de caverne niet alleen breder maar ook steeds iets hoger. Doordat dit stapsgewijs gebeurd zal het uiteindelijke cavernedak zich binnen een bolvormig contour ontwikkelen. De ervaring laat zien dat deze hoeveelheid dekenvloeistof voldoende is om een gecontroleerde ontwikkeling van de caverne te garanderen. Zoutwinning middels oplosmijnbouw is schematisch weergegeven in Figuur 5. Stap 3 – ontmanteling zoutput en -winningslocatie Wanneer de caverne de vastgelegde afmetingen (de maximale productie) heeft bereikt, wordt zij uit productie genomen en in overeenstemming met de geldende regels veilig afgesloten. De gemiddelde periode van productie (winning van ruwe pekel) uit een caverne bedraagt circa 7 jaar. Na beëindiging van de actieve winning wordt op basis van het generieke sluitingsplan en de gemeten eindsituatie per caverne een specifiek sluitingsplan gemaakt. Uitgangspunt hierbij is dat de cavernes veilig afgesloten worden (zie het winningsplan). 8 augustus 2022
TOELICHTING AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING
BH2756-IB-RP-220808-1638
21
Projectgerelateerd
Bij abandonnering worden de productiebuizen en de bovengrondse voorzieningen verwijderd. De gecementeerde buizen die van het maaiveld tot in de zoutlaag in de diepe ondergrond lopen blijven in het boorgat achter. Deze buizen worden op een diepte van minimaal 3 meter minus maaiveld afgedicht met cement. Vervolgens wordt de oorspronkelijke situatie aan het maaiveld hersteld. In de regel worden de bijbehorende procesleidingen hierbij eveneens verwijderd.