Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2
Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:
Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 bestemmingsplan NL.IMRO.0158.BP1212-0002 vastgesteld
Datum: Projectnummer:
23AF068
Opdrachtgever:
Opsteller:
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl
Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
5 5 5 6 7 7
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie
8 8 10
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid
12 12 13 20
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Externe veiligheid 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en Cultuurhistorie 4.11 Verkeer / parkeren
26 26 27 28 29 30 31 32 34 35 36 37
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Planopzet en systematiek 5.2 Toelichting op de regels
38 38 38
Hoofdstuk 6
41
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
42 42 42
Bijlagen bij toelichting
43
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
44
Bijlage 2
Onderzoek geur en veehouderijen
62
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
84
Bijlage 4
Watertoets
194
Bijlage 5
Natuurwaardenonderzoek
200
Regels
237
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
238 238 244
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Waarde - Hoge archeologische verwachting
246 246 250 254
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
2
Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels Overige regels
255 255 256 257 259 260 261 262 263
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
264 264 265
Bijlagen bij regels
267
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
268
Bijlage 2
Verkennend Bodemonderzoek
286
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
3
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor de locatie Kortenroelefsweg 2 in Haaksbergen is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemers willen het pluimveebedrijf beëindigen en de bijbehorende opstallen van in totaal 1.424 m2 slopen. Door gebruik te maken van de Rood voor Rood regeling is het plan om een woning met bijgebouw van 150 m2 direct grenzend aan de slooplocatie terug te bouwen. De huidige woning met inwoning blijft behouden, evenals de werktuigenloods van circa 200 m2. Het behoud van de loods wordt mogelijk gemaakt middels het VAB-beleid. De nieuw te bouwen woning is binnen de bestemming 'Agrarisch - agrarisch bedrijf' gepland. Op grond van het geldende bestemmingsplan is het bouwen van een reguliere woning niet toegestaan. De ontwikkeling past derhalve niet binnen het geldende bestemmingsplan, waardoor een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Ligging Het plangebied bestaat uit het erf aan de Kortenroelefsweg 2 in Haaksbergen. Het plangebied ligt op ca. 3,7 kilometer ten noordwesten van de kern Haaksbergen. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Haaksbergen, sectie O, perceelsnummers 110. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Kadasterdata - bewerking Ad Fontem) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven. In dit figuur is een luchtfoto weergegeven waarop het plangebied aan de Kortenroelefsweg 2 te zien is. Zie de
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
5
verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.
Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: Ruimtelijke Plannen - bewering Ad Fontem)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor de Kortenroelefsweg 2 in Haaksbergen geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen'. Het bestemmingplan 'Buitengebied Haaksbergen' is door de gemeenteraad van Haaksbergen op 2 juli 2013 vastgesteld. Tevens geldt voor het plangebied het veegplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 1 november 2017. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen' opgenomen.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
6
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het plangebied is de bestemming 'Agrarisch- Agrarisch bedrijf' toegekend met een bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering 2' en de gebiedsaanduidingen: 'luchtvaarverkeerszone', 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied' en 'wro-zone-wijzigingsgebied'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor de uitoefening van het agrarische bedrijf met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende maatvoering 2' de oppervlakte van het bouwperceel niet meer dan 1 ha mag bedragen. Op de voor 'Agrarisch Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Het veegplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1' heeft in aanvulling op bovenstaande een dubbelbestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' aan het gebied toegekend.
Inititiatiefnemers wensen het pluimveebedrijf te beëindigen en de bij het pluimveebedrijf behorende opstallen te slopen. Door gebruik te maken van de Rood voor Rood regeling kan er een compensatiewoning met bijgebouw worden teruggebouwd. De huidige woning met inwoning blijft behouden en wordt herbestemd naar reguliere woning, evenals de werktuigenloods waarvan het behoud mogelijk wordt gemaakt door het VAB-beleid. Om dit mogelijk te maken dient de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' te worden gewijzigd naar 'Wonen'. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk, om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken.
1.4
De bij het plan behorende stukken
Het onderhavige bestemmingsplan 'Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.0158.BP1212-0002); Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
7
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Huidige situatie
In de huidige situatie is er aan de Kortenroelefsweg 2 in Haaksbergen een pluimveehouderij gevestigd. Op het erf bevindt zich een bedrijfswoning en verschillende opstallen behorende bij het pluimveebedrijf (figuur 2.1), waaronder een opslag (figuur 2.4) en een pluimveestal (figuur 2.3). Het erf is relatief kleinschalig en betreft een relatief jong erf dat pas rond 1960 op de historische kaarten is te zien. Daarvoor was het gebied een heidegebied. Deze heidegronden werden pas later ontgonnen vanwege de lagere ligging. Deze jonge ontginningslandschappen kenmerken zich door rechte verkaveling, een weids landschap met een raamwerk van groen langs wegen en paden. Het erf is momenteel grotendeels verhard ten behoeve van de bedrijfsvoering van het pluimveebedrijf. In de omgeving van het erf is het raamwerk van lanen en singels langs wegen goed herkenbaar. Het bedrijf wordt omringd door agrarische gronden. De erven in de omgeving zijn grootschalig en liggen open in het landschap. In de directe omgeving zijn verschillende agrarische bedrijven gevestigd die grootschaliger van omvang zijn. Zuidelijk van het pluimveebedrijf bevindt zich op enige afstand een tuincentrum en enkele woonerven. Het plangebied wordt ontsloten door de Kortenroelefsweg.
Figuur 2.1: huidige situatie Kortenroelefsweg 2 (bron: Mark ter Hofte Landschapsontwerp)
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
8
Figuur 2.2: huidige situatie Kortenroelefsweg 2: bestaande woningen (bron: Mark ter Hofte Landschapsontwerp)
Figuur 2.3: huidige situatie Kortenroelefsweg 2: bestaande pluimveestal (bron: Mark ter Hofte Landschapsontwerp) )
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
9
Figuur 2.4: huidige situatie Kortenroelefsweg 2 bestaande opslag (bron: Mark ter Hofte Landschapsontwerp)
2.2
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer heeft het plan opgevat om de pluimveehouderij te beëindigen en de bijbehorende opstallen met een gezamelijk oppervlakte van 1.424 m2 te slopen. De stallen die zijn aangemerkt als landschapsonsierend worden ingebracht voor de Rood voor Rood regeling, waarna er een compensatiewoning met een inhoud van 750 m3 en een bijgebouw van 150 m2 teruggebouwd dient te worden ten noorden van de bestaande woning. De 'restmeters' van in totaal 424 m2 worden geregistreerd en ingebracht voor een Rood voor Rood ontwikkeling elders in de gemeente Haaksbergen. De huidige woning met inwoning blijft behouden en de bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Bij een woonbestemming mogen ondergeschikte (hobbymatige) activiteiten worden uitgevoerd. In principe wordt hierbij bedrijvigheid tot een oppervlakte van 350 m2 gezien als nevenactiviteit. Door het toepassen van het VAB-beleid wordt zodoende ook het behoud van de werktuigenloods van circa 200 m2 mogelijk gemaakt. Deze loods is nodig voor de opslag van materieel, waarmee de gronden rond het woonhuis worden onderhouden. Alle overige voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt. De aanbouw van circa 150 m2 bij het bestaande woonhuis blijft wel behouden en wordt gerekend als bijgebouw. In totaal blijft er dus 350 m2 aan bijgebouwen bij de voormalige bedrijfswoning bestaan.
Figuur 2.5 geeft een overzicht van de toekomstige situatie.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
10
Figuur 2.5: Toekomstige situatie (bron: Mark ter Hofte Landschapsontwerp)
Voor de nieuwe ontwikkeling van het erf aan de Kortenroelefsweg 2 is het belangrijk om een landelijke sfeer terug te brengen die zowel het erf als het omliggende landschap versterkt. Het risico bij de nieuwe ontwikkeling is dat het erf krimpt en in het niet valt in het grootschalige landschap. Het is daarom belangrijk om de schaal te behouden middels sterke groenstructuren die de lijnen van het ontginningslandschap volgen. Dit gebeurd middels houtsingels met inheemse soorten langs de rechte lijnen van het erf. Tevens wordt er meer ruimte gecreëerd voor groen. Verharding wordt geminimaliseerd en waar mogelijk met halfverharding verhard. De ruimte van de schuren wordt ingevuld met een weide, waarbij bloemrijk grasland en maaibeheer kan worden toegepast.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
11
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van een agrarisch bedrijfsperceel. Daarmee is de vierde pijler "toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied" relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. In de NOVI wordt voor het landelijk gebied aangegeven dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied vraagt om een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit.
Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied moet cultureel erfgoed en unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterkt worden. Waar mogelijk en gewenst dienen nieuwe kwaliteiten toegevoegd te worden. Voor een landelijk gebied dat zich toekomstbestendig kan ontwikkelen, is nodig dat de bereikbaarheid, de economische kracht en de beschikbaarheid van voorzieningen ook voldoende worden meegenomen in het Nationaal Programma Landelijk gebied. Vrijkomende agrarische bebouwing kan gebruikt worden voor het ontwikkelen van nieuwe functies en woonconcepten. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden (voormalige) agrarische opstallen gesloopt en in het kader van de gemeentelijke Rood voor Rood-regeling wordt één nieuwe woning met bijgebouw gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het erf verbeterd. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling binnen de prioriteiten van de NOVI past. Er wordt een bijdrage geleverd aan de toekomst van het landelijk gebied.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
12
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.
Onderhavig plan' Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor kleinschalige ontwikkelingen. Een project ten behoeve van de bouw van 11 woningen wordt bijvoorbeeld niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals ook in de overzichtsuitspraak voor de ladder van duurzame verstedelijking van 28 juni 2017 is aangegeven (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Belangrijk uitgangspunt van de Ladder is het aspect zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In de Nota van toelichting wordt onder het begrip stedelijke ontwikkeling expliciet vermeld dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen zoals de Ruimte voor ruimteregelingen niet worden gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Onderhavig plan heeft betrekking op de sloop van een veelvoud aan m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. In het kader van de Rood voor Rood regeling wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt met bijgebouw. De ontwikkeling heeft dan ook betrekking op het reduceren van bebouwing waardoor geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling niet gezien wordt als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder.
Wel geldt op grond van deze uitspraak dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en dat de ontwikkeling uitvoerbaar is. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.
3.2
Provinciaal beleid Overijssel
3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
13
Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleidsen kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
14
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toets Middels dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een nieuwe woning op het perceel aan de Kortenroelefsweg in Haaksbergen mogelijk gemaakt. Voor het plan is een nieuw compact erf beoogd. Ter compensatie wordt alle (voormalige) agrarische bebouwing op het erf
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
15
gesloopt. Hiermee levert het plan een positieve bijdrage aan de algemene beginselen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het plan is in overeenstemming met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.
Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijkekwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Toets Met voorliggende ontwikkeling wordt één extra woonrecht mogelijk gemaakt op een voormalig agrarisch perceel in het buitengebied van Haaksbergen. Ter compensatie wordt landschapontsierende bebouwing op het erf gesloopt. De sloop van de landschapsontsierende bebouwing levert een bijdrage aan de ontstening van het buitengebied. Daarnaast wordt de locatie landschappelijk ingepast waardoor geconcludeerd kan worden dat het plan een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.
Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen (lid 1 en 4) 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Doorwerking voor voorliggend plan: Middels dit bestemmingsplan wordt een nieuwe woning in het buitengebied mogelijk gemaakt. Op 25 mei 2023 heeft de gemeenteraad van Haaksbergen de Woonvisie gemeente Haaksbergen vastgesteld. De nieuwe woonvisie staat niet op zichzelf, maar raakt bestaande beleidskaders op nationaal, provinciaal en regionaal niveau.
In het woningbouwprogramma is een programmaruimte opgenomen van circa 500 woningen. De gemeente Haaksbergen zet in op een versnelling van de woningbouw om te kunnen voorzien in de oplopende woningbehoefte. Deze versnelling vindt met name plaats in de kernen. In het buitengebied dienen woningen toegevoegd te worden die passen in het landschap. Het Rood voor Rood beleid wordt ingezet om de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied te versterken. Het uitgangspunt voor nieuwe woningen is dat deze worden gerealiseerd op de locatie waar landschapsontsierende (bedrijfs-)bebouwing wordt gesloopt. Er kunnen omstandigheden zijn dat er wordt gezocht naar een locatie elders in het gebied. Hierbij moeten nieuwe woningen altijd aansluiten op bestaande bebouwing. Hiermee wordt bedoeld dat wordt aangesloten bij een bestaand erf (silhouet), lint of andersoortige bebouwingsconcentratie. De bouw van een woning past binnen de Woonvisie en daarmee tevens binnen artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel, aangezien de Woonvisie zich conformeert aan de geldende regionale woonafspraken.
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke/stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
16
Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel)
Het plangebied is gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming wordt hier verstaan: de realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun – vaak grote – gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwaliteit versterken. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor agrarische bedrijven in de omgeving. Om te bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is er een V-stacksberekening uitgevoerd.
Deze is beoordeeld door de Omgevingsdienst Twente. Voor de beoogde ontwikkeling zal de bedrijfsvoering van de naastgelegen agrarische bedrijven niet aanvullend worden belemmerd voor het aspect geur. Het voornemen is zodoende passend binnen het toegekende ontwikkelingsperspectief.
Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
17
Figuur 3.3: Natuurlijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De laag 'Dekzandvlakte en ruggen' beslaat een groot deel van de oppervlakte van de provincie Overijssel. De ambitie van deze laag is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Toets Het plan voorziet in de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing en de bouw van een nieuwe woning in het kader van de Rood voor Rood-regeling. Het plan wordt zorgvuldig ingepast in het landschap. Bij de landschappelijke inpassing is de strekkingsrichting van het landschap en de kenmerken van het landschap als basis genomen. Op basis hiervan wordt gesteld dat het plan past binnen de kenmerken van de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
18
Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De 'Jong heide- en broekontginningslandschappen' bestaan uit grote en kleinere landbouwontginningslandschappen en uit landschappen met grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Ten opzichte van het omliggende essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer te zien is. Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginngingslandschappen dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toets Het plangebied voldoet aan de kenmerken van een jong heide- en broekontginngingslandschap. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het her-ontwikkelen van een bestaand erf, waarbij alle ontwikkelingen op het erf landschappelijke worden ingepast. De ontwikkeling wordt als één geheel opgezet.
Hierbij wordt uitgegaan van een aansluiting op het ontginningslandschap met sterke groenstructuren, houtsingels en de rechte lijnen van het erf. Zodoende kan worden geconcludeerd dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de kenmerken van de laag van het jonge heide- en broekontginningslandschap.
De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' hebben binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijven daarom verder buiten beschouwing.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
19
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie 2030 Haaksbergen: groenste dorp van Twente
De gemeenteraad van de gemeente Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de 'Structuurvisie 2030 Haaksbergen: groenste dorp van Twente' vastgesteld. De inzet van deze structuurvisie is om de bijzondere leefkwaliteit van Haaksbergen op zijn hoge niveau te houden en waar mogelijk te verbeteren. Het accent ligt daarbij op het versterken van de cultuurhistorische kwaliteiten en het groene karakter. Daarmee zijn op de eerste plaats de huidige inwoners en bedrijven gediend, maar het maakt Haaksbergen ook aantrekkelijk voor anderen. De komende jaren zet de gemeente zich in om beide kanten sterker te maken. Dat betekent dus dat het voorzieningenniveau op zijn minst op peil gehouden dient te worden en waar mogelijk naar een hoger plan wordt getild. Daarnaast wil de gemeente zich inzetten om de dorpse groene sfeer en de gezelligheid te versterken, terwijl de bereikbaarheid op peil wordt gehouden. Tot slot wil de gemeente de kwaliteit van het buitengebied met zijn hoge cultuurhistorische waarden en de bijzondere natuurgebieden op peil houden en ervoor zorgen dat dorp en landschap optimaal met elkaar worden verbonden. Om deze missie te laten slagen, heeft de gemeente Haaksbergen concrete ambities geformuleerd: 1. Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. 2. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. 3.
Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. 4. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. 5. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. 6. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. 7. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. 8. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. 9. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem. Elk plan wordt naast de 9 ambities gelegd om te kijken of het plan bijdraagt aan het realiseren van (meerdere) ambities en of het de missie ondersteunt. Indien dit het geval is dan kan de gemeente meedenken en faciliteren bij de uitvoering. Zo niet, dan gaat de gemeente in gesprek met de initiatiefnemer om te komen tot een plan dat wel bijdraagt aan het realiseren van deze ambities. De 9 ambities staan niet op zichzelf, maar moeten integraal worden opgepakt. Toets Als gevolg van onderhavig plan worden de opstallen op het erf gesloopt. Deze bebouwing kan als landschapontsierend worden aangemerkt. De initiatiefnemers zijn voornemens om deze landschapontsierende bebouwing te slopen en door middel van de Rood voor Rood regeling een compensatiewoning en bijgebouw voor te realiseren. De huidige woning blijft behouden.
Dit geldt ook voor de werktuigenloods die door het toepassen van het VAB beleid behouden kan worden. Het plan wordt zo uitgewerkt dat de woonbestemming de uitstraling van één erf krijgt en dat de ontwikkeling als geheel wordt opgezet. Hierbij wordt uitgegaan van een aansluiting op het ontginningslandschap met sterke groenstructuren, housingels en de rechte lijen van het erf. Ook de rest van het erf wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie Bijlage 1. De voorgenomen ontwikkeling levert zodoende een positieve bijdrage aan de versterking en instandhouding van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit ter plaatse en de kwaliteit van het buitengebied als geheel. Gesteld kan worden dat de ontwikkelingen voldoen aan de uitgangspunten van de structuurvisie 2030. 3.3.2
Visie Haaksbergen 2030 Samen koersen op de toekomst
Op 14 december 2016 is voor de gemeente Haaksbergen een toekomstvisie opgesteld. In de Toekomstvisie Haaksbergen 2030 zet de gemeente voor Haaksbergen de koers uit richting het jaar 2030. De Toekomstvisie is geen plan van aanpak voor het lokaal bestuur, maar een kompas dat richting geeft aan de koers. Het stelt daarbij de volgende centrale vragen: Waar wil Haaksbergen in 2030 staan? In welke richting wil Haaksbergen zich vanaf nu ontwikkelen? Er zijn drie kwaliteitspijlers die het fundament vormen van de Toekomstvisie 2030, omdat deze pijlers de kern vormen van wat Haaksbergen bijzonder maakt. De drie kwaliteitspijlers zijn: De hechte gemeenschappen Het fraaie buitengebied
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
20
Het hoge voorzieningenniveau De kernambitie van de visie is: Haaksbergen, een bruisende, naar buiten gerichte duurzame dorpstad te midden van een groene oase. De gemeente wil dit toekomstbeeld verwezenlijken door in te zetten op de volgende ambities: 1. Bruisende dorpstad met een hoog niveau aan voorzieningen; 2.
Bestendigen van de sociale verbondenheid met aandacht voor alle leeftijden;
3.
Inzetten op ruimtelijke samenhang en verbinding met de kerkdorpen;
4.
Koesteren van het natuurschoon;
5.
Bereiken van maximale duurzaamheid en circulaire economie;
6.
Intensieve samenwerking met de regio vanuit een krachtige samenleving;
Voor het voorliggende bestemmingsplan wordt verder ingegaan op het koesteren van het natuurschoon. Ambitie 4: koesteren van het natuurschoon De natuur rond Haaksbergen draagt sterk bij aan de kwaliteit van het wonen in de gemeente Haaksbergen. Er zijn diverse wandel- en fietsroutes, en ook aan sportieve recreanten is gedacht. De groene oase rond Haaksbergen kan echter sterker worden gekoesterd. Door in te zetten op natuurbehoud en natuurontwikkeling wordt de woonallure van Haaksbergen versterkt. In de toekomst zal door de opkomst van de vrijetijdseconomie de betekenis van de groene oase alleen maar toenemen. Daarvoor wordt de prachtige omgeving rond Haaksbergen steeds meer ontsloten, waarbij als uitgangspunt geldt dat de ecosystemen niet aangetast mogen worden door toerisme. Zo is de natuur rond Haaksbergen niet alleen een kwaliteit in het leven, maar ook een bron van welvaart. Toets Op de planlocatie is de realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw beoogd ter vervanging van de opstallen van het pluimveebedrijf die op het erf gesloopt zullen worden. De compensatiewoning zal als gasloze woning worden teruggebouwd. Dit levert een positieve bijdrage aan het verminderen van stikstofdepositie in de gebruiksfase en daarmee de aantasting van stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura-2000 gebieden.
Daarnaast wordt het plan landschappelijk ingepast en wordt er aandacht besteed aan gebiedseigen beplanting en aansluiting bij het landschap. Op deze wijze wordt getracht de groene oase te koesteren en de woonallure binnen de gemeente Haaksbergen te versterken.
3.3.3
Rood voor Rood beleid 2015
Op 23 september 2015 heeft de gemeenteraad van Haaksbergen het Rood voor Rood beleid 2015 vastgesteld. Dit beleid heeft als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Haaksbergen. Dit wordt met name bereikt door het slopen van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied. Als compensatie kan onder voorwaarden een nieuwe woning in het buitengebied worden gerealiseerd. De slooplocatie, alsmede de locatie van de nieuwe woning dienen landschappelijk te worden ingepast. Kaders Bij de sloop van minimaal 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een Rood voor Rood woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden gerealiseerd. Voor kassen geldt de sloop van minimaal 5.000 m². Bij de sloop van minimaal 1.500 m² aan landschapsontsierende bebouwing kan een woning van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd. Bij de sloop van minimaal 2.500 m² landschapsontsierende bebouwing kan maximaal één extra woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden verkregen. Bij de sloop van minimaal 3.000 m² kunnen maximaal twee woningen van 1.000 m³ met een bijgebouw van 200 m² worden gerealiseerd. Voorwaarden Sloop De te slopen vierkante meters zijn afkomstig uit de gemeente Haaksbergen. Alle bebouwing op het erf met uitzondering van de (bedrijfs)woning of karakteristieke,
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
21
beeldbepalende en cultuurhistorische bebouwing maar inclusief alle verhardingen, sleufsilo's en dergelijke dienen gesloopt te worden. De te slopen bebouwing dient met vergunning te zijn opgericht. Er kunnen meerdere locaties worden gecombineerd. De minimaal te slopen oppervlakte op één locatie is 300 m². Op de slooplocatie blijft maximaal 150 m² aan bijgebouwen gehandhaafd. Uitzondering hierop is wanneer er karakteristieke, beeldbepalende of cultuurhistorische bebouwing aanwezig is. De locatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor dient een erfinrichtingsplan aangeleverd te worden dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. Eerdere verplichtingen tot sloop of erfinrichting kunnen niet in de regeling worden toegepast. Bouwlocatie De toegekende kavel van maximaal 1.000 m² wordt op de slooplocatie of direct aangrenzende gronden gerealiseerd. Wanneer het vanuit ruimtelijk- of milieuoogpunt niet mogelijk is om op slooplocatie terug te bouwen kan er worden gezocht naar een locatie in twee daartoe aangewezen gebieden. Er wordt voldaan aan het beeldkwaliteitsplan Buitengebied Haaksbergen.
Hiervoor wordt een schetsplan van de woning, ter beoordeling, aangeleverd voordat de procedure wordt opgestart. Omliggende bedrijven mogen niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. De bouwlocatie wordt landschappelijk ingepast. Hiervoor wordt een erfinrichtingsplan aangeleverd dat door de gemeente wordt beoordeeld. Bij realisatie van het inrichtingsplan wordt een landschapsdeskundige ingeschakeld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de gebiedskenmerken die zijn genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel. In plaats van een woning kan er onder dezelfde voorwaarden een bedrijfsmatige activiteit worden gerealiseerd. Dit kan alleen wanneer het passend is binnen het vigerende beleid. In het LOG blijft een ''nee tenzij'' principe gelden waarbij de nieuwe woning nu en in de toekomst geen belemmering mag zijn voor bestaande of nieuwe bedrijven. Toets In voorliggend plan wordt een pluimveebedrijf beëindigd en de behorende opstallen van in totaal 1.424 m2 gesloopt. Bij sloop van minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende bebouwing kan een Rood voor Rood woning van 750 m³ met een bijgebouw van 150 m² worden gerealiseerd. Hier wordt in voorliggend plan aan voldaan, bovendien wordt er teruggebouwd aangrenzend aan de slooplocatie.
Daarnaast geldt dat alle bebouwing op het erf met uitzondering van de (bedrijfs)woning of karakteristieke, beeldbepalende en cultuurhistorische bebouwing maar inclusief alle verhardingen, sleufsilo's en dergelijke gesloopt dienen te worden. Op de slooplocatie mag maximaal 150 m² aan bijgebouwen worden gehandhaafd. Op de slooplocatie blijft de huidige bedrijfswoning behouden, dit geldt ook de aanbouw van 150 m2 wat wordt gezien als bijgebouw. Ook de werktuigenloods van 200 m2 blijft behouden. Het maximum aan bijgebouwen wordt daarmee overschreden. Echter wordt het behoud van de werktuigenloods toch mogelijk gemaakt door middel van het VAB-beleid (zie hiervoor paragraaf 3.3.4). De 'restmeters' van in totaal 424 m2 worden geregistreerd en ingebracht voor een Rood voor Rood ontwikkeling elders in de gemeente Haaksbergen. Sloopmeters kunnen voor een periode van twee jaar worden geregistreerd. Worden deze binnen deze termijn niet ondergebracht in een Rood voor Rood ontwikkeling dan komen ze automatisch te vervallen. De gemeente zal de sloopmeters vaststellen waarbij de vastgestelde sloopmeters voor een periode van twee jaar worden geregistreerd. Binnen deze termijn dient een voor besluitvorming vatbare aanvraag ingediend te worden waar het college in een startnotitie een besluit over kan nemen.
Wordt de gesloopte oppervlakte niet tijdig ingezet dan vervalt deze en kunnen de gesloopte gebouwen niet meer worden ingezet in een Rood voor Rood ontwikkeling. Daarnaast wordt de locatie landschappelijk conform het erfinrichtinsplan (Bijlage 1) ingepast waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
22
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met het gemeentelijke rood voor rood beleid. 3.3.4
VAB beleid 2011
Op 16 november 2011 is door de Gemeente Haaksbergen het VAB beleid vastgesteld. Het hoofddoel van het VAB beleid is sociaaleconomisch. Het beleid is erop gericht nieuwe economische dragers in het landelijk gebied te realiseren. Dit houdt in dat de resterende economische waarde van een VAB wordt benut voor nieuwe functies. Kortom, er worden mogelijkheden geboden om bestaande gebouwen te hergebruiken voor andere activiteiten dan de landbouw. De inhoudelijke kaders voor VAB worden gevormd door criteria uit het provinciale beleid en de gemeentelijke beleidsuitgangspunten. Het beleid geldt: Voor vrijkomende of vrijgekomen (voormalige) agrarische bebouwing. Voor agrarische gebouwen die minstens 3 jaar voor de aanvraag tot deelname aan het VAB beleid zijn opgericht en aantoonbaar als zodanig in gebuikt zijn geweest Ook voor een gedeelte van de gebouwen van een blijvend agrarisch bedrijf waarbij geldt dat dit niet mag leiden tot een grotere totaal bouwblok voor agrarische en niet-agrarische deel van het bedrijf. Voor het hele buitengebied van de gemeente. Het beleid geldt niet voor bouwwerken die zonder vergunning zijn gerealiseerd. Het beleid gaat uit van: Het uitoefenen van activiteit binnen de bestaande bebouwing. Sloop van alle vrijkomende agrarische bebouwing die niet wordt gebruikt.
De combinatie wonen en werken bij voormalige agrarische bedrijven op basis van de bestaande woning. Er bestaat geen recht op een extra bedrijfswoning. Maatwerk voor het bepalen van welke bestemming de woning in relatie tot het bedrijf moet krijgen. Aard en omvang functies Bedrijfsmatige functies: In principe wordt alle bedrijvigheid tot een oppervlakte kleiner of gelijk aan 350 m2 gezien als nevenactiviteit en daarmee toegestaan met uitzondering van: 1. zorgfuncties en kinderopvang; 2. horecafuncties; 3. detailhandel; 4. opslag en/of verwerking van chemische goederen. In principe wordt het realiseren van bedrijvigheid met een oppervlakte boven de 350 m2 als maatwerk gezien. De vormen van hergebruik die worden toegestaan zijn afhankelijk van de ruimtelijke effecten op de omgeving. Er mag geen opslag of andere bedrijfsactiviteit buiten de gebouwen plaatsvinden. Rood voor Rood (met gesloten beurs) en VAB beleid kan gecombineerd toegepast worden op één erf). Dit betreft maatwerk en dient overlegd te worden met de gemeente. De gemeente maakt in geval van de combinatie van VAB en Rood voor Rood op dezelfde locatie, per situatie de afweging of de rood voor rood woning op de locatie kan worden gerealiseerd. Vanwege de aanwezige bedrijfsvorm kan de keus voor een woning elders gewenst zijn. Dit is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid.
Toets De gemeente Haaksbergen maakt het mogelijk Rood voor Rood en het VAB beleid in sommige gevallen te combineren, zolang deze op dezelfde locatie worden toegepast. Daarvan is hier sprake. Op het erf aan de Kortenroelefsweg 2 staat een loods van 200 m² die de initiatiefnemer wenst te behouden. De loods is nodig als werkplaats voor eigen onderhoud van het materieel en het bewerken van circa 5,5 hectare akkerbouwgrond. Rood voor Rood en het VAB beleid kunnen gecombineerd toegepast worden op één erf (paragraaf 4.3 van het VAB beleid). Het hoofddoel van het VAB beleid is sociaaleconomisch. Het beleid is erop gericht nieuwe economische dragers in het landelijk gebied te realiseren.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
23
Bedrijvigheid tot een oppervlakte van 350 m² wordt gezien als nevenactiviteit en is daarmee toegestaan. Het realiseren van bedrijvigheid met een oppervlakte boven de 350 m² wordt gezien als maatwerk. De vormen van hergebruik die worden toegestaan zijn afhankelijk van de (ruimtelijke) effecten op de omgeving (milieu, verkeer, landschappelijke inpasbaarheid) en de geschiktheid voor de vestiging in het landelijk gebied. In principe wordt alle bedrijvigheid tot een oppervlakte van 350 m² gezien als nevenactiviteit en daarmee toegestaan. Een ander uitgangspunt is de sloop van alle vrijkomende agrarische bebouwing die niet wordt hergebruikt. In voorliggend geval betreft het een loods van 200 m². Alle overige vrijkomende agrarische bebouwing wordt gesloopt. Voorliggend plan voldoet aan de criteria van het VAB beleid.
3.3.5
Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente
Tezamen met de gemeente Hof van Twente heeft de gemeente Haaksbergen in 2005 een Landschapsontwikkelingsplan laten opstellen. Het landschapsontwikkelingsplan biedt een samenhangende visie op landschapskwaliteit en de bouwstenen en inrichtingsprincipes voor een gewenste landschapsontwikkeling. Onderdeel van het landschapsontwikkelingsplan vormt de landschapsontwikkelingsvisie. In deze visie is het toekomstbeeld geschetst en de ontwikkeling per legenda-eenheid aangegeven. Hoofddoel van de visie is het onderscheid en de diversiteit tussen de landschapseenheden te vergroten en de samenhang te verbeteren met gerichte investeringen voor de toekomst. Op de navolgende afbeelding (figuur 3.5) is een uitsnede van de kaart behorende bij de landschapsontwikkelingsvisie weergegeven. Hierop is ook het plangebied afgebeeld (rode cirkel).
Figuur 3.5: uitsnede landschapsontwikkelingsvisie, plangebied rood omcirkeld (bron: gemeente Haaksbergen) Toets
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
24
Voor de ontwikkeling van het landschap zijn in het landschapsontwikkelingsplan vier thema´s benoemd. Binnen de diverse thema's worden weer gebiedstypen onderscheiden. Het plangebied valt binnen het thema 'Zorg voor agrarisch werklandschap' en kent als gebiedstype het 'veldontginningslandschap'. Onder het thema 'zorg voor agrarisch werklandschap' vallen gebieden die gekenmerkt worden door een landschapspatroon dat bestaat uit verschillende typen ontginning met bijbehorendde verkaveling en beplanting. De kenmerken hiervan zijn de open landbouwgronden met grasland en bouwland, de verspreide erven met woonhuis, opstallen, erbeplanting en verspreide landschapselementen als restant van het oude landschapstype. Het gebiedstype het 'veldontginningslandschap' komt in grote eenheden voor op het plateau en de stuwwal waar voor behoud en versteriking van het lanschapstatroon wordt gepleit. Dit betekent behoud van de open verkaveling van het uitgestrekte veld met zichtbare ontginningsgrenzen. Ieder ontgonnen veld kent een eigen schaal en patroon van beplanting en bebouwing. In het dekzandlandschap komen kleinere velden voor waar restanten van bos, ven en hei te behouden lanschapselementen zijn. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het beëindigen van de pluimveehouderij en de sloop van bijbehorende opstallen met een gezamelijk oppervlakte van 1.424 m2.
De stallen die zijn aangemerkt als landschapsonsierend worden ingebracht voor de Rood voor Rood regeling, waarna er een compensatiewoning met een inhoud van 750 m3 en een bijgebouw van 150 m2 teruggebouwd wordt ten noorden van de bestaande woning. De 'restmeters' van in totaal 424 m2 worden geregistreerd en ingebracht voor een Rood voor Rood ontwikkeling elders in de gemeente Haaksbergen. De ontwikkeling, met bijbehorend erfinrichtingsplan, voorziet in een opwaardering van het erf waarbij extra aandacht is besteed aan de landschappelijke inpassing. Het bestemmingsplan sluit derhalve aan bij het landschapsontwikkelingsplan.
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
25
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt een wijziging van de bestemming mogelijk gemaakt zodat vervangende nieuwbouw kan plaatsvinden. De ontwikkeling is concreet beschreven in Hoofdstuk 2. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r.
zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Binnen het beoogde plan worden de opstallen op het erf aan de Kortenroelefsweg 2 gesloopt. In totaal bedraag dit 1.424 m2 aan sloopmeters. Hiervoor wordt een compensatiewoning van maximaal 750 m3 teruggebouwd met een bijgebouw van 150 m2. Deze ontwikkeling zorgt voor een afname van verstening in het buitengebied. Aanvullend hierop worden de gebouwen zoveel mogelijk geclusterd en wordt er direct aangrenzend aan de slooplocatie gebouwd. Verspreiding en verstening worden zodoende voorkomen. Voor de nieuwe woning kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879).
In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject volgens het Besluit m.e.r.. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is derhalve niet van toepassing. Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r..
bestemmingsplan Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kortenroelefsweg 2 NL.IMRO.0158.BP1212-0002
26
4.2
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.