CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Korenmolenweg 1 Bijlagen bij de regels

Gemeenteraad 31 januari 2024, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herzieningKorenmolenweg 1”27.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toetsingskader Om de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond en het grondwater getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). Ten behoeve van deze toetsing wordt gebruik gemaakt van de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarde. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wèl en waaronder géén sprake is van een aantoonbare verontreiniging.

14

Rapport 23KL003

De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd. In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m3 grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m3 bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het wel of niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval. Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt.

Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt (overschrijding voormalige tussenwaarde). Afhankelijk van de specifieke situatie kan dit aanleiding geven voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Met een nader bodemonderzoek kan de ernst en spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij de toetsing worden de gemeten gehalten aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organische stof en lutum met BOTOVA-gevalideerde software omgerekend naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden vergeleken met de vaste normwaarden. Door een aantal wijzigingen in de Regeling Bodemkwaliteit zijn per 1 april 2009 de normen voor barium in grond tijdelijk buiten werking gesteld. Als blijkt dat verhoogde gehalten aan barium worden veroorzaakt door antropogene bronnen, kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige interventiewaarden. Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc.

122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). 5.3.

Analyseresultaten verkennend- en nader asbestonderzoek NEN 5707 De resultaten zijn getoetst aan het integrale beleid voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat). De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen). Met “gewogen” wordt bedoeld de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Indien de grens van 0,5 maal de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. (= 50 mg/kg ds.) aan asbest wordt overschreden is nader onderzoek gewenst. De resultaten van de SEM-analyse zijn getoetst aan de risicogrens van 10 mg/kg d.s. (gewogen) voor respirabele asbestvezels. Indien de grens van de risicogrens van 10 mg/kg ds. aan asbest wordt overschreden is er mogelijk sprake van onaanvaardbare risico’s en is er sprake van spoedeisendheid voor sanering.

15

Rapport 23KL003

In tabel 6 is de totale hoeveelheid asbest in grond opgenomen. In de analyserapporten (bijlage 3) zijn de gemeten concentraties aan asbest in de fijne fractie (delen kleiner dan 20 mm) weergegeven. De asbestconcentratie berekening is opgenomen in bijlage 7. Voor de asbestconcentratie ter plaatse van RE3 geldt dat het analysemonster <20 mm niet is gecorrigeerd met de grotere fractie >20 mm van het totale monster (<20 mm + > 20 mm). Derhalve er circa 1 % > 20 mm bodemvreemd materiaal (1 baksteen) is aangetroffen. Tijdens het veldwerk is 600 gram asbestverdacht materiaal niet meegenomen voor analyse. In de berekening voor RE3 is er van het worst-case scenario uitgegaan en dat het allen asbesthoudende materiaal betreft met chrysotiel 10-15 %. Dit aangezien er van de 22 stukjes 19 stukjes asbesthoudend zijn gebleken. Tabel 6: Totale hoeveelheid asbest in mg/kg ds. per RE Monster

Omgerekend gewicht asbest in mg/kg ds.

Geanalyseerd gewicht asbest in mg/kg ds.

Totaal gewicht asbest in mg/kg ds.

n.v.t. -

0,0 0,0 Totaal

0,0 0,0 0,0

Druppelzone paardenstallen RE2 RE2 SEM

n.v.t. -

Nader asbest onderzoek Achterzijde kapschuur, opgestapelde golfplaten RE3a (S001, 0,0-0,3 m-mv) RE3b (S001, 0,3-0,5 m-mv)

0,3 2,0 Totaal

0,3 2,0 2,3

443 n.v.t

73 0,0

520 5,0

Verkennend asbest onderzoek Druppelzone kapschuur RE1 RE1 SEM

5.4.

Analyseresultaten verkennend bodemonderzoek NEN 5740 In bijlage 4 zijn de toetsingstabellen opgenomen met alle analyseresultaten, de omgerekende analyseresultaten (GSSD) en de bijbehorende toetsingsresultaten (waarden kleiner dan de detectielimiet zijn niet omgerekend). Tevens is in de toetsingstabel de indicatieve waarde voor hergebruik, conform de toetsing Besluit Bodem Kwaliteit, opgenomen. In de tabellen 7, 8 en 9 wordt een samenvatting weergegeven van de toetsingsresultaten van respectievelijk grond en grondwater. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3. Tabel 7: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds., tenzij anders vermeld) Parameters

Resultaat GSSD

AW

I

T index

Toets oordeel Toetsing BBK

MM1 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 1+5+11+17

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

MM2 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 18+19+26+28

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

MM3 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 7+9+10+15

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

Overig terrein

MM4 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling:

4+13+14+34

MM5 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 21 t/m 23+30

16

Rapport 23KL003

Tabel 8: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds., tenzij anders vermeld) Parameters

Resultaat GSSD

AW

I

T index

Toets oordeel Toetsing BBK

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

MM7 (0,5-2,0 m-mv) Samenstelling: 2+3+4

som 7 PCB in µg/kg overige parameters NEN-pakket

-

27,5 -

20 -

1000 0,0077 -

> AW en <= T < AW

Wonen <Achtergrondwaarde

MM8 (0,5-2,0 m-mv) Samenstelling: 1+5+6

som 7 PCB in µg/kg overige parameters NEN-pakket

-

44,5 -

20 -

1000 0,025 -

> AW en <= T < AW

Industrie <Achtergrondwaarde

parameters NEN-pakket

-

-

-

-

-

< AW

<Achtergrondwaarde

Overig terrein

MM6 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 8+20+24+32

MM9 (0,5-2,0 m-mv) Samenstelling: 7+8+9

Voormalige afgewerkte olie en bestrijdingsmiddelen opslag MM10 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 201 t/m 203

parameters NEN-pakket parameters OCB-pakket

-

-

-

-

-

< AW < AW

<Achtergrondwaarde <Achtergrondwaarde

M11 (0,08-0,28 m-mv) Samenstelling: 203

Minerale olie C10-C40 Vluchtige aromaten

< 35 -

122 -

190 -

5000 -1 -

< AW < AW

< Achtergrondwaarde <Achtergrondwaarde

MM12 (0,08-0,5 m-mv) Samenstelling: Minerale olie C10-C40 301 t/m 303 Vluchtige aromaten

< 35 -

122 -

190 -

5000 -1 -

< AW < AW

< Achtergrondwaarde <Achtergrondwaarde

M13 (0,08-0,28 m-mv) Samenstelling: 301

Minerale olie C10-C40 Vluchtige aromaten

< 35 -

122 -

190 -

5000 -1 -

< AW < AW

< Achtergrondwaarde <Achtergrondwaarde

Cadmium (Cd) Zink (Zn) Lood (Pb) Koper (Cu) overige parameters NEN-pakket

2,5 280 250 410 -

2,39 432 291 514 -

0,6 140 50 40 -

13 720 530 190 -

0,14 0,5 0,5 3,16 -

> AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T >I < AW

Industrie Industrie Industrie Niet toepasbaar <Achtergrondwaarde

Zink (Zn) Lood (Pb) som 10 PAK overige parameters NEN-pakket

120 71

232 97,5 1,66 -

140 50 1,5 -

720 530 40 -

0,16 0,099 0,0042 -

> AW en <= T > AW en <= T > AW en <= T < AW

Industrie Wonen Wonen <Achtergrondwaarde

Bovengrondse dieseltank

Brandplek 1

MM14 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 401+402

Brandplek 2

MM15 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 403+404

AW I GSSD T-index Toets oordeel Toetsing BBK Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket

-

Achtergrondwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Achtergrondwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' Indicatieve waarden voor hergebruik van de geanalyseerde grond, conform toetsing Besluit Bodem Kwaliteit GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK som 10

17

Rapport 23KL003

Tabel 9: Samenvatting toetsingsresultaten grondwatermonster (gehalten in µg/l, tenzij anders vermeld) Overig terrein

Peilbuis 1 Filterstelling: 1,5-2,5 m-mv Peilbuis 2 Filterstelling: 1,5-2,5 m-mv

Peilbuis 3 Filterstelling: 1,7-2,7 m-mv

Parameters

Resultaat GSSD

SW

I

T index

Toets oordeel

Barium (Ba) overige parameters NEN-pakket

460 -

460 -

50 -

625 -

0,71 -

> T en <= I < SW

Barium (Ba) Zink (Zn) overige parameters NEN-pakket

270 150 -

270 150 -

50 65 -

625 800 -

0,38 0,12 -

> SW en <= T > SW en <= T < SW

Barium (Ba) overige parameters NEN-pakket

64 -

64 -

50 -

625 -

0,024 -

> SW en <= T < SW

Barium (Ba) overige parameters NEN-pakket parameters OCB-pakket

330 -

330 -

50 -

625 -

0,49 -

> SW en <= T < SW < SW

Minerale olie C10-C40 Vluchtige aromaten

< 50 -

35 -

50 -

600 -

-1 -

< SW < SW

Voormalige afgewerkte olie en bestrijdingsmiddelen opslag Peilbuis 201 Filterstelling: 1,5-2,5 m-mv

Bovengrondse dieseltank Peilbuis 301 Filterstelling: 1,5-2,5 m-mv SW I GSSD T-index Toets oordeel Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket

5.5.

Streefwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' GStandaard < SW GStandaard ligt tussen de SW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarden zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen

Analyse ondergrond brandplek 1 (boring 402) In mengmonster MM14 van de bovengrond ter plaatse van brandplek 1 is, naast enkele licht verhoogd gehalten aan cadmium, zink en lood, een sterk verhoogd gehalte aan koper geconstateerd. Om na te gaan of de bodemlaag 0,5 tot 1,0 m-mv ook sterk verhoogde gehalten aan koper bevat, is besloten de ondergrond van boring 402 te laten analyseren het op het gehalte aan koper. Wel dient rekening te worden gehouden met het feit dat tijdens de analyse de conserveringstermijn van de monsters is overschreden. Dit doordat de monsters al in een eerder stadium zijn genomen. Echter wordt niet verwacht dat dit zodanig invloed heeft op de resultaten, de monsters worden op het lab namelijk in een koelcel bewaard. De resultaten worden derhalve als representatief geacht. De samenstelling van de grondmonsters is vermeld in tabel 10. Tabel 11 geeft een overzicht van de toetsingsresultaten van de grondmonsters. In bijlage 3 zijn de analyserapporten van de grondmonsters opgenomen.

18 Tabel 10: Samenstelling grondmonsters

Rapport 23KL003

Oorspronkelijk grond(meng)monster

Samengesteld uit boringen

Diepte (m-mv)

Opmerking

Extra monster

402

0,5-1,0

-

Tabel 10: Samenvatting toetsingsresultaten grond(meng)monsters (gehalten in mg/kg ds., tenzij anders vermeld) M16 (0,5-1,0 m-mv) Samenstelling: 402 AW I GSSD T-index Toets oordeel Toetsing BBK Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 -

5.6.

Parameters

Resultaat GSSD

AW

I

T index

Toets oordeel Toetsing BBK

Koper (Cu)

28

40

190

-1

< AW

35,1

<Achtergrondwaarde

Achtergrondwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Achtergrondwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' Indicatieve waarden voor hergebruik van de geanalyseerde grond, conform toetsing Besluit Bodem Kwaliteit GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden

Toelichting analyseresultaten Op basis van de veldwaarnemingen en de analyseresultaten kan de bodemkwaliteit als volgt worden toegelicht: Verkennend en nader asbestonderzoek NEN 5707 Grond, druppelzone kapschuur In de opgegraven en bemonsterde grond zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest verdachte materialen aangetoond. De gewogen asbestconcentratie van RE1 (0,0 mg/kg ds.) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.). Tijdens de SEM-analyse van RE1 is het gehalte aan respirabele asbestvezels vastgesteld op 0,0 mg/kg ds. Analytisch zijn geen respirabele vezels aangetroffen. Het totaal gewogen gehalte respirabele vezels ligt ruim onder de risicogrens van 10 mg/kg ds. Grond, druppelzone paardenstallen In de opgegraven grond ter plaatse van RE2 zijn zintuiglijk geen asbest verdachte materialen waargenomen. Analytisch is een geringe concentratie aan asbest aangetoond. De gewogen asbestconcentratie van RE1 (2,3 mg/kg ds.) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.). Tijdens de SEM-analyse van RE2 is het gehalte aan respirabele asbestvezels vastgesteld op 2,0 mg/kg ds. Analytisch is een geringe concentratie respirabele vezels aangetroffen. Het totaal gewogen gehalte respirabele vezels ligt ruim onder de risicogrens van 10 mg/kg ds.

19

Rapport 23KL003

Grond, Achterzijde kapschuur, opgestapelde golfplaten In de opgegraven en bemonsterde grond ter plaatse van RE3a zijn, zowel op het maaiveld als in de bodem (bodemlaag 0,0 tot 0,5 m-mv), op basis van zintuiglijke waarnemingen en analytisch asbest verdachte materialen aangetoond. In totaal zijn er circa 50 stukjes asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld en in de bodem aangetroffen. De gewogen asbestconcentratie van RE3 (520 mg/kg ds.) ligt ruim boven de interventiewaarde (100 mg/kg ds.). In de opgegraven en bemonsterde grond ter plaatse van RE3b is, op het maaiveld als in de bodem (bodemlaag 0,5 tot 1,0 m-mv), op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbest verdachte materialen aangetoond. Analytisch is een licht verhoogd gehalte aan asbest geconstateerd. De gewogen asbestconcentratie van RE3b (5,0 mg/kg ds.) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.). Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Grond, overig terrein In de mengmonsters MM7 en MM8 (0,5-2,0 m-mv) zijn de gehalten aan PCB verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. De oorzaak van de licht verhoogde gehalten aan PCB in de ondergrond zijn niet direct te herleiden.

In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond MM1 t/m MM6 en MM9 zijn geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen. Grond, voormalige afgewerkte olie en bestrijdingsmiddelen opslag In de (meng)monsters MM10 (0,0-0,5 m-mv) en M11 (boring 203: 0,08-0,28 m-mv) zijn geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen. Grond, bovengrondse dieseltank In de (meng)monsters MM12 (0,08-0,5 m-mv) en M13 (boring 301: 0,08-0,28 m-mv) zijn geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogde concentratie ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetroffen. Grond, brandplek 1 In mengmonster MM14 (0,0-0,5 m-mv) zijn de gehalten aan cadmium, zink en lood verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Daarnaast is het gehalte aan koper verhoogd aangetoond ten opzichte van de interventiewaarde. In mengmonster MM16 (0,5-1,0 m-mv) is het gehalte aan koper niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. Grond, brandplek 2 In mengmonster MM15 (0,0-0,5 m-mv) zijn de gehalten aan zink, lood en PAK verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden De verhoogde gehalten met zware metalen en PAK hangen ter plaatse van de brandplekken zijn te relateren aan de branden ter plaatse en de aangetroffen brandresten in de bodem.

Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen.

20

Rapport 23KL003

Grondwater, overig terrein Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1, ten opzichte van de tussenwaarde, een verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 2, ten opzichte van de streefwaarde, verhoogde gehalten aan barium en zink aangetoond. Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 3, ten opzichte van de streefwaarde, een verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Grondwater, voormalige afgewerkte olie en bestrijdingsmiddelen opslag Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 201, ten opzichte van de streefwaarde, een verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Grondwater, bovengrondse dieseltank Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 301, ten opzichte van de streefwaarde, geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. De verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater kunnen mogelijk worden toegeschreven aan de natuurlijke samenstelling van regionaal aanwezige sedimenten. In de loop der tijd is het sedimentmateriaal verweerd waarbij het aanwezige barium en zink zijn uitgespoeld naar het grondwater, waar het momenteel als een van nature verhoogde achtergrondconcentratie wordt aangetroffen. De gemeten zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend voor het plaatselijke bodemtype.

21

Rapport 23KL003

6.

VERONTREINIGINGSSITUATIE Aan de hand van de resultaten van onderhavig bodemonderzoek is de actuele verontreinigingsgraad van de aanwezige verontreiniging met koper ter plaatse van de brandplek 1 deels in kaart gebracht. Tevens is de verontreiniging met asbest, ter plaatse van de achterzijde kapschuur bij de voormalige locatie met opgestapelde golfplaten, ook deels in kaart gebracht.

6.1.

Koper t.p.v. brandplek 1 Ter plaatse van boring 401 en 402 is in mengmonster MM14 (0,0-0,5 m-mv) naast licht verhoogde gehalten, een sterk verhoogd gehalte aan koper geconstateerd. In de bodemlaag 0,5 tot 1,0 m-mv ter plaatse van boring 402 (M16) is het gehalte aan koper niet in verhoogde concentratie boven de achtergrondwaarde aangetroffen. De sterk verhoogde gehalten aan koper zijn in verticale richting afgeperkt tot concentraties onder de achtergrondwaarde. Gezien de relatie tussen de zintuiglijke waarnemingen (brandresten/brandplek) wordt een verspreiding van de koper verontreiniging in horizontale richting niet verwacht. De brandplek is vermoedelijk na 1987 ontstaan waardoor er sprake is van een verontreiniging die valt onder de zorgplicht. De mate van verontreiniging speelt in dit kader, in tegenstelling tot een historische verontreiniging, geen rol. Derhalve, gezien de geringe omvang en het feit dat het een zorgplicht geval betreft, wordt aanvullend- en nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Brandplek 1 is gelegen tussen twee bomen en heeft een oppervlakte van 6 m2. Op basis van zintuiglijke waarnemingen wordt verwacht dat de verontreiniging zich tot maximaal 0,5-0,7 m-mv bevindt. Op basis van analytische en zintuigelijke waarnemingen wordt de omvang minimaal geschat op maximaal 5 m3 (6 m2 x 0,7 m).

6.2.

Asbest t.p.v. achterzijde kapschuur bij de vml. locatie met opgestapelde golfplaten Ter plaatse van sleuf S001 zijn zintuiglijk en analytisch resten asbesthoudend en verdachte plaatmaterialen aangetroffen op het maaiveld en in de bodem. De oorzaak van de verontreinig betreft de voormalige stapel golfplaten aan de achterzijde van de kapschuur. De golfplaten waren ten tijde van het uitvoeren van het onderzoek verwijderd. Uit het asbestinventarisatie onderzoek is gebleken dat de aanwezige platen chrysotiel asbesthoudende golfplaten (15-30 %) betroffen met een hoeveelheid van circa 20 m2. Vermoedelijk waren er tevens enkele niet-asbesthoudende platen aanwezig. In de gegraven sleuf zijn tot 0,3 m-mv asbesthoudende en enkele niet asbesthoudende plaatmaterialen aangetroffen. In de laag 0,3-0,5 m-mv zijn zintuiglijk geen asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. Analytisch is een licht verhoogd gehalte aan asbest (5,0 mg/kg ds.) geconstateerd. Gezien de relatie tussen de zintuiglijke waarnemingen en historie, opgestapelde golfplaten, wordt een geringe verspreiding van de verontreiniging met asbest verwacht. Hierdoor is het uitvoeren van een nader onderzoek van de gehalten aan asbest in horizontale richting in de bodem, ons inziens, niet noodzakelijk. De asbestverontreiniging in de bodemlaag 0,0-0,3 m-mv is vastgesteld op 520 mg/kg ds.

en heeft een geschatte omvang van 5,4 m3 (18 m2 x 0,3 m-mv). In de bodemlaag 0,3-0,5 m-mv van sleuf S001 is de asbestconcentratie vastgesteld op 5,0 mg/kg ds. waardoor de verontreiniging met asbest in verticale richting is afgeperkt. De datum van aanbrengen van de reeds verwijderde asbesthoudende golfplaten is niet bekend.

6.3.

Risicobeoordeling asbest Op basis van bijlage 3, Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol Asbest’ uit de Circulaire bodemsanering (door ministerie van VROM, 1 juli 2013) is voor onderhavige onderzoek een risicobeoordeling uitgevoerd voor de actuele situatie en gebruik van de onderhavige onderzoekslocatie. Bij een bodemverontreiniging met asbest is er alleen sprake van mogelijke humane risico’s. Met het protocol asbest bepaald of er mogelijk sprake is van onaanvaardbare risico’s. Stap 1: Bepalen van ernstig bodemverontreiniging Is er sprake van een verontreiniging met asbest, of te wel overschrijding interventiewaarde 100 mg/kg d.s. die niet onder de zorgplicht valt.

22

Rapport 23KL003

Stap 2 Standaard risicobeoordeling Wanneer er sprake is van een verontreiniging met asbest, wordt er gekeken of er contact mogelijkheden en de aard en situering van de verontreiniging. Stap 3 : Locatie specifieke risicobeoordeling (respirabele vezels) Indien er na stap 2 nog steeds geen uitsluitsel is er onderzoek nodig naar het gehalte aan respirabele vezels in de contactzone en/of bodem die zal worden bewerkt. Wordt de risicogrens niet overschreden dan is er geen onaanvaardbaar risico. Wordt de concentratie van 10 mg/kg d.s. respirabele asbestvezels overschreden dan is er (mogelijk) sprake van onaanvaardbare risico’s. Beoordeling onderhavige onderzoekslocatie Uit de standaard risicobeoordeling (stap 2) beoordeling komt naar voren dat er geen onaanvaardbare risico's aanwezig zijn. Er is namelijk sprake van een verontreiniging veroorzaakt door voornamelijk hechtgebonden asbest, waarbij de grens van 1.000 mg/kg ds. hechtbonden asbest niet wordt overschreden. Tevens wordt de grens van niet-hechtgebonden asbest 100 mg/kg ds. ook niet overschreden. Waardoor ons inziens er geen direct humaan risico aanwezig is.

7.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES Samenvatting In opdracht van DLV Advies & Resultaat is een verkennend bodem- en verkennend- en nader asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Korenmolenweg 1 te Haaksbergen. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie is het volgende beeld verkregen: Overig terrein  Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen waargenomen;  Analytisch zijn in de grondmengmonsters MM7 en MM8 (0,5-2,0 m-mv) licht verhoogde gehalten aan PCB geconstateerd.  Analytisch zijn in overige grondmengmonsters van de boven- en ondergrond MM1 t/m MM6 en MM9 geen verhoogde gehalten geconstateerd;  Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 een matig verhoogd gehalte aan barium geconstateerd;  Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 licht verhoogde gehalten aan barium en zink geconstateerd;  Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 een licht verhoogd gehalte aan barium geconstateerd.

Voormalige afgewerkte olie en bestrijdingsmiddelen opslag  Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen waargenomen;  Analytisch zijn in de grond(meng)monsters MM10 (0,0-0,5 m-mv) en M11 (0,08-0,28 m-mv) geen verhoogde gehalten geconstateerd;  Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 201 een licht verhoogd gehalte aan barium geconstateerd. Bovengrondse dieseltank  Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen waargenomen;  Analytisch zijn in de grond(meng)monsters MM12 (0,0-0,5 m-mv) en M13 (0,08-0,28 m-mv) geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten geconstateerd;  Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 301 geen verhoogd gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten geconstateerd.

23

Rapport 23KL003

Brandplek 1  Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond tot maximaal 0,7 m-mv kolen en brandresten waargenomen;  Analytisch zijn in grondmengmonster MM14 (0,0-0,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan cadmium, zink en lood geconstateerd. Tevens is een sterk verhoogd gehalte aan koper aangetroffen;  Analytisch is in grondmonster M16 (boring 402: 0,5-1,0 m-mv) geen verhoogd gehalte aan koper geconstateerd;  De omvang van de sterke verontreiniging met koper ter plaatse brandplek 1 wordt geschat op circa 6 m3;  De verontreiniging is ontstaan na 1987 is in het kader van de Wet bodembescherming sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging. Brandplek 2  Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond tot maximaal 0,7 m-mv kolen en brandresten waargenomen;  Analytisch zijn in grondmengmonster MM15 (0,0-0,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan zink, lood en PAK geconstateerd. Druppelzone kapschuur  Zintuiglijk zijn er geen asbestverdachte materialen aangetroffen;  Ter plaatse van RE1 zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest verdachte materialen aangetoond. De gemiddeld gewogen asbestconcentratie van RE1 (0,0 mg/kg ds.) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.);  Tijdens de SEM-analyse van RE1 is het gehalte aan respirabele asbestvezels vastgesteld op 0,0 mg/kg ds. Analytisch zijn geen respirabele vezels aangetroffen.

Het totaal gewogen gehalte respirabele vezels ligt ruim onder de risicogrens van 10 mg/kg ds. Druppelzone paardenstallen  Zintuiglijk zijn er geen asbestverdachte materialen aangetroffen;  Ter plaatse van RE2 zijn zintuiglijk geen asbest verdachte materialen aangetoond. Analytisch is een geringe concentratie aan asbest verdachte materialen aangetoond. De gemiddeld gewogen asbestconcentratie van RE1 (2,3 mg/kg ds.) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.);  Tijdens de SEM-analyse van RE2 is het gehalte aan respirabele asbestvezels vastgesteld op 2,0 mg/kg ds. Analytisch is een geringe concentratie respirabele vezels aangetroffen. Het totaal gewogen gehalte respirabele vezels ligt ruim onder de risicogrens van 10 mg/kg ds. Achterzijde kapschuur, opgestapelde golfplaten  Ter plaatse van RE3a zijn zowel zintuiglijk als analytisch asbest verdachte materialen aangetoond. De gemiddeld gewogen asbestconcentratie van RE3 (520 mg/kg ds.) ligt ruim boven de interventiewaarde (100 mg/kg ds.);  Ter plaatse van RE3b zijn zintuiglijk geen asbest verdachte materialen aangetoond. Analytisch is een geringe concentratie aan asbest verdachte materialen aangetoond.

De gemiddeld gewogen asbestconcentratie van RE3b (5,0 mg/kg ds.) ligt ruim onder de interventiewaarde (100 mg/kg ds.);  De minimale omvang van de ernstige bodemverontreiniging met asbest in de grond ter plaatse RE3 (sleuf S001: 0,0-0,3 m-mv) wordt geschat op minimaal 5,4 m³;  Uit de risicobeoordeling asbest blijkt dat er geen sprake is van onaanvaardbare humane risico’s en spoedeisendheid van een sanering.

24 7.1.

Rapport 23KL003

Conclusies en aanbevelingen Verkennend en nader asbestonderzoek NEN 5707 Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “verdachte locaties”, gedeeltelijk juist is. Er zijn immers in de bodem ter plaatse van de druppelzone van de kapschuur geen verhoogde asbestconcentratie in de toplaag aangetroffen, waardoor de hypothese wordt verworpen. Ter plaatse van de druppelzone ter plaatse van de paardenstallen, achterzijde kapschuur en opgestapelde golfplaten zijn analytisch wel asbestconcentraties aangetroffen, waardoor de hypotheses worden gehandhaafd. De geconstateerde verhoogde asbestconcentraties ter plaatse van de druppelzones (RE1 en RE2) liggen ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds.) en vormen géén aanleiding tot het instellen van een nader asbestonderzoek. Het geconstateerde verhoogde asbestconcentratie ter plaatse van RE3a ligt boven de interventiewaarde. Er is derhalve sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met asbest in de bodemlaag 0,0 tot 0,3 m-mv ter plaatse van sleuf S001. De verontreiniging is in onderhavig onderzoek in verticale afgeperkt (RE3b: 0,3-0,5 m-mv). In horizontale richting, rondom het gebied waar op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbest wordt aangetroffen, wordt geen verspreiding verwacht.

De omvang wordt geschat op circa 5,4 m3 met asbest verontreinigde grond welke zich bevindt in de bodemlaag 0,0-0,3 m-mv aan de achterzijde van de kapschuur ter hoogte van de voormalige locatie met opgestapelde golfplaten. Op basis van de risicobeoordeling asbest is geen sprake van onaanvaardbare humane risico’s en spoedeisendheid voor sanering. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “verdachte locatie met verdachte deellocaties”, grotendeels juist is. Er zijn immers op alle locatie met uitzondering van de bovengrondse dieseltank enkele licht en/of sterk verhoogde gehalten aangetroffen, waardoor grotendeels de hypotheses worden gehandhaafd. Ter plaatse van brandplek 1 is de brandresten houdende grond tot circa 0,7 m-mv sterk verontreinigd met koper. In de bodemlaag 0,5 tot 1,0 m-mv ter plaatse van boring 402 is geen verhoogd gehalte aan koper aangetroffen. Vanwege de kleinschaligheid van de brandplek en dat de brand de duidelijke bron is van de verontreiniging, wordt nader onderzoek in horizontale richting niet voorgesteld. De omvang van de sterk verontreiniging wordt geschat op circa 6 m3. De geconstateerde verontreiniging aan koper kan worden toegeschreven aan de uitgevoerde brand activiteiten ter plaatse.

Gezien het feit de brandplek vermoedelijk is ontstaan na 1987 wordt uitgegaan van een nieuw geval van bodemverontreiniging. Hierdoor is er op het perceel, volgens de Wet Bodembescherming, sprake van een nieuw geval van bodemverontreiniging. Bij een nieuw geval van bodemverontreiniging is de zorgplicht van toepassing. De zorgplicht houdt in dat de verontreiniging zo spoedig mogelijk verwijderd dient te worden. De mate van verontreiniging speelt in dit kader, in tegenstelling tot een historische verontreiniging, geen rol. Wel dient voorafgaand aan de verwijdering van de verontreiniging een herstelplan ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Formeel gezien dient het gebied ter plaatse van brandplek 2 tevens te worden verwijderd. Deze licht verhoogde gehalten zijn vermoedelijk ook ontstaan door de uitgevoerde brand activiteiten en vallen hierdoor onder de zorgplicht.

25

Rapport 23KL003

Resume Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, voor als nog belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein en de afgifte van een omgevingsvergunning ten behoeve van herinrichting en de geplande bouwactiviteiten op het terrein. Aanbevolen wordt om de aanwezig verontreiniging met asbest ter plaatse van achterzijde van de kapschuur en de brandplekken 1 en 2 te laten saneren door een erkend saneerder. Civiele werkzaamheden c.q. sanerende activiteiten ter plaatse van de verontreinigde grond dienen te worden uitgevoerd door een BRL7000 erkend bodemsaneerder. De milieukundige begeleiding van een bodemsanering (uit te voeren civiele werkzaamheden ter plaatse) dienen te worden uitgevoerd een BRL6000 erkend adviesbureau. De grond dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Voor de sanering dient een saneringsplan te worden opgesteld welke dient te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. CROW Bij het uitvoeren van civiele werkzaamheden in de sterk verontreinigde grond dient rekening te worden gehouden met de voorlopige veiligheidsklasse welke conform CROW 400 (ingangsdatum 1 januari 2019) kan worden bepaald. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten is met behulp van de rekentool van het CROW, publicatie 400 een berekening uitgevoerd.

Geconcludeerd kan worden dat brandplek 1 geen veiligheidsklasse van toepassing is. De grond ter plaatse van de asbestverontreiniging valt in de veiligheidsklasse zwart niet vluchtig. Het verkregen rapport via de rekentool van het CROW is bijgevoegd in bijlage 7. PFAS In onderhavig bodemonderzoek is geen analyse verricht op de parameters van het PFAS pakket. PFAS-analyse is alleen noodzakelijk bij een keuring conform BRL SIKB1001 of een verdachte locatie voor PFAS. Mogelijk kan bij het uitvoeren van een sanering c.q. verwijdering en afvoeren van grond een analyse op PFAS worden verlangd. Hergebruik van grond, overig terrein Voor de volledigheid kan nog worden vermeld dat de grond naar verwachting niet als schone grond kan worden hergebruikt. Voor grond welke op het perceel wordt toegepast gelden ons inziens, gezien de geringe overschrijding(en) ten opzichte van de achtergrondwaarden, geen gebruiksbeperkingen Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit een indicatieve toetsing aan de Regeling en het Besluit Bodemkwaliteit betreft; het uitgevoerde onderzoek betreft immers geen partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1001. 7.2.

Slotopmerking Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de huidige inzichten en algemeen gebruikelijke methoden. Hoewel het verrichte veldonderzoek, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd, is ernaar gestreefd om representatieve monsters te verkrijgen. Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Klijn Bodemonderzoek B.V. acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voort kan vloeien. Het uitgevoerde onderzoek is een momentopname, waardoor de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheid hebben. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van een onderzoek, bijvoorbeeld door het bouwrijp maken van de locatie, aanvoer van grond van elders zonder kwaliteitsgegevens of verspreiding van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van de gegevens. De conclusies zijn deels gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt.

Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor ons, of die wij niet hebben kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek.

Bijlage 1: Ligging van de locatie en kadastrale kaart

Bijlage 2: Boorprofielen en legenda

001

01

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

003

01 0

-8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

1

50

2

100

-100 3

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

150

3 -150

4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig

150

-250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 9 4 .2 4 4 6 2 6 0 8 .7 4

002

01

4

1

250 270

-270 t ype dat um boorm eest er x y

t uin / cm t ov m aaiveld

0

004

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 2 3 .0 2 4 6 2 5 6 9 .2 3

01

02

100 100

3 150

-100 03

-150 4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker geel, ow: geen, zuigerboor handm at ig

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zwak grind, edelm an

150 04

200 200 250 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

50

2

250

gras / cm t ov m aaiveld

0

50

150

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, ow: geen, zuigerboor handm at ig

200

250 t ype dat um boorm eest er x y

-150

170

200

250

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 2

150

klinker / cm t ov m aaiveld

0

-250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 2 2 .6 3 4 6 2 5 3 8 .1 3

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Kor e n m ole n w e g 1 t e H a a k sb e r g e n 2 3 KL0 0 3 N EN 5 1 0 4

t ype dat um boorm eest er x y

-200

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 0 7 3 .8 1 4 6 2 5 9 8 .4 1

005

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

008 0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50

1 -50

2

-50 2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an

100 3

3

150

150 4

4

200

-200

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 1 8 .2 6 4 6 2 6 4 3 .2 5

200 t ype dat um boorm eest er x y

006

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-200

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 7 0 .9 6 4 6 2 5 7 5 .7 8

009 0

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

01

50

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

50 2

02

100

-100 3

100

-100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an

03

150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, zwak grind, edelm an

150 4

04

200 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, geel, ow: geen, edelm an

100

t ype dat um boorm eest er x y

gras / cm t ov m aaiveld

0

-200

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 1 9 .2 4 4 6 2 5 7 6 .3 3

200 t ype dat um boorm eest er x y

007

braak / cm t ov m aaiveld

0 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an

03

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zwak grind, edelm an

50

100

-200

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 4 7 .3 2 4 6 2 6 3 7 .4 0

010 0

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50

-100

t ype dat um boorm eest er x y

-200

0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an -50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 7 0 .8 3 4 6 2 6 3 8 .8 0

150

011

04 200 t ype dat um boorm eest er x y

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 4 7 .4 5 4 6 2 6 0 5 .8 3

1 50 t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

gras / cm t ov m aaiveld

Kor e n m ole n w e g 1 t e H a a k sb e r g e n 2 3 KL0 0 3 N EN 5 1 0 4

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an -50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 9 4 .4 7 4 6 2 6 4 1 .5 8

012

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

gras / cm t ov m aaiveld 01

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 0 .4 4 4 6 2 6 0 0 .1 2

gras / cm t ov m aaiveld 01

gras / cm t ov m aaiveld

-50

gras / cm t ov m aaiveld

klinker / cm t ov m aaiveld

0

-8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50

01 -50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 1 7 .8 5 4 6 2 6 1 0 .7 0

50 t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 4 7 .6 3 4 6 2 5 7 3 .9 9

021 0

Kor e n m ole n w e g 1 t e H a a k sb e r g e n 2 3 KL0 0 3 N EN 5 1 0 4

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

1

t ype dat um boorm eest er x y

1

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 7 1 .3 8 4 6 2 6 0 7 .0 8

016

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50

0

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 9 4 .4 7 4 6 2 5 7 6 .2 0

020 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

1

t ype dat um boorm eest er x y

1

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 2 7 .2 6 4 6 2 6 1 3 .1 5

015

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an -50

0

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 4 2 .0 5 4 6 2 5 7 7 .0 3

019 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

50 t ype dat um boorm eest er x y

1 -50

014

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

50

0

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 4 2 .6 1 4 6 2 6 1 2 .6 4

018 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

013

t ype dat um boorm eest er x y

1

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 4 2 .3 3 4 6 2 6 4 5 .4 7

0

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

017 0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an -50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 0 .4 7 4 6 2 5 7 0 .0 2

022

gras / cm t ov m aaiveld

0 01

-50

gras / cm t ov m aaiveld 1

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 1 .4 4 4 6 2 5 3 7 .2 6

gras / cm t ov m aaiveld 1

gras / cm t ov m aaiveld

-50

gras / cm t ov m aaiveld 1

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

1 -50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 9 4 .5 1 4 6 2 5 4 3 .5 2

50 t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 2 4 .5 4 4 6 2 5 1 6 .6 7

031 0

Kor e n m ole n w e g 1 t e H a a k sb e r g e n 2 3 KL0 0 3 N EN 5 1 0 4

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

50 t ype dat um boorm eest er x y

1

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 7 1 .5 6 4 6 2 5 4 2 .1 3

026

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50

0

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 1 .4 4 4 6 2 5 1 4 .8 6

030 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

1

t ype dat um boorm eest er x y

1

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 4 7 .6 3 4 6 2 5 4 0 .6 0

025

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an -50

0

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 4 1 .8 1 4 6 2 5 4 7 .1 4

029 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

50 t ype dat um boorm eest er x y

1 -50

024

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50

0

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 1 8 .5 8 4 6 2 5 4 4 .9 1

028 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

023

t ype dat um boorm eest er x y

1

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 0 7 6 .0 0 4 6 2 5 6 9 .1 1

0

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

027 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an -50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 4 7 .7 7 4 6 2 5 1 9 .1 8

032

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

gras / cm t ov m aaiveld 01

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 0 7 8 .0 7 4 6 2 6 1 6 .9 7

gras / cm t ov m aaiveld

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 3 1 .2 3 4 6 2 5 9 2 .0 7

117 0

0

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 1 .3 0 4 6 2 6 1 8 .7 8

t ype dat um boorm eest er x y

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 7 .9 1 4 6 2 5 7 4 .1 4

118 0

035

gras / cm t ov m aaiveld

0 01 50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an -50

t ype dat um boorm eest er x y

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 2 3 .6 9 4 6 2 6 2 1 .2 4

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 1 5 .2 2 4 6 2 5 8 1 .7 3

119

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

t ype dat um boorm eest er x y

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep -18

klinker / cm t ov m aaiveld -8

0

036

klinker / cm t ov m aaiveld -8

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

50

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

01

t ype dat um boorm eest er x y

1 -50

034

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

50

0

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 2 0 7 .0 3 4 6 2 6 2 7 .6 8

038 0

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

033

t ype dat um boorm eest er x y

1

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 7 1 .2 8 4 6 2 5 2 1 .5 4

0

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

037 0

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 5 .0 9 4 6 2 5 8 8 .2 2

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep -18

braak / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, schep -10

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 5 7 .5 1 4 6 2 6 2 3 .7 9

120 0

t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Kor e n m ole n w e g 1 t e H a a k sb e r g e n 2 3 KL0 0 3 N EN 5 1 0 4

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 2 .2 8 4 6 2 5 8 5 .4 9

braak / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, schep -10

121 0

t ype dat um boorm eest er x y

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 0 9 6 .7 1 4 6 2 5 7 9 .1 5

122

123 0

t ype dat um boorm eest er x y

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep t ype dat um boorm eest er x y

-18

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 0 9 8 .8 7 4 6 2 5 4 8 .2 8

-18

klinker / cm t ov m aaiveld

0

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep t ype dat um boorm eest er x y

-18

-8

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 7 .2 6 4 6 2 5 5 8 .1 3

-18

201

01

klinker / cm t ov m aaiveld

braak / cm t ov m aaiveld

0

-8

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 8 .0 2 4 6 2 5 6 8 .1 3

-8

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep

128

klinker / cm t ov m aaiveld -8

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 1 .6 9 4 6 2 5 7 4 .3 2

klinker / cm t ov m aaiveld

0

-8

0

t ype dat um boorm eest er x y

127

klinker / cm t ov m aaiveld

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep

01 50

-18

02 100

-100 03

124 0

t ype dat um boorm eest er x y

125 0

t ype dat um boorm eest er x y

150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, zwak grind, edelm an

150

klinker / cm t ov m aaiveld 04

-8

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 0 8 3 .0 5 4 6 2 5 6 5 .8 3

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep

200 -18

250

250 t ype dat um boorm eest er x y

klinker / cm t ov m aaiveld

-250

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 0 .2 1 4 6 2 5 8 2 .8 1

-8

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 0 8 9 .7 2 4 6 2 5 5 9 .3 6

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep

202

-18

klinker / cm t ov m aaiveld

0

-8 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

50

126 0

t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, edelm an

klinker / cm t ov m aaiveld

100 -8

in sp e ct ie g a t 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 0 9 4 .8 0 4 6 2 5 5 4 .7 0

50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep -18

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-50

Kor e n m ole n w e g 1 t e H a a k sb e r g e n 2 3 KL0 0 3 N EN 5 1 0 4

t ype dat um boorm eest er x y

-100

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 1 .2 7 4 6 2 5 8 2 .9 0

203

-8 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

03

50

-50

100 t ype dat um boorm eest er x y

-100

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 0 .4 9 4 6 2 5 8 1 .4 3

-8 05 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an

-50

100

-100

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 9 .6 6 4 6 2 5 7 5 .8 8

braak / cm t ov m aaiveld

0

50

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen kolen, edelm an, brand rest en, gest aakt op 0,7 wort el

02 -70 -100

03 150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

01 -50

100

02

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

50 02

-8 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

401

klinker / cm t ov m aaiveld

0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

t ype dat um boorm eest er x y

301

01

303

klinker / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an

t ype dat um boorm eest er x y

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 2 3 .7 3 4 6 2 6 0 0 .0 7

150 04

402

200

braak / cm t ov m aaiveld

0 250

250 t ype dat um boorm eest er x y

-250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 1 1 .0 5 4 6 2 5 7 6 .8 8

302

-50

100 t ype dat um boorm eest er x y

0

-100

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 2 5 .4 3 4 6 2 6 0 3 .6 0

-8 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

50

403

-50 02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , grijs, ow: geen, edelm an

100 t ype dat um boorm eest er x y

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, edelm an

50

klinker / cm t ov m aaiveld

0

01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen kolen, edelm an

-100

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 0 7 .3 3 4 6 2 5 7 8 .5 0

01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen kolen, edelm an, brand rest en

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

50

0

-50

100 t ype dat um boorm eest er x y

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

braak / cm t ov m aaiveld

0

Kor e n m ole n w e g 1 t e H a a k sb e r g e n 2 3 KL0 0 3 N EN 5 1 0 4

-100

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 3 2 .2 0 4 6 2 5 9 7 .3 6

404

braak / cm t ov m aaiveld

0 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal zwart , bruin, ow: geen, sporen kolen, edelm an, brand rest en

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an

50

0

-50

100 t ype dat um boorm eest er x y

-100

g r on d b or in g 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 3 4 .7 2 4 6 2 5 9 6 .0 7

S0 0 1

braak / cm t ov m aaiveld

0 1 3 2 50 t ype dat um boorm eest er x y

sle u f 1 1 -0 1 -2 0 2 3 A. Re it 2 4 7 1 1 7 .0 1 4 6 2 5 8 6 .0 0

0

40x220cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, geel, ow: geen, rest en asbest Ca 20 st uks golfplaat Ca 25 st uks op m aaiveld, bijzonderheidgradat ie bakst een 1 bakst een, schep -30

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, schep -50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Kor e n m ole n w e g 1 t e H a a k sb e r g e n 2 3 KL0 0 3 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage 3: Analyserapporten

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

KLIJN BODEMONDERZOEK B.V. Frans Bouma EG-Weg 1 9636 HX Zuidbroek

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-19923322-NL-P1

Datum Relatienr Opdrachtnr.

19.01.2023 35005721 1230316

ANALYSERAPPORT Opdracht 1230316 Bodem / Eluaat Opdrachtgever Uw referentie

35005721 KLIJN BODEMONDERZOEK B.V. 23KL003 Korenmolenweg 1 te Haaksbergen

Opdrachtacceptatie Monsternemer

Opdrachtgever

13.01.23

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,

AL-West B.V. Dhr. Laurens van Oene, Tel. +31/570788121 Klantenservice

Blad 1 van 13 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1230316 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername

Monster beschrijving

736105

11.01.2023

MM1, 001: 0-50, 005: 0-50, 011: 0-50, 017: 0-50

736110

11.01.2023

MM2, 018: 0-50, 019: 0-50, 026: 0-50, 028: 0-50

736115

11.01.2023

MM3, 007: 0-50, 009: 0-50, 010: 0-50, 015: 0-50

736120

11.01.2023

MM4, 004: 0-50, 013: 0-50, 014: 0-50, 034: 0-50

736125

11.01.2023

MM5, 021: 8-50, 022: 0-50, 023: 0-50, 030: 0-50

Eenheid

736105

736110

736115

736120

736125

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool " *) ".

DOC-13-19923322-NL-P2

MM1, 001: 0-50, 005: 0-50, 011: 0- MM2, 018: 0-50, 019: 0-50, 026: 0- MM3, 007: 0-50, 009: 0-50, 010: 0- MM4, 004: 0-50, 013: 0-50, 014: 0- MM5, 021: 8-50, 022: 0-50, 023: 050, 017: 0-50 50, 028: 0-50 50, 015: 0-50 50, 034: 0-50 50, 030: 0-50

Algemene monstervoorbehandeling S

Voorbehandeling conform AS3000

-++

-++

-++

-++

-++

S Droge stof Fracties (sedigraaf)

%

-85,1

-82,8

-86,6

-82,5

-90,9

S Fractie < 2 µm Klassiek Chemische Analyses

% Ds

-3,3

-4,1

-3,9

-<1,0

-4,0

S Organische stof

% Ds

-3,8

-4,7

-1,7

3,0 --

% Ds S Organische stof Voorbehandeling metalen analyse

--

--

--

--

--

S Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000)

-++

-++

-++

-++

-++

x)

-2,7

S Barium (Ba)

mg/kg Ds

-<20

-<20

-<20

-<20

-<20

S Cadmium (Cd)

mg/kg Ds mg/kg Ds

S Koper (Cu)

mg/kg Ds

S Kwik (Hg)

mg/kg Ds

S Lood (Pb)

mg/kg Ds

S Molybdeen (Mo)

mg/kg Ds

S Nikkel (Ni)

mg/kg Ds

S Zink (Zn) PAK (AS3000)

mg/kg Ds

-<0,20 -<3,0 -5,1 -<0,05 -<10 -<1,5 -<4,0 -<20

-<0,20 -<3,0 -5,0 -<0,05 -11 -<1,5 -<4,0 -25

-<0,20 -<3,0 -5,9 -<0,05 -10 -<1,5 -<4,0 -29

-<0,20

S Kobalt (Co)

-<0,20 -<3,0 -9,7 -<0,05 -13 -<1,5 -<4,0 -32

S Anthraceen

mg/kg Ds

-0,086

-<0,050

-<0,050

-<0,050

-<0,050

S Benzo(a)anthraceen

mg/kg Ds mg/kg Ds

S Benzo(ghi)peryleen

mg/kg Ds

S Benzo(k)fluorantheen

mg/kg Ds

S Chryseen

mg/kg Ds

S Fenanthreen

mg/kg Ds

S Fluorantheen

mg/kg Ds

S Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg Ds

S Naftaleen

mg/kg Ds

-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -0,24 -<0,050 -<0,050 -<0,050 0,56--

-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -0,068 -<0,050 -<0,050 -0,098 -<0,050 0,45--

-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -0,072 -<0,050 -<0,050 0,39--

-<0,050

S Benzo-(a)-Pyreen

-0,059 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -0,063 -0,060 -<0,050 -<0,050 -<0,050 0,48--

S Som PAK (VROM) (Factor 0,7) Aromaten (AS3000)

mg/kg Ds

S Benzeen

mg/kg Ds

S Tolueen

mg/kg Ds

---

#)

---

#)

---

#)

---

-<3,0 -<5,0 -<0,05 -10 -<1,5 -<4,0 -27

-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 #)

0,35--

#)

--Blad 2 van 13

Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Opdracht 1230316 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername

Monster beschrijving

736130

11.01.2023

MM6, 008: 0-50, 020: 0-50, 024: 0-50, 032: 0-50

736135

11.01.2023

MM7, 002: 50-100, 002: 100-150, 002: 150-200, 003: 50-100, 003: 100-150, 003: 150-200, 004: 50-100, 004: 100-150, 004: 150-200

736145

11.01.2023

MM8, 001: 50-100, 001: 100-150, 001: 150-200, 005: 50-100, 005: 100-150, 005: 150-200, 006: 50-100, 006: 100-150, 006: 150-200

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13655688/1