CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening

commissie Ruimte 15 juni 2022, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Rietmolenweg 26, Benteloseweg 41 en Boonkweg ongenummerd’22.271 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in december 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 1 van 14

2

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rietmolenweg 28, op 200 meter ten zuidwesten van de bebouwde kom van Sint Isidorushoeve. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terreindeel heeft de coördinaten x = 244.739 en y = 465.594 en het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Haaksbergen, sectie M, nummer 1148. De Rietmolenweg is ten zuidoosten van de locatie gelegen. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en geheel verhard met klinkers en puingranulaat. Ten noordoosten van de locatie bevindt zich het industrieterrein “Sint Isidorushoeve”. De onderzoekslocatie is gelegen in een overwegend agrarische omgeving. Het te onderzoeken terreindeel wordt momenteel gebruikt als parkeerplaats en opslag van bouwmaterialen. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de uitbreiding van de bestaande bedrijfshal. De onderzoekslocatie is onbebouwd en geheel verhard (klinkers en puingranulaat). Het te onderzoeken terreindeel omvat circa 375 m2.

In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2013; - Boorplan aanvullend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2013; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Terra Agribusiness, december 2018; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2021. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, de gemeente Haaksbergen. Daarbij is de volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige bedrijfsbestemming. - Het te onderzoeken terreindeel was in het verleden deels in gebruik door een transportbedrijf. Over de inrichting van het transportbedrijf is bij de gemeente en opdrachtgever niets bekend. Het terrein is reeds vanaf 1912 bebouwd. - Voor zover bekend is er op het terreindeel nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel.

Op circa 10 meter ten westen van de huidige onderzoekslocatie zijn in de voormalige schuur 2 ondergrondse dieseltanks aanwezig geweest (10000 liter en 3000 liter). De 10000 liter tank is al voor 1998 verwijderd, de 3000 liter tank in 2006. Ter plekke zijn geen verontreinigingen aangetroffen met minerale olie of vluchtige aromaten (zie volgende pagina, toelichting bodemonderzoeken). - Het te onderzoeken deel van het terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. - Het gecertificeerde puingranulaat op de onderzoekslocatie is aangebracht na het herinrichten van het terrein rond 2013 (niet asbestverdacht; bron: eigenaar). - Aan de noordwestgrens van de locatie was in het verleden een landweg gelegen. Deze Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 2 van 14

weg was vermoedelijk verhard met puin. Het puin is bij het opheffen van de weg verwijderd. - Vanwege het gebruik en de historie wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie beschouwd als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. - Er hebben eerder bodemonderzoeken plaatsgevonden op/nabij de huidige onderzoekslocatie. Deze wordt hieronder nader toegelicht. Kruse Milieu BV, verkennend bodemonderzoek Rietmolenweg 28 te Haaksbergen, d.d. 26 juni 2013 met projectnummer 13023910 De aanleiding van het onderzoek was de geplande transactie van het terreindeel deels op en direct ten westen van de huidige onderzoekslocatie. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: In de bovengrond is een licht verhoogde PAK-gehalte aangetoond. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium en molybdeen aangetoond. De peilbuis is ter plekke van de voormalige afleverzuil en ondergrondse dieseltank van 10000 liter geplaatst, dit is stroomafwaarts van de voormalige werkplaats. In de boven- en ondergrond en het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond met minerale olie. Kruse Milieu BV, aanvullend bodemonderzoek Rietmolenweg 28 te Haaksbergen, d.d. 11 juli 2013 met projectnummer 13028018 De aanleiding van het onderzoek was het aanvullende onderzoek ter plekke van 3 verdachte terreindelen (vml.

ondergrondse dieseltanks van 10000 en 3000 liter en de werkplaats) direct ten westen van de huidige onderzoekslocatie. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: Ter plekke van de voormalige ondergrondse dieseltank van 10000 liter zijn geen verontreinigingen met minerale olie in de boven- en ondergrond aangetoond. Ter plekke van de werkplaats is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen met minerale olie aangetoond. Ter plekke van de ondergrondse dieseltank van 3000 liter zijn in de bovengrond en in het grondwater geen verontreinigingen met minrale olie of vluchtige aromaten aangetoond. In de ondergrond is een zeer licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond en in het grondwater. Terra Agraibusiness, verkennend bodemonderzoek Rietmolenweg 26 te Haaksbergen, d.d. 5 december 2018 met projectnummer 2018-152 De aanleiding van het onderzoek was in het kader van de voorgenomen aanleg van kabels en/of leidingen direct ten westen van de huidige onderzoekslocatie. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is vanwege de lage grondwaterstand niet onderzocht. In het mengmonster is asbest aangetoond in een gehalte ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 3 van 14

Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - De locatie is nabij het glaciale dal Rekken-Haaksbergen-Hengelo gelegen. - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 22.9 meter boven NAP. - De basis van het glaciale dal wordt gevormd door tertiaire afzettingen; de diepte tot de basis bedraagt 30 tot 70 meter min maaiveld. - Het watervoerend pakket is opgebouwd uit een afwisseling van matig fijn tot matig grof zand en klei (Formatie van Drente). Het afdekkend pakket bestaat uit fijn slibhoudend zand, klei en veenlagen (Eemformatie en Formatie van Twente). - De hydraulische weerstand van het afdekkend pakket, dat een maximale dikte van 35 meter heeft, is niet bepaald. Het doorlatend vermogen is ongeveer 100 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. De grondwaterstromingsrichting is west-noordwestelijk gericht. - Er bevindt zich geen oppervlaktewater in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Er bevindt zich in de omgeving van de onderzoekslocatie geen waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 4 van 14

3

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De onderzoeksstrategie en het boorplan zijn afgestemd met.de opdrachtgever. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, wordt de bovengrond als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest beschouwd. De hypothese "verdachte locatie" uit NEN5740 (VED-HE) en NEN5707 (VED-HE) wordt voor de bovengrond van de locatie gebruikt.

De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 (ONV-NL) wordt voor de ondergrond en het grondwater gebruikt. De laatste hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden.

Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 5 van 14

Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 375 m² worden in totaal 5 inspectiegaten, gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezig-heid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Twee inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. De inspectiegaten worden in verband met eerder uitgevoerde bodemonderzoeken gecodeerd als 41 tot en met 45. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur.

Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Het asbestmonster wordt onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 4 grondmengmonsters samengesteld (waarvan 1 mengmonster van de fijne fractie) en er wordt 1 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (2x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Bovengrond (1x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 6 van 14

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 7 van 14

De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS).

Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 8 van 14

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in december 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 8 december 2021 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 5 inspectiegaten gegraven. Twee inspectiegaten zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot 2.0 m-mv en 1 diepe boring is met behulp van een zuigerboor verdiept en afgewerkt met een peilbuis (PB 41). Op het westelijke deel van de onderzoekslocatie is ter plekke van de boringen 41, 42 en 45 tot maximaal 0.5 m-mv puingranulaat, asfaltgranulaat of grof puin aangetroffen (visueel asbestvrij). Deze verhardingslaag behoort niet tot de scope van dit onderzoek. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van asfaltgranulaat, grind, klinkers en struiken, niet (goed) geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie.

Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of puingranulaat. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit matig fijn, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 2 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

41

0.4 - 0.9

Sporen puin

42

0.5 - 0.8

Sporen puin

43

0 - 0.55

Sporen puin

44

0.3 - 0.75

Sporen puin

45

0.3 - 0.55

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 9 van 14

Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

BG I (sporen puin)

41 45

0.4 - 0.9 0.3 - 0.55

NEN5740standaardpakket

BG II (sporen puin)

42 43 44

0.5 - 0.8 0 - 0.5 0.3 - 0.75

NEN5740standaardpakket

OG I (visueel schoon)

41 42 42

0.9 - 1.4 0.8 - 1.2 1.2 - 1.6

NEN5740standaardpakket

MM FF - 01 (sporen puin)

41 42 43 44 45

0.4 - 0.9 0.5 - 0.8 0 - 0.5 0.3 - 0.75 0.3 - 0.55

Asbest

Op 15 december 2021 is peilbuis PB 41 bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

PB 41

1.80 - 2.80

1.25

5.94

EC Troebelheid Toestroming (μS/cm) (NTU) 740

1.26

Goed

De waarden voor de pH, de EC en de troebelheid worden als normaal geacht. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG II) en in het grondwater (PB 41) zijn lichte verontreinigingen gemeten, deze zijn weergegeven in tabel 5. In de bovengrond (BG I) en in de ondergrond (OG I) zijn geen verontreinigingen gemeten.

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 10 van 14

Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).

1

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrond1of streefwaarde

Interventiewaarde

Zink

99

233.1 *

140

720

Molybdeen

15

15 *

5.0

300

Monster

Component

BG II PB 41 AW2000

In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW en/of S; * concentratie groter dan Aw en/of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, zijn er lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG II - Zink Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Het licht verhoogde gehalte aan zink is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 41 - Molybdeen Het licht verhoogde gehalte aan molybdeen in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen aangetroffen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem.

In een eerder uitgevoerd bodemonderzoek is eveneens een licht verhoogd gehalte aan molybdeen in het grondwater aangetroffen (Kruse Milieu BV, juni 2013). Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk. Resultaten van de asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de fijne fractie van mengmonster MM FF - 01 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 11 van 14

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Robé Bedrijfsdeuren is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 375 m² aan de Rietmolenweg 28 te Haaksbergen. De onderzoekslocatie is onbebouwd en verhard (klinkers, puin- en asfaltgranulaat). De aanleiding van dit onderzoek is de geplande uitbreiding van de bestaande bedrijfshal. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater worden beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 5 inspectiegaten gegraven, waarvan 2 gaten zijn verdiept en één diepe boring is afgewerkt met een peilbuis (PB 41). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld, in het puingranulaat of in de bodem. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 1.25 m-mv.

Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met zink; - de ondergrond (OG I)) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 41) is licht verontreinigd met molybdeen; - MM FF - 01 bevat geen asbest. Hypothese De hypothese "verdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "asbestverdachte locatie" kan worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG II) en in het grondwater (PB 41) zijn enkele veronteinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I) en in de ondergrond (OG I) zijn geen verontreinigingen gemeten. Aangezien de gemeten gehalten de tussenwaarden niet overschrijden, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. In de fijne fractie van mengmonster MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen uitbreiding, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 12 van 14

Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 13 van 14

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Haaksbergen Kruse Milieu BV, verkennend bodemonderzoek Rietmolenweg 28 te Haaksbergen, d.d. 26 juni 2013 met projectnummer 13023910 Kruse Milieu BV, aanvullend bodemonderzoek Rietmolenweg 28 te Haaksbergen, d.d. 11 juli 2013 met projectnummer 13028018 Terra Agraibusiness, verkennend bodemonderzoek Rietmolenweg 26 te Haaksbergen, d.d. 5 december 2018 met projectnummer 2018-152 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen

(INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 34 E, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 21074316

Pagina 14 van 14

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2013 Boorplan aanvullend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2013 Boorplan verkennend bodemonderzoek Terra Agribusiness, december 2018 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2021

Rietmolenweg 28 in Haaksbergen

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 21074316 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 34 E

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11588290/1