Brief AbRvS d.d. 13 maart 2025 met StAB-verslag d.d. 6 maart 2025 (GEANONIMISEERD)
Tekst van het document
brenk Afdeling bestuursrechtspraak ee.
a
ee
ee.
.
ee
en
e
Betreft
:
Raad
T.E.P.A
Lam
Postbus
1094
6501
BB
van
de
Spe Pagina
2025
maart
Uw
nummer
202201298/2/R3
kenmerk
20240503-2851938/1-TL/iz
Inlichtingen
Onderwerp
Mw.
Haaksbergen
(geanonimiseerd)
070-4264542
Bestemmingsplan Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1 partiële herziening
Procedure
uitbreiding
Beroep
U
bovengenoemde treft
kunt
Utz
heer/mevrouw,
Geachte
Dat
dake jet
NIJMEGEN
Ons
In de
1
Haaksbergen
gemeente
Datum
13
eee.
u
uw
gelegenheid
hierbij
procedure
en
deskundigenverslag uitgebracht
een
aan
de
Afdeling.
aan.
zienswijze tot
is
het
op
met
10
verslag schriftelijk
april
naar
voren
brengen.
U
hebt
hiervoor de
2025.
Privacy De Afdeling stuurt de stukken die u stuurt, door aan de andere partijen. Houdt u daar rekening mee als u stukken met privacygevoelige informatie stuurt. Voor meer informatie gaat
u
naar
Aangezien
www.raadvanstate.nl/privacyverklaring. dit
bericht
geautomatiseerd is aangemaakt,
is dit niet ondertekend.
Hoogachtend, de griffier
4290477(7AC)
Postbus
20019
-
2500
Bij correspondentie
EA
Den
de datum
en
Haag het
-
T 070
nummer
426
van
44
deze
26
brief
-
F 070
365
vermelden
13
80
-
www.raadvanstate.nl
s- STAB GERECHTELIJKE
_
Raad
van
OMGEVINGSDESKUNDIGEN
State
Afdeling bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA Den
Haag
Uw kenmerk
Uw
202201298/2/R3
6 november 2024
brief
Kenmerk
Datum
STAB-41978
6 maart
2025
Onderwerp Bestemmingsplan "Bedrijventerrein Stepelerveld, fase Utz" te gemeente
Haaksbergen
In antwoord op
brief van
uw
vrijdag
5 november
1 partiële
2024 ontvangt
herziening uitbreiding Uzin
u
hierbij het gevraagde
verslag. Ik verzoek
u
mij te zijner tijd op de hoogte
te stellen van
de
uitspraak
in dit
geschil
(geanonimise rd) (geanonimiseerd)
Contactpersoon:
A
Telefoonnummer:
070-3150150
Mobiele tel. nr:
(geanonimiseerd) OR | (geanonimiseerd) estab.nl B
E-mailadres:
T
4317031501
E_info@stab.nl W stab.nl
50
(geanonimiseerd) |
Bezuidenhoutseweg 60
Postbus 95928
2594 AW
2509 CX
Den
Haag
Den
IBAN
NL33 INGB 0005 0080 21 KvK Den Haag 41159871
Haag _
se: STAB GERECHTELIJKE
Verslag
OMGEVINGSDESKUNDIGEN
ex
artikel 8:47
Algemene
wet bestuursrecht
Opdrachtgever Raad
van
State, Afdeling
Kenmerk
opdrachtgever
bestuursrechtspraak
202201298/2/R3 Datum
opdracht
6 november 2024
Onderwerp Bestemmingsplan "Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1 partiële herziening uitbreiding Utz" te gemeente
Kenmerk
Uzin
Haaksbergen
STAB
STAB-41978
Datum 6 maart
2025
Opstellers ing (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) rm Toetser
ng (geanonimiseerd) mn Waarschuwing In dit rapport
van STAB kunnen persoonsgegevens voorkomen. Persoonsgegevens moeten worden beschermd tegen
onrechtmatige inbreuken op de persoonlijke levenssfeer. Het zonder noodzaak publiceren of delen met derden van dit rapport is een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de personen van wie persoonsgegevens in dit rapport (kunnen) staan.
T E W
431 70315 01 50 infoestab.nl stab.nl
Bezuidenhoutseweg 2594 AW Den Haag
60
Postbus 95928 2509 CX Den Haag
IBAN NL33 INGB 0005 0080 21 KvK Den Haag 41159871
1 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4 1. 5
Samenvatting
2
Inleiding Bestreden besluiten
5 5
Partijen
5 5 6
Kwestie Onderzoeksopdracht
werkwijze
1. 6
Onderzoeksmethode Opzet verslag
2
Feitelijke situatie
9
3 3. 1
Planregelingen
12 12
3. 2
en
6 8
" Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 " "
Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 , partiële herziening
uitbreiding Uzin Utz "
13
4 4. 1
Geschilbeschrijving Beroepsgronden
16 16
4. 2 4. 3
Standpunt verweerder Standpunt derde belanghebbende
16 17
5 5. 1
Bevindingen STAB
18
Onderzoek voor bestemmingsplan uit 2015 Geluidnorm in artikel 3.5 , onder h
18 20
Geluidnorm in artikel 3.5 , onder i Samenhang tussen de normen Geluidbelasting van de poedertoren Maatregelen aan de poedertoren
21 26 28
5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5. 6 5. 7
Gevolgen van het plan
31 33
Appendix
34
Bijlagen
40
STAB-41978
6 maart 2025
1
Samenvatting Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Haaksbergen een herziene versie van het bestemmingsplan " Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 , partiële herziening uitbreiding Uzin Utz " vastgesteld. In dit plan is in opdracht van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State alsnog ingegaan op de aspecten geluid en externe veiligheid. Het plan voorziet in een poedertoren met een hoogte van 42 m bij het bestaande bedrijf van Uzin Utz. Op grond van het bestemmingsplan " Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 " gold op de desbetreffende gronden een maximale bouwhoogte van 16 m. Appellanten wonen en exploiteren een melkveehouderij op een afstand van ongeveer 220 m van de voorziene poedertoren en vrezen voor geluidhinder vanwege de toren. De Afdeling heeft STAB benoemd als deskundige en verzocht onderzoek in te stellen naar het aspect geluid. De Afdeling heeft gevraagd in te gaan op de vraag of de raad voldoende heeft onderzocht wat de geluidbelasting is van de gehele poedertoren en op de samenhang tussen de gestelde geluidsnorm bij de bron in artikel 3.5 , aanhef en onder h , van de
planregels van het besluit van 29 mei 2024 en de door de raad voorgestelde geluidsnorm in artikel 3.5 , aanhef en onder i , van de planregels. Onderzoek naar de geluidbelasting van de gehele poedertoren STAB concludeert dat de akoestische onderzoeken van Royal HaskoningDHV zijn gebaseerd op de resultaten van een eerder onderzoek van Arcadis voor het bestemmingplan " Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 " uit 2015. De normen in artikel 3.5 , onder h en i , zijn van de resultaten van dit onderzoek afgeleid. Door of namens de raad is géén akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de werkelijke , te verwachten geluidbelasting van de poedertoren. Norm in artikel 3.5 , onder h De geluidemissienorm in artikel 3.5 , onder h , van de planregels , voor het bovenste deel van de poedertoren is door verweerder zodanig gekozen dat dit deel van de poedertoren niet leidt tot een significante toename van de geluidbelasting voor appellanten vanwege het
gehele bedrijventerrein. De gekozen normwaarde van 78 dB(A) in artikel 3.5 , onder h , is onnodig streng voor Uzin Utz. Ook met een ruimere geluidemissienorm kan gewaarborgd worden dat aan het door verweerder gehanteerde uitgangspunt wordt voldaan , namelijk dat de geluidemissie van
STAB-41978 16 maart 2025
2
het bovenste deel van de poedertoren niet mag leiden tot een significante toename van de geluidbelasting. STAB is echter van mening dat een norm voor de gehele poedertoren passender zou zijn , omdat de poedertoren één geheel vormt en de geluidbelasting naar de omgeving wordt bepaald door de gehele poedertoren. Het akoestisch onderzoek van Adviesburo Van der Boom
Uzin Utz laat zien dat aan
namens
de gekozen normwaarde kan worden voldaan. De planregel is daarmee uitvoerbaar. Om te kunnen voldoen aan de norm moet het bovenste deel van de poedertoren worden uitgevoerd met goed geïsoleerde geveldelen met een hoge geluidisolatiewaarde. STAB is mening dat het niet nodig is de maatregelen vast te leggen als voorwaardelijke verplichting in de planregels. Het opnemen van een geluidnorrn voor de poedertoren in de planregels geeft voldoende waarborg. van
Voorgestelde (aanvullende) norm in artikel 3.5 , onder i De door verweerder voorgestelde , aanvullende geluidimmissienorm
56 à 57 dB(A) etmaalwaarde in artikel 3.5 , onder i , van de planregels geldt op een afstand van 50 m en ziet op de gehele poedertoren. De norm omvat een bandbreedte en is daardoor onvoldoende van
stelt daarom voor één waarde vast te leggen , zodat duidelijk is boven welke waarde van de geluidbelasting sprake is van strijdig gebruik als bedoeld in artikel 3. 5. Die waarde moet dan lager zijn dan de door verweerder gestelde waarde , zodat gewaarborgd concreet. STAB
blijft dat geen toename van de (totale) geluidbelasting op de woning van appellanten kan optreden. Samenhang tussen de normen in artikel 3.5 , onder h en i Beide normen in artikel 3.5 , onder h en i , begrenzen het geluid
(een deel van) de poedertoren , maar niet op gelijke wijze. De normen zijn op verschillende wijze en los van elkaar tot stand gekomen zijn. STAB komt daarom tot de conclusie dat er feitelijk geen van
samenhang tussen de normen bestaat. De norm in artikel 3.5 , onder h , is strenger dan de norm in artikel 3.5 , onder i. Het is daarom niet ondenkbaar dat in de praktijk aan de ruimere geluidimmissienorm uit artikel 3.5 , onder i , kan worden voldaan , terwijl toch sprake kan zijn
overschrijding van de strengere geluidemissienorm uit artikel 3.5 , onder h. Dat geeft onduidelijkheid. Bij samenhangende normen zou zo'n situatie zich niet kunnen van een
voordoen. STAB stelt voor om in de planregels slechts één norm op te nemen die geldt voor het geluid van de gehele poedertoren. Dat zou bij voorkeur een geluidimmissienorm moeten zijn ,
bijvoorbeeld op een afstand van 50 m van het plangebied , zoals in artikel 3.5 , onder i , is
STAB-4197816
maart 2025 13
mom
voorgesteld. De door verweerder in artikel 3.5 , onder i , voorgestelde normwaarde is echter te ru m
Als uitgangspunt kan worden uitgegaan van een normwaarde die op de woning van appellanten leidt tot een geluidbelasting die 10 dB of meer onder de totale geluidbelasting ligt die voor het gehele bedrijventerrein eerder al planologisch aanvaardbaar is gevonden. Daarbij stelt STAB voor de norm uitsluitend betrekking te laten hebben op het geluid van de poedertoren en niet tevens op andere activiteiten die binnen het plangebied kunnen plaatsvinden. De aanvaarbaarheid van het geluid van die activiteiten is immers ruimtelijk gezien al afgewogen in het bestemmingsplan uit 2015. Bij het stellen van een (passende) geluidimmissienorm , kan de geluidemissienorm in artikel 3.5 , onder h , komen te vervallen. Dit verslag is in concept naar partijen gestuurd. De reacties van partijen , de reacties daarop van STAB en de eventuele aanpassing van het verslag zijn opgenomen in de appendix bij dit verslag. Uit de reacties van partijen op het conceptverslag blijkt dat zij zich kunnen vinden in de voorstellen van STAB. Verweerder is voornemens een nieuw herstelbesluit te nemen.
STAB-41978
6 maart 2025
4
me
mm
HA nel ER 1
Inleiding
1.1
Bestreden
besluiten
Bij besluit van
22 december 2021
gemeente Haaksbergen het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1, partiële herziening uitbreiding Uzin Utz" vastgesteld. Bij uitspraak van 6 september 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de Raad
State de raad
van
gevolgen
van
van
heeft de raad
van
de
opgedragen alsnog onderzoek te doen naar de mogelijke plan met betrekking tot de aspecten geluid en externe
het bestreden
veiligheid en het besluit te herstellen. Op
20 december 2023
een
herstelbesluit
vastgesteld waarin is ingegaan op de
geluid en externe veiligheid.
aspecten
Op
heeft de raad
29 mei
2024 heeft de raad
in het eerste herstelbesluit
een
tweede herstelbesluit
sprake was
van
een
vastgesteld
omdat
gebleken
is dat
omissie.
Partijen
1.2
Appellanten (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 31
anderen, Stepelerveldweg Benthem & Keulen Advocaten)
te
(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)
Haaksbergen, vertegenwoordigd door mr. C.C. Corsten (Van te Utrecht (hierna appellanten | (geanonimiseerd)
Verweerder De raad
van
de gemeente
Haaksbergen, vertegenwoordigd
door
mr.
T.E.P.A. Lam
(Hekkelman advocaten) te Nijmegen. Derde
belanghebbende
Uzin Utz Nederland B.V,
Advocaten)
vertegenwoordigd
door
mr.
L.C.
Dunhof-Lampe (Damsté
te Enschede.
1.3
Kwestie
De
partiële herziening
heeft
betrekking
op
een
deel
bedrijfsperceel van Uzin Utz het overige ligt dit bedrijfsperceel
van
het
gevestigd aan de Bouwstraat 18 te Haaksbergen. Voor binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1", Op grond van dat bestemmingsplan is een vrijstellingsbevoegdheid opgenomen voor een maximale bouwhoogte van 16 m. Met de voorliggende partiële herziening is tegemoet
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 5
mm
tn
1 Pa
iej
gekomen een
de
aan
hoogte
van
wens
42
van
Uzin Utz
om
een
zogenoemde poedertoren
op te richten met
m.
(geanonimiseerd) wonen en exploiteren een melkveebedrijf aan de MEN
Appellanten
Stepelerveldweg 31. De afstand van de woning tot aan het plangebied bedraagt ongeveer 220 m. Appellanten vrezen voor geluidshinder vanwege het gebruik van de poedertoren. 1.4
Onderzoeksopdracht
Bij brief van
6
november 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak
STAB benoemd
van
de Raad
van
State
als
deskundige. De Afdeling heeft STAB verzocht onderzoek in te stellen en de bevindingen kenbaar te maken in een schriftelijk conceptrapport. Het onderzoek moet zijn gericht op beantwoording van de volgende vragen: “Beschrijf de feiten, de omstandigheden
en
de gevolgen
van
het plan,
voor zover
dit nodig is voor
de
behandeling van de beroepsgronden die betrekking hebben op het aspect geluid. Daarbij vraagt de Afdeling u in het bijzonder in te gaan op de vraag of de raad voldoende heeft onderzocht wat de geluidbelasting is van de gehele poedertoren, die maximaal 42 m hoog mag worden. Ook vraagt de Afdeling u in te gaan op de samenhang tussen de gestelde geluidsnorm bij de bron in artikel 3.5, aanhef en onder h, van de planregels van het besluit van 29 mei 2024 en de door de raad voorgestelde geluidsnorm in artikel 3.5, aanhef en onder ì, van de planregels.” 1.5
Onderzoeksmethode en werkwijze
Het onderzoek is gebaseerd op het
procesdossier, de door partijen aangereikte
nadere
documenten, nadere informatie in antwoord op vragen van STAB gedurende het onderzoek, openbare bronnen alsmede vakinhoudelijke kennis van STAB-adviseurs. Bij het onderzoek is de
STAB-gedragscode in acht genomen. STAB gaat in dit verslag, gelet op het overgangsrecht voor lopende procedures, uit van het wettelijk kader zoals dat gold tot 1 januari 2024, dus voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. STAB heeft het ruimtelijk kader dat in dit verslag aan de orde is, geraadpleegd via www.ruimtelijkeplannen.nl. In het kader
van
het onderzoek hebben de STAB-adviseurs
(geanonimiseerd) en NN (geanonimiseerd) op (GN
12 december 2024 het
plangebied bezocht. Die dag is eerst de situatie bij Uzin Utz aan de Bouwstraat 18. Daar is gesproken met vertegenwoordigers van Uzin Utz en van de gemeente Haaksbergen, te weten (geanonimiseerd) BN (Uzin Utz), MN (geanonimiseerd) (Ergo-Design, Industrial engineer en extern MN (geanonimiseerd) vzin Utz), MN (geanonimiseerd) (Acviesburo Van der Boom, geluidadviseur Uzin Utz), (GN (geanonimiseerd) en BN (geanonimiseerd) (gemeente Haaksbergen), F. van
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 6
—_
mm rata
(geanonimiseerd) (RHD Hv, geluidsadviseur gemeente; via beeldverbinding) en T.E.P.A. Lam B (vertegenwoordiger gemeente). Vervolgens is die dag de melkveehouderij
van
appellanten
(geanonimiseerd) bezocht en GN
gesproken met EN, (geanonimiseerd) ON (geanonimiseerd) en ON (geanonimiseerd) (gelvidedviseur dB-adviseurs). 2025 heeft 8 telefonisch januari (geanonimiseerd) Op B gesproken met L.C. Dunhof-Lampe
(vertegenwoordiger van Uzin Utz). Voorafgaand aan
voorgelegd.
vragen deels
het
gesprek met Deze vragen
verweerder deels
zijn
en
Uzin Utz heeft STAB
mondeling
schriftelijk in de brief van 6 januari 2025
van
Hekkelman
op 19 december 2024 aanvullende stukken ontvangen
de gemeente. In de desbetreffende hoofdstukken wordt
voor
zover
naar
en
op 7 januari 2025
deze stukken
verwezen
zij als bijlage bij het verslag zijn gevoegd.
conceptverslag (bijlage STAB-1.2)
kregen
(bijlage STAB-1.1). Verder zijn
Uzin Utz
van
van
Het
schriftelijk een aantal tijdens het gesprek en
beantwoord
in eerste instantie tot
conceptverslag
te reageren.
is op 29 januari 2025 12 februari 2025
en
met
Op
verzoek
van
de
partijen verzonden. Partijen mogelijkheid om op het naar
verweerder is de
reactietermijn verlengd tot en
met 26 februari 2025.
Op
10 februari 2025 is een reactie
1.3). Op Een
26 februari 2025
deel van
bijlage
betrekking
STAB-1.4). Die reacties
eventuele
aanpassingen
Uzin Utz heeft in de Boom
is een reactie
reactie heeft
van
appellanten
namens
derde
namens
op de
en
de reactie
het
verslag zijn
(geanonimiseerd) ontvangen (bijlage STAB(EN
belanghebbende
Uzin Utz ontvangen.
gepresenteerde feiten in het conceptverslag (zie (geanonimiseerd) zijn door STAB behandeld en de MM
van
in de
appendix bij dit verslag toegelicht.
brief van 26 februari 2025 verder aangegeven dat Adviesburo Van der
aanvullend akoestisch onderzoek heeft
gedaan
naar
aanleiding
van
het advies
van
STAB in het
conceptverslag (bijlage STAB-1.5). Dat onderzoek is gericht op de berekening geluidbelasting van de gehele poedertoren op de gevel van de woning van (geanonimiseerd) en op de geluidsbelasting op 50 m ten oosten van het plangebied. Het B desbetreffende onderzoeksrapport van 25 februari 2025 is bij het verslag gevoegd (bijlage van
de
STAB-1.6). In de brief van 27 februari 2025
onderzoeksrapport
beoordeling herstelbesluit advies
van
van
van
is namens
Van der Boom
26 februari 2025
voor
te
verweerder aangegeven
heeft beoordeeld. Naar
dat RHDHV
het
aanleiding van
deze
(bijlage STAB-1.7) is de raad voornemens
een
bereiden. Met het oog daarop verzoekt de gemeenteraad STAB het
RHDHV in het definitieve
verslag
mee
te nemen
en
in het
verslag te vermelden
STAB-41978
of
| 6 maart 2025 | 7
_e
mn zl
aa
op deze manier
een
Stepelerveldweg STAB
aanvaardbaar
31 is geborgd
kan in deze fase
eventuele
van
plaatsvinden
van
de
woning
de
aan
het advies
van
RHDHV
van
verweerder voldoen. Een
(en het nieuwe onderzoek van
nadat verweerder het herstelbesluit heeft genomen
Van der en
alle
op de nieuwe onderzoeken.
te reageren
Opzet verslag
In hoofdstuk 2 van het
verslag
wordt de
beschreven. In hoofdstuk (geanonimiseerd) BN relevante
leefklimaat ter plaatse
(bijlage STAB-1.8).
partijen in de gelegenheid zijn gesteld 1.6
en
het proces niet aan het verzoek
beoordeling van
Boom) kan pas
woon-
feitelijke situatie van
3 wordt
een
overzicht
Uzin Utz
en van
appellanten
procedure en de 4 wordt de geschilbeschrijving opgenomen van
de
planregelingen gegeven. In hoofdstuk en in hoofdstuk 5 volgen de bevindingen van STAB.
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 8
_
Em El
Feitelijke situatie
2
Ten noorden
van
de bebouwde kom
ligt het recentelijk ontwikkelde bedrijventerrein
Stepelerveld, fase 1. Het bedrijventerrein wordt ontsloten via de Bouwstraat en is omgeven door hoog opgaand groen. Een groot deel van dat bedrijventerrein is eigendom van het bedrijf Uzin Utz dat verschillende producten voor vloersystemen vervaardigt, zoals producten voor het verwerken of afwerken van dekvloeren, vloerbedekkingen, tegels, gietvloeren en parket. de Bouwstraat
aan
46.871 voor
m?,
het
hebben
waarvan
Het
bedrijfsonderdeel
18 op het
Uzin Utz Nederland B.V. is sinds 2014
bedrijventerrein.
10.330 m? is bebouwd
met
Het
bedrijfsperceel
kantoren, productie-
gevestigd
Uzin Utz meet
van en
opslagruimten
en
overige is voorzien van verhardingen. De overige 4 ha zijn nog niet ontwikkeld en een natuurlijke inrichting (zie afbeelding 2.1; zie voorts de foto's in bijlage STAB-
2.1)
©)
Waetech Nae
Technische Installaties
Bed NS
Afbeelding van
2.1
-
Luchtfoto omgeving
(geanonimiseerd) (bron: GoogleMaps). B
Erve
Breakfast Richters
en
plangebied, met links het bedrijf van Uzin Utz en bij de rode markering de veehouderij
vergevorderde plannen voor de verdere inrichting van het bedrijfsperceel met een extra opslag- en expeditieruimte ten noorden van het bestaande bedrijfsgebouw. Verder wenst Uzin Utz een poederfabriek voor de productie van egalisatie en tegellijm te Uzin Utz heeft
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 9
_ ve
ana AEL ael realiseren ten oosten
van
het bestaande
bestemmingsplan voorziet, maakt verdere
toelichting
bedrijfsgebouw.
onderdeel uit van deze
De
poedertoren waarin dit poederfabriek (zie voor een
de uitbreidingsplannen bijlagen STAB-2.2 en STAB-2.3). Ten oosten van het bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1, liggen de weidegronden van het melkveebedrijf van appellanten WN (geanonimiseerd) Het bedrijfsperceel van MN (geanonimiseerd) ligt aan de
Stepelerveldweg Op
het
op
31 (zie de rode
bedrijfsperceel
pijl op afbeelding 2.1). (de rode markering
staat het woonhuis
noorden daarvan staan de melkveestallen. Ten westen
van
afbeelding 2.2). Ten de woning staat de wagenloods op
jongveestal. Het perceel grasland dat aansluit op de jongveestal dient voor het grazen van jongvee als ze voor het eerst uit de stal komen. Op afbeelding 2.1 is te zien dat dat grasland direct grenst aan het hoog opgaand groen langs en
daar
staat de
ten westen
weer
bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1. Bij het bezoek van STAB heeft MN (geanonimiseerd) aangegeven dat hij vooral vreest voor plotselinge geluiden omdat het jongvee snel schrikt en dan in paniek vlucht met mogelijk ernstige verwondingen
Afbeelding 2.2
-
tot
gevolg.
Luchtfoto
van
het bedrijfsperceel van
(geanonimiseerd) (bron: GoogleMaps). WM
(geanonimiseerd) zijn Volledigheidshalve merkt STAB op dat de graslanden en de boerderij van (GGN in de fase van de van het opgenomen volgende ontwikkeling bedrijventerrein, zo blijkt uit figuur 2.3 van de toelichting van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Stepelerveld, fase afbeelding 2.3). Wat de gevolgen hiervan zijn moment nog niet duidelijk. 1" zie
voor
appellanten EEEN (geanonimiseerd) is op dit
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 10
wow
Afbeelding 2. 3 - Figuur 2. 3 van de toelichting bestemmingsplan " Bednjventerrein Stepelerveld , fase 1."
1
STAB-41978 16 maart 2025 111
3
Planregelingen
3. 1
"
Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 "
Het bestemmingsplan " Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 " (vastgesteld op 16 december 2015) voorziet in de aanleg van de eerste fase van het bedrijventerrein Stepelerveld ten noorden van de kern Haaksbergen.
Afbeelding 3. 1- Plangebied bestemmingsplan " Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1."
Ter plaatse van het bedrijf Uzin Utz hebben de gronden de enkelbestemming " Bedrijventerrein " met de functieaanduiding " bedrijf tot en met categorie 4.1 " gekregen. De
STAB-41978 16 maart 2025 112
bedrijven tot en met categorie 4,1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'Bedrijventerreinen', die als bijlage bij deze regels is gevoegd (zie artikel 3.1, onder b). Het gehele bestemmingsvlak is tevens aangeduid als bouwvlak dat voor gronden zijn daarmee
bestemd
voor
(artikel 3.2.1, onder b). In artikel 3.2.1, onder c, is voor bedrijfsgebouwen een bouwhoogte van maximaal 12 m vastgelegd. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1, onder c, en toestaan dat de hoogte over een oppervlakte van niet meer dan 25% van de bebouwde maximaal 80% bebouwd mag worden
oppervlakte wordt verhoogd tot niet meer dan 16 m, indien dit uit oogpunt van bedrijfsvoering dan wel architectuur noodzakelijk is (artikel 3.3.1, onder a.). bestemmingsplan "Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1" is naar aanleiding van de (geanonimiseerd) gewijzigd vastgesteld. Zij voerden aan dat de zienswijze van appellanten MW Het
akoestische situatie
zienwijzen
van
de
van
de eerste fase op de
is aangeven dat inderdaad
woning
niet in beeld is gebracht. In de Nota
ook de akoestische situatie
van
de eerste fase op
gebracht had moeten worden. Met het akoestisch onderzoek van Arcadis is dit alsnog gebeurd. De conclusie uit dit onderzoek is dat voor het aspect geluid sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het onderzoeksrapport “Bedrijventerrein Stepelerveld Geluid; gemeente Haaksbergen” van 25 november 2014 is als bijlage 8 bij de woning
toelichting 3.2
in beeld
van
het
plan gevoegd.
"Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1, partiële herziening uitbreiding Uzin Utz”
Bij besluit van
22 december
2021
heeft de raad
van
de gemeente
Haaksbergen
het
bestemmingsplan "Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1, partiële herziening uitbreiding Uzin Utz" vastgesteld. Dit bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om een zogenoemde poedertoren
met een
hoogte
van
42
m
te realiseren ten
oosten
van
de
huidige
partiele herziening heeft alleen maar betrekking op de gronden waarop deze poedertoren is voorzien. De desbetreffende gronden hebben de enkelbestemming "Bedrijventerrein" uit het vorige plan behouden. De gronden zijn nu voorzien van de bouwaanduiding “specifieke bouwaanduiding poedertoren". bedrijfsvestiging.
De
—
In artikel 3.2.1, onder
b, is de maximale bouwhoogte
gebouw gehandhaafd op 12 m. In afwijking daarvan is onder c bepaald dat ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding poedertoren" de bouwhoogte van de poedertoren over een oppervlakte van
een
—
van
maximaal 1.000 m? niet meer mag bedragen dan 42
m.
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 13
Een poedertoren is in artikel 1. 39 gedefinieerd als een: bouwonderdeel van een productieproces , bestaande uit silo's , tussenweeg- , voorrneng- , weegen/of menginstallaties die boven elkaar zijn gesitueerd , waarbij door middel van de zwaartekracht de poedervormige grondstoffen droog gemengd worden in de juiste samenstelling en verpakkingen , door gebruik te maken van afzak- en palletiseringsinstallaties. Voorbeelden van de gemengde producten zijn cement- of gipsgebonden reparatie- of egaliseermiddelen , waaronder begrepen poeder voor tegellijmen. " "
route
Kabelstraat
é
8 Linnenstraat
Smedenistraat
Witraat
Afbeelding 3. 2- Plangebied voorliggend bestemmingsplan.
Naar aanleiding van het beroep heeft de Afdeling bij uitspraak van 6 september 2023 (kenmerk: 202201298/1/R3) de gemeente opgedragen om binnen 16 weken na verzending
STAB-41978 I 6 maart 2025 1 14
uitspraak alsnog onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van het bestreden plan met betrekking tot de aspecten geluid en externe veiligheid. Royal HaskoningDHV (hierna: RHDHV) heeft in navolging van bovengenoemde uitspraak in opdracht van de gemeente een onderzoek ingesteld met betrekking tot de aspecten geluid en externe veiligheid. De uitkomsten van dat onderzoek zijn opgenomen in de notitie “Aanvulling bestuurlijke lus geluid en externe veiligheid herziening Uitbreiding Uzin Utz" van 6 november 2023 (bijlage 4 van de plantoelichting). Uit het geluidonderzoek is gebleken dat het maximaal gezamenlijk geluidvermogen geborgd dient te worden binnen de bestemmingsplanregels. Op 20 december 2023 heeft de raad een herstelbesluit vastgesteld waarbij de volgende regel in het bestemmingsplan is opgenomen (artikel 3.5, onder h): de
van
“Onder strijdig gebruik wordt ook h.
begrepen:
het gebruik van de poedertoren met
dan
meer
een
maximaal
gezamenlijk
geluidvermogen (Lw) van 78 dB(A)” Naar
aanleiding
verweerder
van
de
zienswijze
op dit herstelbesluit
van
appellanten
(geanonimiseerd) heeft (EN
geconstateerd dat de bovenstaande planregel tot gevolg zou
hebben dat de
een gehele poedertoren geldt. Beoogd was voor zover deze boven de stellen voor poedertoren uitstijgt bouwhoogte geluidnorm van 16 m die het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1" reeds mogelijk maakte. De planregel had dus uitsluitend betrekking moeten hebben op het gedeelte van
geluidnorm van
78
dB(A)
poedertoren
de
de
te
de
voor
echter
dat
bouwhoogte en geluidnorm van het lager gelegen deel van de poedertoren (onder de bouwhoogte van 16 m) reeds zijn afgewogen in het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Stepelerveld, fase 1" en dat de partiële herziening
hoger
is dan
16 m. Gesteld
niet voorziet in de
is dat de
wijziging
daarvan.
Op 29 mei 2024 heeft de raad een tweede herstelbesluit vastgesteld om bovenstaande planregel te wijzigen. In het voorliggende plan luidt artikel 3.5, onder h, als volgt: “Onder strijdig gebruik wordt ook h.
gebruiken
begrepen:
of laten
gebruiken van het bovenste deel van de poedertoren met meer dan een maximaal gezamenlijk geluidvermogen (Lw) van 78 dB(A) in het bovenste deel van de poedertoren. Met het bovenste deel de poedertoren op
een
van
de poedertoren
wordt bedoeld het deel van
bouwhoogte (zie artikel 2.1.2 van de planregels)
van
16 meter
en
hoger.”
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 15
4
Geschilbeschrijving
41
_Beroepsgronden
In de reactie
1 juli 2024 op het herstelbesluit
van
medegedeeld
dat
appellanten
van
29 mei 2024 is de
herstelbesluit. Appellanten kunnen zich niet vinden in de motivering de
norm
kan
Afdeling
(geanonimiseerd) zich niet kunnen vinden in het tweede GEM
voldaan, als de poedertoren wordt opgebouwd
van
de raad dat
uit dubbelwandig
staal
er
aan
en
beton met zeer kleine ventilatieopeningen. Onbekend is waarop de raad dit baseert omdat deze informatie niet
volgt uit het rapport van
welke
aan
berekeningen
appellanten
de
motivering
van
bovenstaande materiaaleisen
RHDHV.
Appellanten vragen
zich dan
ook af
de raad ten
grondslag liggen. Tevens menen bijvoorbeeld als voorwaardelijke verplichtingen
in het tweede herstelbesluit hadden moeten worden opgenomen.
Appellanten stellen verder dat de (c.q. het en
raad niet heeft onderzocht wat de
maximaal gezamenlijk geluidvermogen
in hoeverre nog
sprake
is van
een
is) van de
poederfabriek als geheel
goede ruimtelijke ordening.
De raad
uitbreiding van de poederfabriek in zijn beoordeling ten onrechte op te hebben
voor
de
ruimtelijke gevolgen van
Standpunt
4,2
geluidsgevolgen
knipt de in delen, zonder
oog
inrichting als geheel.
verweerder
In de brief van 23 juli 2024
de
de
geluidseffecten zijn
van
namens
de
verweerder is aangegeven
bedrijfsactiviteiten
van
Uzin Utz. De
dat RHDHV is gevraagd
bevindingen
van
om
RHDHV
opgenomen in de notitie “Akoestische aspecten
zijn uitbreiding
Uzin Utz”
van
22
juli 2024:
woning Stepelerveldweg 31 bij Daarin is aangegeven dat voor de uitbreiding met
de
poedertoren te zijner tijd ook een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit zal moeten worden gevraagd. Bij deze aanvraag zal een akoestisch onderzoek worden gevoegd waarin in detail alle relevante geluidbronnen van geheel Uzin Utz aan bod komen. Als geluidnorm zou 56 á 57 dB(A) op en verdedigbaar zijn.
50 meter
uit de grens
van
het
bedrijfsterrein
Uzin Utz reëel
aanleiding van deze notitie is in de desbetreffende brief de Afdeling verzocht zelf in de zaak te voorzien door aan artikel 3.5 van de planregels (strijdig gebruik) het volgende lid Naar
toe te voegen:
i.
gebruiken
of laten
gebruiken van het plangebied van het plan voor activiteiten die een geluidbelasting van meer dan 56 à 57 dB(A) op 50 meter uit de grens van het plangebied veroorzaken.
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 16
4. 3
Standpunt derde belanghebbende
In de brief van 25 juli 2024 is namens Uzin Utz ingegaan op de geluidbelasting van de gehele poedertoren. Aangegeven is dat Adviesburo Van der Boom in de notitie " Akoestische inpassing poedertoren " van 23 juli 2024 en op grond van het " Akoestisch onderzoek uitbreiding Uzin Utz te Haaksbergen " van dezelfde datum heeft aangetoond dat Uzin Utz ook met de uitbreidingsmogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan biedt , aan de geluidnorm van 56 a 57 dB(A) etmaalwaarde op 50 m uit de erfgrens ter plaatse van het plangebied kan voldoen. Geconcludeerd is dat ter plaatse van de dichtstbijzijnde woning sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gesteld is dat Uzin Utz zich aansluit bij het verzoek van de gemeenteraad aan artikel 3. 5 van de planregels toe te voegen als dat nodig blijkt te zijn.
om een
nieuw lid i
STAB-4197816 maart 2025 117
5
Bevindingen
STAB
STAB gaat eerst in op het onderzoeksrapport " Bedrijventerrein Stepelerveld Geluid; gemeente Haaksbergen " (Arcadis; 25 november 2014) dat ten grondslag heeft gelegen aan het bestemmingsplan " Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 " uit 2015. Dit onderzoek is van belang omdat hierin de uitgangspunten zijn beschreven waaronder sprake is van een aanvaardbaar woon- en klimaat vanwege het geluid van het bedrijventerrein. Deze uitgangspunten hebben een rol gespeeld bij de herstelbesluiten die verweerder heeft genomen. Voorts is in de notitie " Aanvulling beStuurlijke lus geluid en externe veiligheid herziening Uitbreiding Uzin Utz " (RHDHV; 6 november 2023) , dat ten grondslag is gelegd aan de herstelbesluiten , gebaseerd op de resultaten van het onderzoek van Arcadis. Daarna gaat STAB in op de geluidnormen in artikel 3.5 , onder li en i van het voorliggende plan , alsmede op de samenhang tussen deze normen. Deze normen zijn gebaseerd op de notitie van RHDHV van 6 november 2023 , respectievelijk op de notitie " Akoestische aspecten woning Stepelerveldweg 31 bij uitbreiding Uzin Utz " (RHDHV; 22 juli 2024). Beide onderzoeken worden besproken. STAB beantwoordt de vraag of de raad met deze onderzoeken voldoende heeft onderzocht wat de geluidbelasting is van de gehele poedertoren.
Vervolgens gaat STAB in op de vraag of er realistische maatregelen zijn te treffen die nodig zijn om aan de geluidnormen te voldoen. Daarbij betrekt STAB de notitie " Akoestische inpassing poedertoren " en " Akoestisch onderzoek uitbreiding Uzin Utz te Haaksbergen " (Adviesburo Van der Boom; 23 juli 2024). Tot slot geeft STAB
5. 1
aan wat
de gevolgen van het plan zijn voor appellanten.
Onderzoek voor besteMmingsplan uit 2015
Voor het bestemmingsplan " Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 " uit 2015 is destijds akoestisch onderzoek gedaan door Arcadis. De uitgangspunten en de resultaten van dit onderzoek zijn gerapporteerd in een rapport van Arcadis van 25 november 2014 (zie bijlage B bij de plantoelichting van het voornoemde plan). Het uitgangspunt voor het bestemmingsplan was dat sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat als de geluidbelasting vanwege het bedrijventerrein op de gevels van
STAB-41978
6 maart 2025
18
woningen niet hoger is dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Om te toetsen of aan deze waarde kon worden voldaan , is destijds door Arcadis een zogenoemd verkavelingsmodel met oppervlaktebronnen opgesteld. Voor de grootste kavel , waar bedrijven tot en met milieucategorie 4. 1 zijn toegelaten (en waarop sinds 2013 onder andere Uzin Utz is gevestigd) , is in het model uitgegaan van een bronvermogen van 64 dB(A) per m2
(oppervlaktebron 04). Voor de twee kleinere kavels , waar bedrijven tot en met milieucategorie 3. 2 zijn toegelaten , is uitgegaan van een bronvermogen van 60 dB(A) per m2 (oppervlaktebronnen 05 en 07). De ligging en omvang van deze oppervlaktebronnen is weergegeven in afbeelding 5. 1. Uit tabel 4 in het rapport van Arcadis volgt dat de geluidbelasting ten gevolge van het hele bedrijventerrein (alle drie de kavels) op de woning van appellanten aan de Stepelerveldweg 31 (rekenpunt 32) 48 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. De geluidbelasting op de woning voldoet daarmee aan de toetswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. In het rapport is daarom geconcludeerd dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Afbeelding 5. 1 - Modellering van de oppervlaktebronnen 04 , 05 en 07 voor de drie kavels. In de afbeelding is ook rekenpunt 32 weergegeven. Bron: rapport van Arcadis uit 2014.
STAB-41978 16 maart 2025 119
5. 2
Geluidnorm in artikel 3.5 , onder h
Met het eerste herstelbesluit (van 20 december 2023) is aan artikel 3. 5 een nieuw onderdeel h toegevoegd , waarin was bepaald dat sprake is van strijdig gebruik wanneer de poedertoren wordt gebruikt met een maximaal gezamenlijk geluidvermogen (Lw) van meer dan 78 dB(A). Met het tweede herstelbesluit (van 29 mei 2024) is deze planregel gewijzigd , omdat de planregel onbedoeld tot gevolg had dat de geluidnorm zou gelden voor de gehele poedertoren. De planregel in artikel 3.5 , onder h , ziet nu uitsluitend op het gebruiken
(of laten gebruiken) van het bovenste deel van cle poedertoren. Met het bovenste deel wordt bedoeld het deel van de poedertoren op een bouwhoogte van 16 m en hoger. De waarde voor het maximaal gezamenlijk geluidvermogen is met het tweede herstelbesluit niet gewijzigd. 78 dB(A) is een geluidemissienorm en heeft betrekking op het maximaal gezamenlijk geluidvermogen van het bovenste deel van de poedertoren. Het De norm
van
geluidvermogen is daarbij een maat voor de hoeveelheid geluidenergie van de bron. De onderbouwing van cle norm is opgenomen in het onderzoek van RHDHV van 6 november 2023 (zie bijlage 4 bij het herstelbesluit). De norm is bepaald op basis van het uitgangspunt dat het geluid van het deel van de poedertoren op een bouwhoogte van 16 m en hoger het onderzoek van RHDHV ook wel de uitbreiding genoemd niet mag leiden tot een
in
-
toename van de geluidbelasting van het gehele
bedrijventerrein op de woning
Stepelerveldweg 31. Zoals in paragraaf 5. 1 in dit hoofdstuk al is beschreven , bedraagt die geluidbelasting volgens het onderzoek van Arcadis 48 dB(A) etmaalwaarde. Dit is niet de geluidbelasting die daadwerkelijk optreedt , maar de geluidbelasting die zal optreden bij invulling van de kavels overeenkomstig de oppervlaktebronnen in dB(A) per m2 uit het onderzoek van Arcadis. RHDHV gaat ervan uit dat een bijdrage aan deze geluidbelasting verwaarloosbaar is als de een
geluidbelasting vanwege de uitbreiding 10 dB lager is dan de strengst mogelijke richtwaarde van 40 dB(A) etmaalwaarde voor een landelijke omgeving. Voor de uitbreiding resteert volgens RHDHV dan een geluidbelasting op de woning Stepelerveldweg 31 van 40 10 = 30 dB(A) etmaalwaarde , ofwel een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 30 dB(A) in de dagperiode , 25 dB(A) in de nachtperiode en 20 dB(A) in de nachtperiode. ' Hiervan uitgaande heeft RHDHV met een rekenmodel teruggerekend wat het maximaal —
In het onderzoek van RHDHV van 6 november 2023 staat op bladzijde 4 in de laatste zin abusievelijk een etmaalwaarde van 20 dB(A) genoemd. Er is echter gerekend met een etmaalwaarde van 30 dB(A) , zoals ook in de zinnen ervoor is genoemd.
STAB-41978 I 6 maart 2025 120
MOM
toelaatbare geluidvermogen van het bovenste deel van de poedertoren mag zijn. RHDHV komt dan op een maximaal toelaatbaar geluidvermogen voor de uitbreiding van 78 dB(A). STAB onderschrijft de berekening van RHDHV. Uitgaande van een maximaal geluidvermogen van 78 dB(A) zal de geluidbelasting van het bovenste deel van de poedertoren op de woning Stepelerveldweg 31 niet hoger zijn dan 30 dB(A) etmaalwaarde. Een dergelijke geluidbelasting is gelet op de aard van de woonomgeving zeer gering. STAB merkt over de norm verder nog op dat door verweerder terecht als uitgangspunt is genomen dat de bouw van een poedertoren tot een hoogte van 16 m is toegestaan op grond van het bestemmingsplan " Bedrijventerrein Stepelerveld , fase 1 " uit 2015 en dat in dat plan al een afweging is gemaakt dat de toegestane bedrijfsactiviteiten (tot maximaal milieucategorie 4. 1) op deze gronden aanvaardbaar zijn. De voorziene poedertoren van 42 m hoog vormt echter één geheel. De geluidbelasting naar de omgeving wordt bepaald door de gehele poedertoren en niet uitsluitend door het bovenste deel. Het is daarom naar de mening van STAB niet logisch om de poedertoren planologisch gezien " op te -
-
knippen " in twee delen en alleen een geluidnorm te verbinden aan het gebruik van het bovenste deel van de poedertoren. Een norm voor de gehele poedertoren zou volgens STAB passender zijn.
5. 3
Geluidnorm in artikel 3.5 , onder i
RHDHV heeft in opdracht van de raad onderzoek gedaan naar een eventuele extra geluidnorm die zou moeten gelden voor de gehele poedertoren , naast de al opgenomen in artikel 3.5 , onder h , van de planregels. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in een notitie van RHDHV van 22 juli 2024 , die als bijlage is opgenomen bij de brief van verweerder van 23 juli 2024 aan de Afdeling. In de brief stelt verweerder zich op het standpunt dat het opnemen van een extra norm in norm
de planregels niet nodig is. De norm zal te zijner tijd geborgd worden in de nog aan te vragen omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit. Uzin Utz heeft deze vergunning nodig voor de beoogde uitbreiding van haar bedrijfsactiviteiten , waaronder de poedertoren (zie hoofdstuk 2 van dit verslag). Volgens verweerder is met het opnemen van deze norm in de omgevingsvergunning gewaarborgd dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar geluidklimaat. Mocht het toch noodzakelijk zijn dat de norm ook in de planregels wordt geborgd , dan verzoekt verweerder de Afdeling om zelf in de zaak te .
voorzien en de extra norm op te nemen in artikel 3.5 , onder i.
STAB-41978 i 6 maart 2025 121
morn
De door RHDHV voorgestelde norm van 56 à 57 dB(A) etmaalwaarde is , anders dan de norm onder h van de planregels , een cjeluidimmissienorm. De norm is berekend op een afstand 50 m uit de grens van het plangebied en ziet op het geluid van activiteiten binnen het plangebied van het plan. Met de verwijzing naar " het plangebied " in het voorstel voor artikel 3.5 , onder i , is bedoeld het plangebied zoals dat op de verbeelding bij de partiële herziening van
is vastgelegd (zie afbeelding 3. 2). Dit plangebied omvat de gronden waarbinnen het is toegestaan een poedertoren te bouwen met een hoogte van 42 m (zie artikel 3.2.1 , onder c , de planregels). Daar waar (het aangepaste) artikel 3.5 , onder h , uitsluitend ziet op een norm voor het geluid van het bovenste deel van de poedertoren (op een bouwhoogte van 16 m en hoger) , ziet het voorstel voor artikel 3.5 , onder i , op het geluid van alle activiteiten binnen het plangebied. STAB maakt hieruit op dat de voorgestelde norm in artikel 3.5 , van
onder i , in ieder geval zal gelden voor het geluid van de gehele poedertoren , dus ook voor het onderste deel. Dat ligt zoals gezegd meer voor de hand dan een norm die uitsluitend geldt voor het bovenste deel. Onderzoek RHDHV 22 juli 2024 Om te komen tot de voorgestelde norm van 56 à 57 dB(A) etmaalwaarde heeft RHDHV een inschatting gemaakt van de deelbijdragen van de drie kavels waarmee in het eerdere onderzoek van Arcadis is gerekend , uitgaande van een totale geluidbelasting van 48 dB(A) etmaalwaarde op de woning Stepelerveldweg 31. Naar schatting van RHDHV zal de
deelbijdrage aan de geluidbelasting op de woning Stepelerveldweg 31 vanwege de gronden van Uzin Utz 46 à 47 dB(A) etmaalwaarde bedragen. Deze woning staat op circa 200 m van de grens van het bedrijventerrein. RHDHV heeft de geluidbelasting van 46 47 dB(A) etmaalwaarde op een afstand 200 m teruggerekend naar een geluidbelasting op een afstand van 50 m van de grens van het bedrijventerrein. De geluidbelasting bedraagt daar 56 a 57 dB(A) etmaalwaarde. STAB merkt over de door verweerder voorgestelde geluidnorm van 56 à 57 dB(A) op dat deze norm een zekere bandbreedte aan geluid toestaat. Dat kan in de praktijk leiden tot
onduidelijkheid. STAB adviseert om een vaste waarde vast te leggen , zodat duidelijk is boven welke waarde sprake is van strijdig gebruik als bedoeld in artikel 3. 5. In het gesprek met STAB hebben de vertegenwoordigers van verweerder en Uzin Utz aangegeven dat zij er geen bezwaar tegen hebben als wordt uitgegaan van 56 dB(A). Ter controle van de voorgestelde norm heeft STAB een rekenmodel opgesteld en een geluidberekening uitgevoerd met het programma Geomilieu (versie V2023. 3). Bij die
STAB-41978 16 maart 2025 122
berekening is aangesloten bij de uitgangspunten van het model van Arcadis uit 2014. 2 Uit de berekening van STAB volgt dat de door Arcadis berekende geluidbelasting van 48 dB(A) etmaalwaarde op de woning Stepelerveldweg 31 bestaat uit de volgende deelbijdragen van de drie kavels (zie bijlage STAB-5. 1A tot en met STAB -5. 1 D): • • •
kavel 04 (milieucategorie 4. 1): 478, kavel 05 (milieucategorie 3. 2): 293,
dB(A) etmaalwaarde; dB(A) etmaalwaarde; kavel 07 (milieucategorie 3. 2): 392, dB(A) etmaalwaarde.
STAB heeft ook berekend wat de deelbijdrage is van de kaveibronnen op de gronden van Uzin Utz binnen kavel 04. STAB is daarbij voor de gronden van Uzin Utz uitgegaan van een maximale oppervlak binnen het bestemmingsvlak van 49. 151 m7 (zie kavel 04-1 in afbeelding 5. 2)? De gehele kavel 04 heeft een oppervlak van circa 74. 357 m2. De deelbijdrage van kavel 04-1 aan de geluidbelasting op de woning Stepelerveldweg 31 is door STAB berekend op 462, dB(A) etmaalwaarde (zie bijlage STAB-5. 2). STAB concludeert dat de door RHDHV in de notitie van 22 juli 2024 geschatte geluidbelasting van 46 47 dB(A) hier goed mee overeenkomt.
2
3
Voor de omvang van de kavels is gebruikgemaakt van de digitale bestanden uit ruimtelijkeplannen. nl. Het model is zodanig opgesteld dat - evenals in het rapport van Arcadis - een geluidbelasting wordt berekend van 48 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de woning Stepelerveldweg 31. Het model van STAB kan op verzoek van partijen worden toegezonden of worden ingezien op het kantoor van STAB. Volgens Uzin Utz geeft het Kadaster voor hun gronden een oppervlak van 46. 871 m2. Voor de berekening van de kaveibronnen gaat STAB echter uit van de bestemmingsvlakken (waarvan de oppervlakte dus iets groter
is).
STAB-41978 i 6 maalt 2025 123
Afbeelding 5. 2 - Model van STAB met de drie kavelbronnen 04 , 05 en 07 , waarbij kavel 04 in het model van STAB is opgedeeld in de kavelbronnen 04-1 en 04. 2. Kavelbron 04-1 omvat de gronden van Uzin Utz.
STAB heeft met hetzelfde rekenmodel berekend welke geluidbelasting optreedt op een punt op een afstand van 50 m ten oosten van de grens van het plangebied. Een geluidbelasting van 462, dB(A) etmaalwaarde op de woning Stepelerveldweg 31 resulteert in een geluidbelasting van 557, dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 m ten oosten van de grens van het plangebied (zie afbeelding 5. 3). Dat komt goed overeen met de ondergrens van de door verweerder voorgestelde norm van 56 à 57 dB(A).
STAB-41978
6 maart 2025 124
Afbeelding 5.3 Resultaten van de door STAB berekende geluidbelasting (in dB(A) etmaalwaarde) vanwege de gronden van Uzin Utz (kavelbron 04-1). De geluidbelasting is berekend op een punt op 50 m afstand van de grens van het plangebied (rekenhoogte 5 m) en ter plaatse van de woning Stepelerveldweg 31 (rekenhoogten 1,5/5/8 m). -
Î
STAB
merkt
berekening van RHDHV op dat de geluidimmissienorm is afgeleid van de door Arcadis berekende geluidbelasting van alle gronden waar
op 50
m
over
de onderliggende
milieucategorie 4.1 zijn toegelaten (zie kavel 04 in afbeelding 5.1). Dat is echter een veel groter gebied (ongeveer 74.357 m?) dan het plangebied van de partiële herziening (ongeveer 4.739 m?) waar in het op
grond van het bestemmingplan
uit 2015
bedrijven
tot en met
verwezen.
De
voorstel
voor
artikel 3.5, onder i, naar wordt
56 à 57
dB(A)
is daarom te
voorgestelde normwaarde van
hoog gesteld in relatie tot de omvang van het plangebied van de nieuwe berekening zal moeten uitwijzen welke (lagere)
partiële herziening. Een normwaarde passend is voor de omvang
van
het
plangebied.
Vergelijking geluidnorm met de vigerende milieuvergunning In het gesprek met STAB is door de akoestisch deskundige MN (geanonimiseerd) van van dB Advies) van appellanten gewezen op het feit dat de voorgestelde (planologische) norm in artikel 3.5, onder i, hoger is dan de norm die in de vigerende milieuvergunning uit 2012 is opgenomen.
STAB-41978
| 6 maart 2025 | 25
n maakt uit de stukken op dat dit ook tijdens de zitting op 6 augustus 2024 aan de orde geweest (zie de pleitnota van Van Benthem & Keulen , onder 4. 6). In voorschrift 7. 1. 1 van de oprichtingsvergunning van 1 mei 20124 is een norm vastgelegd van 50 dB(A) in de dagperiode , 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. Deze waarde gelden op een afstand van 50 m vanaf de grens van de inrichting (zie bijlage STAB-5. 3). STAB
De waarden uit voorschrift 7. 1. 1 komen overeen met een etmaalwaarde van 50 dB(A). De milieunorm kan echter niet zomaar worden vergeleken met de voorgestelde planologische norm. Ten eerste is de planologische norm ontleend aan het voornoemde akoestisch onderzoek van Arcadis. Dat onderzoek ziet niet specifiek op de geluidbronnen van Uzin Utz , maar gaat uit van een algemeen kengetal voor bedrijven in milieucategorie 4. 1. Ten tweede ziet de milieunorm op het huidige , veel kleinere kavel van Uzin Utz , waar de poedertoren geen deel van uitmaakt. De vergunning voor Uzin Utz zal te zijner tijd moeten aangepast de inrichting wordt uitgebreid en vergroot , maar die procedure staat los van de partiële herziening van het bestemmingsplan. STAB acht het aannemelijk dat dan een wanneer
ruimere milieunorm op 50 m nodig zal zijn. Dat volgt indirect al uit het akoestisch onderzoek van 23 juli 2024 dat Van der Boom in opdracht van Uzin Utz voor de poedertoren heeft uitgevoerd. De door Van der Boom berekende geluidbelasting vanwege de poedertoren en aanverwante activiteiten binnen het plangebied bedraagt namelijk al meer dan 50 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 m. De overige activiteiten van de inrichting komen daar dan nog bij. Het rapport van Van der Boom wordt in paragraaf 5. 5 van dit hoofdstuk besproken.
5. 4
Samenhang tussen de normen
De Afdeling heeft gevraagd in te gaan op de samenhang tussen de gestelde geluidnorm bij de bron in artikel 3.5 , aanhef en onder h , van de planregels van het besluit van 29 mei 2024 en de door de raad voorgestelde geluidnorm in artikel 3.5 , aanhef en onder i , van de planregels. STAB is in de paragrafen 5. 2 en 5. 3 op beide normen ingegaan. Daar is beschreven dat de norm in artikel 3.5 , onder h , een geluidemissienorm is voor het geluid van het bovenste deel van
4
de poedertoren. Een overschrijding van deze norm betekent dat sprake is van strijdig
STAB heeft van de gemeente Haaksbergen alle milieuvergunning van Uzin Utz ontvangen. Uit controle is gebleken dat alleen in de vergunning van 1 mei 2012 geluidsnormen zijn opgenomen. De andere vergunning zijn daarom niet bij het verslag gevoegd.
STAB-41978 16 maart 2025 126
gebruik als bedoeld in artikel 3. 5. Uit deze norm vloeit voort dat zeer weinig geluid bij de woning Stepelerveldweg 31 optreedt , maximaal circa 30 dB(A) etmaalwaarde. De voorgestelde norm in artikel 3.5 , onder i , is een geluidimmissienorm voor het geluid van de gehele poedertoren en andere activiteiten binnen het plangebied. Een overschrijding van deze norm betekent ook dat sprake is van strijdig gebruik als bedoeld in artikel 3. 5. Uit deze norm vloeit voort dat meer geluid bij de woning Stepelerveldweg 31 optreedt , circa 46 dB(A) etmaalwaarde.
STAB stelt vast dat beide normen het geluid van (een deel van) de poedertoren begrenzen ,
gelijke wijze. De normen zijn op verschillende wijze en los van elkaar tot stand gekomen zijn. Daarbij is de norm in artikel 3.5 , onder h , strenger dan de norm in artikel 3.5 , onder i. Op grond van de norm onder i is namelijk impliciet een hogere deelbijdrage aan de maar niet op
geluidbelasting op de woning Stepelerveldweg 31 toegestaan. STAB stelt vast dat het voldoen aan de ruimere norm onder i kan leiden tot overschrijding van de strengere norm onder h. Deze discrepantie is het gevolg van het ontbreken van samenhang tussen beide normen.
STAB stelt voor om in de planregels één norm op te nemen die geldt voor het geluid van de gehele poedertoren. Dat zou bij voorkeur een geluidimmissienorm moeten zijn , bijvoorbeeld op een afstand van 50 m van het plangebied zoals in het voorstel voor artikel 3.5 , onder i. De norm in artikel 3.5 , onder h , kan naar de mening van STAB komen te vervallen. Deze norm is onnodig streng en ziet alleen op het bovenste deel van de poedertoren. De door verweerder voorgestelde normwaarde in artikel 3.5 , onder i , waarborgt niet dat geen toename van de geluidbelasting op de woning Stepelerveldweg 31 kan optreden. De normwaarde zou daarvoor verlaagd moeten worden. Als uitgangspunt kan daarbij een
geluidbelasting op de woning Stepelerveldweg 31 worden aangehouden die 10 dB of meer onder de totale geluidbelasting ligt die voor het gehele bedrijventerrein eerder al planologisch aanvaardbaar is gevonden. STAB stelt ook voor om de norm uitsluitend betrekking te laten hebben op het geluid van de poedertoren en niet tevens op andere activiteiten die binnen het plangebied kunnen plaatsvinden. De aanvaarbaarheid van het geluid van die activiteiten is immers ruimtelijk gezien al afgewogen in het bestemmingsplan uit 2015. Los daarvan , acht STAB het in de
praktijk vrijwel onmogelijk om te handhaven op een norm die ziet op alle activiteiten binnen het plangebied , omdat bepaalde activiteiten tegelijkertijd deels binnen en deels
STAB-41978
6 maart 2025 127
-
mom
buiten het plangebied kunnen plaatsvinden. STAB doelt hierbij op de transportbewegingen van de silowagens en de activiteiten in het palletiseergebouw (zie tekening 1 in de bijlagen
bij het rapport van Van der Boom). 5. 5
Geluidbelasting van de poedertoren
De Afdeling heeft ook gevraagd in te gaan op de vraag of de raad voldoende heeft onderzocht wat de geluidbelasting is van de gehele poedertoren , die maximaal 42 m hoog mag worden. Het antwoord op die vraag is nee. In geen van beide onderzoeken van RHDHV die in opdracht van de raad zijn uitgevoerd , is ingegaan op de werkelijke , te verwachten geluidbelasting van de poedertoren. STAB concludeert daarom dat niet voldoende onderzoek is gedaan naar de geluidbelasting van de gehele poedertoren. STAB merkt op dat in het rapport van Van der Boom van 23 juli 2024 , dat in opdracht van Uzin Utz is opgesteld , wel is ingegaan op de geluidbelasting van de gehele poedertoren (zie bijlage 2 bij de brief van Damsté advocaten van 25 juli 2024). 5 Dit rapport maakt echter geen deel uit van de stukken die ten grondslag zijn gelegd aan de herstelbesluiten. Desondanks acht STAB
het zinvol dit rapport te betrekken bij haar onderzoek.
Onderzoek Van der Boom 23 juli 2024 In het rapport van Van der Boom is de poedertoren voor de berekening van de geluidemissie naar de omgeving onderverdeeld in drie delen: het onderste deel van 0 tot 5 m hoog , het middelste deel van 5 tot 16 m hoog en bovenste deel van 16 tot 42 m hoog (zie tekening 3 in bijlage I bij het rapport van Van der Boom). Voor het onderste deel is uitgegaan van een gemiddeld binnenniveau van 70 dB(A). Voor het middelste en het bovenste deel is uitgegaan van een gemiddeld binnenniveau van 85 dB(A). Op basis van deze binnenniveaus is met behulp van methode 11. 7 uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai het geluidvermogen van de verschillende geveldelen berekend. Daarbij is voor alle geveldelen van de poedertoren uitgegaan van een hoge gemiddelde geluidisolatiewaarde (RA) van 439, dB. Ook voor het dak is uitgegaan van een hoge gemiddelde geluidisolatiewaarde van 388, dB(A). Voor de ventilatieroosters (één in beide
5
Bij de brief van Damsté advocaten van 25 juli 2024 is ook een notitie van Van der Boom van 23 juli 2024 gevoegd (zie bijlage 1 bij de brief). De notitie omvat uitsluitend een samenvatting opgenomen van de resultaten van het onderzoek , zodat STAB de notitie verder buiten bespreking laat.
STAB-41978 16 maart 2025 1 28
zijgevels) is uitgegaan van een geluidgedempt rooster met een gemiddelde geluidisolatiewaarde van 156, dB. In tabel 5. 1 zijn de geluidisolatiewaarden per octaafband middenfrequentie opgenomen voor de drie bovengenoemde deelbronnen uit het rapport van Van der Boom. I ULICI . . ). I - UtILIIUISUIMICWUUIUCII
•
•
•
VOW
•
Ut VtISCIIIIICIIUt UI lUtf UCICII VUIL Ut FlUCLICI Until. WWI.
Geluidisolatie geveldelen poedertoren (0
-
ILIKJUI I VUI I UCI DUUIII.
5 m , 5 - 16 m en 16 - 42 m)
f (Hz)
63
125
250
500
1. 000
2. 000
4. 000
8. 000
Ili (dB)
20
24
31
41
50
57
60
65
R A (dB(A))
439,
Geluidisolatie dak poedertoren f (Hz)
63
125
250
500
1. 000
2. 000
4. 000
8. 000
RI
(dB)
17
21
27
34
37
44
55
60
RA
(dB(A))
388,
Geluidisolatie gedempte roosters in zijgevels poedertoren f (Hz)
63
125
250
500
1. 000
2. 000
4. 000
8. 000
Ri (dB)
5
8
10
12
18
18
15
15
RA
(dB(A))
156,
In het akoestisch onderzoek is ook rekening gehouden met de geluidemissie van het palletiseergebouw , de geluidemissie van het laden en lossen van silowagens bij de poedertoren en de geluidemissie van het aan- en afrijden van silowagens binnen het plangebied. De gegevens in het rapport zijn met name gebaseerd op gegevens van
vergelijkbare installaties uit Duitsland. De geluidbelasting is voor de dag- , avond- en nachtperiode berekend op een beoordelingspunt op een afstand van 50 m ten oosten van de inrichtingsgrens van Uzin Utz. Uit het rapport volgt dat de geluidbelasting op dat beoordelingspunt vanwege alle bronnen in en rond het plangebied 52 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. De nachtperiode is daarbij
maatgevend en het geluidniveau wordt bepaald door de bronnen met een bronhoogte van
STAB-41978
6 maart 2025 129
0 tot 5 m. De conclusie van het rapport is dat de
bijdrage van de (hogere) geveldelen en het
dak van de poedertoren zeer gering is.
STAB merkt op dat het rapport een mogelijke akoestische invulling van de poedertoren beschrijft. Er is uitgegaan van zeer goed geïsoleerde geveldelen voor de gehele poedertoren. De akoestische maatregelen zijn fors te noemen , maar zijn realistisch en uitvoerbaar. In het gesprek met
STAB hebben vertegenwoordigers van Uzin Utz aangegeven dat er nog
geen bouwplan is opgesteld en dat de exacte detaillering van de poedertoren daarom nog niet vaststaat. De uiteindelijke maatregelen kunnen dus beschreven maatregelen.
afwijken van de in het rapport
STAB vindt dat in deze fase van het onderzoek niet onlogisch.
STAB merkt verder op dat het aangehouden binnenniveau van 85 dB(A) voor met name voor het bovenste deel van de poedertoren hoog is. Volgens de akoestisch adviseur van
Uzin
Utz is gekozen voor een worstcasemodellering , zodat de geluidemissie van de
poedertoren in ieder geval niet wordt onderschat.
STAB acht het aannemelijk dat het binnenniveau voor het laagste deel van de poedertoren (0 tot 5 m) hoger zal zijn dan het binnenniveau voor het bovenste deel (16 tot 42 m). In de modellering van Van der Boom is dat precies andersom. Een meer realistische inschatting van de binnenniveaus zal daarom
leiden
tot andere , minder
ingrijpende akoestische maatregelen
6
STAB concludeert dat het rapport laat zien dat ook bij een worstcasemodellering voldaan kan worden aan de door verweerder voorgestelde norm van 56 à 57 dB(A) op 50 m. De geluidbelasting ligt zelfs aanzienlijk lager dan de voorgestelde norm , zodat ook een lagere normwaarde mogelijk zou zijn. Uit de bijlagen van het rapport kan voorts opgemaakt worden dat de geluidvermogens van de verschillende deelbronnen voor het bovenste deel
(het deel boven de 16 m) bij elkaar opgeteld een gezamenlijk geluidvermogen geven van 758, dB(A). ' Het rapport laat daarmee ook zien dat met de van de poedertoren
6 7
Voor een realistische inschatting van de aan te houden binnenniveaus zouden bijvoorbeeld inpandige geluidmetingen uitgevoerd kunnen worden bij vergelijkbare installaties in Duitsland. Het betreft de volgende deelbronnen: -G-21 (noordgevel , 16-42 m) met een geluidvermogen van 674, dB(A); - G-22 (oostgevel , 16-42 m) met een geluidvermogen van 636 , dB(A); - G-23 (zuidgevel , 16-42 m) met een geluidvermogen van 674, dB(A); -D-01 (dak , 42 m) met een geluidvermogen van 704, dB(A); - 01 (rooster oostgevel , 30 m) met een geluidvermogen van 684, dB(A); -02 (rooster zuidgevel , 30 m) met een geluidvermogen van 684, dB(A). Het gezamenlijk geluidvermogen van deze bronnen is 758, dB(A) , berekend met de formule > 1 10 log 10 LWin
STAB-41978
6 maart 2025 1 30
_-
mm Fa
El ad
beschreven aan
de
maatregelen
norm
van
voor
het bovenste deel
van
78 dB(A) uit artikel 3.5, onder h, van
de
poedertoren voldaan kan worden de planregels. Die planregel is
daarmee uitvoerbaar.
Schrikreacties
van
In het
met
hun
gesprek
jongvee
STAB
jongvee STAB hebben
vanwege
het geluid
appellanten gewezen van
de
op hun
vrees
voor
schrikreacties
van
poedertoren.
merkt op dat het
geluid van de poedertoren wordt bepaald door met name elektrische compressoren geluid ruisachtig van karakter is. STAB acht het daarom niet aannemelijk dat sprake zal zijn van plotselinge, harde geluiden en
(piekgeluiden)
installaties. Dat maakt dat het
die tot schrikreacties kunnen
leiden
bij het jongvee
van
appellanten.
Volledig akoestisch onderzoek
_____}
gesprek met STAB is door de akoestisch deskundige van appellanten (geanonimiseerd) van Van dB Advies) aangegeven dat een compleet akoestisch onderzoek voor de gehele In het
inrichting ontbreekt. Een compleet onderzoek is volgens beoordeling van de aanvaardbaarheid van het plan.
hem
noodzakelijk voor de
STAB merkt op dat de
partiële herziening uitsluitend betrekking heeft op het mogelijk maken van een poedertoren met een hoogte van 42 m. Alle bestaande activiteiten, alsmede de andere voorziene nieuwe activiteiten van Uzin Utz, zoals het palletiseergebouw en het nieuwe
magazijn, passen planologisch binnen het bestemmingsplan uit 2015. Voor de partiële herziening hoeft daarom strikt genomen alleen de geluidbelasting van de poedertoren te worden onderzocht. Zoals gezegd moet daarbij logischerwijs wel het geluid de
gehele poedertoren
in beeld
gebracht worden. Dat is in het voornoemde rapport van Van der Boom gedaan. Te zijner tijd zal, in het kader van een aan te vragen omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de inrichting met de poedertoren en de andere
nieuwe activiteiten,
een
van
volledig akoestisch onderzoek nodig zijn. In het gesprek vertegenwoordigers van Uzin Utz meegedeeld dat een volledig onderzoek zal worden uitgevoerd als de plannen voldoende ver gevorderd zijn. met
STAB is door de
5,6
Maatregelen
aan
de
poedertoren
In het tweede herstelbesluit (van 29 mei voor
het bovenste deel
2024) is ingegaan op de akoestische maatregelen van de poedertoren. In dit besluit staat onder 1.2 dat aan de norm
geluidvermogen van 78 dB(A) kan worden voldaan, uitgaande van een afstralend geveloppervlak van 3.300 m? (oppervlak bovenste deel van de poedertoren), een geschat voor