BP Industrie-West, Haaksbergen vaststelling 19-11-2021
Tekst van het document
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied Vigerende bestemmingsplannen Uitgangspunten van het bestemmingsplan Opzet van onderhavig bestemmingsplan Leeswijzer toelichting
2 2 2 3 4 4 4
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4
Participatietraject Inleiding Opzet participatietraject Uitkomsten participatietraject Uitkomsten verwerkt in het bestemmingsplan
5 5 5 6 7
Hoofdstuk 3 3.1 3.2
Planbeschrijving Bestaande situatie Toekomstige situatie
8 8 9
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4
Beleid Europees beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
12 12 12 14 18
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Milieu- en omgevingsaspecten Milieuaspecten in bestemmingsplan Milieuzonering Geluid Bodem Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Water Ecologie Erfgoed en archeologie Besluit milieueffectrapportage
20 20 20 21 22 22 23 24 25 26 29 29
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Juridische opzet bestemmingsplan Opzet van het plan Wijze van bestemmen
31 31 33
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Financiële haalbaarheid
36 36 36
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4
Procedure Vooroverleg Inspraak Van ontwerp naar vaststelling Beroep
37 37 37 38 38
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 2
Oplegnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 3
Raadsbesluit inzake MER
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek geluidgezoneerd bedrijventerrein
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het vigerende bestemmingsplan "Industrie-West 2003" is in maart 2007 vastgesteld. Dit bestemmingsplan is derhalve ruim 10 jaar oud en dient conform de Wro (artikel 3.1 lid 2) te worden geactualiseerd. Naast deze juridische verplichting om het bestemmingsplan te actualiseren is de gemeente Haaksbergen een participatietraject gestart waarin bewoners, omwonenden en ondernemers hebben meegedacht aan het nieuwe juridisch-planologische kader die door het onderhavige bestemmingsplan wordt gevormd. In onderhavig bestemmingsplan worden de regelingen uit de vigerende bestemmingsplannen samengevoegd tot één nieuw geactualiseerd bestemmingsplan. Daarnaast zijn wensen uit het participatietraject daar waar mogelijk meegenomen en zijn enkele ontwikkelingen in dit bestemmingsplan opgenomen. Tegelijkertijd met het onderhavige bestemmingsplan ligt het bestemmingsplan 'Geluidszonering Industrie-West' ter inzage. Dit bestemmingsplan is gezien de relatie met het geluidgezoneerde industrieterrein 'Industrie-West' onlosmakelijk met onderhavig bestemmingsplan verbonden.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bestaat uit het industrieterrein Industrie-West (ook wel 't Varck - Brammelo genoemd), de woningen tussen dit industrieterrein en de Eibergsestraat (N18) en de groenstrook ten noorden van het industrieterrein. Het plangebied ligt in het zuidwesten van de kern Haaksbergen. Aan de noord- en oostzijde wordt het plangebied dan ook begrensd door woningen en bedrijven in de wijk Eibergsestraat West. Aan de zuidzijde vormt de Eibergsestraat de grens van het plangebied met daarachter het landelijk gebied. Aan de westzijde grenst het plangebied direct aan het landelijk gebied. Afbeelding 1.1 geeft de ligging en globale begrenzing van het plangebied weer.
Afbeelding 1.1: Ligging en globale begrenzing plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
2
Bestemmingsplan Industrie-West
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
De vigerende planologische regelingen die door onderhavig bestemmingsplan worden vervangen worden weergegeven in tabel 1.1:
1 2 3 4 5 6
Bestemmingsplan Industrie-West 2003 Industrie-West, partiële herziening Tolstraat 36 Industrie-West 2003, herziening Industriestraat 74 Haaksbergen Dorp, Boerenmaat, de Veldmaat, de Els, 't Wolferink, Zienesch en de Greune Snippergroen Haaksbergen dorp Industrie-West, partiële herziening Geluidzonering
Vastgesteld 21-03-2007 02-10-2012 26-09-2013 25-03-2015 16-12-2015 In procedure
Tabel 1.1: Lijst vigerende bestemmingsplannen
Het bestemmingsplan "Industrie-West 2003" geldt voor het overgrote deel van het plangebied. Het bestemmingsplan "Haaksbergen Dorp Boerenmaat, de Veldmaat, de Els, 't Wolferink, Zienesch en de Greune" geldt voor de groene buffer aan de noordzijde. Afbeelding 1.2 geeft de verbeeldingen weer van het bestemmingsplan "Industrie-West 2003", met oranje arcering zijn de herzieningen weergegeven, met uitzondering van het bestemmingsplan 'Snippergroen Haaksbergen dorp'. Dit laatstgenoemde bestemmingsplan ligt verspreid over het plangebied.
Afbeelding 1.2: Verbeelding Industrie-West 2003 (bron: gemeente Haaksbergen)
3
Bestemmingsplan Industrie-West
1.4
Uitgangspunten van het bestemmingsplan
Belangrijkste reden om het bestemmingsplan vast te stellen is het voorzien van het bedrijventerrein van een geactualiseerd bestemmingsplan dat in overeenstemming is met de huidige wet- en regelgeving en te beschikken over een eenduidige set regels. Er is daarnaast gekozen voor een participatietraject waarbij omwonenden en ondernemers in werksessies hun inbreng hebben gehad. Voorts is vanuit dit traject een klankbordgroep samengesteld bestaande uit omwonenden en ondernemers. Met de klankbordgroep is inbreng vanuit de omgeving georganiseerd om tot een concept van het bestemmingsplan te komen. Het voorgaande heeft geleid tot de volgende uitgangspunten die leidend zijn geweest bij het opstellen van het bestemmingsplan: 1. geen verzwaring van milieucategorieën ten opzichte van de huidige toegestane milieucategorieën dan wel aan bedrijven vergunde en daarmee verworven rechten; 2. verlagen van de maximaal toegestane milieucategorie naar 2 in de zuidelijke rand van het industrieterrein waarbij reeds bestaande rechten met een hogere milieucategorie wel worden gerespecteerd en positief worden bestemd; 3. meer mogelijkheden voor uitbreiding van bedrijfshallen in de hoogte in het middengebied van het industrieterrein, maar geen uitbreiding van bedrijfshallen in de hoogte die aan de randen van het industrieterrein zijn gesitueerd; 4.
een geactualiseerde detailhandelsregeling en een adequate planologische regeling voor het caravanbedrijf dat aan de Westsingel 2 is gevestigd; 5. de agrarische strook grond die in de noordelijke rand aan de Nijverheidsstraat en de Albert Cuyplaan aanwezig is wordt toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan om de relevantie daarvan als groene buffer tussen industrie en wonen zichtbaar te maken en te borgen in dit bestemmingsplan; 6. geen toename van het aantal bedrijfswoningen ten opzichte van de huidige toegestane bedrijfswoningen; 7. er moet uitvoering worden gegeven aan de uitspraak van de Raad van State d.d. 20 mei 2009 waarin onder meer is bepaald dat de voormalige bedrijfswoning aan de Eibergsestraat 218 als burgerwoning moet worden bestemd; 8. het vastleggen van een geluidzone in het bestemmingsplan onlosmakelijke met dit bestemmingsplan.
1.5
Opzet van onderhavig bestemmingsplan
Het bestemmingsplan "Industrie-West" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van voorliggende toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij weergave en motivering van het bestemmingsplan en bij uitleg van verbeelding en planregels.
1.6
Leeswijzer toelichting
De toelichting van het bestemmingsplan is opgebouwd uit acht hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het doorlopen proces en de wijze waarop de uitkomsten van het participatietraject zijn meegenomen in het bestemmingsplan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving gegeven van de bestaande situatie van het plangebied en de toekomstige planologische situatie. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water die bij de totstandkoming van het bestemmingsplan zijn betrokken en beoordeeld. In hoofdstuk 6 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hier wordt beschreven en verantwoord hoe het bestemmingsplan juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In het laatste hoofdstuk (8) van deze toelichting wordt ingegaan op de procedure tot vaststelling.
4
Bestemmingsplan Industrie-West
Hoofdstuk 2 2.1
Participatietraject
Inleiding
De voorbereidingen voor de Omgevingswet zijn bij de Rijksoverheid in volle gang. Maar ook vanuit onze gemeente willen we starten met de voorbereidingen hierop. De Omgevingswet vraagt namelijk een ander proces voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bestemmingsplannen worden straks omgevingsplannen die een ruimere opzet hebben dan een bestemmingsplan. Dit kan meer mogelijkheden bieden, maar vraagt ook meer overleg tussen overheden, gebruikers van de gronden en overige instanties. De gemeente Haaksbergen ziet de Omgevingswet als een kans en wil zich daar goed op voorbereiden. Daarom is voor voorliggend plan een participatietraject opgestart waarbij ondernemers, bewoners en omwonenden met elkaar en met de gemeente in gesprek gaan over de inrichting van het nieuwe bestemmingsplan voor Industrie-West. Wanneer partijen zo vroeg mogelijk bij het opstellen van een bestemmingsplan worden betrokken, levert dat meer inspraak van de partijen op. Dit kan tot een beter gedragen bestemmingsplan leiden. Door het participatietraject is meer communicatie tussen bedrijven en omwonenden ontstaan. Dat heeft geleid tot meer wederzijds begrip. Dit heeft in de eerste bijeenkomsten al zijn vruchten afgeworpen. Zo zijn naar aanleiding van de bijeenkomsten bewoners en ondernemers met elkaar in gesprek gegaan om te zoeken naar oplossingen voor bestaande ervaren overlast.
Ook heeft de bedrijvenvereniging naar aanleiding van de bijeenkomsten een klachtenformulier op de website gezet, zodat klachten gemeld kunnen worden en de bedrijvenvereniging samen met de bewoner kan bekijken welke overlast wordt ondervonden en of dit opgelost kan worden. Deze initiatieven zien we als gemeente graag. De omgeving moet namelijk met elkaar worden gemaakt en dat is alleen mogelijk door met elkaar in gesprek te gaan. Daarom is de gemeente voorstander van een dergelijk participatietraject en is dit met voorliggend plan dit proces in gang gezet.
2.2
Opzet participatietraject
Aan de start van het participatietraject heeft de gemeente vier bijeenkomsten georganiseerd. In de eerste bijeenkomst, een informatiebijeenkomst, zijn bewoners, bedrijven en omwonenden uitgenodigd en is uitleg gegeven over het te doorlopen traject. Vervolgens zijn twee werksessies georganiseerd waarbij tijdens de eerste avond de ondernemers in gesprek gaan met de gemeente over de ervaringen rondom kansen, belemmeringen en vragen uit de vigerende bestemmingsplannen. Tijdens de tweede avond zijn bewoners/omwonenden met de gemeente in gesprek gegaan. Op de laatste bijeenkomst zijn beide groepen belanghebbenden uitgenodigd om samen de uitkomsten van de voorgaande avonden te bespreken en met elkaar in gesprek te gaan over de ervaren kansen, belemmeringen en vragen. Naar aanleiding van deze avonden is een klankbordgroep opgesteld die samen met de gemeente nadenkt over het op te stellen bestemmingsplan (voorliggend bestemmingsplan). Tijdens dit hele proces, wordt iedereen die dat wenst op de hoogte gehouden van de ondernomen stappen en uitkomsten en staat het iedereen vrij om contact op te nemen met de gemeente of andere leden uit de klankbordgroep over dit bestemmingsplan. Al met al kan zeker geconcludeerd worden dat voorliggend plan is opgesteld met bewoners / omwonenden / ondernemers. Tijdens de voorbereidingen zijn bedrijven gevraagd of er concrete ontwikkelingsplannen zijn.
Hier zijn een tiental reacties op ontvangen. De meeste plannen waren al mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan en dus ook binnen voorliggend bestemmingsplan. Echter vier bedrijven hadden dergelijke ontwikkelingswensen die niet passen binnen het vigerende bestemmingsplan. In een klankbordgroep avond zijn deze wensen door de bedrijven toegelicht. Dit betrof een informatieve bijeenkomst. Vervolgens is door de gemeente een afweging gemaakt of medewerking aan deze plannen kan worden verleend en of deze wensen kunnen zorgen voor een bredere algemene regeling voor het bestemmingsplan. In paragraaf 2.3 wordt hier nader op ingegaan.
5
Bestemmingsplan Industrie-West
2.3
Uitkomsten participatietraject
Met de klankbordgroep is dieper ingegaan op de geluidzonering, waarna gesprekken hebben plaatsgevonden met een aantal bedrijven en de geluidsadviseurs. Daaruit is gebleken dat het wenselijk is om de huidige geluidzone te behouden. Deze zonering is echter wel geactualiseerd en wordt middels het separate bestemmingsplan 'Geluidzonering Industrie-West' tegelijkertijd met onderhavig bestemmingsplan vastgesteld. Er wordt geen geluidverkaveling toegepast. Tijdens het participatietraject is met name gekeken naar de randen rond het industrieterrein en daarbij is de vraag gesteld, hoe deze randen verzacht kunnen worden: Noordzijde: Aan de noordrand van het industrieterrein ligt een bestaande groenstrook. Deze groenstrook moet blijven behouden. De bestaande groene buffer aan de achterzijde van de woningen aan de J.A. Middelhuisstraat is eigendom van een bedrijf. Hier gaat de gemeente geen wijzigingen aanbrengen met betrekking tot de bestemming; Oostzijde: Aan de oostzijde grenst het industrieterrein aan het industrieterrein in de wijk Eibergsestraat West. Het betreft het gebied globaal begrensd door de Twijnerstraat, Spoelsterstraat en Kruislandstraat. Dit gebied valt buiten het plangebied en maakt onderdeel uit van een ander bestemmingsplan. Het werd niet nodig gevonden om dit gebied eveneens te betrekken bij dit plan.
De bedrijven die buiten het plangebied vallen, zorgen voor de overgang naar omliggende woonwijk; Zuidzijde: Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de woningen aan de Eibergsestraat. De strook op het industrieterrein die hieraan grenst, bestaat uit een diversiteit aan functies, met over het algemeen een lage milieucategorie. Het is wenselijk om in deze strook de lage milieu categorieën te behouden; Westzijde: Aan de westzijde grenst het plangebied aan het buitengebied. Aan deze zijde wordt geen overlast ervaren en hoeft de grens niet te worden verzacht. Tijdens het participatietraject is gebleken dat bedrijven de huidige mogelijkheden die ze hebben, willen behouden. Ze willen ruimte houden om te kunnen groeien. De ondernemers gunnen de buurondernemer ontwikkelingsmogelijkheden, een ondernemer moet kunnen ondernemen. Bewoners ervaren met name hinder over de aspecten geluid en geur. Dit willen zij graag verbeterd zien. Bewoners vinden de economie wel belangrijk en gunnen ondernemers het voortbestaan. Hier zit wel een bepaalde grens aan, ze willen namelijk een goed leefklimaat in en rond de woning. Daarbij spelen de thema's gezondheid en veiligheid ook een belangrijk onderwerp van gesprek.
Deze onderwerpen zijn in het participatietraject behandeld en voor deze onderwerpen is een aparte avond georganiseerd, waar de bedrijven, bewoners en omwonenden hier nadere uitleg over hebben gekregen. De klankbordgroep is van mening dat er wat betreft de aspecten verkeer en parkeren verbeteringen gewenst zijn. Met name het lang parkeren van (vracht)auto's zorgt voor problemen. Dit komt doordat de omgeving niet gericht is op langdurig verblijf van mensen (denk hierbij aan toiletten, prullenbakken etc.). Zoals eerder aangegeven hebben vier bedrijven de ontwikkelingswensen in dit participatietraject kenbaar gemaakt. Daarnaast hebben tijdens het opstellen van het voorontwerp bestemmingsplan nog enkele bedrijven (ontwikkelings)wensen bij de gemeente kenbaar gemaakt. Enkele van deze initiatieven passen reeds binnen de kaders van dit bestemmingsplan. Aan andere initiatieven, die niet passen binnen de kaders van het bestemmingsplan, worden niet in dit bestemmingsplan meegenomen. De ontwikkelingen die in het participatietraject kenbaar zijn gemaakt zijn onderstaand kort samengevat. De realisatietermijn verschilt over een korte periode of een wat lagere periode. Echter het bestemmingsplan geldt voor 10 jaar, daarom zijn ook ontwikkelingswensen op lange termijn bekeken. Industriestraat 3-5 Dit bedrijf heeft wensen om een deel van het terrein her in te richten qua bebouwing en gebruik.
De bedrijfsactiviteiten van het bedrijf op deze locatie bestaan uit enerzijds afval sorteren en anderzijds activiteiten gerelateerd aan de civiele techniek (infrastructurele activiteiten). Deze infrastructurele activiteiten worden verplaatst naar de zuidzijde van het terrein. Hierdoor ontstaat ruimte voor uitbreiding van de bedrijfshallen ten behoeve van de afvalsortering. Deze uitbreiding is nodig om bestaande bedrijfsprocessen te verbeteren. Benadrukt wordt dat het niet gaat om uitbreiding van capaciteit, maar om een aanpassing van het proces. Industriestraat 77 Dit bedrijf wil achter op het terrein een loods bouwen voor opslag van pallets met goederen. Deze loods overschrijdt de maximale hoogte van 12 meter. De exact gewenste hoogte is nog niet bekend. Er is aangegeven dat wordt aangesloten bij de bestaande gebouwen van naastgelegen bedrijf. Deze gebouwen zijn maximaal 14 meter hoog.
6
Bestemmingsplan Industrie-West
Spinnerstraat 15 Dit bedrijf wil een tweede glasvezelhal realiseren naast de bestaande hal op het binnenterrein. Dit betreft een uitbreiding van de bestaande lijn die al op het bedrijf aanwezig is. De tweede glasvezelhal past al binnen de vigerende planregels. Daarnaast wil het bedrijf een tweede productielijn plaatsen ten behoeve van energiekabels. Hiervoor is een bedrijfshal nodig die voor een deel een hoogte heeft van 30 meter. Tot slot wil het bedrijf ook de bestaande grondstoffenhal voor een deel verhogen tot 20 meter. Industriestraat 21 Dit perceel maakt onderdeel uit van het bedrijf aan de Industriestraat 30-32. Op het perceel Industriestraat 21 willen ze een nieuwe hal realiseren met een hoogte tot 15 meter (inclusief zonnepanelen). Verder willen ze een verbindingszone maken tussen de twee percelen. Tot slot is de plaatsing van silo's gewenst.
2.4
Uitkomsten verwerkt in het bestemmingsplan
In een bestemmingsplan wordt geregeld wat er is toegestaan en wat niet is toegestaan in een bepaald gebied/op een bepaald perceel. Om veranderingen in een bepaald gebied te weeg te brengen, kan met een bestemmingsplan alleen bepaalde mogelijkheden geboden worden om zodoende mensen te verleiden om stappen te zetten richting het wensbeeld. Ongewenste ontwikkelingen kunnen worden tegengehouden middels een verbod. Hierbij dient echter wel rekening te worden gehouden met reeds toegestane mogelijkheden. Met voorliggend bestemmingsplan is ook op deze manier omgegaan met de uitkomsten van het participatietraject. Daarvan is bekeken wat in een bestemmingsplan geregeld kan worden. Een groot aantal punten uit het participatietraject zijn op te lossen door in overleg te gaan en feitelijke aanpassingen op het terrein door te voeren. Verder blijft het van belang dat overlast kenbaar wordt gemaakt bij de (betreffende) bedrijven zodat, zij samen met de bewoners kunnen zoeken naar een oplossing. Hiervoor is door de bedrijvenvereniging 't Varck-Brammelo een klachtenformulier opgenomen op de website van de vereniging. De punten die wel opgenomen kunnen worden, zijn op de volgende manier in het bestemmingsplan verwerkt. In eerste instantie worden de bestaande mogelijkheden niet belemmerd.
Echter om de grens aan de zuidzijde te verzachten, wordt op deze grens van het industrieterrein de bestemming 'Bedrijf' gewijzigd in 'Gemengd'. Binnen deze nieuwe bestemming wordt maximaal milieucategorie 1 of 2 toegestaan. Binnen de bestemming 'Gemengd' wordt een grotere diversiteit aan bedrijven toegestaan, zo wordt onder andere een dansschool toegestaan. Voor sommige percelen betekent deze wijziging een verlaging van de maximale milieucategorie op een deel van het perceel. Echter naast deze beperking staat de ruimtelijke mogelijkheden voor diversiteit aan bedrijven. Bedrijven die feitelijk aanwezig zijn en al een hogere milieucategorie hebben, zijn nog steeds toegestaan en worden niet belemmerd in de mogelijkheden. Vanwege het belang van het behoud van de bestaande brede groenstrook aan de noordzijde, is deze groenstrook opgenomen in voorliggend bestemmingsplan met behoud van de bestemming 'Groen'. Deze groenstrook vormt de zachte overgang naar achterliggende woningen. Om mogelijkheden te bieden om het parkeerprobleem op te lossen, wordt binnen de bestemming Bedrijf een (vracht)wagen parkeerplaats met bijbehorende kleine horecagelegenheid middels een afwijking toegestaan. Op deze manier, is het mogelijk om ergens op het terrein een dergelijke parkeerplaats aan te leggen en zodoende het parkeerprobleem op te lossen.
Door dit parkeerterrein middels een afwijking mogelijk te maken, kan nog steeds een afweging worden gemaakt van de locatie van het parkeerterrein en de effecten op de omgeving. Uit de uitbreidingsvraagstukken is bekeken aan welke punten medewerking verleend kan worden en of dit breder getrokken kan worden. Zo is besloten om voor het middengebied de maximale bouwhoogte omhoog aan te passen. Om de impact van deze bouwmogelijkheden (verhoging bouwhoogtes) op de omgeving te visualiseren is dit in een 3D model verwerkt. Daaruit is gebleken dat deze aanpassing ruimtelijk aanvaardbaar is en daarmee geen negatieve effecten heeft op omliggende woningen. Ondergeschikte bouwdelen op de gebouwen zijn toegestaan tot 3 meter boven de maximale bouwhoogte. Bouwwerken geen gebouwen zijnde waaronder silo's zijn toegestaan tot maximaal 15 meter. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd door de randen van het industrieterrein te verzachten dan wel door hier geen extra uitbreidingsmogelijkheden te bieden met betrekking tot bouwen.
7
Bestemmingsplan Industrie-West
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat uit het industrieterrein Industrie-West, de woningen aan de zuidzijde van deze terreinen de groenstrook aan de noordzijde. Industrie-West bestaat uit twee deelgebieden, 't Varck dat is opgedeeld in de drie delen: oost, west en 't Varck en deelgebied Brammelo. Afbeelding 3.1 geeft de verdeling tussen de diverse deelgebieden weer. Het plangebied heeft een grote diversiteit aan bedrijvigheid. Midden op het terrein Industrie-West zijn zwaardere bedrijven met een hoge milieucategorie aanwezig en naar de randen toe neemt de milieucategorie af. Verspreid over het industrieterrein staan diverse bedrijfswoningen. Deze bedrijfswoningen zijn met name aan de zuidrand langs de Industriestraat gesitueerd. Aan de zuidzijde staan (burger)woningen met omliggende tuinen en agrarische gronden. Deze woningen zijn gelegen tussen het industrieterrein en de Eibergsestraat (voormalige hoofdverkeersweg). Aan de noordzijde van Industrie-West ligt een groenstrook die het terrein afschermt van omliggende woningen. Op afbeelding 3.1 is deze verdeling weergegeven.
Afbeelding 3.1: Opdeling plangebied in diverse deelgebieden (bron: Google Maps) Brammelo Industrieterrein Brammelo kan worden gezien als de laatste uitbreiding van het industrieterrein 't Varck. Het betreft een industrieterrein met een diversiteit aan type bedrijven binnen een milieucategorie 1 t/m 4. Het terrein heeft een eigentijdse uitstraling en bestaat voornamelijk uit bedrijven in bouwnijverheid, dienstverlening, groothandel en industrie.
8
Bestemmingsplan Industrie-West
't Varck Het industrieterrein 't Varck bestaat uit drie deelgebieden die in verschillende perioden tot stand zijn gekomen (oost, west en 't Varck). Ook hier vindt een grote diversiteit aan bedrijven plaats, zoals bedrijven met een showroomfunctie, transportbedrijven, bouwnijverheid, dienstverlening, groothandel, industrie en opslag. Het industrieterrein is volledig opgeknapt. Burgerwoningen De woningen aan de zuidzijde van het industrieterrein (ter hoogte van de Eibergsestraat, Kruislandstraat, hoek Ten Vaarwerkstraat en een enkele aan de Industriestraat) betreffen burgerwoningen. Dit zijn vrijstaande woningen op ruime, groene kavels. Verkeersstructuur De hoofdontsluiting van het industrieterrein vindt plaats via de Westsingel en de Eibergsestraat, die toegang biedt tot het industrieterrein. Naast deze twee hoofdtoegangswegen, is het industrieterrein ook te bereiken via de omliggende woonwijken middels Nijverheidsstraat/Albert Cuyplaan, de Spinnerstraat en de Kruislandstraat. Karakter industrieterrein Zoals hiervoor beschreven, zijn op het industrieterrein ook zwaardere bedrijven (milieucategorie 4) gesitueerd. Dit heeft tot gevolg dat het industrieterrein een meer industriële uitstraling heeft. Verspreid over het industrieterrein liggen bedrijfswoningen. Echter de meeste bedrijfswoningen zijn gesitueerd langs de Industriestraat aan de zuidzijde.
In deze strook vindt tevens een diversiteit aan bedrijven plaats. Hier zit onder andere een dansschool en een schietbaan. De aanwezigheid van een grote hoeveelheid bedrijfswoningen, de lage milieucategorie en de diverse soorten bedrijven, maakt dat deze straat een andere uitstraling heeft dan het middenterrein van het industrieterrein waar de bedrijven met zwaardere milieucategorieën zijn toegestaan. Het is van belang dat de aanwezige bedrijfswoningen ook daadwerkelijk als zodanig worden gebruikt. Het gebruik van bedrijfswoningen als burgerwoning is niet toegestaan.
3.2
Toekomstige situatie
In de huidige Wet ruimtelijke ordening wordt gesproken over toelatingsplanologie. Dat betekent dat de gemeente in het bestemmingsplan kan aangeven wat in het plangebied wel en niet is toegestaan. Met het bestemmingsplan kan een eigenaar van een perceel (over het algemeen) niet verplicht worden om bepaalde activiteiten uit te voeren. In het participatietraject is wel met de klankbordgroep bepaald waar we naar toe willen met het plangebied, maar dat wil nog niet zeggen dat dit daadwerkelijk wordt uitgevoerd. In deze paragraaf wordt het streefbeeld voor het plangebied weergegeven. Met de aanpassingen in de regels wordt ruimte geboden om dit streefbeeld te bereiken. Zoals hiervoor aangegeven, ligt het plangebied tegen diverse woonwijken. Doordat het industrieterrein en de woningen zo dicht bij elkaar zijn gesitueerd, wordt er wel eens hinder ervaren. Middels het participatietraject is onderzocht waar deze ervaren hinder vandaan komt en op welke wijze het bestemmingsplan hier oplossingen voor kan bieden. Daartoe zijn de regels uit het vigerende bestemmingsplan deels gewijzigd en is de verbeelding op een aantal onderdelen gewijzigd. In deze paragraaf worden deze wijzigingen aangegeven.
Streefbeeld Gezien de ligging van het industrieterrein dicht tegen woningen aan, is het wenselijk om ervoor te zorgen dat er een zachtere overgang ontstaat met minder zware bedrijven om eventuele overlast zoveel mogelijk te beperken. Hierbij is het niet de bedoeling dat bestaande bedrijven verplicht worden om een andere locatie te zoeken. De bedrijven zijn namelijk zeer welkom in Haaksbergen. Echter, als blijkt dat de bedrijven niet meer voldoende kunnen ontwikkelen op de bestaande locatie en de ondernemer zelf graag een nieuwe locatie wil zoeken, dan is het wenselijk dat op de leegstaande percelen zich bedrijven gaan vestigen die passend zijn bij de toegestane milieucategorie dan wel meer passend zijn in relatie tot de nabijgelegen woonwijk. Op deze wijze kan een verschuiving plaatsvinden van de zwaardere bedrijven naar het midden van het industrieterrein. De gemeente is zich er van bewust dat dit een traject van vele jaren zal worden en het is de vraag of bedrijven willen verhuizen. Echter door in dit bestemmingsplan een streefbeeld te beschrijven en in de regels een makkelijke omwisseling naar andere bedrijvigheid toe te staan, is de kans groter dat het streefbeeld gehaald wordt dan wanneer er niets wordt gedaan.
9
Bestemmingsplan Industrie-West
Daarnaast is het wenselijk om de parkeerproblemen op te lossen. Dit kan door bij een ontwikkeling te verlangen dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost. Een andere optie die wordt geboden om het (vrachtwagen)parkeerprobleem op te lossen is het realiseren van een vrachtwagenparkeerterrein. Wijzigingen ten opzichte vigerende bestemmingsplannen Om ondernemers te verleiden om een verandering op het industrieterrein te bewerkstelligen, zijn een paar veranderingen in de regels van het bestemmingsplan doorgevoerd. Deze wijzigingen hebben niet tot gevolg dat er beperkingen optreden voor de bedrijven. Op plaatsen waar de milieucategorie naar beneden wordt bijgesteld, wordt binnen de lagere milieucategorie een grotere diversiteit aan bedrijvigheid toegestaan. Concreet worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: 1. De bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' aan de zuidzijde van het industrieterrein wordt gewijzigd naar de bestemming 'Gemengd' waarbij de milieuzonering wordt verwijderd. In deze strook vindt al een diversiteit aan functies plaats en staan diverse bedrijfswoningen. Binnen de bestemming 'Gemengd' zijn alleen bedrijven met de milieucategorie 1 en 2 toegestaan. Echter de soorten functies die binnen deze bestemming worden toegestaan, zijn meer divers (zoals sportscholen en dienstverlening) waardoor op die manier weer meer mogelijkheden worden geboden.
Mogelijkheden die passen bij percelen die dicht bij woningen zijn gelegen. De woning aan de Industriestraat 78, ligt ook dicht bij de bedrijven aan de Industriestraat 77-87, echter voor een logische indeling van de bestemming 'Bedrijventerrein', worden deze bedrijven ten noorden van de woning niet aangepast naar 'Gemengd'. Bij deze bedrijven blijft de bestaande milieucategorie gelden, waardoor op die manier de afstanden tot de woning wordt geregeld; 2. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' worden extra functies mogelijk gemaakt, te weten een bedrijfsverzamelgebouw (milieucategorie 1 en 2) en een vrachtwagenparkeerterrein met bijbehorende kleine horecagelegenheid (middels een afwijking van het bestemmingsplan). Met deze toevoeging zijn er ook binnen deze bestemming ruimere mogelijkheden voor bedrijven met een minder zware milieucategorie. Met het toestaan van een vrachtwagenparkeerterrein wordt de mogelijkheid geboden om met een dergelijk parkeerterrein het huidige parkeerprobleem op te lossen. Als voorwaarde wordt gesteld dat het parkeerterrein niet mag zorgen voor overlast bij omliggende woningen; 3. Aan de noordrand van het terrein is een forse groenstrook aanwezig die nu al zorgt voor een zachte(re) overgang van het industrieterrein naar omliggende woningen. We vinden het belangrijk dat deze groenstrook blijft behouden om zodoende voor een goede overgang te zorgen.
Daarom is deze groenstrook opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. De regeling van deze groenstrook blijft hetzelfde als binnen het vigerende bestemmingsplan; 4. Bij het bestemmingsplan "Industrie West 2003" heeft de Raad van State de mogelijkheid vernietigd om nieuwe Bevi bedrijven (Besluit externe veiligheid en inrichtingen) te vestigen. Bij voorliggend plan is deze mogelijkheid uit de regels gehaald. Bevi bedrijven zijn niet passend binnen het streefbeeld en ook niet wenselijk op een dergelijke korte afstand tot woonwijken; 5. In het vigerende bestemmingsplan is het niet geregeld dat voldaan moet worden aan de parkeernormen en ook niet geregeld dat parkeren op eigen terrein moet plaats vinden. Met voorliggend plan is met betrekking tot parkeren wel een regeling opgenomen. Echter in de huidige situatie kan parkeren niet altijd op eigen terrein worden opgelost; 6. Daarom is de regeling gekoppeld aan nieuwe ontwikkelingen waarvoor een afwijking van het bestemmingsplan moet worden verleend. Hierbij is opgenomen dat de nieuwe ontwikkeling niet mag leiden tot meer parkeerdruk op de omgeving. Hiermee wordt voorkomen dat parkeerproblemen toenemen en indien mogelijk wordt gewerkt aan een afname, door te stimuleren om parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen; 7.
Detailhandel in volumineuze goederen wordt met voorliggend bestemmingsplan bij recht mogelijk gemaakt binnen de 'Gemengd'; 8. Voor het bedrijf aan de Industriestraat 3-5 is een omgevingsvergunning aangevraagd voor wijzigingen op het perceel. In het kader van die procedure zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. De provincie heeft deze vergunning verleend. Wat betreft de onderdelen milieu en bouw (schoorstenen) is de vergunning onherroepelijk. Het gebruik van de bedrijfshallen en het terrein moet nog op een adequate manier worden vastgelegd. Deze wijzigingen zijn daarom meegenomen in voorliggend bestemmingsplan; 9. De Raad van State heeft bij besluit van 20 mei 2009 bepaald dat de woning aan de Eibergsestraat 218 de bestemming burgerwoning moet krijgen. Deze wijziging in bestemming voor dit perceel is meegenomen in voorliggend bestemmingsplan; 10. De waarde Archeologie is toegevoegd aan het totale plangebied waarbij wordt verwezen naar de archeologische waardenkaart; 11. Een maximale bouwhoogte van 4,00 m is toegevoegd aan melk- of schuilstal binnen de bestemming 'Agrarisch'; 12. Op het middenterrein wordt de bouwhoogte aangepast naar maximaal 15 meter; 13. De concrete wensen op het perceel aan de Spinnerstraat 15 hebben geleid tot twee aanduidingen op de Verbeelding waar tot maximaal 20 en 30 meter hoogte mag worden gebouwd; 14.
Ondergeschikte bouwdelen op de daken zijn toegestaan tot maximaal 3 meter boven de maximaal toegestane bouwhoogte;
10
Bestemmingsplan Industrie-West
15. Aan de Tolstraat heeft in het verleden verkoop van gronden plaatsgevonden. De bestemming is nog niet aangepast conform de huidige grondeigendommen. Dit wordt met voorliggend plan aangepast. Stukken met de bestemming Bos worden daar gewijzigd in de bestemming Bedrijf; 16. De huidige activiteiten bij het bedrijf aan de Westsingel 2 zijn niet volledig passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Om ervoor te zorgen dat de activiteiten binnen het bestemmingsplan passen, is de regeling voor dit bedrijf aangepast in voorliggend bestemmingsplan; 17. Bedrijfswoningen die als zodanig nog worden gebruikt, blijven planologisch bestaan. Daar waar sprake is van strijdig gebruik, wordt de mogelijkheid geboden om de strijdigheid op te heffen. In het geval de strijdigheid niet verdwijnt, wordt handhavend opgetreden. De eigenaren/bewoners worden hierover geïnformeerd; 18. Het bouwvlak ten aanzien van 2 woningen aan Eibergsestraat 182-184 wordt verplaatst; 19. Een reeds vergunde hoefsmederij wordt opgenomen in het bestemmingsplan; 20. De regeling omtrent erfafscheidingen wordt aangepast aansluitend bij de regeling uit andere bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen; 21. Verder wordt het aantal bestemmingen gereduceerd, door Bos en Groen samen te voegen tot 1 bestemming Groen en de bestemmingen Verkeer en Verkeer - Verblijfsgebied samen te voegen tot de bestemming Verkeer; 22.
De planregels zijn herschreven en meer eigentijds vormgegeven. Dit houdt in dat de regeling eenvoudiger te begrijpen is en dat er minder afwijkingen zijn opgenomen, waardoor meer bij recht is toegestaan). Bestemmingsplan "Geluidzonering Industrie-West" Naast onderhavig bestemmingsplan wordt in een separaat parapluplan de geluidzone juridisch-planologisch geborgd. Omdat dit bestemmingsplan onlosmakelijk met het onderhavige bestemmingsplan is verbonden wordt het tegelijkertijd met onderhavig bestemmingsplan vastgesteld.
11
Bestemmingsplan Industrie-West
Hoofdstuk 4
Beleid
4.1
Europees beleid
4.1.1
Dienstenrichtlijn
De Europese dienstenrichtlijn is in 2010 ingevoerd om het ondernemers makkelijker te maken om de diensten aan te bieden op de Europese markt. In Nederland is deze Dienstenrichtlijn vastgelegd in de Dienstenwet. Decentrale overheden krijgen in de praktijk met de Dienstenrichtlijn te maken als een dienstverlener uit een andere lidstaat zich in de gemeente of provincie wil vestigen of tijdelijk een dienst wil verlenen. Om ervoor te zorgen dat dienstverleners zich makkelijker kunnen verplaatsen binnen de EU moeten er zo min mogelijk administratieve lasten en hoge kosten worden opgeworpen bij het verlenen van een dienst. Decentrale overheden moeten hier onder andere rekening mee houden indien zij vergunningstelsels hanteren. Onder een dienst wordt verstaan: elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt, zoals bedoeld in artikel 57 VWEU. De Dienstenrichtlijn is echter niet op alle diensten van toepassing. De belangrijkste diensten waarop de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is, staan in artikel 2 van de Dienstenrichtlijn. Regelingen in bestemmingsplannen moeten in overeenstemming zijn met de Dienstenrichtlijn. Hierbij moet worden voldaan aan artikel 15, lid 3 van de Dienstenrichtlijn. Daarin is opgenomen dat regelingen moeten voldoen aan de eisen inzake: 1.
non-discriminatie; doordat ze geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit, of voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel; 2. noodzakelijkheid vanwege dwingende reden van algemeen belang; 3. evenredigheid, doordat ze geschikt zijn voor hun doel, niet verder gaan dan nodig en het doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt. Doorwerking plangebied Met de regelingen in voorliggend plan wordt voldaan aan de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet. Het Europees beleid vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Doorwerking plangebied Bij voorliggend bestemmingsplan is sprake van een ontwikkeling waar geen nationale belangen zoals verwoord in de SVIR mee zijn gemoeid. De ontwikkelingen die met voorliggend plan worden mogelijk gemaakt, zijn niet van nationaal belang.
4.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.
12
Bestemmingsplan Industrie-West
De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Op basis van het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van vliegveld Twente en binnen de militaire laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen 10. In het radarverstoringsgebied geldt een beperking voor de maximale bouwhoogte. In artikel 2.4 van het Rarro wordt deze hoogte geregeld. Ter plaatse van het radarverstoringsgebied van vliegveld Twente geldt een maximale hoogte van 71 meter ter plaatse van de radarantenne welke oploopt naar mate de afstand tot de radarantenne toeneemt.
De maximale bouwhoogte die in voorliggend plangebied wordt toegestaan, is lager dan 71 meter, waardoor voorliggend plan geen negatieve effecten heeft op het radarverstoringsgebied. De aanduiding Militaire laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen is alleen van toepassing op vliegroutes van vliegtuigen. Het feit dat het plangebied binnen deze aanduiding ligt, heeft dan ook geen (negatieve) gevolgen voor voorliggend plan.
4.2.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen van een zorgvuldige ruimtelijke afweging en een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd (artikel 3.1.6 lid 2 – 4 Bro). Voorheen bestond de ladder uit drie treden, dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte van de ontwikkeling nog worden beschreven indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand gebied kan worden gerealiseerd. In deze wijziging is ook opgenomen dat indien in een bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen, dat dan bij het wijzigingsplan de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering moet worden opgenomen.
Doorwerking plangebied De ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt, betreffen kleine ontwikkelingen waarbij bijvoorbeeld meer diversiteit in een lagere milieucategorie wordt geboden of uitbreidingsmogelijkheden in de bouwregels worden toegestaan, anders dan in het vigerende bestemmingsplan. Hierbij is er geen sprake een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit diverse uitspraken van de Raad van State volgt namelijk dat het voor de uitleg van het begrip 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' met name relevant is of een bepaalde functie voor het eerst planologisch mogelijk wordt gemaakt dan wel sprake is van een continuering van de bestaande planologische situatie. Uit een recentere uitspraak van de Raad van State volgt - samengevat- dat onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder van duurzame verstedelijking niet wordt verstaan een bestemmingsplan dat voorziet in een conservering van geheel onbenutte bouw- en gebruiksmogelijkheden die realiseerbaar waren op grond van een bestemmingsplan dat is vastgesteld vóór inwerkingtreding van de Ladder voor duurzame verstedelijking (zie onder meer AbRvS, 2 maart 2016, nr. 201504368/1/R2 en AbRvS, 26 april 2016, nr. 201506995/1/R2).
Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van bedrijvigheid over een oppervlakte kleiner dan 500 m2, niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie onder meer AbRvS, 23 april 2014, nummer , 201306183/1/R3). Doordat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, hoeft de behoefte van de kleine ontwikkelingen in voorliggend plan, niet te worden gemotiveerd.
13
Bestemmingsplan Industrie-West
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Overijssel
Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving wordt omschreven in de Omgevingsvisie Overijssel (hierna: Omgevingsvisie). In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Zij geven aan wat volgens hen de ambities en doelstellingen van provinciaal belang zijn en hoe zij Gedeputeerde Staten opdragen deze te realiseren. Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Dit betekent dat de provincie ruimte wil bieden voor de ontwikkeling van werkgelegenheid en hoogwaardige woonmilieus tot stand willen brengen. Dynamiek ziet de provincie als een kans om de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versterken. Dit wordt gedaan door in te zetten op een evenwichtige afweging van beleidsambities waaronder waterveiligheid, een gezond milieu en goede volksgezondheid. Daarnaast wordt ook gestuurd op het versterken van de waardevolle en karakteristieke kenmerken van het landschap.
4.3.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
4.3.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing. Soms is deze sturing normstellend, maar meestal is de sturing richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
14
Bestemmingsplan Industrie-West
Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Deze generieke beleidskeuzes zijn ingedeeld in vijf thema's, te weten: integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Voor voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende regels van toepassing: 1. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie 2. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit 3. Artikel 2.3.3 Nieuwe kantoren en kantorenlocaties 4. Artikel 2.4.3 Volumineuze detailhandel
Artikel 2.1.2 Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van industrieterreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Toets aan bestemmingsplan Voorliggend plan is opgesteld voor een bestaand industrieterrein waar met name lokaal gewortelde bedrijven zijn toegestaan. Andere bedrijven zijn hier al jarenlang gevestigd. Eventuele nieuwe bedrijven zijn passend binnen dit type bedrijfssoort. Zo is bijvoorbeeld een bedrijfsverzamelgebouw juist geschikt voor lokaal (startende) bedrijven. Voorliggend plan speelt daarmee in op het principe van concentratie.
Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Toets aan bestemmingsplan Met voorliggend bestemmingsplan worden voor wat betreft de oppervlakte geen extra bouwmogelijkheden geboden. Voor wat betreft de hoogte, wordt het plan wel aangepast. In het middengebied wordt de maximaal toegestane bouwhoogte verhoogd naar maximaal 15 meter. Door deze verhoging van de bouwhoogte kunnen bedrijven ontwikkelen en investeren in het aanzicht van het bedrijf en in nieuwe technieken. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit van het bedrijventerrein ten goede.
Artikel 2.3.3 Nieuwe kantoren en kantorenlocaties Bestemmingsplannen voorzien niet in de totstandkoming van nieuwe zelfstandige kantoren en/of kantoorlocaties, tenzij de provinciale diensten in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro een positief advies hebben uitgebracht over het voorontwerp. Toetsing bestemmingsplan Middels een binnenplanse afwijking kunnen kantoren worden toegestaan in voorliggend bestemmingsplan. Hiermee wordt voldaan aan de (beperkte) behoefte aan zelfstandige kantoorruimte op het industrieterrein. Het is niet de bedoeling om van het industrieterrein een kantoorlocatie te maken. Daarom is aan deze afwijking de voorwaarde gekoppeld, dat de behoefte aan kantoorruimte moet worden aangetoond.
Artikel 2.4.3 Volumineuze detailhandel Bestemmingsplannen voorzien niet in nieuwe mogelijkheden om detailhandel uit te oefenen op industrieterreinen, tenzij het de vestiging van volumineuze detailhandel betreft voor de lokale behoefte waarvoor in kernwinkelcentra geen ruimte gevonden kan worden. Onder volumineuze detailhandel wordt verstaan: winkelformules die vanwege de omvang en aard van het assortiment een groot oppervlak nodig hebben, zoals showrooms voor auto's, boten en caravans, bouwmarkten, tuincentra, wooninrichtingszaken.
15
Bestemmingsplan Industrie-West
Toetsing bestemmingsplan Met voorliggend plan wordt volumineuze detailhandel toegestaan (net als in het vigerende plan, daar was het alleen middels een afwijking toegestaan). Hierbinnen vallen de bestaande bedrijven met volumineuze detailhandel, maar ook nieuwe bedrijven zijn toegestaan. Ter plaatse van de caravan en kampeerauto handel aan de Westsingel 2 is de specifieke vorm van opgenomen, namelijk 'detailhandel in kampeermiddelen'. Hiermee wordt geen nieuwe detailhandel toegestaan, maar wordt een planologisch juridische regeling getroffen die beter aansluit op de bedrijfsvoering van een bestaand bedrijf.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Het plangebied valt binnen twee ontwikkelingsperspectieven, zie afbeelding 4.2. Het industrieterrein met noordelijke groenstrook valt binnen 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' en de woningen aan de zuidzijde vallen binnen 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'.
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectief (bron: Provincie Overijssel)
Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren).
16
Bestemmingsplan Industrie-West
Toetsing bestemmingsplan Met voorliggend bestemmingsplan wordt een juridisch planologische regeling vastgelegd voor een bestaand industrieterrein. Bij deze regeling wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande regeling in het vigerende bestemmingsplan. Uitbreiding van het industrieterrein wordt niet toegestaan. Wel wordt een uitbreiding in functies toegestaan, om zodoende een verandering te weeg te brengen van een industrieterrein met bedrijven in een hogere milieucategorie naar bedrijven met een lagere milieucategorie. Door meer diversiteit aan functies toe te staan binnen een lagere milieucategorie, wordt ingespeeld op gewenste toekomstige ontwikkelingen om op deze manier het industrieterrein en omliggende woonwijken vitaal en aantrekkelijk te houden.
Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem; Toetsing bestemmingsplan De woningen aan de zuidzijde van het plangebied vallen binnen dit ontwikkelingsperspectief. Dit gebied betreft een overgangsgebied van de bebouwde kern/het industrieterrein naar het landelijk gebied. De woonkavels in dit gebied zijn ruim opgezet met een groene inrichting. Met voorliggend bestemmingsplan wordt geen wijziging gebracht in deze ruime opzet, waardoor dit gebied de bestaande (groene) kwaliteiten blijft behouden.
Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. Natuurlijke laag; 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap; 3. Stedelijke laag; 4. Laag van de beleving. Doorwerking plangebied Met voorliggend bestemmingsplan worden geen extra bouwmogelijkheden geboden. Het industrieterrein is al zo goed als volledig bebouwd en de infrastructuur is ook al aangelegd. Hier zullen niet veel wijzigingen meer in mogelijk zijn. De regels van het vigerende bestemmingsplan zijn zoveel mogelijk over genomen. De enige wijzigingen hebben betrekking op het gebruik van de percelen. Doordat er geen wijzigingen in de bouwmogelijkheden plaatsvinden en het industrieterrein niet wordt uitgebreid, heeft voorliggend plan geen (negatieve) invloed op de gebiedskenmerken.
17
Bestemmingsplan Industrie-West
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Structuurvisie 2030 Haaksbergen: groenste dorp van Twente
In 2013 de Structuurvisie 2030 Haaksbergen: groenste dorp van Twente vastgesteld. Als de kracht van Haaksbergen is in deze structuurvisie aangegeven dat het de voorzieningen van een stad combineert met de gemoedelijkheid, gezelligheid, bereikbaarheid en groene sfeer van een dorp, te midden van een prachtig landschap. De gemeente wil zich de komende jaren inzetten om dit te versterken. Haaksbergen heeft dankzij de spoorlijn een behoorlijke industriële ontwikkeling doorgemaakt. Kenmerkend voor Haaksbergen is de grote diversiteit aan soorten bedrijven en dus een grote mate van werkgelegenheid in een breed spectrum. Dit is van grote waarde voor de werkgelegenheid en de lokale economie. Door het kwaliteitsniveau van de terreinen te verhogen en op peil te houden, worden bedrijven verleid om op de bestaande locatie uit te breiden of te vernieuwen. Aan de rand van industrieterreinen liggen op een groot aantal plekken woonstraten of groengebieden. De industrieterreinen worden waar mogelijk voorzien van een groene lijst als overgang. Met deze zachtere overgang wordt echter niet alle overlast die wordt ervaren opgelost. Daarom wordt ook aandacht gevraagd voor een verbinding waardoor de overlast tussen de woon- en werkgebieden wordt verminderd. Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als 'bestaande bedrijventerreinen'.
Aan de westzijde (langs de Westsingel) is de rand van het industrieterrein aangewezen als een entree zone. Hier wil de gemeente de voorkanten verbeteren. Verder heeft de gemeente aangegeven dat ze de oversteekbaarheid van de Westsingel willen vergroten. Ook wil de gemeente de beken in en langs het plangebied herkenbaar maken. Doorwerking plangebied Door middel van het participatietraject en in samenwerking met de klankbordgroep, is gezocht naar mogelijkheden om de randen van het plangebied te verzachten. Een mogelijkheid hiertoe is het realiseren/versterken/behouden van een groenzone. Aan de noordzijde van het plangebied is reeds een groenzone aanwezig. Verder is in overleg bekeken welke mogelijkheden het bestemmingsplan kan bieden om de ervaren hinder zoveel mogelijk te beperken en/of hinder te voorkomen. In paragraaf 3.2 is hier uitgebreid op ingegaan. De mogelijkheden die voorliggend bestemmingsplan hiervoor biedt sluiten aan bij de Structuurvisie 2030 Haaksbergen.
Afbeelding 4.3: Uitsnede visiekaart Structuurvisie 2030 (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
18
Bestemmingsplan Industrie-West
4.4.2
Bedrijventerreinenvisie
De gemeenteraad van Haaksbergen heeft in 2009 de Bedrijventerreinenvisie vastgesteld. Deze visie heeft als doel aan te geven op welke wijze de gemeente nieuwe bedrijventerreinen wil ontwikkelen, maar daarnaast ook een onderbouwing richting de provincie op welke wijze de gemeente bestaande, verouderde bedrijventerreinen wil aanpakken, en daarmee in aanmerking te komen voor subsidie. In deze visie wordt het industrieterrein aangeduid als 't Varck. Dit industrieterrein betrof het meest verouderde terrein van Haaksbergen. In het kader van het revitaliseringstraject is gebleken dat herontwikkeling van dit industrieterrein geen optie is, aangezien de panden in het algemeen van redelijke tot goede kwaliteit zijn. Door goed overleg en kwaliteitsverbeterende maatregelen door te voeren ontstaat een vitaal industrieterrein waar ondernemers graag hun bedrijf vestigen. Samen met de betrokken ondernemers is een plan gemaakt om de uitstraling van het industrieterrein, de verkeerssituatie en de veiligheid te verbeteren. De revitalisering van het industrieterrein is inmiddels afgerond. Doorwerking plangebied Kwaliteitsverbetering van het industrieterrein, zoals genoemd in de Bedrijventerreinenvisie, is mogelijk binnen de vigerende planologische situatie. Deze kwaliteitsverbetering kan na de vaststelling van voorliggend actualiseringsplan worden voortgezet.
Zoals in paragraaf 3.2 is aangegeven, wordt met voorliggend plan mogelijkheden geboden voor verdere verbetering van het industrieterrein.