CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toeliching TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk22a Haaksbergen Dorp, partiële herziening Hartgerink

Gemeenteraad 27 mei 2026, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Raadsvoorstel TAM-Omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiële herziening Hartgerink’21.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Situatie plangebied Voor het voorliggende initiatief is een bodemonderzoek opgesteld. Dit onderzoek is door Kruse BV opgesteld (projectnummer: 25012018). Het gehele rapport is te lezen in Bijlage 8. Hieruit zijn de volgende conclusies gekomen:

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

42

In de boven- en ondergrond en het grondwater zijn (zeer) lichte tot sterke verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4 in het rapport. De omvang van de sterke minerale olie verontreiniging is in voldoende mate in kaart gebracht en wordt geschat op circa 5 m2 x 1.0 meter = circa 5 m3. Er is sprake van geen ernstig geval van bodemverontreiniging, aangezien het omvangscriterium van 25 m3 sterk verontreinigde grond niet wordt overschreden. De interventiewaardecontour is opgenomen in het boorplan van het nader bodemonderzoek in bijlage I in het rapport. Het is onbekend wanneer de vlek is ontstaan. Als deze na 1987 is ontstaan, is er sprake van zorgplicht en is er in principe een saneringsnoodzaak op korte termijn. In de huidige situatie is er geen saneringsnoodzaak, omdat de grondverontreiniging is afgedekt met aaneengesloten verharding. Echter is op de onderzoekslocatie woningbouw gepland. De milieubelastende activiteit “Graven in grond met een kwaliteit boven de interventiewaarde” uit de omgevingswet is van toepassing als het totale graafwerk meer dan 25 m3 bedraagt. Er is een grondsanering noodzakelijk in het kader van de geplande woningbouw. Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden voorgelegd.

De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er, na sanering, geen bezwaar tegen de voorgenomen woningbouw, aangezien de overig vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het toekomstige gebruik (wonen met tuin). Aanvullend bodemonderzoek Voor het voorliggende initiatief is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit bodemonderzoek is door Kruse uitgevoerd (projectnummer: 25012018). Het gehele rapport is te lezen in Bijlage 9. Uit dit rapport volgen de volgende conclusies: In opdracht van Koopmans Projecten BV in een verkennend en nader bodemonderzoek de bodem onderzocht op 3 deellocaties aan de Albert Cuyplaan 58 in Haaksbergen. De aanleiding van dit onderzoek is het buiten gebruik stellen van het tankstation op de locatie en de geplande herontwikkeling en woningbouw op het terrein. Volgens de opdrachtgever hebben er geen calamiteiten plaatsgevonden en zijn er verder geen (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd, die kunnen leiden tot een bodemverontreiniging.

De volgende verdachte deellocaties worden onderzocht: Deellocatie A: Tanks met vulpunten, ontluchtingen en leidingwerk; Deellocatie B: Pompeilanden met vloeistofdichte verharding; Deellocatie C: Slibvangput en olie/benzine-afscheider (SP+OBAS). Resultaten veldwerk In totaal zijn er 22 boringen verricht, waarvan er 8 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er zijn 2 diepe boringen tot 3.20 m-mv afgewerkt met een peilbuis (PB B5 en PB C1). De bodemopbouw van de grond bestaat globaal uit matig grof / fijn, zwak siltig, licht beige / grijs zand. In de boven- en ondergrond is roest aangetroffen, in de ondergrond is oer aangetroffen. In boring C1 zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. Dit wordt in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de opgeboorde bodem. Het freatische grondwater in de peilbuizen is aangetroffen op gemiddeld 1.48 m-mv. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Deellocatie A: Tanks met vulpunten, ontluchtingen en leidingwerk A - OG I (steekbus) is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; A - OG II (steekbus) is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; A - OG III (steekbus) is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; A - OG IV (steekbus) is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN;

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

43

A - OG V (steekbus) is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; A - OG VI (steekbus) is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; A - OG VII (steekbus) is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; A - OG VIII (steekbus) is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN. Deellocatie B: Pompeiland met vloeistofdichte verharding B - BG I is niet verontreinigd met minerale olie; B - BG II is niet verontreinigd met minerale olie. Deellocatie C: Slibvangput en olie/benzine-afscheider (SP+OBAS) C - OG is licht verontreinigd met PCB en sterk verontreinigd met minerale olie. Naar aanleiding van de sterke verontreiniging met minerale olie in boring C1, is een nader bodemonderzoek uitgevoerd om de omvang van de verontreiniging vast te stellen. Resultaten veldwerk nader bodemonderzoek Ten behoeve van de verticale afperking van de verontreiniging zal de bodemlaag van 2.0 - 2.5 m-mv uit boring C1 worden geanalyseerd op minerale olie. Ten behoeve van de horizontale afperking van de verontreiniging is boring C2 van 1.70 - 2.00 m-mv geanalyseerd en zijn 3 extra boringen verricht in een straal van circa 3.5 meter rondom boring C1 (boring C3, C4 en C5).

Resultaten analyses nader bodemonderzoek Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Boring C1 - II is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; Boring C2 is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; Boring C3 is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; Boring C4 is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN; Boring C5 is niet verontreinigd met minerale olie en BTEXN. Conclusies en aanbevelingen In de ondergrond (C - OG) zijn lichte tot sterke verontreinigingen aangetoond. In de overige monsters van de boven- en ondergrond en het grondwater zijn geen verontreinigingen met minerale olie en/of vluchtige aromaten (BTEX) of naftaleen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4 en de hoofdstukken 5 en 6. De omvang van de sterke minerale olie verontreiniging is in voldoende mate in kaart gebracht. De omvang van de sterke minerale olie verontreiniging wordt geschat op circa 5 m2 x 0.6 meter = circa 3 m3. Er is geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging, aangezien het omvangscriterium van 25 m3 sterk verontreinigde grond niet wordt overschreden. De interventiewaardecontour is opgenomen in het boorplan van het nader bodemonderzoek in bijlage I. Het is onbekend wanneer de vlek is ontstaan.

Als deze na 1987 is ontstaan, is er sprake van zorgplicht en is in principe er een saneringsnoodzaak op korte termijn. In de huidige situatie is er geen saneringsnoodzaak, omdat de grondverontreiniging is afgedekt met een aaneengesloten verharding. Echter is op de onderzoekslocatie woningbouw gepland. De milieubelastende activiteit “Graven in grond met een kwaliteit boven de interventiewaarde” uit de omgevingswet is van toepassing als het totale graafwerk meer dan 25 m3 bedraagt. Er is een grondsanering noodzakelijk in het kader van de geplande woningbouw. Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld en ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden voorgelegd. De verontreinigde grond mag niet worden verminderd of worden verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er, na sanering, geen bezwaar tegen de voorgenomen woningbouw, aangezien de overig vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het toekomstige gebruik (wonen met tuin). Na de sloop van de bebouwing is de grond van het plangebied gesaneerd. De Omgevingsdienst Twente heeft akkoord gegeven op de sanering en de evaluatie van het rapport (zaaknummer: Z2026-ODT-003382, Bijlage 12).

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

44

Het aspect 'Bodem' vormt geen belemmering voor het voorliggend plan.

5.12

Waterbelang

Nederland is een waterrijk land. Bouwen in die gebieden kan niet zomaar. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2027 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven.

Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie is doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zijn het beleid en de maatregelen opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg).

Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

45

zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem.

Weging van het waterbelang in voorliggend plan Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de watertoets vervangen door de term 'weging van het waterbelang'. Het begrip houdt in dat de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente is verplicht om de waterbelangen mee te nemen in het omgevingsplan. Dit is een instructieregel van het Rijk die volgt uit artikel 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de opvattingen van de waterbeheerder betrokken worden bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: grondwater; oppervlaktewater; regenwater en; afvalwater. Toets Op 01-07-2025 is er een digitale watertoets uitgevoerd. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure van toepassing is. Voor de digitale watertoets wordt verwezen naar Bijlage 10. Waterhuishouding Het voornemen loopt geen verhoogd risico op mogelijke wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom de plandelen geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd.

Hierbij is in voorliggende situatie, gelet op het verwijderen van bebouwing, de realisatie van bebouwing en/of planologische wijzigingen sprake van kleinschalige ontwikkelingen die nauwelijks invloed uitoefenen op de waterkwaliteit. Tevens bevinden de plandelen zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geïnfiltreerd in de grond waarvoor ruimvoldoende infiltratiemogelijkheden binnen de plandelen aanwezig zijn. Voor de realisatie van de nieuwe appartementscomplexen moet er nieuwe riolering worden gelegd. Dit biedt kansen om hemelwater ook apart af te laten voeren. Benodigde waterberging In het plan is reeds rekening gehouden met het bergen van water. Zo blijkt uit de tekeningen van ODIN (Bijlage 11) dat er rekening wordt gehouden met ca. 158 m2 aan waterberging in de buitenruimte. Deze waterberging is berekend op basis van een waterberging van 55mm per m2. Dit wordt gedaan middels een wadi en een infiltratiekoffer, zoals te zien is in Bijlage 11. Zodra de omgevingsvergunning wordt aangevraagd, wordt een waterhuiskundig plan bijgevoegd waarin wordt aangetoond dat de waterhuishouding voldoet aan de geldende wet-

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

46

en regelgeving. Dit is middels een voorwaardelijke verplichting vastgelegd.

5.13

Gezondheid

De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten - waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). Toets Met voorliggend plan wordt de realisatie van drie appartementen complexen mogelijk gemaakt. Dit kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden/ bezoekers/ inwoners van de gemeente Haaksbergen. Voorliggend plan draagt bij aan de woningbehoefte voor zorgbenodigden en inwoners zonder zorgbehoefte. Het hebben van een passende woning vergroot het woongenot/woongeluk van o.a. starters, ouderen en andere doelgroepen zoekende naar een passende woning. Een kwalitatief goede woon- en leefomgeving draagt bij aan een goede gezondheid. Sociale veiligheid In het kader van sociale veiligheid is het bij de planvorming rekening gehouden met een goed verlichte parkeerplaats, een gemengde functie die zorgt voor een levendig gebruik van de omgeving en een schone, nieuwe uitstraling dragen allemaal bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Daarnaast is er rekening gehouden met een noodtoegang die vanaf de Goorsestraat toegankelijk is.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

47

Hoofdstuk 6

Financiële haalbaarheid

Kostenverhaal Afdeling 13.6 van de Omgevingswet bevat de regeling voor kostenverhaal. De wet geeft de uitgangspunten en vereisten op basis waarvan wordt bepaald of kostenverhaal verplicht is en hoe de kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald. De verplichting tot kostenverhaal geldt voor particuliere grondeigenaren die een bouwplan als bedoeld in artikel 13.11 Omgevingswet en artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit kunnen realiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bouw van een of meerdere woningen of een nieuw hoofdgebouw. Uit artikel 13.11 Ow volgt dat het verhaal van kosten via een anterieure overeenkomst mag plaatsvinden. De initiatiefnemer sluit met de gemeente een anterieure overeenkomst. Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie heeft betrekking op vergoeding van schade veroorzaakte door rechtmatige besluiten en handelen van de overheid. Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen: die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten; die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. De schadeoorzaken zijn limitatief opgesomd in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Dit betekent dat de wet de schadeoorzaken uitputtend regelt. Er zijn dus geen andere schadeoorzaken mogelijk dan die in de Omgevingswet staan.

Schadeoorzaken zijn onder meer: een omgevingsvergunning, een regel in het omgevingsplan met rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven of een maatwerkvoorschrift. Middels een anterieure overeenkomst nadeelcompensatie zijn afspraken vastgelegd over nadeelcompensatie.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

48

Hoofdstuk 7 7.1

Toelichting planregels

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is. Met het ‘TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, Albert Cuyplaan 58’ worden drie woongebouwen gerealiseerd op een voormalige bedrijfslocatie. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Haaksbergen is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.

7.2

Opzet van de regels

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025.

Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Voorliggend ontwerp van TAM-Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22a Haaksbergen dorp, partiele herziening Hartgerink' heeft in de periode van 4 november 2025 tot 16 december 2025 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie aan de Albert Cuyplaan 58 in Haaksbergen, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0158.BP1219-0001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen. 7.2.1

Preambule

In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

49

7.2.2

Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: Artikel 1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Artikel 3 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. 7.2.3

Functies en activiteiten

In Hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. 7.2.4

Algemene regels voor activiteiten

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels voor activiteiten. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelbepalingen; Planologische gebruiksactiviteiten: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies. Regels parkeren: dit artikel bevat bepalingen over parkeren; Overige regels; 7.2.5

Nadere toelichting op de regels

Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebied of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied. Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden). Toelichting op de regels Wonen Binnen deze functie zijn appartementen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'Commerciële ruimte' is mede een commerciële ruimte toegestaan op de begane grond. Ook zijn de gronden bedoeld voor uitoefening van een beroep aan huis. Ter plaatse van de aanduiding 'Zorgappartementen' zijn mede woon-/zorgappartementen toegestaan. Het bouwplan betreft het realiseren van een drietal woongebouwen met ruimte voor maximaal 57 wooneenheden. Als de wens aanwezig is kunnen in de woongebouwen, waar mede zorgwoningen zijn toegestaan, twee extra appartementen worden gerealiseerd. In totaal kunnen maximaal 59 appartementen mogelijk worden gemaakt met voorliggend plan. Waarde - Lage archeologische verwachting Deze functie betreft het beschermen van de archeologische waarden. De betrokken gronden zijn op de verbeelding aangegeven. Dit is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische beleidskaart.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Haaksbergen Dorp, partiele herziening Hartgerink NL.IMRO.0158.BP1219-0001

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16854828/1