bijlage 1-2: TOE BP Haaksbergen, O&K-terrein vaststelling (09-08-2023) + bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027 . Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Beleid waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap Vechtstromen is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie.
Dit betekent dat invulling van de inhoud van dit nieuwe beleid buiten de scope van het waterbeheerprogramma ligt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 6.1.5
Gemeentelijk rioleringsplan 2017-2020
Het belangrijkste doel van riolering is om bij te dragen aan de volksgezondheid. Daarnaast is riolering van belang voor de bewoonbaarheid van de leefomgeving in de zin van droge voeten en voor bescherming van het milieu. Riolering is vooralsnog onmisbaar in stedelijk gebied. De aanleg en het beheer ervan is een kostbare aangelegenheid. Reden genoeg om als gemeente een rioleringsplan (GRP) te willen hebben waarin staat aangegeven: • • • • • • •
welk beleid de gemeente voert voor de zorgplichten riolering, wat de gemeente aan rioleringsvoorzieningen heeft, hoe deze worden beheerd, inclusief beleid voor personeel en middelen, welke voorzieningen aan vervanging of renovatie toe zijn, uitbesteding, welke verbeteringen nog nodig zijn, onder meer voor wateroverlast en milieu, hoeveel dat alles kost en hoe deze kosten op de burgers en bedrijven worden verhaald.
In het GRP is het hemelwaterbeleid voor nieuwbouw concreet uitgewerkt. Hierbij wordt de trits 'Vasthouden Bergen - Afvoeren' en de trits 'Schoonhouden - Scheiden - Zuiveren' gehanteerd: 1. 2. 3. 4. 5.
Hemelwater is in principe schoon en wordt zo min mogelijk verontreinigd. Infiltratie van hemelwater op de plek waar het valt is de meest logische keuze. Transport van hemelwater moet worden geminimaliseerd. Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft, voor zover nodig, de voorkeur boven riolering. Rechtstreekse lozing van niet vervuilde oppervlakken op oppervlaktewater is vaak een goede oplossing voor straten en percelen die grenzen aan het water. 6. Samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelsgoten zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds naar de gewenste plek wordt afgevoerd. 7. Wadi’s verdienen de voorkeur als een centrale infiltratievoorziening nodig is. 8. Dimensionering van infiltratievoorzieningen op basis van richtlijnen voor de berging en de overloop, waarbij de berging wordt betrokken op daken plus verharding. 9. Dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater in overleg met het waterschap. 10. Infiltratie kan in sommige omstandigheden leiden tot grondwateroverlast. Bovenstaande betreft een samenvatting van de concrete maatregelen.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld 6.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. Voor onderhavig project is een waterhuishoudkundig plan opgesteld, die in overleg met de gemeente en het waterschap is opgesteld. Hierna zijn de belangrijkste delen overgenomen uit de rapportage. Voor het volledige plan wordt verwezen naar bijlage 16 bij deze toelichting. De eisen en randvoorwaarden maken het noodzakelijk dat het vuilwater en hemelwater gescheiden van elkaar wordt gehouden. Hemelwater Het toekomstig hemelwatersysteem in de openbare ruimte zal voornamelijk bestaan uit een bovengrondse afvoer via wegen naar diverse hemelwatervoorzieningen (wadi’s en waterbergende plantvakken) om hier geborgen te worden. Alleen ter plaatse van de noordelijke wadi zal het water eveneens in de bodem infiltreren. Ter plaatse van de overige wadi’s is infiltratie in verband met de aanwezige bodemverontreiniging niet mogelijk. Hemelwater wordt vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater. Hemelwaterafvoer van de daken zal per huis plaatsvinden middels de aanleg van een regenpijp welke onder de woning doorloopt.
Op de kavelgrens wordt een lozingspunt voor hemelwaterafvoer gerealiseerd waarbij het water vanuit de terreinriolering over het maaiveld naar de openbare ruimte kan stromen. In de nieuwe situatie zal het verhard oppervlak circa 1,5 hectare bedragen. Op basis van het toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied is een doorvertaling gemaakt naar de bergingsopgave. Uitgaande van een statische bergingsopgave van 55 mm ligt de beringsopgave op 828 m3. Hierbij is als uitgangspunt gehanteerd dat de parkeervakken waterdoorlatend worden uitgevoerd waarbij een goede waterdoorlatende fundering gerealiseerd wordt. Uit de berekening blijkt dat de bergingscapaciteit in de te realiseren voorzieningen (totaal 956 m 3) ruimschoots voldoet aan de bergingsopgave (828 m3). Vuilwater De vuilwaterriolering kan onder vrijverval aangesloten worden op de M.A. de Ruiterstraat. Van de woningen in de noordoosthoek dient nog vastgesteld te worden of deze op de M.A. de Ruiter‐straat/Kortenaerstraat kunnen worden aangesloten, hier zijn geen rioleringsgegevens van. De verwachtte toename in het DWA bij een piekbelasting betreft circa 3,21 m³/uur. Toekomstige maaiveldhoogtes Op basis van de hoogte van de bestaande omliggende wegen zal de toekomstige weghoogte tussen de circa 25,75 en 26,0 m +NAP liggen.
Deze toekomstige maaiveldhoogtes zijn inclusief de eisen aan de ontwateringsdiepte en grondwaterstanden weergegeven in tabel 13 van het plan. Gezien de noodzakelijke ontwateringsdiepte ter plaatse van de weg mag de toekomstige GHG zich op het laagte deel van het plangebied op maximaal 24,8 m +NAP bevinden. Mocht uit de nog uit te voeren grondwatermonitoring blijken dat de GHG ter plaatse hoger is gelegen dient, om te zorgen dat er voldoende ontwateringsdiepte aanwezig is, drainage aangelegd worden. Op basis van de bekende gegevens wordt hier vooralsnog niet vanuit gegaan. Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
HOOFDSTUK 7
7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van wijzigings/bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld • • • • •
Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, inhoudsmaat, etc.); Nadere eisen: burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan plaats en afmetingen van de bebouwing; Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden er mag worden afgeweken van de bouwregels met betrekking tot de dakhelling; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming.
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
• •
•
•
7.2.5
Anti-dubbeltelregel (Artikel 10) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 11) In dit artikel is aangegeven hoe omgegaan wordt met afwijkende maatvoering. Algemene gebruiksregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels (Artikel 13) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overige regels (Artikel 14) In dit artikel worden overige regels, welke betrekking hebben op parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden, gegeven. Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld Bedrijf - Nutsbedrijf (Artikel 3) Het KPN-gebouw op de hoek van de Parallelweg en de Kortenaerstraat is voorzien van de bestemming ‘Bedrijf – Nutsbedrijf’. Binnen deze bestemming zijn openbare nutsvoorzieningen toegestaan. De bouwregels maken onderscheid tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij voldaan moet worden aan de aangegeven maatvoeringseisen (o.a. bouwhoogte). Tot slot zijn tevens bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met inachtneming van de aangegeven hoogten. Groen (Artikel 4) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van groenvoorzieningen. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bedoeld voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Wat betreft gebouwen zijn uitsluitend nutsvoorzieningen toegestaan, waarbij voldaan moet worden aan de aangegeven maatvoeringseisen (o.a. bouwhoogte). Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn eveneens toegestaan met inachtneming van de opgenomen maximale bouwhoogten. Maatschappelijk (Artikel 5) De bestemming ‘Maatschappelijk’ is opgenomen ter plaatse van het perceel Kortenaerstraat 39-39a. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor een fysiotherapiepraktijk en een bedrijfswoning.
Daarnaast is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis of bed & breakfast onder voorwaarden toegestaan. Tot slot zijn bijbehorende voorzieningen zoals erven, tuinen, paden en parkeervoorzieningen toegestaan. De bouwregels maken onderscheid tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het daarvoor opgenomen bouwvlak dienen te worden gebouwd en voor zover aangegeven dient de voorgevel in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn te worden gebouwd. Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn tevens toegestaan, een en ander met inachtneming van de aangegeven maatvoeringseisen. Tuin (Artikel 6) De voortuinen en zijtuinen (in geval van hoekpercelen) van de woningen zijn bestemd tot ‘Tuin’. Deze bestemming is opgenomen teneinde de erven aan de voorzijde onbebouwd te houden (met uitzondering van erkers ten behoeve van woningen). De gronden zijn bestemd voor tuinen en onbebouwde erven, met de daarbij behorende in- en uitritten, parkeergelegenheid, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming en erkers toegestaan, met inachtneming van de daarbij behorende bouwregels. Voor erkers is specifiek bepaald dat de afstand van en erker tot de naar de weg gekeerde perceelgrens minimaal 1 m bedraagt. Op deze manier is het beoogde plan voor elke kavel uitvoerbaar. Ten aanzien van de afmetingen kunnen nadere eisen worden gesteld. Verkeer – Verblijfsgebied (Artikel 7) Parkeervoorzieningen en overig infrastructuur zijn bestemd tot ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wegen met hoofdzakelijk een functie voor de ontsluiting van de aanliggende erven, parkeer,- groen- en speelvoorzieningen, in beperkte mate voor tuinen en erven, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en uitingen van beeldende kunst. Er zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming toegestaan, met inachtneming van de opgenomen bouwhoogtes. Ten aanzien van de situering van bebouwing kunnen nadere eisen worden gesteld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld Wonen - 1 (Artikel 8) De bestemming ‘Wonen - 1’ is opgenomen ter plaatse van de gronden onderdeel uitmakend van het O&Kterrein. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor woningen alsmede voor kantoren en (maatschappelijke) dienstverlening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' (te handhaven kantoorgebouw) en tot een maximale omvang van 400 m² bvo. Daarnaast is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis of bed & breakfast onder voorwaarden toegestaan. Tot slot zijn bijbehorende voorzieningen zoals erven, tuinen, paden en parkeervoorzieningen toegestaan. De bouwregels maken onderscheid tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het daarvoor opgenomen bouwvlak dienen te worden gebouwd en voor zover aangegeven dient de voorgevel in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn te worden gebouwd. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 93. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn tevens toegestaan, een en ander met inachtneming van de aangegeven maatvoeringseisen.
Bijzondere elementen, zoals de hoge doorlopende muur nabij de ingang van de toegangsweg aan de Parallelweg, zijn expliciet aangeduid. Wonen - 2 (Artikel 9) De bestemming ‘Wonen - 2’ is opgenomen ter plaatse van de aangrenzende percelen die geen onderdeel uitmaken van het O&K-terrein. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor woningen alsmede voor bedrijven zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, met dien verstande dat de brutovloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven. Daarnaast is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis of bed &breakfast onder voorwaarden toegestaan. Tot slot zijn bijbehorende voorzieningen zoals erven, tuinen, paden en parkeervoorzieningen toegestaan. De bouwregels maken onderscheid tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt dat de woningen uitsluitend vrijstaand danwel geschakeld mogen worden gebouwd. Uitsluitend het bestaande aantal woningen per bouwperceel zijn toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de bouwaanduiding ‘vrijstaand' maximaal 1 nieuwe vrijstaande woning mag worden gebouwd binnen het aangegeven bouwvlak (in totaal 4 nieuwe woningen). De voorgevels van hoofdgebouwen dienen voor zover aangegeven voor ten minste 60% te worden gebouwd in de gevellijn danwel in de bestaande gevellijn.
Voor het overige dient te worden voldaan aan de maatvoeringseisen (inhoud, bouw-/goothoogte etc.). Bijbehorende bouwwerken zijn tevens toegestaan, waarbij waar nodig bij percelen maatwerk is geleverd ten aanzien van de omvang van bijbehorende bouwwerken. In een aantal gevallen is namelijk reeds sprake van een grote omvang aan bijbehorende bouwwerken, bijvoorbeeld ten gevolge van het aldaar gevestigde bedrijf. Voor het overige dient te worden voldaan aan de maatvoeringseisen (inhoud, bouw-/goothoogte etc.). Tot slot zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, een en ander met inachtneming van de aangegeven hoogten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van een omgevingsvergunning moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan of omgevingsvergunning geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Er is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over procedurekosten en omgang met eventuele planschade. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
HOOFDSTUK 9
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
9.1
Vooroverleg
9.1.1
Rijk
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit plan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Het plan is in het kader van het vooroverleg aan provincie Overijssel voorgelegd en is akkoord met voorliggend bestemmingsplan. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
Het plan is in het kader van het vooroverleg aan waterschap Vechtstromen voorgelegd en is akkoord met voorliggend bestemmingsplan.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt er geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Dit vanwege het feit dat betrokkenen en direct omwonenden/belanghebbenden vroegtijdig zijn geïnformeerd inzake de voorgenomen planvorming.
9.3
Zienswijzen
Vanaf 4 mei 2023 tot en met 14 juni 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een ieder ter inzage gelegen. De papieren versie lag in de genoemde periode ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis. Tevens was het ontwerpbestemmingsplan te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl, het planidentificatienummer is NL.IMRO.0158.BP1208-0001. Gedurende de periode waarin het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, heeft een ieder zijn of haar mening en/of opmerkingen in de vorm van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie kenbaar kunnen maken. Er zijn in totaal vier zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn binnen de termijn ontvangen en zijn hiermee ontvankelijk. De zienswijzen zien met name toe op de aspecten privacy, activiteiten van MBS en verkeersafwikkeling. In bijlage 17 bij deze toelichting is de Nota van Zienswijzen opgenomen. Deze zienswijzennota bevat de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijzen evenals een overzicht van doorgevoerde wijzigingen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 1
Stedenbouwkundige uitgangspunten
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 2
Stedenbouwkundig plan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 3
Bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek parkeerterrein en omliggende functies
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek MBS
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek cumulatie MBS en wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 8
Geuronderzoek MBS
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 9
Luchtkwaliteitsonderzoek MBS
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 10
Trillingshinderonderzoek MBS
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 11
AERIUS-berekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 12
Quickscan natuurwaarden
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 13
Nader onderzoek ecologie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
69
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 14 Archeologisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
70
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 15 Aanmeldnotitie Besluit mer
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
71
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 16 Waterhuishoudkundig plan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
72
Bestemmingsplan “Haaksbergen, partiële herziening O&K-terrein” Vastgesteld
Bijlage 17 Zienswijzennota
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
73