Bankreglement SON 2020
Tekst van het document
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland 2020
MODEL BANKREGLEMENT als bedoeld in artikel 4:37 Wet op het financieel toezicht
Vastgesteld door de Gemeenteraden van de aan de gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland deelnemende gemeenten d.d.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 2
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt verstaan onder: Bankreglement Begeleide Bemiddelen
a
b
c
Besluit Bestuur Budgetbegeleiding Budgetbeheer BW Cliënt
Consumptief krediet Directeur Financiële dienst Financiële dienstverlening Financieel product
Hypothecair krediet
a b c a b c
dit reglement; de natuurlijke persoon met wie de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbegeleiding heeft gesloten; alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan een financieel instrument, krediet of verzekering tussen een cliënt en een aanbieder; alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake krediet tussen een cliënt en een aanbieder of het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een dergelijke overeenkomst; alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een verzekeraar of op het assisteren bij het beheer en uitvoering van een verzekering; Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht (Wft); Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland het stimuleren, motiveren en ondersteunen van een natuurlijke persoon teneinde te komen tot een verantwoord financieel beheer en het aanreiken van vaardigheden; het geheel van activiteiten in het kader van het beheren van het inkomen van de rekeninghouder en het overeenkomstig het vastgestelde budgetplan verrichten van betalingen; Burgerlijk Wetboek; de
niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waaraan de Kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie de Kredietbank voornemens is een financiële dienst te verlenen of verleend heeft; krediet, niet zijnde hypothecair krediet, starterskrediet of onderhoudskrediet; de directeur van de Kredietbank; het aanbieden, adviseren of bemiddelen ter zake van een financieel product; het verlenen van diensten als bedoeld in de Wet, zijnde: het aanbieden van kredieten, behoudens starterskredieten; het aanbieden van budgetbeheerrekeningen het bemiddelen bij het tot stand komen van verzekeringen; krediet; budgetbeheerrekening, voor zover dit niet plaatsvindt in het kader van integrale hulpverlening; verzekering. een krediet dat door de Kredietbank op grond van haar publieke taak
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 3
Krediet Kredietbank Kredietnemer Kredietovereenkomst Onderhoudskrediet Overeenkomst op afstand
Problematische schuldsituatie Rekeninghouder Representatieve organisatie Richtlijn Saneringskrediet
Schuldenaar Schuldhulpverlening
wordt verstrekt, waarbij de kredietnemer aan de Kredietbank tot zekerheid voor de nakoming van de vordering het recht van hypotheek op een registergoed verleent; het aan de kredietnemer ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten; de Stadsbank Oost Nederland, (statutair) gevestigd te Enschede, en kantoorhoudende te Enschede., aan de Spelbergsweg 35-37 conform artikel 1:1 Wft; de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waarmee de Kredietbank een overeenkomst tot kredietverlening sluit; de overeenkomst waarbij de kredietgever aan de kredietnemer een geldsom ter beschikking stelt en waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten; een krediet dat door de Kredietbank wordt verstrekt in het kader van het volkshuisvestingsbeleid van een deelnemende gemeente; de overeenkomst die tussen de Kredietbank en een cliënt wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van een medewerker vande Kredietbank en cliënt en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand (Boek 6, artikel 230g lid 1, sub e, Burgerlijk Wetboek); de situatie
waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen.
de natuurlijke persoon die met de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbeheer heeft gesloten; de NVVK, vereniging voor schuldhulpverlening en sociaalbankieren, statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te 3511 GB Utrecht aan de Catharijnesingel 30d; Richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG; een krediet dat door de Kredietbank op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Schuldregeling van de representatieve organisatie wordt verstrekt, teneinde de schulden van de kredietnemer integraal of tegen finale kwijting te voldoen; de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon die een aanvraag voor een schuldregeling indient; het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.
Schuldhulpverlening is een verzamelnaam en omvat alle financiële diensten in het sociale domein die gericht zijn op het oplossen, beheersen, voorkomen dan wel vroegtijdig signaleren van schulden;
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 4
Schuldregeling Schuldregelingsovereenkomst Sociaal krediet
Starterskrediet Toezicht Toezichthouder Uitvoeringsregeling Wet
bij een schuldregeling bemiddelt de Kredietbank tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers om een minnelijke regeling van de totale schuldenlast te bewerkstelligen; een overeenkomst waarin de rechten, verplichtingen en voorwaarden van de schuldenaar en de Kredietbank ter zake van de schuldregeling zijn opgenomen; een krediet dat door de Kredietbank, anders dan in de vorm van een saneringskrediet, in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden aan de kredietnemer ter beschikking wordt gesteld. een krediet dat door de Kredietbank op grond van haar publieke taak aan een startende ondernemer wordt verstrekt; het toezicht als bedoeld in artikel 4:37 lid 2 van de Wet; het Bestuur; Uitvoeringsregeling Wft; Wet op het financieel toezicht (Wft).
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 5
HOOFDSTUK II
DOEL, TAAKSTELLING, BEHEER EN TOEZICHT
Artikel 2 Doelstelling en te behartigen belangen 1. De Kredietbank is een kredietbank als bedoeld in de artikelen 4:36 en 4:37 van de Wet en heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald om een, zowel vanuit een bedrijfseconomische alsook maatschappelijke optiek bezien, verantwoord pakket van, al dan niet, financiële dienstverlening aan te bieden aan, in het bijzonder, de ingezetenen in haar rechtsgebied. 2. In het licht van de in het vorige lid omschreven doelstelling behartigt de bank de volgende belangen: 1. deelnemen aan krediettransacties; 2. treffen van schuldenregelingen; 3. budgetbeheer; 4. afgifte van verklaringen op grond van de Fw; 5. bewindvoering en curatele op grond van de Fw; 6. bewindvoering op grond van het BW; 7. verrichten van diensten in het kader van de beschikbaarheid/nuttigheid; 8. preventie; 9. bevorderen van de spaarzin; 10. zorgdragen voor een harmonische en evenwichtige ontwikkeling van de onderneming. Artikel 3 Beheer 1. De Kredietbank wordt beheerd door het Bestuur. 2. De feitelijke leiding van de Kredietbank berust bij de directeur. 3. Het Bestuur kan (terzake) de uitvoering van de in artikel 2 genoemde taken aan de directeur mandateren/volmacht verlenen. 4. Indien het Bestuur gebruik maakt van zijn in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid, wordt dit vastgelegd in een besluit/directiestatuut.
Artikel 4 Toezicht Het Bestuur ziet in overeenstemming met artikel 4:37 lid 2 van de Wet toe op de naleving van dit Bankreglement door de Kredietbank.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 6
HOOFDSTUK III
FINANCIËLE DIENSTVERLENING
Artikel 5 Toepassingsbereik De artikelen 6 tot en met 13 zijn alleen van toepassing op financiële diensten en financiële producten waarop de Wet van toepassing is. Artikel 6 Betrouwbaarheid 1. De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen objectief vast. 2. De Kredietbank stelt de betrouwbaarheid van de werknemers en andere personen die zich onder verantwoordelijkheid van de Kredietbank rechtstreeks met financiële dienstverlening bezighouden, objectief vast . 3. De Kredietbank bepaalt de betrouwbaarheid van de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde personen op basis van artikel 4:10 van de Wet 4. De artikelen 12 tot en met 16 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 7 Deskundigheid 1. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de personen van de Kredietbank die het dagelijks beleid bepalen deskundig zijn in verband met de bedrijfsvoering van de Kredietbank. 2. De Kredietbank draagt zorg voor de deskundigheid van zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezig houden met het verlenen van financiële diensten aan cliënten. 3.
Op de deskundigheid van de personen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel is artikel 4:9 Wft van toepassing als mede hoofdstuk 2, artikelen 5 tot en met 7, 9 tot en met 11 van het Besluit van toepassing. Artikel 8 Integere en beheerste bedrijfsvoering 1. De Kredietbank voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. 2. De Kredietbank ziet erop toe dat de Kredietbank of haar medewerkers in de uitvoering van hun taken integer handelen en geen handelingen verrichten die het vertrouwen in de Kredietbank of in de financiële markten kunnen schaden. 3. De Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank. 4. De Kredietbank richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt. 5. De Kredietbank stelt de beheerste en integere bedrijfsvoering vast op basis van de in artikelen 4:11 en 4:15 Wft e.v. genoemde bepalingen. Artikel 9 Zorgvuldige dienstverlening en zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid 1.
De Kredietbank draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product of financiële dienst, waaronder reclameuitingen, geen afbreuk doet aan de bij of krachtens de Wet aan de cliënt te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie. 2. De door de Kredietbank verstrekte informatie is feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend. 3. De Kredietbank verstrekt de cliënt voorafgaand aan het adviseren of de totstandkoming van de overeenkomst inzake een financieel product informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van dat product. 4. De Kredietbank verstrekt de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen in de informatie bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor zover deze informatie redelijkerwijs
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 7
relevant is voor de cliënt dan wel informatie over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen. 5. De artikelen 32, 33, 49, 51, 53, 54, 57, 59a, 68a, en 111 tot en met 115a en b van het Besluit zijn van toepassing. Artikel 10 Adviseren en execution only 1. Indien de Kredietbank een cliënt adviseert: a. wint de Kredietbank in het belang van de cliënt informatie in over zijn financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies; b. draagt de Kredietbank er zorg voor dat zijn advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening houdt met de onder a bedoelde informatie; c. licht de Kredietbank de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan het advies, voor zover dit nodig is voor een goed begrip van het advies. 2. Indien de Kredietbank bij het verlenen van een financiële dienst aan een cliënt niet adviseert (execution only), maakt de Kredietbank dat bij de aanvang van de dienstverlening aan de cliënt kenbaar. 3. De Kredietbank is in deze gehouden aan de bepalingen van de artikelen 80e en 86f van het Besluit en kan een klantprofiel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel vastleggen. Artikel 11 Zorgvuldige bejegening van de cliënt 1.
De Kredietbank houdt zich aan de bij de behandeling van de cliënt bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur te stellen nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid. 2. Artikel 81 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing. Artikel 12 Uitbesteding werkzaamheden 1. Bij uitbesteding van werkzaamheden aan een derde draagt de Kredietbank er zorg voor dat deze derde de ingevolge de Wet met betrekking tot die werkzaamheden op de Kredietbank van toepassing zijnde regels naleeft. 2. Artikel 37 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing. Artikel 13 Verkoop op afstand 1. Het artikel 230 in het bijzonder w-z van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op het sluiten van overeenkomsten op afstand. 2. De artikelen 77 tot en met 80 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 8
HOOFDSTUK IV
KREDIETVERLENING
Paragraaf 1
Inleidende bepalingen
Artikel 14 Kredietverlening 1. De kredietbank kan met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 van de vigerende Gemeenschappelijke Regeling Stadsbank Oost Nederland, kredieten verstrekken aan ingezetenen van gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland. 2. Het bestuur kan (terzake) de bevoegdheid tot het verlenen van kredieten aan de directeur mandateren/volmacht verlenen en wel tot een nader door het bestuur vast te stellen bedrag. 3. De kredietverlening vindt plaats met in achtneming van de Gedragscode Sociale Kredietverlening van de representatieve organisatie. Artikel 15 Kredietregistratie De Kredietbank neemt deel aan een stelsel van kredietregistratie. Artikel 16 Formulier standaardinformatie inzake consumptief krediet 1. De Kredietbank dient voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst aan de cliënt informatie te verstrekken met het oog op een adequate beoordeling van het krediet. 2. De informatie als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager aan de cliënt verstrekt in de vorm van het ESIC formulier. 3.
In het geval dat de cliënt heeft verzocht de kredietovereenkomst tot stand te laten komen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in lid 1 bedoelde informatie niet schriftelijk of op een duurzame drager kan worden verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst, verstrekt de Kredietbank de informatie aan de cliënt onmiddellijk na de totstandkoming van kredietovereenkomst. 4. Artikel 112 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 2
Kredietaanvraag en afwijzing
Artikel 17 Aanvraag 1. Een krediet kan bij de Kredietbank worden aangevraagd. 2. De aanvraag tot kredietverlening vindt zoveel mogelijk plaats op een daartoe door de Kredietbank, op verzoek van de cliënt, ter beschikking te stellen aanvraagformulier Krediet of via een digitaal aanvraagformulier. 3. De Kredietbank kan het model aanvraagformulier van de representatieve organisatie gebruiken. Artikel 18 Beoordeling 1. De Kredietbank legt de criteria vast die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beoordeling van de kredietaanvraag van een cliënt en past deze criteria toe bij de beoordeling van de kredietaanvraag. 2. De artikelen 113 lid 1,114 en 115, lid 1, 3-7 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 19 Afwijzing aanvraag 1. Indien de Kredietbank besluit de kredietaanvraag af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager van een krediet onder opgaaf van redenen. 2. In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke klachtmogelijkheden tegen afwijzing van de kredietaanvraag openstaan.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 9
Paragraaf 3
Kredietovereenkomst
Artikel 20 Algemeen 1. De kredietovereenkomst wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan. 2. De Kredietbank verstrekt de cliënt een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar. 3. Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de Kredietbank, in het belang van de kredietnemer, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de Kredietbank, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is. 4. De Kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een kredietnemer indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de kredietnemer, onverantwoord is. 5. De artikelen 113 lid 1, 114 en 115 lid 1, 3-7 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 21 Inhoud van de kredietovereenkomst 1. Elke kredietovereenkomst dient op papier of een andere duurzame drager te zijn vastgelegd en dient in ieder geval op duidelijke en beknopte wijze te vermelden: a. het soort krediet; b. de identiteit en geografische adressen van de overeenkomst sluitende partijen en in voorkomend geval de identiteit en het geografische adres van de betrokken bemiddelaar; c. de duur van de kredietovereenkomst; d. het totale kredietbedrag en de voorwaarden voor kredietopneming; e.
de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen en voor zover beschikbaar, indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet, alsmede de termijnen, voorwaarden en procedures voor wijziging ervan; f. indien naar gelang van de verschillende omstandigheden verschillende debetrentevoeten worden toegepast, de in onderdeel e genoemde informatie met betrekking tot alle toepasselijke rentevoeten; g. het jaarlijks kostenpercentage en het totale door de cliënt te betalen bedrag, berekend bij het sluiten van de kredietovereenkomst, alsmede alle bij de berekening van dit percentage gebruikte hypothesen; h. het bedrag, het aantal en de frequentie van de door de cliënt te verrichten betalingen, en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de betalingen aan de verschillende openstaande saldi tegen verschillende debetrentevoeten worden toegerekend met het oog op aflossing; i. in geval van aflossing van het krediet van een kredietovereenkomst met vaste looptijd, het recht van de cliënt om gratis en op verzoek op enig ogenblik tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst een overzicht van de rekening in de vorm van een aflossingstabel te ontvangen; j.
indien kosten en interesten worden betaald zonder aflossing van het krediet, een overzicht van de termijnen en voorwaarden voor de betaling van de rente en periodiek en nietperiodieke bijbehorende kosten; k. de eventuele kosten voor het aanhouden van één of meer rekeningen voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen, tenzij het openen van een rekening facultatief is, tezamen met de kosten voor het gebruik van een betaalmiddel voor zowel betalingen als kredietopnemingen, andere uit de kredietovereenkomst voortvloeiende kosten, alsmede de voorwaarden waaronder de kosten worden gewijzigd; l. de op het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst geldende rentevoet ingeval van betalingsachterstand daarvan alsmede de wijzigingsmodaliteiten en, in voorkomend geval, kosten van niet-nakoming; m. een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling; n. de eventueel gevraagde zekerheden en verzekeringen;
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 10
o. het al dan niet bestaan van het recht van ontbinding van de kredietovereenkomst en de termijn voor de uitoefening daarvan, alsmede andere uitoefeningsvoorwaarden, zoals informatie over de verplichting voor de cliënt om het krediet aan de Kredietbank terug te betalen binnen 30 kalenderdagen vermeerderd met de over het krediet verschuldigde kredietvergoeding tot het moment dat het krediet wordt terugbetaald; p. informatie omtrent het recht uit artikel 230x van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek; q. het recht op vervroegde aflossing, de hiervoor te volgen procedure alsmede, in voorkomend geval, informatie over het recht van de Kredietbank op een vergoeding en de wijze waarop deze vergoeding wordt vastgelegd; r. de procedure voor de uitoefening van het recht van beëindiging van de kredietovereenkomst; s. voor de cliënt openstaande buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures en, indien dit het geval is, hoe de cliënt die procedure kan inleiden; t. in voorkomend geval, de overige contractvoorwaarden, en; u. in voorkomend geval, naam en adres van het Bestuur. 2. Indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, is de kredietovereenkomst vernietigbaar. 3. Alleen de kredietnemer kan een beroep op de vernietigbaarheid ingevolge lid 2 doen. Artikel 22 Ter beschikkingstelling van het krediet 1. Na het sluiten van de kredietovereenkomst wordt: a.
bij een aflopend krediet (persoonlijke lening), niet zijnde een saneringskrediet, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel of gedeeltelijk aan de kredietnemer beschikbaar gesteld; b. bij een aflopend krediet, zijnde een saneringskrediet, de kredietsom die bij de kredietovereenkomst is bepaald, door de Kredietbank in zijn geheel aan de bij de Kredietbank bekende schuldeisers uitgekeerd en wel na daartoe verkregen akkoord van alle bekende schuldeisers; c. bij een doorlopend krediet, de kredietnemer in de gelegenheid gesteld geldsommen bij de Kredietbank op te nemen, voor zover het saldo van deze bedragen de kredietlimiet niet overschrijdt. 2. Indien de ter beschikkingstelling als bedoeld in lid 1 sub a of b van dit artikel op onjuiste wijze plaatsvindt en dit geheel of in overwegende mate te wijten is aan onregelmatigheden aan de kant van de kredietnemer, is dit geheel voor rekening en risico van de kredietnemer. 3. Indien de opname als bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel op onjuiste wijze plaatsvindt en dit geheel of in overwegende mate te wijten is aan onregelmatigheden aan de kant van de kredietnemer, is dit geheel voor rekening en risico van de kredietnemer. 4. Ten aanzien van de ter beschikkingstelling van het krediet kan de Kredietbank aanvullende voorwaarden stellen. Artikel 23 Algemene voorwaarden 1.
Het Bestuur stelt de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten kredietovereenkomsten. 2. De algemene voorwaarden dienen in ieder geval de volgende bepalingen te bevatten: a. de boeken, dit in ruimste zin van het woord, van de Kredietbank strekken tot volledig bewijs van: i. alle door de Kredietbank aan of voor rekening van de kredietnemer gedane betalingen; ii. alle door of vanwege de kredietnemer aan de Kredietbank gedane betalingen; iii. de hoogte van de vordering; één en ander onverminderd het recht van de kredietnemer tot het leveren van tegenbewijs; b. de Kredietbank zal ook in rechte ten bewijze van haar vordering kunnen volstaan met het produceren van door de Kredietbank conform getekende uittreksels uit haar boeken;
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 11
c. de Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen in de gevallen als bedoeld in artikel 31 van dit Bankreglement. 3. Het Bestuur kan (terzake) het opstellen van algemene voorwaarden aan de directeur mandateren/volmacht verlenen. 4. Indien het opstellen van de algemene voorwaarden geschiedt door de directeur, dan worden deze ter goedkeuring voorgelegd aan het Bestuur. 5. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de aanvrager van een krediet uiterlijk voor of bij het sluiten van de kredietovereenkomst van de algemene voorwaarden een schriftelijk exemplaar ontvangt. Artikel 24 Zakelijke of persoonlijke zekerheid Indien omstandigheden met betrekking tot de kredietnemer dan wel het doel van de kredietverlening dit rechtvaardigen, kan de Kredietbank verlangen dat zakelijke of persoonlijke zekerheid wordt gesteld. Artikel 25 Overige bepalingen 1. Van elke aflossing wordt de kredietnemer een bewijs verstrekt, tenzij betaling is geschied door tussenkomst van een aan het giraal of elektronisch verkeer deelnemende instelling. 2. De Kredietbank berekent het Jaarlijks kostenpercentage van een krediet overeenkomstig artikel 1 van het Besluit. 3. De Kredietbank informeert de cliënt gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst overeenkomstig artikel 68, 68a en 68b en artikel 80 van het Besluit. Paragraaf 4
Betalingsregeling (maandlast) en vervroegde aflossing
Artikel 26 Betalingsregeling 1. De Kredietbank houdt bij de vaststelling van het termijnbedrag van het krediet rekening met de draagkracht van de kredietnemer. 2. De Kredietbank kan aan de kredietnemer een vergoeding wegens vervroegde aflossing in rekening brengen. Artikel 27 Vervroegde aflossing De kredietnemer is te allen tijde bevoegd tot gehele of gedeeltelijke vervroegde aflossing. Paragraaf 5
Kredietvergoeding
Artikel 28 Kredietvergoeding niet doorlopend krediet Indien een krediet met een van tevoren vastgelegde kredietsom is overeengekomen kunnen door de Kredietbank vergoedingen in rekening worden gebracht: a. voor de afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling van de krediettransactie; b. indien de kredietnemer, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de krediettransactie; c. indien de kredietnemer vervroegd aflost. Artikel 29 Kredietvergoeding doorlopend krediet Indien een krediet met een tevoren vastgestelde kredietlimiet is overeengekomen kunnen door de Kredietbank vergoedingen in rekening worden gebracht: a. voor de afwikkeling overeenkomstig de betalingsregeling van de krediettransactie; b. indien de kredietnemer, na ingebrekestelling, nalatig blijft in zijn verplichting tot betaling ingevolge de krediettransactie.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 12
Artikel 30 Vaststelling kredietvergoeding 1. De kredietvergoedingen worden vastgesteld door het Bestuur. 2. Het Bestuur kan de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid aan de directeur mandateren/ter uitvoering daarvan volmacht verlenen. 3. De kredietvergoedingen bedragen ten hoogste de door de minister van Financiën toegelaten maximum kredietvergoedingen voor zover deze betrekking hebben op Consumptief krediet. Paragraaf 6
Opeisbaarheid en kwijtschelding
Artikel 31 Opeisbaarheid De Kredietbank is bevoegd het krediet vervroegd op te eisen, indien: a. de kredietnemer gedurende tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen maandtermijn, na in gebreke te zijn gesteld en nalatig blijft in de nakoming van zijn verplichtingen; b. de kredietnemer Nederland heeft verlaten, dan wel redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de kredietnemer Nederland binnen enkele maanden zal verlaten; c. de kredietnemer is overleden en de Kredietbank gegronde redenen heeft om aan te nemen dat zijn verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst niet zullen worden nagekomen; d. de kredietnemer in staat van faillissement of surseance van betaling is komen te verkeren of ten aanzien van de kredietnemer de Wsnp van toepassing is verklaard; e. de kredietnemer de tot zekerheid verbonden zaak heeft verduisterd; f. de kredietnemer aan de Kredietbank, met het oog op het aangaan van de kredietovereenkomst, bewust onjuiste inlichtingen heeft verstrekt van dien aard, dat de Kredietbank de kredietovereenkomst geheel niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben aangegaan indien de Kredietbank met de juiste stand van zaken bekend zou zijn geweest. Artikel 32 Kwijtschelding bij overlijden 1.
Het Bestuur kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien een kredietnemer overlijdt. 2. De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet: a. voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten; b. voor zover deze betrekking heeft op vervroegde betaalde termijnen; c. indien dit uitdrukkelijk door de Kredietbank en de kredietnemer is overeengekomen; d. indien er sprake is van overige oorzaken die de Kredietbank nopen om geen kwijtschelding te verlenen. 3. Het Bestuur kan besluiten, indien het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden alsnog kwijtschelding te verlenen. 4. Het Bestuur kan (terzake) de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel aan de directeur mandateren/volmacht verlenen.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 13
HOOFDSTUK V
SCHULDREGELING
Paragraaf 1
Schuldregeling
Artikel 33 Schuldregeling algemeen 1. De Kredietbank verricht werkzaamheden ten behoeve van natuurlijke personen die zich in een schuldsituatie bevinden, dan wel daarin dreigen te geraken. 2. De dienstverlening van de Kredietbank kan zowel een begeleidend, regelend, adviserend als administratief karakter hebben. 3. De werkzaamheden van de Kredietbank zullen bij een problematische schuldsituatie plaatsvinden in overeenstemming met de richtlijnen van de Gedragscode Schuldregeling van de representatieve organisatie. 4. Indien de Kredietbank heeft vastgesteld dat van een problematische schuldsituatie geen sprake is en toch ten behoeve van de schuldenaar een schuldregeling wil opzetten, dient de Kredietbank bij een voorstel aan de schuldeisers expliciet aan te geven dat op deze regeling de Gedragscode Schuldregeling niet van toepassing is. 5. Bij het regelen van schulden treedt de Kredietbank op als bemiddelaar tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers dan wel namens de schuldeisers optredende derden, om een minnelijke regeling van de schuldenlast tot stand te brengen. 6. De Kredietbank kan aan een schuldregeling verplichtingen verbinden. Paragraaf 2
Aanvraag
Artikel 34 Aanvraag schuldregeling 1. Een schuldregeling kan bij de Kredietbank, dan wel via daartoe aangewezen derden, worden aangevraagd. 2. De aanvraag voor een schuldregeling dient in beginsel plaats te vinden op een daartoe door de Kredietbank, op verzoek, ter beschikking te stellen Aanvraagformulier Schuldregeling of via een digitaal aanvraagformulier. 3. De Kredietbank gebruikt een aanvraagformulier waarbij het model aanvraagformulier van de representatieve organisatie als basis dient. Paragraaf 3
Schuldregelingsovereenkomst
Artikel 35 Schuldregelingsovereenkomst 1. De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de schuldenaar worden in geval van een schuldregeling vastgelegd in een schuldregelingsovereenkomst. 2. De Kredietbank hanteert daarbij het model, zoals dit door de representatieve organisatie is vastgesteld, als basis. 3. De bemiddeling van de Kredietbank kan leiden tot een voortzetting van de schuldregelingsovereenkomst, het verstrekken van een saneringskrediet of beëindiging van de schuldregelingsovereenkomst. 4. De Kredietbank verstrekt aan de schuldenaar een door de Kredietbank ondertekend afschrift van de schuldregelingsovereenkomst en de overeenkomst tot kredietverlening bij het verstrekken van een saneringskrediet. 5. Op het saneringskrediet is hoofdstuk IV en wel de paragrafen 1 tot en met 6 van toepassing, zulks met uitzondering van de artikelen 22 lid 1 sub a en c en lid 3 en 28 van dit Bankreglement.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 14
Artikel 36 Algemene voorwaarden 1. Het Bestuur stelt de algemene voorwaarden op die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten overeenkomst tot schuldregeling. 2. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de aanvrager uiterlijk voor of bij het sluiten van de overeenkomst tot schuldregeling daarvan een schriftelijk exemplaar ontvangt. 3. De Kredietbank hanteert daarbij het model, zoals dit door de representatieve organisatie is vastgesteld, als basis. 4. De Kredietbank registreert de overeenkomst tot schuldregeling bij Bureau Krediet Registratie voor zover daarbij sprake is van een problematische schuldsituatie. 5. Het Bestuur kan het opstellen van de algemene voorwaarden aan de directeur mandateren/de directeur volmacht verlenen deze bevoegdheid uit te oefenen. Paragraaf 4
Overige bepalingen
Artikel 37 Overige bepalingen schuldregeling 1. De Kredietbank verstrekt op verzoek van de schuldenaar kosteloos een gespecificeerd overzicht van de in het kader van de schuldregeling ten behoeve van de schuldeisers gereserveerde gelden, voor zover dit in redelijkheid van de Kredietbank kan worden gevraagd. 2. De Kredietbank verstrekt op verzoek van de schuldenaar kosteloos een gespecificeerde eindafrekening. 3. De Kredietbank is op grond van de Gedragscode Schuldregeling bevoegd vergoedingen voor de schuldregelende werkzaamheden in rekening te brengen. 4. De hoogte van de maximale vergoedingen wordt bepaald door de representatieve organisatie. Paragraaf 5
Schuldhulpverlening
Artikel 38 Begeleiding algemeen 1. De Kredietbank kan begeleiding geven in de vorm van preventieve en curatieve voorlichting. 2. De Kredietbank kan deze voorlichting doen uitvoeren door andere instellingen werkzaam op het terrein van schuldhulpverlening. Artikel 39 Integrale schuldhulpverlening 1. De Kredietbank heeft een expliciete rol bij de vormgeving en uitvoering van de lokale integrale schuldhulpverlening. 2. De Kredietbank kan centra, meld- en coördinatiepunten voor integrale schuldhulpverlening in de eigen gemeente en de gemeenten waarmee een samenwerkingsverband is gesloten dan wel die behoren tot de gemeenschappelijke regeling initiëren, activeren en faciliteren
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 15
HOOFDSTUK VI
BUDGETBEHEER EN BUDGETBEGELEIDING
Paragraaf 1
Algemene bepalingen
Artikel 40 Budgetbeheer 1. De Kredietbank kan een natuurlijke persoon in de gelegenheid stellen een budgetbeheerrekening bij de Kredietbank te openen. 2. De werkzaamheden van de Kredietbank vinden plaats in overeenstemming met de richtlijnen van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Budgetbeheer van de representatieve organisatie. Artikel 41 Budgetcoaching De kredietbank kan een dienst in de vorm van budgetcoaching aanbieden die er op is gericht de rekeninghouder te stimuleren, motiveren en te ondersteunen en vaardigheden aan te reiken teneinde te komen tot een verantwoord financieel beheer. Paragraaf 2
Aanvraag en afwijzing
Artikel 42 Aanvraag 1. Budgetbeheer kan bij de Kredietbank, dan wel via een andere daartoe aangewezen derde, worden aangevraagd. 2. De aanvraag voor budgetbeheer dient plaats te vinden op een daartoe door het Bestuur voorgeschreven wijze. 3. Indien de aanvraag bij de Kredietbank plaatsvindt, kan de Kredietbank het model aanvraagformulier Budgetbeheer van de representatieve organisatie gebruiken. 4. De aanvraag kan achterwege blijven indien de Kredietbank budgetbeheer als voorwaarde aan een schuldregeling verbindt. Artikel 43 Afwijzing aanvraag 1. Indien de Kredietbank besluit de aanvraag voor budgetbeheer af te wijzen, doet de Kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder opgaaf van redenen. 2. In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van een bezwaar en/of klacht tegen de afwijzing van de aanvraag openstaan. Paragraaf 3
Overeenkomst tot budgetbeheer
Artikel 44 Overeenkomst tot budgetbeheer 1. De rechten en verplichtingen van de Kredietbank en de rekeninghouder worden vastgelegd in een overeenkomst tot budgetbeheer. 2. De Kredietbank verstrekt de rekeninghouder een door de Kredietbank ondertekend exemplaar van de overeenkomst tot budgetbeheer. 3. De Kredietbank hanteert het model, zoals dit door de representatieve organisatie is vastgesteld, als basis. Artikel 45 Algemene voorwaarden 1. Het Bestuur stelt algemene voorwaarden vast die van toepassing zijn op de door de Kredietbank gesloten overeenkomsten tot budgetbeheer. 2. De Kredietbank draagt er zorg voor dat aan de rekeninghouder die een aanvraag tot budgetbeheer doet, uiterlijk voor of bij het sluiten van de overeenkomst tot budgetbeheer daarvan een schriftelijk exemplaar ontvangt. 3. De Kredietbank hanteert het model, zoals dit door de representatieve organisatie is vastgesteld, als basis.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 16
4. Het Bestuur kan (terzake) het opstellen van de algemene voorwaarden aan de directeur mandateren/volmacht verlenen. Paragraaf 4
Overige bepalingen
Artikel 46 Overige bepalingen 1. De Kredietbank stelt de rekeninghouder in de gelegenheid om via een digitaal platform inzage te verkrijgen in het verloop van de budgetbeheerrekening of verstrekt de rekeninghouder periodiek en kosteloos een afschrift van het verloop van de budgetbeheerrekening. 2. De Kredietbank is bevoegd aan de rekeninghouder een vergoeding in rekening te brengen voor de kosten van het budgetbeheer en voor het opnieuw verstrekken van een al eerder toegezonden periodiek afschrift en/of de eindafrekening.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 17
HOOFDSTUK VII
BEPALINGEN VAN COMPTABELE AARD
Artikel 47 Bepalingen van comptabele aard Op dit reglement zijn van toepassing de bepalingen zoals opgenomen in Hoofdstuk 10, Financiële bepalingen, van de vigerende Gemeenschappelijke Regeling Stadsbank Oost Nederland.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 18
HOOFDSTUK VIII
KLACHTEN
Artikel 48 Bankreglement 1. Het Bestuur beslist over alle klachten die betrekking hebben over de uitleg van dit Bankreglement. 2. Het Bestuur beslist nadat de directeur in de gelegenheid is gesteld zijn visie ten aanzien van de klacht kenbaar te maken. Artikel 49 Klachtenprocedure 1. De Kredietbank draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van cliënten over financiële diensten, financiële producten en andere producten van de Kredietbank. De Kredietbank beschikt daartoe over een interne klachtenprocedure. 2. De interne klachtenprocedure voorziet in de behandeling van klachten van natuurlijke personen met betrekking tot de beslissing en de gang van zaken rond kredietverlening, schuldregeling, budgetbeheer én gedragingen jegens de begeleide, de cliënt, de kredietnemer, de rekeninghouder en de schuldenaar. 3. De Kredietbank geeft op afdoende wijze bekendheid aan het bestaan van een klachtenprocedure. 4. De klachtenregeling wordt bij afzonderlijk reglement door het Bestuur vastgesteld en dient in ieder geval de volgende bepalingen te bevatten: a. de mogelijkheid om tegen een beslissing over de gang van zaken bij en een gedraging van de Kredietbank een klacht in te dienen; b. de mogelijkheid om tegen een beslissing over en de gang van zaken bij de Kredietbank op de klacht als bedoeld onder a, beroep in te stellen; c.
de mogelijkheid om tegen een rechtshandeling van de Kredietbank een klacht in te dienen bij de gemeentelijke ombudsman, gemeentelijke ombudscommissie dan wel de Nationale ombudsman. 5. Met het oog op een adequate behandeling van klachten over de door de Kredietbank verleende diensten en producten beschikt de Kredietbank over een klachtenregister, waarbij tenminste wordt vastgelegd: a. de naam en het adres van de cliënt die een klacht heeft ingediend; b. de klacht, met de daarbij behorende dagtekening van ontvangst; c. een omschrijving van de klacht; en d. een beschrijving van de wijze waarop de Kredietbank de klacht heeft behandeld; e. de afhandeling en de opvolging.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 19
HOOFDSTUK IX
SLOTBEPALINGEN
Artikel 50 Aan dit Bankreglement is een annex toegevoegd, die indien in de tekst van de annex niet anders is bepaald, onverkort van toepassing is. Artikel 51 Slotbepaling 1. In alle gevallen waarin niet bij of krachtens de Wet of het Bankreglement is voorzien, beslist het Bestuur naar redelijkheid en billijkheid. 2. Het Bestuur kan deze bevoegdheid aan de directeur mandateren/volmacht verlenen. Artikel 52 Inwerkingtreding 1. Dit Bankreglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op de dag waarop het Bankreglement door de raden van de deelnemende gemeenten is goedgekeurd. 2. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het Bankreglement vervalt het “Bankreglement van de Stadsbank Oost Nederland 2007”. Artikel 53 Citeertitel Dit Bankreglement kan worden aangehaald als: “Bankreglement Stadsbank Oost Nederland 2020”.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 20
Annex Bankreglement NVVK In dit document worden op enkele artikelen van het Bankreglement aanvullende bepalingen vastgesteld en wordt een nadere uitleg gegeven. Deze aanvullingen op het Bankreglement zijn noodzakelijk om tegemoet te komen aan de bijzondere positie van de Kredietbanken binnen de landelijke wet- en regelgeving. Het gaat er dan om de landelijke regelgeving te vertalen naar de Kredietbanken. In deze annex zijn voor een belangrijk deel bepalingen overgenomen die eerder in de NVVK-Beleidsregels waren ondergebracht. De bepalingen in deze annex gelden - wanneer van toepassing en indien niet nader in de tekst toegelicht - onverkort voor Kredietbanken. Ten aanzien van artikel 6, Betrouwbaarheid De NVVK volgt de bepalingen die op Betrouwbaarheid in de wet- en regelgeving, zoals vastgelegd in artikel 4.10 van de Wft en de ter zake doende bepalingen van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). In aanvulling daarop geldt: De Kredietbank stelt naast de wettelijk verplichte betrouwbaarheidstoets voor de beleidsbepalers, ook de betrouwbaarheid van de medewerkers en andere personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening, objectief vast. De Kredietbank meldt aan het Bestuur schriftelijk het voornemen tot benoeming van: a. een persoon die het beleid van de Kredietbank bepaalt of mede bepaalt; b.
een persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de Kredietbank. De Kredietbank geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, voordat het Bestuur de betrouwbaarheid van de betrokken persoon objectief heeft vastgesteld. Een persoon is betrouwbaar, indien: 1. hij een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens kan overleggen; 2. hij tien jaar voorafgaand niet failliet is verklaard of op hem de schuldsaneringsregeling niet van toepassing is verklaard; 3. hij weliswaar failliet is verklaard maar hij overeenkomstig artikel 212 Fw is gerehabiliteerd. De leden 1 tot en met 3 zijn niet van toepassing op personen die zich op 1 januari 2009 al onder verantwoordelijkheid van de Kredietbank rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening. In het geval dat het Bestuur heeft geconcludeerd dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat en uit de Wft zelf geen directe consequenties voortvloeien, stelt het Bestuur de Kredietbank en betrokkene hiervan in kennis.
Indien de Kredietbank in het kader van zijn normale bedrijfsvoering constateert dat zich een wijziging heeft voorgedaan in de voor de beoordeling van de betrouwbaarheid relevante gegevens met betrekking tot een persoon die het beleid van de kredietbank bepaalt of meebepaalt, stelt de Kredietbank het Bestuur daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. De beoordeling van de betrouwbaarheid kan achterwege blijven bij betrokkenen, indien ten aanzien van de (mede)beleidsbepaler(s) op grond van zijn (hun) aanstelling als lid (leden) van het Bestuur al een onderzoek naar de antecedenten heeft plaatsgevonden.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 21
Ten aanzien van artikel 8, Integere en beheerste bedrijfsvoering De NVVK volgt de bepalingen die op Betrouwbaarheid in de wet- en regelgeving, zoals in de artikelen 4:11, 4:13 en 4:15 van de Wft en de ter zake doende bepalingen van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). In aanvulling daarop geldt: De bedrijfsvoering van de Kredietbank stelt het Bestuur in staat toezicht te houden op de naleving van de bij of krachtens de Wft gestelde regels. De Kredietbank stelt procedures en maatregelen vast met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten. De Kredietbank neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen. Deze maatregelen zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling. De Kredietbank informeert het Bestuur onverwijld omtrent incidenten. De administratieve vastlegging van incidenten omvat tenminste de feiten en omstandigheden van het incident, informatie over de functie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd en de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen. De Kredietbank bewaart de aldus vastgelegde gegevens gedurende tenminste vijf jaar. De Kredietbank informeert het Bestuur omtrent een incident indien: a. aangifte van het incident bij justitiële autoriteiten is of zal worden gedaan; b.
het voortbestaan van de Kredietbank door het incident zou kunnen worden bedreigd of wordt bedreigd; of c. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, het Bestuur in verband met haar toezichthoudende taak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd. De in het eerste lid bedoelde informatie betreft tenminste: a. de feiten en omstandigheden van het incident; b. informatie over de functie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd. De Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschap die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank. Ten aanzien van artikel 9, Zorgvuldige dienstverlening Op grond van artikel 32 BGfo is de Kredietbank gehouden enkel financiële producten aan te bieden die rekening houden met de belangen de doelgroep in het algemeen en de klant in het bijzonder. De wijze waarop deze belangenafweging plaatsvindt is gesystematiseerd en kan door middel van klantprofielen worden vormgegeven. Ten aanzien van artikel 9, Zorgvuldig Informatie- en Communicatiebeleid De Wft en het BGfo kennen een uitgebreid stelsel van voorschriften ten aanzien van de informatieverstrekking aan de cliënt.
De artikelen 49 tot en met 86 BGfo hebben achtereenvolgens betrekking op de algemene informatieverstrekking (artikel 49 tot en met 51 BGfo), de onverplichte precontractuele informatieverstrekking (artikelen 52 tot en met 56 BGfo), de verplichte precontractuele informatie (artikelen 57 tot en met 63 BGfo), de financiële bijsluiter (artikelen 64 tot en met 66 BGfo), de informatieverstrekking gedurende de looptijd van een overeenkomst (artikelen 67 tot en met 75), informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand (artikelen 77 tot en met 80) en de overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening. Niet alle
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 22
bepalingen zijn gezien het takenpakket van de Kredietbank van belang. De Kredietbank moet in deze de juiste afwegingen maken. Ten aanzien van artikel 10, Zorgvuldige dienstverlening en zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid Op grond van artikel 4:19 lid 2 Wft dient de ingevolge de Wet te verstrekken informatie feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend te zijn. Deze hoofdregel is ook vastgelegd in artikel 9 lid 2 van het Bankreglement. In de praktijk is het echter niet eenvoudig vast te stellen of de verstrekte informatie al dan niet misleidend is. De AFM heeft in de Beleidsregel Informatieverstrekking vastgesteld aan welke voorwaarden zorgvuldige informatieverstrekking moet voldoen. De Beleidsregel is ook van toepassing op Kredietbanken. Tav artikel 25, lid 2, Jaarlijks Kostenpercentage (JKP) Voor de berekening van het JKP maakt de Kredietbank gebruik van de formule die in Bijlage A van het BGfo beschikbaar is. De formule geeft de gelijkwaardigheid weer van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds:
(de waarden die voor de berekening van deze formule nodig zijn, worden nader gedefinieerd in Bijlage A BGfo) Het JKP wordt met inachtneming van aanvullende waarden en hypothesen ook voor de berekening van een hypothecaire lening berekend. Hiertoe gelden de bepalingen uit Bijlage B van het BGfo.
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 23
Toelichting op het Bankreglement ALGEMEEN Het actuele bankreglement SON is in 2007 vastgesteld en dient geactualiseerd te worden. Dat het huidige bankreglement niet meer actueel en aan herziening toe is wil niet zeggen dat de Stadsbank zich niet heeft mee ontwikkeld met de ontwikkelingen in de wet en regelgeving. Er bestaan vele normen en regels (bijv. de verschillende modules van de NVVK, zorgvuldigheidsnormen) die via andere kanalen in de Stadsbank zijn binnen gevloeid en die een weerslag vormen van het actuele normenkader binnen de wet en regelgeving. Het thans voorliggende bankreglement is gebaseerd op het meest recente standaard bankreglement dat is opgesteld door de NVVK. Ten opzichte van het Bankreglement 2007 is het Bankreglement 2020 op een aantal onderdelen gewijzigd. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat het nieuwe bankreglement nog steeds betrekking heeft op dezelfde dienstverlening al het thans geldende bankreglement, dat de consumentenbescherming sterker is geworden en er geen wijzigingen zijn aangebracht in de bevoegdheidstoedeling aan de verschillende organen van de Stadsbank. Aangezien een aantal van de door de Stadsbank Oost Nederland uitgevoerde activiteiten (zoals kredietverstrekking en budgetbeheer) zich afspelen op het terrein van de financiële dienstverlening, is de Wet op het Financieel Toezicht (Wft) hierop van toepassing.
Dit betekent dat de Stadsbank zich aan de bepalingen in deze wet dient te houden. Daartoe vormt het onderhavige bankreglement een belangrijk instrument. Het waarborgt dat de financiële dienstverlening die door de daartoe aangestelde medewerkers binnen de Stadsbank wordt verzorgd, plaatsvindt binnen de kaders van de Wft. Het Algemeen Bestuur van de Stadsbank Oost Nederland ziet toe op de naleving van het reglement. In de Wft zijn de verantwoordelijkheden en plichten van financiële dienstverleners vastgelegd. De Wft stelt regels omtrent de bedrijfsvoering, de deskundigheid en betrouwbaarheid van medewerkers, zorgvuldige dienstverlening, (financiële) verslaglegging, het treffen van financiële reserves en voorzieningen en klachtafhandeling. Voor alle aanbieders van kredieten gelden standaard kwaliteitseisen, door de koepelorganisatie, de NVVK uitgewerkt in een aantal beleidsregels die in de annex bankreglement zijn opgenomen. Deze beleidsregels vormen een nadere uitwerking van de Wft en het besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) en maken integraal onderdeel uit van dit bankreglement. Op de kredietbanken rust de verplichting om in hun reglement van bedrijfsvoering aan te geven hoe zij aan bepaalde verplichtingen uit het deel Gedragstoezicht Financiële Ondernemingen voldoen (artikel 4:37 Wft). Het bankreglement vormt een uitwerking van deze verplichting.
De Wft stelt ook eisen aan de vakbekwaamheid van de medewerkers die kredieten verstrekken. De vakbekwaamheid moet kunnen worden aangetoond. Artikelsgewijze toelichting op een aantal bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit artikel bevat de definities van de begrippen die in het bankreglement worden gehanteerd. De begrippen staan in alfabetische volgorde. Hieronder worden enkele begripsomschrijvingen nader toegelicht. Budgetbegeleiding en budgetbeheer Kredietbanken houden zich van oudsher bezig met het verstrekken van sociale kredieten en het regelen van schulden van natuurlijke personen in een problematische schuldsituatie. In het kader van schuldhulpverlening zijn nieuwe taken ontwikkeld, zoals budgetbeheer en budgetbegeleiding. Client De omschrijving van het begrip “cliënt” is gelijk aan de definitie van het begrip “consument” in de Wft. De reikwijdte van deze definitie is daardoor beperkt tot de dienstverlening die onder de Wft valt. De kredietbanken verlenen alleen financiële diensten en financiële producten aan natuurlijke
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 24
personen. Zij houden zich niet bezig met zakelijke kredietverlening of bedrijfssaneringen. Diensten worden wel verleend aan natuurlijke personen die hun onderneming of hun zelfstandig beroep hebben beëindigd. Zij zijn immers vergelijkbaar met natuurlijke personen zonder een onderneming of een eigen beroep, met dien verstande dat hun schuldenlast vaak aanzienlijk hoger is. Overeenkomst op afstand Steeds vaker worden financiële producten gekocht via internet. In de Wft zijn bijzondere bepalingen opgenomen ten aanzien van de overeenkomst op afstand. Deze bepalingen zijn ook van belang voor kredietbanken die hun financiële diensten en financiële producten via hun eigen website of de website van de Stadsbank aanbieden. Problematische schuldensituatie In afwijking van het NVVK standaard bankreglement wordt in artikel 1 een definitie gegeven voor een “problematische schuldensituatie” oftewel een definitie voor problematische schulden. Hieronder zal worden ingegaan op de vraag of er binnen de -wettelijke- schuldhulpverlening verschillende definities zijn voor het begrip “problematische schuldensituaties” oftewel problematische schulden. De Stadsbank is lid van de NVVK (de overkoepelende organisatie van schuldhulpverleners).
De NVVK heeft in 2017 een Gedragscode schuldhulpverlening vastgesteld waarin in art 8, definities, voor problematische schuldensituatie de volgende definitie wordt gegeven: “de situatie waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen” (Deze definitie werd overigens ook in voorafgaande Gedragscodes gehanteerd). Het begrip problematische schuldensituatie zoals opgenomen in hoofdstuk V, schuldregeling van het Bankreglement voldoet aan deze definitie. Op grond van het lidmaatschap van de NVVK is de Stadsbank verplicht om zich te houden aan de Gedragscode schuldhulpverlening en daarmee ook aan de door de NVVK geformuleerde definitie..
Aanvullend hierop kan worden opgemerkt dat art 284 lid 1 van de Faillissementswet, in ieder geval al sinds 2002, bepaalt: “Een natuurlijke persoon kan, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken” (wsnp) Daarnaast bepaalt art 1, Begripsbepalingen, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening sinds 2012 onder de omschrijving “schuldhulpverlening”: “het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg”. Ook hier zien we een vergelijkbare definitie van problematische schulden als in de Faillissementswet en de Gedragscode schuldhulpverlening van de NVVK. Oftewel: binnen de -wettelijkeschuldhulpverlening heeft het begrip “problematische schulden” dezelfde inhoud. Schuldhulpverlening en schuldregeling In verband met de verbreding van het takenpakket bij bijna alle kredietbanken is een omschrijving van het begrip “schuldhulpverlening” opgenomen.
Met het begrip “schuldhulpverlening” wordt tot uitdrukking gebracht, dat kredietbanken zich met meer bezighouden dan alleen de traditionele curatieve dienstverlening. Instrumenten als budgetbeheer en budgetbegeleiding hebben ook een duidelijk preventief karakter. Met behulp van deze instrumenten kan immers worden voorkomen, dat schulden uitgroeien tot problematische schulden. Toezicht De kredietbanken vallen in het kader van de Wft niet onder het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Voor kredietbanken die zijn opgericht door middel van het treffen van een gemeenschappelijke regeling wordt toezicht uitgevoerd door het algemeen bestuur van de gemeentelijke kredietbank (art. 4:37 lid 2 Wft)
Bankreglement Stadsbank Oost Nederland, pag. 25
Artikel 2 Doelstelling en te behartigen belangen In artikel 2 van het bankreglement staat het doel van de kredietbank geformuleerd. De hier geformuleerde doel- en taakstelling komt overeen met die in artikel 4 van de GR SON 2015 is geformuleerd. Artikel 5 Toepassingsbereik Dit artikel bepaalt de reikwijdte van de artikelen 6 tot en met 13. Deze artikelen zijn vanzelfsprekend alleen van toepassing op de financiële diensten en financiële producten waarop de Wft van toepassing is. Het gaat hierbij in de eerste plaats om het aanbieden van krediet op basis van de taakstelling van de kredietbank. Artikel 6 Betrouwbaarheid De omschrijving van het begrip ”client" is gelijk aan de definitie van het begrip "consument" in de Wft. De reikwijdte van deze definitie is daardoor beperkt tot de dienstverlening die onder de Wft valt. De kredietbanken verlenen alleen financiële diensten en financiële producten aan natuurlijke personen. Zij houden zich niet bezig met zakelijke kredietverlening of bedrijfssaneringen. Diensten worden wel verleend aan natuurlijke personen die hun onderneming of hun zelfstandig beroep hebben beëindigd. Zij zijn immers vergelijkbaar met natuurlijke personen zonder een onderneming of een eigen beroep, met dien verstande dat hun schuldenlast vaak aanzienlijk hoger is.
Artikel 7 Deskundigheid Binnen de onderneming van een financiële dienstverlener moeten verschillende soorten van vakbekwaamheid aanwezig zijn. Zo moeten beleidsbepalers vakbekwaam zijn op het gebied van de bedrijfsvoering. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld managementvaardigheden en de vaardigheid om inhoudelijke vakbekwaamheid bij het personeel te organiseren. De werknemers moeten beschikken over inhoudelijke vakbekwaamheid. Deze verplichting geldt ook voor bijvoorbeeld uitzendkrachten die werkzaam zijn voor en mensen die gedetacheerd zijn bij een financiële dienstverlener of een verbonden bemiddelaar. Vakbekwaamheid kan op verschillende wijzen worden georganiseerd. Personen kunnen zelf deskundig zijn op een bepaald werkterrein. Deskundige personen in een organisatie kunnen hun kennis en vaardigheden ook toegankelijk maken voor anderen in de organisatie door de kennis en vaardigheden bijvoorbeeld in een computersysteem of handleiding op te nemen. In het laatste geval dienen de instructies zo te zijn geformuleerd en gerangschikt, dat de gebruiker ze ook daadwerkelijk kan opvolgen. Artikel 8 Integere en beheerste bedrijfsvoering Een financiële dienstverlener dient te beschikken over een deugdelijke administratieve organisatie en een adequaat systeem van interne controle om goed te kunnen functioneren.
Op deze wijze kan het Algemeen Bestuur ook op adequate wijze zijn toezichthoudende taak uitoefenen. De kredietbank dient ook maatregelen te nemen om tot een integere bedrijfsvoering te komen en deze te behouden. In het kader daarvan zullen niet alleen de beleidsbepalers moeten worden getoetst op hun integriteit, maar zal ook de integriteit van de feitelijk leidinggevenden en medewerkers in zekere mate moeten worden onderzocht. Artikel 10 Adviseren en execution only In artikel 4:23 Wft is een bijzondere bepaling opgenomen ten aanzien van het adviseren van de cliënt door een financiële dienstverlener. Bijzondere bepalingen gelden bovendien voor de bemiddelaar en de adviseur. Alleen een financiële dienstverlener die werkzaamheden verricht waarbij hij een concreet financieel product aanbeveelt, dient aan de in artikel 4:23 Wft gestelde eisen te voldoen. Dit artikel richt zich tot íedere financiële dienstverlener die adviseert en daarom zijn de bepalingen niet alleen van toepassing op de adviseur maar ook op de financiële dienstverlener die adviseert en