B8-2.Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Ook in Haaksbergen is deze trend zichtbaar, met nog steeds leegstaande panden in het kernwinkelgebied. De ambitie om het kernwinkelgebied compact te maken is op basis van maatschappelijke trends nog steeds relevant. ● Onderzoek laat zien dat supermarkten een belangrijk bezoekmotief zijn voor centrumgebieden, zeker in een middelgroot centrum zoals dat van Haaksbergen. Een goed ingepaste supermarkt van modern formaat (tenminste 1.000 m2 winkelvloeroppervlakte) in een compact kernwinkelgebied zorgt voor een economische impuls, vanwege de bezoekers op deze centrale plek en door combinatiebezoek met andere nabijgelegen winkels in het winkelgebied.
23/26
●
●
●
Hoewel er een overaanbod is (nu en in de toekomst) aan supermarktmeters in Haaksbergen, wegen de positieve kwalitatieve argumenten in dit geval zwaarder. Een supermarkt, direct gelegen aan de Markt, zorgt voor een versterking van de beoogde centrumstructuur en draagt bij aan de economische vitaliteit en toekomstbestendigheid. Het voorzieningenniveau in de gemeente blijft op peil. Mogelijk te verwachten (leegstands)effecten in het overige centrumgebied zijn aanvaardbaar en sluiten aan op het beleid: een compacter kernwinkelgebied en ander vastgoedperspectief daarbuiten. Dit geldt ook in de Jonkheer van Heijdenstraat, waar de woonfunctie mag toenemen als vervanging van de winkelfunctie (geen onderdeel kernwinkelgebied). De beoogde supermarktontwikkeling voldoet aan de belangrijkste voorwaarden om het centrum van een economische impuls te voorzien. Door de ingangen van de supermarkt direct aan de Markt te plaatsen is er voldoende nabijheid tot en een directe zichtrelatie met andere winkels in het centrum van Haaksbergen. Ook een autobezoeker ervaart het centrum en kan lang genoeg parkeren om een supermarktbezoek te combineren met een bezoek aan andere winkels. Kortom, de beoogde ontwikkeling van een supermarkt aan de Markt is anno 2022 nog steeds gewenst. Het huidige plan heeft een positief effect op het kernwinkelgebied van Haaksbergen.
4.2.4 Actieplan Centrum Haaksbergen (2018) Ook het Actieplan Centrum Haaksbergen is geen formeel beleidsstuk maar wordt in het proces inzake het Marktplan in dit document beschreven. Haaksbergen heeft een gezellig centrum met diverse voorzieningen, op gebied van winkels, cultuur en horeca. Er is sprake van een aantal belangrijke ankerpunten in een aan de randen van het centrum (supermarkten Spoorstraat en Jhr. Von Heijdenstraat, winkels aan Markt en Spoorstraat) en een duidelijke kernwinkelstraat, namelijk de Spoorstraat. Ook zijn er diverse sfeervolle, veelal historische panden, met name rond de Markt en de Jhr. Von Heijdenstraat, maar ook verspreid door het centrum. Ook de warenmarkt draagt bij aan een sterk centrum. Al met al is er voldoende aanbod voor een boodschappendorp met aanvullende voorzieningen. Daarbij is het aantal aanwezige winkelmeters (zowel in het dagelijkse als het nietdagelijkse segment) aan de ruime kant ten opzichte van het verzorgingsgebied. Dit is een belangrijke basis om eerder te kiezen voor investering in clustering en kwaliteit, dan te streven naar uitbreiding. De verbetering van de aantrekkingskracht en de uitstraling van de Markt heeft absolute prioriteit. Er is sprake van relatief veel leegstand in het winkelgebied, in een aantal situaties op cruciale plekken (zoals hoekpanden).
4.3
Locatieafweging in relatie tot beleidskader
Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling aansluit bij de relevante beleidskaders: ● Toevoeging van een extra supermarkt, in een segment dat niet vertegenwoordigd is, vergroot het basisvoorzieningenniveau. Door een zo hoog mogelijk niveau voor de dorpen te realiseren wordt de leefbaarheid vergroot. ● Realisatie van het Marktplan heeft de hoogste prioriteit. Hier wordt compact kernwinkelgebied gerealiseerd dat een basis heeft in boodschappen en (vers)speciaalzaken, maar ook kleding en andere niet-dagelijkse goederen. Een supermarkt is cruciaal als publiekstrekker. ● De omvang van het planinitiatief bedraagt circa 1.710 m² wvo. Hiermee is sprake van een moderne maat voor een prijsvriendelijke servicesupermarkt; zeker op het niveau van Haaksbergen. De beoogde vestiging van Lidl heeft dan ook met name een verzorgingsfunctie voor eigen kern. De ontsluiting, zowel per auto, fiets als te voet is hiermee in overeenstemming. ● Toevoeging van een supermarkt zorgt voor versterking van de beoogde centrumstructuur en draagt bij aan de economische vitaliteit en toekomstbestendigheid. De ontwikkeling draagt bij aan de beleidskeuze voor een compacter kernwinkelgebied en ander vastgoedperspectief buiten het kernwinkelgebied. Realisatie van de nieuwe supermarkt heeft daarom geen ongewenste leegstandseffecten.
● Bovendien wordt hiermee deze locatie, duurzaam en toekomstbestendig ingevuld. Hiermee wordt op een centrale plek in de kern verpaupering, overlast door gebrek aan toezicht en mogelijke aantasting van de leefbaarheid tegengegaan.
24/26
Bijlage 1 Begrippenlijst BESTEDINGEN Bestedingen zijn uitgaven van Nederlandse huishoudens/consumenten, aan goederen en diensten.
BESTEDINGSPOTENTIEEL Het totaal aan detailhandelsbestedingen die door inwoners van een bepaald gebied gedaan kunnen worden. Dit wordt berekend door het inwonertal te vermenigvuldigen met gemiddelde (landelijke) besteding per hoofd van de bevolking, gecorrigeerd naar inkomenssituatie in het betreffende gebied.
BRUTO VLOEROPPERVLAK (BVO) Bebouwd oppervlak van een ruimte of een groep van ruimten is de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Meten vindt plaats op basis van NEN 2580.
DAGELIJKSE GOEDEREN Artikelen gericht op voedings- en genotmiddelen en persoonlijke verzorging. In de praktijk wordt een onderscheid gemaakt in supermarkten, speciaalzaken en drogisterijen.
DETAILHANDEL Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke gebruiker of verbruiker.
DISTRIBUTIEPLANOLOGISCH ONDERZOEK Een marktruimteberekening waarbij vraag en aanbod met elkaar worden geconfronteerd in een bepaald marktgebied. Met een dpo worden de ontwikkelingsmogelijkheden van het detailhandelsaanbod onderzocht.
GROOTSCHALIGE CONCENTRATIE Concentratie van 5 of meer verkooppunten in de detailhandel met een gemiddelde omvang per winkel van minimaal 500 m² wvo (bijvoorbeeld op woonboulevards).
GROOTSCHALIGE DETAILHANDELSVESTIGING (GDV) Winkel met een ondergrens van 1.500 m² bedrijfsvloeroppervlak.
HOOFDWINKELCENTRUM Een hoofdwinkelcentrum is het grootste winkelgebied, met de hoogste verzorgingsgraad in de woonplaats.
KOOPKRACHTAFVLOEIING Het percentage van de bevolking dat buiten de eigen gemeente, regio of provincie aankopen doet.
KOOPKRACHTBINDING Het percentage van de bevolking dat in de eigen gemeente, regio of provincie aankopen doet.
KOOPSTROMEN De mate waarin consumenten in een aankoopplaats bepaalde artikelen koopt (detailhandelsbestedingen), naar plaats van herkomst.
25/26
NIET-DAGELIJKSE GOEDEREN Alle artikelen die niet behoren tot de dagelijkse goederen. De Locatus-branches Mode & Luxe, Vrije Tijd, In/Om Huis en Overige Detailhandel vallen hier onder.
VLOERPRODUCTIVITEIT Totale omzet in de branche gedeeld door het totale aantal m2 winkelvloeroppervlakte in de branche.
OMNI-CHANNEL Het gebruik van verschillende kanalen (fysieke winkel, website, sociale media, krantadvertentie) om tot een voor de klant afgestemde ervaring te komen.
ONDERSTEUNEND WINKELCENTRUM Naast één centraal winkelgebied kunnen in een plaats een of meerdere ondersteunende winkelcentra worden onderscheiden. Hieronder worden gerekend: winkels in buurt- en wijkwinkelcentra en binnenstedelijke winkelstraten.
PERIFERE DETAILHANDELSVESTIGING (PDV) Detailhandel op locaties buiten reguliere winkelcentra, bijvoorbeeld bedrijventerreinen. Dergelijke locaties worden doorgaans benut voor detailhandel in volumineuze artikelen c.q. detailhandelsvestigingen die een groot winkeloppervlak nodig hebben.
VERSPREIDE BEWINKELING Alle verkooppunten die buiten een van de andere genoemde winkelgebieden vallen, worden tot de verspreide winkels gerekend
WINKEL Met een winkel wordt een fysiek verkooppunt bedoeld.
WINKELGEBIED Een winkelgebied is een cluster met ten minste vijf winkels.
WINKELVLOEROPPERVLAKTE (WVO) Winkelvloeroppervlakte is het aantal vierkante meters van een winkel dat voor de consument zichtbaar is / toegankelijk is.
26/26
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Conform NEN5740 en NEN5707 Marktplan/De Bron - Haaksbergen
Opdrachtgever: BJZ.NU BV Locatie: Marktplan/De Bron Haaksbergen Juli 2021
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Tel: 0546 - 63 96 63
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend Bodemonderzoek Conform NEN5740 en NEN5707 Marktplan/De Bron - Haaksbergen
Opdrachtgever: BJZ.NU BV Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo Locatie: Marktplan/De Bron Haaksbergen Projectcode: 21021816 Rapportagedatum: 2 juli 2021 Auteur: ing. J.L. Kienstra
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Historische gegevens Geologie en geohydrologie
2 2 2 8
3.1 3.2 3.3 3.4
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Chemische analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
9 9 10 10 11
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten chemische analyses vaste bodem Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Separate analyses
13 13 13 16 17 17 17
5
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
19
6
Literatuur en bronvermelding
21
2
3
4
Bijlagen I Topografische kaart Boorplan verkennend bodemonderzoek De Bondt, maart 1998 Boorplan verkennend bodemonderzoek Twinnova, oktober 2000 Boorplan saneringsonderzoek Grontmij, juli 2002 Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, oktober 2004 Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, april 2005 Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, oktober 2007 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2020 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021 II Boorprofielen en legenda III Resultaten chemische analyses en toetsingstabellen IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van BJZ.NU BV binnen het werkgebied Marktplan/De Bron in Haaksbergen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie is gelegen in het historisch centrum van Haaksbergen. De bovengrond wordt beschouwd als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De (ongeroerde) ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht voor chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5725, “Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrond-, norm- en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in juni 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek.
De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 1 van 22
2
Locatiegegevens 2.1 Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen in het centrum van Haaksbergen aan de Markt en aan de Hibbertstraat. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 247.589 en y = 463.798. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als: gemeente Haaksbergen, sectie K, nummers 702 (ged.), 1060, 1061, 1062, 1378 (ged.), 1606, 1607, 1613 (ged.), 1949 (ged.), 3172, 4190, 4193 (ged.), 4204 (ged.), 4205 (ged.), 5128, en 6363 (ged.). De Markt bevindt zich ten oosten van de onderzoekslocatie en de Hibbertstraat doorkruist de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is grotendeels braakliggend. Op het meest oostelijk deel bevinden zich 2 leegstaande panden (voormalige bankgebouw en winkelpand) met een bijgebouw. De inpandige vloeren zijn van beton. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is grotendeels braakliggend. Plaatselijk is een asfaltverharding aanwezig en een recent aangelegde bouwweg bestaande uit puingranulaat. Dit puingranulaat is niet asbestverdacht. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de herontwikkeling van het terrein, waardoor inzicht in de bodemkwaliteit is gewenst. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 6600 m2. De openbare weg Hibbertstraat tussen de te onderzoeken terreindelen vormt geen onderdeel van dit onderzoek.
Ook 2 gronddepots op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie vormen geen onderdeel van dit onderzoek. In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek De Bondt, maart 1998; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Twinnova, oktober 2000; - Boorplan saneringsonderzoek Grontmij, juli 2002; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, oktober 2004; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, april 2005; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, oktober 2007; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2020; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021. 2.2 Historische gegevens In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, bij de huidige eigenaren en bij de gemeente Haaksbergen. Een medewerker van Kruse Milieu BV heeft de locatie bezocht en heeft bij de gemeente Haaksbergen een archiefonderzoek verricht. Een deel van de informatie is ontleend aan eerder uitgevoerde (historisch) bodemonderzoeken.
De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie ligt in het historisch centrum van Haaksbergen. Al rond het jaar 1100 was bebouwing rondom de oostelijk gelegen Pancratiuskerk aanwezig. De meeste van de huidige bebouwing aan de Markt en de Hibbertstraat dateert van na de Tweede Wereldoorlog. - Op de Markt 16 (kadastraal perceel 702) was een smederij gevestigd in de periode van 1820 tot 1895. Het pand was eveneens in gebruik als boerderij en café. Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 2 van 22
Het pand is ontstaan in 1697 als één geheel met Markt 17. Sinds 1920 waren een kapper, een lederwarenzaak, een snoepwinkel, een bloemenwinkel en een kantoor in het pand gevestigd. Vermoedelijk zijn door latere bouwactiviteiten (in 1932, 1959 en 1980) de verdachte lagen (grotendeels) verwijderd. Het pand is na 2010 gesloopt. - Op het adres Markt 18-18a (kadastraal perceel 1613) was een smederij gevestigd. De locatie is sinds 1640 bebouwd met een herberg (De Engel). Van 1815 tot 1844 was een zadelmakerij actief en vanaf 1845 een wever en een tapper. Vanaf 1877 was een smederij gevestigd, die in 1940 is verplaatst naar een achterliggend bijgebouw. In het hoofdgebouw, dat in 1940 is herbouwd, was tot 1981 een ijzerwarenhandel (Asbroek) actief. Van 1981 tot 1998 was het pand, na een verbouwing, in gebruik door de ABN-AMRO bank. Van 1998 tot circa 2000 was het pand in gebruik door Veldhuis Wonen. Vermoedelijk zijn door bouwactiviteiten na 1940 de verdachte lagen (grotendeels) verwijderd. In 1997 is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van ondergrondse tanks; deze zijn niet aangetroffen. - De locatie Mark 19 (kadastraal perceel 4205) is van oorsprong een schuur behorende bij Markt 18 en is ontstaan in 1709 (herberg Het Witte Kruis). Tot 1850 was een knopenmaker aanwezig, waarna een blauwverver zich vestigde. Sinds 1897 betrok een schoenmaker (Konings) het pand.
Tot voor enkele jaren geleden was een schoenenwinkel (Konings) in het pand gevestigd. Het pand is diverse keren verbouwd en uitgebreid. Het huidige pand (met bovenwoning) dateert van 1940 en is verbouwd in 1949, 1954, 1971 en 1978. Vermoedelijk zijn door bouwactiviteiten na 1940 de verdachte lagen (grotendeels) verwijderd. Het pand is in de nacht van 20 op 21 juni 2021 (ten tijde van dit onderzoek) afgebrand. Volgens de brandweer Twente is bij de bluswerkzaamheden alleen water gebruikt. Er is geen asbest vrijgekomen bij de brand. - Op de locatie Hibbertstraat 6-10 (kadastraal perceel 3172) was tot 1961 een gebouw van de Ariëns-vereniging aanwezig, die in 1961 is afgebrand. Ten noordwesten van het pand was mogelijk een stortplaats aanwezig voor kolenresten van het voormalig Franciscusziekenhuis, dat ten westen lag. De exacte plek van deze stortplaats is niet bekend. In latere onderzoeken (zie bespreking van deze onderzoeken verder op in deze paragraaf) is deze mogelijk stortplaats niet aangetroffen. - Op de locatie Hibbertstraat 6-10 (kadastraal perceel 3172) was sinds 1964 café-restaurant (met bovenwoning) “De Bron” gevestigd. De oudste delen van het reeds gesloopte pand (2004) dateren van 1964. In 1973, 1975, 1977, 1984, 1990 en 1997 is het pand verbouwd. Een deel van het pand was onderkelderd. Aan de oostzijde van het pand lag een ondergrondse HBO-tank van 10000 liter.
Deze tank is in 1995 tijdens actie tankslag verwijderd door Isotank. Uit latere bodemonderzoeken (zie bespreking van deze onderzoeken verder op in deze paragraaf) bleek dat de vaste bodem bij de voormalige ondergrondse tank niet verontreinigd was. Het grondwater was licht verontreinigd met naftaleen. In de Hinderwetvergunning van mei 1991 wordt alleen een akoestisch onderzoek vermeld, dat is uitgevoerd in verband met geluidsoverlast in de omgeving. - Op de kadastrale percelen 1060 en 1061 aan de Hibbertstraat bevond zich een twee-onder -1-kap-woning (huisnummers 5 en 7). Deze woningen zijn in 1953 gebouwd. De woningen zijn een aantal jaren geleden gesloopt. - Op het kadastrale perceel 4190 bevond zich een vrijstaande woning (Hibbertstraat 12/12A), die in 1938 is gebouwd en in 1990 is verbouwd. De woning is een aantal jaren geleden gesloopt. - Gezien de historie en het (voormalig) gebruik van het te onderzoeken terrein wordt de bovengrond beschouwd als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. - Van de (reeds gesloopte) panden zijn asbestinventarisaties bekend: Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 3 van 22
Asbestinventarisatie, Markt 16, 17/17a, 18/18a en 19 en Hibbertstraat 5 en 7 te Haaksbergen, Buro Pear, rapportnummer 100603 d.d. 15 juni 2010 Hieruit blijkt onder meer dat op enkele daken van bijgebouwen en overkappingen asbesthoudende golfplaten lagen. In de tuin van Hibbertstraat 7 lagen asbesthoudende golfplaten in opslag. Asbestinventarisatie, Markt, 18/18a te Haaksbergen, ACMAA, projectnummer I17139 d.d. 9 mei 2017 Met uitzondering van een asbesthoudend rookkanaal (en enkele restanten ervan op het maaiveld) bevinden de overige asbesthoudende bronnen zich inpandig. Er zijn geen asbestvrijgaven beschikbaar gesteld. - De te onderzoeken percelen kennen een lange geschiedenis van activiteiten, waarbij de puntbronnen niet meer te onderscheiden zijn van elkaar, maar die mogelijk een negatieve invloed kunnen hebben gehad op de plaatselijke bodemkwaliteit. De bodem van de onderzoekslocatie is als gevolg van deze activiteiten en vermoedelijk stedelijke ophoging (in wisselende diktes) tot circa 1.0 meter minus maaiveld (m-mv) diffuus verontreinigd met een heterogene verspreiding. Dit betreft voornamelijk verontreinigingen met zware metalen en/of PAK. Langs de zuidgrens van kadastraal perceel 1061 (voormalig adres Hibbertstraat 7) is een demping aanwezig van de Buurserbeek. Deze oorspronkelijke loop van de Buurserbeek is rond het jaar 1400 gedempt.
Aangenomen wordt dat graafactiviteiten ten behoeve van bouw-, straat-, riool- en/of sloopwerkzaamheden tot gevolg hebben gehad dat oorspronkelijke grondlagen geroerd zijn geraakt of plaatselijk zijn verdwenen. Vermoedelijk is na de sloop van de panden grond aangebracht om de bouwputten op te vullen. Er zijn hiervan geen gegevens bekend. - Volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) valt de bovengrond in functieklasse wonen en de ondergrond in functieklasse AW2000. - Er zijn 6 bodemonderzoeken op of nabij onderhavige onderzoekslocatie bekend. In alle onderzoeken blijkt dat de bodem plaatselijk puin, kool en/of sintels kan bevatten. Verkennend bodemonderzoek, Markt 18-18a te Haaksbergen (Ov), De Bondt, werknummer 98.2026.01 d.d. 26 maart 1998 Uit de analyseresultaten bleek het volgende (getoetst aan de huidige richtlijnen): Bovengrond MM002: cadmium, koper, lood, zink en PAK > achtergrondwaarden Ondergrond MM001; niet verontreinigd Ondanks de lichte verontreinigingen met koper, lood en zink zijn de 4 deelmonsters uit het mengmonster MM02 separaat geanalyseerd. Uit de separate analyses bleek dat de monsters niet tot licht verontreinigd waren. In de bovengrond van de boring 7 en 8 overschrijden de zinkgehalten de tussenwaarde. Verder nader onderzoek werd niet noodzakelijk geacht.
Grondwater, PB4: niet verontreinigd Verkennend bodemonderzoek, Hibbertstraat 6-10 te Haaksbergen, Twinnova BV, projectnummer 20.08.186 d.d. 10 oktober 2000 Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende (getoetst aan de huidige richtlijnen): Onverdacht terrein (deellocatie A): Bovengrond: lood, PAK en minerale olie > achtergrondwaarden, Zink > tussenwaarde. Uitsplitsing bovengrond (lood en zink): Boring 1: licht verontreinigd met lood en zink Boring 2: sterk verontreinigd met lood en zink Boring 3: matig verontreinigd met zink en sterk verontreinigd met lood Boring 4: licht verontreinigd met lood en zink Boring 5: licht verontreinigd met lood en zink Boring 6: niet verontreinigd met lood en zink Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 4 van 22
Sintellaag: maximaal licht verontreinigd met lood en zink Ondergrond: niet verontreinigd Grondwater: niet verontreinigd Deellocatie B (ondergrondse HBO-tankinstallatie): Geen verontreinigingen met minerale oliecomponenten aangetoond in de vaste bodem. Grondwater: naftaleen > streefwaarde Verkennend en aanvullend bodemonderzoek, Centrum te Haaksbergen, Grontmij, projectnummer 1125981 d.d. 11 september 2001 Het boorplan van dit onderzoek ontbreekt. Onderhavige onderzoekslocatie was onderdeel van dit onderzoek. Alleen de overschrijdingen van de toetsingswaarden van de terreindelen, die binnen onderhavige onderzoekslocatie zijn gelegen worden besproken (getoetst aan de huidige richtlijnen): Markt 19 (deellocatie 1, voormalige blauwververij): Bovengrond (tot 1.0 m-mv): koper, kwik, lood, zink en PAK > achtergrondwaarden Ondergrond: niet verontreinigd Grondwater, PB41: arseen en zink > streefwaarden Markt 18-18A (deellocatie 2, voormalige smederij): Boring 10 (0.9-1.75): minerale olie > interventiewaarde Boring 10 (1.75-2.0): niet verontreinigd Grondwater, PB10: minerale olie > interventiewaarde. Arseen, zink, xylenen en naftaleen > streefwaarden Overige grond- en grondwatermonsters: niet of licht verontreinigd met zware metalen Nader onderzoek olieverontreiniging boring 10: de omvang van de sterke olieverontreiniging is in voldoende mate in kaart gebracht.
Geschat werd op circa 5 m3 sterk verontreinigde grond. Alleen het grondwater in peilbuis 10 is sterk verontreinigd met olie. Markt 16 (deellocatie 3, voormalige smederij): Boven- en ondergrond: niet verontreinigd Grondwater, PB3: zink > streefwaarde Overig terrein (deellocatie 5): Bovengrond: koper, kwik, lood, zink en PAK > achtergrondwaarden Ondergrond: niet verontreinigd Grondwater, PB24: zink > streefwaarde Grondwater, PB29: zink > streefwaarde. Arseen > interventiewaarde Nader grondwateronderzoek arseenverontreiniging: de omvang van de sterke arseenverontreiniging is in voldoende mate in kaart gebracht. Saneringsonderzoek en - plan, De Braak te Haaksbergen, Grontmij, projectnummer 131275 d.d. 24 juli 2002 Het onderzoek is ten noordwesten van onderhavige onderzoekslocatie verricht. In eerder onderzoek (Grontmij, december 2001) is een sterke arseenverontreiniging in het grondwater aangetoond (peilbuizen 29, 110 en 200). Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging; de hoeveelheid sterk verontreinigd grondwater werd geschat op 150 m3. De peilbuizen 302 en 303, die binnen onderhavige onderzoekslocatie zijn geplaatst, waren niet verontreinigd met arseen. Uit de risicobeoordeling bleek dat de sanering niet urgent was. Niet bekend is of de verontreiniging is gesaneerd. Verkennend bodemonderzoek, Hibbertstraat te Haaksbergen, Grontmij, projectnummer 169033 d.d.
5 oktober 2004 Het onderzoek heeft plaatsgevonden op de locatie Hibbertstraat 6-12 in het kader van de voorgenomen nieuwbouw. Het pand van café/restaurant De Bron was reeds gesloopt. Uit de resultaten bleek het volgende (getoetst aan de huidige richtlijnen): Bovengrond, MM3-1: niet verontreinigd Bovengrond, MM3-2: PAK > achtergrondwaarde Ondergrond, MM3-3: niet verontreinigd Grondwater, PB41: niet verontreinigd Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 5 van 22
Verkennend bodemonderzoek, Hibbertstraat te Haaksbergen, Grontmij, projectnummer 189420 d.d. 2 mei 2005 Het onderzoek heeft plaatsgevonden op de locatie Hibbertstraat 6-12 in het kader van de voorgenomen nieuwbouw. De eerder aangetroffen sintel- en kolenresten (Twinnova, 2000 en Grontmij, 2004) zijn in dit onderzoek niet aangetroffen. Uit de resultaten bleek het volgende (getoetst aan de huidige richtlijnen): Bovengrond, MM3-1: niet verontreinigd Bovengrond, MM3-2: PAK > achtergrondwaarde Ondergrond, MM3-3: PAK > achtergrondwaarde Bovengrond, MM3-4: niet verontreinigd Bovengrond, MM3-5: niet verontreinigd Bovengrond, MM3-6: niet verontreinigd Grondwater, PB55 (bij trafohuisje): zink > streefwaarde en arseen en nikkel > tussenwaarden. Nader onderzoek werd niet noodzakelijk geacht; beide gehalten werden als (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden beschouwd. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Marktpromenadeplan te Haaksbergen, Grontmij, projectnummer 241755 d.d. 31 oktober 2007 Onderhavige onderzoekslocatie was onderdeel van dit onderzoek.
Alleen de overschrijdingen van de toetsingswaarden van de terreindelen, die binnen onderhavige onderzoekslocatie zijn gelegen worden besproken (getoetst aan de huidige richtlijnen): Markt 18-18a (deellocatie A): De olieverontreiniging zoals die in 2001 is aangetoond is in dit onderzoek niet aangetroffen Bovengrond, Amm2: zink, koper en PAK > achtergrondwaarden Bovengrond, Amm3: zink, koper, lood en PAK > achtergrondwaarden Bovengrond, Am12: zink, koper en PAK > achtergrondwaarden Bovengrond, Am13: kwik en koper > achtergrondwaarden Asbest, AMM04: niet asbesthoudend Asbest, AM15A: niet asbesthoudend Hibbertstraat 6-10 (deellocatie C): Bovengrond, Cmm1: PAK en EOX > achtergrondwaarden Asbest, AMM05: niet asbesthoudend Asbest, AMM06: niet asbesthoudend Een op het maaiveld aangetroffen fragment is asbesthoudend Markt 17 (deellocatie E): Bovengrond, Amm1: zink, koper, lood en PAK > achtergrondwaarden Ondergrondgrond, Am24: zink, koper en PAK > achtergrondwaarden Asbest, AMM01: niet asbesthoudend Van opgeslagen platen op het maaiveld is een monster genomen, die asbesthoudend bleek te zijn.
De grond was niet asbesthoudend Centrum (onverdacht): Bovengrond, mm5: koper > achtergrondwaarde Ondergrond, mm7: PAK, zink, koper > achtergrondwaarden Bovengrond, m20-1: PAK, lood, nikkel, olie, zink, koper > achtergrondwaarden Ondergrond, m20: lood en kwik > achtergrondwaarden Bovengrond, mm9: PAK > achtergrondwaarde Bovengrond, mm10: PAK en lood > achtergrondwaarde Bovengrond, mm11: PAK en olie > achtergrondwaarden Asbest, AMM09 (gaten 56, 57 en 590: het gewogen asbestgehalte (55 mg/kg d.s.) is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De gaten zijn buiten onderhavige onderzoekslocatie gelegen. Asbest, AMM10: niet asbesthoudend Asbest, AMM12: niet asbesthoudend Asbest, AMM14: niet asbesthoudend Asbest, AMM15: niet asbesthoudend Grondwater, PB20: arseen, nikkel en zink > streefwaarden Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 6 van 22
Grondwater, PB28: chroom > streefwaarde Grondwater, PB35: chroom > streefwaarde Grondwater, PB44: arseen > streefwaarde Partijkeuringen grond, Hibbertstraat - Het Meuke te Haaksbergen, Amos Milieutechniek BV, rapportnummers 194.004.BR.0131.ROS (partij 1) en 194.004.BR.0141.ROS (partij 2) d.d. 12 juni 2019 De 2 gronddepots, die op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie liggen, betreft zand van een andere locatie in Haaksbergen. Op basis van de resultaten uit beide partijkeuringen blijkt dat beide partijen in de kwaliteitsklasse ‘Altijd Toepasbaar’ vallen. De 2 zanddepots zullen op korte termijn worden afgevoerd. Verkennend bodemonderzoek, Molenstraat te Haaksbergen, Kruse Milieu BV, projectnummer 19073766 d.d. 16 maart 2020 De meest oostelijke delen (openbare weg Markt) van de kadastrale percelen 702, 1378, 1613 en 4205 waren binnen de onderzoekslocatie gelegen van dit onderzoek. Alleen de resultaten van de monsterpunten (A7, A8 en A9), die zijn verricht nabij onderhavige onderzoekslocatie worden besproken. Bovengrond, BG III: koper > tussenwaarde. Na uitsplitsing van het mengmonster is de bron van de koperverontreiniging niet aangetoond.
Lood, PCB en PAK > achtergrondwaarden Ondergrond, OG II: niet verontreinigd MM FF - 02 (asbest grond): niet asbesthoudend MM FF - 03 (asbest grond): niet asbesthoudend MM FF - puin 2: niet asbesthoudend - Resumé: De onderzoekslocatie kent een lange geschiedenis van activiteiten, waarbij de puntbronnen niet meer te onderscheiden zijn van elkaar, maar die een negatieve invloed hebben gehad op de plaatselijke bodemkwaliteit. De bodem van de onderzoekslocatie is als gevolg van deze activiteiten en vermoedelijk stedelijke ophoging (in wisselende diktes) tot circa 1.0 meter minus maaiveld (m-mv) diffuus verontreinigd met een heterogene verspreiding. Dit betreft voornamelijk de zware metalen koper, lood en/of zink. De voormalige verdachte deellocaties (blauwververij en 2 smederijen) zijn in 2001 door Grontmij in voldoende mate onderzocht. Ook de olieverontreiniging ten oosten van het pand aan de Markt 18/18a behoeft geen nader onderzoek, aangezien de olieverontreiniging in het onderzoek van Grontmij in 2017 niet meer is aangetoond. Er lijkt een relatie te zijn tussen de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal (met name puin) en de aanwezigheid van de verontreinigingen met zware metalen en PAK. Zintuiglijk schone lagen zijn mogelijk niet verontreinigd.
Hoewel in eerder onderzoek (Grontmij, 2007) voldoende aandacht is besteed met betrekking tot asbest is, op basis van de gegevens die niet beschikbaar zijn (zoals asbestvrijgaven van de gesloopte panden, kwaliteit opgebrachte grond die is opgebracht na sloop diverse bebouwing, recente sloop- en grondwerkzaamheden en dergelijke), de bovengrond voor alsnog asbestverdacht. Diepe puinhoudende bodemlagen of puinhoudende grond onder de panden Markt 18/18A en 19 betreft historisch puin, dat niet asbestverdacht is. Er wordt geen (omvangrijke) verontreiniging met asbest verwacht. In het grondwater kan een verhoogd arseengehalte worden verwacht, die waarschijnlijk van nature aanwezig is.
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 7 van 22
2.3 Geologie en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - De locatie is nabij het glaciale dal Rekken-Haaksbergen-Hengelo gelegen. - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 24 meter boven NAP. - De basis van het glaciale dal wordt gevormd door tertiaire afzettingen; de diepte tot de basis bedraagt 30 tot 70 meter min maaiveld. - Het watervoerend pakket is opgebouwd uit een afwisseling van matig fijn tot matig grof zand en klei (Formatie van Drente). Het afdekkend pakket bestaat uit fijn slibhoudend zand, klei en veenlagen (Eemformatie en Formatie van Twente). - De hydraulische weerstand van het afdekkend pakket, dat een maximale dikte van 35 meter heeft, is niet bepaald. Het doorlatend vermogen is ongeveer 100 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. De grondwaterstromingsrichting is (noord)westelijk gericht. - Er bevindt zich in de omgeving van de onderzoekslocatie geen waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 8 van 22
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De onderzoeksstrategie en het boorplan zijn akkoord bevonden door de Omgevingsdienst Twente (ODT). Het werkelijke plangebied is groter. De groenstroken, wegen, paden en parkeerplaatsen, die binnen het plangebied liggen en voor de toekomst behouden blijven, worden in dit bodemonderzoek buiten beschouwing gelaten. Ook de 2 zanddepots op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie (zie boorplan) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het deel van de Hibbertstraat dat de onderzoekslocatie doorkruist, vormt ook geen onderdeel van dit onderzoek. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses.
De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Gezien de ligging in het historisch centrum van Haaksbergen en de voormalige (bedrijfs)activiteiten wordt de bovengrond beschouwd als verdacht voor zowel chemische componenten (met name zware metalen, minerale olie en PAK) en asbest. Derhalve wordt het onderzoek van de bovengrond uitgevoerd conform norm NEN5740 en NEN5707 (beide verdacht heterogeen, VED-HE-NL). De ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht; hiervoor wordt norm NEN5740 (onverdacht, ONV-NL) gehanteerd. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 6600 m2. De 3 strategieën worden met elkaar gecombineerd, waarbij in totaal 19 inspectiegaten worden gegraven (gecodeerd als 1 tot en met 19). De 2 monsterpunten (16 en 17) in de panden aan de Markt 18/18A en 19 worden vervangen door betonboringen met een diameter van 120 mm. Van de 19 inspectiegaten worden er 4 doorgeboord tot in de ondergrond met een maximum van 2.0 m-mv. Eén diepe boring wordt afgewerkt tot peilbuis. Vanwege mogelijke verhoogde arseengehalten in het grondwater wordt het grondwater in peilbuis 1 aanvullend op arseen onderzocht. In tabel 1 is de onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 1: Onderzoeksstrategie. Deellocatie
Oppervlakte
Boringen of gaten tot 0.5 m-mv
Boringen tot 1.0 m-mv
Boringen tot 2.0 m-mv
Peilbuis
Te herontwikkelen terrein
6600 m2
15
-
3
1
Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 9 van 22
In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. 3.2
Chemische analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratoria voor analyses conform de AS3000-protocollen. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 onderzocht. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA te Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke analyses worden uitgevoerd. Het grondwater wordt aanvullend op arseen onderzocht. Tabel 2: Analysepakket per monster. Monster
Analysepakket
Codering (meng)monster
Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
BG I, BG II, BG III en OG I
Grondwater (1x)
Zware metalen (As, Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
PB 1
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof
MM FF - 01 MM FF - 02 MM FF - 03
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.3 Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 10 van 22
De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).
Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 5 maart 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.4 Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 11 van 22
De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde.
Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 12 van 22
4
Resultaten 4.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses en de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en 4.5 en in paragraaf 4.3, 4.4 en 4.6 worden de resultaten besproken. 4.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in juni 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman, N. Pepping en B. Dierink. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 16 juni 2021 zijn, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 2 boringen verricht met behulp van een Edelman- en zuigerboor en er zijn 17 inspectiegaten gegraven met behulp van een schep. Alle monsterpunten zijn doorgeboord tot de ongeroerde ondergrond. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Het maaiveld was grotendeels vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectie-efficiëntie: 100%). De bodem kon plaatselijk deels, vanwege de aanwezigheid van verhardingslagen, zanddepots en gras, niet of niet goed geïnspecteerd worden; er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen of weinig neerslag).
Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot maximaal 2.30 meter diepte voornamelijk uit uiterst fijn tot matig grof zand. In de ondergrond zijn veen-, roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 3). Er zijn ter plekke van boring 11 geen waarnemingen gedaan, die duiden op de gedempte beek. Er zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem of in het puingranulaat. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming
1
0 - 0.50 0.50 - 0.90 2.30
Sporen puin Sporen baksteen Gestaakt op veen
2
0.23 - 1.00
Zwak puinhoudend
3
0.15 - 0.70
Sporen baksteen
4
0 - 0.50 0.90 - 1.05
Sporen baksteen Sporen baksteen
5
0. - 0.75
Sporen baksteen
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 13 van 22
Vervolg tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming
6
0 - 0.35 0.35 - 0.70
Sporen puin Sporen baksteen
7
0 - 0.35 0.35 - 0.75
Zwak puinhoudend Sporen puin
8
0 - 0.60
Sporen baksteen
9
0 - 0.25 0.25 - 0.75
Sporen puin Sporen baksteen
10
0 - 0.70
Sporen baksteen
11
0 - 0.40 0.40 - 0.70
Zwak puinhoudend Sporen baksteen
12
0 - 0.30 0.30 - 0.60 0.60 - 1.10
Puingranulaat (bouwweg) Sporen puin Sporen baksteen
13
0 - 0.50 0.50 - 0.70
Sterk baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, sporen aardewerk Sterk baksteenhoudend
14
0 - 0.30
Sporen puin
15
0 - 0.30
Sporen puin
16
0.12 - 0.80
Sporen puin
17
0.12 - 0.20
Volledig slakken (>50% bodemvreemd materiaal)
18
0 - 0.60
Zwak puinhoudend
19
0 - 0.30 0.30 - 0.50 0.50 - 0.80
Puingranulaat (bouwweg) Sporen puin Zwak baksteenhoudend
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de monsterpunten zijn de (meng)monsters geanalyseerd, zoals in tabel 4 staat omschreven. In verband met de zintuiglijke waarnemingen zijn extra analyses verricht. De volledige slakkenlaag in boring 17 voldoet niet aan de definitie bodem en is niet bemonsterd. Tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
BG I (sporen puin)
1 en 8 9 10
0 - 0.50 0.25 - 0.75 0 - 0.30
NEN5740standaardpakket
BG II (sporen puin)
3 12 14 en 15
0.15 - 0.65 0.30 - 0.60 0 - 0.30
NEN5740standaardpakket
BG III (sporen puin)
4 5 6 7
0 - 0.50 0 - 0.45 0.60 - 1.10 0.35 - 0.75
NEN5740standaardpakket
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Analyse
Pagina 14 van 22
Vervolg tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
BG IV (sporen puin /zwak puinhoudend)
2 16
0.23 - 0.50 0.12 - 0.50
NEN5740standaardpakket
Boring 13 (0-0.5) (baksteen- en asfalthoudend
13
0 - 0.50
NEN5740standaardpakket
OG I (sporen puin)
1 4 12 16
0.50 - 0.90 0.90 - 1.05 0.60 - 1.10 0.50 - 0.80
NEN5740standaardpakket
OG II (zintuiglijk schoon zand)
1 2 3 4
1.05 - 1.55 1.00 - 1.50 1.10 - 1.55 1.05 - 1.55
NEN5740standaardpakket
MM FF - 01 (sporen puin)
2 11 en 18 12 en 19
0.23 - 0.50 0 - 0.50 0.30 - 0.50
Asbest
MM FF - 02 (sporen puin)
3 13 14 en 15
0.15 - 0.50 0 - 0.50 0 - 0.30
Asbest
MM FF - 03 (sporen puin)
1, 4, 6, 8 en 10
0 - 0.50
Asbest
Boring 1 is doorgezet tot maximaal 2.3 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Omdat boring 1 is gestaakt op een veenlaag is de peilbuis voorzien van een filterlengte van 0.5 meter, om beluchting van het grondwater te voorkomen. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 28 juni 2021 is het grondwater bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
1
1.80 - 2.30
1.30
6.34
470
27
Goed
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 15 van 22
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. In het grondwater is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). 4.3 Resultaten chemische analyses vaste bodem In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit betekent dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden.
In de bovengrond BG I, BG II, BG III, BG IV, Boring 13 (0-0.5), de ondergrond OG I en in het grondwater zijn enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. De ondergrond OG II is niet verontreinigd. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. of μg/l).
1
Achtergrond-1 Interventieof streefwaarde waarde
Gemeten concentratie
GSSD
Bovengrond, BG I
Koper Kwik Lood Zink PAK
23 0.12 230 77 4.2
44.66 * 0.1687 * 349.7 ** 171 * 4.205 *
40 0.12 50 140 1.5
190 36 530 720 40
Bovengrond, BG II
Kwik Lood
0.13 65
0.1783 * 94.44 *
0.15 50
36 530
Bovengrond, BG III
Lood
33
51.66 *
50
530
Bovengrond, BG IV
Zink
83
191.1 *
140
720
Boring 13 (0-0.5)
Cadmium Koper Kwik Lood Zink PAK
0.45 25 0.17 88 140 3.5
0.6716 * 44.91 * 0.2329 * 128.1 * 288.2 * 3.505 *
0.6 40 0.15 50 140 1.5
13 190 36 530 720 40
Ondergrond, OG I
Lood Zink
100 140
148.1 * 283.2 *
50 140
530 720
Grondwater, PB1
Barium
55
55 *
50
625
Monster
Component
AW2000
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 16 van 22
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG I, BG II, BG III, BG IV, Boring 13 (0-0.5) en ondergrond OG I - Zware metalen en PAK De oorzaak voor de licht tot matig verhoogde gehalten in de puinhoudende boven- en ondergrond houden onder meer verband met de waargenomen bodemvreemde materialen. Ook de voormalige (bedrijfs)activiteiten zijn waarschijnlijk mede debet aan de verhoogde gehalten. De gehalten lager dan de tussenwaarde geven geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. Het loodgehalte in de bovengrond BG I overschrijdt de tussenwaarde. Om de bron te bepalen en of nader bodemonderzoek noodzakelijk is, zijn de 4 deelmonsters separaat geanalyseerd. De resultaten van de 4 separate loodanalyses staan beschreven in paragraaf 4.6. Geadviseerd wordt de slakkenlaag onder de betonvloer van het pand aan de Markt 18/18a op een milieuverantwoorde wijze af te voeren.
Voorkomen dient te worden dat de slakken zich mengen met de bodem (slakken kunnen verontreinigd zijn). Grondwater - Peilbuis 1 - Barium Het grondwater in peilbuis 1 is licht verontreinigd met barium. Het licht verhoogd bariumgehalte is vermoedelijk van nature aanwezig. Er is geen arseen in het grondwater aangetoond. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is nader grondwateronderzoek niet noodzakelijk. 4.5 Resultaten van de asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. De mengmonsters MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 zijn niet asbesthoudend. 4.6 Separate analyses Naar aanleiding van het matig verhoogde loodgehalte in het mengmonster van de bovengrond BG I is besloten de 4 deelmonsters uit het mengmonster separaat te laten analyseren. De resultaten van de separate loodanalyses zijn weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Gemeten loodgehalten (mg/kg droge stof). Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde
Interventiewaarde
Lood
110
164 *
50
530
Boring 8 (0-0.5)
Lood
25
38.57 -
50
530
Boring 9 (0.25-0.75)
Lood
130
189.9 *
50
530
Boring 10 (0-0.3)
Lood
110
166.4 *
50
530
Monster
Component
Boring 1 (0-0.5)
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 17 van 22
In de vierde kolom van tabel 7 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. De bron van het matig verhoogde loodverontreiniging in het mengmonster van de bovengrond BG I is niet achterhaald. De 4 deelmonsters zijn niet of slechts licht verontreinigd met lood. De resultaten van de separate loodanalyses geven geen aanleiding voor een nader bodemonderzoek.
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 18 van 22
5
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van BJZ.NU BV is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht binnen het werkgebied Marktplan/De Bron in het centrum van Haaksbergen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de herontwikkeling. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 6600 m2. Resultaten veldwerk Op 16 juni 2021 zijn, na het inspecteren van het maaiveld, in totaal 2 grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor en er zijn 17 inspectiegaten gegraven met behulp van een schep. Alle monsterpunten zijn doorgeboord tot de ongeroerde ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn zand. Zintuiglijk zijn plaatselijk bodemvreemde materiaal waargenomen. Visueel zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem en in het puingranulaat van de tijdelijke bouwweg. Het freatische grondwater in peilbuis 1 is aangetroffen op 1.30 meter min maaiveld. Analyseresultaten Op basis van de resultaten van de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Verkennend bodemonderzoek - Bovengrond, BG I is (zeer) licht verontreinigd met koper, kwik, zink en PAK.
Het loodgehalte overschrijdt de toetsingswaarde voor nader bodemonderzoek; - Bovengrond, BG II is zeer licht verontreinigd met kwik en lood; - Bovengrond, BG III is zeer licht verontreinigd met lood; - Bovengrond, BG IV is zeer licht verontreinigd met zink; - Boring 13 (0-0.5) is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK; - Ondergrond, OG I is licht verontreinigd met lood en zink; - Ondergrond, OG II is niet verontreinigd; - MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 zijn niet asbesthoudend; - Grondwater, PB 1 is licht verontreinigd met barium. Uitsplitsing mengmonster bovengrond BG I (lood) - Boring 1 (0-0.5) is licht verontreinigd met lood; - Boring 8 (0-0.5) is niet verontreinigd met lood; - Boring 9 (0.25-0.75) is licht verontreinigd met lood; - Boring 10 (0-0.3) is licht verontreinigd met lood. Conclusies en aanbevelingen De bovengrond (BG I, BG II, BG III en BG IV), Boring 13 (0-0.5), de ondergrond OG I en het grondwater zijn licht tot matig verontreinigd. De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. Het matig verhoogde loodgehalte in het mengmonster van de bovengrond BG I gaf aanleiding om de 4 deelmonsters separaat te analyseren (zie paragraaf 4.6). De ondergrond OG II is niet verontreinigd. De bron van het matig verhoogde loodverontreiniging in het mengmonster van de bovengrond BG I is niet achterhaald.
De 4 deelmonsters zijn niet of slechts licht verontreinigd met lood. De resultaten van de separate loodanalyses geven geen aanleiding voor een nader bodemonderzoek. Er is geen asbest aangetoond in de 3 mengmonsters van de fijne fractie van de puinhoudende bovengrond.
Kruse Milieu BV
Project: 21021816
Pagina 19 van 22
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en eventuele nieuwbouwplannen, aangezien vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.