B8-1.TOE BP Haaksbergen Centrum, PH Marktplan ontwerp
Tekst van het document
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Voor gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), kunnen de gebieden worden aangemerkt als ‘functiemengingsgebied’. Bij ‘functiemengingsgebieden’ moet gedacht worden aan: 1. 2. 3. 4.
stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid.
Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De ‘Staat van Bedrijven (SvB) - functiemenging’ bevat geen richtafstanden, maar categorieën A, B en C, die aangeven onder welke omstandigheden activiteiten inpasbaar zijn. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijke relevante milieucategorieën: Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor de omgeving zijn, dat deze inpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B: Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor de omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.
Deelgebied De Markt maakt deel uit van een gebied waar functiemenging wordt nagestreefd. Ten opzichte van de directe omgeving (waaronder ook De Bron toegerekend wordt) wordt getoetst aan omgevingstype ‘gemengd gebied’, vanwege de ligging in het centrumgebied van Haaksbergen en de diversiteit aan functies. 5.5.3
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ wordt niet beschouwd als milieubelastende functie voor de omgeving. De woningen hebben dan ook geen relevante invloed op het woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige objecten. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp De supermarkt valt onder de inrichting ‘Supermarkten en warenhuizen’ waarvoor categorie B geldt. Het betreft een functie met een zodanige milieubelasting voor de omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Dat is in voorliggend plan het geval, waarmee voldaan wordt aan de gestelde eisen. De parkeergarage De Markt valt onder de inrichting ‘autoparkeerterreinen, parkeergarages’ waarvoor categorie C geldt. Het betreft een activiteit zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Ook voor deze functie geldt dat aan de voorwaarden wordt voldaan en dat uit het uitgevoerde verkeersonderzoek blijkt dat vanuit verkeerskundig oogpunt er geen belemmeringen zijn. Voor parkeergarage De Bron geldt dat, uitgaande van omgevingstype gemengd gebied, aan alle richtafstanden (10 meter) voldaan wordt. Hierbij is gemeten vanaf de in-/uitgang van de ondergrondse parkeergarage waar de meeste geluidsemissie/productie zal plaatsvinden. Vanuit milieuzonering wordt dan ook voldaan aan de gestelde afstanden/normen.
Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het wenselijk om voor locatie deelgebied De Markt, gelet op de omvang van de parkeergarage en de functie (supermarkt), nader akoestisch onderzoek te verrichten. Dit ook om te bepalen of aan de normen uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan of dat maatregelen noodzakelijk zijn om daaraan te kunnen voldoen. In het kader van voorliggend plan is dan ook een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsniveaus ten gevolge van de supermarkt en parkeergarage op de gevels van de nabijgelegen bestaande en nieuwe woningen. Tevens is onderzoek uitgevoerd naar de cumulatie van wegverkeerslawaai en industrielawaai. Hierna zijn de resultaten uit de onderzoeken opgenomen. Voor de volledige rapportages industrielawaai en cumulatie wordt verwezen naar respectievelijk bijlage 8 en 9 bij deze toelichting. Industrielawaai Uit het akoestisch onderzoek naar industrielawaai blijkt het volgende: 1.
2.
3.
4.
5.
Er is zowel bij een deel van de bestaande woningen als bij de nieuwe appartementen sprake van overschrijdingen van de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit en/of de richtwaarden voor gemengd gebied; Bij appartement C1 en C6 is sprake van aanzienlijke maximale geluidsniveaus. Overwogen dient te worden of het wenselijk is om deze appartementen te realiseren nabij de in- en uitrit van de parkeergarage en de laad-/loslocatie. Indien deze appartementen wel gerealiseerd worden, dienen maatwerkvoorschriften opgelegd te worden voor deze woningen en dient ervoor gezorgd te worden dat appartement C1 minimaal een geluidswering van de gevel van 32 dB(A) heeft en appartement C6 minimaal van 28 dB(A); Er dient voor warmtepompen gekozen te worden die minimaal 2 dB(A) stiller zijn, óf de warmtepompen worden in de nachtperiode op maximaal 80% van het toerental afgesteld te worden, óf er wordt een scherm/omkasting rondom de warmtepompen geplaatst; Door het plaatsen van een scherm met een hoogte van 2,5 meter en een lengte van 7 meter naast te toerit van de laad-/loslocatie wordt het woon- en leefklimaat bij de woning aan de Hibbertsstraat 9 op de oostgevel, waar ook de achtertuin is gelegen, aanzienlijk verbeterd; Aanbevolen wordt om de geluidswering van de woningen aan de Hibbertsstraat 9 en 18 te onderzoeken om vast te stellen of in de woningen voldaan wordt aan het toelaatbaar
geachte maximale geluidsniveau in de dagperiode van 55 dB(A).
In de regels is vastgelegd dat voor wat betreft de warmtepompen voldaan dient te worden aan de geldende geluidsnormen in de nachtperiode. In afwijking van het genoemde onder 4 wordt geen scherm geplaatst maar zal het laden en lossen inpandig en tijdens de dagperiode gaan plaatsvinden. Deze voorwaarden zijn tevens in de regels opgenomen als voorwaardelijke verplichting. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Cumulatie wegverkeerslawaai en industrielawaai Uit het akoestisch onderzoek naar cumulatie van wegverkeers- en industrielawaai blijkt het volgende: Bestaande woningen Bij de bestaande woningen is op de gevels met de hoogste geluidsbelasting voor de woning geen sprake van een merkbare verslechtering van de geluidssituatie, indien de bestaande wegdekverharding (‘elementenverharding in keperverband’) van Het Meuke en de Hibbertsstraat vervangen wordt door ‘stille elementenverharding’. Bij de oostgevel van de woningen gelegen aan de Hibbertsstraat 9, 11 en 13 neemt de gecumuleerde geluidsbelasting merkbaar toe. Dit wordt veroorzaakt door de warmtepompen in de nachtperiode. Bij deze gevels is nog steeds sprake van een geluidssituatie die beoordelen is als ‘goed’ of ‘redelijk’. Het geluid afkomstig van de warmtepompen voldoet aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de richtwaarden voor ‘gemengd gebied’. In de nachtperiode zijn er bij de bestaande woningen geen nieuwe pieken, zoals dichtslaande autoportieren, te verwachten die leiden tot slaapverstoring. Nieuwe woningen Op de oostgevels van de nieuwe woningen A1 tot en met A10 is sprake van een ‘matige’ geluidssituatie als gevolg van wegverkeerslawaai. Op de westgevels is sprake van een ‘goede’ geluidssituatie.
De woningen beschikken hiermee over een geluidsluwe zijde. Bij de westgevels van nieuwe appartementen C1 tot en met C11 is sprake van een ‘matige’ geluidssituatie als gevolg van wegverkeerslawaai. Op de westgevels is sprake van een ‘goede’ geluidssituatie. De woningen beschikken hiermee over een geluidsluwe zijde. In het onderzoek naar wegverkeerslawaai is geadviseerd om deze woningen te voorzien van voldoende geluidswering, zodat in de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij de nieuwe woningen C1 en C6 kunnen pieken van 70 dB(A) optreden in de nachtperiode als gevolg van optrekken en afremmen van personenauto’s bij het in- en uitrijden van de parkeergarage en kan sprake zijn van slaapverstoring. In het rapport voor industrielawaai is daarom geadviseerd om deze appartementen te voorzien van een betere geluidswering met een minimum van 25 dB(A) om slaapverstoring te voorkomen.
Het aspect cumulatie vormt, rekening houdend met de genoemde voorwaarden, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe woningen binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Deelgebied; De Markt (functiemengingsgebied) In de nabijheid van deelgebied De Markt zijn diverse centrumfuncties aanwezig. Het betreffen overwegend categorie-A inrichtingen. Uitsluitend horecagelegenheid ‘De Kornuiten’ (o.a. muziekcafé) en de St. Pancratius Kerk zijn aan te merken als categorie B-inrichtingen. In alle gevallen wordt voldaan aan de eisen t.a.v. scheiding bedrijfsfuncties en woningen, waarmee ter plaatse van de nieuwe woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten is. Opgemerkt wordt dat ten tijde van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen onderzoek naar de interne geluidsoverdracht (supermarkt naar nieuwe woningen) zal worden uitgevoerd en zo nodig maatregelen worden getroffen. Deelgebied; De Bron (gemengd gebied) In de nabijheid van deelgebied De Bron zijn uitsluitend milieucategorie 1 inrichtingen aanwezig. Voor dergelijke inrichtingen geldt, op basis van omgevingstype ‘gemengd gebied’, een afstand van 10 meter (aspect gevaar welke niet verlaagd mag worden). In alle gevallen wordt aan deze afstand voldaan.
Ter plaatse van de nieuwe woningen is dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp 5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend initiatief.
5.6
Ecologie
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.6.1
Gebiedsbescherming
5.6.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Buurserzand & Haaksbergerveen” is gelegen op een afstand van ruim 1,7 kilometer. In afbeelding 5.3 is dit weergegeven. Het plangebied is hierop weergegeven met een rode stip.
Afbeelding 5.2
Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Buurserzand & Haaksbergerveen’ (Bron: Provincie Overijssel)
In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 10 bij deze toelichting. Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanleg- en gebruiksfase blijkt dat in beide gevallen geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Gelet op het vorenstaande is hiermee dan ook geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.6.1.2 Natuur Netwerk Nederland Het Natuur Netwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als NNN is gelegen op circa 1,2 kilometer afstand (zie afbeelding 5.3). Gezien de afstand van het plangebied tot de NNN, de aard en omvang van voorliggend initiatief en het feit dat NNN-gebieden geen schaduwbescherming genieten, wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN.
Afbeelding 5.3
5.6.2
Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN (Bron: Provincie Overijssel)
Soortenbescherming
5.6.2.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet er worden bekeken of hier een vrijstelling voor geldt anders moet er een ontheffing worden gevraagd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp 5.6.2.2 Situatie plangebied Quickscan natuurwaarden In het kader van voorliggend bestemmingsplan wordt een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 11 bij deze toelichting. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, nestelen er vogels en bezetten vleermuizen er een verblijfplaats. Er nestelen vogels in het plangebied waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, maar er nestelen mogelijk ook vogelsoorten in de te slopen gebouwen in het plangebied, waarvan zowel het bezette nest, als de nestplaats bezet is. Op basis van het uitgevoerde onderzoek, kan de aanwezigheid van nestelende vogelsoorten, waarvan de nestplaats (jaarrond) beschermd is, niet uitgesloten worden.
Om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten volledig in beeld te kunnen brengen, dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Vleermuizen en hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen zijn beschermd en mogen alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode half meihalf september (half oktober). Voor de amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen en vernielen van vaste rust- en/of voortplantingsplaats’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Door het verwijderen van beplanting en het bebouwen en verharden van een groot deel van het plangebied, neemt de betekenis van het plangebied, als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Nader onderzoek ecologie In de periode april - september 2021 zijn de gebouwen Markt 18,18a en 19 onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van huismussen en gierzwaluwen.
De onderzoeken zijn uitgevoerd volgens de daarvoor geldende protocollen en zijn volledig en onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Op 20 juni 2021 is een deel van de aanwezige bebouwing afgebrand. Ondanks deze brand, zijn de najaarsronden wel uitgevoerd. Hierna is de conclusie uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 12 bij deze toelichting. Uit het onderzoek is gebleken dat vleermuizen geen verblijfplaats bezetten in het onderzoekgebied en dat huismussen en gierzwaluwen er geen nestplaats bezetten. Als gevolg van het slopen van de bebouwing, wordt geen verblijfplaats van een vleermuis en geen nestplaats van huismussen of gierzwaluwen negatief beïnvloed. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden.
De onderzochte bebouwing is begin 2022 gesloopt. 5.6.3
Conclusie
De aspecten gebieds- en soortenbescherming vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
5.7
Archeologie & cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
5.7.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie plangebied In het kader van het oorspronkelijke Marktpromenadeplan is in 2007 een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd (RAAP rapport 1610 d.d. 16 oktober 2007). Op basis daarvan is een advies afgegeven dat door het bevoegd gezag, destijds nog de provincie, is overgenomen. Het advies houdt in dat er in zones waarin er als gevolg van de plannen bodemverstoringen zijn te voorzien, eerst een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd moet worden. Daartoe is er door RAAP een Programma van Eisen (zie bijlage 13) opgesteld. Deze PvE is door het bevoegd gezag goedgekeurd.
In de regels is daarom ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden een dubbelbestemming opgenomen die regelt dat een omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien de noodzakelijke vervolgstappen zijn of worden genomen alvorens er graafwerkzaamheden plaatsvinden. 5.7.1.3 Conclusie Mogelijk aanwezige archeologische waarden worden middels dubbelbestemmingen in voldoende mate beschermd. Een omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend indien de noodzakelijke vervolgstappen zijn of worden genomen alvorens er graafwerkzaamheden plaatsvinden. 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Situatie plangebied Binnen het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle elementen. In de omgeving bevinden zich wel diverse monumentale panden. Voorliggend plan heeft geen negatieve effecten op omliggende monumentale panden. Het aspect cultuurhistorie vormt daarmee geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 5.7.3
Conclusie
De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
5.8
Besluit milieueffectrapportage
5.8.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
•
•
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of bestemmingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.8.2
Situatie plangebied
Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.’ Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: • • •
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Gezien de drempelwaarden (bedrijfsvloeroppervlakte van 2000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gehanteerd. In dit geval is er een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze notitie is opgenomen in bijlage 14 bij deze toelichting.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp De gemeente heeft de Commissie m.e.r. gevraagd te adviseren over de volledigheid en juistheid van de aanmeldnotitie en de bijbehorende onderzoeken. Het advies evenals een beschrijving hoe hiermee is omgegaan is opgenomen in de aanmeldnotitie. Uit de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn geen relevante negatieve effecten naar voren gekomen die het doorlopen van een plan-MER noodzakelijk maakt. Volstaan kan dan ook worden met de vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie. Op 25 januari 2023 heeft de gemeenteraad van Haaksbergen het besluit genomen geen m.e.r.-procedure te doorlopen voor de herontwikkeling van het Marktplan. 5.8.3
Conclusie
Het plangebied is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor het voornemen in het desbetreffende gebied niet m.e.r.beoordelingsplichtig is.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
HOOFDSTUK 6
WATERASPECTEN
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027 . Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Beleid waterschap Vechtstromen
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het waterbeheerprogramma 2022-2027 van het waterschap Vechtstromen is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie.
Dit betekent dat invulling van de inhoud van dit nieuwe beleid buiten de scope van het waterbeheerprogramma ligt. 6.1.5
Gemeentelijk rioleringsplan 2017-2020
Het belangrijkste doel van riolering is om bij te dragen aan de volksgezondheid. Daarnaast is riolering van belang voor de bewoonbaarheid van de leefomgeving in de zin van droge voeten en voor bescherming van het milieu. Riolering is vooralsnog onmisbaar in stedelijk gebied. De aanleg en het beheer ervan is een kostbare
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp aangelegenheid. Reden genoeg om als gemeente een rioleringsplan (GRP) te willen hebben waarin staat aangegeven: • • • • • • •
welk beleid de gemeente voert voor de zorgplichten riolering, wat de gemeente aan rioleringsvoorzieningen heeft, hoe deze worden beheerd, inclusief beleid voor personeel en middelen, welke voorzieningen aan vervanging of renovatie toe zijn, uitbesteding, welke verbeteringen nog nodig zijn, onder meer voor wateroverlast en milieu, hoeveel dat alles kost en hoe deze kosten op de burgers en bedrijven worden verhaald.
In het GRP is het hemelwaterbeleid voor nieuwbouw concreet uitgewerkt. Hierbij wordt de trits 'Vasthouden Bergen - Afvoeren' en de trits 'Schoonhouden - Scheiden - Zuiveren' gehanteerd: 1. 2. 3. 4. 5.
Hemelwater is in principe schoon en wordt zo min mogelijk verontreinigd. Infiltratie van hemelwater op de plek waar het valt is de meest logische keuze. Transport van hemelwater moet worden geminimaliseerd. Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft, voor zover nodig, de voorkeur boven riolering. Rechtstreekse lozing van niet vervuilde oppervlakken op oppervlaktewater is vaak een goede oplossing voor straten en percelen die grenzen aan het water. 6. Samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelsgoten zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds naar de gewenste plek wordt afgevoerd. 7. Wadi’s verdienen de voorkeur als een centrale infiltratievoorziening nodig is. 8. Dimensionering van infiltratievoorzieningen op basis van richtlijnen voor de berging en de overloop, waarbij de berging wordt betrokken op daken plus verharding. 9. Dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater in overleg met het waterschap. 10. Infiltratie kan in sommige omstandigheden leiden tot grondwateroverlast. Bovenstaande betreft een samenvatting van de concrete maatregelen.
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Algemeen
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsprocedure
Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft ertoe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Voor onderhavig project is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Hierna zijn de belangrijkste onderdelen uit het plan opgenomen. Voor het volledige plan wordt verwezen naar bijlage 15 bij deze toelichting. Ontwateringseisen Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de ontwateringsdiepte. Dit is de afstand tussen vloerpeil en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). In dit geval wordt uitgegaan van bebouwing zonder kruipruimten (maar met (parkeer)kelders) en een minimale ontwatering van 0,70 m ten opzichte van straatpeil. Om wateroverlast in de panden te voorkomen wordt geadviseerd om de vloerpeilen minimaal 0,30 m boven straatpeil aan te liggen.
De parkeerkelders onder de gebouwen liggen deels in het grondwater en dienen waterdicht te zijn. Er dient rekening gehouden te worden met grondwaterdruk onder de keldervloeren (ook tijdens de aanleg). Oppervlaktewater Er ligt geen oppervlaktewater direct in de buurt van de planlocatie. Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater ligt ten zuiden van de W.H. Jordaansingel (hemelsbreed ca. 500 m zuidelijker). Hemelwater De toename aan verhard oppervlak bedraagt ter plaatse van De Bron 1435 m² en ter plaatse van het Gat in de Markt 2.678 m². Bij een bergingseis van 55 mm voor de toename van het verhard oppervlak ontstaat dus een bergingsopgave van 227 m³ (79 m³ voor De Bron en 148 m³ voor het Gat in de Markt). Voor de openbare weg is er geen sprake van een toename en ligt er geen bergingsopgave binnen deze ontwikkeling. Er zijn diverse mogelijkheden om in de benodigde bergingsopgave te voorzien, te weten: • • • • •
Het aanleggen van een waterbergende fundering onder de parkeerplaatsen en weg aan de noordwestkant van De Bron; Het aanleggen van een sedumdak op appartementengebouw De Bron; Het aanleggen van een wadi ten oosten van appartementengebouw De Bron; Het aanleggen van een sedumdak op appartementengebouw De Markt; Het aanleggen van een waterbergende voorzieningen onder de Hibbertsstraat en aangrenzende parkeerplaatsen (m.u.v. zijde parkeergarage).
Voor de openbare wegen (Hibbertstraat, Het Meuke en De Braak) en de aanliggende parkeervakken kan onderzocht worden of er onder de parkeervakken een waterbergende fundering kan worden aangelegd. Hier ligt geen bergingseis omdat het bestaande verharding betreft, maar berging in deze parkeervakken kan wel van meerwaarde zijn als extra bergingscapaciteit. Binnen het plangebied zijn er ruimvoldoende mogelijkheden om te voorzien in de benodigde waterbergingsopgave voor de toename aan verhard oppervlak. In de regels van het bestemmingsplan zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen waarmee verzekerd is dat de benodigde waterberging gerealiseerd wordt. Afvalwater Door de bouw van de supermarkt en de in totaal 67 appartementen zal de droogweerafvoer toenemen. De droogweerafvoer van de supermarkt bestaat uit toiletten voor medewerkers, een kantine en schrobputten om vloeren van winkel en magazijnen dagelijks schoon te maken. De piekafvoer is gering. De 67 appartementen geven bij een woningbezetting van 2,5 inwoner per woning en een maximale droogweerafvoer van 12 l/inwoner/uur 67*2,5*12 = 2,01 m³/uur (0,56 l/s). De droogweerafvoeren van winkel en appartementen kunnen onder vrijverval worden aangesloten op de aanwezige gemengde riolering. Er mogen geen vuilwateraansluitingen in de (parkeer)kelders onder vrijverval op het rioolstelsel worden aangesloten.
Eventuele lozingen uit de kelders dienen door middel van een pomp op het rioolstelsel te worden aangesloten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Bij het bouwrijp maken van het plangebied wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd, dat is afgestemd op de toekomstige functies. Het nieuwe stelsel zal worden aangelegd conform het ‘Gemeentelijk rioleringsplan 2017-2020’ van de gemeente Haaksbergen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
HOOFDSTUK 7 7.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van wijzigings/bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, inhoudsmaat, etc.); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp • • • •
Nadere eisen: burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan plaats en afmetingen van de bebouwing; Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden er mag worden afgeweken van de bouwregels met betrekking tot de dakhelling; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming.
In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht. 7.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
•
•
•
• •
7.2.5
Anti-dubbeltelregel (Artikel 9) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 10) In dit artikel is aangegeven hoe omgegaan wordt met afwijkende maatvoering en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene procedureregels (Artikel 13) In dit artikel wordt de procedure met betrekking tot het stellen van nadere eisen beschreven. Overige regels (Artikel 14) In dit artikel worden overige regels, welke betrekking hebben op parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden, gegeven. Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Centrum - 1 (Artikel 3) Aan de nieuwbouw binnen het deelgebied De Markt is de bestemming ‘Centrum – 1’ toegekend. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor onder meer wonen, uitsluitend op de verdiepingen, een supermarkt uitsluitend op de begane grond en ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt'. Daarnaast geldt dat maximaal 1 supermarkt is toegestaan, het brutovloeroppervlakte en de winkelvloeroppervlakte van een supermarkt niet meer mag bedragen dan respectievelijk 2.500 m2 en 1.711 m² en een laad- en losdok ten behoeve van de supermarkt uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - laad- en losdok'. De bouwregels maken onderscheid tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat deze binnen het daarvoor opgenomen bouwvlak dienen te worden gebouwd. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 39. De goot-/bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. In geval van entreepartijen ten behoeve van de functies op de verdiepingen en ter plaatse van ondergeschikte bouwdelen waaronder (doorgetrokken) dakkappelen, dakbalkons en soortgelijke voorzieningen geldt de goothoogte niet.
Hierna zijn enkele voorbeelden weergegeven van ondergeschikte bouwdelen waarvoor de maximum goothoogte niet geldt, maar dus uitsluitend de maximum bouwhoogte.
Afbeelding 7.1
Voorbeelden van ondergeschikte bouwdelen waarvoor de maximum goothoogte niet geldt (Bron: Archimees Bewerkt; BJZ.nu)
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte van vlaggenmasten niet meer dan 6 meter bedraagt. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter. Tot slot zijn binnen deze bestemming diverse voorwaardelijke verplichtingen opgenomen, onder meer ten aanzien van waterberging, geluid afkomstig van warmtepompen en het laden en lossen. Groen (Artikel 4) Deze bestemming is opgenomen op het deel van het plangebied dat parkachtig wordt ingericht. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bedoeld voor groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en een ondergrondse parkeergarage, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'. Wat betreft gebouwen is uitsluitend een ondergrondse parkeergarage toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeergarage’. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn eveneens toegestaan met inachtneming van de opgenomen maximale bouwhoogten. Verkeer – Verblijfsgebied (Artikel 5) De bestaande wegen, trottoirs en parkeerplaatsen evenals de verbinding tussen De Markt en de Hibbertsstraat zijn bestemd tot ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor openbare wegen met hoofdzakelijk een functie voor bestemmingsverkeer, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen.
Een ondergrondse parkeergarage is tevens toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van een ondergrondse parkeergarage en nutsvoorzieningen. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn eveneens toegestaan met inachtneming van de opgenomen maximale bouwhoogten. Wonen (artikel 6) De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen ter plaatse van het appartementengebouw in deelgebied De Bron. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld wonen met de daarbij behorende voorzieningen, waaronder een halfverdiepte of ondergrondse parkeergarage. De bouwregels maken onderscheid tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat deze binnen het daarvoor opgenomen bouwvlak dienen te worden gebouwd. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 28. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte van terreinafscheidingen niet meer dan 2 meter bedraagt. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van vlaggenmasten ten hoogste 6 meter mag bedragen. Tot slot is binnen deze bestemming een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van het onderdeel waterberging.
Waarde - Archeologie - historische kern (artikel 7) Ter waarborging van mogelijke archeologische waarden is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie - historische kern’. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden. Aan de bestemming is een omgevingsvergunningstelsel gekoppeld waarbij dieptes en oppervlaktes zijn vastgelegd waarvoor een vergunning- en onderzoeksplicht geldt. Waarde - Beeldbepalende boom (artikel 8) Deze dubbelbestemming is gelegd op de kroon van een beeldbepalende en waardevolle boom. De boom zelf bevindt zich buiten het plangebied. De voor 'Waarde - Beeldbepalende boom' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aanwezige beeldbepalende bomen. In deze dubbelbestemming zijn nadere regels opgenomen ten aanzien van het bouwen en is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen ten aanzien van het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
HOOFDSTUK 8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een krachtens het Bro aangewezen bouwplan is voorgenomen. Bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Aan die voorwaarde wordt voldaan. Het bestemmingsplan voorziet gedeeltelijk in een bouwplan waarbij de gemeente een grondpositie heeft. In die hoedanigheid kan zij voorzien in het benodigde kostenverhaal door het sluiten van een overeenkomst met de koper van deze grond. Voor het gedeelte van het bouwplan waarbij de gemeente geen grondpositie heeft sluit de gemeente een anterieure overeenkomst met de eigenaar van de grond, waarin onder andere afspraken worden gemaakt over het kostenverhaal. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
HOOFDSTUK 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Rijk
VOOROVERLEG EN INSPRAAK
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit plan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Overijssel
Het plan wordt in het kader van het vooroverleg aan provincie Overijssel voorgelegd. 9.1.3
Waterschap Vechtstromen
Het plan wordt in het kader van het vooroverleg aan waterschap Vechtstromen voorgelegd.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. De omgeving is meerdere keren geïnformeerd over deze ontwikkeling, zowel schriftelijk als via informatiemomenten. Daarnaast is een werkgroep (bestaande uit o.a. een afvaardiging van de omgeving) ingesteld voor de inrichting van de openbare ruimte in en om het plangebied. Voor een toelichting op het participatieproces wordt verwezen naar bijlage 16 bij deze toelichting.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 1
ACTUALITEITSCHECK MARKTPLAN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 2
VERKEERSTOETS
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 3
AANVULLENDE MEMO BEZOEKERSSTROMEN SUPERMARKTEN HAAKSBERGEN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 4
LADDERONDERBOUWING SUPERMARKT
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 5
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 6
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 7
LUCHTKWALITEITSONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 8
AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
69
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 9
AKOESTISCH ONDERZOEK CUMULATIE WEGVERKEERSLAWAAI EN
INDUSTRIELAWAAI
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
70
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 10
AERIUS-BEREKENING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
71
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 11
QUICKSCAN NATUURWAARDEN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
72
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 12
NADER ONDERZOEK ECOLOGIE
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
73
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 13
PROGRAMMA VAN EISEN ARCHEOLOGISCH VERVOLGONDERZOEK
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
74
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 14
AANMELDNOTITIE BESLUIT MER
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
75
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 15
WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
76
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
BIJLAGE 16
PARTICIPATIEPROCES MARKTPLAN
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
77