B8-1.TOE BP Haaksbergen Centrum, PH Marktplan ontwerp
Tekst van het document
5.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Toetsing van het initiatief aan de artikelen 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voorliggende plan leidt tot een forse verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in de kern Haaksbergen. Deze meerwaarde vertaalt zich onder meer in het slopen van gedateerde bebouwing, het ontwikkelen van braakliggende grond, het realiseren van duurzame en toekomstbestendige bebouwing passend in de omgeving en het aanleggen van een parkachtige openbare ruimte. Voor wat betreft de toetsing aan het Uitvoeringsmodel wordt verwezen naar subparagraaf 4.2.4.2 van deze toelichting. Hier wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de geldende gebiedskenmerken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2 1.
4.
Realisatie nieuwe woningen (leden 1 en 4)
Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Op 21 december 2022 is de Regionale Woondeal Twente gesloten tussen het ministerie, de provincie Overijssel, de Twentse gemeenten en marktpartijen/corporaties. De regionale Woondeal heeft tot doel het aanpakken van het woningtekort. Onder meer is vastgelegd waar gebouwd kan worden, voor welke doelgroepen en in welke prijscategorie. Voor 2030 moeten minimaal 42.300 huizen in Overijssel gebouwd worden, waarvan minimaal 14.100 in Twente. Daarnaast blijft de ambitie uit de Regionale Woonagenda’s binnen de provincie onverminderd op 60.000 woningen staan. Daarnaast is een inspanningsverplichting opgenomen voor het bouwen van meer betaalbare woningen, wat geldt op gemeente- en regionaal niveau en niet op elk afzonderlijk plan. Lokaal maatwerk is mogelijk, rekening houdend met de specifieke gemeentelijke situatie en de aantoonbare behoefte. De gemeente Haaksbergen heeft recentelijk een woonbehoefteonderzoek uitgevoerd, waarbij de gemeente het plus-scenario hanteert. Betreffend scenario gaat uit van het realiseren van maximaal 445 woningen tot 2030, waarbij de focus met name ligt op levensloopbestendige woningen en appartementen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de subparagrafen 4.1.2. en 4.3.4.
De ontwikkeling die met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, gaat uit van de realisatie van maximaal 67 appartementen binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan levert dan ook een (bescheiden) bijdrage aan het oplossen van het woningtekort, waarbij expliciet woningen worden gerealiseerd waarnaar kwalitatieve behoefte is (appartementen die levensloopbestendig zijn). De ontwikkeling draagt dan ook bij aan de gemaakte afspraken in het kader van de Regionale Woondeal Twente, voldoet aan de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte zoals beschreven in het woonbehoefteonderzoek en voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2). Geconcludeerd wordt dat dit plan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 2.4.2
Kernwinkelgebieden
Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in nieuwe detailhandelsvestigingen binnen of direct aansluitend aan bestaande kernwinkelgebieden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Deelgebied De Markt, waarbinnen de supermarkt mogelijk wordt gemaakt, maakt onderdeel uit van het kernwinkelgebied van Haaksbergen. Het plan is dan ook in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2.4.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.5.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. Het plangebied ligt in het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
Afbeelding 4.2
Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
‘Steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus - Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ In dit geval wordt met de ontwikkeling een stedenbouwkundig verantwoord en functioneel passende ontwikkeling gerealiseerd.
Het plan voorziet in een trekker in de vorm van een supermarkt en draagt bij aan het aantrekkelijk en kwalitatief sterker maken van het centrumgebied van Haaksbergen. Met het toevoegen van woningen wordt voorzien in de woningbehoefte en wordt er bijdragen aan het vergroten van de leefbaarheid ook na sluitingstijd van winkels en horeca. Tot slot leidt het plan per saldo tot een forse ruimtelijke kwaliteitsverbetering doordat gedateerde ontsierende bebouwing wordt gesloopt, braakliggende grond wordt ontwikkeld, duurzame en kwalitatief hoogwaardige bebouwing wordt gerealiseerd en een parkachtige openbare ruimte wordt aangelegd. De ontwikkeling vormt geen belemmering voor overige functies in de omgeving. Het initiatief is dan ook in overeenstemming met het hiervoor genoemde ontwikkelingsperspectief.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp 4.2.5.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Vanuit de ‘Laag van de beleving’ zijn er geen bijzondere kenmerken op het plangebied van toepassing. In verband met de verstedelijking van het plangebied en de directe omgeving zijn de kenmerken vanuit de ‘Natuurlijke laag’ en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ reeds niet meer aanwezig en /of zichtbaar. Dit betekent dat hieronder enkel nader wordt ingegaan op de kenmerken vanuit de ‘Stedelijke laag’. De ‘Stedelijke laag’ De locaties zijn op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Stedelijke laag’ aangeduid met de gebiedstypen ‘Historische centra, binnensteden’ en ‘Bebouwingsschil 1900 – 1955’. De onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Stedelijke laag”.
Afbeelding 4.3
Uitsnede van de ‘Stedelijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp ‘Historische centra, binnensteden’ De historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel individuele karakterverschillen op korte afstand. Veel historische centra, binnensteden en landstadjes herbergen bijzondere condities zoals een waterfront of stationsgebied en staan symbool voor de identiteit en eigenheid van de steden en stadjes. Functioneel worden deze gebieden gekenmerkt door een mix van functies waarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg et cetera een belangrijk deel vormt. Als ontwikkelingen plaats vinden in historische centra, binnensteden en landstadjes, dan dragen deze bij aan behoud en versterking de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid. Grote bouwopgaven, zoals bij herstructurering, inbreiding of intensivering van woon-, werk-, en voorzieningen milieus worden ingepast met respect voor de historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren.
‘Bebouwingsschil 1900 – 1955’ De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ Met het realiseren van de nieuwe bebouwing wordt rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. De bouwkenmerken worden afgestemd op de omgeving, zodat de bebouwing qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaat in het bebouwingskarakter van de omgeving. Het vorenstaande is tevens vastgelegd in het opgestelde beeldkwaliteitsplan. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat het plan in overeenstemming is met de ter plekke geldende gebiedskenmerken behorende bij de ‘Stedelijke laag’. 4.2.6
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Het initiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie Haaksbergen 2030
4.3.1.1 Algemeen De Toekomstvisie Haaksbergen 2030 zet voor Haaksbergen de koers uit richting het jaar 2030. Centrale vragen van de Toekomstvisie zijn: Waar wil Haaksbergen in 2030 staan? In welke richting wil Haaksbergen zich vanaf nu ontwikkelen? In de Toekomstvisie zijn de volgende ambities voor 2030 opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bruisende dorpstad met een hoog niveau aan voorzieningen Bestendigen van de sociale verbondenheid met aandacht voor alle leeftijden Inzetten op ruimtelijke samenhang en verbinding met de kerkdorpen Koesteren van het natuurschoon Bereiken van maximale duurzaamheid en circulaire economie Intensieve samenwerking met de regio vanuit een krachtige samenleving
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp In voorliggend geval zijn met name ambities 1 en 3 van belang. Hierna wordt op beide ambities nader ingegaan. 4.3.1.2 Ambitie 1: Bruisende dorpstad met een hoog niveau aan voorzieningen Door de vele voorzieningen is Haaksbergen ook in 2030 een aantrekkelijke gemeente. Veel voorzieningen zijn initiatieven van inwoners, draaien op vrijwilligers en bouwen op de betrokkenheid en soms financiering van de lokale bevolking en ondernemers. Dit past goed bij de Noaberschap waar Haaksbergen in 2030 nog steeds om bekend staat. Wonen in Haaksbergen is goedkoper dan in steden als Enschede en Hengelo en dat trekt veel gezinnen die in Haaksbergen wonen en elders werken. Door uitbreiding van het woningaanbod kan Haaksbergen de verwachte stijging van het aantal eenpersoonshuishoudens opvangen en tevens aantrekkelijk blijven voor jongeren. Er wordt ervoor gezorgd dat Haaksbergen kwalitatief goed basis- en voortgezet onderwijs kan bieden en dat er een ruim aanbod is van de verschillende onderwijsstromingen. Dit zorgt ervoor dat Haaksbergen een aantrekkelijke gemeente blijft voor gezinnen. 4.3.1.3 Ambitie 3: Inzetten op ruimtelijke samenhang en verbinding met de kerkdorpen Eerste aandachtspunt is het verbeteren van de structuur van het winkelcentrum.
Het marktplein van Haaksbergen moet de centrale openbare, culturele en maatschappelijke plek worden waar mensen winkelen en elkaar ontmoeten. Gezamenlijk wordt het winkelcentrum van Haaksbergen tot een gebied gemaakt waar het prettig verblijven is. Samen met de ondernemers wordt de levendigheid, aantrekkelijkheid en verblijfswaarde van het gebied vergroot. Er worden scherpe keuzes gemaakt voor het gewenste winkelaanbod. Het winkelcentrum wordt toekomstbestendig gemaakt door rekening te houden met de nieuwste trends van winkelen en kopen. Daarbij past een aanpak die versnippering en losse projecten tegengaat. Belangrijke voorwaarde om het winkelcentrum te revitaliseren is daarom een blik naar buiten die de individuele belangen overstijgt. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie Haaksbergen 2030 Het plan voorziet in een herontwikkeling van gedateerde panden en braakliggende gronden naar een hoogwaardig woon-, werk- en verblijfsgebied. In de in 2011 uitgevoerde haalbaarheidsstudie als de actualiteitscheck (2022/2023) door DTNP wordt de ‘tweepolenstructuur’ genoemd als gewenste ruimtelijk-functionele structuur voor het centrum van Haaksbergen. Dit wordt ook wel het haltermodel genoemd. Aan de rand van een compact centrumgebied zijn twee publiekstrekkers gevestigd.
Bezoekers worden door de magneetwerking van de ‘polen’ door het gebied getrokken, waardoor de tussengelegen winkels profiteren van combinatiebezoek. De Jumbo vormt de noordelijke pool (trekker) van het kernwinkelgebied en de zuidelijke pool werd gevormd door de Hema (hoewel eigenlijk niet sterk genoeg als trekker). Door verplaatsing van de Hema, praktisch naast de Jumbo, is binnen het kernwinkelgebied geen sprake meer van een trekker in de zuidelijke pool. De Action, gevestigd in het zuidelijke deel van de Molenstraat, zorgt voor enige trekkracht (doorgaans zo'n 5.000 à 6.000 bezoekers per week). Als enige trekker aan de zuidzijde van de Markt die bovendien op behoorlijke loopafstand van het centrale deel van de Spoorstraat (omgeving Kruidvat) is dit onvoldoende trekkracht om veel loop (passantenstroom) te genereren tussen deze centrumdelen. Het versterken van de zuidelijke pool middels een supermarkt is voor een levendig en compact kernwinkelgebied dan ook nog steeds onverminderd noodzakelijk. In grotere dorpscentra vervullen supermarkten nog steeds een belangrijke rol als publiektrekker en passantengenerator. Het doen van boodschappen en frequente aankopen is nog steeds een leidend bezoekmotief in een middelgroot centrum als dat van Haaksbergen.
Door het geleidelijk afnemen van de niet-dagelijkse winkelfunctie door een toename in de online bestedingen is de boodschappenfunctie relatief belangrijker geworden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Uit de actualiteitscheck komt naar voren dat een supermarkt direct aan de Markt een belangrijke impuls betekent voor het gehele centrum. Het versterken van de zuidelijke pool is een belangrijke ambitie voor de beoogde detailhandelsstructuur. Een supermarkt, zoals opgenomen in voorliggend plan, geeft hier als publiekstrekker dan ook optimaal invulling aan. Een boodschappenpubliekstrekker in de vorm van een moderne supermarkt trekt immers veel publiek (ruim 10.000 bezoekers per week) en fungeert gelet op de locatie aan de Markt zowel als startpunt van centrumbezoek als 'stepping stone' tussen kop Molenstraat en Spoorstraat (kernwinkelgebied). Een supermarktontwikkeling zal de beoogde winkelstructuur dan ook positief beïnvloeden. Per saldo zal het winkelgebied compacter, sterker en daarmee toekomstbestendiger worden. Mogelijk leidt de ontwikkeling tot het sluiten van een relatief kleine aanbieder in de Jhr. von Heijdenstraat. Transformatie naar een woonfunctie wordt in dit gebied de komende jaren een steeds aannemelijker toekomstperspectief. Transformatie en herontwikkeling naar meer niet-publieksfuncties, waaronder wonen, past in het beleid en is al mogelijk in het bestemmingsplan.
Het afnemen van winkelaanbod in het overige centrumgebied is daarmee geen onaanvaardbaar effect en draagt zelfs bij aan het bereiken van een compacter, aantrekkelijk voor de bezoekers gevuld publieksgericht gebied. Het eventueel wegvallen van een supermarkt heeft ook niet tot gevolg dat het voorzieningenniveau wordt aangetast of duurzaam wordt ontwricht. Er blijven voor de inwoners van Haakbergen binnen aanvaardbare afstanden van hun woningen ruimschoots voldoende voorzieningen over om te voorzien in hun eerste levensbehoeften. De beoogde woningen zijn levensloopbestendig en geschikt voor een brede doelgroep (senioren, starters, éénen twee persoonshuishoudens). Het realiseren van de woningen draagt zowel bij aan het realiseren van voldoende woningen (woningbehoefte), sluit tevens aan bij de kwalitatieve behoefte (levensloopbestendig, nabij centrumvoorzieningen), maar zorgt ook voor de gewenste leefbaarheid en sociale veiligheid op momenten dat centrumfuncties gesloten zijn. Tot slot wordt met het plan voorzien in het aanleggen van een parkachtige openbare ruimte als ontmoetingsplek, waarmee de groene uitstraling van het centrumgebied, de leefbaarheid en verblijfswaarde wordt vergroot. Resumerend wordt dan ook gesteld dat het plan voorziet in een aanzienlijke impuls voor het centrumgebied van Haaksbergen. 4.3.2
Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente
4.3.2.1 Inleiding De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie is een toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen voor de periode tot 2020 en geeft een doorkijk naar 2030. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met de thema’s infrastructuur, platteland, economie, wonen en duurzaamheid. Er zijn voor de komende jaren negen ambities opgenomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Verbeteren van de relatie en verzachten van de overgangen tussen dorp en buitengebied. Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt. Stimuleren van een gezonde plattelandseconomie en op peil houden van de ecologische en cultuurhistorische kwaliteiten van het buitengebied. Versterken van de cultuurhistorische kwaliteit van de dorpsstructuur. Benutten van de toeristische potentie van de samenhang tussen dorp en landschap. Versterken van de veelzijdigheid van de Haaksbergse economie. Verbreden van het aanbod aan woonmilieus. Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau. Verduurzamen en beleefbaar maken van het watersysteem.
4.3.2.2 Visie De gemeente Haaksbergen heeft de visie vertaald in een visiekaart. Deze visiekaart geeft de visie voor de komende 10-15 jaar weer. Hierna is een uitsnede van de visiekaart opgenomen. Vervolgens wordt op de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp ambities ingegaan. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de visiekaart opgenomen, waaruit blijkt dat het onderhavige plangebied in de structuurvisie is aangemerkt als ‘Dorpshart’, ‘Centrumgebied’ en ‘Bestaande bebouwing’.
Afbeelding 4.4
Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: Gemeente Haaksbergen)
In voorliggend geval zijn vooral ambities 2, 7 en 8 van belang. Op deze ambities zal in de volgende subparagrafen nader worden ingegaan. 4.3.2.3 Ambitie 2: Een sfeervol groen centrum met de Markt als stralend middelpunt Concentratie van winkels en voorzieningen Het aanbod van winkelruimte in het centrumgebied is groter dan de behoefte. Dit komt onder meer door het nieuwe winkelen ofwel internetshoppen. Om die reden is het nodig om te werken aan een compacter centrum. De Markt, Spoorstraat en de Molenstraat zijn de belangrijkste winkelstraten. De Jhr. von Heijdenstraat is ook bedoeld voor andere functies, zoals wonen, hier zal de winkelfunctie minder prominent worden. Alleen wanneer dit concentratiegebied optimaal functioneert, kan de vestiging van winkels in de zone daar omheen (Blankenburg, Blankenburgerstraat en Eibergsestraat) worden toegestaan. Bij het aanhelen van de winkelstraten en Markt wordt de stedenbouwkundige ingreep afgestemd op de maat van de bestaande kleinschalige lintbebouwing. Grote eenvormige blokken worden voorkomen of zo ontworpen dat het individuele panden lijken. De winkelstraten krijgen dezelfde uitstraling en worden sterker ingericht als verblijfsgebied, door een eenduidig, dorps en gelijkvloers profiel. ‘Shared space’ wordt toegepast in de winkelstraten: dit wil zeggen dat alle verkeersdeelnemers gelijkwaardig zijn.
De automobilist voelt zich hierdoor te gast en in de openbare ruimte zijn er weinig verkeerskundige elementen als antiparkeermaatregelen, drempels, en/ of verkeersborden. De verblijfskwaliteit wordt verbeterd door de aanwezigheid van bomen en intieme ontmoetingsplekken op pleintjes en overhoeken. Het straatmeubilair moet uniform zijn en met een duidelijke Haaksbergse identiteit, zoals Haaksbergse paaltjes. Het reclamebeleid is terughoudend en op elkaar afgestemd. Markt De Markt moet het gezellige centrum van Haaksbergen worden: een intiem, lommerrijk plein, waarbij voldoende ruimte is voor ontmoeten en activiteiten. Daartoe moet aan de west- en zuidkant bebouwing BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp worden toegevoegd, en moet de openbare ruimte beter worden ingericht met meer ruimte voor bomen. Het streven is dat alle panden rond de markt worden bezet met winkels, horeca en voorzieningen. Als toonkamer van het dorp moet de entree van het gemeentehuis een veel prominentere plek aan de markt krijgen. 4.3.2.4 Ambitie 7: Verbreden van het aanbod aan woonmilieus Haaksbergen is een geliefd dorp. Veel mensen melden in de bewonersenquête dat ze met veel plezier in Haaksbergen wonen. De kwaliteiten die Haaksbergen heeft met het hoge voorzieningenniveau, de nabijheid van grote(re) steden als Hengelo en Enschede, en het mooie buitengebied, zorgen voor een aantrekkelijk woonklimaat voor jong en oud. Diversiteit in woningen en woonmilieus Ook Haaksbergen ontspringt de dans van ‘vergrijzing’ en ‘ontgroening’ niet: veel jongeren keren na hun studie niet meer terug naar Haaksbergen, terwijl het aandeel oudere bewoners naar verhouding toeneemt. Haaksbergen wil graag haar jongere inwoners behouden en/ of haar voormalige inwoners laten terugkeren. Het is daarvoor een belangrijke opgave om het woningaanbod aantrekkelijk en gevarieerd te houden en daarnaast de voorzieningen en werkgelegenheid te bieden waarnaar de mensen op zoek zijn. Juist voor jongeren en ouderen is een goed aanbod aan passende woningen beperkt.
Deze groepen hebben meestal behoefte aan wat kleinere, betaalbare woningen in de omgeving van het centrum. In de omgeving van het centrum zijn inbreidingslocaties om hieraan invulling te geven, ruimschoots voorradig. Bij elke ontwikkeling is aandacht nodig voor de levensloopbestendigheid van woningen, zodat ze voor alle doelgroepen (starters, senioren, gezinnen, 1-2 persoonshuishoudens) aantrekkelijk zijn. De opgave die hiermee samenhangt, is dat mensen zoveel mogelijk in hun woonomgeving moeten kunnen blijven wonen, ook als ze zorgbehoevend worden. 4.3.2.5 Ambitie 8: Op peil houden en concentreren van het voorzieningenniveau Compact centrum Een belangrijk onderdeel van ambitie 2 is dat leegstand in het centrum moet worden voorkomen. De gemeente zet in op een compact centrum zonder leegstand. De gevels rond de Markt en de belangrijkste winkelstraten, die daarop aansluiten, moeten gevuld zijn met goed lopende winkels en voorzieningen. Leegstand kan worden voorkomen door te stimuleren dat winkels vanuit de straten in de omgeving naar de centrumlinten worden verplaatst. De gemeente zal daarbij rekening houden met de toename van het ‘nieuwe winkelen’: door de toenemende internetverkoop zal benodigde oppervlakte voor winkels in het centrum afnemen.
4.3.2.6 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente’ Het plan sluit vanuit ruimtelijk en functioneel oogpunt goed aan bij de ambities zoals genoemd in de structuurvisie. In deelgebied De Markt zal sprake zijn van functiemenging met zowel centrumfuncties als woningen. Dit sluit aan bij de ambitie op winkels en voorzieningen te concentreren en het dorpshart te versterken, wat ten goede komt aan de kwaliteit en het functioneren van het centrum. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar subparagraaf 4.3.1.4. Het ontwerp gaat uit van individueel ogende panden, waarmee qua uitstraling aangesloten wordt op andere panden in het centrumgebied. Door het aanleggen van een parkachtige openbare ruimte en het realiseren van rustpunten wordt de verblijfskwaliteit versterkt en ontstaat er aantrekkelijke plek voor ontmoeten en verblijven. Wonen boven winkels is wenselijk zowel vanuit stedenbouwkundig opzicht als vanuit het oogpunt van woningbehoefte, leefbaarheid en sociale veiligheid. Deelgebied De Bron is gelegen in een gebied aangemerkt als ‘bestaande bebouwing’. In dit deelgebied zal uitsluitend sprake zijn van een woonfunctie. Dit sluit aan bij de ontwikkelingsrichting zoals opgenomen in de structuurvisie.
Door het toevoegen van woningen ter plaatse wordt op een inbreidingslocatie voorzien in de woningbehoefte, op zeer korte afstand van centrumvoorzieningen. De appartementen op beide locaties bevorderen de woningdifferentiatie, doordat zowel gebouwd wordt in de goedkope, middeldure als dure segment. Daarnaast zijn de appartementen bereikbaar via de lift en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp trappenhuis. Hiermee zijn de appartementen als levensloopbestendig aan te merken. Het vorenstaande maakt dat de appartementen geschikt zijn voor een brede doelgroep, waaronder 1-/2-persoonshuishoudens, starters, kleine gezinnen en senioren. Het plan draagt bij aan het aantrekkelijk en gevarieerd houden van de woningvoorraad. Juist voor jongeren en senioren is een goed aanbod aan passende woningen op dit moment beperkt. Met voorliggend plan wordt een bijdrage geleverd aan de oplossing hiervan. Het plan is in overeenstemming met de structuurvisie van de gemeente Haaksbergen. 4.3.3
Haalbaarheidsstudie ‘De Markt Centraal’ & Actualiteitscheck
4.3.3.1 Haalbaarheidsstudie ‘De Markt Centraal’ Op 30 november 2011 heeft de gemeenteraad de haalbaarheidsstudie De Markt Centraal als ruimtelijk kader vastgesteld voor de ontwikkelingen in het centrum van Haaksbergen. In de haalbaarheidsstudie zijn de belangrijkste uitgangspunten en de ontwikkelingskansen voor een centrumproject rondom de Markt uiteengezet. De belangrijkste uitgangspunten zijn: •
•
•
•
Structurele versterking van het centrum door concentratie van (winkel)voorzieningen en investeringen in een compact kernwinkelgebied bestaande uit een tweepolenstructuur met de omgeving Jumbo als noordelijke pool, de Markt als zuidelijke pool en de Spoorstraat als belangrijkste winkelstraat. De hoofddoelstelling van de haalbaarheidsstudie is om de Markt ook in de toekomst primair onderdeel uit te laten maken van het kernwinkelgebied. De Markt is als centraal ontmoetingsplein van grote maatschappelijke waarde voor heel Haaksbergen. Om de doelstelling te bereiken zijn twee varianten opgesteld. De eerste variant gaat uit van inpassing van een supermarkt en enkele overige winkels. De positie van de Markt wordt in ruimtelijk en functioneel opzicht versterkt door een directe koppeling van de supermarkt aan het Marktplein. De supermarktingang is zoveel mogelijk aan de Markt gesitueerd met de Marksteeg als belangrijke verbinding tussen parkeerterrein, supermarktingang en Marktplein. De tweede variant gaat uit van stedenbouwkundige 'opvulling van het gat' aan het Marktplein door de ontwikkeling van nieuwe commerciële ruimten. De trekkracht van een supermarkt wordt daarin weliswaar gemist, maar de stedenbouwkundig en functioneel afgeronde Markt kan als identiteitsdrager en ontmoetingspunt de versterkte oostelijke pool van het kernwinkelgebied vormen.
Dit ruimtelijk kader is door de gemeenteraad op 5 maart 2014 op onderstaande punten verruimd: • • •
mogelijkheid behoud pand Konings Schoenen; mogelijkheid nieuwvestiging supermarkt; entree nieuwe supermarkt aan nieuw parkeerterrein.
4.3.3.2 Actualiteitscheck Het verstrijken van ruim een decennium gaf aanleiding om nogmaals kritisch te kijken naar de onderliggende afwegingen uit de studie destijds. Maatschappelijke trends en ontwikkelingen hebben sindsdien de winkelmarkt veranderd (zie bijvoorbeeld de pandemie en haar nasleep). Gemeente Haaksbergen heeft DTNP gevraagd om een actualiteitscheck voor het Marktplan uit te voeren (bijlage 1 bij deze toelichting). In het rapport wordt bekeken of het beoogde programma (en bijbehorende inpassing) op deze locatie nog steeds een te verwachten positief effect kan hebben op de centrum- en winkelstructuur van Haaksbergen. Hierna zijn de conclusies uit de actualiteitscheck opgenomen: •
•
De gewenste centrumstructuur, met een compact kernwinkelgebied tussen een noordelijke en zuidelijke pool, is nog steeds actueel als beleidsambitie. Met de verplaatsing van de Hema is het versterken van de zuidelijke pool rondom de Markt zeer wenselijk. Noch de actuele gemeentelijke context (situatie vraag- en aanbodzijde) noch het vigerende beleid geven aanleiding om van de gewenste centrumstructuur uit 2011 af te wijken. De ontwikkeling van online winkelen is de afgelopen jaren verder toegenomen, met als gevolg dat de fysieke winkels in centrumgebieden onder druk staan. Ook in Haaksbergen is deze trend zichtbaar,
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
•
•
•
met nog steeds leegstaande panden in het kernwinkelgebied. De ambitie om het kernwinkelgebied compact te maken is op basis van maatschappelijke trends nog steeds onverminderd noodzakelijk. Onderzoek laat zien dat supermarkten een belangrijk bezoekmotief zijn voor centrumgebieden, zeker in een middelgroot centrum zoals dat van Haaksbergen. Een goed ingepaste supermarkt van modern formaat (tenminste 1.000 m² winkelvloeroppervlakte) in een compact kernwinkelgebied zorgt voor een economische impuls, vanwege de bezoekers op deze centrale plek en door combinatie bezoek met andere nabijgelegen winkels in het winkelgebied. Hoewel er een overaanbod is (nu en in de toekomst) aan supermarktmeters in Haaksbergen, wegen de positieve kwalitatieve argumenten in dit geval zwaarder. Een supermarkt, direct gelegen aan de Markt, zorgt voor een versterking van de beoogde centrumstructuur en draagt bij aan de economische vitaliteit en toekomstbestendigheid. Het voorzieningenniveau in de gemeente blijft op peil. Mogelijk te verwachten (leegstands)effecten in het overige centrumgebied zijn aanvaardbaar en sluiten aan op het beleid: een compacter kernwinkelgebied en ander vastgoedperspectief daarbuiten. Dit geldt ook in de Jhr. von Heijdenstraat, waar de woonfunctie mag toenemen als vervanging van de winkelfunctie (geen onderdeel kernwinkelgebied).
De beoogde supermarktontwikkeling voldoet aan de belangrijkste voorwaarden om het centrum van een economische impuls te voorzien. Door de ingangen van de supermarkt direct aan de Markt te plaatsen is er voldoende nabijheid tot en een directe zichtrelatie met andere winkels in het centrum van Haaksbergen. Ook een autobezoeker ervaart het centrum en kan lang genoeg parkeren om een supermarktbezoek te combineren met een bezoek aan andere winkels.
Kortom, de beoogde ontwikkeling van een supermarkt aan de Markt is nog steeds gewenst. Het huidige plan heeft een positief effect op het kernwinkelgebied van Haaksbergen. 4.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Haalbaarheidsstudie ‘De Markt Centraal’ & Actualiteitscheck Het programma van variant 1 van de haalbaarheidsstudie gaat uit van een supermarkt, winkels aan de Markt en woningbouw. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een supermarkt en woningbouw, waarbij de entree van de supermarkt op de Markt georiënteerd is. De belangrijkste conclusie uit de actualiteitscheck is dat de beoogde ontwikkeling van een supermarkt aan de Markt nog steeds gewenst is. Het huidige plan heeft een positief effect op het kernwinkelgebied van Haaksbergen. Wel is in de tussentijd de situatie ten aanzien van extra winkel-/horecaruimten aan de Markt gewijzigd. In het huidige plan zijn naast de supermarkt geen extra winkelruimtes voorzien. Gezien de beschreven trends in de actualiteitscheck van toenemende online bestedingen, en de daaruit volgende afnemende behoefte aan fysieke winkels, is het niet wenselijk om extra winkelunits te realiseren in het centrum. Het feit dat er winkels leegstaan in het kernwinkelgebied van Haaksbergen is een duidelijk signaal dat het toevoegen van nieuwe kleine of middelgrote winkelunits kwetsbaar is (geen uitbreidingsbehoefte).
Extra winkelunits, anders dan voor de moderne supermarkt, vergroten het risico op winkelleegstand binnen het kernwinkelgebied (bijv. verplaatsing vanuit Spoorstraat). Voor horecatoevoeging geldt hetzelfde. Eén of enkele horecazaken bieden niet eenzelfde impuls als een supermarkt. Bovendien is het horeca-aanbod recent uitgebreid en zijn er nog vestigingsmogelijkheden voor nieuwe horeca bij de Markt. Vorenstaande overwegingen maakt dat het niet wenselijk is om in voorliggend plan extra winkel- of horecaruimte aan de Markt mogelijk te maken. Geconcludeerd wordt dat het plan, met een supermarkt, nog steeds gewenst is om te komen tot het versterken van de zuidelijke pool en sterker en toekomstbestendiger maken van het winkelgebied. 4.3.4
Woonvisie ‘Goed wonen in Haaksbergen’
4.3.4.1 Algemeen De gemeente Haaksbergen heeft ter voorbereiding op de nieuwe woonvisie een woonbehoefteonderzoek onder haar bevolking laten uitvoeren. Met het onderzoek is een helder beeld ontstaan omtrent de actuele behoefte aan woningen in algemeenheid (aantallen) als woningtypen. Op basis van het onderzoek is de Woonvisie “Goed wonen in Haaksbergen” opgesteld, waarin de uitgangspunten, ambities en voornemens voor
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp de komende 5 jaar zijn verwoord. De visie is op 5 juli 2023 vastgesteld door de gemeenteraad van Haaksbergen. Met deze visie wil de raad meer grip op de woningmarkt. Aan de hand van een verschillende thema’s wil de gemeenteraad inzetten op: • • • • • • •
versnellen van woningbouwproductie realiseren van betaalbare woningen en gemêleerde woonwijken doorstroming op de woningmarkt, door de juiste woning op de juiste plek de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig te maken waarborgen van vitaliteit en leefbaarheid in de kernen en het buitengebied bouwen aan een inclusieve samenleving verduurzaming van de bestaande woningvoorraad
De woonvisie wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Hierin staan de concrete acties voor de komende jaren benoemd. 4.3.4.2 Kwantitatieve behoefte De ambitie van de gemeente is groter dan de lange termijnbehoefte op basis van de Primos prognose (2020) en het plus scenario. Dit komt mede voort uit de grote landelijke ambitie (in de Nationale woon- en bouwagenda is een lange termijndoel van 900.000 woningen tot 2030 opgenomen) en de afspraken die de provincie Overijssel vervolgens heeft gemaakt met het Rijk en de regiogemeenten in het kader van de Woondeal Twente. In de Woondeal Twente, welke op 21 december door partijen is ondertekend, is afgesproken dat elke regionale gemeente, dus ook de gemeente Haaksbergen, een bijdrage levert aan de regionale woningbouwopgave van 14.100 woningen. Het aantal woningen per regiogemeente wordt “fair share” verdeeld. Hierbij is wel de kanttekening gemaakt dat de bijdrage moet passen bij de lokale opgave en het karakter van de gemeente. Het plus-scenario is gericht op het invullen van de extra (boven-) regionale ambitie: bovenop de basisbehoefte (basis-scenario) om een bijdrage te leveren aan het terugdringen van het woningtekort in de provincie. In het plus-scenario is er in de periode 2020 tot 2030 behoefte aan 385 tot 445 woningen.
Tot 2030 wordt een additionele behoefte voor 20 tot 60 grondgebonden koopwoningen verwacht (in totaal circa 500 woningen). Dit kan verklaard worden door het relatief grotere aandeel jonge stellen en gezinnen in het plus-scenario. Ook in het plus-scenario is in de gemeente Haaksbergen vooral behoefte aan appartementen en levensloopbestendige woningen, met name door de toename van het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder. 4.3.4.3 Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve opgaven doen zich in toenemende mate voor in het segment appartementen en nultredenwoningen. Dit door de eerder genoemde vergrijzing en de kleiner wordende huishoudens. Het grootste deel van de woningvoorraad staat er op dit moment al. Nieuwbouw betreft maar een beperkt deel van de totale opgave op de woningmarkt. De grondgebonden woningen voor gezinnen zijn niet altijd geschikt (te maken) voor de toenemende groep oudere en/kleine huishoudens. Complementair toevoegen aan de voorraad gaat daarom steeds vaker om toevoegen van die woningtypen waar in de bestaande voorraad nog weinig aanbod is. De woningbouwplannen worden daarom adaptief geprogrammeerd. Door adaptief te programmeren is het mogelijk flexibel te blijven, mee te bewegen met ontwikkelingen en in te spelen op kansen.
Als de woningverdeling zoals afgesproken in de Woondeal Twente wordt toegepast op de bouw van circa 500 woningen voor de komende 10 jaar, dan komen de tot de volgende (indicatieve) programmering:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
4.3.5.4 Toetsing van het initiatief aan de woonvisie ’Goed wonen in Haaksbergen’ Uit het onderzoek blijkt dat tot 2030 een uitbreidingsbehoefte in de bandbreedte 385 tot 445 woningen bestaat (kwantitatief) en dat er een grote behoefte bestaat aan appartementen en levensloopbestendige woningen (620 tot 635 tot 2030; kwalitatief). Voorliggend bestemmingsplan maakt maximaal 67 appartementen mogelijk. Dit aantal woningen past binnen de geraamde kwantitatieve behoefte. Vanuit kwalitatief opzicht gaat om appartementen in zowel het goedkope, middendure als dure segment, waarbij het op dit moment nog onduidelijk is op de appartementen verkocht of verhuurd zullen worden. Alle appartementen zijn bereikbaar per lift en kunnen dan ook als levensloopbestendig worden beschouwd. De appartementen zijn hiermee geschikt voor een brede doelgroep waaronder 1- en 2-persoonshuishoudens (waaronder ook starters), kleine gezinnen en senioren. Hiermee sluiten de appartementen goed aan bij de kwalitatieve behoefte. Geconcludeerd wordt dat het plan aansluit bij de gemeentelijke woonvisie. 4.3.5
Notitie inbreidingslocaties 2025
4.3.5.1 Algemeen Om tot de periode 2025 een beeld te hebben van aanstaande ontwikkelingen met betrekking tot inbreidingslocaties, heeft de gemeente Haaksbergen de ‘Notitie inbreidingslocaties’ opgesteld. Deze notitie heeft als doel om de komende jaren een leidraad te vormen voor binnenstedelijke herontwikkelingen. Deze notitie kent, in tegenstelling tot de verouderde notitie uit 2006, geen gedetailleerde beschrijvingen van individuele locaties. Hiervoor is bewust gekozen, omdat de toekomst andere details kan vragen dan de nu geldende normen. Hierdoor is er een zeker mate van flexibiliteit ontstaan, wat de bruikbaarheid ten goede komt. 4.3.5.2 Locaties in ontwikkeling of uitvoering In de notitie is een paragraaf opgenomen waarin de locaties zijn opgenomen waarop reeds gebouwd wordt of waarvan vrij zeker is dat deze voor 2020 in uitvoering worden genomen. Daarnaast zijn er locaties aangewezen die mogelijk in de toekomst (na 2020) geschikt kunnen zijn voor herontwikkeling. Het plangebied wordt genoemd als locatie die in 2020 in ontwikkeling of uitvoering is. 4.3.5.3 Toetsing van het initiatief aan de Notitie inbreidingslocaties 2025 Het plangebied, Marktplan 2e fase, wordt specifiek genoemd als nieuwe inbreidingslocatie in de ‘Notitie inbreidingslocaties 2025’. Het betreft locatie 11. Uit paragraaf 4.3.2 is gebleken dat aan de ambities van de structuurvisie wordt voldaan.
Door de ontwikkeling van het plangebied met woningbouw wordt een bijdrage geleverd aan de versterking van de bestaande woonmilieus en is er qua woningtype sprake van een verrijking doordat in verschillende segmenten, levensloopbestendig en duurzaam wordt gebouwd. Het voornemen sluit goed aan op het bepaalde in de ‘Notitie inbreidingslocaties 2025’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp 4.3.6
Welstandsnota gemeente Haaksbergen
4.3.6.1 Algemeen De Welstandsnota van de gemeente Haaksbergen is vastgesteld in 2014 en beschrijft het kader en de ambitie voor de beoordeling van bouwplannen in relatie ook tot de omgeving en met het oog op toekomstige ontwikkelingen. In de welstandsnota wordt een aantal deelgebieden onderscheiden. Deelgebied De Markt ligt in ‘Dorpsgebieden’ en deelgebied De Bron valt binnen ‘Woongebieden’. 4.3.6.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota In het kader van voorliggend plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, gezien de bijzondere invulling van het geheel (herontwikkeling centrumgebied). Dit beeldkwaliteitsplan zal na vaststelling als aanvulling op de welstandsnota gelden. Bij een omgevingsvergunning voor het bouwen zal er worden getoetst aan de in het beeldkwaliteitsplan gestelde criteria. 4.3.7
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Het initiatief is in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het relevante gemeentelijke beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp
HOOFDSTUK 5
PLANOLOGISCHE EN MILIEUTECHNISCHE UITVOERBAARHEID
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In het kader van de milieukundige uitvoerbaarheid worden in dit hoofdstuk de volgende thema’s behandeld: bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Bodem
5.1.1
Algemeen
Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.1.2
Situatie plangebied
Ter plaatse van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 5 bij deze toelichting. De bovengrond (BG I, BG II, BG III en BG IV), Boring 13 (0-0.5), de ondergrond OG I en het grondwater zijn licht tot matig verontreinigd. De licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. Het matig verhoogde loodgehalte in het mengmonster van de bovengrond BG I gaf aanleiding om de 4 deelmonsters separaat te analyseren (zie paragraaf 4.6 van het rapport). De ondergrond OG II is niet verontreinigd. De bron van het matig verhoogde loodverontreiniging in het mengmonster van de bovengrond BG I is niet achterhaald. De 4 deelmonsters zijn niet of slechts licht verontreinigd met lood. De resultaten van de separate loodanalyses geven geen aanleiding voor een nader bodemonderzoek. Er is geen asbest aangetoond in de 3 mengmonsters van de fijne fractie van de puinhoudende bovengrond. Opgemerkt wordt dat na de brand van juni 2021 contact is geweest met de brandweer. Tijdens het blussen is gebruik gemaakt van water en niet van blusschuim. Nader onderzoek naar PFAS is in voorliggend geval dan ook niet noodzakelijk. 5.1.3
Conclusie
Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en eventuele nieuwbouwplannen, aangezien vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik.
5.2
Geluid
5.2.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.2.2
Situatie plangebied
5.2.2.1 Railverkeer- en industrielawaai In voorliggend geval zijn de aspecten railverkeerslawaai en industrielawaai niet van belang. Aangezien het plangebied niet is gelegen in of nabij een zone van een gezoneerd bedrijventerrein en tevens niet is gelegen in de nabijheid van een spoorlijn met een wettelijke geluidszone. Wat betreft de invloed van het plan op de omgeving wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.2.2.2 Wegverkeerslawaai In artikel 74.1 van de Wet geluidhinder is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben. De breedte hiervan is opgenomen in onderstaande tabel. Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
200 meter 350 meter 350 meter
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •
Wegen die zijn aangeduid als woonerf; Wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
De voorkeurswaarde voor de geluidbelasting LDEN op de gevels van een woning ten gevolge van de weg bedraagt 48dB. Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied, in de nabijheid van ‘t Meuke, De Braak, Spoorstraat, Markt, Molenstraat en Hibbertsstraat. Dit betreffen wegen waar een 30 km/uur regime geldt. Volgens jurisprudentie blijkt een 30 km/uur weg in de beoordeling te moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast zal door de realisatie van de supermarkt en de woningen het verkeer in de directe omgeving toenemen. Inzichtelijk dient te worden gemaakt wat dit betekent voor de woningen gelegen aan de omliggende wegen en of het geluid van wegverkeer in de toekomstige situatie acceptabel is. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd waarin vorenstaande zaken zijn meegenomen. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 6 bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt het volgende: •
Een deel van de nieuwe woningen heeft een gecumuleerde geluidsbelasting (exclusief correctie artikel 110g Wgh) hoger dan 53 dB. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder, maar wel aan de toelaatbare hogere waarde. Om een goed woon- en leefklimaat in de woningen te kunnen garanderen dienen de woningen een hogere geluidswering van de gevel te hebben dan de minimale waarde van 20 dB die het Bouwbesluit vereist. Voor de woningen met een gecumuleerde geluidsbelasting hoger dan 53 dB dient een onderzoek naar de geluidswering van de gevel te worden uitgevoerd. Zo nodig dienen geluidswerende voorzieningen aan de gevel getroffen te worden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp •
Ter plaatse van de woningen gelegen aan Het Meuke en de Hibbertsstraat neemt de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai als gevolg van realisatie van het plan tot maximaal 3,4 dB toe. Een toename tot de voorkeurswaarde of een toename van maximaal 1,5 dB wordt volgens de Wet geluidhinder toelaatbaar geacht. Indien de wegdekverharding van Het Meuke en het zuidelijk deel van de Hibbertsstraat wordt vervangen door ‘stille elementenverharding’, bedraagt de toename bij de woningen met een gecumuleerde geluidsbelasting hoger dan 53 dB minder dan 1,5 dB. Met deze maatregel wordt de planontwikkeling toelaatbaar geacht.
Opgemerkt wordt dat tevens onderzoek is uitgevoerd naar de cumulatie van wegverkeerslawaai en industrielawaai. Voor de resultaten wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.2.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, mits de genoemde vervolgstappen genomen worden.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 7 bij deze toelichting. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de berekende immissies NO2, PM10 en PM2,5 ten gevolge van het plan. De rij ‘Norm’ geeft aan wat de concentratie mag bedragen evenals het maximaal toegestane aantal overschrijdingen per jaar. De rij ‘Toetspunten’ geeft de toekomstige situatie weer, wat betreft concentratie en aantal overschrijdingen. Het betreft dan ook de bestaande situatie plus de planbijdrage. De rij ‘Planbijdrage’ geeft aan wat de bijdrage van het plan (verhoging concentratie en aantal overschrijdingen) is ten opzichte van de bestaande situatie.
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de jaargemiddelde concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 ter plaatse van woningen naast de toegangswegen tot het plan (Het Meuke en Hibbertsstraat) ver onder de wettelijke norm liggen, zowel in de bestaande situatie maar ook in de toekomstige situatie. Het plan draagt daar ten hoogste 0,3 µg/m3 aan bij. Hiermee is rekenkundig aangetoond dat de gevolgen van de planontwikkeling als ‘niet in betekenende mate’ kunnen worden aangemerkt. Ook neemt het aantal overschrijdingen niet toe ten gevolge van voorliggend plan. Daarnaast wordt de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit initiatief.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie in en bij het plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en de directe omgeving weergegeven.
Afbeelding 5.1
Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)
Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan “Haaksbergen centrum, partiele herziening Marktplan” Ontwerp • • •
5.4.3
zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het initiatief vanuit het oogpunt van externe veiligheid verantwoord is.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ als volgt omschreven: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.’ De volgende tabel geeft de richtafstanden voor de verschillende omgevingstypes weer. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2