230322 zienswijze Nobian Haaksbergen omgevingsvergunningen vDEF Geredigeerd
Tekst van het document
7.5.6 Voor zover verder betoogd zou worden dat de wellpads in strijd zijn met artikel 8.7.1 van het Veegplan, dat bepaalt dat geen oppervlakteverhardingen mogen worden aangelegd of aangebracht zonder omgevingsvergunning, merken wij het volgende op. 7.5.7 De term “oppervlakteverharding” is niet nader gedefinieerd en/of toegelicht in het Bestemmingsplan of het Veegplan. Deze bepaling houdt vermoedelijk verband met waterhuishouding.14 Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland hebben op 19 december 2006 het document “Streekplanuitwerking waterberging” vastgesteld,15 waarmee is beoogd invulling te geven aan nationale afspraken over het reserveren van voldoende ruimte voor waterberging. In de Streekplanuitwerking zijn enkele voorbeeldvoorschriften voor waterhuishouding- en berging in bestemmingsplannen aan gemeenten beschikbaar gesteld, waaronder enkele bepalingen die zien op een (aanleg)vergunningplicht bij het aanbrengen van oppervlakteverhardingen. Deze vergunningplicht kan worden gekoppeld aan een enkelbestemming voor “Water” in een bestemmingsplan, maar ook aan een enkelbestemming “Agrarisch” met waterberging als medegebruik. In het Veegplan is daar uitvoering aan gegeven.
De gronden waarop zes van de acht zoutwinlocaties zijn voorzien, bevatten de enkelbestemming “Agrarisch met waarden – Landschap”, waarin waterhuishouding en waterhuishoudkundige voorzieningen als medegebruik zijn omschreven (artikel 8.1 onder e van het Veegplan) 7.5.8 Uit paragraaf 4.4 van de ruimtelijke onderbouwing voor het Leidingentracé van d.d. 9 september 2022 van RoyalHaskoningDHV (Bijlage 12) alsmede paragraaf 4.4 van de
14
Zie onder meer een verwijzing naar een Verordening Ruimte 2012 van de Provincie Noord-Brabant in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2718, waarin aan gemeenten de opdracht gegeven wordt om binnen een bepaald gebied geen bestemmingen aan te wijzen of regels vast te stellen die fysieke ingrepen mogelijk maken met een negatief effect op de waterhuishouding, waaronder het aanbrengen van oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m2. 15 https://edepot.wur.nl/353477 23
ruimtelijke onderbouwing Zoutwinningsproject Haaksbergen d.d. 22 juni 2021 van Eelerwoude (Bijlage 13), volgt dat het aspect water geen belemmering vormt voor verlening van de omgevingsvergunningen. 7.5.9 Door Nobian wordt op verschillende wijzen geborgd dat de waterhuishouding niet in de knel komt na vergunningverlening. Op 29 april 2020 hebben wij het Waterschap Vechtstromen voor het eerst geïnformeerd over het plan door het invullen van de digitale watertoets. Vervolgens hebben wij meerdere malen overleg met het Waterschap Vechtstromen gevoerd en de vergunningaanvragen toegelicht. De aanbevelingen en aanwijzingen van het Waterschap zijn in de plannen verwerkt. De toename aan verharding zal gecompenseerd worden in de vorm van waterberging om wateroverlast te voorkomen. 7.5.10 Wij hebben in overleg met het Waterschap Vechtstromen ervoor gekozen om de benodigde compensatie te realiseren door naast het verhard oppervlakte van de zoutwinningslocatie een hemelwaterinfiltratievoorziening te maken. Hierin wordt het hemelwater tijdelijk vastgehouden middels een aquaflowsysteem van waaruit het water vertraagd in de bodem infiltreert. De hemelwaterinfiltratievoorziening wordt gerealiseerd nadat de boring is uitgevoerd.
Voordat de aanlegwerkzaamheden voor het Leidingentracé van start gaan, zal daarnaast, wederom in overleg met het Waterschap Vechtstromen, een watervergunning worden aangevraagd (of een melding worden verricht) voor werkzaamheden zoals het kruisen van de Bolscherbeek en bemaling. 7.5.11 Overigens merken wij op dat – voor zover wij hebben kunnen zien – de gemeenteraad bij het verlenen van verschillende omgevingsvergunningen door het College voor projecten in de Wissinkbrink geen bezwaren heeft geuit tegen de aanbreng van oppervlakteverhardingen. Landschappelijke inpassing 7.5.12 In het Amendement is tot slot opgemerkt dat de acht boorlocaties niet landschappelijk in te passen zijn, gelet op de (historische) landschappelijke kenmerken van het kampenlandschap op de Wissinkbrink, zoals lokale hoogteverschillen, open kavels, houtsingels op de kavelgrenzen, solitaire bomen, de beekloop van de Bolscherbeek en clusters van erven aan de randwegen. 7.5.13 Bij deze opmerking ontbreekt een inhoudelijke onderbouwing. De opmerking doet daarnaast wat ons betreft geen recht aan de voorbereiding die aan de vergunningaanvragen vooraf is gegaan. Zoutwinlocaties maken sinds jaar en dag kenmerkend onderdeel uit van het Twentse landschap. Bij de inrichting van de zoutwinlocaties is rekening gehouden met dit landschap.
Het ontwerp van de zoutwinlocaties is bovendien in overleg met omwonenden te stand gekomen. De omwonenden zijn op verschillende momenten zeer nauw bij het ontwerpproces betrokken geweest. Ter toelichting verwijzen wij naar Annex 1, deel I van deze zienswijze. 7.5.14 Bij de ontwikkeling van de zoutwinningslocaties is ernaar gestreefd om de effecten op het 24
landschap zo klein mogelijk te houden en de hinder voor eigenaren en gebruikers zoveel als mogelijk te beperken. Op welke wijze aan de definitieve landschappelijke inpassing invulling wordt gegeven, wordt per zoutwinningslocatie onder regie van een landschapsarchitect afgestemd met grondeigenaar en de directe omwonenden. Zo voor impressie van deze landschappelijke inpassing Bijlage 10. Conclusie 7.5.15 Wij concluderen dat de argumenten die de raadsleden ten aanzien van de landschappelijke inpassing van de Zoutwinningsactiviteiten hebben aangedragen geen stand kunnen houden. De zoutwinlocaties voldoen aan de contouren van de wijzigingsbevoegdheid uit het Veegplan, ook zonder deaanvullende aanpassingen aan het ontwerp die Nobian zal doorvoeren. Gelet op het feit dat ook de waterhuishouding- en berging geen belemmering vormt voor de uitvoering van de Zoutwinningsactiviteiten, bestaat er ook geen reden voor de gemeenteraad om Nobian een vvgb voor afwijking van artikel 8.7.1 van het Veegplan m.b.t. oppervlakteverhardingen te onthouden. De overige argumenten ten aanzien van landschappelijke inpassing die zijn aangedragen zijn nauwelijks onderbouwd en doen geen recht aan de intensieve betrokkenheid van de omgeving bij het ontwerp voor (de landschappelijke inpassing van) de Zoutwinningsactiviteiten. 7.6
Ad iii. Veilige en gezonde leefomgeving voldoende verzekerd
7.6.1 Nobian stelt in reactie op dit argument van de raadsleden voorop dat een veilige en gezonde leefomgeving wordt getoetst door de Staatssecretaris van EZK bij de instemming met het winningsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk. De gemeenteraad kan uitsluitend een vvgb weigeren voor de omgevingsvergunning voor het planologisch strijdig gebruik. 7.6.2 Daarnaast zijn wij van oordeel dat, anders dan de raadsleden in het Amendement betogen, een veilige en gezonde leefomgeving voldoende is verzekerd en in elk geval geen reden kan zijn om vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening een vvgb te weigeren. Dit is in opdracht van Nobian uitvoerig onderzocht. Door RoyalHaskoningDHV is in paragraaf 5.3.7 van het rapport van 8 augustus 2022, toelichting installaties en milieueffecten (Bijlage 11) het volgende opgemerkt over de veiligheid tijdens de boorfase: “Er is een veiligheidsstudie uitgevoerd die de kansen op het zich voordoen van ongewenste gebeurtenissen in kaart brengt en ook de effecten daarvan meeweegt. De rapportage hiervan (QRA) is als bijlage 11 toegevoegd. In de QRA zijn voor elk van de acht beoogde zoutwinningslocaties de risico’s ten tijde van de boring naar de zoutlaag in beeld gebracht.
Uit de QRA volgt dat voor elk van de beoogde boringen wordt voldaan aan de grenswaarde plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten en de richtwaarde plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare objecten (uit het Bevi). Daarnaast ligt voor elk van de beoordeelde locaties het berekende groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde voor het 25
groepsrisico. (…) Voor de boorwerkzaamheden wordt een specifiek brandbestrijdingsplan opgesteld en vooraf doorgesproken met de lokale brandweercommandant. Dit plan is tijdens de boorwerkzaamheden op de zoutwinningslocaties aanwezig. Voor het aanvoeren van materieel en materiaal tijdens de aanlegwerkzaamheden van de verschillende locaties en de leidingtracés wordt in overleg met de gemeenten Hengelo en Haaksbergen een verkeersveiligheidsplan (…) opgesteld waarin de transportroute is aangegeven en waarin afspraken gemaakt zijn over schade, veiligheid en eventueel benodigde verkeersregelaars.” 7.6.3 Ook de veiligheid tijdens de zoutproductie is onderzocht. In paragraaf 8 van het rapport van RoyalHaskoningDHV zijn de volgende resultaten gepresenteerd. “Veiligheid tijdens zoutproductie De inrichting is ingericht en wordt onderhouden conform de eisen van de Arbo- en de Mijnbouwwet. 8.1 Procesveiligheid De zoutwinningslocaties functioneren onbemand. De installaties worden op afstand gecontroleerd vanaf de zoutfabriek te Hengelo. Onafhankelijk van dit regelsysteem is in het pompstation een lokaal controlesysteem geïnstalleerd voor het bedienen van de pompen wanneer het pompstation is bemand zoals tijdens onderhoud. De (ondergrondse) veiligheidskleppen worden periodiek getest. Ook de kleppen in de X-mas trees worden periodiek gecontroleerd.
De onderhouds- en inspectieprogramma’s voor de kleppen worden opgenomen in het Well Integrity Management System (WIMS) van Nobian. 8.2 Noodstroomvoorziening In geval van stroomuitval wordt gebruik gemaakt van een noodstroomvoorziening. Dit betreft een mobiele generator. Binnen de pompstation plot is ruimte aanwezig voor het op afroep plaatsen van een generator. De mobiele generator maakt geen onderdeel uit van de inrichting. Bij uitval van de elektriciteitslevering ter plaatse van een zoutwinningslocatie wordt via de noodstroomvoorziening (accu’s in het electrical sub station) de zoutproductie gestopt en de installatie in de veilige toestand geschakeld. (…) 8.4 Externe veiligheid In verband met de externe veiligheid is gekeken welke aspecten van de beoogde wijziging van invloed zijn op de externe veiligheid. In verband met de externe 26
veiligheid is gekeken welke aspecten van de beoogde activiteit van invloed zijn op de externe veiligheid, zoals de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Hierbij is geconcludeerd dat geen onderdelen binnen de inrichting een risico vormen. De leidingen in de leidingtracés transporteren geen gevaarlijke of explosieve stoffen. Middels de leidingen wordt enkel water of pekel (water met daarin opgelost steenzout) getransporteerd. Tijdens de zoutproductie is de kans op aantreffen van olie en/of gas verwaarloosbaar. Eventueel aanwezige olie en/of gas bevinden zich in de bodemlagen boven de bodemlaag waaruit het zout wordt gewonnen (zie MER, paragraaf 4.12). De kans op het aantreffen van olie en/of gas is het grootst bij het boren van de zoutput. De risico's voor de omgeving tijdens de boorfase zijn in beeld gebracht middels een kwantitatieve risicoanalyse. Tijdens de zoutproductie bevinden zich binnen de inrichting geen onderdelen die een risico vormen. Een onaanvaardbaar risico is dan ook niet te verwachten.” 7.6.4 Kortom, de veiligheid tijdens de boorfase en tijdens de zoutproductie is uitvoerig onderzocht en is voldoende verzekerd.
Voor zover de raadsleden zorgen hebben over veiligheidsaspecten die samenhangen met bodembewegingen, zoals dalingen en trillingen, merken wij eveneens op dat deze belangen door de Staatssecretaris worden betrokken bij de instemming met het winningsplan en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder e Wabo. 7.6.5 Voor zover in het Amendement wordt betoogd dat een vvgb vanwege het belang van een goede ruimtelijke ordening niet kan worden verleend omdat het advies van SodM nog niet beschikbaar is, wijzen wij erop dat het advies van SodM niet ziet op de goede ruimtelijke ordening, maar op de oprichting van een mijnbouwwerk (artikel 2.1 lid 1 onder e Wabo). Dit advies wordt daarom door de Staatssecretaris betrokken bij de verlening van de vergunning voor de oprichting van een mijnbouwwerk. Bovendien is dit advies één van de op het Ontwerpbesluit betrekking hebbende stukken en daarom inmiddels voor de gemeenteraad beschikbaar. Conclusie Kortom, de gemeenteraad heeft de aspecten veiligheid en een gezonde leefomgeving ten onrechte aan zijn besluitvorming ten grondslag gelegd, buiten het belang van een goede ruimtelijke ordening. Uit de onderzoeken die ten behoeve van de aanvraag zijn opgesteld blijkt bovendien dat een veilige en gezonde leefomgeving, zowel tijdens de aanleg- als de exploitatiefase, is voldoende verzekerd. 7.7
Ad iv. Stikstof op voorhand geen belemmering
7.7.1 Volgens de raadsleden kan de vvgb niet worden afgegeven zolang onbekend is of de Zoutwinningsactiviteiten leiden tot een toename van stikstofdepositie. 27
7.7.2 Nobian merkt in de eerste plaats op dat de vvgb niet op deze grond kan worden geweigerd aangezien de gemeenteraad niet het bevoegd gezag is voor vergunningverlening op grond van de Wet natuurbescherming, zodat de gemeenteraad slechts kan beoordelen of op voorhand duidelijk is dat het aspect stikstof aan de uitvoering van de omgevingsvergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk in de weg staat. 7.7.3 Uit een AERIUS-berekening die wij in het kader van onze vergunningaanvraag hebben laten uitvoeren blijkt dat bij het gebruik van het mijnbouwwerk geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Gedurende de aanlegfase is de impact slechts tijdelijk en zeer gering. Als gevolg van een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is geconstateerd dat de bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden, wordt op dit moment een nieuwe AERIUS-berekening voor de aanlegfase uitgevoerd.16 Nobian wijst er bovendien op dat deze toetsing onderdeel uitmaakt van de tweede fase van de aanvraag, namelijk de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Op voorhand bestaat geen aanleiding om te verwachten dat het element stikstof een belemmering zal vormen voor de Zoutwinningsactiviteiten 7.8
Ad v. Beperkte bodemdaling veroorzaakt geen schade of negatieve effecten op omgeving
7.8.1 Het aspect bodemdaling wordt beoordeeld door de Staatssecretaris van EZK bij de instemming met het winningsplan en de omgevingsvergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk. De geprognosticeerde maximale bodemdaling is daarom uitvoerig toegelicht in het winningsplan van oktober 2022. De toets van de gemeenteraad is beperkt tot de vraag of voor de vergunning voor planologisch strijdig gebruik vanuit het belang van een goede ruimtelijke ordening bezien relevante bodemdaling is te verwachten. 7.9
Zout wordt gewonnen uit zeer stevige en stabiele rotslagen. Het aanleggen van zoutcavernes zou – enigszins vereenvoudigd – vergeleken kunnen worden met het boren van een gaatje in een blok beton, zij het dat het gaatje nooit leeg is en permanent gevuld is met zout water (verzadigde pekel) dat tegendruk geeft tegen het omringende zout. Daarbij heeft (steen)zout ook de eigenschap dat het wat plastisch is, waardoor het in tegenstelling tot brossere steensoorten niet gaat scheuren en goed hoge druk kan verdragen. Om die reden veroorzaakt zoutwinning ook geen bevingen of extra seismische activiteit.
7.9.1 Door deze eigenschappen veroorzaakt de winning van zout slechts zeer beperkte en geleidelijke bodemdaling, die is uitgestrekt over een groot gebied. In Haaksbergen zal de bodemdalingskom naar verwachting 2 km in doorsnee zijn. Vanuit het oogpunt van risico’s
16
ABRvS 2 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3159. 28
en effecten aan de oppervlakte is het vooral nuttig om na te gaan wat de scheefstand zou kunnen zijn – de gemiddelde graduele daling. Bij de huidige zoutwinlocaties bedraagt deze scheefstand over 100 meter enkele milimeters na een periode van tientallen jaren. Anders gezegd, het ene doel van een voetbalveld zou na een periode van pakweg een halve eeuw enkele millimeters lager staan dan het doel aan de andere van het veld. 7.9.2 De geohydrologische effecten door de bodemdaling zijn daarnaast uitgebreid in kaart gebracht door RoyalHaskoningDHV in een rapport van 22 maart 2021 (Bijlage 14) en vormen evenmin een belemmering voor de Zoutwinningsactiviteiten. 7.9.3 Uit het Ontwerpbesluit blijkt voorts dat ook de Staatssecretaris van EZK van oordeel is dat de adviezen van de Provincie Overijssel met betrekking tot bodemdalingsprognoses, winningsvarianten in relatie tot bodemdaling en de effecten en schade van bodemdaling op gebouwen en infrastructuur en het belang van monitoring onderdeel uitmaken van de beoordeling van het winningsplan en niet van de beoordeling twee van de voorliggende aanvragen voor omgevingsvergunningen. Conclusie 7.9.4 Gelet op het voorgaande wordt het aspect bodemdaling beoordeeld door de Staatssecretaris van EZK bij de instemming met het winningsplan en de omgevingsvergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk.
Vanuit het perspectief van een goede ruimtelijke ordening is geen reden om op dit punt de vvgb te weigeren. 7.10
Ad vi. Verbinden van voorwaarden aan vvgb
7.10.1 De raadsleden geven tot slot in het Amendement aan dat het verbinden van voorwaarden aan een vvgb juridisch gezien niet houdbaar zou zijn en de gemeenteraad om die reden alleen al niet met het voorstel akkoord kan gaan. 7.10.2 In reactie merken wij in de eerste plaats op dat alle door het College voorgestelde voorwaarden door Nobian als handreiking aan de gemeente zijn gedaan en slechts voordelen bevatten voor de gemeente Haaksbergen. Zo wordt aangeboden om bouwkundige nulmetingen op nabije gebouwen te doen, extra metingen uit te voeren naar bodemdaling en trillingen, een onafhankelijk garantiefonds op te richten en de omgekeerde bewijslast (‘bewijsvermoeden’) bij schade toe te passen. 7.10.3 Het verbinden van voorschriften aan een vvgb is weliswaar niet mogelijk, maar het is wel mogelijk om in een vvgb te bepalen dat en welke ruimtelijk relevante voorschriften aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden, met hetzelfde juridische resultaat. 7.10.4 Daarnaast kunnen de toezeggingen van Nobian privaatrechtelijk worden overeengekomen. Wij zijn nog steeds bereid daartoe een overeenkomst met de gemeente Haaksbergen aan te gaan. 7.10.5 Zoals hierboven al opgemerkt, is Nobian een voorstander van een betere verdeling van 29
de lusten en de lasten van haar activiteiten. Deze activiteiten zijn van groot strategisch en economisch belang voor Nederland, maar de omgeving waar deze activiteiten plaatsvinden zou er ook meer direct voordeel van moeten ondervinden, in lijn met de Contourennota aanpassing mijnbouwwet. In dezelfde privaatrechtelijke overeenkomst zouden ook eventuele aanvullende afspraken hierover tussen Nobian en de gemeente kunnen worden vastgelegd. Conclusie 7.10.6 In onze optiek vormen de – onverplichte – toezeggingen die aan de gemeente Haaksbergen zijn gedaan geen beletsel voor het kunnen afgeven van de vvgb. De handreikingen vormen slechts voordelen voor de gemeente Haaksbergen. 7.11
Ad vii. Geluid, trillingen en waterstanden uitvoerig onderzocht
7.11.1 Door de VVD-fractie is gedurende de raadsvergadering van 26 oktober 2022 aangegeven dat wat haar betreft de aspecten geluid, trillingen en waterstanden onvoldoende zijn onderzocht. Naar wij begrijpen, doelen de VVD-fractieleden hier op de aspecten in het kader van de aanvraag voor de vergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk en niet op deze aspecten in het kader van de vergunningaanvragen voor het planologisch strijdig gebruik ten behoeve waarvan een vvgb is verzocht aan de gemeenteraad. Nobian hoopt desalniettemin deze zorgen te kunnen wegnemen door te wijzen op de volgende onderzoeken/rapportages: Geluid 7.11.2 Het aspect geluid is uitvoerig onderzocht. Worley Nederland B.V. (“Worley”) heeft in april 2021 een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting gedurende de booren operationele fase (Bijlage 15). Worley concludeert dat er zonder mitigerende maatregelen op de zoutwinlocaties, met uitzondering van locatie H-02, wordt voldaan aan de geluidsgrenswaarden uit het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (“Barmm”). Ter plaatse van zoutwinlocatie H-02 worden ten tijde van de boring geluidsschermen geplaatst zodat ook op deze locatie aan de grenswaarden wordt voldaan. 7.11.3 In de operationele fase zal op dagelijkse basis geen sprake zijn van akoestisch relevante activiteiten.
Om de anderhalf jaar moet de productieverbuizing in elke zoutput op een andere diepte worden afgehangen. De geluidsbelasting tijdens deze werkzaamheden is – in een worstcase scenario – vergelijkbaar met de geluidsbelasting van de boorwerkzaamheden en voldoet daarmee aan het Barmm. De zoutwinlocaties worden aangesloten op stroom. De work-over mast, waarmee de productieverbuizing op een andere diepte wordt afgehangen, kan daarom elektrisch worden aangedreven. Dit zorgt ervoor dat de inzet van dieselgeneratoren niet meer nodig is, waardoor de geluidsbelasting minder zal bedragen dan tijdens de boorfase. 7.11.4 Naar de geluidsbelasting van het pompstation is een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd in april 2021 (Bijlage 16). Geconcludeerd wordt dat de geluiduitstraling van het pompstation niet aanvergunningverlening voor de oprichting van het mijnbouwwerk in de 30
weg staat, gelet op de minimale overschrijding van de berekende toetsingswaarden en de geringe toename van het geluid van het complete bedrijventerrein Stepelerveld. Trillingen 7.11.5 Tijdens de raadsvergadering van 26 oktober 2022 is aan de orde gesteld dat ook trillingen onvoldoende zouden zijn onderzocht. Ook deze zorg kunnen wij wegnemen. RoyalHaskoningDHV concludeert in haar rapport in paragraaf 7.11 (Bijlage 11) dat schade door bodemtrillingen niet wordt verwacht. Uit het winningsplan volgt dat het optreden van voelbare bodemtrillingen als gevolg van de zoutwinning ter plaatse van Haaksbergen onwaarschijnlijk wordt geacht. Niet voelbare microtrillingen zijn wel te verwachten. Conform het winningsplan wordt een seismisch meetnetwerk geïnstalleerd om de niet voelbare trillingen te meten. Waterstanden 7.11.6 Zorgen over onvoldoende onderzoek naar de waterstanden zijn eveneens ongegrond. In paragraaf 4.4 van de ruimtelijke onderbouwing d.d. 9 september 2022, opgesteld door RoyalHaskoningDHV (Bijlage 12) en het geo-hydrologisch onderzoek van 22 maart 2021, eveneens van RoyalHaskoningDHV (Bijlage 15), is omschreven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding (conform artikel 3.1.6 Bro).
Hieruit volgt dat het aspect water, met inachtneming van het advies van het Waterschap Vechtstromen, geen belemmering vormt voor de oprichting en in werking hebben van een mijnbouwwerk. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de alinea’s 7.5.8 tot en met 7.5.10. Conclusie 7.11.7 Gelet op het voorgaande kan het verwijt dat de aspecten geluid, trillingen en waterstanden onvoldoende zijn onderzocht, niet worden gevolgd. Deze aspecten zijn ten behoeve van de aanvraag uitgebreid onderzocht en geanalyseerd. Uit deze onderzoeken volgt dat de aspecten geluid, trillingen en waterstanden geen belemmering vormen voor verlening van de omgevingsvergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk. 8
CONCLUSIE
8.1
Wij verzoeken de Staatssecretaris om onderhavige zienswijze bij de definitieve besluitvorming te betrekken. Meer in het bijzonder verzoeken wij de Staatssecretaris deze zienswijze door te zenden aan de gemeenteraad van Haaksbergen zodat de gemeenteraad de zienswijze kan betrekken bij de definitieve besluitvorming over de vvgb.
8.2
Gelet op hetgeen in onze zienswijze is besproken zijn wij van oordeel dat de gemeenteraad van Haaksbergen binnen haar bevoegdheid geen gronden heeft om een vvgb te weigeren en dat daarmee ook de omgevingsvergunningen kunnen worden verleend.
8.3
Voor zover de gemeenteraad bij de definitieve besluitvorming over de vvgb overgaat tot het weigeren van een vvgb op onjuiste gronden in strijd met artikel 2.27 Wabo juncto 31
artikel 6.5 lid 2 Bor, verzoekt Nobian de Staatssecretaris om het volgende. 8.4
Uit artikel 2.27 Wabo jo. artikel 6.5 lid 2 van het Bor volgt dat een vvgb slechts kan worden geweigerd of verleend in het belang van de goede ruimtelijke ordening. Dit brengt met zich dat op grond van artikel 3:4 lid 1 Awb de gemeenteraad uitsluitend belangen die betrekking hebben op een goede ruimtelijke ordening mag afwegen voor zijn besluit om wel of niet een vvgb te verlenen. Indien de gemeenteraad zich bij de definitieve besluitvorming buiten dit toetsingskader begeeft door onderwerpen ten grondslag te leggen aan of te betrekken bij de weigering om een vvgb af te geven die in het kader van de instemming met het winningsplan en de omgevingsvergunning voor de oprichting van het mijnbouwwerk worden beoordeeld, handelt de gemeenteraad in strijd met artikel 3:4 lid 1 Awb, artikel 2.27 Wabo juncto artikel 6.5 lid 2 Bor. In dat geval kan het ontbreken van een vvgb niet in de weg staan aan verlening van de omgevingsvergunningen. Een redelijke wetsuitleg van artikel 2.20a Wabo brengt met zich dat de Staatssecretaris de bevoegdheid heeft om de omgevingsvergunningen te verlenen indien de gemeenteraad in strijd met de Wabo een vvgb heeft geweigerd. Nobian verzoekt de Staatssecretaris in dat geval dan ook om over te gaan tot verlening van omgevingsvergunningen.
8.5
Uiteraard zijn wij graag bereid onze zienswijze schriftelijk of mondeling toe te lichten.
Met vriendelijke groet, 5.1.2.e
5.1.2.e
Nobian Salt B.V.
32
ANNEX 1
DEEL I: OVERZICHT VAN CONTACT- EN PARTICIPATIEMOMENTEN Datum
Doelgroep
Actie / toelichting door Nobian
Jan-feb 2020
Gemeenteraad Haaksbergen, B&W
Algemeen kennismakingsgesprek, waarbij gesproken is over de Zoutwinningsactiviteiten en het te bewandelen proces mbt actualisatie van het winningsplan.
Mrt 2020
Coördinator ruilverkaveling N18
Informatie uitgewisseld over het lopende ruilverkavelingsproces rond de N18 en percelen die zijn ingebracht in de ruilverkaveling.
Mrt 2020
Ondernemersvereniging Stepelo, bedrijven
Kennis gemaakt en informatie uitgewisseld met de ondernemers werkzaam in de directe omgeving van Stepelo (waar het pompstation gepland is).
Mrt 2020
Bedrijf Uzin Utz (buurman pompstation)
Gesprek gevoerd over de zorgen omtrent bodemdaling nav de Zoutwinningsactiviteiten.
Jul 2020
Gemeente Haaksbergen
Afstemming over aan te vragen vergunningen en het proces eromheen.
Aug 2020
Gemeente Haaksbergen
BREEAM certificering Pompgebouw: gesproken met de gemeente Haaksbergen en deelnemende bedrijven over mogelijke BREAAM certificering van het bedrijventerrein Stepelerveld.
Aug 2020
Bedrijven vereniging Stepelo gemeente Haaksbergen
Informatie uitgewisseld over onze plannen voor een boorterrein en onze toekomstige rol binnen de bedrijvenvereniging.
Sep 2020
Vooroverleg EZK
Vergunningentraject besproken.
Sep 2020
Commissie Ruimte Haaksbergen
Presentatie gegeven over de Zoutwinningsactiviteiten en vragen beantwoord van de Commissie Ruimte.
Sep 2020
Statenleden provincie Overijssel
Zoutwinningsactiviteiten toegelicht aan een vertegenwoordiging van de provinciale staten.
Okt 2020
Pure Energie (energiemaatschappij)
Informatie uitgewisseld over plannen van Pure Energie voor aanleg zonneparken langs de N18 en Nobian plannen, afstemming over ruimtegebruik.
Okt 2020
Virtuele informatieavonden zoutwinning
Omwonenden en bewoners (3 online sessies, totaal circa 60 pers.) gesproken over de Zoutwinningsactiviteiten met voldoende ruimte voor Q&A.
Okt 2020
“Keukentafel” gesprekken
Tientallen 1-op-1 gesprekken zijn gevoerd met direct betrokkenen (bewoners, eigenaren en gebruikers) waarbij individuele vragen en zorgen zijn besproken.
Nov-dec 2020
Gemeente Haaksbergen
Nadere afstemming met de gemeente (o.a. Welstand). 33
Datum
Doelgroep
Actie / toelichting door Nobian
Jan-jun 2021
Meer dan honderd “keukentafel” gesprekken
1-op-1 gesprekken gevoerd met direct betrokkenen (bewoners, eigenaren en gebruikers) waarbij individuele vragen en zorgen zijn besproken (35-tal eigenaren en gebruikers, meerder gesprekken per eigenaar 3-8 gesprekken).
April 2021
Werkgroep landschappelijke inpassing zoutwinningslocaties Eerste overleg gevoerd met direct betrokkenen (bewoners, eigenaren en gebruikers) en Nobian's landschapsarchitect over de ruimtelijke inpassing van de zouthuisjes en het pompstation.
Aug/Sep 2021
3 Informatie avonden zoutwinning
Informatie gedeeld en vragen beantwoord over de Zoutwinningsactiviteiten en toelichting gegeven op ingediende MER en WABO vergunningen.
Sep 2021
Werkgroep landschappelijke inpassing zoutwinningslocaties
Vervolg overleg met direct betrokkenen (bewoners, eigenaren en gebruikers) tezamen met Nobian's landschapsarchitect.
Nov 2021
Gemeente Haaksbergen, raad en commissie Ruimtelijke Ordening
Informatie gedeeld over de Zoutwinningsactiviteiten, toelichting gegeven op ingediende MER en WABO vergunningen.
Werkgroep landschappelijke inpassing zoutwinningslocaties
Besluit door direct betrokkenen (bewoners, eigenaren en gebruikers) over het ontwerp van de zouthuisjes. Nobian heeft aangegeven dat individuele wijzigingen op de landschappelijke inpassing door direct omwonenden mogelijk is.
6 “Keukentafel” gesprekken
Finale afstemming in 6 “Keukentafel” gesprekken met de 10 betrokken omwonenden over de details van de landelijke inpassing.
April 2022
Informatie avond zoutwinning (inloopavond ‘t Meuken)
Inloopavond (postersessie waarbij een update is gegeven over de status en voortgang van de Zoutwinningsactiviteiten.
April 2022
Q&A sessie over zoutwinning
Q&A-sessie zoutwinning met een groep bewoners uit Isidorushoeve en werkgroep "Laat de hoeve niet zakken".
April/Mei 2022
Gemeentelijke regio Hengelo/Enschede/Haaksbergen
Publicatie interview mijnbouw directeur Nobian in lokale media over zoutwinning in Twente en het maatschappelijk belang daarvan.
Informatiesessie t.b.v. gemeenteraad Haaksbergen
Informatie gegeven over hoe het landschappelijke inpassing proces is gelopen en de relevante punten uit het MER verder toegelicht. Dit ter ondersteuning van de besluitvorming over de vvgb.
Informatie avond zoutwinning (plenaire sessie ’t Meuken)
Informatie avond (plenaire sessie) waarbij een update is gegeven over de status en voortgang van de Zoutwinningsactiviteiten gevolgd door een Q&A.
Nov 2021
Dec 2021/ Jan 2022
Mei 2022
Juni 2022
34
Datum
Doelgroep
Actie / toelichting door Nobian
8 en 22 juli 2022
Naar aanleiding van bezoek van Staatssecretaris Vijlbrief heeft Nobian het initiatief genomen om de Vertegenwoordiging werkgroep “Laat de Hoeve niet zakken” bezwaren van de werkgroep te bespreken en zijn 4 zoutwinlocaties uit het plan genomen.
6 september 2022
Bijeenkomst in sportcentrum ‘t Meuken
Algemene bijeenkomst met inwoners van St. Isidorushoeve om uitkomst te delen uit sessies op 7 en 22 juli 2022.
13 september 2022
Bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging van Haaksbergen
Toelichting op het doorlopen proces met de Werkgroep “Laat de Hoeve niet zakken” in juli 2022 inclusief toelichting op alle toezeggingen die tijdens de informatieavond op 6 september zijn gedaan en de wijze waarop Nobian hier verder invulling aan wil geven.
12 oktober 2022
Aangeboden om Commissie Ruimte te informeren over doorlopen proces in juli 2022
Commissie Ruimte is niet ingegaan op ons aanbod.
35
DEEL II: JURIDISCH KADER
1
Bevoegdheden gemeenteraad De eerste fase van de omgevingsvergunning ziet op de volgende activiteiten: a. De oprichting van mijnbouwwerk (artikel 2.1 lid 1 onder e, sub 1⁰ en 3⁰, Wabo); b. Planogisch strijdig gebruik (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo).
2
Artikel 3.3 lid 4 Bor bepaalt dat de Minister van EZK bevoegd is te beslissen op een aanvraag die betrekking heeft op a. een inrichting die in hoofdzaak een mijnbouwwerk is, of b. mijnbouwwerken, niet zijnde inrichtingen. De aanvraag van Nobian valt onder categorie a.
3
Op grond van artikel 2.27 Wabo, wijst een algemene maatregel van bestuur (hier: het Bor) categorieën van gevallen aan waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat een aangewezen bestuursorgaan verklaart daartegen geen bedenkingen te hebben. In artikel 6.5 Bor is bepaald dat de gemeenteraad een vvgb moet geven voor de gewenste afwijking van het bestemmingsplan.
4
Toetsingskader gemeenteraad: een goede ruimtelijke ordening De gemeenteraad kan slechts overgaan tot (definitieve) weigering van de vvgb in het belang van een goede ruimtelijke ordening (artikel 6.5 lid 2 Bor). In algemene zin moet het gaan om belangen die verband houden met een goed woon- en leefklimaat. Met andere woorden: de belangen moeten ruimtelijk relevant zijn.
5
Onderwerpen die in het kader van de instemming met het winningsplan en de omgevingsvergunning voor oprichting van het mijnbouwwerk worden beoordeeld (zoals veiligheid, bodemdaling en het advies van SodM), kunnen niet aan de ontwerp weigering om een vvgb af te geven ten grondslag worden gelegd. Bovendien kan een weigering kan niet in stand blijven als deze onvoldoende is gemotiveerd.17 Uit het weigeringsbesluit moet ook een duidelijke belangenafweging volgen. De enkele omstandigheid dat draagvlak ontbreekt, betekent niet dat geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening.18
6
Zes van de zoutwinlocaties (H-03, H04, H-05, H-07, H-08 en H-09) zijn gelegen binnen het Bestemmingsplan.19 Relevant voor deze zes zoutwinlocaties is ook het Veegplan (de partiële herziening veegplan 1, dat de gemeenteraad voor het Bestemmingsplan op 1 november 2017 heeft vastgesteld).
7
In het Bestemmingsplan en het Veegplan is een wijzigingsbevoegdheid voor het College opgenomen. In het bijzonder is in artikel 43.8 aan het College een wijzigingsbevoegdheid toegekend voor het gebied met de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied’. De wijzigingsbevoegdheid houdt in dat het College de bestemming binnen dit gebied kan wijzigen ten behoeve van een zoutwinlocatie, met dien verstande dat:
17
Rb. Overijssel 8 juni 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:1632 en ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1414. ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4209 . 19 Bestemmingsplan Buitengebied, vastgesteld door de gemeenteraad op 2 juni 2013. 18
36
a) b) c) d)
niet meer dan 60 boorhuisjes mogen worden gerealiseerd; de bouwhoogte van een boorhuisje niet meer dan 5,00 m bedraagt; de oppervlakte van één boorhuisje niet meer dan 30 m2 bedraagt; de gezamenlijke oppervlakte van de boorhuisjes niet meer dan 1.500 m2 bedraagt; e) één pompstation gerealiseerd mag worden; f) het aanleggen van leidingen, glasvezelkabels en stroomkabels is toegestaan; g) het boren van winningsputten is toegestaan. 8
Het gebied waarvoor voornoemde wijzigingsbevoegdheid geldt en waarbinnen zoutwinning onder bovengenoemde voorwaarden is toegestaan (en dus past binnen de goede ruimtelijke ordening), is ruim opgezet en omvat een groot deel van het grondgebied ten noorden van Haaksbergen. Deze gronden zijn weergegeven in onderstaande afbeelding:
Afbeelding 2. Aanduiding ‘wro-wijzigingsgebied’ in Veegplan, waarbinnen zoutwinning in beginsel planologisch is toegestaan. Nobian heeft in het geel de geplande zoutwinlocaties aangegeven. 8.6
20
Op de twee andere zoutwinlocaties (H-01 en H-02) is een ander bestemmingsplan “Buitengebied” van toepassing.20
Vastgesteld door de gemeenteraad van Haaksbergen op 29 november 2020. 37
DEEL III: STRUCTUURVISIE
9
10
Structuurvisie De gemeenteraad van Haaksbergen heeft op 5 maart 2014 een Structuurvisie vastgesteld. De Structuurvisie is een beleidsmatig toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Haaksbergen. Artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat elke gemeenteraad ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening een of meerdere structuurvisies vaststelt waarin het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen is vastgelegd. De juridische borging van dit beleid vindt vervolgens plaats in een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan (en daarmee ook het Bestemmingsplan en het Veegplan) is het belangrijkste instrument waarmee de gemeenteraad regels stelt die betrekking hebben op een goede ruimtelijke ordening. Het Bestemmingsplan en het Veegplan zijn juridisch bindend voor zowel de overheid als burgers en bedrijven, terwijl de Structuurvisie alleen de gemeenteraad zelf bindt. Relevante citaten Structuurvisie Uit verschillende citaten uit de Structuurvisie volgt dat ten tijde van het vaststellen van de Structuurvisie, er nog geen duidelijk plan was voor de ontwikkeling van de Wissinkbrink. Dat blijkt onder meer uit de opmerking op pagina 46 van de Structuurvisie dat de gemeenteraad voor het gebied de Wissinkbrink nog geen definitieve keuze heeft gemaakt voor de invulling. In de Structuurvisie staat (p.
46): “Aan de noordelijke rand van Haaksbergen is het nieuwe woongebied Wissinkbrink gepland. Doordat de behoefte aan woningbouwlocaties de afgelopen jaren sterk is afgenomen, is de Wissinkbrink van een toekomstig woongebied veranderd in een ‘pauzelandschap’. Op dit moment is het nog onduidelijk of hier ooit gebouwd zal worden, en zo ja in welke mate. Ook maken we voor dit gebied nog geen definitieve keuze voor de invulling. Dat betekent dat de Wissinkbrink niet alleen geschikt is voor woonfuncties, maar dat het mogelijk is dat ook agrarische of recreatieve functies hier in de toekomst een plek krijgen.”
11
Deze stelling wordt ondersteund door de volgende overweging op pagina’s 73 en 85 van de Structuurvisie: “Buiten de bebouwde kom zijn alleen nog uitbreidingen aan de oostzijde, De Veldmaat, en aan de noordzijde, op de Wissinkbrink gepland. De uitbreiding bij De Veldmaat is al gedeeltelijk uitgevoerd. Op termijn zal blijken of, en in welke mate, de Wissinkbrink nog nodig is voor woningbouw.” “Van een woningbouwprogramma op de Wissinkbrink is voorlopig geen sprake.”
38
OVERZICHT VAN BIJLAGEN Bijlage 1:
Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16:
Ontwerpbesluit d.d. 9 februari 2023 van de Staatssecretaris van EZK tot weigering van de omgevingsvergunning voor de acht zoutwinlocaties en het ombouwen van het pompgebouw. Ontwerpbesluit d.d. 9 februari 2023 van de Staatssecretaris van EZK tot weigering van de omgevingsvergunning voor het Leidingtracé. Zoutimpactstudie van Roland Berger, “Maatschappelijk en economisch belang van duurzame zoutwinning in Nederland” van juli 2022. Winningsvergunning d.d. 7 juni 2012 van de (toenmalige) Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Instemmingsbesluit winningsplan d.d. 20 augustus 2014 van de (toenmalige) Minister van Economische Zaken. Brief Nobian aan gemeente Haaksbergen d.d. 6 juni 2022. Brief Nobian aan gemeente Haaksbergen d.d. 20 september 2022. Raadsvoorstel van het college van B&W van de gemeente Haaksbergen. Amendement van de fracties CDA, Nieuw Haaksbergen en VVD tot weigering van de voorgenomen vvgb. Afbeeldingen aangepast ontwerp zoutwinlocaties Rapport van RoyalHaskoningDHV d.d. 8 augustus 2022 “Zoutwinning Haaksbergen, Toelichting installaties en milieueffecten”. Ruimtelijke onderbouwing voor Leidingentracé d.d. 9 september 2022 van RoyalHaskoningDHV. Ruimtelijke onderbouwing Zoutwinningsproject Haaksbergen d.d. 22 juni 2021 van Eelerwoude. Geo-hydrologisch onderzoek van 22 maart 2021 van RoyalHaskoning DHV.
Akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting gedurende de boor- en operationele fase van Worley Nederland B.V. van april 2021 Aanvullend akoestisch onderzoek van Worley Nederland B.V naar de geluidsbelasting van het pompstation van april 2021.
39