230322 zienswijze Nobian Haaksbergen omgevingsvergunningen vDEF Geredigeerd
Tekst van het document
ZIENSWIJZE NOBIAN – ONTWERPBESLUITEN ZOUTWINNING HAAKSBERGEN
Afbeelding: beeld van de zoutwinningslocatie in het landschap volgens het door Nobian in deze zienswijze gepresenteerde herziene ontwerp: lager, groener, geen hekken en geen industriëel ogende elementen zichtbaar.
1.
DE ZIENSWIJZE IN HET KORT
1.1
Nobian Salt B.V. (“Nobian” of “wij”) is voornemens acht zoutwinlocaties, de bijbehorende distributie- en transportleidingen en de ombouw van het in aanbouw zijnde bedrijfsgebouw naar een pompgebouw aan de noordzijde van Haaksbergen te realiseren (“Zoutwinningsactiviteiten”).
1.2
De belangen bij de Zoutwinningsactiviteiten zijn groot. Zoutwinning uit eigen bodem biedt Nederland (en breder: West-Europa) leveringszekerheid van een cruciale grondstof voor industrie en maatschappij en maakt Nederland strategisch onafhankelijk van andere landen voor de productie van essentiële materialen voor de economie en de energietransitie. Recente gebeurtenissen, in het bijzonder de oorlog in Oekraïne en het ontstaan van de energiecrisis in 2022, hebben bovendien op Europees en nationaal niveau geleid tot een duidelijke verschuiving in het denken over de afhankelijkheid van (bepaalde) derde landen voor energie en noodzakelijke grondstoffen. Sindsdien wordt zeer actief gestreefd naar zo groot mogelijke zelfstandigheid op Europees niveau, onder meer door het stimuleren van duurzame mijnbouw in Europa. Daarnaast heeft het verplaatsen van belangrijke productie een negatieve impact op het klimaat als gevolg van minder strenge (milieu)normen elders en de CO2-impact van het transport.
1.3
Zout uit Twentse bodem is heel zuiver en daarom zeer geschikt als grondstof voor de industrie. Omdat de bestaande zoutcavernes in de gebieden in Twente waar Nobian op dit moment zout wint richting het einde van hun levensduur gaan, zijn nieuwe cavernes nodig om de zoutproductie in Hengelo na 2025 te kunnen continueren. Omdat zout- en pekeltransport over grotere afstanden kostbaar, niet efficiënt en niet duurzaam is, moet zout dichtbij de winlocatie worden verwerkt. In Twente zijn er voor Nobian geen realistische andere mogelijkheden om zout te winnen dan in Haaksbergen, en zonder zoutwinning is er geen toekomst voor de Nobian zoutfabriek in Hengelo. Dit zal ook een grote weerslag hebben op de bedrijfsvoering van heel Nobian en zal de toeleveranties aan de Nederlandse en Duitse industrie in gevaar brengen.
1.4
Op basis van verkenningen in 2007 tot 2009 is geconstateerd dat het gebied waarin de Zoutwinningsactiviteiten zijn voorzien, het meest geschikt is voor de winning van zout. Deze constatering is nogmaals bevestigd tijdens het uitvoeren van een evaluatie in 2020 als onderdeel van het Milieueffectrapport zoutwinning Haaksbergen (“MERˮ) dat Nobian vrijwillig heeft laten opstellen. Voor het winnen van zout aan de noordzijde van Haaksbergen is op 7 juni 2012 reeds aan Nobian een winningsvergunning verleend. Daarmee heeft Nobian het exclusieve recht verkregen om zout te winnen in het gebied. De gemeenteraad heeft zoutwinning ook ruimtelijk aanvaardbaar geacht en daartoe in 2013 een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan opgenomen en die bevoegdheid in 2017 behouden.
1.5
In 2021 heeft Nobian de volgende omgevingsvergunningen aangevraagd: i. Een eerste fase omgevingsvergunning voor: - het oprichten van een mijnbouwwerk (mijnbouwinrichting voor het winnen en 2
ii.
1.6
1.7
1.8
transporteren van pekel) (artikel 2.1 lid 1 onder e, sub 1º en sub 3º Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (“Waboˮ)) - planologisch strijdig gebruik (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo) Een omgevingsvergunning voor: - het uitvoeren van een werk of werkzaamheden voor het aanleggen van een distributie- en transportleidingtracé (artikel 2.1 lid 1 onder b Wabo) - planologisch strijdig gebruik (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo)
Op 9 februari jl. heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (“EZK”) een ontwerpbesluit ter inzage gelegd dat strekt tot weigering van de omgevingsvergunning eerste fase bedoeld onder i (Bijlage 1). Op diezelfde dag legde de Staatssecretaris een ontwerpbesluit ter inzage dat strekt tot weigering van de omgevingsvergunning voor het distributie- en transportleidingtracé (“Leidingtracé”) bedoeld onder ii (Bijlage 2). De beide besluiten worden hierna gezamenlijk aangehaald als het “Ontwerpbesluit”. De reden dat het Ontwerpbesluit een weigering inhoudt en geen verlening van de ontwerpvergunning, is geheel gelegen in de ontwerpweigering van de gemeenteraad van Haaksbergen om een verklaring van geen bedenkingen (“vvgb”) af te geven. Redenen voor heroverweging gemeenteraad. Nobian is van mening dat de gemeenteraad in strijd met artikel 2.27 Wabo juncto artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht ("Bor") een ontwerpbesluit tot het weigeren van een vvgb heeft genomen omdat de gemeenteraad andere belangen in zijn besluitvorming heeft betrokken dan op grond van de Wabo is toegestaan. De gemeenteraad is bevoegd om een vvgb te verlenen voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo, waarbij de gemeenteraad moet beoordelen of er ruimtelijke belangen in de weg staan aan verlening van de omgevingsvergunning. De gemeenteraad heeft dat niet gedaan.
De gemeenteraad heeft belangen betrokken in zijn besluitvorming die de Staatssecretaris betrekt bij de beoordeling of een vergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk kan worden verleend dan wel kan worden ingestemd met het winningsplan. De gemeenteraad zal in de gelegenheid moeten worden gesteld om zijn besluit te heroverwegen zodanig dat de gemeenteraad beoordeelt of er ruimtelijke belangen in de weg staan aan het verlenen van een vvgb. In deze zienswijze gaat Nobian in op de specifieke en achterliggende redenen van de voorgenomen weigering van de gemeenteraad van Haaksbergen om een vvgb af te geven. Deze redenen kunnen feitelijk en juridisch gezien niet ten grondslag worden gelegd aan een definitieve weigering van de vvgb. Afgezien van het afwegingskader voor de vvgb, hebben wij uit gesprekken met inwoners van Haaksbergen tijdens informatieavonden en ook uit het raadsdebat van 26 oktober 2022 begrepen dat er nog een aantal zorgen spelen bij de inwoners en de gemeenteraad van Haaksbergen. Een groot aantal van deze zorgen kunnen wij wegnemen met feitelijke informatie. Om de zorg over de uitstraling van de zoutwinningslocaties weg te nemen hebben wij daarnaast besloten om het ontwerp ervan nog meer in te passen in het landschap. Tot slot gaan we graag met de gemeenteraad in overleg over een betere verdeling van de lusten en de lasten van de zoutwinning.
Wij zullen de gemeenteraad van 3
Haaksbergen over al deze punten ook een separate brief sturen. 1.9
Wij zijn van mening dat met de aanvullende toelichting in deze zienswijze, aanpassingen en een betere verdeling van de lusten en de lasten, de laatste zorgen die binnen het toetsingskader van de gemeenteraad liggen worden weggenomen en de gemeenteraad bij de definitieve besluitvorming alsnog over kan gaan tot het afgeven van een vvgb.
1.10
De gemeenteraad kan slechts overgaan tot (definitieve) weigering van de vvgb in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Wat volgens de gemeenteraad onder ‘een goede ruimtelijke ordening’ moet worden verstaan, wordt onder meer verankerd in een bestemmingsplan. Het uitgangspunt in deze zienswijze is dat het geldende planologische kader, zoals dat door de gemeenteraad van Haaksbergen in 2013 – en opnieuw in 2017 – is vastgesteld, voorziet in de mogelijkheid van zoutwinning in het gebied ten noorden van Haaksbergen. Zes van de acht zoutwinningslocaties zijn gelegen binnen het gebied waarvoor is bepaald dat het gebruik van de gronden voor zoutwinning niet in strijd is met de ruimtelijke ordening. De ruimtelijke impact van de zoutwinning in de regio is indertijd uitdrukkelijk door de gemeenteraad getoetst, besproken en geaccordeerd. De vraag is vervolgens hoe de zoutwinningsactiviteiten goed in het Twentse landschap kunnen worden ingepast. Ook daarvoor heeft de gemeenteraad de belangrijkste voorwaarden al vastgelegd in het bestemmingsplan. De gemeenteraad dient zich bij zijn toetsing daarom te beperken tot ruimtelijk relevante belangen: de vvgb kan uitsluitend worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening.
Onderwerpen die in het kader van de instemming met het winningsplan en de vergunningverlening voor de oprichting van het mijnbouwwerk worden beoordeeld (zoals veiligheid, bodemdaling en het advies van Staatstoezicht op de Mijnen (“SodM”)), kunnen daarom niet aan de ontwerpweigering om een vvgb af te geven ten grondslag worden gelegd.
1.11
In 2014 is ook een winningsplan voor de aanleg van cavernes in Haaksbergen goedgekeurd, na een uitgebreide procedure waarbij alle adviseurs van het ministerie van (destijds) Economische Zaken zijn betrokken (SodM en de TNO Adviesgroep EZ). Het winningsplan is daarnaast getoetst door de Technische Commissie Bodembeweging. Net als nu was er ook toen bij deskundigen geen twijfel over de veiligheid van de aanleg en exploitatie van Nobian’s zoutwinningslocaties. In 2021 heeft Nobian naast aanvragen voor omgevingsvergunningen ook een herzien winningsplan ingediend. Dit plan is op hoofdlijnen vergelijkbaar met het goedgekeurde winningsplan van 2014.
1.12
In deze zienswijze licht Nobian toe waarom (i) de belangen die de gemeenteraad heeft betrokken bij zijn ontwerpbesluit tot weigering van de vvgb geen verband houden met een goede ruimtelijke ordening en dus ook niet kunnen leiden tot een weigering van de vvgb en (ii) de belangen die wel betrekking hebben op een goede ruimtelijke ordening niet tot weigering van de vvgb kunnen leiden.
1.13
Er is geen sprake van strijd met de Structuurvisie. Gelet op het planologisch kader, dat juridisch gezien van doorslaggevende betekenis is, kan, anders dan de gemeenteraad stelt, de Structuurvisie niet aan de 4
Zoutwinningsactiviteiten in de weg staan. De inhoud van de Structuurvisie geeft daarnaast geen aanleiding om te veronderstellen dat de Zoutwinningsactiviteiten daarmee in strijd zijn, mede gelet op de tijdelijke aard van de Zoutwinningsactiviteiten. De zoutwinlocaties vormen daarnaast geen beletsel voor eventuele lange termijndoelstellingen van de gemeente Haaksbergen in het betrokken gebied.
1.14
1.15
1.16
1.17
De zoutwinning is landschappelijk goed inpasbaar. Ook de belangen die de gemeenteraad ten aanzien van de landschappelijke inpassing van de Zoutwinningsactiviteiten heeft betrokken kunnen niet aan verlening van de vvgb in de weg staan. De zoutwinlocaties voldoen aan de daarvoor geschetste contouren uit het bestemmingsplan, ook zonder de aanzienlijke aanpassingen aan het ontwerp die Nobian aanvullend zal doorvoeren: zo zal het gebouw waarin elektro- en instrumentatievoorzieningen zijn ondergebracht een vergelijkbare agrarische uitstraling krijgen als de zouthuisjes. De hoogte van de zouthuisjes is daarnaast teruggebracht tot 5 meter boven het maaiveld. De zoutwinlocaties zullen ook niet meer omsloten worden door hekwerk, omdat alle apparatuur in een zouthuisje of ondergronds zal worden geplaatst. Daarnaast zullen wij kunstgras plaatsen op het verharde oppervlak, zodat dit een natuurlijke uitstraling zal hebben. Gelet op het feit dat de waterhuishouding- en berging geen belemmering vormen voor de uitvoering van de Zoutwinningsactiviteiten omdat daarvoor verschillende voorzieningen zijn getroffen zoals beschreven in de vergunningaanvraag, is ook dat geen reden om de vvgb te weigeren.
De overige argumenten ten aanzien van landschappelijke inpassing die de gemeenteraad heeft betrokken zijn nauwelijks onderbouwd en doen geen recht aan de intensieve betrokkenheid van de omgeving bij het ontwerp voor (de landschappelijke inpassing van) de Zoutwinningsactiviteiten. Veilige en gezonde leefomgeving niet in geding. Of het mijnbouwwerk veilig is en in het belang van de bescherming van het milieu moet worden geweigerd toetst de Staatssecretaris van EZK bij de instemming met het winningsplan en de omgevingsvergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk. Gelet daarop is die toetsing niet aan de gemeenteraad. Uit de onderzoeken die ten behoeve van de aanvraag zijn opgesteld blijkt bovendien dat een veilige en gezonde leefomgeving, zowel tijdens de aanleg- als de exploitatiefase, voldoende kan worden verzekerd. Zoals in de vergunningaanvraag is gedocumenteerd is de veiligheid tijdens de boorfase en tijdens de zoutproductiefase uitvoerig (extern) onderzocht en goed bevonden. Stikstof op voorhand geen belemmering. Uit een AERIUS-berekening die wij in het kader van onze vergunningaanvraag hebben laten uitvoeren blijkt dat voor het gebruik van het mijnbouwwerk geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Gedurende de aanlegfase is de impact slechts tijdelijk en zeer gering.
Als gevolg van een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is geconstateerd dat de bouwvrijstelling stikstof niet gebruikt mag worden, wordt op dit moment een nieuwe AERIUS-berekening voor de aanlegfase uitgevoerd . Op voorhand 5
bestaat geen aanleiding om te verwachten dat het element stikstof een belemmering zal vormen voor de Zoutwinningsactiviteiten. Nobian wijst er bovendien op dat deze toetsing onderdeel uitmaakt van de tweede fase van de aanvraag, namelijk de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en dat de gemeenteraad niet het bevoegd gezag is voor het verlenen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming.
1.18
Beperkte bodemdaling veroorzaakt geen schade of negatieve effecten op omgeving. Het aspect bodemdaling wordt primair getoetst door de Staatssecretaris van EZK bij de instemming met het winningsplan en de omgevingsvergunning voor het oprichten van een mijnbouwwerk. De gemeenteraad heeft ten onrechte het aspect bodemdaling betrokken bij zijn besluitvorming omtrent het verlenen van een vvgb.
1.19
De winning van zout veroorzaakt slechts zeer beperkte en geleidelijke bodemdaling. Zout wordt gewonnen uit een keiharde laag steenzout, waarbij de cavernes steeds gevuld zijn en blijven met pekel. De bodemdalingskom in Haakbergen zal naar verwachting twee kilometer in doorsnee worden. Vanuit het oogpunt van risico’s en effecten aan de oppervlakte is het noodzakelijk om na te gaan wat de scheefstand (de gemiddelde graduele daling) en de geohydrologische effecten ten gevolge van de bodemdalingskom zouden kunnen zijn. Bij de huidige zoutwinlocaties bedraagt de scheefstand over 100 meter enkele millimeters na een periode van tientallen jaren. Anders gezegd, het ene doel van een voetbalveld zou na een periode van pakweg een halve eeuw enkele millimeters lager staan dan het doel aan de andere van het veld.
1.20
Voor zover door de gemeenteraad is betoogd dat een goede ruimtelijke ordening niet is verzekerd omdat het advies van SodM nog niet beschikbaar is, wijzen wij erop dat het advies van SodM niet ziet op de goede ruimtelijke ordening, maar op de oprichting van een mijnbouwwerk. Dit advies wordt daarom door de Staatssecretaris betrokken bij de verlening van de vergunning voor de oprichting van een mijnbouwwerk. Bovendien is dit advies één van de op het Ontwerpbesluit betrekking hebbende stukken en daarom inmiddels voor de gemeenteraad beschikbaar.
1.21
1.22
Overige bezwaren gemeenteraad. Voor zover bij de gemeenteraad zorgen bestaan over geluid, trillingen en de waterstanden, kunnen wij de gemeenteraad verzekeren dat deze aspecten uitvoerig zijn onderzocht en evenmin een beletsel vormen voor de realisatie van de Zoutwinningsactiviteiten. Bovendien maken deze aspecten zoals gezegd geen onderdeel uit van de toetsing die de gemeenteraad dient te verrichten in het kader van de verlening van een vvgb maar van de afweging die de Staatssecretaris van EZK maakt in het kader van de verlening van een omgevingsvergunning voor de oprichting van het mijnbouwwerk. Toezeggingen Nobian. Nobian heeft in de loop van 2022, in reactie op overleg met, en zorgen vanuit de omwonenden, een aantal wijzigingen gedaan in relatie tot de omvang van de Zoutwinningsactiviteiten alsook een aantal eenzijdige (en niet wettelijk vereiste) toezeggingen gedaan aan de gemeente Haaksbergen, in de verwachting daarmee de 6
geuite zorgen vanuit de gemeente en omwonenden weg te nemen: nulmetingen op nabije gebouwen, extra versnellingsmeters, een schadefonds op afstand en acceptatie van omgekeerde bewijslast (‘bewijsvermoeden’) bij schade. Daarnaast heeft Nobian op verzoek van omwonenden het aantal voorgestelde zoutwinlocaties teruggebracht van twaalf naar acht, waardoor er geen zoutwinlocaties in de directe omgeving van bestaande woningen zullen komen. Bij verlening van de vvgb en verlening van de omgevingsvergunningen zal Nobian deze toezeggingen vanzelfsprekend gestand doen.
1.23
Betere verdeling van lusten en lasten. Nobian is een voorstander van een betere verdeling van de lusten en de lasten van haar activiteiten. Deze activiteiten zijn van groot strategisch en economisch belang voor Nederland, maar de omgeving waar deze activiteiten plaatsvinden zou er ook meer direct voordeel van moeten ondervinden, in lijn met de Contourennota aanpassing Mijnbouwwet. Wij onderzoeken op dit moment op welke wijze aan deze doelstellingen invulling kan worden gegeven en gaan hierover graag verder in gesprek met de gemeenteraad.
1.24
Kortom, Nobian is ervan overtuigd dat haar activiteiten kunnen plaatsvinden op een veilige en duurzame wijze, in samenspraak met (en met voordelen voor) de omgeving. Nobian heeft hier al honderd jaar ervaring mee in de regio, en is daarmee in de loop van de tijd tot een van de fundamenten van de Twentse economie en een belangrijke toeleverancier van de Nederlandse en Duitse industrie uitgegroeid. Nobian hoopt dit in de toekomst te kunnen blijven doen.
1.25
Nobian streeft ernaar om tot een vergunningverlening te komen in goede samenspraak en overleg met de gemeente Haaksbergen. Nobian is echter ook van mening dat, in het geval de gemeenteraad bij de definitieve besluitvorming over de vvgb overgaat tot het weigeren van een vvgb op onjuiste gronden in strijd met artikel 2.27 Wabo juncto artikel 6.5 lid 2 Bor, de Staatssecretaris bevoegd is om de aangevraagde omgevingsvergunningen te verlenen omdat de gemeenteraad in dat geval de vvgb op onjuiste gronden heeft geweigerd (in strijd met artikel 2.27 Wabo juncto artikel 6.5 Bor). De vvgb kan immers enkel in het belang van een goede ruimtelijke ordening worden geweigerd. De vraag of Nobian zout mag winnen en/of aan de veiligheidseisen, milieueisen en eisen op het gebied van bodemdaling wordt voldaan is ter beoordeling van de vergunningverlener (het ministerie) en haar adviseurs. Het afwijzen van een vvgb op onjuiste gronden kan geen basis zijn voor het weigeren van de aangevraagde omgevingsvergunningen.
7
2.
INHOUDSOPGAVE Onze zienswijze kent de volgende indeling:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De zienswijze in het kort Inhoudsopgave Achtergrond Ontwerpbesluit strekt ten onrechte tot weigering Amendement gemeenteraad Haaksbergen Juridisch toetsingskader gemeenteraad Haaksbergen Redenen voor heroverweging a. Ad i. Geen strijd met Structuurvisie b. Ad ii. Landschappelijke inpassing geborgd c. Ad iii. Veilige en gezonde leefomgeving gegarandeerd d. Ad iv. Hooguit zeer beperkte, tijdelijke toename stikstofdepositie e. Ad v. Beperkte bodemdaling veroorzaakt geen schade of negatieve effecten op omgeving f. Ad vi. Verbinden van voorwaarden aan vvgb g. Ad vii. Geluid, trillingen en waterstanden uitvoerig onderzocht 8. Conclusie Annex 1 Overzicht van bijlagen
8
3.
ACHTERGROND
3.1
Nobian produceert en verkoopt hoogwaardige zoutproducten die worden gewonnen uit ondergrondse zoutvoorraden in de omgeving van Hengelo en Enschede. Nobian en haar rechtsvoorgangers winnen sinds 1919 zout in Twente, oorspronkelijk in Boekelo. In 1933 is het wingebied verplaatst naar de omgeving van Hengelo en Enschede. Deze historische aanwezigheid van Nobian in Twente is nog altijd zichtbaar in de vlag van Boekelo (waar een zouttoren op staat) en in de loop der tijd is Nobian uitgegroeid tot een van de fundamenten van de Twentse economie en, als founding partner van de Universiteit Twente, de wetenschap. Nobian is voor haar voortbestaan afhankelijk van haar twee winlocaties, gelegen in Twente en Groningen.
3.2
Zout en zoutderivaten zijn strategische en onmisbare grondstoffen voor de productie van essentiële en alledaagse producten. Zout uit Twentse bodem is zeer zuiver en daarom zeer geschikt als grondstof voor de industrie. Vijfentachtig procent van het zout dat door Nobian wordt geproduceerd, wordt gebruikt als grondstof voor het chloor-alkaliproces: de elektrolyse van een zoutoplossing voor de productie van chloor, natronloog en waterstof. Via chloor en natronloog vindt zout zijn weg in tal van producten die een grote rol spelen in ons dagelijks leven, zoals geneesmiddelen, bouwmaterialen, papier, isolatiematerialen, aluminium, zeep en meer. De overige vijftien procent van het zout wordt als direct product toegepast in de vorm van consumptiezout voor menselijk, dierlijk (likstenen) en veterinair gebruik, als onthardingszout en als strooizout.
3.3
Het zout wordt gewonnen door middel van oplosmijnbouw. In grote lijnen kan ons productieproces als volgt worden omschreven. In de zoutlagen die zich in de diepe ondergrond bevinden, wordt zoet water ingebracht, waarin het zout oplost. Zo ontstaat verzadigd zout water (pekel). Dit wordt vervolgens opgepompt en verpompt via transportleidingen naar een zoutfabriek. In de zoutfabriek wordt het water vervolgens verdampt, waarna het droge zout overblijft. De zoutchemie van Nobian in Twente biedt (direct en indirect) werk aan ruim 1000 personen.
3.4
Zoutwinning uit eigen bodem biedt Nederland (en breder: West-Europa) leveringszekerheid van een strategische en onmisbare grondstof voor industrie en maatschappij en maakt Nederland strategisch onafhankelijk van andere landen voor de productie van essentiële materialen voor de economie en de energietransitie. Zoutwinning uit eigen bodem is bovendien een economisch aantrekkelijke en de meest duurzame optie. Er is onvoldoende capaciteit om zout op korte termijn vanuit andere plekken in Europa te importeren. De import van zout uit regio’s buiten Europa is daarnaast minder duurzaam zowel vanuit het oogpunt van productie als transport. Op de lange termijn is het behoud van zoutwinning in eigen land de meest duurzame optie voor de chemische clusters in Noordwest-Europa. Voor een nadere toelichting op het belang van zout, zoutwinning en op zout gebaseerde elektrochemie voor de maatschappij en duurzame economie en de rol van Nobian als belangrijkste producent hierin, verwijzen wij naar de zoutimpactstudie van Roland Berger, “Maatschappelijk en economisch belang van duurzame zoutwinning in Nederland” van juli 2022 (Bijlage 3). 9
3.5
Recente ontwikkelingen versterken belang zoutwinning in Nederland Recente gebeurtenissen, in het bijzonder de oorlog in Oekraïne en het ontstaan van de energiecrisis in 2022, hebben bovendien op Europees en nationaal niveau geleid tot een duidelijke verschuiving in het denken over de afhankelijkheid van (bepaalde) derde landen voor energie en noodzakelijke grondstoffen. Sindsdien wordt zeer actief gestreefd naar zo groot mogelijke zelfstandigheid op Europees niveau.
3.6
Daartoe zijn verschillende beleids- en wetgevingsinitiatieven opgestart op nationaal en Europees niveau. Enkele voorbeelden daarvan zijn het REPowerEU-plan van de Europese Commissie1 en de EU External Energy Engagement Strategy.2 Daarnaast is een verdere boost gegeven aan het Europese grondstoffenbeleid met het oog op externe onafhankelijkheid voor grondstoffen. Ook op nationaal niveau zijn belangrijke stappen gezet om een zo groot mogelijke onafhankelijkheid van derde landen te bewerkstelligen op het gebied van energie en grondstoffen en een extra focus op de circulaire economie, zoals een Initiatiefwetsvoorstel voor Energieonafhankelijkheid3 en de aanbieding van de Nationale Grondstoffenstrategie aan de Eerste en Tweede Kamer.4
3.7
Gelet op het belang van grondstoffen en de energietransitie voor Europa en Nederland, is de Staatssecretaris, samen met zijn ambtsgenoten de minister van Klimaat en Energie en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, op 12 december 2022 een expression of principles overeengekomen met ons.5 Daarin is vastgesteld dat de zoutwinning in Nederland, als basis voor allerhande dagelijkse toepassingen en de chemische industrie, essentieel is en van groot belang voor de Europese en Nederlandse samenleving en economie.
3.8
Op 20 januari 2023 heeft de Staatssecretaris bovendien een Contourennota aanpassing mijnbouwwet aan de Eerste en de Tweede Kamer gestuurd waarin hij benadrukt dat zoutwinning een belangrijke economische activiteit in Nederland is en dat zoutwinning belangrijk is voor de regionale economie in het noorden en het oosten van het land waar werkgelegenheid een belangrijk aandachtspunt is.6 Daarnaast benadrukt de Staatssecretaris dat zout belangrijk is als essentiële grondstof voor de chemische industrie in Nederland en Noordwest-Europa en voor producten die nodig zijn voor de energie-transitie zoals windmolens, batterijen en isolatiemateriaal en in koude winters ook voor de verkeersveiligheid. Bovendien heeft zoutwinning een belangrijke rol te vervullen in de energietransitie. Nobian begrijpt dat in het tweede kwartaal van dit jaar een visie van het kabinet over de toekomst van zoutwinning in Nederland zal volgen. Hierbij zal het kabinet ook onderzoeken in hoeverre het verstandig is om de productie van zout als grondstof voor de chemische industrie van nationaal belang te verklaren.
1
REPowerEU Plan d.d. 18 mei 2022, COM/2022/230. EU External Energy Engagement Strategy d.d. 18 mei 2022, JOIN(2022)23 final. Kamerstukken II 2022/2023, 36318, nr. 2 4 Kamerbrief van 9 december 2022 inzake de Nationale Grondstoffenstrategie met kenmerk DGED-AEP / 22546965. 5 Expression of Principles between Nobian, the Minister of Economic Affairs and Climate Policy, the State Secretary of Infrastructure and Water Management, and the State Secretary of Mining to jointly accelerate Nobian’s climate programme, dated 12 December 2022. 6 Contourennota aanpassing mijnbouwwet d.d. 20 januari 2023 met kenmerk PDGGO-DTDO / 22460037. 10 2 3
3.9
De Europese Commissie heeft op 16 maart jl. aangekondigd dat verantwoorde mijnbouw in Europa cruciaal is om de energie-transitie te kunnen realiseren en de doelen uit de Europese Klimaatwet te kunnen behalen. De Europese Commissie wil daarom meer, verantwoorde, mijnbouw in Europa realiseren.7
3.10
De belangen die gemoeid zijn met de Zoutwinningsactiviteiten zijn daarom groot en worden ook steeds groter.
3.11
3.12
7
Aanleiding voor de Zoutwinningsactiviteiten Omdat de bestaande zoutcavernes in de gebieden in Twente waar Nobian op dit moment zout wint richting het einde van hun levensduur gaan, zijn nieuwe cavernes nodig om de zoutproductie in Hengelo na 2025 te kunnen continueren. Omdat zout- en pekeltransport over grotere afstanden kostbaar, niet efficiënt en niet duurzaam is, moet zout dichtbij de winlocatie worden verwerkt. Het heeft ook de voorkeur om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande infrastructuur voor het transport van zout/pekel. Vanwege een gebrek aan zout in de gemeente Hengelo, hebben wij van 2007 tot 2009 verkenningen uitgevoerd naar nieuwe gebieden in de omgeving van Hengelo voor de winning van zout. Op basis van deze verkenningen is geconstateerd dat een gebied in de buurt van Haaksbergen het meest geschikt is voor de winning van zout. In de ondergrond aldaar bevindt zich een relatief ondiep zoutpakket. Uit proefboringen in 2011 bleek dat het zout in de ondergrond bovendien voldeed aan de gewenste kwaliteit. In Twente zijn er voor Nobian geen realistische andere mogelijkheden om zout te winnen dan in Haaksbergen, en zonder zoutwinning zou er geen toekomst voor de Nobian zoutfabriek in Hengelo. Dit zou ook een grote weerslag hebben op de bedrijfsvoering van heel Nobian en zal de toeleveranties aan de Nederlandse en Duitse industrie in gevaar brengen.
Voor het winnen van zout aan de noordzijde van Haaksbergen is door de (toenmalige) Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 7 juni 2012 aan Nobian een winningsvergunning verleend (vroeger ook wel concessie genoemd) (Bijlage 4). Deze winningsvergunning is onherroepelijk. Daarmee heeft Nobian het exclusieve recht verkregen om zout te winnen in het gebied. Aanpassing bestemmingsplan Op 2 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Haaksbergen het bestemmingsplan “Buitengebied” vastgesteld voor een groot deel van het buitengebied waarop de winningsvergunning ziet (“Bestemmingsplan”). In deze besluitvorming is nadrukkelijk ook de mogelijkheid van zoutwinning in het gebied planologisch akkoord bevonden. In het bijzonder is in artikel 43.8 van het Bestemmingsplan aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaksbergen (“College”) een wijzigingsbevoegdheid toegekend voor een groot gebied met de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied’. In 2017 heeft de gemeenteraad deze wijzigingsbevoegdheid bevestigd in het
Communication from the Commission to the European Parliament, the Council, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions – A secure and sustainable supply of critical raw materials in support of the twin transition Brussels, 16.3.2023 COM(2023) 165 final. 11
bestemmingsplan ‘Partiële herziening veegplan 1’ (hierna: het “Veegplan”).8 3.13
De wijzigingsbevoegdheid houdt in dat het College de bestemming binnen dit gebied kan wijzigen ten behoeve van een zoutwinlocatie, met dien verstande dat: “a) niet meer dan 60 boorhuisjes mogen worden gerealiseerd; b) de bouwhoogte van een boorhuisje niet meer dan 5,00 m bedraagt; c) de oppervlakte van één boorhuisje niet meer dan 30 m2 bedraagt; d) de gezamenlijke oppervlakte van de boorhuisjes niet meer dan 1.500 m2 bedraagt; e) één pompstation gerealiseerd mag worden; f) het aanleggen van leidingen, glasvezelkabels en stroomkabels is toegestaan; g) het boren van winningsputten is toegestaan.”
3.14
3.15
Het gebied waarvoor deze ‘wijzigingsbevoegdheid’ geldt, is het gebied waarbinnen zoutwinning naar het oordeel van de gemeenteraad onder bovengenoemde voorwaarden is toegestaan en waarvoor de gemeenteraad heeft geoordeeld dat zoutwinning past binnen de goede ruimtelijke ordening. Winningsplan Op 26 augustus 2013 heeft Nobian een aanvraag ingediend bij de toenmalige Minister van Economische Zaken tot instemming met het winningsplan Haaksbergen fase 1 betreffende de zoutwinning van twaalf zoutcavernes met een gemiddeld volume van 2,1 miljoen m3 en in totaal 47 miljoen ton zout tot 2040. Dit winningsplan heeft de volledige instemmingsprocedure doorlopen, inclusief toetsing door SodM, TNO en andere adviseurs van de Minister. Het winningsplan is op dat moment getoetst aan alle geldende veiligheidsnormen. De Minister heeft op 20 augustus 2014 ingestemd met het winningsplan (Bijlage 5). Het instemmingsbesluit is onherroepelijk.
3.16
Na goedkeuring van het winningsplan in 2014 heeft Nobian besloten om eerst nog een aantal jaar zout te winnen uit gebieden in de gemeente Hengelo en Enschede. Nobian heeft dus niet onmiddellijk gebruik gemaakt van het winningsplan. In 2019 besloten wij om tot winning in Haaksbergen over te gaan en met het oog daarop het winningsplan te actualiseren. Op 21 juni 2021 heeft Nobian de Minister van EZK verzocht om in te stemmen met een actualisatie van het winningsplan. De actualisatie betreft een volledige herziening van het in 2014 goedgekeurde winningsplan.
3.17
Wij begrijpen dat inmiddels een concept instemmingsbesluit op de definitieve versie van het geactualiseerde winningsplan (inclusief reeds afgegeven adviezen van SodM en TNO) aan verschillende partijen is voorgelegd voor advies.
3.18
8
Omgevingsvergunning en participatieproces Nobian heeft in juli 2019 een aanvang gemaakt met het vergunnings- en participatietraject voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen ter uitvoering van het winningsplan.
Vastgesteld door de gemeenteraad van Haaksbergen op 1 november 2017. 12
Het eerste contactmoment bestond uit een kick-off vergadering waarvoor alle betrokken vergunningverleners en adviseurs waren uitgenodigd waaronder de gemeente Haaksbergen. Tijdens deze bijeenkomst is het vergunning- en participatietraject op ambtelijk niveau besproken en afgestemd. Aan de hand van de gemaakte afspraken is invulling gegeven aan het participatieproces en de opbouw van de onderliggende documentatie zoals het MER. Tevens is afgestemd op welke wijze de gemeenteraad en de omgeving meegenomen zouden worden in het proces. 3.19
3.20
3.21
9
In januari 2020 zijn de contact- en participatiemomenten van start gegaan. Een overzicht van de wijze en momenten waarop contact heeft plaatsgevonden met de organen van de gemeente Haaksbergen en de omgeving in de periode januari 2020 tot aan de raadsvergadering op 26 oktober 2022 is opgenomen in Annex 1, deel I. Wij hebben er steeds voor gekozen op lokaal niveau eerst het College, aansluitend de gemeenteraad (of de Commissie Ruimte die de besluitvorming van de raad over de Zoutwinningsactiviteiten voorbereidt) en daarna omwonenden te informeren over de voortgang van de vergunningaanvragen en te vragen naar wensen met betrekking tot de uitvoering of zorgen te uiten die samenhangen met de vergunningaanvragen. Vergunningaanvraag Op 18 juni 2021 dienden wij een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor (in eerste instantie) de realisatie van de twaalf zoutwinlocaties en een pompgebouw.9 De vergunningaanvraag is gefaseerd aangevraagd, waarbij in de eerste fase de omgevingsvergunning voor oprichting van een mijnbouwwerk (artikel 2.1 lid 1 onder e, sub 1⁰ en 3⁰, Wabo) en voor planologisch strijdig gebruik (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo) wordt behandeld en in de tweede fase de omgevingsvergunning voor bouwen (artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo).
Op 7 december 2021 dienden wij een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor de aanleg van het Leidingtracé (artikel 2.1 lid 1 onder b en 2.1 lid 1 onder c Wabo). Het Leidingtracé is geprojecteerd vanaf het (toekomstige) pompstation Stepelerveld in noordelijke richting en zal worden aangesloten op de bestaande hoofdtransportleidingen nabij het bestaande pompstation Ganzebos West bij Beckum. Aanpassingen in overleg met omgeving In januari 2022 heeft de Staatssecretaris van EZK de gemeenteraad verzocht een vvgb af te geven voor de aanvragen voor planologisch strijdig gebruik. In de periode januari-juni 2022 hebben meerdere informatieavonden en overlegmomenten met omwonenden plaatsgevonden (zie Annex 1, deel I). In die periode is ook de input verwerkt vanuit de inspraak van omwonenden bij de totstandkoming van het ontwerp van de zoutwinlocaties. Rond die tijd sprak de verantwoordelijke wethouder namens de gemeente in de media over zorgen over mijnbouwveiligheid. Hij gaf aan dat er drie eisen (‘keiharde randvoorwaarden’) vanuit de gemeente waren: nulmetingen, garantie op schadevergoeding en een omgekeerde bewijslast. Deze eisen zagen op mijnbouwveiligheid (vergunning oprichting mijnbouwwerk en winningsplan) en niet op de
De aanvraag is daarna gewijzigd in die zin dat een aanvraag zag op het ombouwen van een bedrijfsgebouw tot pompgebouw en dat het aantal zoutwinlocaties is teruggebracht naar acht. 13
ruimtelijke inpassing van de Zoutwinningsactiviteiten. Desalniettemin – om de zorgen vanuit de gemeente te verminderen - heeft Nobian vervolgens op 6 juni 2022, een aantal schriftelijke toezeggingen gedaan aan de gemeente Haaksbergen om aan deze eisen tegemoet te komen (Bijlage 6). 3.22
Wij waren in eerste instantie voornemens om in lijn met het in 2014 goedgekeurde winningsplan twaalf zoutwinlocaties te realiseren ten noorden van Haaksbergen. Vier locaties zijn na een bezoek van de Staatssecretaris aan Haaksbergen en daaruit voortvloeiend nader overleg met omwonenden uit de aanvraag verwijderd. In een brief aan de gemeente Haaksbergen d.d. 20 september 2022, is dit bevestigd en is ook het overleg met omwonenden tijdens de zomermaanden van 2022 en toezegging van een omgevingsfonds nader omschreven (Bijlage 7).
3.23
Ook het leidingwerk dat verband hield met de vier vervallen locaties is uit de aanvraag verwijderd. Dit betekent dat de Zoutwinningsactiviteiten op dit moment slechts nog de realisatie van acht zoutwinlocaties omvat (H-01, H-02, H-03, H04, H-05, H-07, H-08 en H09), inclusief het Leidingtracé en de ombouw van het bedrijfsgebouw naar een pompstation. Op onderstaande afbeelding worden de voorgenomen (blauwe vink) en de vervallen (rood kruis) zoutwinlocaties weergegeven.
Afbeelding 1. Weergave zoutwinlocaties, pompstation en leidingen. 3.24
10
Begin oktober 2022 adviseerde het College aan de gemeenteraad om de vvgb onder voorwaarden te verlenen (Bijlage 8). Echter, ondanks de gedane aanpassingen en andere handreikingen en het positieve advies van het College, heeft de gemeenteraad tijdens de raadsvergadering van 26 oktober 2022 besloten de ontwerp vvgb niet af te geven. Voorafgaand aan de vergadering is door de fracties CDA, Nieuw Haaksbergen en VVD een amendement ingediend tot weigering van de voorgenomen vvgb (“Amendement”, Bijlage 9). Het Amendement is na een hoofdelijke stemming met een meerderheid van stemmen aangenomen.10
Door een aantal partijen in de gemeenteraad is overigens ook scherpe kritiek geuit op het Amendement. 14
3.25
Ontwerpbesluit Op 9 februari jl. heeft de Staatssecretaris het Ontwerpbesluit ter inzage gelegd dat strekt tot weigering van de omgevingsvergunningen voor de Zoutwinningsactiviteiten.
4.
VVGB TEN ONRECHTE GEWEIGERD
4.1
Wij zijn van oordeel dat de gemeenteraad de ontwerp vvgb op onjuiste gronden heeft geweigerd. Uit artikel 2.27 Wabo jo. artikel 6.5 lid 2 van het Bor volgt dat een vvgb slechts kan worden geweigerd of verleend in het belang van de goede ruimtelijke ordening. Dit brengt met zich dat op grond van artikel 3:4 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (“Awb”) de gemeenteraad uitsluitend belangen die betrekking hebben op een goede ruimtelijke ordening mag afwegen voor zijn besluit om wel of niet een vvgb te verlenen. De gemeenteraad heeft zich buiten dit toetsingskader begeven: zij heeft onderwerpen aan de ontwerp-weigering ten grondslag gelegd die juist in het kader van de instemming met het winningsplan dan wel de omgevingsvergunning voor de oprichting van het mijnbouwwerk worden beoordeeld. De gemeenteraad heeft onder meer veiligheid en bodemdaling bij de afweging betrokken en geëist dat het advies van SodM beschikbaar is zodat de gemeenteraad dat bij de afweging kan betrekken. In de paragraaf 6 van deze zienswijze wordt nader stilgestaan bij het toetsingskader van de gemeenteraad.
4.2
Bovendien geldt dat de belangen die de gemeenteraad heeft betrokken bij de ontwerpweigering van de vvgb juridisch en feitelijk gezien niet tot een definitieve weigering van de vvgb kunnen leiden. In paragraaf 7 wordt toegelicht waarom de redenen genoemd in het Amendement niet kunnen leiden tot definitief weigeren van de vvbg en waarom heroverweging door de gemeenteraad aangewezen is.
4.3
Dit neemt niet weg dat Nobian wel oog heeft voor de zorgen die spelen bij de inwoners en de gemeenteraad van Haaksbergen. De zorgen die de gemeenteraad naar voren heeft gebracht, hebben wij in paragraaf 5 op een rij gezet. Een groot aantal van deze zorgen kunnen wij wegnemen met feitelijke informatie (zie paragraaf 7).
Wijzigingen naar aanleiding van zorgen gemeenteraad 4.4 Wij hebben besloten om het ontwerp en de uitstraling van de zoutwinningslocaties nog meer in te passen in het landschap door het ondergronds brengen van al het leidingwerk, vaten en afsluiter die in een eerder ontwerp nog boven de grond zichtbaar waren. Het resultaat is dat per zoutwinlocatie nog slechts twee huisjes zichtbaar zijn. In Bijlage 10 zijn enkele afbeeldingen opgenomen van de nieuwe uitstraling van de zoutwinningslocaties. 4.5
Ook zal het gebouw waarin elektro- en instrumentatievoorzieningen zijn ondergebracht een vergelijkbare agrarische uitstraling krijgen als de zouthuisjes. De hoogte van de zouthuisjes zal daarnaast worden teruggebracht tot 5 meter boven het maaiveld. De zoutwinlocaties zullen niet meer omsloten worden door hekwerk, omdat alle apparatuur in een zouthuisje of ondergronds zal worden geplaatst. Tijdens het onderhoud wordt in verband met wettelijke verplichtingen wel een tijdelijk hekwerk geplaatst. Daarnaast zullen 15
wij kunstgras plaatsen op het verharde oppervlak, zodat dit een natuurlijke uitstraling heeft. Betere verdeling lusten en lasten 4.6 Nobian is een voorstander van een betere verdeling van de lusten en de lasten van haar activiteiten. Deze activiteiten zijn van groot strategisch en economisch belang voor Nederland, maar de omgeving waar deze activiteiten plaatsvinden zou er ook meer direct voordeel van moeten ondervinden, in lijn met de Contourennota aanpassing mijnbouwwet. Wij onderzoeken op dit moment op welke wijze aan deze doelstellingen invulling kan worden gegeven en gaan hierover graag verder in gesprek met de gemeenteraad.
4.7
Wij zijn van mening dat met deze aanvullende aanpassingen en een betere verdeling van de lusten en lasten de laatste zorgen worden weggenomen en de gemeenteraad bij de definitieve besluitvorming alsnog over kan gaan tot het afgeven van een vvgb.
5
AMENDEMENT GEMEENTERAAD HAAKSBERGEN
5.1
Door raadsleden zijn in het Amendement verschillende zorgen geuit ten aanzien van de Zoutwinningsactiviteiten. Nobian heeft deze zorgen in de hiernavolgende alinea’s samengevat.
i.
ii.
11 12
De Zoutwinningsactiviteiten zouden in strijd zijn met de Structuurvisie De aangevraagde omgevingsvergunning is volgens de raadsleden in strijd met de geldende Structuurvisie 2030, Haaksbergen: groenste dorp van Twente “Structuurvisie”.11 De raadsleden zijn van mening dat in de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningaanvraag12 ten onrechte niet is ingegaan op de overwegingen over de Wissinkbrink op pagina 46-48 van de Structuurvisie, waaruit volgt dat dit gebied als mogelijke bouwlocatie in de toekomst behouden moet blijven en voorlopig agrarisch zal blijven. De boorlocaties zouden landschappelijk niet in te passen zijn De aangevraagde boorlocaties zouden landschappelijk niet in te passen zijn. De raadsleden geven aan dat de zoutwinlocaties niet passen binnen de contouren van de wijzigingsbevoegdheid genoemd in het Bestemmingsplan, met name omdat het maximum oppervlakte per zouthuisje (30 m2) wordt overschreden. Door de toevoeging van wellpads en hekwerk, zullen de boorlocaties een oppervlakte van 4.800 m2 beslaan (zie hieronder voor de daadwerkelijke afmetingen). Deze boorlocaties (door raadsleden ten onrechte en op basis van beeldvorming en onjuiste weergave vanuit de werkgroep ‘Laat de Hoeve niet zakken’ als “industrieterreinen” aangeduid) zouden ruimtelijk een totaal andere invulling vormen dan waar de wijzigingsbevoegdheid op ziet, aldus de raadsleden.
Vastgesteld door de gemeenteraad op 5 maart 2014. Ruimtelijke onderbouwing “Zoutwinningsproject Haaksbergen” d.d. 22 juni 2021. 16
Daarnaast zouden de zoutwinlocaties volgens de raadsleden in strijd met artikel 8.7.1 van het Bestemmingsplan zijn, dat een expliciet verbod bevat om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning oppervlakteverhardingen aan te leggen of aan te brengen. De acht zoutwinlocaties zijn volgens de raadsleden ook niet landschappelijk in te passen, gelet op de (historische) landschappelijke kenmerken van het kampenlandschap op de Wissinkbrink, zoals lokale hoogteverschillen, open kavels, houtsingels op de kavelgrenzen, solitaire bomen, de beekloop van de Bolscherbeek en clusters van erven aan de randwegen.
iii.
iv.
v.
vi.
Veilige en gezonde leefomgeving zou niet gegarandeerd zijn Volgens de gemeenteraad zou een veilige en gezonde leefomgeving niet kunnen worden gegarandeerd. Daarnaast zou een goede ruimtelijke ordening ook niet gegarandeerd kunnen worden omdat het advies van SodM voor het winningsplan eind oktober 2022 nog niet bekend was bij de gemeente. Er zou nog onduidelijkheid bestaan over stikstofdepositie Zolang onbekend is of de Zoutwinningsactiviteiten leiden tot een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden, zou de vergunning in de optiek van de raadsleden niet kunnen worden verleend. De gemeenteraad ging er hierbij vanuit dat de concretisering van de stikstofemissie, volgens de Minister van EZK, pas zou kunnen plaatsvinden wanneer duidelijkheid bestaat over het materieel dat gebruikt wordt bij het boren. Effecten bodemdaling zouden andere functies in het gebied belemmeren De raadsleden vrezen dat de voorziene bodemdaling mogelijk andere functies in het gebied Wissinkbrink belemmert. Tevens is het voor de raadsleden de vraag wat de effecten hiervan zijn op de waterhuishouding. Hierbij hebben de raadsleden ook in aanmerking genomen dat SodM nog moet adviseren over het winningsplan, waarin de verwachte bodemdaling is beschreven. Een goede ruimtelijke ordening zou daarom in de optiek van de raadsleden op dit moment niet zijn gegarandeerd.
Verbinden van voorwaarden aan vvgb is volgens de raadsleden niet toegestaan Het verbinden van voorwaarden aan de vvgb zou volgens de raadsleden niet zijn toegestaan. Het aanvankelijke voorstel van het college van B&W om onder ontbindende en opschortende voorwaarden een vvgb te verlenen zou juridisch niet houdbaar zijn en om die reden konden de raadsleden niet met het voorstel akkoord gaan.
Voorafgaand aan, gedurende en na afloop van de raadsvergadering van 26 oktober 2022 zijn daarnaast vanuit de gemeenteraad een aantal aanvullende zorgen aan bod gekomen, die deels wel en deels niet op ruimtelijke aspecten zien. 17
vii.
viii.
Geluid, trillingen en waterstand zouden onvoldoende zijn onderzocht Tijdens de raadsvergadering van 26 oktober 2022 is door de VVD-fractie opgemerkt dat aspecten zoals geluid, trillingen en waterstanden onvoldoende zouden zijn onderzocht. Overige opmerkingen In de openbare vergadering van de Commissie Ruimte (raadscommissie) van 15 juni 2022 is onder meer aan de orde gesteld dat Nobian te weinig voordeel aan Haaksbergen zou bieden. Onder meer werd gesteld “Dit is een miljoenenbusiness […] dan mag er vanuit Nobian ook wel wat tegenover staan voor wat wij allemaal moeten doen om dat allemaal mogelijk te maken.” Tijdens deze vergadering is tevens aan de orde gesteld dat het eigenlijke doel van zoutwinning de uiteindelijke opslag van waterstof in de cavernes zou zijn. Ook is verondersteld dat de bodemdaling in Haaksbergen vele malen groter zal zijn dan in Hengelo.
5.2
Tot slot valt op dat in de verschillende debatten, in de Commissie Ruimte en de gemeenteraad zelf, de meeste discussie is gegaan over de zoutwinning op zich – los van de mogelijke opties voor landschappelijke inpassing en los van alle door Nobian extra gedane toezeggingen. Zoals een raadslid tijdens de vergadering van de Commissie Ruimte op 15 juni 2022 verwoordde: “Het standpunt van het college is dat het college niet per definitie tegen is. Wij zijn per definitie wél tegen. (…) Ik vind dat we hier allemaal een mooi punt van kunnen maken richting Den Haag en richting Nobian.” Nobian hoopt dat met de extra toelichting die zij hieronder zal aandragen en de aanvullende aanpassingen en betere verdeling van lasten en lusten, ook deze onderliggende bezwaren kunnen worden weggenomen.
6
JURIDISCH TOETSINGSKADER GEMEENTERAAD HAAKSBERGEN
6.1
De gemeenteraad kan op grond van artikel 2.27 Wabo jo. artikel 6.5 lid 2 Bor slechts overgaan tot (definitieve) weigering van de vvgb in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Het moet daarbij gaan om belangen die verband houden met een goed woonen leefklimaat. Met andere woorden: de belangen moeten ruimtelijk relevant zijn. Wat volgens de gemeenteraad op een specifieke locatie onder ‘een goede ruimtelijke ordening’ moet worden verstaan, wordt in de eerste plaats verankerd in een bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft zich buiten dit toetsingskader begeven door bij het ontwerpbesluit tot weigering van de vvgb belangen te betrekken die in het kader van de instemming met het winningsplan en de aanvraag voor de vergunning voor de oprichting van het mijnbouwwerk moeten worden beoordeeld. De gemeenteraad heeft onder meer veiligheid en bodemdaling bij zijn afweging betrokken en geëist dat het advies van SodM beschikbaar is zodat de gemeenteraad dat bij de afweging kan betrekken. Voor een nadere uiteenzetting van het juridische toetsingskader verwijzen wij, omwille van de leesbaarheid van dit document, naar Annex 1, deel II bij deze zienswijze.
6.2
Het geldende planologische kader, zoals dat in 2013 – en opnieuw in 2017 – door de gemeenteraad van Haaksbergen is vastgesteld, voorziet in de mogelijkheid van 18
zoutwinning in het gebied ten noorden van Haaksbergen. Zes van de acht zoutwinningslocaties zijn gelegen binnen het plangebied van het Bestemmingsplan dat bepaalt dat het gebruik van de gronden voor een zoutwinlocatie ruimtelijk gezien aanvaardbaar is en past binnen de goede ruimtelijke ordening. In het Bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid voor het College opgenomen, op basis waarvan het College de bestemming binnen dit gebied kan wijzigen ten behoeve van een zoutwinlocatie. Zoutwinning in de regio is indertijd uitdrukkelijk door de gemeenteraad getoetst, besproken en geaccordeerd. 6.3
Het gebied waarvoor voornoemde wijzigingsbevoegdheid is opgenomen en waarbinnen zoutwinning onder de opgenomen voorwaarden is toegestaan, is ruim opgezet en omvat een groot deel van het grondgebied ten noorden van Haaksbergen. Deze gronden zijn weergegeven in onderstaande afbeelding:
Afbeelding 2. Aanduiding ‘wro-wijzigingsgebied’ in Veegplan, waarbinnen zoutwinning in beginsel planologisch is toegestaan. Nobian heeft in het geel de geplande zoutwinlocaties aangegeven. 6.4
Gelet op het feit dat een bestemmingsplan juridisch gezien van doorslaggevende betekenis is, kan, anders dan de gemeenteraad stelt, de Structuurvisie niet aan de verlening van de vvgb in de weg staan.
7
REDENEN VOOR HEROVERWEGING
7.1
In de hiernavolgende alinea’s zullen wij nader toelichten op basis waarvan wij van oordeel zijn dat de vvgb bij de definitieve besluitvorming kan worden verleend en daarmee ook de omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik kan worden verleend.
7.2
Vooraf merken wij op dat de gemeenteraad voor de weigering van de ontwerp vvgb voor het Leidingtracé in het geheel geen onderbouwing heeft gegeven. De weigering van de vvgb ten aanzien van het Leidingtracé kan daarom niet in stand blijven.
7.3
In het Amendement is volstaan met de enkele stelling dat het Leidingtracé niet past binnen de kaders uit de Structuurvisie omdat daaruit zou volgen dat de Wissinkbrink als 19
mogelijke bouwlocatie in de toekomst behouden moet blijven. Niet is gesteld dan wel onderbouwd waarom het Leidingtracé in de weg zou liggen aan huidige en toekomstige bouwdoelstellingen van de gemeente Haaksbergen. Wij kunnen deze redenering niet volgen omdat rondom het Leidingtracé vrijwel ieder type gebruik nog mogelijk is en het Leidingtracé bovendien van tijdelijke aard is. Wij zullen bovendien het Leidingtracé geheel ondergronds aanleggen. Het Leidingtracé staat dan ook niet in de weg aan toekomstige (woningbouw)ontwikkelingen in de Wissinkbrink, zodat de gemeenteraad geen reden heeft om de vvgb definitief te weigeren in kader van een goede ruimtelijke ordening. Dit lichten wij hierna verder toe. 7.4
Ad i. Geen strijd met Structuurvisie
7.4.1 Zoals toegelicht in paragraaf 6 en in Annex 1, deel II, is het bestemmingsplan het belangrijkste instrument waarmee de gemeenteraad regels stelt die betrekking hebben op een goede ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is juridisch bindend voor zowel de overheid als burgers en bedrijven, terwijl de Structuurvisie alleen de gemeenteraad zelf bindt. De gemeenteraad heeft in het geldende bestemmingsplan vastgesteld dat zoutwinning in het gebied in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In de toelichting bij dat bestemmingsplan is uitdrukkelijk vermeld dat de Structuurvisie geen belemmeringen vormt voor het plan.13 7.4.2 Bovendien geeft de inhoud van de Structuurvisie geen aanleiding om te veronderstellen dat de Zoutwinningsactiviteiten strijdig zijn met de Structuurvisie. Wij verwijzen ter onderbouwing naar verschillende citaten uit de Structuurvisie, opgenomen in Annex 1, deel III. 7.4.3 Anders dan de raadsleden in het Amendement betogen, staan de Zoutwinningsactiviteiten bovendien niet in de weg aan nieuwe en toekomstige (woningbouw)ontwikkelingen in de Wissinkbrink vanwege zijn tijdelijke aard. In het rapport van RoyalHaskoningDHV van 8 augustus 2022 “Zoutwinning Haaksbergen, Toelichting installaties en milieueffecten”, p. 10 e.v.
(Bijlage 11), is toegelicht dat en waarom de aanleg en ingebruikname van de zoutwinlocaties geen effect zullen hebben op de bestaande en toekomstige gebruiksmogelijkheden op de aangrenzende gronden. Onder andere wordt het volgende opgemerkt: “Gebruiksmogelijkheden aangrenzende gronden. De omringende percelen kennen een overwegend agrarisch karakter. De zoutwinningslocaties H-01 en H-02 liggen naast het beoogde pompstation op het industrieterrein Stepelerveld. De aanleg van en de uiteindelijke in gebruik name van de zoutwinningslocaties en het pompstation zullen geen effect hebben op de gebruiksmogelijkheden op de aangrenzende gronden.” 7.4.4 Ook in het MER d.d. 2 augustus 2022, opgesteld door RoyalHaskoningDHV, is meerdere
13
Hoofdstuk 4 van de Toelichting bij het Veegplan. 20
malen vermeld dat de zoutwinlocaties een tijdelijke aard hebben. Zo wordt onder meer op pagina 1, 19 en 56 aangegeven dat de productiefase van één caverne zeven jaar duurt. Na de productiefase van zeven jaar gaat de vereffeningsfase in. Deze duurt ca. vijf jaar waarna de put wordt afgesloten en de bovengrondse infrastructuur (inclusief ondergrondse leidingen, vaten en bassins) wordt verwijderd. Ca. twaalf jaar na aanvang van de productie is de omgeving weer volledig te gebruiken. 7.4.5 De zoutwinlocaties zijn van tijdelijke aard en vormen daarom geen beletsel voor eventuele lange termijndoelstellingen van de gemeente Haaksbergen. Na ca. twaalf jaar kunnen de eerste putten al worden afgesloten en de eerste wellpads worden verwijderd. Uit onze ervaringen met eerder verlaten gebieden, zoals het industriegebied Marssteden, blijkt dat na abandonnering van de zoutwinlocaties, de gronden volledig geschikt zijn voor andere vormen van gebruik. In het industriegebied de Marssteden zijn nu diverse bedrijven gevestigd op de plaats waar zich ooit zoutwinlocaties bevonden. Ook bestaat de mogelijkheid om de gronden te bewonen of weer agrarisch te gebruiken. Ter illustratie is onderstaande afbeelding opgenomen. Hierop zijn de oude cavernes onder het industriegebied Marssteden weergegeven met de daarboven gerealiseerde bebouwing
Afbeelding: plattegrond van Marssteden. 7.4.6 De vrees die tijdens de raadsvergadering van 26 oktober 2022 is geuit dat de Zoutwinningsactiviteiten de komende tientallen jaren en misschien wel eeuwen impact zullen hebben, is dan ook ongegrond en onterecht. 7.4.7 Het argument dat de omgevingsvergunning niet zou kunnen worden verleend omdat Wissinkbrink behouden moet blijven voor specifieke doeleinden, valt tot slot niet te rijmen met de verschillende toestemmingen die de gemeente sinds het vaststellen van de Structuurvisie voor de realisatie van projecten in de Wissinkbrink heeft gegeven. Het College heeft sinds het vaststellen van de Structuurvisie meerdere vergunningen verleend voor projecten in de Wissinkbrink. De gemeenteraad heeft op 23 september 2015 ingestemd met de strategische beleidsnotitie Wissinkbrink en het college daarin de opdracht gegeven om de verkoop van gronden en opstallen af te wikkelen. Na het 21
vaststellen van de Structuurvisie is een groot deel van de gronden in de Wissinkbrink door de gemeente Haaksbergen verkocht aan de provincie Gelderland als compensatie voor Natura 2000-gebieden. Later zijn de gronden doorverkocht aan agrariërs. De gemeenteraad heeft op 25 november 2020 het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, Wissinkbrink” vastgesteld ten behoeve van de realisatie van vijf woningbouwkavels aan de noordwestrand van Haaksbergen. Op een beperkt deel van de gronden in bezit van de gemeente is nog verdere woningbouw voorzien. Dat deel bevindt zich op ruime afstand van de zoutwinlocaties. Conclusie 7.4.8 Kortom, gelet op het planologisch kader, dat juridisch gezien van doorslaggevende betekenis is, kan de Structuurvisie geen aanleiding vormen voor het weigeren van de vvgb. De inhoud van de Structuurvisie geeft daarnaast geen aanleiding om te veronderstellen dat de Zoutwinningsactiviteiten daarmee in strijd zijn, mede gelet op de tijdelijkheid van de Zoutwinningsactiviteiten. Ook blijkt uit voorbeelden voor verleende vergunningen dat de gemeente zijn standpunt dat de Wissinkbrink behouden moet blijven voor specifieke (natuur)doeleinden, niet consequent toepast. 7.5
Ad ii. Landschappelijke inpassing geborgd
Contouren van de wijzigingsbevoegdheid 7.5.1 De raadsleden menen dat de zoutwinlocaties landschappelijk niet in te passen zijn omdat deze niet passen binnen de contouren van de wijzigingsbevoegdheid genoemd in het Bestemmingsplan (en het Veegplan), met name omdat het maximum oppervlakte per zouthuisje (30 m2) zou worden overschreden en de zoutwinlocaties door een toevoeging van wellpads en hekwerk een oppervlakte van 4.800 m2 zouden beslaan. Als gezegd, is het gebied waarvoor de ‘wijzigingsbevoegdheid’ is bepaald, het gebied waarbinnen zoutwinning in beginsel is toegestaan en waarvoor is geoordeeld dat zoutwinning past binnen de goede ruimtelijke ordening. Dit gebied is ruim opgezet. Oppervlakteverhardingen 7.5.2 De raadsleden interpreteren het criterium over het maximum oppervlak per zoutwinlocatie uit de wijzigingsbevoegdheid in onze optiek op onjuiste wijze. In artikel 43.8 van het Veegplan is bepaald dat de oppervlakte van één zouthuisje niet meer dan 30 m2 bedraagt en dat de totale oppervlakte van alle zouthuisjes niet meer dan 1.500 m2 beslaat. Deze bepaling uit het Veegplan ziet enkel op de zouthuisjes zelf. De zouthuisjes voor de Zoutwinningsactiviteiten beslaan per huisje niet meer dan 30 m2 en het gezamenlijke oppervlakte van de zestien zouthuisjes (twee per zoutwinlocatie) is niet meer dan 480 m2.
7.5.3 Elke zoutwinlocatie bestaat naast de twee zouthuisjes uit een verharding die voor veilige en verantwoorde zoutwinning noodzakelijk is, namelijk ter bescherming van de bodem bij eventuele lekkages tijdens onderhoudswerkzaamheden. Anders dan de raadsleden aannemen, is de verharding per zoutwinlocatie niet meer dan 2.400 m2. Van strijd met het Veegplan is op dit punt dan ook geen sprake. 22
7.5.4 Desalniettemin hebben we een aanvullende aanpassing aan het ontwerp gedaan, zoals hiervoor ook toegelicht (zie ook Bijlage 10). De aanpassing houdt onder meer in dat de zouthuisjes lager worden en dat de zoutwinlocaties niet meer omsloten worden door hekwerk, omdat alle apparatuur in een zouthuisje of ondergronds zal worden geplaatst. De verharding zal bovendien worden ‘vergroend’ op nader af te stemmen wijze, bijvoorbeeld door natuurgetrouw kunstgras. Alternatieven zijn bespreekbaar met de directe omgeving. Wij doen deze aanpassingen nadrukkelijk als een onverplichte, aanvullende handreiking aan de gemeenteraad. 7.5.5 Wij hebben tevens het alternatief onderzocht of het mogelijk is om voor onderhoudswerkzaamheden telkens een tijdelijke voorziening aan te leggen zodat, naast het fundatieoppervlak rondom het zouthuisje (vrijwel) geen aanvullende verharding nodig is. Dit zou vereisen dat bij elke onderhoudsbeurt de grond zou moeten worden geëffend en folie en tijdelijke verharding zou moeten worden aangebracht vóór elke onderhoudsactiviteit. De impact daarvoor op de omgeving lijkt in de praktijk groter. Indien deze optie echter de voorkeur heeft van de gemeenteraad, is Nobian bereid om de oppervlakteverharding verder in te perken.