2025-B6 Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen (versie 1.0)
Tekst van het document
Bestuurlijk voorstel Ombuigingen gemeente Haaksbergen
Versie 1.0
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE .......................................................................................2 1. INLEIDING ..............................................................................................3 Aanleiding ....................................................................................................... 3 Leeswijzer ....................................................................................................... 3 2. UITGANGSPOSITIE HAAKSBERGEN ........................................................4 Financiële uitgangspositie ............................................................................... 4 Situatieschets Haaksbergen ............................................................................ 4 Proces tot dusver ............................................................................................ 5 3. SCENARIO TOEKOMSTBESTENDIG HAAKSBERGEN ................................8 Scenariobeschrijving ....................................................................................... 8 Pakketsamenstellingen ..................................................................................12 4. FINANCIËLE UITWERKING SCENARIO .................................................
20 Structurele financiële effecten .......................................................................20 Incidentele financiële effecten .......................................................................20 Schaduw vooruit: financiële ontwikkelingen ..................................................20 5. ALGEMENE RESERVE ............................................................................. 21 6. TOT SLOT .............................................................................................. 25 BIJLAGE 1 – SCENARIO BEHOUD ZWEMBAD ............................................ 26 BIJLAGE 2 – SCENARIO GEEN OZB-VERHOGING ...................................... 27 BIJLAGE 3 – BENCHMARK AMBTELIJKE ORGANISATIE ............................ 28 BIJLAGE 4 – REKENVOORBEELDEN OZB-VERHOGING .............................. 34 BIJLAGE 5 – LIJST NIET-GEKOZEN MAATREGELEN ................................. 35 BIJLAGE 6 – VOLLEDIGE LIJST OMBUIGINGSMAATREGELEN ................. 36 BIJLAGE 7 – LIJST INKOMSTENPOTENTIEEL ........................................... 44
2 Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
1. INLEIDING Aanleiding Vanaf 2026 krijgen gemeenten een forse korting van het Rijk om hun taken uit te voeren. Het kabinet kort het gemeentefonds dan met maar liefst € 2.400.000.000. We noemen het niet voor niets het ravijnjaar. Hiermee komt 75% van de gemeenten in de rode cijfers terecht. De naam ravijnjaar doet vermoeden dat het ravijn slechts één jaar betreft. Dat is niet juist. Het ravijnjaar heeft een structureel negatief effect op het gemeentefonds. Het ravijnjaar komt niet uit de lucht vallen. In de Startnota 2022 van het kabinet Rutte IV (link bestand) is aangekondigd dat de omvang van het gemeentefonds vanaf 2026 niet langer gekoppeld wordt aan rijksuitgaven (trap-op-trap af). De omvang van het gemeentefonds wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In eerste instantie was er vanaf 2026 voor gemeenten en provincies geen enkele vorm van indexatie meer opgenomen. Bovendien werden de fondsen vanaf 2026 teruggezet op het niveau van 2021 + € 1.000.000.000. De gedachte hierbij was het belastinggebied van gemeenten te verruimen. Dat laatste is niet gebeurd. Gemiddeld genomen bestaat 60% van de inkomsten van gemeenten uit de bijdrage uit het Gemeentefonds. Het benarde perspectief heeft ertoe geleid dat de VNG in 2024 bij hoge uitzondering een tweedelig begrotingsadvies uitbracht, voor het geval het Rijk het financiële gat niet zou dichten.
Bij de algemene ledenvergadering van de VNG op 29 november 2024 hebben wij een motie (link motie) ingediend geen nieuwe akkoorden met het Rijk te sluiten en bestaande akkoorden op te zeggen dan wel te bevriezen, totdat het Rijk de structurele korting van het gemeentefonds (ravijnjaar) heeft gedicht. De leden volgden echter een resolutie van het VNG-bestuur om in aanloop naar de voorjaarsnota met het Rijk in gesprek te blijven over de balans tussen taken en middelen. Inmiddels dreigt ook in deze koers een escalatie met een rechtsgang. Leeswijzer Het volgende hoofdstuk (2) beschrijf de uitgangspositie van Haaksbergen. Het hoofdstuk beschrijft onder meer het financieel vertrekpunt voor dit voorstel, geeft een situatieschets van Haaksbergen en een toelichting op het proces dat doorlopen is om tot dit bestuurlijk voorstel te komen. Hoofdstuk 3 beschrijft het voorgestelde scenario. Het hoofdstuk start met een beschrijving van het scenario gevolgd door concrete lijsten per samengesteld pakket ombuigingsmaatregelen. In de pakketten zijn ook de noodzakelijke investeringen opgenomen. Hoofdstuk 4 geeft de financiële uitwerking van het voorgestelde scenario weer. Daarbij is inzichtelijk gemaakt wat de structurele en incidentele effecten van het voorgestelde scenario zijn.
Hoofdstuk 5 geeft inzicht in hoe het scenario uitwerkt in het ‘glijpad’ en op welke wijze en in welke mate het scenario een beroep doet op de algemene reserve. Het voorstel sluit af met een slotwoord in hoofdstuk 6.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
3
2. UITGANGSPOSITIE HAAKSBERGEN Financiële uitgangspositie De financiële uitgangspositie voor dit bestuurlijk voorstel is het structurele saldo uit de Eindejaarsrapportage 2024. In de Begroting 2025 en meerjarenperspectief 2026-2028 (link bestand) kenden we in 2028, het laatste jaar van het perspectief, een structureel tekort van € 1.468.000. Dit begrotingstekort wijzigt door de structurele effecten die voortvloeien uit de Eindejaarsrapportage 2024. De Eindejaarsrapportage 2024 (link bestand) heeft een structureel positief effect van € 229.000. Het actueel financieel tekort is daarmee gekrompen naar € 1.239.000. Dit tekort is als uitgangspositie genomen in het voorliggend voorstel.
Bedragen x € 1.000
Ontwikkeling saldo
2026
2027
2028
2029
Saldo Begroting 2025 Mutaties Eindejaarsrapportage 2024 Actueel saldo na mutaties
-1.901 229 -1.672
-1.980 229 -1.751
-1.468 229 -1.239
-1.468 229 -1.239
Situatieschets Haaksbergen Financieel Voor Haaksbergen geldt dat wij structureel € 2.300.000 minder krijgen uitgekeerd uit het Gemeentefonds. Met inachtneming van de Eindejaarsrapportage 2024 komt het structurele tekort van Haaksbergen neer op ongeveer € 1.200.000 vanaf 2029. De klap van het ravijnjaar komt in Haaksbergen hard aan. Een geregeld gehoorde opvatting is dat gemeenten voldoende geld op reserve hebben om het ravijn te overbruggen. Juist die opvatting knelt in Haaksbergen. De gemeente kent weinig “vet op het bot”, na afgelopen decennium twee keer onder financieel toezicht van de provincie te hebben gestaan. Weliswaar is onze algemene reserve de afgelopen jaren zodanig gegroeid dat we risico’s kunnen opvangen, maar dat geeft een sterk vertekend beeld. Wij kennen als gevolg van het financiële verleden zeer beperkt langjarige beheer- en investeringsplannen die financieel zijn vertaald. Investeringen moeten veelal bekostigd worden uit de algemene reserve, zonder dat daartoe specifieke (beklemde) bestemmingsreserves zijn aangelegd. Oftewel, aanspraken moeten bekostigd worden zonder dat daarvoor geld “opzij” is gezet. De algemene reserve dient derhalve niet enkel ter dekking van risico’s, maar ook voor bekostiging van maatregelen. Met dat gegeven levert uitsluitend een vergelijking met de algemene reserve van andere gemeenten een vergelijking van ”appels met peren” op.
Omliggende gemeenten kennen veelal forse bestemmingsreserves (gebaseerd op de begrotingen 2025): Bedragen x € 1.000
Gemeente Borne Dinkelland Haaksbergen Hellendoorn Rijssen-Holten Wierden
Aantal bestemmings -reserves 12 8 4 15 29 26
Totale waarde bestemmingsreserves € 21.670 € 30.863 € 4.263 € 17.379 € 25.729 € 52.684
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
Algemene reserve € 5.600 € 8.806 € 16.365 € 29.811 € 49.493 € 7.982
Totaal reserves € 27.270 € 39.669 € 20.628 € 47.190 € 75.222 € 60.666
4
Dienstverlening De voorgeschiedenis heeft niet enkel weerslag gehad op onze financiële positie, maar ook op de gemeentelijke dienstverlening. De formatie van de ambtelijke organisatie van Haaksbergen is na twee perioden van financieel herstel in vergelijking met andere gemeenten relatief laag (zie bijlage 3 voor een uitgewerkte benchmark). Nieuwe taken uit wet- en regelgeving en ambities vragen personele inzet. Ook hier geldt het adagium en de boodschap aan het Rijk: zonder knaken, geen taken. Met het raadsprogramma ‘Haaksbergen Ster(ker) in Ontwikkeling’, beperkte middelen en veel inzet uit de organisatie hebben wij aan grote thema’s (corona, energiecrisis, zoutwinning, addendum structuurvisie en ombuigingen) invulling weten te geven. De situatie is echter niet toekomstbestendig. In een raadsbijeenkomst op 10 februari 2025 is aangegeven dat een kritisch punt is bereikt en de organisatie urgent versterking behoeft. Investeringen zijn noodzakelijk, maar (op termijn) niet voldoende. Wij moeten serieus overwegen of een duurzame oplossing in een versterking van de netwerkgemeente is gelegen. Dat is een oplossing voor de langere termijn. Voor nu zien wij dat op dit moment investeren hoe dan ook noodzakelijk is.
Proces tot dusver In overeenstemming met het begrotingsadvies van de VNG hebben wij vanaf de kadernota voor het jaar 2025 een proces van ombuigingen voorbereid, waartoe besloten wordt indien de korting niet wordt teruggedraaid of verzacht. De ombuigingsstrategie volgt zeven vertrekpunten: 1. We bereiden ombuigingen voor, waartoe wij als gemeente besluiten indien de korting van het Rijk niet wordt teruggedraaid of verzacht. We brengen deze ombuigingen zo goed mogelijk in kaart, maar zetten ze nog niet in gang. 2. We presenteren de gevolgen van de ombuigingen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk. 3. We streven erna geen maatregelen te nemen met een groot maatschappelijk effect, die niet ongedaan gemaakt kunnen worden. 4. We gaan geen structurele verplichtingen aan, die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren. 5. We zoeken de ombuigingen, als gevolg van de korting van het Rijk, in de medebewindstaken (met name het fysieke domein, zorg en veiligheid). 6. In lijn met vertrekpunt 5, bereiden we een bezuinigingsopgave van 1‰ van de Rijkskorting voor. Dat komt neer op een korting van circa € 2.300.000 voor Haaksbergen. 7. De bezuiniging op medebewindstaken spitsen zich ook toe op (uitvoerende) taken die wij in samenwerkingsverbanden hebben belegd. De kern van deze strategie is om de Rijkskorting van € 2.300.000 te bezuinigen op medebewindstaken.
In de Programmabegroting 2025 hebben wij de ombuigingsmaatregelen op hoofdlijnen in beeld gebracht. Op basis van deze ombuigingsstrategie zijn in de Begroting 2025 inclusief meerjarenperspectief 2026-2028 (link bestand, hoofdstuk ‘maatregelen vanwege korting gemeentefonds 2026 en verder’) drie inzichten vastgesteld: 1. Inzicht op hoofdlijnen van de ombuigingen op medebewindstaken. Deze zijn als een taakstelling per begrotingsprogramma weergegeven, maar nog niet financieel in de begroting doorgevoerd. De vijf meest significante maatregelen zijn nader toegelicht in termen van maatschappelijke effecten. 2. Een eerste denklijn voor een ‘glijpad’ om de tekorten op te vangen, voor zover de bezuiniging van de ombuigingen niet direct financieel effect heeft (indirecte verzilverbaarheid). 3. Een overzicht van de latente ontwikkelingen en noodzakelijkheden die wel én niet (financieel) in de begroting zijn geland met daarbij de consequenties voor de samenleving.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
5
Op 13 januari 2025 hebben wij met de raad het verdere traject ombuigingen besproken. Om tot een sluitende meerjarenraming te komen is een bestuursopdracht vastgesteld (link bestand). De essentie van deze bestuursopdracht is ombuigingsmaatregelen te inventariseren. Dit zijn maatregelen die zien op het doorvoeren van bezuinigingen en maatregelen die zien op mogelijkheden de inkomsten te verhogen. Tevens is geïnventariseerd welke investeringen als noodzakelijk worden gezien (waaronder de investering op de ambtelijke organisatie). Daarnaast ziet de opdracht in het opstellen van een integraal afwegingskader, dat als hulpmiddel dient bij het maken van afwegingen. Communicatie en participatie Communicatie en participatie met de samenleving zien wij als een cruciaal onderdeel van het proces om tot keuzes te komen. Daartoe hebben wij een ‘plan van aanpak voor communicatie en participatie richting Ravijnjaar’ opgesteld (link bestand). Dit plan op 19 februari jongstleden vastgesteld door de gemeenteraad. Het plan heeft tot doel om de samenleving bewust te maken van de maatschappelijke consequenties (bewustwording) en daarmee de samenleving in positie te brengen om samen met de gemeente de maatschappelijke consequenties waar mogelijk te transformeren naar kansen/oplossingen.
Dit proces bestaat uit drie sporen: 1) Weerbaar maken van de interne organisatie op de onrust die in de samenleving kan ontstaan. Eenduidige uitlegbare boodschap aan de samenleving is belangrijk in het creëren van bewustwording. 2) Samenleving meenemen in de keuzes die gemaakt worden. Participatie richt zich op ‘hoe’ om te gaan met de ombuigingen, niet gericht op ‘waar’ wel/niet omgebogen gaat worden. 3) Integrale benadering over de consequenties van de ombuigingen (community gericht). Kansen/oplossingen ophalen en bespreken. Integraal kijken naar waterbedeffecten en mogelijkheden voor de opgaven in de samenleving. Tot nog toe hebben wij in het kader van communicatie en participatie de acties gericht op bewustwording voor inwoners, bedrijven en organisaties. Bewustwording dat de gemeente Haaksbergen keuzes moet maken die wellicht consequenties hebben voor henzelf, hun organisatie en de samenleving in het algemeen. Wij hebben door middel van Sterrenlab (ondernemers), Kracht van Samen (maatschappelijke partners en organisaties), Achterwerk in de Kast (jongeren en inwoners op straat), Samen Haaksbergen (online forum voor inwoners) informatie en ideeën opgehaald en betrokken in het voorgestelde scenario. De uitkomsten van deze fase is gedeeld met de gemeenteraad (link bestand). De voorstellen in dit bestuurlijk voorstel zijn openbaar.
Wij gaan op basis van deze voorstellen verder met de samenleving in gesprek. Een verdiepende bijeenkomst met ondernemers, een vervolgbijeenkomst met jongeren, gesprekken met maatschappelijke partners en organisaties staan op de planning. Daarnaast gaan we in samenwerking met RTV Sternet interviews houden over waar inwoners informatie kunnen vinden en in heldere taal uitleg geven over het proces. Inwoners worden aangespoord om zich te laten horen bij de geplande hoorzitting van 10 juni. Wij blijven continu in gesprek met inwoners en betrokken organisaties. Partners die op basis van dit bestuurlijk voortel mogelijk effecten ondervinden zijn geïnformeerd over deze voorstellen. Denk onder meer aan Wijkracht, Twente Milieu, De Wilder, etc.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
6
Scenariokeuze Op 19 maart 2025 heeft de raad het integrale afwegingskader voor de ombuigingen vastgesteld (link bestand). Dit afwegingskader ziet op de volgende stappen:
Stap 1 Inventarisatie Stap 1 van mogelijke Inventarisatie ombuigingen potentieel
Stap 3a MaatregelenMaatregelenpakket pakket: ‘uit uit dede rode rodecijfers’ cijfers (basispakket) (basispakket)
Elke uitvraag is voorzien Stap 2 van een Toepassen multicriteria Multi-Criteriaanalyse. Analyse
Maatregelenpakket: Stap 4 noodzakelijkh Maatregelenpakket eden noodzakelijkheden (toekomstbes (toekomstbestendig) tendig)
Maatregelenpakket: uit de Stap 3b rode cijfers Maatregelen(basispluspak pakket ket)‘uit de rode cijfers’ (basispluspakket)
Uitgewerkte keuzepakkett Stap 6 en inop basis Scenario’s scenario's van de pakketten
Maatregelenpakket:5 Stap latente Pakket latente ontwikkelinge ontwikkelingen n
Wij hebben een inventarisatie van het ombuigingspotentieel uitgevoerd. Dat wil zeggen een inventarisatie van het potentieel van bezuinigingen en inkomsten. Het afwegingskader geeft op basis van de multi-criteria-analyse inzicht in de ‘mate van acceptatie’ van ombuigingsmaatregelen in vergelijking tot elkaar. Dit is geen wiskundige exercitie. Het toepassen van de multi-criteria-analyse is een hulpmiddel in het maken van een afweging tussen ombuigingsmaatregelen. In bijlage 6 is een volledige lijst van alle geïnventariseerde maatregelen opgenomen, inclusief per ombuigingsmaatregel de score op de criteria van de multi-criteria-analyse. In bijlage 7 is de volledige inventarisatie voor het inkomstenpotentieel opgenomen. Met behulp van de multicriteria-analyse zijn het basispakket, basispluspakket, maatregelenpakket toekomstbestendig Haaksbergen en het pakket latente ontwikkelingen samengesteld. De integrale afweging heeft geleid tot één voorgesteld scenario. Dit scenario draagt harde keuzes in zich, zoals het beëindigen van financiering van zwembad De Wilder. Wij brengen naast het voorgestelde scenario, twee andere (niet voorgestelde) scenario’s in beeld. Deze scenario’s bestaan uit een scenario met een nullijn voor verhoging van de onroerende zaakbelasting (OZB) en een scenario met behoud van het zwembad. In bijlagen 1 en 2 zijn deze scenario’s uitgewerkt.
Overlevingspakket ambtelijke organisatie Om tot een verantwoord scenario te komen, is zeer kritisch gekeken naar de noodzakelijke investering in de ambtelijke organisatie. Wij beoordelen deze in het voorgestelde scenario als een “overlevingspakket” om de dienstverlening draaiende te houden. De toekomstbestendigheid is daarmee nog niet geborgd. Het voorgestelde scenario is wat ons betreft het enige maatschappelijke verantwoorde en uitvoerbare scenario, waarin een mate van balans tussen taken en opgaven kan worden gevonden.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
7
3. SCENARIO TOEKOMSTBESTENDIG HAAKSBERGEN De keuzes voor de toekomst van Haaksbergen willen we graag baseren op een visie. De Omgevingsvisie Haaksbergen is in concept vastgesteld en is bij de begroting naar alle verwachting ook definitief vastgesteld, al dan niet met wijzigingen. De thema’s genoemd in de Omgevingsvisie: Krachtige Kernen, Samen Sociaal en Toekomstbestendig Buitengebied, zijn sterk en waardevol voor een toekomstbestendig Haaksbergen. De visie op het sociaal domein “De kracht van samen” ligt in mei 2025 ter besluitvorming voor in de raad. Deze sluit aan bij het thema Samen Sociaal. In deze visies komen ook de belangrijke thema’s uit de raadsafspraken terug, zoals woningbouw, leefbaar buitengebied, sociaal domein, duurzaamheid en voorzieningen. Deze thema’s hebben we als uitgangspunt genomen bij de afweging van alle maatregelen, die voorlagen om te komen tot een sluitend meerjarenperspectief. Helaas kunnen we niet alles ontzien wat bijdraagt aan de opgaven binnen deze thema’s, maar we denken hiermee wel verder te kunnen werken aan een toekomstbestendig Haaksbergen. Scenariobeschrijving Krachtige Kernen ‘Krachtige Kernen’ heeft betrekking op prettig wonen en economie als drager. Prettig wonen in onze kernen gaat over wonen en alles wat samenhangt met een prettige en gezonde woonomgeving.
Economie als drager gaat over de economische aspecten, zoals het vestigingsklimaat, kennis en innovatie en de arbeidsmarkt. We willen daarom verder met de woningbouw zoals in het addendum op de structuurvisie is aangegeven: de juiste woningen bouwen voor onze doelgroepen. We denken dat dit voorwaardelijk is om ook in de toekomst (politiek) zelfstandig te kunnen blijven en in ieder geval een aantal belangrijke voorzieningen voor Haaksbergen te kunnen behouden. We starten hiervoor in 2028 met het vrij maken van een deel van het budget voor nieuwbouw van Het Assink Lyceum. Hier komen we later nader op terug. Om beter grip te krijgen op grotere investeringen die gedaan moeten worden in de openbare ruimte starten we met een Meerjarenplan Investeringsplan. Hiermee kunnen we de realisatie van bijvoorbeeld een betere ontsluiting van een wijk, een mobiliteitshub of het combineren van bovengrondse werkzaamheden in combinatie met rioleringswerkzaamheden beter plannen en prioriteren. Dit moet leiden tot een bestemmingsreserve voor investeringen in de openbare ruimte en helpt ons situaties zoals nu met de bruggen die vervangen en versterkt moeten worden te voorkomen. Het is ook van belang dat we samen met onze bedrijven en inwoners inzetten op het verduurzamen van de huidige woningvoorraad, verdere verduurzamingsmaatregelen en meewerken aan de versterking van het energienetwerk.
We vinden het daarom belangrijk dat, ondanks een flinke bezuiniging op het budget voor duurzaamheid, een aantal voorzieningen/functies in stand blijven. Zo stoppen we bijvoorbeeld met de website ‘Sterk samen duurzaam’, maar behouden we de energiecoaches. Waar we wel op bezuinigingen en wat toch consequenties heeft voor krachtige kernen is het onderhoudsniveau van de openbare ruimte. We zullen straatmeubilair niet automatisch vervangen en het kwaliteitsniveau van de wegen en onderhoud in het centrum gaat van A naar B niveau. We zullen ook meer kosten bij de gebruikers neerleggen. Zo verhogen we de legeskosten voor het kappen van bomen en brengen we bij ruimtelijke initiatieven de kosten van externe expertise volledig in rekening bij de initiatiefnemer. De voorzieningen die we hebben voor honden, de uitlaatvelden en de afvalbakken voor hondenpoep, halen we weg. Een alternatief hiervoor zou zijn, herinvoering van de hondenbelasting. Voor een goede economie zetten we in op uitbreiding van Stepelerveld en een goed vestigingsklimaat, onder andere door in te
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
8
zetten op goede bereikbaarheid. We zijn voorzichtig met het schrappen van voorzieningen die van belang zijn voor onze economie, zoals de Haaksbergen Promotie en de MBS. De MBS vinden we waardevol vanwege de toeristische aantrekkingskracht, de sociaaleconomische functie en grote waarde voor techniekonderwijs. Samen Sociaal Het thema ‘Samen Sociaal’ gaat over onze sociale verbondenheid en noaberschap. Het gaat over onderwerpen die eraan bijdragen dat iedereen volwaardig mee kan doen in de samenleving, met gelijke kansen en mogelijkheden voor een prettig leven en een goede leefomgeving. Veel bezuinigen vallen binnen dit thema, omdat dit medebewindstaken zijn met hoge uitgaven en openeinderegelingen. Op deze taken bezuinigt ook het Rijk. Uitgangspunt wordt daarom deze taken sober en doelmatig uit te voeren. Dit betekent dat extra (wettelijke) taken beperkt en of niet uitgevoerd kunnen worden. Zoals de invoering van inkomensafhankelijke bijdrage bij huishoudelijke ondersteuning van 1 januari 2027. Hiervoor is de inzet zeer beperkt. Bij complexe regionale vraagstukken is weinig tot geen gemeentelijke inzet mogelijk, zoals de nieuwe wijze van bekostiging beschermd wonen die grotendeels ten laste komt van de Wmo. Binnen het sociaal domein willen we voorkomen dat onze inwoners in langdurige zorgtrajecten terechtkomen en blijven.
Door meer in te zetten op de omgeving van onze inwoners, de sociale basis en positieve gezondheid; denken we het omzien naar elkaar in de wijken, buurten en dorpen te kunnen bevorderen. We blijven werken aan het vergroten van de kansen om mee te doen en eenzaamheid tegen te gaan. Dit vraagt eerst investeringen in onze werkwijze om de sociale basis te versterken. Hiervoor is incidenteel extra inzet nodig, zoals deskundigheid bij de toegang (hulp en ondersteuning inzetten, die echt nodig is om inwoners te helpen weerbaar en zelfredzaam te zijn). Bestaanszekerheid1 is een belangrijke voorwaarde om mee te kunnen doen aan de samenleving. We willen bestaansonzekerheid voorkomen en verminderen en kijken daarom ook naar de weerbaarheid op de lange termijn. Actief deelnemen aan de samenleving en zoveel mogelijk zelfstandig functioneren, zijn belangrijke uitgangspunten. We zijn hier terughoudend geweest in het treffen van ombuigingsmaatregelen. Ondanks forse bezuinigingen in het sociaal domein willen we een aantal voorzieningen in stand houden, zoals het jeugd- en volwassenenfonds Sport & Cultuurfonds. Voor Wmo- en Jeugdhulptaken wordt meer aandacht besteed aan het voorliggend veld door samen met de inwoners te komen met oplossingen in de sociale omgeving (familie, vrijwilligersorganisaties).
We zetten ons in voor onze inwoners en voorkomen, daar waar mogelijk, zware en langdurige ondersteuning, die hoge kosten met zich meebrengt. We verleggen de focus door eerst te kijken wat de inwoner zelf kan en/of eventueel samen met en in zijn sociale omgeving. Dit doen we door in te zetten op professionalisering van de regievoering Wmo en maatregelen door te voeren vanuit de hervormingsagenda Jeugd. We gaan meer sturen op de verwijzingen door huisartsen bij jeugd GGZ. Dit vraagt eerst een extra investering, maar bespaart uiteindelijk geld. De taken in het voorliggend veld sociaal domein (die door Wijkracht in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd) worden resultaatgerichte prestatieafspraken gemaakt. We doen wat nodig is en stoppen met wat niet of onvoldoende helpend is aan de gemeentelijke doelstellingen en de resultaten die we nastreven.
1
Voor de bestaanszekerheid volgen wij de definitie van Divosa: Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid. Een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Bestaanszekerheid is en randvoorwaarde voor het welzijn van alle mensen en voorkomt problematische gevolgen op meerdere levensdomeinen.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
9
Toekomstbestendig Buitengebied ‘Toekomstbestendig Buitengebied’ is een breed thema dat ingaat op een groen buitengebied, biodiversiteit, klimaatadaptatie, bodem en water. Hierbij blijven we inzetten op maatschappelijk verantwoorde maatregelen, waarbij de leefbaarheid voor de inwoners van Haaksbergen voorop staat. Ook de economische functie van het buitengebied valt hieronder, zoals landbouw en vrijetijdseconomie. Om deze goed bereikbaar te houden, zetten we in op versterking en vervanging van een aantal bruggen in ons buitengebied. Investering ambtelijke organisatie; het “overlevingspakket” In ons voorgestelde scenario zitten maatregelen om te investeren (incidenteel en structureel) in de bedrijfsvoering. Zoals eerder is aangegeven, is de bedrijfsvoering op dit moment niet toekomstbestendig. We realiseren ons dat dit niet de tijd is om fors te investeren in de organisatie. Om te kunnen overleven en onze taken uit te kunnen blijven voeren, hebben we de hoogstnoodzakelijke investeringen opgenomen. De noodzakelijke investeringen in de bedrijfsvoering zijn een “overlevingspakket” om de dienstverlening draaiende te houden. Zie bijlage 3 voor een benchmark op de ambtelijke organisatie. We zijn nu te afhankelijk van de loyaliteit van onze medewerkers, die we daarmee al langere tijd te zwaar belasten.
We zien hiervan al de gevolgen, collega’s vallen voor langere tijd uit en dit brengt extra kosten met zich mee voor inhuur van vervanging. Ook weten we vanuit de gevoerde exitgesprekken dat medewerkers onze organisatie verlaten door de hoge werkdruk en is het voor sommige functies bijna onmogelijk goede invulling te krijgen. Vanuit goed werkgeverschap en om onze werknemers te blijven boeien en binden aan onze gemeente, is het echt noodzakelijk de basis te versterken. Naast deze investeringen kijken we ook naar andere maatregelen om de werkdruk te verlagen, door bijvoorbeeld het werk waar mogelijk efficiënter uit te voeren door gebruik te maken van systemen en beter informatiemanagement. Ook temporiseren is een optie die we steeds vaker zullen bekijken. Doen we deze investering nu niet dan verwachten we naast meer uitval ook dat we onze dienstverlening niet meer kunnen garanderen en er meer fouten gemaakt gaan worden. Het heeft ook effect op het realiseren van bestuurlijk-politieke wensen en ambities. Het zal ook consequenties hebben voor de te realiseren ombuigingen. Als medewerkers niet de ruimte krijgen kritisch naar bijvoorbeeld aanvragen en alternatieven te kijken, halen we de voorgestelde bezuinigingen niet. Mochten we in de toekomst een ambtelijke fusie verder onderzoeken, weten we dat we een bepaald ‘niveau’ moeten bezitten om een fusie aan te kunnen gaan.
We willen zelf ook graag een aantrekkelijke samenwerkingspartner zijn. Taakstelling samenwerkingsverbanden In de Programmabegroting 2025 is een ombuigingsopgave van € 300.000 opgenomen voor de gemeenschappelijke regelingen (GR-en). Daarbij is uitdrukkelijk de kanttekening opgenomen dat bij GR-en veel stakeholders betrokken zijn. Immers vormen vertegenwoordigers van de gemeenten gezamenlijk de besturen van regelingen. Veelal in Twents verband, maar in sommige gevallen ook met deelnemers uit de Achterhoek. Gelet op deze gedeelde verantwoordelijkheid staat in de bestuursopdracht ombuigingen dat een samenspel in de regio opgezet moet worden. Het college voert overleg – en neemt daarin mede het voortouw – in Twents verband om draagvlak te vinden voor een gezamenlijke insteek op de gemeenschappelijke regelingen. Wij zetten daarbij in op een generieke korting aan gemeenschappelijke regelingen. Er is sprake van een korting van het gemeentefonds van omstreeks 6% (niet voor elke gemeente gelijk). Deze percentuele daling willen wij als taakstelling op de begrotingen van verbonden partijen betrekken. Dit uitgangspunt leggen bij het voorstel tot het indienen van zienswijzen op de ontwerpbegrotingen van de GR-en aan de raad voor.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
10
Mocht de taakstelling van € 300.000 niet of niet volledig via een gezamenlijke taakstelling op gemeenschappelijke regelingen ingevuld kunnen worden, dan beëindigen wij de deelname aan Twente Board. De Twente Board is ontstaan uit de ontvlechting van de Regio Twente. Taken van de vroegere Regio Twente zijn toen bij verschillende partijen belegd. In de Twente Board werken de 3 O’s samen: overheid, onderwijs en ondernemingen. Twente Board wordt ondersteund door een uitvoeringsorganisatie. De inbreng van de overheid in Twenteboard loopt via een bestuursovereenkomst tussen de deelnemende gemeenten. De Twente Board geeft uitvoering aan de Agenda voor Twente. De huidige investeringsagenda voor Twente kent een looptijd tot 2027. Hoewel wij het (strategische) belang van regionale samenwerking onderschrijven, zien wij ons tot deze maatregel gedwongen indien niet via de gemeenschappelijke regelingen een bijdrage aan onze opgave kan worden bewerkstelligd. Het Assink Lyceum De nieuwbouw van Het Assink Lyceum (hierna: HAL) is al jaren als prioriteit benoemd, maar de benodigde financiële middelen zijn er nog niet voor vrijgemaakt. Om zicht te krijgen op realisatie is inmiddels een bestemmingsreserve IHP ingesteld. In dit scenario is HAL financieel opgenomen voor de jaren 2028 en 2029. Vanaf 2028 maken we structureel € 300.000 vrij voor HAL.
Dit maakt onderdeel uit van het groeipad voor de financiering van HAL. De € 300.000 voor de jaren 2028 en 2029 (tezamen € 600.000) wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve IHP. Daarmee is nog niet voldoende dekking gerealiseerd om nieuwbouw van HAL te kunnen financieren in de jaren daarna. We proberen de kapitaallasten te verlagen door de bestemmingsreserve daar waar mogelijk aan te vullen en te kijken of besparing door hergebruik van fundering en constructieve delen mogelijk is. Zodra we daar een goed beeld van hebben, werken we toe naar een besluit voor het schoolbestuur tot nieuwbouw van HAL. Het schoolbestuur kan dan starten met de voorbereidingen en het prijspeil van de nieuwbouw vastleggen. Dit betekent echter dat we ook een dekkingsvoorstel moeten hebben. We zullen bij het besluit over de beschikking ook moeten weten hoe de kapitaallasten vanaf 2030 of 2031 gedekt worden. We komen dan met een aanvullend financieringsvoorstel door ombuigingen of inkomstenverhoging door te voeren, vergelijkbaar met dit bestuurlijk voorstel. Zwembad De Wilder Voor renovatie of nieuwbouw van zwembad De Wilder zien wij geen financiële mogelijkheden. De minimale lasten bij renovatie van het zwembad bedragen € 900.000 per jaar aan kapitaallasten en exploitatiebijdrage. Bij nieuwbouw van alleen een wedstrijdbad zijn de jaarlasten berekend op € 1.000.000.
Onderzocht is of we op de exploitatie kunnen bezuinigen door inzet van vrijwilligers, maar dat lijkt niet haalbaar. Het in standhouden of het hebben van een zwembad in de gemeente is geen wettelijke taak. In lijn met de landelijke ontwikkelingen (sluiting van veel zwembaden) en de kostenstijgingen voor zwembaden, kunnen we dit niet langer als een basisvoorziening voor Haaksbergen opnemen. Hier zullen immers maatschappelijk onverantwoorde keuzes tegenover staan (aanvullende bezuinigingen en/of nadere inkomstenverhoging). We hebben in dit scenario wel rekening gehouden met de incidentele kosten voor sloop van het zwembad. Sluiting heeft consequenties voor verschillende partijen en waar mogelijk zullen we in een aanvullend plan deze consequenties en mogelijke oplossingen of alternatieven nader duiden. OZB verhoging Wij kiezen voor een extra OZB verhoging van 15% bovenop de reeds geïndexeerde verhoging van 4,45% in 2026. Wij realiseren ons dat dit een forse verhoging is, maar achten deze noodzakelijk. Een verhoging van de OZB is in lijn met de landelijke trend; dat 1 op de 5 gemeenten (Binnenlands Bestuur) de OZB met meer dan 10% verhoogd. In bijlage 4 zijn rekenvoorbeelden voor de OZB verhoging opgenomen inclusief de gemiddelde lastenverhoging per huishouden. Wij zien voor onszelf de opgave om naast de verhoging van de OZB in te zetten op het beperken van de totale woonlasten.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
11
Pakketsamenstellingen De pakketten bestaan uit de ombuigingsmaatregelen bezuinigingen/inkomstenverhoging) en noodzakelijke investeringen. Voor de samenstelling van de pakketten is het integraal afwegingskader als hulpmiddel gebruikt. Hieronder volgt een weergave van het principe waarop de pakketten zijn samengesteld. Op de volgende pagina’s volgen de lijsten. In bijlage 6 is een complete lijst opgenomen met alle maatregelen in één overzicht. In bijlage 5 is een lijst opgenomen met alle ombuigingsmaatregelen waar we in dit scenario niet voor kiezen.
Pakket 1 Basispakket
Oplossing structureel tekort.
Dit pakket bestaat uit maatregelen die onomstreden zijn. Oftewel: bezuinigingsmaatregelen die zonder impact een bijdrage leveren aan de ombuigingsopgave.
Realisatie: € 994.100 bezuinigingen.
Pakket 2 Basispluspakket Dit pakket bestaat uit aanvullende bezuinigingsmaatregelen op het basispakket om het structurele tekort op te lossen.
Realisatie: € 413.700 bezuinigingen.
Noodzakelijke investeringen Dit pakket bestaat uit noodzakelijke investeringen in de bedrijfsvoering (ambtelijke organisatie) en de beleidsvoering met het oog op de toekomstbestendigheid van Haaksbergen.
€ 1.302.470 investering bedrijfsvoering. € 601.741 investering beleidsvoering.
Pakket 3 Toekomstbestendig Haaksbergen Dit pakket betreft een ‘dekkingspakket’ voor de noodzakelijke investeringen en bevat maatregelen om te bezuinigen en de inkomsten te verhogen.
Realisatie: € 1.884.713
Pakket 4 Latente ontwikkelingen
Dit pakket maakt geen onderdeel uit van het voorgestelde scenario. Het pakket vertegenwoordigt een waarde van structureel circa € 1,5 miljoen.
Dit pakket bestaat uit ontwikkelingen die belangrijk, maar niet urgent zijn. In het scenario wordt voorgesteld deze ontwikkelingen niet financieel te vertalen.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
12
13 Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
14
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
15
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
16
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
17
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
18
Let wel: de uitvoering van deze latente ontwikkelingen vormen geen onderdeel van het voorgestelde scenario.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
19
4. FINANCIËLE UITWERKING SCENARIO Structurele financiële effecten In onderstaande tabel presenteren we een totaalbeeld van de structurele uitwerking van het voorgestelde scenario. Op basis van dit scenario hebben wij in de jaren 2026 en 2027 nog te maken met een tekort van circa € 300.000. Vanaf het jaar 2028 komen we uit de rode cijfers. Wij stellen voor om het structureel saldo (per 2028) á € 149.000 als buffer te aan te houden voor de mogelijk financiële ontwikkelingen die op ons afkomen (zie hierna).
Bedragen x € 1.000
Ontwikkeling saldo
2026
2027
2028
2029
Saldo Begroting 2025 Mutaties Eindejaarsrapportage 2024 Saldo na mutaties EJR 2024 Pakket 1 (basispakket) Pakket 2 (basispluspakket) Noodzakelijke inv. bedrijfsvoering Noodzakelijke inv. beleidsvoering
-1.901 229 -1.672 792 264 -917 -302 1.537 0 -299
-1.980 229 -1.751 994 414 -1.302 -302 1.634 0 -314
-1.468 229 -1.239 994 414 -1.302 -602 1.885 0 149
-1.468 229 -1.239 994 414 -1.302 -602 1.885 0 149
Pakket 3 (toekomstbestendig Hbg) Pakket 4 (latente ontwikkelingen) Saldo na ombuigingen
Incidentele financiële effecten Om de bovengenoemde structurele effecten te bereiken, zijn ook incidentele investeringen nodig. Deze incidentele investeringen bestaan uit enerzijds noodzakelijke investeringen in de bedrijfs- en beleidsvoering en anderzijds uit frictiekosten. Deze zogenaamde frictiekosten zijn incidentele kosten, die nodig zijn om maatregelen te realiseren. In onderstaande tabel worden deze weergegeven. Deze incidentele investeringen zullen uit de algemene reserve gedekt moeten worden (zie hoofdstuk 4). Bedragen x € 1.000
Incidentele investeringen Incidentele investeringen
2026 349
2027 622
2028
2029 58
0
Schaduw vooruit: financiële ontwikkelingen Als financiële uitgangspositie van dit voorstel zijn de Begroting 2025 en de mutaties van de Eindejaarsrapportage 2024 genomen. In de periode tot aan de behandeling van de Kadernota 2026 in de raad (9 juli) komen nieuwe financiële ontwikkelingen op ons af (positief dan wel negatief). Deze ontwikkelingen zijn nog onvoldoende inzichtelijk om als uitgangspositie te betrekken in dit bestuurlijk voorstel. We hebben het dan over: autonome ontwikkelingen (structureel van aard) als gevolg van de Eerste Bestuursrapportage 2025; meicirculaire 2025; structurele én incidentele effecten van de Jaarrekening 2024. Mochten deze financiële ontwikkelingen leiden tot extra middelen, dan overwegen wij anticiperend deze in te zetten voor de volgende zaken: OZB verlagen/minder verhogen; extra reservering voor de nieuwbouw van HAL; aanvullende investering op de ambtelijke organisatie. Wij geven u deze anticiperende overwegingen mee, vanuit het credo “regeren is vooruitzien”. Echter, gelet op de onzekere inhoud van de financiële ontwikkelingen, maken deze geen deel uit van het besluit.
20 Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
5. ALGEMENE RESERVE Op basis van artikel 189 lid 2 van de gemeentewet dient de gemeente een begroting op te stellen, die structureel en reëel sluitend is. ‘Structureel sluitend’ betekent dat voor de bekostiging van structurele taken ook structurele opbrengsten nodig zijn. Of in andere woorden dat tegenover jaarlijkse terugkerende kosten voldoende jaarlijkse terugkerende opbrengsten moeten staan. ‘Reëel ramen’ betekent dat taken in de begroting haalbaar moeten zijn en de middelen die nodig zijn voor de uitvoering hiervan zo goed mogelijk worden ingeschat en passend zijn voor de taken. Het streven is het komende begrotingsjaar structureel en reëel in evenwicht te hebben. Lukt dat niet, moeten we ervoor zorgen dat dit evenwicht tijdig wordt hersteld in de meerjarenraming, uiterlijk in het laatste jaar van deze periode. Om de realiteit van de begroting te kunnen bepalen, is het ook van belang te kijken naar de reserves die wij als gemeente aanhouden. Niet alle taken, met een structureel financieel effect, die wij als gemeente voornemens zijn uit te voeren, kennen een dekking in de begroting. Om deze toch uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk hier reserves voor te hebben. Binnen onze gemeente kennen wij (ook in verhouding tot andere gemeenten) nagenoeg geen bestemmingsreserves.
Dit maakt dat onze algemene reserve naast zijn rol als weerstandscapaciteit ook een belangrijkere rol krijgt in de uitvoering van voorgenomen taken.
Bedragen x € 1.000
Saldo Algemene Reserve
2024
2025
2026
2027
2028
Algemene reserve per 1 jan. Bestemming resultaat 2023 Begrote stortingen Begrote onttrekkingen
14.790 4.911 863 -400
20.164
15.434
14.408
14.199
-4.730
-1.026
-209
-
Algemene reserve per 31 december
20.164
15.434
14.408
14.199
14.199
Bovenstaand saldo van de algemene reserve is puur op basis van het werkelijke saldo per 1-1-2024 en de formeel door de raad besloten mutaties. Ontwikkelingen als gevolg van meicirculaire, bestuursrapportage, begroting of jaarrekening zijn hierin niet verwerkt. Omdat het begrotingsresultaat hier dus niet in is meegenomen wijkt deze af van het overzicht in de begroting 2025. De verwachting voor de jaarrekening is, ook op basis van de Eindejaarsrapportage 2024, dat we een positief resultaat hebben. De exacte omvang en resultaatbestemming kan pas na vaststelling van de Jaarrekening 2024 definitief worden bepaald. Uitgangspunt is derhalve huidige stand zonder resultaat 2024. Maatregel surplus algemene reserve Vanaf 2024 kunnen gemeenten reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Dit is (zoals ook het Rijk en de VNG aangeven) geen oplossing voor structurele tekorten die zich nu of in de toekomst voordoen, zoals de verlaging van de Gemeentefonds uitkering vanaf 2026. De maatregel is puur bedoeld om gemeenten te helpen actuele knelpunten op te lossen. Deze maatregel maakt het voor gemeenten mogelijk het surplus (vrij besteedbare deel) van de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) in te zetten ter dekking van structurele kosten in de begroting. Van dit surplus mogen gemeenten 10% inzetten ter dekking van structurele lasten.
Dit deel wordt als ‘structurele baat’ bestempeld. Deze ‘structurele baat’ telt mee ter bepaling van het reële
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
21
en structurele begrotingsevenwicht. Ook al telt dit bedrag mee als structurele baat, het blijft een incidenteel bedrag, dat vanuit de algemene reserve wordt toegevoegd aan het betreffende begrotingsjaar of betreffende begrotingsjaren en daarmee dus geen langjarige structurele dekking. Om deze maatregel te mogen inzetten als gemeente, moet je wel voldoen aan een aantal eisen en criteria. Het weerstandsvermogen dient naar het oordeel van de toezichthouder (provincie Overijssel) voldoende te zijn. Dit weerstandsvermogen moet gebaseerd zijn op een adequate risico-inventarisatie. De provincie hanteert hiervoor de volgende criteria: 1. De gemeente dient in haar paragraaf weerstandsvermogen een adequate risicoinventarisatie met risicokwantificatie op te nemen. Eventueel neemt de gemeente een top 10 op van belangrijkste risico’s en een categorie overig voor de kleinere risico’s. 2. De algemene reserve moet dekking geven aan de weerstandscapaciteit uitgaande van een weerstandsratio van 1, het overige kan gezien worden als het surplus in de (vrije) algemene reserve. Hierbij wordt dus niet gekeken of de gemeente zelf een hogere ratio aanhoudt. 3. Bij de bepaling van het surplus in de algemene reserve worden alle andere onderdelen van de beschikbare weerstandscapaciteit (zoals stille reserves, onvoorzien en onbenutte belastingcapaciteit) buiten beschouwing gelaten. 4.
De solvabiliteit per 1 januari van het betreffende jaar dient 20% of hoger te zijn. Voldoen wij als gemeente niet aan deze criteria, mogen we ook de onttrekking aan de algemene reserve niet als structurele baat aanmerken. Het inzetten van het surplus in de algemene reserve voor het dekken van structurele posten in de begroting, heeft direct invloed op de omvang van het surplus, maar ook op de solvabiliteitsratio. Hiermee kent de maatregel ook een sterk beperkende toepassing in zichzelf. Met de ombuigingen die wij nu voorstellen, hebben wij de laatste twee jaren (2028 en 2029) een structureel sluitend meerjarenperspectief (zie tabel hieronder) en daarmee is inzet van deze maatregel niet aan de orde. Bedragen x € 1.000
Ontwikkeling saldo
2026
2027
2028
2029
Saldo Begroting 2025 Mutaties Eindejaarsrapportage 2024 Saldo na mutaties EJR 2024 Pakket 1 (basispakket) Pakket 2 (basispluspakket) Noodzakelijke inv. bedrijfsvoering Noodzakelijke inv. beleidsvoering
-1.901 229 -1.672 792 264 -917 -302 1.537 0 -299
-1.980 229 -1.751 994 414 -1.302 -302 1.634 0 -314
-1.468 229 -1.239 994 414 -1.302 -602 1.885 0 149
-1.468 229 -1.239 994 414 -1.302 -602 1.885 0 149
Pakket 3 (toekomstbestendig Hbg) Pakket 4 (latente ontwikkelingen) Saldo na ombuigingen
Bedragen x € 1.000
Incidentele investeringen Incidentele investeringen
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
2026 349
2027 622
2028
2029 58
0
22
In de grafiek hieronder wordt het structurele saldo weergegeven (blauwe lijn). Dat is het saldo van de Begroting 2025 inclusief de mutaties als gevolg van structurele effecten uit de Eindejaarsrapportage 2024. De oranje lijn geeft de ontwikkeling van het saldo weer na financiële vertaling van het voorgestelde scenario (incidentele en structurele effecten). €1.000.000 Actueel begrotingssaldo €500.000
€446.000 Saldo na ombuigingen €91.007
€149.302
€-
2025
2026
€(500.000)
2027
2028
2029
€(1.239.000)
€(1.239.000)
€(648.091) €(935.386)
€(1.000.000)
€(1.500.000) €(1.672.000)
€(1.751.000)
€(2.000.000)
Het saldo na ombuigingen is de eerste jaren negatief (2026 en 2027). Dit wordt veroorzaakt door investeringen en frictiekosten, die een direct effect hebben op de begroting en besparingen die tijd nodig hebben om geëffectueerd te worden. Deze niet sluitende jaren (2026 en 2027) moeten wij dekken vanuit de algemene reserve. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de algemene reserve opgenomen inclusief de financiële vertaling van het voorgestelde scenario. Bedragen x € 1.000
Ontwikkeling algemene reserve Algemene reserve per 1 januari Saldo na ombuigingen Begrote onttrekkingen Algemene reserve per 31 december
Weerstandscapaciteit Benodigd weerstandsverm. (bij weerstandsratio van 2.) Surplus boven weerstandsverm. Weerstandsratio (>2)
2025
2026
2027
2028
2029
20.164 446 -4.730
15.880 -648 -1.026
14.282 -935 -209
13.213 91 -
13.213 149 -
15.880
14.206
13.062
13.153
13.302
15.880
14.206
13.062
13.153
13.302
10.844
10.844
10.844
10.844
10.844
5.036
3.362
2.218
2.309
2.458
2,93
2,62
2,41
2,43
2,45
Let wel: in de weergegeven bedragen van de algemene reserve zijn de structurele effecten van de Eindejaarsrapportage 2024 verwerkt. De incidentele effecten niet, omdat deze bij de jaarrekening nog een bestemming moet krijgen.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
23
De provincie kijkt voor toepassing van de maatregel “surplus algemene reserve” naar het weerstandsvermogen rekening houdend met een weerstandsratio van 1. Echter buiten de maatregel van het surplus, kijkt de provincie ook vanuit hun rol als toezichthouder naar de omvang van de algemene reserve en toetsen dan ook of wij voldoen aan ons eigen interne financieel kader. Hierbij hanteren zij voor gemeente Haaksbergen vastgestelde ratio van 2, zoals deze ook in bovenstaand overzicht is opgenomen.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
24
6. TOT SLOT Wij blijven een dringend beroep doen op de Rijksoverheid om verantwoordelijkheid te nemen in de balans van gemeentelijke taken versus financiële middelen. De financiële situatie dwingt ons echter keuzes te maken. In dit bestuurlijk voorstel leggen wij deze keuzes voor, waarbij wij kiezen voor een toekomstbestendig Haaksbergen. Dat heeft geleid tot de keuze een aantal ombuigingsmaatregelen niet door te voeren met het oog op de toekomstbestendigheid. Daarnaast hebben wij investeringen voorgesteld, die wij noodzakelijk achten met het oog op de toekomstbestendigheid. Wij ontkomen er niet aan pijnlijke keuzes voor te stellen. In ons voorstel zitten daarom onvermijdelijke voorstellen voor het doorvoeren van bezuinigingen. Wij hebben een balans gezocht tussen politieke ambities, lokale lasten, doorvoeren van bezuinigingen en noodzakelijke investeringen. De komende jaren moeten wij blijven bouwen aan een goed fundament voor de maatschappelijke opgaven waar wij als gemeente verantwoordelijkheid voor dragen.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
25
BIJLAGE 1 – SCENARIO BEHOUD ZWEMBAD Dit scenario gaat uit van renovatie dan wel nieuwbouw van het zwembad. Zoals in het voorgestelde scenario kenbaar gemaakt, zien wij geen mogelijkheid verder te snijden in de noodzakelijke investeringen op de bedrijfs- en beleidsvoering, aangezien dit al tot een minimum is beperkt (overlevingspakket). Wij achten het maatschappelijk onverantwoord aanvullende ombuigingsmaatregelen in te zetten (zie bijlage 5). Deze maatregelen hebben namelijk tot gevolg dat we de samenwerking met onze partnergemeenten stopzetten, volledig stoppen met verduurzaming (waaronder onze inzet op de netcongestie), het samenspel dagbesteding en algemene voorziening verdwijnt en stoppen met zowel het jeugd- als volwassenenfonds Sport & Cultuur. Een OZB-verhoging zien wij als enige optie voor dekking van het behoud van het zwembad. In onderstaande tabel wordt de OZB-verhoging weergegeven, die alleen al nodig is voor dekking van het behoud van het zwembad. We geven in de tabel tevens aan wat de gemiddelde financiële effecten zijn per huishouden (zie ook de rekenvoorbeelden OZB-verhoging in bijlage 4). We maken onderscheid in renovatie en nieuwbouw. Variant behoud zwembad Renovatie Nieuwbouw
Structurele (kapitaal)lasten € 900.000 € 1.000.000
Benodigde OZBverhoging 11,88% 13,20%
Extra jaarlasten per huishouden € 61,58 € 68,42
In aanvulling op de OZB-verhoging om het zwembad in stand te houden, bevat het voorgestelde scenario al een extra OZB-verhoging van 15%. De totale extra OZBverhoging komt daarmee neer op 26,88% tot 28,20%. Dat is exclusief de al in de begroting voorziene indexatie van 4,45% (zie bijlage 4). De extra jaarlasten per huishouden komen dan uit op circa € 139,95. Conclusie Gelet op de financiële investering die renovatie dan wel nieuwbouw van het zwembad vraagt, in combinatie met de benodigde OZB-verhoging, beoordelen wij dit scenario als maatschappelijk onverantwoord.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
26
BIJLAGE 2 – SCENARIO GEEN OZB-VERHOGING Dit scenario gaat uit van 0% extra OZB-verhoging. Ten opzichte van het voorgestelde scenario is de consequentie dat ruim € 1.100.000 aan dekkingsbijdrage vervalt. Deze ruim € 1.100.000 moet daarmee gezocht worden in aanvullende ombuigingsmaatregelen. Zoals in het voorgestelde scenario kenbaar gemaakt, zien wij geen mogelijkheid verder te snijden in de noodzakelijke investeringen op de bedrijfs- en beleidsvoering, aangezien dit al tot een minimum is beperkt (overlevingspakket). Bovenstaande betekent dat in dit scenario alle ombuigingsmaatregelen, waarvan voorgesteld wordt deze gelet op de maatschappelijke impact niet door te voeren, alsnog moeten worden doorgevoerd (zie bijlage 5). Dit scenario heeft onder meer tot gevolg dat we de samenwerking met onze partnergemeenten stopzetten, volledig stoppen met verduurzaming (waaronder onze inzet op de netcongestie), het samenspel dagbesteding en algemene voorziening verdwijnt en stoppen met zowel het jeugd- als het volwassenenfonds Sport & Cultuur. Dit maatregelenpakket omvat een structurele waarde van ruim € 500.000. Met het doorvoeren van deze maatregelen komen we nog niet tot een sluitende begroting. Het structurele te kort is dan nog circa € 600.000. Dankzij een nieuwe maatregel kunnen gemeenten vanaf 2024 een deel van hun reserves inzetten voor het dekken van structurele lasten.
De zogenoemde 10% maatregel (voor nadere uitleg van deze maatregel: zie hoofdstuk 5 of link bestand). Gemeenten bepalen zelf of ze hiervan gebruikmaken. De maatregel is geen oplossing voor structurele tekorten, maar kan helpen actuele knelpunten op te lossen. Het blijvende tekort van structureel circa € 600.000 kan dus niet opgelost worden door de inzet van onze algemene reserve. Conclusie Dit scenario beoordelen wij als een onhaalbaar en onverantwoord. Met dit scenario voldoen wij niet aan onze wettelijke verplichtingen om een sluitende begroting te realiseren en kiezen daarmee voor opnieuw financieel preventie toezicht.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
27
BIJLAGE 3 – BENCHMARK AMBTELIJKE ORGANISATIE Deze bijlage geeft inzicht in een benchmark op de formatie tussen gemeenten. Aan een vergelijk van formatie tussen gemeenten kun je nooit directe conclusies verbinden. Vele factoren en verklaringen zijn van invloed op de omvang van de formatie die een ambtelijke organisatie nodig heeft. Wel kan het vergelijk in de beeldvorming helpen. Formatie van de ambtelijke organisatie De omvang van de ambtelijke organisatie in formatie is continu in beweging. Alle formatie van de ambtelijke organisatie in functies gezet in een overzicht, noemen we het functiehuis. Op basis van het functiehuis worden de loonkosten berekend, die jaarlijks in de begroting worden opgenomen. Deze loonkosten worden jaarlijks geïndexeerd en bijgesteld op basis van de geldende CAO. De loonkosten vormen samen met het inhuurbudget de totale personeelskosten (exclusief het opleidingsbudget).
Het inhuurbudget is bedoeld om in te zetten wanneer: werkzaamheden tijdelijk van aard zijn waarvoor geen capaciteit beschikbaar is; werkzaamheden om specifieke expertise vragen, die we niet in huis hebben of niet in huis willen organiseren; een onafhankelijke positie in een proces of totstandkoming van een product noodzakelijk wordt geacht; er is sprake is van uitval van medewerkers, waardoor taken blijven liggen die wel opgepakt moeten worden om de continuïteit te kunnen waarborgen; de arbeidsmarkt onze vacatures niet kan invullen en tijdelijke inzet op basis van inhuur noodzakelijk is om de taken/werkzaamheden van de functie uitgevoerd te krijgen. De omvang van de formatie van de ambtelijke organisatie komt in essentie tot stand aan de hand van de volgende basisformule vanuit het principe ‘formatie volgt taken’:
(1) Wettelijke taken
(5) Uitbesteding en/of samenwerking van/op taken
(2) Ambitie van bestuur en politiek
van invloed op
(3) Initiatieven uit de samenleving
Benodigde formatie ambtelijke organisatie
van invloed op
(4) Fysieke kenmerken en oppervlakte gemeente
(6) Bedrijfsvoering ambtelijke organisatie
Ad 1): Wettelijke taken die het Rijk oplegt, die in de praktijk leiden tot het instellen van verplichte functionarissen (o.a. een Ciso en functionaris gegevensbescherming), en leiden tot de verplichting taken uit te voeren (o.a. handhaving, behandelen vergunningaanvragen, taken sociaal domein, enzovoort). Ad 2): De ambities van bestuur en politiek voor beleidsuitvoering en dienstverlening. Denk aan onderhoudsniveau van groen en wegen, participatie, voorzieningenniveau, enzovoort. Ad 3): De hoeveelheid en omvang van initiatieven uit de samenleving. Denk aan aanvragen, initiatieven, vragen, verzoeken, enzovoort. Ad 4): Fysieke kenmerken en oppervlakte van de gemeente. Denk aan hoeveelheid groen, aantal wegen, omvang openbare ruimte, aantal woningen, enzovoort. Ad 5): Uitbesteding van taken of samenwerking op taken is van invloed op de benodigde formatie. De kosten voor uitbestede taken dan wel in samenwerking belegde taken zijn in de begroting geen onderdeel van de personeelskosten (zijn niet in formatie weggezet). Ad 6): De efficiëntie van de inrichting van de bedrijfsvoering van de ambtelijke organisatie. Denk aan softwaresystemen en processen ter ondersteuning van het primaire proces.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
28
Indien de benodigde formatie van de ambtelijke organisatie (aan de hand van de basisformule) in evenwicht is met de beschikbare formatie, kun je spreken van een in balans zijnde ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie kan dan optimaal publieke daadkracht tonen. Voor bestuur en politiek is dit van belang om de ambtelijke organisatie als middel in te kunnen zetten voor de uitvoering van (wettelijke) taken, ambities en wensen en behoeften uit en van de samenleving. Echter, zoals aangegeven, is de formatie aan de hand van de basisformule continu in beweging en is het daarom ook continu zoeken naar de balans tussen benodigde formatie (vraag) en beschikbare formatie (aanbod). De beschikbare formatie is afhankelijk van de beschikbare middelen voor de personeelskosten. De keuze voor het beschikbaar stellen van deze middelen ligt in handen van de gemeenteraad op basis van het budgetrecht. Het verschil tussen benodigde formatie en beschikbare formatie is daarmee de keuzevrijheid van de gemeenteraad. Formatie- en bezettingsvergelijk referentiegemeenten op concernniveau Een formatie- en bezettingsvergelijk op concernniveau kijkt naar de organisatie brede formatie- en bezettingsomvang in vergelijking met referentiegemeenten. Een belangrijke en betrouwbare benchmark vinden wij bij het A&O fonds.
Een fonds dat gemeenten helpt bij de ontwikkeling en professionalisering als werkgever en bij de ontwikkeling en groei van medewerkers. Het A&O fonds heeft daarvoor onder meer informatie over de bezettingsomvang van Nederlandse gemeenten, welke zij elk jaar in een ‘personeelsmonitor’ kenbaar maakt. In onderstaande benchmark is uitgegaan van de A&O Personeelsmonitor 2023. De personeelsmonitor voor 2024 komt in mei 2025 beschikbaar. Wat is formatie en wat is bezetting? Formatie Formatie betreft de toegestane formatie in FTE van de ambtelijke organisatie voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari. Het gaat hier om ‘formatieplaatsen’, ongeacht of die worden ingevuld door iemand met een vaste aanstelling, een tijdelijke aanstelling, in vacature openstaan of door inhuur worden ingevuld. Bezetting Bezetting gaat om het werkelijk aantal FTE dat werkzaam is, dus niet om de toegestane formatie. Het gaat hier om een ambtelijke bezetting, inhuur wordt dus niet meegerekend in de bezetting. In de bezetting worden ook alle boventallige medewerkers (bovenformatieven) meegeteld.
Onderstaande grafiek geeft de bezetting in FTE per 1.000 inwoners weer van de gemeente Haaksbergen in vergelijking met alle andere gemeenten in Nederland. De tabel laat zien dat het aantal FTE’s per 1.000 inwoners van Haaksbergen vanaf 2019 aanzienlijk lager ligt dan het Nederlands gemiddelde.
Bestuurlijk voorstel ombuigingen Haaksbergen
29
Voorgaande grafiek gaat in de referentie uit van het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten. De gemeente Haaksbergen had op 1 januari 2024 24.360 inwoners. Het is waardevol eenzelfde vergelijk uit te voeren, maar dan met referentiegemeenten met een vergelijkbare inwonersomvang. In de grafiek hieronder is daarom eenzelfde benchmark weergegeven, maar dan met de referentiegroep van gemeenten met een inwoneraantal tussen de 20.000 en 50.000. In deze grafiek is eveneens te zien dat vanaf 2019 de bezetting in FTE’s per 1.000 inwoners in Haaksbergen aanzienlijk lager ligt dan in de referentiegemeenten met een inwonersaantal tussen de 20.000 en 50.000.
In aanvulling op voorgaande grafieken is ervoor gekozen ook een vergelijking te maken met de gemeenten in de Twente. In dit vergelijk is een bredere set van indicatoren gebruikt om verschillen te duiden tussen Haaksbergen en referentiegemeenten (Regio Twente). Naast een vergelijk op bezetting, is ook een vergelijk op totale formatieomvang en externe inhuur gemaakt. Noot bij navolgende tabel! Het getal van Haaksbergen in navolgende tabel wijkt af van het getal in bovenstaande grafieken. Dit verschil is te verklaren door de rekensystematiek die ten grondslag ligt aan het berekenen van de gemiddelde bezetting over een kalenderjaar. Per weergave is wel een uniforme wijze van rekensystematiek gehanteerd voor Haaksbergen en de referentiegemeenten voor een eerlijk vergelijk. In de tabel wordt voor Haaksbergen uitgegaan van recente cijfers uit 2024. Voor de referentiegemeenten wordt 2023 als referentiejaar gebruikt. De aanname die wij kunnen doen op basis van trends en ontwikkelingen is dat de formatie en bezetting bij de referentiegemeenten in 2024 zijn gegroeid ten opzichte van het jaar 2023. De reden dat wij voor Haaksbergen kiezen voor 2024, heeft te maken met foutief doorgegeven cijfers in 2023, waardoor een vergelijking met het jaar 2024 onmogelijk wordt. De cijfers van de referentiegemeenten voor 2024 zijn nog niet beschikbaar.