2024-C32-4LOP vastgesteld eindrapp mei 2005
Tekst van het document
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN HAAKSBERGEN EN HOF VAN TWENTE Plan voor landschapsontwikkeling gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente
mei 2005 versie vastgesteld door raad
Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente Nieuwland Advies, mei 2005
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
1
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
2
INHOUD
1 1.1 1.1.1 1.1.2 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.3
VOORAF......................................................................................... 5 Het landschapsontwikkelingsplan................................................... 5 Het planproces................................................................................ 5 Leeswijzer ....................................................................................... 5 De uitgangspunten.......................................................................... 6 Het landschap................................................................................. 7 Het Kwaliteitsbeeld……………………………………………………11 Ontwikkelingen en beleid.............................................................. 13 Probleemstelling en opgave ......................................................... 13
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4
HET KADER: DE LANDSCHAPSONTWIKKELINGSVISIE…… 17 De toekomst van het landschap ................................................... 17 Vier thema’s voor de ontwikkeling van het landschap.................. 19 Behoud en versterking van de waardevolle ensembles ............... 19 Landschappelijke versterking van het watersysteem ................... 21 De zorg voor het agrarische werklandschap .............................. 245 Inpassen van kernen en routes .................................................... 27
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2
UITVOERINGSPLAN…………………………………………………29 Gemeentelijke budgetten en prioriteiten…………………….……...29 Haaksbergen………………………………………………….….……29 Hof van Twente ……………………………………………….….…...29 Accent op het behoud en de versterking van kwaliteit……….…...31 Gemeentelijk regie bij de dynamiek van het landelijk gebied…………………………………………………………………..31 Aanwijzingen voor het landschapsplan bij de inpassing van bebouwing in het landschap…………………………………….33 Aanwijzingen voor specifieke landschapsontwerpopgaven………………………………………………………………..45 Gemeentelijke projecten; landschapszorg……………………..…..49 Landschapsontwikkelingsprojecten……………………………..…..53 Organisatie……………..……………………………………………...59
3.2.1 3.2.2 3.3 3.4 3.5
BEGRIPPEN...............................................................................................67 LITERATUUR .............................................................................................69 COLOFON..................................................................................................71
Figuren Cultuurhistorische landschappen……………………………………..6 Landschapsbasis……………………………………………………….8 Kwaliteitsbeeld………………………………………………………...10 Kaart ontwikkelingen en beleid……………………………………...12 Landschapsontwikkelingsvisie...…………………………………….16 Bouwstenen waardevolle ensembles……………………………….18 Bouwstenen watersysteem…………………………………………..22 Bouwstenen agrarisch werklandschap…………………………..…24 Bouwstenen kernen en routes…………....…………………………26 Schetsen ervenontwikkeling…………….…………..……………....38 Kaart projecten landschapszorg…………………………………….48 Bijlagen; aanwezig op de gemeentehuizen Inventarisatie landschapselementen: kaarten en bestanden Werkkaarten landschapszorg
BIJLAGE 1 TABEL OVERZICHT MAATREGELEN PER THEMA ............ 63
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
3
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
4
1
ensembles en het watersysteem). Deze twee scenario’s zijn verdiept en bediscussieerd in twee werkbijeenkomsten met leden van de projectgroep en de klankbordgroep.
VOORAF
De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben een landschapsontwikkelingsplan laten opstellen. Het Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente dient een samenhangende visie op landschapskwaliteit te bevatten en de bouwstenen en inrichtingsprincipes aan te geven voor landschapsontwikkeling. Het plan dient bovendien als leidraad voor de rol en werkwijze van de beide samenwerkende gemeenten om deze visie te realiseren door middel van concrete projecten.
Keuzenota In loop van 2004 is het plan – aan de hand van een keuzenota - twee maal in gemeenschappelijke vergaderingen van de raadscommissies van de beide gemeenten behandeld. Daarna hebben de raadscommissies zich afzonderlijk over het plan uitgesproken. Daarbij zijn de inhoudelijke hoofdlijnen onderschreven en is de voorkeur uitgesproken voor het prioriteren van de zorg voor de bestaande kwaliteit van het landschap, boven het realiseren van nieuwe landschapselementen. Tevens is benadrukt deze voorkeur vooral niet al te absoluut te hanteren. Ook heeft men ervoor gekozen om bij de opstelling van het LOP een nieuwe financiële impuls aan het landschapsbeleid te geven.
Paragraaf 1.1 van dit inleidende hoofdstuk behandelt allereerst de gevolgde procedure van de opstelling van het plan en geeft een toelichting op de opzet en de bedoeling van het Landschapsontwikkelingsplan. Daarna volgt in paragraaf 1.2 een overzicht van de uitgangspunten; het kwaliteitsbeeld en de ontwikkelingen en het vigerend beleid. Dat leidt tot de probleemstelling en opgave in paragraaf 1.3.
Het planproces is begeleid door een ambtelijke werkgroep (de projectgroep), een niet-ambtelijke klankbordgroep en een stuurgroep met de portefeuillehouders van beide gemeenten.
Uitwerking en afronding De uitspraken van de raadscommissies hebben richting gegeven aan de uitwerking in het Uitvoeringsplan. In dit plandeel is de gewenste relatie gelegd met de reconstructie. Hier zijn handreikingen opgenomen voor de landschappelijke toetsing en vormgeving van de dynamiek zoals die is beoogd in de reconstructie. Het planproces is afgerond met een inspraakronde in maart 2005. Op 23 maart 2005 vond een openbare presentatie plaats. De inspraakreacties zijn verwerkt en hebben niet geleid tot aanpassing van het plan.
1.1.1
1.1.2
1.1
Het landschapsontwikkelingsplan
Het planproces
Hoofdstuk 2 bevat de landschapsontwikkelingsvisie. Die zal het inhoudelijk kader voor het landschapsbeleid gaan vormen. De visie is uitgewerkt in vier thema’s voor ontwikkeling, tot op het niveau van maatregelen. In hoofdstuk 3 is het uitvoeringsplan voor de realisatie van de visie omschreven. Het uitvoeringsplan is toegespitst op de eigen inzet van de beide gemeenten bij de realisatie van de landschapsontwikkelingsvisie.
In het najaar van 2003 zijn de kenmerken en bijzondere waarden van het landschap, de ontwikkelingen en het vigerend beleid onderzocht. In dat verband zijn tevens gebiedsgesprekken gevoerd. Deze oriëntatie heeft geleid tot de opgave voor het landschapsontwikkelingsplan. Het resultaat is vastgelegd in de Uitgangspuntennota. Visievorming Als start van de visievorming zijn uit de opgave twee scenario’s voor het landschap afgeleid; één over de kwaliteiten van het agrarische werklandschap en één over de duurzame structuur van het landschap (de
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Leeswijzer
5
Cultuurhistorische landschappen
legenda Landschapstypen
LOP Haaksbergen & Hof van Twente
Essenlandschap Kampenlandschap Veldontginningslandschap (grootschalig) Veldontginningslandschap (kleinschalig) Broekontginningslandschap (grootschalig) Broekontginningslandschap (kleinschalig) Aanduidingen
Waterstructuur Kernen Infrastructuur
Delden
Spoorlijn 0
Goor Markelo
Diepenheim Hengevelde
Haaksbergen
Landschapsbasis
stuwwal en verzamelgebied
dekzandgebied
plateau
1
2
3 km
1.2
De uitgangspunten afstromen zijn ooit uitgestrekte venen gevormd waarvan het Witteveen, Buurserveen en Haaksbergerveen slechts restanten zijn.
De inhoudelijke uitgangspunten waren al beschreven in de uitgangspuntennota (januari 2004). Voor de inzichtelijkheid zijn de hoofdzaken hiervan opnieuw in dit rapport opgenomen, inclusief de bijbehorende kaarten. Deze zijn het vertrekpunt voor de probleemstelling, de opgave en de visie. Het gegroeide inzicht tijdens de visievorming is aanleiding geweest voor aanvullingen en enkele correcties.
1.2.1
Veldontginningen De oudste veldontginningen zijn kleinschalige landbouwgebieden. De jongere liggen vooral rond de venen en zijn grootschalig en open, met het karakter van de oorspronkelijke velden. Daartussen vormen delen van de velden grote eenheden bos- en natuurgebied, veelal in eigendom van landgoedeigenaren en terreinbeherende instanties. Ze worden gekenmerkt door naald- en loofbos of half open natuurgebied met heide en veen.
Het Landschap Het huidige landschapsbeeld De landschapsstructuur van het plateau wordt bepaald door de afwisseling van grote eenheden natuurgebieden en landbouw. Accenten in dit patroon zijn oude essen en kampen langs de smalle linten van beken, de landgoederen Twickel en Lankheet. Het landschap van het plateau heeft de volgende kenmerken. • Ensembles van grote eenheden natuur en cultuurhistorie; bos, heide, veen, landgoederen, kampen en essen. • Grote eenheden landbouw: oude veldontginningen met kleinschalige blokverkaveling en jonge veldontginningen met grootschalige blokverkaveling. • Smalle beken. • Radiale wegen/lanen.
Ten gevolge van variaties in het reliëf, de ondergrond en het water zijn in het plangebied drie geomorfologische delen te onderscheiden: plateau, dekzandgebied en stuwwal&verzamelgebied (zie figuur landschapsopbouw op het kwaliteitsbeeld). De verschillen tussen deze drie delen zijn in het verleden aangescherpt door vestiging en ontginning. e In de 20 eeuw zijn de verschillen tussen de deelgebieden door de ontwikkeling van het ruimtegebruik afgezwakt, maar niet verdwenen.
Het plateau Het Oost-Nederlands plateau is een licht glooiende hoogte die is ontstaan in de ijstijd. De ondergrond bestaat uit ondoorlatende lagen van keileem en grondmorene. Het plateau vormt de bovenloop en het brongebied van vele beeklopen die noordwestwaarts afstromen. De grotere kernen Haaksbergen en Delden liggen op de rand van het plateau, met een karakteristiek radiaal wegenpatroon dat een web over de landschapsstructuur heen vormt.
Het dekzandgebied Het dekzandgebied is het lager gelegen vrij vlakke gebied tussen het plateau en de stuwwal bij Markelo in. Het wordt doorsneden met beken die min of meer parallel in noordwestelijke richting afstromen, richting de Regge in het verzamelgebied. De verspreid liggende kleine kernen in het dekzandlandschap zijn ontstaan uit de buurtschappen, landgoederen of de ligging aan doorgaande wegen: Bentelo, Diepenheim, Hengevelde, St. Isidorushoeve.
Kampen en essen Langs de beken ontstonden nederzettingen met landbouwgronden; essen en kleinere kampen. Het onland was in gemeenschappelijk gebruik als veld voor het vee en de plaggen. In gebieden waar het water niet kon
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
7
Landschapsbasis
stuwwal en verzamelgebied
dekzandgebied
Stuwwal en verzamelgebied: Groningeresch en -veld
plateau
Plateau: Haaksbergerveen, brongebied voor natuur en water
Dekzandgebied: Markveldsche Beek door half open agrarisch werklandschap
Kampen en kleinschalige veldontginningen Langs de beken liggen buurtschappen met natte hooilanden (maten), oude kampontginningen en plaatselijk ook grotere essen. Daartussen liggen kleinschalige veldontginningen met restanten heide en bos. Langs enkele beken zijn de cultuurhistorische landschappen nog goed herkenbaar zoals bij Stepelo-Bentelo en het Brummelhuis. In de fraaie landgoederen rond Diepenheim, die eveneens langs de beken zijn ontstaan, zijn ook nog gave kampen bewaard gebleven. Het dekzandlandschap is hier vanouds sterker verdicht met bossen en oude lanen. Een bijzonder stuk kampenlandschap is het gebiedje Elsenerbroek langs de Regge. Hier is een fijnmazig patroon behouden van omsloten percelen op de dekzandkopjes, temidden van de natte gronden van het verzamelgebied (zie hiernaast).
Stuwwal en verzamelgebied Het westelijke plangebied rond Markelo wordt gekenmerkt door het markante reliëf van de hoge stuwwal met de koppen van verschillende “bergen”, glooiende flanken en open laaggelegen natte voeten: het verzamelgebied. De hoogste delen van de stuwwal zijn bebost, vooral met naaldhout. Rondom zijn grootschalige jonge veldontginningen met een grootschalige blokvormige verkaveling. De Borkeld en het Elsenerveld zijn oude veld- en heiderestanten. In deze hoge gebieden zijn de recreatievoorzieningen geconcentreerd. In het verzamelgebied komen de laaglandbeken van het plateau en het dekzandlandschap bijeen, om via de Regge langs de flank van de stuwwal noordwaarts af te stromen. Door het geringe reliëf stagneerde de afvoer en zijn brede broeklanden ontstaan zoals het Herikervlier en Elsenerbroek. De kern Goor, de naam betekent moeras, is ontstaan in dit Reggedal; op een dekzandkop langs de Poelsbeek op de handelsroute met Duitsland. Aan de westzijde van Goor ligt het landgoed Stoevelaar dat met de Herikerberg een belangrijk uitloopgebied vormt voor de bewoners van Goor. Het Twentekanaal en de spoorlijn vormen de zuidrand van Goor en begrenzen het deelgebied.
Het huidige landschapsbeeld Door het intensieve landbouwkundige gebruik en ruilverkavelingen zijn delen van het oorspronkelijk gevarieerde en kleinschalige landschap nauwelijks meer herkenbaar. Dit gebied wordt thans gekenmerkt als agrarisch werklandschap: een half open landbouwgebied. De linten van beken en wegen zorgen nog enigszins voor oriëntatie en ordening. Hier komen relicten voor zoals oud bouwland, houtwallen, singels, bosjes en erfbeplanting. De samenhang tussen de landschapselementen is er beperkt. Het landschap van het dekzandgebied heeft de volgende kenmerken. • Waardevolle ensembles van oude kampenlandschappen, heide, bos en landgoederen. • Half open landbouwgebied met verspreide landschapselementen; oud bouwland, singels, solitaire bomen, heiderestanten en bosjes. • Beken met maten en singels. • Wegenpatroon parallel aan en haaks op de beken.
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Essen De flanken bestaan uit oude nederzettingen met grote escomplexen en karakteristieke krans- en zwermesdorpen langs de randen. Door het reliëf en het open grondgebruik ontstaan prachtige vergezichten, omlijst met fraaie historische erven. Het reliëf van de beekdalen van de Beusbergerbeek en Holtdijksche beek draagt daaraan bij. Broekontginningen De natte en lage delen waren vanouds drassig en kwelrijk veen- en broekgebied, welke na 1900 ontgonnen zijn met een grootschalige blokverkaveling tussen rechtlijnige dijken. Het open landbouwgebied wordt afgewisseld met broekbos en wilgen- en populierenbeplanting. Door de grootschalige zandwinning is Plas Domelaar uitgegraven in de westflank van de stuwwal en is de grondwaterstand sterk verstoord.
9
e
Het huidige landschapsbeeld Het landschap van de stuwwal en het verzamelgebied heeft de volgende kenmerken. • Het reliëf van de stuwwal en “bergen”. • Bos- en natuurgebied. • De open glooiende escomplexen, patroon van historische esbebouwing en erfbeplanting, • Open grootschalige broekontginningen met broekbos.
Het agrarisch werklandschap van de 20 eeuw Dit landschap is ontstaan door geleidelijke omvorming en door ingrijpende aanpassingen in de landinrichtingsprojecten ten behoeve van de landbouw. De beeldkwaliteit, de samenhang en de cultuurhistorische en ecologische waarde zijn zwak. • Het uiteengevallen kampenlandschap, waarin nog historische boerderijen aanwezig zijn en het karakteristieke mesoreliëf en beplantingsrelicten. • Het kleinschalige oudere en het grootschalige, open en jongere veldontginningslandschap • Diffuus landschap; agrarische gebruiksruimte zonder eigen identiteit.
1.2.2 Het kwaliteitsbeeld
Kernen en routes Kernen zijn op landschappelijke overgangen, langs water en wegen ontstaan. Samen met de routes vormen zij een netwerk over en door het landschap van waaruit het landschap te beleven is. Door grootschalige structuurlijnen en uitbreidingen van kernen is de landschapsstructuur vervaagd. Het netwerk wordt als het ware zelf landschapsvormend langs stads- en dorpsranden en infrastructuurzones.
Het kwaliteitsbeeld geeft een overzicht van de waarden van het landschap. Hieronder volgt een korte toelichting bij de kaart. De duurzame ondergrond De geologische ondergrond is bepalend voor de verschillende cultuurlandschappen, het watersysteem en de natuurwaarden die daar mee samenhangen. Vier aspecten zijn bepalend. • De stagnatiegebieden op het plateau. • Het vertakte systeem van beken en beekdalen, met de BuurserbeekSchipbeek en de Regge en Hagmolenbeek als dragers. • Het markante reliëf van de stuwwal van Markelo; een zichtbare aardkundige waarde met een bijzonder geohydrologisch systeem (inzijging en kwel). • De kwelgebieden (met verminderde kwel!) in de beekdalen en in het verzamelgebied rondom de stuwwal
Belangrijke knelpunten landschap Ten aanzien van de kwaliteit van het landschap zijn er enkele belangrijke knelpunten. • In het op productie ingerichte werklandschap is de ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, recreatieve toegankelijkheid) onvoldoende. Bovendien worden de nog aanwezige beplantingsrelicten bedreigd door het ontbreken van structurele zorg. • Ook in de gave kampenlandschappen doen zich onderhoudsproblemen voor. Daardoor dreigt het nog aanwezige samenhangende patroon geleidelijk uiteen te vallen. • De zorg voor het landschap is met name gericht op elementen en minder op patronen (samenhang tussen elementen). • Door de wijze van bouwen van woonwijken en bedrijventerreinen en door nieuwe infrastructuur is bij de vier grote kernen Markelo, Goor, Delden en Haaksbergen de samenhang met het landschap verstoord. • Waterwinning op de Herikerberg en de zandwinning Domelaar doen afbreuk aan de watervoorraad in het bijzondere geohydrologische systeem van de stuwwal en het verzamelgebied.
Waardevolle ensembles van cultuurhistorisch landschap en natuurkernen In de ensemblegebieden zijn hoge aardkundige, cultuurhistorische en ecologische waarden in onderlinge samenhang aanwezig. • Essen, • Gave kampenlandschappen, • Grote natuurkernen, • Landgoederen, landhuizen, dorpen, oude boerderijen en wegen met grote cultuurhistorische waarde, mede vanwege de ensemblewerking.
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
11
legenda
Kaart ontwikkelingen en beleid Streekplan Overijssel
LOP Haaksbergen & Hof van Twente
Landelijk gebied, zone I + II, landbouw Reconstructie landelijke gebied Landbouwontwikkelingsgebied Extensiveringsgebied Ecologische hoofdstructuur Ecologische hoofstructuur Verbindingszone nationaal/ provinciaal Verbindingszone regionaal Verbindingszone, locaal Streefbeelden waterlijnen Beek Delden
Kanaal Ecologische verbinding langs beek Belevingswater
Goor
Cultuurhistorie Beschermd dorpsgezicht
Markelo
Begrenzing Belvederegebied Aanduidingen Zoekgebied tracé toekomstige snelweg Kernen Gemeentegrens Hengevelde
0 Diepenheim
Haaksbergen
1
2
3 km
1.2.3
Ontwikkelingen en beleid beken. De gemeenten hebben een beleidskader nodig om hun standpunt en positie ten opzichte van dergelijke projecten te kunnen bepalen.
De economische ontwikkeling van het landelijk gebied en het ruimtelijk beleid leiden tot veranderingen in het landschap. Die veranderingen kunnen een inbreuk vormen op de karakteristieke cultuurhistorische landschappen. Daarnaast liggen er in de dynamiek juist ook kansen voor herstel en waardevolle vernieuwing. De belangrijke ontwikkelingen zijn hieronder aangegeven. Zie ook de kaart Ontwikkelingen en beleid.
De kernen in het groen De landschappelijke identiteit en inrichting van kernen wordt door uitbreidingen, bedrijventerreinen en infrastructuur verzwakt. Er liggen ook ruimtelijke kansen doordat het stedelijk waterbeheer moet worden aangepast.
Water en natuur Natuurbeleid is gericht op de ontwikkeling van de ecologische hoofdstructuur; Het streven is gericht op de kwaliteit en de samenhang tussen de verschillende natuurgebieden voor soorten, populaties en leefgebieden, maar minder op de landschappelijke en ruimtelijke samenhang. De waterstructuur van de beken blijkt een sterke (tijdloze) drager in het landschap te zijn. De waterhuishoudkundige ingrepen in het oppervlaktewatersysteem - tegen verdroging en wateroverlast - bieden kansen voor natuurontwikkeling en voor de versterking van de ordenende landschapsstructuur.
1.3
De probleemstelling vat de sterke en zwakke punten van het landschap samen en roept vragen op ten aanzien van de kansen en bedreigingen ten gevolge van ruimtelijke ontwikkelingen en beleid. De opgave omschrijft vervolgens hoe het landschapsontwikkelingsplan deze vragen dient te beantwoorden. De probleemstelling
Dynamiek van het landelijk gebied Nieuwe landbouw en andere functies moeten ruimte en vorm krijgen. Mogelijke veranderingen zijn bijvoorbeeld de uitbreiding en nieuwvestiging van agrarische bedrijven, benutting of sloop van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen, uitbreiding van het recreatieve netwerk, ontwikkeling van de toeristische sector en de instelling van agrarisch natuurbeheer. De Reconstructie vormt hiervoor het belangrijkste regionale beleidskader. Om de vitaliteit van het landelijk gebied te behouden dienen de gemeenten aan deze ontwikkeling meewerken en oplossingen te zoeken voor de landschappelijke kwaliteit.
De problematiek van het landschap van Haaksbergen en Hof van Twente spitst zicht toe op de huidige kwaliteit (zie het kwaliteitsbeeld in paragraaf 1.2.2) en op de dynamiek (zie ontwikkelingen en beleid in paragraaf 1.2.3). • De kwaliteiten van het landschap zijn waardevol maar blijken kwetsbaar. De samenhang tussen de vier grote kernen en het landschap is verstoord. Het watersysteem is aangetast en onvoldoende zichtbaar. De verzorging van het landschap blijft achter; onder meer vanwege de kosten. Positief punt is, dat er aanzetten zijn voor de hernieuwde betrokkenheid van bewoners bij de zorg voor het landschap. • De functieveranderingen – landbouw, water & natuur, andere functies – in het landelijke gebied zullen hun invloed op het landschap hebben. Een inhoudelijk kader voor de afstemming op de specifieke mogelijkheden en beperkingen van het landschap ontbreekt. Het al ontwikkelde Welstandbeleid en de proefprojecten gericht op vernieuwing en ruimtelijke kwaliteit zijn positieve punten.
Inspelen op initiatieven Er zijn projecten voor vernieuwing en ruimtelijke kwaliteit. Voorbeeld is een provinciaal pilotproject om vrijkomende agrarische bebouwing een nieuwe functie te geven, met behoud van de cultuurhistorische waarde van de locatie. Er zijn initiatiefnemers voor nieuwe landgoederen. De waterschappen werken aan de natuur- en landschapsbouw langs de
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Probleemstelling en opgave
13
De opgave voor het landschapsontwikkelingsplan •
Het landschapsontwikkelingsplan moet antwoord geven op de vraag hoe de landschappelijke kwaliteiten –belevingswaarde, cultuurhistorie, natuur, recreatieve waarde - gewaarborgd kunnen worden en hoe het ruimtelijk beleid en de ontwikkelingen voor een vitaal platteland kunnen bijdragen aan de positieve ontwikkeling van het landschap.
•
Opgaven voor het landschapsontwikkelingsplan Om het antwoord op deze vraag te kunnen geven, zijn er de volgende opgaven. • Het landschapsontwikkelingsplan dient de huidige en gewenste kwaliteit en structuur van het landschap te omschrijven. Het plan dient bovendien aan te geven, waar en in hoeverre ontwikkeling, bescherming, onderhoud en herstel nodig en haalbaar is. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat het landschap ruimte moet bieden aan de uiteenlopende vormen van gebruik – wonen, werken en recreëren – die horen bij een vitaal platteland. • Het landschapsontwikkelingsplan dient voorstellen te bevatten voor de afstemming van de dynamiek op het landschap. Veranderende landbouw en nieuwe functies moeten ruimte en vorm krijgen; zodanig dat sprake zal zijn van behoud, zorgvuldige inpassing en nieuwe ruimtelijke kwaliteit. Hoe kan natuur- en waterbeleid worden ingezet voor een samenhangende landschapsstructuur? • Het landschapsontwikkelingsplan dient aan te geven hoe beide gemeenten aan draagvlak en realisatie kunnen werken. Wie kan welke rol vervullen; wat zijn de taken van de gemeenten? Hoe kunnen de gemeenten samenwerken met derden en inspelen op activiteiten die al gaande zijn. Welke middelen kunnen worden ingezet?. Wat verdient prioriteit, gezien de beschikbaarheid van eigen middelen en de mogelijkheden van cofinanciering?
•
•
Vier thema’s voor de landschapsontwikkelingsvisie Vanuit de twee eerste opgaven zijn vier thema’s voor de landschapsontwikkelingsvisie geformuleerd. Het zijn thema’s voor ontwikkeling van de kwaliteit van het landschap en de sturing van de dynamiek. De thema’s komen overeen met de benoemde kwaliteiten van het landschap (in paragraaf 1.2.1), aangevuld met het thema kernen en routes.
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
14
Werk aan de duurzame structuur van het landschap, met aandacht voor de verschillende deelgebieden – plateau, dekzandgebied en stuwwal en verzamelgebied -, het reliëf en met name het watersysteem. Werk aan behoud van de verweving in de waardevolle ensembles; wat zijn mogelijkheden voor behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden. Welke vernieuwingen kunnen bijdragen aan het behoud van ruimtelijke kwaliteit. Werk aan de ontwikkeling van nieuwe verweving in het agrarisch werklandschap. Hierbij zijn de oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Erven en wegen bieden belangrijke aanknopingspunten voor versterking van de structuur van het landschap. Tot slot moet worden onderzocht welke groenblauwe dooradering hier te combineren is met de landbouwfunctie. Werk aan de samenhang tussen de kernen en het omliggende landschap, met aandacht voor de verbetering van de randen en routes vanuit de kernen het landschap in.
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
15
Landschapsontwikkelingsvisie
legenda Behoud en ontwikkeling Gaaf ensemble natuur-cultuur-recreatie: behoud door ontwikkeling
LOP Haaksbergen & Hof van Twente
Reliëf: behoud zichtbaarheid en beleving Gaaf essenlandschap: behoud open bouwland, versterking randen Gaaf kampenlandschap: behoud en versterking beplantingspatroon Veldontginningslandschap: behoud en versterking landschapspatroon Broekontginningslandschap: behoud openheid Cultuurhistorische parel: behoud samenhang met landschap Natuurparel: behoud heide, veen en bos; zonering recreatie Landschappelijke versterking watersysteem Beek: ontwikkeling natuurlijk waterlint Beekzone: zoekgebied ontwikkeling coulissen, retentie en broekbos Delden
Ecologische verbinding: ontwikkeling natte en droge corridor Verbinding beek onder kanaal: herstel beekloop Vaart: behoud eenheid en gegraven karakter
Plas Domelaar
Brongebied: verbetering inzijging, berging en waterkwaliteit Kwelgebied: behoud openheid en onwikkeling kwelnatuur Goor Markelo
Zorg voor agrarisch werklandschap Half open dekzandlandschap: behoud landschapselementen Kampenlandschap, uiteengevallen: behoud landschapselementen Veldontginningslandschap (groot- kleinschalig) behoud en versterking landschapspatroon
Broekontginingslandschap (groot- kleinschalig) behoud openheid
Inpassen van kernen en wegen Kern: versterking overgang kern-landschap; uitbreiding netwerk
Diepenheim Hengevelde
Weg (beplant-onbeplant): versterking landschappelijke inrichting Twentekanaal: losse lijnen in het landschap Spoorlijn: losse lijnen in het landschap Gemeentegrens 0
Haaksbergen
Landschapsbasis
stuwwal en verzamelgebied
dekzandgebied
plateau
1
2
3 km
2
HET KADER: DE LANDSCHAPSONTWIKKELINGSVISIE
2.1
De toekomst van het landschap
Het plateau Het plateau is een licht hellende vlakte met slecht doorlatende keileem en grondmorene dicht aan het oppervlak. Het bovenstrooms kerngebied voor het watersysteem en de natuur houdt het water vast in de uitgebreide veengebieden van het Haaksbergerveen en Buurserzand. De tussenliggende velden zijn nog steeds in gebruik als agrarisch werklandschap, van het type jonge veldontginning met een hoger waterpeil en beplante structuurlijnen. Andere velden zijn bebost soms als onderdeel van een landgoed zoals bij het Lankheet en Twickel (ensembles). Door naaldbos om te vormen tot gemengd of loofbos neemt de inzijging in het brongebied toe. Langs de beken zijn oude es- en kampenlandschappen herkenbaar met de perceelgrensbeplanting. De beken vormen smalle, natuurlijke linten die het natuur- en landbouwgebied doorkruisen De grotere kernen zijn op de rand van het plateau gelegen, begrensd met een ensemble dat als aantrekkelijk uitloopgebied dienst doet. De routes liggen op het plateau radiaal vanuit de kernen. De randen van de kern zijn ingericht naar het aangrenzende landschapstype en fiets- en wandelroutes zijn uitgezet voor de stedelijke uitloop.
In de landschapsontwikkelingsvisie (zie kaart) is het toekomstbeeld geschetst en de ontwikkeling per legenda-eenheid aangegeven. Hoofddoel van de visie is het onderscheid en de diversiteit tussen de landschapseenheden in het plangebied te vergroten en de samenhang te verbeteren met gerichte investeringen voor de toekomst. Vanuit de visie wordt ook duidelijk welke ontwikkelingen passen in het landschap en daarop kunnen worden aangestuurd. Een heldere landschapsstructuur draagt bij aan een fraai landschapsbeeld met een eigen karakter en leesbare geschiedenis. Het is een duurzaam landschap wat betreft de natuurwaarde en aan een vitaal landschap met een hoge gebruikswaarde voor landbouw, wonen, werken en recreatie. De landschapsstructuur van het plangebied is, zoals in de uitgangspunten is weergegeven (1.2), opgebouwd uit de duurzame structuur van het watersysteem, het reliëf en de bodem, gave kerngebieden van natuur en cultuurhistorische landschappen, het agrarisch werklandschap en het patroon van kernen en wegen. Deze verschillende thematische patronen vormen samen het landschap, versterken elkaar onderling of werken elkaar soms tegen.
Samenhang thema’s en ontwikkeling De cultuurhistorische en natuurlijke ensembles, afgewisseld met de jonge ontginningen van het agrarisch werklandschap zijn de dragers van het landschap die worden verbeterd met een hoger waterpeil, waterretentie, uitbreiding van het natuurgebied, herstel van het kleinschalige essen- en kampenlandschap en het open patroon van de veldontginning.
De landschapsbasis waar de vier patronen op zijn gebouwd is de geomorfologische onderlegger. Deze basis bestaat uit een driedeling van het plangebied in plateau, dekzandgebied en stuwwal&verzamelgebied (kwaliteitsbeeld 1.2). Het reliëf en het watersysteem bepalen het onderscheid tussen de deelgebieden, maar verbinden deze ook met elkaar. Versterking van het watersysteem en de ensembles komt daarbij direct de landschapsstructuur ten goede. Ook zal een vitaal agrarisch werklandschap met ruimte voor ontwikkeling belangrijk onderdeel zijn van het landschap en landschapsbeheer. Kernen en routes liggen als een apart netwerk met knooppunten over de landschapsstructuur heen van waaruit het landschap wordt beleefd. Hoe nu de thematische patronen in elkaar grijpen en in de visie worden ontwikkeld wordt per deelgebied aangegeven. In paragraaf 2.2 worden de maatregelen per thema afzonderlijk uitgewerkt.
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Het dekzandgebied Het dekzandgebied wordt vooral bepaald door het licht glooiende, half open agrarisch werklandschap dat is ontstaan uit es- en kampenlandschap vanuit de beken en kleinschalige veldontginningen. Door schaalvergroting en ruilverkaveling is het onderscheid tussen de historische ontginningen vervaagd. De duurzame structuur bestaat uit de dooradering van natuurlijker stromende beken, die parallel aan elkaar afstromen naar het noordwesten in een verdichte kleinschalige landschapszone van kampen
17
Bouwstenen waardevolle ensembles Thema waardevolle ensembles legenda Behoud en ontwikkeling
Gaaf ensemble natuur-cultuur-recreatie: behoud door ontwikkeling Reliëf: behoud zichtbaarheid en beleving Gaaf essenlandschap: behoud open bouwland, versterking randen
Gaaf kampenlandschap: behoud en versterking beplantingspatroon
Veldontginningslandschap: behoud en versterking landschapspatroon
Broekontginningslandschap: behoud openheid Cultuurhistorische parel: behoud samenhang met landschap Natuurparel: behoud heide, veen en bos; zonering recreatie Aanduidingen Beek
Vaart
Gaaf ensemble bij landgoed Weldam
Kern Infrastructuur Spoorlijn Gemeentegrens 0
1
2
Reliëf en natuurparel: Herikerberg
Gaaf essenlandschap bij Stokkum
Gaaf kampenlandschap bij Markvelde
Cultuurhistorische parel: Oostendorperwatermolen in de Buurserbeek
3 km
De stuwwal is versterkt als inzijgingsgebied door aanpassing van de grond- en drinkwaterwinning en waterretentie. De kweldruk is daardoor in het verzamelgebied toegenomen waardoor typische kwelnatuur tot ontwikkeling is gekomen in de watergangen. Door extensivering van de landbouw in het ensemble is ook de kwaliteit van het water sterk verbeterd.
en maten. Daarbuiten is het mozaïek van landschapselementen behouden, restanten van het oorspronkelijke beplantingspatroon van de ontginningen. Het beplantingspatroon van de erven en wegen is aangevuld. De beken voeren meer water door een betere voeding van het Reggesysteem en retentiemaatregelen. Hierdoor wordt de verdroging voor de landbouw en de natuurgebieden bestreden. Rond Diepenheim liggen landgoederen met een meer agrarisch karakter welke recreanten en toeristen aantrekken. Deze vormen gave ensembles, waarbij de historische ontginningen nog goed herkenbaar zijn. De kernen zijn in dit gebied gekoppeld aan de beken waarlangs de oude ontginningen zijn ontstaan. Waar het wegenpatroon parallel loopt aan de beken is deze beplant, haaks op deze richting tussen de kernen ontbreekt doorgaande laanbeplanting.
Samenhang thema’s en ontwikkeling De landschapsontwikkeling van dit deelgebied is vooral gericht op het behoud van het ensemble en de beleving van het reliëf. Ontwikkelingen in de landbouw, recreatie en natuur dienen hier beter op te worden afgestemd.
2.2 Samenhang thema’s en ontwikkeling De ontwikkeling van dit deelgebied ligt vooral opgesloten in perspectief voor de landbouw in het agrarisch werklandschap en verbetering van het watersysteem, de beken.
De vierdelige opgave (H1) leidt tot maatregelen voor vier thema’s waaruit de landschapsontwikkelingsvisie is opgebouwd: • Behoud en versterking van de waardevolle ensembles • Landschappelijke versterking van het watersysteem • Zorg voor het agrarisch werklandschap • Inpassen van kernen en routes.
De stuwwal en het verzamelgebied Het sterke reliëf is het belangrijkste kenmerk van dit deelgebied en wordt gekoesterd in het ensemble van heuvels en flanken. Het cultuurhistorische, open essenlandschap accentueert dit reliëf evenals de bebossing van de veldontginningen op de toppen. Het agrarisch werklandschap met de open broekontginningen markeert de flanken en het laaggelegen verzamelgebied dat kwelrijk is en potentie heeft voor natuurontwikkeling. Markante zichtlijnen tussen stuwwal en flanken worden open gehouden. In het verzamelgebied stromen de dekzandbeken via de Regge noordwaarts af met een hoger debiet door een aangepaste waterverdeling en verbinding onder het Twentekanaal. De kern Goor ligt in dit beekdal op een kruispunt van wegen en aan het Twentekanaal. De spoorzone is aantrekkelijk uitloopgebied met name langs de beken en de oude spoorbaan. Markelo is hoog op de flank van de stuwwal gebouwd. De wegen lopen radiaal vanuit de kernen en volgen deze de rechtlijnige dijken in het verzamelgebied. Het Twentekanaal volgt globaal de grens tussen verzamelgebied en dekzandgebied, is verbreed en heeft een afwisselende recreatieve inrichting.
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Vier thema’s voor de ontwikkeling van het landschap
De samenhang tussen deze aspecten van de landschapsstructuur is in voorgaande paragraaf beschreven. In deze paragraaf worden de maatregelen per thematisch onderdeel gespecificeerd. Voor elk thema wordt aangegeven om welke locaties het gaat; uit welke kenmerken dit onderdeel bestaat; met welke maatregelen de opgave actief kan worden opgepakt en welke ontwikkelingen waar relevant kunnen worden ingepast
2.2.1
Behoud en versterking van de waardevolle ensembles
Daar waar de oorspronkelijke landschapstypen in grote eenheden nog gaaf en goed herkenbaar zijn wordt gesproken van waardevolle ensembles. Deze vormen de kerngebieden voor natuur en het cultuurhistorische Twentse Landschap. Op het plateau en de rand liggen de ensembles Buurserzand-Witteveen, Haaksbergerveen, ’t Lankheet-Langelo en Twickel-DeldenereschDeldenerbroek-Bentelo. De landgoederen van Diepenheim zijn gelegen in
19
Kampen Waar het kampenlandschap onder deel is van het ensemble, dient het kleinschalige en onregelmatige patroon van singels, houtwallen, zandpaden en bosjes rond de omsloten kampen te worden onderhouden en waar nodig hersteld. Binnen dit verdichte landschap kunnen kleinschalige vernieuwingen worden ingepast (niet-agrarische functies).
het dekzandgebied op de overgang naar het verzamelgebied van de Regge. Op en om de stuwwal rond Markelo ligt het ensemble van het essenlandschap van Stokkum, Elsen, Herike en Herikervlier (stuwwal en verzamelgebied) De kwaliteit van de ensembles is hoog maar staat onder druk door veranderingen in de landbouw, verdroging, niet-agrarische bestemmingen en nieuwe recreatievoorzieningen.
Cultuurhistorische parels De cultuurhistorische parels zijn de landgoederen en monumenten. Deze worden als cultuurgoed beschermd. Voor het landschap is het van belang dat ook de samenhang tussen de waardevolle elementen en de omringende landschapstructuur wordt behouden of waar mogelijk versterkt
Ensembles Behoud en versterking ruimtelijke en functionele samenhang van eenheden met grote waarde voor cultuurhistorie, recreatie en natuur. Deze samenhangende landschapseenheden vormen de cultuurhistorische en natuurlijke kerngebieden van het landschap met een belangrijke functie voor toerisme en recreatie. Opgave is hier vooral actief beheer en behoud en waar nodig herstel in samenwerking met de particuliere eigenaren. Het motto daarbij is “behoud door ontwikkeling” met een belangrijke rol voor de verbrede landbouw en inpassing van gebruiksfuncties die het gebied laten functioneren. Nieuwbouw moet worden tegengegaan, bij vernieuwing dient er aandacht en controle te zijn op de architectuur, schaal en locatie van vernieuwing.
Natuurlijke parels Naast cultuurhistorische gebieden zijn ook de grotere natuurgebieden onderdeel van de ensembles. Behoud betekent voor de natuurbeheerders de natuurdoeltypen te versterken (hei, veen, bos), verdroging te bestrijden en waar mogelijk gebieden uit te breiden of extensieve bufferzones te creëren. Ook bij natuurontwikkeling is de samenhang met de landschapsstructuur (geomorfologie, cultuurhistorie) aandachtspunt. Natuurgebieden zijn aantrekkelijk voor recreatie. Om recreatie en natuur goed samen te laten gaan dient daarbij de toegankelijkheid te worden gezoneerd, bij voorkeur met een concentratie bij de cultuurhistorische parels.
Reliëf en essen Bij het ensemble van de stuwwal rond Markelo is het reliëf een belangrijk kenmerk dat goed waarneembaar moet zijn waardoor openheid is gewenst of beplanting zorgvuldig moet worden aangelegd om het reliëf te accentueren. Een uit te zetten recreatieve route leidt ook tot meer beleving en samenhang in het ensemble. Het oude essenlandschap met de bolle essen die op de flanken van de stuwwal voorkomen dient eveneens open te blijven, bij voorkeur als bouwland. Wegen over de essen blijven onbeplant, de randen met de bebouwing kunnen worden versterkt met houtwal, laan- en erfbeplanting. Nieuwbouw is ongewenst in de esdorpen maar kan eventueel in de veldontginningen worden overwogen binnen het landschapspatroon (zie 2.2.3).
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Maatregelen: • Herstel en onderhoud lanen, houtwallen en boomgroepen • Behoud samenhang en contrast tussen landschapstypen binnen ensembles • Welstand/monumentenzorg, zorg voor het architectonische erfgoed in een landschappelijke context • Verbrede landbouw, inkomsten uit natuur- en landschapsbeheer, recreatie en toerisme • Ontwikkeling toerisme en recreatie per ensemble en tussen ensembles
20
2.2.2
Landschappelijke versterking van het watersysteem
Oppervlaktewatersysteem Beken en beekzones Beken en beekzones worden ontwikkeld tot dragende structuurlijnen in het landschap die kerngebieden voor landschap, cultuurhistorie, recreatie en natuur met elkaar verbinden. Beekzones bestaan uit de directe inrichting van de beek met aangepaste waterprofielen, stuwen, vistrappen en retentiegebiedjes. Hiervoor zijn de waterschappen verantwoordelijk. Ontwikkelde ecologische profielen geven bouwstenen aan (Waterwijzer, provincie Gelderland, 2001) om het juiste type beek te ontwikkelen (bijv. plateau-, laagland-, stuwwalbeek). Beken zijn ook potentiële structuurdrager van de oude landschapstypen die grotendeels veranderd zijn door de landbouwfunctie en ruilverkavelingen met name in de middenloop. Door een bredere zone van circa 500 meter langs de beken te ontwikkelen met landschapselementen als maten met natuurlijk grasland, houtsingels, broekbosjes en poelen en kampen met houtsingels en lanen ontstaan aantrekkelijke kleinschalige linten met meervoudig gebruik voor waterhuishouding, landbouw, natuur en recreatie. Het agrarisch werklandschap krijgt binnen het casco van beekzones de ruimte en een deel van het maten- en kampenlandschap wordt rond de beekdalen gericht hersteld/vernieuwd met kansen voor een verbrede landbouw (agrarisch natuurbeheer, recreatie).
Bovendien wordt door de ontwikkeling van de beekzones de verdroging in het agrarisch werklandschap bestreden.
Het watersysteem is een duurzame drager van het landschap en motor van verandering in het landelijk gebied. De zorg om wateroverlast én verdroging in het landgebruik noodzaakt tot ruimtelijke aanpassingen van het systeem om het water beter te kunnen vasthouden, te bergen en af te voeren, in die volgorde. Het watersysteem is daarbij de zichtbare weerslag van de natuurlijke basis en de cultuurhistorische aanpassingen die beiden tot de diversiteit van landschap hebben geleid. Water is een vormende kracht van het landschap, te onderscheiden in regen-, oppervlakte- en grondwater. Allereerst heeft het de natuurlijke opbouw bepaald waarbij het smelt- en regenwater de aardbodem en het reliëf heeft geslepen. De huidige natuurwaarde van hei, bos, veen en beek is sterk afhankelijk van de bron- en kwelgebieden en stromend water. Ook voor het occupatiepatroon, de door de mens gemaakte landschappen, is het water vormgever. Overstroming van beekdalen en stagnerend kwelwater beperkten en stuurden het landgebruik, door waterlopen te graven werd het land ontgonnen en voor de scheepvaart tussen Duitsland en de IJssel werden beeklopen ingrijpend verlegd. Door te sleutelen aan het water werd het landschap meer en meer gecultiveerd en bron van welvaart. De intensieve ontwatering heeft ook zijn keerzijde doordat in droge periodes verdroging optreedt voor natuur en landbouw.
En door klimaatverandering moeten meer pieken in de oppervlaktewaterafvoer e worden opgevangen. Het waterbeleid van de 21 eeuw is dan ook gericht op een ruimtelijke aanpassing van het watersysteem voor retentie en berging. Dit betekent dat inzijgingsgebieden als brongebied moeten worden uitgebreid en het water in de beeklopen en –dalen langer moet worden vastgehouden. Deze aanpassing levert ook kansen voor water als duurzame drager van de landschapsstructuur en natuurontwikkeling. De waterschappen Regge en Dinkel en Rijn en IJssel werken daarvoor een stroomgebiedbenadering uit voor gebieden met beken aangeduid als kwaliteitswater, vitaal water, ecologische verbindingen en belevingswater. In de landschapsvisie ligt de nadruk op de samenhangende duurzame structuur die het water kan vormen als groenblauwe dooradering van het landschap.
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Op het plateau ontspringen de meeste beken. De Hagmolenbeek en Buurserbeek zijn omvangrijker en ontspringen over de grens. De Zoddebeek is een zijtak van de Buurserbeek die in het Zendvelderveld ontspringt. De primaire beken in het dekzandgebied zijn de Hagmolenbeek (met zijtak Drekkerstrang), Bolscherbeek, Markeveldse-Poelsbeek, Diepenheimse Molenbeek, Boven-Regge, Buurserbeek-Schipbeek. Deze stromen parallel noordwestwaarts af en worden gevoed door een haarvatensysteem van waterlopen en kleinere beken. In de stuwwal zijn de beekdalen van de Beusbergerbeek en Holtdijkse Beek ingesleten. In het verzamelgebied ligt het Reggedal dat oorspronkelijk door de beken in het dekzandgebied werd gevoed maar thans door het Twentekanaal grotendeels is afgesneden van de bovenlopen.
21
Bouwstenen watersysteem Thema watersysteem legenda
Landschappelijke versterking watersysteem Beek: ontwikkeling natuurlijk waterlint
Beekzone: ontwikkeling coulissen, retentie en broekbos Ecologische verbinding: ontwikkeling nate en droge corridor Verbinding beek onder kanaal: herstel verbinding Vaart/ kanaal: behoud eenheid en gegraven karakter Brongebied: verbetering inzijging, berging en waterkwaliteit Kwelgebied: behoud openheid en onwikkeling kwelnatuur Delden
Aanduidingen Kern
Plas Domelaar
Weg Spoorlijn
Goor
Gemeentegrens
Markelo
0
1
2
3 km
Beek: ontwikkeling natuurlijk profiel Poelsbeek Diepenheim
Hengevelde
Haaksbergen
Ecologische verbinding: ontwikkeling Hagmolenbeek als droge en natte verbinding
Vaart: behoud gegraven profiel Schipbeek, Elsbeek verbinden met de Diepenheimse Molenbeek
Brongebied: verdrogingsbestrijding Buurserzand
Kwelgebied Herikervlier: behoud openheid en ontwikkeling kwelnatuur
Ecologische verbinding De beek vormt ook een ecologische verbinding via het water, de oever en het dal. Tussen de natuurkernen van de ensembles zijn natte en droge ecologische verbindingen gewenst langs de Hagmolenbeek en BuurserSchipbeek. Door aanpassing van oevers en loop kan meandering worden gestimuleerd, de beek natuurlijker stromen en ontstaan afwisselende natte biotopen en. Met name de bredere beekzone functioneert ook goed als droge verbinding. In de landschapsvisie wordt gepleit voor aaneengesloten ecologische verbindingen langs kansrijke beken, dus niet slechts bepaalde tracés. Hierdoor vormen beken verbindingen tussen ensembles met kerngebieden voor natuur en recreatie.
Grondwatersysteem Brongebied (natuurgebieden, waterretentie) Brongebieden zijn de natuur- en bosgebieden op het Oost-Nederlands plateau en op de stuwwal (zie ook ensembles). Deze natuurkernen zullen beter functioneren als de landbouw- en bosbouwfunctie en het watersysteem worden aangepast rond de brongebieden. Mogelijk kan door het opzetten van het peil de veenvorming worden gestimuleerd vanuit oude veenkernen. Daarmee worden de natuurgebieden uitgebreid en kunnen de waterdragers (beekzones) constanter worden gevoed met kwalitatief goed water. Tussen de natuurkernen liggen grote eenheden landbouwgebied met jonge ontginningen en grootschalige bedrijven. Ook de landbouw profiteert van een vitaal brongebied doordat verdroging wordt bestreden. De beken op het plateau fungeren als verbindingen tussen de natuurkernen waarbij de inrichting is afgestemd op het natuur- of landbouwgebied, resp. verdicht met beplanting of open met natte delen. Extensiever landbouwgebruik komt de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in het brongebied ten goede.
Verbinding beekloop Voor de ontwikkeling van natuurlijke beken, beekzones en ecologische verbindingen is een goede watertoevoer van belang. Naast de verbetering van brongebieden en retentie in het beekdal zelf is ook de waterverdeling te verbeteren. Door de bovenlopen van beken weer aan te sluiten op de middenlopen en niet via vaarten en kanalen af te laten voeren zal de beek meer water voeren en stromen. De locaties voor een knip zijn bij de Schipbeek voor de verbinding Elsbeek-Diepenheimse Molenbeek, bij het Twentekanaal voor de Poelsbeek en de Hagmolenbeek (2x). Meer water in de beek geeft het water ook meer landschapsvormende kracht in de beekzones.
Kwelgebied Kwel komt voor in natte gebieden die onder invloed staan van uittredend grondwater en worden gevoed vanuit de brongebieden (vb Deldenerbroek). Door de inzijging in brongebieden te bevorderen neemt de kweldruk toe. De kwelgebieden hebben kansen voor landbouwnatuur (weidevogel en wetlands) waarbij de samenhang tussen brongebieden en waterdragers wordt versterkt met name op de grens tussen dekzand- en verzamelgebied, bijv. de Herikervlier, Elsenerbroek.
Vaart Vaarten zijn gegraven waterlopen voor de scheepvaart. Hiervoor werden al in de Middeleeuwen oorspronkelijke beken verbreed en verdiept of nieuwe waterlopen gegraven dwars door het landschap zoals voor de Schipbeek en Twickelervaart. De waterverdeling werd daardoor vaak ingrijpend gewijzigd met de nodige kunstwerken als sluizen en stuwen. Door de beken onder de vaart door te laten lopen wordt de natuurlijke afvoer hersteld. De vaarten blijven hun functie in de waterafvoer behouden en zijn als cultuurhistorisch en recreatief element interessant. Ingrepen voor een ecologische verbinding via vaarten dienen rekening te houden met het aangelegde karakter (talud, kades, sluizen).
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Maatregelen: • Aanpassing beken: waterpeil, profiel, loop en aanleg retentiegebieden, beplanting • Herstel en inrichting beekzones: herstel beplanting rond kampen en maten, omvorming naar natuurlijk grasland in lage delen • Aanpassing waterverdeling Poelsbeek-Regge; Elsbeek-Diepenheimse Molenbeek; Hagmolenbeek-Regge • Stimuleren inzijging, retentie en kwel in en rond brongebieden
23
Bouwstenen agrarische werklandschap legenda Landschapstypen
Essenlandschap Kampenlandschap Veldontginningslandschap (grootschalig) Veldontginningslandschap (kleinschalig) Broekontginningslandschap (grootschalig) Broekontginningslandschap (kleinschalig) Aanduidingen
Waterstructuur Kernen Infrastructuur
Delden
Spoorlijn 0
1
2
3 km
Goor Markelo
Half open dekzand landschap: Sint Isidorishoeve, behoud landschapselementen Diepenheim Hengevelde
Haaksbergen
Gaaf kampenlandschap: Elsenerbroek, behoud landschapspatroon
Veldontginning: Höfterveld met Zoddebeek, behoud open veld en dichte ontginningsgrens
Broekontginning: Holtdijk, behoud grootschalige openheid, versterking dijkbeplanting als grens
Erfinrichting: versterking landschapspatroon met karakteristieke erfbeplanting
2.2.3
De zorg voor het agrarische werklandschap De wegbeplanting volgt historische wegen en paden met eiken. In natte delen zoals het Elsenerbroek worden ook els en es gebruikt. Op de bouwlanden wordt in principe geen beplanting aangelegd. De erfinrichting in het kampenlandschap wordt bepaald door een open achterkant en besloten voorkant bij het woonhuis met een onregelmatige structuur van bebouwing en dichte beplanting en kleine bospercelen (eik) rondom paden en lanen. De ligging is meestal iets van de doorgaande weg af met een slingerende toegangslaan naar de losse achterkant. Het “voor” is meer besloten en formeler aangelegd met een haagomheining waarbinnen de nuts en siertuin is aangelegd. Naast fruitbomen markeert veelal een solitaire boom, linde, noot of paardekastanje het voorhuis.
De landbouw is vanouds de dragende functie van het Twentse landschap. Het landschapspatroon bestaat uit verschillende typen ontginningen met bijbehorende verkaveling en beplanting. Door schaalvergroting, ruilverkavelingen en veranderingen in het grondgebruik zijn echter de verschillen tussen de landschapstypen vervaagd en is er met name buiten de ensembles sprake van een diffuus agrarisch werklandschap. Kenmerken hiervan zijn de open landbouwgronden met grasland en bouwland, de verspreide erven met woonhuis, opstallen en erfbeplanting en verspreide landschapselementen als restanten van het oude landschapstype. De beken zijn dragers van het landschap. In de beekzones wordt naast behoud en herstel van landschapselementen actief gewerkt aan ontwikkeling van nieuwe elementen.
Veldontginningslandschap (groot- en kleinschalig) Het veldontginningslandschap komt in grote eenheden voor op het plateau en de stuwwal waar voor behoud en versterking van het landschapspatroon wordt gepleit. Dit betekent behoud van de open verkaveling van het uitgestrekte veld met zichtbare ontginningsgrenzen. Ieder ontgonnen veld kent een eigen schaal en patroon van beplanting en bebouwing. In het dekzandlandschap komen kleinere velden voor waar restanten van bos, ven en hei te behouden landschapselementen zijn zoals bij de Benteler Heide en het Markveldensche Veld
Ontwikkeling van het agrarisch werklandschap algemeen en half open dekzandlandschap Ten behoeve van de landbouwfunctie en de landschapsstructuur wordt in het agrarisch werklandschap (naast de beekzones uit het watersysteem) ingezet op ontwikkeling van erf- en wegbeplanting en behoud van de bestaande landschapselementen. Weg- en laanbeplanting worden hersteld of aangelegd langs wegen die de opbouw versterken en daar waar ruimte is in het profiel voor een goede groeiplaats. Het sortiment moet passend zijn bij het cultuurhistorisch landschapstype. Karakteristieke erfinrichting wordt gestimuleerd op basis van cultuurhistorische landschapstypes. Binnen dit werklandschap zijn accenten aangeduid die te maken hebben met de oorspronkelijke cultuurhistorische ontginningstypen (zie kaart).
De wegbeplanting beperkt zich tot de ontginningsbasis en -grens of langs een zandpad en bestaat bij voorkeur uit berken incidenteel afgewisseld met grove den. De erfbeplanting is vrij besloten rondom een strak en regelmatig opgezet erf. Het voorhuis is gericht op de doorgaande weg en de opstallen staan compact en geordend op de huiskavel. De beplanting beperkt zich tot de singels langs de randen, fruit- en kleinere sierbomen. De schaal van het erf volgt de schaal van de ontginning en de directe omgeving van het erf groeit mee met het erf.
Kampenlandschap Bij gave eenheden kampenlandschap gaat het om het behouden van het landschapspatroon en waar nodig herstellen. Locaties met gave kampen en essen in het dekzandgebied zijn: Benteler Es, Wiener Es, Stepeler Es, Hengevelder Es, Brummelhuizerbrink en es, Markveldensche Es, Keizerskampen, Tusschede, Elsenerbroek (nat) in gebruik, verkaveling en perceelsranden. Daar waar het kampenlandschap uiteengevallen is geldt naast erfinrichting, alleen behoud van landschapselementen en in principe geen actief herstel van het landschapspatroon om de landbouwfunctie voldoende ruimte te bieden.
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
Broekontginningslandschap (groot- en kleinschalig) Het broekontginningslandschap komt in grote eenheden voor in het verzamelgebied zoals het Markelose Broek, Herikervlier en Elsenerbroek. Hier geldt het behoud van de openheid en grootschaligheid waarbij bospercelen en wegbeplanting van es, populier of els de ruimte begrenzen.
25
Bouwstenen kernen en routes Thema kernen en routes legenda
Inpassen van kernen en wegen Kern: versterking overgang kern-landschap; uitbreiding netwerk Weg (beplant-onbeplant): versterking landschappelijke inrichting Kanaalzone: losse lijnen in het landschap Spoorlijn: losse lijnen in het landschap Gemeentegrens 0 Delden
Goor Markelo
Westrand Goor met recreatieve routes Diepenheim
Hengevelde
Haaksbergen
Waterberging in de Beusbergerbeek aan de zuidrand van Markelo
Radiale weg Goor-Markelo deels beplant
Twentekanaal als rand met markante verbindingen bij Goor
Recreatieve route over Benteleres
1
2
3 km
bedrijventerreinen. Sommige randen verdienen een betere aansluiting of inpassing in het landschap. Daarbij zijn de kenmerken van de landschapstypen bouwsteen voor inpassing (zie 2.3.3). Het stedelijk water en de aansluiting op het watersysteem vormen een apart aandachtspunt en kans voor een geleidelijke overgang naar het landelijk gebied, zowel functioneel als ruimtelijk.
Eventuele nieuwvestiging voor landbouwbedrijven kan hier in de landbouw-ontwikkelingsgebieden plaatsvinden conform het patroon van erfinrichting. De wegbeplanting beperkt zich tot enkele hoofddijken zoals de Scholendijk, Holtdijk en de Visserschdijk indien er voldoende ruimte is. Incidenteel komen knotbomen voor en populier. De erfbeplanting wordt gekenmerkt door een vrij open ruime opzet in het grootschalig landschap en een gesloten beplanting rondom een kleinschalig erf in de kleinschaliger broekontginning.
Routes Door een netwerk van provinciale gebiedsontsluitende wegen zijn de kernen met elkaar verbonden. Via snelwegen, de spoorweg en het Twentekanaal is de regio met het land verbonden. Deze wegen zijn soms oude handelsroutes die de landschapsstructuur volgen maar ook nieuwe tracés dwars over de landschapsopbouw heen. Daar waar de wegen de landschapsstructuur volgen en/of historisch zijn is accentuering met laanbeplanting op zijn plaats. Om de bestaande beplanting op te waarderen is aanvulling of vervanging van het sortiment soms gewenst.
Maatregelen: • Ontwikkeling landschapspatroon door inrichting en onderhoud wegbeplanting en bermen • Ontwikkeling landschapspatroon door stimuleren gebiedseigen erfbeplanting (hagen, fruitbomen, grote solitairen) • Behoud landschapselementen
2.2.4
Tot slot zijn er de recreatieve routes waarlangs het landschap beleefbaar is. Vanuit de kernen zijn er langzaam verkeersroutes (wandel-, fiets-, ruiter- en skateroutes) die een eigen netwerk vormen buiten de doorgaande wegen waar het landschap van binnenuit kan worden ervaren. In het kader van de ruilverkaveling en reconstructie zijn/worden enkele routes aangelegd. Aandachtspunten hierbij zijn de continuïteit (verbindingen tussen ensembles), de aansluiting op de kernen en de aanduiding/herkenbaarheid. Routes versterken bovendien de toeristisch economische betekenis van het gebied. De ontwikkeling van beekzones biedt kansen voor uitbreiding van recreatieve routes langs het water. Water verbindt tevens het landschap met de kernen en kan drager zijn voor de uitloop naar het landelijke gebied.
Inpassen van kernen en routes
De opbouw van het landelijk gebied is beschreven in de thema’s ensembles, watersysteem en agrarisch werklandschap. Het patroon van kernen en wegen vormt een soort dynamisch netwerk dat over het landschap ligt. De kernen en wegen zijn oorspronkelijk geënt op ditzelfde landschap doch uitgegroeid tot een aparte laag die soms los van het landschap ligt of de landschapsstructuur verstoort. Andersom geven landschapskenmerken die in de opbouw van de kern herkenbaar zijn, het bebouwde gebied identiteit en ruimtelijke kwaliteit. Het landschap wordt door de meeste bewoners en bezoekers beleefd en ervaren vanuit de kernen en de wegen. De overgang van de kernen en kwaliteit van de verbindingen zijn daarom integraal onderdeel van de visie.
Maatregelen: • Landschappelijke inpassing randen van kernen • Inrichting overgang kern-buitengebied • Inrichting recreatieve stadsranden en uitloopgebied • Uitbreiding en aanvulling netwerk recreatieroutes (wandel-, fiets-, skate-, ruiter- en kanoroutes) • Landschappelijke inpassing regionale wegen en nieuwe snelweg • Landschappelijke inpassing Twentekanaal
Kernen De bebouwing voor wonen en werken is geconcentreerd in de kernen waarvan Delden, Goor, Markelo en Haaksbergen de grotere verzorgingskernen zijn. Deze kernen zijn ontstaan vanuit strategische plekken in het landschap op droge plekken niet ver van het water, gemarkeerd door de kerktorens. Ze zijn uitgegroeid met woonwijken en
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
27
LOP Haaksbergen & Hof van Twente – mei 2005
28
3
UITVOERINGSPLAN
Beide gemeenten werken aan de realisatie van de landschapsontwikkelingsvisie via drie sporen. Door deze sporen naast elkaar te volgen, wordt bereikt dat de planologische doorwerking en de actieve kant van de landschapsontwikkeling elkaar versterken en dat het draagvlak voor de kwaliteit van het landschap zal toenemen. 1. Regie: De landschapsontwikkelingsvisie krijgt een doorwerking in ruimtelijk beleid. De gemeenten zullen de inhoudelijke kennis en standpunten over landschapsontwikkeling hanteren bij toetsing en planvorming. Voor de consequenties van dit spoor; voor het eerste spoor zie paragraaf 3.2. 2. Uitvoering: In het kader van landschapszorg zullen de beide gemeenten uitvoeringsprojecten stimuleren. De gemeenten bieden het inhoudelijk, organisatorisch en financieel kader. Voor de (betaalde) uitvoering in het beheer van het landschap worden indien mogelijk en gewenst gebiedsorganisaties ingezet. Zie voor de uitwerking van dit tweede spoor paragraaf 3.3. 3. Participatie: De gemeenten zullen participeren bij samenwerkingsprojecten van derden zoals de waterschappen, Landbouworganisaties, terreinbeherende instellingen, agrariërs en andere particulieren et cetera. Het gaat hierbij om projecten van derden, die zorgen voor de realisatie van doelen van de landschapsontwikkelingsvisie; voor het derde spoor zie paragraaf 3.4.