CConstaterende datHaaksbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

20.203 Woonbehoefteonderzoek Haaksbergen

Gemeenteraad 5 juli 2023, gemeente HaaksbergenBij agendapunt: Vaststellen van de woonvisie “Goed wonen in Haaksbergen17.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

13%

12%

18%

4%

14%

13%

16% 16% 11%

21% 24% 24%

45% 9% 27%

21% 35% 25%

22% 23% 13%

18% 20% 13%

22%

9%

0%

2%

11%

17%

3% 11% 5%

3% 6% 0%

0% 0% 0%

0% 0% 4%

2% 9% 1%

2% 9% 3%

1% 1% 0%

0% 0% 0%

0% 0% 0%

0% 0% 0%

0% 1% 0%

0% 1% 0%

1%

0%

0%

8%

1%

1%

1%

3%

0%

0%

3%

1%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021). Meerdere antwoorden mogelijk (609 antwoorden).

Respondenten hebben een voorkeur voor koopwoningen, in de kern Haaksbergen vaker huren Van de respondenten, met een verhuiswens, heeft circa 69% (274 respondenten) de voorkeur voor een koopwoning. Circa 21% van de respondenten (83 respondenten) hebben de voorkeur voor een huurwoning. Zo’n 10% (40 respondenten) weet het niet of heeft geen antwoord gegeven. In de kern Haaksbergen geeft circa 25% van de respondenten met een verhuiswens aan een voorkeur te hebben voor een huurwoning. In het buitengebied (circa 9%), St. Isidorushoeve (circa 11%) en Buurse (circa 16%) ligt de voorkeur voor een huurwoning lager. Figuur 27: Voorkeur voor een huur-of koopwoning respondenten met verhuiswens per kern (390 respondenten) 0%

20%

40%

60%

80%

100%

In de kern Haaksbergen Buurse St. Isidorushoeve In het buitengebied In de gemeente Haaksbergen (geen voorkeur) Totaal gemeente Haaksbergen

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Huurwoning Koopwoning Weet niet / geen antwoord

26

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Gewenste prijsklassen voor koopwoningen variëren per kern Als we kijken naar de respondenten met een verhuiswens en met een uitgesproken voorkeur voor kopen dan valt het volgende op wat betreft de gewenste koopprijsklasse: • Van de respondenten die in de kern Haaksbergen willen wonen en voorkeur hebben voor een koopwoningen (154 respondenten) heeft circa 55% voorkeur voor een woning tot € 300.000. • Circa 80% van de respondenten die in Buurse willen wonen en voorkeur hebben voor een koopwoning (20 respondenten) heeft voorkeur voor een woning tot €300.000. • Van de respondenten die in St. Isidorushoeve willen wonen en voorkeur hebben voor een koopwoning (8 respondenten) hebben 2 respondenten voorkeur voor een woning in de prijsklasse €175.000 - € 225.000 en ook 2 respondenten hebben de voorkeur voor een woning in de prijsklassen € 225.000 - € 300.000. • Het valt op dat respondenten die in het buitengebied willen wonen en voorkeur hebben voor een koopwoning voorkeur hebben voor een duurdere woning dan gemiddeld in de gemeente Haaksbergen. Circa 69% heeft voorkeur voor een woning duurder dan € 300.000. Figuur 28: Voorkeur koopprijs gewenste woning respondenten met verhuiswens per kern (259 respondenten) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% In de kern Haaksbergen

Minder dan € 175.000

Buurse

€ 175.000 - € 225.000

St. Isidorushoeve

€ 225.000 - € 300.000

In het buitengebied

€ 300.000 - € 425.000

In de gemeente Haaksbergen (geen voorkeur)

Meer dan € 425.000

Totaal gemeente Haaksbergen

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Gewenste prijsklassen voor huurwoningen tussen € 663 en € 737 in gehele gemeente, buiten kern Haaksbergen weinig voorkeur voor huurwoningen Wanneer we kijken naar de respondenten met een verhuiswens en met een uitgesproken voorkeur voor huren dan merken we op dat de respons in Buurse (4 respondenten), St. Isidorushoeve (1 respondent) en in het buitengebied (2 respondenten) relatief laag is. Hierdoor kunnen de antwoorden een uitgesproken beeld laten zien op basis van erg weinig respondenten. In de kern Haaksbergen heeft circa 39% (17 respondenten) voorkeur voor een huurwoning in de prijsklasse € 633 tot € 737. Zo’n 26% (15 respondenten) heeft voorkeur voor een huurwoning in de prijsklasse € 433 tot € 619. Daarnaast heeft circa 24% (14 respondenten) voorkeur voor een huurwoning in de prijsklasse € 619 tot € 737. Figuur 29: Voorkeur huurprijs gewenste woning respondenten met verhuiswens (77 respondenten) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% In de kern Haaksbergen

Minder dan € 433

Buurse

€ 433 tot € 619

St. Isidorushoeve

€ 619 tot € 663

In het buitengebied

€ 663 tot € 737

In de gemeente Haaksbergen (geen voorkeur)

€ 737 tot € 850

Totaal gemeente Haaksbergen

€ 850 tot € 950

Bron: Enquête WBO Haaksbergen (2020-2021), bewerking Stec Groep (2021).

27

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

6.4 Levensloopbestendig wonen: aanpassen bestaande voorraad en meer appartementen en grondgebonden levensloopbestendige woningen Alle respondenten is gevraag of ze in een aanleun- of zorgwoning wonen. In onderstaand kader worden deze typen woningen toegelicht. DEFINITIES LEVENSLOOPBESTENDIGE WONING EN AANLEUN- EN ZORGWONING Levensloopbestendige woning = u kunt hier zelfstandig blijven wonen, ook als u zorgbehoevend bent. Kenmerken zijn gelijkvloers, brede deurposten, geen drempels, slaapkamer/badkamer (eventueel) beneden. Aanleunwoning = een zelfstandige, levensloopbestendige woning voor senioren. Bewoners kunnen gebruik maken van de zorg en de service van een verzorgings- of verpleeghuis in de buurt. Zorgwoning = een zelfstandige, levensloopbestendige woning, waarbij zorg afgenomen wordt. Bewoners hebben dus een zorgbehoefte. Deze worden doorgaans aangeboden door zorgorganisaties. Zo’n 78% van de respondenten woont niet in een levensloopbestendige woning of in een aanleun- of zorg woning Meer dan driekwart van de respondenten (circa 78%, 662 respondenten) geeft aan niet in een levensloopbestendige woning of in een aanleun- of zorgwoning te wonen. Circa 21% (180) geeft aan in een levensloopbestendige woning te wonen. Het aandeel respondenten in een aanleunwoning (0%, 3 respondenten) en in een zorgwoning (1%, 4 respondenten) is relatief erg klein.

Figuur 30: Is uw woning levensloopbestendig, of woon u in een aanleun- of zorgwoning? (849 respondenten) Ja, een levensloopbestendige woning

21%

Ja, een aanleunwoning

0% 1%

Ja, een zorgwoning

78%

Nee

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Circa 44% wil in huidige woningen met aanpassingen blijven wonen als er in de toekomst zorg nodig is Alle respondenten kregen de vraag hoe zij in de toekomst zouden willen wonen, als zij meer zorg nodig zouden hebben. Zo’n 44% (372 respondenten) wil in de huidige woning blijven wonen met aanpassingen. Circa 38% (320 respondenten) geeft aan in een andere woning te willen wonen. De overige 19% (159 respondenten) weet nog niet hoe zij zouden willen wonen. Figuur 31: Stel, u hebt in de toekomst zorg nodig, hoe woont u dan het liefst? (851 respondenten) 0%

20%

40%

60%

80%

100% In mijn huidige woning met aanpassingen

44%

38%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

19%

In een andere woning Weet niet/geen antwootrd

28

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Senioren willen relatief vaker in hun huidige woning blijven wonen met aanpassingen dan huishoudens in de middengroep Wat opvalt is dat vooral de senioren in hun huidige woning willen blijven wonen met aanpassingen, circa 59% (159 respondenten). Bij de middengroep valt op dat circa 24% (143 respondenten) nog niet weet hoe zij zouden willen wonen als ze meer zorg in de toekomst nodig hebben. Bij oudere huishoudens weet circa 6% (16 respondenten) nog niet hoe ze willen wonen. Figuur 32: Gewenst woningtype bij meer zorg voor middengroep (links, 581 respondenten) en senioren (rechts, 270 respondenten)

24%

In mijn huidige woning met aanpassingen

37%

In mijn huidige woning met aanpassingen

6%

In een andere woning

In een andere woning

35% 59%

Weet niet/geen antwootrd

39%

Weet niet/geen antwootrd

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Huishoudens met een zorgbehoefte, die een andere woning willen, wonen het liefst zelfstandig, geschikt voor rolstoel Van de huishoudens die aangeven een andere woning te willen (zie figuur 30), wil circa 35% (104 respondenten) een zelfstandige woning geschikt voor een rolstoel. Circa 33% (99 respondenten) wil graag een woning die geschikt is voor een rolstoel én nabij zorgvoorzieningen. Zo’n 15% (46 respondenten) wil graag in een zelfstandige woning in de buurt van familie / mantelzorger wonen. Figuur 33: Stel, u hebt in de toekomst zorg nodig, hoe woont u dan het liefst? (298 respondenten) In een andere zelfstandige woning, geschikt voor rolstoel In een andere zelfstandige woning, geschikt voor rolstoel en nabij zorgvoorzieningen

35%

33%

8%

7%

15%

2%

In een andere zelfstandige woning in een woongemeenschap, zoals groepswonen In een beschutte of beschermde woonvorm (woning met mogelijkheid afnemen zorg) In een zelfstandige woning in de buurt van mijn familie / mantelzorger

0%

20%

40%

60%

80%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

100%

In de woning van mijn kind / familie / mantelzorger

29

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

6.5 Doorstroming: grotere verhuisketen door in te spelen op behoefte van senioren Door te bouwen voor starters/thuiswonenden worden minimale verhuisbewegingen mogelijk gemaakt: enkel de starter/thuiswonende die uit huis gaat zal een verhuisbeweging veroorzaken. Bouwen voor senioren zorgt er voor dat er een grotere verhuisketen op gang gebracht kan worden. Als senioren doorstromen uit een grote, vrijstaande koopwoning, kunnen gezinnen in een rijtjeswoning een stap zetten naar een grotere woning. Op die manier komt de rijtjeswoning vrij voor een stel wat samen wil gaan wonen. Hierdoor komen bijvoorbeeld twee studio’s of appartementen vrij, waar jonge alleenstaande starters/thuiswonenden weer in kunnen gaan wonen. De mogelijkheden voor een dergelijke verhuisketen brengen we hier in beeld: • Welke woningtypen laten huishoudens in de middengroep achter? Zijn dit woningen waar starters/thuiswonenden interesse in hebben? En kunnen zij deze woningen betalen? • Welke woningtypen laten senioren huishoudens achter bij een verhuizing? Zijn dit woningen waar de middengroep interesse in heeft? En kunnen zij deze woning betalen? Middengroep woont vooral in koop twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen In de gemeente Haaksbergen zijn 224 respondenten in de middengroep die een verhuiswens hebben (38% van deze doelgroep).

Zo’n 35% (78 respondenten) van deze huishoudens woon in een twee-onder-eenkapwoning. Daarnaast woont circa 31% (69 respondenten) in een rijwoning. Ook woont circa 19% (43 respondenten) in een vrijstaande woning. In totaal hebben zo’n 109 starters/thuiswonenden (83% van deze doelgroep) aangegeven op zoek te zijn naar een woningen, van hen zoekt 32% een rijwoning, 29% een twee-onder-een-kapwoning en 13% een vrijstaande woning. Dit sluit aan bij een groot deel van de woningen die de middengroep zou verlaten als zij verhuizen. Zie ook onderstaand figuur. Figuur 34: Huidige woningen (type) van middengroep met een verhuiswens (224 respondenten) Rijwoning (hoek- of tussenwoning) Twee-onder-een-kapwoning 31%

35%

19%

4%

11%

Vrijstaande woning Appartement met lift

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Appartement zonder lift

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Wanneer we kijken naar de eigendomsvorm van de woningen waar de middengroep (met een verhuiswens) woont, dan zien we dat dit vooral koopwoningen betreft (circa 72%). De meeste starters/thuiswonenden zijn geïnteresseerd in een koopwoning (circa 64%). Deze wens komt grotendeels overeen met het eigendom van de woningen van huishoudens in de middengroep met een verhuiswens. Figuur 35: Huidige woningen (eigendom) van middengroep met een verhuiswens (223 respondenten) Koopwoning 72%

15%

13%

Huurwoning van een corporatie (Domijn) Huurwoning van een commerciële of particuliere verhuurder

0%

20%

40%

60%

80%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

100%

30

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Kijken we naar de geschatte waarde van de huidige koopwoning van respondenten uit de middengroep met een verhuiswens, dan valt op dat ongeveer een derde van deze woningen minder dan € 225.000 waard is. Circa 54% van de starters/thuiswonenden met een verhuiswens en voorkeur voor een koopwoning hebben aangegeven maximaal € 225.000 te willen besteden aan een woning. Figuur 36: Geschatte waarde van huidige koopwoning van middengroep met een verhuiswens (154 respondenten) Minder dan € 175.000 € 175.000 - € 225.000 6%

26%

40%

17%

10%

€ 225.000 - € 300.000 € 300.000 - € 425.000

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

Meer dan € 425.000

100%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Op basis van de enquête kunnen we alleen uitspraken doen over de wens voor een bepaalde woning in een bepaalde prijsklasse. In de wens voor een bepaalde woning of koopprijs kunnen we geen rekening houden met eventuele studieschuld, overige leningen, alimentatie etc. Aan de andere kans houden we ook geen rekening met spaargeld of een overwaarde op de huidige woning. Mogelijk zijn respondenten daardoor in staat om meer of minder uit te geven aan een woning dan dat zij aangeven in deze enquête. Wanneer we kijken naar de maandelijkse huurprijs van de huidige huurwoning van respondenten uit de middengroep met een verhuiswens, dan zien we dat 78% een maandelijkse huurprijs heeft tot € 737. Circa 90% van de starters/thuiswonenden met een verhuiswens en voorkeur voor een huurwoning geeft aan woning te willen huren voor maximaal € 737 per maand. Ook valt op dat circa 7% van de middengroep met een verhuiswens met een huurwoning meer dan € 950 maandhuur betalen. Geen starter/thuiswonende met een verhuiswens en voorkeur voor een huurwoning heeft aangegeven meer dan € 950 te willen betalen. Figuur 37: Huurprijs van huidige huurwoning van middengroep met een verhuiswens (60 respondenten) Minder dan € 433 € 433 tot € 619

2%

32%

20%

25%

13%

2% 7%

€ 619 tot € 663 € 663 tot € 737 € 737 tot € 850 € 850 tot € 950

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

€ 950 of meer

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Senioren wonen vooral in koop twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen In de gemeente Haaksbergen zijn er 76 respondenten die behoren tot de doelgroep ‘senioren’ die een verhuiswens hebben (28% van deze doelgroep). Circa 38% van deze doelgroep woont in een twee-ondereen-kapwoning en ook circa 38% woont in een vrijstaande woning. In totaal hebben zo’n 224 respondenten in de middengroep (38% van deze doelgroep) aangegeven op zoek te zijn naar een andere woning. Van hen zoekt 25% (56 respondenten) een vrijstaande woning en 18% (40 respondenten) een twee-onder-eenkapwoning. Dit sluit grotendeels aan bij de woningen die de senioren huishoudens zouden verlaten als zij zouden verhuizen. Zie het volgende figuur.

31

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Figuur 38: Huidige woningen (type) van senioren met een verhuiswens (76 respondenten) 4 Rijwoning (hoek- of tussenwoning) Twee-onder-een-kapwoning 18%

38%

38%

Vrijstaande woning

1% 1% 3%

Appartement met lift Appartement zonder lift 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Recreatiewoning

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

We merken op dat niet alle huishoudens van de middengroep kunnen verhuizen naar een woning die nu bewoond wordt door senioren (omdat deze groep kleiner is), maar de middengroep kan uiteraard ook doorstromen naar een woning van iemand die ook tot de middengroep behoort (meerdere verhuisketens). Wanneer we kijken naar de eigendomsvorm van de woningen waar senioren met een verhuiswens wonen, dan zien we dat circa 82% woont in een koopwoning. De meeste huishoudens in de middengroep met een verhuiswens zijn ook op zoek naar een koopwoning (circa 78%). Deze wens komt grotendeels overeen met het eigendom van de woningen van senioren huishoudens met een verhuiswens. Figuur 39: Huidige woningen (eigendom) van senioren met een verhuiswens (76 respondenten) Koopwoning 82%

0%

20%

12%

40%

60%

80%

7%

Huurwoning van een corporatie (Domijn)

100%

Huurwoning van een commerciële of particuliere verhuurder

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Groot deel van deze koop- en huurwoningen lijken betaalbaar voor de middengroep Wanneer we kijken naar de geschatte waarde van de huidige koopwoning van respondenten uit de senioren doelgroep met een verhuiswens, dan zien we dat ongeveer een kwart van de woningen minder dan € 225.000 waard is. In dit prijssegment heeft ongeveer 18% van de huishoudens in de middengroep met een verhuiswens en voorkeur voor een koopwoning interesse (30 respondenten). Daarnaast heeft circa 62% van de woningen van senioren huishoudens met een verhuiswens een waarde tussen € 225.000 en € 425.000. In deze prijsklasse heeft 60% van de middengroep met een verhuiswens en voorkeur voor een koopwoning interesse. Figuur 40: Geschatte waarde van huidige koopwoning van senioren met een verhuiswens (60 respondenten) Minder dan € 175.000 € 175.000 - € 225.000 3%

22%

40%

22%

13%

€ 225.000 - € 300.000 € 300.000 - € 425.000

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Meer dan € 425.000

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Een recreatiewoning heeft doorgaans geen permanente woonbestemming. Het komt voor dat permanente bewoning van een recreatiewoning gedoogd wordt.

4

32

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Wanneer we kijken naar de maandelijkse huurprijs van de huidige huurwoning van senioren respondenten met een verhuiswens, dan valt op dat de helft een maandhuur betaald tot € 433. Geen huishoudens in de middengroep met een verhuiswens en voorkeur voor een huurwoning hebben voorkeur voor huurprijs minder dan € 433. Circa 14% van de huurwoningen van senioren huishoudens met een verhuiswens heeft een huurprijs van meer dan € 737 per maand (vrije sectorhuur), circa 12% van de middengroep met een verhuiswens en voorkeur voor een huurwoning heeft voorkeur voor een woning met een huurprijs boven € 737 per maand. Figuur 41: Huurprijs van huidige huurwoning van senioren met een verhuiswens (14 respondenten) Minder dan € 433 € 433 tot € 619 50%

7%

21%

7%

7%

7% 0%

€ 619 tot € 663 € 663 tot € 737 € 737 tot € 850 € 850 tot € 950

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

€ 950 of meer

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

6.6 Duurzaamheidsmaatregelen: er is interesse in verduurzaming woningvoorraad In deze paragraaf bieden we inzicht in enkele vragen omtrent duurzaamheidsmaatregelen. Respondenten met een verhuiswens en voorkeur voor een koopwoning is tevens gevraagd of ze bovenop de aankoopprijs nog extra zouden willen investeren voor een lager energieverbruik in de woning. Ongeveer driekwart van de respondenten (74%, 202 respondenten) geeft aan te willen investeren in de woning voor een lager energieverbruik. Hiervan geven 110 respondenten aan meer dan € 5.000 te willen investeren in de woning voor een lager energie verbruik. De overige 92 respondenten wil minder dan € 5.000 investeren. Zo’n 7% (19 respondenten) geeft aan niet te willen investeren in de woning voor een lager energie verbruik en circa 19% (53 respondenten) weet het nog niet of heeft geen antwoord gegeven. Relatief veel bereidheid voor extra duurzaamheidsinvesteringen in de toekomstige woning Veel respondenten geven aan te willen investeren in dubbelglas (95%), dak- en spouwmuurisolatie (89%) en vloerisolatie (87%). Circa 71% van de respondenten geeft aan te willen investeren in zonnepanelen. Hoe ingrijpender of duurde de maatregel is, hoe minder bereidheid er is onder respondenten om deze uit te voeren.

Zo wil minder dan 40% van de respondenten een warmtepomp installeren, de meest kostbare maatregel en onzeker wat het (financiële) rendement is. Figuur 42: Welke maatregelen voor een lager energieverbruik wilt u treffen? (274 respondenten) Dubbelglas Warmtepomp

Ja

Zonnepanelen

Neutraal

Vloerisolatie

Nee

Dak- / spouwmuurisolatie 0%

10%

20%

30%

40%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

50%

60%

70%

80%

90%

100%

33

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Bijna twee derde van respondenten kiest voor verduurzaming vanwege lagere energierekening De meerderheid van de respondenten die zou willen investeren in duurzaamheid doet dit primair vanuit de financiële voordelen op de langere termijn. De overige respondenten geven aan dit voornamelijk te doen vanuit een duurzaamheidsoogpunt en het terugdringen van de klimaatverandering. Figuur 43: Belangrijkste drijfveer om energieverbruik te verminderen (274 respondenten)

65%

Lagere energierekening

35%

Terugdringen klimaatverandering 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

6.7 Specifieke woonvormen: voornamelijk interesse in CO en CPO In deze paragraaf geven we inzicht in specifieke woonvormen van respondenten met een verhuiswens. De respondenten zijn gevraagd aan te geven of ze zouden kiezen deze specifieke woningtypen. Een ruime meerderheid (circa 57%, 155 respondenten) geeft aan te kiezen voor een individuele zelfbouwwoning (CO), en circa 14% van de respondenten staat neutraal tegenover deze woonvorm. Ook staan respondenten relatief positief tegenover collectieve zelfbouwwoningen (circa 40% ziet zich hier wonen, 109 respondenten). Figuur 44: Ziet u zichzelf voor een van deze specifieke woningtypen kiezen? (274 respondenten) 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Tinyhouse Groepswoning

Ja

Woning met kantoor aan huis

Neutraal

Individuele zelfbouwwoning (CO)

Nee

Collectieve zelfbouwwoning (CPO) Kangoeroe- / mantelzorgwoning Knarrenhofje/generatiehofje Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Kijken we specifiek naar voorkeuren voor specifieke woonvormen van de verschillende doelgroepen dan vallen een aantal zaken op. Circa 75% van de starters/thuiswonenden staat positief of neutraal tegenover een individuele zelfbouwwoning (CO). Daarnaast staat ruim 60% van de starters/thuiswonenden positief of neutraal tegenover een collectieve zelfbouwwoning (CPO). Ook bij de middengroep zijn deze twee woonvormen in trek. Van de senioren geeft zo’n 50% (19 respondenten) aan te kiezen voor een knarrenhofje/generatiehofje. Tabel 8: Ziet u zichzelf voor een van deze specifieke woningtypen kiezen? (274 respondenten) – per doelgroep Starters/thuiswonenden (62 respondenten) Ja

Tinyhouse Groepswoning Woning met kantoor aan huis Individuele zelfbouwwoning (CO) Collectieve zelfbouwwoning (CPO) Kangoeroe- / mantelzorgwoning Knarrenhofje/generatiehofje

11% 0% 23% 60% 42% 5% n.v.t

Neutraal

11% 5% 27% 15% 19% 18% n.v.t

Nee

77% 95% 50% 26% 39% 77% n.v.t

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Middengroep (174 respondenten) Ja

11% 5% 25% 57% 40% 7% 19%

Neutraal

5% 6% 21% 14% 20% 17% 18%

Senioren (38 respondenten)

Nee

83% 89% 54% 28% 40% 76% 63%

Ja

5% 3% 0% 47% 37% 13% 50%

Neutraal

11% 18% 13% 11% 18% 16% 24%

Nee

84% 79% 87% 42% 45% 71% 26%

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

34

7 Woningbehoefte tot 2030 op basis van het doorstroommodel In het voorgaande hoofdstuk is op basis van de enquête onder de inwoners van Haaksbergen de woningbehoefte op de korte termijn in kaart gebracht. Om voor de langere termijn uitspraken te kunnen doen zal in dit hoofdstuk op basis van de prognose van de Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018 en het Stec-doorstroommodel een verwachting worden gegeven voor de periode tot 2030. In dit doorstroommodel worden de verschillende prognoses gecombineerd om over een langere termijn uitspraken te kunnen doen. Het resultaat van het model is een jaar op jaar woningopgave voor Haaksbergen. We confronteren vervolgens de woningbehoefte tot 2030 met de plancapaciteit.

UITLEG STEC-DOORSTROOMMODEL Het doorstroommodel is een methode om de opgave in de woningmarkt te benaderen. Het is een dynamisch en vraag gestuurd model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. De bestaande voorraad, het verhuisgedrag (op basis van leeftijd en omvang huishouden) en demografische ontwikkelingen liggen hieraan ten grondslag. Het model simuleert de jaarlijkse in- en uitgaande verhuizingen op basis van verhuis- en woonwensen (WoON 2015 & WoON 2018). Zo ontstaat een vraag-aanbodconfrontatie die per saldo een jaarlijkse opgave oplevert. Door de simulatie in het model kan de jaar op jaar opgave sterk fluctueren. We adviseren bij grote fluctuaties uit te gaan van de gemiddelde jaarlijkse opgave over een langere periode om zo de pieken te scheren. Het doorstroommodel is een theoretische benadering. De uitkomsten moeten als indicatief worden beschouwd. Het is een ideaalscenario op basis van verhuis- en woonwensen en volledige keuzevrijheid. De woningmarkt is een aanbodmarkt, waardoor huishoudens in de praktijk ander gedrag kunnen vertonen dan op basis van hun woonwensen kan worden verwacht. Daarnaast houdt het model geen rekening met het effect van scheefwonen. Ook de neemt de betrouwbaarheid van demografische prognoses af naarmate we verder vooruit kijken.

Figuren 45 en 46 weergeven op basis van het doorstroommodel de jaar op jaar ontwikkeling van de woningbehoefte, uitgesplitst naar woningtype en segment. Optelling van alle staafjes in de grafiek resulteert in de cumulatieve opgave voor dit type woning in de periode 2020-2029 (figuur 49). Op langere termijn neemt naar verwachting de behoefte aan grondgebonden koopwoningen af De komende 10 jaar schommelt de jaarlijkse nieuwbouwvraag naar grondgebonden woningen in Haaksbergen flink. Tot 2023 is er behoefte aan circa 75 grondgebonden koopwoningen. Na 2023 slaat deze vraag om in een theoretisch overschot van circa 155 grondgebonden koopwoningen tot 2030. Er is in de gemeente Haaksbergen geen behoefte aan grondgebonden huurwoningen tussen 2020 en 2030. De verwachting is dat er een theoretisch overschot ontstaat aan circa 255 grondgebonden sociale huurwoningen en circa 30 grondgebonden woningen in de vrije sector huur.

35

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Figuur 45: Additionele behoefte grondgebonden woningen over de periode 2020-2029 uitgesplitst naar eigendomsvorm op basis van het doorstroommodel

Grondgebonden woningen

50 30 10

Sociale huur

-10

Vrijesectorhuur

-30

Koop

-50 2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020).

De jaarlijkse nieuwbouwvraag naar levensloopbestendige woningen is relatief stabiel In 2020 is de toevoegingsvraag geraamd op circa 40 levensloopbestendige woningen. Tussen 2021 en 2029 schommelt de jaarlijkse geraamde toevoegingsvraag tussen de 55 en 65 levensloopbestendige woningen. In totaal ramen we de additionele behoefte aan levensloopbestendige woningen op circa 595 woningen tot 2030. Iets meer dan de helft van deze woningen, circa 305 woningen, zijn in het koopsegment. Daarnaast ramen we circa 185 levensloopbestendige woningen in het vrijesectorhuursegment en circa 105 woningen in het sociale huursegment. Figuur 46: Additionele behoefte levensloopbestendige woningen over de periode 2020-2029 uitgesplitst naar eigendomsvorm op basis van het doorstroommodel

Levensloopbestendige woningen 50 30 10 -10 -30 -50

Sociale huur Vrijesectorhuur Koop 2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020).

Totale uitbreidingsbehoefte Haaksbergen: circa 230 woningen tot 2030 De prognose gecombineerd geeft voor de periode 2020 tot 2025 een totale uitbreidingsbehoefte van circa 285 levensloopbestendige woningen en een theoretisch overschot van circa 115 grondgebonden woningen. Zowel bij grondgebonden woningen als bij levensloopbestendige woningen is de behoefte aan koopwoningen het grootst. Figuur 47: Opgave voor de periode 2020-2024 uitgesplitst naar type en eigendomsvorm op basis van het doorstroommodel

Opgave 2020-2024 Levensloopb Grondgebon estendig den

-200 Sociale huur Vrijesectorhuur

-150

-100

-50

0

50

Sociale huur Koop

150

200

-160 -15

Koop Vrijesectorhuur

100

60 20 100 165

Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020). Door afronding kan optelling afwijken

36

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

De uitbreidingsbehoefte voor de periode 2025 tot 2030 bestaat uit circa 310 levensloopbestendige woningen en een theoretisch overschot van circa 250 grondgebonden woningen. In deze periode ontstaat een theoretisch overschot aan circa 140 grondgebonden koopwoningen ten opzicht van een behoefte aan circa 60 grondgebonden koopwoningen in de periode 2020 tot 2025. Figuur 48: Opgave voor de periode 2025-2029 uitgesplitst naar type en eigendomsvorm op basis van het doorstroommodel

Opgave 2025-2029 Levensloop Grondgebo bestendig nden

-200

-150

Sociale huur

-100

-50

-

50

100

150

200

-95

Vrijesectorhuur

-15

Koop

-140

Sociale huur

85

Vrijesectorhuur

85

Koop

140

Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020). Door afronding kan optelling afwijken

De totale opgave tot 2030 is uitgezet in onderstaand figuur. Op basis van het doorstroommodel zal de totale opgave tot 2030 uitkomen op zo’n 595 levensloopbestendige woningen. Ook ontstaat er een theoretisch overschot aan circa 370 grondgebonden woningen. In totaal is er in de periode 2020 tot 2030 behoefte aan circa 230 woningen. Figuur 49: Opgave voor de periode 2020-2029 uitgesplitst naar type en eigendomsvorm op basis van het doorstroommodel

Opgave 2020-2029 Levensloop Grondgebo bestendig nden

-300 Sociale huur

-200

-100

Sociale huur Vrijesectorhuur Koop

100

200

300

400

-255

Vrijesectorhuur Koop

-30

-85 105 185 305

Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020). Door afronding kan optelling afwijken

Om in de vraag naar nieuwe woningen te kunnen voorzien is de nieuwbouw van woningen noodzakelijk. Ook kan de behoefte aan bepaalde type woningen voor een deel worden opgevangen door aanpassingen in de bestaande woningvoorraad. De bestaande woningvoorraad en de nieuwbouw zijn daarbij communicerende vaten: aanpassing van één niet levensloopbestendige woning in de bestaande voorraad zodat deze levensloopbestendige bewoond kan worden maakt het in theorie mogelijk om elders één nietlevensloopbestendige woning toe te voegen in de nieuwbouw. Het gaat daarbij om de afweging om de juiste woningen op de daarvoor meest passende plek aan te kunnen bieden. Deze keuze heeft niet alleen effect op de grondexploitatie maar zal ook sterk de WMO budgetten beïnvloeden, zie onderstaand tekstkader.

37

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

AFWEGING LEVENSLOOPBESTENDIGE WONINGEN / BUDGET WMO Het aanpasbaar maken van bestaande woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking kan door een traplift aan te brengen, sanitaire aanpassingen te doen of een lager aanrechtblad aan te brengen. Dit zijn kosten voor de gemeente (WMO budget). Levensloopbestendige nieuwbouwwoningen (in groepsverband) zijn ingericht op zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dit gaat eenzaamheid tegen (wat zorgkosten bespaart) en bespaart mogelijk WMO kosten. Daarnaast bevordert nieuwbouw de doorstroming in de woningmarkt, een maatschappelijk wenselijk effect. Levensloopbestendige nieuwbouw heeft aan de andere kant ook nadelen als het gaat om de grondexploitatie. Alhoewel een levensloopgeschikte woning per vierkante meter vaak een hogere VONopbrengst heeft, is de grondopbrengst toch vaak lager dan bij een reguliere woning. Bijvoorbeeld omdat de bruto/netto-verhouding in het vloeroppervlak ongunstiger is of omdat de bouwkosten hoger liggen. Per situatie verschilt dit sterk. Per project is de vergelijking tussen de besparing op de WMO-kosten versus de mogelijk lagere grondopbrengsten wezenlijk. Dit vraagt om maatwerk per project. Bron: TNO (2019), Stec Groep (2021).

Indicatieve uitbreidingsbehoefte tot 2030 op wijkniveau Op basis van de huishoudensontwikkeling op kernniveau (op basis van Primos 2020) maken we een inschatting van de additionele kwantitatieve woningbehoefte op wijkniveau. Dit doen we voor de kernen Haaksbergen (inclusief buitengebied), Sint Isidorushoeve en Buurse, zie onderstaande tabel. Het overgrote deel van de additionele woningbehoefte landt in Haaksbergen (kern + buitengebied). We zien op niveau van Sint Isidorushoeve en Buurse slechts een beperkte additionele woningbehoefte. Tabel 9: Verdeling woningbehoefte 2020-2030 op basis van huishoudensontwikkeling op wijkniveau

Haaksbergen (kern + buitengebied) Sint Isidorushoeve Buurse Totaal (gemeente)

Huishoudens 2020

Huishoudens 2029

% van totale behoefte

9.415

uitbreidingsbehoefte 20202030 215

9.200 445 645 10.290

470 635 10.520

25 -10 230

6% 0% 100%

94%

Bron: Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020). Afronding op 5-tallen, hierdoor kunnen optellingen afwijken.

Ontbreken geschikt woningaanbod dwingt huishoudens concessies te doen in woonvoorkeuren Het Stec-doorstroommodel is zoals genoemd een dynamisch en vraag gestuurd model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. Huishoudens geven in hun woonwensen de voorkeur aan een woning die past bij hun inkomen. Wanneer dit aanbod ontbreekt, moeten huishoudens uitwijken naar andere woningen (‘second best’). Hierbij moeten huishoudens vaak concessies doen in hun woonvoorkeuren. Om de alternatieve wooninvulling van huishoudens in de gemeente Haaksbergen in beeld te brengen, toetsen we het doorstroommodel aan de gerealiseerde verhuisbewegingen. Figuur 49 laat de woningbehoefte op basis van primaire woonvoorkeuren en gerealiseerde verhuisbewegingen zien.

38

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Figuur 50: Woningbehoefte gemeente Haaksbergen 2020-2030, op basis van primaire woonvoorkeur en gerealiseerde verhuisbewegingen

Levensloopbestendig

Grondgebonden

-300 SH GGB

-200

-255

-100

100

200

300

400

-175 -30

VSH GGB KOOP GGB

0

-215

0

-85

SH APP/NULT.

105

250 185

VSH APP/NULT. KOOP APP/NULT.

Op basis van primaire woonvoorkeur

225

150

305

Op basis van gerealiseerde verhuisbewegingen

Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020). Door afronding kan optelling afwijken

Vraag naar (sociale) huur neemt toe door ontbreken betaalbaar aanbod in huidige woningmarkt We zien voornamelijk verschillen in het sociale huur segment en in het koopsegment. Op basis van de primaire woonvoorkeur verwachten we een theoretische overschot van sociale huurwoningen (grondgebonden en levensloopbestendige woningen) van circa 150 woningen. Op basis van de gerealiseerde verhuisbewegingen verwachten juist een behoefte aan 75 sociale huurwoningen (levensloopbestendige woningen). Voor de koopsector verwachten we juist op basis van de primaire woonvoorkeuren een behoefte aan 220 koopwoningen en op basis van de gerealiseerde verhuisbewegingen een theoretisch overschot van 65 koopwoningen. Hieruit blijkt dus dat huishoudens met voorkeuren voor koopwoningen maar geen passend aanbod vinden, uitwijken naar sociale huurwoningen. Voornamelijk de jongere huishoudens (tot 35 jaar) zullen eerder concessies doen op hun woonvoorkeur. Daarbij landen zij vaker in een (sociale) huurappartement, terwijl hun voorkeur in eerst instantie uitgaat naar een grondgebonden koopwoning.

IMPACT CORONACRISIS OP WONINGMARKT Gedurende het opstellen van het behoefteonderzoek heeft het coronavirus steeds meer impact gekregen. Het effect van het virus op de woningmarkt en de woningbehoefte in Haaksbergen is daarom niet meegenomen in de uitkomsten van dit onderzoek. Wel schetsen we kort een beeld van hoe het coronavirus op korte, middellange en langere termijn de woningbehoefte kan beïnvloeden: Korte termijn (<2 jaar) – Op korte termijn neemt het aanbod in de koopmarkt toe, omdat huishoudens op de piek van de markt hun woning willen verkopen. Gelijktijdig stelt een deel van de woningzoekenden de zoektocht naar een andere koopwoning uit. Met het dalen van consumentenvertrouwen neemt de vraag naar koopwoningen af, vooral in het dure segment. Door terugtrekkende beweging van arbeidsmigranten en expats minder druk op het vrijehuursegment. Middellange termijn (2 tot 5 jaar) – Huishoudens blijven in de huidige woning zitten of wijken tijdelijk uit naar een huurwoning. Hierdoor stokt de doorstroming, in afwachting van een stabiliserende markt. Bij grotere economische terugval en afnemende baangarantie zal de populariteit van het huren van een woning (in het sociale segment) toenemen. Lange termijn (>5 jaar) – Met het vooruitzicht dat de woningmarkt zal herstellen trekt ook de vraag naar koopwoningen weer aan.

Effect op demografische ontwikkeling resulteert mogelijk in vraaguitval op langere termijn. We adviseren om de daadwerkelijke effecten en gevolgen voor de woningbehoefte in Haaksbergen goed te monitoren. Bron: Stec Groep (2021)

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

39

7.1 Confrontatie woningvraag tot 2030 en plancapaciteit In deze paragraaf zetten we de nieuwbouwprogrammering af tegen de verwachten huishoudensgroei. Het geeft een indicatie van het tekort of overschot aan plannen binnen de gemeente. In de voorgaande paragrafen is op basis van de Primos-prognose 2020 vastgesteld dat het aantal huishoudens tot 2030 toe zal nemen tot circa 10.335 huishoudens. Daarmee is de totale additionele woningvraag voor de periode 2020-2030 vastgesteld op 230 woningen. Op basis van de actuele planlijst van de gemeente Haaksbergen 5 is er plancapaciteit voor de toevoeging van circa 463 woningen. Hierbij gaat het om 152 woningen in harde plannen en 410 woningen in zachte plannen. Daarnaast worden er circa 99 woningen gesloopt. Op basis hiervan zien we een mogelijk planoverschot van 233 woningen tot 2030, zie onderstaand figuur. Figuur 51: Berekening woningbehoefte tot 2030

Bron: Stec Groep (2021), op basis van Primos 2020 en gemeente Haaksbergen (2021)

Regionale ambitie om 20.000 tot 22.000 woningen toe te voegen tot 2030 De gemeente Haaksbergen maakt samen met andere Twentse gemeenten periodieke afspraken over de woningbouwprogrammering. In de nieuwe Regionale Woonagenda Twente (2021-2025) zijn de regionale afspraken voor de periode 2021 – 2025 vastgelegd. Hierin is onder andere opgenomen dat de regiogemeenten inzetten op het vergroten van het aanbod om de provinciale woningnood op te lossen en te sturen op kwaliteit. Tot 2030 ambieert de regio Twente om circa 20.000 tot 22.000 woningen toe te voegen. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over hoe deze 20.000 tot 22.000 nieuwe woningen over de Twentse regiogemeenten verspreid worden. Er is daarom aanvullend onderzoek nodig dat inzicht moet geven in hoeverre woningbouwplannen in Haaksbergen kunnen voorzien in de regionale woningbehoefte en wat dit kan betekenen voor de additionele woningbehoefte en het planaanbod tot 2030.

5

Peildatum: maart 2021.

40

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

8 Wonen en zorg In de gemeente Haaksbergen groeit het aantal oudere (75-plus)huishoudens de komende jaren flink: een inschatting die relatief zeker is. Het gaat om zo’n 720 huishoudens tot 2030. Op basis van deze verwachte ontwikkeling is dan ook een groeiende vraag naar geschikte levensloopbestendige woningen te verwachten vanuit de groep 75-plushuishoudens. Een deel van die extra vraag komt tot uiting in de groeiende vraag naar extramurale (somatische) zorgvragers de komende tien jaar. Extramuralisering zorgt voor toegenomen vraag aan zelfstandige (levensloopbestendige) woonruimte Om de zorg betaalbaar te houden, meer te laten aansluiten op de specifieke persoonlijke situatie en mensen langer thuis te kunnen laten wonen, is in de afgelopen jaren het scheiden van wonen en zorg ingevoerd. Dit wordt extramuralisering genoemd. 6 Concreet betekent de extramuralisering dat cliënten in de relatieve lagere zorgcategorieën niet langer intramuraal (zorg met verblijf in een instelling) wonen, maar in een zelfstandige woonruimte wonen en daar zorg ontvangen (extramuraal). 7 Zowel in het huursegment als in het koopsegment vraagt de vergrijzing en extramuralisering om geschikte (passende en betaalbare) woningen, of woningen die aangepast kunnen worden om aan de zorgbehoefte te kunnen voldoen: we spreken dan van levensloopbestendige woningen.

Levensloopbestendige woningen zijn appartementen (met lift) of levensloopbestendige grondgebonden woningen. Levensloopbestendige grondgebonden woningen zijn idealiter nultreden. Brede deurposten, geen drempels en gemakkelijk toe te voegen ruimtes, zoals een slaapkamer en badkamer op de begane grond maken de woning geschikt voor ouderen. Aandeel oudere huishoudens neemt de komende tien jaar toe: circa 720 extra 75-plushuishoudens Om een goed beeld te krijgen van de extramurale zorggebruikers in de gemeente kijken we naar de verhouding tussen leeftijdsgroepen en het huidige zorggebruik naar type zorg. Uit onderstaande tabel blijkt dat het aandeel 75-plushuishoudens in 2020 met circa 1.765 huishoudens op zo’n 17% ligt. In 2030 is dit aantal toegenomen tot circa 2.490 huishoudens. Het aandeel 75-plushuishoudens neemt toe tot circa 24% van het totaal aantal huishoudens in de gemeente, hierin is de vergrijzing wederom goed terug te zien. Tabel 10: Aandeel reguliere huishoudens naar leeftijdsklasse in gemeente Haaksbergen (2020 en 2030) Leeftijdsgroep 15-25 jaar 25-35 jaar 35-45 jaar 45-55 jaar 55-65 jaar 65-75 jaar 75-85 jaar 85-plus jaar Totaal

Huishoudens 2020 125 990 1.345 2.075 2.040 1.950 1.350 415 10.290

Aandeel 2020 1% 10% 13% 20% 20% 19% 13% 4% 100%

Huishoudens 2030 90 1.010 1.410 1.485 2.085 1.970 1.855 635 10.535

Aandeel 2030 1% 10% 13% 14% 20% 19% 18% 6% 100%

Ontwikkeling 2020-2030 -35 20 65 -590 45 20 505 220 245

Bron: Primos (2020), bewerking Stec Groep (2020). Aantallen zijn afgerond op 5-tallen. Hierdoor kunnen optellingen afwijken.

Let wel: het is belangrijk om er rekening mee te houden, dat de totale extramurale zorgvraag in de gemeente Haaksbergen de komende tien jaar vrijwel uitsluitend groeit door de toename van het aantal senioren van 75 jaar en ouder. Daardoor moet dit thema ‘wonen met zorg’ worden gezien als onderdeel van het grotere plaatje van vergrijzing en levensloopbestendig wonen.

Daar waar wonen en zorg eerst samen werden vergoed vanuit de Algemene Wet Bijzondere Zorg (AWBZ) zijn wonen en zorg nu losgekoppeld. De cliënt betaalt zelf voor de huur- of koopwoning en de zorg wordt, afhankelijk van de situatie, gefinancierd via de Zorgverzekeringswet (ZVW), Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) of Wet langdurige zorg (ter vervangen van de oude AWBZ). 7 De zorgzwaartepakketten (zzp’s, uit de oude ABWZ) 1 en 2 zijn voor alle typen zorg inmiddels geëxtramuraliseerd. Voor de VG-sector (verstandelijke gehandicapten) is ook zzp 3 deels extramuraal gemaakt en voor de V&V-sector (verpleging en verzorging) zzp 3 helemaal en zzp 4 deels. 6

41

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

INDICATIE TOEKOMSTIG ZORGGEBRUIK (INTRA- EN EXTRAMURAAL) Om het toekomstig aantal zorgbehoevenden in beeld te brengen combineren we de huidige verdeling van zorgtypen (somatisch, psychogeriatrisch, verstandelijke gehandicapt, et cetera) per leeftijdsgroep met de ontwikkeling van de zorgbehoevende bevolking per leeftijdsklasse op basis van huishoudensprognose Primos 2020. We gaan hierbij uit van een gelijkblijvend aandeel zorgindicaties per type per leeftijdsklasse. We baseren ons op zorgindicaties uit 2018 die we extrapoleren met behulp van de huishoudensprognose Primos 2020. Hierdoor is de intramurale zorgopgave beter in te schatten dan de extramurale zorgopgave. Er zijn verschillende trends ingezet zoals de afbouw van zorg- en verpleegcentra, de hervorming van de intramurale geestelijke gezondheidszorg, de ambulantisering van de GGZ en de ambulantisering van beschermd wonen. De gevolgen hiervan zijn moelijker uit te drukken in prognoses. Zo geeft het geen inzicht in de extra indicaties voor zoals: ambulantisering van beschermd wonen, extramuralisering van de psychogeriatrische intramurale zorg. In de praktijk valt het toekomstig aantal extramurale zorgbehoevenden mogelijk nog hoger uit dan nu geraamd. Toenemende vraag naar ondersteuning en zorg vanuit de Wmo In de gemeente Haaksbergen zijn er in 2020 naar schatting 1.545 personen die ondersteuning vanuit de Wmo ontvangen.

In 2030 zijn dit er naar schatting circa 1.880, een stijging van zo’n 22%. Het overgrote deel van de inwoners dat gebruik maakt van de Wmo maakt daarbij gebruik van hulpmiddelen en diensten en hulp bij het huishouden. Zie tabel A2 in bijlage 4 voor een specificatie van de indeling in hoofdgroepen en de verschillende voorzieningen binnen de Wmo indeling. Figuur 52: Ontwikkeling aantal personen met extramurale zorgbehoefte in Haaksbergen tussen 2020 en 2030, uitgesplitst naar Wmo voorziening (2020: 1.545 personen en 2030: 1.880 personen)

2020 15%

52%

30%

3%

2030 Ondersteuning thuis (293) Hulp bij het huishouden (591) Verblijf en opvang (50) Hulpmiddelen en diensten (1009)

13%

53%

Ondersteuning thuis (316) Hulp bij het huishouden (769)

32%

2%

Verblijf en opvang (49) Hulpmiddelen en diensten (1258)

Bron: Wmo-clienten en type voorziening 2019 (cbs), Primos 2020 (ABF), bewerking Stec Groep (2020). Omdat één persoon aanspraak kan maken op meerdere voorzieningen kunnen optellingen verschillen.

Met de toename van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder neemt ook de vraag naar ondersteuning en zorg toe. In 2020 zijn er circa 970 inwoners van 65 jaar en ouder die in Haaksbergen gebruik maken van de Wmo. Anno 2020 is circa 63% van de inwoners met ondersteuning vanuit de Wmo 65 jaar of ouder. In 2030 zullen er (uitgaande van ongewijzigd beleid) naar verwachting circa 1.340 inwoners van 65 jaar en ouder gebruik maken van de Wmo, waardoor hun aandeel op het totaal van alle Wmo gebruikers groeit naar 71%. Oudere huishoudens maken daarbij verhoudingsgewijs vaker aanspraak op hulpmiddelen en diensten, waaronder ook dagbesteding. Zie ook de indeling in tabel A2 in bijlage 4.

42

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Figuur 53: Ontwikkeling aantal personen met extramurale zorgbehoefte van 65 jaar en ouder in Haaksbergen tussen 2020 en 2030, uitgesplitst naar Wmo voorziening (2020: 970 personen en 2030: 1.340 personen)

2030

2020 Ondersteuning thuis (116) Hulp bij het huishouden (479) Verblijf en opvang (9)

9%

36%

54%

Ondersteuning thuis (150) Hulp bij het huishouden (670) Verblijf en opvang (9)

8%

37%

54%

Hulpmiddelen en diensten (980)

Hulpmiddelen en diensten (704)

1%

1%

Bron: Wmo-clienten en type voorziening 2019 (cbs), Primos 2020 (ABF), bewerking Stec Groep (2020). Omdat één persoon aanspraak kan maken op meerdere voorzieningen kunnen optellingen verschillen.

Groeiende behoefte intramurale ondersteuning en zorg Ook het aantal inwoners in Haaksbergen dat intramurale zorg in een instelling ontvangt zal de komende 10 jaar naar verwachting toenemen. Waar in 2020 nog circa 345 inwoners intramurale zorg ontvangen zullen er dat in 2030 naar verwachting 415 zijn, een stijging van circa 19%. Figuur 54: Ontwikkeling intramurale zorgbehoefte Haaksbergen tussen 2020 en 2030, uitgesplitst naar Wlz-voorziening

1,0%

31,1%

2020 22,6%

1,0%

Somatisch (78) Psychogeriatrisch (124)

21,1%

33,8%

Psychiatrisch (4) Lichamelijk gehandicapt (29)

35,8% 8,5% 1,2%

Verstandelijk gehandicapt (108) Zintuiglijk gehandicapt (3)

2030 Somatisch (87)

33,3% 9,4%

1,3%

Psychogeriatrisch (138) Psychiatrisch (5) Lichamelijk gehandicapt (39) Verstandelijk gehandicapt (140) Zintuiglijk gehandicapt (4)

Tabel 11: Ontwikkeling intramurale zorgbehoefte Haaksbergen tussen 2020 en 2030, uitgesplitst naar leeftijden leeftijd intramurale bevolking intramuraal 0-15 intramuraal 15-25 intramuraal 25-35 intramuraal 35-45 intramuraal 45-55 intramuraal 55-65 intramuraal 65-75 intramuraal 75-85 intramuraal 85+ Totaal

Aantal 2020 10 10 20 20 35 25 25 70 130 345

Aandeel 2020 in % 3% 3% 6% 6% 10% 7% 7% 20% 38% 100%

Aantal 2030 5 15 25 35 30 45 60 70 130 415

Aandeel 2030 in % 1% 4% 6% 8% 7% 11% 14% 17% 31% 100%

Bron: Wlz-cliënten naar intramurale zorgbehoefte en leeftijd (CBS), Primos 2020, bewerking Stec Groep (2020).

Naast de doorzettende vergrijzing heeft de gemeente Haaksbergen de komende jaren dus ook te maken met een groeiend aantal zorgbehoevenden. Ook bij doelgroepen met een lichte zorgvraag, zoals mensen met een (verstandelijke) beperking en mindervaliden ligt de focus op extramuralisering. Ook zij blijven langer zelfstandig thuis wonen. Dit brengt nieuwe vormen van samenwonen en samenleven met zich mee.

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

43

Bijlagen Bijlage 1: Begrippenlijst Doorstroommodel – het doorstroommodel van Stec Groep is een methode om de opgave in de woningmarkt te benaderen. Het is een dynamisch en vraaggestuurd model dat jaarlijks de vraag en het aanbod van woningen tegen elkaar afzet. Flexwoning - een tijdelijke zelfstandige woning voor minder dan zes maanden. Huishoudensverdunning – afname van de gemiddelde grootte van huishoudens. Als gevolg hiervan ontwikkelt het aantal huishoudens zich sneller dan het aantal inwoners. Kangoeroe- / mantelzorgwoning - twee zelfstandige woningen die onderling verbonden zijn door een trap of een tussendeur, waarvan een van de woningen voor de mantelzorger(s) is en de andere woning voor de personen die mantelzorg nodig hebben, zoals (groot)ouders of een gehandicapt kind. Levensloopbestendige woning - u kunt hier blijven wonen, ook als u zorgbehoevend bent. Kenmerken zijn gelijkvloers, brede deurposten, geen drempels, slaapkamer en badkamer (eventueel) beneden. Nultredenwoning – in een nultredenwoning zijn woonkamer, keuken, sanitaire groep en minimaal één slaapkamer zonder traplopen bereikbaar. Dit kan een grondgebonden woning en een appartement zijn. Patiowoning - een woning met één woonlaag en een omsloten binnentuin (patio) In een zorgwoning of aanleunwoning woont u zelfstandig, gelijkvloers en ontvangt u zorg aan huis.

Ontgroening – het afnemen van het aandeel jongeren in de bevolking. Ontgroening is een relatieve maat en ziet niets over de absolute daling van de doelgroep jongeren. Sociale huursector – de totale voorraad huurwoningen in bezit van woningcorporaties. Vergrijzing – de ontwikkeling waarbij het aandeel ouderen op de totale bevolking toeneemt. Dit is een relatieve maat en zegt niets over de absolute groep van de doelgroep ouderen. Vertrekkende personen – personen die vanuit de gemeente Haaksbergen verhuizen en zich vestigen in een andere gemeente in Nederland. Vestigende personen – personen die vanuit een andere gemeente in Nederland verhuizen en zich vestigen in de gemeente Haaksbergen

44

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Bijlage 2: Doorkijk naar 2040 Bevolking- en huishoudensontwikkeling tot 2040 Dit woonbehoefteonderzoek richt zich op de komende tien jaar, tot 2030. We geven daarnaast een doorkijk naar 2040. We zien dat het aantal huishoudens in de gemeente Haaksbergen tot 2035 licht blijft groeien en vanaf 2035 daalt het aantal huishoudens in de gemeente Haaksbergen. De afgelopen tien jaar zagen we al een afname van het aantal inwoners in de gemeente, deze trend zet eveneens door tot 2040. Figuur A1: Bevolkingsontwikkeling (linker as) en huishoudensontwikkeling (rechter as) 2020 - 2040 25000

11000 10900 10800 10700 10600 10500 10400 10300 10200 10100 10000

24500 24000 23500 23000 22500 22000 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 Inwoners

Huishoudens

Bron: Primos (2020), Primos (2019), Primos (2018), bewerking Stec Groep (2020).

Wanneer we kijken naar de huishoudensontwikkeling naar leeftijd en type, dan zien we de trends tot 2030 doorzetten tot 2040. Met name het aandeel 75-plushoudens en eenpersoonshuishoudens groeit. Figuur A2: Geprognotiseerde huishoudensontwikkeling naar leeftijd en samenstelling 2020-2040

12000

12000

10000

10000

8000

8000

6000

6000

4000

4000

2000

2000

0 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 Tot 35 jaar

35 tot 45 jaar

65 tot 75 jaar

75 jaar en ouder

45 tot 65 jaar

0 2020 2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 Meerpersoon met kinderen Meerpersoons zonder kinderen Eenpersoons

Bron: Primos (2020), bewerking Stec Groep (2020).

We verwachten dat het aantal huishoudens tot 2035 zal doorgroeien tot circa 10.520 huishoudens. De groei van het aantal huishoudens wordt veroorzaakt door de groei van alleenstaanden & stellen van 65 jaar en ouder. Na 2035 zal het aantal huishoudens naar verwachting afnemen, tot circa 10.355 in 2040.

45

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Tabel A1: Huishoudensontwikkeling gemeente Haaksbergen 2020-2040 Huishoudens Huishoudens Ontwikkeling Huishoudens Ontwikkeling Huishoudens Ontwikkeling Huishoudens Ontwikkeling 2020 2024 2020-2025 2029 2020-2030 2034 2020-2035 2039 2020-2040

Doelgroep Alleenstaanden & stellen tot 35 jaar Gezinnen Alleenstaanden & stellen 35 tot 65 jaar Alleenstaanden & stellen 65+ Overig Totaal

760

825

9%

735

-3%

665

-13%

575

-24%

3.730

3.645

-2%

3.565

-4%

3.495

-6%

3.445

-8%

2.260

2.180

-4%

2.130

-6%

1.955

-13%

1.820

-19%

3.490

3.755

8%

4.025

15%

4.330

24%

4.450

28%

50 10.290

60 10.465

20% 2%

65 10.520

30% 2%

75 10.520

50% 2%

65 10.355

30% 1%

Bron: Primos (2020), bewerking Stec Groep (2020).

Woningbehoefte tot 2040 Op basis van het Stec-doorstroommodel zal de totale opgave tot 2040 uitkomen op een theoretisch overschot van circa 15 woningen. We verwachten een theoretisch overschot van grondgebonden woningen (circa 1.105 woningen) en een vraag naar levensloopbestendige woningen (circa 1.085 woningen). Figuur A3: Opgave voor de periode 2020-2039 uitgesplitst naar type en eigendomsvorm op basis van het doorstroommodel

Levensloopbesten dig Grondgebonden

-800

-600

Sociale huur

-200

-

200

400

600

-440

Vrijesectorhuur Koop

-400

-60 -605

Sociale huur

250

Vrijesectorhuur

320

Koop

515

Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020).

Figuur A4: Opgave voor de periode 2020-2039 uitgesplitst naar type en eigendomsvorm op basis van het doorstroommodel jaar-op-jaar opgave 50 -50 -100 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 Grondgebonden Sociale huur Grondgebonden Vrijesectorhuur Grondgebonden Koop Levensloopbestendig Sociale huur

Levensloopbestendig Vrijesectorhuur

Bron: Primos 2020, WoON 2015, WoON 2018, SysWov 2020, bewerking Stec Groep (2020).

Levensloopbestendig Koop

46

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Bijlage 3: Kenmerken responsgroep In totaal hebben 987 huishoudens de enquête volledig ingevuld en zijn hierdoor bruikbaar voor het onderzoek. De gemeente Haaksbergen telt in totaal circa 10.220 huishoudens dus dit is een responspercentage van circa 10%. In deze bijlage komen een aantal kenmerken van de responsgroep aan bod. Figuur A5: Verdeling responsgroep naar leeftijd (987 respondenten)

63; 6%

104; 11% tot 25 jaar

208; 21%

25 tot 35 jaar

134; 14%

35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar

113; 11%

65 tot 75 jaar 214; 22%

75 jaar en ouder 151; 15%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Figuur A6: Verdeling responsgroep naar samenstelling huishouden (987 respondenten) 4; 0% 131; 13%

Ik woon bij ouder(s) of familie (thuiswonend / inwonend) 35; 4%

295; 30% 120; 12%

Ik woon alleen, zelfstandig, met kind of kinderen Ik woon alleen, zelfstandig, zonder kind of kinderen Ik woon samen met partner zonder kind of kinderen Ik woon samen met partner, met kind of kinderen Overig

402; 41%

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

47

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Figuur A7: Verdeling responsgroep naar werksituatie (987 respondenten) Ik volg een opleiding 63; 6% Ik ben werkzaam in de gemeente Haaksbergen 273; 28%

205; 21%

Ik ben werkzaam buiten de gemeente Haaksbergen Ik ben zzp'er

41; 4%

Ik ben werkzoekend

27; 3% 16; 1%

Ik ben niet werkzaam

362; 37%

Ik ben gepensioneerd

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

Figuur A8: Verdeling responsgroep naar woonachtig in wijk/kern (987 respondenten) 38; 4% 6; 1% 33; 3%

35; 3%

66; 7%

De Veldmaat Hassinkbrink

135; 14%

't Wolferink Centrum Noordoost 128; 13%

75; 7%

Centrum Zuidwest Zienech – Wolferink De Pas

113; 11%

126; 13%

Langelo – Honesch Bedrijventerrein Industrie – West / De Greune

116; 12%

116; 12%

Buurse St. Isidorushoeve In het buitengebied van Haaksbergen

Bron: Enquête WBO Haaksbergen, bewerking Stec Groep (2021).

48

Goed wonen in Haaksbergen 20.203

Bijlage 4: Indeling Wmo-maatwerkvoorzieningen Tabel A2: Indeling Wmo-maatwerkvoorzieningen in hoofdgroepen en subcategorieën / voorzieningen Ondersteuning thuis • Begeleiding • Persoonlijke verzorging • Kortdurend Verblijf • Overige ondersteuning gericht op het individu of huishouden/gezin • Dagbesteding • Overige groepsgerichte ondersteuning • Overige maatwerkarrangementen

Hulp bij huishouden • Hulp bij het huishouden

Bron: CBS (2020), bewerking Stec Groep (2020).

Verblijf en opvang • Beschermd wonen • Opvang • Spoedopvang • Overige beschermd wonen en opvang

Hulpmiddelen en diensten • Woondiensten • Vervoersdiensten • Rolstoelen • Vervoersvoorzieningen • Woonvoorzieningen • Overige hulpmiddelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12859711/1