1. Ruimtelijke motivering BOPA flexwoningen Morgensterweg, Haaksbergen
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg
Status: Definitief
Datum: November 2025
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Ruimtelijke motivering “Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg”
Plannaam: Plantype: Status: Datum:
Ruimtelijke motivering “Haaksbergen, flexwoningen morgensterweg” Ruimtelijke motivering ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Bij reguliere procedure: Definitief November 2025
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ................................................................................................................................ 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ............................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................................. 5 EISEN AAN EEN BUITENPLANSE OMGEVINGSPLANACTIVITEIT .......................................................... 6 LEESWIJZER ............................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Inleiding............................................................................................ 4
Huidige en gewenste situatie ......................................................... 7
HUIDIGE SITUATIE........................................................................................................................ 7 GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 3 Zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden ............................................................................... 11 3.1 3.2
W ETTELIJK KADER..................................................................................................................... 11 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING .............................................................................. 11
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
Beleidskaders ................................................................................ 14
RIJKSBELEID ............................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID .............................................................................................................. 21
Hoofdstuk 5
Omgevingsveiligheid .................................................................... 25
Hoofdstuk 6
Beschermen van de waterbelangen............................................. 27
6.1 6.2 6.3
VIGEREND BELEID ..................................................................................................................... 27 W ATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PROJECTGEBIED ................................................. 28 CONCLUSIE............................................................................................................................... 28
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6
GELUID DOOR ACTIVITEITEN....................................................................................................... 29 BODEMKWALITEIT...................................................................................................................... 31 LUCHTKWALITEIT....................................................................................................................... 32 GEUR ....................................................................................................................................... 32 GEZONDHEID ............................................................................................................................ 33 DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE ...................................................................................... 34
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3
Bescherming van de natuur ......................................................... 36
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................................. 36 SOORTENBESCHERMING............................................................................................................ 37 CONCLUSIE............................................................................................................................... 38
Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3 9.4
Bescherming gezondheid en het milieu ...................................... 29
Archeologie en cultuurhistorie .................................................... 39
W ETTELIJK KADER..................................................................................................................... 39 ARCHEOLOGIE .......................................................................................................................... 39 CULTUURHISTORIE .................................................................................................................... 39 CONCLUSIE............................................................................................................................... 39
Hoofdstuk 10 Infrastructuur en openbare ruimte ................................................ 40 10.1 10.2 10.3
W ETTELIJK KADER ................................................................................................................. 40 VERKEER EN PARKEREN ........................................................................................................ 40 CONCLUSIE ........................................................................................................................... 41
Hoofdstuk 11 M.e.r.- Beoordeling ......................................................................... 42 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief 11.1 11.2 11.3
W ETTELIJK KADER ................................................................................................................. 42 SITUATIE PROJECTGEBIED ..................................................................................................... 42 CONCLUSIE ........................................................................................................................... 44
Hoofdstuk 12 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................. 45 12.1 12.2
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ......................................................................................... 45 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.................................................................................. 45
Hoofdstuk 13 Juridische kaders ........................................................................... 46 13.1 13.2
ALGEMEEN ............................................................................................................................ 46 TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES ............................................................................... 46
Bijlagen bij de ruimtelijke motivering ................................................................... 47 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
INRICHTINGSPLAN .......................................................................................................... 47 W ATERTOETS ................................................................................................................ 47 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ............................................................ 47 BODEMONDERZOEK........................................................................................................ 47 STIKSTOFONDERZOEK .................................................................................................... 47 NATUURWAARDENONDERZOEK ....................................................................................... 47
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Deze ruimtelijke motivering gaat over de realisatie van 13 flexwoningen op een locatie aan de Morgensterweg in Haaksbergen. Deze tijdelijke woningen helpen om op korte termijn meer sociale huurwoningen te realiseren in Haaksbergen. Dit plan komt voort uit de opgave die de gemeente heeft om verschillende doelgroepen te huisvesten. De gemeente heeft een wettelijke verplichting om statushouders en Oekraïense vluchtelingen een woning aan te bieden. En er is ook behoefte aan woningen voor andere doelgroepen zoals jongeren en spoedzoekers uit Haaksbergen. Flexwoningen vormen een oplossing die snel inzetbaar is en meerdere groepen kan helpen. Voor de locatie Morgensterweg (hierna: projectgebied) geldt dat voor een periode van maximaal 10 jaar 13 tijdelijke flexwoningen zullen worden geplaatst. In voorliggend geval wordt de omgevingsvergunning voor de BOPA gefaseerd aangevraagd. De Omgevingswet biedt gedurende de overgangsfase (tot 1 januari 2032) hiervoor de mogelijkheid op basis van artikel 12.27a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit artikel bepaalt dat bij het toepassen van artikel 8.0a, lid 2 Bkl, in ieder geval sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor zover de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
In voorliggend geval wordt het ‘planologische basisbesluit’ aangevraagd. Deze ruimtelijke motivering gaat daarom in op de planologische aspecten van de activiteit en beschrijft waar de woning zal worden gerealiseerd en met welke maatvoeringen. In een later stadium zal een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor de bouwactiviteit, waarbij het bouwplan is geconcretiseerd.
1.2
Ligging van het projectgebied
Het projectgebied ligt aan de rand van de kern Haaksbergen, op de hoek van de Morgensterweg en de Enschedesestraat. Het perceel staat kadastraal bekend als sectie L, nummer 1752 (deels). In de volgende afbeelding is de ligging van het projectgebied weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging projectgebied (Bron: plattekaart.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
1.3
Het omgevingsplan
1.3.1
Geldend omgevingsplan
Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Haaksbergen. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 4 juni 2025. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit een nieuw en een tijdelijk deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt gevormd door de besluiten die zijn aangewezen in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, de kaarten en besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 2 en 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en de omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet. Voor de planologische situatie binnen het projectgebied zijn met name het bestemmingsplan “Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening veegplan 1” en het “Parapluplan parkeren Haaksbergen” van belang, die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied is hierin indicatief weergegeven met de lichtgroene contour. Opgemerkt wordt dat de schuur die wordt aangeduid met de onderbroken lijn en aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch opslagruimte’ niet bij het projectgebied hoort.
Afbeelding 1.2
Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Op basis hiervan zijn de gronden voorzien van met name functies voor agrarisch gebruik en bomenteelt met bijbehorende opslagruimte. 1.3.2
Opheffen strijdigheid
Het project is in strijd met het omgevingsplan omdat de gebruiks- en bouwmogelijkheden ontbreken voor woningbouw. De beoogde activiteiten passen niet binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Een omgevingsvergunning voor een BOPA kan op basis van artikel 8.0a lid 2 Bkl worden verleend, wanneer de activiteit in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
1.4
Eisen aan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies van het Rijk het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan of; c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door een bestuursorgaan van de provincie of het Rijk belemmert. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor hoofdstuk 5 van het Bkl instructieregels bevat: • • • • • • • •
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); het gebruik van bouwwerken, waaronder de aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7a); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
In de motivering moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. In het vervolg van deze ruimtelijke motivering wordt op de betreffende aspecten ingegaan.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige en gewenste situatie beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het projectgebied. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 6 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofdstuk 7 en 8 gaan respectievelijk in op de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 9 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. Hoofdstuk 10 gaat in op de inrichting van de infrastructuur en openbare ruimte. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Hoofdstuk 13 gaat ten slotte in op de juridische kaders die aan deze omgevingsvergunning zijn verbonden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige en gewenste situatie
Huidige situatie
Het projectgebied bestaat uit gronden die voorheen werden gebruikt voor bomenteelt. Op dit moment is er sprake van grasland, een voormalige opslagschuur met bijbehorende erfverharding en verschillende groenstructuren. De opslagschuur is ontsloten op de Morgensterweg. In de volgende afbeeldingen wordt de huidige situatie weergegeven met een luchtfoto en enkele straatbeelden.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Afbeelding 2.2
2.2
Foto’s huidige situatie projectgebied (Bron: Natuurwaardenonderzoek)
Gewenste situatie
Het plan bestaat uit de realisatie van 13 tijdelijke woningen (maximaal 10 jaar) voor de huisvesting van statushouders, Oekraïners en/of spoedzoekers. Het gaat om modulaire woningen in verschillende varianten. De woningen worden in de fabriek gemaakt om vervolgens te worden vervoerd naar de projectlocatie. Daar worden de woningen in één hijsbeweging op hun plek gezet en aangekoppeld op de noodzakelijke nutsvoorzieningen. De woningen hebben de beschikking over een kleine berging van 6 m2 en 3 m hoog die naast de woning word geplaatst. Voor dit plan is een inrichtingsplan opgesteld. Het inrichtingsplan geeft weer waar en hoe de woningen op deze locatie worden ingepast met oog voor de (woon)omgeving. Hierna is een uitsnede van het inrichtingsplan opgenomen. Voor het volledige inrichtingsplan wordt verwezen naar bijlage 1. Daarnaast zijn in afbeelding 2.4 enkel algemene indicatieve impressies weergegeven om het woonproduct te visualiseren. Dit betreffen nadrukkelijk geen impressies van de situatie binnen het projectgebied.
Stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting projectgebied De ontsluiting van het projectgebied vindt plaats via de Morgensterweg, wat zorgt voor een rustige en veilige verkeerssituatie. Binnen het plan wordt een eenrichtingsweg aangelegd van Stelconplaten die als rondweg door het terrein loopt. Parkeren is mogelijk bij elke unit, aangevuld met vier extra bezoekersplaatsen nabij de gezamenlijke parkeerzone, waar ook het afvalpunt wordt gesitueerd. In de situering van de woningen aan de zijde van de Enschedesestraat is rekening gehouden met de voorgevelrooilijn van de bestaande woningen. Deze lijn wordt aangehouden door de tijdelijke woningen. Wat betreft de terreinverlichting wordt uitgegaan van lage armaturen met neerwaartse lichtbundels, om lichthinder te beperken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief Om aan te sluiten bij het karakter van het heideontginningslandschap wordt langs de Morgensterweg een bomenrij aangeplant met inheemse soorten, passend bij de bestaande bomen aan de Enschedesestraat. Deze bomen worden buiten de viermeterzone van de verkavelingsgrens geplaatst vanwege de zaaiplek en toekomstige aanwezigheid van de teunisbloem. Langs de straatkant wordt tevens een wandelpad aangelegd. Aan de zuidwestelijke zijde van het perceel wordt ook een bomenrij aangelegd, die naast een goede landschappelijke inpassing ook bijdraagt aan de privacy van de aangrenzende woningen. Langs de perceelsranden komt een inheemse, gemengde, haag die zorgt voor een natuurlijke afscheiding en versterking van het groene karakter. Aan de westzijde wordt deze haag dichter beplant en aangevuld met boomvormers. Het terrein wordt verder vergroend met diverse bomen die bijdragen aan schaduw, privacy en biodiversiteit. Centraal in het projectgebied komt een wadi die regenwater opvangt en in natte periodes tijdelijk kan bergen. De wadi wordt gecombineerd met een natuurlijke speelplek. Aan de zuidzijde wordt een kruidenrijk grasland ingezaaid om een geleidelijke overgang naar het buitengebied te creëren.
De bestaande waardevolle beplanting blijft behouden en zorgt voor een groene inpassing van de woningen, met enkele open doorkijkjes richting het achterliggende landschap. Op deze manier wordt het projectgebied ingepast op een kwalitatieve en zorgvuldige wijze die bijdraagt aan de biodiversiteit en de ruimtelijke kwaliteit voor de periode dat het projectgebied gebruikt wordt als woongebied.
Afbeelding 2.3
Inrichtingsplan (Bron: BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Afbeelding 2.4
Impressies woonproduct (Bron: Flexibilistay)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Hoofdstuk 3
3.1
Zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden
Wettelijk kader
De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 van het Bkl instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten. Hieronder zijn de onderwerpen weergegeven waarvoor in deze afdeling instructieregels zijn gesteld en wordt aangegeven of deze relevant zijn voor dit project. Onderwerp
Relevante instructieregels Bkl
Relevant voor het project?
Kustbescherming
Paragraaf 5.1.5.2
PKB-Waddenzee en Waddengebied
Paragraaf 5.1.5.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Cultureel erfgoed en werelderfgoed
Paragraaf 5.1.5.4
Nee, het projectgebied ligt niet in de nabijheid van de kust. Nee, het projectgebied ligt niet in de nabijheid van de Waddenzee en het Waddengebied Ja, zie paragraaf 3.2.
Paragraaf 5.1.5.5
Ja, zie hoofdstuk 9.
3.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.2.1
Wettelijk kader
De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of er binnen het stedelijk gebied kan worden ontwikkeld. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Artikel 8.0b lid 2 van het Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.
De Ladder wordt toegepast bij een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. •
•
bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.
Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.2.2
Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
Er is geen ondergrens bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Wanneer een plan voorziet in woningen niet meer dan 11 woningen dan kan dit niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak ‘ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921’. In dit geval is er sprake van de realisatie van 13 (tijdelijke) woningen en daarmee wel sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hiermee is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ nodig. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling;
•
als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.
Wat is het verzorgingsgebied? Voordat de behoefte in beeld kan worden gebracht, moet ten eerste duidelijk zijn wat het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de ontwikkeling betreft. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het verzorgingsgebied voor dit project is primair lokaal, gericht op de kern Haaksbergen en in bredere zin de gemeente Haaksbergen. De doelgroep voor de woningen bestaat uit personen die de gemeente vanwege wettelijke verplichtingen moet huisvesten (statushouders en Oekraïense ontheemden) en lokale inwoners van Haaksbergen (spoedzoekers). Er is daarom geen sprake van een bovenregionale woningvraag. Wat is de behoefte? Uit de gemeentelijke Woonvisie blijkt dat de woningmarkt in Haaksbergen sterk onder druk staat. De doorstroming stagneert en de wachttijden voor sociale huurwoningen lopen op. Daarnaast heeft de gemeente een wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders en opvang van Oekraïense ontheemden. Het huidige woningaanbod is onvoldoende om aan deze vraag te voldoen. Niet alleen het aantal woningen is ontoereikend, ook het type woningen sluit niet goed aan bij de behoefte.
Er is met name behoefte aan betaalbare, zelfstandige en direct beschikbare woningen voor spoedzoekers en alleenstaanden. Flexwoningen kunnen deze lacune invullen. De tijdelijke aard van de woningen maakt het mogelijk om op korte termijn capaciteit toe te voegen zonder een permanent beslag te leggen op schaarse ruimte. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De projectlocatie ligt net buiten het bestaand stedelijk gebied, in de (zuid)oostelijke kernrandzone op de overgang van de kern Haaksbergen naar het buitengebied. Aan de locatiekeuze voor de Morgensterweg is een uitvoerige locatiestudie voorafgegaan. Daarbij is in eerste instantie ook gezocht naar geschikte locaties binnen het bestaand stedelijk gebied. Uit deze studie is gebleken dat binnen de kern Haaksbergen geen locaties beschikbaar waren die op korte termijn, binnen de beoogde planperiode en met aanvaardbare ruimtelijke en financiële randvoorwaarden konden worden benut voor de plaatsing van tijdelijke flexwoningen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief Gezien de urgente woningbehoefte, de tijdelijke aard van de woningen en de noodzaak om snel te kunnen realiseren, is gekozen voor de locatie aan de Morgensterweg. Deze locatie heeft als voordeel dat het gaat om een direct aan de kern grenzend perceel, goed bereikbaar is en qua voorzieningen voldoende aansluit op de woon- en leefomgeving van de beoogde doelgroepen. Daarmee is gemotiveerd dat zorgvuldig is gekeken naar alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied en dat deze niet binnen de vereiste termijn en condities geschikt bleken. De keuze voor de locatie buiten bestaand stedelijk gebied is daarmee in lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het project voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Hoofdstuk 4
Beleidskaders
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat de economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden en behoeften van toekomstige generaties. 4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
Bij dit project zij geen nationale belangen in het geding en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: •
Duurzaamheid;
•
Ruimtelijke kwaliteit.
Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: •
door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen;
•
investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan;
•
zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken;
•
ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.
4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of – generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.
Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.3.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.
De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe – gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 4.1
4.2.4
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Indien het concrete initiatief getoetst wordt aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of – Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” wordt opgemerkt dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is met name artikel 4.9 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. De Stedelijke laag kan vanwege de ligging in het buitengebied buiten beschouwing worden gelaten. Hierna wordt nader ingegaan op de relevante artikelen. Artikel 4.9 (ruimtelijke kwaliteit): Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: •
het uitvoeringsmodel (OF-, Overijssel wordt toegepast;
•
wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en
•
inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
WAAR-
en
HOE-benadering)
uit
de Omgevingsvisie
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief Toetsing van het initiatief aan de ‘Generieke beleidskeuzes’ Ruimtelijke kwaliteit (artikel 4.9) Dit project gaat gepaard met een investering in de ruimtelijke kwaliteit conform het opgestelde inrichtingsplan (zie paragraaf 2.3, 3.3 en bijlage 1). Deze investering is tot stand gekomen na raadpleging van het uitvoeringsmodel van de provincie Overijssel en volgt de ontwikkelperspectieven die hierin beschreven zijn. In paragraaf 4.2.4.2 worden de ontwikkelperspectieven toegelicht. Hiermee is in voldoende mate rekening gehouden met artikel 4.9 ‘Ruimtelijke kwaliteit’. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen.
Afbeelding 4.2
uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel)
Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Dit project gaat uit van de realisatie van maximaal 13 woningen voor een periode van maximaal 10 jaar op de projectlocatie. Dit in aansluiting op bestaand woongebied direct ten noorden van het projectgebied. Deze functie past binnen het ontwikkelingsperspectief. Er wordt rekening gehouden met een goede landschappelijke inpassing mede op basis van de geldende (landschappelijke) gebiedskenmerken. Hiermee is sprake van voldoende verbinding tussen ontwikkelruimte en het behouden en versterken van natuurlijke- en landschapselementen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarischcultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Voor het projectgebied gelden geen specifieke voorwaarden vanuit de ‘stedelijke laag’ en de ‘laag van de beleving’.
De natuurlijke laag Het projectgebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de ‘Natuurlijke laag’ aangeduid met het gebiedstype ‘dekzandvlakte en ruggen’. Onderstaande afbeelding betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de ‘natuurlijke laag’. Het projectgebied is weergegeven met een rode omlijning.
Afbeelding 4.3
Uitsnede gebiedskenmerkenkaart ‘Natuurlijke laag’ (bron: provincie Overijssel)
Dekzandvlakte en ruggen In de occupatiegeschiedenis zijn de dekzandgebieden voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heideontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. De ambitie van de provincie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief De laag van het agrarisch cultuurlandschap In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. In afbeelding 4.4 is een uitsnede opgenomen van de gebiedskenmerkenkaart van de ‘laag van het agrarisch cultuurlandschap’
Afbeelding 4.4
Uitsnede gebiedskenmerkenkaart ‘laag van het agrarisch cultuurlandschap’
Oude hoevenlandschap Landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid.
Toetsing van het initiatief aan de geldende gebiedskenmerken Bij het opstellen van het inrichtingsplan is naast de wensen vanuit de omgeving ook rekening gehouden met de geldende gebiedskenmerken. Zo wordt een bomenrij geplant met inheemse soorten langs de Enschedesestraat en langs de zuidwestelijke zijde van het projectgebied. Aan de westzijde wordt het projectgebied ingepast in een groene haag. Hiermee wordt aangesloten bij het coulissevormige
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief karakter van het landschap waarbij woonerven zijn ingepast in het groen. Hiermee vindt het project zo veel mogelijk aansluiting bij de (in de omgeving) aanwezige waarden. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Het project is in overeenstemming met het provinciale beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 4.3.1
Omgevingsvisie Haaksbergen (ontwerp)
4.3.1.1 Algemeen In de (ontwerp) omgevingsvisie kijken we ver vooruit, naar 2040. We beschrijven onze ambities voor de ontwikkeling van de gemeente Haaksbergen in die tijd, gebaseerd op de kwaliteiten die Haaksbergen nu tot zo’n prettige plek maken. We geven de omgevingsvisie vorm door middel van uitgangspunten, die zijn gebaseerd op de kwaliteiten en opgaven in de gemeente Haaksbergen. Een uitgangspunt beschrijft hoe we willen dat gemeente Haaksbergen er in 2040 uitziet en hoe we dat gaan doen. We beschrijven de uitgangspunten per deelgebied, op basis van de drie hoofdthema’s. De deelgebieden zijn: 1. Langelo-Honesch 2. Kern Haaksbergen 3. Veldmaat 4. Sint-Isidorushoeve 5. Buurse Het projectgebied maakt op basis van de visiekaart onderdeel uit van deelgebied ‘Veldmaat’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Afbeelding 4.5
Uitsnede visiekaart (Bron: Omgevingsvisie Haaksbergen (ontwerp))
4.3.1.2 Veldmaat De Veldmaat is van oorsprong een eigen kerkdorp, dat vanaf 1934 ontstaan is rond de toen gebouwde Bonifatiuskerk. Het dorp is de afgelopen decennia vastgegroeid aan de kern Haaksbergen, maar heeft eigen winkels, scholen en een eigen verenigingsleven. Veel inwoners voelen zich dan ook echt Veldmaters, en geen Haaksbergenaren. De ontmoetingsplek is De Greune, waar ook de lokale voetbalclub zit. Veldmaat kent een groot buitengebied, dat grenst aan het Buurserzand. Het Veldmater buitengebied met zijn vele bomenrijen en houtwallen vormt de overgang van het natuurgebied Buurserzand naar het meer intensief agrarisch gebruikte buitengebied van Sint-Isidorushoeve. Deze eigenschappen vormen het uitgangspunt voor de toekomstige ontwikkelingen in de Veldmaat. Over 20 jaar vormt de Veldmaat nog steeds zijn eigen dorpje binnen Haaksbergen, met eigen voorzieningen en een sterk gemeenschapsgevoel. Groene verbindingen zorgen voor fijne wandel- en fietsroutes naar het centrum van Haaksbergen en naar het buitengebied. Het buitengebied van Veldmaat is aantrekkelijk om te wandelen en fietsen, als schakel tussen Haaksbergen, het Buurserzand, Twickel en het Rutbeek. Hier is recreatie dan ook een steeds belangrijkere economische pijler geworden, naast de landbouw die verduurzaamd is met het oog op de nabijgelegen natuurgebieden.
4.3.1.3 Genoeg woningen en de juiste woningen Haaksbergen is een plattelandsgemeente. We bouwen vooral voor onze lokale behoefte en voor de regionale behoefte. Dit helpt bij het in stand houden van voorzieningen en is goed voor een evenwichtige leeftijdsopbouw.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief Het toevoegen van woningen is nodig om onze kernen leefbaar en vitaal te houden. Ook is er vanuit het Rijk behoefte aan meer woningen voor aandachtsgroepen. Bijvoorbeeld voor statushouders, woonzorg woningen of tijdelijke huisvestiging voor vluchtelingen. Gemeentebreed, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, willen we tot 2034 900 woningen toevoegen. We houden hierbij rekening met een verdeling van 30% sociale huur, 40% betaalbare huur/ koopwoningen en 30% in het dure segment. Bij het toevoegen van nieuwe woningen hebben we een voorkeursvolgorde voor (1) transformeren van leegstaande gebouwen naar woningen, (2) toevoegen van woningen binnen de huidige bebouwde kom en (3) uitbreiden aan de randen. We hebben alle drie de opties nodig om genoeg woningen te bouwen voor iedereen die in Haaksbergen wil wonen. Het is belangrijk dat ook de kleinere kernen zoals de Veldmaat voorzien in een extra woonopgave. We kijken in de Veldmaat vooral naar kleinschalige woningbouw. In het buitengebied krijgt landbouw minder prioriteit, waardoor er meer ruimte gemaakt kan worden voor woningen. We hebben ruimte voor doelgroepen en aandachtsgroepen en zetten in op de betaalbaarheid van specifieke woonvormen.
4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Met dit project wordt de realisatie van maximaal 13 flexwoningen mogelijk gemaakt voor een periode van maximaal 10 jaar. Deze sociale huurwoningen worden ingezet voor de huisvesting van aandachtsgroepen, meer specifiek Oekraïense vluchtelingen, statushouders en lokale spoedzoekers. Deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door uit te breiden aan de dorpsrand (3). Door de opvanglocaties over de gemeente te verspreiden, kan de opvang in kleinschalige vorm worden gerealiseerd. Dit zorgt voor een beperkte impact op de buurt en bewoners, en een goede inpassing in de omgeving. De gemeente geeft hier de voorkeur aan boven grootschalige opvangplaatsen. Hiermee voldoet dit project aan de gemeentelijke omgevingsvisie. 4.3.2
Goed wonen in Haaksbergen (woonvisie)
4.3.2.1 Algemeen In Haaksbergen is het goed wonen, werken en recreëren. Haaksbergen is een bruisend dorp in een landelijke groene omgeving. Haaksbergen oefent aantrekkingskracht uit op woningzoekenden uit de omgeving, met name op inwoners uit de grote steden zoals Hengelo en vooral Enschede. Haaksbergen is een dorp, maar wel in de buurt van grote stedelijke netwerken waar men landelijk kan wonen. 4.3.2.2 Flexwonen / Versnelling woningbouw Flexwonen is een actueel thema. Iedereen moet op een fijne en betaalbare manier kunnen wonen. Soms moet dat ook met spoed, bijvoorbeeld bij arbeidsmigranten, uitstromers uit de opvang of iemand die net gescheiden is. Flexwonen moet voornamelijk zorgen voor snelle oplossingen en is een nieuw opkomend onderdeel in de woningmarkt. Flexwonen is onder te verdelen in verschillende vormen. Tijdelijke locaties: dit is de meest bekende vorm van flexwonen. Hierbij gaat het om het tijdelijk gebruik maken van locaties. Er wordt gezocht naar plekken die op korte termijn geschikt zijn te maken om verplaatsbare woningen neer te zetten. Door de grote woningbouwopgave (zowel landelijk als lokaal) willen we snel nieuwbouw realiseren. We zetten daarom in op het versnellen van de woningbouw om in de lokale woningbehoefte van onze inwoners te voorzien. Omdat de druk op de woningmarkt hoog blijft is de versnelde realisatie van sociale huurwoningen nodig.
Het gaat om woningen voor huishoudens die instromen op de woningmarkt in Haaksbergen. Hierbij kan gedacht worden aan starters, statushouders en Oekraïense ontheemden. Uit het onderzoek is gebleken dat de gemeente Haaksbergen weinig tot geen grondposities heeft en er ook weinig leegstaand vastgoed is. We moeten werken aan een grotere flexibele schil en hierbij mogelijk particuliere partijen betrekken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘woonvisie’ Met dit project wordt de realisatie van maximaal 13 flexwoningen mogelijk gemaakt voor een periode van maximaal 10 jaar. Deze sociale huurwoningen dragen bij aan uitbreiding van de flexibele schil en worden ingezet voor de huisvesting van aandachtsgroepen, meer specifiek Oekraïense vluchtelingen, statushouders en lokale spoedzoekers. Hiermee wordt bijgedragen aan de woningbouwversnelling van in dit geval sociale huurwoningen. Geconcludeerd wordt dat het project past binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke woonvisie. 4.3.3
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Het project is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsveiligheid
Wettelijk kader
Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •
Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk; Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik; Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven; Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik;
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied worden aangewezen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. 5.2
Situatie in en bij het projectgebied
Aan hand van de ‘Atlas leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de risicokaart met betrekking tot het projectgebied (groene ster) en omgeving weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Afbeelding 5.1
Uitsnede risicokaart (Bron: Atlas leefomgeving)
Het projectgebied (groene ster) bevindt zich niet binnen de risicocontouren en/of risicoaandachtsgebieden van risicovolle functies in de omgeving. Ten zuidwesten van het projectgebied worden nog de risicocontouren van een tankstation weergegeven. Dit tankstation is reeds gesloopt. Ter plaatse is tevens een nieuw bestemmingsplan vastgesteld in 2022 die de bouw van nieuwe woningen mogelijk maakt. Het terugbouwen van een tankstation is hiermee niet mogelijk. De risicocontouren worden naar verwachting binnenkort verwijderd uit de risicokaart. Een nadere verantwoording aan het groepsrisico is hiermee niet noodzakelijk. 5.3
Conclusie
Met de voorgenomen activiteiten wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Haaksbergen, flexwoningen Morgensterweg Definitief
Hoofdstuk 6
Beschermen van de waterbelangen
Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: • • •
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering; Nederland moet blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte; De zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht.
Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. 6.1.3