Nr. 26 Van WIJ naar Samen Regiovisie Jeugdhulp - diverse instanties..pdf
Tekst van het document
Verzonden: woensdag 1 december 2021 17:13 Onderwerp: Jeugdhulp in Groningen: memo + bijlagen bij gesprek van raadsleden en aanbieders Geachte raadsleden, Het college van B&W van de gemeente Groningen wil grote stappen zetten om de jeugdhulp in de eigen gemeente snel te hervormen. Hier maken wij ons als jeugdhulpaanbieders zorgen om. Wij hebben deze zorgen uiteengezet in de memo ‘Van Wij naar Samen?’, die u bij dit schrijven aantreft. Op 1 december jl. hebben wij een aantal van u hierover uitgebreid kunnen spreken. Wij hebben toen onze boodschap én onderbouwing kunnen toelichten en met elkaar van gedachte kunnen wisselen. In de bijlage bij het memo voegen wij ook de sheets van onze presentatie toe evenals onze reacties op de regiovisie en de presentatie over SAMEN die wij op 11 november tijdens een bijeenkomst van de gemeente Groningen te zien kregen. Uit onze memo zullen onze zorgen blijken. Wij hopen dat u deze zorgen met ons deelt en dat wij ons gezamenlijk hard kunnen maken voor de juiste hulp voor de kinderen, jongeren en gezinnen van Groningen. Want daartoe zien wij absoluut veel mogelijkheden. Zoals toegezegd in het gesprek vanmiddag delen we begin volgende week nog verdere beantwoording op enkele vragen en extra informatie over de afbakening van ‘lichte’ en ‘(hoog-)specialistische jeugdhulp’.
Mocht u niet bij bovengenoemde bijeenkomst aanwezig zijn geweest, maar wel graag met ons in gesprek gaan, neemt u dan gerust contact op. Dan brengen wij u in contact met één van ondergetekenden. Accare - Wieteke Beernink en Trea Veldema
Ambiq – José Schilderinck
Bureau Lagro/Zorgkracht 12 – Andrea Lagro Cedin – Henk Wilbers
Cosis
–
Bert
Hogeboom
Elker Jeugdhulp & onderwijs – Ina Huesken Jonx│Lentis - Inge van Balkom
Molendrift – Maarten Wetterauw
Hartelijke groet,
Daniël Coenen Strategisch beleidsadviseur
Aanwezig maandag t/m donderdag Postbus 274, 9700 AG Groningen
elker
www.elker.nl
=~
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
Memo Betreft: Concept-regiovisie jeugdhulp en onderbrengen jeugdhulp bij WIJ Groningen Datum: 1 december 2021 Van:
Accare, Ambiq, Elker, Molendrift, Jonx (onderdeel van Lentis), Cosis, Cedin, Bureau Lagro/Zorgkracht12
Aan:
Gemeenteraad Groningen
Van WIJ naar SAMEN? Constateringen, zorgen en voorstellen vanuit aanbieders
Inleiding 1/10
Op 22 december 2021 ligt de Regiovisie Jeugdhulp Regio Groningen en daarmee samenhangend het laten uitvoeren van een groot deel van de jeugdhulp door de WIJ-teams voor bij de gemeenteraad van de gemeente Groningen. Begin volgend jaar zullen ook de gemeenteraden van de andere Groninger gemeenten besluiten over de regiovisie. De regiovisie is ter consultatie voorgelegd aan onder andere de ondergetekende jeugdhulpaanbieders. Hun individuele reacties zijn bijgevoegd als bijlage 1. Het is belangrijk om te onderkennen waarvoor de gemeenteraad groen licht geeft wanneer de raad instemt met de regiovisie. Onder andere omdat de regiovisie de basis is onder het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen van 26 oktober 2021 om via de stichting WIJ Groningen vanaf 1 juli 2022 zelf jeugdhulptaken te gaan uitvoeren, onder de noemer SAMEN. Die jeugdhulptaken worden gedefinieerd als Taak Jeugd & Gezin.1 Huidige situatie In de regiovisie wordt op meerdere plekken de huidige situatie beschreven. Kort samengevat met betrekking tot inkoop: het grootste deel van de jeugdhulp wordt nu regionaal ingekocht via de RIGG (Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten). Dat gebeurt via een zogeheten ‘open house’ overeenkomst. Dit houdt in dat alle aanbieders die aan minimumeisen voldoen een contract krijgen en jeugdhulp mogen leveren.
De cliënt kiest samen met de verwijzer welke aanbieder ingezet wordt. Voordeel van regionale, bovengemeentelijke organisatie en inkoop van jeugdhulp is dat er een dekkend, samenhangend jeugdzorglandschap is voor de hele provincie. Dat is belangrijk voor gemeenten, verwijzers, jeugdhulpaanbieders (die vaak gemeente-overstijgend werken) en vooral jeugdigen. Ook jeugdigen die met meerdere gemeenten te maken hebben (bijvoorbeeld bij
1 Verkennend haalbaarheidsonderzoek Taak Jeugd en Gezin bij WIJ Groningen, BMC rapport, september 2021
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
echtscheiding: vader woont in een andere gemeente dan moeder of het kind gaat in een andere gemeente naar school dan waar het woont). De Groninger gemeenten ondervinden als nadeel van de huidige situatie dat via de ‘open house’ sprake is van heel veel aanbieders. Vooral in de lichte basishulp is het aantal aanbieders groot. De gemeenten ervaren te weinig mogelijkheden om lokaal te sturen, onder andere op kosten. Onze reactie hierop Wij herkennen de beweegredenen om tot een aanpassing in het zorgstelsel te komen. De stijgende kosten voor de jeugdhulp in totaliteit én in de regio Groningen zijn bekend. Ook signaleren we dat het belangrijk is stil te staan bij de afbakening van jeugdhulp en daarin keuzes te maken. We hebben echter grote zorgen over de weg die de regio nu bewandelt door te kiezen voor een hybride inkoopmodel. En over de weg die specifiek de gemeente Groningen bewandelt door een groot deel van de jeugdhulp onder te brengen bij de WIJ-teams. In deze notitie lichten we vanuit het perspectief van een aantal aanbieders (groot en klein) die werkzaam zijn in de regio welke zorgen we hebben over 1. de regiovisie en 2. het besluit van het college van de gemeente Groningen om een groot deel van de jeugdhulp onder te brengen bij de WIJ-teams.
2/10
Voor de helderheid: het omzetverlies door SAMEN is voor sommige aanbieders beperkt. Zij voelen echter wel de urgentie hun zorgen uit te spreken vanuit inhoudelijke expertise en ervaring. Die zorgen hebben te maken met de consequenties voor jeugdigen en gezinnen door de inhoud van de plannen, maar ook met de manier waarop deze tot stand zijn gekomen, het proces voorafgaand aan het genomen besluit. Voordat we inhoud en proces toelichten, beginnen we met een korte schets van de landelijke en regionale context waarin we ons bevinden, omdat dit samenhangt met hoe we aankijken tegen de voorgenomen veranderingen in Groningen.
Landelijke en regionale context Op dit moment speelt er veel in jeugdhulp. Vanuit het Rijk komt er extra geld naar de gemeenten2 om tegemoet te komen aan de financiële problemen bij het bekostigen van de jeugdhulp. Het is voor iedereen helder dat het huidige jeugdstelsel niet houdbaar is. Het ministerie van VWS, VNG, brancheorganisaties, cliënten(vertegenwoordigers) en professionals stellen daarom samen de Hervormingsagenda Jeugd 2022-20283 op waarin deze partijen – de vijfhoek – werken aan verbetering van de hulpverlening en het beheersbaar maken van het jeugdstelsel. Deze agenda is begin 2022 gereed. Al eerder zijn jeugdhulpregio’s begonnen met uitvoering geven aan de Norm voor Opdrachtgeverschap. Het ontwikkelen van een regiovisie is hier onderdeel van. Daarin worden ook onderlinge afspraken gemaakt over o.a. de borging van de regionale en bovenregionale cruciale functies, regionale governance (hoe werken gemeenten met elkaar samen?) en bovenregionale samenwerking. We komen hier later op terug. Beide ontwikkelingen zijn bedoeld om meer samenhang te brengen in het zorglandschap en samenwerking en partnerschap tussen belanghebbenden te verstevigen. Dat laatste, samenwerking 2 Uitspraak arbitragecommissie 3 Thema’s die onderdeel gaan vormen van deze agenda zijn: Reikwijdte en preventie, Toegang, Kwaliteit en effectiviteit,
Kennis, leren en ontwikkelen, Regionalisering, Inkoop en administratieve lasten, Data en monitoring.
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
vanuit verschillende perspectieven, is essentieel in de ontwikkeling naar een duurzaam en kwalitatief goed jeugdstelsel. In de context van deze ontwikkelingen kijken we als aanbieders naar wat er momenteel binnen de regio Groningen, en in het bijzonder de gemeente Groningen, gebeurt. We maken ons grote zorgen over de manier waarop de samenwerking vormt krijgt. Maar ook zorgen over de dreigende versnippering. Bewegingen die tegengesteld zijn aan wat we op landelijke en regionale schaal met elkaar moeten bereiken. Ook de Jeugdautoriteit gaf in november nog aan zich grote zorgen te maken over de continuïteit en beschikbaarheid van jeugdhulp en vindt het samenspel tussen aanbieders en gemeenten cruciaal om knelpunten op te lossen. In het volgende deel van deze notitie kijken we naar de beweging die wordt gemaakt 1. in de regiovisie (samen met de andere Groninger gemeenten) en 2. door de gemeente Groningen (verplaatsing van een groot deel van de jeugdhulp naar de WIJ-teams).
Inhoudelijke bezwaren
3/10
1. Regiovisie met hybride inkoopmodel Wat ons van belang lijkt voor de gemeenteraad, is dat de raad een regiovisie ter besluitvorming krijgt voorgelegd die niet is uitgewerkt. Feitelijk is slechts sprake van een inleiding op een regiovisie. De regiovisie bevat veel ‘algemene waarheden’, maar het eindplaatje waar die toe zouden moeten leiden, wordt niet beschreven. Enkel dat sprake zal zijn van een ‘hybride inkoopmodel’ (§ 5.2). Daarmee wordt bedoeld dat gemeenten zelf kunnen bepalen wat zij lokaal gaan inkopen en wat zij via de ‘open house’ overeenkomsten van de RIGG laten verlopen. Hoe invulling zal worden gegeven aan het hybride inkoopmodel, is nog volledig onbekend, behalve dat dit per gemeente sterk zal verschillen. Dat schrijven ook de door de Groninger gemeenten zelf ingeschakelde adviseurs Uenk en Robbe (p. 6 van het rapport van 8 februari 2021). Met name in § 5.6 en hoofdstuk 6 van hun rapport beschrijven zij aanzienlijke risico’s. Mede op basis van ervaringen in de rest van het land kwalificeren ze de risico’s als groot en reëel. In § 5.6 (p. 19-20) beschrijven ze het ‘waterbedeffect’ wanneer jeugdhulp lokaal wordt ingekocht: “Voorgaande betekent dat – per gemeente – enkele jeugdhulpaanbieders verantwoordelijk zullen zijn voor een groot aantal jeugdigen. Groter dan nu.
Zij moeten de verantwoordelijkheid overnemen voor enkele tientallen jeugdigen van andere jeugdhulpaanbieders. Daarmee ontstaat een risico op onwenselijke ‘waterbedeffecten’. Als een individuele (verkenner)gemeente een contract sluit met enkele jeugdhulpaanbieders (in een samenwerkingsverband of als hoofdaannemers) voor een groot deel van de jeugdhulp in de betreffende gemeente, kan dit twee ongewenste effecten hebben: 1. De betreffende jeugdhulpaanbieders zullen flink moeten groeien in de gemeente waarmee zij contracteren. Om deze groei te realiseren is een logische stap dat de jeugdhulpaanbieder capaciteit weghaalt uit buurgemeenten. Dit is een ongewenst effect voor deze buurgemeenten. Er ontstaat daar tijdelijk of permanent een gat in de jeugdzorgcapaciteit. Dit is met name problematisch als het gaat om meer specialistische jeugdhulp waarvoor schaarse specialistische kennis en capaciteit nodig is. En/of als de betreffende jeugdaanbieder (op termijn) ook één van de beoogde samenwerkingspartners is in de buurgemeenten.
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
2. Jeugdhulpaanbieders die naast het net vissen, kunnen in de gemeenten waar zij niet meer gecontracteerd zijn veel marktaandeel verliezen ten opzichte van de jeugdhulpaanbieders waarmee de gemeenten wel contracteren. Dit kan de jeugdhulp van die verliezende jeugdhulpaanbieders in andere gemeenten (te) duur maken. Die gemeenten blijven echter verplicht op basis van de Jeugdwet een redelijk tarief te betalen, afgestemd op de lokale werkelijkheid. Ook kan het zijn dat jeugdhulpaanbieders helemaal stoppen met het leveren van jeugdhulp in de buurgemeenten omdat met het niet contracteren in bepaalde gemeenten voor hen te veel omzet wegvalt in de regio om nog rendabel te opereren. Omdat dit een groot en reëel risico is bij het hybride model en in de ontwikkeling naar de stip op de horizon, besteden wij hier in het volgende hoofdstuk meer aandacht aan.” Zonder dit (tot voor kort geheime) rapport te kennen, hebben wij als jeugdhulpaanbieders dezelfde kritiek op het nieuwe model geuit. Kern van onze kritiek was en is dat met de keuze voor een hybride inkoopmodel de Groninger gemeenten het dekkende zorglandschap dat zij via regionale inkoop hebben bewerkstelligd, op de tocht zetten. De noodzaak tot verbetering en doorontwikkeling delen wij volledig, maar nu wordt het kind met het badwater weggespoeld.
Dit is bovendien een tegengestelde beweging aan de landelijke beweging tot eenduidige inkoop en juist specialistische jeugdhulp regionaal en bovenregionaal in te kopen.
4/10
Opmerkelijk in dit verband is dat de keuze voor een hybride inkoopmodel al was gemaakt, voordat gestart was met de ontwikkeling van een regiovisie. Als aanbieders hebben wij in de gesprekken steeds benadrukt dat het inkoopmodel een afgeleide moet zijn van de regiovisie. Nergens geeft de regiovisie er blijk van dat de keuze voor een hybride inkoopmodel een oplossing zou zijn voor de voorliggende verbeteropgaven. Ook staat in de regiovisie niet hoe het dekkend zorglandschap in de regio eruit ziet en wat dit betekent voor regionale en bovenregionale samenwerking. Daarnaast wordt – zoals gezegd – niet beschreven hoe invulling wordt gegeven aan het hybride inkoopmodel. Terwijl juist dat het eindplaatje zou moeten zijn in de regiovisie. Het hybride model moet echter nog ontwikkeld worden aan ontwikkeltafels (hoofdstuk 6 regiovisie). “De afbakening en het realiseren van een dekkend zorglandschap” is een van de thema’s van de ontwikkeltafels. Deze tafels zijn gericht op alle belangrijke thema’s van de regiovisie. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling PG&Z heeft ons laten weten dat deze ontwikkeltafels begin 2022 plaats vinden, dus na besluitvorming door de gemeenteraden.
Als aanbieders kunnen we slechts hopen dat het college bij die ontwikkeltafels meer doet met de input vanuit de aanbieders dan zij gedaan heeft bij de totstandkoming van de regiovisie (zie verderop onder het kopje ‘samenwerking’). Van de raad wordt nu – door de regiovisie op deze manier ter besluitvorming voor te leggen – in feite om een carte blanche gevraagd. Een carte blanche met een hoog risicoprofiel. Het zou ons inziens meer recht doen aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad, wanneer de raad om besluitvorming wordt gevraagd nadat op zijn minst helder is hoe het dekkend zorglandschap eruit gaat zien en wat de implicaties zijn van het inkoopmodel voor dit zorglandschap. In onze ogen zou in de regiovisie in ieder geval de beperking aangebracht moeten worden dat lokale inkoop wordt beperkt tot de lichte basishulp met een duidelijke afbakening van wat daar wel en niet onder valt. Specialistische jeugdhulp zou hier nadrukkelijk buiten moeten vallen. Met name bij de specialistische jeugdhulp zijn de gevolgen voor een hybride inkoopmodel namelijk vergaand. Meer hierover volgt hierna onder het kopje “Toelichting gevolgen”. Gezien de voornemens van de gemeente Groningen (zie hieronder), maar ook die van bijvoorbeeld Veendam, wordt die beperking nu niet aangebracht.
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
2. Besluit college Groningen: van WIJ naar SAMEN Het college van B&W van de gemeente Groningen heeft hele concrete plannen om invulling te geven aan de lokale mogelijkheden die de concept-regiovisie biedt. Het college heeft de raad per collegebrief geïnformeerd (d.d. 29 oktober, Team Jeugd en Gezin in WIJ (SAMEN)) over haar besluit om een groot deel van de jeugdhulp aan WIJ Groningen op te dragen. Het gaat volgens de collegebrief om “begeleiding en lichte behandeling” dan wel om “lichte begeleiding en behandeling”. Alleen lichte vormen van jeugdhulp dus. Dit besluit is op een bijeenkomst op 11 november jl. door de gemeente Groningen toegelicht aan aanbieders. Toen bleek dat het helemaal niet om alleen lichte vormen van jeugdhulp ging, maar ook om een groot deel van de gespecialiseerde jeugdhulp. -
Dat is duidelijk te zien op sheet 14 van de presentatie van 11 november (bijlage 2).4 Tot vier keer toe wordt hier gesproken van "specialistisch” (individuele begeleiding specialistisch, gezinsbegeleiding specialistisch, groepsbegeleiding specialistisch en individuele begeleiding specialistisch licht). Ook de categorie “ondersteuning bij complexe echtscheiding" betreft specialistische, methodisch onderbouwde jeugdhulp waarvoor specifieke expertise nodig is.
-
Een inhoudelijke toelichting bij wat WIJ opgedragen krijgt, staat op sheet 12. Onder andere de “voor- en nazorg klinische en residentiële opname”. Dit betreft kinderen en jongeren die nog net thuis wonen (net niet 24/7 opgenomen hoeven te worden of binnenkort toch opgenomen zullen moeten worden) of net weer terug zijn naar huis na een 24/7 verblijf in een instelling. Dit betreft zeer zware ambulante zorg. Immers, alleen als thuis wonen echt niet meer gaat doordat de problematiek te ontwrichtend is of dreigt te worden, vindt opname plaats.
-
Op sheet 12 wordt daar ook nog eens aan toegevoegd dat de opsomming “niet limitatief” is. Verdere uitbreiding is dus niet uitgesloten, sterker nog, deze werd tijdens de bijeenkomst van 11 november zelfs al aangekondigd. Aangegeven werd dat GZ-psychologen, klinisch psychologen en EMDR-therapeuten in dienst komen van SAMEN.
-
Het rapport van BMC van 28 september 2021 bevat een afwegingskader (p. 12) dat ruimte biedt om (bijna) alle ambulante jeugdhulp aan WIJ op te dragen, met uitzondering van crisishulp en het werk van huisartsen en psychiaters (zie punt 5 van het afwegingskader).
5/10
Met andere woorden: anders dan het college in haar brief van 29 oktober schrijft, blijkt ook de zware en specialistische ambulante jeugdhulp onderdeel te zijn van de opdracht aan WIJ. Het betreft hier een enorme ingreep in het huidige Groninger jeugdstelsel, met – ons inziens – desastreuze gevolgen voor kwetsbare jeugdigen en hun gezinnen. De gevolgen die wij voorzien, vatten we samen in onderstaand kader en lichten we vervolgens toe.
4 Dezelfde opsomming staat ook op p. 29 van het rapport van BMC van 28 september 2021.
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
Samenvatting gevolgen • De voorgenomen uitvoering van jeugdhulp door WIJ leidt tot het uiteenvallen van het dekkend zorglandschap. De plannen van de gemeente Groningen hebben gevolgen voor de Ommelanden. Daar kan specialistische jeugdhulp mogelijk niet meer geboden worden. • Ook in de gemeente Groningen zelf valt veel kwaliteit van de specialistische jeugdhulp weg. Expertise die door jarenlange ervaring is opgedaan, dreigt verloren te gaan. • Jeugdigen/gezinnen verliezen hun keuzevrijheid doordat er maar één aanbieder is. • De afbakening van wat SAMEN nu, maar ook in de toekomst gaat doen, is niet duidelijk. • Op basis van de bevindingen van BMC en onze eigen ervaringen met WIJ Groningen hebben we onvoldoende vertrouwen in het voorgestelde traject en tempo van opschaling van WIJ naar SAMEN. • Er is op dit moment geen duidelijke arbeidsmarktstrategie waarmee aannemelijk gemaakt kan worden dat WIJ Groningen voldoende professionals kan aantrekken en behouden om de opdracht voor Team
Toelichting gevolgen
6/10
Wegvallen dekkend zorgaanbod en expertise Specialistische jeugdhulp is alleen te bieden bij voldoende volume. Wanneer het volume van de gemeente Groningen wegvalt voor de jeugdhulpaanbieders, blijft er in de rest van de provincie onvoldoende volume over om deze specialismen in stand te kunnen houden. Financieel is dat niet haalbaar,5 maar ook niet voor het borgen van de kwaliteit, om op te kunnen leiden, om de werkbelasting acceptabel te houden (bijvoorbeeld door een mix van lichte en zware caseload), etc. Gevolg: door de keuze van de gemeente Groningen om een groot deel van de specialistische jeugdhulp zelf – via Stichting WIJ – te verlenen, dreigt deze zorg in de rest van de provincie niet meer geleverd te kunnen worden. Ook in de gemeente Groningen zelf valt overigens veel kwaliteit van de specialistische jeugdhulp weg. WIJ beschikt niet over die expertise. Een huisarts kan ook geen open hart-operatie uitvoeren. En mocht WIJ al in staat zijn op de huidige krappe arbeidsmarkt dergelijke specialisten aan te trekken, dan nog: jeugdhulpspecialisten zijn geen verhuisdozen die je zo ergens anders kunt plaatsen en het werkt weer. Een chirurg kan alleen een operatie uitvoeren als de hele infrastructuur daaromheen staat als een huis. Dat geldt ook voor complexe jeugdhulp. Dat gaat niet zonder de jarenlange expertise die bij de jeugdhulporganisaties ligt.
Die expertise dreigt op deze manier de provincie te verlaten. Keuzevrijheid jeugdigen/gezinnen verdwijnt Bij de invoering van de Jeugdwet was een belangrijk uitgangspunt dat jeugdigen/gezinnen keuze moeten hebben tussen zorgaanbieders. Dit is zelfs wettelijk bepaald in artikel 2.3 lid 5 van de Jeugdwet.6 Die keuzemogelijkheid verdwijnt. WIJ wordt monopolist, niet alleen in de lichte basishulp, ook in een groot deel van de specialistische hulp. Afbakening van de opdracht aan Team Jeugd en Gezin De afbakening van de taken van SAMEN is niet duidelijk. Bijvoorbeeld daar waar het gaat over jeugd GGZ behandelingen (zie sheet 12 presentatie 11 november), blijft er onduidelijkheid over de afgrenzing (betreft het alleen jeugd GGZ behandeling licht of ook midden?7). Ook voor lichte GGZ behandeling is 5 Vergelijk ook de problematiek in de ziekenhuiswereld waarbij relatief eenvoudige knieoperaties in privéklinieken worden
ondergebracht, waardoor de marge die de ziekenhuizen daarop haalden niet langer beschikbaar is voor complexere operaties. 6 Artikel 2.3 lid 5 Jeugdwet luidt: “Voor zover redelijkerwijs mogelijk, wordt de jeugdige en zijn ouders keuzevrijheid geboden met betrekking tot de activiteiten van jeugdhulp.” 7 De Groninger inkooporganisatie van de jeugdhulp is aan het voorbereiden de producten GGZ Licht en GGZ Midden samen te voegen tot één nieuw product: lever je licht dan mag je ook midden leveren. Dat middensegment vertegenwoordigt zo’n
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
specialistische kennis noodzakelijk en heeft plaatsen van schotten tussen deze vormen van zorg nadelen. We zien als aanbieders meer ‘heil’ in het laten uitvoeren van lichte of basis GGZ door de Praktijkondersteuners (POH). Er is ruime evidentie dat deze – vanuit de jeugd GGZ gedetacheerde professionals – zeker 40-70% van de verwijzingen in de huisartsenpraktijk zelf kunnen behandelen en op die manier een doorverwijzing naar zwaardere zorg kunnen voorkomen. Een dergelijk resultaat vraagt een zeer deskundige en goed doordachte invulling van de POH-functie. Veel gemeenten bereiken die door aan te sluiten bij landelijke monitoring, onderzoek en benchmark naar invulling en effectiviteit van deze functie. In de stad Groningen levert WIJ deze POH’s (door WIJ OJG’s genoemd). Deze nemen niet deel aan deze landelijke benchmark. De haalbaarheid van SAMEN We maken ons als aanbieders grote zorgen over de haalbaarheid van het onderbrengen van een groot deel van de jeugdhulp bij WIJ Groningen. Het gaat om een majeure financiële en organisatorische operatie: er wordt voor € 14 miljoen aan zorg verplaatst naar WIJ (dat betreft ongeveer 220 fte en circa 300 medewerkers). Ter vergelijking: WIJ heeft momenteel een omzet van ca. €3 miljoen op jaarbasis met betrekking tot jeugd. WIJ zal wat betreft jeugd dus ca.
verzesvoudigen in omvang (van € 3 miljoen naar € 17 miljoen).8 Het rapport van BMC is daarover kritisch.9
7/10
BMC signaleert dat WIJ als organisatie volop in ontwikkeling is en nog een aantal zeer wezenlijke kwesties heeft op te lossen. Bijvoorbeeld het verbeteren van de kwaliteit van de lichte ondersteuning zoals die nu wordt uitgevoerd. BMC vermeldt dat hierover vragen leven bij alle partijen (de gemeente, WIJ zelf, aanbieders en verwijzers). Daarnaast signaleert BMC dat WIJ een lerende en zich ontwikkelende organisatie is waarin nog lang niet alle ingezette veranderingen zijn geborgd. Dit beeld wordt door de aanbieders herkend: WIJ heeft een hoog personeelsverloop, oplopende wachttijden en de basiskwaliteit is lang niet in alle teams op orde. De vraag is dan ook of WIJ voldoet aan de basiskwalificaties die ook gesteld worden aan de aanbieders (Kwaliteitscheck aanbieders). Zo’n organisatie in twee jaar doorontwikkelen naar een organisatie die ca. 6x zo groot wordt als nu door daaraan naar schatting circa 300 nieuwe medewerkers toe te voegen, is een enorm risico voor de continuïteit en de kwaliteit van de jeugdhulp. BMC concludeert dat het weliswaar onder bepaalde voorwaarden, haalbaar is. Als we kijken naar die voorwaarden (o.a.
het creëren van financiële ruimte om te ontwikkelen, inzetten op het op orde brengen van formatie, kwaliteit en attitude van professionals en het faseren van de doorontwikkeling) dan vragen we ons af of WIJ überhaupt kan voldoen aan deze voorwaarden, laat staan binnen de gestelde termijn voor uitvoering. Krapte op de arbeidsmarkt Dat laatste brengt ons meteen bij een volgende punt van zorg. De voorgestelde uitbreiding van medewerkers is groot. Waar komen deze medewerkers vandaan? We hebben ook in het noorden te maken met een tekort aan jeugdhulpprofessionals (www.jeugdzorg-werkt.nl). Het is sowieso verstandig om beter en meer samen te werken rondom arbeidsvraagstukken. In deze specifieke situatie vraagt het op zijn minst om zeer goede afspraken met de zorgaanbieders die straks niet meer werken in opdracht van de gemeente Groningen. Onder meer over geleidelijke afbouw en geleidelijke opbouw binnen SAMEN (van jeugdigen/gezinnen én van personeel). Het overnemen van taken van bestaande aanbieders betekent namelijk niet automatisch het overnemen van medewerkers. Zonder goede afstemming is de kans groot dat die hun medewerkers voor andere gemeenten gaan inzetten 40% van de specialistische ggz in de gemeente Groningen. De gemeente Veendam presenteert plannen waarbij ook de inkoop van zware GGZ zorg lokaal wordt georganiseerd.
Dus in deze afbakening ontstaan ook binnen de regio verschillen. 8 Zie p. 10 e.v. van het rapport van BMC. 9 Het BMC rapport geeft overigens geen gedegen analyse van het vraagstuk dat opgelost dient te worden en maakt ook niet aannemelijk dat de voorgestelde oplossing gaat leiden tot het gewenste resultaat.
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
of dat de medewerkers elders gaan solliciteren. Alleen door intensieve samenwerking en afstemming kunnen we de beschikbaarheid van jeugdhulp garanderen. Die afstemming heeft nog niet plaatsgevonden. Daarmee is sprake van cruciale onzekerheid over de slagingskansen van het plan van het college.
Verloop van het proces Samenvatting procesbezwaren • Het voorstel voor een grote stelselverandering in de gemeenten Groningen vindt plaats in de context onvolledige inhoudelijke en deels ontbrekende regiovisie op dewe organisatie van een dekkend zorglandschap. Naastvandeeengeschetste bezwaren, vinden als aanbieders ook het proces van Daarmee lopen we het risico op versnippering in de regio, terwijl de landelijke roep er één is om meer besluitvorming niet acceptabel. We beschrijven hieronder waarom we dat vinden. eenduidigheid. • Er is naar ons idee niet samen ontwikkeld. Gemeenten gaan hun eigen gang en betrekken belangrijke stakeholders, waaronder jeugdigen en ouders, aanbieders, en verwijzers (zoals huisartsen) onvoldoende bij de uitwerking.
8/10
Toelichting Timing regiovisie en inkoop We zien dat in de regio op verschillende plekken geacteerd wordt met inkoop- en stelselwijzigingen zonder dat het overkoepelende ‘masterplan’, namelijk de regiovisie klaar is. De uitvoering start al terwijl het plan nog niet klaar is. We verwachtten in de regiovisie te lezen hoe de regio wil komen tot een samenhangend en dekkend zorglandschap. Helaas hebben we geconstateerd dat een duidelijke visie daarop nog ontbreekt.10 Cruciaal binnen zo’n visie is het antwoord op de volgende vragen: • Hoe zijn vraag en aanbod momenteel geografisch verdeeld en hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Welke veelbelovende verbeteringen zijn al in ontwikkeling in het werkveld en in welke gemeenten? Welk perspectief hebben die in andere gemeenten? Welke problemen worden geconstateerd en hoe matcht dat met het voorgaande? • Welke schaalgrootte en expertise is nodig voor welk type zorg/welke zorgfuncties: hier hoort bij o.a. een helder onderscheid tussen collectieve en geïndiceerde voorzieningen en tussen specialistische en hoog specialistische functies. Welke onderdelen kunnen lokaal verankerd worden, welke regionaal en voor welke functies binnen het zorglandschap is zelfs bovenregionale coördinatie of samenwerking nodig.
• Helderheid over wat wordt gezien als jeugdhulp en wat niet (afgrenzingsvraagstuk): welke ondersteuning hoort collectief beschikbaar te zijn voor jeugdigen en gezinnen? Welke ondersteuning is de verantwoordelijkheid van het onderwijs? Welke vanuit de zorgverzekeraars? En welke zorg vinden we de eigen verantwoordelijkheid van burgers? Voor het overige verwijzen wij naar de individuele reacties (zie bijlage 1) van de zorgaanbieders op de conceptregiovisie. We hebben op dit moment geen zicht op de antwoorden, maar worden in dit stadium al wel geconfronteerd met lopende inkoopprocedures en met ingrijpende wijzigingen in de inkoop en organisatie van de jeugdhulp (zoals in de gemeente Groningen met SAMEN). Dit heeft verregaande 10 We hebben als aanbieder de gelegenheid gehad om feedback te leveren op de regiovisie. De wethouder geeft in de
presentatie op 11 november aan dat deze feedback is verwerkt, maar we hebben de nieuwe versie nog niet gezien.
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
consequenties zonder dat de algehele koers helder is. Het behoeft geen verdere uitleg dat hieraan enorme risico’s verbonden zijn, in de allereerste plaats voor kinderen, jeugdigen en gezinnen. Bovendien is dit in strijd met de doelen van de Hervormingsagenda- Jeugd die begin 2022 gereed is. De Hervormingsagenda pleit juist voor meer eenduidigheid en meer samenhang binnen de regio en vooral ook voor stabiliteit en continuïteit in inkoopsystematiek. Samenwerking Hoewel de titel van de nieuwe organisatie (SAMEN) op zijn minst de suggestie wekt dat er op enige wijze is samengewerkt met aanbieders, verwijzers (zoals bijvoorbeeld huisartsen), onderwijs en met jeugdigen of hun vertegenwoordigers, is daarvan in de afgelopen periode weinig sprake geweest. We hebben als aanbieders in zeer beperkte mate kunnen meedenken over de vraagstukken die opgelost dienen te worden, de voorgestelde oplossingsrichting en mogelijke alternatieve scenario’s. We zien onze inbreng niet terug in wat nu voorligt. We weten dat daar vanuit de wethouders anders naar wordt gekeken. Of het nu de regiovisie, het inkoopmodel of nieuwe rol van WIJ Groningen betreft, de gemeenten gaan hun eigen gang. Informatievoorziening en raadpleging vindt plaats op momenten dat besluitvorming al in een verregaand stadium is.
Bovendien voldoet de regiovisie mede om deze reden niet aan zeker vijf van de acht onderdelen uit de Norm voor Opdrachtgeverschap, welke de basis is op grond waarvan een regiovisie tot stand moet komen. Ook kijken de gemeenten te weinig naar de aanbevelingen die binnen de Hervormingsagenda Jeugd worden gedaan.
9/10
Dit is niet wat wij verstaan onder partnerschap of co-creatie en daarmee wordt de kennis en ervaring uit het werkveld onvoldoende benut. Gesprekken, met en zonder externe begeleiding, tussen gemeenten en aanbieders hebben tot nu toe geen verandering in gebracht.
Tot slot: voorstel voor vervolg Wij hopen dat u onze zorgen begrijpt. Verbetering van de zorg en het zorglandschap is goed, maar versnippering niet. Kwetsbare jeugdigen en hun gezinnen dreigen het kind van de rekening te worden. We zien als aanbieders nog steeds de noodzaak om kosten te besparen, om mee te werken aan het kwalitatief versterken van de basisvoorzieningen, met onze kennis bij te dragen aan goede, kosteneffectieve jeugdhulp en te zorgen voor een goede aansluiting tussen basis- en gespecialiseerde jeugdhulp. We vinden dat de plannen – zowel het hybride inkoopmodel uit de concept-regiovisie als het transformeren van WIJ naar SAMEN – hier afbreuk aan doen. Van de gemeenteraad wordt nu gevraagd om ‘ja’ te zeggen tegen een regiovisie die nog helemaal geen visie op een eindsituatie bevat, maar die al wel zeer zorgelijke vooruitzichten kent. Nergens blijkt dat de plannen een oplossing zijn voor de voorliggende verbeteropgaven. De kinderen en jongeren waar het hier om gaat, zijn samen met hun gezinnen te kwetsbaar voor zo’n experiment. Zes jaar na de decentralisatie moet de tijd van experimenteren met de jeugdhulp voorbij zijn. Het zou nu moeten gaan om stapsgewijs verbeteren op basis van een goede analyse en passend bij lokaal, regionaal en landelijk opgedane expertise en landelijk beleid. Dat is echter niet het geval.
Graag geven wij de gemeenteraad de volgende suggesties mee. Bij besluitvorming over jeugdhulp de komende periode is goede zorg in elk geval gebaat bij: 1.
Een regiovisie die daadwerkelijk in nauwe samenspraak met aanbieders en overige stakeholders (jeugdigen, huisartsen, onderwijs, etc.) tot stand is gekomen en die plannen
Memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
bevat waarvan op basis van een goede analyse verwacht mag worden dat deze een oplossing bieden voor de voorliggende verbeteropgaven.
10/10
2.
Wanneer door vaststelling van de regiovisie besloten zou worden tot een hybride inkoopmodel, deze te beperken tot de lichte basishulp met een duidelijke afbakening van wat daar wel en niet onder valt. Dat geldt dan ook voor de opdracht van de gemeente Groningen aan Stichting WIJ.
3.
De verzekering dat voor alle kinderen, jongeren en hun netwerk in de stad en de Ommelanden een dekkend zorglandschap van basis en specialistische jeugdhulp overeind blijft.
4.
Een helder politiek mandaat, bijvoorbeeld door de resultaten van de ontwikkeltafels te zien als stap om alsnog te komen tot een gedegen, breed gedragen regiovisie en die vervolgens ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraden.
5.
En last but not least: aansluiting bij de uitkomsten en ontwikkelrichting van de landelijke hervormingsagenda.
Bijlagen: 1. Reacties van ondergetekende jeugdhulpaanbieders op de concept-regiovisie. 2. Presentatie informatiebijeenkomst gemeente Groningen van 11 november 2021. 3. Presentatie van de bijeenkomst van 1 december 2021, georganiseerd door ondergetekende jeugdhulpaanbieders, waarvoor de raadsfracties van de gemeenteraad Groningen uitgenodigd waren.
accare@
•
1
-4 Molendrift
~ JonH
Cedin
!LAGROl
Doelgerichte hulp bij leer- en gedragsproblemen
ltlllAUl'EIT • MNDEQEDIMGIN • IEltclhDIVIIKHI 1.-.:MMO
el l.1e•r I'\,!
Jeugdhulp _ & onderw1Js
J•--
Zorgkracht12 de noordelijke zorgcoöperatie
Bundel van de Bijlagen bij Memo 'Van WIJ naar SAMEN?' van 1 december 2021
Bijlagen bij Memo 'Van WIJ naar SAMEN?' 1.0 Bijlage 1: reacties van aanbieders op concept-regiovisie 1.1 Reactie Accare op concept-regiovisie 1.2 Reactie Ambiq op concept-regiovisie 1.3 Reactie Elker op concept-Regiovisie 1.4 Reactie Molendrift op concept-regiovisie 1.5 Reactie Jonx op concept-regiovisie 1.6 Reactie Cosis op concept-regiovisie 1.7 Reactie Cedin op concept-regiovisie 1.8 Reactie Lagro Zorgkracht 12 op concept-regiovisie Bijlage 2 Bijlage 2: Presentatie informatiebijeenkomst 11 november 2021 Bijlage 3 Bijlage 3: Presentatie bijeenkomst raadsleden en aanbieders
Bijlagen bij Memo 'Van WIJ naar SAMEN?' 1 1.0 Bijlage 1: reacties van aanbieders op concept-regiovisie
Bijlagen bij memo gemeenteraad Groningen – Van WIJ naar SAMEN? – 1 december 2021
Bijlage 1
Reacties van ondergetekende jeugdhulpaanbieders op de concept-regiovisie
accare@
1 1.1 Reactie Accare op concept-regiovisie
De Groninger gemeenten Programma Regiovisie NvO Aan de projectgroep t.n.v. de heer G. Ranter Raadhuisplein 10 9751 AN Haren
Groningen, 29 oktober 2021
Geachte heer Ranter,
Dank voor de gelegenheid om mee te denken over de regiovisie. Dat waarderen we erg. Met name omdat we het grote belang van een dergelijke visie onderschrijven voor de verdere doorontwikkeling van goed jeugdbeleid en goede jeugdhulp. We zullen in deze brief onze feedback op de regiovisie geven. Eerst in algemene zin, daarna meer specifiek. Over de gehele linie vinden we de regiovisie zoals die er nu ligt onvoldoende als basis voor de genoemde ‘paraplu voor de jeugdhulp voor de komende jaren’. Dat heeft wat ons betreft vooral te maken met het feit dat het document vooral ingaat op het WAT en eigenlijk nauwelijks een beeld geeft van het HOE. De knelpunten die worden gesignaleerd zijn over de gehele linie wel duidelijk en helder (bijvoorbeeld een mooie aanzet om de data rondom zorggebruik in kaart te brengen). Maar hoe de regio de gezamenlijk de gesignaleerde knelpunten gaat aanpakken, komt wat ons betreft nog te weinig aan bod. We zien dat feitelijk als enige concrete oplossingsrichting de inkoopstrategie wordt beschreven. We komen daar later nog specifieker op terug, maar beschrijven eerst een aantal andere punten. Samenhang tussen data en oplossingsrichtingen: duiding Het document geeft een mooie aanzet tot een beschrijving van de trends die in Groningen worden gezien in gebruik van jeugdhulp.
Wat echter mist is een grondige analyse en duiding van de trends die worden gesignaleerd. Hoe komt het dat de complexiteit van de problematiek toe neemt? Hoe komt het dat zoveel jongeren jeugdhulp nodig hebben? En hoe ziet precies de groep eruit die ‘zware’ jeugdhulp nodig heeft? Met welke maatschappelijke ontwikkelingen heeft dit te maken (denk aan onderwijs, toename van kansen ongelijkheid en gezondheidsverschillen, armoede, complexe gezinssituaties). Heeft de verzwaring van zorgvragen te maken met een toename van complexe problemen bij kinderen of met een toename van complexiteit in het jeugdhulpstelsel (bijvoorbeeld door te laat signaleren, ondoorzichtige zorgroutes, wachttijden?). En welke verwachtingen hebben we ten aanzien van de ontwikkeling van de toekomstige zorgvraag? Jeugdhulp is onderdeel van breder maatschappelijk en jeugdbeleid en kan dus ook niet los gezien worden van bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Deze duiding en bredere inbedding ontbreekt grotendeels, maar is volgens ons wel nodig om ook gericht te kunnen werken aan oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten. Ook bij een aantal van de knelpunten (zie pp. 16 en verder bij
accare@ Ontwikkelpunten) ontbreekt – soms een cijfermatige onderbouwing – en meestal een goede duiding van verklarende factoren. Visie op samenhangend en dekkend zorglandschap We verwachtten in dit document een visie aan te treffen over hoe de regio wil komen tot een samenhangend en dekkend zorglandschap. Helaas constateren we dat die ontbreekt. Wat ons betreft hoort daar in elk geval bij een antwoord op de volgende vragen: • Helderheid over wat wordt gezien als jeugdhulp en wat niet (afgrenzingsvraagstuk): welke ondersteuning hoort collectief beschikbaar te zijn voor jeugdigen en gezinnen? Welke ondersteuning is de verantwoordelijkheid van het onderwijs? En welke zorg vinden we de eigen verantwoordelijkheid van burgers? • Welke schaalgrootte en expertise is nodig voor welk type zorg/welke zorgfuncties: hier hoort bij o.a. een helder onderscheid tussen collectieve en geïndiceerde voorzieningen en tussen specialistische en hoog specialistische functies. Welke onderdelen kunnen lokaal verankerd worden, welke regionaal en voor welke functies binnen het zorglandschap is zelfs bovenregionale coördinatie of samenwerking nodig. • Een visie op de samenhang met andere onderdelen van het sociaal domein, zoals wonen en werk en inkomen en hoe deze samenhang vorm kan krijgen.
Het stuk geeft wat ons betreft nog echt onvoldoende houvast voor een toekomstvisie op een samenhangend en dekkend zorglandschap. Het Groninger Functioneel Model kan een prima basis zijn voor deze verdere uitwerking (pp.9-10), maar we vinden het niet duidelijk wat de huidige status van dit model is. Gaat dit model worden herzien of blijft het de basis voor de indeling van het zorglandschap? En hoe worden de genoemde begrippen verder uitgewerkt? Bijlage 4 beschrijft de huidige organisatie, maar hoe gaat dit er in de toekomst uit zien? Integrale jeugdhulp reikt verder dan alleen jeugdhulp Als we iets hebben geleerd in de afgelopen 6 jaar is het dat de transformatie van de jeugdhulp zeer moeizaam tot stand komt. Het aantal jeugdigen in zorg is niet afgenomen, sterker nog het beroep dat gedaan wordt op professionele jeugdhulp is enorm, met name als we kijken naar de investeringen per jeugdige. De complexiteit van het zorglandschap is niet of nauwelijks afgenomen en de administratieve lasten voor professionals, aanbieders en gemeenten zijn niet minder geworden. Deze ontwikkelingen op een ander spoor brengen lukt niet als we niet een integrale visie ontwikkelen die aansluit bij ontwikkelingen in onderwijs, algemeen gezondheidsbeleid1 en het bredere maatschappelijke domein. Dat is zeker geen eenvoudige opgave, maar wel een noodzakelijke.
Ons inziens zou daar in deze regiovisie veel meer aandacht voor moeten zijn. Bovenregionale samenwerking (3Noord en 2Noord en JENN) Ook de beschrijving van de bovenregionale samenwerking (zoals beschreven op pp. 26-27) mist inhoudelijke visie. Behalve de JeugdhulpPlus zijn er ongetwijfeld meer onderdelen van het zorglandschap waarop bovenregionale samenwerking wenselijk, zo niet noodzakelijk is. Denk aan de
1
Zie bijvoorbeeld het Regiobeeld van Menzis
accare@ verdere ontwikkeling van verblijfsvoorzieningen t.b.v. jeugdigen met complexe psychiatrische problematiek zoals crisisverblijf, medisch-psychiatrische zorg binnen een MPU en zorg voor weinig voorkomende doelgroepen waarvoor schaars beschikbare expertise nodig is (denk bijvoorbeeld aan eetstoornissen). De drie noordelijke regio’s werken natuurlijk samen in het JENN, maar onze vrees is dat wanneer een stevige inhoudelijke visie en commitment op bovenregionale samenwerking ontbreekt, bovenregionale netwerken zoals het JENN (maar ook K-EET bijvoorbeeld) als het ware onvoldoende ‘grond onder hun voeten’ hebben om het verschil te kunnen maken. Preventie en versterken van basisvoorzieningen Het versterken van basisvoorzieningen en meer aandacht voor preventie vormen een van de belangrijkste pijlers van het jeugdzorgstelsel. Willen we er met elkaar voor zorgen dat minder specialistische jeugdhulp nodig is dan is – naast een breed en samenhangend aanbod van jeugdhulp – ook een breed en samenhangend jeugd- en preventiebeleid nodig. Dit punt wordt zijdelings aangestipt in de regiovisie, maar verder niet uitgewerkt.
Hoe kijken de gemeenten aan tegen het samenwerken op dit punt? Is dat een thema waarin ze samen optrekken? En welke keuzes worden hier in gemaakt als het gaat om budget? Dat vinden we een gemiste kans, terwijl we zien dat daar in de regio Groningen in de basis de infrastructuur voor aanwezig is (bijvoorbeeld Preventie Overleg Groningen) en het volgens ons ook echt noodzakelijk is om daarin samen te werken (denk bijvoorbeeld aan het verminderen van armoede en gezondheidsverschillen). Investeren in opleiden en vakmanschap: kennis op de juiste plek We vinden dat er in deze versie van de regiovisie te weinig aandacht wordt besteed aan opleiden en vakmanschap2. Goede jeugdhulp valt of staat met de juiste kennis en kunde van professionals. Wat is hierop de visie van de regio. Hoe is deze functie goed geborgd? Opleiden, kennis delen, maar ook consultatie bijvoorbeeld. Gaat de regio daar ‘als geheel’ een visie op ontwikkelen of is dat aan iedere aanbieder en iedere gemeente? In de analyses mist wat ons betreft ook de aandacht voor het enorme arbeidsmarktprobleem. We hebben in de jeugdhulp – in elk geval in de jeugd GGZ – te maken met schaarste van een aantal specifieke beroepsgroepen. Omgaan met deze schaarste vergt creativiteit maar ook onderlinge solidariteit en samenwerking (zie verder bij inkoopmodel). Dit geldt niet alleen voor zorgaanbieders, maar zeer zeker ook de lokale teams.
Zorg inkopen: hybride inkoopmodel De enige oplossingsrichting die concreet is uitgewerkt in deze regiovisie is die van het hybride inkoopmodel. We hebben daar – in andere gremia – het nodige over gezegd en hoeven dat hier niet allemaal te herhalen. Wat voor dit document van belang is, is het ontbreken van een echte inhoudelijke visie op hoe je het jeugdlandschap wilt organiseren terwijl tegelijkertijd al wel een inkoopmodel wordt uitgewerkt en zelfs in gang gezet. We kunnen ons best voorstellen dat gemeenten een deel van de zorg op lokaal niveau gaan inkopen, maar daaraan vooraf gaat dan wel
2
Inclusief visie op onderzoek
accare@ een heldere en gedeelde visie op alle zorgfuncties, de benodigde schaalgrootte en het type en aantal organisaties dat nodig is om deze functies goed te borgen. Is die visie er niet – zoals dat nu het geval is - dan ligt het risico op versnippering en versplintering op de loer. Voor regionaal en bovenregionaal werkende organisaties, die zich in het hybride model per gemeente zouden moeten organiseren naar een gemeente-specifiek samenwerkingsverband, zou dit bovendien een enorm risico betekenen op verzwaring van administratieve lasten. Proces We realiseren ons heel goed dat het komen tot een gezamenlijke, integrale regiovisie geen eenvoudig proces is. Zeker niet in een context waar de politieke en financiële druk groot is. U geeft aan (op pp. 30) dat er in vervolg op deze versie van de regiovisie ontwikkeltafels komen. We werken daar uiteraard graag aan mee, en hopen dat onze input daar een plaats krijgt. Wel willen we erop wijzen dat als deze ontwikkeltafels van start gaan zonder dat een grondige analyse en duiding van de trends heeft plaatsgevonden, de kans groot is dat er aan oplossingen gewerkt wordt voor afzonderlijke vraagstukken, die geen antwoord zijn op de daadwerkelijke problemen. We hopen daarom dat eerst de analyse plaatsvindt en daarna de ontwikkeltafels van start gaan.
Tot slot willen wij nogmaals benadrukken dat we het een groot risico vinden dat het nieuwe inkoopmodel al geïmplementeerd wordt, voordat de regiovisie gereed is en voordat de consequenties van dit model besproken zijn met aanbieders. Vriendelijke groet, Trea Veldema, regiodirecteur Accare Groningen Wieteke Beernink, bestuurder Accare
1 1.2 Reactie Ambiq op concept-regiovisie
Geachte mevrouw Kes, Namens onze bestuurder mevrouw J.H.M. Schilderinck ontvangt u hierbij de reactie van Ambiq op de concept regiovisie Groningen. Ambiq onderstreept het belang van het hebben van een regiovisie en wij willen daarin graag onze bijdrage leveren. Een goed uitgewerkte en gedragen regiovisie is nodig om gezamenlijk te komen tot een vernieuwend en verbeterd jeugdlandschap. Het dient als leidraad voor de te maken beleidskeuzes en de concretisering van de ontwikkelopgaven. 1
De concept regiovisie geeft een goede beschrijving van de huidige stand van zaken en ook de opgenomen data geven het huidige beeld aan. Dat wat nog niet goed gaat wordt beschreven, maar er is geen diepgaande analyse gemaakt wat de oorzaken zijn van de ervaren problemen. De gewenste beweging en de genoemde ontwikkelopgaven (hoofdstuk 3) zijn niet nieuw en missen onvoldoende diepgang om als basis voor beleidskeuzes te kunnen dienen. 2
In de regiovisie ontbreekt een duidelijke keuze wat nu lokaal, regionaal en bovenregionaal ingekocht wordt. Er wordt o.a. verwezen naar bijlage 5, maar die is niet uitgewerkt.
3
De keuze voor het hybride inkoopmodel heeft geen relatie met/vloeit niet voort uit de ervaren problematiek en de ontwikkelopgaven. Het inkoopmodel was al vooraf vastgesteld en dat is nu zichtbaar in de regiovisie. De behoefte van gemeenten tot meer lokale inkoop is begrijpelijk, maar voor een volledig en samenhangend zorglandschap moeten eenduidige keuzes gemaakt worden die gelden voor alle gemeenten. Dit ontbreekt in de regiovisie. Het model zoals nu genoemd leidt mogelijk tot versnippering van het zorglandschap en jeugdigen die tussen wal en schip gaan vallen. Daarmee is het dus de vraag of dit inkoopmodel gaat bijdragen aan het oplossen van de problemen en of een doorontwikkeling / verbetering van het huidige inkoopmodel niet tot betere resultaten leidt. Dit is ook benoemd in het rapport De volgende stap (inkoop jeugdhulp 2022 en verder ) van Uenk en Robbe (alle zorgen over het inkoopmodel zijn bestuurlijk ook al benoemd en worden hier verder niet opnieuw opgenomen). 4
Samenwerking; het proces van samenwerking is tot nu toe niet goed verlopen. In de totstandkoming van de concept regiovisie was geen sprake van gezamenlijkheid tussen gemeenten en aanbieders. Het is goed dat de gemeenten het partnerschap en het komen tot de benodigde passende en structurele overlegstructuren tussen gemeenten en aanbieders hebben opgenomen in de regiovisie. Alleen vanuit partnerschap zullen we kunnen komen tot een verbetering van het jeugdlandschap. Vertrouwen en elkaar leren begrijpen zijn daarin van belang. Tot zover onze reactie, graag worden wij geïnformeerd over hoe en op welke wijze de reacties op de regiovisie verwerkt worden.
1 1.3 Reactie Elker op concept-Regiovisie
elker
Jeugdhulp & onderwijs
De Groninger gemeenten Programma Regiovisie NvO Mevrouw A. Kes Raadhuisplein 10 9751 AN Haren
Datum
Onderwerp
Kenmerk
26 oktober 2021
Reactie concept-regiovisie
RvB/IH/21469
Beste mevrouw Kes, Dank voor de gelegenheid als aanbieder te reageren op de concept-regiovisie jeugdhulp van de Groninger gemeenten. Graag maakt Elker hier gebruik van. We onderschrijven het belang dat gemeenten en aanbieders met elkaar het zorglandschap in onze regio structureel verbeteren. We zijn blij dat er een concept-regiovisie is en niet alleen omdat dit is afgesproken in VNGverband. In onze regio is de zorg voor kwetsbare kinderen, jongeren en hun netwerk nog niet goed genoeg. We missen ook nog het strategisch partnerschap dat nodig is om met alle betrokkenen partijen gezamenlijk verbeteringen te realiseren. Helaas constateren we dat het concept zoals dit nu voorligt, naar onze mening, geen verbetering gaat brengen – ondanks alle goede intenties die erin staan. We constateren ook dat het concept op vijf van de acht punten niet voldoet aan de NvO (Routekaart Norm voor Opdrachtgeverschap; afspraken 1, 2, 4, 5 en 6). Elker vindt de regiovisie op deze manier een gemiste kans, inhoudelijk en procesmatig. Een en ander lichten we hieronder toe. Inhoudelijke opmerkingen Probleemschets De Stand van zaken is een beschrijving van de huidige situatie met onvoldoende analyse van waarom de situatie zo is geworden.
Naar onze indruk was dit wel mogelijk geweest aangezien we inmiddels zes jaar (sinds 2015) werken volgens het Groninger Functioneel Model en we met de RIGG ook hebben geïnvesteerd in een stevige kennisbasis. Graag hadden we in de concept-regiovisie bijvoorbeeld gelezen over de mate waarin de juiste zorg op de juiste plek komt, de oorzaken van vraag naar zorg (zoals echtscheidingen), relaties tussen jeugdzorg, onderwijs en bijvoorbeeld huisvesting, en over de mate waarin we beschikken over een dekkend zorglandschap. Bij de cijfers die er wél staan in 2.4 is telkens onze vraag: wat is de oorzaak van de trends die we zien? Naast een kwantitatieve analyse, vraagt de huidige situatie ook om een kwalitatieve analyse. Bij de constateringen in 3.2 is telkens onze vraag: hoe komt het dat verbeteringen nog niet zijn gerealiseerd? Al met al vinden we de probleemschets te weinig diepgaand. Dit geldt ook voor de oplossingsrichtingen.
Elker Jeugdhulp & onderwijs is de nieuwe handelsnaam van Elker, Het Poortje Jeugdinrichtingen, Combinatie Elker – Het Poortje en Viyuna. De onderliggende stichtingsnamen met bijbehorende factuurgegevens blijven ongewijzigd. Stichting Combinatie Elker/Het Poortje, Postbus 274, 9700 AG Groningen, tel: 050 851 4666, www.elker.nl ISO 9001 • HKZ
btw NL853552083B01, KvK 59576421, ABN Amro NL03 ABNA 0444 6269 72
N ~r el l.,.e
Jeugd hulp
& onderw ijs
Oplossingsrichtingen De ‘gewenste beweging’ krijgt gestalte in zes illustraties van ontwikkelopgaves. De illustraties lijken een kopie uit beleidsstukken van rondom 2015. Het is teleurstellend dat anno 2021 de visie op een dergelijk abstractieniveau is verwoord. Deze gewenste beweging doet ook geen recht aan al het werk dat afgelopen jaren is verzet door uw en onze mensen. De gewenste beweging sluit hiernaast nauwelijks aan op de geconstateerde problemen in hoofdstuk 2 en 3 (en de oorzaken daarvan). Zodoende ontbreekt ook de onderbouwing dat de gewenste beweging het verschil gaat maken. Opmerkingen over het proces Samenwerking In het stuk staat veelvuldig dat ‘we’ als ‘gemeenten en aanbieders’ ‘met elkaar’ ‘samenwerken’. In de praktijk herkennen wij ons hier niet in, in elk geval niet wat betreft de totstandkoming van de concept-regiovisie. We hebben bijvoorbeeld onze zorgen over de jeugdzorg en ons stelsel meerdere keren geuit maar we zien ze niet terug. We hadden graag actiever onze kennis en expertise gedeeld, bijvoorbeeld over problemen in de huidige situatie en over mogelijke oplossingsrichtingen. Tezamen met hoe we zien dat inkoop een plek heeft in de concept-regiovisie, vinden we het proces tot nu toe onzorgvuldig verlopen. Inkoop De Groninger gemeenten werken aan een nieuw inkoopmodel. Inkoop kan een effectief en concreet instrument zijn om een visie te realiseren.
Het valt ons hierom op dat 1. een nieuw inkoopmodel niet in de concept-regiovisie staat bij ‘de gewenste beweging’ maar als losstaand gegeven, en 2. dat een Groningse gemeente al een aanbesteding is gestart volgens nieuwe inkoopprincipes terwijl een nieuw inkoopkader, laat staan de regiovisie, nog niet is vastgesteld. Dit nieuwe inkoopmodel (zoals beoogd) brengt risico’s met zich mee. Kinderen, jongeren en hun netwerk zullen niet gegarandeerd zijn van (hoog-)specialistische jeugdhulp. Deze hulp vereist immers voldoende volume om voortdurend hoogwaardige kwaliteit te kunnen leveren en om betaalbaar te kunnen zijn. Een concrete, realistische en regio-brede definiëring van lokaal en regionaal te contracteren zorg is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde. Uit kosten-oogpunt lijkt het erg inefficiënt dat alle gemeenten eigen mensen moeten gaan inzetten voor aanbestedingen, contractmanagement, monitoring etc. Aanbieders vrezen een toename van aanbestedingen en verantwoording, die telkens verschillen per gemeente. Hierbij willen we ook in overweging geven dat uit onderzoek blijkt dat jeugdhulp(inkoop) vooral is gebaat bij consistentie en rust (De gemeentelijke inkoop van jeugdzorg, CPB, 2021; “Inkoopmodel over een andere boeg? De beste gemeenten zijn juist koersvast!”, Niels Uenk, 2021). Ter afsluiting Om goed samen te werken is het van belang elkaar goed te begrijpen.
De ingezette bemiddelingspoging zien we daarom als een mooie kans om met elkaar verdere stappen te zetten. In de regio hechten we veel belang aan transparantie. Dat is een groot goed. We verzoeken daarom onze reactie te sturen aan de gemeenteraden ten behoeve van de besluitvorming. Vanzelfsprekend zijn we zeer bereid onze kennis en expertise in te zetten aan de ontwikkeltafels. Leidt onze reactie nog tot vragen en/of opmerkingen? Dan horen we dat graag. Met hartelijke groet,
Ina Huesken bestuurder Elker
Reactie concept-Regiovisie
2/2
1 1.4 Reactie Molendrift op concept-regiovisie
►
Ubbo Emmiussingel 110 9711 BK Groningen
info@molendrift.nl
w" www.molendrift.nl
►
Lloyds terras 14 9641 oz Veendam
►
Hoofdstraat 178 9982 AK Uithuizermeeden
► Trambaan 1-1
NL67 INGB 0000 5373 58
02078846
8441 BH Heerenveen
TELEFOON
(050) 318 5142 ,u (050) 312 89 90
ING8NL2A
•
,.... tD
:::s
Anneke Kes, Gert Ranter Programma Regiovisie Norm voor Opdrachtgeverschap
Groningen, 30 oktober 2021 Onderwerp: Reactie op Concept regiovisie regio Groningen, versie 12 okt 2021 Verzonden per e -mail aan geadresseerden op 30 oktober
Geachte heer Ranter en mevrouw Kes Dank voor het voorleggen van het ambtelijk concept van de Regiovisie voor de jeugdhulp in de provincie Groningen. In de toelichtende mail geeft u aan dat dit een versie op hoofdlijnen is en dat de Groninger gemeenten deze graag met ons samen willen invullen. Molendrift zal daar graag aan bijdragen. Deze brief bevat onze opmerkingen bij het concept. Het betreft de hiaten en onevenwichtigheden het ons inziens nog kent. Mogelijk gaat dat soms ‘wat ver’ aangezien dit de ambtelijke versie op hoofdlijnen is. In onze reactie gaan we er vanuit dat de regiovisie is bedoeld als basis onder een meerjarig plan voor de doorontwikkeling van de jeugdhulp, ondersteund door nader uit te werken beleid en optimalisatie van het inkoopproces. Een dergelijke regiovisie moet zijn gebaseerd op een gedegen analyse van het huidige zorglandschap, waaronder een beschrijving van de stand van zaken over de zorginhoudelijke kwaliteit en toegankelijkheid, een overzicht van veelbelovende ontwikkelingen en hoe daar maximaal van te profiteren, en de voornaamste zorgen en gedachten over verbetering daarop. Dit vraagt een intensieve kennisuitwisseling tussen zorgaanbieders en gemeenten. Wat dat betreft is de huidige versie onevenwichtig: veel informatie over systeeminrichting, aantallen en kosten, weinig informatie over zorgbehoefte en aanbod en weinig verklarende informatie.
Op alle punten die wij benoemen is al veel kennis beschikbaar. Hetzij bij Molendrift, hetzij bij collega zorgaanbieders. Deze kennis kan binnen een korte doorlooptijd worden uitgewisseld, en via discussie op waarde worden gewogen. Alleen bij een dergelijke verdieping krijgt de regiovisie voldoende inhoud om als basis voor de ontwikkelopgaven voor de komende jaren te dienen. We hopen met deze reactie een goede bijdrage te leveren aan het verdere proces. Aarzelt u niet contact op te nemen bij vragen. Met vriendelijke groet,
Ellen Loykens Directeur behandelzaken
Maarten Wetterauw Directeur algemene zaken
1-4
Q.
...., -· ,.... --t
Molen drift
Maak samenwerken concreet (hoofdstuk 1 en 4) ✓ Op pg. 4 wordt gesproken over een ‘verregaande samenwerking’, maar er staat niet met wie. Hoofdstuk 4 beschrijft de Governance, maar de wijze van verregaand samenwerken met zorgaanbieders is daarvan geen onderdeel. Om dit een goed vervolg te kunnen geven is het belangrijk tot een gezamenlijke definitie te komen. En samen een vorm te bedenken die uitvoeringsgericht is, kennis inbreng door gemeenten en zorgaanbieders borgt én interactie borgt op de grensvlakken met onderwijs, zorgverzekeraars en het medische segment. Ontwikkelopgaven (hoofdstuk 1) ✓ De op pg. 5 en 6 genoemde ontwikkelopgaven zijn geen ontwikkelopgaven maar uitgangspunten. De regiovisie zou moeten beschrijven wat de stand is ten opzichte van deze uitgangspunten. De ontwikkelopgaven beschrijven vervolgens wat nodig is om beter aan die uitgangspunten te gaan voldoen. Stand van zaken in het zorglandschap (hoofdstuk 1) ✓ Wat er nu staat is een opsomming over aantallen cliënten en kosten, de vermelding van een selectief aantal betrokken organisaties en de samenwerkingsafspraken die met hen zijn gemaakt. Maar je verwacht hier primair een kwalitatieve beschrijving: wat is er qua zorgaanbod, hoe is het geografisch verdeeld, hoe ‘matcht’ dat met de vraag en bereikbaarheid en hoe functioneert het in termen van geleverde zorg.
✓ Daarbij dan hoe dát wordt beïnvloed door de demografische ontwikkelingen inclusief de ontwikkeling in kosten. Vanwege de verschillen in concentratie van kennis en bevolkingsdichtheid is hier ook de mate van solidariteit tussen gemeenten relevant. De gewenste beweging in het zorglandschap (hoofdstuk 3) ✓ Paragraaf 3.1 geeft aan dat er veel goeds is ontwikkeld, maar noemt maar enkele daarvan. Het is belangrijk dit zorgveld-breed te beschrijven als basis onder de ontwikkelpunten in paragraaf 3.2. Immers, die successen hebben potentie voor het bredere zorglandschap: ze zijn veelal nog niet opgeschaald. Vanuit het overzicht van die ontwikkelingen kan dan de vertaling worden gemaakt naar de gewenste ontwikkelingen die zijn beschreven onder de stand van zaken van het zorglandschap. Om zo te bedenken hoe en waar deze kennis verder te verspreiden. Dit is van belang om uit de situatie te komen waarin ontwikkelde kennis niet maximaal wordt benut maar telkens nieuwe projecten worden gestart en wielen opnieuw worden uitgevonden. Als we naar onze eigen betrokkenheid en initiatieven kijken gaat het bijvoorbeeld om Jongeren Aan Zet, Samen1Plan, @ease Groningen, Triage/Duage model WIJ, het model van de Verklarende Analyse, Beweging van 0, het Schoolpoli Concept. Maar er is meer bij ons én zeker ook bij andere aanbieders. ✓