CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage rapport beschermingsbewind Rekenkamer februari 2021.pdf

gemeenteraad 28 april 2021, gemeente GroningenBij agendapunt: a: Onderzoek Rekenkamer Beschermingsbewind (raadsvoorstel 12-3-2021)17.360 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

aantal bewinden

ultimo

gemeente

externe bewindvoerder

planning

realisatie

verschil

planning

realisatie

verschil

2018

450

501

51

1.850

1.431

-419

2019

1.061

629

-432

1.240

1.261

21

2020

1.690

780

-910

611

1.202

591

2021

2.300

910

-1.390

0

988

988

26

De raming voor 2020 en 2021 is onder meer gebaseerd op de veronderstelling dat jaarlijks het aantal cliënten dat een inkomen heeft onder de inkomensnorm zal toenemen ten opzichte van de gehele groep van cliënten onder bewind en dat er jaarlijks een uitstroom van 10% uit beschermingsbewind zal plaatsvinden. In plaats van de oorspronkelijk verwachte 1.850 omzettingen betreft het maar 267 omzettingen! In onderstaand schema is aangegeven hoeveel cliënten zijn dan wel nog zullen worden omgezet naar de gemeente.

beleidswijziging zoals besloten in februari 2018. Dit heeft directe consequenties voor het aantal omzettingen van cliënten en leidt dus ook tot andere financiële effecten dan oorspronkelijk beoogd. Bijzondere bijstand De verwachting is nu dat eind 2021 nog 988 cliënten onder de inkomensnorm bij private bewindvoerders onder bewind zijn. Het beroep op de bijzondere bijstand bedraagt dat jaar dan nog naar verwachting € 1,35 miljoen in plaats van de aanvankelijk beoogde nul euro. In het volgende schema is het (verwachte) resultaat op de bijzondere bijstand weergegeven.

Aantal cliënten private bewindvoerders cf raadsvoorstel februari 2018 (raming)

1.850

Aantal cliënten bij private bewindvoerders per 31-122018 (telling)

1.431

jaar

Cliënten bij bewindvoerders met overeenkomst

1.150

ultimo

planning

realisatie

verschil

Aantal om te zetten cliënten per 31-12-2018

281

2018

3.300

2.785

-515

Waarvan ongeveer 5% hardheidsclausule

14

2019

1.700

1.820

120

Daadwerkelijk om te zetten

267

2020

900

1.640

740

Inmiddels omgezet per oktober 2020

209

2021

0

1.350

1.350

Nog om te zetten

58

De omzettingen en nieuwe instroom zijn in 2020 vertraagd als gevolg van Covid-19. De Wijteams en de intake bij de GKB zijn in enige mate beperkt in hun werkzaamheden geweest en er zijn minder gerechtelijke uitspraken waardoor omzettingen niet plaats hebben kunnen vinden.

8.2. Financiële resultaten Met het afsluiten van een overeenkomst met een grote groep bewindvoerders is een andere invulling gegeven aan de uitvoering van de

kosten bijzondere bijstand *€ 1.000

*cijfers gecorrigeerd voor cliënten voormalige gemeenten Ten Boer en Haren vanaf 2019 (€ 80.000)

De vergoedingen vanuit de bijzondere bijstand nemen niettemin af als gevolg van de volgende stappen: • het omzetten van ongeveer 267 cliënten; • de jaarlijkse uitstroom van in ieder geval 10% bij private bewindvoerders; • alle nieuwe instroom komt bij de gemeente terecht; • een vergoeding conform het goedkopere a-tarief aan bewindvoerders.

27

Personele consequenties Doordat de instroom van cliënten bij de GKB lager is dan oorspronkelijk gepland kan ook de uitbreiding van personeel beperkt blijven. De planning was dat er ongeveer 22 fte extra benodigd zou zijn in 2021, dat is nu naar verwachting ongeveer 11 fte. Uitbreiding van de formatie is gerealiseerd door het aantrekken van ervaren bewindvoerders van private bureaus (voorrang bij vacatures in aansluiting op omzetten bewinden) en medewerkers met tijdelijke contracten. De extra personeelskosten zijn lager dan gepland: in plaats van € 2,3 miljoen worden de kosten van extra inzet naar verwachting in 2021 € 1,425 miljoen 1. In bijgaand overzicht zijn de extra personeelskosten voor de GKB per jaar aangegeven en vergeleken met het oorspronkelijke plan. Een kanttekening kan hier nog wel bij worden geplaatst. Na het betreffende raadsbesluit zijn in het kader van de functiewaardering HR21 de functies bij het GKB hoger ingeschaald. Dit heeft tot een kostenverhogend effect van ongeveer 10% geleid. De onderstaande gegevens zijn daar niet voor gecorrigeerd.

jaar

kosten extra inzet personeel *€ 1.000

ultimo

planning

realisatie

verschil

2018

0

485

485

2019

1.200

1.301

101

2020

1.700

1.425

-275

2021

2.300

1.425

-875

Uit de tabel kan worden afgeleid dat uiteindelijk in 2021 naar verwachting € 0,875 miljoen minder aan personeelskosten zal worden uitgegeven dan volgens het raadsvoorstel februari 2018.

Vanwege de te verwachten grote instroom van nieuwe cliënten en omzettingen is de workload per bewindvoerder naar beneden bijgesteld van 125 naar 100 dossiers. Redenen hiervoor zijn kwaliteitsverbetering van de dienstverlening en het opstarten van veel nieuwe dossiers. Het opstarten van dossiers kost veel tijd en meer werk dan het onderhouden van een bestaande relatie. De verwachting bestaat dat op termijn de caseload per consulent weer hoger komt te liggen. Er zal dan sprake zijn van een betere verhouding tussen op te starten dossiers en lopende dossiers. Ook is de verwachting dat er efficiënter gewerkt kan worden door onder andere ICT verbeteringen. De caseload komt trouwens overeen met de caseload bij private organisaties.

Dit bedrag is inclusief overheadkosten en een begrotingsoverheveling ter dekking van de gederfde inkomsten uit de bijzondere bijstand voor de GKB. Deze overheveling heeft vanaf 2018 plaatsgevonden vanuit de post Bewindvoering binnen de Bijzondere Bijstand (€ 0,585 miljoen op jaarbasis).

1

28

Besparingen In de laatste tabel is de geplande totale besparing afgezet tegen de (verwachte) realisatie aan besparing. Hieruit kan worden afgelezen dat in 2021 de nagestreefde besparing van € 1 miljoen naar verwachting niet gehaald zal worden. Verwacht wordt dat de uiteindelijke besparing ongeveer € 0,525 miljoen zal bedragen. jaar

totale besparing *€ 1.000

ultimo

planning

realisatie

verschil

2018

0

30

30

2019

400

179

-221

2020

700

235

-465

2021

1.000

525

-475

8.3. Consequenties voor cliënten De nieuwe werkwijze heeft direct consequenties voor zowel cliënten die omgezet worden naar de gemeente als ook voor cliënten die nieuw instromen. Doordat de cliëntstromen anders gaan lopen heeft de nieuwe werkwijze ook gevolgen voor de private bewindvoerders. Deze laatste consequenties komen in paragraaf 8.4 aan de orde. Wachttijden Het omzetten naar een andere bewindvoerder, voor zo ver dat niet op eigen verzoek gaat, geeft onrust bij een deel van de cliënten. Zij zijn kwetsbaar en vinden het vaak lastig om met veranderingen om te gaan. Door de grote instroom van nieuwe cliënten bij de GKB zijn de wachttijden in 2019 aanzienlijk gestegen. Naast de extra instroom speelt ook het nog niet op

orde hebben van de benodigde formatie een rol. Waar de norm om een traject te starten na een positief besluit vanuit de intake op 4 weken ligt, bedraagt deze wachttijd momenteel ongeveer 11 weken. Deze wachttijd loopt sinds maart 2020 terug en de verwachting is dat deze vanaf januari 2021 weer normaal zal zijn. In het geval van spoed wordt ter overbrugging een ander hulpverleningstraject, zoals budgetbeheer, gestart. Bovenop de wachttijd bij de gemeente komt de wachttijd van 2-3 maanden voordat de kantonrechter uitspraak heeft gedaan over het aangevraagde beschermingsbewind. In deze periode wordt wel al een traject van budgetbeheer opgestart met de cliënt. Dit betekent dat alles bij elkaar een nieuwe cliënt ongeveer een half jaar moet wachten voordat een beschermingsbewind gestart kan worden. Voorkomen wordt dat dit voor de client tot financiële problemen leidt omdat de bijzondere bijstand gedurende de wachttijd wordt door betaald. Passend aanbod De GKB heeft de beleidswijziging aangegrepen om het reguliere proces van beschermingsbewind verder te verbeteren. Bij het front office is het werkproces aangepast en vereenvoudigd. Hier vindt de intake plaats en wordt kritisch beoordeeld welk ondersteuningstraject het best passend is voor de cliënt.

Ook als de cliënt komt om beschermingsbewind in te laten stellen, wordt hier beoordeeld of dat wel het meest geëigend is, gezien de omstandigheden van de cliënt. Dit kan de gemeente doen in tegenstelling tot private partijen, die in de meeste gevallen geen schuldhulpverlening en budgetbeheer (kunnen) aanbieden.

29

Omdat alle nieuwe instroom van mensen met een inkomen < 120% bijstandsnorm via de gemeente verloopt, kan de gemeente een veel beter beeld van deze groep cliënten krijgen. Waar nodig vindt afstemming met de WIJteams plaats voor aanvullende ondersteuning. Doordat ze niet langer buiten beeld zijn, kan de gemeente cliënten beter en integraal ondersteunen. Het inzetten van een andere vorm van ondersteuning, zoals budgetbeheer en schuldhulpverlening brengt lagere kosten met zich mee in vergelijking met de inzet van beschermingsbewind. Het bovenstaande is niet expliciet onderzocht. Uit de administratieve systemen kan geen cijfermatige onderbouwing worden verkregen van de effecten van de veranderde werkwijze. Het is bijvoorbeeld niet bekend hoeveel cliënten doorstromen van beschermingsbewind naar schuldhulpverlening of hoe lang cliënten gemiddeld in een specifiek hulpverleningstraject zitten. Op individueel niveau zijn deze gegevens er uiteraard wel, maar er is weinig stuurinformatie vanuit de systemen beschikbaar. Hierdoor ontbreekt het aan kwantitatieve gegevens om een goed beeld te vormen van de ontwikkeling van het cliëntenbestand en de uitvoering van het beschermingsbewind. Wel is uit gesprekken met medewerkers en private bewindvoerders de indruk verkregen dat daadwerkelijk op deze ‘meedenkende’ manier gewerkt wordt.

Informatievoorziening aan cliënten Cliënten krijgen maandelijks een overzicht van inkomende en uitgaande gelden. Ten aanzien van de informatietoelevering geven cliënten aan dat het voor hen vaak moeilijk te begrijpen is. Het overzicht is niet voor iedereen makkelijk te hanteren en geeft voor een aantal cliënten te weinig informatie.

Klachten Voor cliënten die onder beschermingsbewind vallen, blijkt uit verschillende interviews dat het soms lastig is om de weg te vinden als zij klachten hebben over de manier van werken van een bewindvoerder. Het omzetten van cliënten naar de gemeente en de langere wachttijden hebben niet geleid tot extra klachten over de dienstverlening door de gemeente. Wel waren er bezwaren van cliënten tegen de voorgenomen omzettingen. Indien de hardheidsclausule niet van toepassing was, zijn deze bezwaren ongegrond verklaard. In de meeste gevallen heeft de omzetting in goed overleg met de private bewindvoerder kunnen plaatsvinden. Klachten van cliënten gaan vaak over 1) de wens om meer zeggenschap te krijgen over de financiën, 2) het onvoldoende bevorderen van de zelfstandigheid en 3) beslissingen die genomen zijn door de bewindvoerder zonder voorafgaand overleg met de cliënt. Een voorbeeld hiervan is door een van de geïnterviewde cliënten aangegeven: “ik zou zo graag meer perspectief hebben en wil zo graag proberen om weer wat meer zelfstandig te functioneren; een eerste klein stapje zou al fijn zijn”. In de periode van 2018 tot en met 2020 zijn er geen klachten bij de rechtbank ingediend door cliënten van de gemeente.

Indien een klacht bij de klachtenfunctionaris wordt ingediend en niet gericht is op “bejegening” maar inhoudelijk van aard is, treedt deze op in de rol van mediator tussen behandelaar en cliënt. De klachtenfunctionaris probeert op die manier het gesprek tussen behandelaar en cliënt weer op gang te krijgen.

30

In 2019 was er sprake van een lichte toename van klachten over beschermingsbewind door de GKB ten opzichte van voorgaande jaren. Deze toename wijkt niet sterk af van de toename van het totaal aantal klachten bij de gemeente.

jaar

Aantal klachten GKB

Aantal klachten beschermingsbewind

2016

28

-

2017

18

4

2018

24

6

2019

30

9

Aard van de klacht

3x bejegening, 8x 2020

26

12

uitvoering bewind 1x incorrecte afhandeling

*tot en met 20-10-2020

Bij de ombudsman van de gemeente Groningen zijn in 2019 geen klachten binnengekomen over beschermingsbewind door de gemeente. Wel is er één klacht binnen gekomen over een private bewindvoerder. Kantonrechter De kantonrechter wordt al enige tijd geconfronteerd met grotere aantallen aanvragen voor (omzetting van) beschermingsbewind. Dit zet druk op het proces bij de rechtbank. De wachttijd tussen moment van aanvraag van beschermingsbewind bij de kantonrechter en de uitspraak daarover bedraagt momenteel 2-3 maanden. Door de werkdruk heeft de kantonrechter minder tijd om zich te verdiepen in de voorgelegde zaken en in de duur van onder bewindstelling en zal hij

steeds zwaarder moeten leunen op het advies van een bewindvoerder. Ook vindt maar in beperkte mate toetsing van de kwaliteit van bewindvoerders door de rechtbank plaats.

8.4. Consequenties voor private bewindvoerders Financieel De nieuwe werkwijze van de gemeente heeft direct consequenties voor private bewindvoerders. De nieuwe instroom van een groot deel van hun potentiële cliënten gaat direct naar de gemeente en bestaande cliënten met een laag inkomen dienen of uit te stromen of uiteindelijk ook omgezet te worden naar de gemeente. Verder kunnen zij alleen nog het a-tarief bij de gemeente in rekening brengen voor hun cliënten. De nieuwe werkwijze heeft dus financiële gevolgen voor de private bewindvoerders. Bezwaar en beroep De nieuwe beleidslijn van de gemeente heeft veel bezwaar- en beroepsprocedures opgeleverd. Er zijn in totaal 373 bezwaarprocedures, 47 beroepsprocedures en 4 hoger beroepsprocedures gestart. Daarvan zijn er nog 33 respectievelijk 27 en 4 in behandeling. Deze aantallen geven aan dat de wijziging van het beleid ten aanzien van beschermingsbewind het nodige heeft losgemaakt bij private bewindvoerders en hun cliënten. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen. Van de 340 afgehandelde bezwaren zijn er na overleg met de gemeente 230 ingetrokken, 108 bezwaren zijn ongegrond dan wel niet ontvankelijk verklaard door de gemeente. In slechts twee gevallen zijn de bezwaren (deels)

31

gegrond verklaard. Van de 20 behandelde beroepszaken bij de rechter zijn er 7 ingetrokken, 11 ongegrond verklaard en twee gegrond . De rechtbank Groningen heeft in verschillende procedures aangegeven dat de werkwijze van de gemeente ten aanzien van het in eigen beheer uitoefenen van beschermingsbewind rechtmatig is. Soms kan zij echter wel in individuele gevallen afwijken van de lijn van de gemeente. Private partijen hebben ook de ACM ingeschakeld, omdat zij de werkwijze van Groningen als oneerlijke concurrentie ervaren. De ACM heeft geen inhoudelijke toets gedaan omdat het Algemeen Belang besluit al in 2014 door de gemeente is genomen. In die tijd hebben partijen de kans gehad om bezwaar aan te tekenen, dat is toen niet gebeurd. In december 2019 is het harmonisatiebesluit ten aan zien van het eerder genoemde algemeen belangbesluit door de “oude” gemeente Groningen genomen. Hier is één bezwaar tegen ingediend. Op 15 oktober 2020 is hierop een besluit genomen van nietontvankelijkheid wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Wel/niet tekenen overeenkomst met de gemeente De landelijke organisaties hebben in 2018 hun leden geadviseerd om de overeenkomst met de gemeente Groningen niet te tekenen.

Een aantal bureaus dat niet getekend heeft, heeft geen cliënten die in aanmerking komen om een beroep te doen op de bijzondere bijstand en zagen daarom geen reden

om de overeenkomst te tekenen. Andere bewindvoerders die niet getekend hebben, kennen specifieke doelgroepen zoals mensen die in de opvang zitten bij het Leger des Heils en kunnen daardoor niet voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in de overeenkomst met betrekking tot de uitstroom. Private bewindvoerders die wel getekend hebben, geven aan dat zij met name de samenwerking met de gemeente belangrijk vinden. Door de overeenkomst te tekenen, zijn ze ook met de gemeente in gesprek gekomen onder meer om te komen tot een nieuwe vorm van samenwerking na 2021. Samenwerking Sinds de ondertekening van het Puddingakkoord is er een regulier overleg (in beginsel 4 maal per jaar) met alle private bewindvoerders die de overeenkomst met de gemeente hebben getekend. Daarnaast is er een denktank die met name bespreekt op welke wijze de gemeente en de private partijen gaan samenwerken na afloop van de huidige termijn van de overeenkomst (eind 2021). Ook wordt in dit overleg gesproken over de toekomstige nieuwe instroom van cliënten. Het genomen harmonisatiebesluit door de gemeente (december 2019) en de wijze waarop dat gecommuniceerd is, zijn bij de private bewindvoerders en de landelijke belangenorganisaties niet in goede aarde gevallen.

Bewindvoerders zijn van tevoren niet geïnformeerd dat de gemeente een besluit aan het voorbereiden was, terwijl er wel een regulier (uitvoerings)overleg met hen gevoerd werd. De gemeente heeft in dat overleg het harmonisatiebesluit pas meegedeeld toen de

32

bezwaartermijnen voorbij waren. De private bewindvoerders hebben het gevoel dat deze gang van zaken het vertrouwen van hen in de gemeente als een betrouwbare, open partner om te overleggen heeft geschaad. Een aantal private bewindvoerders heeft het gevoel dat de wijze van werken door de gemeente te veel gericht is op de rotte appels in de branche (cliënten onnodig lang in bewind houden) en dat hier de andere bewindvoerders onder lijden. Zij zien ook dat de rechtbank te weinig tijd heeft om op kwaliteit te toetsen waardoor de minder goed functionerende bewindvoerders door kunnen blijven gaan. De voorkeur van de meeste bewindvoerders gaat uit naar een andere vorm van samenwerking. Zij zijn meer voorstander om de samenwerking te versterken en kwalitatieve afspraken te maken zoals dit in andere gemeenten is gerealiseerd (zie hoofdstuk 9 en bijlage 7). Ook de landelijke belangen- en beroepsorganisaties zijn hier voorstander van.

33

9. Werkwijzen in andere gemeenten

Veel gemeenten zijn bezorgd over het grote beslag dat beschermingsbewind de afgelopen jaren op de budgetten voor bijzondere bijstand is gaan leggen. Gemeenten hebben ook geen zicht op de noodzaak en kwaliteit van het beschermingsbewind. De rechtbank stelt immers het beschermingsbewind in en voert de kwaliteitscontroles uit. Hierbij worden gemeenten zelden tot niet betrokken, terwijl zij wel de rekening betalen. De huidige situatie leidt voor veel gemeenten tot aanzienlijk hogere vergoedingen vanuit de bijzondere bijstand, waardoor menig gemeente op zoek is naar een nieuw beleid voor beschermingsbewind. Veel gemeenten zijn op zoek naar meer grip op beschermingsbewind. Dit wordt nog eens bevestigd door twee recente onderzoeken die uitgevoerd zijn door de Nationale Ombudsman respectievelijk De Argumentenfabriek. De landelijke organisaties erkennen dat de doorstroom vanuit beschermingsbewind beter zou kunnen. Zij zijn van mening dat de laatste jaren de doorstroom van cliënten met een schuldenproblematiek in beschermingsbewind al aanzienlijk verbeterd is. Deze opvatting is in het kader van dit onderzoek niet verder onderzocht.

Er zijn inmiddels verscheidene gemeenten (onder meer Tilburg, Nijmegen, Enschede) die bestudeerd hebben of zij ook conform de werkwijze van de gemeente Groningen kunnen gaan werken. Het blijkt echter dat het geen eenvoudige zaak is om nu nog een algemeen belang besluit geaccepteerd te krijgen in verband met concurrentieoverwegingen. Private bewindvoerders en hun belangenorganisaties zijn nu alerter op dergelijke besluiten. De rechter stelt tegenwoordig strengere eisen aan een algemeen belangbesluit door gemeenten; jurisprudentie is op dit punt aangescherpt. Veel gemeenten verwachten niet dat het adviesrecht dat onlangs is ingevoerd een verandering teweeg zal brengen. Ze ervaren het adviesrecht als te vrijblijvend. Dat betekent dat gemeenten andere wegen zoeken om toch hetzelfde doel te bereiken: het verminderen van de druk op de bijzondere bijstand. In bijlage 7 is voor een aantal gemeenten beschreven op welke wijze zij streven naar het verminderen van de kosten van bijzondere bijstand die samenhangen met vergoeding aan private bewindvoerders en op welke wijze ze de samenwerking met private bewindvoerders vorm (willen) geven.

34

10. Conclusies en aanbevelingen

10.1 Conclusies Hierna zijn de belangrijkste conclusies volgend uit het onderzoek opgenomen. In relatie tot de financiële en kwantitatieve doelstellingen 1. Het afsluiten van een overeenkomst met private bewindvoerders heeft er toe geleid dat de beoogde financiële doelstellingen naar verwachting niet zullen worden gehaald. De besparing van € 1 miljoen door vooral lagere uitgaven vanuit de bijzondere bijstand zal ultimo 2021 niet volledig worden gerealiseerd. De uiteindelijke verwachte besparing ultimo 2021 bedraagt ongeveer € 0,525 miljoen. 2. De planning in de tijd van het kunnen realiseren van het aantal omzettingen van cliënten en van de bezuinigingsdoelstelling is te optimistisch geweest. De risico’s van bezwaren op omzettingen en de weerstand bij private bewindvoerders zijn wel onderkend, maar de effecten daarvan op de doorlooptijd zijn in onvoldoende mate ingeschat. 3. De toename van 11 fte beschermingsbewind is hoog in verhouding tot de feitelijke instroom die heeft plaatsgevonden. Als rekening wordt gehouden met het verlagen van de caseload van 125 naar 100 en het instroomsaldo van ongeveer 300 nieuwe cliënten in de periode 2018-2021 dan zou een toename van 7-8 fte (bewindvoerders en administratieve ondersteuning) verwacht mogen worden. 4. De uitstroom vanuit beschermingsbewind bij private bewindvoerders is positief beïnvloed als gevolg van het gewijzigde beleid.

Daarnaast wordt kritisch gekeken naar de instroom en worden waar mogelijk

lichtere vormen van ondersteuning aan cliënten aangeboden. Uitstroom vanuit het beschermingsbewind is geen gekwantificeerde doelstelling van de GKB. Er wordt evenwel een uitstroom van ongeveer 12% per jaar gerealiseerd in de jaren 2018 en 2019. Hiermee lijkt het beoogde doel om mensen niet langer dan noodzakelijk in beschermingsbewind te houden door de GKB daadwerkelijk bereikt te worden. Harde gegevens over uitstroom en doorstroom naar andere diensten van het GKB ontbreken echter. 5. Het effect van het besparen op de uitgaven voor bijzondere bijstand is dat private bewindvoerders cliënten kwijt geraakt zijn en een lagere instroom van nieuwe cliënten kennen. Zoals bij het raadsbesluit al was voorzien, heeft dit direct financiële consequenties voor hen. In relatie tot de kwalitatieve doelstellingen 6. De GKB heeft de wijziging in het beleid aangegrepen om werkprocessen daarop aan te passen en verder te stroomlijnen waardoor effectiviteit en efficiency bij de intake zijn verbeterd. Ook heeft de GKB een kwalitatieve slag gemaakt in de uitvoering van het beschermingsbewind. Er zijn verschillende voordelen behaald in relatie tot kwaliteitsverbetering: meer passende zorg (niet zwaarder dan nodig), grotere kans om integraal te werken en een aanbod bieden voor moeilijke doelgroepen die niet bij private bewindvoerders terecht kunnen.

Een negatief punt is dat de wachttijd voor cliënten fors is opgelopen van 4 naar 11 weken begin november 2020. Dit is een kwalitatieve verslechtering voor potentiële cliënten.

35

De langere wachttijden bij zowel gemeente als de rechtbank hebben ook een negatieve invloed op het tempo waarin de omzettingen hebben kunnen plaatsvinden. Hier heeft de gemeente geen invloed op. 7. Het zicht van de gemeente op de groep cliënten die een vorm van (financiële) ondersteuning nodig heeft, is vergroot doordat een groter deel van een kwetsbare groep bij de gemeente in beeld is gekomen. Hierdoor is de gemeente beter in staat tijdig adequate ondersteuning aan te bieden. 8. Het nieuw ingezette beleid heeft geleid tot meer bewustwording bij private partijen om nadrukkelijker aan uitstroom te werken. Het voordeel voor cliënten is dat zij daardoor waar mogelijk eerder uit het beschermingsbewind kunnen stromen. 9. De rekenkamer heeft zich geen goed beeld kunnen vormen van de beleving van de kwaliteit door cliënten. Het is niet gelukt om een representatieve groep cliënten te spreken. Informatievoorziening 10. Informatie aan cliënten is voor hen niet altijd duidelijk genoeg. Mede hierdoor wordt het inzicht in hun financiële situatie en mogelijkheden niet verbeterd. 11. De stuurinformatie binnen de GKB betreffende de ontwikkeling van de instroom, uitstroom en doorstroom van de verschillende vormen van dienstverlening is beperkt. Hierdoor is het niet goed mogelijk te monitoren wat de effecten zijn van gewijzigd beleid op cliëntenstromen.

Informatie op cliëntniveau lijkt goed op orde te zijn.

12. Er vinden geen specifieke rapportages aan de raad plaats over de effecten van de invoering van het nieuwe beleid in 2018. Informatie wordt op hoofdlijnen verstrekt door middel van reguliere periodieke voortgangsrapportages, jaarrekening 2019 en begroting 2020. De aard van deze informatie is echter niet in lijn met het raadsvoorstel uit 2018 waardoor de raad niet in staat is te monitoren of de beoogde doelstellingen gerealiseerd worden. Overig 13. Het aantal klachten van cliënten is ondanks de grote aantallen omzettingen beperkt gebleven. Klachtenfunctionarissen bij de gemeente vervullen een goede rol doordat ze ook inhoudelijke klachten oppakken en als mediator optreden tussen bewindvoerder en cliënt. 14. Gezien het aantal klachten en bezwaren van cliënten lijkt het omzetten van cliënten naar de GKB zorgvuldig te gebeuren. Dit komt overeen met wat private bewindvoerders hierover gezegd hebben. 15. Private bewindvoerders zijn nog niet tevreden over de samenwerking met de gemeente Groningen. Dit kan een negatieve invloed hebben op het sluiten van een overeenkomst na 2021 en werkt mogelijk ook in het nadeel van sommige cliënten. 16. De invoering van het adviesrecht (1-1-2021) voor gemeenten zal een beperkte impact hebben op de werkwijze van de GKB, omdat al een groot deel van de nieuwe instroom bij de GKB binnenkomt.

36

10.2 Toets op het gestelde normenkader In onderstaand overzicht wordt met een ✓ aangegeven dat aan de gestelde norm wordt voldaan. Bij een X is dat niet het geval. Beleidsontwikkeling Er zijn heldere en eenduidig geformuleerde doelstellingen.

✓

Binnen het beleid over ondersteunen bij problematische schulden worden duidelijke criteria gehanteerd.

✓

De bijdrage van de beleidsinstrumenten aan de realisatie van de beleidsdoelen is onderbouwd.

✓

Doeltreffendheid en doelmatigheid Doelen zijn eenduidig en SMART geformuleerd.

✓

De gemeente monitort of de gestelde doelen worden behaald.

X

Er is een logisch en effectief verband tussen de vorm van ondersteuning die aangeboden wordt en de door de gemeente gestelde beleidsdoelen.

✓

De omzetting van ‘markt’ naar ‘in eigen beheer’ nemen van cliënten leidt niet tot een verminderde doeltreffendheid

✓

De beleidswijziging leidt tot een meer doelmatige besteding van middelen.

✓

Sturing College en raad beschikken over heldere en transparante informatie om de voortgang van de vooraf gestelde doelen te toetsen. Het college rapporteert volgens gemaakte afspraken aan de raad en doet dat transparant, juist, tijdig en volledig.

X

De gemeente benut monitoringsgegevens en evaluaties voor (tussentijdse) besluitvorming over voortgang of bijsturing van beleid.

X

De raad benut de aan hen verstrekte informatie voor het stellen van kaders en/of het kunnen bepalen of gestelde doelen gehaald worden.

X

37

10.3 Aanbevelingen Aan de hand van de voorgaande conclusies en het normenkader worden de volgende aanbevelingen gedaan. 1. Evalueren en tussentijds terugkoppelen aan de raad Maak als raad duidelijke afspraken over periodieke rapportage ten aanzien van de uitvoering van het nieuw vastgestelde beleid en laat dat niet ondersneeuwen in reguliere periodieke rapportages. Maak bij het vaststellen van nieuw beleid afspraken over het evalueren daarvan. Op die manier kan de P&C cyclus gesloten worden. 2. Risico analyse in raadsvoorstellen In raadsvoorstellen met betrekking tot bezuinigingen expliciet een risicoanalyse opnemen en aangeven wat de consequenties kunnen zijn voor de beoogde doelstellingen als deze risico’s zich voordoen. Daarnaast zodanige afspraken met college maken dat de raad de mate waarin beoogde doelstellingen worden gerealiseerd, kan bewaken. 3. Stem van de cliënten Geef cliënten een platform waar zij mee kunnen praten over de dienstverlening met betrekking tot schuldhulpverlening. Betrek hier ook ex-cliënten bij, zij zijn immers de ervaringsdeskundigen en kunnen vanuit die positie informatie leveren wat voor hen wel goed werkte en wat niet. Praat niet alleen over de cliënten maar vooral ook met hen!2

4. Stuurinformatie op productieniveau GKB versterken Binnen de GKB is heel veel informatie beschikbaar op cliëntniveau. Deze informatie zou voor een deel gebruikt kunnen worden om meer stuurinformatie op productniveau en cliëntstromen te ontwikkelen. 5. Samenwerken met private bewindvoerders Het belang van een goede samenwerking met private bewindvoerders wordt door de gemeente onderkend. Sta open voor andere vormen van samenwerking dan de huidige en gebruik daarbij de ervaringen in andere gemeenten. Voorbeelden daarvan zijn in bijlage 7 opgenomen. 6. Inzetten op preventie van schulden Om te voorkomen dat inwoners in bewind terecht komen, wordt door de gemeente al ingezet op preventie van schulden. De invoering van vroegsignalering per 1-12021 helpt hierbij. Bekijk hoe in Groningen daar nog extra op kan worden ingezet door zowel het voorliggend veld in de gemeente in te schakelen, zoals de Wijteams en welzijnsorganisaties, maar ook voorlichting en informatie bij andere partijen in het netwerk en voorlichting te geven aan werkgevers. 7. Lijst aanbieders bewind door rechtbank Om grip te krijgen op de kwaliteit van aanbieders van beschermingsbewind zouden met de rechtbank gesprekken gevoerd kunnen worden, om een lijst van aanbieders op te stellen om zo de kwalitatief slechte en goede aanbieders van bewind in zicht te krijgen.

Ook de private bewindvoerders die goed hun werk doen hebben hier een belang bij.

Cliënten zijn niet direct vertegenwoordigd in de cliëntenraad. De cliëntenraad heeft een andere rol: het adviseren van het college op het hele terrein van de Participatiewet.

2

38

Verslag gesprek over rapport Rekenkamer over beschermingsbewind in het kader van bestuurlijk wederhoor 5 februari 2021 Digitaal via MS Teams Deelnemers: Isabelle Diks (wethouder), Taco Schaafsma (ontwikkelmanager schuldhulpverlening), Gerbert Jonkman (beleidsadviseur), Hans van Mossevelde (lid en onderzoeker Rekenkamer), Peter Kommerij (secretaris Rekenkamer). Dhr. Van Mossevelde opent het gesprek en complimenteert de medewerkers van schuldhulpverlening/GKB voor hun betrokkenheid en bevlogenheid, dat was echt opvallend tijdens dit onderzoek. Het ontstane beeld is dat zij het beste met de cliënt voor hebben en juist ook kritisch kijken of de huidige vorm de beste vorm van dienstverlening is. Mevr. Diks bedankt voor de complimenten en onderstreept dat echt het beste doen voor de cliënten voorop staat. Dhr. Van Mossevelde: een van de conclusies is dat de doelen niet helemaal gehaald zullen worden, waar onder de besparing op de bijzondere bijstand. Vanwege de weerstand bij de externe bewindvoerders kwam de opdracht uit de raad om in overleg met hen te gaan en te kijken of er een akkoord bereikt kon worden. Het effect van de opdracht die leidde tot het akkoord is niet heel expliciet gemaakt en het gevolg was vertraging bij de realisering van de doelstellingen. Dat had voor de raad wat meer expliciet gemaakt kunnen worden. Mevr.

Diks: begrijp ik goed het beeld dat de raad rust wilde creëren door in gesprek te gaan met bewindvoerders, en dat wij nadrukkelijker aan de raad hadden moeten aangeven dat dat vertraging zou opleveren bij het realiseren van de doelstellingen? dhr. Van Mossevelde: dat had wat explicieter gemaakt kunnen worden.

Dhr. Van Mossevelde: het nieuwe beleid heeft uitstroom uit beschermingsbewind goed gestimuleerd. Ook externe bewindvoerders is bewust gemaakt om kritischer te kijken naar de vorm van ondersteuning en of beschermingsbewind nog echt nodig is. Wat de Rekenkamer gemist heeft, zijn harde cijfers over doorstroom naar andere vormen van ondersteuning. Dhr. Schaafsma zegt dat dit komt omdat een deel van de cliënten bij de externe bewindvoerders is gebleven, anders dan wat oorspronkelijk het doel was. Daardoor zijn er geen cijfers over wat er met die cliënten is gebeurd qua uitstroom of doorstroom. Dhr. Van Mossevelde: een van de positieve effecten van het Puddingakkoord is dat er beter zicht is op de cliënten en wat er voor hen nodig is. De gemeente is beter in staat om een adequate vorm van dienstverlening in te zetten. Positief is ook het functioneren van de klachtenfunctionarissen, die ook inzetten op mediation en dat werkt zowel voor de cliënt als de GKB heel goed. Mevr. Diks: het is fijn om te constateren dat dit goed werkt. Het gesprek moet openblijven, mensen ervaren dan minder stress en minder onzekerheid. De rol van de klachtenfunctionaris daarin is erg belangrijk.

39

Dhr. Van Mossevelde: bij de uitvoering van een belangrijk besluit als deze wijziging ten aanzien van de aanpak van beschermingsbewind zou het college de raad niet alleen via de P&C-cyclus moeten informeren, maar ook los daarvan want dit verdient wel de aandacht. Dat is een aanbeveling aan de raad in bredere zin, ook van toepassing op andere beleidswijzigingen. Dhr. Jonkman: wijst op een brief aan de raad n.a.v. raadsvragen van januari 2019, toen is er wel expliciet aandacht aan het onderwerp gegeven. Dhr. Van Mossevelde: vindt dit vooral een aanbeveling voor de raad. Mevr. Diks: vindt het geen enkel probleem om dit op de agenda te zetten. Als het gaat om belangrijke thema’s voor de raad wil ze kijken hoe hier adequaat over gerapporteerd kan worden. Dhr. Van Mossevelde: vraagt aandacht voor toekomstige samenwerking met externe bewindvoerders vanwege het aflopende contract (puddingakkoord) eind dit jaar. De kritiek die hij van externe bewindvoerders hoorde was dat ze zich overvallen voelden door het harmonisatiebesluit eind 2019 zonder dat zij daarover geïnformeerd waren. Dhr. Schaafsma: We vinden het vervelend dat de bewindvoerders dit zo ervaren, maar de uitspraak over het ingediende bezwaarschrift is best duidelijk. Procedureel heeft de gemeente geen fouten gemaakt. En verder gaan we professioneel om met de bewindvoerders van onze kant.

Een goede en werkbare situatie is voor beide partijen het beste en daar blijven we ons voor inzetten. Het beleid zoals dat nu staat hoeft daar geen belemmering in te zijn.

Dhr. Van Mossevelde: het zou mooi zijn om ook meer met de rechtbank in overleg te kunnen. Dhr. Schaafsma: het contact met de rechtbank Noord-Nederland is moeizaam, met alle andere is er uitstekend contact. Mevr. Diks: dat is heel jammer, want we staan er gezamenlijk voor. We blijven pogingen ondernemen om in gesprek te komen met de rechtbank bijv. over doorlooptijden. Mevr. Diks: zegt dat met betrekking tot vroegtijdige signalering de gemeente met meer dan de in het rapport genoemde instellingen bezig is om dit vorm te geven en wijst daarbij op de brief aan de raad van december 2020, die daar veel info over geeft. Mevr. Diks: wat betreft het adviesrecht wordt geconstateerd in het rapport dat dit niet veel gevolgen heeft voor de gemeente omdat de nieuwe cliënten al automatisch bij de gemeente terechtkomen. Andere gemeenten in het land die nog wel veel met externe bewindvoering werken moeten hier veel geld en moeite insteken om dit goed geregeld te krijgen. Dhr. Schaafsma: wijst erop dat het beroep op bijzondere bijstand voor beschermingsbewind in de periode 2018-2019 in één jaar tijd, landelijk is gestegen met 45%. Dat betekent in het geval van de gemeente Groningen dat de kosten voor bijzondere bijstand in 2019 niet 3,3 miljoen maar 4,5 miljoen euro geweest zou zijn, indien de stijging gelijk aan het landelijke cijfer zou zijn.

De doelstellingen mogen dan niet allemaal zijn behaald tot nog toe, daar staat tegenover dat bij ongewijzigd beleid de kosten voor bijzondere bijstand voor de gemeente fors zouden zijn gestegen en dat er extra kosten zouden moeten worden gemaakt in verband met de invoering van het adviesrecht.

40

Mevr Diks: uit haar zorgen over wat de gevolgen van corona nog gaan zijn voor toestroom van cliënten voor enige vorm van schuldhulpverlening. Tot nog toe valt het mee met nieuwe aanmeldingen, maar het kan haast niet anders dat dit nog gaat veranderen. De boeggolf bouwt zich op. De gemeente zit klaar voor wat komen gaat en probeert dit zo proactief mogelijk te doen. Dhr. Van Mossevelde: benoemt dat het contact met cliënten in het kader van dit onderzoek niet echt is gelukt. Het is wel begrijpelijk dat mensen in deze situatie niet direct bereid zijn hun verhaal te doen, maar er zit wel veel kennis en ervaring bij deze groep waarmee de dienstverlening verder kan worden verbeterd. Dhr. Schaafsma: geeft aan dat dit al in ontwikkeling is, ervaringsdeskundigen worden vooral ingezet bij vroegsignalering. Verder komt er een panel met daarin ook ervaringsdeskundigen. Zij kunnen adviseren over verbeteringen in de dienstverlening. In de brief aan de raad van december vorig jaar wordt hier op ingegaan. Dhr. Van Mossevelde: bedankt voor het prettige gesprek. Mevr. Diks sluit zich hierbij aan.

41

Bijlage 1 Raadsvoorstel nieuw beleid beschermingsbewind, februari 2018 Link naar document: https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/Raadsvoorstellen/Beleidsregels-bijzonderebijstand-en-tarieven-beschermingsbewind

42

Bijlage 2 Lijst van geïnterviewde personen

Geïnterviewde personen gemeente Groningen • De heer H. Alderkamp, interim-voorzitter cliëntenraad • De heer M. Sanredjo, afdelingshoofd inkomensdienstverlening gemeente Groningen • De heer T. Schaafsma, ontwikkelmanager schuldhulpverlening DMO gemeente Groningen • Mevrouw C. Bekkering, adviseur financiën gemeente Groningen • De heer M. Bronswijk, senior consulent GKB directie inkomensdienstverlening gemeente Groningen • Mevrouw I. Diks, portefeuillehouder, gemeente Groningen • De heer F. Grommers, juridisch adviseur gemeente Groningen • Mevrouw M. Hermans, ombudsman, gemeente Groningen • De heer G. Jonkman, beleidsadviseur DMO gemeente Groningen • Mevrouw K. Knol, klachtenfunctionaris WIMP gemeente Groningen Geïnterviewde personen extern • Mevrouw L. Apol, bewindvoerder, Apol Budget & Bewind • De heer M. Bolt, bewindvoerder, Finducia • De heer E. van Diepen, bewindvoerder, Van Diepen Bewindvoering • De heer H. de Graaf, bestuurslid BPBI • De heer M. Kooi, bewindvoerder Kompas Zuidlaren • De heer S. Reinink, bestuurslid VeWeVe Vanwege privacyoverwegingen zijn de namen van de cliënten die gesproken zijn in het kader van dit onderzoek niet opgenomen.

43

Bijlage 3 Lijst van geraadpleegde documenten

Lijst van geraadpleegde gemeentelijke documenten • Presentatie De Groningse Kredietbank, augustus 2020 • Brochure Mooi meegenomen, juni 2020 • Jaarverslag klachten 2019, 2020 • Beantwoording vragen ex art 38 RvO SP over kwijtschelding schulden, 29-1-2020 • Verzamelbesluit herindeling 2, november 2019 • Beantwoording vragen ex art. 38 RvO CDA en SP inzake beschermingsbewind, 30-01-2019 Overeenkomst uitvoering beschermingsbewind, 2018 • Inspraakreactie cliëntenraad over bijzondere bijstand bij beschermingsbewind, 14-2-2018 • Raadsvoorstel Beleidsregels bijzondere bijstand en tarieven beschermingsbewind, 14-2 2018 • Ongevraagd advies cliëntenraad over beschermingsbewind en bijzondere bijstand, 15-9-2017 • Raadsvoorstel Beschermingsbewind en bijzondere bijstand, 5 juli 2017 Overige documenten • Beschermingsbewind is activiteit van algemeen belang, Binnenlands Bestuur, 20-10-2020 • Beschermingsbewind als economische activiteit algemeen belang, Raadsbesluit gemeente ’s-Hertogenbosch, september 2020 • Website Schuldinfo, Andre Moerman • Website NVVK • Minder schade door schuld, De Argumentenfabriek, 2020 • Hindernisbaan zonder finish, Nationale Ombudsman, juni 2020 • T-aanpak schuldenbewind, gemeente Tilburg en de Rechtspraak, Rechtbank Zeeland - WestBrabant, december 2019 • Bewind in eigen hand, Kennispunt Twente, 9 juli 2019 • Informatieblad Curatele, bewind en mentorschap,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, april 2019 • Convenant samenwerking rond beschermingsbewind in de gemeente Rotterdam, mei 2019 • Bewindvoering en de wet Markt en Overheid, Guido le Noble, 9 januari 2019 • Convenant samenwerking gemeente Almere en beschermingsbewindvoerders, 11-12-2018 • Aanbevelingen meerderjarigenbewind, LOVCK&T, 7 september 2018 • Krokodillentranen van het gemeentebestuur, uit Dagblad van het Noorden, 30-01-2019 • Bewindvoerders: gemeente chanteert ons, Dagblad van het Noorden, 09-01-2019

44

Bijlage 4 Puddingakkoord: overeenkomst met private bewindvoerders, 2018 OVEREENKOMST UITVOERING BESCHERMINGSBEWIND

PARTIJEN: 1. De publiekrechtelijke rechtspersoon de Gemeente Groningen, zetelende te Groningen, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H. Julsing, directeur Inkomensdienstverlening van de gemeente Groningen, hierna te noemen: de Gemeente; en 2. ………………………………………., rechtsgeldig vertegenwoordigd door…………… hierna te noemen: de Bewindvoerder De Gemeente en Bewindvoerder worden hieronder gezamenlijk en afzonderlijk ook aangeduid als “Partij(en)” NEMEN HET VOLGENDE IN OVERWEGING: 1. De Gemeente heeft besloten de dienst beschermingsbewind kosteloos aan te bieden aan inwoners van Groningen met een inkomen van maximaal 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Om die reden wordt aan belanghebbenden geen bijzondere bijstand verleend ter zake van deze kosten, anders dan in de gevallen bedoeld in artikel 4 tot en met 7 of 8 van de Beleidsregels bijzondere bijstand beschermingsbewind. 2. De Gemeente is doende de bewindvoerders van de bestaande groep belanghebbenden, zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 van bedoelde Beleidsregels, te vervangen door de gemeente Groningen. Als gevolg daarvan eindigt het recht op bijzondere bijstand van de betrokken belanghebbenden. 3. De Gemeente is evenwel bereid de omzettingen van de bestaande groep belanghebbenden te staken en achterwege te laten, mits met de Bewindvoerder de volgende afspraken kunnen worden gemaakt.

Dan worden ook gestaakt de omzettingen voor belanghebbenden voor wie de kantonrechter vóór 1 maart 2018 een beschikking tot beschermingsbewind heeft afgegeven, maar voor wie pas na 28 februari 2018 een aanvraag om bijzondere bijstand is ingediend en die op grond van het voorgaande beleid in aanmerking hadden kunnen komen voor bijzondere bijstand.

45

KOMEN OVEREEN ALS VOLGT:

Artikel 1: Tarief De Bewindvoerder brengt ter zake van de bestaande groep belanghebbenden hoogstens het zogeheten “a-tarief” in rekening, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 onder a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Daarnaast mogen, in bijzondere omstandigheden, alleen en ten hoogste de vergoedingen in rekening worden gebracht bedoeld in artikel 3 lid 5 sub b en d van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De Bewindvoerder is gehouden desgevraagd inzage te geven in de ontstaansgeschiedenis van deze kosten. Desgevraagd toont de Bewindvoerder ook aan dat uitsluitend deze en niet méér kosten bij betrokkenen in rekening zijn gebracht. Artikel 2: Reductie aantal bewindvoeringen De Bewindvoerder realiseert in 2019, en vervolgens ieder kalenderjaar, een (verdere) reductie van 10% van het aantal bewindvoeringen voor bestaande belanghebbenden. Uitgangspunt voor deze berekening is het aantal (J1) bewindvoeringen in deze groep op 1 maart 2018 van de Bewindvoerder, voor zover nog bestaand op 1 januari 2019. Op 15 juni 2019 dient J1 met 5% te zijn verminderd. Op 31 december 2019 dient J1 met 10 % te zijn verminderd. Uitgangspunt voor de berekening in 2020 is 90% van J1 (J2=J1*0.9). Voor 2021 is het uitgangspunt J2*0.9 en zo verder. Dat geldt óók als in werkelijkheid in het voorafgaande jaar een groter aantal uitgestroomd is dan 10%.

Een snellere vermindering verzwaart de taakstelling voor het jaar daarop dus niet. Als en zodra blijkt dat de Bewindvoerder zich niet aan deze overeenkomst houdt kan de Gemeente de omzetting hernemen en vergoedt de Bewindvoerder de daarvan door de Gemeente ondervonden schade. Dat betekent dat de Bewindvoerder aan de Gemeente het verschil vergoedt tussen de voor diens bewindvoeringen feitelijk betaalde bijzondere bijstand en het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest als de Bewindvoerder de afgesproken volumevermindering zou hebben behaald. Bij de berekening van deze schade wordt uitgegaan van een proportionele vermindering gedurende het jaar.

46

Artikel 3: Regulier overleg De Gemeente zal ten minste vier keer per kalenderjaar, voor het eerst in april 2019, met de Bewindvoerder in overleg treden over de uitvoering en ontwikkeling van het beschermingsbewind. Partijen kunnen voor deze overleggen onderwerpen agenderen. Het voornemen bestaat ook te spreken over de uitvoering van de werkzaamheden van het beschermingsbewind voor nieuwe bewindvoeringen. Artikel 4: Looptijd en evaluatie Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2019 en wordt aangegaan voor de duur van 3 jaar, met de mogelijkheid van een eenmalige verlenging met nog eens drie jaar. De afspraken worden uiterlijk eind 2021 geëvalueerd. Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend: Groningen, ..................... 2018 Gemeente Groningen, de burgemeester, namens hem, de concerndirecteur, namens deze,

H. Julsing, directeur Inkomensdienstverlening

47

Bijlage 5 Verzamelbesluit herindeling, december 2019 Link naar document: https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/Raadsvoorstellen/Verzamelbesluitherindeling-2-373847-2019

48

Bijlage 6 Bezwaar-, beroeps- en hoger beroepsprocedures

Bezwaarprocedures afgehandeld

340 (zie hieronder voor de resultaten)

Bezwaarprocedures in behandeling

33

TOTAAL AANTAL BEZWAARPROCEDURES

373

Totaal aantal beroepsprocedures op 7 oktober 2020 Bezwaarprocedures afgehandeld

20 (zie hieronder voor de resultaten)

Bezwaarprocedures in behandeling

27

TOTAAL AANTAL BEROEPSPROCEDURES

47

Totaal aantal hoger beroepsprocedures op 7 oktober 2020 Bezwaarprocedures afgehandeld

0 (geen resultaten)

Bezwaarprocedures in behandeling

4

TOTAAL AANTAL BEROEPSPROCEDURES

4

49

Resultaten afgehandelde bezwaarprocedures op 10 september 2020 340 afgehandelde bezwaarprocedures.

230 x

133 x

Redenen:

ingetrokken

tegemoetge-

1. Toepassing hardheidsclausule:

(geen besluit op

komen (dwz

beroep op hardheidsclausule slaagt i.v.m. bijzondere individuele omstandigheden

bezwaar).

gegrond zonder

zoals een tijdelijk verblijf op geheim adres buiten gemeente Groningen, een tijdelijk

BOB).

verblijf in een kliniek buiten de gemeente Groningen ivm psychische problemen (verklaring psychiater), verhuizing naar een andere gemeente terwijl de bezwaarprocedure nog liep, tijdelijke toekenning ter overbrugging overstap GKB, onjuiste toepassing afspraken Overeenkomst Uitvoering Beschermingsbewind, door samenwoning gedurende bezwaarprocedure geen recht meer op algemene en bijzondere bijstand en in het kader van een schikking voor bijzondere gevallen. 2. GKB is geen voorliggende voorziening, 3. coulanceregeling aanvraagdatum. 4. nieuwe feiten in bezwaar. 5. overeenkomst Uitvoering Beleidsregels Beschermingsbewind. 6. onjuiste toepassing Beleidsregels in het bestreden besluit. 7. draagkracht opnieuw vastgesteld. 8. tijdelijke niet benoembaarheid van de GKB. 9. aanvraag bijzondere bijstand onterecht niet verder in behandeling genomen.

97 x niet tegemoetgekomen (dwz ongegrond zonder BOB). 92 x ongegrond (besluit op bezwaar). 16 x niet-ontvankelijk (besluit op bezwaar). 1 x gedeeltelijk gegrond (besluit op bezwaar). Reden: wel recht op maandelijkse kosten bewindvoering, geen recht op aanvangskosten. 1 x gegrond (besluit op bezwaar). Reden: nieuw besluit op bezwaar n.a.v. uitspraak rechtbank.

50

Resultaten afgehandelde beroepsprocedures op 7 oktober 2020 20 afgehandelde

7 x ingetrokken:

beroepsprocedures

1x tegemoetgekomen d.m.v. nieuw besluit 6x niet tegemoetgekomen. Belanghebbende legt zich neer bij het bestreden besluit.

11 x ongegrond 2 x gegrond

Redenen:

1. ECLI:NL:RBNNE:2019:279 De rechtbank is van oordeel dat het college geen deugdelijk feitenonderzoek heeft gedaan naar de vraag of in het geval van eiser beschermingsbewind door de GKB wel toereikend en passend is als bewindvoering door de huidige bewindvoerder. Nu het college een onzorgvuldig onderzoek aan zijn bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd, acht de rechtbank dit besluit onzorgvuldig voorbereid en berust het niet op een deugdelijke motivering.

2. LEE 19/2233 De rechtbank is van oordeel dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de persoonlijke en individuele omstandigheden van eiser zijn betrokken bij de besluiten om bijzondere bijstand te weigeren. Evenmin is voldoende bij de beoordeling betrokken de stelling van eiser dat hij vaak van woonplaats wisselt en dat voorzienbaar was dat hij de gemeente Groningen op korte termijn weer zou verlaten en opgenomen zou worden in een instelling.

51

Bijlage 7 Overzicht werkwijzen andere gemeenten Almere De gemeente Almere heeft een convenant gesloten met private bewindvoerders. De kern hier is ook samenwerking. Als een cliënt zich meldt bij een kantoor voor beschermingsbewind wordt eerst gecheckt of deze al contact heeft gehad met de gemeente voor schuldhulpverlening. Indien dat niet het geval is wordt de cliënt doorverwezen naar de gemeente waar een algemene intake plaatsvindt met als doel te kunnen bepalen welke vorm van ondersteuning het best kan worden ingezet. Indien dat beschermingsbewind is, kan de cliënt direct naar het kantoor dat hem aangemeld heeft en kan de aanvraag bij de rechtbank gedaan worden. In het convenant zijn ook afspraken gemaakt over doorlooptijden en wachttijden voor cliënten. Aan het eind van het tweede jaar van het beschermingsbewind wordt in ieder geval een screening gemaakt of de beschermingsbewind voor de cliënt nog het meest toepasselijke instrument is. Amsterdam De gemeente Amsterdam is ook op zoek gegaan naar een nieuwe werkwijze en heeft een convenant gecreëerd gevuld met afspraken die ervoor moeten zorgen dat beschermingsbewind van hoge kwaliteit is en blijft. Daarnaast doelt het convenant op het niet langer inzetten van bewind dan noodzakelijk.

Dit doel wordt nagestreefd door middel van een constructieve wijze van communicatie en adequate uitwisseling van informatie tussen de betrokken partijen. De maatschappelijke dienstverlening van Amsterdam verwijst enkel nog door naar bewindvoerders die zich bij het convenant aangesloten hebben. Arnhem Het huidige beleid prikkelt private bewindvoerders niet om ‘zichzelf overbodig te maken’ en uitstroom van bewind te bevorderen. Als dit wel een van de doelen is, moet er worden gecontroleerd op alle zaken die er zijn in bijzondere bijstand, op de verantwoording die zij afleggen aan de kantonrechter. Dit vraagt van een gemeente een stevige inzet om alle zaken te kunnen controleren. Gemeente Arnhem heeft dit gedaan, waarbij het wel iets heeft opgeleverd, maar het naar verhouding te veel inzet kostte. Deventer De gemeente Deventer voert al langere tijd beschermingsbewind uit in eigen beheer. In 2017 heeft de gemeente een algemeen belang besluit genomen en zodoende beschermingsbewind aangemerkt als een voorliggende voorziening. Hun doel was ook op deze manier de kosten van bijzondere bijstand als vergoeding voor private bewindvoerders te verlagen. De ACM heeft echter bepaald dat de cliënten een vrije keuze moeten hebben en dat de gemeente de kosten voor mensen met een laag inkomen dient te vergoeden als zij kiezen voor beschermingsbewind door een private organisatie.

ACM is van mening dat ook mensen met een laag inkomen zelf moeten kunnen kiezen welke bewindvoerder zij willen hebben.

52

Den Bosch De gemeente Den Bosch is ook een voorstander van de aanpak dat personen met een laag inkomen enkel een vergoeding krijgen voor bewind wanneer zij beschermingsbewind vanuit de gemeente accepteren. Als de personen voor een andere bewindvoerder kiezen zullen zij niet meer voor vergoeding via de bijzondere bijstand in aanmerking komen. Na overleg met LOBCM (Landelijk Overleg van Bewindvoerders, Curatoren en Mentoren) is de invoering van de nieuwe werkwijze, tot nader overleg, uitgesteld. De brancheverenigingen hebben in dat overleg wel aangegeven dat zij de noodzaak begrijpen voor een andere werkwijze en oplossing en geven aan graag hierover mee te denken. Omdat de samenwerking toch niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd, is de gemeente gestart met het nemen van een algemeen belang besluit en streeft ze ernaar om een vergelijkbare werkwijze als in Groningen te gaan invoeren voor nieuwe instroom van mensen met een laag inkomen. Dit besluit is onlangs in september 2020 door de gemeenteraad van Den Bosch genomen. Nijmegen Ook Nijmegen is voornemens geweest om een algemeen belang besluit te nemen. Maar ziet daar inmiddels vanaf omdat de inschatting is dat het juridisch geen stand kan houden. Zij onderzoeken nu op welke wijze de samenwerking met private bewindvoerders vorm kan worden gegeven.

Rotterdam Ook de gemeente Rotterdam heeft een convenant gesloten met private bewindvoerders. In tegenstelling tot hiervoor beschreven doet de private bewindvoerder de intake en beoordeelt of beschermingsbewind het geëigende traject is voor de betreffende cliënt. In geval van problematische schulden wordt de gemeente (Schulddienstverlening) ingeschakeld voor het financiële schuldregelingstraject. In het convenant is afgesproken dat in beginsel iedere schuldencliënt binnen 12 maanden naar schuldhulpverlening wordt doorgeleid. Kenmerkend is dat de regie bij de bewindvoerder ligt en dat er gebruik kan worden gemaakt van gemeentelijke voorzieningen.

53

Tilburg In Tilburg vindt beschermingsbewind geheel plaats door private partijen. Tilburg is twee jaar geleden met een pilot voor een nieuwe aanpak begonnen. De Tilburgse pilot (T-aanpak) waarin de schuldhulpverlening, de rechtbank en bewindvoerders samenwerken om het aantal mensen dat onder bewind komt te staan terug te dringen, blijkt succesvol. Het aantal nieuwe inwoners onder schuldenbewind is de afgelopen twee jaar fors gedaald. In de T-aanpak Schuldenbewind, zoals de Tilburgse proef wordt genoemd, werken de schuldhulpverlening van de gemeente, de rechtbank Midden- en West-Brabant en de bewindvoerders nauw samen om kritischer naar nieuwe aanvragen te kijken. Dat heeft ertoe geleid dat in 29 procent van de aanvragen een andere oplossing werd gevonden, bijvoorbeeld in de vorm van schuldbeheer, een minder ingrijpende vorm van begeleiding. De T-aanpak heeft nog een andere positieve uitwerking: bewindvoerders die slordig te werk gaan of mogelijk misbruik maken van hun positie, worden direct door de rechter tot verantwoording geroepen. Bewindvoerders die niet willen investeren in hun cliënt en de samenwerking, vallen daardoor automatisch af, zij zoeken hun werkgebied elders. Zwolle In Zwolle zit men nog in de voorbereidingsfase om beschermingsbewind in eigen beheer uit te gaan voeren.

Kostenreductie staat hierbij niet voorop maar het beleid is met name gericht op het bevorderen van de in- en uitstroom van bewind. Zwolle richt zich dan ook specifiek op schuldenbewinden waarbij de kans op uitstroom of instroom in een “light variant” van bewind het meest kansrijk is. Zwolle voegt als extra criterium nog toe dat men een minimuminkomen moet hebben om in aanmerking te komen voor beschermingsbewind bij de gemeente. Men verwacht een kleine kostenbesparing te realiseren doordat het afschalen naar lichtere goedkopere vormen van hulp kosten bespaart. Verder draagt het bewind in eigen huis eraan bij dat inwoners beter passende hulp ontvangen (niet zwaarder dan nodig).

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4075/documents/60799