Bijlage Plan Schuldhulpverlening gemeente Groningen 2024-2028.pdf
Tekst van het document
Het is belangrijk om de inwoner eerst rust te geven bij de start van het traject om daarna aan de hand van een plan van aanpak de inwoner stapsgewijs mee te nemen in het proces van het oplossen van schulden. In het eerste gesprek is het van groot belang dat de inwoner gerust gesteld wordt en hoop krijgt op een schuldenvrije toekomst. Ook wordt belangrijk gevonden dat de schuldhulpverlener tijdens het eerste gesprek met de inwoner niet te veel vragen stelt. Er zijn, is op dat moment al voldoende. Bovendien moet het mogelijk zijn om iemand mee te nemen naar het gesprek, alleen al omdat twee meer horen dan een en zeker als er stress wordt ervaren of er sprake is van laaggeletterdheid. Voorkomen moet worden dat de inwoner na het eerste gesprek afhaakt. De schuldhulpverlening met alle vragen die daarbij gesteld horen te worden, kan vanaf het tweede gesprek dan in gang gezet worden. De ervaringsdeskundigen geven ook aan dat sommige signalen mogelijk duiden op beginnende financiële problemen, zoals een toenemende verloedering van de woning en woonerf. Het is dan belangrijk dat er iemand even langsgaat om te kijken of alles goed gaat. Dit kan bijvoorbeeld iemand zijn van het WIJ-team of een huismeester van de woningcorporatie. Ook als het gaat om de benadering van inwoners bij vroegsignalering is het van belang hoe de bejegening en het eerste contact wordt aangevlogen.
De ervaringsdeskundigen raden aan om vanuit zorg en niet vanuit controle of een belerende houding te handelen. Verder geven ervaringsdeskundigen aan dat de gesprekken in een veilige omgeving moeten kunnen plaatsvinden. Afhankelijk van de wens van de inwoner kan dit bijvoorbeeld dan ook bij de inwoner thuis plaatsvinden of in een ruimte in een 22
gemeentegebouw waar de privacy geborgd is. Verder vinden de ervaringsdeskundigen dat de inwoner niet alleen voorafgaand aan, maar vooral ook tijdens het traject van schuldhulpverlening telkens goed geïnformeerd moet worden over de stand van zaken, de voortgang en de vervolgstappen. Na afloop van het traject is een goede nazorg onontbeerlijk om terugval te voorkomen. Hierbij kan de hulp van bijvoorbeeld een buddy of een vrijwilligersorganisatie ondersteunend zijn. Tot slot achten de ervaringsdeskundigen de inzet van financiële educatie, en wel zo breed mogelijk, van groot belang. Wij willen, voor zover wij dat al niet hebben gedaan in dit plan, de aanbevelingen van de ervaringsdeskundigen overnemen in onze dienstverlening. Actiepunt 17: Wij gaan zoveel mogelijk de aanbevelingen van de ervaringsdeskundigen overnemen in onze dienstverlening. Actiepunt 18: Wij gaan onderzoeken waar wij in het proces van de schuldhulpverlening meer gebruik kunnen maken van ervaringskennis en -deskundigen. 4.4.9. Cliëntenraad De Cliëntenraad Groningen Werk & Inkomen: • Komt op voor alle inwoners van de gemeente Groningen waar het gaat om armoede, inkomen, maatschappelijke participatie, minima, schuldhulpverlening en werk. • Is onafhankelijk en adviseert over beleid en uitvoering van wet- en regelgeving aan het College van Burgmeester en Wethouders en aan de gemeenteraad.
Wij hebben met de Cliëntenraad gesproken over dit plan en hebben hen om schriftelijk advies gevraagd. Tijdens het gesprek hebben zij een aantal punten ter advisering meegegeven. De Cliëntenraad vindt schuldpreventie essentieel, met name de ondersteuning van ouders bij de financiële opvoeding van hun kinderen. Verder acht de Cliëntenraad het van groot belang dat de financiële begeleiding van inwoners gedurende de achttien maanden looptijd van een schuldregeling goed wordt vormgegeven. Verder benadrukken zij ook dat na de achttien maanden een vervolgtraject van begeleiding mogelijk moet blijven. Financiële begeleiding moet mogelijk blijven zo lang als nodig is. Aangegeven is dat het eerste gesprek van schuldhulpverlening zo snel als mogelijk moet plaatsvinden en dat inwoners ondersteund moeten worden bij de aanvang van een schuldhulptraject bij het regelen van de financiële zaken als het opzeggen van abonnementen en dergelijke. Dit zou kunnen via de inzet van een buddy, een vrijwilligersorganisatie of door gebruik te maken van de hulp van sociaal raadslieden in de wijk. Verder is een zorgvuldige afbouw van budgetbeheer nodig om terugval te voorkomen. De Cliëntenraad heeft daarnaast ook nog een advies over het plan geschreven. Volgens de Cliëntenraad bevat dit plan veel mooie ambities waarvan zij de waarde onderstreept.
De Cliëntenraad benoemt daarbij enkele belangwekkende ambities: de uitbreiding van de inzet van specialisten GKB in de WIJ teams, de inzet op vroegsignalering van betaalachterstanden en de financiële educatie aan kinderen en hun ouders. De Cliëntenraad geeft aan dat door de overheid de aflostermijnen gehalveerd zijn waardoor er sneller zicht is op rust en stabiliteit op het financieel vlak. Voor de inwoner met schuldenproblematiek vindt zij dit een heel goede ontwikkeling. Voor wat de begeleiding die de GKB kan bieden betreft, vraagt deze wetsverandering een aanpassing. Bij het beëindigen van het traject is nazorg op maat voor de inwoner nodig om recidive te voorkomen en/of de inwoner het vertrouwen in eigen kunnen terug te geven. De Cliëntenraad komt met de volgende aanbevelingen: - Niet alleen schaamte maar ook angst voor het onbekende kan ertoe leiden dat hulp vragen uitgesteld wordt. Angst voor stigmatisering, schuldgevoel en hoe men bejegend gaat 23
-
worden. Behalve maatwerk en begeleiding zijn vooral belangrijk het erkennen en herkennen van de emoties die de aanvrager al lange tijd met zich meedraagt. Zelfs tot het aanvragen van hulp kan, door deze emoties, twijfel blijven bestaan of men wel het juiste doet, of men dit wel wil. Het plegen van een telefoontje, liefst nog dezelfde dag, met een geruststelling dat alles in orde gaat komen kan helpen om toch door te zetten. Bij de aanvang van een traject is de bewoner aan zet met het aanleveren van documenten en dergelijke. Dit is opnieuw een drempel die de twijfelaar kan doen afhaken. Deze kan misschien weggenomen kunnen worden als er een buddy aangeboden wordt. Iemand die kan helpen met de te zetten stappen. Soms is het al voldoende dat er iemand bij is voor morele steun.
De Cliëntenraad concludeert dat zij achter de plannen kan staan: Uitbreiding van wat goed werkt, experimenteren met nieuwe werkvormen om erachter te komen wat het beste werkt voor zowel de inwoner als de medewerkers om zo snel mogelijk rust te kunnen bieden. Diverse samenwerkingsverbanden met als doel snel hulp te kunnen bieden, een traject op te starten. De Cliëntenraad blijft deze plannen graag volgen en is bereid, indien nodig, input te leveren op de ontwikkelingen. Wij nemen de aanbevelingen van de Cliëntenraad over, voor zover wij dat mogelijk achten. Actiepunt 19: Wij gaan zoveel mogelijk de aanbevelingen van de Cliëntenraad overnemen in onze dienstverlening. Actiepunt 20: Wij gaan de Cliëntenraad meenemen in de relevante ontwikkelingen met betrekking tot schuldhulpverlening.
4.5. Doelgroepen Wij hebben een specifieke aanpak en communicatiestrategie voor een aantal doelgroepen, zoals ondernemers, jongeren (eurocoach), gezinnen, dak- en thuislozen, inwoners waarvoor een bijzondere persoonsgerichte aanpak nodig is (zoals veelplegers) en statushouders. 4.5.1. Schuldhulpverlening aan ondernemers De bestaansonzekerheid van ondernemers neemt toe. De verwachting bestaat dat meer ondernemers in financieel zwaar weer terecht komen. Wij vinden het belangrijk om te voorkomen dat ondernemers met financiële zorgen (verder) in de problemen komen. Ondernemers zijn in onze gemeente niet uitgesloten van schuldhulpverlening. Wij gaan ook bij ondernemers problematische schuldsituaties voorkomen en bestrijden. Wanneer een ondernemer zich bij de GKB meldt voor een aanvraag schuldhulpverlening wordt de financiële situatie in kaart gebracht. Samen met de afdeling Zelfstandigen worden de vervolgstappen voor hulpverlening bepaald. De inwoner wordt overgedragen aan de afdeling Zelfstandigen indien de ondernemer gericht geholpen kan worden met een Bbz krediet. Speciaal hiervoor opgeleide medewerkers van de GKB doen de eerste analyse en kunnen schuldhulp bieden bij eenvoudige financiële problematiek van ondernemers. Complexe zaken worden na een eerste analyse ‘warm’ overgedragen aan een specialistisch bedrijf dat vervolgens meteen hiermee aan de slag kan.
De afgelopen jaren is er vanuit de afdeling Zelfstandigen en de GKB ingezet op een intensievere samenwerking om ondernemers met problematische schulden te kunnen helpen. De huidige uitvoeringspraktijk werkt goed en de samenwerking tussen de afdeling Zelfstandigen en de GKB heeft een structurele plek binnen onze dienstverlening. Desalniettemin is het ook goed om te kijken naar mogelijkheden voor verdere verbetering van schuldhulpverlening aan ondernemers. Vragen die wij ons gaan stellen zijn: hoe kunnen wij ons beter profileren en meer zichtbaar zijn voor ondernemers die de route richting gemeente niet direct kunnen vinden. Een intensievere samenwerking met het team Intake/Eerste Hulp Bij Geldzaken (vroegsignalering) en perron ZZP is daarbij wenselijk. Daarnaast gaan wij inzetten op een betere informatievoorziening richting de verschillende WIJ-teams 24
zodat zij beter en gerichter kunnen doorverwijzen. Wij gaan de komende periode dus de schuldhulpverlening aan ondernemers steviger vormgeven. Actiepunt 21: Wij gaan de schuldhulpverlening aan ondernemers zichtbaarder maken en steviger vormgeven. 4.5.2. Schuldhulpverlening aan jongeren De financiële problematiek onder jongeren is groot. Jongeren weten over het algemeen de GKB door de bekendheid door preventieactiviteiten op scholen steeds beter te vinden en ook voor hun hulpverleners is dat het geval. Voor jongeren van 18 tot 25 jaar met (dreigende) schulden zetten wij de zogeheten eurocoach in. De eurocoaches handelen vanuit de leefwereld van de jongere en maken gebruik van laagdrempelige communicatie zoals WhatsApp. Zo nodig maken zij bij het regelen van de schulden gebruik van het jongerenkrediet. Eurocoaches treffen voor jongeren in problematische schulden schuldregelingen op maat. Hierdoor krijgen jongeren perspectief op een schuldenvrije toekomst en op het halen van een startkwalificatie. Wij verwachten de komende jaren een toename van aanmeldingen van jongeren met grotere problematiek. Hieronder bevinden zich waarschijnlijk ook veel jonge statushouders. Wij gaan daarom door met de eurocoach-aanpak en gaan deze zelfs uitbreiden, omdat deze voorziet in een grote en almaar toenemende behoefte van jongeren in (dreigende) financiële problemen en hun hulpverleners.
Wij gaan de komende tijd onze aandacht richten op het sneller bereiken, behouden en zorgvuldig afscheid nemen van jongeren in de schuldhulpverlening. Onder andere gaan wij eurocoaches inzetten op scholen en in de wijk. Wij gaan jongeren bovendien sneller perspectief bieden. Wij gaan bekijken of de eurocoach-aanpak uitgebreid kan worden met een ‘jongerenperspectieffonds’. Daarbij denken wij aan het maken van een persoonlijk plan van aanpak. Hierin maken wij duidelijke afspraken met jongeren. Verder willen wij de jongere eventueel een (maatschappelijke) stage laten lopen. Aan de schuldeisers van de jongere kunnen wij een saneringsbedrag aanbieden ter finale kwijting van de schulden van de jongere. Indien wenselijk of nodig kunnen wij in deze aanpak ook kleine (belemmerende) schulden van de jongere overnemen en afbetalen. De nieuwe aanpak zou dan kunnen bestaan uit een intensief begeleidingstraject, het afbetalen dan wel saneren van schulden en het aanbieden van werk of scholing. Wij gaan bekijken hoe wij jongeren kunnen belonen door de aflossingsperiode van hun schulden te verkorten nadat zij hun opleiding hebben afgerond of aan het werk zijn gegaan. Actiepunt 22: Wij gaan de eurocoach-aanpak intensiveren door eurocoaches in te zetten op scholen en in de wijk.
Actiepunt 23: Wij gaan indien wenselijk binnen de eurocoach-aanpak kleine belemmerende schulden van de jongere overnemen en afbetalen. Actiepunt 24: Wij gaan bekijken hoe wij jongeren kunnen belonen door de aflossingsperiode van hun schulden te verkorten nadat zij hun opleiding hebben afgerond of aan het werk zijn gegaan. 4.5.3. Schuldhulpverlening aan gezinnen Net als andere inwoners kunnen uiteraard ook ouders met inwonende minderjarige kinderen zich melden voor schuldhulp. Gelet op de soms kwetsbare positie waarin zij zich bevinden besteden wij extra aandacht aan achterliggende problematiek. Zo zal onder meer worden bekeken of de (inkomens)voorzieningen, zoals het kindgebonden budget en de toeslagen op orde zijn en of gebruik gemaakt kan worden van speciale voorzieningen voor kinderen die hun participatie bevorderen, zoals het Jeugdfonds sport & cultuur. Bij het opstellen van het plan van aanpak nemen wij de specifieke omstandigheden van het gezin mee. Wanneer dit nodig blijkt, verwijzen wij het gezin 25
gericht naar het maatschappelijk werk of andere hulpverlening. Wij verzorgen de schuldhulpverlening aan gezinnen en tevens zorgen wij indien gewenst voor een warme overdracht naar de betreffende hulpverlenende instantie. Actiepunt 25: Wij verzorgen de schuldhulpverlening aan gezinnen, kijken daarbij onder andere naar het mogelijke beroep op (inkomens)voorzieningen en tevens zorgen wij indien gewenst of nodig voor een warme overdracht naar de betreffende hulpverlenende instantie. 4.5.4. Schuldhulpverlening aan dak- en thuislozen Sinds jaren neemt een aantal dak- en thuislozenorganisaties in de gemeente het inkomensbeheer voor hun cliënten op zich. Dit vloeit voort uit zowel de behoefte van die organisaties als vanuit de behoefte van de GKB. Ook dak- en thuislozen kunnen een beroep doen op schuldhulpverlening. Uit de uitvoeringspraktijk is alleen gebleken dat de financiële begeleiding beter door de organisaties zelf op basis van een opgebouwde vertrouwensrelatie kan plaatsvinden dan via de balie en contactpersonen van de GKB. In voorkomende gevallen wordt vanzelfsprekend samengewerkt met de GKB en indien het mogelijk is om een minnelijk schuldregeling te treffen, dan wordt die activiteit overgedragen aan de GKB.
De huidige praktijk werkt goed maar door interne en externe ontwikkelingen gaan wij de komende periode de subsidierelatie, de uitvoering en de samenwerking met de betrokken organisaties tegen het licht houden en zo mogelijk efficiënter vormgeven. Daarbij besteden wij vooral aandacht aan de borging van capaciteit en continuïteit. Actiepunt 26: Wij gaan de samenwerking met de dak- en thuislozenorganisaties in het kader van schuldhulpverlening efficiënter vormgeven. 4.5.5. Schuldhulpverlening aan doelgroepen met een persoonsgerichte aanpak De GKB is een aantal jaren geleden begonnen met een project, waarin een bijzondere persoonsgerichte aanpak voor zogenoemde veelplegers werd ontwikkeld. Later is dit uitgebreid met de volgende projecten: Multiprobleem gezinnen, ABC project14 en afbouw tippelzone. Het uitgangspunt is telkens: Wat is de (specifieke) behoefte van deze persoon? Aanmeldingen komen rechtstreeks bij de gespecialiseerde consulent van de GKB binnen. De aanpak kenmerkt zich door fors te investeren in gesprekken en vertrouwen, waarbij de gesprekken vaak op locatie plaatsvinden. Vanzelfsprekend wordt er bij de aanpak afgestemd en samengewerkt met hulpinstellingen. Hoewel zeer bewerkelijk, is de aanpak ook zeer succesvol. Daarom willen wij er mee door gaan. Actiepunt 27: Wij gaan door met de bijzondere persoonsgerichte aanpak voor specifieke doelgroepen. 4.5.6.
Schuldhulpverlening aan statushouders Het financieel ontzorgen van statushouders is een wettelijke verplichting. Specifiek hiervoor opgeleide consulenten van de GKB doen gezamenlijke intakes met consulenten Inkomen en verzorgen vervolgens het budgetbeheer, waarbij in beginsel de eerste zes maanden de vaste lasten (huur, gas/licht, water en zorgpremie) worden betaald. Gedurende die periode vinden er coachingsgesprekken met de statushouder plaats. Zo nodig kan op verzoek van de statushouder het budgetbeheer na de zes maanden worden verlengd. Actiepunt 28: Wij gaan door met het financieel ontzorgen van statushouders.
14
Het project ABC heeft tot doel de overlast door problematische personen vanuit de Antilliaanse gemeenschap te verminderen.
26
4.6. Schuldregeling Bij een schuldregeling behartigt de schuldhulpverlener als tussenpersoon de belangen van een inwoner met schulden en diens schuldeisers. De schuldhulpverlener berekent het vrij te laten bedrag. Dat bedrag is voldoende om de vaste lasten te betalen en te leven op bijstandsniveau. De schuldhulpverlener doet de schuldeisers een percentagevoorstel tegen finale kwijting. Als alle schuldeisers dat accepteren krijgen ze anderhalf jaar lang een percentage van de afloscapaciteit en schelden ze de rest van de schuld kwijt. Voor dit recht op een nieuwe start wordt van de inwoner een maximale inspanning van anderhalf jaar verwacht om de schulden af te betalen. Er zijn twee soorten schuldregelingen: 1) Schuldsanering. Bij een schuldsanering verstrekt de GKB een saneringskrediet. De schuldeisers krijgen ineens het bedrag uitgekeerd waarmee ze akkoord zijn gegaan. Het percentage voor de schuldeisers ligt dan vast. Deze optie geeft mensen met schulden meer schuldenrust omdat ze nog maar met 1 schuldeiser te maken hebben: ze betalen het krediet in achttien maanden terug aan de GKB. 2) Schuldbemiddeling. Bij een schuldbemiddeling worden alle inkomsten boven het vrij te laten bedrag maandelijks gereserveerd en op afgesproken momenten aan de schuldeisers betaald. Periodiek worden de inkomsten opnieuw berekend.
Het bedrag dat aan schuldeisers wordt betaald kan daardoor hoger of lager uitkomen. Als niet alle schuldeisers het betalingsvoorstel van de schuldhulpverlener accepteren, kan de schuldhulpverlener een dwangakkoord aanvragen bij de rechtbank. Bij een dwangakkoord dwingt een gerechtelijke uitspraak schuldeisers na een onredelijke afwijzing alsnog mee te werken. Iemand met schulden kan ook worden doorverwezen naar het wettelijke traject (WSNP). Dat kan meestal pas aangevraagd worden als een minnelijke regeling niet lukt. 4.6.1. Saneringskrediet Wij zetten zoveel mogelijk in op saneringskredieten bij het oplossen van problematische schuldsituaties. De GKB heeft hiervoor zelf de mogelijkheid.15 De inwoner heeft hierna slechts 1 schuldeiser, de gemeente (GKB) en duidelijkheid omtrent de aflossing (vast maandelijks aflosbedrag). Een vast aflosbedrag per maand betekent dat aan het werk gaan of meer werken loont voor de inwoner. Actiepunt 29: Wij zetten in op het zoveel mogelijk verstrekken van saneringskredieten bij het oplossen van problematische schuldsituaties vanwege onder meer de snellere duidelijkheid en perspectieven voor de inwoner. 4.6.2. Waarborgfonds saneringskredieten Als een saneringskrediet niet volledig wordt afgelost ligt het financieel risico bij de gemeente, die meestal zelf borg staat voor het saneringskrediet.
Het Waarborgfonds saneringskredieten is een soort collectieve verzekering. Het neemt het risico op oninbare vorderingen over van de gemeente. Zo komen gemeenten niet voor onverwachte kosten te staan. Het Waarborgfonds saneringskredieten is opgericht op initiatief van meerdere partijen in het veld van schuldhulpverlening. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft subsidie beschikbaar gesteld om het Waarborgfonds op te richten en in de eerste jaren uit te voeren. Daarna 15
Bankreglement Groningse Kredietbank 2022: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2022525947.html
27
zal het Waarborgfonds saneringskredieten zelfstandig blijven voortbestaan. Het Waarborgfonds beoogt saneringskredieten aantrekkelijker en toegankelijker te maken voor gemeenten om zo de effectiviteit van de hele ketenaanpak rondom problematische schulden te vergroten. Concreet is het doel dat binnen een aantal jaar tachtig procent van de schuldhulpverleningstrajecten met een saneringskrediet wordt opgelost. En dat het aantal gemeenten dat gebruikmaakt van saneringskredieten de komende jaren toeneemt. Door onze deelname aan het Waarborgfonds kopen wij het risico op oninbaarheid van saneringskredieten af. De GKB betaalt voor elk saneringskrediet een risicopremie. De premie is een percentage van de hoogte van het saneringskrediet. In de beginjaren is de premie vastgesteld op 1%. Actiepunt 30: Wij nemen deel aan het Waarborgfonds saneringskredieten en verstrekken in meer dan tachtig procent van de minnelijke schuldregelingen een saneringskrediet voor de oplossing van problematische schulden.
4.7. Budgetbeheer en budgetcoaching Inwoners kunnen in onze gemeente kosteloos gebruik maken van budgetbeheer. Per individueel geval wordt beoordeeld hoe lang en hoe intensief budgetbeheer moet worden ingezet. Tijdens de periode dat de inwoner gebruik maakt van budgetbeheer wordt er via budgetcoaching toegewerkt naar het vergroten van de financiële zelfredzaamheid van de inwoner. Zoals hierboven al is aangegeven is sinds 1 juli 2023 de looptijd van een wettelijke schuldsanering teruggebracht van 36 naar 18 maanden. Ook de aflostermijn van de minnelijke schuldregeling is per die datum verkort naar 18 maanden. De verwachting bestaat dat inwoners na 18 maanden schuldhulpverlening in de huidige praktijk nog niet of onvoldoende financieel zelfredzaam zijn. Daarom willen wij de nadruk bij schuldhulpverlening nog meer gaan leggen op financiële begeleiding van inwoners tijdens het traject en op de nazorg met als doel duurzame financiële gezondheid en uitstroom te bevorderen. Wij gaan de komende periode op de verkorting van het minnelijk traject inspelen. Dit doen wij door nieuwe werkwijzen intake/budgetbeheer uit te proberen waarbij nog meer op maat wordt bekeken welk begeleidingstraject wij het beste voor de inwoner kunnen inzetten. Voor de zelfstandigheid van de inwoner is het wenselijk dat waar nodig alleen financiële zaken van de inwoner worden overgenomen.
Als blijkt dat de inwoner in potentie financieel zelfredzaam is, zetten wij het product budgetbeheer niet in en gaan wij vooral het accent leggen op de begeleiding daar waar die nodig is. Hierbij valt te denken aan het ondersteunen bij het regelen van allerlei financiële zaken, zoals het aanvragen van toeslagen. Doel is dat de inwoner financieel weerbaarder en zelfredzamer wordt op die punten waarop dat nodig is. Wij gaan kijken hoe wij bij de financiële begeleiding de samenwerking kunnen zoeken met vrijwilligersorganisaties en hoe wij digitale middelen kunnen gebruiken. Deze nieuwe werkwijzen zullen vaak arbeidsintensiever zijn, aangezien die in veel gevallen meer (persoonlijke) contacten met de inwoner betekenen om de voortgang te volgen. Actiepunt 31: Wij gaan meer aandacht besteden aan de financiële begeleiding van inwoners tijdens het schuldhulptraject om duurzame financiële gezondheid te bevorderen. Actiepunt 32: Wij gaan de financiële (zelf)redzaamheid van inwoners stimuleren door onder meer het uitproberen van nieuwe werkwijzen als financiële begeleiding op maat met meer persoonlijke contacten met de inwoner en de inzet van digitale middelen.
4.8. Nazorg Nazorg heeft een belangrijke (preventieve) rol in het schuldenvrij blijven in de toekomst, maar ook in het voorkomen van stress van inwoners wanneer men ineens schuldenvrij is en weer meer vrijheid 28
heeft om geld uit te geven. Na de beëindiging van de dienstverlening benaderen wij de inwoner om te informeren hoe het er financieel voor staat. Als er opnieuw problemen zijn of dreigen te ontstaan, bekijken wij of het noodzakelijk is dat een vorm van dienstverlening door de GKB wordt hervat of dat het sociale netwerk of een ketenpartner kan worden ingezet. Hoewel voor veel betrokken inwoners die uitstromen uit budgetbeheer onze huidige aanpak van nazorg afdoende lijkt te zijn, blijkt dat in voorkomende gevallen er toch behoefte kan zijn aan meer begeleiding. Wij gaan daarom onze inzet op nazorg intensiveren en ook bij nazorg de komende periode op de verkorting van het minnelijk traject inspelen door nieuwe werkwijzen uit te proberen. Wij vinden het belangrijk inwoners een intensief en tijdig nazorg traject aan te kunnen bieden waarbij op maat bekeken wordt wat voor de inwoner nodig is voor financiële zelfredzaamheid en om terugval (recidive) te voorkomen. Natuurlijk is het zowel voor de gemeente als voor de inwoners van groot belang om hen niet onnodig lang financieel te begeleiden indien zij de draad zelf weer op kunnen pakken. Elke inwoner kan gebruikmaken van de door het team Preventie van de GKB georganiseerde cursus Rondkomen kun je leren. Toch is er vaak meer nodig dan een cursus voor een duurzame uitstroom en financiële zelfredzaamheid.
Wij gaan de uitstroom uit de schuldhulpverlening bevorderen door gerichte persoonlijke financiële begeleiding te bieden tijdens en na het traject. Daarbij gaan wij een nieuwe werkwijze uitproberen door inzet van een speciale uitstroomconsulent. Dit is een vaste contactpersoon die de inwoner begeleidt naar financiële zelfredzaamheid. Daarnaast gaan wij ervaringsdeskundigen inzetten die budgetcliënten individueel begeleiden voor, bij en na de uitstroom. Tot slot gaan wij zoals gezegd eveneens meer gebruik maken van digitale middelen bij de financiële begeleiding. Het bovenstaande geldt overigens ook voor inwoners in beschermingsbewind. Actiepunt 33: Wij intensiveren onze inzet op nazorg om duurzame uitstroom uit schuldhulptrajecten te bereiken en terugval te voorkomen. Hierbij gaan wij gebruikmaken van nieuwe werkwijzen, ervaringsdeskundigen en digitale middelen.
4.9. Beschermingsbewind Wij voeren het beschermingsbewind voor onze inwoners zoveel mogelijk zelf uit. Sinds maart 2018 bieden wij het beschermingsbewind voor minima kosteloos aan. Hierdoor is de marktwerking voor een groot deel van de nieuwe bewinden buitengesloten. Wij bieden beschermingsbewind namelijk aan als voorliggende voorziening voor de bijzondere bijstand aan onze inwoners met een minimuminkomen. Wij verstrekken in dat geval geen bijzondere bijstand als de betreffende inwoner desalniettemin een externe bewindvoerder kiest. Als gemeentelijke bewindvoerder bieden wij de vereiste kwaliteit voor beschermingsbewind, waarbij wij bovendien gebruik kunnen maken van een integraal aanbod van ondersteuning. Hierdoor kunnen wij tijdig de noodzaak van beschermingsbewind (her)beoordelen en bij inwoners die ondersteuning nodig hebben het best passende en minst ingrijpende instrument inzetten. De houdbaarheid van ons beleid inzake bijzondere bijstand en beschermingsbewind hangt af van externe ontwikkelingen zoals toekomstige wetgeving of jurisprudentie. Dit betreft bestuursrechtelijke jurisprudentie alsook jurisprudentie in het kader van de mededingingswet (Wet Markt en Overheid). Wij blijven te allen tijde de samenwerking zoeken met bewindvoerders die voldoen aan de kwaliteitseisen en de hiervoor genoemde visie van onze gemeente onderschrijven.
Ook in de komende jaren willen wij beschermingsbewind in eigen beheer houden, maar wij gaan wel bekijken of de huidige werkwijze op aspecten verbetering behoeft.
29
Actiepunt 34: Wij zetten ons beleid inzake bijzondere bijstand en beschermingsbewind voort zolang dat juridisch gezien mogelijk is, maar gaan daarbij wel bekijken of de huidige werkwijze verbeterd kan worden.
4.10. Adviesrecht beschermingsbewind Sinds 1 januari 2021 is het mogelijk voor gemeenten om een beroep te doen op het adviesrecht bij beschermingsbewind wanneer er sprake is van problematische schulden. Gemeenten kunnen drie maanden nadat een zogeheten schuldenbewind is ingesteld, de rechter adviseren of een inwoner met gemeentelijke ondersteuning beter geholpen kan worden. Door ons beleid inzake bijzondere bijstand en beschermingsbewind hebben wij hier geen gebruik van hoeven maken. Voor inwoners die gebruik maken van externe bewindvoerders verstrekken wij zoals hiervoor staat omschreven geen bijzondere bijstand meer voor nieuwe schuldenbewinden. Inwoners kunnen zich bij de GKB melden voor hulp voor het oplossen van problematische schulden. Indien onderbewindstelling van verkwisting of problematische schulden noodzakelijk is, voeren wij dit bewind zelf kosteloos uit voor de inwoner met een minimuminkomen. Dit zorgt ervoor dat het aantal nieuwe schuldenbewinden bij externe bewindvoerders de laatste jaren zeer laag is. Immers inwoners zouden dan de kosten van het schuldenbewind volledig zelf moeten dragen. Zoals gezegd geldt dat toekomstige wetgeving of jurisprudentie er toe kan leiden dat wij ons huidige beleid niet kunnen voortzetten. In dat geval zullen wij alsnog gebruik gaan maken van het adviesrecht.
Actiepunt 35: Wij maken vanwege ons beleid inzake beschermingsbewind geen gebruik van het adviesrecht. Wij houden de wetgeving en jurisprudentie omtrent beschermingsbewind scherp in de gaten en wijzigen ons beleid en de uitvoering daarvan indien nodig.
Schema aantallen langdurige trajecten Aantallen langdurige trajecten Schuldhulpverlening GKB Aantal inwoners in budgetbeheer (al dan niet i.c.m. schuldregeling of beschermingsbewind) Aantal inwoners in beschermingsbewind
Rekening 2019 2.964
Rekening 2020 3.264
Rekening 2021 3.384
Rekening 2022 3.662
1.049
1.184
1.337
1.362
4.11. Werkgeversbenadering Werk kan een manier zijn om armoede te voorkomen of om uit armoede te geraken. Werken moet natuurlijk wel lonen. Lonend werk is één van de voorwaarden voor bestaanszekerheid. Soms loont (meer) werken niet door het ingewikkelde belonings- en toeslagensysteem of heeft een inwoner door de aanwezigheid van schulden minder te besteden. Ook onze gemeente kent een grote groep werkende armen. Stress vanwege (te) lage inkomsten en schulden hebben invloed op iemands functioneren. Het is bekend dat armoede en geldzorgen een negatief effect hebben op het beoordelings- en denkvermogen. Hierdoor is men minder goed in staat om goede beslissingen te nemen. In geval van geldzorgen functioneren inwoners vaak ook minder goed op het werk. Werkgevers hebben daarom een belangrijke signalerende functie. Wij gaan ons inzetten om werkgevers zo goed mogelijk te informeren over wat zij kunnen doen om hun werknemers met (dreigende) financiële problemen zo goed mogelijk te stimuleren (preventieve of curatieve) hulp te zoeken. 30
Actiepunt 36: Wij gaan werkgevers informeren over hoe zij geldzorgen bij hun werknemers kunnen signaleren en over de mogelijkheden van schuldhulp voor hun werknemers in (dreigende) financiële problemen.
4.12. Samenwerking met zorgprofessionals Schulden komen vaak niet alleen. Meestal is er ook sprake van problemen op andere domeinen. En vaak hangen die problemen met elkaar samen. Dat betekent ook dat inwoners in financiële problemen vaak al in beeld zijn bij een zorgprofessional (bijvoorbeeld een praktijkondersteuner van de huisarts, verpleger of andere zorgverlener). Deze zorgprofessional is gespecialiseerd in het verlenen van hulp bij andere problematiek. De GKB is daarom de aangewezen partij die ondersteuning kan bieden in het oplossen van schulden of financiële problemen. Wij gaan de komende periode de samenwerking met zorgprofessionals zoeken en hen voorlichten over schuldhulpverlening. Actiepunt 37: Wij gaan samenwerken met zorgprofessionals en hen voorlichten over schuldhulpverlening.
4.13. Pauzeknop Wij willen de schuldhulpverlening versterken voor inwoners die al schulden hebben, door een pauzeknop te introduceren. Op deze manier kunnen inwoners op adem komen en kunnen wij samen een plan van aanpak maken voor de toekomst. Wij zoeken hierbij aansluiting bij de NVVK (de landelijke branchevereniging voor schuldhulpverlening) en andere gemeenten die hier ook mee bezig zijn. De in de wet vastgelegde pauzeknop kennen wij al wel bij de toeslagenaffaire waar bij gedupeerde ouders en hun toeslagpartners de pauzeknop ervoor zorgt dat schuldeisers geen beslag kunnen leggen op de ontvangen compensatie. Toch zal een breed geldende wettelijke pauzeknop ten behoeve van schuldhulpverlening nog wel even op zich laten wachten. Wij willen de pauzeknop op een werkbare manier ontwikkelen, als het kan ook zonder de landelijke wetgeving of afspraken. Indien het mogelijk en zinvol is om mee te doen aan een landelijk door de NVVK georganiseerde pilot gaan wij dit doen. Actiepunt 38: Wij gaan indien mogelijk een pauzeknop bij schuldhulpverlening introduceren.
4.14. Schuldenfunctionaris Rechtbank In een groot deel van de zaken die voor de rechter worden gebracht, spelen schulden direct of indirect een belangrijke rol. De rechter kan daarom een belangrijke rol spelen in het vroegtijdig signaleren van schuldenproblematiek bij rechtzoekenden. De afgelopen jaren is bij verschillende rechtbanken al gewerkt met schuldenfunctionarissen. Zij worden gewaarschuwd als een rechter vermoedt dat de gedaagde in een zaak problematische schulden heeft en nodigen diegene uit voor een gesprek om na te gaan wat er speelt en welke hulp er nodig is. Vervolgens leggen ze meteen contact met de gemeente, die binnen een paar weken een afspraak inplant. Een schuldenfunctionaris fungeert daardoor als tussenpersoon tussen de rechtspraak en de gemeentelijke schuldhulpverlening. De Rechtbank Noord Nederland werkt aan het project Schuldenfunctionaris waarbij zij mensen met schulden direct na een zitting willen koppelen aan een schuldhulpverlener. De schuldenfunctionaris is op de zitting aanwezig voor een eerste intakegesprek direct na afloop van de zitting over de aanpak van schuldenproblemen en zorgt voor een verwijzing naar de gemeente. Een groot voordeel hiervan is dat mensen nog ‘binnen’ zijn. Als de betrokken inwoner het hulpaanbod zelf moet zoeken 31
is de kans groot dat de inwoner deze stap niet zet of de ingang daartoe niet kan vinden. Wij zoeken daarom actief de samenwerking met de Rechtbank hierin. Actiepunt 39: Wij willen samenwerken met de Rechtbank om de inzet van schuldenfunctionarissen vorm te geven met onder meer als doel het vroegtijdig signaleren van schuldenproblematiek bij onze in gerechtelijke procedures betrokken inwoners.
4.15. Sociale kredietverlening Wij helpen ook inwoners die geld willen lenen voor bepaalde aankopen of voor hun onderneming, maar daarvoor bijvoorbeeld niet terecht kunnen bij een commerciële kredietverlener. Dat doen wij zonder winstoogmerk, als onderdeel van onze taak om armoede te bestrijden. Met een sociaal krediet kunnen inwoners hun woonomstandigheden verbeteren, een opleiding volgen of een bedrijf starten. Sociale kredieten zijn rentedragend, met een rentepercentage dat in ieder geval lager is dan maximaal is toegestaan. Inwoners die een lening aanvragen bij de GKB moeten wel voldoen aan de voorwaarden: ze hebben een inkomen van maximaal 130% van de bijstandsnorm of ze kunnen geen krediet krijgen bij een commerciële financier. Wij zorgen ervoor dat een lening nooit iemands draagkracht te boven gaat en binnen een redelijke termijn terug te betalen is, meestal in 36 maanden. De GKB voert een sociaal incassobeleid. Dat betekent dat wij bij betalingsachterstanden vroegtijdig met de betrokken inwoner overleggen over een oplossing. Door te investeren in sociale kredietverlening zorgen wij voor een sociaal maatschappelijk verantwoord aanbod aan onze inwoners met vaak een laag inkomen en leveren wij bovendien een positieve bijdrage aan het economisch klimaat van onze gemeente.
Actiepunt 40: Wij verstrekken sociale leningen aan inwoners met een laag inkomen of die geen lening bij een commerciële bank kunnen krijgen. Wij willen op zodanige wijze sociale kredieten verstrekken dat wordt voorkomen dat er een situatie van overkreditering ontstaat of dat er anderszins bij onze inwoners financiële problemen ontstaan.
32
5. Kwaliteitsborging schuldhulpverlening De kwaliteit van de schuldhulpverlening moet volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening gewaarborgd zijn. Het is essentieel dat inwoners en schuldeisers vertrouwen hebben in de wijze waarop de gemeentelijke schuldhulpverlening wordt uitgevoerd en dat recht gedaan wordt aan hun belangen. Het werken volgens standaardafspraken levert een belangrijke bijdrage aan het vertrouwen van schuldeisers in de gemeentelijke schuldhulpverlening. Het belang van inwoners vraagt in veel gevallen om gestandaardiseerd maatwerk.16 Om onder andere het vertrouwen van schuldeisers te borgen is de GKB lid van de NVVK.17 Voor zeer ingewikkelde casussen volstaat gestandaardiseerd maatwerk niet, maar hebben wij de ruimte gecreëerd voor maatwerk per persoon.18 Daarnaast wordt de uitvoering van beschermingsbewind gecontroleerd door de Rechtbank. Vanuit de NVVK en de Rechtbank vinden periodiek kwaliteitsaudits plaats. Bovendien werkt de GKB volgens de Gedragscode Schuldhulpverlening en de modules schuldhulpverlening zoals die landelijk zijn vastgesteld. Deze modules voldoen aan de bepalingen van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De GKB neemt verder deel aan onderzoeken van de NVVK naar de ervaringen van inwoners die schuldhulp hebben gehad van de GKB.
Zo heeft in 2023 een (klanttevredenheid)onderzoek plaatsgevonden naar de zogenoemde NVVK belofte, waarin de GKB het rapportcijfer 8,54 heeft behaald. Enig minpunt dat naar voren kwam is dat een klein deel van de bevraagde inwoners aangeeft dat de financieel hulpverlener niet voldoende helpt om gedrag te veranderen waardoor beter met geld omgegaan kan worden. Zoals hierboven staat omschreven gaan wij hier de komende tijd aan werken en onze financiële begeleiding aan onze inwoners hierop verbeteren.
16
Gestandaardiseerd maatwerk is een combinatie van standaard diensten en maatwerk. Gestandaardiseerd maatwerk is in feite maatwerk dat onder bepaalde voorwaarden voor iedereen te ontvangen is. 17 NVVK: de branchevereniging voor schuldhulp en financiële dienstverlening De vereniging zet zich in voor kwaliteitsstandaarden voor de dienstverlening (de NVVK belofte). Zij bewaakt de kwaliteit van de lidorganisaties via het Kwaliteitskader. Ook zet zij zich in voor vakmanschap van medewerkers (de Kennisbank). 18 Persoonsspecifiek maatwerk wordt ingezet als meerdere problemen samenkomen, eerdere oplossingen niet gewerkt hebben maar de inwoner wel gemotiveerd is mee te werken aan een oplossing. Per situatie wordt naar een oplossing gezocht.
33
Voor onze inwoners hebben wij een gemeentelijke klachtenprocedure. Daarnaast is tegen besluiten in het kader van schuldhulpverlening bezwaar en beroep mogelijk. Binnen de GKB vindt een permanente kwaliteitsbewaking plaats van de uitvoering van schuldhulpverlening. Daarnaast worden de werkprocessen voortdurend onder de loep genomen, waar mogelijk aangescherpt en worden overbodige processtappen geëlimineerd. Wij gaan de doorlooptijden zo inzichtelijk mogelijk maken en waar het kan verkorten.
34
6. Financieel kader Door het Rijk zijn met de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening in 2012 ten aanzien van de uitvoering van de schuldhulpverlening geen extra structurele middelen ter beschikking gesteld. Gemeenten hebben bij schuldhulpverlening de regie in handen. Zij kunnen zelf prioriteiten stellen en kiezen hoe zij de schuldhulpverlening organiseren. Zij kunnen zelf bepalen hoeveel financiële middelen voor schuldhulpverlening worden ingezet. Onze gemeente vindt sinds jaar en dag een kwalitatief goede schuldhulpverlening zonder werkvoorraden erg belangrijk. Schuldhulpverlening maakt onderdeel uit van de begroting van de directie Inkomensdienstverlening. In de begroting 2024 is aan de lastenkant vanuit reguliere gemeentelijke middelen een bedrag van 10,2 miljoen euro voor schuldhulpverlening opgenomen en aan de batenkant een bedrag van 1,2 miljoen euro. In de begroting van 2024 is een bedrag van 1,137 miljoen euro opgenomen aan (incidentele) Rijksmiddelen die vanuit de septembercirculaire 2023 ter beschikking zijn gesteld voor individuele bijzondere bijstand en vroegsignalering. Deze incidentele middelen kunnen tot en met 2025 worden ingezet.
De ambities en actiepunten vanuit dit plan betekenen een flinke intensivering van de schuldhulpverlening, waarbij het naast de (tijdelijke) inzet van meer formatie van minimaal 13,5 fte (voor vroegsignalering, wijkgericht werken, jongerenaanpak en nieuwe werkwijzen) ook om de ontwikkeling van nieuw instrumentarium voor schuldhulpverlening gaat. Wij denken dit niet allemaal te kunnen dekken binnen de reguliere begroting, vandaar dat wij voor een deel een beroep doen op de (incidentele) gemeentelijke middelen uit het Coalitieakkoord inzake intensiveren armoedebestrijding (totaal 700.000 euro). Daarnaast zetten wij de incidentele Rijksmiddelen in die vanuit de decembercirculaire 2022 (787.000 euro) en de meicirculaire 2023 (1,131 miljoen euro) voor individuele bijzondere bijstand en vroegsignalering ter beschikking zijn gesteld. Deze incidentele middelen kunnen respectievelijk worden ingezet in de jaren 2023 en 2024 en in de jaren 2024 en 2025. Verder bekijken wij of een deel van de extra kosten gefinancierd kan worden middels de Rijksmiddelen SPUK Kansrijke wijk (jaarlijks 108.000 euro, in te zetten tot en met 2026) of dat wij daarvoor een beroep gaan doen op de Rijksmiddelen voor versterking gemeentelijke dienstverlening naar aanleiding van de POK. Wij verwachten derhalve dat wij tot en met het jaar 2025 de reguliere én de intensivering van de schuldhulpverlening kunnen dekken.
Dit geeft ons de ruimte om de komende jaren te experimenteren, nieuwe werkwijzen uit te proberen en in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in de schuldhulpverlening, zoals de verkorting van de aflostermijn bij schuldregeling en het initiatief van het Rijk en de brancheverenigingen NVVK, VNG en Divosa inzake het invoeren van een basisdienstverlening schuldhulpverlening voor alle gemeenten.
35
Bron
Begroting 2024
Rijksmiddelen septembercirculaire 2023 (onderdeel van de begroting 2024) Rijksmiddelen decembercirculaire 2022 (naar verwachting wordt hiervan in 2023 0,3 uitgegeven) Rijksmiddelen meicirculaire 2023 Rijksmiddelen SPUK Kansrijke wijk Rijksmiddelen POK
Bedrag (x Waarvoor 1.000.000 euro) 10,2 Reguliere dienstverlening zoals Preventie, Vroegsignalering, Budgetbeheer, Beschermingsbewind, Schuldregeling, Euro-coaching en Sociale kredietverlening, en een deel van de intensivering schuldhulpverlening 1,137 Intensivering schuldhulpverlening
Wanneer
0,787
Intensivering schuldhulpverlening
2024
1,131
Intensivering schuldhulpverlening
2024 en 2025
0,108
Intensivering schuldhulpverlening (zoals extra inzet formatie in noordelijke wijken) Intensivering schuldhulpverlening (zoals extra inzet formatie in de wijken) Intensivering schuldhulpverlening
2024, 2025 en 2026
PM
Intensiveringsmiddelen PM armoedebestrijding coalitieakkoord
2024
2024 en 2025
NNTB
2024, 2025 en 2026
Bovenstaand schema geeft de voorlopige financiële situatie weer want die is voor een deel onder andere afhankelijk van de aanvraag SPUK Kansrijke wijk. In het uitvoeringsplan schuldhulpverlening 2024-2025, dat aan het eind van het eerste kwartaal van 2024 wordt opgeleverd, wordt de verdeling van de middelen nader uitgewerkt.
36
7. Monitoring en evaluatie Om onze ambities, actiepunten, doelen en speerpunten goed te volgen, zullen wij de effecten en resultaten periodiek monitoren. Dit doen wij in eerste instantie door middel van de planning- en controlcyclus (Begroting, Voortgangsrapportrages en Rekening). Wij zijn ons er van bewust dat veranderingen tijd kosten en daarmee niet van de een op de andere dag zijn gerealiseerd. Bovendien is momenteel duidelijk dat wij tot en met het jaar 2025 de reguliere én de intensivering van de schuldhulpverlening kunnen dekken. Onduidelijk is echter hoe wij er na 2025 financieel voorstaan. Wij kiezen daarom voor een eerste evaluatiemoment begin 2025. Op basis van deze evaluatie en eventuele landelijke ontwikkelingen kan het plan bijgesteld worden.
37
8. Uitvoeringsvisie: Hoe voeren wij de actiepunten uit? De schuldhulpverlening in Groningen wordt vrijwel geheel in eigen beheer uitgevoerd door de Groningse Kredietbank, waarbij wij samenwerken met een groot aantal partners in de gemeente. De GKB voert de volgende hoofdonderdelen uit: • • • • • • •
Preventie Vroegsignalering Sociale Kredietverlening Budgetbeheer Beschermingsbewind Schuldregeling Coaching
Deze dienstverlening wordt aangevuld met diverse projecten en pilots. De projecten zijn vaak toegespitst op een specifieke doelgroep of vraagstuk. De pilots zijn meestal gericht op het vernieuwen of verbreden van bestaande dienstverlening. Op basis van de input van de omgeving, de resultaten, de audits, het klanttevredenheidsonderzoek en het jaarverslag klachten kunnen wij concluderen dat de dienstverlening van de GKB er goed voorstaat. Het Plan schuldhulpverlening 2024-2028 is vooral een opsomming van visies, ambities, actiepunten en initiatieven en is met name een voortbouwen op het huidige dienstverleningsconcept. De bestaande dienstverlening wordt min of meer als bekend verondersteld en daarmee is dit plan ook vooral een aanvulling en uitbreiding van die bestaande dienstverlening. De GKB is daar blij mee en kan goed uit de voeten met het plan, temeer omdat er voldoende middelen en menskracht beschikbaar zijn voor de uitvoering van de bestaande dienstverlening en de aanvullende plannen. De GKB ziet ook een aantal relevante ontwikkelingen aankomen die in sommige gevallen concreet en zichtbaar van invloed zullen zijn op de uitvoering van de dienstverlening. Maar in andere gevallen is het is deze fase nog lastig de ontwikkelingen te duiden om daarmee richting te kunnen geven aan de dienstverlening. Voor de GKB zien wij de volgende relevante ontwikkelingen op ons afkomen: •
• • •
De ambities van het Kabinet (Landelijk actieplan brede schuldenaanpak) zullen een zwaar beroep doen op de dienstverlening van de GKB. Als gevolg daarvan zien wij dat het kabinet zich samen met de brancheverenigingen (NVVK, VNG en Divosa) sterk maakt voor een vorm van basisdienstverlening die voor alle gemeenten moet gaan gelden. Onze gemeente gaat zich committeren aan dit initiatief. Wij gaan meedenken en meepraten over de verdere invulling van de elementen van de basisdienstverlening en deze vertalen naar de mogelijkheden binnen onze eigen organisatie. Na halvering van de looptijd van de schuldregeling van 36 naar 18 maanden is de focus van de technische regeling verschoven naar financiële begeleiding, coaching en nazorg. De directie Inkomensdienstverlening en dus ook de GKB heeft een duidelijke visie op de dienstverlening onder de naam “De Groningse aanpak" geformuleerd. De trend dat steeds meer schuldeisers ruimhartig instemmen met schuldsaneringsvoorstellen – als daarmee de inwoner is geholpen en terugval wordt voorkomen – zet zich door. Met de komst van de convenanten met schuldeisers wordt het regelen van schulden eenvoudiger.
38
• • •
Met de komst van het schuldenknooppunt wordt het schuldregelen steeds meer een technisch goed te automatiseren vorm van dienstverlening. De financiële positie van gemeenten staat vanaf 2025 onder druk en wij moeten er rekening mee moeten houden dat hier ook opgaven voor de GKB uit voortkomen. De arbeidsmarkt is nog steeds gespannen als het gaat om het vinden van nieuwe medewerkers maar ook om het behouden van talent.
Om toekomstbestendige dienstverlening te kunnen garanderen moet de GKB vanwege bovenstaande ontwikkelingen gaan nadenken over het dienstverleningsconcept. Waarbij wij vooral het goede willen behouden maar ook klaar willen zijn voor de toekomst. De GKB zal daarom in een logische lijn het Plan schuldhulpverlening 2024-2028 vertalen in een twee-jaren uitvoeringsplan. Als basis van dit uitvoeringsplan zijn, rekening houdend met de bovenbeschreven ontwikkelingen voor het dienstverleningsconcept, de volgende concrete acties geformuleerd: • Wij maken de stand van de huidige dienstverlening inzichtelijk door een nulmeting in termen van input, throughput en output. • Wij herijken de werkprocessen van onze basisdienstverlening: wat doen wij goed, wat kan beter en waar zouden wij mee moeten en kunnen stoppen. • Wij analyseren de aanvullende projecten op de basisdienstverlening: welke projecten geven meerwaarde, waar moeten wij meer energie in stoppen en met welke projecten stoppen wij. • De pilots ronden wij conform plan af: wij besluiten welke pilots wij invoegen in de bestaande dienstverlening en welke niet. • Wij formuleren en hanteren een heldere visie op coaching, begeleiding en nazorg. • Bij iedere nieuwe vraag naar een project of pilot vragen wij ons af of onze inzet uitvoerbaar is en voldoende toegevoegde waarde heeft. Niet doen is dan ook een optie.
• Onze dienstverlening wordt daar waar het kan geoptimaliseerd en geautomatiseerd. Wij gaan daarbij op zoek naar de best passende applicaties. De GKB levert voor het einde van het eerste kwartaal 2024 het uitvoeringsplan schuldhulpverlening 2024-2025 op.
39