Bijlage Onderzoeksrapport Groningse praktijken, Onderzoeksrapport.pdf
Tekst van het document
gebruikt als breekijzer, om via snelle strafrechtelijke
een kort strafrechtelijk onderzoek worden uitgevoerd. Daarbij worden vier stappen gezet. Ten eerste wordt een proces-verbaal van verdenking opgesteld. Ten tweede worden over een periode van vijf jaar banktransacties opgevraagd, om te zien of dit wijst op onverklaarbaar vermogen. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de inkomsten en de uitgaven, waarbij op basis van gegevens van het Nibud wordt bezien of er begrijpelijke bedragen worden betaald voor bijvoorbeeld wonen, levensonderhoud en vervoer. Als dit voldoende belastende informatie oplevert, wordt ten derde een proces-verbaal van doorzoeking opgesteld. Bij de doorzoeking wordt - bij deze aanpak - tot dusver (bijna) steeds drugs en/of contant geld aangetroffen, en soms een vuurwapen. Ten vierde wordt een verhoor afgenomen van de verdachte over in het bijzonder de financiële gang van zaken. De doorlooptijd is kort. Witwassen wordt met succes vervolging personen aan te houden en te veroordelen die in het sociale verkeer opvallen vanwege onverklaarbaar bezit. In politie-jargon wordt gesproken over ‘wijkkoningen’. De veroordeling van dit soort criminelen laat zien dat misdaad niet loont. 2.) Lokale opsporing door Newton Tijdens ons veldwerk is bijna een half jaar een nieuw opsporingsteam van de politie actief, namelijk ‘Newton’.
Het betreft een team met zeven politiemensen, afkomstig uit basisteams, districtsrecherche (DR) en de dienst regionale recherche (DRR). De leiding ligt in handen van de DRR en de teamleiders zijn afkomstig van de DR. Het team is gehuisvest in het politiebureau aan de Rademarkt. De personele samenstelling staat garant voor recherche-expertise én lokale kennis. Dat legt de basis voor lokale opsporing.
Tabel 5.3 beschrijft twee actiegerichte instrumenten die de politie inzet. Het betreft inspanningen van politie en justitie die resulteren strafrechtelijke trajecten met gunstige maatschappelijke effecten.
Er wordt gediscussieerd over de precieze doelstelling van de relatief korte opsporingsonderzoeken die het team verricht. Die onderzoeken kunnen worden gericht op het vergroten van het inzicht in lokale en regionale criminele
Tabel 5.3: Lokale opsporing met maatschappelijke betekenis
praktijken. Zodat bijvoorbeeld duidelijk wordt welke criminele netwerken drugs smokkelen via noordelijke havens en hoe ze dit doen.
De politie geeft in Groningen op twee vernieuwende
De doelstelling kan ook worden gericht op het
manieren gestalte aan lokale opsporing, namelijk:
maatschappelijke effect. Zo bezien verdient opzichtige drugshandel in Groningen Noord eerder prioriteit
1.) Vervolging voor witwassen
dan onzichtbare drugssmokkel. Welke insteek wordt
Als de politie (bijvoorbeeld bij een controle) stuit op
gekozen, zal de toekomstige praktijk uitwijzen.
64
Ad b.) Op de bedrijventerreinen: ondermijning als een publiek-private opdracht De aanpak van ondermijning is, wat betreft bedrijventerreinen, geagendeerd als publiekprivate opdracht. Dit is kracht bijgezet door met professionals enkele schouws te organiseren op vervallen terreinen. Daarbij sprongen tal van omstandigheden en gedragingen in het oog die lijken te wijzen op criminaliteit of systematische regelovertreding, zoals een hoge mate bedrijfsbeveiliging voor eenvoudige bedrijfjes, zichtbare illegale bewoning of bedrijven die er alles aan lijken te doen om klanten te weren. Dit opende de ogen voor een lacune in het gevoerde publiek-private veiligheidsbeleid, want dat was tot 2021 sterk gericht op aangiftecriminaliteit en op de fysieke situatie op de terreinen. De particuliere beveiliging is (met training) alert gemaakt op indicatoren voor ondermijning en het is opgenomen in hun werkinstructies om
Ad c.) Positionering van gebiedsmanagers veiligheid Het OOV-team werft en positioneert drie of vier gebiedsmanagers veiligheid. Dit is een nieuwe functie, waarmee aansluiting wordt gezocht bij het (sterk ontwikkelde) gebiedsgerichte werken in Groningen. Het is interessant dat het team hiertoe de ruimte krijgt van de ambtelijke top, want dat getuigt van strategische inzichten. In de eerste plaats is ‘veiligheid’ een vak, gericht op het verwerven van inzicht in criminaliteit en slachtofferschap, inclusief de kwaliteiten om vervolgens tot passende interventies te komen. In dit specialisme kan niet worden voorzien door generalistische gebiedsmanagers. In de tweede plaats bestaat bij het gebiedsgerichte werken afstand tussen aan de ene kant fysieke en sociale inspanningen, en aan de andere kant veiligheidsbeleid, inclusief de aanpak van ondermijning. Dit wordt via de gebiedsmanager veiligheid dichter bij elkaar gebracht. Effectief
daar melding van te maken. Voorts worden (toekomstige) integrale handhavingsacties mede gericht op bedrijventerreinen. Hiertoe kan een branche worden gekozen als focuspunt (zoals garagebedrijven), maar ook een bepaald bedrijventerrein. Bij meer reguliere of themagerichte acties zal ook op bedrijventerreinen worden gecontroleerd, bijvoorbeeld in panden waar arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Politieonderzoeken kunnen uiteraard uitkomen bij bedrijfspanden, hetgeen de mogelijkheid biedt om ook bestuurlijke maatregelen te treffen, bijvoorbeeld als drugs wordt aangetroffen of illegale bewoning wordt geconstateerd. Daarnaast kan een controle de opmaat zijn tot een opsporingsonderzoek. Bij controle van een garagebedrijf werd bijvoorbeeld een
gebiedsgericht beleid vraagt om een combinatie van preventie en handhaving. In de derde plaats kan het OOV-team gebiedsgerichte veiligheidsinspanningen centraal sturen en monitoren. Dat is nodig, omdat criminele praktijken wijk-overstijgend zijn. Deze ontwikkeling is pril, maar de koppeling van veiligheidsbeleid aan het ver ontwikkelde Groningse gebiedsgerichte werken is belangrijk en noodzakelijk. Qua inhoud en omdat het getuigt van het besef dat veiligheid een belangrijk aspect is van het decentrale optreden van het lokaal bestuur.
hennepkwekerij aangetroffen. Hoe de aanpak van de bedrijventerreinen exact gestalte krijgt in 2022, is nog niet duidelijk. Wel dat dit draagvlak heeft in drie gremia, namelijk de districtelijke driehoek (mede vanwege persoonlijke agendering door de sector-chef van de politie), de publiek-private stichting voor de beveiliging van de Groningse bedrijventerreinen en de casustafel ondermijning. Bovendien werd op agendering aangedrongen door politiële ondermijningsspecialisten in de Groningse basisteams en door handhavers van de gemeente. Er is werk aan de winkel.
achterstanden aan te pakken, onder meer in Groningen Noord. Het Rijk investeert 15 miljoen in de wijken Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd, Tuinwijk, Indische Buurt, De Hoogte, Professorenbuurt en de Oosterparkwijk. Hier wordt gestalte gegeven aan een moderne wijkenaanpak. De wijkenaanpak uit 2007 werd voornamelijk gericht op huisvesting, onderwijs en werkgelegenheid. Voor zover werd geïnvesteerd in veiligheid betrof het sociale veiligheid: overlast, verloedering en subjectieve veiligheid. De hedendaagse wijkenaanpak in Groningen Noord stoelt op het inzicht dat georganiseerde criminaliteit gedijt
Ad d.) Met het oog op de lange termijn: Regio Deal Groningen Noord In het kader van de zogenoemde Regio Deal werken Rijk en regio’s samen om lokale of regionale
65
in achterstandswijken: “Waar er sprake is van een hoge concentratie van (multi-)probleem huishoudens is er een reële kans van een negatief effect op veiligheid (…) Ondermijning verzwakt het samenlevingssysteem verder en werkt ontwrichtend op economische en sociale structuren.” (Regio Deal Groningen Noord, p. 9) Vertrouwde elementen uit de gebiedsgerichte Groningse aanpak staan centraal in de Regio Deal Groningen Noord, dus sociale doelen en investeringen in de fysieke omgeving. Dit zal een positief effect hebben op de leefomstandigheden en dat vermindert de criminele gelegenheidsstructuren. Dit is op zich gunstig. Wel roepen we een les van de oude wijkenaanpak (uit 2007) in herinnering. Die aanpak was gebaseerd op het idee dat wijkbewoners betere omstandigheden en kansen benutten, zodat sociaaleconomische vooruitgang wordt geboekt. In achterstandswijken wonen echter ook mensen die liever hun eigen manier van leven behouden. Criminaliteit of fraude
De gebiedsmanagers veiligheid zullen aansluiten vanuit het OOV-team.
kunnen een onderdeel zijn van zo’n autonome levensstijl, hetgeen een reden is om de overheid op afstand te houden (Noordanus e.a., 2021). Dit patroon is herkenbaar op woonwagencentrum De Kring (zie hoofdstuk 4). We constateerden in hoofdstuk 2 en 3 dat Noordelijke wijken, juist vanwege de achterstanden, aantrekkelijk zijn voor criminelen of opportunisten: ze kochten er panden, verdienen aan woningverhuur, verkopen er verslavende producten, rekruteren criminele uitvoerders én maken slachtoffers. De consequentie is dat criminaliteit een onderdeel is geworden van het sociale leven. Een moderne wijkenaanpak vergt daarom ook gerichte slachtofferhulp en een combinatie van preventie en handhaving. Dit agendeert een strategische opdracht. Hoe kan de programmatische aanpak van ondermijning worden
vergunning voorschriften worden verbonden en kan een vergunning worden ingetrokken. In het kader van de vergunningverlening kan een Bibob-toets worden uitgevoerd. Er is een meldpunt ingericht waar klachten over verhuurders kunnen worden gemeld. Het team kamerverhuur van de gemeente registreert de klacht en kan onderzoek instellen. Ad f) Aanpak jeugdgroepen: het Groninger model Er is in Groningen een aanpak (’Het Groninger Model’) ontwikkeld en, na een pilot in 2017, ingevoerd voor jeugdgroepen die overlast veroorzaken en mogelijk ook strafbare feiten plegen. Het is een stads-brede aanpak die op wijkniveau gestalte krijgt. De aanpak wordt gestuurd en ondersteund vanuit een zogenoemde vierhoek: dat is de lokale driehoek (burgemeester, politiechef
ingebed in de stevige impuls die wordt gegeven aan de sociaal-fysieke investeringen in Groningen Noord? Daarbij kan gebruik worden gemaakt van inzichten uit de City Deal ‘Zicht op ondermijning’, een onderdeel van de Regio Deal Groningen Noord, zoals analyses die wijzen op indicaties voor vastgoedfraude in Groningen. Zie hoofdstuk 2 en 3. Dit onderstreept dat fysieke investeringen gepaard dienen te gaan met handhaving in de vastgoedsector in kwetsbare wijken. In het kader van de Regio Deal zijn multidisciplinaire teams per wijk ingericht, onder regie van de gemeente, met daarin verder WIJGroningen, corporaties, BOA’s en politie.
en officier van justitie), plus de wethouder jeugdbeleid. Naast een strafrechtelijke aanpak, wordt voornamelijk ingezet op overlastreductie (onder meer de groep uiteen laten vallen) en op preventieve interventies, zoals een gezinsaanpak, brede en gerichte hulptrajecten (op diverse leefgebieden), zorg op maat en preventie van nieuwe aanwas van overlast-gevers of jeugdcriminelen. Het model kent grofweg drie fasen: de jeugdgroepen in beeld brengen, een advies over de aanpak en de feitelijke uitvoering. De vierhoek geeft het startsein voor een jeugdgroepaanpak. De aanpak wordt gebaseerd op een (politie)analyse die systeemkennis (over overlast
Ad e.) Kamerverhuur In reactie op de misstanden met kamerverhuur, heeft de gemeente Groningen in 2018 - op grond van de APV - een vergunningstelsel ingevoerd voor kamerverhuur en bemiddelingsbedrijven. Tot die tijd werkte Groningen met omzettingsvergunningen gebaseerd op de Huisvestingsverordening. Alle 5.300 verhuurders met een oude vergunning kregen automatisch de nieuwe vergunning toegewezen. De vergunning wordt afgegeven door de burgemeester. Er wordt getoetst aan belangen in de sfeer van openbare orde, woon-, leef- en huurklimaat. Bij de toegang tot de kamerverhuurmarkt wordt een toets verricht op slecht levensgedrag en ook wordt bezien of in het verleden sprake was van slecht verhuurderof bemiddelaar-schap. Voorts kunnen aan de
66
en strafbare feiten) koppelt aan straatinformatie. Daarna wordt ingezoomd op de groepsdynamiek en op groepsleden om tot een maatwerk-aanpak te komen. Hierbij wordt een applicatie benut die het mogelijk maakt dat betrokken ketenpartners informatie delen over (leden van) de groep. Bijvoorbeeld over schooluitval of hangplekken. Jongeren worden met een zogenoemde ‘burgemeestersbrief’ op de hoogte gesteld van de informatieverzameling. Die brief biedt een kans om (verder) in contact te treden met het gezin en met de jeugdige. De gebiedsmanager en de manager van WIJ-Groningen zijn eindverantwoordelijk voor de groepsaanpak. Het Veiligheidshuis is procesregisseur en start voor een groepsaanpak een regiegroep op, met daarin (naast het Veiligheidshuis): de gebiedsmanager, een ondersteuner van het gebiedsteam, de WIJmanager, basispolitiemensen, een OOV-ambtenaar
wereld, inclusief het besef dat criminaliteit een integraal onderdeel kan zijn van die digitale wereld (zie hoofdstuk 3);
en een gemeenteambtenaar Zorg en Veiligheid. Deze groep dient de uitvoerders op wijkniveau (‘de werkersgroep’) de benodigde inzet en expertise te leveren. Op groeps- en persoonsniveau worden resultaten geboekt. Zo wordt in 2018 geconstateerd dat – mede na regievoering op acht gezinnen en deelname aan sportactiviteiten – het rustiger was geworden in de wijk Paddepoel. De jeugdgroep in Beijum blijkt daarentegen (deels) te criminaliseren en in Lewenborg wordt in een grote groep (43 jongeren in wisselende samenstelling) fors middelengebruik geconstateerd. Dit past bij het beeld dat respondenten over die wijk schetsen, namelijk over drugshandelaren die actief klanten werven onder jongeren en daarmee (sociale) problemen veroorzaken. Op straatniveau vergt het dus stevige inspanningen om, met treken en sleuren,
van klanten (hetgeen het gebruik van verslavende producten onder jongeren aanwakkert) en bij het rekruteren van criminele loopjongens. Een preventieve aanpak van jeugdverslaving (en schulden) en van straatdealertjes die onder druk staan, vergt een strafrechtelijke aanpak van organiserende drugscriminelen. Mogelijk kan dat via de witwas-aanpak of door de inzet van Newton bij lokale opsporing. Zie tabel 5.3.
vooruitgang te boeken. Er ‘staat’ een werkende jeugdgroepenaanpak in Groningen. Daarbij wordt vooruitgang geboekt en komen weer nieuwe of hardnekkige problemen in beeld. Respondenten agenderen wat dat betreft vier opdrachten voor de komende jaren, namelijk:
p wijkniveau dient (meer en veel) aandacht te O zijn voor slachtoffers van criminele netwerken. Naast een aanpak van daders of overlast-gevers, bestaat behoefte aan het in kaart brengen en helpen van slachtoffers. I n 2019 en 2020 is duidelijk geworden dat jonge daders agressieve delicten plegen (onder meer straatroven) en beschikken over wapens. Dat wijst op verharding. In Groningen Noord winnen jonge criminelen terrein wat betreft drugshandel. Ze opereren in dubbel opzicht agressief. Ze veroveren de drugsmarkt op gevestigde criminele families en kopstukken. Ook zijn ze fanatiek bij het werven
5.5 Afsluiting Het coalitieakkoord 2019-2022 agendeert ondermijning als stedelijk vraagstuk. Dat is een groot verschil met de voorgaande collegeperiode en legt een claim op het kleine aantal OOVambtenaren (16 fte) dat gestalte dient te geven aan deze beleidsvernieuwing. Toch is er vooruitgang geboekt, al knelt de beperkte organisatorische slagkracht.
e criminele netwerken, met daarbinnen veel D jongeren, digitaliseren. Dit krijgt zelfstandige invloed op wijkniveau, al zijn digitale netwerken grens-overstijgend. Het vergt verplaatsing van de aanpak: van vooral de straat naar de digitale
67
IN ANT WOORD OP DE ONDER ZOEKS VRAGEN
6
Inleiding In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord. Paragraaf 6.1 gaat in op de criminele gelegenheidsstructuren en paragraaf 6.2 beschrijft belangrijke ondermijnende fenomenen in Groningen. Paragraaf 6.3 geeft antwoord op de vraag over de gemeentelijke aanpak van ondermijning. Tot slot worden in paragraaf 6.4 aanbevelingen geformuleerd.
6.1 Criminele gelegenheidsstructuren Wat zijn belangrijke elementen van de stedelijke criminele gelegenheidsstructuur? De criminele gelegenheidsstructuren in de stad Groningen houden in de eerste plaats verband met situationele omstandigheden. Voor ons land geldt dat de uitstekende ligging en dito fysieke infrastructuur (over de weg, over het water en door de lucht) bijdraagt aan de legale economische voorspoed en tegelijkertijd wordt benut voor illegale praktijken, in het bijzonder (internationale) drugscriminaliteit. Noord Nederland kent een sub-infrastructuur waarvoor, in een specifieke context, hetzelfde geldt. Groningen is, met ruim 230.000 inwoners, het middelpunt van de regionale infrastructuur. Stedelijkheid (Groningen, Assen, Emmen en Leeuwarden) gaat samen met een omvangrijk buitengebied, vier zeehavens, een bloemenveiling en een goede ontsluiting over weg, water en spoor, ook richting Duitsland en Scandinavische landen. Die landen zijn belangrijke afzetmarkten voor drugs uit Nederland. Experts wijzen op drugstransporten over de weg. In hoeverre het water wordt benut voor drugssmokkel, is onduidelijk. In elk geval bestaat daartoe een riante gelegenheidsstructuur, want het niveau van toezicht en controle ligt op een laag niveau in de zeehavens van Eemshaven, Delfzijl, Lauwersoog en Harlingen. Voor de bloemenveiling in Eelde geldt hetzelfde.
Met als consequentie dat er weinig informatie is over de criminele functies van deze infrastructurele voorzieningen. Op de Waddenzee worden pakketten met drugs (cocaïne) over boord gezet, waarna samenwerkende vissersboten dit opvissen en afvoeren. Groningen vervult een regiofunctie met een riant aanbod van horeca (met 24-
uurs opening), detailhandel, evenementen, onderwijsinstellingen (universiteit en hogeschool) en betaald voetbal. Het maakt de stad aantrekkelijk waardoor criminaliteit niet zo opvalt, al gaat ook aantrekkingskracht uit van illegale prostitutie, pokertoernooien en het goed georganiseerde illegale drugsaanbod. De grote lokale vraag naar drugs trekt dealers aan, zoals (in de jaren negentig) criminele groepen uit de Randstad die inmiddels zijn doorgedrongen tot het (landelijke) topsegment. Op criminele ontmoetingsplaatsen vinden vraag en aanbod elkaar. Het onderscheid tussen onderwereld en bovenwereld valt daarbij niet goed te maken. Er worden onderling (hele blokken met) panden verkocht. In opeenvolgende transacties schuilen kansen om geld wit te wassen. Het criminaliteitsbeeld van (de stad) Groningen verschilt met dat in Friesland en Drenthe. In die laatste twee provincies zien respondenten - mede op basis van actuele informatie - beter georganiseerde drugscriminaliteit dan in de stad Groningen. In Groningen produceren netwerkjes wel drugs, met name hennep (en soms synthetische drugs), maar de kopstukken zijn niet opgeklommen naar de regionale of nationale toplaag. Wél wordt goed verdiend aan grootschalige drugshandel in en rondom de stad Groningen.
De bovenlokale drugscriminaliteit in Drenthe en Friesland krijgt prioriteit, mede vanwege (via gekraakt berichtenverkeer) beschikbare opsporingsindicaties. Dit is begrijpelijk, al plaatst het Groningse (drugs)criminelen in de luwte. In de tweede plaats creëert de economische situatie criminele gelegenheidsstructuren. Uit SCP-cijfers blijkt dat de armoede in de stad Groningen, net als in het oosten van de provincie (in het ‘aardbevingsgebied’), op een hoog niveau ligt. Respondenten wijzen op sociaaleconomische achterstanden en ongelijkheden, die als een soort scheidslijn zichtbaar zijn in de stad, met kwetsbare wijken in Groningen Noord. Hennepteelt wordt vanaf de jaren tachtig ontdekt als inkomstenbron. Een categorie jongeren en jongvolwassenen ziet (vandaag de dag) criminaliteit als een kans op sociale en economische voorspoed, los van de vraag of dit ook zo is. Beïnvloedbare personen zijn een makkelijk doelwit bij de verkoop van illegale producten (met name drugs) en worden - op straat én digitaal - gerekruteerd voor criminele 70
activiteiten. Bijvoorbeeld in de drugswereld of als geldezel (een bankrekening beschikbaar stellen voor criminele transacties). In OostGroningen (we doelen op de provincie) is goedkoop vastgoed beschikbaar, hetgeen kansen biedt voor drugscriminelen om panden te huren of te kopen. Temeer omdat in dit gebied de afkeer jegens de autoriteiten groot is vanwege de aardbevingsschade. De overheid laat op zich wachten, terwijl een categorie criminelen bereid is meteen af te rekenen. In Groningen zijn, zeker ook in kwetsbare wijken zijn, op grote schaal goedkope panden opgekocht door huisjesmelkers. Dit begon omstreeks 2000 en kreeg een impuls bij de economische crisis in 2008. Daarnaast investeerden in de crisisperiode vastgoedbedrijven in projectontwikkeling. Er werd nauwelijks achtergrondonderzoek gedaan en die ruimte werd onder andere benut door ondernemers
heeft van Groningen een gezellige en levendige stad gemaakt, al is Groningen een handhavingsarme stad. Verbouwingen hebben bijvoorbeeld plaats zonder vergunning of zijn in strijd met de verleende vergunning. De consequentie van systematische gedoogpraktijken is dat een categorie Groningse ondernemers de lokale overheid niet meer serieus neemt. Er heerst overoptimisme over jongeren en jongvolwassenen. De problemen van kwetsbare jongeren in probleemwijken worden onvolledig onderkend. Problemen in het Groningse studentenleven zijn traag geagendeerd, zoals de pressie of illegale praktijken en het rusteloze studentenleven in krappe woningen en in een leefomgeving met een 24/7-aanbod van horeca en drugs.
waarvan later bleek dat ze zich tenminste weinig aantrekken van bouwregels. De vastgoedsector biedt kansen om geld wit te wassen, onder meer bij verbouwingen en bij (frequente) doorverkoop. Woonruimte is schaars en daarmee een pressiemiddel richting kwetsbare personen. Voorts bieden panden mogelijkheden om drugsproductie te faciliteren of om criminelen onderdak te bieden. De opgebouwde machts- en vastgoedposities bieden kansen om het vermogen uit te bouwen, met nieuwe investeringen die worden verantwoord uit opbrengsten uit verhuur en verkoop. De direct besteedbare financiële middelen van vastgoedbezitters zijn aanzienlijk groter dan die van de gemeente, zeker op handhavings- en veiligheidsafdelingen. Op kwetsbare bedrijventerreinen bestaat
het team Openbare Orde en Veiligheid 16 fte, waaronder één specialist ondermijning die samenwerkt met een analist. Dit is weinig voor een centrumstad met ruim 230.000 inwoners. Ter vergelijking. In de universiteitsstad Nijmegen (ruim 177.000 inwoners) telt de OOV-organisatie in 2018 al ruim 30 fte. Arnhem heeft (met 15 fte) bijna evenveel veiligheidsambtenaren als Groningen, maar kampt met een stevig tekort en telt bovendien ‘slechts’ ruim 160.000 inwoners (Rekenkamer Arnhem, 2020). Tegelijkertijd is de situatie in de stad nog altijd riant in vergelijking met Groningse gemeenten in het Ommeland, want daar is ondermijning een neventaak van één of enkele veiligheidsambtenaren.
een hoge mate van anonimiteit. Lange tijd was de overheid onzichtbaar en lag de handhaving op een laag niveau. Dit komt tot uitdrukking in een optelsom van verdachte of onrechtmatige omstandigheden en gedragingen, zoals illegale bewoning, zware bewaking (van eenvoudige bedrijven) of bedrijven die klanten bewust lijken te weren. Dit is inmiddels geagendeerd. In de derde plaats resulteren culturele omstandigheden in criminele kansen. Het wordt gewaardeerd als de overheid terughoudend is bij het opleggen van beperkende regels, getuige onder meer de 24/7-opening van de horeca. Het
In de vierde plaats dragen tekorten in de gemeentelijke organisatie bij aan criminele gelegenheidsstructuren. Vandaag de dag telt
6.2 Criminele fenomenen Wat zijn belangrijke criminele fenomenen in Groningen en welke effecten hebben deze fenomenen? De Groningse top-3 wat betreft (ondermijnende) georganiseerde criminaliteit bestaat uit hennepteelt, drugshandel en misstanden met vastgoed. De hennepteelt komt op in de jaren tachtig en legt een stevig fundament onder lokale 71
criminele structuren. Het valt op dat de stap naar andere drugsproductie, met name synthetische drugs (xtc en amfetamine), nauwelijks lijkt te zijn gezet. Hennepteelt is verankerd geraakt in sociale structuren in wijken, en op en rondom woonwagenkamp De Kring. De know how voor de teelt is aanwezig. De hennepteelt lijkt te worden gedomineerd door flexibele netwerkjes, opgebouwd rondom enkele sleutelfiguren. Tussen netwerkjes bestaan contacten en faciliteerders, zoals growshops, bedienen verschillende netwerkjes. De organisatiegraad van de meeste netwerkjes wordt door experts niet hoog ingeschat, al zijn de opbrengsten nog altijd riant. Een doorsnee kwekerij met tweehonderd planten levert in de tussenhandel, volgens behoedzame schattingen, immers ongeveer € 23.000,- per oogst op. Experts constateren dat er - ondanks een afname van het aantal geruimde hennepkwekerijen - geen reden is om aan te nemen dat de hennepcriminaliteit daalt. De
typeert Groningen dat de handel een 24/7-karakter heeft: niet alleen bij online-handel, maar ook de fysieke detailhandel, gevoed door de permanente horeca-opening. De Groningse drugshandel kent piekmomenten op enkele avonden (van donderdag tot en met zondag), maar draait alsmaar door. Het is een gejaagde wereld, waarin jongeren als klant worden geworven of als katvanger worden gerekruteerd. De lokale drugswereld maakt slachtoffers onder jongeren en jongvolwassenen. Gerekruteerde uitvoerders komen onder druk te staan. Een categorie drugsklanten komt in de knel vanwege financiële problemen en/of verstoring van het dagritme. Er komen vandaag de dag agressieve jonge daders in beeld die hun marktaandeel in met name Groningen Noord versterken. In de jaren negentig veroverden (agressief werkende) criminele Marokkaanse groepen uit de Randstad een positie op de Groningse handelsmarkt. Anno 2021 ligt dit laatste op een beduidend lager niveau,
belangrijkste verandering is de afgenomen prioriteit voor hennepteelt. Er worden verplaatsingen geconstateerd, bijvoorbeeld vanaf het woonwagenkamp en vanuit woonwijken richting het Ommeland. Groningse netwerken met henneptelers hebben een lokale of regionale actieradius.
al wordt geconstateerd dat “clustertjes” vanuit de Randstad nog actief zijn in Groningen.
De drugshandel ligt op een hoog niveau zowel op straat, in de immer geopende horeca als op digitale netwerken. Geijkte locaties zijn de Nieuwstad (en de route daarlangs, de zogenoemde “gele loper” vanaf het hoofdstation), het centrum en delen van Groningen Noord. De digitale netwerken hebben een groot bereik, waarbij fraude en drugs worden gecombineerd en honderden jeugdigen worden bereikt, van kwetsbare Groningse wijken tot Delfzijl. De drugshandel is goed zichtbaar
Investeringen in vastgoed - lange tijd in het bijzonder in panden ten behoeve van kamerverhuur – resulteren in schadelijke effecten. Bij elkaar opgeteld heeft het ernstige vormen aangenomen. Het is onder respondenten onduidelijk in welke netwerken een relatie bestaat met georganiseerde criminaliteit. Respondenten onderscheiden – naast opportunistische vastgoedeigenaren die criminaliteit op afstand houden - grofweg: 1.) opportunistische ondernemers die actief waren en zijn op legale markten, al gaat dit gepaard met (mogelijk systematische) regelovertredingen en/ of lichte strafbare feiten, 2.) ondernemers die de stap lijken te hebben gezet van de onderwereld
in Groningen. De klandizie is groot en divers. Het betreft klassieke (oudere) straatjunkies die onder andere heroïne gebruiken, uitgaanspubliek, Duitse toeristen, studenten en eliteklanten, bijvoorbeeld werkzaam als specialist of advocaat. Alle populaire drugssoorten worden geleverd, dus de scheiding der markten is een illusie. De handel is al lang niet meer alleen fysiek, maar ook online en daarmee bovenlokaal en internationaal. De Groningse drugshandel is profijtelijk. Een categorie handelt internationaal en/of staat in contact met (nationale) netwerken die beschikken over eigen aanvoerlijnen van drugs. Het gaat al met al om een onoverzichtelijk geheel van klanten en dealers. Het
naar de legale vastgoedmarkt; 3.) ondernemers die met vastgoed actief zijn in de bovenwereld en deel uitmaken van Groningse netwerkjes met daarbinnen criminele praktijken; en 4.) ondernemers die bij forse financieringen geld lenen (of op de één of andere manier verkrijgen) van vermogende (rechts) personen, waarbij het gerucht of verhaal gaat dat zo witgewassen geld uit de Randstad of NoordBrabant is geïnvesteerd. De vastgoedwereld is witwasgevoelig. Er kan bijvoorbeeld, na een (met zwart geld betaalde) verbouwing, geld worden witgewassen als vastgoed voor een beduidend hogere prijs wordt verkocht. Respondent typeren de vastgoedmarkt in Groningen als een monopoliespel, 72
met geijkte spelers en een bord vol kansen. De stad kampt met schadelijke lange termijneffecten omdat ondernemers met grootschalige huismelkerij en omvangrijke vastgoedportefeuilles een machtsfactor zijn geworden in de stad. Het betreft een fysieke machtsbasis vanwege afhankelijkheid van gemeente, universiteit, hogeschool, inwoners en woningzoekenden (zoals studenten) voor huisvesting. De sociale machtsbasis van pandbazen stoelt op aanzien, werkverschaffing en weldoenerij. Ze beschikken tot slot over een financiële en op kennis gebaseerde machtsbasis die het mogelijk maakt om strategisch te reageren op gemeentelijk beleid (inzake kamerverhuur of Bibob-toetsing), zoals stromanconstructies en investeringen in bedrijfspanden, appartementen of studio’s in Groningen en investeringen in panden in andere gemeenten. Naast de top-3 komen de volgende fenomenen frequent voor:
bewoning van arbeidsmigranten, onder meer op bedrijventerreinen. Een goed overzicht ontbreekt.
ensenhandel (1): criminele pressie richting M jongeren en jongvolwassenen. Drugshandelaren spannen kwetsbare jongeren (als katvanger) voor het karretje én ze scouten ‘criminele talenten’ die als uitvoerder bij de handel ingezet worden. Kwetsbare jongeren worden niet alleen gerekruteerd voor drugsactiviteiten, maar ook als geldezel (bankrekening gebruiken voor criminele transacties) of om abonnementen af te sluiten. Bovendien is de rekrutering deels verplaatst van fysieke omgeving naar de digitale wereld, waarbij fraude wordt gecombineerd met drugscriminaliteit. Eén digitaal netwerk – rondom een kleine criminele kern - telt honderden jongeren en jongvolwassenen, met een bereik van kwetsbare Groningse wijken tot het Ommeland.
eugdcriminaliteit. Bij de aanpak van J jeugdcriminaliteit komen (ongeveer vier) jeugdgroepen in beeld met circa veertig personen, gesitueerd in Paddepoel, Lewenborg, Hoogkerk en Haren. Er worden straatroven, diefstallen en mishandelingen gepleegd. Daarnaast ontpopt een categorie zich als agressieve criminele ‘stijger’ bij drugshandel, waarbij gevestigde dealernetwerken worden uitgedaagd.
ensenhandel (2): uitbuiting in stedelijke M risicobranches. Uitvoerende medewerkers in risicobranches (o.a. horeca) kunnen te weinig betaald krijgen. Dit kan frauduleus worden ‘gecompenseerd’ met een bijstandsuitkering, al wordt ook geconstateerd dat AZC-bewoners en personen in een bed-bad-en-brood voorzieningen worden gerekruteerd en worden onderbetaald. ensenhandel (3): illegale huisvesting van M arbeidsmigranten. Respondenten signaleren en prioriteren de huisvesting van grote aantallen arbeidsmigranten niet als groot stedelijk probleem, al wordt wel gewezen op illegale
Arbeidsmigranten ingebed in Groningse netwerken. In netwerkjes rondom verschillende lokale ondernemers - actief in risicobranches worden arbeidsmigranten ingezet voor klusjes. Bijvoorbeeld bij verbouwingen, maar ook bij het intimideren van huurders. ystematische handhavingstekorten: semiS vrijplaatsen. Decennialange tekortschietende handhaving bij opzichtige overtredingen zoals illegale bewoning, illegale bebouwing (een etage te veel), strijdigheid met het bestemmingsplan, rondzwervende autowrakken (op bedrijventerreinen) of milieuovertredingen heeft geresulteerd in stedelijke slordigheid en in semi-vrijplaatsen op oude bedrijventerreinen.
Seksuele uitbuiting is een blinde vlek. Het betreft zowel het illegale circuit als de vergunde prostitutie. Deze werelden worden afgeschermd en mogelijke slachtoffers leggen bepaald niet snel een verklaring af. In hoofdstuk 4 hebben we de (criminele) gang van zaken op en rondom woonwagenkamp De Kring geanalyseerd. Die analyse is interessant omdat het lessen bevat over de stad Groningen wat betreft (de aanpak van) ondermijning. De aanpak stagneert omdat verschillende inschattingen over de ernst van de situatie bestaan. Wat betreft de organisatorische slagkracht en het geweld valt de situatie mee, afgezet tegen criminele praktijken elders in NoordNederland of op kampen elders in het land. Wat betreft justitiële misdaadbestrijding krijgt De Kring geen prioriteit. Wat resteert zijn onduidelijkheden en een informatietekort, plus zorgen en zachte of harde(re) informatie over schadelijke (criminele) 73
patronen en effecten in de stad. Dat is het geval ten aanzien van De Kring, maar ook wat betreft drugshandelaren in de stad.
6.3 De bestuurlijke aanpak van ondermijning Hoe geeft de gemeente, organisatorisch en inhoudelijk, gestalte aan de aanpak van ondermijning? Een VNG-studie uit 2010 constateert dat het veiligheidsbeleid in grote steden een drager van het lokaal bestuur is geworden, naast sociaal beleid en ruimtelijke ordening (Tops e.a., 2010). In 2017 werd de VNG-studie herhaald (Tops e.a., 2017). Toen werd geconstateerd dat het bestuurlijke veiligheidsbeleid zich vooral verder heeft ontwikkeld bij de aanpak van ondermijning. Die aanpak kreeg onder meer een impuls door beter inzicht in deze materie, door de komst van de RIEC’s en door versterking van de inzet van Bibob-toetsen. Deze landelijke ontwikkeling komt in Groningen later (namelijk na 2018) en in beperkte mate van de grond. Dit komt duidelijk tot uitdrukking in het coalitieakkoord uit 2014 en in de langzame opbouw en geringe formatie en slagkracht van de ambtelijke veiligheidsorganisatie.
2014-2018 deel uit van de concernstaf. In 2015 telt het team een kleine formatie van 8,8 fte, al is het iets meer dan in 2010 (6 fte). De Kadernota Integrale Veiligheid (2015-2018) nota benoemt acht prioriteiten, plus twee actuele thema’s (veilige evenementen en prostitutie). Dat is ongeveer één veiligheidsambtenaar per prioriteit, terwijl crisisbeheersing en bestuurlijke advisering over actuele veiligheidskwesties dan nog niet eens worden meegeteld. De consequentie is dat de ondermijningsaanpak vooral een papieren werkelijkheid is, zonder een realistische kans op gunstige effecten op criminele praktijken en slachtofferschap in de stad. Criminelen en opportunistische ondernemers profiteren. In het coalitieakkoord 2019-2022 maakt het over-optimisme over de (wijk-)veiligheid plaats voor de inschatting dat de veiligheidssituatie moet worden verbeterd. Er worden veiligheidsvraagstukken geagendeerd, waaronder
Het coalitieakkoord 2014-2018 ademt tevredenheid over de veiligheidssituatie in de stad. Het gebiedsgerichte werken staat centraal, waarbij de gemeente inzet op sociaal beleid, en wat veiligheid of leefbaarheid betreft vooral op wijk- en jeugdagenten. Het akkoord negeert vrijwel het gemeentelijke veiligheidsbeleid en zet
de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Het Beleidskader veiligheid (2021-2024) benoemt vier prioriteiten, waaronder ondermijning, mede omdat dit vaak resulteert in slachtofferschap met langdurige gevolgen. Dit kader legt zo de basis voor de programmatische aanpak van ondermijning die wordt gericht op drugs, criminogene branches, mensenhandel (uitbuiting), en vastgoed. Die aanpak resulteert in zichtbare interventies. Op basis van analyses worden onder andere integrale controles opgezet, gericht op kwetsbare branches of locaties. Daarnaast dient de Bibob-toetsing te worden geïntensiveerd. Ook wordt gewerkt aan het versterken van de alertheid van gemeentelijke afdelingen op beïnvloeding door ondermijnende (rechts)personen. De politiek-bestuurlijke agendering van
- naast sociaal beleid – veel kaarten op publiekprivate investeringen in fysieke wijkontwikkelingen. De machtspositie van huisjesmelkers, en de perverse effecten daarvan, worden niet gezien of geprioriteerd. Dit coalitieakkoord besteedt geen aandacht aan (de schadelijke effecten van) criminaliteit, alsof de stad dan nog geen sociale problemen ervaart vanwege drugshandel en criminele rekrutering. De politiek-bestuurlijke negatie van onveiligheid is een rem op de kwantitatieve en kwalitatieve groei van de gemeentelijke veiligheidstaak. Het team Openbare Orde en Veiligheid (OOV) maakt in de collegeperiode
onveiligheid en ondermijning gaat gepaard met enige personele uitbreiding (naar 16 fte) en met organisatorische herpositionering van het OOV-team: van de concernstaf naar de directie Stadstoezicht. Toch zijn er in 2021 nog altijd meer veiligheidsthema’s dan OOV-ambtenaren. In 2020 gaat het om vier thema’s en zestien deelthema’s, waarbij de ondersteuning en advisering van de burgemeester over urgente kwesties – bijvoorbeeld over corona, boerenprotesten, de jaarwisseling of de veiligheid bij FC Groningen – niet wordt meegeteld. De capaciteit schiet daarmee nog ver tekort. In de universiteitsstad Nijmegen (ruim 177.000 inwoners) telt de OOV-organisatie in 2018 74
reeds ruim 30 fte. Arnhem heeft (met 15 fte) bijna evenveel veiligheidsambtenaren als Groningen, maar kampt met een stevig tekort en telt bovendien ‘slechts’ ruim 160.000 inwoners (Rekenkamer Arnhem, 2020). Ondermijning is anno 2021 geagendeerd en geprioriteerd, maar bij de stap naar uitvoering en actie bestaan knelpunten. Het OOV-team heeft te veel taken en behandelt te veel actuele casus voor de formatie van 16 fte. Urgente kwesties verdringen belangrijke beleidsopdrachten, ook bij de aanpak van ondermijning. Voor de operatie en beleidsvorming van Bibob-toetsing is bijvoorbeeld slechts 1 fte beschikbaar, waardoor het wat betreft het belangrijke vastgoeddossier wordt getypeerd als een “dode letter”. Het voornemen (in het Beleidskader Veiligheid 2021-2024) om voor 2022 een integrale programma-aanpak voor mensenhandel te formuleren, is niet van de grond gekomen. Voorts is de uitvoerings- en
is kracht bijgezet met enkele schouws, waarbij opviel dat er op straatniveau veel aanwijzingen zijn voor achterstallige handhaving en ondermijning. Voorts worden vier gebiedsmanagers veiligheid aangesteld (twee uit het OOV-team en twee nieuwe medewerkers) die op wijkniveau actief worden. Zo wordt veiligheid gekoppeld aan het gebiedsgerichte werken, hetgeen getuigt van het strategische inzicht dat veiligheid een belangrijk aspect is van het lokale handelen van de gemeente. De gebiedsmanagers veiligheid nemen plaats in multidisciplinaire teams die - per wijk - gestalte geven aan de implementatie van de Regio Deal Groningen Noord. Daartoe investeert het Rijk 15 miljoen in kwetsbare wijken in Groningen Noord. Professionals met specialistische veiligheidskennis zijn nodig om bij de moderne wijkenaanpak fysieke en sociale inspanningen (die centraal staan en stonden in Groningen) te koppelen aan handhaving. Tot slot wordt voortgegaan met de Groningse
beleidscapaciteit van het OOV-team zo gering dat het sterk is aangewezen op interne samenwerking, hetgeen vraagt om overleg. Dat kost meer tijd en energie dan voorhanden is, temeer omdat ondermijning binnen andere directies geen prioriteit is en de (sociale) relevantie daarvan niet of traag wordt ingezien. De veiligheidstaak is ook versnipperd tussen OOV, handhavers op straat (22 fte BOA’s openbare ruimte en 11 fte BOA’s parkeren), de VTH-organisatie en de afdeling handhaving op het sociaal domein. Over de hele breedte is de ‘handhavingsformatie’ erg dun, waardoor samenwerking bij ondermijning lastig of niet van de grond komt. Bouwinspecteurs richten zich bijvoorbeeld bijna volledig op bouwprojecten, waardoor andere handhavingstaken blijven liggen. Groningen investeert in gebiedsgericht werken,
aanpak van (criminele) jeugdgroepen.
maar er was tot voor kort op wijkniveau niet voorzien in specialistische veiligheidsambtenaren. De consequentie was dat het (tijdig) zien, begrijpen en ingrijpen bij lokale ondermijning (bijvoorbeeld vastgoedfraude, rekrutering of agressieve drugshandel) niet of nauwelijks van de grond kwam. In weerwil van al deze interne barrières wordt bij de aanpak van ondermijning de stap gezet van beleid naar (duurzame) actie. Deze actiestand komt tot uitdrukking in integrale controleacties (in risicobranches), waarbij de gemeente - vanaf analyses in de voorbereiding - het voortouw neemt. De agendering van de publiek-private aanpak van ondermijning op bedrijventerreinen
een prioritaire plaats in het coalitieakkoord dat in 2022 wordt opgesteld, waarbij brede politieke steun wenselijk is. Wat de ambtelijke slagkracht bij veiligheid betreft, en meer in het bijzonder bij de aanpak van ondermijning, dient Groningen van ver te komen. Eén fte voor Bibob en ongeveer twee fte voor ondermijning - binnen het OOV-team - is veel te weinig. Het onderschat hoe flexibel en vermogend de criminele netwerken zijn waartegen wordt opgetreden, het onderschat hoe goed criminele praktijken worden afgeschermd en het onderschat vooral hoeveel sociale ellende criminele praktijken in de stad veroorzaken. Veiligheid, sociaal beleid en fysieke investeringen dienen een drie-
6.4 Aanbevelingen Welke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd voor de gemeentelijke aanpak van ondermijning? We formuleren één hoofd-aanbeveling, zodat duidelijk is wat in de kern dient te gebeuren. Er zal namelijk moeten worden geïnvesteerd in de kwantitatieve en kwalitatieve groei van de gemeentelijke veiligheidsorganisatie. Dit vergt budget en daartoe verdient veiligheid - en meer in het bijzonder de schadelijke effecten van georganiseerde criminaliteit op het stadsleven -
75
eenheid te worden. Dat vergt in Groningen forse investeringen in verreweg de zwakste schakel: veiligheid. We mengen ons liever niet in capaciteitsof organisatiediscussies, vanuit de gedachte dat structuur en capaciteit volgen uit een visie. Er is echter in de afgelopen jaren een visie gegroeid wat betreft de programmatische aanpak van ondermijning en de succesvolle uitvoering daarvan heeft momenteel geen kans van slagen. Die visie voorziet in terugdringing van de schadelijke invloed van huisjesmelkers, in betere en bredere Bibob-toetsing (met name ook bij bouw- en ontwikkelactiviteiten), in doorontwikkeling van de aanpak van criminele jeugdgroepen (met oog voor slachtofferschap), in de wens om witwassen aan te pakken (van drugsgeld en bij vastgoedtransacties), in integrale controleacties en in de publiekprivate aanpak van bedrijventerreinen. In de kern komt de visie erop neer dat de ambtelijke
en stopt onze analyse normaliter. We geven ter overweging dat het passend is als voor de aanpak van ondermijning een klein team van circa 6 fte met veiligheidsexperts wordt gevormd dat de aanpak van ondermijning gestalte geeft en aanjaagt, inclusief Bibob-toetsing. Om Groningen nog socialer te maken, moet worden geïnvesteerd in veiligheidsbeleid en handhavingscapaciteit. Het is raadzaam om de ontluikende visie op de aanpak van ondermijning – waarbij helder wordt welke ambtelijke en bestuurlijke acties en inspanningen worden gevraagd – op te schrijven, zodat duidelijk wordt wat dit behelst voor bestuur, de ambtelijke toplaag en gemeenteraad. Dit vergt een brede aanpak, waarbij veiligheid voldoende stevig wordt georganiseerd voor de combinatie met sociale en fysieke inspanningen. Tot slot vraagt de samenwerking - bij de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning – tussen stad en Ommeland aandacht. Buiten
kennis over ondermijning wordt georganiseerd op een centrale plaats in het ambtelijk apparaat, zodat actie wordt ondernomen: gerichte actie door veiligheids-professionals, maar ook door drempels op te werpen op andere afdelingen (bijvoorbeeld een vergunning weigeren of vragen om Bibob-toetsing) of door slachtoffers te helpen met sociale interventies. Zo’n herkenbare positie vergemakkelijkt niet alleen de interne samenwerking en bestuurlijke advisering, maar ook de externe samenwerking: in de stad met justitie, politie, RIEC, corporaties en bedrijfsleven, maar ook met andere gemeenten in de provincie. Criminele netwerken strekken zich immers uit over stad en ommeland. Wat vergt dit? In 2021 is onderkend dat een positie van ‘Openbare Orde en Veiligheid’
de stad tellen de meeste Groningse gemeenten hooguit enkele OOV-ambtenaren die ‘ondermijning’ ernaast doen. Tegelijkertijd wordt - met Rijksgelden – geïnvesteerd in de regionale bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning, met analyses van het RIEC als aanjager. Echter, als er geen of onvoldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar is in het Groningse Ommeland, loopt de uitvoering al snel spaak. Er bestaat dientengevolge behoefte aan een hoofdpuntenanalyse over de bestuurlijke slagkracht bij de aanpak van ondermijning in het Ommeland. Dat is een onderontwikkelde schakel. Over één ding hoeven we ons geen illusie te maken: criminele netwerken weten dit al lang en profiteren van de criminele en fysieke ruimte in het Ommeland. Zolang dat het geval is, zal het maatschappelijke effect van een intensieve
in de concernstaf niet langer houdbaar was. Het OOV-team is ingepast in de dienst Stadstoezicht. Dat is een eerste stap. Bij de verdere positionering van de veiligheidstaak in de ambtelijke organisatie dienen zich vervolgvragen aan. Wat is nodig, zodat veiligheid zich kan ontwikkelen als specialisme én als een meer gelijkwaardige partij bij de samenwerking met diensten op het terrein van sociaal beleid en ruimtelijke ordening? Dat laatste is nodig om veiligheid in te passen in het gebiedsgerichte werken en om het een volwaardige plaats te geven in de moderne wijkenaanpak (in het kader van de Regio Deal Groningen Noord). Op dit punt begint de politiek-bestuurlijke besluitvorming
ondermijningsaanpak in de stad Groningen tegenvallen.
76
Literatuurlijst Boerman, F., Grapendaal, M., Nieuwenhuis, F. & Stoffers, E. (2017). Nationaal Dreigingsbeeld 2017. Georganiseerde criminaliteit. Driebergen: Dienst Landelijke Informatieorganisatie.
Muijnck, J. de, Snippe, J. & Kamperman, M. (2021). Drugsoverlast Gele Loper Groningen: ervaringen vergelijkingsgemeenten. Groningen: Breuer & Intraval.
Bottenberg, M., & Janssen, M. (2012). De positie van Chinese masseuses in de Chinese beautybranche in Nederland: Onderzoeksrapport fenomeenonderzoek mensenhandel en mensensmokkel in de Chinese beautybranche. Woerden/Driebergen: KLPD.
Nieuwenhuis, M. & Postmes, T. (2010). Grensoverschrijdend gedrag onder Groningen studenten. Een onderzoek naar de omvang, trends en verklarende factoren. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen (Instituut voor integratie en sociale weerbaarheid).
Bolsius, Y., Höcük, S., Prüfer, P., & Kolthoff, E. (2018). Indicatoren van (georganiseerde) criminaliteit en ondermijning op bedrijventerreinen: Een verkennend onderzoek in de gemeente Tilburg. Tilburg: Tilburg University – CentERdata.
Noordanus, P., Tops, P. & Torre, E.J. van der (2020). Een Pact voor de Rechtsstaat. Een sterke terugdringing van drugscriminaliteit in tien jaar. Den Haag: Aanjaagteam Ondermijning.
EMCDDA (2019). Europees Drugsrapport 2019. Trends en ontwikkelingen. Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie.
drugscriminaliteit. Een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar drugscriminaliteit onder jongeren in de gemeente Groningen. Groningen (Rijksuniversiteit Groningen en gemeente Groningen).
EMCCDDA & Europol (2019). EU Drug Markets Report 2019. Luxembourg: Publications Office of the European Union. Functioneel Parket Afpakken (2016). Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht. Functioneel Parket. Gemeente Utrecht (2020). De Amsterdamsestraatweg. Rapportage over overlast en ondermijning. Informatie knooppunt zorgfraude (2020). Verwevenheid zorg & criminaliteit. Eindrapport. Utrecht. Kelling, G.L. and Coles, C.M. (1995). Fixing Broken Windows. Restoring Order and Reducing Crime in Our Communities. New York: Free Press.
Oosterhof, N. & Roosma, J. (2020). Jongeren en
LIEC (2019). Landelijk beeld van ondermijnende criminaliteit. Den Haag. Rekenkamer Arnhem (2021). De wet van de stimulerende achterstand. Onderzoek Ondermijning. Arnhem. Struiksma, N. Boxum, C., Hollenberg, S.J. & Woestenburg, N.O.M. (2020). Zoektocht naar georganiseerde criminaliteit in de Noordelijke zeehavens. Onderwereld boven water? Utrecht: Sdu (Politie & Wetenschap). Tops, P., & Torre, E.J. van der (2015). Wijkenaanpak en ondermijnende criminaliteit. Den Haag: Boom Lemma.
Khonraad (2000). Woonwagenbewoners: burgers in de risicomaatschappij. Utrecht: Jan van Arkel.
Tops, P.W., Duin, M.J. van, Os, P. van & Zouridis, S. (2010). Sleuren of Sturen: Gemeenten en de sturing van veiligheid en politie. Apeldoorn: Politieacademie.
Kruisbergen, E.W., Kleemans, E.R. & Kouwenberg, R.F. (2015). Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit. Justitiële verkenningen 2015/01, 81-99.
Tops, P.W., Os, P. van & Torre, E. van der (2017). Sleuren en sturen in 2017: de ontwikkeling van de relatie tussen de politie en het lokaal bestuur. 77
Tops, P., Valkenhoef, J. van, Torre, E.J. van der, & Spijk, L. van (2018). Waar een klein land groot in kan zijn, Nederland en synthetische drugs in de afgelopen vijftig jaar. Den Haag: Boom-Criminologie (Politieacademie). Torre, E. van der, Wijk. A. van, Heijkoop, M., Boer H. de & Wolsink, J. (2021). Mainport in de tweede linie. Over sierteelt en ondermijning (Programma Weerbare Sierteeltsector). Wijk, A. van, Torre, E. van der, Barneveld, G. van, & Wolsink, J. (2020). Ondermijning op en rond luchthaven Schiphol. Bekereeks.
Akkoorden en veiligheidsnota’s We verwijzen in de tekst naar: Coalitieakkoord 2014-2018. oalitieakkoord 2019-2022. C Kadernota Integrale Veiligheid 2015-2018 Programma Veiligheid (2020) Beleidskader Veiligheid 2021-2024 Beleidsplan Veiligheidsregio Groningen 2019-2022 Programma aanpak Ondermijnende criminaliteit (2019) Regio Deal Groningen Noord
Media-artikelen In de voetnoten wordt verwezen naar bronnen in de media en op het internet. Bijlage 1 Korte toelichting op politieregistraties
Vanwege deze wijze van registratie is het goed om te kijken naar de optelsom van geregistreerde drugsincidenten als ‘containerbegrip’. De grens tussen een drugsregistratie of een andersoortige politieregistratie kan diffuus zijn. Wat in het systeem wordt vastgelegd als drugsoverlast of drugshandel, zou in feite bijvoorbeeld kunnen gaan om jeugdoverlast. Al komt het omgekeerde evengoed voor: achter een melding (die wordt geregistreerd als) jeugdoverlast kan in werkelijkheid drugsgebruik of drugshandel schuilgaan. Er treedt onder-registratie op in het politiesysteem. Drugshandel en drugsteelt zijn delicten die in de regel zo goed mogelijk worden afgeschermd. Bij een illegale drugsdeal hebben verkoper en koper een gedeeld belang om dit buiten het blikveld van politie of burgers te doen. Dit betekent dat veel drugshandel of drugsteelt niet wordt geregistreerd. Onder-registratie is een structureel verschijnsel. Het doet zich met andere woorden nu voor, maar ook in voorgaande jaren. Het staat vergelijkingen in de tijd daarmee niet noodzakelijkerwijs in de weg. Registraties in het politiesysteem geven op z’n best een indicatie van de ontwikkelingen ten aanzien van drugscriminaliteit of drugsoverlast. Er zijn echter ook tijdelijke of toevallige factoren – waaronder beleidsveranderingen - die van invloed zijn op registraties van drugsincidenten.
Respondenten wijzen erop dat de detectie en bestrijding van hennepteelt (mede door het opheffen van de hennepteams) is afgenomen, waardoor dit een (deel)verklaring is voor de afname van de geregistreerde hennepteelt. Vanwege dergelijke effecten is voorzichtigheid geboden om op basis van politiecijfers, bij vergelijkingen in de tijd, conclusies te trekken.
De politie heeft registraties aangeleverd over drugsincidenten. Het is nuttig om kennis te nemen van deze cijfers, maar er kleven ook beperkingen aan. We baseren ons op cijfers die de politie ontleent aan het BVI-registratiesysteem. Per geregistreerde gebeurtenis telt één feit-code: de zwaarste of het feit dat als eerste is ingevoerd. Als de politie bijvoorbeeld een aanhouding verricht vanwege een drugsdeal, waarbij de verkoper en de koper (met softdrugs op zak) worden aangehouden, dan wordt dit louter geteld als handel in softdrugs (en dus niet ook als drugsbezit).
Colofon Dit rapport is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Groningen die dit heeft afgestemd met de lokale driehoek (burgemeester, officier van justitie en politiechef). Het is opgesteld door dr. Edward van der Torre en prof. dr. Pieter Tops. Het rapport kan worden gedownload via www.lokalezaken.com
78