CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Grip op mensenhandel - Actieprogramma 2026-2029

gemeenteraad 16 september 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: -: Motie n.a.v. Actieprogramma mensenhandel 2026-2029 Grip op mensenhandel (collegebrief 2-7-26) + Whitepaper mensenhandel in zorg- en opvanginstellingen (collegebrief 19-1-26)10.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Grip op mensenhandel Actieprogramma 2026-2029 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Inzicht in mensenhandel 4 2.1 Definitie en kernbegrippen 4 2.2 Vormen van mensenhandel 5 Seksuele uitbuiting 5 Criminele uitbuiting 5 Arbeidsuitbuiting 6 3. Positionering van de gemeente in de aanpak van mensenhandel 8 3.1 Gemeentelijke rol en verantwoordelijkheid 8 3.2 Landelijke ontwikkelingen 8 Landelijke programma’s en wetgeving 8 4. Aanpak van mensenhandel 10 4.1 Actielijn 1: Samenwerken aan een stevige aanpak 10 4.2 Actielijn 2: Bewustwording en signalering versterken 11 4.2.1 Bewustwording 11 4.2.2 Signalering 12 4.2.3 Meldingsbereidheid vergroten 12 4.3 Actielijn 3: Slachtofferschap en daderschap voorkomen 14 4.3.1 Jongeren 14 4.3.2 Personen met een licht verstandelijke beperking 15 4.3.3 Bewoners van zorg- en opvanginstellingen 15 4.3.4 Sekswerkers (vergund en onvergund werkend) 17 4.3.5 Arbeidsmigranten en vreemdelingen 18 4.3.6 Daders van mensenhandel 19 4.4 Actielijn 4: Goede zorg en opvang voor slachtoffers 20 4.4.1 Noodopvang 21 4.4.2 Beschermd wonen en andere vormen van Wmo-opvang 22 4.4.3 Nazorg en samenhangende ondersteuning 22 4.4.4 Landelijke ontwikkelingen en afstemming 23 4.5 Actielijn 5: De bestuurlijke aanpak versterken 23 4.5.1 Samenwerking binnen de gemeente 24 4.5.2 Toezicht en handhaving 25 4.6 Actielijn 6: Meer inzicht in aard en omvang 26 4.6.1

Samenbrengen van signalen en versterken van ketensamenwerking 27 4.6.2 Onderzoek en kwetsbare locaties 27 5. Financieel kader (2026-2029) 28 21. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 4. Aanpak 5. FinancieelInhoud 1. Inleiding Mensenhandel is uitbuiting in zijn meest ingrijpende vorm. Het gaat om mensen die worden gebruikt als handelswaar, waarbij hun leven in handen van anderen komt te liggen. Vaak ervaren zij weinig tot geen ruimte om zelf keuzes te maken of om aan de situatie te ontsnappen. Hun recht op vrijheid, veiligheid en menselijke waardigheid wordt daarmee op grove wijze geschonden. Mensenhandel kent verschillende vormen, waarvan seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting het meest voorkomen. Ook in onze gemeente speelt dit probleem: soms zichtbaar, maar vaak verborgen. De groep slachtoffers is zeer divers: van jongeren die onder dwang criminele activiteiten verrichten tot (ongedocumenteerde) arbeidsmigranten die werken onder schrijnende omstandigheden. Vaak herkennen zij hun eigen situatie niet als uitbuiting of durven zij geen hulp te zoeken uit angst voor de gevolgen. Juist deze complexiteit maakt duidelijk hoe urgent het is om te komen tot een brede en doortastende aanpak. Mensenhandel is een zogenoemd haaldelict: het vraagt om actieve signalering, alertheid en samenwerking. Niet alleen van professionals, maar van iedereen in de samenleving.

Gemeenten vervullen hierin een centrale rol met bevoegdheden en verantwoordelijkheden om partijen te verbinden, signalen te duiden en slachtoffers te beschermen. Groningen werkt al langere tijd aan het tegengaan van mensenhandel. Door te investeren in bewustwording, signalering en samenwerking is het lokale netwerk de afgelopen jaren zichtbaar versterkt. Meer inzet leidt tot meer signalen en tot een groeiende betrokkenheid van partners. Onze aanpak staat niet op zichzelf: we sluiten aan bij de landelijke koers, zoals vastgelegd in de Veiligheidsagenda 2023–20261 en het Versterkt Actieplan Samen tegen Mensenhandel2, en bij het regionale Beleidsplan Veiligheid Noord- Nederland 2024-20273. Alleen samen kunnen we mensenhandel effectief tegengaan en slachtoffers perspectief bieden. Dit actieprogramma voor de periode 2026 – 2029 geeft inzicht in hoe onze aanpak is opgebouwd en welke stappen we de komende jaren zetten. Na deze inleiding worden de belangrijkste begrippen en vormen van uitbuiting toegelicht, gevolgd door de positionering van de gemeente binnen de landelijke en regionale kaders. De kern van het document bestaat uit zes actielijnen met concrete acties voor preventie, signalering, samenwerking, zorg en bestuurlijke versterking. Tot slot gaat het financieel kader in op de beschikbare middelen voor de uitvoering.

Het programma is bedoeld als richtinggevend en praktisch document voor iedereen die betrokken is bij de aanpak van mensenhandel in Groningen. 1 Veiligheidsagenda 2023-2026 2 Versterkt Actieplan programma Samen tegen mensenhandel, 17 juni 2024 3 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland 2024-2027 3Inhoud 2. Inzicht 3. Positionering 4. Aanpak 5. Financieel1. Inleiding 2. Inzicht in mensenhandel 2.1 Definitie en kernbegrippen Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon met gebruik van dwang, misleiding of misbruik van een kwetsbare situatie, met het doel die persoon uit te buiten. Deze vorm van uitbuiting is strafbaar gesteld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. Op mensenhandel staat een gevangenisstraf tot twaalf jaar en in het uiterste geval zelfs levenslang wanneer de uitbuiting leidt tot het overlijden van het slachtoffer. Deze strafdreiging onderstreept de ernst van het misdrijf. De kern van mensenhandel is uitbuiting of de intentie daartoe. Dwang kan vele vormen aannemen: van fysieke overmacht en psychische druk tot misleiding, misbruik van kwetsbaarheid of machtsmisbruik. Dwang is niet altijd zichtbaar; vaak zit het in subtiele vormen van controle, zoals geen toegang meer hebben tot geld of communicatie, voortdurend toestemming moeten vragen of handelen uit angst of loyaliteit.

Zelfs wanneer iemand ogenschijnlijk instemt met een situatie, kan er sprake zijn van mensenhandel: instemming onder druk is géén instemming. Bij minderjarigen is dwang zelfs geen vereiste om van mensenhandel te kunnen spreken, omdat hun kwetsbare positie maakt dat vrijwilligheid nooit verondersteld kan worden. Verschil tussen mensenhandel en mensensmokkel Mensenhandel en mensensmokkel zijn beide ernstige misdrijven, maar ze verschillen duidelijk van elkaar. Bij mensensmokkel gaat het om het illegaal begeleiden of vervoeren van mensen over landsgrenzen, meestal tegen betaling. Uitbuiting is daarbij niet het doel. Bij mensenhandel staat uitbuiting juist centraal en kan dit zowel binnen Nederland als grensoverschrijdend plaatsvinden. In de praktijk kunnen beide fenomenen in elkaar overlopen. Migranten die vrijwillig een smokkeltraject ingaan, kunnen onderweg of na aankomst alsnog slachtoffer worden van uitbuiting. Gemeenten hebben geen directe rol in de aanpak van mensensmokkel, maar signalen komen wel naar voren bij controles in de sekswerkbranche of bij toezicht op woonlocaties. In zulke situaties werkt Groningen samen met de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) en Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel (TMM) van de politie om signalen te duiden en waar nodig bestuurlijk op te treden.

4Inhoud 1. Inleiding 3. Positionering 4. Aanpak 5. Financieel2. Inzicht Mensenhandel in de sekswerkbranche Sekswerk en mensenhandel zijn twee verschillende begrippen. Sekswerk is in Nederland een legaal beroep, gebonden aan regels en voorwaarden. Tegelijkertijd blijft de branche kwetsbaar voor uitbuiting, vooral in de onvergunde sector waar toezicht ontbreekt en het contact met hulp- en zorginstanties beperkt is. Juist die beperkte zichtbaarheid vergroot het risico op misstanden. Bij integrale controles in Groningen, uitgevoerd door politie, handhaving en zorg, worden dan ook regelmatig signalen van mensenhandel aangetroffen. Zo werd bij een controle in een woning waar sekswerk plaatsvond een slachtoffer uit een kwetsbare situatie gehaald. In dezelfde woning werd een vrouwelijke uitbuiter aangetroffen, die door de politie is aangehouden. Het slachtoffer is direct overgebracht naar het Overweeghuis5 voor opvang en ondersteuning. Omdat er nog onvoldoende zicht en grip is op de onvergunde sector, werkt de gemeente Groningen toe naar een herijking van het sekswerkbeleid. Deze herijking richt zich op het vergroten van de informatiepositie, het verbeteren van de aanpak van misstanden en het versterken van de toegang tot hulp en ondersteuning. Uitgangspunt blijft: een sekswerkbranche die veilig, inclusief en uitvoerbaar is voor iedereen.

4 Inspectie SZW (2016), Nationaal dreigingsbeeld 2017: Mensenhandel – arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting en gedwongen dienstverlening 5 Het Overweeghuis in Groningen is een burgerinitiatief waar sekswerkers uit de hele regio laagdrempelig toegang tot hebben. Hier kunnen zij met ondersteuning en in rust overwegen wat zij met hun toekomst willen. 2.2 Vormen van mensenhandel Seksuele uitbuiting Seksuele uitbuiting houdt in dat mensen onder dwang seksuele handelingen moeten verrichten, waarbij een uitbuiter financieel of op andere wijze voordeel behaalt. Dit kan zowel fysiek plaatsvinden als online, bijvoorbeeld wanneer iemand wordt gedwongen om seksuele handelingen te verrichten via een webcam. Slachtoffers hebben geen zeggenschap over hun eigen lichaam. Criminele uitbuiting Criminele uitbuiting houdt in dat mensen gedwongen worden om strafbare activiteiten uit te voeren, zoals diefstal, drugshandel en het witwassen van geld. Ook het ronselen van nieuwe slachtoffers van mensenhandel, het aanvragen en afstaan van zorggelden of uitkeringen4, en het uitvoeren van online fraude of identiteitsdiefstal vallen hieronder. De opbrengsten of voordelen komen ten goede aan de uitbuiter. Twee veelvoorkomende begrippen in dit verband zijn geldezel en katvanger. Een geldezel is iemand die zijn of haar bankrekening beschikbaar stelt voor het doorsturen van crimineel geld.

Vaak gaat het om kwetsbare jongeren die worden overgehaald of onder druk gezet, zonder dat zij beseffen dat zij strafbare handelingen verrichten. Een katvanger fungeert als schijn-eigenaar of tussenpersoon, bijvoorbeeld voor een gestolen voertuig, een frauduleuze onderneming of criminele handelswaar. De gevolgen voor slachtoffers van criminele uitbuiting zijn groot. Een strafblad is al ingrijpend, maar de impact reikt verder. Wie op jonge leeftijd als geldezel is gebruikt, kan nog jarenlang problemen ondervinden bij het openen van een bankrekening of het regelen van financiële zaken. Hierdoor wordt het ontvangen van salaris, huren van een woning of afsluiten van een mobiel abonnement erg lastig. 5Inhoud 1. Inleiding 3. Positionering 4. Aanpak 5. Financieel2. Inzicht Casus: toepassing van het non-punishment beginsel Een jongvolwassene met een licht verstandelijke beperking en psychische kwetsbaarheid verbleef op een begeleid wonen locatie in Groningen. Hij was sociaal terughoudend, maar sterk loyaal zodra hij een vertrouwensband opbouwde. Via een eerdere woongroep kwam hij in contact met iemand uit zijn netwerk, die hem onder druk zette om geld over zijn rekening te laten lopen, zogenaamd uit vriendschap. Hoewel hij zich in eerste instantie niet uitsprak, merkten begeleiders dat hij zich steeds verder terugtrok.

Er ontstonden zorgen over de gelijkwaardigheid van de relatie en signalen van angst. Pas tijdens een verhoor kwam stukje bij beetje informatie naar boven. Uiteindelijk bleek hij te zijn ingezet als geldezel. Vanwege zijn profiel en kwetsbaarheid is hij als slachtoffer van mensenhandel beschouwd, niet als dader. 6 In het wetsvoorstel modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel is het non-punishmentbeginsel wettelijk vastgelegd. 7 Inspectie SZW (2016), Nationaal dreigingsbeeld 2017: Mensenhandel – arbeidsuitbuiting, criminele uitbuiting en gedwongen dienstverlening Non-punishment beginsel In zaken waarin sprake is van criminele uitbuiting geldt het zogenoemde non-punishmentbeginsel6. Slachtoffers van mensenhandel mogen niet strafrechtelijk vervolgd worden voor strafbare handelingen die zij onder dwang hebben gepleegd. Dit beginsel is essentieel om slachtoffers te beschermen, zodat zij kunnen herstellen en ondersteuning kunnen ontvangen zonder angst voor straf. In de praktijk is dit echter complex. Slachtoffers van criminele uitbuiting komen vaak in beeld als plegers van een strafbaar feit. Omdat zij betrokken zijn geweest bij strafbare handelingen, wordt hun situatie niet altijd als uitbuiting herkend, niet door henzelf, maar ook niet door professionals. Juist dat maakt het signaleren en beschermen van deze groep extra lastig.

Criminele uitbuiting onderscheidt zich daarmee van andere vormen van mensenhandel en vraagt om zorgvuldige afweging en scherpte. Arbeidsuitbuiting Arbeidsuitbuiting ontstaat wanneer arbeidsvoorwaarden en omstandigheden zo slecht zijn dat fundamentele mensenrechten worden geschonden. Het gaat vaak om een combinatie van factoren: onderbetaling, extreem lange werktijden, slechte of onveilige huisvesting, intimidatie en afhankelijkheid van de werkgever of uitbuiter.7 Slachtoffers hebben weinig tot geen ruimte om zich aan de situatie te onttrekken. Arbeidsuitbuiting is daarmee niet alleen een misdaad tegen het individu, maar ook tegen de samenleving, omdat het de arbeidsmarkt verstoort en illegale praktijken in stand houdt. 6Inhoud 1. Inleiding 3. Positionering 4. Aanpak 5. Financieel2. Inzicht Ernstige benadeling Naast arbeidsuitbuiting komen op de werkvloer ook ernstige misstanden voor die daar sterk op lijken, maar niet altijd onder de strafrechtelijke definitie van uitbuiting vallen. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) spreekt in zulke gevallen van ernstige benadeling. Het gaat om situaties waarin arbeidswetten, bijvoorbeeld rond loon, arbeidstijden, arbeidsomstandigheden of legaal werk, herhaaldelijk en in ernstige mate worden overtreden.

Bij ernstige benadeling is vaak geen sprake van aantoonbare dwang of opzettelijke uitbuiting, maar wél van misbruik van kwetsbaarheid of afhankelijkheid. Tot nu toe werd dit vooral bestuursrechtelijk aangepakt, maar met het wetsvoorstel Modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel wordt een nieuwe strafrechtelijke categorie geïntroduceerd. Hierdoor kunnen structureel slechte werkgeverspraktijken straks strafbaar worden gesteld met celstraffen tot zes jaar. Dit biedt meer ruimte voor vervolging en betere bescherming van slachtoffers, met name onder arbeidsmigranten. Overige vormen van uitbuiting Naast seksuele, criminele en arbeidsuitbuiting zijn er ook andere vormen van mensenhandel die onder de wettelijke definitie vallen. Een daarvan is gedwongen bedelarij, waarbij kwetsbare personen worden gedwongen om op straat te bedelen of goederen te verkopen, terwijl zij hun opbrengsten moeten afstaan aan de uitbuiter. Ook gedwongen orgaanverwijdering valt onder mensenhandel, al zijn hiervan in Nederland tot nu toe weinig slachtoffers gesignaleerd. Daarnaast is in 2024 in de herziene EU richtlijn inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel besloten om ook uitbuiting binnen gedwongen huwelijken, illegale adoptie en draagmoederschap expliciet onder de definitie van mensenhandel te scharen.

Deze uitbreiding benadrukt dat mensenhandel zich in uiteenlopende contexten kan voordoen en dat uitbuiting zich voortdurend ontwikkelt. Actieplan programma Samen tegen mensenhandel We werken samen aan het voorkomen van mensenhandel, het beter signaleren en helpen van slachtoffers van mensenhandel en het aanpakken van daders van mensenhandel. 7Inhoud 1. Inleiding 3. Positionering 4. Aanpak 5. Financieel2. Inzicht 3. Positionering van de gemeente in de aanpak van mensenhandel 3.1 Gemeentelijke rol en verantwoordelijkheid De taak van gemeenten bij de bestrijding van mensenhandel vloeit voort uit nationale en internationale verplichtingen. Sinds 2018 is mensenhandel benoemd als prioriteit binnen het Interbestuurlijk Programma en binnen het interdepartementale programma Samen tegen Mensenhandel is aan gemeenten een centrale rol toebedeeld. Die verantwoordelijkheid is niet vrijblijvend: elke gemeente wordt geacht invulling te geven aan vier basiselementen: • Het ontwikkelen van beleid ter bestrijding van mensenhandel • Het organiseren van opvang, ondersteuning en nazorg voor slachtoffers • Het actief signaleren en melden van mensenhandel • Het aanstellen van een aandachtsfunctionaris mensenhandel De gemeente Groningen geeft actief invulling aan deze landelijke richtlijnen.

Dit gebeurt onder andere via het actieprogramma Grip op mensenhandel, door het vergroten van kennis bij professionals en het ondersteunen van hen bij het oppakken van signalen. Daarnaast zijn binnen de gemeentelijke organisatie twee aandachtsfunctionarissen mensenhandel aangesteld. Zij fungeren als centraal aanspreekpunt voor collega’s en ketenpartners. Groningen geeft de aanpak vorm aan de hand van vier rollen, die samen het fundament vormen onder het gemeentelijke beleid: • De gemeente als signaleerder Professionals binnen de gemeente komen regelmatig in aanraking met inwoners en situaties waarin signalen van uitbuiting kunnen voorkomen. Door gerichte training en bewustwording worden deze signalen eerder herkend en gedeeld, waardoor mogelijke slachtoffers sneller in beeld komen. • De gemeente als beleidsmaker Met dit actieprogramma maakt Groningen duidelijke keuzes op het gebied van preventie, signalering, bestrijding en bescherming. Daarbij sluiten we aan bij landelijke kaders zoals het Interbestuurlijk Programma, het programma Samen tegen Mensenhandel en het VNG beleidskader. • De gemeente als regisseur van de integrale aanpak Mensenhandel raakt meerdere domeinen tegelijk: veiligheid, zorg, onderwijs, werk en wonen. De gemeente vervult daarom een coördinerende rol door ketenpartners te verbinden, informatie te delen en gezamenlijke acties te organiseren.

• De gemeente als verantwoordelijke voor zorg en opvang Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet is Groningen verantwoordelijk voor passende opvang en begeleiding van slachtoffers. In de regio is de zorgcoördinatie goed georganiseerd, waardoor slachtoffers niet alleen worden opgevangen, maar ook perspectief krijgen op herstel. 3.2 Landelijke ontwikkelingen De aanpak van mensenhandel staat landelijk nadrukkelijk op de agenda. Voor de gemeente Groningen zijn de onderstaande ontwikkelingen richtinggevend voor het beleid in de periode 2026 – 2029. Landelijke programma’s en wetgeving Samen tegen Mensenhandel Sinds 2018 vormt het interdepartementale programma Samen tegen Mensenhandel de basis van de landelijke aanpak. Gemeenten hebben hierin een expliciete en structurele rol gekregen, onder meer op het gebied van beleid, regie, signalering, opvang en samenwerking. Voor Groningen is dit programma een belangrijk inhoudelijk en strategisch kader. Wij sluiten aan bij de landelijke doelen en nemen actief deel aan overleggen en kennisdeling. In 2024 verscheen een versterkt actieplan8, waarin extra wordt ingezet op professionalisering, integraliteit en het verbeteren van samenwerking binnen de keten. 8 Versterkt Actieplan programma Samen tegen mensenhandel, 17 juni 2024 8Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 5. Financieel4. Aanpak3.

Positionering Modernisering artikel 273f Wetboek van Strafrecht Op 10 juni 2025 stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel tot modernisering en uitbreiding van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. Met deze wijziging wordt de strafbaarstelling van mensenhandel zowel uitgebreid als vereenvoudigd. Hierdoor kunnen daders eerder worden vervolgd en bestraft, en worden slachtoffers beter beschermd. De modernisering raakt alle vormen van uitbuiting en sluit aan op de gewijzigde Europese richtlijn. Deze wetswijziging vormt daarmee een belangrijke ontwikkeling binnen de landelijke aanpak van mensenhandel. Wet regulering sekswerk en Wet gemeentelijk toezicht seksbedrijven De landelijke wetgever werkt al geruime tijd aan nieuwe wetgeving rondom sekswerk, maar tot op heden zonder definitief resultaat. Momenteel liggen twee wetsvoorstellen voor: de Wet regulering sekswerk (Wrs), die onder meer voorziet in een vergunningstelsel voor seksbedrijven en sekswerkers, en de Wet gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts), die een juridische grondslag biedt voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens van sekswerkers. De verwachting is dat de Wrs voorlopig niet zal worden aangenomen, terwijl de Wgts op meer voortgang lijkt te kunnen rekenen.

Beide voorstellen raken aan de gemeentelijke verantwoordelijkheid op het gebied van toezicht en het voorkomen van uitbuiting binnen de sekswerkbranche. De gemeente Groningen neemt deze ontwikkelingen mee in de afwegingen rond het lokale sekswerkbeleid. Deze landelijke en gemeentelijke kaders vormen samen het vertrekpunt voor onze lokale inzet. In het volgende hoofdstuk werken we uit hoe Groningen deze opdracht vertaalt naar een samenhangende aanpak voor de komende jaren. Bewijsdrempels in de strafrechtelijke aanpak Uit gesprekken met ervaringsdeskundigen en professionals komt een terugkerend knelpunt naar voren: de hoge bewijsdrempel voor vervolging van mensenhandel. In de praktijk werken slachtoffers soms langdurig mee aan opsporing en verhoren, terwijl uiteindelijk wordt gekozen voor vervolging op een lichter strafbaar feit of verdachten worden vrijgesproken van mensenhandel. Voor slachtoffers kan dit voelen als een ontkenning van wat hen is aangedaan. Het heeft impact op hun vertrouwen in het systeem en kan het herstelproces bemoeilijken, juist na een intensief en belastend traject. De modernisering van artikel 273f heeft mede tot doel om de bewijsdrempel te verlagen en beter aan te sluiten bij de realiteit van uitbuitingssituaties.

Voor Groningen is dit een relevante ontwikkeling, omdat een lagere bewijsdrempel kan bijdragen aan betere bescherming en erkenning van slachtoffers in onze regio. 9Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 5. Financieel3. Positionering 4. Aanpak 4. Aanpak van mensenhandel De gemeente Groningen zet de komende jaren doelgericht in op het versterken en voortzetten van de bestaande aanpak van mensenhandel. We breiden uit waar dat nodig is, versterken wat werkt en vernieuwen waar de praktijk om vraagt. Daarbij houden we vast aan ons hoofddoel: een gemeente waarin uitbuiting geen kans krijgt en waarin zorg en veiligheid samen optrekken om slachtoffers te beschermen en daders aan te pakken. Onze aanpak is opgebouwd rond zes strategische actielijnen. Deze lijnen geven richting aan onze gemeentelijke rol en vormen samen een sluitende, integrale aanpak. Deze actielijnen bouwen voort op eerder geformuleerde ambities en ervaringen uit de afgelopen jaren, en worden in de volgende hoofdstukken verder uitgewerkt. De zes strategische actielijnen zijn: 1. Samenwerken aan een stevige aanpak 2. Bewustwording en signalering versterken 3. Slachtofferschap en daderschap voorkomen 4. Goede zorg en opvang voor slachtoffers 5. De bestuurlijke aanpak versterken 6. Meer inzicht in aard en omvang 4.1 Actielijn 1: Samenwerken aan een stevige aanpak De aanpak van mensenhandel staat of valt met samenwerking.

Slachtoffers, daders en netwerken bewegen zich door gemeenten, regio’s en landsdelen heen. Geen enkele organisatie kan dit alleen doen. Groningen beschikt over een sterke en betrokken keten van partners die zich dagelijks inzetten om uitbuiting te signaleren, te stoppen en slachtoffers te ondersteunen. Deze keten, bestaande uit onder andere de politie (Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel), het Zorg- en Veiligheidshuis Groningen (ZVHG), de NLA, zorgpartners zoals het Leger des Heils en Terwille, en diverse maatschappelijke organisaties, vormt het fundament onder onze lokale aanpak. De samenwerking is gebaseerd op wederzijds vertrouwen, gedeelde verantwoordelijkheid en een gezamenlijke inzet om mensenhandel effectief te bestrijden. De inzet van ervaringsdeskundigen is hierbij van grote waarde. Zij laten zien wat slachtoffers nodig hebben, welke drempels zij ervaren en hoe ondersteuning toegankelijker kan worden gemaakt. Hun perspectief helpt om beleid en praktijk beter te laten aansluiten op de leefwereld van slachtoffers. Groningen blijft zich inzetten om hun bijdrage te borgen en verder te versterken. Ook regionaal werken we aan een stevige aanpak. Binnen Noord Nederland trekken Groningen, Friesland en Drenthe samen op om mensenhandel beter te bestrijden.

Deze samenwerking is vastgelegd in het Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord Nederland9 en wordt ondersteund door een bestuurlijk portefeuillehouder, een expertgroep mensenhandel en strategisch overleg. Groningen wil haar rol binnen deze samenwerking verder versterken. Als grootste gemeente in Noord Nederland en met een stevige lokale aanpak beschikken we over kennis, ervaring en capaciteit die van waarde zijn voor de bredere regionale ontwikkeling. Door actief aan te sluiten bij bestaande structuren en onze praktijkervaringen te delen, dragen we bij aan een sterke verbinding tussen zorg en veiligheid en aan gezamenlijke initiatieven die de aanpak van mensenhandel in de hele regio versterken. Een belangrijk onderdeel van deze regionale samenwerking is het Regionaal Interventieteam (RIT), dat in 2025 van start ging als onderdeel van de regionale aanpak ondermijning (de Groningse norm10). Het RIT werkt in de hele provincie en kan flexibel worden ingezet voor integrale controles op verschillende vormen van ondermijning, waaronder mensenhandel. Groningen werkt hierin samen met de andere gemeenten in de provincie. Door de inzet van het RIT worden in Groningen jaarlijks ongeveer zeven extra controles uitgevoerd. Daarmee wordt de gezamenlijke inzet op signalering, toezicht en handhaving versterkt.

9 Regionaal Beleidsplan Veiligheid Noord-Nederland 2024-2027 10 Groningse norm Uitvoeringsplan 10Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 5. Financieel4. Aanpak3. Positionering Naast de samenwerking binnen 3Noord en het RIT is ook de verbinding met de bredere ondermijningsaanpak belangrijk. Mensenhandel is een vorm van ondermijnende criminaliteit en raakt aan dezelfde structuren en netwerken. Daarom koppelt Groningen de lokale inzet aan regionale samenwerkingsverbanden zoals het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) en de Groningse norm. Door informatie te bundelen, patronen te herkennen en interventies beter op elkaar af te stemmen, vergroten we de gezamenlijke slagkracht. Deze verbinding helpt om signalen sneller op te pakken en om gerichter op te treden tegen uitbuiting. Met deze actielijn zet Groningen in op het verder uitbouwen van deze sterke keten, lokaal, regionaal en bovenregionaal, zodat professionals elkaar weten te vinden, informatie tijdig wordt gedeeld en slachtoffers de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Onze inzet: • We blijven werken aan een stevige en duurzame samenwerking met onze vaste ketenpartners, waaronder politie, ZVHG, NLA, zorgorganisaties en maatschappelijke partners. • We borgen en versterken de inzet van ervaringsdeskundigen binnen beleid en uitvoering.

• We nemen actief deel aan de ambtelijke expertgroep mensenhandel binnen 3Noord en brengen onze lokale kennis en ervaringen in. • We versterken onze rol als verbindende partner binnen de regionale samenwerking, zodat lokale inzichten en regionale ontwikkelingen beter op elkaar aansluiten. • We dragen bij aan de inzet en doorontwikkeling van het RIT, waarin bestuurlijke en operationele partners samenwerken aan het voorkomen en bestrijden van uitbuiting. • We verbinden de aanpak van mensenhandel met de bredere regionale ondermijningsaanpak, onder andere via het RIEC en de Groningse norm, zodat informatie en interventies beter op elkaar aansluiten. 4.2 Actielijn 2: Bewustwording en signalering versterken De afgelopen jaren is in Groningen stevig geïnvesteerd in het vergroten van kennis en bewustzijn over mensenhandel. In samenwerking met het ZVHG zijn honderden professionals getraind in het herkennen van signalen, zowel binnen de gemeente als bij zorg- en opvanginstellingen, onderwijs, jongerenwerk en andere partners. Daarbij is gebruikgemaakt van een VR experience die professionals helpt om beter te begrijpen hoe mensenhandel er in de praktijk uitziet. Daarnaast zijn er grote bijeenkomsten en publieksactiviteiten georganiseerd.

Zo kwamen in 2024 ruim 300 professionals samen tijdens een bijeenkomst over criminele uitbuiting en waren we de afgelopen jaren aanwezig op Let’s Gro met interactieve activiteiten voor inwoners en professionals. Deze inzet heeft effect: het aantal meldingen van vermoedelijke slachtoffers is duidelijk toegenomen en de samenwerking tussen partners is versterkt. Tegelijk blijft mensenhandel een verborgen probleem. Daarom bouwen we de komende jaren verder aan bewustwording, betere signalering en een hogere meldingsbereidheid. 4.2.1 Bewustwording Mensenhandel is vaak moeilijk te herkennen. Bewustwording bij inwoners, professionals en gemeentelijke medewerkers is daarom essentieel. Door kennis te vergroten en verhalen zichtbaar te maken, groeit het begrip van wat mensenhandel is en hoe het eruit kan zien. De inzet van ervaringsdeskundigen speelt hierbij een belangrijke rol. Hun expertise en persoonlijke perspectief geven concreet inzicht in de impact van mensenhandel en helpen professionals en inwoners om signalen beter te herkennen. We blijven deze samenwerking actief ondersteunen en verder ontwikkelen, zodat bewustwording wordt verrijkt met ervaringen uit de praktijk. 11Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4. Aanpak Onze inzet: • We organiseren jaarlijks minimaal één themabijeenkomst voor professionals over een specifieke vorm van mensenhandel.

• We doen elk jaar mee aan landelijke initiatieven zoals de Week tegen Mensenhandel. • We werken structureel samen met ervaringsdeskundigen bij bijeenkomsten, trainingen en beleidsontwikkeling. • We brengen mensenhandel onder de aandacht via publieksactiviteiten, zoals Let’s Gro. 4.2.2 Signalering Professionals en gemeentelijke medewerkers komen situaties tegen waarin sprake kan zijn van uitbuiting. Om signalen te herkennen en te weten wat zij kunnen doen, hebben zij kennis en praktische handvatten nodig. De trainingen en activiteiten van de afgelopen jaren hebben geleid tot meer meldingen en meer handelingsperspectief bij professionals. Hierop bouwen we voort door een praktisch informatiepakket te ontwikkelen dat professionals ondersteunt bij het herkennen en melden van signalen, met daarin ook heldere uitleg over de geldende privacyregels. Daarnaast zorgen we dat inwoners beschikken over duidelijke en toegankelijke informatie, zodat ook zij misstanden kunnen herkennen en melden. Zo versterken we de signalering verder en zorgen we ervoor dat signalen sneller worden opgepakt. Onze inzet: • Professionals kunnen twee keer per jaar deelnemen aan een online basistraining mensenhandel via het ZVHG. • We bieden structureel basistrainingen mensenhandel aan voor professionals in zorg, onderwijs, veiligheid en de WIJ teams.

• We zetten VR-technologie in bij trainingen en breiden dit uit met een VR-experience over online uitbuiting van jongeren. • We bieden een oudertraining aan over criminele uitbuiting (STRDR.). • We ontwikkelen en verspreiden een praktisch informatiepakket voor professionals, zodat zij snel en eenvoudig weten welke stappen zij kunnen zetten. • We ondersteunen inwoners met duidelijke informatie over het herkennen en melden van signalen. 4.2.3 Meldingsbereidheid vergroten In de regio Groningen werken we met een meldroute voor vermoedens van mensenhandel. Wanneer professionals een signaal hebben van seksuele, criminele of arbeidsuitbuiting, bespreken zij dit eerst met de aandachtsfunctionaris mensenhandel binnen hun eigen organisatie. Deze functionaris is het vaste aanspreekpunt en ondersteunt bij de afweging wat er nodig is, waaronder de vraag of een melding moet worden gedaan. Professionals kunnen, wanneer zij twijfelen of vragen hebben, ook anoniem advies vragen, zonder persoonsgegevens van een (mogelijk) slachtoffer of dader te delen. Waar nodig stemt de aandachtsfunctionaris af met de procesregisseurs mensenhandel van het ZVHG, het regionale aanspreekpunt voor signalen van mensenhandel. 12Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4.

Aanpak Wanneer een melding binnenkomt bij het ZVHG, beoordelen de procesregisseurs, in afstemming met degene die het signaal heeft ingebracht, welke vervolgstap passend is. Als de situatie daarom vraagt, kunnen zij partners betrekken zoals politie, gemeente of zorgorganisaties. Ook kan worden besloten het signaal te bespreken in het Drieluikoverleg, waarin de procesregisseurs mensenhandel en TMM (of de NLA bij arbeidsuitbuiting) samen beoordelen welke informatie of acties nodig zijn. Ook wanneer er nog onvoldoende aanknopingspunten zijn voor strafrechtelijk onderzoek, blijft het uit de uitbuitingssituatie halen van een vermoedelijk slachtoffer prioriteit en wordt bekeken of een bestuursrechtelijke aanpak nog mogelijkheden biedt. Uit onderzoek van het Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (CKM)11 blijkt dat veel professionals de meldroute nog onvoldoende kennen of gebruiken. Zorgen worden vaak wel gedeeld binnen teams, maar leiden nog zelden tot een formele melding. Onzekerheid over wat gedeeld mag worden, onbekendheid met het handelingsperspectief en onduidelijkheid over de vervolgstappen vormen belangrijke drempels. Hierdoor komen signalen niet altijd bij de juiste personen terecht en blijven meldingen versnipperd, wat het zicht op de problematiek beperkt en de bescherming van slachtoffers belemmert. 11 Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (2023).

Seksuele en criminele uitbuiting in de gemeente Groningen: Een verkenning van de aard en omvang en de mogelijkheden om de gemeentelijke aanpak te versterken. Onderzoek in opdracht van gemeente Groningen. Daarom nemen we als gemeente onze verantwoordelijkheid om deze drempels weg te nemen en professionals beter te ondersteunen bij het herkennen en melden van signalen. Onze inzet: • We stimuleren dat organisaties een aandachtsfunctionaris mensenhandel aanstellen en bieden hierbij ondersteuning. • We zorgen dat de meldroute breed bekend wordt via trainingen en gerichte communicatie. • We geven duidelijkheid over wat binnen de privacyregels gedeeld mag worden en passen de meldroute waar nodig aan. • We werken aan verdere optimalisatie van de meldroute, waarbij de bevindingen uit het CKM- onderzoek worden meegenomen. 13Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4. Aanpak 4.3 Actielijn 3: Slachtofferschap en daderschap voorkomen Een effectieve aanpak van mensenhandel begint vóórdat uitbuiting plaatsvindt. Door risico’s te verkleinen en kwetsbaarheden tijdig te herkennen, kunnen we voorkomen dat mensen slachtoffer of dader worden. In Groningen is de afgelopen jaren al geïnvesteerd in preventie. Zo ontwikkelden we een oudertraining over criminele uitbuiting en is verdiepend onderzoek gedaan naar uitbuiting binnen zorg- en opvanginstellingen.

Ook is via bijeenkomsten en lezingen, zoals over online uitbuiting via platforms als Onlyfans, meer zicht ontstaan op nieuwe risico’s. Tijdens de Week tegen Mensenhandel in 2025 verzorgden we daarnaast een training voor professionals over mensenhandel en LVB. Deze ervaringen vormen de basis voor de verdere uitwerking van deze actielijn. De komende jaren bouwen we hierop voort met een brede preventieve aanpak, gericht op het versterken van weerbaarheid, het vergroten van kennis en het verbeteren van toegang tot bescherming en ondersteuning. We richten ons op alle inwoners, met extra aandacht voor groepen die aantoonbaar vaker risico lopen: jongeren, personen met een licht verstandelijke beperking, bewoners van zorg- en opvanginstellingen, sekswerkers (zowel in de vergunde als onvergunde sector), arbeidsmigranten en vreemdelingen zonder geldige verblijfsstatus. Deze doelgroepen zijn vaak extra kwetsbaar door afhankelijkheid, beperkte toegang tot hulp, sociale druk en misleiding via sociale media en online platforms. Ook investeren we in het vergroten van kennis over daderschap, omdat uit onderzoek blijkt dat plegers vaak jong zijn en zelf ook kwetsbaarheden kennen. 4.3.1 Jongeren Jongeren zijn door hun leeftijd, ontwikkelingsfase en sociale omgeving extra kwetsbaar voor uitbuiting.

Criminelen maken bewust gebruik van factoren zoals armoede, instabiele thuissituaties en de behoefte om ergens bij te horen. Online omgevingen spelen daarbij een steeds grotere rol, bijvoorbeeld bij sextortion of digitale rekrutering via sociale media en gamingplatforms zoals Roblox en Minecraft. Onderzoek laat zien dat jongeren steeds vaker online worden benaderd voor criminele activiteiten. De Veiligheidscoalitie (2025)12 rapporteert dat ruim de helft van de jongeren weleens online is benaderd voor een ‘snel geld’-klus, vaak via platforms als TikTok, Instagram, Snapchat, YouTube, Telegram en WhatsApp. Europol (SOCTA 2025)13 waarschuwt bovendien dat georganiseerde misdaad jongeren steeds vaker online rekruteert. Via sociale media en kunstmatige intelligentie worden zij gemanipuleerd en ingezet voor uitvoerende taken binnen criminele netwerken. Deze ontwikkelingen onderstrepen het belang om professionals beter toe te rusten op online signalering, onder andere via de ontwikkeling van een VR experience over de digitale leefwereld van jongeren. Uit onderzoek van het CKM14 in Groningen blijkt dat eerstelijnsprofessionals zich toenemend zorgen maken over criminele uitbuiting.

Daarom versterken we onze inzet op preventie, signalering en samenwerking, en sluiten we aan bij de bredere aanpak van jeugdcriminaliteit en ondermijning, zodat interventies beter op elkaar aansluiten en jongeren eerder in beeld komen. Onze inzet: • We integreren het thema mensenhandel in bestaande voorlichtingsprogramma’s op scholen en binnen jeugdinterventies. • We sluiten aan bij de aanpak jonge aanwas, zodat criminele uitbuiting structureel wordt verankerd in de aanpak van jeugdcriminaliteit. • We organiseren voorlichting voor ouders, verzorgers en andere betrokkenen over signalen van uitbuiting. • We betrekken jongeren actief bij de ontwikkeling van preventieve interventies, zoals de VR-experience over online uitbuiting en oudertrainingen, zodat deze beter aansluiten bij hun leefwereld en ervaringen. 12 Veiligheidscoalitie (2025), Onderzoek naar online benadering van jongeren voor ‘snel geld’-klussen. Amsterdam. 13 Europol (2025), Serious and organised crime threat assessment (SOCTA 2025). Den Haag. 14 Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (2023), Seksuele en criminele uitbuiting in de gemeente Groningen: Een verkenning van de aard en omvang en de mogelijkheden om de gemeentelijke aanpak te versterken, Utrecht. 14Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4.

Aanpak 4.3.2 Personen met een licht verstandelijke beperking Personen met een licht verstandelijke beperking (LVB) lopen aantoonbaar meer risico om slachtoffer te worden van mensenhandel. Uit het onderzoek Brede Blik op Slachtofferschap15 blijkt dat zij oververtegenwoordigd zijn onder slachtoffers van zowel seksuele als criminele uitbuiting. Mensenhandelaren maken bewust gebruik van hun verhoogde beïnvloedbaarheid, afhankelijkheid en moeite met het inschatten van risico’s. Hierdoor kunnen zij relatief eenvoudig worden geronseld, gemanipuleerd of onder druk worden gezet. De rol van sociale media is hierin groeiend: online toenadering verloopt snel, is moeilijk te signaleren en vraagt om vaardigheden die voor veel mensen met een LVB extra uitdagend zijn. Naast algemene risicofactoren zoals armoede, psychische problemen en eerdere traumatische ervaringen, spelen bij mensen met een LVB aanvullende kwetsbaarheden die de kans op uitbuiting vergroten. Zij herkennen signalen vaak minder goed, hebben moeite met het overzien van gevolgen en zien zichzelf niet altijd als slachtoffer. Deze combinatie van factoren vraagt om een gerichte aanpak waarin zorg, veiligheid en het sociaal domein nauw samenwerken. Door signalering, preventie en ondersteuning LVB-sensitief vorm te geven, vergroten we de bescherming van deze doelgroep en verkleinen we de kans op uitbuiting.

Onze inzet: • We organiseren trainingen voor professionals over mensenhandel en de specifieke kwetsbaarheid van LVB doelgroepen. • We maken bestaande voorlichtingsmaterialen die geschikt zijn voor LVB doelgroepen breed beschikbaar binnen zorg en onderwijs. • We nemen LVB doelgroepen mee in bestaande preventieve interventies zoals VR voorlichting en oudertrainingen. 15 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (2022), Brede blik op slachtofferschap. Den Haag. 16 Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (2023), Seksuele en criminele uitbuiting in de gemeente Groningen: Een verkenning van de aard en omvang en de mogelijkheden om de gemeentelijke aanpak te versterken, Utrecht. 17 Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (2026), Whitepaper Groningen. 4.3.3 Bewoners van zorg- en opvanginstellingen Uit onderzoek van het CKM16 in de gemeente Groningen blijkt dat een aanzienlijk deel van de slachtoffers van seksuele en criminele uitbuiting woont in zorg- en opvanginstellingen. Deze locaties worden regelmatig genoemd als plekken waar jongeren en volwassenen worden geronseld of waar kwetsbaarheden worden uitgebuit. Professionals zien wel signalen van zowel seksuele als criminele uitbuiting, maar zorgen over mensenhandel leiden lang niet altijd tot een formele melding.

Signalen worden vaak informeel gedeeld, omdat niet altijd duidelijk is welke stappen nodig zijn en wie welke verantwoordelijkheid heeft. Om beter zicht te krijgen op hoe uitbuiting zich manifesteert binnen Groningse instellingen en wat nodig is voor een effectieve aanpak, is in 2025 een verdiepend traject gestart. In focusgroepen en tijdens een studiedag met ruim 70 professionals en ervaringsdeskundigen kwamen belangrijke inzichten naar voren over kwetsbaarheden, werkwijzen van uitbuiters en knelpunten in meldprocessen. Deze opbrengsten zijn samengebracht in een whitepaper17 en vormen de basis voor de verdere ontwikkeling van een gemeentebrede aanpak. Samen met zorg- en opvanginstellingen, onderwijs, veiligheidspartners, WIJ en ervaringsdeskundigen werken we aan een basisaanpak die duidelijk maakt welke stappen nodig zijn bij vermoedens van uitbuiting en wie welke verantwoordelijkheid heeft. De aanpak sluit aan bij wat er al gebeurt, maar helpt ons ook om de minimale voorwaarden te borgen die nodig zijn om mensen in kwetsbare situaties goed te beschermen. Het is geen vast protocol, maar een praktisch en gedeeld vertrekpunt dat organisaties kunnen toepassen op een manier die past bij hun eigen praktijk. 15Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4.

Aanpak Daarnaast nemen we als gemeente deel aan een landelijk Fieldlab dat zich richt op het voorkomen van uitbuiting van jongeren in jeugdzorginstellingen. Binnen dit Fieldlab wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een online risicotaxatie-instrument dat professionals ondersteunt bij het herkennen van digitale signalen en het tijdig nemen van passende stappen. Door deze gezamenlijke inzet ontstaat meer houvast, meer samenwerking en een sterker fundament om bewoners te beschermen en uitbuiting te voorkomen. Onze inzet: • We ontwikkelen samen met zorg- en opvanginstellingen, onderwijs, veiligheidspartners, WIJ en ervaringsdeskundigen een basisaanpak mensenhandel, met praktische handvatten voor signalering, opvolging en preventie. • We ondersteunen instellingen bij het toepassen van de basisaanpak, zodat deze goed aansluit bij hun dagelijkse praktijk. • We brengen de inzichten uit het landelijke Fieldlab verder in de praktijk, onder andere door mee te werken aan de ontwikkeling van een online risicotaxatie-instrument voor jeugdzorginstellingen. 16Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4. Aanpak 4.3.4 Sekswerkers (vergund en onvergund werkend) De sekswerkbranche is kwetsbaar voor mensenhandel. Daarom zijn in het gemeentelijk sekswerkbeleid verschillende beschermende maatregelen opgenomen om misstanden te voorkomen.

Zo is het verboden een seksbedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester en voeren we intakegesprekken met sekswerkers die vergund willen werken, waarbij we alert zijn op mogelijke signalen van uitbuiting. Deze maatregelen zijn vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen (APVG). Daarnaast passen we, zoals verankerd in het herijkte Uitvoeringsplan Aanpak Ondermijning18, de Wet Bibob19 toe bij exploitatievergunningen om criminele inmenging te voorkomen. In de praktijk hebben deze maatregelen vooral effect binnen de vergunde sector. Sekswerkers die buiten het vergunde circuit werken, lopen echter een verhoogd risico op uitbuiting, omdat toezicht en contact met hulpverlening ontbreken. Die beperkte zichtbaarheid maakt het moeilijk om misstanden tijdig te signaleren en slachtoffers te bereiken en te beschermen. Onze inzet: • We bereiden een herijking van het gemeentelijk sekswerkbeleid voor, gericht op beter zicht op de onvergunde sector, het versterken van de aanpak van misstanden en het vergroten van toegang tot zorg en ondersteuning. • We versterken de positie van sekswerkers door in te zetten op normalisering van het beroep en het verbeteren van toegang tot ondersteuning. • We voeren integrale controles uit bij onvergunde sekswerklocaties, waarbij toezicht en zorg nauw samenwerken.

• We zetten bestuursrechtelijke maatregelen in tegen faciliteerders van onvergund sekswerk om misstanden en uitbuiting te ontmoedigen. • We passen de Wet Bibob toe bij exploitatievergunningen voor seksbedrijven om criminele inmenging te voorkomen. De rol van platforms zoals OnlyFans Met de opkomst van digitale platforms zoals OnlyFans heeft seksuele uitbuiting een nieuwe dimensie gekregen. Hoewel OnlyFans zichzelf profileert als een platform waar sekswerkers veilig en direct met klanten kunnen werken, blijkt uit onderzoek20 dat het ook een broedplaats is geworden voor uitbuiting. Een groeiend probleem is de opkomst van zogenaamde “e-pimps”: personen die zich voordoen als managers van modellen op het platform. Deze e-pimps beheren accounts, regelen betalingen en voeren klantcontact, maar creëren vaak een afhankelijkheidsrelatie met de modellen. In sommige gevallen zetten zij modellen onder druk om verder te gaan dan afgesproken, of gebruiken zij expliciet materiaal om hen te chanteren. Daarnaast worden minderjarigen soms gerekruteerd via sociale media en onder valse voorwendselen naar platforms zoals OnlyFans gelokt. Dit maakt het moeilijker om zicht te krijgen op de schaal van het probleem, omdat veel van deze activiteiten zich online en achter betaalmuren afspelen. Het gebrek aan controle en toezicht op dergelijke platforms vergroot de risico’s op uitbuiting aanzienlijk.

18 Herijking Uitvoeringsplan aanpak ondermijning 2026-2028 19 We controleren met de Wet Bibob of een persoon, bedrijf of zijn/haar zakenrelaties (niet) betrokken is bij criminele activiteiten. Daarmee voorkomen we dat we vergunningen afgeven die worden gebruikt voor strafbare activiteiten of waarmee criminelen geld kunnen witwassen. (Bron: website Gemeente Groningen) 20 Studie evolutie van de seksuele uitbuiting in het nieuws - DataExpert NL 17Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4. Aanpak 4.3.5 Arbeidsmigranten en vreemdelingen Arbeidsuitbuiting treft vooral kwetsbare groepen zoals arbeidsmigranten en vreemdelingen zonder geldige verblijfsstatus. Zij zijn vaak afhankelijk van hun werkgever voor werk, huisvesting en vervoer, en hebben door taalbarrières en beperkte informatie over hun rechten onvoldoende zicht op hun positie. Arbeidsmigranten durven misstanden vaak niet te melden uit angst hun werk of woning te verliezen, terwijl vreemdelingen zonder verblijfsstatus uit vrees voor uitzetting geen melding doen. Deze angst en afhankelijkheid maken het moeilijk om signalen tijdig op te vangen en uitbuiting te doorbreken. Casus: integrale controle en arbeidsuitbuiting Tijdens een integrale controle in mei 2022 in Groningen werd een ernstige situatie aangetroffen.

In een bedrijfspand verbleven arbeidsmigranten onder brandgevaarlijke en mensonwaardige omstandigheden: kleine kamers zonder ventilatie of daglicht en met matrassen op de grond. Het pand werd direct gesloten en de arbeidsmigranten zijn in veiligheid gebracht. Deze casus laat zien hoe afhankelijkheid van een werkgever kan leiden tot grote risico’s voor de gezondheid en veiligheid en onderstreept het belang van toezicht en samenwerking. Bron: Sluit Mensenhandel Uit Onze inzet: A. Acties binnen de aanpak mensenhandel • We organiseren en nemen deel aan integrale en bestuurlijke controles gericht op arbeidsuitbuiting. • We versterken de samenwerking met gemeentelijke afdelingen en ketenpartners bij signalering en aanpak van arbeidsuitbuiting. • We sluiten aan bij gemeentelijke initiatieven rond arbeidsmigratie (wonen, werken, toezicht). • We sluiten aan bij het project rond administratieve leegstand en spookbewoning om zicht te krijgen op mogelijke huisvesting van arbeidsmigranten in leegstaande panden. • We bieden structureel basistrainingen mensenhandel aan voor professionals werkzaam in de migratieketen. B. Acties van andere gemeentelijke afdelingen die bijdragen aan het voorkomen van arbeidsuitbuiting • We zijn terughoudend bij vestigingsverzoeken van bedrijven die sterk afhankelijk zijn van arbeidsmigranten.

Vestigingen mogen niet leiden tot een toename van sociaal-maatschappelijke problematiek. Daarom beoordelen wij aanvragen onder meer op hun toegevoegde waarde voor de lokale en regionale arbeidsmarkt en de effecten op de leefomgeving. Wanneer uit deze afweging blijkt dat een vestiging een negatieve impact kan hebben op de sociale balans, kan dit een reden zijn om het verzoek te weigeren. Hiermee zetten we in op een evenwichtige ontwikkeling tussen economische ontwikkeling, sociale stabiliteit en eerlijke arbeidsomstandigheden. • We zetten samen met ketenpartners een pilot WIN-punt (Work in NL) op in de gemeente Groningen zodat (kwetsbare) arbeidsmigranten toegang krijgen tot informatie, hulp en dienstverlening. Het doel van de pilot is om EU-arbeidsmigranten in Groningen tijdig, toegankelijk en begrijpelijk (zo mogelijk in de eigen taal) te informeren over zaken die bepalend zijn voor een stabiel bestaan: rechten, wonen, werken, inkomen, zorg en participatie. Met de pilot koersen we op meer zicht op de doelgroep, betere doorverwijzing en meer vertrouwen in de lokale voorzieningen. 18Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4. Aanpak 4.3.6 Daders van mensenhandel Aandacht voor daderschap is minstens zo belangrijk als aandacht voor slachtoffers. Bij elke vorm van mensenhandel is er niet alleen iemand die wordt uitgebuit, maar ook iemand die uitbuit.

Inzicht in deze groep is essentieel om uitbuiting te voorkomen en te doorbreken. Hoewel er nog weinig onderzoek beschikbaar is over daders van mensenhandel, groeit het besef dat meer kennis nodig is over hun achtergronden, motieven en omstandigheden. Dat inzicht helpt om eerder in te grijpen, herhaling te voorkomen en jongeren die tussen slachtoffer- en daderpositie bewegen beter te ondersteunen. De gemeente Groningen zet daarom in op het vergroten van kennis, het versterken van samenwerking en het verkennen van interventies die bij (potentiële) daders effectief kunnen zijn. We richten ons in de daderaanpak onder meer op faciliteerders, jongeren en werkgevers/ huisvesters, en zetten bestuurlijke maatregelen en barrières in om uitbuiters en faciliteerders te frustreren Daarnaast stimuleren we dat professionals ook bij (potentiële) daders alert zijn op onderliggende problematiek, zoals trauma, afhankelijkheid of eerder slachtofferschap. De online wereld krijgt nadrukkelijk aandacht, in samenwerking met collega’s op het gebied van cybercrime en digitale veiligheid. Onze inzet: • We versterken de kennis en bewustwording over daderschap door dit structureel mee te nemen in trainingen voor professionals.

• We richten ons in de daderaanpak onder meer op faciliteerders van seksuele uitbuiting, jongeren en werkgevers/huisvesters, en zetten bestuurlijke maatregelen en barrières in om uitbuiters en faciliteerders te frustreren. • We stimuleren dat professionals ook bij (potentiële) daders alert zijn op onderliggende problematiek, zoals trauma, afhankelijkheid of eerder slachtofferschap. • We nemen de online wereld mee in de daderaanpak, in samenwerking met collega’s die werken aan cybercrime en digitale veiligheid. 19Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4. Aanpak 4.4 Actielijn 4: Goede zorg en opvang voor slachtoffers Slachtoffers van mensenhandel hebben vaak direct ondersteuning nodig zodra zij uit een uitbuitingssituatie worden gehaald. Een veilige en passende opvangplek is dan essentieel. Het biedt rust, stabiliteit en vormt de basis om te kunnen herstellen, mee te werken aan een strafrechtelijk onderzoek of stappen te zetten richting een nieuw toekomstperspectief. In de praktijk blijkt het echter niet altijd eenvoudig om een geschikte plek te vinden. Professionals in de provincie Groningen lopen er regelmatig tegenaan dat opvangplekken beperkt beschikbaar zijn of niet goed aansluiten bij de behoeften van slachtoffers.

Voor sommige groepen is dit extra ingewikkeld, zoals voor mannelijke slachtoffers en slachtoffers met verslavingsproblematiek of andere complexe ondersteuningsvragen. Als centrumgemeente heeft Groningen de verantwoordelijkheid om opvang en ondersteuning te organiseren voor slachtoffers met rechtmatig verblijf. Dat vraagt om een stevig en samenhangend opvanglandschap, waarin veiligheid, maatwerk en samenwerking centraal staan, van eerste opvang tot beschermd wonen en van praktische begeleiding tot herstel en nazorg. Financieel kader opvang De financiering van opvang voor slachtoffers van mensenhandel is verdeeld tussen het Rijk en gemeenten. Het Rijk bekostigt een aantal gespecialiseerde voorzieningen voor specifieke doelgroepen, zoals de Categorale Opvang voor Slachtoffers Mensenhandel (COSM)21, de NLA- opvang voor slachtoffers van arbeidsuitbuiting en de OMM-opvang voor slachtoffers met complexe problematiek. Voor (overige) slachtoffers met rechtmatig verblijf ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten. Zij financieren opvang en ondersteuning via de Wmo en de Jeugdwet, waaronder vrouwenopvang, maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Hoewel slachtoffers van mensenhandel niet expliciet worden genoemd in deze wetten, vallen zij onder de bredere doelgroep van mensen met een ondersteuningsbehoefte.

Gemeenten zijn daarom verplicht om passende voorzieningen te organiseren, ook wanneer sprake is van complexe of meervoudige problematiek. In de regio Groningen is het opvanglandschap afhankelijk van verschillende financieringsstromen en aanbieders. Omdat voorzieningen vaak worden gedeeld met andere doelgroepen en niet specifiek zijn ingericht voor slachtoffers van mensenhandel, is het systeem kwetsbaar. Het vraagt om goede afstemming tussen de centrumgemeente en zorgaanbieders om voldoende passende plekken beschikbaar te houden. De verwachting is dat de vraag naar opvang verder zal toenemen door betere signalering en bewustwording in de hele provincie. 21 De COSM is een opvang voor niet-Nederlandse, volwassen slachtoffers van mensenhandel die in de bedenktijd van aangifte zitten. 20Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4. Aanpak 4.4.1 Noodopvang In de regio Groningen zijn de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om de eerste opvang voor slachtoffers van mensenhandel te verbeteren. In samenwerking met Terwille is in 2024 een noodbed gerealiseerd voor meerderjarige vrouwelijke slachtoffers van mensenhandel. Dit noodbed biedt een tijdelijke, beschutte plek met toegang tot professionele ondersteuning, zoals psychologische hulp en praktische begeleiding.

Hierdoor is het mogelijk om direct passende opvang te bieden op het moment dat iemand uit een uitbuitingssituatie wordt gehaald. Casus: acute opvang en samenwerking Een jonge, kwetsbare vrouw werd verliefd op haar uitbuiter. Door een instabiele thuissituatie ging zij in op zijn aanbod om bij hem in te wonen. Hij introduceerde haar in de wereld van drugs, waardoor zij steeds afhankelijker van hem werd. Uiteindelijk werd zij slachtoffer van seksuele uitbuiting. Toen zij aangaf dat ze hulp nodig had en wilde ontsnappen aan de situatie, was er direct een veilige plek nodig waar zij tot rust kon komen en passende ondersteuning kon krijgen. Dankzij intensieve samenwerking tussen de gemeente, politie, het ZVHG en Time2Connect22 kon zij worden opgevangen in een tijdelijke, beschermde voorziening. Daar kreeg zij psychologische hulp en praktische begeleiding. Vervolgens deed zij aangifte bij de politie. Haar uitbuiter werd in 2025 veroordeeld tot een gevangenisstraf en een geldboete.23 Deze casus onderstreept hoe belangrijk het is dat slachtoffers direct toegang hebben tot een veilige plek en passende ondersteuning. 22 Time2Connect is een samenwerkingsverband tussen het Leger des Heils en Terwille. 23 Zie uitspraak Rechtbank Noord Nederland, 26 november 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2127.

24 Het Overweeghuis in Groningen is een burgerinitiatief waar sekswerkers uit de hele regio laagdrempelig toegang tot hebben. Hier kunnen zij met ondersteuning en in rust overwegen wat zij met hun toekomst willen. Ook het Overweeghuis24 biedt daarnaast een crisisplek voor (trans)vrouwen. Gemeentelijke toezichthouders hebben hier inmiddels meerdere keren gebruik van kunnen maken wanneer zij tijdens controles (ook buiten kantoortijden) slachtoffers van mensenhandel aantroffen. Daarmee vormt het Overweeghuis een waardevolle aanvulling op het regionale aanbod voor eerste opvang. Hoewel deze voorzieningen een belangrijke verbetering zijn, blijft de beschikbaarheid van passende noodopvang kwetsbaar, met name voor slachtoffers die niet binnen de huidige voorzieningen passen. Onze inzet: • We verkennen hoe het noodbed structureel kan worden geborgd binnen het regionale opvangaanbod. • We bevorderen een tijdige doorstroom vanuit de noodvoorziening naar passende vervolgplekken, zodat slachtoffers niet onnodig lang in de eerste opvang verblijven. • We onderzoeken aanvullende tijdelijke of alternatieve opvangmogelijkheden voor slachtoffers die niet terechtkunnen binnen het bestaande aanbod. 21Inhoud 1. Inleiding 2. Inzicht 3. Positionering 5. Financieel4.

Aanpak 4.4.2 Beschermd wonen en andere vormen van Wmo-opvang Naast de eerste opvang spelen Wmo voorzieningen zoals beschermd wonen, begeleid wonen en de vrouwenopvang een belangrijke rol in de aanpak van mensenhandel. Deze voorzieningen worden ingezet als vervolgplek voor slachtoffers, maar zijn ook plekken waar kwetsbare cliënten verblijven die een verhoogd risico lopen op uitbuiting. De plaatsing en begeleiding van (mogelijke) slachtoffers is vaak complex. Zorgzwaarte, veiligheidsvragen en groepsdynamiek vragen om maatwerk, zeker wanneer sprake is van trauma, verslavingsproblematiek of andere vormen van multiproblematiek. Niet alle voorzieningen beschikken over de benodigde expertise of capaciteit om signalen tijdig te herkennen of passende ondersteuning te bieden. Daarnaast is de beschikbaarheid van plekken, met name binnen de vrouwenopvang en beschermd wonen, beperkt. Dit vraagt om goed zicht op het beschikbare aanbod en om nauwe samenwerking tussen gemeente, zorgaanbieders en ketenpartners. Onze inzet: • We brengen het beschikbare aanbod van woonvormen binnen het sociaal domein in kaart, zodat duidelijk is welke voorzieningen geschikt zijn voor slachtoffers van mensenhandel. • We versterken de samenwerking met toegangswerkers en andere betrokken professionals en investeren in hun kennis over signalering en passende doorverwijzing.

4.4.3 Nazorg en samenhangende ondersteuning Slachtoffers van mensenhandel hebben vaak langdurige en uiteenlopende ondersteuningsbehoeften. Het gaat niet alleen om herstel van trauma, maar ook om behandeling van verslavingsproblematiek, begeleiding bij verblijfsrechtelijke en juridische vragen, ondersteuning bij financiën en dagbesteding, en het opbouwen van een zelfstandig bestaan. Goede nazorg is essentieel om terugval te voorkomen en slachtoffers perspectief te bieden op herstel en een veilige toekomst. In de regio Groningen is de zorgcoördinatie voor slachtoffers van mensenhandel belegd bij het ZVHG. De procesregisseurs mensenhandel vervullen hierin een centrale rol. Zij coördineren het hulpverleningstraject, zorgen voor afstemming tussen betrokken organisaties en bewaken dat slachtoffers passende ondersteuning krijgen. Omdat de doelgroep zeer divers is, minderjarig of meerderjarig, met of zonder rechtmatig verblijf, man, vrouw of transgender, met of zonder verslavingsproblematiek, en afkomstig uit verschillende vormen van uitbuiting, vraagt dit altijd om maatwerk. Nazorg vormt een belangrijk onderdeel van dit traject. Wanneer een slachtoffer uitstroomt uit opvang of begeleiding, is het essentieel dat er zicht blijft op risico’s, dat betrokken professionals goed blijven samenwerken en dat er tijdig kan worden opgeschaald wanneer dat nodig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5424/documents/94335