CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde.pdf

gemeenteraad 18 februari 2026, gemeente GroningenBij agendapunt: 5d: Uitvoeringskrediet groot onderhoud Vismarkt, Masterplan Warenmarkt (raadsvoorstel 14-1-26)12.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

21

Grootteklasse

Hoogte

Kroondiameter

1e grootte

Meer dan 15 meter

12- 20+ meter

2e grootte

10 - 15 meter

7 – 12 meter

3e grootte

5 - 10 meter

4 - 7 meter

Soortkeuze en soortendiversiteit Om tot een bomenbestand te komen dat weerbaar is tegen ziekten en plagen is het van belang in iedere wijk een grote diversiteit aan families, geslachten, soorten en variëteiten te verkrijgen. Er moet dus worden bepaald welke soorten er al aanwezig zijn. De 10-20-30 regel wil zeggen dat 30 procent van het totaal bestaat uit één familie, bijvoorbeeld Salicaceae, slechts 20 procent van het totaal uit één geslacht, zoals Populus, en maar 10 procent van het totaal uit een bepaalde soort, zoals Populus nigra. De soortentabel van de WUR is een handig zoekmiddel om te komen tot de juiste soort https://edepot.wur.nl/460540 evenals de bomenlijst van de gemeente Groningen.

3.4

Plantmateriaal

Eisen • Het plantmateriaal voldoet aan de eisen als gesteld in ‘Kwaliteitsnormen en omschrijvingen boomkwekerijproducten’ uitgegeven door de Raad voor de Boomkwekerij (http://www. kwaliteitsnormenboomkwekerij.nl/). • Het plantmateriaal is bij aflevering gekeurd door de directievoerder. • Bij werken waar de aannemer het plantmateriaal levert, is het plantmateriaal voorafgaand aan het planten gekeurd door de directie. Indien beschikbaar is het plantmateriaal gekweekt onder SKAL.

3.5

Aanplant bomen

Eisen • Voor zover het bestek geen afmetingen voor plantgaten vermeldt, bedragen de afmetingen van het plantgat anderhalf keer de afmetingen van het gespreide wortelgestel dan wel de kluit. • Groeimediums zoals bomengrond, boomgranulaten en bomenzand zijn niet dieper verwerkt dan 20 cm boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). • Bij het aanbrengen van groeimediums en het verbeteren van grond ten behoeve van bomen is niet dieper ontgraven dan 0,20 m boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand of dan 0,10 m boven de bovenkant van de gereduceerde zone. • Groeimediums voldoen aan de parameters zoals opgenomen in bijlage 4 van dit document. • In open grond situaties is de bestaande, aanwezige bodem geschikt gemaakt voor bomen. Geschikt wil zeggen dat de het voldoet aan onderstaande waarden: o verdichting < 2,5 MPa o organische stof gehalte 8 - 15% o lutumgehalte 3-8% o pH H2O 5,5 – 7,5 o Respiratie 0-5 mmol O2/kg OS / uur

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

22

• • • • • • •

De boom is zodanig geplant dat de wortelhals zichtbaar is, rekening houdend met eventuele nazakking, en dat de bovenkant van de doorwortelde kluit zich niet lager bevindt dan het omliggende maaiveld. Bij draadkluiten is na plaatsing het spandraad en jute aan de bovenzijde en zijkanten verwijderd. Bij naaktwortelig plantmateriaal is het wortelgestel zo veel mogelijk gespreid. Bij naaktwortelig plantmateriaal is tijdens het planten tussen en om de wortels fijnkruimelige grond verwerkt, zodanig dat een goed contact tussen wortels en grond is verkregen. Aanvulgrond en de onderliggende bodemlaag zijn tot ten minste 10 cm onder bodem plantgat veldvochtig. Aanvulgrond is vrij van bestanddelen die de groei van bomen kunnen hinderen. De indringingsweerstand van aangebrachte en verwerkte aanvulgrond, niet zijnde granulaten, gemeten onder veldvochtige omstandigheden, is over de volledige diepte van de aanvulling tussen de in de onderstaande tabel genoemde waarden: Locatie aanvulgrond

• • • • • • •

Indringingsweerstand in MPa

Onder verharding

1,5 – 2,0

Onder gras

1,0 – 1,5

Overig

0,8 – 1,0

Het zuurstofgehalte van de bodem bedraagt voorafgaand aan het planten, op een diepte van 50 cm onder maaiveld ten minste 16%. Beschadigde wortels zijn zodanig verwijderd, dat een zo klein mogelijke wond is ontstaan. Bij een boom met kluit of een boom in container, is het niet-verteerbaar materiaal verwijderd. Als bij het maken van plantgaten of plantsleuven is voorgeschreven dat de grondsoorten gescheiden worden gehouden, is het aanvullen van plantgaten en plantsleuven zodanig uitgevoerd dat de verschillende grondsoorten zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats zijn teruggebracht. De boom is zodanig verankerd dat deze direct na het planten voldoende steun ondervindt. De verankering heeft geen remmende werking op de groei van de boom. Rondom de boom is een watergeefvoorziening aangebracht, zodat bij water geven geen uitstroming plaats kan vinden.

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

23

Bijlage 1

Begrippenlijst

Werken

Met ‘werken’ en ‘werkzaamheden’ worden alle boven- en ondergrondse activiteiten bedoeld, die de boom (zowel kroon, stam als wortels) kunnen beïnvloeden.

ETT (European Tree Technician)

een boomdeskundige die aantoonbaar voldoet aan de eisen die ten grondslag liggen aan het European Tree Technician certificaat.

Nabijheid van bomen:

Nabijheid’ is gedefinieerd als de kroonprojectie + 2,00 meter. Deze omvang is de omvang van de te beschermen zone rondom de boom, zowel boven- als ondergronds. Bij werkzaamheden die de grondwaterstand kunnen beïnvloeden is ‘nabijheid’ niet exact te definiëren. Het invloedsgebied kan groot zijn, vaak meer dan 100 meter. Daarom moet bij alle werkzaamheden die de grondwaterstand beïnvloeden, een European Tree Technician moet worden ingeschakeld. Er zijn twee uitzonderingen op de regel ‘kroonprojectie + 2,00 meter’. Deze regel is namelijk niet altijd een goede inschatting van de bewortelde zone: 1. Op standplaatsen waar de ondergrondse groeiomstandigheden zodanig zijn dat de wortels niet onder de kroonprojectie kunnen groeien. Dit is bijvoorbeeld het geval dicht bij wateroppervlakken, in verharding en in smalle plantvakken. Bomen wortelen niet onder wateroppervlakken en ook niet in zwaar verdichte funderingen onder verhardingen, waardoor de beworteling elders, vaak buiten de kroonprojectie te vinden is. 2. Bij bomen met een sterk afwijkende kroonvorm, zoals een zuilvorm. In beide situaties bevindt de beworteling zich niet altijd onder de kroonprojectie + 2 meter. Hier moet onderzoek worden uitgevoerd naar de werkelijke bewortelde zone. Wanneer deze is vastgesteld, geldt deze als de te beschermen zone.

Duurzame boombeplantingen

Een duurzame boombeplanting bestaat uit bomen die de mogelijkheid hebben om gezond uit te groeien, hun streefbeeld en beoogde leeftijd te bereiken en hun beoogde functie te vervullen.

Streefbeeld en functie

Onder ‘streefbeeld’ wordt verstaan: de beoogde hoogte, leeftijd (ook wel omlooptijd genoemd), kroonvorm, kroonprojectie en totale verschijningsvorm van de boom. Bij alle plannen waarbij aanplant van bomen aan de orde is, is het daarom van belang een realistisch streefbeeld te bepalen en vast te leggen. Ook is het van belang de beoogde functie(s) van de boom, zoals biodiversiteit, verfraaiing, klimaatadaptatie of verkeersgeleiding aan te geven.

Doorwortelbare ruimte

het grondvolume waarin een ongestoorde wortelontwikkeling kan plaatsvinden, en waar zuurstof, water en voedingsstoffen beschikbaar zijn. Er mogen geen storende lagen, plotselinge overgangen of permanent grondwater en dergelijke in voorkomen.

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

24

Bijlage 2

Uitleg graafregistraties in 'Graafmeldingen Groningen' Uitleg graafregistraties in “Graafmeldingen_Groningen”

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

25

Uitleg graafregistraties in “Graafmeldingen_Groningen”

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

26

Uitleg graafregistraties in “Graafmeldingen_Groningen”

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

27

Uitleg graafregistraties in “Graafmeldingen_Groningen”

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

28

Bijlage 3

Groeiplaatsprincipes Verharding Straatlaag met daaronder een wortelwerend doek

Groeiplaats: Bomen in verharding verkeersklasse A Toepassing • Bij deze groeiplaatsinrichting is er bovengronds onvoldoende ruimte beschikbaar voor een open grond situatie. Rondom de boom worden verhardingen aangebracht. • Deze groeiplaatsinrichting wordt gebruikt voor gebieden die uitsluitend door fietsers en/of voetgangers worden gebruikt (= 15 kN proefbelasting EN1433). • Onder de verhardingen wordt een ondergrondse groeiplaats ingericht met een groeimedium zoals bijvoorbeeld bomenzand of een fijn bomengranulaat.

Groeimedium zoals bomenzand of fijn bomengranulaat

Beluchting

Uitgangspunten: • De boomspiegel wordt ingeplant en heeft de maximaal beschikbare afmetingen. • Regenwater kan infiltreren in de groeiplaats. • Aanbrengen van een wortelwerend doek zodat boomwortels niet direct onder de verhardingslaag kunnen komen. • Geen betreding door voertuigen. • Het groeimedium mag niet in contact komen te staan met het grondwater. • Streven naar een aaneengesloten ondergrondse groeiplaats.

Drainzand met afwateringsdrain bij hoge grondwaterstanden

Grondwaterzone

Foto groeiplaats met bomenzand Nieuwe Boteringsestraat

Profiel bodemopbouw

Foto bomen in een groeiplaats van bomenzand Grote markt Groningen

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

Standaard detail 3.1.1. Boom in verharding - Verkeersklasse A

29

Groeiplaats: Bomen in verharding verkeersklasse B Uitgangspunten: • De boomspiegel wordt ingeplant en heeft de maximaal beschikbare afmetingen. • Regenwater kan infiltreren in de groeiplaats. • Om zettingsverschillen te voorkomen wordt het druk verdelend systeem in een zo groot mogelijk aaneengesloten systeem aangebracht. • Aanbrengen van een wortelwerend doek zodat boomwortels niet direct onder de verhardingslaag kunnen komen. • Het groeimedium mag niet in contact komen te staan met het grondwater. • Streven naar een aaneengesloten ondergrondse groeiplaats.

Toepassing • Bij deze groeiplaatsinrichting is er bovengronds onvoldoende ruimte beschikbaar voor een open grond situatie. Rondom de boom worden verhardingen aangebracht. • Deze groeiplaatsinrichting wordt gebruikt voor gebieden als trottoirs, voetgangerszones en parkeerterreinen die toegankelijk zijn voor licht verkeer (= 125 kN proefbelasting EN1433). • Onder de verhardingen wordt een ondergrondse groeiplaats ingericht met daarop een druk verdelend systeem. Als groeimedium wordt gebruik gemaakt van bijvoorbeeld bomenzand of een fijn bomengranulaat.

Foto Bomen met drukverdelende constructie Grote Markt Groningen Verharding Straatlaag (zand) Drukverdelende constructie

Groeimedium zoals bomenzand of fijn bomengranulaat

Beluchting

Draineerzand met afwateringsdrain bij hoge grondwaterstanden

Grondwaterzone

Profiel bodemopbouw

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

Standaard detail 3.1.2 Boom in verharding - Verkeersklasse B

30

Groeiplaats: Bomen in verharding middels bomengranulaat verkeersklasse C en D Toepassing: • Bij deze groeiplaatsinrichting is er bovengronds onvoldoende ruimte beschikbaar voor een open grond situatie. Rondom de boom worden verhardingen aangebracht. • Deze groeiplaatsinrichting wordt gebruikt voor gebieden als ventwegen, grote parkeerterreinen en pleinen die toegankelijk zijn voor zwaar verkeer (= 250 tot 400 kN proefbelasting EN1433). • Het principe bestaat uit een gemengd granulaat met daarin gesteente en een rijk groeimedium. Het gesteente vormt een dragend skelet dat de druk opvangt. De ruimtes daartussen zijn gevuld met een groeimedium rijk aan lutum, organische stof en humus. Uitgangspunten: • De boomspiegel wordt ingeplant en heeft de maximaal beschikbare afmetingen. • Aanbrengen van een wortelwerend doek zodat boomwortels niet direct onder de verhardingslaag kunnen komen. • Regenwater kan infiltreren in de groeiplaats. • Het groeimedium mag niet in contact komen te staan met het grondwater. • Streven naar een aaneengesloten ondergrondse groeiplaats.

Foto bomen in bomengranulaat aan de Van Houtenlaan Verharding Straatlaag met daaronder een wortelwerend doek

Bomengranulaat

Beluchting

Draineerzand met afwateringsdrain bij hoge grondwaterstanden

Grondwaterzone

Standaard detail 3.1.3. Boom in verharding - bomengranulaat

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

Profiel bodemopbouw

31

Maaiveld

Groeiplaats: Bomen in boombunker verkeersklasse C en D

Verharding & straatlaag

Toepassing • Bij deze groeiplaatsinrichting is er bovengronds onvoldoende ruimte beschikbaar voor een open grond situatie. Rondom de boom worden verhardingen aangebracht. • Deze groeiplaatsinrichting wordt gezien als de meest geschikte inrichting op plekken met een hoge verkeersbelasting. • Deze groeiplaatsinrichting wordt gebruikt voor gebieden als ventwegen, grote parkeerterreinen en pleinen die toegankelijk zijn voor zwaar verkeer (= 250 tot 400 kN proefbelasting EN1433). • Het principe bestaat uit een dragende- en druk spreidende constructie van beton of kunststof. Omdat de constructie zelf de druk opvangt raakt het groeimedium niet verdicht. Er kan daarom een optimaal mengsel worden toegepast zoals bomengrond met een hoog percentage organische stof (10-12%) en lutum (5-8%).

Afdekplaat: afmeting variabel afhankelijk type boombunker Luchtlaag

Bomengrond of opgewaardeerde gebiedseigen grond 8 tot 15% organische stof lutumgehalte 5 tot 8% Beluchtingssysteem

Drainzand en afwateringsdrain bij hoge grondwaterstanden

Uitgangspunten: • De boomspiegel wordt ingeplant en heeft de maximaal beschikbare afmetingen. • Regenwater kan infiltreren in de groeiplaats. Onderzoeken of afwatering vanaf bebouwing mogelijk is. • Het groeimedium mag niet in contact komen te staan met het grondwater. • Streven naar een aaneengesloten ondergrondse groeiplaats.

Foto boom in boombunker Hagedisstraat Groningen

Grondwaterzone

Profiel bodemopbouw

Foto aanleg boombunker Hagedisstraat Groningen

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

Standaard detail 3.1.4 Boom in verharding - Boombunker

32

Groeiplaats: Bomen in wadi Toepassing: • Deze groeiplaatsinrichting wordt gebruikt wanneer bomen in een laagte staan dat bij hevige regenval tijdelijk onder water staat. Het wortelgestel van de boom draagt positief bij aan de infiltratie en verdamping van het regenwater. • Het principe bestaat uit een specifieke bodemopbouw waarin water snel kan infiltreren zodat de boom niet langdurig wordt blootgesteld aan zuurstofloze omstandigheden. Uitgangspunten: • Boomsoort afstemmen op verwachte tijdsduur overstroming • De bodemopbouw is afhankelijk van de bovengrondse inrichting. Er kan worden gekozen voor een bodemopbouw passend bij bomen in beplanting en bomen in grasvegetaties. Om een snelle afvoer te bewerkstelligen dient tot 1 meter minus maaiveld geen lutum aanwezig te zijn. • Boven de drain en op het laagst gelegeden deel geen bomen planten.

Maaiveld Schrale toplaag 3-5% organische stof geen lutum

Standaard detail 3.1.5. Boom in wadi Mulchlaag Rijke toplaag van 25 cm 15 tot 25% organische stof geen lutum

standaard profiel invoegen Bomengrond of opgewaardeerde gebiedseigen grond 8 tot 15% organische stof geen lutum

Draineerzand met afwateringsdrain bij hoge grondwaterstanden

Grondwaterzone

Profiel bodemopbouw gras/kruidenvegetatie

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

Bomengrond of opgewaardeerde gebiedseigen grond invoegen profiel 8 totstandaard 15% organische stof geen lutum

Draineerzand met afwateringsdrain bij hoge grondwaterstanden

Grondwaterzone

Principeprofiel bodemopbouw vaste planten/sierheesters

Foto wadi met bomen Schorsmolenstraat Groningen.

33

Groeiplaats: Bomen in beplantingen Toepassing • Deze groeiplaatsinrichting wordt toegepast wanneer er ruimte is voor een open grond situatie. Deze inrichting is voor de boom het meest ideaal omdat afgevallen blad blijft liggen en het bodemleven wordt gevoed. Er ontstaat een kringloop in voedingsstoffen. • Bij voorkeur wordt de bestaande gebiedseigen bodem opgewaardeerd. Als dit niet mogelijk is wordt bomengrond toegepast. Het organische stofgehalte zit tussen de 8 tot 15% en het lutum gehalte tussen de 3 en 8%. De bovenste toplaag is rijker met een organische stofgehalte van 15-25% en een lutum gehalte van 4-10%. De rijkere toplaag draagt positief bij aan de groeiontwikkeling van de onderbegroeiing. • Wanneer nodig kan een wortelscherm of folie worden toegepast om wortelgroei richting rijbaan en/of kabels en leidingen te voorkomen. • De grond wordt ingeplant met sierheesters, vaste planten, siergrassen of bosplantsoen. Uitgangspunten: • Regenwater kan infiltreren in de groeiplaats. • Betreding ontmoedigen om verdichting te voorkomen. • Het groeimedium mag niet in contact komen te staan met het grondwater. • Aanbrengen van een mulchlaag na aanplant onderbegroeiing. • Streven naar een aaneengesloten (ondergrondse) groeiplaats.

Foto bomen in open grond met onderbeplanting Melkweg Groningen. Mulchlaag 5cm. Rijke toplaag van 25 cm 15 tot 25% organische stof lutumgehalte 4 tot 10%

Bomengrond of opgewaardeerde gebiedseigen grond 8 tot 15% organische stof lutumgehalte 3 tot 8%

Draineerzand met afwateringsdrain bij hoge grondwaterstanden

Grondwaterzone

Standaard detail 3.1.6 Boom in open grond - Beplantingen

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

Principeprofiel bodemopbouw

34

Maaiveld

Groeiplaats: Bomen in schrale bloemrijkegrasvegetaties

25 cm schrale toplaag 3-5% organische stof geen lutum

Toepassing • Deze groeiplaatsinrichting wordt toegepast bij open bermen, grasvelden, bloemrijke kruidenvegetaties en gazons. Bij voorkeur wordt de bestaande gebiedseigen bodem opgewaardeerd. Als dit niet mogelijk is wordt bomengrond toegepast. Het organische stofgehalte zit tussen de 8 en 15%, en het lutum gehalte tussen de 3 en 8%. De bovenste toplaag is schraler met een organische stofgehalte van 4-5% zonder lutum. De schralere toplaag draagt positief bij aan het ontwikkelen van een kruidenrijke vegetatie en zorgt dat de bodem bestendiger is tegen betreding en meer vocht en zuurstof doorlaat. • Wanneer nodig kan een wortelscherm of folie worden toegepast om wortelgroei richting rijbaan en/of kabels en leidingen te voorkomen. • Kan goed worden gecombineerd met bloembollen.

Bomengrond of opgewaardeerde gebiedseigen grond 8 tot 15% organische stof lutumgehalte 3 tot 8%

Draineerzand met afwateringsdrain bij hoge grondwaterstanden

Standaard detail 3.1.7. Boom in schrale bloemrijke - grasvegetaties

Grondwaterzone

Profiel bodemopbouw

Uitgangspunten: • Regenwater kan infiltreren in de groeiplaats. • Ontmoedigen betreding door voertuigen om verdichting te voorkomen. • Het groeimedium mag niet in contact komen te staan met het grondwater.

Standaard profiel Foto bomen in extensief gras Guyotplein Groningen

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

35

Groeiplaats: Bomen op daken Toepassing: • Deze groeiplaatsinrichting wordt toegepast bij aanplant van bomen op daken van bijvoorbeeld tunnels en parkeergarages. • Het principe bestaat uit een groeimedium met daaronder een waterafvoerende en waterbufferende laag.

Uitgangspunten: • De minimale dikte van de bodemopbouw is 100 cm. • Minimale betreding om verdichting te voorkomen. • Aanbrengen waterafvoerende laag met drain en overstort om een teveel aan water te voorkomen. • Aanbrengen van een mulchlaag na aanplant onderbegroeiing.

Mulchlaag

Foto bomen op parkeergarage Kemkensberg Groningen

Rijke toplaag van 25 cm 15 tot 25% organische stof lutumgehalte 4 tot 10%

Bomengrond of specifiek

daktuinsubstraat invoegen standaard profiel

Waterafvoerende/bufferende laag met drain Dakconstructie

Profiel bodemopbouw

DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

Standaard detail 3.1.8. Boom op dakconstructie

36

Bijlage 4

Eisen aan groeimediums

Bomenzand*: • • • • • •

Bomengrond of opgewaardeerde gebiedseigen grond voor bomen:

Grond voor vaste planten of sierheesters:

Schrale toplaag grasvegataties:

De grond moet voldoen aan onderstaande parameters en volledig vrij zijn van (wortel) onkruiden, invasieve exoten, zaden en plastics.

De grond moet voldoen aan onderstaande parameters en volledig vrij zijn van onkruiden, zaden en plastics.

De grond moet voldoen aan onderstaande parameters en volledig vrij zijn van onkruiden, zaden en plastics.

Droog gewicht kg/m3 Lutum Organische stof Chloride pH H2O EC mS/cm C/N verhouding * Respiratie * mmol O2/kg OS / uur Vooraad voeding Stikstof mg/100gr Fosfaat mg/100gr Kali mg/100gr Magnesium mg/kg Direct opneembaar NO3 mmol/l NH4 mmol/l H2PO4 mmol/l K mmol/l 0,10 0,10 Ca mmol/l Mg mmol/l SO4 mmol/l SI mmol/l Na mmol/l Cl mmol/l Fe μmol/l Mn μmol/l Zn μmol/l B μmol/l Cu μmol/l Mo μmol/l Korrelverdeling M50 μm D60/D10

Droog gewicht kg/m3 Lutum Organische stof Chloride pH H2O EC mS/cm C/N verhouding * Respiratie * mmol O2/kg OS / uur Vooraad voeding Stikstof mg/100gr Fosfaat mg/100gr Kali mg/100gr Magnesium mg/kg Direct opneembaar NO3 mmol/l NH4 mmol/l H2PO4 mmol/l K mmol/l 0,10 0,10 Ca mmol/l Mg mmol/l SO4 mmol/l SI mmol/l Na mmol/l Cl mmol/l Fe μmol/l Mn μmol/l Zn μmol/l B μmol/l Cu μmol/l Mo μmol/l Korrelverdeling M50 μm D60/D10

Droog gewicht kg/m3 Lutum Organische stof Chloride pH H2O EC mS/cm C/N verhouding * Respiratie * mmol O2/kg OS / uur Vooraad voeding Stikstof mg/100gr Fosfaat mg/100gr Kali mg/100gr Magnesium mg/kg Direct opneembaar NO3 mmol/l NH4 mmol/l H2PO4 mmol/l K mmol/l 0,10 0,10 Ca mmol/l Mg mmol/l SO4 mmol/l SI mmol/l Na mmol/l Cl mmol/l Fe μmol/l Mn μmol/l Zn μmol/l B μmol/l Cu μmol/l Mo μmol/l Korrelverdeling M50 μm D60/D10

3-8 % 8-15% 0-200 6-7 0,3-1,5 15-25 0,0-5,0 80-240 50-200 30-100 100-300 0,0-2,0 0,0-2,0 0,0-3,0 0,2-3,0 0,1-3,0 0,1-1,5 0,0-3,0 0,1-1,0 0,2-1,5 0,0-3,5 2,0-100 0,5-15 0,1-5 5,0-35 0,2-1,5 0,0-1,0 210-300 1,0-4,0

4-10 % 15-25% 0-250 5,5-7 0,5-2 15-25 0-5,0 200-500 30-150 60-240 200-600 0,0-1,2 0,5-3,0 0,1-3,0 1,5-5,0 0,1-3,0 0,1-1,5 0,5-5,0 0,1-1,0 0,5-2,5 1,0-5,0 2,0-60 0,5-15 0,1-2,0 5,0-35 0,2-1,5 0,0-0,5 210-300 1,0-4,0

<2% 4-5% 0-200 6-7 0,3-1,5 15-25 0,0-5,0 60-180 50-200 30-100 100-300 0,0-2,0 0,0-2,0 0,0-3,0 0,2-3,0 0,1-3,0 0,1-1,5 0,0-3,0 0,1-1,0 0,2-1,5 0,0-3,5 2,0-100 0,5-15 0,1-5 5,0-35 0,2-1,5 0,0-1,0 150-250 1,0-4,0

• • • • • •

De zuurgraad (proef 27) moet tussen 4,8 en 7,5 liggen. Het percentage CaCO3 (proef 28) mag bij een zuurgraad (proef 27) van 6 of lager ten hoogste 0,5 bedragen. Het chloridegehalte (NEN-EN 13652) mag ten hoogste 350 mg/l substraat bedragen. Het geleidingsvermogen (proef 4) moet kleiner dan of gelijk aan 60 mS/m zijn. Het M50-cijfer (proef 29), berekend over de zandfractie (50 – 2.000 μm), moet tussen de 210 en 700 μm liggen. Het D60/10-cijfer (proef 29) moet bij een M50-cijfer van 210 tot 400 μm kleiner of gelijk aan 2,5 zijn. Het D60/10-cijfer (proef 29) moet bij een M50-cijfer van 400 tot 700 μm kleiner of gelijk aan 3,0 zijn. De vorm van de zandkorrels mag niet rond zijn. Het organische stofgehalte (proef 28) moet tussen de 3,5 en 5,0 gewichtsprocenten liggen. Het lutumgehalte (proef 29) moet tussen de 1 en 4 gewichtsprocenten liggen. De som van het organische stofgehalte (proef 28) en het lutumgehalte (proef 29) moet tussen 5% en 8% liggen. Het lutumgehalte (proef 29) moet lager dan het organische stofgehalte (proef 28) zijn. Bomenzand moet nagenoeg vrij zijn van overblijvende onkruiden en van vreemde bestanddelen, zoals puin, asfalt, hout, plastics, ijzer en glas.

*Overeenkomstig met de meest recente standaard RAW Bepalingen. Indien er tegenstrijdigheden zijn tussen de RAW en het gestelde in dit document prevaleert de RAW.

Bomengranulaat*:

De substraten moeten vrij zijn van vreemde bestanddelen zoals puin, asfalt, hout, plastics, ijzer en glas. Het poriënvolume van het gesteente skelet moet worden afgeleid uit de deeltjesdichtheid (NEN-EN 1097-6) en bij 97% van de proctordichtheid (NEN-EN 13286-2) Het doorwortelbaar volume van het gesteente skelet is een eigen methode van KOAC waarbij de open poriën bij 97% van de proctordichtheid welke bereikbaar zijn met water zonder een vacuüm wordt bepaald. De waterdoorlatendheid wordt bepaald bij 95% van de proctordichtheid. Het volume aandeel aan voedingsgrond moet gelijk zijn aan het doorwortelbaar volume van het basismateriaal, met een maximale afwijking van 10%. Bij het optimum vochtgehalte van proctordichtheid moet het substraat bij 97% proctordichtheid minimaal 10% luchtaandeel bevatten. Chemische eigenschappen: • pH (H2O) : 6,0 - 7,5 • EC : 0,2 - 1,5 mS/cm • CEC-waarde : > 40 mmol/l • Chloride : < 150 mg/l

(NEN-EN 13037) (NEN-EN 13038) (PPO Kas 1:2) (NEN-EN 13652)

De volgende mineralen gemeten volgen PPO Kas methode 1:2 extractie: • NO3+NH4 (stikstof) : 0,1 - 4,0 mmol/l • H2PO4 (fosfaat) : 0,0 - 2,0 mmol/l • K (kalium) : 0,2 - 3,0 mmol/l • Ca (calcium) : 0,1 - 3,0 mmol/l • Mg (magnesium) : 0,1 - 1,0 mmol/l • SO4 (sulfaat) : 0,0 - 3,0 mmol/l • Na (natrium) : 0,1 - 2,0 mmol/l • Cl (chloor) : 0,1 - 3,0 mmol/l • Fe (ijzer) : 0,5 - 100 µmol/l Voorraad voedingselementen: • N-totaal (stikstof) • P2O5 (fosfaat) • K2O (kalium) • MgO (magnesium)

: 30 - 120 mg/100 gr d.s. : 15 - 75 mg/100 gr d.s. : 10 - 50 mg/100 gr d.s. : 50 - 200 mg/kg d.s.

(NEN-EN 13654-2) (NEN 5793) (K-HCL) (Mg-NaCl)

Biologische eigenschappen: • Respiratiesnelheid

: < 5 mmol O2/kg OS/uur

(NEN EN 16087-1)

* Er zijn een groot scala aan substraten op de markt met elk specifieke eigenschappen die geschikt zijn onder bepaalde omstandigheden. Indien goed beargumenteerd mag van bovenstaande eigenschappen worden afgeweken. Substraten moeten altijd worden verwerkt volgens de voorschriften van de leverancier.

Draineerzand:

Zand met goede waterdoorlatende eigenschappen. • fractie op zeef 250 μm (proef 11.0) moet ten minste 50% bedragen.

Mulchlaag:

Een laag natuurlijk, organisch materiaal (4-10 cm) dat wordt toegepast om de bodem tussen de beplanting af te dekken, te beschermen en te voeden. DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/5416/documents/92069