Bijlage Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde.pdf
Tekst van het document
.
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt zuidzijde 20 November 2025
Titel: Datum: 08-09-2022
Intern
Datum:
20-11-2025
Opgesteld door:
Jan Rolf ten Hove (European Tree Technician & Veteran Tree Specialist) Gemeente Groningen, afdeling Stadsingenieurs Gedempte Zuiderdiep 98 9711 HL Groningen
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 2
INHOUD 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................. 4 2. Doelstellng ........................................................................................................................................................................ 5 3. Werkwijze.......................................................................................................................................................................... 5 4. Onderzoeksresultaten ....................................................................................................................................................... 6 5. Conclusies........................................................................................................................................................................ 10 6. Advies .............................................................................................................................................................................. 12 7. Compensatie ................................................................................................................................................................... 12 7.
Bijlagen ............................................................................................................................................................................ 13
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 3
1. INLEIDING Aan de zuidzijde van de Vismarkt in Groningen stonden tot ongeveer tien jaar geleden vijftien paardenkastanjes. In de afgelopen jaren zijn negen van deze bomen uitgevallen, hoofdzakelijk als gevolg van aantasting door kastanjebloedingsziekte*. Momenteel resteren nog zes paardenkastanjes, die allen verzwakt zijn en in meer of mindere mate symptomen van deze ziekte vertonen. Onder vier van de zes overgebleven bomen bevindt zich een oud gemetseld rioolstelsel dat dringend aan vervanging toe is (locatie zie afbeelding 2). Dit riool zal moeten worden verwijderd en vervangen door een nieuw tracé ten noorden van de huidige bomenrij. Daarnaast is het noodzakelijk dat Enexis in het kader van netcongestie het elektriciteitsnet in de omgeving van de Vismarkt verzwaart. De leidingen die hiervoor moeten worden vervangen liggen eveneens onder en nabij de zes resterende bomen. Het komende jaar start de gemeente Groningen met groot onderhoud aan de Vismarkt. Onderdelen hiervan zijn onder andere het afvlakken van de keien op de markt om het comfort voor marktpersoneel en bezoekers te vergroten, het vernieuwen van de stroomvoorziening voor de markt, en het opnieuw bestraten van de rijbanen en trottoirs rondom het plein.
Dit groot onderhoud aan de markt en omgeving in combinatie met het benodigde verzwaren van de elektriciteitsnet en het vervangen van het riool biedt een unieke kans om de bomenstructuur aan de zuidzijde van de Vismarkt te herstellen. In het voorlopige ontwerp is voorzien dat er minimaal vijftien nieuwe bomen worden aangeplant, waarbij gekozen wordt voor een diverse bomenrij met verschillende boomsoorten. Door het bundelen van ondergrondse infrastructuur en het realiseren van ruime groeiplaatsinrichting kan een toekomstbestendige basis worden gelegd voor deze nieuwe bomen. De voorkeur van de gemeente bij groot onderhoud- en herinrichtingprojecten gaat uit naar behoud van bestaande bomen mits dat op een duurzame manier te realiseren is. Om dit te kunnen beoordelen heeft de opdrachtgever gevraagd om een boomtechnisch onderzoek en om geven van een advies.
AFBEELDING 1 OVERZICHTSKAART VAN D E LOCATIE VAN D E ZES PAA RDENKASTANJ ES
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 4
AFBEELDING 2 RODE LIJN GEEFT DE LOCATIE VAN HET TE VERVANG EN GEMETS ELD RIOOL WEER .
*Kastanjebloedingsziekte Kastanjebloedingsziekte is een ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Pseudomonas syringae pv. aesculi. De ziekte leidt tot bruine vlekken en vochtige plekken op de stam die gaan “bloeden”, waarbij eerst helder en later donkerbruin stroperig vocht vrijkomt. Dit gaat vaak gepaard met baststerfte, scheuren en uiteindelijk afsterven van de boom. Vooral oudere bomen zijn kwetsbaar, maar ook jonge exemplaren kunnen snel sterven. Er is geen definitieve behandeling; soms wordt warmtebehandeling toegepast om de bacterie te doden.
2. DOELSTELLNG 2.1 DOELSTELLING ONDERZOEK • • •
In kaart brengen huidige kwaliteit van de bomen; In kaart brengen beworteling van de bomen en kwaliteit ondergrondse groeiruimte; Advies met betrekking tot inpassing bomen in relatie tot groot onderhoud Vismarkt.
3. WERKWIJZE 3.1 BOVENGRONDS ONDERZOEK Van de zes paardenkastanjes zijn diverse bovengrondse kenmerken opgenomen zoals: • • •
Boomhoogte; Stamdiameter op borsthoogte; Conditie
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 5
3.2 ONDERGRONDS ONDERZOEK De kwaliteit van bomen is sterk afhankelijk van de ondergrondse groeiomstandigheden. Hiervoor is op representatieve locatie een proefkuil(zie afbeelding 3) gegraven en hierbij zijn de volgende gegevens vastgelegd: •
• • •
Kwaliteit groeiplaats: - Bodemstructuur; - Samenstelling en opbouw van diverse bodemlagen; - Profielovergangen; - Gehalte aan organische stof en bodemleven; - Bewortelingskwaliteit en –intensiteit; - Doorwortelbare ruimte. Vochthuishouding. Bodemverdichting. Bodemluchthuishouding.
AFBEELDING 3: LOCATIE PROEFKUIL
4. ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 RESULTATEN BOVENGRONDS ONDERZOEK In onderstaande tabel staan enkele opgenomen kenmerken van de zes paardenkastanjes. De volledige tabel met boomkenmerken is opgenomen in de bomenlijst, bijlage 2
Boomnummer 1 2 3 4 5 6
Hoogte (m) 9-12 12-15 15-18 12-15 12-15 12-15
Stamdiameter (cm) 24 25 64 54 57 54
Conditie
Mate aantasting Kastanjebloedingsziekte
matig matig slecht matig slecht matig
<10% 10-25% 10-25% <10% <10% 10-25%
TABEL 1 BOVENGRONDSE KENM ERKEN PAARDENKASTANJES
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 6
Opnamemethode Kastanjebloedingsziekte
De inspectie van kastanjebloedingsziekte heeft plaatsgevonden conform het ‘protocol Boomveiligheidsinspectie Paardenkastanjes’. De resultaten van de inspectie zijn hierboven weergegeven. De aangegeven mate van aantasting is bepaald aan het % van de omtrek op de meest ernstig aangetaste tak/stamdeel. De verdeling van de percentages is: • Geen aantasting; • <10 % licht aangetast; • 10-25 % matig aangetast; • 25-50% ernstig aangetast. • >50% zeer ernstig aangetast 4.2 RESULTATEN ONDERGRONDS ONDERZOEK Er is een proefkuil gegraven om de omvang en kwaliteit van de beworteling en de samenstelling en opbouw van de bodem in kaart te brengen. Hieronder volgt kort het resultaat van het ondergronds onderzoek. Bodem en beworteling
Bij het bodemonderzoek is geconstateerd dat er een grote hoeveelheid puin in de bodem aanwezig is met een hoge indringingsweerstand. Organisch materiaal is nauwelijks aanwezig. Er lijkt in het verleden wel een soort bomengranulaat te zijn toegepast om een betere groei van de bomen mogelijk te maken maar hierin zijn nauwelijks wortels aangetroffen.
AFBEELDING 4:OVERZICHTSFOTO PROEFKUIL
AFBEELDING 5: GROF GESTEENTE VAN G EMIDDELDE GROTE VAN 5 -10 C ENTIMETER OP EEN VA N 50-55 C ENTIMETER
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 7
AFBEELDING 6: NAUWELIJKS WORTELS. ONDERGRONDS VOORAL STENIG EN HA RD.
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 8
Ondergrondse groeiruimte
De ondergrondse groeiplaatsen zijn gering van omvang mede vanwege de puinverharding die rondom de bomen is aangetroffen. Boomwortels kunnen niet in deze bodem doordingen waardoor ze aangewezen zijn op de ‘oorspronkelijke’ plantvakken van geringe omvang. Dat is in principe ook de bedoeling, maar dan moet de groeiplaats berekend zijn op verdere uitgroei van de boom als geheel. Een boom stelt behalve de beschikbare ruimte nog meer eisen aan de groeiplaats. Zo is het gehalte aan organisch materiaal te laag: streven zou moeten zijn 5 tot 8%. Dat wordt hier niet gehaald. Voorts is de bodemluchthuishouding van belang om uitwisseling tussen bodemgassen en de atmosferische lucht in stand te houden. Vanwege een overmaat aan verharding is de bodemluchthuishouding sterk gehinderd. Pogingen om met beluchtingsbuizen hier een verbetering in aan te brengen zijn niet gelukt, onder andere omdat de buizen middenin een toch al onmogelijke groeiplaats zijn aangebracht. Andere groeiplaatsconstructies, zoals de aangetroffen bomengranulaat-achtige substraat, voldoet niet aan de verwachtingen: er zijn nauwelijks wortels aangetroffen in het substraat.
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 9
5. CONCLUSIES De gemiddelde toekomstverwachting van de bomen binnen het projectgebied is laag. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de verminderde conditie van de bomen, de suboptimale ondergrondse omstandigheden en het feit dat de bomen zijn aangetast door kastanjebloedingsziekte. Boven in de kronen is duidelijk verkleind blad en verminderde twijgontwikkeling zichtbaar (zie ook afbeeldingen 7 en 8). De kronen laten hiermee duidelijk zien dat de transportafstand beperkt is en dat de bomen nog proberen te investeren in de lagere kroondelen. In de lagere kronen is normaal tot licht verkleind blad aanwezig. De reden voor het verkleinde blad zal naast kastanjebloedingsziekte ook deels in de groeiplaats liggen welke door het intensieve gebruik en volledig verharde omgeving verre van optimaal is. De huidige groeiplaatsen bieden onvoldoende mogelijkheden voor een gezonde ontwikkeling, waardoor de conditie van de bomen verder zal verslechteren tot het einde van hun restlevensduur. Bij boom 5 is verder zichtbaar (zie ook afbeelding 9) dat de kroon als eens is ingenomen. Het vermoeden is dat dit afgestorven kroondelen zijn geweest die vanuit risicobeheersing zijn verwijderd. Bij ondergrondse werkzaamheden in de nabijheid van de bomen kan in de bovenste circa 30 cm van de bodem gewerkt worden zonder significant wortelverlies, aangezien daar weinig beworteling is aangetroffen.
Echter, de noodzakelijke werkzaamheden voor het verwijderen en vervangen van de riolering en het verzwaren en vernieuwen van het stroomnet zullen dieper reiken en leiden tot aanzienlijke schade aan de wortels. Gezien de huidige verzwakte toestand van de bomen is het aannemelijk dat deze ingrepen hun levensverwachting verder negatief beïnvloeden
AFBEELDING 7: WINTERBEELD. NAUWELIJKS TOT G EEN TWIJGONTWIKKELING IN BOVENS TE KROOND EEL
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 10
AFBEELDING 8: ZOMER BEELD. VERMINDERDE BLADONTWIKKELI NG NAUWELIJKS TOT GEEN TWIJGONTWIKKELING IN BOVENS TE KROONDEEL
AFBEELDING 9: INGENOM EN KROONDELEN
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 11
6. ADVIES Gezien de lage toekomstverwachting van de bomen, hun verminderde conditie, de aanwezigheid van kastanjebloedingsziekte en de suboptimale groeiplaatsen, is het niet haalbaar om de huidige bomen op lange termijn te behouden. Paardenkastanjes hebben bovendien een beperkt regeneratievermogen: zij herstellen slecht van ingrijpende wortelschade en baststerfte. Zelfs wanneer de groeiplaatsen worden opgewaardeerd, zal dit in het geval van deze bomen niet leiden tot een significante verlenging van hun resterende levensduur. De geplande ondergrondse werkzaamheden zullen bovendien leiden tot wortelschade, waardoor de al geringe resterende levensduur verder wordt verkort. Aanbevolen maatregelen: • •
• •
Verwijderen van de huidige bomen; Realiseren van een ruime ondergrondse groeiplaats met voldoende doorwortelbare ruimte, vocht en voedingsstoffen conform eisen Handboek De Groninger Boom (zie bijlage 4), zodat nieuwe bomen zich optimaal kunnen ontwikkelen; Ondergronds scheiden van kabels en leidingen van de groeiplaats om toekomstige wortelgroei niet te belemmeren en schade aan de ondergrondse infrastructuur te voorkomen; Aanplanten van een divers bomenbestand bestaande uit minimaal drie verschillende boomsoorten om biodiversiteit te bevorderen en de weerbaarheid tegen ziekten en plagen te vergroten.
Door deze aanpak ontstaat een toekomstbestendige en gezonde boomstructuur die aansluit bij de ambities van de gemeente Groningen.
7. COMPENSATIE Aan de zuidzijde van de Vismarkt wordt een nieuwe boomstructuur gerealiseerd, bestaande uit in totaal 15 bomen (zie ook bijlage 3) van verschillende boomsoorten. Deze diversiteit draagt bij aan een robuuste en toekomstbestendige groenstructuur, die niet alleen de biodiversiteit versterkt, maar ook de visuele kwaliteit en bijdraagt aan een prettiger leefklimaat van de openbare ruimte. Door te kiezen voor meerdere soorten wordt de kans op grootschalige uitval door ziekten en plagen aanzienlijk verminderd.
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 12
7. BIJLAGEN
BIJLAGE 1 Iedere Bomen Effect Analyse wordt opgesteld conform: •
Richtlijn Bomen Effect Analyse, zoals opgesteld door de Bomenstichting en CROW, mei 2019
DE TWAALF BOUWSTENEN VAN DE RICHTLIJN BOMEN EFFECT ANALYS E
Bij ieder boomtechnisch rapport (waaronder de Bomen Effect Analyse) wordt gehandeld conform de bepalingen uit: • • • •
Algemene Plaatselijke Verordening Groningen (APVG) 2021 Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022 Het “Groenplan Vitamine G” Bomenstructuurvisie “Sterke Stammen”
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 13
Korte karakterisering van genoemde beleidsstukken en documenten: •
Algemene Plaatselijke Verordening Groningen (APVG) 2021
de APVG geeft in Afdeling 3 het reglement weer binnen het bewaren van houtopstanden. Daarin staan de regels aangaande het kap- en herplantbeleid en het beschermen van bomen. Ook het toepassen van een Bomen Effect Analyse bij ruimtelijke ontwikkelingen en voorgenomen kap van monumentale bomen is hierin vastgesteld.
•
Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022
In de beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022 zijn criteria opgenomen voor het behoud van bomen. Het gaat om de criteria ‘waardering’, ‘kwaliteit’, ‘overlast’ en ‘dringende redenenen’. •
Groenplan Vitamine G
Vitamine G bevat een doelstelling op groen in de meest brede zin van het woord. We streven meer, beter en bereikbaar groen na. Het plan gaat over identiteit, natuur, gezondheid, klimaatadaptatie, voedsel en CO2. In het groenplan staan heel weinig concrete uitgangspunten hoe met bomen om te gaan (bij projecten). Alleen dat we een aantal instrumenten inzetten t.b.v. behoud van bomen (denk dan aan de APV en BEA). Plus slimmer inrichten van de ondergrond zodat meer ruimte ontstaat voor aanplant van bomen. •
Bomenstructuurvisie “Sterke Stammen”
Hierin staat het belang van bomen beschreven en hoe deze bomen optimaal ingezet worden bij de inrichting van de openbare ruimte. Behoud van een hoofdbomenstructuur, uitbreiding van het aantal monumentale bomen, beheersing van boomziektes en -plagen en participatie van burgers zijn hierin hoofdonderwerpen. Hierin is aangegeven welke bomen in Groningen behoren tot de bomen hoofd- en nevenstructuren en welke structuren versterkt moeten worden •
Bomen Effect Analyse
Een ‘BEA’ wordt uitgevoerd om voorafgaand aan activiteiten in de buitenruimte de effecten te beschrijven op bomen in de directe omgeving. Met deze informatie kunnen goed afgewogen keuzes worden gemaakt bij bouwactiviteiten en plannen voor de herinrichting met inpassing van bomen in het ontwerp. De uitvoering wordt uitgevoerd in twaalf stappen: de twaalf bouwstenen.
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 14
BIJLAGE 2 BOMENLIJST BIJLAGE 3 VERVANGENDE BOOMSTRUCTUUR BIJLAGE 4 HANDBOEK DE GRONINGER BOOM
Boomtechnisch onderzoek Vismarkt Zuidzijde pag. 15
Boomnummer 1 2 3 4 5 6
#
Intern
Kiemjaar 2005 1997 1966 1966 1966 1966
Latijnse naam Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum
Nederlandse naam paardenkastanje paardenkastanje paardenkastanje paardenkastanje paardenkastanje paardenkastanje
Boomhoogteklasse 9-12 m 12-15 m 15-18 m 12-15 m 12-15 m 12-15 m
Stamdiameter (cm) 24 25 64 54 57 54
Conditie matig matig slecht matig slecht matig
Toekomstverwachting 5-10 jaar 5-10 jaar <5 jaar 5-10 jaar <5 jaar 5-10 jaar
Vergunningsplichtig Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Potentieel monumentaal
Monumentaal
Advies Kappen x x x x x x
Handboek
de Groninger boom Eisen en technische informatie over het werken bij-/ en aanplanten van bomen in de gemeente Groningen
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
1
Colofon Handboek de Groninger Boom Datum: 23 januari 2025 versie: 3
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
2
Inhoud Het belang van de Groninger boom
4
Doel van het handboek
5
Beleid van toepassing op bomen
6
2. Werken nabij bomen 2.1 Beslisboom 'Werken bij bomen' 2.2 Bomen Effect Analyse 2.3 Boombeschermingsplan 2.4 Graafregistratieformulier
8 8 9 12 13
3. Planten van bomen 3.1 Inrichting ondergronds 3.2 Inrichting bovengronds 3.3 Soortkeuze 3.4 Plantmateriaal 3.5 Aanplant bomen
14 14 20 21 22 22
1.
Bijlagen 1 Begrippenlijst 24 2 Uitleg graafregistraties in 'Graafmeldingen Groningen' 25 3 Groeiplaatsprincipes 29 4 Eisen aan groeimediums 37
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
3
Het belang van de Groninger boom Bomen in de stad hebben het niet altijd makkelijk. Er is een grote concurrentiestrijd om de benodigde ruimte, zowel boven- als ondergronds. Bovengronds nemen verkeer, bebouwing en straatmeubilair ruimte in beslag, ondergronds zijn dit de kabels, leidingen, funderingen en rioleringen. Om bomen uit te laten groeien tot gezonde, volwassen exemplaren moeten negatieve invloeden zoveel mogelijk worden voorkomen en gecompenseerd. Dit vereist zorgvuldigheid en een juiste voorbereiding. Om die reden zijn de eisen aan werkzaamheden rondom bomen in de gemeente Groningen opgesteld. Bomen zijn van groot belang voor de kwaliteit en de leefbaarheid van de openbare ruimte. Ze bieden onder andere beschutting tegen harde wind of felle zon, dragen bij aan het ‘koelen’ van de stedelijke omgeving in warme periodes, ze houden water vast, leggen CO2 vast, produceren zuurstof en dragen daarmee bij aan een betere luchtkwaliteit en een beter klimaat. Een volgroeide boom kan de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden van duizenden autokilometers uit de lucht verwijderen. Verder heeft de aanwezigheid van bomen een gunstige invloed op de waarde van woningen: in ‘groene wijken’ ligt de huizenprijs hoger dan in minder groene wijken. Bomen maken deel uit van de natuurlijke omgeving. Zo vormen ze de leefomgeving voor vogels, zoogdieren en insecten.
Ze verfraaien de buitenruimte en bepalen mede de sfeer en de identiteit van een straat, plein of park. Kortom: bomen zijn belangrijk.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
4
Doel van het handboek Het handboek De Groninger Boom is het document waarin de gemeente Groningen de eisen aan, en technische informatie over, de bomen in de gemeente Groningen heeft vastgelegd. Doel van dit handboek is het borgen van de kwaliteitszorg voor de bomen in de gemeente Groningen. Daarbij gaat het om de werkzaamheden aan en rondom bestaande bomen, en de aanplant van nieuwe bomen. Het handboek is bedoeld voor alle partijen en personen die zich bezighouden met planvorming en activiteiten die van invloed kunnen zijn op de bomen in de openbare ruimte. Deze partijen zijn zowel medewerkers van de gemeente Groningen zelf, als externe organisaties. Daarbij gaat het onder meer om ontwerpers, beheerders en uitvoerders. Toepassing van de eisen is verplicht, afwijken is toegestaan mits onderbouwd en goedgekeurd door een gemeentelijke technisch specialist bomen. Het handboek is opgebouwd uit drie hoofdstukken: 1. Beleid van toepassing op bomen Bevat een opsomming en korte samenvatting van actuele gemeentelijke beleidsdocumenten, die van invloed kunnen zijn op werkzaamheden aan en rondom bomen 2. Werken bij bomen Bevat de eisen bij werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op bestaande bomen 3. Planten van bomen Bevat de eisen aan het planten van bomen.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
5
1. Beleid van toepassing op bomen Verschillende beleidsdocumenten van de gemeente Groningen bevatten onderdelen die van toepassing zijn op bomen. Dit hoofdstuk geeft een opsomming en korte karakterisering van deze documenten. Daarnaast is provinciaal beleid van toepassing, met name het provinciale natuurbeleid in het kader van de wet Natuurbescherming. Als partijen werkzaamheden rondom bomen gaan uitvoeren, moet volgens het geldende beleid worden gehandeld. Partijen die werken met of in de nabijheid van bomen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud van de betreffende beleidsstukken. Dit is niet als eis geformuleerd, omdat dit een verplichting is. Vastgesteld beleid gemeente Groningen • Algemene Plaatselijke Verordening Groningen (APVG) • Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant • Het “Groenplan Vitamine G” Inclusief Gemeentelijke Ecologische Structuur (GES) • Bomenstructuurvisie “Sterke Stammen” • Nota bladgoud • Leidraad openbare ruimte • Bomenbeleidsplan Haren Beleidsdocumenten Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant In de APVG staat in Afdeling 3 de regelgeving over het bewaren van houtopstanden. Dit betreft onder meer de regels over het kap- en herplantbeleid en het beschermen van bomen. Ook het toepassen van een Bomen Effect Analyse bij ruimtelijke ontwikkelingen en voorgenomen kap van monumentale bomen is hierin opgenomen.
Groenbeleidsplan Vitamine G Vitamine G bevat een doelstelling voor groen in de meest brede zin van het woord. De gemeente Groningen streeft naar meer, beter en bereikbaar groen. Het plan gaat over identiteit, natuur, gezondheid, klimaatadaptatie, voedsel en CO2. In het groenplan staan nauwelijks concrete uitgangspunten voor het omgaan met bomen in projecten. Wel is benoemd dat een aantal instrumenten moet worden ingezet met het behoud van bomen als doel, onder meer de APV en de BEA. Ook wordt het slimmer inrichten van de ondergrond benoemd, zodat meer ruimte ontstaat voor aanplant van bomen. Gemeentelijke Ecologische Structuur De kaart van de GES is een belangrijk beleidsinstrument voor de stadsecologie, de ruimtelijke ontwikkelingen en het (groen)beheer. De kaart bepaalt: • Welke groen- en waterstructuren behouden dienen te blijven voor de ecologie; • Waar uitbreiding van deze structuur gewenst is; • Waar barrières in ecologisch groen- en waterstructuren voorkomen en moeten worden opgeheven, in het vakjargon ‘ontsnippering’ genoemd.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
6
Bomenstructuurvisie “Sterke Stammen” Hierin staat het belang van bomen beschreven en hoe bomen optimaal ingezet worden bij de inrichting van de openbare ruimte. Behoud van een hoofdbomenstructuur, uitbreiding van het aantal monumentale bomen, beheersing van boomziektes en -plagen en participatie van burgers zijn hierin hoofdonderwerpen. In de bomenstructuurvisie is aangegeven welke bomen in Groningen behoren tot de bomenhoofd- en -nevenstructuren en welke structuren moeten worden versterkt. Leidraad openbare ruimte In de Leidraad zijn de ambities, principes en ontwerprichtlijnen opgenomen. Het gaat om onder andere Mobiliteitsvisie, Groenplan ‘Vitamine G’, uitvoeringsagenda Klimaatbestendig Groningen, Visie Binnenstad, the Next City, actieplan toegankelijk Groningen, Gezonde Stad, Visie op de Ondergrond, de Fietsstrategie 2015-2025 en boomstructuurplan ‘Sterke Stammen’. De Leidraad is een inspiratiedocument, dat een nieuwe blik geeft op de openbare ruimte. Het document is tevens een handleiding die de verschillende buurten van de gemeente typeert met bijbehorende ontwerpprincipes. Bomenbeleidsplan Haren In dit beleidsplan staat het maken van toekomstgerichte en realistische beleidskeuzes voor de gemeentelijke bomen centraal.
Deze keuzes hebben niet alleen betrekking op het dagelijks beheer van de bomen maar ook op aanplant van nieuwe bomen, de communicatie met bewoners en hoe men omgaat met bomen bij bouwwerkzaamheden.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
7
2. Werken nabij bomen Beschadigingen aan bomen en een negatieve beïnvloeding van hun groeiplaats leiden vaak tot aantastingen en uiteindelijk een verminderde levensduur van de bomen. De gemeente Groningen wil dit voorkomen. Hiervoor is een zorgvuldige voorbereiding van werkzaamheden in de nabijheid van bomen essentieel. Eisen • Voorafgaand aan alle werken in de buitenruimte is de beslisboom ‘Werken bij bomen’ gevolgd. • Bij een ruimtelijke ontwikkeling is er conform de APVG een Bomen Effect Analyse opgesteld op basis van de richtlijn BEA van CROW en de Bomenstichting. • Voorafgaand aan de uitvoeringsfase is een boombeschermingsplan opgesteld dat is goedgekeurd door de gemeentelijke boomspecialist. • Na graafwerkzaamheden in de nabijheid van bomen is het graafregistratieformulier ingevuld. 2.1 Beslisboom ‘Werken bij bomen’ De beslisboom ‘Werken bij bomen’ bestaat uit enkele vragen over de werkzaamheden. De beslisboom heeft drie mogelijke uitkomsten: 1. Het werk kan worden uitgevoerd zonder verder onderzoek of begeleiding. 2. Er moet een European Tree Technician worden ingeschakeld. Deze neemt contact op met de gemeentelijke boomspecialist en stelt een boombeschermingsplan op. Op basis van het door de gemeentelijk boomspecialist goedgekeurde boombeschermingsplan kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd. 3.
Er zijn geen mogelijkheden om de werkzaamheden uit te voeren zonder negatief effect op de bomen. Er moet een BEA worden uitgevoerd waarmee de verwachte effecten en eventuele alternatieven worden gebracht.
Wordt er gewerkt in de nabijheid van bomen? (In de bewortelde zone en/of onder de kroonprojectie (+2 meter)
ETT inschakelen
JA
NEE
Wordt de grondwaterstand beinvloed tijdens de werkzaamheden?
ETT (European Tree Technician) neemt contact op met de gemeentelijke boomspecialist. Zijn werkzaamheden uit te voeren, eventueel door toepassing alternatieve graafmethoden (bijvoorbeeld handmatig graven of gestuurde boring, of aanpassing van het ontwerp), zonder negatieve effecten aan de boom of bomen?
NEE
ETT voert BEA uit. Initiatiefnemer levert BEA ter goedkeuring aan bij het bevoegd gezag.
JA JA
NEE
Werkzaamheden kunnen starten
Indien binnen de kroonprojectie +2 meter van een boom is gegraven, graafregistratieformulier invullen in gemeentelijk boombeheersysteem.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
ETT stelt boombeschermingsplan op. Initiatiefnemer levert boombeschermingsplan ter goedkeuring aan bij de gemeentelijke boomspecialist .
Akkoord gemeentelijke boomspecialist
Werkzaamheden conform boombeschermingsplan. Uitvoeren onder begeleiding van bomenwacht (ETT, of ETW onder verantwoordelijkheid van een ETT).
8
Toelichting Met ‘werken’ en ‘werkzaamheden’ worden alle boven- en ondergrondse activiteiten bedoeld, die de boom (zowel kroon, stam als wortels) kunnen beïnvloeden. De eerste vraag in de beslisboom is ‘Wordt er gewerkt in de nabijheid van bomen?’ Dit is een relevant begrip voor het hele ‘Handboek de Groninger boom’ , omdat de eigenaar goedkeuring moet verlenen voor de werkzaamheden als er sprake is van werken in de nabijheid van een boom. ‘Nabijheid’ is gedefinieerd als de kroonprojectie + 2,00 meter. Deze omvang is de omvang van de te beschermen zone rondom de boom, zowel boven- als ondergronds. Bij werkzaamheden die de grondwaterstand kunnen beïnvloeden is ‘nabijheid’ niet exact te definiëren. Het invloedsgebied kan groot zijn, vaak meer dan 100 meter. Daarom is in de beslisboom opgenomen dat bij alle werkzaamheden die de grondwaterstand beïnvloeden, een European Tree Technician moet worden ingeschakeld. Er zijn twee uitzonderingen op de regel ‘kroonprojectie + 2,00 meter’. Deze regel is namelijk niet altijd een goede inschatting van de bewortelde zone: 1. Op standplaatsen waar de ondergrondse groeiomstandigheden zodanig zijn dat de wortels niet onder de kroonprojectie kunnen groeien. Dit is bijvoorbeeld het geval dicht bij wateroppervlakken, in verharding en in smalle plantvakken.
Bomen wortelen niet onder wateroppervlakken en ook niet in zwaar verdichte funderingen onder verhardingen, waardoor de beworteling elders, vaak buiten de kroonprojectie te vinden is. 2. Bij bomen met een sterk afwijkende kroonvorm, zoals een zuilvorm. In beide situaties bevindt de beworteling zich niet altijd onder de kroonprojectie + 2 meter. Hier moet onderzoek worden uitgevoerd naar de werkelijke bewortelde zone. Wanneer deze is vastgesteld, geldt deze als de te beschermen zone.
2.2
Bomen Effect Analyse
Een Bomen Effect Analyse (BEA) wordt uitgevoerd om, voorafgaand aan activiteiten in de buitenruimte, de effecten te beschrijven op bomen in de directe omgeving. Het op een verantwoorde manier inpassen van bomen in een ontwerp en bij activiteiten leidt tot aanzienlijke meerwaarde van een project. Op grond van de resultaten van een BEA kunnen keuzes gemaakt worden ten aanzien van: • het door laten gaan van plannen en projecten; • aanpassingen in het ontwerp; • randvoorwaarden voor boombescherming; • een vergunningsaanvraag. Een BEA is een doorlopend advies die start vanaf de initiatieffase (zie ook, artikel 2 lid 9 APVG Beleidsregels Behoud van groen: kap en herplant) en uitgebreid en/of aangepast wordt in de opeenvolgende fasen. Eisen • De BEA is opgezet als een doorlopend advies van initiatieffase tot realisatie. • De BEA is uitgevoerd conform de Richtlijn Bomen Effect Analyse van de Bomenstichting en CROW . • In de initiatieffase (schetsontwerp) zijn de bouwstenen 1 t/m 6 en 11 onderzocht en uitgewerkt. • In de conceptfase (voorlopig ontwerp) zijn de bouwstenen 1 t/m 12 onderzocht en uitgewerkt. • In de ontwerpfase (definitief ontwerp) zijn de bouwstenen 1 t/m 12 plus een groenbalans en herplantplicht onderzocht en uitgewerkt.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
9
•
De volgende aanvullende gegevens zijn opgenomen: o het aantal bomen, en/of de oppervlakte houtopstand; o boomsoort (Nederlandse en wetenschappelijke naam); o diameter van de stam op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld; o schaalvaste tekening waarop de ingemeten bomen (met weergave van de kroonprojectie) staan weergegeven; o unieke boomnummering: op de tekening vermelding van een verkort nummer, in de inventarisatielijst vermelding van zowel het verkorte als het gemeentelijke boomnummer; o staat de boom in de basisgroenstructuur, bomenhoofdstructuur of stedelijke ecologische structuur (uitkomsten onderzoek op grond van de Wet natuurbescherming zijn opgenomen); o verplantbaarheid (nader onderzoek wortelpakket, ligging kabels en leidingen, transport mogelijkheden, nieuwe locatie); o opdruk van verharding door boomwortels opgenomen volgens de CROW publicatie 146b. Er wordt onderscheid gemaakt in 3 klassen (Licht: > 5mm- < 15mm; Matig: > 15 mm- < 30mm; Ernstig: > 30mm); o bijzonderheden van de boom (meerstammig, leiboom, knotboom, gedenkboom e.d.); o (potentiële) monumentale boom; o groenontwerp waarmee is aangegeven in hoeverre aan de herplantplicht wordt voldaan in het projectgebied of in de directe omgeving (straal 500 meter); o de hoogte van de eventuele financiële compensatie; o de conditiebepaling is uitgevoerd volgens de methode van A.
Roloff zoals aangegeven in de toelichting op de APVG beleidsregels (Klasse 0, Goed; Klasse 1, Voldoende; Klasse 2, Matig; Klasse 3, Slecht); o De levensverwachting is ingeschat in één van de volgende categorieën: < 5 jaar, 5-10 jaar, 10-15 jaar, > 15 jaar; o Als niet aan de herplantplicht en fysieke groencompensatie (volgens artikel 4, Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en aanplant) kan worden voldaan, is de hoogte van de financiële compensatie (volgens artikel 6, Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en aanplant) opgenomen in de BEA (dit geldt alleen bij een BEA die is opgesteld in de ontwerpfase of in de realisatie/bouwfase).
Toelichting Status en positionering Een BEA, uitgevoerd volgens de Richtlijn BEA, is een essentieel onderdeel in de voorbereiding van activiteiten en projecten. Ten behoeve van een integrale afweging zijn bij bouw- en (her)inrichting verschillende vakdisciplines betrokken. Dit is nodig om de waarde van verschillende nieuwe en bestaande kapitaalgoederen in het project te kunnen vergelijken en afwegen. Kapitaalgoederen in het kader van deze richtlijn zijn bijvoorbeeld wegen, gebouwen, civiele constructies, terreinmeubilair, fietspaden en bomen. Integrale afweging vereist objectieve en onderbouwde informatie over de boom en de mogelijkheid van boombehoud. Een BEA geeft die informatie (bron: Richtlijn Bomen Effect Analyse, Bomenstichting en CROW). Verschillende fases van toepassing BEA Hoe eerder een boom in het planproces in beeld komt, hoe beter. In een vroeg stadium zijn weliswaar nog geen concrete ontwerpen beschikbaar waaraan getoetst kan worden, maar kan wel inzicht verkregen worden in de mogelijkheden tot behoud van de boom en de hiervoor benodigde ruimte. 1. Initiatieffase (schetsontwerp) 2. Conceptfase (voorlopig ontwerp) 3. Ontwerpfase (definitief ontwerp) 4. Realisatie/bouwfase
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
10
Initiatieffase (schetsontwerp) In deze fase moet een BEA worden ingezet om tijdig rekening te houden met de waarde en functie die de boom vertegenwoordigt. De plannen en activiteiten die gaan plaatsvinden zijn nog niet precies bekend. In dit geval levert een BEA voorschriften waaraan de activiteit minimaal moet voldoen voor het behoud van de kwaliteit en functie van de boom of bomen. In deze fase is het van belang om alle relevante kaders en uitgangspunten in kaart te brengen, van het begin van de planvorming tot aan de realisatie van de activiteit. In deze fase is het nodig om ‘achtergrondinformatie’ te verzamelen over de boom. Het is mogelijk dat de boom een bepaalde beleidsstatus heeft of beschikt over één of meer bijzondere waarden. Beheergegevens en boom gerelateerde informatie over de locatie completeren de uitgangspunten van de BEA. Op te leveren document • Gedeeltelijke BEA (Bouwstenen 1 t/m 6 en 11, inclusief bijbehorend kaartmateriaal. Conceptfase (voorlopig ontwerp) In de concept- of planfase zijn de contouren van het project op hooflijnen bekend. Details zijn dan vaak nog niet vastgesteld. Op basis van onderzoek worden de boomtechnische kwaliteit en de toekomstverwachting van de boom in de huidige situatie vastgelegd, de zogenaamde nulmeting.
Ook is het waardevol om in deze fase voor de onderzochte bomen in het gebied aan te geven wat de randvoorwaarden zijn voor behoud. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot het bepalen van een ‘verboden zone’ die bij de verdere planvorming wordt aangehouden. Op te leveren document • BEA (bouwstenen 1 t/m 12, inclusief bijbehorend kaartmateriaal. Als in initiatieffase al een gedeeltelijke BEA is uitgevoerd moet deze in de concept/planfase geactualiseerd en aangevuld worden. Ontwerpfase (definitief ontwerp) De ontwikkel/ontwerpfase kan uit verschillende deelstappen bestaan. In deze fase worden de plannen concreter en kan een boomspecialist de mogelijke effecten op de boom gedetailleerder beoordelen. Voor een optimaal, integraal resultaat is tijdens de ontwikkel/ontwerpfase interactie tussen de boomspecialist en de ontwerper noodzakelijk. De boomspecialist beoordeelt het plan in het kader van boombehoud, benoemt randvoorwaarden en komt met ruimtelijke en technische alternatieven. De ontwerper past het ontwerp aan en de boomspecialist beoordeelt dat plan opnieuw. Deze kruisbestuiving brengt potentiële problemen en risico’s nauwkeurig in beeld en kan leiden tot adequate oplossingen en een waarborg voor boombehoud. De resultaten van een BEA tijdens deze fase kunnen gebruikt worden voor de uitwerking van een definitief ontwerp (DO).
Op te leveren document • BEA (bouwstenen 1 t/m 12, inclusief bijbehorend kaartmateriaal en effecten groenbalans. zie, artikel 4 APVG Behoud van groen: kap en herplant). Als in initiatieffase en/of concept/planfase al een (gedeeltelijke) BEA is uitgevoerd, moet deze in de ontwikkel/ontwerpfase worden geactualiseerd en (eventueel) aangevuld.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
11
Realisatiefase (bouwfase De realisatie- of bouwfase volgt normaal gesproken na afronding van de BEA. Het besluit om het definitief ontwerp uit te voeren is immers al genomen. In deze fase is duidelijk welke keuzes er zijn gemaakt op basis van het advies. De praktijk leert echter dat in deze fase vaak nog detailwijzingen in het bouwplan optreden, die van grote invloed kunnen zijn op het voortbestaan van de boom. Een aanvullende BEA of een volledige update van de BEA is daarom bij iedere planaanpassing noodzakelijk. Een gedetailleerd boombeschermingsplan geeft inzicht in de te treffen maatregelen tijdens de uitvoering van de activiteiten. Deze maatregelen kunnen vertaald worden naar een bestek of een ander document dat tijdens de uitvoeringsfase bindend is. Op te leveren documenten (voor start realisatie) • Boombeschermingsplan • Herziene BEA naar aanleiding van (detail)wijzingen in het bouwplan, inclusief bijbehorend kaartmateriaal en effecten groenbalans (zie artikel 4 APVG Behoud van groen: kap en herplant). Dit is van toepassing als in één van de voorgaande fases al een BEA is opgesteld. Als dit niet het geval is moet alsnog, voor aanvang van de werkzaamheden, een volledige BEA (zie op te leveren document ontwikkel/ ontwerpfase) worden uitgevoerd.
2.3
Boombeschermingsplan
Als de werkzaamheden plaatsvinden in de nabijheid van bomen wordt voorafgaand aan de aanbesteding een boombeschermingsplan opgesteld. Om bomen te beschermen bij werkzaamheden zijn verschillende maatregelen mogelijk. Per situatie zal dit verschillen. Voor elk project wordt in het boombeschermingsplan een set maatregelen en/of een uitvoeringswijze beschreven die van toepassing is op de specifieke omstandigheden van het project. Eisen • Het boombeschermingsplan heeft als doel het op een praktische en realistische wijze beschermen en daarmee duurzaam behouden van bestaande bomen. • Het boombeschermingsplan is opgesteld door, of geaccordeerd door, een European Tree Technician, of een boomspecialist met een vergelijkbaar kennisniveau. • Het plan moet zijn goedgekeurd door een technisch specialist bomen van de gemeente Groningen. • Het plan is bondig beschreven, wordt zoveel mogelijk ondersteund door afbeeldingen en wordt als volgt opgebouwd: Deel 1: Introductie 1.1 Waarom een boombeschermingsplan 1.2 Doelstelling 1.3 Het project 1.4 De te beschermen bomen 1.5 De huidige boven- en ondergrondse groeiplaats Deel 2: De plannen en risico’s 2.1 De plannen en uitvoering 2.2 Beschrijving van de risico’s
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
12
Deel 3: De te nemen maatregelen 3.1 Waarom maatregelen 3.2 De te treffen maatregelen zoals: • Toolboxmeeting • Locatie bouwhekken • Stambescherming • Aanwezigheid ETT • Bronbemaling 3.3 Graafregistratie en schade Deel 4: Bijlage/tekening Op een duidelijk leesbare tekening (schaal 1:200 of kleiner) zijn minimaal de volgende gegevens vastgelegd: • De te beschermen bomen met kroonprojectie en zo mogelijk het gemeentelijk boomid; • De huidige boven- en ondergrondse groeiruimte van de bomen; • De te nemen boombeschermende maatregelen
2.4
Graafregistratieformulier
Eisen • Als er graafwerkzaamheden zijn uitgevoerd in de bewortelde zone van bomen dan is het graafregistratieformulier ingevuld in de Fieldmaps App Graafmeldingen groningen. • Het graafregistratieformulier is geaccordeerd door de verantwoordelijke European Tree Technician. Toelichting De graafregistratie mag worden ingevuld door de betrokken European Tree Worker, maar de registratie moet worden geaccordeerd door de verantwoordelijk European Tree Technician. De handleiding voor het invullen van het graafregistratieformulier in de Fieldmaps App is opgenomen in bijlage 2 van dit handboek.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
13
3. Planten van bomen Het planten van bomen wordt, zeker in het stedelijk gebied, steeds lastiger door onder andere het extremere klimaat en het intensieve boven- en ondergrondse ruimtegebruik. Daarnaast streeft de gemeente Groningen naar duurzame boombeplantingen. Een duurzame boombeplanting bestaat uit bomen die gezond kunnen uitgroeien, hun streefbeeld en beoogde leeftijd kunnen bereiken en hun beoogde functie kunnen vervullen. Daarbij is er altijd een wisselwerking tussen enerzijds de bestaande of aangepaste groeiomstandigheden, en anderzijds de boomsoort. Bijvoorbeeld: hoe groter de gewenste boom, hoe meer onder- en bovengrondse ruimte er nodig is. De gemeente stelt daarom een aantal eisen aan het realiseren van boombeplantingen. Streefbeeld en functie Het streefbeeld van de boom verschilt per situatie. Niet op alle locaties zijn monumentale bomen van de eerste orde grootte van minimaal 100 jaar gewenst. Ook de beoogde functie van de boom verschilt per situatie. Een boom in een ecologisch kerngebied moet aan andere criteria voldoen dan een boom langs een drukke verkeersroute. Onder ‘streefbeeld’ wordt verstaan: de beoogde hoogte, leeftijd (ook wel omlooptijd genoemd), kroonvorm, kroonprojectie en totale verschijningsvorm van de boom.
Bij alle plannen waarbij aanplant van bomen aan de orde is, is het daarom van belang een realistisch streefbeeld te bepalen en vast te leggen. Ook is het van belang de beoogde functie(s) van de boom, zoals biodiversiteit, verfraaiing, klimaatadaptatie of verkeersgeleiding, aan te geven. Nieuwe ontwikkeling of bestaande situatie Bij het planten van bomen is sprake van verschillende uitgangssituaties, van een volledig nieuw in te richten locatie tot een aanpassing in een bestaande situatie, zoals de vervanging van één boom in een rij. Bij een aanpassing in een bestaande situatie is het niet altijd mogelijk om te voldoen aan de eisen t.a.v. de benodigde onder- en bovengrondse ruimte. Afwijken is toegestaan mits onderbouwd en goedgekeurd door een gemeentelijke technisch specialist bomen Algemene eisen bij nieuwe bomen • De inrichting van de onder- en bovengrondse groeiplaats is zodanig afgestemd op de boom, dat deze een optimale kans heeft om het streefbeeld te bereiken en de beoogde functie te vervullen. • De boomsoort is afgestemd op de beleidsmatig vastgestelde groen- en boomstructuur en de gewenste soort specifieke eigenschappen. • Opdrachtgever en opdrachtnemer zijn bekend met het streefbeeld en de beoogde functie(s) van de boom.
3.1
Inrichting ondergronds
Bomen groeien uit zichzelf niet makkelijk in een stedelijke omgeving. Om bomen uit te laten groeien tot volwassen exemplaren is een juiste inrichting van de ondergrondse groeiplaats van belang. De eisen aan de ondergrondse inrichting zijn als volgt ingedeeld: • Algemene eisen aan de ondergrondse groeiplaatsinrichting • Eisen aan het doorwortelbaar volume • Eisen aan de verdichting • Eisen aan de waterhuishouding
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
14
• •
Eisen aan de afstemming met kabels en leidingen Eisen aan de oppervlakteafwerking.
3.1.1 Ondergrondse groeiplaatsinrichting algemeen Eisen • De groeiplaats van de boom bevindt zich in een groenstrook, grasveld of berm; afwijken is toegestaan mits onderbouwd. • De groeiplaatsinrichting is afgestemd op: o de beoogde functie van de boom; o het streefbeeld voor de boom; o het gewenste materiaal op maaiveldniveau (de oppervlakte afwerking); o de vereiste draagkracht op maaiveldniveau, afgestemd op de belasting. • Bij het ontwerpen van de groeiplaatsinrichting is gebruik gemaakt van de groeiplaatsprincipes van de gemeente Groningen (bijlage 3), afwijken is toegestaan mits onderbouwd; • Ondergrondse groeiplaatsen zijn ondergronds met elkaar verbonden, tenzij onderbouwd is dat dit technisch niet haalbaar of onwenselijk is; • De samenstelling van de grond is afgestemd op de behoeften van de te planten boomsoort; • De minimale breedte van de ondergrondse groeiplaats is als volgt: • 1e grootte boom: 3 meter; • -2e grootte boom: 2,5 meter; • -3e grootte boom: 1,5 meter. Toelichting Bomen in de bebouwde omgeving hebben vaak te kampen met een te kort aan vocht en voedingsstoffen dat resulteert in een slechte groei en verminderde conditie. De tekorten zijn voor een groot deel het gevolg van onvoldoende ondergrondse groeiruimte. De gemeente Groningen streeft er daarom naar de beschikbare ondergrondse ruimte zo optimaal mogelijk in te richten.
Zowel vanuit boomtechnisch oogpunt, als vanuit kostentechnisch oogpunt, heeft het de voorkeur bomen te planten in open grond ingeplant met onderbegroeiing. Het vak moet zo groot mogelijk zijn. Een opengrond situatie wordt bij voorkeur ingeplant met vaste planten of heesters. Tussen deze planten kan afgevallen blad blijven liggen en ontstaat er een kringloop in voedingsstoffen. Het blad trekt bodemleven aan die het organisch materiaal omzetten in voedingsstoffen en inwerken in de bodem. Is een open grond situatie rondom de boom echt niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er direct om de boom geparkeerd, gewandeld of gefietst moet worden, dan dient er een groeiplaatsconstructie of speciaal groeimedium zoals bomengranulaat te worden aangebracht. Het type constructie hangt af van de gewenste draagkracht. Er wordt onderscheid gemaakt in onderstaande verkeersklasses:
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
15
De verschillende groeiplaatsen voor bomen zijn beschreven in de volgende groeiplaatsprincipes: • Bomen in verharding - verkeersklasse A • Bomen in verharding - verkeersklasse B • Bomen in verharding - verkeersklasse C/D - Bomengranulaat • Bomen in verharding - verkeersklasse C/D – Boombunker • Bomen in open grond - wadi • Bomen in open grond - beplanting • Bomen in open grond - grasvegetaties • Bomen op dakconstructies Onderstaande tabel helpt om te komen tot de meest geschikte groeiplaats. Groeiplaatsprincipes >
++ + +-
In beplanting
In gras
Wadi
Verharding (klasse A)
Verharding (klasse B)
Granulaat
Boombunker
Op daken
Legenda Zeer geschikt Geschikt Matig geschikt Niet geschikt
3.1.2 Doorwortelbaar volume Eisen • Het beschikbare doorwortelbare volume is afgestemd op het streefbeeld van de boom; afwijken is toegestaan mits onderbouwd en goedgekeurd door een gemeentelijke technisch specialist bomen. • Het beschikbare doorwortelbare volume is berekend volgens de berekening op basis van de kroonprojectie; hierbij is gerekend met de beoogde kroonprojectie volgens het streefbeeld. Berekening op basis van kroonprojectie Voor het berekenen van het benodigde doorwortelbaar volume worden onderstaande formules en tabellen gebruikt:
Benodigd volume
Bomengrond
Bomenzand
Boomgranulaat
V=K*0,5
V=K*0,75
V=K*0,75
V= benodigd volume K= beoogde of uiteindelijke kroonprojectie in m²
In aanvulling op de formules geldt dat voor een boom met een zuilvorm de m2 kroonprojectie wordt berekend volgens de formule 3,14 x (straal² x (kroonhoogte/kroondiameter).
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
16
Beoogde kroonprojectie, in m²
Kroondiameter, in m
Bomengrond, in m³
Bomenzand, in m³
Boomgranulaat, in m³
0-15
3,5
5,0
7,5
7,5
15-25
5,0
10,0
15,0
15,0
25-35
6,0
15,0
22,5
22,5
35-45
7,0
20,0
30,0
30,0
45-55
8,0
25,0
37,5
37,5
55-65
8,7
30,0
45,0
45,0
65-75
9,4
35,0
52,5
52,5
75-85
10,1
40,0
60,0
60,0
85-95
10,7
45,0
67,5
67,5
95-105
11,3
50,0
75,0
75,0
Tabel voor bomen met daarin de verhouding vierkante meter kroonprojectie ten opzichte van het benodigde ondergronds volume.
Toelichting Het volume van de doorwortelbare ruimte is van groot belang voor het bereiken van het streefbeeld van de boom. Doorwortelbare ruimte betekent het grondvolume waarin een ongestoorde wortelontwikkeling kan plaatsvinden, en waar zuurstof, water en voedingsstoffen beschikbaar zijn. Er mogen geen storende lagen, plotselinge overgangen of permanent grondwater en dergelijke in voorkomen. In de bomenstructuurvisie Sterke Stammen is onderstaande tabel opgenomen. Het in de onderstaande tabel genoemde minimaal aantal doorwortelbaar* volume, bij een boom van de 1e grootte is dit 40m³. Dit is voldoende om de boom te voorzien van 20 jaar goede groei en 20 jaar afnemende groei. Minimaal aantal m³ doorwortelbaar volume 1e grootte boom (>12 m) Eik, beuk, linde, kastanje, iep
40 m³
2e grootte boom (6-12 m) Sierpeer/- appel, lijsterbes, haagbeuk
34 m³
3e grootte boom (<6m) Meidoorn, ‘vormbomen’
28 m³
Indien meer dan 20 jaar goede groei gewenst is dan stelt een veelgebruikte vuistregel dat een boom per m2 kroonprojectie 0,5 m3 ondergrondse groeiruimte nodig heeft van een goede kwaliteit om gezond uit te groeien. Een boom van de eerste grootte heeft na 50 jaar al snel een kroonoppervlak van 100 m2. Dit betekent dat hij 50m3 ondergrondse groeiruimte heeft verbruikt. Heeft een boom minder ondergrondse groeiruimte tot zijn beschikking dan stopt deze met groeien en verslechtert zijn conditie. Het kan ook zijn dat de boom uit zijn groeiplaats “ontsnapt”. Hij vindt dan bijvoorbeeld zijn vocht en voeding vlak onder verhardingen of in rioleringen met alle nadelige gevolgen van dien. Als een ondergrondse groeiplaats van voldoende volume mogelijk is dan scheelt dit veel knelpunten en daarmee kosten in de toekomst.
* Het doorwortelbaar volume geeft de hoeveelheid grond weer waarin wortels vrij kunnen groeien en waar ze zuurstof, water en voedingsstoffen ter beschikking hebben. Bij het gebruik van een boomgranulaat dient rekening gehouden te worden met het feit dat een groot deel van het volume uit gesteente bestaat, en deze door het gesteente gevulde ruimte is niet doorwortelbaar.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
17
Rekenvoorbeelden op basis van kroonprojectie Onderstaand zijn drie rekenvoorbeelden uitgewerkt volgens de rekenregels, op basis van drie boomsoorten: Soort:
Platanus x hispanica (boom 1e grootte)
Standplaats: solitair (met voldoende bovengrondse ruimte om uit te groeien) Beoogde uiteindelijke kroondiameter: 18 meter Formule bomengrond: V=K*0,5 Berekenen (kroonoppervlak = π * r2.) (3,14*9² = 254 254*0,5 = 127 m³ bomengrond
Formule bomenzand en/of boomgranulaat: V=K*0,75 Berekenen (kroonoppervlak = π * r2.) (3,14*9² = 254 254*0,75 = 190 m³ bomenzand of lava
Soort:
Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’ (boom 2 e grootte) Beoogde uiteindelijke kroondiameter 8 meter
Formule bomengrond: V=K*0,5 Berekenen (kroonoppervlak = π * r2.) (3,14*4² = 50 50*0,5 = 25 m³ bomengrond
Formule bomenzand en/of boomgranulaat: V=K*0,75 Berekenen (kroonoppervlak = π * r2.) (3,14*4² = 50 50*0,75 = 37,5 m³ bomenzand en/of boomgranulaat
Soort:
Cornus mas (boom 3e grootte)
Beoogde uiteindelijke kroondiameter: 6 meter Formule bomengrond: V=K*0,75 Berekenen (kroonoppervlak = π * r2.) (3,14*3² = 28 28*0,5 = 14 m³ bomengrond
Formule bomenzand en/of boomgranulaat: V=K*0,75 Berekenen (kroonoppervlak = π * r2.) (3,14*3² = 28 28*0,75 = 21 m³ bomenzand en/of boomgranulaat
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
18
3.1.3 Verdichting Eisen • Groeimediums voor bomen zijn verdicht volgens de voorschriften van de leverancier. o In een ondergrondse groeiplaats is altijd uitwisseling mogelijk tussen bodemlucht en atmosferische lucht. o Het percentage zuurstof in de bodem mag niet beneden de 16% liggen. o Bestrating op een groeiplaats moet lucht- en waterdoorlatend zijn. o Bij een groeiplaats onder verharding is een beluchtingssysteem aangelegd. Toelichting: Een boomwortel heeft zuurstof nodig. Als het zuurstofgehalte in de bodem onder de 16% komt dan heeft dit nadelige gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de meeste boomsoorten, komt het zuurstofgehalte onder de 10% dan sterven wortels af. Zuurstof komt in de bodem terecht door uitwisseling tussen bodemlucht en atmosferische lucht. Een sterk verdichte bodem of een bodem die volledig is afgedekt bevat veelal te weinig zuurstof voor de groei van boomwortels. Asfalt en gebonden halfverhardingen laten vrijwel geen lucht en water door en sluiten de bodem geheel af. Klinkers en tegels met een minimale afstand tussen de voegen laten voldoende lucht en water door voor een ondergrondse groeiplaats. Ook de grondwaterstand is bepalend voor de wortelgroei van een boom. Vanwege het ontbreken van zuurstof in grondwater groeit een boomwortel niet lager dan de gemiddelde laagste grondwaterstand.
3.1.4 Waterhuishouding Eisen • De groeiplaats voorziet in de vochtbehoefte van de boom. • De ontwateringsdiepte (afstand tussen het maaiveld en de gemiddeld hoogste grondwaterstand) bij aanplant is minimaal 1 meter. • Op locaties waar de ontwatering minder is, is onderzocht of technische oplossingen toe te passen zijn. • De groeiplaats is zodanig ingericht dat er geen verzadiging kan optreden. Toelichting Een boom heeft voldoende vocht nodig. De vochtbehoefte van een boom hangt voor het grootste gedeelte samen met de verdamping. 95% van het water dat de boom opneemt, wordt verdampt. De groei van bomen is (bij optimale omstandigheden) maximaal wanneer altijd opneembaar water in de bodem voorradig is, zodat de boom in principe onbeperkt kan verdampen. Een beperking in de verdamping betekent minder groei. Verdamping en fotosynthese (en daarmee groei) hangen sterk met elkaar samen. In een stedelijk (versteend) gebied is het voor bomen soms lastig om over voldoende vocht te beschikken. De afwerking van het oppervlak en de sterk verdichte bodems zorgt ervoor dat water moeilijk kan afvloeien naar de wortels, het gevolg vochttekort. Ook een te veel aan water in de bodems is niet goed voor de boom. De wortels van de boom hebben zuurstof nodig om te functioneren. Deze zuurstof kan alleen via met lucht gevulde poriën in de bodem doordringen en bij de wortels komen.
Een overmaat aan water in de bodem verdringt de lucht uit de poriën en belemmert daarmee de zuurstofvoorziening. En goede afwatering van overtollig water is dus van belang. Op locaties waar de ontwatering minder geschikt is, is onderzocht of natuurtechnische of cultuurtechnische oplossingen toe te passen zijn, bijvoorbeeld profielverhoging, beluchting of grondwaterstand verlagende maatregelen zoals een drainage of een DT-riool.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
19
3.1.5 Scheiding tussen boom en kabels en leidingen Eisen • In geheel nieuwe situaties zijn kabel en leiding tracés en ondergrondse groeiplaatsen van bomen van elkaar gescheiden doormiddel van een voor wortels ondoordringbare barrière (aangebracht vanaf maaiveld tot aan de gemiddelde laagste grondwaterstand). • In een bestaande situatie is onderzocht of het mogelijk is de groeiplaats te scheiden van kabels en leidingen. In onderling overleg tussen de gemeentelijke boomspecialist en de betrokken nutsbedrijven zijn de mogelijkheden onderzocht en is gezamenlijk een oplossing bepaald. Toelichting Het is van belang dat kabels en leidingen en boomwortels elkaar niet beïnvloeden. Niet alleen om schade aan kabels en leidingen door boomwortels te voorkomen, maar ook om te voorkomen dat bij onderhoudswerkzaamheden aan kabels en leidingen boomwortels beschadigen. Bomen met beschadigde wortels hebben een verhoogde kans op omvallen en op aantastingen die de restlevensduur van de boom negatief beïnvloeden. 3.1.6 Oppervlakte afwerking Eisen • Een groeiplaats in open grond is ingeplant met een onderbegroeiing van heesters en/of vaste planten. • Een groeiplaats in verharding is afgewerkt met een type verharding die vocht en lucht doorlaat. Toelichting De afwerking van het oppervlak van de ondergrondse groeiplaats is belangrijk voor een boom.
De afwerking bepaalt de mogelijkheid tot uitwisseling van gassen en de intreding van vocht. De meest optimale afwerking is een open grond situatie, ingeplant met beplanting. Het minst gunstig voor bomen zijn standplaatsen in niet doorlatende verhardingstypen. Een vocht- en luchtdoorlatende verharding of een verharding met voegen, zoals klinkers of tegels, is gunstiger.
3.2
Inrichting bovengronds
De bovengrondse groeiruimte voor een boom wordt in belangrijke mate bepaald door het stedenbouwkundig plan en ontwerp, de breedte, inrichting en gebruik van de straat, het straatmeubilair en de lichtmasten. Bij het aanplanten van bomen is het belangrijk om voldoende afstand te houden tot de andere objecten, in de omgeving. Doel hiervan is dat de boom, zowel kroon, stam als wortels, geen overlast, hinder of klachten veroorzaakt en er regulier beheer kan worden uitgevoerd. Als er sprake is van een bomenrij, -laan of -groep is het streefbeeld van belang. Dat bepaalt de plantafstand. Eisen • De afstand van de boom tot de aangrenzende objecten is zodanig dat de boom geen knelpunten veroorzaakt voor deze objecten en omgekeerd. • De boomsoort is afgestemd op de mogelijkheden voor kroonontwikkeling in relatie tot aangrenzende objecten. • De plantafstand tussen bomen onderling in een rij, laan of groep is afgestemd op het streefbeeld. Toelichting De afstand tussen boom en object wordt gebaseerd op de grootte en kroonbreedte van de boom in de volwassen fase. Er moet bij wegen ook rekening worden gehouden met de vereiste takvrije doorgang. Dat betekent bijvoorbeeld dat een boom van de 3e grootte niet geschikt is op korte afstand van rijbanen en fietspaden, vanwege zijn beperkte hoogte en daarmee de beperking in opkroonhoogte. In de ontwerpfase dient hier rekening mee worden gehouden.
DE GRONINGER BOOM Eisen - technische informatie
20
Wat betreft de onderlinge plantafstand kan het een bewuste keuze zijn om bomen op een onderlinge afstand te zetten waardoor ze niet als individu een volledige kroon ontwikkelen. Deze bomen vormen samen één kroon. Als een laaneffect wordt nagestreefd dan worden bomen veelal dichter op elkaar geplant, soms op enkele meters. De bomen gaan door lichtconcurrentie snel de hoogte in maar vormen als individu geen optimale kroon en hebben doorgaans een kortere omlooptijd. Als een brede kroonontwikkeling gewenst is moeten de bomen verder uit elkaar worden geplant.
3.3
Soortkeuze
Het kiezen van de juiste boomsoort is belangrijk voor een succesvolle inrichting van de openbare ruimte, en voor acceptabele beheerkosten. De uiteindelijke keuze hangt af van veel verschillende factoren zoals de groeiplaats, de functie van de bomen en de eigenschappen van de boomsoort. De bomenlijst van de gemeente Groningen beschrijft 560 verschillende soorten die toepasbaar zijn in de gemeente Groningen. Eisen • De bomenlijst van de gemeente Groningen, opgesteld door Plantkundig, is gebruikt om te komen tot de juiste soort. • De boomsoort is zodanig afgestemd op de onder- en bovengrondse groeiomstandigheden, dat de boom een optimale kans heeft om uit te groeien tot het streefbeeld en zijn beoogde functie kan vervullen. De soortkeuze is afgestemd op de structuur waarin de boom wordt geplant; zie ook de bomen- en groenstructuur visie: o Hoofdstructuur > gemeente leidend in plaatsbepaling en soort; o Nevenstructuur > met participatie wenselijke boomsoort bepalen. • De soortkeuze sluit aan op de aanwezige en gewenste natuurwaarden in de omgeving. De grootte van de boomsoort in volwassen fase is afgestemd op het beschikbare volume doorwortelbare grond. • De boomsoort is afgestemd op de bodemeigenschappen. • De boomsoort is afgestemd op de minimaal noodzakelijke doorrijhoogte of takvrije zone.
• De boomsoort is afgestemd op de (mogelijke) aanwezigheid van strooizout • De verschijningsvorm van de boomsoort is afgestemd op de bovengronds beschikbare ruimte. • bij de keuze voor de boomsoort is rekening gehouden met de aanwezige boomsoorten in de betreffende wijk. Het bomenbestand in een wijk bevat maximaal 30 procent van één familie, maximaal 20 procent van één geslacht en maximaal 10 procent van één soort. Afwijken is toegestaan mits onderbouwd en goedgekeurd door een gemeentelijke technisch specialist bomen. Toelichting Soortkeuze en gemeentelijk beleid In het bomenbeleid van de gemeente Groningen (Bomenstructuurvisie) zijn boomstructuren bepaald. De soortkeuze is mede afhankelijk van deze structuren. In de stedelijke ecologische hoofdstructuur van de gemeente zijn ecologisch waardevolle zones bepaalt. De soortkeuze is mede afhankelijk van de aanwezige en gewenste natuurwaarden. Afstemming soortkeuze op bovengrondse groeiomstandigheden Om de juiste boomsoort te kunnen bepalen is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de beschikbare ruimte bovengronds. Boomsoorten worden globaal ingedeeld in drie hoogteklassen: