Bijlage Agenda landelijk gebied - 7 speerpunten.pdf
Tekst van het document
Januari 2024
Agenda landelijk gebied 7 speerpunten voor de transitie van het landelijk gebied
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Inhoud
Inleiding Het Ommeland in transitie
3
Waarom een gemeentelijke agenda landelijk gebied? Opgaven in het landelijk gebied De agenda
11
13
1› Waarde van het landschap en leefbaarheid 2› Water- en bodem vormen de basis 3› Natuur en biodiversiteit
18
21
4› Duurzame, toekomstbestendige landbouw 5› Energietransitie
30
6› Voedsel- en eiwittransitie 7› Dierenwelzijn
36
Vervolgstappen
39
Bijlage
43
15
33
25
6
2
Inleiding Het Ommeland in transitie
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Compacte stad met gouden rand Nergens in Nederland zijn de contraire begrippen Stad en Ommeland zo verbonden als in Groningen. In het Gronings volkslied klinkt niet voor niets ‘Ain pronkjewail in golden raand’ - een pronkjuweel met een gouden rand. Er is echter behoefte aan een nieuw verhaal over de relatie tussen de stad en de landelijke omgeving. Groningen, de zesde stad van Nederland, heeft te maken met verstedelijking en is in 2019 heringedeeld met Haren en Ten Boer. De stad is omringd door unieke cultuurlandschappen. Klei en wierden in het Reitdiepdal, laagveen in het Westerkwartier en de Onlanden en zandgronden op de Hondsrug overlopend in het Gorecht. De directe nabijheid van natuur en landschap maakt het contrast met een dichtbebouwde verstedelijkte kern zo groot en treffend. Groningen heeft gekozen voor het concept van de compacte stad, waarin de woningbouwopgave opgelost wordt binnen het stedelijke gebied en alle voorzieningen bereikbaar zijn binnen 15 minuten fietsen vanaf het stadshart. Dit betekent ook dat de groei die de gemeente Groningen maakt bij voorkeur niet ten koste gaat van het omringende landschap, maar juist de kracht en kwaliteit ervan versterkt. In een compacte stad zijn de reistijden kort, is de auto geen vanzelfsprekendheid en is de leefkwaliteit bovengemiddeld. Zo zijn werkgevers met de meeste arbeidsplaatsen - onderwijsinstellingen,
ziekenhuizen, overheidsdiensten en het MKB - uitstekend bereikbaar door een uitgekiend Ov-systeem. Tegelijkertijd worden bestaande groengebieden in de gemeente behouden en wordt nieuw groen toegevoegd. Groningen koestert hiermee de kwaliteit van het omringende (cultuur)landschap. Stedelijke transformatie, wijkvernieuwing en verdichting doen we zoveel mogelijk in de bestaande stad en dorpen, op voormalige werklocaties aan het water en dichtbij stations en invalswegen. Dit vergroot het belang van een groen, recreatief en beleefbaar ommeland. Als uitloopgebied van de stad, als gebied waar voedsel wordt geproduceerd en drinkwater wordt gewonnen. Juist nu de ruimtevraag van wonen, werken en hernieuwbare energie een beroep doet op ons landelijke gebied. Juist nu de versterking en vernieuwing van het aardbevingsgebied vraagt om cultuurhistorisch besef in de hersteloperaties. En vooral: juist nu de landbouwsector aan de vooravond staat van een grote herstructurering in het kader van het klimaatakkoord, de voedseltransitie en de biodiversiteitscrisis.
Verstedelijking en het omringende landelijk gebied Met de nota ‘Hoger Bouwen’ onderzoeken we hoe we de bestaande stad verdichten, met oog voor de omgeving, openbare ruimte, natuur en leefkwaliteit. Met de landschapsbiografie zetten we het landelijk gebied vol in de schijnwerpers, zodat we weten wat we moeten koesteren.
4
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Gezamenlijk zijn deze producten een krachtig statement over het onlosmakelijke verband tussen verstedelijking en verdichting in harmonie en met behoud van de bestaande natuur en het omringende landschap. Interessant om te weten is bovendien dat de biodiversiteit1 in de bestaande stad relatief hoger scoort dan in de ons omringende weilanden en bossen. In een inclusieve stad als Groningen maakt het een het ander mooier en leefbaarder, en omgekeerd: het landschap en het stedelijk gebied bijvoorbeeld, maar ook de weilanden en de woonwijken. Hoger bouwen en de landschapsbiografie zijn complementair en versterken elkaar. Beide producten zijn dan ook onmisbare bouwstenen voor de actualisatie van de omgevingsvisie in 2024.
Recente ontwikkelingen in het landelijk gebied In 2022 heeft het Rijk in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) doelen gepresenteerd voor natuurherstel, water en klimaat. Om deze doelen te behalen is de provincie Groningen gestart met het opstellen van gebiedsplannen die ook betrekking hebben op het grondgebied van de gemeente Groningen. Onderdeel van deze plannen is o.a. een reductie van de stikstofuitstoot binnen de agrarische sector. 1
Zie hierover: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/ S0169204605000083 https://link.springer.com/article/10.1007/s11252007-0045-4
Met het stuklopen van de onderhandelingen in het Landbouwakkoord, een verslechterd bedrijfsklimaat en de afwezigheid van bedrijfsopvolgingen, neemt de onzekerheid binnen deze sector verder toe. Hierdoor zullen naar verwachting meer agrarische ondernemers hun bedrijf beëindigen. Dit leidt voor de gemeente tot sociaaleconomische en ruimtelijke vraagstukken, bijvoorbeeld als het gaat om een alternatieve invulling van vrijkomend agrarisch vastgoed.
Agenda landelijk gebied Omdat wij het belangrijk vinden dat we de opgaven in het gebied in samenhang bekijken en we onze inbreng richting Rijk en provincie willen coördineren hebben we een duidelijke lijn nodig, we noemen dit onze Agenda Landelijk Gebied. Deze agenda is vastgesteld door het college. Het is bedoeld om zaken te agenderen die wij van belang vinden. Zowel in de discussies over het NPLG, de verschillende NOVEXprogramma’s of het Nationaal Programma Groningen (NPG) en de landschapswerkplaatsen. Verder staat in deze agenda benoemd welke (beleids-)producten en activiteiten we ontwikkelen om de agenda te concretiseren.
5
Waarom een gemeentelijke agenda landelijk gebied?
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Het landelijk gebied in de gemeente Groningen is een gebied waar wordt gewoond en gewerkt. Het is ook een uitloopgebied voor de dorpen en de stad Groningen en een belangrijk leefgebied voor verschillende planten- en diersoorten.
Op dit moment speelt er veel in het landelijk gebied. Denk aan opgaven van stikstofreductie, klimaatverandering, waterkwaliteit, biodiversiteit, maar ook brede welvaart – bijvoorbeeld sociale voorzieningen, werkgelegenheid en leegstaande agrarische bebouwing. De onrust en onzekerheid in het landelijk gebied zijn groot en tegenstellingen lijken toe te nemen. Een transitie is nodig. De opgaven zijn groot en raken elkaar, waardoor vanuit verschillende niveaus en afdelingen van de overheid, met name landelijk en provinciaal, gevraagd wordt om een integrale aanpak. Van oudsher hebben met name Rijk en provincie een wettelijke/beleidsmatige taak op het landelijk gebied. We vinden het als gemeente belangrijk om onze visie en voorgenomen inzet te benoemen in deze agenda. De gemeente heeft immers een belangrijke rol als het gaat om het creëren van randvoorwaarden in het sociaaleconomisch en ruimtelijk domein. Met onze inzet willen we werken aan een leefbaar en aantrekkelijk landelijk gebied. We zoeken hiervoor de samenwerking met ondernemers, inwoners, LTO Noord, Rijk, provincie, waterschappen en natuurorganisaties. Binnen de landelijke context is de positie van de gemeente gericht op drie thema’s uit het Klimaatakkoord in het landelijk gebied (het gaat hier niet over de
7
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
energieafspraken). Deze zijn op basis van bestuurlijke afspraken tussen VNG, IPO en Unie van waterschappen ondergebracht bij het NPLG2. Het betreft: • Duurzame, toekomstbestendige landbouw; • Vergroten van het areaal bos en natuur; • Tegengaan van voedselverspilling. Naast een bijdrage aan deze nationale doelen vraagt ook de ontwikkeling van onze eigen gemeente om een evenwichtige functieverdeling die stad en landelijk gebied in balans houdt. Een functieverdeling die bovenal de leefbaarheid van het landelijk gebied behoudt en bij voorkeur verbetert.
Inzet gemeente Groningen De gesprekken met de stakeholders in het landelijk gebied worden via het Rijk overgedragen aan de regio. De provincie is daarbij de belangrijkste speler. De complexiteit en omvang van opgaven vraagt echter ook van gemeenten inzet om te zorgen voor een toekomstbestendige leefomgeving voor mensen, bedrijven, landschap en 2
Zie hierover: https://vng.nl/artikelen/klimaatakkoord-landbouw-enlandgebruik
natuur. In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Het begint in Groningen: voor wat echt van waarde is’ zet het college in op een transitie in het landelijk gebied. Hierbij is meer aandacht voor kringlooplandbouw, eiwittransitie en kortere voedselketens, versterken van de biodiversiteit, klimaatverandering, opwek van hernieuwbare energie en het verbeteren van dierenwelzijn. De gemeente Groningen ziet een speciale rol voor zichzelf weggelegd. We zijn een gemeente met veel landelijk gebied en met veel kennisinstellingen, die middels het Akkoord van Groningen goed met elkaar samenwerken en die ook in ‘bevingsverband’ een nauwe samenwerkingsrelatie hebben met de provincie. Samen met onze partners willen we een voorloper zijn en ons inspannen voor de transities waar heel Nederland mee te maken heeft: een duurzame voedselproductie, een sterke verbinding tussen stad en ommeland en een omgeving waarin mens, dier, plant en aarde met elkaar in balans zijn. Uitgangssituatie is het bestaande beleid en het stand van zaken-document transitie landelijk gebied van de provincie. Hoewel de wettelijke rol van de gemeente in het landelijk gebied beperkt is, zijn we wel een belangrijke gesprekspartner bij de gebiedsprocessen rondom de transitie van het landelijk gebied. Daarnaast heeft de gemeente een rol in de ruimtelijke ordening (omgevingsplan
8
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
en omgevingsvisie), bij eigen gronden en te verlenen pachtconstructies en als verbinder in de lokale voedselafzet/ voedselmarkt. Onze ambities en acties ten aanzien van het landelijk gebied bundelen we in deze agenda. De agenda geeft duidelijkheid aan onze gesprekspartners en is een richtlijn voor de gemeente bij het voeren van deze gesprekken. De agenda is van ons allemaal. Hiermee willen wij de eerste stappen zetten naar een nieuw perspectief voor het landelijk gebied. De agenda landelijk gebied heeft een nauwe relatie met gebiedsprocessen in de regio. In het onderliggende kader op de volgende pagina is een korte samenvatting gegeven van die gebiedsprocessen.
Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) In de zomer van 2022 presenteerde het Rijk de opgave voor het landelijk gebied in haar Startnotitie voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), met daarin doelen voor natuurherstel (met als onderliggende opgave de reductie van stikstof), water en klimaat. Dit programma is ook een aanzet voor structurerende keuzes vanuit bodem en water sturend, omdat het bodem- en watersysteem conditionerend zijn voor alle vormen van landgebruik. Het Rijk vraagt de provincies om hiervoor gebiedsplannen te ontwikkelen. De provincie gaat dit samen met de omgeving, waaronder de gemeenten, verkennen en invullen. In zeven deelgebieden (geselecteerd op basis van de zeven verschillende landschapstypen) zijn hiervoor gebiedsprocessen gestart. De gebiedsprocessen zijn leidend om samen met de gebieden toe te kunnen werken naar een Provinciaal Gebiedsplan Groningen. De gemeente Groningen participeert in 4 van de 7 deelgebieden.
9
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Nationaal Programma Groningen, Toukomst, Landschapswerkplaats We hebben te maken met de gevolgen van de gaswinning in Groningen, waaronder bodemdaling en onveilige huizen en dorpen als gevolg van aardbevingen. Het Rijk heeft toegezegd €22 miljard uit te trekken voor schadeherstel en stimulering van de regio. Dit krijgt onder andere invulling in het ‘Nationaal Programma Groningen’ (NPG), waarin gewerkt wordt aan een goede toekomst voor Groningen. Dit loopt parallel aan het NPLG-traject. Vanuit dit programma werken we al aan de kwaliteit van het landelijk gebied met bijvoorbeeld projecten als ‘Fascinating’ en ‘Landschapswerkplaats’. In de Landschapswerkplaats wordt met bewoners, ondernemers en toeristen samengewerkt aan het mooier, groener en toegankelijker maken van het Groninger landschap. Uit de Toukomst agenda zijn tien initiatieven gebundeld die in de Landschapswerkplaats worden uitgewerkt en tot uitvoering worden gebracht. Voor ieder van de zeven landschapstypen wordt hiervoor een overkoepelend plan gemaakt.
NOVEX en NOVEX-gebieden Het NPLG is één van de kader stellende programma’s voor de uitwerking van perspectief 1 (landbouw en natuur) uit het startpakket NOVEX (vastgesteld door het kabinet op 9 december 2022). In het startpakket NOVEX zijn voor de gemeente Groningen drie NOVEX-gebieden aangewezen waar grote ruimtelijke opgaven vragen om een apart ontwikkelperspectief: Regio Groningen-Assen. Lelylijn en Groningen. Ook bij deze ontwikkelingen zijn er raakvlakken met de uitwerking van de transitie van het landelijk gebied, bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid, landschappelijk kwaliteit en ontwikkeling van recreatief groen in en om de stedelijke gebieden.
Uit: Stand van Zaken document, provincie Groningen
10
Opgaven in het landelijk gebied
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
De leefbaarheid en de economie van het landelijk gebied staat onder druk. Veel opgaven komen hier samen, zoals het verbeteren van de biodiversiteit, het zorgen voor een duurzame drinkwatervoorziening en een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater.
Er ligt ook een enorme ruimtevraag in het landelijk gebied. Denk aan de energietransitie, toekomstbestendige voedselproductie, woningbouwopgave, bos- en natuur ontwikkeling en waterberging. Zeker in de stadsrandzones staat de kwaliteit van het landelijk gebied onder druk. Door klimaatverandering en de aardgaswinning neemt die druk alleen maar toe in Groningen. Verder spelen hier namelijk ook bodemdaling, zeespiegelstijging, verzilting en aardbevingen. Dit moet bezien worden in de context van een sterk dalend vertrouwen in de overheid. Gelijktijdig is het landelijk gebied de plek waar we voedsel en energie produceren, waar grote natuurgebieden zich bevinden en waar we recreëren en ontspannen. Binnen de dorpen is de gemeenschapszin groot, hier bloeit het verenigingsleven en zijn bewoners betrokken bij de dorpen. Juist rondom de stad en de dorpen kennen we een gevarieerd landschap met uiteenlopende landschapstypen. Deze ontlenen hun sterke identiteit aan de ontstaansgeschiedenis en het bodem- en watersysteem. Een divers en cultuurhistorisch waardevol landschap dicht bij de stad, zoals we in Groningen hebben, is uniek. Er ligt dus veel potentie om stad en landelijk gebied meer met elkaar in verbinding te brengen.
Om te zoeken naar mogelijkheden voor een rijk landelijk gebied voor wat betreft economie, natuur, landschap en samenleving, waarbij voedselproductie en natuur weer met elkaar in evenwicht komen.
12
De agenda
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
De opgaven in het landelijk gebied zijn groot en vragen om een integrale, lange termijn aanpak. Overkoepelend is brede welvaart in het landelijk gebied een prioriteit. Wij willen het welzijn van de inwoners in het landelijk gebied borgen, nu en in de toekomst. Ook als uitloopgebied voor een stad met circa 250.000 inwoners is het landelijk gebied erg belangrijk.
Met 7 thema’s geven we in deze agenda aan welk perspectief we voor ogen hebben. Per thema beschrijven we de trends en ontwikkelingen, hoe het rijk en provincie hierin staan en hoe de gemeente de opgave ziet. Aan elk thema koppelen we concrete acties, zoals beleid dat in de maak is of plannen van aanpak. De thema’s zijn: 1› Waarde van het landschap en leefbaarheid 2› Water- en bodem vormen de basis 3› Natuur en biodiversiteit 4› Duurzame, toekomstbestendige landbouw 5› Energietransitie 6› Voedsel- en eiwittransitie 7› Dierenwelzijn
14
1› Waarde van
het landschap en leefbaarheid
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
We koesteren en versterken de rijke contrasten in ons landschap. Nieuwe ontwikkelingen bouwen zoveel mogelijk voort op de identiteit en de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van onze leefomgeving.
In de Omgevingsvisie van de gemeente Groningen ‘The Next City, Levende Ruimte’ (december 2021) wordt met name de samenhang van belangen in en om het stedelijk gebied beschreven. In het landelijk gebied is sinds de herindeling met de voormalige gemeenten Ten Boer en Haren (2019) een inhaalslag nodig. De gemeenteraad heeft voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie een motie aangenomen.3 In deze motie wordt het college verzocht om bij de herijking van de Omgevingsvisie een kaderstellende visie op de versterking en borging van landschapswaarden mee te nemen, en daarbij te kijken naar de huidige maar ook historische landschapspatronen. Het college heeft de gemeenteraad voorgesteld om een Landschapsbiografie op te stellen.4 Het doel van een landschapsbiografie is om de historie van landschappen en hun bewoners beter te begrijpen en dat begrip te benutten, als inspiratiebron voor visievorming over toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen. Daarnaast levert de Landschapsbiografie inhoudelijke input voor de Omgevingsvisie én is het een hulpmiddel voor de gemeente om vorm te geven aan participatie. Op 23 mei 2023 heeft de gemeente de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) opdracht verleend voor het opstellen van een Landschapsbiografie én een Landschapskoers. 3
4
Zie: https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/BijlageMotie-Landschapsvisie-D66-GroenLinks-PvdA-VVD-StadspartijChristenUnie.pdf Zie: https://gemeenteraad.groningen.nl/Documenten/ Landschapsbiografie.pdf
16
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Naast het landschap zélf, vraagt ook het verkennen van de toekomstmogelijkheden van het landschap aandacht. Hierdoor ontstaat zicht op de opgaven die op het landschap af komen. Dit inzicht is nodig om zinvolle suggesties te doen voor het opstellen van een kaderstellende visie in de Omgevingsvisie. Strootman Landschapsarchitecten zal hier, als onderaannemer van de RUG, vorm aan geven. We verwachten de conceptversies van de landschaps biografie en landschapskoers in het voorjaar van 2024. De definitieve documenten zullen voor de zomer van 2024 vastgesteld worden door het college. Dan wordt er ook een publieksversie gemaakt. Vanuit bestaand beleid werken we al aan het versterken van het landschap. Zo werken we samen met partners en landschapsbeheer Groningen aan het herstel en behoud van landschapselementen in Gorecht. Groningen ondertekende hiervoor het landschapsconvenant. In Gorecht zijn al 4 kilometer nieuwe houtwallen en 1,3 kilometer scheerhagen aangelegd. Daarnaast vond onderhoud plaats aan 80 kilometer bestaande houtwallen, singels en knotbomen, 12,5 kilometer scheerhagen en 32 natte landschapselementen.
Acties: • Het maken van landschapskaarten met fysischgeografische landschappen en historische cultuurlandschappen. • Het maken van de landschapsbiografie met het verhaal van het landschap met een chronologische hoofdindeling en thematische onderverdeling. • Het maken van koerskaarten voor versterking bodem, water, natuur en landschap. • Het maken van een landschapskoers. • Ontwikkelen van een publieksversie landschapsbiografie.
17
2› Water- en bodem
vormen de basis
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
We passen ons landgebruik aan op het bodem- en watersysteem. Bodem en water zijn de onderlegger voor grote (toekomstige) ruimtelijke keuzes.
De bodem- en waterkwaliteit in het landelijk gebied staat onder druk. Het is de vraag of de doelen uit de Kaderrichtlijn water die in 2027 gehaald moeten worden, worden gerealiseerd. Op veel plekken lijdt de bodem onder een teveel aan nutriënten waaronder stikstof5. Tegelijkertijd is er op veel plekken een tekort aan koolstof in de bodem. In de landelijke beleidslijn ‘water en bodem sturend6’ en in de provinciale veenweidestrategie zijn uitgangspunten beschreven die een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van bodem- en waterkwaliteit. In de gebiedsprogramma’s leggen provincies vast hoe ze de doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat gaan halen. We pleiten voor een integrale aanpak waarmee alle partijen die actief zijn in het landelijk gebied op een duurzame wijze gedurende een lange periode vooruit kunnen. Waarbij we rekening houden met de bestaande cultuurhistorische waarden van het landschap. Randvoorwaarden hierbij zijn een stabiele vergoeding voor boeren die landschap beheren en zorgen voor een verbetering van de waterkwaliteit. Het bodem- en het watersysteem zijn de grote collectieve dragers van alles waar we voor de primaire levensfuncties van afhankelijk zijn: lucht(zuivering), drinkwater, berging van
5 6
https://www.wur.nl/nl/dossiers/dossier/stikstof-1.htm https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/11/25/ water-en-bodem-sturend
19
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
regenwater, voedselvoorziening en biodiversiteit. Ze werken allemaal direct en indirect door op de dagelijkse gezondheid en vitaliteit van zowel mens als dier. Landgebruik moet dan ook goed afgestemd worden op het bodem en watersysteem. In de laagveengebieden neemt Groningen deel aan het netwerk Groeningen. Samen met andere gemeenten, waterschappen, provincies, natuurorganisaties en kennisinstellingen werken we hier aan een klimaatpositieve regio. De ambitie van Groeningen is hoog, maar vooralsnog zijn de middelen beperkt. Toch lijken er vanuit NPG en NPLG voldoende kansen te zijn om uitvoering te geven aan grootschalige projecten in Groeningen. Groningen wil zich samen met de partners inzetten om integrale projecten te benoemen die gaan over de beschikbaarheid van drinkwater, waterpeilverhoging, natuurontwikkeling en transitie naar natte teelt. Tijdens de ontwerpmanifestatie Sponsland zijn voor verschillende gebieden in de provincie Groningen visies ontwikkeld die bijdragen aan een maximale sponswerking van het landschap. In Groeningen biedt het ontwerp ‘de waterbatterij’ een mooi vertrekpunt voor toekomstige plannen.
Acties: • Actualiseren omgevingsvisie, water en bodem worden een belangrijke, sturende laag in de nieuwe omgevingsvisie. Daarmee maken we water en bodem een onderlegger voor grotere (toekomstige) ruimtelijke keuzes. • Inzetten op sponswerking en veenoxidatie voorkomen, o.a. door in het netwerk Groeningen projecten te formuleren. • Inzetten voor het beschermen van schoon en voldoende drinkwater. We voeren een lobby naar partijen die stroomopwaarts verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het drinkwater. We doen dit samen met het waterbedrijf.
20
3› Natuur en biodiversiteit
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
We herstellen de biodiversiteit, versterken de koppeling tussen voedsel en natuur en streven naar meer natuur en stevige natuurnetwerken.
Het gaat niet goed met de biodiversiteit. Wereldwijd worden miljoenen diersoorten bedreigd met uitsterven. Sinds 1970 gaat het om een afname in populaties van 69%.7 Dit is ook in Nederland het geval. Er is nog maar 15% over van de inheemse planten- en diersoorten die we in 1900 in ons land hadden. Weinig leefruimte, intensieve landbouw en het verlies aan landschapselementen zijn belangrijke oorzaken. Door klimaatverandering komt de biodiversiteit extra onder druk te staan. De realisatie van natuur en bos is onderdeel van het Klimaatakkoord. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om de vergroting van het areaal bos en natuur, ook binnen het stedelijk gebied, ruimtelijk mogelijk te maken. Het betreft inzet op het gebied van ruimtelijke plannen (inclusief nieuwbouwontwikkeling), het governance- en financieringsvraagstuk (inclusief beheer) en een intensievere samenwerking met rijk, provincie en natuurorganisaties. De gemeente Groningen werkt op verschillende manieren aan natuur en biodiversiteitsherstel. Denk hierbij aan programma’s als het Doelsoortenbeleid, Soort management Plan, Maai mei niet, Steenbreek, groen voor grijs, Natuurinclusief Bouwen, herstel van landschapselementen, het vergroenen van boerenerven en verduurzaming van pachtregels. De gemeente Groningen was bovendien 7
Zie rapport: https://livingplanet.panda.org/
22
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
de eerste gemeente met een Stedelijke Ecologische Structuur (SES), waarna doelsoortenbeleid, ecologisch beheer en monitoring volgden. Deze SES is een belangrijk beleidsinstrument en legt vast welke groenblauwe structuren behouden dienen te blijven voor de ecologie, waar uitbreiding gewenst is en welke barrières opgelost moeten worden om versnippering te voorkomen. De SES wordt op de gebiedseigen kenmerkende soorten van flora en fauna grootschalig gemonitord. Na de gemeentelijke herindeling werken we nu aan een Gemeentelijke Ecologische Structuur (GES) die ook juridisch en in beheer goed geborgd wordt. De Gemeentelijke Ecologische Structuur is van groot belang om noodzakelijke verbindingen te beschermen of te verbeteren, zodat soorten kunnen migreren en kans op uitsterven wordt beperkt. Het verbeteren van ecologische verbindingen kan door dijken, spoor en wegbermen, oevers op een natuurvriendelijke manier in te richten. Rijk, provincies en gemeenten tezamen met Prorail en Waterschappen hebben een enorm oppervlak in eigendom met veelal eenzijdige technisch-economische functies (transport , stabiliteit en veiligheid). Door deze arealen mede natuurfuncties te geven en te koppelen met natuurakkerranden en slootkanten ontstaat een groot en potentieel decentraal natuur netwerk dat bovendien
versterkend werkt voor de grotere natuur gebieden NNN en Natura 2000. Met dergelijke natuurranden verbetert ook de waterkwaliteit. Ook landelijk is er veel aandacht voor herstel van biodiversiteit. In december 2018 presenteerde een brede maatschappelijke beweging bestaande uit onder andere natuurorganisaties, boeren, burgers en overheden, het ‘Deltaplan Biodiversiteit’. Een aanpak voor natuurherstel in Nederland met ambitieuze doelstellingen voor natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte. Hiermee willen de organisaties laten zien dat door betere samenwerking en het stimuleren en waarderen van grondgebruikers, het biodiversiteitsverlies omgebogen kan worden naar herstel. Inmiddels hebben 126 partners zich verbonden aan het Deltaplan Biodiversiteit. De gemeente onderschrijft de belangen van het Deltaplan Biodiversiteit en gaat verkennen of deelname aan het netwerk van toegevoegde waarde is. Door deel te nemen aan dit netwerk kunnen de initiatieven van Groningen verbonden worden aan het grotere thema van landelijke biodiversiteitsherstel.
23
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Acties: • Ontwikkeling van de GES (opname/borgen in omgevingsvisie). Begin 2024 opleveren van een beleidsvisie GES. Deze visie vormt het kader voor de daarna uit te werken programma’s voor bescherming, inrichting, beheer, renoveren en monitoring van de GES. • Meewerken aan provinciaal programma Bos en hout. • Verkennen of Groningen kan aansluiten bij het Deltaplan Biodiversiteit. • Bewustzijn vergroten over Biodiversiteit en herstel middels campagnes van Duurzaam Groningen. • Notitie biodiversiteit (stadsbeheer en stadsontwikkeling). • Inbrengen van GES en ecologische verbindingen in gebiedsprocessen TLG. • Bloeiend perspectief Ten Boer. • Evaluatie Soortmanagementplannen (SMP) samen met de provincie. • Plan van aanpak invasieve exoten ( o.a. Japanse duizenknoop, Siberische bereklauw, grote waternavel).
24
4› Duurzame,
toekomstbestendige landbouw
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
We werken samen met boeren en andere initiatiefnemers aan een toekomstbestendige voedselproductie die perspectief geeft aan het klimaat, de natuur, het watersysteem, de dieren waarmee we samenleven en de agrarische sector.
Het landelijk gebied is van groot belang voor de productie van ons voedsel. Tegelijkertijd bevindt de agrarische sector zich op een kantelpunt. Mede door de landbouw zorgt de uitstoot van koolstofdioxide, methaan en stikstof en gebruik van gewasbestrijding voor een verlies aan biodiversiteit, afname van de waterkwaliteit en een verslechterd klimaat. In de herziene CO2 monitor van de gemeente Groningen is Landbouw als een aparte sector meegenomen en zien we dat deze verantwoordelijk is voor 7,6% van de totale CO2eq uitstoot. In het jaar 2000 was de uitstoot CO2-eq de helft van wat het nu is en bedroeg die 5,6% van de totale uitstoot. Landelijk is het aandeel van landbouw 15,8% van de totale uitstoot8. Het huidige voedselsysteem, met bedrijfsvoering gericht op zowel import (van eiwitrijke gewassen) en export (van producten), draagt hieraan bij. Door schaalvergroting worden de landbouwmachines steeds groter en vergroten daarmee ook de druk op de bodem9. Ook neemt hierdoor de verkeersveiligheid af. Een toekomstbestendige voedselproductie zal perspectief moeten geven aan het klimaat, de natuur, het watersysteem, de dieren waarmee we samenleven en de agrarische sector. 8
9
https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-broeikasgassen/welkesectoren-stoten-broeikasgassen-uit-#:~:text=In%202021%20 werd%20van%20de,het%20stoken%20van%20aardgas%20voor https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/ environmental-research/show-wenr/hoe-reageren-gewassenop-verdichte-grond-.htm#:~:text=Rijden%20met%20zware%20 landbouwmachines%20maakt,het%20gewicht%20van%20de%20 landbouwmachines
26
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Door de onderlinge verwevenheid van opgaves in de agrarische sector en de afzetmarkt is het bieden van een perspectief lastig. Daarnaast zijn er verschillen tussen de landschappelijke kenmerken van de gebieden en daarmee ook de agrarische mogelijkheden en activiteiten. Dat vergt een gebiedsgerichte aanpak. Het is echter geen optie om door te gaan op de huidige weg, dit heeft een te grote impact op het milieu. De vraag is hoe we deze opgave vanuit de verschillende instanties oppakken en hoe we als gemeente Groningen de verbinding versterken tussen de stad en de landbouw in het ommeland. Waarbij de rol van de Stadjer als consument van lokale producten een bijdrage kan leveren aan de transitie. Een groot gedeelte van het landelijk gebied in onze gemeente wordt gebruikt voor agrarische doeleinden: 37,31%10 van de totale grond. Op deze grond hebben we in de gemeente 129 agrarische bedrijven, waarvan 68 melkveehouderijen en 42 akkerbouwbedrijven. Om te voldoen aan Europese wetgeving maakt het Rijk generieke maatregelen voor de agrarische sector. Daarnaast gaat de provincie in de gebiedsprocessen van het TLG werken aan de opgaves voor natuurherstel, water en klimaat. De generieke maatregelen en gebiedsgerichte aanpak hebben een grote invloed op de totstandkoming van een toekomstbestendige landbouw, ook voor de bedrijven in
onze gemeente. De gemeente richt zich hierin vooral tot het aanjagen van de transitie door het voeren van een actieve lobby richting het Rijk, de provincie en de kennisinstellingen. Ondanks onze beperkte rol in het landbouwbeleid van het Rijk heeft de gemeente Groningen de ambitie om een actieve rol te spelen. We willen ons inzetten om te komen tot een toekomstbestendige landbouw en een vitaal en gezond landelijk gebied. Naast de eerdergenoemde actieve lobby leveren we ook vanuit onze eigen invloedssfeer een bijdrage. Het project Meerstad-Noord is hier een voorbeeld van. Hier worden de gemeentelijke percelen grenzend aan het zonnepark Meerstad-Noord duurzaam beheerd door de pachters in ruil voor een lagere pacht11. Daarnaast laten we een onderzoek doen naar het stimuleren van de eiwittransitie, verkennen we de mogelijkheden om samen te werken met kennisinstellingen op het gebied van circulaire landbouw, en gaan we actief beleid voeren op de uitbreiding en nieuwvestiging van geitenhouderijen in onze gemeente. Om de impact binnen onze eigen invloedssfeer en die van overige instanties te kwantificeren houden we een CO2monitor bij waarvan landbouw als één van de sectoren is vertegenwoordigd.
11 10
19.796 hectare van de 7.386,14 hectare
https://gemeente.groningen.nl/zonnepark-meerstad-noordgebiedsontwikkeling-meerstad-noord
27
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
De transitie naar een toekomstbestendige landbouw heeft gevolgen voor het verdienvermogen van de landbouw. De gemeente gaat, vanuit onze invloedssfeer, samen met de agrarische sector werken aan een duurzame en toekomstbestendige sector en het daarbij behorende verdienmodel voor boeren. Boeren die op een duurzame manier gaan produceren, rekening houdend met klimaat en natuur, zullen hiervoor op een goede manier beloond moeten worden. We gaan in gesprek met boeren om te verkennen waar nieuwe verdienmodellen liggen en wat de gemeente hierin kan betekenen. We erkennen de druk op de agrarische sector, met een daling in bedrijfsopvolgingen12 en een toename in vrijgekomen agrarische bebouwing als gevolg. Leegstand van vrijgekomen agrarische bedrijven leidt tot verloedering en vergroot het risico op criminele activiteiten. Uit het onderzoek ‘Groningse Praktijken’ komt naar voren dat er criminele mogelijkheden liggen vanwege het omvangrijke buitengebied. Het is anoniem gebied en een ideale omgeving voor drugsopslag, drugsafvoer en drugsproductie. Om inzicht en een goed informatiebeeld te krijgen maakt de Directie Veiligheid een analyse van het buitengebied. Dit zal landen in het uitvoeringsprogramma ondermijnende criminaliteit. Voor het hergebruiken van 12
In de gemeente Groningen daalde het aantal agrarische bedrijven van 294 in 2000 tot 129 in 2022 (een daling van 56%).
vrijgekomen agrarische bebouwing zijn we bezig met het formuleren van de juiste beleidskaders. Het doel daarvan is meervoudig. Enerzijds is het bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het bedoeld om perspectief te bieden aan (duurzame) economische ontwikkelingen.
28
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Acties: • Actieve gebiedsgerichte lobby in het TLG/NPLG, waarbij we ook op zoek gaan (samen met provincie en waterschappen) naar andere verdienmodellen voor de landbouw. • Gesprek aangaan met boeren over de toekomst van landbouw, het herstellen van lokale ketens en vraag en aanbod bij elkaar brengen. • Ontwikkelruimte creëren voor (duurzame) economische ontwikkelingen met een beleidskader vrijkomende agrarische bebouwing. • In 2024 verhoogde inzet op snijvlak landelijk gebied/ landbouw en ontwikkelen van een uitvoeringsagenda/ routekaart naar nieuwe vormen van landbouw. • Verduurzamen pachtcontracten; o.a. in Meerstad Noord, waar nieuwe pachtcontracten zijn opgesteld met een lagere pacht. Kunstmest, bestrijdingsmiddelen en (op termijn) drijfmest worden niet meer toegestaan. • Verkennen of in de omgevingsplanregels maatregelen opgenomen kunnen worden voor nieuwvestiging of uitbreiding van dierhouderijen (zoals geitenhouderijen) en akkerbouwbedrijven.
29
5› Energietransitie
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Het landelijk gebied levert een belangrijke bijdrage aan een CO2-neutrale gemeente. Energie-opwek, opslag en transport vindt plaats in combinatie met het versterken van landschap, biodiversiteit en cultuurhistorie.
De transitie naar een duurzame energievoorziening is zichtbaar in het landelijke gebied. In de regionale energiestrategie zijn de opgaven met betrekking tot energie-opwek vastgelegd voor onze gemeente. Voor het landelijk gebied betekent dat o.a. de ontwikkeling van (reeds geplande) zonneparken. De gemeente Groningen doet dit door zelf hernieuwbare energie op te wekken middels ons Gronings Energiebedrijf. Kleine zonneparken mogen door lokale partijen/coöperaties ontwikkeld en beheerd worden. De ontwikkeling van zonneparken zien we als een integrale gebiedsopgave. De ontwikkeling van het gebied MeerstadNoord is een goed voorbeeld. In dit gebied, van 400 ha, wordt een zonneveld ontwikkeld van 175 ha. Het gebruik van het land in de zone rondom het zonneveld wordt in samenwerking met lokale pachters getransformeerd tot regeneratieve landbouw. Het vergroten van de biodiversiteit is hier, naast agrarische productie, het doel. In het midden van het gebied wordt de loop van de rivier de Fivel hersteld en krijgt het gebied de functie natuur, net als de verbindingszone ten noorden van het Slochterdiep. Om in de toekomst zowel de opwek van duurzame elektriciteit als het gebruik ervan te faciliteren zal de energie infrastructuur moeten worden aangepast.
Voor deze opgave zijn we in gesprek met de netwerkbeheerders waarbij voor ons de kwaliteit van het landelijk gebied een belangrijke factor is.
31
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
(Drijvende) zonneparken in natuurgebieden zijn niet toegestaan. Hoewel we in het voorbeeld van Meerstad werken aan meervoudig gebruik van het landschap (zon, waterberging, regeneratieve landbouw, Fivel herstel, biodiversiteit) wordt het in de toekomst lastig om zonneparken op landbouwgronden te realiseren. Voor nieuwe zonneparken hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen nieuwe afspraken gemaakt. In de contourennotitie Nota Ruimte is afgesproken dat multifunctioneel gebruik van de ruimte de norm is. Dat geldt dus ook voor het toepassen van zon-PV. Gezien het grote beslag op de schaarse ruimte in Nederland zijn nieuwe grootschalige zonneweides/ zonneparken op landbouwen natuurgronden, met enkele uitzonderingen, door Rijk en provincie niet langer toegestaan. Projecten die vallen onder de RES 1.0-ambitie van 6,4TWh vallen hierbuiten en mogen gewoon worden gerealiseerd. Ook blijft er ruimte voor kleinschalige coöperatieve zonneparken. De ‘voorkeursvolgorde zon’ wordt door de provincie juridisch vastgelegd in de provinciale verordening.
Acties: • We werken toe naar een CO2 neutrale gemeente in 2035, ook in het landelijk gebied. We monitoren de CO2 uitstoot van de landbouw en gaan hierover in gesprek met de sector. • Bij wind- en zonneparken creëren we altijd een ‘ecologische plus’. • Daar waar mogelijk combineren we de energieopgaven in het landelijk gebied met het versterken van landschap, biodiversiteit en cultuurhistorie. • Lokaal eigendom is het uitgangspunt waardoor de zeggenschap en de positie van de inwoners van het landelijk gebied wordt versterkt. Als dat niet mogelijk is, streven we naar sociaal eigendom, waarbij de gemeente zelf ontwikkelt en eigenaar blijft van het energieproject, teneinde de winsten binnen de regio te houden en die ten goede te laten komen aan de betaalbaarheid van hernieuwbare energie. • We slaan een brug tussen voedselproductie en de energietransitie. De eiwittransitie draagt hieraan bij.
32
6› Voedsel- en eiwittransitie
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
We streven naar een radicaal ander voedselsysteem: duurzamer, plantaardiger en meer circulair. Op verschillende manieren werken we aan het stimuleren, informeren en initiëren van een duurzaam voedselsysteem.
Om de wereldbevolking in 2050 nog van voedsel te voorzien, is een ander voedselsysteem nodig. Dit staat in het EAT-Lancet rapport, een wetenschappelijk rapport waaraan tientallen wetenschappers van over de hele wereld hebben gewerkt.13 Ook in het IPCC-rapport (rapport van Intergovernmental Panel on Climate Change van de Verenigde Naties) wordt gewaarschuwd dat de voedselveiligheid wordt bedreigd.14 Klimaatverandering en voedselzekerheid hangen nauw samen. De manier waarop wij nu voedsel produceren draagt in grote mate bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Tegelijkertijd bedreigt klimaatverandering, met name het steeds extremer wordende weer, onze voedselzekerheid. Om dit proces tegen te gaan is het noodzakelijk om over te gaan op een ander voedselsysteem, waar bodem- en watersysteem dit toestaan. Dit vraagt om een transitie naar meer plantaardige eiwitten, minder voedselverspilling en het verlagen van de ecologische voetafdruk van de voedselindustrie.15 Nederland is, na China, de grootste importeur van soja ter wereld. Dit maakt ons erg afhankelijk van met name landen uit Zuid-Amerika. Ook legt de manier waarop deze soja wordt geproduceerd veel beslag op water en land, bedreigt het de biodiversiteit en draagt het bij aan ontbossing. In 2018 heeft de 13
14 15
https://eatforum.org/eat-lancet-commission/eat-lancet-commissionsummary-report/ https://www.ipcc.ch/srccl/chapter/summary-for-policymakers/ Hier toe roepen de wetenschappers van de EAT-lancet commissie op. Zie: https://eatforum.org/content/uploads/2019/07/EAT-Lancet_ Commission_Summary_Report.pdf
34
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Europese Unie lidstaten verzocht een landelijke eiwitstrategie te ontwikkelen. De Europese Unie wil minder afhankelijk worden van de import van eiwitrijke gewassen en hiermee bijdragen aan een gezonder en duurzamer voedselpatroon. Nederland heeft een Nationale Eiwitstrategie ontwikkeld met als doel op nationaal niveau bij te dragen aan de strategische voedselsoevereiniteit van de EU.16 De Nationale Eiwitstrategie van Nederland heeft vijf sporen om de komende vijf tot tien jaar een nationale bijdrage te doen aan de Europese voedselsoevereiniteit. Nederland zet onder andere in op de teelt van typisch Nederlandse eiwitrijke producten zoals aardappelen en veldbonen, het tegengaan van voedselverspilling, en op innovaties op het gebied van alternatieve eiwitbronnen voor mens en dier. Als gemeente Groningen zetten we in op de voedsel- en eiwittransitie. Als gemeente met een stad en landelijk gebied kunnen we hierin een rol spelen. Tegelijk kunnen en willen wij dit niet alleen doen. Tussen mei en oktober 2023 zijn we in gesprek gegaan met belangrijke stakeholders en partners in Noord-Nederland. Het doel van het onderzoek was in kaart brengen wat er al gebeurt binnen de voedsel- en eiwittransitie in Noord-Nederland en inzicht verkrijgen wat er nodig is om deze transitie te versnellen. De stakeholders zien een belangrijke rol weggelegd voor de gemeente. Als verbinder, als ketenspeler
16
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/12/22/ nationale-eiwitstrategie
en daarnaast heeft de gemeente een rol om de inwoners te inspireren en te stimuleren zelf bewuste en gezonde keuzes te maken. De resultaten van dit stakeholders onderzoek verwerken we in de routekaart voedsel- en eiwittransitie die we in Q2 2024 opleveren. Daarnaast voert Van Hall-Larenstein een onderzoek voor ons uit naar duurzamer grondgebruik in Noord-Nederland in relatie tot een meer lokaal, meer plantaardig en gezonder eetpatroon. Hierbij betrekken we ook de stakeholders. De uitkomsten van dit onderzoek vormen de basis van de routekaart. Veel onderwerpen uit de voedselagenda (2021-2023) zijn nog steeds relevant en hoeven niet te worden herzien. Wel willen we een plus zetten op de productie en consumptie van plantaardige eiwitten. We zoeken hierbij de samenwerking op met voedselproducenten en de agrarische sector in onze gemeente, maar ook met andere (lokale) overheden, producenten, belangenorganisaties, bedrijven en lokale initiatieven. We nemen hierin de rol als verbinder, initiator en aanjager op ons.
Acties: • We blijven de share- en stakeholders betrekken bij ons beleid en projecten. • We ontwikkelen een routekaart voedsel- en eiwittransitie en uitvoeringsplan voor de komende twee jaar.
35
7› Dierenwelzijn
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Dieren zijn de medebewoners van onze gemeente. We besteden aandacht aan dierenwelzijn voor alle dieren.
In 2021 heeft de gemeenteraad de nota Dieren aangenomen. De komende jaren geven we hieraan verdere uitvoering. Het dierenwelzijnsbeleid van de gemeente Groningen is voornamelijk gebaseerd op de wettelijke taken van gemeentes. We zien dieren als medebewoners van onze gemeente. Waar mens en dier elkaar in de weg zitten, kiezen we bij voorkeur voor diervriendelijke oplossingen in plaats van wegvangen of doden. In het op te stellen beleidsdocument Mens-dierrelaties werken we per diersoort nader uit hoe we er mee omgaan. Ook willen we hierover in gesprek gaan met boeren. Op onze eigen gronden is daarnaast het doodschieten van dieren verboden. Dat geldt voor zowel jacht, als voor schadebestrijding en beheer’. Op basis van onze bestemmingsplannen is de vestiging van nieuwe megastallen in onze gemeente onmogelijk. We onderschrijven daarnaast het provinciale beleid om geen uitbreiding van intensieve veehouderij toe te staan.17 De overgang naar kringlooplandbouw garandeert niet automatisch een beter dierenwelzijn. De Raad voor Dierenaangelegenheden bracht in 2020 de kansen voor dierenwelzijn binnen de kringlooplandbouw in beeld. Deze
17 https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/ Documenten/Beleid_en_documenten/Omgevingsvisie/ Geconsolideerde_Omgevingsvisie_juni_2022.pdf zie p. 66
37
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
liggen met name op het gebied van voeding, huisvesting en geschiktheid van het dier. We onderschrijven de conclusie van de RDA dat dierenwelzijn voorop moet staan bij de transitie naar kringlooplandbouw.18
Acties: • Uitvoering Nota dieren. • Beleid Mens-Dier relaties (uitwerking van de Nota Dieren) • Inzetten op samenleven met dieren in plaats van bestrijden.
18
https://open.overheid.nl/documenten/ronl-2e6e4fdf-4eda-493aa628-93da69686d4d/pdf
38
Vervolgstappen
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Financieringsmogelijkheden transitie landelijk gebied De financiering die nodig is voor verschillende (beleids) producten voor het landelijk gebied, zoals de GES, de landschapsbiografie of de routekaart voor de voedsel- en eiwittransitie, is al geborgd. Aanvullend zien we kansen om in de toekomst, samen met andere partners, middelen te genereren vanuit het Rijk en de provincie. In de provincie Groningen lijken er voldoende financiële mogelijkheden te zijn om de agenda landelijk gebied verder te brengen. Zo werkt het Rijk (vooralsnog) aan een landelijk Transitiefonds om de kwaliteit van natuur, bodem, water en lucht te verbeteren. Als aardbevingsregio zijn er daarnaast middelen beschikbaar gesteld voor o.a. natuur en klimaat, welzijn en ruimtelijke kwaliteit. Deze zijn hieronder nader toegelicht.
NPLG Het Rijk heeft (vooralsnog) €24,3 miljard vrijgespeeld in een Transitiefonds voor de gebiedsplannen van de provincies. In de gebiedsplannen leggen provincies vast hoe ze de doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat gaan halen en welke maatregelen nodig zijn. Vrijwel alle provincies hebben in juli 2023 een eerste versie van hun provinciale programma landelijk gebied
opgeleverd, inclusief een maatregelpakket waar de provincies in 2024 mee kunnen starten. Groningen leverde hiervoor het ‘stand van zaken’ document19 aan. De minister heeft in oktober gereageerd op deze eerste versie. Toezeggingen voor financiering zijn nog niet gedaan: De minister vraagt de provincies om in de periode van 15 januari t/m 1 maart 2024 maatregelpakketten waar zij in 2024 mee wensen te starten, in te dienen. Na een integrale beoordeling van deze maatregelpakketten op onder meer de doelen en criteria van het Transitiefonds, zal bekeken worden of hiervoor middelen ter beschikking kunnen worden gesteld. Provincies worden daarnaast gevraagd in de periode van 15 augustus t/m 30 september 2024 volgende versies van hun provinciale gebiedsprogramma’s in te dienen.
NPG Hat Nationaal Programma Groningen is een samenwerkingsverband tussen Rijk, provincie en gemeenten. Doel van het programma is het verbeteren van de brede welvaart in en imago van Groningen. Een van de ambities van het NPG is het verbeteren van natuur en klimaat. Met een startkapitaal van 1,15 miljard kunnen tot eind 2029 projecten opgezet worden die aan deze doelstelling voldoen. Voor het lokale programma in de 19
https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/ Documenten/Dossiers/Stikstof/Stand-van-zaken-document_ Transitie_Landelijk_Gebied_Groningen.pdf
40
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
gemeente Groningen is 62,35 miljoen beschikbaar. Deze middelen worden ingezet in de gebieden die vallen binnen Versterken & Vernieuwen en Sociale Wijkvernieuwing.
Landschapswerkplaats Een van de onderdelen van het NPG is de landschapswerkplaats. De landschapswerkplaats komt voort uit de ideeën die zijn opgehaald in het kader van Toukomst. Middels de landschapswerkplaats worden in eerste instantie 10 ideeën uitgevoerd die bijdragen aan een fijnmazig biodivers netwerk van groen en water waar mensen kunnen wandelen, fietsen, paardrijden en varen. Van Wad naar Stad, biodiverse bermen en verbonden biodiversiteit zijn enkele projecten van de landschapswerkplaats. De landschapswerkplaats voert deze projecten samen met betrokkenen uit. Hiervoor is €31 miljoen gereserveerd vanuit het NPG.
Nij Begun Op 24 februari heeft de parlementaire enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen het rapport Groningers boven Gas gepresenteerd. Op basis hiervan zijn aanbevelingen gedaan om de schadeherstel en versterking te verbeteren, te bouwen aan het sociaal en mentaal welzijn en te werken aan economische structuurversterking.
Voor de economische structuurversterking komt een aparte agenda, als onderdeel van NPG, waarvoor een generatielang extra middelen worden uitgetrokken. Het NPG krijgt focus op economische structuurversterking op drie grote thematische transities: duurzame energie, gezondheid en landbouw. Alle geldstromen worden een generatielang, gedurende 30 jaar, toegekend en zijn gekoppeld aan specifieke projecten.
41
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Planning
Omgevingsvisie
Voor het landelijk gebied is de planning van de beleidsstukken in grote lijnen als volgt: Q2 2024 Gemeentelijke Ecologische Structuur (fase 1: inventarisatie en visie) (inspraak) Q2 2024 Landschapsbiografie met beleidskoers Q2 2024 Routekaart voedsel- en eiwittransitie + uitvoeringsagenda Medio 2024 Beleidskader vrijkomende agrarische bebouwing Medio 2024 Mens-dierrelaties (uitwerking van de Nota Dieren) Eind 2024 Uitvoeringsagenda/routekaart naar nieuwe vormen van landbouw 2025 Nieuwe omgevingsvisie 2025 Gemeentelijke Ecologische Structuur (fase 2: borging)
In 2025 zal de gemeente Groningen de nieuwe omgevingsvisie presenteren. Meer dan in de voorgaande versie, zal er nadrukkelijk aandacht zijn voor het landelijk gebied. De toenemende ruimtevraag naar wonen, werken, energie, natuur en beleving heeft effect op het ommeland. Dit, in combinatie met een waardevol en uniek landschap en alle ontwikkelingen die plaatsvinden in het landelijk gebied, vragen om een lange termijn visie over stad en landschap. De inhoud van de agenda en de beleidsstukken die voortvloeien uit deze agenda, zoals de landschapsbiografie en de GES, vormen dan ook input voor de nieuwe omgevingsvisie. Ook zal bodem en water sturend een belangrijk onderdeel worden van de nieuwe omgevingsvisie, aangezien we ruimtelijk-economische ontwikkelingen veel meer in samenhang met het bodem- en watersysteem willen oppakken.
Op alle onderwerpen zijn we nu hard aan het werk om ons landelijk gebied te borgen en op onderdelen te verbeteren. Er zullen de komende tijd afzonderlijke stukken als de landschapsbiografie en GES worden opgeleverd. Eind 2024 komen we terug op deze agenda om de voortgang te evalueren en een update te geven.
42
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Bijlage Reacties op concept agenda landelijk gebied
Toelichting De concept agenda landelijk gebied is in de zomer en de herfst van 2023 besproken met de vier grote stakeholders: provincie, waterschappen, de agrarische sector en de natuurorganisaties. De gesprekken met de natuurorganisaties vonden plaats via het Natuuroverleg Groningen, gecoördineerd door Natuur en Milieufederatie Groningen. Vanuit de agrarische sector is gesproken met de besturen van LTO Noord en het Gronings Agrarisch Jongeren Kontakt (GrAJK). Gesprekken met de provincie vonden plaats met de projectleider transitie landelijk gebied en een van de gebiedsmanagers. En met de waterschappen is gesproken met de beleidsadviseurs landelijk gebied. In deze bijlage zijn per stakeholder de op- en aanmerkingen opgenomen. Ook is aangegeven hoe, op basis van de reacties, de concept agenda is aangepast.
43
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Reactie provincie Groningen Reactie
Beantwoording
Verwerkt in agenda
Blij met het document. Mooi compleet verhaal.
-
-
Er staat weinig in over wonen, maar kan ook een kans zijn: Indien agrarische bedrijven worden afgewaardeerd, kan het helpen als gemeente meedenkt over een andere bestemming. Bijvoorbeeld woonerven.
De gemeente Groningen hecht waarde aan het concept van de compacte stad. Er liggen mogelijk wel kansen voor wonen in het landelijk gebied, maar dat willen we eerst goed afwegen. We willen daar nu niet de nadruk op leggen in deze agenda.
-
Andere initiatieven:, zoals Groeningen, bloeiend perspectief, landschapswerkplaats, etc zijn in de stukken niet genoemd. Wellicht nog toevoegen?
Goede suggestie.
We hebben dit verwerkt in de tekst (o.a. in de introductie en bij het thema natuur en biodiversiteit).
Algemeen
Rol van bestemmingsplan wordt best belangrijk. Zoals bouwhoogte in relatie tot monovergisters.
Ter kennisname
6. Voedsel- en eiwittransitie Er lijken kansen te liggen rondom de stad voor korte ketens, biologische markten, etc. Hoe kun je dat nog beter benutten?
Hier werken we aan in de routekaart voedsel- en eiwittransitie en de uitwerking daarvan voor de komende twee jaar.
Verwerkt in de tekst bij thema duurzame, toekomstbestendige landbouw
De gemeente heeft een jachtverbod op eigen terreinen. Daar houden we aan vast.
-
7. Dierenwelzijn Verboden jacht versus de successen op het gebied van weidevogels, hoe ziet de gemeente dit?
44
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Reactie Natuurorganisaties Reactie
Beantwoording
Verwerkt in agenda
Het thema Klimaatrobuustheid – en de rol die groene ruimte kan vervullen, in de vorm van water bufferen en de pieken uit de temperatuur afvlakken – is niet expliciet benoemd.
Dat is inderdaad wel wat we bedoelen onder het thema ‘water en bodem sturend’. We hebben dit wat nadrukkelijker in de tekst verwerkt.
Verwerkt onder thema ‘bodem en water sturend’.
Het noemen van GROENINGEN in het stuk.
Dit is inderdaad een goede aanvulling.
Verwerkt onder thema ‘bodem en water sturend’.
De tekst spreekt over samenwerken met natuurorganisaties. Wij willen graag weten hoe die samenwerking gedefinieerd wordt.
Op dit moment hebben we nog geen concrete handen en voeten gegeven aan de vorm van samenwerking. Wat ons betreft kunnen we dit bespreken via bestaande netwerken, zoals het Natuuroverleg. De komende tijd zal vooral in het teken staan van de gebiedsprocessen die plaatsvinden in het kader van de transitie landelijk gebied.
Niet aangepast in dit document. Wel gespreksonderwerp binnen Natuuroverleg.
Het gebrek aan status van het stuk brengt onzekerheid met zich mee. Het is geen onderdeel van beleid, er is geen budget en er is geen zicht op continuering of uitvoering. Hoe zorgen jullie ervoor dat dit geen lege huls is? Onder hoede van wie wordt de agenda opgesteld, bewaakt, ontwikkeld en geëvalueerd?
De agenda zelf is inderdaad geen onderdeel van beleid, maar de acties die we eraan koppelen (zoals de GES, landschapsbiografie, omgevingsvisie, etc) zijn dat wel. De agenda is letterlijk bedoeld om te agenderen. Het wordt wel vastgesteld door het college en ook door het college worden bewaakt.
We hebben de status van het stuk beschreven in de inleiding van het document, zodat dit helderder wordt voor de lezer.
Algemeen
45
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Reactie
Beantwoording
Verwerkt in agenda
De tekst lijkt voornamelijk gericht te zijn op stedelijke belangen, waarbij het landelijk gebied slechts als dienstbaar aan de stad wordt beschouwd. Uit dit stuk blijkt wel een beetje dat het landelijk gebied een uitloopgebied is voor de stad. Wat zijn de kwaliteiten van het landelijk gebied zelf?
De spreken in algemeenheden over de kwaliteiten van het landelijk gebied (voedsel, natuur, water(berging), beleving, etc). In de landschapsbiografie zullen we de kwaliteiten van het landelijk gebied zelf nader benoemen. We realiseren ons dat we het verhaal van het landelijk gebied vanuit de ‘stad’ vertellen. Dat is niet helemaal onbewust. Wij zijn van mening dat de gemeente Groningen de meest logische partij is om de relatie en samenhang tussen stad en ommeland te kunnen leggen; om de meerwaarde van het landschap, beschreven vanuit stedelijk oogpunt toe te lichten (als consument, recreant, natuurliefhebber, etc). We willen daarin aanvullend zijn op het verhaal van andere overheden en stakeholders.
Niet aangepast
De onderdelen landbouw en natuur roepen veel inhoudelijke vragen op. Veel actiepunten zijn ook leeg. ‘Meewerken met’, ‘verkennen’, ‘in gesprek gaan met’, ‘lobby’, ‘werken toe naar’, ‘zetten in op’. Het mag concreter.
We begrijpen de reactie dat het teveel in algemeenheden blijft. Voor het thema landbouw zullen veel acties echter ook bestaan uit gesprekken voeren met derden. Veel zal daarbij afhangen van de gebiedsprocessen die plaatsvinden in het kader van de transitie landelijk gebied. Wel hebben we de inhoud en de acties onder beide thema’s aangevuld.
Aanpassingen in de thema’s ‘natuur en biodiversiteit’ en ‘landbouw’.
De agenda voor het landelijk gebied bevat tal van aannames die niet voldoende (wetenschappelijk) onderbouwd zijn, en er ontbreken verwijzingen of bijlagen met voetnoten om de gepresenteerde feiten te ondersteunen.
Er ontbreken inderdaad verwijzingen. Dat passen we aan.
We hebben (wetenschappelijke) verwijzingen opgenomen in de agenda.
Dit is inderdaad onderdeel van de voedsel- en eiwittransitie. De routekaart en uitvoeringsplan zijn o.a. bedoeld om lokale ketens te realiseren.
Zin toegevoegd in thema duurzame, toekomstbestendige landbouw
Hiermee wordt bedoeld dat bij de overgang naar kringlooplandbouw dierenwelzijn centraal moet komen te staan. Deze context en bijbehorende bron is toegevoegd.
Context toegevoegd
6. Voedsel- en eiwittransitie Aandacht besteden aan ‘herstel van lokale ketens biedt kansen voor de lokale boer’ 7. Dierenwelzijn ‘Wel stimuleren we kringlooplandbouw waarbij dierenwelzijn een belangrijke rol speelt’ Hoe?
46
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Reactie agrarische sector Reactie
Beantwoording
Verwerkt in agenda
Redenatie vanuit de stad komt vaker terug. (zie ook reactie bij natuurorganisaties) We realiseren ons dat we het verhaal van het landelijk gebied vanuit de ‘stad’ vertellen. Dat is niet helemaal onbewust. Wij zijn van mening dat de gemeente Groningen de meest logische partij is om de relatie en samenhang tussen stad en ommeland te kunnen leggen; om de meerwaarde van het landschap, beschreven vanuit stedelijk oogpunt toe te lichten (als consument, recreant, natuurliefhebber, etc). We willen daarin aanvullend zijn op het verhaal van andere overheden en stakeholders.
Niet verwerkt
Algemeen GrAJK: Agenda gaat te veel over opgaven en is te veel vanuit de stad geredeneerd. Oplossingen ontbreken.
Oplossingen gaan voor een deel via het TLG. Andere actiepunten/ oplossingsrichtingen benoemd per thema. GrAJK: advies om aan te sluiten bij kennisinstellingen en op te nemen in de agenda
Zijn vanuit de gemeente bezig met het vergroten van onze inzet bij verschillende kennisinstelingen
Toegevoegd in de tekst toekomstbestendige landbouw: “en de kennisinstellingen”
GrAJK: Grootste opgave is stikstof/PAS melders. Dit zet bestaanszekerheid op spel.
PAS melders via provinciaal beleid. Vanuit NPLG/TLG zoeken naar de oplossing. Als gemeente actieve lobby in NPLG/TLG.
Ter kennisname.
GrAJK: Oproep om samen plannen te maken met agrariërs.
Actiepunt bij duurzame toekomstbestendige landbouw is in gesprek gaan met agrariërs over toekomst landbouw.
Ter kennisname.
GrAJK: Haalbaarheid van agenda is belangrijk
Vanuit gesprekken met agrarische sector verder de inzet vanuit de gemeente vormgeven.
Ter kennisname.
Inzet en actiepunten vanuit de gemeente zijn haalbaar.
47
AGENDA L AND ELIJK GEBIED
Reactie
Beantwoording
Verwerkt in agenda
LTO Noord: Gebieden verschillen van elkaar. Op alle vakken, qua bedrijfsvoering en landschappelijke waardes, en eigenlijk alles. Dit bepaalt ook de mogelijkheden op extensivering en ambities die worden genoemd in de agenda.
De gemeente heeft ook het voornemen om te werken met de verschillende gebieden uit het NPLG/TLG en dit terug te laten komen in de agenda.
In de inleiding wordt inzet mbt TLG bepaald.
LTO Noord: Bij een transitie hoort een stip op de horizon. Op een aantal punten zijn de thema’s te willekeurig en wordt de samenhang met duidelijk eindpunt niet benoemd. Een tussenstap is belangrijk. Missen van een gebiedsindeling is hier ook oorzaak van volgens LTO Noord.
Een transitie kost tijd. Uitzoeken wat wel mogelijk is en waar de opgaven elkaar raken om een transitie in positieve zin te kunnen beïnvloeden. Samenwerking is dan voor beide partijen belangrijk.