Bijlage Adviesrecht gemeenteraad BOPA Woningbouw Woltersum.pdf
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Woltersum - Boltjerpolder Groningen
DATUM IMRO IDN
NL.IMRO.0014.20251149-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
D. Brugma
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Groningen 20251149
AUTEUR STATUS
L. Daalman vastgesteld
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging projectgebied
6
1.3
Leeswijzer
7
Beschrijving van het project en zijn omgeving
8
2.1
Huidige situatie
8
2.2
Toekomstige situatie
13
2.3
Beschrijving strijdigheid
16
2.4
Voorwaarden bouwen
16
Procedure en adviesrecht
18
3.1
Procedure
18
3.2
Bestuurlijk vooroverleg
18
Hoofdstuk 4
Participatie
20
Hoofdstuk 5
Beleid en regelgeving
21
5.1
Rijksbeleid
21
5.2
Provinciaal beleid
22
5.3
Regionaal beleid
26
5.4
Waterschapsbeleid
28
5.5
Gemeentelijk beleid
29
5.6
Conclusie
32
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
33
6.1
Algemeen
33
6.2
Mer-beoordeling
35
6.3
Omgevingsveiligheid
36
6.4
Geluid door activiteiten
38
6.5
Geluid door (spoor)wegen en industrieterreinen
39
6.6
Bodemkwaliteit
41
6.7
Cultureel erfgoed
42
6.8
Toegankelijkheid openbare ruimte
43
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 6
3/161
6.9
Gezondheid
44
6.10
Spuitzones vanwege gewasbeschermingsmiddelen
44
6.11
Mobiliteit en parkeren
46
6.12
Ecologie: gebiedsbescherming
48
6.13
Ecologie: soortenbescherming
49
6.14
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
50
6.15
Voorwaarden ETFAL
51
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
52
Hoofdstuk 8
Conclusie
53
Bijlagen
55
Bijlage 1
Regels en voorschriften
57
Bijlage 2
Memo onderbouwing
67
Bijlage 3
Principeuitspraak Gedeputeerde Staten
71
Bijlage 4
Voorlopig wateradvies
75
Bijlage 5
Bodemonderzoek
81
Bijlage 6
Stikstofdepositieonderzoek
121
Bijlage 7
Quickscan ecologie
141
4/161
Ruimtelijke onderbouwing
5/161
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Groningen is voornemens het zuidelijke deel van de Boltjerpolder aan de westzijde van Woltersum te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De gemeente ziet hier kansen voor een kleinschalige woningbouwontwikkeling die bijdraagt aan de vitaliteit van het dorp en aansluit bij de landschappelijke kwaliteiten van de plek. Op de locatie wordt gedacht aan de realisatie van maximaal drie woningen in één bouwvolume; een zogenaamde schuurtypologie. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het omgevingsplan van de gemeente Groningen, omdat wonen binnen de bestemming 'Agrarisch' niet is toegestaan. Om de ontwikkeling toch mogelijk te maken, wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. De omgevingsvergunning wordt gefaseerd aangevraagd. Dit betekent dat de planologische toestemming en de bouwaanvraag afzonderlijk worden ingediend. Deze aanvraag betreft de eerste fase en is kaderstellend. In deze fase gaat het om globale planvorming, waarbij toestemming wordt gevraagd voor het gebruik van de locatie voor woningbouw. De uitgewerkte plannen en ontwerpen van de woningen volgen in een latere fase, wanneer een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor het daadwerkelijk uitvoeren van de bouwactiviteit.
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL), waarbij onder meer moet worden voldaan aan instructieregels van het Rijk, de provincie het waterschap. Ook moet worden onderbouwd dat de activiteit uitvoerbaar is. De voorliggende onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt aan de Bouwerschapweg in het dorp Woltersum, gemeente Groningen, en bevindt zich aan de westelijke rand van de dorpskern. De locatie vormt een overgang tussen het compacte wierdedorp en het omliggende open polderlandschap. De directe omgeving wordt in noord- en oost-westelijke richting gekenmerkt door agrarisch gebied met open weidegronden en lange zichtlijnen, dat in het omgevingsplan bestemd is als 'Agrarisch'. In oostelijke richting sluit de locatie aan op de dorpskern van Woltersum, waar de gronden bestemd zijn voor 'Wonen' en 'Maatschappelijk, bestaande uit voornamelijk woonpercelen, maatschappelijke voorzieningen en groenstructuren. Daarnaast staat er een een molen, waarvoor in het omgevingsplan specifieke cultuurhistorische waarden zijn vastgelegd. Dit geheel zorgt ervoor dat het gebied een belangrijke cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt. Het projectgebied bestaat uit twee percelen. Deze zijn kadastraal bekend als gemeente Ten Boer, sectie E , nummer 2012 en nummer 1145.
6/161
Figuur 1.1 laat de ligging van het projectgebied in haar omgeving zien.
Figuur 1.1 Globale ligging van het projectgebied en de kadastrale aanduiding (bron: Kadaster, 2025)
1.3
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het toestaan van een woningbouwontwikkeling op de Boltjerpolder te Woltersum. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en toekomstige situatie, inclusief het initiatief en de strijdigheid met het omgevingsplan. Hoofdstuk 3 gaat in op de gevolgde procedure en bestuurlijke afstemming, gevolgd door hoofdstuk 4: participatie. Hoofdstuk 5 behandelt het relevante beleidskader en de van toepassing zijnde regelgeving. Hoofdstuk 6 toetst het initiatief aan de relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 7 gaat in op de financiële uitvoerbaarheid van het project. Tot slot beoordeelt Hoofdstuk 8 of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
7/161
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving van het project en zijn omgeving
Huidige situatie
2.1.1 Feitelijke situatie De projectlocatie 'Boltjerpolder', gelegen tussen de Bouwerschapweg 62 en 70, betreft een grotendeels onbebouwd agrarisch perceel van 3955 m2. Het perceel bestaat voornamelijk uit grasland, met een kleine paardenschuur die momenteel leeg staat. De locatie sluit direct aan op bestaand woongebied en vormt zo een overgang van de dorpskern naar het omliggende buitengebied. Het perceel wordt aan de westzijde begrensd door een watergang en aan de noord- en oostzijde door de Bouwerschapweg. Aan de zuidzijde grenst het aan een bestaande woning. Op het oostelijke deel van het perceel zijn bomen en beplanting aanwezig, wat bijdraagt aan het groene en landschappelijke karakter van de locatie. In figuur 2.1 is de huidige situatie van het perceel weergegeven vanaf straatniveau en figuur 2.2 geeft het projectgebied van bovenaf weer.
Figuur 2.1 Huidige situatie (google street view, 2025)
8/161
Figuur 2.2 Luchtfoto huidige situatie projectgebied (Beeldmateriaal NL, 2025) 2.1.2 Huidige planologische regeling In de gemeente Groningen is per 1 januari 2024 van rechtswege het omgevingsplan van kracht geworden. De regels voor de het projectgebied zijn opgenomen in de volgende onderdelen (artikel 22.1 Omgevingswet): De besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening en tevens de volgende verordeningen: a. een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; b. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; c. een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening; De kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; De Bruidsschat. De navolgende paragrafen gaan hier verder op in. Bestemmingsplan Kleine Dorpskernen Ten Boer (2013) Het projectgebied valt binnen het bestemmingsplan Kleine Dorpskernen Ten Boer dat is vastgesteld op 25 september 2013.
Dit plan maakt sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Groningen. Een uitsnede van het bestemmingsplan is weergegeven in Figuur 2.2.
9/161
Op basis van dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de bestemming 'Agrarisch' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Landschap' en 'Waarde - Archeologie 2'. Daarnaast geldt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 2'. Dit betekent dat er bij nieuwe ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met de windvang en het zicht op de nabijgelegen molen. Tevens heeft het projectgebied de functieaanduiding 'cultuurhistorische waarden'.
Figuur 2.3: Uitsnede bestemmingsplan Kleine Dorpskernen Ten Boer 2013 (Regels op de kaart) Agrarisch De voor ‘agrarisch’ aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een overwegend grondgebonden bedrijfsvoering, waaronder het gebruik als cultuurgrond. Binnen deze bestemming zijn tevens bijbehorende voorzieningen toegestaan, zoals water- en groenvoorzieningen, ontsluitingswegen, paden, nutsvoorzieningen en additionele voorzieningen die ten dienste staan van het agrarisch gebruik. Bebouwing is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de onder 'Agrarisch' toegestane doeleinden. Het recreatief medegebruik en het behoud van karakteristieke open ruimten met cultuurhistorische en landschappelijke waarden zijn binnen de bestemming mogelijk, voor zover deze geen belemmering vormen voor de agrarische hoofdfunctie. Waarde - Landschap De gronden ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' zijn mede bestemd voor het behoud van de openheid, herkenbaarheid en het reliëf van de wierde.
10/161
Gebruik dat hiermee in strijd is, omvat onder meer houtteelt, bosaanplant en boomgaarden, evenals het diepploegen, egaliseren, ophogen of afgraven van gronden. Waarde - Archeologie 2 De gronden ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Voor het oprichten van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m² en een diepte van meer dan 0,45 meter beneden maaiveld geldt dat voorafgaand aan de werkzaamheden een archeologisch rapport moet worden overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Indien uit dit onderzoek blijkt dat archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen burgemeester en wethouders aanvullende voorwaarden stellen of archeologische begeleiding of opgravingen verplicht stellen. Daarnaast geldt een vergunningplicht voor werkzaamheden zoals het afgraven, ophogen, ontgronden of egaliseren van gronden, het aanbrengen van diepwortelende beplanting en het aanleggen van ondergrondse leidingen, tenzij dit beperkt blijft tot oppervlakken kleiner dan 200 m² en dieptes minder dan 0,45 meter, of wanneer sprake is van normaal onderhoud. Vrijwaringszone - Molenbiotoop 2 De aanduiding Vrijwaringszone – molenbiotoop 2 is bedoeld voor het behoud van de vrije windvang en het zicht op molens.
Binnen deze zone geldt dat nieuwe bebouwing geen belemmering mag vormen voor de windvang van de molen. Herziening Parkeren 2021 Naast de eerder genoemde bestemmingsplannen is voor de locatie ook het bestemmingsplan Herziening Parkeren 2021 van toepassing. Dit plan voorziet in een actualisatie van de parkeerregels binnen de gemeente Groningen en bevat regels voor zowel autoparkeren als fietsparkeren. Voor de ontwikkeling van maximaal drie woningen in de Boltjerpolder geldt dat in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) moet worden aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De parkeerbehoefte dient te worden opgevangen op eigen terrein, waarbij de gemeentelijke parkeernormen uit het beleid Herziening Parkeren 2021 als uitgangspunt worden gehanteerd. Het initiatief zal getoetst worden aan het aspect mobiliteit en parkeren in paragraaf 6.11. Bruidsschat Op grond van artikel 22.1 sub c van de Omgevingswet maken de regels als bedoeld in artikel 22.2 Omgevingswet ook deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het gaat hier om de zogenoemde Bruidsschat. Daarbij gaat het om een set regels die voorheen op rijksniveau werden gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en gedurende de overgangsfase hebben gemeenten de tijd om deze regels op te nemen in het omgevingsplan.
Om te voorkomen dat bepaalde onderwerpen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet nog ongeregeld zijn, zijn deze regels onderdeel van de Bruidsschat en dus onderdeel van het tijdelijke deel van het
11/161
omgevingsplan. De gemeente Groningen heeft deze bruidsschat in beheer. De regels uit de Bruidsschat zijn onderdeel van hoofdstuk 32 van het omgevingsplan Groningen. Voor dit project is er geen sprake van een specifieke strijdigheid met de Bruidsschat. Er hoeft door middel van de omgevingsvergunning niet worden afgeweken van de Bruidsschat. Erfgoedverordening Regels uit de erfgoed- of monumentenverordening die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in 2031 opgenomen zijn in het omgevingsplan. Voor onroerend cultureel erfgoed mag de erfgoedverordening dan alleen nog andere regels omvatten. Bijvoorbeeld een subsidieregeling. Op grond van de Erfgoedwet blijft de erfgoedverordening wel gelden voor de bescherming van roerend cultureel erfgoed (cultuurgoederen) en immaterieel cultureel erfgoed. Een beperkt deel van de erfgoedverordening blijft op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet deel uit van het tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan. Het gaat hierbij voornamelijk om de regels over archeologie. In dit geval kent de gemeente Groningen de 'Erfgoedverordening gemeente Groningen'. Deze verordening bevat regels voor de bescherming van gemeentelijke monumenten, cultuurgoederen, verzamelingen en beschermde stads- of dorpsgezichten.
Ook regelt de verordening de aanwijzing, instandhoudingsplicht en vergunningverlening bij wijzigingen van monumenten en beschermde gezichten. Het doel is het behoud en de zorgvuldige omgang met het gemeentelijke erfgoed. Paragraaf 6.7 gaat nader in op het aspect erfgoed. Geurverordening De geurverordening maakt automatisch deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De gemeente Groningen kent deze verordening niet. Verordening afvoer hemel- en grondwater De Verordening afvoer hemel- en grondwater Groningen 2023 maakt onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze verordening bevat regels om wateroverlast en verdroging te beperken en het rioolstelsel doelmatig te beheren. Kernpunten zijn: Lozingsverbod: in aangewezen scheidingsgebieden is het verboden hemel- en grondwater af te voeren naar het vuilwaterriool. Waterberging: bij nieuwbouw en een toename van verhard oppervlak van meer dan 50 m² geldt een verplichting om voorzieningen voor hemelwaterberging te realiseren. Kwaliteit: afstromend hemelwater mag geen verontreinigende stoffen bevatten; bij aanleg van voorzieningen moet hiermee rekening worden gehouden. Maatwerk: het college kan specifieke voorschriften opleggen of vrijstellingen verlenen wanneer een alternatieve afvoer redelijkerwijs niet mogelijk is.
12/161
Paragraaf 5.4 gaat nader in op het wateraspect. Bodemkwaliteitskaart Op grond van artikel 5.98p van het Bkl moet bij een nieuwe ontwikkeling de landbodem worden ingedeeld in bodemfunctieklassen. Het ambtsgebied van de gemeente Groningen is op grond van de Nota bodembeheer van de gemeente Groningen ingedeeld in bodemfunctieklassen. Het aspect bodemkwaliteit wordt nader besproken in paragraaf 6.6.
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Ontwikkeling De ontwikkeling in de Boltjerpolder aan de westzijde van Woltersum voorziet in de realisatie van maximaal drie woningen binnen één bouwvolume. Op basis van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) en de uitkomsten van gesprekken en participatie met het dorp is bewust gekozen voor één compact bouwvolume met maximaal drie wooneenheden. De woningen zijn bedoeld voor starters en/of ouderen en dragen bij aan doorstroming, leefbaarheid en het behoud van voorzieningen in het dorp. De ontwikkeling maakt deel uit van de bestuurlijke toezegging om 10 tot 15 extra woningen aan Woltersum toe te voegen. Voorafgaand aan de locatiekeuze heeft de gemeente een locatiestudie uitgevoerd naar alle potentiële woningbouwlocaties in en rond Woltersum. Hierbij zijn zowel kansrijke locaties binnen het bestaand stedelijk gebied als locaties in het buitengebied onderzocht. Uit dit onderzoek bleek dat binnen de stedelijke contouren onvoldoende ruimte aanwezig is voor de gewenste uitbreiding. De meeste alternatieve locaties bleken ruimtelijk of planologisch niet haalbaar, bijvoorbeeld vanwege eigendomssituaties, negatieve effecten op groene open ruimten, bezwaar van omwonenden of beperkingen vanuit provinciaal beleid.
Uit de locatiestudie kwam onder andere de Boltjerpolder naar voren als meest kansrijke locatie, omdat deze direct aan het dorp grenst en ruimtelijk aansluit op de bestaande dorpsstructuur. Tegelijkertijd heeft de locatie ook landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals de openheid van het landschap, de cultuurhistorische waarde van de wierde, het aanwezige reliëf en de zichtlijnen richting de begraafplaats. Deze waarden maken dat een traditionele woningbouwontwikkeling hier niet passend is. Daarom is gekozen voor een bijzondere architectuurtypologie voor het dorp; een schuurvolume wat zich voegt in het landschap met respect voor de karakteristieke openheid. De woningen worden gesitueerd in het zuidelijke deel van het perceel (aangegeven in figuur 2.4), direct naast Bouwerschapweg 70, aansluitend op de bestaande dorpskern. Binnen het aangegeven bouwvlak van 27 bij 22 meter wordt daarbij maximaal 50% van het oppervlak bebouwd (zie voorwaarde 7 in bijlage 1). Het noordelijke deel van het perceel blijft onbebouwd en behoudt de agrarische bestemming, waarmee de openheid en zichtlijnen behouden blijven. De architectuur sluit aan bij de schaal en karakteristiek van Woltersum: kleinschalig, enkelvoudig van vorm, met een kap en uitgevoerd in natuurlijke en duurzame materialen.
Bij de situering en uitwerking van de woningen wordt het bestaande maaiveld en het historische reliëf zoveel mogelijk behouden. Eventuele ophoging is uitsluitend toegestaan voor de toegankelijkheid van de woningen en bijbehorende parkeervoorzieningen en
13/161
wordt tot het minimum beperkt (zie voorwaarde 8 in bijlage 1). De woningen oriënteren zich op de polder en het achterliggende open landschap, met de achterzijde naar Bouwerschapweg 70. Het bouwvlak vormt het kader waarbinnen gebouwd mag worden. Bij de bepaling van dit vlak is rekening gehouden met de zichtlijnen, het bestaande perceel en de landschappelijke context. Het bouwvolume wordt beperkt gehouden om het zicht vanaf de kruising Bouwerschapweg–Dobbestraat richting de begraafplaats en het open landschap te behouden.
Figuur 2.4 Bouwvlak en zichtlijnen Boltjerpolder (Bron: gemeente Groningen, 2025) De memo onderbouwing van de Gemeente Groningen voor de ontwikkeling van de Boltjerpolder is opgenomen in bijlage 2 .
14/161
2.2.2 Inpassing project in de omgeving De Boltjerpolder vormt de overgangszone tussen de dorpsbebouwing van Woltersum en het open polderlandschap. De locatie heeft hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden, waaronder het reliëf van de wierde, de historische waterloop en de rij van acht witte abelen langs de weg. Deze elementen blijven behouden en vormen de basis voor de inrichting van het terrein. De woningen worden zo geplaatst dat de oriëntatie gericht is op het open landschap, met de voorkeursrichting naar de polder en het achterliggende buitengebied. Hierdoor ontstaat een logische interactie tussen bebouwing en landschap en blijft de karakteristieke openheid van de polder beleefbaar. De toegang tot het terrein vindt plaats via een smalle inrit tussen de abelen en Bouwerschapweg 70. Parkeren wordt geconcentreerd aan de voorzijde van de kavel en zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. De randvoorwaarden voor situering van bebouwing en verharding zijn vastgelegd in de voorschriften en regels (zie bijlage 1), zodat het parkeren landschappelijk ondergeschikt blijft. Schuttingen en erfafscheidingen zijn niet toegestaan, zoals geborgd in de voorschriften en regels van dit planologische basisbesluit (zie voorwaarde 11 in bijlage 1), zodat de transparantie en openheid behouden blijven. Alleen waar nodig kan met een lage afscheiding privacy op terrassen worden gecreëerd.
Dit wordt verder uitgewerkt in het bouw- en ontwerpproces. Daarbij worden oplossingen voor privacy zo vormgegeven dat deze passen in het landschap en de openheid van het gebied behouden blijft. De buitenruimte wordt zorgvuldig vormgegeven: helder afgebakend aan de landschapszijde, zonder dat het landschap onderdeel uitmaakt van de privéruimte. Hierdoor blijft het zicht op en vanaf de wierde behouden. Het agrarische deel van het perceel blijft vrij van bebouwing en vormt de groene voortzetting van de polder. De openbare ruimte vormt een essentieel onderdeel van de ruimtelijke inpassing van de Boltjerpolder. Dit gebied blijft open, doorwaadbaar en groen en draagt bij aan de landschappelijke samenhang tussen de dorpskern en het achterliggende poldergebied. Bij de inrichting wordt de bodem zo min mogelijk verstoord, zodat het bestaande bodemleven behouden blijft. Nieuwe beplanting wordt zorgvuldig toegepast. Voor het bloemrijke grasland wordt niet geplagd; waar nodig wordt alleen doorgezaaid met een passend inheems mengsel voor zware kleigrond. Hierdoor blijft de waardevolle toplaag intact en wordt de natuurlijke bodemstructuur gerespecteerd. De nieuwe bebouwing zal voldoen aan meer dan redelijke eisen van welstand. De vormgeving is terughoudend en verfijnd, met aandacht voor materiaalgebruik, kleurstelling en detaillering.
Toegepaste materialen zijn duurzaam, biobased en passen binnen het kleurenscala van Woltersum. De herontwikkeling vormt daarmee een zorgvuldig ingepaste, landschappelijke uitbreiding van het dorp, waarbij de karakteristieke overgang tussen wierde en polder behouden blijft en de ruimtelijke kwaliteit van Woltersum verder wordt versterkt.
15/161
2.3
Beschrijving strijdigheid
Op basis van het omgevingsplan is de gewenste ontwikkeling van de Boltjerpolder planologisch niet toegestaan. Volgens het omgevingsplan van de gemeente Groningen zijn de gronden op basis van het bestemmingsplan Kleine Dorpskernen Ten Boer bestemd voor 'Agrarisch' gebruik. De beoogde woningbouwontwikkeling van maximaal drie woningen is in strijd met de gebruikregels van het omgevingsplan, omdat wonen binnen de bestemming 'Agrarisch' niet is toegestaan. Tevens is het in strijd met de bouwregels van de bestemming 'Agrarisch', omdat enkel gebouwen gerealiseerd mogen worden ten behoeve van de onder 'Agrarisch' genoemde doeleinden, waar wonen niet onder valt. Omdat het initiatief in strijd is met de regels van het omgevingsplan, kan de ontwikkeling uitsluitend mogelijk worden gemaakt met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Met deze eerste aanvraag wordt het planologisch basisbesluit genomen, waarmee de afwijking van het omgevingsplan wordt toegestaan en de beoogde woningbouw juridisch-planologisch mogelijk wordt gemaakt. In de huidige fase van deze gefaseerde BOPA is geen sprake van bouwactiviteiten; dit komt in een latere fase aan de orde. De onderhavige aanvraag ziet uitsluitend op het toestaan van het gebruik voor maximaal drie woningen binnen het aangewezen bouwvlak.
In een volgende fase, zodra het gebruik ‘Wonen’ planologisch is toegestaan, zal de ontwikkeling moeten worden getoetst aan de voorschriften en regels die zijn opgenomen in dit planologisch basisbesluit (zie bijlage 1). Deze toetsing is pas aan de orde bij de bouwfase van de ontwikkeling. De huidige BOPA-aanvraag ziet uitsluitend op het gebruik en legt daarmee het planologisch kader vast waarbinnen de latere bouwplannen kunnen worden uitgewerkt en beoordeeld.
2.4
Voorwaarden bouwen
In deze paragraaf worden de voorwaarden beschreven waaraan een toekomstige bouwaanvraag moet voldoen. De huidige BOPA-aanvraag maakt alleen het gebruik voor maximaal drie woningen planologisch mogelijk. De daadwerkelijke bouw van deze woningen wordt in een latere fase beoordeeld. Op het moment dat een bouwaanvraag wordt ingediend, toetst de gemeente het bouwplan aan de opgenomen voorschriften en regels uit dit planologisch basisbesluit, zie hiervoor bijlage 1. De voorschriften en regels bevatten onder meer bepalingen over het toegestane gebruik en de bouwmogelijkheden. Zo is onder andere vastgelegd dat: maximaal drie zelfstandige woningen zijn toegestaan binnen één bouwvolume; de minimale gebruiksoppervlakte van een woning 50 m² bedraagt; binnen het woningbouwgebied maximaal 300 m² mag worden bebouwd; een hoofdgebouw een maximale bouwhoogte van 8 meter heeft; de dakhelling van een hoofdgebouw minimaal 35° en maximaal 50° bedraagt; verharding en bebouwing slechts in beperkte mate zijn toegestaan, met behoud van het aanwezige reliëf; ten minste 10% van de toename aan verhard en door bouwwerken bedekt oppervlak wordt afgevoerd naar
16/161
het oppervlaktewater, conform het beleid van Waterschap Noorderzijlvest; parkeren op eigen terrein dient te worden gerealiseerd conform de geldende gemeentelijke parkeernormen. Met deze voorwaarden wordt geborgd dat de verdere uitwerking van het bouwplan zorgvuldig plaatsvindt en aansluit bij de landschappelijke, ruimtelijke en waterhuishoudkundige randvoorwaarden van de Boltjerpolder.
17/161
Hoofdstuk 3 3.1
Procedure en adviesrecht
Procedure
Een BOPA is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan of niet vergunningsvrij is. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als de activiteit voldoet aan een ETFAL en er overeenstemming is met de instructieregels van het Rijk en de provincie. De omgevingsvergunning voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling wordt gefaseerd aangevraagd, met afzonderlijke aanvragen per fase. De onderhavige aanvraag betreft de eerste fase en ziet op een zogenoemd planologisch basisbesluit. In deze fase is sprake van globale planvorming, waarbij toestemming wordt gevraagd voor het gebruik van de locatie voor woningbouw. Het betreft hier maximaal drie bijzondere woningtypologieën op gronden die op basis van het bestemmingsplan Kleine Dorpskernen Ten Boer de bestemming 'Agrarisch' hebben. Aangezien wonen binnen deze bestemming niet is toegestaan, is de ontwikkeling in strijd met het geldende omgevingsplan. Om de realisatie van woningbouw mogelijk te maken, wordt daarom een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. Met dit planologisch basisbesluit wordt binnen het projectgebied het gebruik voor wonen toegestaan. Hiermee wordt een eerste juridisch-planologisch kader gelegd voor het onderdeel ruimtelijk bouwen.
In een latere fase kunnen opeenvolgende aanvragen worden ingediend voor het feitelijk verrichten van de bouwactiviteiten. Dan wordt beoordeeld of de uitgewerkte bouwplannen en ontwerpen voldoen aan de geldende kaders, waaronder stedenbouwkundige en architectonische detaillering en de toets aan redelijke eisen van welstand. Reguliere procedure Voor de aanvraag geldt de reguliere voorbereidingsprocedure. Dit betekent dat het college van burgemeester en wethouders binnen 8 weken dient te beslissen op de aanvraag omgevingsvergunning. Indien een ander bestuursorgaan advies met instemming moet uitbrengen, wordt de termijn verlengd met 4 weken. Daarnaast kan de beslistermijn eenmalig met 6 weken worden verlengd. De ontwikkeling van de Boltjerpolder valt onder de gevallen waarvoor op grond van de gemeentelijke 'Activiteitenlijst bindend adviesrecht' een bindend advies van de gemeenteraad is vereist. Voor deze BOPA is dan ook bindend advies van de gemeenteraad nodig. Hoewel een bindend advies vereist is, heeft dit geen invloed op de wettelijke beslistermijn voor de reguliere procedure.
3.2
Bestuurlijk vooroverleg
Afstemming provincie Op grond van de Omgevingswet kan het in specifieke gevallen noodzakelijk zijn om advies te vragen aan gedeputeerde staten van de provincie. De provincie Groningen heeft gevallen aangewezen voor welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten advies en instemming nodig is. Deze gevallen zijn aangewezen bij het
18/161
besluit 'Lijst met aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten artikel 16.15a, onder d, Omgevingswet'. De ontwikkeling van de Boltjerpolder valt onder een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling in het buitengebied' en is daarmee aangewezen als een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor advies en instemming van de Gedeputeerde Staten noodzakelijk is. Voor deze BOPA-aanvraag is daarom advies en instemming van Gedeputeerde Staten noodzakelijk. De Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen hebben een principeuitspraak gedaan, waarin de provincie positief heeft geadviseerd over de voorgenomen ontwikkeling (zie bijlage 3). Afstemming overlegpartners Naast dit formele instrumentarium, is onder de Omgevingswet ook informeel vooroverleg over plannen mogelijk. Het vooroverleg voor BOPA's en wijzigingen van het omgevingsplan is in de Omgevingswet juridisch niet geregeld. Het vooroverleg is vormvrij. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar op te trekken kunnen knelpunten in een vroeg stadium worden gesignaleerd.
19/161
Hoofdstuk 4
Participatie
De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie van belanghebbenden bij de voorbereiding van projecten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het doel hiervan is om de kwaliteit van plannen te verbeteren, draagvlak te creëren en mogelijke bezwaren in een vroeg stadium te identificeren. De mate en vorm van participatie zijn afhankelijk van de aard, omvang en mogelijke impact van het initiatief. De gemeente Groningen heeft in de 'Participatieverordening gemeente Groningen 2025' eigen uitgangspunten en regels vastgesteld voor participatie bij omgevingsplannen en vergunningen. Daarbij is vastgelegd dat belanghebbenden in een vroeg stadium betrokken moeten worden bij de voorbereiding van plannen en besluiten die invloed hebben op hun leefomgeving. De gemeente verwacht dat initiatiefnemers bij hun vergunningsaanvraag aangeven hoe zij participatie hebben toegepast, wat de resultaten waren en hoe eventuele feedback is verwerkt. Bij aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt dit nadrukkelijk meegewogen in de beoordeling. Voor initiatiefnemers is een handreiking participatie beschikbaar via de gemeentelijke website. Deze biedt praktische handvatten voor het organiseren van een participatietraject en het vastleggen van de uitkomsten in een participatieverslag.
Voor de ontwikkeling van de woningbouwlocatie in de Boltjerpolder wordt de omgeving actief betrokken. Iedere tweede dinsdag van de maand vindt overleg plaats met Dorpsbelangen Woltersum, waarin de stand van zaken en de voortgang van de woningbouwprojecten worden besproken. In 2024 hebben er diverse huisbezoeken bij omwonenden plaatsgevonden en is er op 17 oktober 2024 een brede informatiebijeenkomst in Woltersum gehouden. hier is gedeeld dat de gemeente werkt aan twee woningbouwlocaties, waaronder de Boltjerpolder, en dat hiervoor ruimtelijke kaders worden opgesteld. In juli 2025 zijn de conceptplannen voor de Boltjerpolder opnieuw met omwonenden besproken en is er in oktober een nieuwsbrief met een enquête over de woonwensen in Woltersum verspreid. In de loop van november zal er wederom een informatiebijeenkomst over de woningbouwprojecten in Woltersum plaatsvinden. In de volgende fasen van de gefaseerde BOPA wordt de participatie voortgezet, zodat belanghebbenden betrokken blijven bij de nadere inrichting, vormgeving en uitwerking van het plan voor de Boltjerpolder.
20/161
Hoofdstuk 5 5.1
Beleid en regelgeving
Rijksbeleid
5.1.1 Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. In aansluiting op de NOVI heeft het Rijk samen met provincies, gemeenten en waterschappen 16 NOVEX-gebieden (Nationale Omgevingsvisie Extra) aangewezen. In deze gebieden is sprake van grote ruimtelijke opgaven en een noodzaak tot integrale gebiedsaanpak. 5.1.1.1 Toetsing Het projectgebied Boltjerpolder in Woltersum valt binnen twee NOVEX-gebieden: 'Regio Assen - Groningen' en 'Groningen'. De ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen die binnen deze gebieden zijn vastgesteld. Binnen het NOVEX-gebied Regio Groningen–Assen wordt onder andere gewerkt aan het realiseren van 36.000 woningen.
De toevoeging van maximaal drie woningen in de Boltjerpolder levert een kleinschalige, maar passende bijdrage aan de regionale woningbouwopgave en sluit aan bij de ambitie om binnen bestaande dorpsstructuren te verdichten en de leefbaarheid van kleinere kernen te versterken. Ook binnen het NOVEX-gebied Groningen past het initiatief binnen de inzet op het versterken van de leefomgeving en het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad. Door de ontwikkeling op duurzame wijze vorm te geven en zorgvuldig in te passen in de dorpsrand, draagt het plan bij aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige woonomgeving. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de doelstellingen van de NOVI en de NOVEX-aanpak en raakt geen rijksbelangen die de uitvoering van het plan beperken. 5.1.2 Instructieregels Rijk De omgevingsvergunning dient te voldoen aan de instructieregels van het besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hier wordt verder op ingegaan in hoofdstuk 6.
21/161
5.2
Provinciaal beleid
5.2.1 Omgevingsvisie Groningen De provincie Groningen heeft in november 2023 de geconsolideerde Omgevingsvisie vastgesteld. Deze visie vormt het strategische kader voor de fysieke leefomgeving en beschrijft de gewenste ontwikkeling tot 2040. De provincie streeft naar een sterke en leefbare provincie, waarin wonen, werken, bereikbaarheid, energie, klimaatadaptatie, natuur en landschap in samenhang worden ontwikkeld. Daarbij wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik, het versterken van bestaande kwaliteiten en het toekomstbestendig maken van de voorzieningenstructuur. Belangrijke opgaven uit de visie zijn onder meer: Versterking van de economie door innovatieve bedrijvigheid, kennisinstellingen en hoogwaardige werkplekken; Transitie naar duurzame energie en het versnellen van klimaatadaptieve maatregelen; Behoud en versterking van landschap en natuur; Verdichting en functiemenging in stedelijke gebieden, om bestaande voorzieningen optimaal te benutten; Verbeteren van bereikbaarheid en mobiliteit, zowel regionaal als nationaal. 5.2.1.1 Toetsing Het initiatief in de Boltjerpolder sluit aan bij de provinciale ambities. De ontwikkeling voorziet in een kleinschalige woningbouwlocatie die inspeelt op lokale woningbehoefte in Woltersum. De locatie ligt direct aan de bestaande dorpskern en vormt daarmee een zorgvuldig ingepaste uitbreiding van het dorp.
Binnen het plan zal uitsluitend het zuidelijke deel van het perceel worden benut voor woningbouw en het overige deel van de polder wordt ingericht als collectief openbaar gebied. Hiermee wordt de karakteristieke openheid en landschappelijke beleving gerespecteerd en wordt de relatie tussen de wierde en het omliggende landschap versterkt. In de verdere planuitwerking wordt ingezet op duurzaam, energiezuinig en klimaatadaptief bouwen, waarmee wordt bijgedragen aan de provinciale doelstellingen voor een toekomstbestendige leefomgeving, waaronder het beleidskader Natuurinclusief bouwen (zie paragraaf 5.5.3) . De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie Groningen en vormt een zorgvuldig ingepaste, duurzame uitbreiding die bijdraagt aan de vitaliteit van Woltersum en het behoud van de landschappelijke kwaliteit. 5.2.2 Omgevingsverordening provincie Groningen De Omgevingsverordening provincie Groningen is op 1 januari 2024 gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgesteld. In deze verordening zijn alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee vervangt de verordening eerdere afzonderlijke regelingen, zoals de planologische verordening, de milieuverordening, de ontgrondingenverordening en de landschapsverordening.
De verordening vormt het juridisch instrument waarmee de provincie de beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie door vertaalt naar bindende instructieregels voor gemeenten en initiatiefnemers.
22/161
De regels in de verordening zijn gericht op zorgvuldig ruimtegebruik, bescherming van ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten, klimaatadaptatie en het waarborgen van een toekomstbestendige voorzieningenstructuur. In de omgevingsverordening (23 november 2024) staan regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Voor de ontwikkeling zijn de volgende instructieregels relevant: 5.2.2.1 Artikel 3.30 Instructieregel woningbouw 2 Een omgevingsplan stelt beoordelingsregels op grond waarvan een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit als bedoeld in Artikel 3.28 slechts kan worden verleend als de omgevingsplanactiviteit naar aard, locatie en aantal in overeenstemming is met: a. een onder de vigeur van de Wet ruimtelijke ordening tot stand gekomen gemeentelijke woonvisie, die is afgestemd met de gemeenten binnen de regio waarvan de gemeente deel uitmaakt(e); b. de in het kader van de Regio Groningen-Assen tot stand gekomen regionale planningslijsten voor woningbouw; c. de tussen betrokken gemeenten en GS gemaakte nadere afspraken over woningbouw; of d. een onder de vigeur van de Omgevingswet tot stand gekomen omgevingsvisie of programma die is afgestemd met gedeputeerde Staten voor wat de ontwikkeling van woningbouwvoorraad betreft.
De woningbouw in de Boltjerpolder past binnen de kaders van de omgevingsvisie gemeente Groningen (zie paragraaf 5.5.1), waarin wordt ingezet op het behouden van de leefbaarheid in dorpen door middel van beperkte, zorgvuldig ingepaste uitbreidingen die aansluiten op de lokale woningbehoefte. Daarnaast sluit het initiatief aan bij de afspraken uit de Interprovinciale Woondeal en de Woondeal Groningen 2022-2030 (zie paragrafen 5.3.1 en 5.3.2), waarin gezamenlijk wordt ingezet op het versnellen van de woningbouwproductie en het realiseren van passende, duurzame en toekomstbestendige woningen binnen bestaande kernen. 5.2.2.2 Artikel 3.7 Instructieregel inpassing van nieuwe ontwikkeling in het buitengebied Een omgevingsplan dat van toepassing is op het buitengebied en voorziet in wijziging van de functies of van de regels voor het gebruik van de grond biedt afhankelijk van en evenredig aan de aard, omvang en gevolgen voor de fysieke leefomgeving inzicht in: a. b. c. d.
de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied; de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied; de inpassing van de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling in de directe en in de wijdere omgeving; de maatregelen die nodig worden geacht om eventuele aantasting van kwaliteiten en waarden als gevolg van de ontwikkeling te salderen of compenseren; en e. de bijdrage die de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling kan leveren aan de bestaande of nieuwe kwaliteiten en waarden De ontwikkeling in de Boltjerpolder is in overeenstemming met de provinciale instructieregel voor inpassing van
23/161
nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. In de inpassing in de bestaande omgeving is inzicht gegeven in de geschiedenis van het gebied in de aanwezige stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van Woltersum, zoals het reliëf, de historische waterloop, de openheid van de polder en de bestaande bomenstructuur. De woningen worden uitsluitend in het zuidelijke deel van het perceel gesitueerd, aansluitend op de bestaande dorpsbebouwing. Het noordelijke deel blijft vrij van bebouwing en wordt ingericht als open, groen landschap. Hierdoor blijven de zichtlijnen, openheid en landschappelijke structuur behouden. Het reliëf, de sloot en greppel blijven gehandhaafd. De ontwikkeling leidt niet tot aantasting van waarden die moeten worden gecompenseerd. De inrichting van het terrein draagt juist bij aan het behoud en de versterking van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit van de dorpsrand van Woltersum. 5.2.2.3 Artikel 3.97 Aanwijzing en instructieregel gebieden met reliëfinversie 1. Gebieden met reliëfinversie zijn aangewezen en geometrisch begrensd in bijlage 2. 2. Gelet op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige of cultuurhistorische waarden en ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bevat een omgevingsplan over gebieden met reliëfinversie regels: a.
gericht op bescherming van het reliëf en de herkenbaarheid daarvan; b. die het afgraven, diepploegen, egaliseren en afschuiven van de inversieruggen verbieden; en c. over houtteelt, aanleg van bos en boomgaarden. Het projectgebied Boltjerpolder ligt binnen een gebied met reliëfinversie, zoals aangewezen in bijlage 2 van de Provinciale Omgevingsverordening Groningen. Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden met het behoud van het karakteristieke reliëf en de herkenbaarheid van het landschap, in het bijzonder de overgang tussen wierde en polder. De gemeente Groningen geeft uitvoering aan deze provinciale instructieregels via het omgevingsplan, waarin voor het projectgebied de aanduiding ‘Waarde – Landschap’ is opgenomen. Aan deze aanduiding zijn regels verbonden die zijn gericht op het beschermen van het historische reliëf, de openheid van het landschap en de landschappelijke leesbaarheid van de wierde. De voorgenomen ontwikkeling voorziet uitsluitend in een kleinschalige woningbouwlocatie in het zuidelijke deel van het perceel, direct aansluitend op de bestaande dorpsbebouwing. Het noordelijke deel van het perceel blijft onbebouwd en behoudt zijn open en landschappelijke karakter. Het bestaande reliëf en de historische waterloop blijven behouden en vormen een belangrijk uitgangspunt voor de verdere planuitwerking.
Met het planologisch basisbesluit wordt in beperkte mate afgeweken van de regels die voortvloeien uit de aanduiding ‘Waarde – Landschap’, omdat een beperkte ophoging van het maaiveld noodzakelijk is om het perceel toegankelijk te maken en om het hoofdgebouw en de bijbehorende parkeervoorzieningen te kunnen realiseren. Deze ophoging is functioneel noodzakelijk en wordt strikt begrensd in de regels die onderdeel
24/161
uitmaken van dit planologisch basisbesluit. Ophoging is uitsluitend toegestaan waar dit technisch onvermijdelijk is ten behoeve van de toegankelijkheid van de woningen en de bijbehorende voorzieningen en wordt tot het minimum beperkt (zie bijlage 1). Van egalisatie, afgraving of aantasting van het landschappelijke profiel is geen sprake. Het bestaande maaiveld wordt zoveel mogelijk gerespecteerd, zodat de beleefbaarheid en herkenbaarheid van het historische reliëf behouden blijven en het oorspronkelijke landschappelijke profiel intact blijft. Gelet op de beperkte omvang en noodzaak van de ingreep, en de juridische borging daarvan in het planologisch basisbesluit, is geen sprake van strijd met de instructieregels van artikel 3.97 (en artikel 3.90) van de Provinciale Omgevingsverordening Groningen. 5.2.2.4 Artikel 3.155 Instructieregel Veiligheidszone 4 1. Bij vaststelling van een omgevingsplan dat betrekking heeft op Veiligheidszone 4 wordt: a. aandacht besteed aan het veiligheidsniveau op de kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties en b. rekening gehouden met het veiligheidsrisico van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Aan het eerste lid wordt voldaan door met betrekking tot Veiligheidszone 4 in te gaan op de volgende aspecten: a.
de inventarisatie van de bestaande en de mogelijke, kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties; b. de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit; c. de optimalisering van de vluchtmogelijkheden, waarbij het zowel de ontvluchtingsmogelijkheden van de locatie en ook de vluchtmogelijkheden van de risicobron af betreft. 3. Als het omgevingsplan betrekking heeft op een kwetsbare locatie in Veiligheidszone 4, wordt ook ingegaan op de volgende aspecten: a. het advies van de Veiligheidsregio als bedoeld in artikel 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt bij het vaststellen van het omgevingsplan betrokken; b. de afweging voor de locatie binnen, en niet buiten, de Veiligheidszone; c. de afweging van de mogelijkheden voor het beperken van de toename van het aantal personen; d. de afweging van de mogelijkheden, aan zowel de kant van de risicobron als aan de kant van de risico-ontvanger, om het veiligheidsniveau te verhogen; e. de afweging van aanvullende repressieve mogelijkheden om het veiligheidsniveau te verhogen; f.
als op een aspect, als bedoeld onder a tot en met e, of als bedoeld onder b en c van het tweede lid, wordt ingegaan op rekenresultaten van een groepsrisicoberekening dan dient de berekening te zijn uitgevoerd met de referentiewaarden uit de tabellen 1 en 2 in Bijlage 4. Het projectgebied ligt binnen Veiligheidszone 4, zoals aangewezen in de Omgevingsverordening Groningen. In de verdere planuitwerking zal aandacht moeten worden besteed aan de provinciale instructieregel voor Veiligheidszone 4. Daarbij moet worden gekeken naar veiligheidsaspecten, de aanwezigheid van kwetsbare functies, de vlucht- en bereikbaarheid bij calamiteiten en, waar nodig, het advies van de Veiligheidsregio. Hiermee wordt geborgd dat de ontwikkeling op een verantwoorde en veilige wijze binnen de zone kan worden
25/161
gerealiseerd. 5.2.3 Programma Leefbaarheid 2025 - 2027 De provincie Groningen heeft in 2024 de Leefbaarheidsvisie 2024-2035 vastgesteld, waarin zij haar ambities formuleert rond thema's als gezondheid, sociale cohesie en 'goed wonen'. De visie is vertaald naar het Programma Leefbaarheid 2025-2027, opgesteld in februari 2025 en uitgevoerd in nauwe samenwerking met gemeenten, maatschappelijke organisaties, woningcorporaties en inwoners. Het programma richt zich met name op vier opgaven die van samenhangende waarde zijn voor leefbaarheid (onder de noemer “brede welvaart”): Gezond Groningen – bevordering van fysieke en mentale gezondheid en vermindering van gezondheidsverschillen; Bewegen en sporten in Groningen – vergroten van sportdeelname en toegankelijkheid; Sociaal Groningen – versterken van sociale samenhang, vrijwilligerswerk, inclusie en bestrijden van armoede; Goed wonen in Groningen – verbeteren van woningkwaliteit, energie-efficiëntie, herstructurering van verouderde voorraad en stimuleren van passend en toekomstbestendig wonen. 5.2.3.1 Toetsing Het initiatief in de Boltjerpolder sluit aan bij de doelstellingen van het Programma Leefbaarheid. De ontwikkeling voorziet in kleinschalige en toekomstbestendige woningen die bijdragen aan passend wonen binnen de dorpsgemeenschap van Woltersum.
Door de realisatie van maximaal drie woningen in een bijzondere architectuurtypologie wordt ingespeeld op de behoefte aan betaalbare, kleinschalige en toekomstbestendige woonvormen voor starters en/of ouderen in kleine kernen. Daarnaast wordt met de inrichting van een collectief openbaar gebied nadrukkelijk ingezet op ontmoeting, bewegen en sociale samenhang. Het gebied blijft openbaar toegankelijk en biedt ruimte voor groen, wandelpaden en informele ontmoetingsplekken, waarmee de leefomgeving bijdraagt aan gezondheid en verbinding binnen het dorp. De ontwikkeling in de Boltjerpolder sluit daarmee aan bij alle vier de pijlers van het provinciale Programma Leefbaarheid en vormt een concrete, lokale invulling van de provinciale ambities voor een gezond, sociaal en toekomstbestendig Groningen.
5.3
Regionaal beleid
5.3.1 Interprovinciale Woondeal Regio Groningen - Assen De regio Groningen-Assen werkt samen aan de woningbouwopgave. Deze samenwerking is in februari 2023 bekrachtigd in de Interprovinciale Woondeal Regio Groningen-Assen, ondertekend door de provincies Groningen en Drenthe, de betrokken gemeenten (waaronder Westerkwartier) en het Rijk. In deze woondeal zijn de gezamenlijke kwantitatieve en kwalitatieve opgaven vastgelegd, met afspraken over versnelling, betaalbaarheid, herstructurering en toekomstbestendige bouw.
26/161
De regionale woningbouwopgave bedraagt 21.000 woningen in de periode 2020–2030 en nog eens 15.000 woningen in de periode 2030–2040. Met de actualisatie van februari 2023 is ruimte gecreëerd voor in totaal 28.384 nieuwe woningen, waarvan 25.624 in de regio Groningen-Assen. Daarbij is afgesproken dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen in het betaalbare segment moet worden gerealiseerd (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop). Ook is er bijzondere aandacht voor woningen voor ouderen en levensloopbestendige woonvormen, evenals de inzet op duurzame en toekomstbestendige bouw. 5.3.1.1 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling in de Boltjerpolder draagt bij aan de regionale woningbouwopgave zoals vastgelegd in de interprovinciale Woondeal. Met de toevoeging van maximaal drie woningen met een bijzondere typologie, sluit het plan aan bij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve afspraken. Daarmee is het initiatief in overeenstemming met het regionaal beleid. 5.3.2 Woondeals Groningen 2022-2030 Gemeenten, provincies en het Rijk hebben met steun van woningcorporaties en marktpartijen in februari 2023 afgesproken om tot en met 2030 de bouw van 28.384 woningen te realiseren in de provincie Groningen.
Met de ondertekening van twee regionale woondeals en een interprovinciale woondeal voor Groningen-Assen zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen, de bouwlocaties en de randvoorwaarden. Voor de gemeente Groningen gaat dit specifiek om de realisatie van 15.151 woningen (zie figuur 5.1).
Figuur 5.1: Woondeals Groningen 2020-2030 (Bron: Ministerie BZK)
27/161
5.3.2.1 Toetsing De ontwikkeling in de Boltjerpolder levert met de toevoeging van maximaal drie wooneenheden een bijdrage aan de gemeentelijke woningbouwopgave van Groningen. Daarmee past het initiatief binnen de afspraken die in de woondeals zijn vastgelegd en is de ontwikkeling in overeenstemming met het regionaal beleid.
5.4
Waterschapsbeleid
5.4.1 Waterschapsverordening Noorderzijlvest Het projectgebied valt onder het beheer van Waterschap Noorderzijlvest. Dit waterschap is verantwoordelijk voor waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en afvalwaterzuivering in grote delen van Groningen, Drenthe en Friesland. Daarmee speelt het waterschap een belangrijke rol bij de bescherming en inrichting van de fysieke leefomgeving. De Waterschapsverordening Noorderzijlvest, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, bundelt alle regels van het waterschap voor de fysieke leefomgeving. Deze verordening vervangt de eerdere keur en is opgesteld in lijn met de Omgevingswet. De verordening bevat regels voor onder meer waterkeringen, watergangen, beschermingszones en bergingsgebieden. Daarbij geldt het principe van “ja, mits”: activiteiten zijn in beginsel toegestaan, mits zij voldoen aan de gestelde voorwaarden en geen onevenredige schade toebrengen aan het watersysteem. 5.4.1.1 Toetsing In deze fase van de gefaseerde BOPA is een voorlopige toetsing aan het waterschapsbeleid uitgevoerd (zie bijlage 4). Daarbij is beoordeeld of de ontwikkeling op hoofdlijnen verenigbaar is met de uitgangspunten van de Waterschapsverordening Noorderzijlvest. Het bestaande oppervlaktewater binnen en rondom het projectgebied blijft ongewijzigd behouden.
Er worden geen nieuwe watergangen aangelegd en bestaande waterstructuren worden niet verlegd of gedempt. De enige verandering betreft de toevoeging van verhard oppervlak door de realisatie van woningen en bijbehorende voorzieningen. Het bouwvlak heeft een afmeting van circa 27 bij 22 meter, waarvan maximaal 50% wordt bebouwd. Omdat in deze fase nog geen uitgewerkt bouw- en inrichtingsplan beschikbaar is, kan de digitale watertoets nog niet definitief worden uitgevoerd. In de vervolgfase, bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit, wordt de waterhuishouding concreet uitgewerkt. Daarbij worden de exacte verhardingsoppervlakken, de afvoer en berging van hemelwater en de aansluiting op het afvalwatersysteem bepaald en afgestemd met het waterschap. Op basis van de voorlopige toetsing kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling op hoofdlijnen verenigbaar is met het beleid van Waterschap Noorderzijlvest. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de planologische uitvoerbaarheid van het initiatief.
28/161
5.5
Gemeentelijk beleid
5.5.1 Omgevingsvisie 'Levende Ruimte' De gemeente Groningen heeft in december 2021 de Omgevingsvisie 'Levende Ruimte' vastgesteld. Deze visie vormt het vervolg op The Next City (2018) en zet de leefkwaliteit centraal in alle ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. De gemeente wil groeien naar ongeveer 250.000 inwoners, maar tegelijkertijd zorgen voor een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving voor alle inwoners. Belangrijke pijlers in de visie zijn: Faciliteren van groei binnen de compacte stad, door verdichting en transformatie van bestaande locaties. Economische ontwikkeling en voldoende werkgelegenheid in samenhang met onderwijs en kennisinstellingen. Leefbaarheid en gezondheid, met nadruk op groen, bewegen en een veilige openbare ruimte. Energietransitie en klimaatadaptatie, waarbij Groningen koploper wil zijn in duurzame oplossingen. Inclusiviteit, zodat alle inwoners kunnen meedoen in een gezonde en sociaal veerkrachtige gemeente. De visie wordt concreet uitgewerkt in programma's voor onder andere wonen, economie, verkeer, leefkwaliteit en energie, waarmee de gemeente richting geeft aan ruimtelijke ontwikkelingen en investeringen. 5.5.1.1 Toetsing Het initiatief in de Boltjerpolder sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’.
De ontwikkeling voorziet in kleinschalige woningbouw die aansluit op de bestaande dorpskern en bijdraagt aan de leefbaarheid en vitaliteit van Woltersum. Door uitsluitend het zuidelijke deel van het perceel te gebruiken voor woningbouw en het overige deel in te richten als collectief openbaar gebied, wordt zorgvuldig omgegaan met de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten van de locatie. In de verdere planuitwerking wordt ingezet op energiezuinige, klimaatadaptieve en natuurinclusieve woningbouw, waarmee de ontwikkeling tevens bijdraagt aan de gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en leefkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee binnen de visie van de gemeente Groningen op een levendige, inclusieve en toekomstbestendige leefomgeving. 5.5.2 Woonvisie gemeente Groningen De gemeente Groningen heeft de Woonvisie Groningen vastgesteld als strategisch kader voor de ontwikkeling van de gemeentelijke woningvoorraad. De visie richt zich op het realiseren van een voldoende, divers, betaalbaar en toekomstbestendig woningaanbod. De woonvisie benoemt daarbij vijf hoofdopgaven: Voldoende woningen: uitbreiding en kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad in stad en dorpen. Betaalbaarheid: vergroten van het aanbod betaalbare huur- en koopwoningen, met speciale aandacht voor starters en middeninkomens.
Doorstroming: stimuleren van passende huisvesting voor senioren en kleine huishoudens, om doorstroming in de bestaande voorraad te bevorderen.
29/161
Diversiteit in woonvormen: ruimte bieden aan vernieuwende en kleinschalige woonconcepten, passend bij de lokale context. Duurzaamheid en toekomstbestendigheid: stimuleren van energieneutrale, klimaatadaptieve en groene woonomgevingen. 5.5.2.1 Toetsing De gewenste ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Woonvisie Groningen. Met maximaal drie woningen wordt het aanbod in Woltersum op een zorgvuldige manier uitgebreid. Daarmee draagt het project bij aan de opgave van de gemeente om ook in kleine kernen een gevarieerd en toekomstbestendig woningaanbod te realiseren. De woonvisie benadrukt het belang van betaalbare en compacte woningen voor onder meer starters, kleine huishoudens en ouderen. De woningtypen die in de Boltjerpolder worden voorzien sluiten hier goed op aan. Het gaat om kleinschalige, duurzame en betaalbare woningen die passen bij de vraag in het gebied. Daarnaast legt de woonvisie veel nadruk op duurzaamheid en een groene, klimaatbestendige leefomgeving. De ontwikkeling wordt landschappelijk zorgvuldig ingepast. De openheid van de polder, het reliëf, de waterstructuren en de karakteristieke bomenrij blijven zo veel mogelijk behouden. De woningen krijgen een bescheiden schaal en worden op een natuurlijke manier in het landschap geplaatst. Het initiatief is hiermee in overeenstemming met de Woonvisie Groningen.
De ontwikkeling levert een bijdrage aan een passend en divers woningaanbod in Woltersum en ondersteunt de ambitie van de gemeente om de leefbaarheid en vitaliteit van kleine kernen te versterken. 5.5.3 Beleidskader Natuurinclusief bouwen De gemeente Groningen heeft het Beleidskader Natuurinclusief bouwen vastgesteld om bij ruimtelijke ontwikkelingen de biodiversiteit te versterken en negatieve effecten op flora en fauna te voorkomen. Het beleidskader vormt een uitwerking van de gemeentelijke ambities op het gebied van klimaatadaptatie, vergroening en ecologie en sluit aan bij de centrale uitgangspunten van de Omgevingsvisie Levende Ruimte (zie paragraaf 5.5.1). Het beleidskader stelt dat nieuwbouwprojecten moeten bijdragen aan een gezonde, biodiverse en klimaatbestendige leefomgeving. De gemeente hanteert daarbij een standaardset aan natuurinclusieve maatregelen, waaronder: behoud en versterking van bestaande landschappelijke structuren; toepassing van inheemse beplanting;maatregelen voor fauna, zoals neststenen, verblijfplaatsen en faunavoorzieningen; vergroening van tuinen, erven en openbare ruimte; beperking van verharding en bevordering van infiltratie; klimaatadaptieve inrichting, zoals waterberging en verkoelende groengebieden; zorgvuldige verlichting om lichthinder voor nachtdieren te beperken.
30/161
5.5.3.1 Toetsing De ontwikkeling in de Boltjerpolder sluit aan bij de uitgangspunten van het gemeentelijk Beleidskader Natuurinclusief Bouwen. Hoewel het beleidskader formeel niet geldt voor de inrichting van de openbare ruimte, wordt bij deze ontwikkeling niet alleen ingezet op natuurinclusieve maatregelen aan de woningen, maar ook op het natuurinclusief vormgeven van de directe omgeving van de bebouwing. In de planologische basisbeslissing wordt vastgelegd dat het noordelijke deel van het perceel open, groen en openbaar toegankelijk blijft. De bodem wordt daarbij zo min mogelijk bewerkt, zodat het bestaande bodemleven behouden blijft. Gezien de aanwezige zware kleigrond is de locatie beperkt geschikt voor soortenrijk bloemrijk grasland. Waar vergroening of doorzaaien wenselijk is, wordt daarom gebruikgemaakt van inheemse mengsels die aansluiten bij de bodemgesteldheid ter plaatse. Het bestaande reliëf, de historische waterloop, de sloot en greppel en de rij witte abelen blijven behouden. Hiermee worden de aanwezige landschappelijke en ecologische structuren beschermd. De woningen worden kleinschalig gerealiseerd binnen één bouwvolume met een beperkte footprint. Het toepassen van verharding wordt zoveel mogelijk beperkt om de landschappelijke kwaliteiten van de Boltjerpolder te behouden.
Deze uitgangspunten zijn juridisch geborgd door het opnemen van regels in het planologisch basisbesluit (zie bijlage 1), waarin onder meer is vastgelegd dat: verharding wordt beperkt tot maximaal 300 m2; aanvullende bouwwerken in de directe omgeving van de woningen niet zijn toegestaan; de woningen geen eigen afgeschermde buitenruimten krijgen.
31/161
Hierdoor blijft de omgeving van de woningen groen, open en landschappelijk leesbaar. In de vervolgfase, bij de aanvraag van de BOPA voor het uitgewerkte bouwplan, wordt getoetst aan de beleidsregel natuurinclusief bouwen. In die fase kunnen concrete maatregelen worden uitgewerkt, zoals faunavoorzieningen, nestgelegenheden voor vogels en vleermuizen, natuurinclusieve groeninrichting rondom de bebouwing en klimaatadaptieve oplossingen gericht op infiltratie, waterberging en het voorkomen van lichthinder. Met deze aanpak draagt het initiatief bij aan het behoud en de versterking van natuur- en landschapswaarden en sluit het aan bij de gemeentelijke ambities voor een natuurinclusieve en klimaatbestendige leefomgeving.